CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Milieueffectrapportage.pdf

Gemeenteraad 18 september 2023, gemeente Den HelderBij agendapunt: 16: Voorstel tot het vaststellen van de omgevingsvisie gemeente Den Helder "Koers op een sterke thuishaven"29.372 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Als overheid geeft Den Helder het goede voorbeeld.

58/196

Kenmerk Centrale

R001-1288438NDF-V02-evm-NL Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten Door de veranderingen van het klimaat waarmee we al te maken hebben, zullen we ook vaker geconfronteerd worden met de gevolgen hiervan en ons daar met klimaatadaptatie tegen moeten wapenen.

De vijf pijlers van duurzaamheid zijn: energietransitie klimaatadaptatie biodiversiteit circulaire economie duurzame mobiliteit

De sociale uitdagingen voor Den Helder, waar op veel indicatoren met betrekking tot de sociale en economische status van de inwoners onder het landelijke gemiddelde scoort, zijn niet direct via de leefomgeving op te lossen, maar we

Dit vraagt vaak om grote ingrepen in ons leefomgeving, zoals: - het versterken van de dijken en duinen tegen de stijgende zeespiegel. En: Dit biedt ook kansen voor nieuwe kustnatuur en landschappen. Inpassing van agrarisch en recreatief medegebruik is een belangrijk ontwerpvraagstuk) - het meer ruimte geven voor de afvoer van extremere buien (zowel in stedelijk als in landelijk gebied) - het vergroenen van onze leefomgeving om meer bestendig te zijn tegen periodes van extreme hitte en de achteruitgang van de biodiversiteit tegen te gaan. Den Helder zet de komende jaren in op al deze vijf pijlers in om de leefomgeving toekomstbestendig te gebruiken, in te richten en verder te ontwikkelen. Hierbij geeft de gemeente zelf het goede voorbeeld en speelt de gemeente soms een leidende rol, maar in veel gevallen zal het gaan om het faciliteren en stimuleren van inwoners, ondernemers en andere partijen om als gehele maatschappij te verduurzamen. Invloed op sociale aspecten kan worden uitgeoefend via de aanwezigheid van voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg, sport en welzijn.

Over circulaire economie is niets opgenomen in de omgevingsvisie. Overige pijlers komen elders aan de orde. Advies: Voeg beleid toe over circulaire economie.

Het beleid is niet concreet. Advies: Zie adviezen bij centraal uitgangspunt 1 en 2.

Ook de kwaliteit van de leefomgeving en de kracht van het vestigingsklimaat kunnen een positief verschil maken voor veel inwoners.

streven ernaar dat de leefomgeving een

59/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Centrale

Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten positieve bijdrage levert aan de gezondheid en het welzijn van onze inwoners en zo een positieve invloed heeft op de kracht van de samenleving. De leefomgeving kan een belangrijke bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgave t.a.v. vergrijzing.

Bij nieuwe ontwikkelingen houdt Den

In de gebouwde omgeving kunnen maatregelen worden genomen om in te spelen op de vergrijzing, bijvoorbeeld door: - het levensloopbestendig maken van woningen - het aanpassen van de openbare ruimte - het clusteren van vormen van wonen en zorg rondom voorzieningenclusters Geen beleid geformuleerd

Helder standaard rekening met de toekomstbestendigheid van de

Advies: Verduidelijk of het alleen gaat om toekomstige ontwikkelingen, of dat ook in bestaande situaties deze maatregelen worden getroffen.

Er is geen beleid voor 'toekomstbestendigheid van de leefomgeving' en het is niet duidelijk wat wordt bedoel met een sterke samenleving. Advies: Verduidelijk wat hiermee wordt bedoeld en vul eventueel het beleid van de omgevingsvisie hierop aan.

leefomgeving. Den Helder streeft ernaar om de leefomgeving zo in te richten, te ontwikkelen en te gebruiken dat ook de volgende generaties minimaal dezelfde kwaliteit qua leefomgeving kunnen ervaren en dat de leefomgeving een positieve bijdrage levert aan gezondheid, welzijn en een sterke samenleving. 5. De gemeente Den

Het is belangrijk om de bereikbaarheid

Helder is zo optimaal

van Den Helder zo optimaal mogelijk te

mogelijk bereikbaar

Belangrijke oplossingsrichting is om de verschillende verkeersstromen op de N250 zo vroeg mogelijk van elkaar te scheiden, zodat de filevorming in de binnenstad wordt tegengegaan.

Afhankelijk van de overige punten onder dit centrale uitgangspunt kan het doel bereikt worden.

60/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Centrale

Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten met verschillende

maken, met verschillende

vervoersmiddelen.

vervoersmiddelen.

Binnen het Maritiem Cluster worden

Op regionaal niveau wordt gekeken naar de mogelijkheden om de aansluiting van Den Helder en de regio op het snelwegennetwerk te verbeteren. Een alternatieve aansluiting op de A7 heeft hierbij de voorkeur Geen beleid geformuleerd

oplossingen voor een betere bereikbaarheid van Texel via de TESO in kaart gebracht, met als doel tot een gedragen oplossing te komen.

Den Helder kiest ervoor om de Langevlietweg/Nieuweweg en de Zanddijk/Jan Verfailleweg, als verbindingen tussen Julianadorp en Den Helder, geen belangrijke rol in de regionale ontsluiting te laten spelen en kiezen voor een specifiek profiel.

Den Helder wil graag een fietsvriendelijke gemeente zijn en werkt actief aan het vergroten van de rol van de fiets in het kader van mobiliteit binnen de gemeente.

De Zanddijk/Jan Verfailleweg krijgt het karakter van een toeristische kustweg, die vooral gericht is op beleving van de kust. De weg heeft als verbinding tussen Julianadorp en Den Helder geen belangrijke rol in de regionale ontsluiting. De Langevliet/Nieuweweg is de verbinding tussen Julianadorp en Den Helder met agrarisch medegebruik. De weg heeft als verbinding tussen Julianadorp en Den Helder geen belangrijke rol in de regionale ontsluiting. Den Helder zet in op het realiseren van een doorfietsroute (een hoofdroute voor fietsers met weinig tot geen obstakels) tussen Julianadorp en Den Helder.

Het is niet duidelijk of ontmenging van de verkeersstromen inpasbaar dus haalbaar is. Advies: De oplossingen hebben betrekking op de N250 (bovenstaande punt), niet specifiek en alleen op de bereikbaarheid van Texel, waar de visie betrekking op heeft. Pas de tekst hierop aan en geef duidelijk aan dat er oplossingsmogelijkheden zijn. Advies: Maak het beleid voor de beleving van de toeristische kustweg nog concreter. Hoe wordt ervoor gezorgd dat de weg een toeristische kustweg wordt?

Het doel kan met het geformuleerde beleid behaald worden.

Den Helder focust op zwakke of ontbrekende schakels in het fietsnetwerk.

61/196

Kenmerk Centrale

R001-1288438NDF-V02-evm-NL Doel

Beleid

Naast de fiets als vervoersmiddel spelen

Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt ruimte gegeven aan langzaam verkeer.

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten

ook openbaar vervoer en deelvervoer hier een belangrijke rol in. Met de toenemende levendigheid van

Beleid in thematische uitwerking.

Advies: Maak beleid voor andere vormen van mobiliteit concreter en benoem wat ermee wordt bedoeld.

Geen beleid geformuleerd

Formuleer concreet beleid voor voldoende parkeermogelijkheid. En voor hoe een sterk netwerk voor openbaar vervoer wordt gerealiseerd (en wat het inhoudt).

het Stadshart en Willemsoord speelt de transitie naar andere vormen van mobiliteit een belangrijke rol in het bereikbaar houden van het centrumgebied.

Aantrekkelijke stationsgebieden maken het openbaar vervoer een prettigere optie, terwijl de combinatie van OV, ruimte voor de fiets en deelvervoer belangrijk is om de hele gemeente op verschillende manieren bereikbaar te maken en te houden. Bij al de ontwikkelingen op het gebied van verkeer en vervoer staan een sterk (infra)netwerk voor verschillende vervoersmiddelen, een goede verkeersveiligheid en voldoende ruimte voor het parkeren van de verschillende vervoersmiddelen centraal.

