Bijlage 3- Begroting 2025-2028 VRNHN.pdf
Tekst van het document
Gerealiseerde resultaat bedrijfsvoering/overhead
-17.243
-16.838
-17.120
-18.902
2.177
1.701
1.902
2.480
-15.066
-15.137
-15.218
-16.422
Aandeel ambulancezorg in overhead Resultaat overhead excl. aandeel ov. progr.
Toelichting Salarislasten stijgen door de bestaande cao, wat uitbreiding gefinancierd uit de BDUR versterkingsgelden crisisbeheersing en enige formatieve groei, mede gefinancierd vanuit verlaging inhuur (HRM). De lasten van ICT nemen toe door noodzakelijke (extra) beveiliging, hogere afschrijvingslasten door duurdere investeringen en prijsstijgingen door inflatie. Het aandeel van de ambulancezorg in de overhead stijgt, doordat deze meer in overeenstemming is gebracht met het niveau van de activiteiten die worden ontplooid voor dit bedrijfsonderdeel.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 27
Splitsing naar onderdelen Bedragen x €1.000 PDC Baten Overige baten Interne doorbelastingen Totaal baten
Bedragen x € 1.000 Ambulance- VR-Overige Bedrijfszorg programma's Directie voering
Begroting 2025
-
-
-
12 1.058 1.070
12 1.058 1.070
Lasten Salarissen Huisvesting Diensten en middelen ICT WKR gerelateerde kosten Wagenpark HRM Financiën Verzekeringen Communicatie Kwaliteit en Informatie Verrekeningen / Mutaties voorzieningen Totaal lasten
553 23 15 2 593
1.921 321 5 -1 10 2.256
1.475 62 57 26 36 80 10 1.746
9.128 1.314 464 2.418 323 14 915 23 340 195 104 139 15.377
13.077 1.314 526 2.418 724 40 956 117 340 195 104 161 19.972
Gerealiseerde resultaat bedrijfsvoering/overhead
-593
-2.256
-1.746
-14.307
-18.902
Aandeel ambulancezorg in overhead
593
-
-
1.887
2.480
Resultaat overhead VR exclusief Ambu
-
-2.256
-1.746
-12.420
-16.422
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 28
2.9 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.9.1 2.9.2 2.9.3 2.9.4 2.9.5 2.9.6
Inleiding Beschikbare weerstandscapaciteit Financiële risico’s Benodigde weerstandscapaciteit Verzekeringen en voorzieningen Kengetallen financiële positie
2.9.1 Inleiding Het weerstandsvermogen is te definiëren als het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen ten einde de taken van de organisatie te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de organisatie. Op grond van artikel 29 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord Holland Noord dragen de gemeenten bij in de lasten van deze organisatie voor zover zij niet worden bestreden uit de opbrengsten van andere vergoedingen. De 16 deelnemende gemeenten vormen feitelijk de weerstandscapaciteit. Op basis van de uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen is een beperkte algemene reserve toegestaan. Als richtlijn geldt maximaal 2,5% van de exploitatielasten. Dit komt op basis van de jaarstukken 2023 (brutolasten VR € 96.833.000 minus overhead voor ambulancezorg € 2.177.000 is nettolasten € 94.656.000 VRNHN) neer op een bedrag van € 2.366.400. Bij zwaarwegende argumenten is afwijking van deze richtlijn mogelijk. Daarnaast bestaat binnen de organisatie de ambulancezorg die niet door de gemeentelijke bijdrage wordt gefinancierd, maar door bijdragen van de zorgverzekeraars (Nza).
Door de verbeterde financiering in het algemeen en verruiming van vergoedingen voor de huisvesting in het bijzonder, is het mogelijk om voor dit bedrijfsonderdeel een aparte algemene reserve op te bouwen. Hierdoor wordt ook richting de Nza duidelijker zichtbaar dat geld afkomstig van de zorgverzekeraars ook daadwerkelijk wordt ingezet voor de Ambulancezorg. Deze algemene reserve kent vooralsnog geen beperkingen. Beide algemene reserves maken onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit.
