CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Milieueffectrapportage.pdf

Gemeenteraad 18 september 2023, gemeente Den HelderBij agendapunt: 16: Voorstel tot het vaststellen van de omgevingsvisie gemeente Den Helder "Koers op een sterke thuishaven"29.372 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

30/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

3 Wetgeving en beleid In dit hoofdstuk is een overzicht opgenomen van het huidige beleid en de huidige wet- en regelgeving dat relevant is voor dit MER.

3.1

Omgevingsvisie in relatie tot overig beleid

De omgevingsvisie is een beleidsdocument, waarin het integrale beleid van de gehele fysieke leefomgeving van de gehele gemeente is opgenomen. Het bestaande beleid (van voor de Omgevingswet) is overgenomen en ingepast, rekening houdend met de veranderingen en nieuw beleid als gevolg van de Omgevingswet. De nadruk bij het nieuwe beleid ligt op nieuwe ontwikkelingen zoals klimaatverandering en energietransitie. Het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving is in de omgevingsvisie per centraal uitgangspunt (de visie) uitgewerkt in doelen (de concretisering van de visie) en beleid.

3.2

Huidig beleid en huidige wet- en regelgeving

Naar verwachting wordt op 1 januari 2024 de Omgevingswet van kracht. Met de Omgevingswet wil de overheid regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De wet vervangt een deel van de huidige wetten en beleidskaders. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van het huidige beleid en de huidige wet- en regelgeving dat relevant is voor dit MER, waarbij per onderdeel de relevantie voor dit MER is aangegeven (voor zover dit specifiek is aan te geven).

31/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

4 Methodiek In dit hoofdstuk is het beoordelingskader van dit MER opgenomen (in paragraaf 4.1). In paragraaf 4.2 volgt een toelichting op alle onderdelen van het beoordelingskader. In de toelichting wordt uitgelegd waarom de gekozen thema’s behandeld worden, en waarom de bijbehorende indicatoren en beoordelingsparameters zijn gekozen. Tot slot is in paragraaf 4.3 aangegeven op welke manier de effecten van de omgevingsvisie en het doelbereik beoordeeld en in beeld worden gebracht.

4.1

Beoordelingskader effecten

In tabel 4.1 is het beoordelingskader voor dit MER opgenomen. Het beoordelingskader geeft per thema aan met welke indicatoren de effecten van de omgevingsvisie in beeld worden gebracht. Voor iedere indicator is bovendien de beoordelingsparameter opgenomen. De mate waarin een effect optreedt op een bepaalde indicator wordt afgemeten aan de hand van de beoordelingsparameter. Tabel 4.1 Beoordelingskader MER omgevingsvisie Den Helder Thema

Indicator

Beoordelingsparameter

Bodem en water

Bodemkwaliteit

Ontwikkelingen op verdachte locaties

Ondergronds ruimtegebruik

Intensiviteit gebruik ondergrond

Waterkwaliteit

Kwaliteit van grond- en oppervlaktewater

Verzilting

Zoutgehalte grondwater en diepte zout grondwater

Natura 2000-gebieden

Staat van instandhouding Natura 2000-gebieden

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Kwaliteit NNN-gebieden

Natuur

Areaal aan NNN-gebieden Biodiversiteit

Biodiversiteit buiten NNN-gebieden

Hemelhelderheid

Hemelhelderheid

Bereikbaarheid

Bereikbaarheid voor diverse vervoermiddelen

Duurzame mobiliteit

Gebruik duurzame mobiliteit

Verkeersveiligheid

Verkeersveiligheid

Verkeerslawaai

Geluidoverlast door verkeer

Industrielawaai

Geluidoverlast door bedrijven

Stiltegebieden

Geluidbelasting op stiltegebieden

Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit

Externe veiligheid

Externe veiligheid

Groepsrisico

Landschap en cultuurhistorie

Landschappelijke waarden

Kwaliteit van het landschap

Cultuurhistorische waarden

Kwaliteit van cultuurhistorische waarden

Archeologische waarden

Aantasting archeologische waarden

Aardkundige waarden

Aantasting aardkundige monumenten

Wateroverlast

Wateroverlast

Droogte

Droogte

Hittestress

Hittestress

Verkeer en vervoer

Geluid

Plaatsgebonden risico

Klimaatadaptatie

32/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Thema

Energietransitie

Wonen en vestigingsklimaat

Indicator

Beoordelingsparameter

Overstroming

Overstroming

Opgewekte duurzame energie

Aandeel opgewekte duurzame energie

Energiebesparing

Energiegebruik

Woonklimaat

Woonklimaat

Sociale veiligheid

Beleving van onveiligheid

Vestigingsklimaat voor

Aantrekkelijkheid voor (nieuwe) ondernemers

ondernemers Gezonde leefomgeving

4.2

Gezondheidsbevordering

Mate waarin omgeving uitnodigt tot gezond leven

Recreatie

Recreatiemogelijkheden

Toelichting per thema

Bodem en water Bodem en water zijn de basis van de fysieke leefomgeving. Alle ruimtelijke ontwikkelingen hebben hier invloed op. Daarom worden deze thema’s in dit MER behandeld. Bij het thema bodem gaat het om de (chemische) bodemkwaliteit en het ondergronds ruimtegebruik. Ondergronds ruimtegebruik wordt steeds intensiever, bijvoorbeeld als gevolg van maatregelen in het kader van de energietransitie. Maar het gaat ook om parkeergarages, afvalcontainers, en vele soorten kabels en leidingen. Omdat er geen beleid is waarmee keuzes voor ondergronds ruimtegebruik afgewogen kunnen worden, ontbreekt in Den Helder de regie en het overzicht van wat zich onder het oppervlak bevindt. Dit heeft als risico dat toekomstige ontwikkelingen bemoeilijkt worden. Daarom wordt hier aandacht aan besteed in dit MER. Uitgangspunt daarbij is dat ieder gebruik van de ondergrond negatief is, vanwege de intrinsieke waarde van de ondergrond en de onomkeerbaarheid van het vergraven van de ondergrond. Dit ondanks dat ondergronds ruimtegebruik ook positieve effecten kan hebben op de openbare ruimte. Ondergrondse parkeergarages en afvalcontainers geven bijvoorbeeld een fraaier beeld, en meer ruimte voor nuttige functies bovengronds. Voor het thema water gaat het om de waterkwaliteit en verzilting.

De vorm van verzilting die in Den Helder optreedt is het geleidelijk toenemen van het zoutgehalte van het grondwater door zoute kwel, waarbij zeewater via de ondergrond het land binnendringt. De kwantiteit van grond- en oppervlaktewater (en de hoeveelheid verhard oppervlak) wordt behandeld bij het thema klimaat. Indicatoren en beoordelingsparameters Het effect van de omgevingsvisie op de bodem wordt in beeld gebracht met de indicatoren bodemkwaliteit en ondergronds ruimtegebruik. De beoordelingsparameters zijn respectievelijk ontwikkelingen op verdachte locaties en intensiviteit gebruik ondergrond.

33/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Ontwikkelingen op verdachte locaties zijn positief, omdat voorafgaand aan activiteiten op of in verdachte locaties nader onderzoek gedaan moet worden en juist in deze gebieden de kans aanwezig is dat de bodem voorafgaand aan de uitvoering geschikt gemaakt moet worden voor de ontwikkeling, bijvoorbeeld door sanering. Dat is positief, omdat het milieu daardoor schoner wordt. Nieuwe bodemverontreiniging kan niet optreden vanwege de huidige strenge wetgeving. De beoordelingsparameter intensiviteit van het gebruik van de ondergrond wordt positief beoordeeld als er sprake is van een afname van de intensiviteit van het gebruik van de ondergrond, en negatief als dit toeneemt. Het effect van de omgevingsvisie op de waterkwaliteit wordt in beeld gebracht met de indicatoren kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, en verzilting. Verzilting houdt (in dit gebied) in dat het zoutgehalte van het grondwater toeneemt en de diepte van het zoute grondwater (onder het zoete grondwater) afneemt, als gevolg van zoute kwel in de ondergrond vanuit de zee. Het effect van de omgevingsvisie op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater wordt positief beoordeeld als deze verbetert, en negatief als deze verslechtert.