62/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Centrale

Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten 6. De haven is de

De strategische ligging van de haven

economische, sociaal-

van Den Helder, met een open,

culturele en

eenvoudige toegang van en naar de

historische rode draad

Noordzee en Waddenzee als

door Den Helder.

belangrijkste eigenschap, geeft ook

Een van de manieren waarop het bijdragen aan de nationale belangen uit het NOVI steeds meer vorm krijgt is de gezamenlijke inzet van Marine, bedrijfsleven en overheden op het clusteren van kennis & innovatie, bijvoorbeeld op het gebied van hightech onderhoud.

richting de toekomst nieuwe economische kansen en is daarmee

Het beleid is niet concreet. Beleid ontbreekt bij het tweede onderdeel (nationale belangen energietransitie en nationale veiligheid). Koppeling met het uitgangspunt is niet helder. Sociaal culturele en historische aspect is niet benoemd (zie ook centrale uitgangspunten 1 en 3). Advies: Maak beleid (concreet) en aansluitend op de visie. Wat wordt bedoeld met de rode draad? Is dit de juiste formulering? Maak ook duidelijk hoe zich dit verhoudt tot uitgangspunt 9 waar het gaat over de ambitie dat Stadshart en Willmsoord zich tot samenhangend en complementair centrumgebied ontwikkelen.

een belangrijke troefkaart voor de Helderse economie.

De haven van Den Helder en het grotere Maritiem Cluster dragen bij aan de nationale belangen energietransitie en nationale veiligheid. Hierin leveren zowel de civiele- als marinehaven een belangrijke bijdrage en gaan ze elkaar waar mogelijk versterken. In de opgave om de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de gemeente te vergroten biedt het karakter van Den Helder als (historische) havenstad kansen voor maritieme stadsontwikkeling.

Het terugbrengen van de huidige geluidbelasting vanuit de haven op de aangrenzende stedelijke gebieden is een belangrijk aandachtspunt.

Het beleid zoals hier geformuleerd is niet concreet en sluit niet aan op de visie (karakter van Den Helder staat los van geluidbelasting). Advies: maak beleid concreet en aansluitend op de visie (dus beleid dat betrekking heeft op het historische karakter). En neem beleid ten aanzien van geluid op bij centraal uitgangspunt 2.

63/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Centrale

Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten 7. In de gemeente Den

De prachtige landschappelijke ligging

Helder ervaren

van de gemeente aan drie kusten is een

bewoners en

unieke troef, waar nog niet altijd

bezoekers de unieke

voldoende gebruik van gemaakt wordt.

ligging aan drie

Daarom wordt gekozen om de ligging

kusten.

van de gemeente aan deze drie kusten (Noordzee, Marsdiep en Waddenzee) te omarmen en zoveel mogelijk te versterken.

Door multifunctioneel gebruik van de Helderse Zeewering wordt ernaar gestreefd om de dijk meer onderdeel van de stad te laten zijn.

In 2050 is Den Helder de poort naar het Waddengebied geworden.

Den Helder richt haar ontwikkelingen op de aantrekkelijke kustlandschappen, uiteraard met inachtneming van huidige functies als primaire waterkering en Natura-2000 gebied. Den Helder zoekt actief naar mogelijkheden om Den Helder en Julianadorp beter met de kust te verbinden, bijvoorbeeld door: - te investeren in nieuwe verbindingen - het verbreden van de kust- en duinlandschappen - de inzet op het mogelijk maken van multifunctioneel gebruik van de Helderse Zeewering, als toekomstbestendige klimaatdijk én nieuwe, unieke woonomgeving. Zie voorgaande, en: In Julianadorp kan de aansluiting van het dorp met de duinen verder versterkt kan worden met een verbreding van het duinlandschap. Om deze reden wordt door de gemeente in samenwerking met Woningstichting Den Helder/Helder Vastgoed B.V. en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) een innovatief plan uitgewerkt om een versterking en verbreding van deze dijk (met het oog op toekomstige zeespiegelstijging) te combineren met wonen aan de binnenzijde van de dijk, waarmee de stad opnieuw verbonden wordt met het Marsdiep en een uniek woonmilieu zal gaan ontstaan. Den Helder werkt actief samen met andere Waddengemeenten om door ontwikkeling de huidige waarde van het Waddengebied in 2050 te kunnen

Leg duidelijker de link tussen het uitgangspunt en visie/beleid. Het geformuleerde beleid gaat ook over waterveiligheid en natuur. Advies: neem natuur en biodiversiteit mee in een centraal uitgangspunt.

Het doel kan met het geformuleerde beleid gehaald worden.

Het doel kan met het geformuleerde beleid gehaald worden.

Het beleid maakt niet duidelijk hoe Den Helder de poort naar de Waddenzee wordt en hoe de waarden van de Waddenzee in

64/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Centrale

Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten

8. De gemeente Den

De open landschappen van Den Helder

Helder behoudt en

worden in stand gehouden en daarmee

versterkt haar

wordt ook direct expliciet de keuze

kenmerkende open

gemaakt om Julianadorp en Huisduinen

landschappen en

zich in de toekomst verder te laten

Huisduinen,

ontwikkelen als aparte kernen binnen de

Julianadorp en Den

gemeente, passend bij het karakter dat

Helder ontwikkelen

beiden op dit moment hebben en in de

zich daarbinnen verder

deelvisies voor Huisduinen en

als aparte kernen. De

Julianadorp wordt geschetst.

borgen en waar mogelijk verder te versterken.

2050 geborgd en waar mogelijk versterkt worden.

Nieuwe woningbouwontwikkelingen worden in principe binnen het stedelijk gebied gerealiseerd, zodat deze ook bijdragen aan de huidige voorzieningen. Slechts wanneer binnenstedelijk geen ontwikkelruimte beschikbaar meer is kan worden gekozen voor ontwikkeling aan de rand van de kernen.

Het doel kan met het geformuleerde beleid gehaald worden.

Beleid in thematische uitwerking.

Het doel kan met het geformuleerde beleid gehaald worden.

stad Den Helder kenmerkt zich door de

De keuze om de Koegraspolder en

open ruimten tussen

Huisduinerpolder open te houden

de stadsdelen en de

betekent ook dat er ruimte blijft voor

wijken Binnen de

agrarisch gebruik.

Linie, Nieuw Den Helder en De Schooten hebben een onderscheidend karakter.

In deze visie wordt ingezet op het versterken van verbindingen tussen de

65/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Centrale

Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten Advies: Geef aan hoe verbindingen versterkt worden (en sociaal veilig gemaakt worden).

verschillende wijken door de groene, open ruimtes in de stad, zodat er levendige en sociaal veilige verbindingen tussen de wijken liggen en het groen aantrekkelijker wordt om te gebruiken. 9. Stadshart en

De ingezette ontwikkeling voor het

Willemsoord

Stadshart en Willemsoord wordt verder

ontwikkelen zich

uitgevoerd met het doel om het centrum

verder richting één

van Den Helder een aantrekkelijk

samenhangend en

visitekaartje te laten zijn voor bewoners,

complementair

ondernemers en bezoekers.

centrumgebied voor

Ook op Willemsoord zelf kan nog meer

gemeente en regio.

geprofiteerd worden van de historische

Hierbinnen wordt gestreefd naar sterke voorzieningen op het gebied van cultuur, detailhandel en horeca. De samenhang tussen beide gebieden wordt verder versterkt, zodat beide gebieden op termijn als één complementair centrum beleefd worden. Dit kan bijvoorbeeld door Willemsoord en Stadshart verder te verbinden aan De Stelling en alle toeristische voorzieningen daarbinnen.

Advies: Maak het beleid concreter. Waarom is een samenhangend centrumgebied aantrekkelijker voor bewoners? Vertaal de visie die voor Willemsoord benoemd wordt ook in concreet beleid. Hoe draagt het verbinden met De Stelling bij aan de samenhang tussen Stadshart en Willemsoord?

omgeving, de aanwezige recreatiejachthaven en nabijheid van Noordzee en Waddenzee. 10. Den Helder omarmt

Den Helder maakt de keuze om De

de Stelling Den Helder

Stelling te erkennen als een hart van de

en ontwikkelt dit

stad en verder te ontwikkelen tot een

gebied verder tot de

prettig, aaneengesloten gebied.

trotse voorkant van de stad.