2.9.2 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit op basis van de jaarrekening 2023 bestaat uit: x €1.000 Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Totaal reserves
Saldo 1-1-2023 Toevoeging 2.727 3.231 351 798 6.756 351
Onttrekking 924 850 1.774
Bestemming resultaat 798 -798 -
Correcties Bestemmingsreserves Bestemde gelden Veiligheidsregio Gerealiseerde resultaat Vrij besteedbaar Veiligheidsregio (boven 2,5% alg.reserve) Beschikbare weerstandscapaciteit
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Saldo 31-12-2023 3.525 2.658 -850 5.333
-2.658 2.675
Pagina 29
2.9.3 Financiële risico’s Een risico is een onzekere gebeurtenis waaruit financiële gevolgen kunnen vloeien, maar waarbij niet duidelijk is of de gebeurtenis gaat gebeuren en hoe groot de financiële gevolgen zullen zijn. Op het moment dat de financiële gevolgen inzichtelijk zijn, worden deze gedekt in de begroting. De mate van risico is opgenomen in 5 klassen: Klasse
%
Waarschijnlijkheid
Toelichting
1.
10%
Zeer klein
Onwaarschijnlijk, kans 1 keer in de 10 jaar.
2.
25%
Klein
Niet waarschijnlijk, kans 1 keer in de 4 jaar.
3.
50%
Middel
Kan beide kanten op, kans 1 keer in de 2 jaar.
4.
75%
Groot
Waarschijnlijk, kan komend jaar voorkomen
5.
95%
Zeer Groot
Zeer waarschijnlijk, zal zich komend jaar voordoen.
De volgende risico’s worden onderkend. Hierbij maken wij de kanttekening dat de gegeven opsomming van risico’s niet limitatief is.
Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst. 2. Langdurige uitval
Oorzaak Europese wet-en regelgeving
Gevolg Mogelijk verplichting tot betaling minimum loon, pensioen, betaling bij ziekte, etc. Ziekte / ongeval Hoger dan begrote inhuur nodig om weggevallen capaciteit op te vangen 3. IT-dreigingen (bijv. IT-beveiliging is Dataverlies en virus, cyberaanval enz.) onvoldoende tegen alle datalekken IT-dreigingen
Klasse / Financiële Weerstands% impact capaciteit 3 / 50% € 1.200.000 € 600.000
4 / 75%
€
200.000
€
150.000
3 / 50%
€
200.000
€
100.000
Niet kunnen Hoger dan geraamde aantrekken van inhuur derden verpleegkundigen ambulancezorg 5. Materiële en personele Materiële en personele Ongedekte uitgaven (niet schade bij omvangrijke schade bij omvangrijke begroot) incidenten incidenten
3 / 50%
€
200.000
€
100.000
2 / 25%
€
200.000
€
50.000
6. Aanbestedingsclaim
1 / 10%
€
200.000
€
20.000
4. Tekort ambulanceverpleegkundigen
Niet rechtmatig uitvoeren van een aanbesteding
Totaal
Toewijzen van een aanbestedingsclaim
€ 1.020.000
Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst Eind 2018 concludeert Pels Rijcken (kantoor landsadvocaat) dat er een reëel risico bestaat dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de normen uit de Europese en internationale wet- en regelgeving. Onderzoek wijst uit dat er geen mogelijkheid is om binnen de bestaande juridische kaders de huidige vrijwilligheid bij de brandweer te behouden. Op 14 juni 2019 hebben het Veiligheidsberaad en de minister van J&V besloten tot de oprichting van een denktank. De denktank heeft een denkrichting uitgewerkt en voorgelegd aan het Veiligheidsberaad en minister van J&V op 9 december 2019. Het uitgangspunt van de denkrichting is een werkbaar en fundamenteel onderscheid (differentiatie van verplichte beschikbaarheid, werkinhoud/volume en opleiding) tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers, dat tegelijkertijd geen afbreuk doet aan het niveau en kwaliteit van de brandweerzorg. In februari 2021 is het definitieve rapport ‘Inzicht in consequenties denkrichting’ taakdifferentiatie in het Veiligheidsberaad behandeld en besproken met de minister van JenV. DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 30