Het effect van de omgevingsvisie op het zoutgehalte van het grondwater wordt als positief beoordeeld als het zoutgehalte afneemt (en de diepte van het zoute grondwater toeneemt) en negatief als het zoutgehalte toeneemt (en de diepte van het zoute grondwater afneemt). Natuur Natura 2000-gebieden zijn beschermde natuurgebieden. De bescherming betreft de natuurlijke kenmerken van de gebieden. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelen vastgelegd. Het NNN is de voortzetting van de Ecologische Hoofdstructuur. Deze werd in 1990 door het Rijk op kaart ingetekend. Het NNN bestaat uit een netwerk van natuurgebieden. Het netwerk verbindt natuurgebieden, zodat het leefgebied van planten en dieren groter wordt. Planten en dieren krijgen daarmee meer kans zich te verspreiden. Dit helpt om de diversiteit aan soorten in stand te houden. Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van het NNN. In dit MER worden - om dubbeling te voorkomen - bij het bepalen van het effect van de omgevingsvisie op het NNN de Natura 2000gebieden buiten beschouwing gelaten. Het effect op Natura 2000-gebieden wordt apart beoordeeld. Inmiddels is in de provincie Noord-Holland ruim 90 % van de als NNN begrensde gebieden als natuurgebied ingericht. De provincie staat voor de taak om in 2027 het NNN af te ronden. Het netwerk beslaat dan 15 % van het oppervlak van de provincie.

Alle in 1990 begrensde gebieden zijn dan omgevormd naar natuur. De wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlak en samenhang van NNN-gebieden mogen conform de omgevingsverordening niet worden aangetast.

34/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Voor plannen buiten het NNN-gebied geldt dat de provincie Noord-Holland geen externe werking (effecten van projecten en plannen buiten het NNN op het NNN) kent voor bescherming van het NNN. In het MER wordt dit wel beoordeeld. Indicatoren en beoordelingsparameters In de passende beoordeling (zie hoofdstuk 6) wordt het effect van de omgevingsvisie op Natura 2000-gebieden beschreven. De effecten worden beoordeeld op oppervlakteverlies en externe factoren, waaronder verstoring, stikstofdepositie en waterhuishouding. Op basis hiervan wordt beoordeeld of de omgevingsvisie een positief dan wel negatief effect heeft op de staat van instandhouding (instandhoudingsdoelen) van de gebieden. Het effect van de omgevingsvisie op het NNN wordt in beeld gebracht met de beoordelingsparameter kwaliteit van het NNN. De kwaliteit van het NNN wordt – uitgaande van een goed beheer van het netwerk – voor een belangrijk deel bepaald door de activiteiten in de omgeving van het NNN. Activiteiten die het NNN verstoren door bijvoorbeeld geluid en licht zijn negatief, activiteiten die kunnen bijdragen aan de natuurwaarde zoals natuurontwikkeling en natuurinclusieve landbouw zijn positief. In Noord-Holland wordt volgens de omgevingsvisie extra areaal toegevoegd aan het NNN.5 Daarom wordt in dit MER ook getoetst aan het areaal van het NNN. Een toename is positief.

Als geen areaal wordt toegevoegd is dat neutraal. Biodiversiteit De omgevingsvisie kan invloed hebben op de biodiversiteit, bijvoorbeeld door een toename van het bebouwd gebied, wat een negatief effect heeft, of juist het bevorderen van natuurwaarden, bijvoorbeeld in samenhang met maatregelen voor klimaatadaptatie. Dit heeft een positief effect. Indicatoren en beoordelingsparameters In dit MER wordt het effect van de omgevingsvisie op de biodiversiteit beschouwd voor de gebieden buiten het NNN. Effecten van de omgevingsvisie op het NNN worden apart beoordeeld. Een toename van de biodiversiteit wordt als positief beoordeeld. Een afname als negatief. Hemelhelderheid Hemelhelderheid is een maat voor lichtvervuiling. Lichtvervuiling is de verhoogde helderheid van de nachtelijke omgeving door overmatig gebruik van kunstlicht. Dit veroorzaakt ecologische schade en verstoort het bioritme van mensen. Nederland is een van de lichtste landen ter wereld. Indicatoren en beoordelingsparameters Hemelhelderheid wordt in beeld gebracht door na te gaan of de omgevingsvisie leidt tot meer licht in de nacht. Meer licht wordt als negatief beoordeeld, minder licht wordt als positief beoordeeld.

5

Het is nog onbekend of het toegevoegde areaal formeel de status van NNN-gebied zal krijgen, maar beheer en

onderhoud van het toegevoegde gebied zal overeenkomen met beheer en onderhoud van vergelijkbare NNNgebieden

35/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

In de Agenda voor het Waddengebied 2050 is gericht op de bescherming en ontwikkeling van de kernwaarden van het Waddengebied, waaronder rust, ruimte, stilte en duisternis. Voor dit gebied is dus specifiek beleid van kracht. Verkeer en vervoer Ruimtelijke plannen, zoals de omgevingsvisie, kunnen ook effect hebben op het thema verkeer en vervoer. Daarbij is bereikbaarheid (doorstroming) voor verschillende vervoermiddelen bijvoorbeeld een belangrijke indicator: Den Helder wil graag goed bereikbaar zijn voor verschillende vervoermiddelen en Den Helder wil ook graag dat wegvervoer een goede doorstroming heeft. Dat is een behoorlijke uitdaging gezien de ligging en beschikbare ruimte. Gezien de energietransitie krijgt het thema duurzame mobiliteit in toenemende mate aandacht, ook in de omgevingsvisie. Bij dit alles is het van groot belang dat wat er aan verkeersbewegingen plaatsvindt (met welk vervoermiddel dan ook) dat ook veilig kan gebeuren. Indicatoren en beoordelingsparameters Voor dit thema is daarom gekeken naar een aantal indicatoren, namelijk naar bereikbaarheid (en doorstroming wegvervoer), duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid. Allereerst bereikbaarheid. Bij deze indicator worden de effecten op de bereikbaarheid beoordeeld. Bereikbaarheid is een van de meest bepalende factoren voor leefkwaliteit.

Voor het MER worden de effecten van bereikbaarheid bekeken aan de hand van de bereikbaarheid van de gemeente voor diverse vervoermiddelen (OV, wegvervoer en langzaam verkeer). Daarbij gaat het bij wegvervoer om een goede doorstroming. Duurzame mobiliteit is een belangrijk thema, ook in het kader van de energietransitie. Daarom wordt ook deze indicator beoordeeld in dit MER en wel aan de hand van het gebruik van duurzame mobiliteit. Met duurzame mobiliteit bedoelen we een toekomstbestendige manier van vervoer, waarbij onze verplaatsingen geen invloed hebben op het milieu en steeds minder CO2-uitstoot veroorzaken.6 Een derde indicator bij dit thema is verkeersveiligheid. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de mate van verkeersveiligheid binnen de gemeente (toe- of afname verkeersslachtoffers). Het gaat in Den Helder vooral om de veiligheid voor fietsers en de snelheid van gemotoriseerd vervoer. Mobiliteit is ook van grote invloed op verkeersveiligheid. Hoe langer of vaker men zich in het verkeer begeeft, hoe meer men zich blootstelt aan het gevaar van verkeersongelukken.

6

De duurzame adviseurs, https://deduurzameadviseurs.nl/wat-is-duurzame-mobiliteit/#:~:text=Met %20duurzame

%20mobiliteit %20bedoelen %20we %20een %20toekomstbestendige %20manier,zijn %20een %20belangrijk %20onderdeel %20van %20het %20dagelijks %20leven.