Het karakter van het militair cultuurhistorisch erfgoed en het aanwezige groen wordt behouden, zichtbaar gemaakt en waar mogelijk verder versterkt.

Het doel kan met het geformuleerde beleid gehaald worden.

Den Helder zet in op het beleefbaar maken van De Stelling door middel van één aaneengesloten wandel-, fiets- en vaarroute, het zogeheten ‘Rondje Stelling’.

66/196

Kenmerk Centrale

R001-1288438NDF-V02-evm-NL Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten Langs de randen van het linielandschap van De Stelling zijn op dit moment een aantal locaties die weinig kwaliteit bieden en/of weinig gebruikswaarde voor de inwoners hebben. Dit biedt

Op veel plaatsen is het mogelijk om deze wijken [Stad binnen de Linie, Nieuw Den Helder en De Schooten, red.] meer aan De Stelling te koppelen, bijvoorbeeld door het realiseren van nieuwe functies en woningen aan de rand van De Stelling.

Het doel kan met het geformuleerde beleid gehaald worden.

mogelijkheden om een aantrekkelijke voorkant aan De Stelling te realiseren en bij te dragen aan het groen en de verbindingen in het gebied. Hiermee wordt De Stelling een aantrekkelijker gebied om aan te wonen vanuit de omliggende wijken en zal De Stelling zich tot een trotse voorkant van de stad gaan ontwikkelen.

67/196

Kenmerk

5.3

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Ontwerpstap van voorontwerp naar ontwerp omgevingsvisie

De gemeente heeft in de stap van voorontwerp naar ontwerp de omgevingsvisie aangepast op grond van de adviezen uit paragraaf 5.2.2 en 5.3.1. De gemeente beschrijft wat de overwegingen daarbij waren, en wat de aanpassingen op hoofdlijnen inhouden als volgt: Bij de verwerking van de adviezen op het voorontwerp van de omgevingsvisie is op twee zaken gefocust: het meenemen van milieubelangen door zoveel mogelijk adviezen bij de effectbeoordeling een plaats te geven in de ontwerp omgevingsvisie en het aanscherpen van het doelbereik door de adviezen op dit gebied te verwerken. Op het gebied van synergie kwamen weinig verbeterpunten naar voren, dus hier is in de ontwerpstap minder aandacht voor geweest. Voor het verwerken van de adviezen op de effectbeoordeling is intern met inhoudelijke specialisten afgestemd op welke vlakken de adviezen (deels) verwerkt konden worden. Waar de adviezen aansloten bij de doelen en het beleid in de visie is hier aansluiting op gezocht. Bij een aantal adviezen erkennen wij de meerwaarde van het advies, maar past de verwerking niet direct bij het beleid dat ingezet wordt om de doelen in deze visie te behalen. In deze gevallen hebben we gekozen om aan te geven dat waarde wordt gehecht aan wat in het advies wordt aangedragen en dat we hier positief tegenover staan, zonder een koppeling te maken met een beleidsmatige doorvertaling.

De aanbeveling over het opstellen van cultuurhistorische waarden in deze omgevingsvisie hebben we niet verwerkt aangezien deze niet past binnen de opzet van deze omgevingsvisie. We gaan nader bekijken of dit een plek kan krijgen in een ander instrument, zoals het omgevingsplan, een omgevingsprogramma of beleidsregels met betrekking tot omgevingskwaliteit. Bij het verwerken van de adviezen op het doelbereik is vooral gefocust op omissies en onduidelijkheden in de bestaande teksten. Op een aantal vlakken kwam uit de aanbevelingen duidelijk naar voren dat het beleid bij de gestelde doelen onvoldoende concreet was. In veruit de meeste gevallen is er wel sprake van achterliggend beleid, maar kwam dat in het voorontwerp van de omgevingsvisie nog onvoldoende (concreet) naar voren. In de ontwerpstap is gefocust op het concretiseren van beleid, met name op de onderdelen waar sprake was van een ondermaatse beleidsmatige onderbouwing van de gestelde doelen, zoals bij de uitgangspunten over de aantrekkelijkheid voor inwoners, bezoekers en bedrijven/ondernemers en de haven als rode draad voor Den Helder. Op een aantal plaatsen is ook de opzet van de tekst wat aangepast, zodat alinea’s met min of meer gelijke doelen en beleidsmatige uitwerkingen zijn samengevoegd. Ook is scherper onderscheid gemaakt tussen inleidende alinea’s en inhoudelijke alinea’s.

Parallel met het verwerken van de adviezen op de effectbeoordeling (zie vorige alinea) is ingebracht wat past binnen de visie van de gemeente Den Helder en beleidsmatige uitwerking heeft/gaat krijgen. De hiernavolgende hoofdstukken 6, 7 en 8 beginnen steeds met een inleiding, waarin staat beschreven hoe bovenstaande ontwerpstap van de gemeente is meegenomen om te komen tot de bepaling en beoordeling van effecten, doelbereik en synergie en strijdigheden.

68/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

6 Effecten ontwerp omgevingsvisie In dit hoofdstuk worden de effecten van de ontwerp omgevingsvisie beschreven en beoordeeld, conform het beoordelingskader uit paragraaf 4.1.

6.1

Inleiding

Na de ontwerpstap van voorontwerp naar ontwerp (zie hoofdstuk 5) is voor dit MER nagegaan waar aanvullingen en aanpassingen zijn doorgevoerd, en is - in samenhang - nagegaan welke invloed die hebben op de effectbeoordeling van het ontwerp. Waar nodig is de effectbeoordeling van het voorontwerp aangepast. De effectbeoordeling voor het ontwerp is opgenomen in de paragrafen 6.2 t/m 6.12. In de subparagrafen waarin de effecten per thema worden samengevat is - waar relevant - in een blauw kader een aanbeveling voor het vervolg opgenomen. In paragraaf 6.13 is een overzichtstabel opgenomen waarin alle beoordelingen voor alle indicatoren zijn opgenomen. Onder de tabel is een toelichting opgenomen voor de gevallen waar de omgevingsvisie dusdanig is aangescherpt of aangevuld dat er minder negatieve effecten verwacht worden.

6.2

Bodem en water

6.2.1 Bodemkwaliteit 6.2.1.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling bodemkwaliteit Huidige situatie Waar bodemverontreiniging uit het verleden bepaalde functies onmogelijk heeft gemaakt, is de afgelopen jaren veel werk gemaakt van bodemsanering. In Noord-Holland is de bodemkwaliteit nu bijna overal op orde. Er zijn geen acute gezondheids- of ecologische aandachtspunten meer. Alle spoedeisende verontreinigingen met humane risico’s zijn al voor 2015 gesaneerd, of er zijn maatregelen genomen waarmee de situatie wordt beheerst. In de periode 2016 – 2020 zijn in de gemeente Den Helder de destijds zes resterende locaties (humane spoedlocaties met een destijds beheerst restrisico, en spoedlocaties met verspreidings- of ecologische risico’s) aangepakt, conform het Provinciaal Uitvoeringsprogramma Bodemconvenant 2016 – 2020. Ondanks dat er geen acute gezondheids- of ecologische aandachtpunten meer zijn, zijn er nog wel gebieden die verdacht zijn op het voorkomen van bodemverontreiniging (zie figuur 6.1). Het zijn gebieden waar uit eerder (bodem)onderzoek is gebleken dat er een (mogelijke) verontreiniging aanwezig is. Ook kan overal sprake zijn van diffuse verontreiniging als gevolg van bijvoorbeeld PFAS.

69/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Figuur 6.1 Indicatie van verdachte locaties voor bodemverontreiniging in Den Helder (de groene vlakken). De zwarte lijnen zijn de begrenzingen van wijken (bron: omgevingsvisie Den Helder, onderdeel Verkenningen)

Binnen de verdachte locaties is in figuur 6.2 de status van de gebieden aangegeven. Daarin is onderscheid te maken in gebieden met restverontreiniging, gebieden waar een saneringsevaluatie opgesteld moet worden, gebieden waar sanering gestart wordt, gebieden waar nader onderzoek gedaan wordt, gebieden waar gemonitord wordt en gebieden waarvoor een saneringsplan wordt opgesteld.