Burgemeesters Kolff en Depla hebben hun rapport over taakdifferentiatie opgeleverd, waartoe zij in 2018 de opdracht kregen van het Veiligheidsberaad. In het rapport wordt een oplossing geboden om de rechtspositie van brandweervrijwilligers in lijn met Europese wetgeving te brengen, die stelt dat bij gelijk werk gelijke arbeidsvoorwaarden en gelijke betaling geldt, maar ook om het vrijwilligersstelsel te behouden. In het rapport wordt voorgesteld om aan de hand van vier bouwstenen een fundamenteel onderscheid te maken tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers. Deze bouwstenen zijn verplichte beschikbaarheid (kazerneren/consigneren), aantal repressieve taken, type taken en vakbekwaam worden en blijven. Het Veiligheidsberaad heeft kennis genomen van het rapport en heeft uitgesproken de komende jaren aan de slag te willen gaan met de implementatie van bouwsteen 1, mits de benodigde financiële middelen vanuit het rijk komen en een aantal knelpunten opgelost wordt. Bouwsteen 1 betreft het opheffen van kazernering en consignatie en stelt dat wanneer er bij een inzet geen sprake is van vrije instroom, maar een medewerker móet opkomen, er gelijke arbeidsvoorwaarden en betaling zou moeten zijn. Dit zal betekenen dat vrijwillige brandweermensen straks niet meer geconsigneerd zijn, maar aangesteld kunnen worden met een deeltijd beroepsaanstelling.
Het Veiligheidsberaad is niet akkoord met alle bouwstenen, maar er is draagvlak om te starten met de implementatie van bouwsteen 1. Het veiligheidsberaad en minister JenV hebben op 21 juni 2021 de nieuwe stuurgroep ‘toekomst bestendig brandweerstelsel’ de opdracht gegeven voor de implementatie van de eerste bouwsteen en onderzoek te doen naar andere wenselijke thema’s om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Inmiddels worden de randvoorwaarden voor Bouwsteen ‘verplichtend karakter’ op rijksniveau besproken. Eén van de randvoorwaarden is dat het rijk de financiering van Bouwsteen 1 ‘verplichtende karakter’ financiert.
2.9.4 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.020.000. De ratio weerstandsvermogen versus weerstandscapaciteit bedraagt op basis van de aanwezige buffer € 2.675.000 / € 1.020.000 * 100% = 262%. Dit houdt in dat de Veiligheidsregio in staat is om de onderkende risico’s financieel te dragen.
2.9.5 Verzekeringen en voorzieningen Het verzekeringspakket voorziet in het afdekken van de meest gangbare risico’s op personeel en materieel gebied. Met ingang van 1 januari 2024 is de Landelijke regeling aanspraken na Dienstongevallen Veiligheidsregio’s van toepassing. Deze komt in de plaats van de ongevallenverzekering die iedere veiligheidsregio zelfstandig had afgesloten. De regeling wordt landelijk gefinancierd door een sobere ongevallenverzekering die is afgesloten door het landelijk Expertisebureau Risicobeheer én een waarborgfonds die door alle veiligheidsregio’s is opgericht. De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord brengt jaarlijks een bedrag in. Daarnaast heeft de veiligheidsregio nog een aantal voorzieningen getroffen voor toekomstige verplichtingen. In de toelichting op de balans worden deze nader toegelicht.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 31
2.9.6 Kengetallen financiële positie Overzicht kengetallen Verloop van de kengetallen
Begroting jaar Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
2023
2024 0,23
0,50
2025 0,48
2026 0,47
2027 0,47
2028 0,44
0,23
0,50
0,48
0,47
0,47
0,44
0,11
0,08
0,08
0,08
0,08
0,08
-1,34%
1,05%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Toelichting kengetallen •
• •
Netto schuldquote: netto schuld gedeeld door de inkomsten exploitatie (excl. mutaties reserves) Onder netto schuld wordt verstaan de langlopende en kortlopende schulden minus de langlopende en kortlopende vorderingen en uitzettingen. Solvabiliteitsratio: verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (eigen vermogen en vreemd vermogen). Structurele exploitatieruimte: saldo van de structurele baten en lasten en saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (excl. mutaties reserves), uitgedrukt als percentage.