36/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Geluid De omgevingsvisie kan effect hebben op de hoeveelheid geluid die geproduceerd wordt door verkeer en door bedrijven. Geluid van bedrijven wordt industrielawaai genoemd, maar hier valt niet alleen geluid van industrie onder, maar bijvoorbeeld ook geluid van scheepswerven en andere bedrijvigheid. Ook kan de omgevingsvisie met name vanwege veranderingen van het industrielawaai invloed hebben op stiltegebieden. Stiltegebieden zijn beschermde gebieden waar je vooral natuurlijke geluiden hoort. Het woord ‘stilte’ betekent dus niet dat er helemaal geen geluid is. Maar er mogen alleen geluiden klinken die horen bij die plek. Denk aan het geluid van trekkers of melkmachines in een gebied met veehouderij. Het doel is om het gemiddelde geluidsniveau onder de 40 decibel te houden. Dit komt overeen met het geluid van vogels in de vroege ochtend. Indicatoren en beoordelingsparameters Het effect van de omgevingsvisie op geluid wordt in beeld gebracht aan de hand van de indicatoren verkeerslawaai en industrielawaai. De effecten worden beoordeeld aan de hand van de beoordelingsparameters overlast door verkeerslawaai en geluidoverlast door bedrijven. Voor beide indicatoren geldt dat een toename negatief wordt beoordeeld en een afname positief. Daarnaast wordt beoordeeld op de indicator stiltegebieden met als beoordelingsparameter geluidbelasting in stiltegebieden.

Een toename van de geluidbelasting wordt negatief beoordeeld, een afname wordt positief beoordeeld. Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit in Nederland wordt afgemeten aan de gehaltes stikstofdioxide en fijnstof. In vrijwel heel Nederland wordt voldaan aan de Europese grenswaarden, waar de lidstaten zich aan dienen te houden. Plaatselijk wordt de grenswaarde voor stikstofdioxide nog overschreden. Dit komt voornamelijk voor bij druk verkeer in binnensteden en in gebieden met intensieve veehouderijen. In Den Helder komt dit niet voor. Indicatoren en beoordelingsparameters Het effect van de omgevingsvisie op de luchtkwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingsparameter luchtkwaliteit, waarbij wordt ingeschat of de omgevingsvisie leidt tot een verbetering of verslechtering. Het gaat dan om plaatselijke effecten. De omgevingsvisie kan alleen plaatselijk effect hebben op de luchtkwaliteit, omdat trends in de luchtkwaliteit niet toe te schrijven zijn aan afzonderlijke ontwikkelingen. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen (risicobronnen). Gevaarlijke stoffen zijn giftige, brandbare, explosieve en nucleaire stoffen. Ook de risico’s rondom luchthavens vallen onder externe veiligheid.

37/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen mag niet in werking zijn zonder een geldige milieuvergunning. Om de veiligheid in de omgeving van risicobronnen te waarborgen, worden veiligheidscontouren rondom de risicobronnen getrokken, waarbinnen sommige functies niet worden toegelaten en/of extra maatregelen nodig zijn om de veiligheid te garanderen. De gebieden die met risicocontouren zijn omgeven, zijn de aandachtsgebieden. Binnen deze gebieden bestaat een risico op brand, explosies en/of gifwolken. Naast een gevaar voor de volksgezondheid kunnen ongelukken met gevaarlijke stoffen ook leiden tot een milieuramp. In Den Helder kan een ramp verstrekkende gevolgen hebben voor het milieu, omdat er in en rondom Den Helder omvangrijke Natura 2000-gebieden liggen. Het effect van de omgevingsvisie op de kans van optreden van een milieuramp wordt behandeld bij het thema natuur. Onder de Omgevingswet wordt het begrip groepsrisico grotendeels vervangen door het begrip aandachtsgebied (voor gifwolken, brandgevaar of explosiegevaar). Binnen aandachtsgebieden gaan specifiek op het daar voorkomende risico voorschriften gelden voor bijvoorbeeld nieuwbouw. Indicatoren en beoordelingsparameters Het effect van de omgevingsvisie op externe veiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingsparameters groepsrisico en plaatsgebonden risico.

Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp. Als er bijvoorbeeld meer mensen komen te wonen in de nabijheid van een risicobron, neemt het groepsrisico toe. Het plaatsgebonden risico heeft betrekking op de kans per jaar dat op een bepaalde plek een persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. Dit kan bijvoorbeeld toenemen als er nieuwe risicobronnen komen. Landschap en cultuurhistorie Wanneer er sprake is van plannen die impact hebben op de leefomgeving, dan hebben die mogelijk ook effect op het landschap en op cultuurhistorie. Ook onder de grond zijn waarden te vinden waar de plannen effect op kunnen hebben (als er bijvoorbeeld ingrijpende bodemingrepen voor nodig zijn). Het gaat dan om archeologische en aardkundige waarden. In de omgevingsvisie gaat het onder meer over woningbouw. Plannen voor woningbouw zijn een voorbeeld van plannen met (mogelijke) effecten op landschap en cultuurhistorie (afhankelijk van de locatie en de omvang), maar ook op archeologische en aardkundige waarden (afhankelijk van de locaties). Indicatoren en beoordelingsparameters Bij dit thema is een aantal indicatoren relevant, namelijk landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en archeologische waarden. De omgevingsvisie kan invloed hebben op deze indicatoren.

38/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Voor het thema landschap worden allereerst de effecten op landschappelijke waarden beoordeeld. Waardering van landschappelijke waarden gaat over de kwaliteit van het landschap. Dit gaat over elementen als aantrekkelijkheid (een indicatie daarvoor is de enquête die onder inwoners van de gemeente is ingevuld bij de start van het proces om tot een omgevingsvisie te komen), samenhang en leesbaarheid van de historie van het landschap. Voor het MER worden de effecten van ontwikkelingen op landschappelijke waarden beoordeeld aan de hand van de mate waarin de kwaliteit van het landschap onder druk komt te staan en/of aangetast wordt in de komende tien jaar. Als de omgevingsvisie leidt tot een aantrekkelijker landschap met meer samenhang en leesbaarheid, dan wordt dit als positief beoordeeld. Als de omgevingsvisie juist afdoet aan aantrekkelijkheid van het landschap en de samenhang en leesbaarheid ervan, dan wordt dit als negatief beoordeeld. Bij de indicator cultuurhistorische waarden binnen het thema landschap en cultuurhistorie worden de effecten op de kwaliteit van cultuurhistorische waarden beoordeeld. Cultuurhistorische waarden kunnen worden ingedeeld in bouwhistorische elementen (historische panden en bouwwerken) en historisch-geografische elementen (o.a. historische landschappen en infrastructuur zoals trekvaarten, dijken, wegen, kanalen, polders, steden en dorpen).

Deze elementen of gebieden kunnen een beschermde status hebben. In dit MER wordt gekeken naar effecten van ontwikkelingen in de gemeente Den Helder op de kwaliteit van cultuurhistorische waarden. Doet de visie af aan zichtbaarheid en beleefbaarheid van deze waarden, dan wordt dat als negatief beoordeeld; draagt de visie juist bij, dan wordt dit als positief beoordeeld. Bij archeologische waarden gaat het om de sporen die de mens heeft achtergelaten in de bodem en het landschap. Bij deze indicator wordt gekeken of de omgevingsvisie zorgt voor aantasting van archeologische waarden. Dat is het geval bij ontwikkelingen waarbij graafwerkzaamheden in de bodem zijn voorzien op locaties waar archeologische waarden te verwachten zijn. Een positieve beoordeling is voor deze indicator niet mogelijk, want beleid draagt nooit bij aan archeologische waarden. Als er een effect optreedt, is dat per definitie een aantasting en wordt dit als negatief beoordeeld. Aardkundige waarden zijn die onderdelen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied, op basis van geologie, geomorfologie, hydrologie of bodemkunde. Ook hiervoor geldt dat beoordeeld wordt of er effecten (= aantasting) van de visie verwacht worden op aardkundige monumenten. Als dat het geval is, resulteert dat in een negatieve beoordeling.

Deze aardkundige monumenten zijn namelijk beschermd in de huidige Provinciale Verordening. Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is de term die gebruikt wordt als het gaat om het aanpassen van de omgeving aan klimaatverandering. De omgevingsvisie kan invloed hebben op de klimaatadaptiviteit van de gemeente. Er wordt daarom in dit MER getoetst in hoeverre de omgevingsvisie bijdraagt aan het beperken van negatieve gevolgen van klimaatverandering, oftewel in hoeverre de omgevingsvisie bijdraagt aan het opvangen van wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsrisico.