70/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Figuur 6.2 Status van verdachte locaties voor bodemverontreiniging in Den Helder

Door het oorlogsverleden liggen er op sommige plaatsen in Den Helder mogelijk nog niet gesprongen explosieven in de bodem. Waar dit het geval kan zijn, worden strengere eisen gesteld aan activiteiten op en in de bodem, zoals graafwerkzaamheden. Omdat er geen acute saneringsopgaven meer zijn, maar nog wel aandachtsgebieden, wordt de huidige situatie van de bodemkwaliteit beoordeeld als redelijk. Autonome ontwikkeling In de autonome ontwikkeling is er aandacht voor het voorkomen van nieuwe vervuiling en verantwoord bodemgebruik. Ook wordt er bij nieuwe ontwikkelingen voor gezorgd dat de juiste functies op de juiste plek komen, door rekening te houden met de natuurlijke eigenschappen van de bodem, conform de kamerbrief Bodem en water sturend. In het kader van de aanleg van het warmtenet en overige projecten waarvoor graafwerkzaamheden nodig zijn, zal de bodem voorafgaand aan de werkzaamheden - afhankelijk van bodemkwaliteit op de betreffende locaties - gesaneerd worden. Dit leidt tot een verbetering van de bodemkwaliteit. Omdat het geen omvangrijke ontwikkelingen betreft, is de beoordeling van de autonome ontwikkeling van de bodemkwaliteit gelijk aan de huidige situatie, dus redelijk.

71/196

Kenmerk

6.2.1.2

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Effectbeoordeling omgevingsvisie bodemkwaliteit

In de omgevingsvisie is geen beleid opgenomen dat specifiek over bodemkwaliteit gaat. Om woningbouw op een bepaalde locatie mogelijk te maken, is een bij de functie passende bodemkwaliteit een randvoorwaarde. Zo nodig moet de bodem voorafgaand aan de bouw gesaneerd worden. De gebieden die in beeld zijn voor woningbouw betreffen grotendeels de verdachte gebieden uit figuur 6.1. Daarom is het aannemelijk dat voor veel nieuwe woningbouwprojecten de bodem gesaneerd zal worden, voorafgaand aan de bouw. Daardoor verbetert de bodemkwaliteit. Ook voor maatregelen in het kader van klimaatadaptatie en de energietransitie, zoals de aanleg van waterbergingsgebieden en aanpassingen aan het elektriciteitsnetwerk, is het aannemelijk dat graafwerkzaamheden op verdachte locaties nodig zijn. Ook voor die maatregelen is het daarom aannemelijk dat voorafgaand aan de uitvoering de bodem gesaneerd moet worden. Daardoor verbetert de bodemkwaliteit. Vanwege de verwachting dat in veel gevallen bodemsanering nodig zal zijn om ontwikkelingen op verdachte locaties conform de omgevingsvisie mogelijk te maken, wordt het effect van de omgevingsvisie op de bodemkwaliteit beoordeeld als positief.

6.2.2 Ondergronds ruimtegebruik 6.2.2.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling ondergronds ruimtegebruik Huidige situatie Net als in alle bebouwde gebieden liggen in Den Helder in de ondergrond kabels en leidingen, ondergrondse parkeergarages, kelders, systemen voor koude-warmteopslag, tunnels en ondergrondse containers. Door de ruime opzet van Den Helder is de ondergrond nog grotendeels ongebruikt, en liggen hier kansen om in de toekomst in te zetten op duurzaam ondergronds ruimtegebruik. Maar met name in de wijk Stad binnen de Linie in Den Helder is wel sprake van een grote hoeveelheid functies in de ondergrond, waardoor de resterende ondergrondse ruimte hier beperkt is. De beoordeling van de huidige situatie is daarom redelijk. Autonome ontwikkeling Door de intensivering van het ruimtegebruik boven de grond, worden naar verwachting in de autonome ontwikkeling steeds meer nieuwe functies in de ondergrond toegevoegd. In Den Helder betreft het bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet in het kader van de energietransitie. Het gebruik van de ondergrond wordt daardoor intensiever. Met name in Stad binnen de Linie neemt de druk op de beschikbare ruimte in de ondergrond verder toe. De beoordeling van de intensiviteit van het gebruik van de ondergrond in de autonome ontwikkeling is daarom slecht. 6.2.2.2

Effectbeoordeling omgevingsvisie ondergronds ruimtegebruik

Door de klimaatadaptatie conform de omgevingsvisie neemt de druk op de ruimte in de ondergrond toe, naast de toch al toenemende druk vanuit de energietransitie (als onderdeel van de autonome ontwikkeling), waardoor er bijvoorbeeld leidingen bijkomen voor warmtetransport.

72/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Vanuit klimaatadaptatie is er bijvoorbeeld behoefte aan groeiruimte voor bomen en ruimte voor waterberging. Ook woningbouw legt beslag op de ondergrondse ruimte. De verwachting is daardoor dat door ontwikkelingen die de omgevingsvisie mogelijk maakt, de ondergrond intensiever gebruikt zal worden. Dit is negatief. Maar in de omgevingsvisie is aangegeven dat de gemeente waar sprake is van een grote druk op de beschikbare ruimte in de ondergrond zoekt naar slimme combinaties om zoveel mogelijk functies ruimte te geven in de beschikbare ondergrondse ruimte. En dat waar desondanks toch knelpunten ontstaan prioriteiten aangegeven worden. Aangenomen mag worden dat daarbij de kamerbrief Water en bodem sturend als uitgangspunt wordt genomen. Enerzijds zal de druk om de ondergrond dus toenemen (wat negatief is), anderzijds mag verwacht worden dat dit zal gebeuren op een toekomstbestendige wijze waarmee ruimte effectief gebruikt zal worden en functies gecombineerd worden, waardoor juist ruimte gespaard wordt. Omdat de omgevingsvisie wel een aanzet geeft tot een duurzaam gebruik van de ondergrond, maar nog geen concreet beleid bevat, wordt het effect van de omgevingsvisie t.a.v. het gebruik van de ondergrond (ten opzichte van de autonome ontwikkeling) beoordeeld als beperkt. 6.2.3 6.2.3.1

Waterkwaliteit Huidige situatie en autonome ontwikkeling waterkwaliteit

Huidige situatie De huidige situatie van de waterkwaliteit is slecht. Dit geldt zowel voor grondwater als voor oppervlaktewater. Dit geldt niet specifiek voor Den Helder, maar is een landelijk probleem. In het agrarisch gebied wordt de waterkwaliteit bedreigd door het gebruik van landbouwpesticiden, bemesting en bemaling. In het stedelijk gebied van Den Helder wordt de waterkwaliteit bedreigd doordat de capaciteit van het riool onder druk staat. Bij extreme neerslag blijven hemelwater en rioolwater dan niet gescheiden, waardoor vervuiling in het grond- en oppervlaktewater kan komen. De beoordeling van de huidige situatie voor de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater is slecht. Autonone ontwikkeling In de autonome ontwikkeling worden maatregelen getroffen in het kader van de Kaderrichtlijn Water, waardoor de waterkwaliteit zal verbeteren. Tegelijk zal de waterkwaliteit achteruitgaan als gevolg van de klimaatverandering, met langere periodes van droogte en hogere temperaturen, wat in toenemende mate een bedreiging vormt voor de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Het niet zeker of de doelen uit de Kaderrichtlijn water gehaald zullen worden. Omdat niet duidelijk is of er voldoende maatregelen getroffen zullen worden, is de beoordeling van de autonome ontwikkeling van de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater per saldo slecht.