Uitgangspunten Bij het weergeven van de kengetallen voor de financiële positie zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd: • De gebruikte balansstanden zijn gebaseerd op ramingen per 1 januari 2023. • Daar waar geen relevante gegevens beschikbaar zijn, worden de balanssaldi van de laatst bekende jaarrekening opgenomen. • Vlottende schuld wordt als sluitpost gehanteerd.
Duiding kengetallen • •
•
Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VR NHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VR NHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door een relatief laag eigen vermogen; als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De structurele exploitatieruimte beweegt zich rond nihil, waardoor de ratio laag (nihil) is.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 32
2.10 Onderhoud kapitaalgoederen 2.10.1 Wat willen we bereiken 2.10.2 Wat willen we realiseren 2.10.3 Wat gaat het kosten
2.10.1 Wat willen we bereiken Doel Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval zoveel mogelijk te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten die gepaard gaan met het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Een andere zekerheid is het weten wanneer het materieel vervangen moet worden. Hiervoor beschikt de Veiligheidsregio over een actueel MJIP (Meerjareninvesteringsplan) waarin alle nu bekende toekomstige investeringen zijn opgenomen. De veiligheidsregio beschikt over diverse soorten kapitaalgoederen die jaarlijks moeten worden onderhouden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Dit betreffen o.a. panden, voertuigen en kantoorautomatisering. VR NHN heeft diverse panden in eigendom. Naast de panden die worden gebruikt ten behoeve van ambulancezorg, heeft de veiligheidsregio ook nog een aantal brandweerkazernes. Deze kazernes zijn gekocht van de gemeenten in 2013 om btw heffing bij de gemeenten te voorkomen. De laatste kazerne in Avenhorn is in 2024 terug verkocht.
Het pand voor de centrale huisvesting in Alkmaar (Hoofdkantoor) en het pand voor de ambulancedienst op Texel worden gehuurd. De brandweerkazernes die niet in eigendom zijn, worden om niet gehuurd van de gemeenten.
2.10.2 Wat willen we realiseren Gebouwen ambulancedienst In 2019 heeft op basis van de in 2018 uitgevoerde (interne) analyse op de staat van de gebouwen een extern onderzoek plaatsgevonden. Daaruit is naar voren gekomen dat de ambulancevoorzieningen in Hoogkarspel en Den Helder niet langer geschikt zijn voor hun functie en extra ruimte beschikbaar moet komen voor het overdekt stallen van ambulances. Uit onderzoek naar meerdere oplossingsvarianten is de conclusie getrokken dat nieuwbouw voor beide locaties de voorkeur geniet boven een grootschalige renovatie. Het rapport is vertaald in een notitie voor het Lokaal Overleg van maart 2020 waarin de probleemstelling vertaald is naar een advies het beschikbare budget huisvesting te verhogen. In het najaar 2020 is de extra budgetaanvraag gehonoreerd en vindt structurele ophoging plaats. In 2021 is begonnen met de planvorming voor de nieuwbouw. De daarbij afgegeven planningen zijn in de loop van 2023 wederom aangepast (uitloop verkrijgen vergunningen, beschikbaarheid bouwers en materiaal). Naar de huidige verwachtingen vinden de opleveringen in de loop van 2024 en 2025 plaats zodat de huisvesting weer voor langere tijd op orde is.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 33
Brandweerkazernes Voor de kazernes zijn in 2013 de volgende uitgangpunten afgesproken met de gemeenten en zijn/worden als zodanig uitgevoerd: 1. Vastgoedbeleid is een gemeentelijke verantwoordelijkheid; 2. De jaarlijkse exploitatielasten komen voor rekening van de gemeenten; 3. De kazernes worden door de gemeenten om niet in bruikleen gegeven aan VR; 4. Huisvestingslasten maken geen onderdeel uit van de begroting van de VR; 5. Het beheer en onderhoud is een gemeentelijke taak en wordt geborgd in de overeenkomsten voor beheer en onderhoud tussen gemeenten en VR; 6. Gemeenten berekenen hun facilitaire kosten (schoonmaak, alarmopvolging, e.d.) door aan VR; 7. Roerende goederen zijn om niet of tegen de geldende boekwaarde door VR overgenomen. Onderhoud, reparatie en vervanging is voor rekening van VR. Het onderzoek, in meerdere jaren uitgevoerd in 2017-2018 naar de toekomstbestendigheid van de bestuurlijke afspraken omtrent de huisvesting van de brandweer heeft niet geleid tot aanpassing van de in 2013 gemaakte afspraken. Het onderzoek heeft geleid tot een verbeterde attentie bij gemeenten dat de huisvesting van de brandweer een verantwoordelijkheid is van gemeenten en Veiligheidsregio samen. Binnen de bestuurlijke uitgangspunten kunnen de knelpunten worden opgelost hetgeen in de praktijk ook daadwerkelijk gebeurt.