39/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Indicatoren en beoordelingsparameters Bij wateroverlast wordt gekeken naar locaties binnen de gemeente waar sprake kan zijn van wateroverlast als gevolg van regenbuien. In de toekomst zullen hevige regenbuien, met veel neerslag in korte tijd, steeds vaker voorkomen. Het is dan van belang dat water in de bodem kan infiltreren om wateroverlast te voorkomen. Bij droogte wordt gekeken naar het risico op droogtestress, de daarmee samenhangende natuurbrandgevoeligheid en naar de droogtegevoeligheid van grondwaterafhankelijke natuur. Door klimaatverandering neemt het aantal dagen met extreem hoge temperaturen toe. De gevolgen hiervan worden beoordeeld onder de indicator hittestress. Het overstromingsrisico is de kans dat een gebied overstroomt maal het effect dat een overstroming veroorzaakt. De kans wordt bepaald aan de hand van de kans dat een waterkering, primair of regionaal, voor een bepaalde trajectlengte doorbreekt. Het effect is afhankelijk van de fysieke kenmerken van de overstroming, zoals diepte en snelheid, en van de kwetsbaarheid van mensen en functies en de economische waarden in het overstromingsgebied. In dit MER wordt het effect van de omgevingsvisie op de kans van overstroming bepaald. Als dit toe- of afneemt voor Den Helder, neemt ook het overstromingsrisico toe dan wel af. Het is onzeker hoe het toekomstige klimaat er precies uitziet.

Op basis van de wereldwijde temperatuurstijging heeft het KNMI vier klimaatscenario’s ontwikkeld voor Nederland (zie figuur 4.1). In de G-scenario’s (Gematigd) is er sprake van 1°C mondiale temperatuurstijging in 2050 en in de W-scenario’s (Warm) is er sprake van 2°C stijging in 2050 ten opzichte van 1981-2010. In de GH- en de WH-scenario’s is er daarnaast ook sprake van verandering van luchtstromingspatronen waardoor bijvoorbeeld de zomers droger worden. Samen geven de scenario’s de hoekpunten weer waarbinnen klimaatverandering waarschijnlijk zal plaatsvinden. In dit MER is voor de autonome ontwikkeling uitgegaan van het ‘worst case’ scenario 2050 Warm Hoog om op die manier het effect van de omgevingsvisie het scherpst af te kunnen zetten tegen deze (meest negatieve) autonome ontwikkeling.

40/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Figuur 4.1. KNMI’14 Vier klimaatscenario’s

Energietransitie De energietransitie is de omschakeling naar duurzame energie. Nederland heeft de afspraak om in 2050 energieneutraal te zijn onderschreven in het klimaatakkoord van Parijs. De bijdrage die Den Helder hieraan levert is vastgelegd in de RES 1.0 Noord-Holland Noord. Het realiseren van de doelen uit de RES 1.0 is onderdeel van de omgevingsvisie. Naast de hoeveelheid duurzame energie die in het kader van de RES geleverd moet worden vanuit Den Helder, heeft Den Helder de ambitie om als gemeente in 2040 energieneutraal te zijn. Dit houdt in dat de benodigde energie in Den Helder wordt geproduceerd, op duurzame wijze. In dit MER worden ook de effecten van de maatregelen die in het kader van de energietransitie getroffen worden op andere indicatoren in beeld gebracht. Effecten van de aanleg van zonneparken worden bijvoorbeeld bij het thema landschap behandeld. Indicatoren en beoordelingsparameters In dit MER wordt nagegaan wat het effect van de omgevingsvisie op het aandeel opgewekte duurzame energie en energiebesparing is, als belangrijke pijlers van de energietransitie. Het betreft dan duurzaam opgewekte energie buiten de RES om. Dit zijn indicatoren waar de omgevingsvisie binnen het doel van Den Helder om in 2040 energieneutraal te zijn invloed op kan hebben.

De maatregelen uit de RES en de maatregelen die in het kader van energieneutraal zijn in 2040 worden getroffen zijn weliswaar onderdeel van de omgevingsvisie, maar worden in dit MER niet beoordeel. De maatregelen worden onder de autonome ontwikkeling beschreven. Deze maatregelen worden in de komende periode uitgewerkt en ingepast in de uitwerking van de omgevingsvisie; het omgevingsplan.

41/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Wonen en vestigingsklimaat Den Helder wil graag een aantrekkelijke gemeente zijn voor bewoners, ondernemers en bezoekers. Een aantal van de uitgangspunten van de visie zijn daar ook specifiek op gericht. Hoewel het bij dit thema strikt genomen niet om milieueffecten gaat (waar het in een milieueffectrapportage in principe wel om gaat), wordt toch bekeken wat de effecten van de visie zijn op wonen en vestigingsklimaat. Oftewel: in welke mate maakt de visie het aantrekkelijker om in Den Helder te wonen of te ondernemen of om Den Helder te bezoeken? Indicatoren en beoordelingsparameters Bij dit thema wordt gekeken naar drie indicatoren, namelijk woonklimaat, sociale veiligheid en vestigingsklimaat voor ondernemers. Deze indicatoren samen geven aan in hoeverre het woonen vestigingsklimaat als positief wordt ervaren, waarbij gekeken wordt naar de bijdrage van de omgevingsvisie daaraan. Bij woonklimaat gaat het om een heel aantal factoren die gezamenlijk het woonklimaat bepalen. Gekeken wordt naar factoren als toekomstbestendigheid van wonen in Den Helder, woningvoorraad (kwalitatief) en aanwezigheid van voorzieningen. Voor sociale veiligheid wordt in dit MER specifiek gekeken naar aspecten van de fysieke leefomgeving die van invloed kunnen zijn op beleving van onveiligheid.

De laatste indicator bij dit thema is vestigingsklimaat voor ondernemers, waarbij het gaat om de mate van aantrekkelijkheid van Den Helder voor (nieuwe) ondernemers om zich te vestigen of te ondernemen. Circulaire economie In een circulaire economie worden producten efficiënter ontworpen en materialen optimaal hergebruikt. Op www.europarl.europa.eu wordt de volgende definitie gebruikt: Circulaire economie is een model van productie en consumptie, waarbij bestaande materialen en producten zo lang mogelijk worden gedeeld, verhuurd, hergebruikt, hersteld, opgeknapt en gerecycleerd om meer waarde te creëren. Op deze manier wordt de levenscyclus van producten uitgebreid. In de praktijk betekent dit dat het afval tot een minimum wordt beperkt. Wanneer een product het einde van zijn levensduur bereikt, worden de materialen zoveel mogelijk binnen de economie gehouden. Deze kunnen keer op keer productie worden gebruikt, waardoor meer waarde wordt gecreëerd. In Nederland circulair in 2050 uit 2016 zijn de doelen voor 2050 geformuleerd. Deze doelen zijn inmiddels in diverse overige kaders uitgewerkt, voor en door overheden en bedrijven. In dit MER is geen beoordeling opgenomen rondom dit thema, omdat er pas in de ontwerp omgevingsvisie iets over is geschreven. Dit beleid is echter nog niet heel concreet gemaakt en daarom niet beoordeeld op de effecten ervan.

Het thema circulaire economie krijgt wel aandacht in de vorm van aanbevelingen richting vervolgplannen in het hoofdstuk over doelbereik.