73/196

Kenmerk

6.2.3.2

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Effectbeoordeling omgevingsvisie waterkwaliteit

De omgevingsvisie zet in op verbetering van de waterkwaliteit van grond- en oppervlaktewater door in het stedelijk gebied in te zetten op het scheiden van rioolsystemen voor afvalwater en hemelwater. In het agrarisch gebied wordt de transitie naar meer duurzame landbouw gestimuleerd, waarbij geen of minder pesticiden worden gebruikt. Ook worden er maatregelen getroffen in het kader van klimaatadaptatie die gunstig zijn voor de waterkwaliteit. Het betreft het verbreden van de duinenrij (agrarisch gebied wordt omgezet in natuur), de voorgenomen aanleg van waterbergingsgebieden (waardoor het riool beter functioneert) en vergroening. Ook is het voornemen om op verschillende plekken in de gemeente natuurvriendelijke oevers aan te leggen. Ook deze maatregel is gunstig voor de waterkwaliteit. Het effect van de omgevingsvisie op de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater wordt daarom beoordeeld als positief. 6.2.4

Verzilting

6.2.4.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling verzilting Huidige situatie Verzilting vormt een bedreiging voor de bollensector in de Koegraspolder, maar ook voor de natuur en het groen in de gemeente. In de huidige situatie heeft de bollenteelt in de Koegraspolder al last van verzilting, gedurende warme, droge periodes. Ook op plaatsen waar de ondoorlatende laag in de ondergrond doorboord is, zoals in Julianadorp, zijn problemen met verzilting. Dit kan hersteld worden door de bodem door te spoelen en de ondoorlatende laag te herstellen. De huidige situatie wordt als slecht beoordeeld. Autonome ontwikkeling Een belangrijk vraagstuk voor de toekomst is de beschikbaarheid van voldoende, kwalitatief goed water voor de agrarische sector. Verzilting is een grote bedreiging voor de bollensector in de Koegraspolder. Indien in de toekomst vaker sprake zal zijn van warme, droge periodes als gevolg van klimaatverandering wordt het aanwezige risico op verzilting vergroot, doordat de hoeveelheid zoet grondwater en zoet oppervlaktewater afneemt bij droogte. Ook een stijging van de zeespiegel geeft extra risico’s op verzilting, doordat de kweldruk vanonder de duinen hierdoor groter wordt In de autonome ontwikkeling zal conform landelijk beleid het grondwaterpeil niet verder verlaagd worden in het landelijk gebied, wat gunstig is voor het tegengaan van verzilting.

Maar de gevolgen van klimaatverandering en zeespiegelstijging zullen naar verwachting negatief zijn. De situatie in de autonome ontwikkeling wordt daarom eveneens als slecht beoordeeld. 6.2.4.2 Effectbeoordeling omgevingsvisie verzilting Met het verbreden van de binnenduinrand conform de omgevingsvisie wordt de verzilting als gevolg van kweldruk deels tegengegaan, doordat hiermee meer regenwater in de bodem wordt vastgehouden waardoor de zoetwaterbel in de bodem gevoed wordt.

74/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

In de omgevingsvisie is aangegeven dat er daarnaast rekening mee gehouden moet worden dat op termijn aanvullende maatregelen nodig zijn om de toekomst van de bollensector te bestendigen of in ieder geval te verlengen. Een van de oplossingsrichtingen is dan het vasthouden van extra oppervlaktewater in de polder, bijvoorbeeld in de vorm van grootschalige waterberging. Door de hoeveelheid oppervlaktewater te vergroten neemt het risico op verzilting en watertekort als gevolg van droogte af. Het effect van de omgevingsvisie op het zoutgehalte van het grondwater en de diepte van het zoute grondwater wordt als positief beoordeeld. 6.2.5

Samenvatting resultaten

Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Bodemkwaliteit

Redelijk

Redelijk

Ondergronds ruimtegebruik

Redelijk

Slecht

Waterkwaliteit

Slecht

Slecht

Verzilting

Slecht

Slecht

6.3

Natuur

6.3.1

Natura 2000-gebieden

Invloed Omgevingsvisie

6.3.1.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling Natura 2000-gebieden Huidige situatie In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, waarvan er drie geheel of gedeeltelijk in de gemeente Den Helder liggen. Het gaat om de gebieden Noordzeekustzone, Waddenzee en Duinen Den Helder–Callantsoog. Op grotere afstand ligt het Natura 2000-gebied Duinen en Lage Land Texel (zie figuur 6.3). Hieronder volgt een gebiedsbeschrijving waarin wordt ingegaan op de natuurlijke kenmerken van de gebieden en de stikstofgevoeligheid van de Natura 2000-gebieden. De beschrijvingen zijn overgenomen uit de AERIUS-monitor 2022. Overbelasting met stikstof is in de huidige situatie een groot probleem in veel Natura2000-gebieden. Er worden zowel in de Natura 2000 beheerplannen als landelijk maatregelen getroffen om te kunnen voldoen aan de Europese regelgeving.

75/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Figuur 6.3. Natura 2000-gebieden gemeente Den Helder en omgeving

Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog Het gebied Duinen Den Helder-Callantsoog bestaat van noord naar zuid uit de Grafelijkheidsduinen, Donkere Duinen, Noordduinen en enkele nollenterreintjes en het Kooibosch ten oosten van Callantsoog. Het noordelijk deel en de nollen zijn restanten van voormalige eilanden. In het noordelijk deel verandert het landschap van west naar oost van de zeereepduinen via een sterk geaccidenteerd landschap met valleicomplexen naar een bosrijke binnenduinrand. Over een groot deel van de duinen ontbreekt een binnenduinrand, hierdoor is een abrupte hoge steile overgang van duinen naar polders aanwezig. In het Natura 2000-gebied zijn uitsluitend instandhoudingsdoelstellingen voor habitattypen geformuleerd. Habitattypen kunnen met name worden beïnvloed wanneer sprake is van stikstofdepositie of oppervlakteverlies. Er zijn dus geen soorten met een instandhoudingsdoelstelling. Wel kunnen typische soorten (een kwaliteitsindicator voor habitattypen) worden verstoord of kan leefgebied verdwijnen. De habitattypen zijn vrijwel allemaal stikstofgevoelig, waarbij voor de meeste habitattypen geldt dat de kritische depositiewaarde wordt overschreden. De opbouw van de achtergronddepositie (de reeds aanwezige depositie) in het meest recente meetjaar 2019 komt voornamelijk uit het buitenland (50,5 %).

Hierna komt de hoogste depositie uit de landbouwsector (24,3 %), gevolgd door overige sectoren (8,5 %), scheepvaart (7,6 %), wegverkeer (4,6 %), industrie (2,5 %) en tot slot vervoer en overig verkeer (1,9 %).

76/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Natura 2000-gebied Noordzeekustzone Het zandige kustgebied langs de Noordzee bestaat uit kustwateren, ondiepten, enkele zandbanken (onder andere Noorderhaaks) en de stranden van de Waddeneilanden. In de gemeente Den Helder loopt de grens van het Natura 2000-gebied op de LAT-lijn (lowest astronomical tide). Het gebied is aangewezen als Vogel- en Habitatrichtlijngebied. De instandhoudingsdoelstellingen voor vogels betreft zowel broedvogels als niet-broedvogels. De meest nabijgelegen stikstofgevoelige delen van dit Natura 2000-gebied zijn gelegen op het strand nabij Julianadorp. De kritische depositiewaarde (KDW) van deze habitattypen is op moment van schrijven niet overbelast. De dichtstbijzijnde overbelastte habitattypen zijn gelegen bij Texel. De herkomst van stikstofdepositie in het gebied in 2019 is met name uit het buitenland (49,2 %), gevolgd door de landbouwsector (30,6 %), overige sectoren (7,9 %), scheepvaart (5,7 %), wegverkeer (3,3 %), industrie (2,1 %) en tot slot vervoer en overig verkeer (1,2 %). Natura 2000-gebied Waddenzee De Waddenzee bestaat uit een complex van diepe geulen en ondiep water met zand- en slibbanken, waarvan grote delen bij eb droogvallen. Deze banken worden doorsneden door een fijn vertakt stelsel van geulen.