In meerdere kazernes zijn verbeteringen aangebracht met betrekking tot arbeidshygiëne en er vindt een betere afstemming plaats op de uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan. Een aantal gemeenten zijn daadwerkelijk gestart met of er zijn de plannen in voorbereiding voor het vervangen van veelal verouderde brandweerkazernes. In hoeverre de ontwikkeling van het brandweerdekkingsplan naar een brandweerzorgplan effect gaat hebben op deze vervangingen is momenteel nog niet uitgekristalliseerd. In 2024 en volgende jaren zal hier de nodige aandacht naar uit gaan.
Centrale huisvesting de Hertog Het gebouw aan de Hertog Aalbrechtweg 22 te Alkmaar wordt samen met de GGD Hollands Noorden als hoofdlocatie gebruikt. VR NHN is huurder. Voor het medegebruik door de GGD HN is een overeenkomst voor gemene rekening opgesteld die is goedgekeurd door de Belastingdienst. Op basis hiervan worden de huisvestingskosten op basis van een verdeelsleutel verdeeld tussen de GGD HN en VR NHN zonder dat dit tot extra btw-druk leidt. Met de verhuurder van het pand is een SLA afgesproken waarin het beheer en onderhoud van het pand geregeld is.
Ambulancematerieel In de komende jaren worden de reguliere investeringen gedaan op basis van het MJIP, waaronder vervanging en uitbreiding van ambulances en inbouw van elektrische brancards.
Brandweermaterieel De brandweer beschikt over up-to-date materieel en materiaal. Voertuigen en inventaris worden op basis van het MJIP vervangen. Bij iedere vervanging wordt gekeken of er een technische noodzaak is om te gaan vervangen. Voor reguliere brandweermaterialen zijn er inkoopovereenkomsten beschikbaar en waar nodig worden deze inkoopovereenkomsten rechtmatig verlengd. Op die manier wordt zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen om gegaan.
Persoonlijke beschermingsmiddelen Brandweer Ook op het gebied van kleding, ademlucht en persoonlijke beschermingsmiddelen is de brandweer volledig up-to-date. Er zijn raamovereenkomsten gesloten voor bluslaarzen en blushandschoenen, waarbij vervangen wordt indien noodzakelijk. Hiermee wordt verspilling voorkomen. De landelijke uitstraling voor bluskleding, die inmiddels is vastgesteld, gaat ons in de toekomst hierbij nog meer helpen.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 34
Kantoorautomatisering De VR beschikt over een visie op informatie-gestuurd werken die op hoofdlijnen de richting voor de toekomst weergeeft. Met de acties in het jaarplan wordt verder invulling gegeven aan deze visie. Voor de VR is een architectuur opgesteld die gericht is op de huidige ontwikkelingen binnen de regio en op landelijk niveau. Het risicobewustzijn van werken bij de veiligheidsregio is toegenomen. Dit vertaalt zich in het veilige gebruik van ICT-voorzieningen, geen datalekken en grip op persoonsgegevens. Om toegang te krijgen tot de werkomgeving is de toegangscontrole uitgebreid met een authenticator-procedure. In 2022 is reeds een start gemaakt met de uitwerking en implementatie van het BIO: Baseline Informatiebeveiliging Overheid. De benodigde investeringen zijn opgenomen in het MJIP en de kosten hiervan in de (meerjaren)begroting.