42/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Gezonde leefomgeving De leefomgeving waarin mensen wonen, werken en recreëren heeft invloed op hun gezondheid. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag en waar mensen het prettig vinden om te zijn en te recreëren. De omgevingsvisie heeft invloed op de leefomgeving en daarom wordt in dit rapport gekeken naar de mate waarin de visie bijdraagt aan een gezonde leefomgeving. Het gaat daarbij om deze invloed voor zowel mensen die in Den Helder wonen, maar ook voor mensen die er (tijdelijk) verblijven of op bezoek zijn. Indicatoren en beoordelingsparameters Voor dit thema is gekeken naar twee indicatoren, namelijk naar gezondheidsbevordering en naar recreatie. Allereerst gezondheidsbevordering. Gezondheidsbevordering gaat over stimuleren van bewegen en sporten en gezond leven en eten. Sportvoorzieningen, recreatievoorzieningen, fietspaden, wandelpaden, groen en natuurgebieden zijn indicatoren van een beweegvriendelijke omgeving, die uitnodigt tot gezond gedrag. Voor het MER worden de effecten van gezondheidsbevordering bekeken aan de hand van de mate waarin de omgeving uitnodigt tot gezond leven. De tweede indicator bij dit thema is recreatie. Daarbij is gekeken naar recreatiemogelijkheden (aanwezigheid, bereikbaarheid) binnen de gemeente en het effect van de omgevingsvisie daarop.

4.3

Beoordelingsmethodiek

4.3.1 Beoordeling effecten Het effect van de omgevingsvisie op de beoordelingsparameters uit het beoordelingskader wordt beoordeeld als een positieve invloed, als geen of beperkte invloed, of als negatieve invloed. Het effect wordt weergegeven met de volgende symbolen:

4.3.2

Beoordeling huidige situatie en autonome ontwikkeling

In dit MER wordt niet alleen het effect van de omgevingsvisie beoordeeld. Ook de huidige situatie en de autonome ontwikkeling worden beoordeeld volgens het beoordelingskader uit paragraaf 4.1.

43/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

De autonome ontwikkeling is de situatie zoals die in het peiljaar 2030 zou zijn, als het huidige beleid wordt voortgezet, zonder dat de omgevingsvisie van kracht wordt.7 De effecten van de omgevingsvisie worden vergeleken met de autonome ontwikkeling. De situatie in 2030 is dus de referentiesituatie voor het bepalen van de effecten van de omgevingsvisie. Op deze manier wordt een reëel beeld geschetst van de (al dan niet) toegevoegde waarde van de omgevingsvisie. De beoordelingen van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn toegevoegd, om te laten zien wat de trend is vanuit de huidige situatie naar de autonome ontwikkeling, en de invloed van de omgevingsvisie daarop. De beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling wordt met kleuren aangegeven. Groen is goed, oranje is redelijk, rood is slecht: Goed

Redelijk

Slecht

De beschrijving en beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling ligt ten grondslag aan de effectbepaling en effectbeoordeling van het voorontwerp van de omgevingsvisie, die in bijlage 5 is opgenomen. Voor de leesbaarheid en navolgbaarheid is de beschrijving en beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling opgenomen in hoofdstuk 6 van deze hoofdtekst. 4.3.3

Methodiek effectbepaling

Algemeen Omdat het beleid van de omgevingsvisie op hoofdlijnen beschreven is, wordt de effectbeoordeling gedaan op basis van kwalitatieve inschattingen van de effecten. Er worden geen berekeningen met computermodellen gemaakt, omdat daarvoor meer concrete input nodig is. De kwalitatieve inschattingen worden gedaan door deskundigen van TAUW op de betreffende thema’s. De beoordeling is gedaan in samenspraak met - en gebruik makend van de expertise van deskundigen van de gemeente Den Helder. Er moet rekening mee gehouden worden dat er nog veel onzekerheden zijn over hoe de omgevingsvisie concreet zal worden uitgewerkt in maatregelen. Bij het bepalen van de effecten is uitgegaan van een best guess. De uiteindelijke effecten zullen voor een groot deel afhankelijk zijn van keuzes die nog gemaakt worden, en welke maatregelen precies getroffen worden om de doelen te bereiken. Dit wordt in een latere fase uitgewerkt in het omgevingsplan en eventueel in programma’s. Via het monitoringsprogramma wordt zo nodig tussentijds bijgestuurd (zie ook hoofdstuk 11).

7

Als peiljaar voor de autonome ontwikkeling is het in MER-en gebruikelijk de situatie in de toekomst over ongeveer

10 jaar te kiezen, afgerond op vijftallen

44/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

De beoordeling van de (milieu)effecten kan vanwege de kwalitatieve beoordeling ook gezien worden als kans op een positieve invloed, of en risico op een negatieve invloed. Aanpak Om de effecten van de omgevingsvisie te kunnen bepalen, wordt eerst per centraal uitgangspunt nagegaan welke doelen en beleidsonderdelen hieraan gekoppeld zijn, dus op welke manier de gemeente uitvoering wil geven aan het centrale uitgangspunt. Vervolgens wordt per beleidsonderdeel nagegaan op welke indicatoren uit het beoordelingskader het beleidsonderdeel effect kan hebben. De effecten van de betreffende beleidsonderdelen worden aan de hand van deze indicatoren in beeld gebracht. De koppeling tussen de uitgangspunten en indicatoren is de basis voor de effectbepaling. 4.3.4

Methodiek doelbereik

Het doelbereik is de mate waarin de doelen van de omgevingsvisie met het geformuleerde beleid gehaald kunnen worden. Het doelbereik is de mate waarin de doelen van de omgevingsvisie met het in de omgevingsvisie geformuleerde beleid worden gehaald. Door dit in beeld te brengen wordt duidelijk of er op onderdelen beleid mist om de centrale uitgangspunten (volledig) in te kunnen vullen, en of het beleid daadwerkelijk bijdraagt aan de centrale uitgangspunten. Om het doelbereik van de omgevingsvisie te bepalen wordt als uitgangspunt genomen dat het geformuleerde beleid daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Daarbij moet benadrukt worden dat de gemeente voor het realiseren van een groot deel van de doelen afhankelijk is van derden, en/of (mede)financiering door derden. De invloed van de gemeente is niet op alle doelen even sterk. Samenwerking met andere overheden (zoals het ministerie van defensie, Rijkswaterstaat, de provincie, het waterschap en terreinbeheerders), private partijen (zoals woningcorporaties of particuliere woningeigenaren), bedrijven en inwoners is essentieel. Daarnaast moet rekening worden gehouden met economische en maatschappelijke ontwikkelingen, die de uitvoering kunnen bemoeilijken.

Momenteel is er bijvoorbeeld landelijk een tekort aan bouwvakkers om de woningbouwopgave te realiseren, en een tekort aan technici om alle wijken en gebouwen op tijd van het gas af te krijgen. Daarnaast geldt dat naarmate de ambitie verder in de toekomst ligt er verschillende factoren kunnen gaan meespelen die nu nog lastig zijn in te schatten. Denk bijvoorbeeld aan de onzekerheid over hoe de klimaatverandering zich daadwerkelijk zal manifesteren en nieuwe technieken waar nog niet op ingespeeld kan worden. Deze onzekerheden zijn zo goed mogelijk ingeschat op basis van expert judgement. Met de stoplichtmethode wordt als volgt per beleidsonderdeel aangegeven of dit al dan niet (voldoende) bijdraagt aan het behalen van het bijbehorende centrale uitgangspunt: Het beleid levert geen of slechts een kleine bijdrage aan het behalen van de betreffende uitwerking van het centrale uitgangspunt:

45/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Het beleid levert een bijdrage aan het behalen van de betreffende uitwerking van het centrale uitgangspunt, maar niet voldoende om deze geheel te realiseren, ook niet in samenhang met eventuele overige beleidsregels:

Het beleid leidt tot het (grotendeels) behalen van de betreffende uitwerking van het centrale uitgangspunt:

4.3.5 Tijdelijke effecten De omgevingsvisie doet geen uitspraken over uitvoeringsmethoden van de beleidsonderdelen, omdat de omgevingsvisie beleid op hoofdlijnen betreft. In dit MER wordt daarom niet ingegaan op effecten die tijdens de uitvoering van de beleidsonderdelen op kunnen treden (tijdelijke effecten). Uitzondering hierop vormt de Passende beoordeling in hoofdstuk 9, waarin wel ingegaan wordt op tijdelijke effecten. Voor het overige wordt in dit MER alleen gekeken naar effecten die optreden na de realisatie van het in de visie opgenomen beleid. De effecten tijdens de uitvoering worden in een latere fase bepaald en beoordeeld.