Langs het vasteland en de eilanden liggen verspreid kweldergebieden, die door grote verschillen in vocht- en zoutgehalte bijdragen aan een zeer diverse flora en vegetatie. Het gebied is aangewezen als Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Het gebied is van waarde voor zowel broedvogels als niet-broedvogels (winter- en trekvogels), waarbij met name voor de laatste groep het Balgzand een belangrijk gebied is om te foerageren bij laagwater. In het gebied zijn hoogwatervluchtplaatsen slechts beperkt aanwezig. Verstoring in de gevoelige periode van deze soorten gedurende hoogwater kan daardoor significante gevolgen hebben. De meest nabijgelegen (stikstofgevoelige) habitattypen zijn de schorren en zilte graslanden van het Balgzand. Deze zijn op moment van schrijven niet overbelast. De dichtstbijzijnde overbelastte habitattypen zijn gelegen bij Texel. Vanwege de overschrijding van kritische depositiewaarden voor stikstof in Duinen Den HelderCallantsoog is de beoordeling van de staat van instandhouding van Natura 2000-gebieden in de huidige situatie slecht. Autonome ontwikkeling In de autonome ontwikkeling worden landelijk (aanvullende) maatregelen getroffen om de uitstoot van stikstof te verminderen, zodanig dat de kritische depositiewaarden voor stikstof in Natura 2000-gebieden niet meer worden overschreden.

Ook zal de kwaliteit van de Natura 2000gebieden verbeteren als gevolg van de uitvoering van de Natura 2000 beheerplannen, die voor ieder gebied zijn opgesteld. Ook als gevolg van de energietransitie zal het stikstofgehalte in de lucht - en daarmee de depositie van stikstof - dalen. Er is strenge regelgeving om de uitstoot van stikstof te beperken. Ook tijdelijke uitstoot van stikstof is niet meer toegestaan als dit negatieve gevolgen heeft voor Natura-2000 gebieden. Dit is gunstig voor de staat van instandhouding van de Duinen Den Helder - Callantsoog.

77/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

De beoordeling voor de autonome ontwikkeling voor de staat van instandhouding van Natura 2000-gebieden is redelijk. 6.3.1.2

Effectbeoordeling omgevingsvisie Natura 2000-gebieden

De omgevingsvisie zet in op de bouw van 1500 nieuwe (gasloze) woningen, en het (binnen de bestaande bedrijfs- en industrieterreinen waaronder de civiele zeehaven en marinehaven) creëren van ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Vanwege de strenge regelgeving zal dit zowel voor de uitvoeringfase als voor de gebruiksfase niet leiden tot meer uitstoot van stikstof, voor zover dit negatieve gevolgen zou hebben voor Natura 2000-gebieden. Uitstoot van stikstof wordt tegengegaan doordat de woningen gasloos worden aangelegd en waar nodig door de inzet van duurzame mobiliteit. De uitstoot van stikstof tijdens de bouw kan worden tegengegaan door inzet van elektrisch materieel. De omgevingsvisie kan een toename van de recreatiedruk op natuurgebieden als gevolg hebben, bijvoorbeeld als gevolg van de woningbouw bij Juliandorp. Omdat er ook maatregelen getroffen worden om de recreatiedruk te verminderen, door onder andere tussen Julianadorp en het Natura 2000-gebied de duinenrij te verbreden en daarmee een nieuw natuurgebied te realiseren, heeft de voorziene woningbouw naar verwachting per saldo geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied. Door bovendien doorgaand verkeer van de kustweg te weren en overige recreatievoorzieningen elders binnen de gemeente aan te leggen, zal de recreatiedruk op de Duinen Den Helder - Callantsoog naar verwachting netto afnemen.

In de omgevingsvisie is bovendien opgenomen dat de mogelijkheden om buffergebieden rondom beschermde natuurgebieden te realiseren worden onderzocht, bijvoorbeeld door middel van natuur- en landschapsontwikkeling in de binnenduinrand. Ook is in de omgevingsvisie opgenomen dat verstoring van beschermde natuurgebieden door invloeden van buitenaf, bijvoorbeeld in de vorm van licht, geluid, trillingen of recreatiedruk wordt voorkomen. Het kan bijvoorbeeld gaan om het voorkomen van trillingen vanuit de haven voor 't Kuitje op het Balgzand, waarvoor bekend is dat daar regelmatig zeehonden rusten. Zeehonden zijn zeer gevoelig voor trillingen. Voor de Waddenzee geldt dat de ontwikkeling van de haven en de verplaatsing van zwaardere bedrijvigheid naar terreinen grenzend aan de Waddenzee (helikopterluchthaven en de bedrijventerreinen Oostoever en Kooypunt), een negatief effect kan hebben op de staat van instandhouding van de Waddenzee. Het gaat dan met name om verstoring door licht, trillingen en geluid. Voor licht is in de omgevingsvisie specifiek opgenomen dat maatregelen getroffen worden om verstoring door licht in natuurgebieden te voorkomen (zie paragraaf 5.2.5).

78/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Voor het voorkomen van verstoring door geluid als gevolg van deze ontwikkeling is geen specifiek beleid opgenomen, maar ontwikkelingen in de haven zullen moeten voldoen aan de voorwaarden die gelden voor het omliggende stiltegebied (zie paragraaf 5.3.3). Er wordt voorkomen dat de geluidsbelasting op de Waddenzee, waaronder het stiltegebied op enkele kilometers buiten de haven van Den Helder, extra toeneemt. Daarnaast is in de omgevingsvisie opgenomen dat bufferzones rondom natuurgebieden gecreëerd worden. Naar verwachting heeft de omgevingsvisie geen effect op Natura 2000-gebied de Noordzee, omdat geen beleid is opgenomen waardoor veranderingen op de Noordzee te verwachten zijn. Uit bovenstaande volgt dat Natura 2000-gebieden goed zijn beschermd en dat in de omgevingsvisie beleid is opgenomen om negatieve effecten tegen te gaan. Omdat de druk op de natuur per saldo toch zal toenemen, als gevolg van meer woningen en meer bedrijvigheid, is het effect van de omgevingsvisie op de staat van instandhouding van Natura 2000-gebieden beperkt. 6.3.2

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

6.3.2.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling Natuurnetwerk Nederland Huidige situatie Areaal NNN In figuur 6.4 zijn de NNN-gebieden opgenomen die in Den Helder zijn aangewezen. Dit zijn (met uitzondering van de Natura 2000-gebieden): • • •

Huisduinerpolder Mariëndal De Nollen

• •

Balgzand Streepjesberg

In figuur 6.4 is ook aangegeven welke NNN-gebieden in de huidige situatie al gerealiseerd zijn (groen), welke gebieden al zijn aangekocht maar nog niet zijn ingericht (oranje) en welke gebieden nog niet beschikbaar zijn, maar wel die wel als NNN zijn aangewezen (rood). De rode gebieden zijn van noord naar zuid: Huisduinerpolder en Streepjesberg. De provincie NoordHolland staat samen met diverse partners voor de taak om het NNN in 2027 af te ronden. Voor Den Helder betekent dit dat de in figuur 6.4 aangegeven oranje en rode gebieden in 2027 omgevormd moeten zijn tot groene gebieden. In de huidige situatie is al een groot deel van het NNN gerealiseerd. Het gerealiseerde NNN wordt beschermd met als doel om de wezenlijke waarden van het gebied niet aan te tasten. De beoordeling van de huidige situatie voor het areaal aan NNN is goed. Kwaliteit NNN In de Huisduinerpolder en Streepjesberg ligt nog een doelstelling voor te realiseren natuur. Mariëndal en De Nollen zijn goed ontwikkelde duingebieden, waarvan de Nollen redelijk klein en geïsoleerd ligt van het grotere duinmassief.

79/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Het Balgzand betreft een stuk waardevolle Waddennatuur, waarbij de broedrots (een kunstmatig eiland) een belangrijke functie heeft als hoogwatervluchtplaats. Voor de kwaliteit van het NNN blijft het aspect stikstof buiten beschouwing, omdat dit een externe werking is, waarvoor het NNN in Noord-Holland niet beschermd is. De huidige situatie van de kwaliteit van het NNN wordt beoordeeld als redelijk. Autonome ontwikkeling Areaal NNN De autonome ontwikkeling voor het NNN is dat het gehele NNN zoals aangegeven op figuur 6.4 gerealiseerd is. De beoordeling van de autonome ontwikkeling voor het areaal aan NNN is goed. Kwaliteit NNN In de autonome ontwikkeling is te verwachten dat de kwaliteit van de NNN-gebieden verbetert als gevolg van de te verwachten landelijke aanpak van de stikstofcrisis en doordat natuurgebieden met elkaar verbonden worden. De recreatieve zonering bij Julianadorp heeft ook een positieve invloed. De autonome ontwikkeling wordt voor de kwaliteit van het NNN daarom beoordeeld als redelijk.