2.10.3 Wat gaat het kosten Alle noodzakelijke kosten met betrekking tot het in standhouden van de gebouwen, vervoersmiddelen, materialen en ICT-middelen zijn opgenomen in de begroting en meerjarenraming.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 35
2.11 Financiering 2.11.1 2.11.2 2.11.3 2.11.4
Inleiding Beleidskaders treasury activiteiten Toerekening (voorgenomen) rentelasten naar taakvelden EMU saldo
2.11.1 Inleiding De financieringsfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's en omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Op 27 november 2015 is door het algemeen bestuur het treasurystatuut 2015 vastgesteld. In dit statuut zijn de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten van de treasuryfunctie vastgelegd. Het statuut is gebaseerd op de voorschriften zoals vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) inclusief de daarmee samenhangende wet- en regelgeving. De belangrijkste punten zijn: • Aantrekken van langlopende geldleningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee financiële instellingen; • Uitzetten van tijdelijke overtollige financiële middelen vindt uitsluitend plaats bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Middelen tot de schatkistlimiet mogen worden uitgezet bij financiële ondernemingen die ten minste over een A-rating beschikken en gevestigd zijn in Nederland, of een andere EU lidstaat die beschikt over tenminste een AA rating; • De organisatie maakt geen gebruik van derivaten; • Jaarlijks vindt evaluatie plaats van de gedane treasury activiteiten in de paragraaf ‘Financiering’.
2.11.2 Beleidskaders treasury activiteiten Kasgeldlimiet (kortlopende geldleningen) Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de hoogte van de netto vlottende schuld voor gemeenschappelijke regelingen op een maximum gezet van 8,2% van de begrote lasten, de kasgeldlimiet. Voor 2025 is deze berekend op € 7,3 miljoen2. Overschrijding kan leiden tot het aantrekken van geld met een looptijd langer dan één jaar. Voor 2025 is de verwachting dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden.
Schatkistlimiet Vanaf december 2013 is het schatkistbankieren van toepassing. Dit betekent dat overtollige geldmiddelen boven schatkistlimiet verplicht moeten worden aangehouden in de schatkist. Dit voorkomt dat decentrale overheden hun middelen kunnen uitzetten bij derden (zoals buitenlandse banken) en draagt bij aan het verlagen van het EMU saldo van de totale Nederlandse overheid. Voor 2025 is de schatkistlimiet3 berekend op € 1.782.000. Gelden boven deze limiet moeten worden aangehouden in de schatkist.
Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de renterisiconorm gemaximaliseerd op 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat het totaal van herfinancieringen en renteherzieningen op de vaste schuld in enig jaar beperkt is tot 20% van het begrotingstotaal. Voor 2025 is de renterisiconorm berekend op € 17,8 mln. In het begrotingsjaar vinden geen renteherzieningen plaats. De renterisiconorm wordt naar verwachting niet overschreden. 2 Op basis van begrotingstotaal lasten (primair) 3 De limiet wordt berekend als 2,0% van het begrotingstotaal lasten (primair) met een ondergrens van € 1.000.000.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 36
Financieringsbehoefte (kort-/langlopende geldleningen) In basis is de leningenportefeuille van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord afgestemd op het kunnen uitvoeren van de haar gestelde taken. In het verleden zijn kortlopende geldleningen aangetrokken die zijn gebruik om tijdelijke tekorten in de liquide middelen op te vangen. Mogelijk zullen in 2025 kortlopende geldleningen worden aangetrokken om tijdelijke tekorten op te vangen die kunnen ontstaan door hogere uitgaven vanwege de nieuwe cao’s en de aanwezige inflatie. Op basis van de geplande investeringen 2025-2028 wordt meerjarig een financieringstekort verwacht. Om te kunnen investeren, zullen in de periode 2025-2028 (langlopende) geldleningen moeten worden aangetrokken. Het daadwerkelijke afsluitmoment van deze leningen wordt afgestemd op het leverings/betaalmoment van de betreffende investeringen. Door de huidige inflatie en onrust in Europa zien we de rente momenteel stijgen. Dit heeft forse consequenties voor de geraamde rentelasten.