46/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

5 Resultaten m.e.r. voorontwerp en ontwerpstap In dit hoofdstuk zijn de effectbeoordelingen en de beoordeling van het doelbereik van het voorontwerp samengevat. Ook zijn de adviezen opgenomen die voortkwamen uit die beoordelingen. Tot slot is de ontwerpstap (op grond van die adviezen) van voorontwerp naar ontwerp omgevingsvisie beschreven.

5.1

Effecten voorontwerp

5.1.1 Resultaten De effecten van het voorontwerp zijn in beeld gebracht aan de hand van de methodiek zoals beschreven in hoofdstuk 4. In bijlage 3 is de koppeling tussen de uitgangspunten en indicatoren opgenomen. In bijlage 4 is daar een samenvattend overzicht van opgenomen. Per centraal uitgangspunt is in de tabel met een blauw vakje aangegeven op welke indicatoren dit uitgangspunt effect kan hebben. De koppeling tussen de uitgangspunten en indicatoren is de basis voor de effectbepaling. De beschrijving van de effecten van het voorontwerp zijn opgenomen in bijlage 5. De samenvattende tabel van alle effectbeoordelingen van het voorontwerp is hieronder overgenomen (tabel 5.1). In de tabel zijn ook de beoordelingen van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling opgenomen (zie hoofdstuk 4 voor een toelichting). Tabel 5.1 Effectbeoordeling huidige situatie, autonome ontwikkeling en voorontwerp omgevingsvisie Indicator (per thema)

Huidige situatie

Autonome

Voorontwerp

ontwikkeling

omgevingsvisie

Bodem en water Bodemkwaliteit

Redelijk

Redelijk

Ondergronds ruimtegebruik

Redelijk

Slecht

Waterkwaliteit

Slecht

Slecht

Verzilting

Slecht

Slecht

Natura 2000-gebieden

Slecht

Redelijk

Natuurnetwerk Nederland (NNN) - areaal

Goed

Goed

Natuurnetwerk Nederland (NNN) - kwaliteit

Redelijk

Redelijk

Biodiversiteit

Slecht

Redelijk

Natuur

47/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Indicator (per thema)

Hemelhelderheid

Huidige situatie

Autonome

Voorontwerp

ontwikkeling

omgevingsvisie

Slecht

Slecht

Bereikbaarheid

Redelijk

Redelijk

Duurzame mobiliteit

Redelijk

Redelijk

Verkeersveiligheid

Slecht

Redelijk

Verkeerslawaai

Redelijk

Redelijk

Industrielawaai

Redelijk

Redelijk

Stiltegebieden

Goed

Goed

Goed

Goed

Externe Veiligheid - groepsrisico

Slecht

Slecht

Externe Veiligheid – plaatsgebonden risico

Slecht

Slecht

Landschappelijke waarden

Redelijk

Redelijk

Cultuurhistorische waarden

Goed

Goed

Archeologische waarden

Redelijk

Slecht

Aardkundige waarden

Redelijk

Redelijk

Wateroverlast

Redelijk

Slecht

Droogte

Redelijk

Slecht

Hittestress

Redelijk

Slecht

Overstromingsrisico

Goed

Redelijk

Redelijk

Goed

Verkeer en vervoer

Geluid

Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit

Externe veiligheid

Landschap en cultuurhistorie

Klimaatadaptatie

Energietransitie Particulier opgewekte duurzame energie

48/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Indicator (per thema)

Energiebesparing

Huidige situatie

Autonome

Voorontwerp

ontwikkeling

omgevingsvisie

Redelijk

Goed

Woonklimaat

Redelijk

Redelijk

Sociale veiligheid

Slecht

Slecht

Vestigingsklimaat voor ondernemers

Redelijk

Redelijk

Gezondheidsbevordering

Redelijk

Redelijk

Recreatie

Goed

Goed

Wonen en vestigingsklimaat

Gezonde leefomgeving

5.1.2 Adviezen De effectbepaling heeft geleid tot de onderstaande adviezen aan de gemeente. Het betreft adviezen om negatieve effecten te verminderen of positieve effecten te versterken: Advies ondergronds ruimtegebruik: De ontwikkelingen worden bovengronds op elkaar afgestemd. Het is aan te bevelen om ook de ontwikkelingen in de ondergrond te ordenen en af te stemmen met de verschillende stakeholders. Advies waterkwaliteit: Neem naast beleid voor klimaatadaptie specifiek beleid op voor verbetering van de waterkwaliteit. Dit is deels overlappend, maar beleid voor waterkwaliteit kan ook specifiek gericht zijn op het scheiden van hemelwater en rioolwater, en de agrarische sector. Advies Natura 2000-gebieden: Houd bij de ontwikkeling van de haven rekening met de gevoeligheid van de zeehonden (die rusten bij ’t Kuitje) voor trillingen. Zorgvuldige inpassing kan (ook tijdelijk) effecten op Natura 2000gebieden en NNN tot een minimum beperken. Advies biodiversiteit: Neem beleid op voor het terugdringen van het gebruik van pesticiden en bijvoorbeeld aanleg van kruidenrijke akkerranden. Nu wordt het alleen meegenomen als onderdeel van maatregelen in het kader van klimaatadaptatie. Advies hemelhelderheid: Neem beleid om op de kernwaarde donkerte (conform de Agenda voor het Waddengebied 2050) boven de Waddenzee te beschermen

49/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Advies verkeer en vervoer: Zorg voor voldoende openbare laadpalen, om duurzame mobiliteit te stimuleren. Dit komt overeen met het advies bij luchtkwaliteit. Advies geluid: Houd bij de herindeling van de haven voor meer kaderuimte en geluidruimte voor nieuwe ontwikkelingen rekening met het stiltegebied. Als bedrijven die geluidoverlast veroorzaken bij woonbebouwing langs de haven, verplaatst worden richting het stiltegebied, kan dit overschrijding van de geluidnorm in het stiltegebied tot gevolg hebben. Advies luchtkwaliteit: Neem beleid op om voldoende openbare laadpalen te realiseren, om duurzame mobiliteit te stimuleren en daarmee plaatselijk verbetering van de luchtkwaliteit te realiseren. Houd er rekening mee dat de advieswaarden voor luchtkwaliteit van de World Health Organisation strenger zijn dan de nu in Nederland geldende Europese normen. In de omgevingsvisie kunnen de advieswaarden openomen worden als streefwaarden. Advies externe veiligheid: Neem het zoveel mogelijk beperken van risico’s die samenhangen met externe veiligheid mee als doel bij de herindeling van het havengebied en de bedrijventerreinen, en let daarbij ook op het belang van de natuur in de omgeving, waaronder Natura 2000-gebied de Waddenzee.

Advies cultuurhistorische waarden: Om cultuurhistorische waarden beter te beschermen kunnen cultuurhistorische kerngebieden met bijbehorende regels aangewezen worden. Maak concreet hoe het karakter van Den Helder als (historische) havenstad kansen kan bieden voor maritieme stadsontwikkeling, om beter aan te sluiten bij cultuurhistorische waarden en die te vergroten. Advies klimaatadaptatie: Om wateroverlast te voorkomen, zouden de kansrijke waterbergingslocaties aangewezen kunnen worden op de kaarten die horen bij de omgevingsvisie. Het zou ook goed zijn om te benoemen op welke manier de gemeente voor ogen heeft om droogtestress te voorkomen en natuurbrandgevoeligheid tegen te gaan in gebieden die daar gevoelig voor zijn. Advies energietransitie: Maak in de omgevingsvisie duidelijk wat (op welke manier) onderdeel uitmaakt van de omgevingsvisie ten aanzien van de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn, en de RES.

50/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Advies vestigingsklimaat: Maak duidelijker hoe een ondernemersklimaat wordt gecreëerd voor (nieuwe) ondernemers dat zij zich in de gemeente willen vestigen. Waardoor gaan (nieuwe) ondernemers en instellingen het interessant vinden om zich in Den Helder te vestigen? Advies recreatiemogelijkheden: Maak concreet om welke alternatieve recreatiemogelijkheden het gaat (om druk op natuurgebieden te verminderen). Maak concreet op welke manier op Willemsoord gebruikgemaakt kan worden van de historische omgeving, de aanwezige recreatiejachthaven en de nabijheid van de Noordzee en de Waddenzee.