80/196

Kenmerk

Groen : Oranje: Rood:

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

NNN is gerealiseerd NNN-grond is beschikbaar, maar nog niet ingericht Als NNN-grond aangewezen, maar nog niet ingericht

Figuur 6.4 NNN-gebieden in Den Helder. De Natura 2000-gebieden maken hier onderdeel van uit (de Natura 2000gebieden op zee zijn hier niet aangegeven)

81/196

Kenmerk

6.3.2.2

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Effectbeoordeling omgevingsvisie NNN

Areaal NNN Het areaal aan NNN wordt als gevolg van de omgevingsvisie verder vergroot.8 Het betreft verbreding van de binnenduinrand, grenzend aan het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder Callantsoog. Landbouwgrond en sportvelden worden omgezet in natuur. De verbreding dient als buffer voor de kwetsbare natuur van de eerste duinenrij. Naast de verbreding van de duinenrij worden natuur en gebieden voor recreatie ruimtelijk gescheiden, waardoor de recreatiedruk op de nieuwe natuur beperkt blijft. De recreatiedruk wordt bovendien verminderd door alternatieve recreatiemogelijkheden elders in de gemeente te ontwikkelen. De verbreding van de duinenrij levert dus extra areaal aan NNN-gebied op, en versterkt de kwaliteit van het bestaande (naastliggende) natura 2000-gebied. De beoordeling van het effect van de omgevingsvisie op het areaal aan NNN-gebied is positief. Kwaliteit NNN De ontwikkeling die van invloed kan zijn op de kwaliteit van de NNN-gebieden Mariëndal en De Nollen betreft woningbouw. Aan de westrand van Nieuw Den Helder ligt een zoekgebied voor woningbouw dat grenst aan het NNN-gebied Mariëndal. Momenteel is dit agrarisch gebied. Omdat de rand van de stad hiermee wordt ‘rechtgetrokken’, en een onbebouwd gebied wordt opgevuld, zal dit geen wezenlijk effect op het NNN-gebied hebben. Ten noorden van het NNN-gebied De Nollen ligt een volkstuinencomplex.

Een gedeelte daarvan is in de omgevingsvisie aangewezen als zoeklocatie voor woningbouw. Omdat Het Nollenlandschap al ingeklemd ligt tussen De Schooten en Nieuw Den Helder, heeft dit – gezien de toch al geïsoleerde ligging - mogelijk negatieve gevolgen op de samenhang van het NNN-gebied met andere NNN-gebieden. Er is een toename van de recreatiedruk te verwachten als gevolg van woningbouw. Maar doordat natuurgebieden en gebieden voor recreatie ruimtelijk gescheiden worden, blijft de recreatiedruk op de (nieuwe) natuur beperkt. De recreatiedruk wordt bovendien verminderd door alternatieve recreatiemogelijkheden elders in de gemeente te ontwikkelen. Netto is de verwachting dat de recreatiedruk op natuur gelijk blijft. De ontwikkeling die van invloed kan zijn op het NNN-gebied Balgzand is de ontwikkeling van het bedrijventerrein Oostoever, waardoor hier meer (zwaardere) bedrijvigheid zal komen. Te denken valt aan effecten als gevolg van geluid, licht en trillingen.

8 8

Het is nog onbekend of het toegevoegde areaal formeel de status van NNN-gebied zal krijgen, maar beheer en

onderhoud van het toegevoegde gebied zal overeenkomen met beheer en onderhoud van vergelijkbare NNNgebieden, en het betreffende gebied zal ook functioneel onderdeel uitmaken van het NNN

82/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

De oevers liggen in de huidige situatie al in industrieel gebied en er is geen verbinding of samenhang met het gebied achter de dijk van polders en akkerbouw. Afhankelijk van de daadwerkelijke industriële ontwikkeling van het gebied is mogelijk sprake van negatieve effecten op de kwaliteit van het NNN. Dit dient bij verdere planvorming zorgvuldig ingepast te worden waarbij - al dan niet door het nemen van mitigerende maatregelen - effecten op het gebied kunnen worden voorkomen.

In de omgevingsvisie is aangegeven dat de mogelijkheden om buffergebieden rondom beschermde natuurgebieden te realiseren onderzocht worden, bijvoorbeeld door middel van natuur- en landschapsontwikkeling in de binnenduinrand. Als deze buffergebieden er komen heeft dit een gunstig effect op de kwaliteit van de NNN-gebieden. Ook is aangegeven dat verstoring van beschermde natuurgebieden door invloeden van buitenaf, bijvoorbeeld in de vorm van licht, geluid, trillingen of recreatiedruk voorkomen wordt. De beoordeling van het effect van de omgevingsvisie op de kwaliteit van de NNN-gebieden is beperkt. 6.3.3

Biodiversiteit

6.3.3.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling biodiversiteit Huidige situatie Er zijn geen gegevens die specifiek betrekking hebben op de biodiversiteit in Den Helder. Wel is bekend dat de biodiversiteit wereldwijd in een hoog tempo afneemt. In Nederland daalde de biodiversiteit van ongeveer 40 % ten opzichte van de natuurlijke situatie in 1900 tot ongeveer 15 % in 2000 (Compendium voor de leefomgeving, www.clo.nl). De belangrijkste oorzaken van achteruitgang zijn verandering van het landgebruik, milieudruk en versnippering van ecosystemen. In vergelijking tot Europa en de rest van de wereld heeft Nederland aanzienlijk minder biodiversiteit over. In Europa als geheel resteert nog bijna de helft van de oorspronkelijke biodiversiteit. Op wereldschaal is ruim 70 % behouden gebleven. Wel neemt in Nederland de snelheid van verlies momenteel af. Ondanks het relatief grote oppervlak en de verscheidenheid aan natuur in Den Helder vanwege de duinenrij, de Noordzee en de Waddenzee, zal de biodiversiteit in Den Helder niet wezenlijk groter zijn dan elders in Nederland. Ook in Den Helder is het grootste deel van het grondgebied (op het vasteland) in cultuur gebracht, en wordt de grond gebruikt voor woningbouw of landbouw waar geen tot weinig ruimte is voor natuurlijke flora en fauna. Daarom is de beoordeling van de biodiversiteit in de huidige situatie slecht.

Autonome ontwikkeling In de strategie Klimaatadaptatie Noordkop 2021 - 2016 is het stimuleren van de toename van de biodiversiteit opgenomen als een van de klimaatadaptatie-opgaven. Dankzij het KunmingMontreal-akkoord (2022) is te verwachten dat aanvullend maatregelen getroffen gaan worden waardoor de wereldwijde achteruitgang van de biodiversiteit wordt gestopt, en de biodiversiteit weer zal toenemen.

83/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Het is te verwachten dat bij het treffen van maatregelen voor klimaatadaptatie de doelstellingen van het Kunming-Montreal-akkoord meegenomen worden. Voor Den Helder zijn nog geen specifieke maatregelen voorzien. De beoordeling van de biodiversiteit volgens de autonome ontwikkeling is redelijk, gezien de verwachting dat maatregelen getroffen zullen worden. 6.3.3.2 Effectbeoordeling omgevingsvisie biodiversiteit Biodiversiteit komt met name onder druk te staan bij intensivering van het grondgebruik, met name in het landelijk gebied, als gevolg van stedelijke ontwikkeling en de aanleg van nieuwe infrastructuur. Dit is in Den Helder volgens de omgevingsvisie niet aan de orde. Het open landschap en de bestaande natuurgebieden blijven behouden. Door het verbreden van de duinenrij wordt natuurgebied toegevoegd. Dit is gunstig voor de biodiversiteit in de omgeving. In de omgevingsvisie is bovendien aangegeven dat de mogelijkheden om buffergebieden rondom beschermde natuurgebieden te realiseren onderzocht worden, bijvoorbeeld door middel van natuur- en landschapsontwikkeling in de binnenduinrand. Ook dit is gunstig voor de biodiversiteit. In het stedelijke gebied zetten we in op versterking van de biodiversiteit, bijvoorbeeld door groen en water toe te voegen en natuurinclusief bouwen te stimuleren. Hiervoor is binnen Den Helder voldoende ruimte.