51/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

5.2

Doelbereik voorontwerp

5.2.1

Resultaten en adviezen

In tabel 5.2 is het doelbereik van het voorontwerp van de omgevingsvisie inzichtelijk gemaakt. Het doelbereik is de mate waarin de doelen van de omgevingsvisie met het geformuleerde beleid kunnen worden gehaald. Per centraal uitgangspunt (eerste kolom) zijn de daarbij in de omgevingsvisie geformuleerde doelen opgenomen (tweede kolom) en het daarbij in de omgevingsvisie geformuleerde beleid (derde kolom). In de vierde kolom is met de stoplichtmethode per beleidsonderdeel aangegeven of dit al dan niet (voldoende) bijdraagt aan het behalen van het bijbehorende centrale uitgangspunt: Tabel 5.2 Doelbereik voorontwerp omgevingsvisie Den Helder Centrale

Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten Geen beleid geformuleerd

1. Den Helder

Om de imagoverandering (van [zeer]

ontwikkelt zich verder

negatief naar een aantrekkelijke

Er is geen beleid geformuleerd voor bewoners en bezoekers, alleen voor

als aantrekkelijke

gemeente om in te wonen, in te werken of

ondernemers (in de thematische

gemeente voor

te bezoeken) vast te houden, zet Den

uitwerking).

bewoners,

Helder in op het blijven investeren in de

ondernemers en

kwaliteit van centra, voorzieningen en

Advies:

bezoekers.

wijken en op onderscheidend vermogen

Neem ook apart beleid op voor het

en een goede kwaliteit bij ontwikkelingen.

aantrekkelijk maken van Den Helder voor

De aanwezige landschappelijke en

wonen en recreatie, en werk de drie

cultuurhistorische kwaliteiten van de

onderdelen (wonen, ondernemen,

gemeente worden als aanknopingspunt

bezoeken) overzichtelijk uit. Ter illustratie:

gebruikt bij nieuwe ontwikkelingen.

De beschikbaarheid en bereikbaarheid van onderwijs wordt genoemd bij bedrijvigheid,

52/196

Kenmerk Centrale

R001-1288438NDF-V02-evm-NL Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten en maakt wonen aantrekkelijker, maar er is geen concrete visie voor wonen an sich.

Het punt ten aanzien van cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten kan opgenomen worden in centraal uitgangspunt 3. Hier zit overlap in.

(Let ook op de formulering van het centrale uitgangspunt: Vestigingsklimaat voor bewoners, ondernemers en bezoekers) Buurten waar de leefbaarheid onder

Geen beleid geformuleerd

Advies:

druk staat, vragen om een integrale

Neem het beleid uit de deelvisies

aanpak om de leefbaarheid te vergroten.

samengevat op in de hoofdtekst.

Het betreft voornamelijk een aantal buurten binnen Stad binnen de Linie. Den Helder zet in de gehele gemeente in op gezonde, vitale en toekomstbestendige bedrijvigheid, en ontwikkelruimte voor ondernemers. Gezonde en vitale bedrijven zorgen voor werkgelegenheid en dragen bij aan de lokale economie en lokale initiatieven.

Den Helder geeft ruimte aan ondernemers om te starten, te groeien en te ontwikkelen op een duurzame en maatschappelijk verantwoorde manier. Een belangrijke basis om de kracht en flexibiliteit van de lokale economie te versterken (en minder afhankelijk te worden van publieke investeringen in de lokale economie) wordt gelegd door ervoor te zorgen dat kwalitatief hoogwaardige instellingen op het gebied van kennis en innovatie in Den Helder gevestigd zijn.

Het beleid is niet concreet. Concreet beleid is wel opgenomen in de thematische uitwerking. Vat dit samen in de hoofdtekst. Het in de thematische uitwerking opgenomen beleid past bij de visie, maar de link met duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen is niet duidelijk. Maak dit duidelijk. Ervoor zorgen dat kwalitatief hoogwaardige instellingen op het gebied van kennis en innovatie zich vestigen in Den Helder als beleid om kennis en innovatie te stimuleren is een

53/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Centrale

Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten cirkelredenering. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat kwalitatief hoogwaardige instellingen zich in het gebied vestigen? Maak duidelijk of er al dan niet fysiek extra ruimte komt (uitbreiding van bedrijfsterreinen en de haven) voor ondernemers.

2. Een gezonde en

Den Helder zet zich op verschillende

veilige leefomgeving

vlakken in om een veilige en gezonde

voor iedereen is altijd

leefomgeving te bereiken en te

de basis.

behouden

Den Helder kent een aantal functies die voor behoorlijke veiligheidsrisico's kunnen zorgen, zoals de Marinehaven, de luchthaven en de NAM-installatie en de bijbehorende gasleidingen voor aanlanding van aardgas vanaf de Noordzee. Om de veiligheid van inwoners van Den Helder te waarborgen, worden veiligheidscontouren rondom deze functies getrokken waarbinnen sommige functies niet worden toegelaten en/of extra maatregelen nodig zijn om de veiligheid te garanderen. Ook voor eventuele nieuwe functies die zorgen voor veiligheidsrisico’s worden deze veiligheidscontouren opgesteld, zodat deze activiteiten veilig kunnen plaatsvinden in Den Helder.

Advies: Beleid verder aanvullen/aanpassen op genoemde punten. Het geformuleerde beleid is geen beleid maar wet- en regelgeving. Advies: Pas de tekst van de omgevingsvisie hierop aan en formuleer beleid t.a.v. externe veiligheid en NGE's, als Den Helder meer wil doen dan wat wettelijk verplicht is.

Door het oorlogsverleden van Den Helder liggen op sommige plaatsen mogelijk nog ‘niet gesprongen explosieven’ (NGE’s) in de bodem. Waar dit het geval kan zijn worden strengere eisen gesteld aan activiteiten die invloed

54/196

Kenmerk Centrale

R001-1288438NDF-V02-evm-NL Doel

Beleid

Ook sociale veiligheid is een belangrijk

hebben op de bodem, zoals graafwerkzaamheden. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt de sociale veiligheid van de omgeving meegenomen en waar mogelijk verder gestimuleerd.

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten

aandachtspunt waarop wordt ingezet.

De kwaliteit van het milieu in Den Helder blijft om aandacht vragen.

Den Helder handhaaft op de landelijke normen, en zet actief in op het verbeteren van de milieukwaliteit. Bij nieuwe milieubelastende activiteiten worden voldoende voorzorgsmaatregelen genomen om de milieukwaliteit te beschermen, en deze activiteiten concentreren we op locaties op voldoende afstand van woongebieden.

Een van de grootste uitdagingen voor de komende jaren op milieugebied is het terugdringen van stikstofdepositie, om de kwaliteit van de natuur en het groen in de gemeente te beschermen richting de toekomst. In Den Helder vraagt

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met landelijke normen. Daarnaast wordt gekeken wat lokaal kan worden bijgedragen aan het terugdringen van de stikstofdepositie. Bij beperkte ruimte voor nieuwe ontwikkeling in verband met stikstofdepositie kan naar wenselijkheid van de ontwikkeling worden geprioriteerd.

Het beleid is niet concreet. Wat wordt bedoeld met het stimuleren van sociale veiligheid? Advies: Concretiseer welk aspect van sociale veiligheid hier wordt bedoeld (inrichting van de openbare ruimte?), en op welke manier hieraan gewerkt gaat worden bij nieuwe ontwikkelingen. Onduidelijk is wat met de kwaliteit van het milieu bedoeld is (welke thema's), en wat verbetering inhoudt. Gaat het om (verdere) verbetering binnen de normen? Het punt t.a.v. milieubelastende activiteiten heeft betrekking op wet- en regelgeving? Of gaat Den Helder verder dan voldoen aan de wet- en regelgeving? Advies: Concretiseer de tekst van de omgevingsvisie op deze punten. Onduidelijk is of het doel is om stikstofdepositie verder dan de norm terug te dringen, en als dat het geval is: hoe dan? Dus wordt de stikstofdepositie ook teruggedrongen als dit niet nodig is voor nieuwe ontwikkelingen? Advies: Concretiseer de tekst van de omgevingsvisie hierop.

vooral de kwetsbare duinnatuur om maatregelen om de stikstofdepositie te beperken.

55/196

Kenmerk Centrale

R001-1288438NDF-V02-evm-NL Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten Ook lichtvervuiling kan negatieve effecten hebben voor de natuur.

Den Helder streeft ernaar om de publieke gezondheid in Den Helder te behouden en te versterken. In de

Functies die veel licht uitstoten worden gescheiden van kwetsbare natuur of er worden maatregelen genomen waardoor de hoeveelheid licht in de natuur wordt beperkt. Met isolerende maatregelen kan zowel de geluidsoverlast van verkeer over kleinere wegen (waar maximaal 50 km/u of 30 km/u gereden mag worden) als het energieverbruik worden verminderd.

komende jaren kan extra gezondheidswinst vooral behaald worden door ook te kijken waar binnen de landelijke normen gezondheidsschade optreedt en of er slimme mogelijkheden zijn om hier maatregelen tegen te nemen.

Bij nieuwe ontwikkelingen houden we expliciet rekening met gezondheidseffecten, bijvoorbeeld door voldoende groen en voor iedereen toegankelijke ontmoetingsplekken in de buurt in ontwikkelingen op te nemen.

Advies: Maak duidelijk of het om terugdringen gaat in de huidige situatie, of alleen bij nieuwe ontwikkelingen. De punten lijken niet met elkaar samen te hangen. Gaat het om verbetering verder dan de normen, of meer algemeen? Welke normen, voor welke thema's? Advies: Neem beleid over woningaanbod op onder een centraal uitgangspunt dat (meer) betrekking heeft op wonen (er ontbreekt een centraal uitgangspunt dat gericht is op wonen, zie ook advies bij centraal uitgangspunt 1).

Bij nieuwe ontwikkelingen worden woningen en functies die overlast kunnen geven zoals (zwaardere) bedrijvigheid en doorgaand verkeer van elkaar te scheiden. Den Helder zorgt voor een passend woningaanbod voor verschillende doelgroepen, waaronder voldoende levensloopbestendige woningen voor ouderen.

Een belangrijk onderdeel op het gebied van gezondheid voor de komende jaren is het stimuleren van gezond gedrag.

Den Helder wil toegang tot gezond eten

Den Helder ondersteunt de vanaf 2020 verplichte rookvrije omgeving van scholen en schoolterreinen, speeltuinen en kinderboerderijen, en kijkt of er ook andere locaties waar veel kinderen en/of kwetsbaren komen rookvrij gemaakt kunnen worden.

Het beleid is niet volledig. Advies: Neem nog concreter beleid op voor sporten (hoe dat voor iedereen mogelijk gemaakt wordt) en hoe voldoende speeltuinen beschikbaar komen. Roken staat niet vermeld in de visie, gezond eten

56/196

Kenmerk Centrale

R001-1288438NDF-V02-evm-NL Doel

Beleid

en drinken stimuleren en eenvoudig

Den Helder zet in op watertappunten op strategische locaties in de gemeente.

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten

maken.

Ook het stimuleren van sport en beweging is een belangrijk onderdeel van gezond gedrag.

Voor iedereen zijn er in de buurt van de woonomgeving faciliteiten om te kunnen sporten, zowel individueel als in

en watertappunten wel. Maak de tekst van visie en beleid eenduidig en laat dezelfde onderdelen terugkomen.

In de directe omgeving van scholen geeft Den Helder geen ruimte voor fastfoodrestaurants of snackwagens. De openbare ruimte wordt zo ingericht dat fietsen en wandelen altijd veilig mogelijk is, ook voor mensen die minder mobiel zijn of een beperking hebben. De openbare ruimte wordt zo ingericht dat deze aantrekkelijk hiervoor is en voldoende ruimte biedt voor beweging, sporten en spelen.

verenigingsverband. Voor jongere kinderen zijn er voldoende speeltuinen die veilig, schoon, stimulerend en goed onderhouden zijn. Het werken aan een gezonde en veilige leefomgeving voor iedereen gaat verder dan het bestrijden of minimaliseren van risico’s op het gebied van gezondheid of veiligheid. De afgelopen jaren is er sprake van toenemende aandacht voor

Door belangrijke waarden zoals gezondheid, veiligheid, inclusiviteit en biodiversiteit expliciet als ontwerpopgaven mee te nemen bij nieuwe ontwikkelingen, kunnen meer kansen worden benut en wordt verder bijgedragen aan het bieden van een gezonde en veilige leefomgeving voor iedereen.

Het beleid sluit aan op de visie, maar is niet concreet. Advies: Concretiseer het beleid. Op welke manier worden de genoemde thema's meegenomen in ontwerpopgaven?

de mogelijkheden om met ontwikkelingen en de inrichting van de openbare ruimte belangrijke waarden als gezondheid, veiligheid, inclusiviteit en biodiversiteit te stimuleren.

57/196

Kenmerk

R001-1288438NDF-V02-evm-NL

Centrale

Doel

Beleid

Doelbereik

Onderbouwing en advies

uitgangspunten 3. Nieuwe

Den Helder zet zich - na een periode

ontwikkelingen

van krimp - op verschillende vlakken

versterken de

actief in om stabilisatie en enige groei

bestaande omgeving

van de bevolking te realiseren.

en bieden kwaliteit en onderscheidend vermogen.

4. Onze leefomgeving

Om klimaatverandering tegen te gaan

wordt

wordt ingezet op de overgang van de

toekomstbestendig

hele samenleving naar duurzame

ingericht en gebruikt

energiebronnen (de energietransitie).

en draagt bij aan een sterke samenleving.

Den Helder zet zich in om stabilisatie en groei van de bevolking (groeiopgave) mogelijk te maken door bij te dragen aan het vestigingsklimaat door: - Woningbouw - Investeringen in voorzieningen en de kwaliteit van de stad - Het koppelen van het aanbod van onderwijs aan de arbeidsmarkt - Faciliteren van ontwikkelingen en investeringen van een aantal grote werkgevers Daarbij wordt ingezet op kwaliteit en onderscheidend vermogen door landschap en cultuurhistorie als aanknopingspunt te gebruiken

Voor de termen kwaliteit en onderscheidend vermogen wordt niet duidelijk uit het beleid wat daarmee bedoeld wordt, of hoe dat ingevuld wordt. Het beleid past bij het centraal uitgangspunt (zie advies hieronder), maar deels niet bij de visie. Het centraal uitgangspunt lijkt betrekking te hebben op HOE bij de nieuwe ontwikkelingen (woningbouw, investeringen in voorzieningen, investeringen stimuleren, investeren in publieke voorzieningen) kwaliteit en onderscheidend vermogen geboden wordt, namelijk door aan te sluiten bij landschap en cultuurhistorie. Zie ook advies bij centraal uitgangspunt 1.

Om mensen naar Den Helder te trekken en te houden vraagt om specifieke aandacht van de gemeente, bijvoorbeeld door: - als gemeente te investeren in de kwaliteit van publieke voorzieningen en de openbare ruimte - door kwaliteit te stimuleren bij ontwikkelingen van derden Den Helder stimuleert acties van inwoners en ondernemers om te verduurzamen en faciliteert dit waar mogelijk, met als doel om in 2040 als gemeente energieneutraal te zijn. Hierbij kijkt de gemeente zowel naar mogelijkheden voor het duurzaam opwekken van energie als naar energiebesparing (bijvoorbeeld door isolatie).

Advies: scheiden van beleid dat betrekking heeft op het stimuleren van groei, en beleid dat betrekking heeft op hoe dat wordt vormgegeven. Hier blijft dan mogelijk alleen over de aansluiting op landschap en cultuurhistorie bij nieuwe ontwikkelingen (= hoe).

Advies: Maak duidelijk wat autonome ontwikkeling is en wat de bijdrage van de omgevingsvisie is. En geef aan op welke manier de gemeente het goede voorbeeld geeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/1972/documents/20883