Doormiddel van ecologische verbindingen vergroten we het (potentiële) leefgebied van soorten, waardoor populaties meer levensvatbaar worden. Hiervoor zetten we in op sterke structuren van groen en water en maatregelen om veilig (hoofd)infrastructuur als wegen en het treinspoor over te steken. Met name het duingebied is gevoelig voor verstoring door stikstofdepositie, wat een grote bedreiging vormt voor de biodiversiteit. Aangezien Den Helder geen grote piekbelasters qua stikstofuitstoot kent vraagt het terugdringen van de stikstofdepositie een brede aanpak. We zetten in op een transitie naar meer duurzame mobiliteit en het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame energiebronnen. In het agrarisch gebied wordt de transitie naar meer duurzame landbouw gestimuleerd, waarbij geen of minder pesticiden worden gebruikt en kruidenrijke akkerranden voor belangrijke ecologische verbindingen kunnen vormen. Voor de woningbouw zet de omgevingsvisie voornamelijk in op inbreiding van woningbouw. In Den Helder is ruimte om ook bij inbreiding voor woningbouw rekening te houden met klimaatadaptatie, en daarmee ook met het bevorderen of in stand houden van de biodiversiteit. Er wordt dan vooral gelet op een goede verdeling tussen steden, groen en water.

De ontwikkeling van bedrijvigheid vindt plaats op de bestaande industrieterreinen en in de bestaande haven, en vormt daarmee geen extra bedreiging voor de biodiversiteit.

84/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Ook de inzet op een mooie en aantrekkelijke omgeving voor recreatie en toerisme door de aanleg van een kanoroute biedt kansen voor het vergroten van de biodiversiteit, met name indien de kanoroute natuurlijk wordt ingericht met bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers. De verstedelijking en aansluitend daarop het toenemend aantal inwoners en bezoekers kan mogelijk negatieve effecten hebben op de biodiversiteit. Ook kunnen bepaalde diersoorten (o.a. vogels en insecten) hinder ondervinden van de ontwikkelingen op het gebied van duurzame energie. De verwachting is dat het nieuwe beleid in de omgevingsvisie per saldo een positief effect heeft op de biodiversiteit binnen de gemeente. 6.3.4

Hemelhelderheid

6.3.4.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling hemelhelderheid Huidige situatie De hemelhelderheid boven Den Helder, met veel bebouwing en bedrijvigheid, is net als in de rest van Nederland slecht. Vooral vanwege de nabijheid van het Natura 2000-gebied de Waddenzee, met als een van de kernwaarden duisternis, wordt de hemelhelderheid in de huidige situatie beoordeeld als slecht. Autonome ontwikkeling Er worden voor de hemelhelderheid geen belangrijke veranderingen verwacht in de autonome ontwikkeling. Daarom is de beoordeling van de hemelhelderheid voor de autonome ontwikkeling eveneens slecht. 6.3.4.2 Effectbeoordeling omgevingsvisie hemelhelderheid De omgevingsvisie biedt ruimte voor meer woningen. Ook wordt (binnen de bestaande begrenzingen) ruimte gecreëerd voor de ontwikkeling van de haven door zwaardere (niet havengebonden) bedrijvigheid te clusteren in gebieden ten zuiden van de haven, grenzend aan de Waddenzee. Hiermee ontstaat ruimte voor nieuwe ondernemingen op de overige bedrijventerreinen en in de haven. Ook komen er meer woningen. Meer bedrijvigheid en meer woningen heeft zonder aanvullend beleid tot gevolg dat de hemelhelderheid afneemt. Juist boven de Waddenzee - waar aangrenzend zwaardere bedrijvigheid geclusterd wordt - is hemelhelderheid een belangrijke waarde die beschermd moet worden.

In de omgevingsvisie is opgenomen dat de mogelijkheden onderzocht worden om buffergebieden rondom beschermde natuurgebieden te realiseren, bijvoorbeeld door middel van natuur- en landschapsontwikkeling in de binnenduinrand. Verstoring van beschermde natuurgebieden door invloeden van buitenaf bijvoorbeeld in de vorm van licht, geluid, trillingen of recreatiedruk wordt voorkomen. Met betrekking tot het verminderen van lichtuitstoot richting de Waddenzee zijn hier afspraken over vastgelegd, waaraan Den Helder zich heeft verbonden.

85/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

De huidige lichtuitstoot is in kaart gebracht en met betrokken partijen wordt gezocht naar mogelijkheden om de lichtuitstoot richting de Waddenzee terug te dringen en de hemelhelderheid te vergroten. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt expliciet rekening gehouden met de invloed hiervan op beschermde natuurgebieden en worden negatieve invloeden voorkomen of zoveel mogelijk ingeperkt. Daarom is het effect van de omgevingsvisie op hemelhelderheid positief. 6.3.5

Samenvatting resultaten

Indicator

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Invloed voorontwerp omgevingsvisie

Natura 2000-gebieden

Slecht

Redelijk

Natuurnetwerk Nederland

Goed

Goed

Redelijk

Redelijk

Biodiversiteit

Slecht

Redelijk

Hemelhelderheid

Slecht

Slecht

(NNN), Areaal Natuurnetwerk Nederland (NNN), Kwaliteit

Aanbeveling voor het vervolg, Natura 2000-gebieden Houd bij de ontwikkeling van de haven rekening met de gevoeligheid van de zeehonden (die rusten bij ’t Kuitje) voor trillingen. Zorgvuldige inpassing kan (ook tijdelijk) effecten op Natura 2000-gebieden en NNN tot een minimum beperken.

Advies Biodiversiteit Neem beleid op voor het terugdringen van het gebruik van pesticiden en bijvoorbeeld aanleg van kruidenrijke akkerranden. Nu wordt het alleen meegenomen als onderdeel van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie.

Advies Hemelhelderheid Neem beleid om op de kernwaarde donkerte (conform de Agenda voor het Waddengebied 2050) boven de Waddenzee te beschermen

86/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

6.4

Verkeer en vervoer

6.4.1

Bereikbaarheid

6.4.1.1 Huidige situatie en autonome ontwikkeling bereikbaarheid Huidige situatie Door de ligging van Den Helder is bereikbaarheid voor verschillende vervoermiddelen niet vanzelfsprekend. Waar er juist sprake is van een strategische ligging ten opzichte van de Noordzee en Waddenzee voor de haven, betekent het feit dat de gemeente aan drie zijden wordt omringd door water dat de doorstroming van wegvervoer lastiger is. Daarbij ligt Den Helder qua afstand en reistijd verder van andere grote steden in de Randstad en Noord-Nederland dan de omringende gemeenten (met uitzondering van gemeente Texel). Voor banen, opleidingen en voorzieningen die niet in Den Helder aanwezig zijn, moet vanuit Den Helder verder en langer gereisd worden. De situatie in Den Helder is dus vrij uniek, gezien de ligging in de kop van Noord-Holland, met aan drie kanten beschermd water (Natura 2000-gebied en NNN). Daarnaast komt dat, hoewel anders ervaren, de extra reistijdminuten over een jaar als gevolg van congestie (filevorming) geen aanleiding geven tot grote infrastructurele aanpassingen: de bereikbaarheidsindicator9 voor Den Helder komt uit op 89, ten opzichte van 99 voor de Nederland. Oftewel: Den Helder scoort beter op bereikbaarheid, ofwel de hemelsbrede deur-tot-deursnelheid naar een gebied.

De ervaren bereikbaarheid (niet in cijfers te vatten) is anders: de reistijd naar Den Helder wordt als lang en langzaam ervaren, wat niet bijdraagt aan het bereikbaarheidsgevoel voor Den Helder.10 Bovendien is er binnen de gemeente (met name op de N250) sprake van filevorming en slechte doorstroming. (Vaar)wegvervoer In de huidige situatie zijn op hoofdlijnen twee routes belangrijk om via de weg in Den Helder te komen: de N9 (blauwe route, waarbij de gele route een combinatie is van N9 en N245) en de N99 (rode route), zie onderstaande figuur 6.5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1972/documents/20883