Ontwikkelingen leningenportefeuille In 2014 is de omvang van leningenportefeuille fors toegenomen. Er zijn leningen aangetrokken ter financiering van aangekocht materieel / kazernes van de gemeenten (aangekocht eind 2013) en de projectkosten regionalisering. In de periode 2019-2024 zijn overgenomen kazernes weer (terug)verkocht aan de betreffende gemeenten. De daarvoor aangetrokken geldleningen zijn in deze periode ook afgelost. De portefeuilleomvang neemt de komende jaren weer toe door het aantrekken van langlopende geldleningen ter (her-)financiering van voorgenomen vervangingsinvesteringen. Daarbij zal de herfinanciering substantieel hoger uitvallen door de sterk gestegen aanschafprijzen.
2.11.3 Toerekening (voorgenomen) rentelasten naar taakvelden In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de verwachte rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. De rente van geldleningen die zijn aangetrokken voor de aankoop van materieel / kazernes wordt bij VR NHN gezien als projectfinanciering.
Omschrijving Externe financiering kort en lang Rentelasten
2024 Bedragen x €1 -/-
Rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
+/+
Doorberekening rente aan grondexploitatie Toerekening rente van projectfinanciering aan het betreffende taakveld
-/-/-
Toerekening rentebaten van specifieke projectfinanciering aan het betreffende taakveld Aan taakveld toe te rekenen externe rente
+/+
Rente over eigen vermogen
-/-
Rente over voorzieningen Totaal aan taakveld toe te rekenen rente
+/+
7.1 Volksgezondheid
-/-
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
-/-
0.4 Overhead De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-/-
Renteresultaat op het taakveld Treasury
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
660.678 0 660.678
660.678
0 660.678
143.760 497.587 19.331 660.678 0
Pagina 37
2.11.4 EMU saldo Onderstaand het berekende EMU saldo op basis van deze begroting en meerjarenraming (op basis van artikel 71 lid 3 BBV).
EMU-SALDO EMU-SALDO referentiewaarde Verschil EMU-saldo & referentiewaarde Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen Activa Mutaties Uitzettingen (1 januari Vlottende activa Liquide middelen Overlopende activa tot 31 december) Vaste schuld Vaste Passiva Passiva Vlottende schuld Vlottende passiva Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa Financiële vaste activa
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
T-1 2024 -14.450
T 2025 -2.018
T+1 2026 -902
T+2 2027 -2.157
T+3 2028 2.540
-14.450
-2.018
-902
-2.157
2.540
0 0 0 0 0 6.661 7.789 0
0 0 0 0 0 2.723 -705 0
0 0 0 0 0 2.122 -1.220 0
0 0 0 0 0 2.689 -532 0
0 0 0 0 0 -810 -1.730 0
Pagina 38
2.12 Verbonden partijen 2.12.1 2.12.2 2.12.3 2.12.4 2.12.5 2.12.6 2.12.7
Inleiding Relevante ontwikkelingen Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Visie op verbonden partijen Beleidsvoornemens deelnemingen Eigen vermogen en resultaat RAV
2.12.1 Inleiding Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin VR NHN een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BBV). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen.
2.12.2 Relevante ontwikkelingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) (vestigingsplaats Alkmaar) De RAV NHN is per 10 februari 2010 opgericht met als doel het hebben en exploiteren van een vergunning tot het uitvoeren van ambulancevervoer. Per 1 januari 2013 beschikt de RAV NHN over deze vergunning. RAV NHN kent twee leden: Ambulancezorg Noord-Holland Noord (= VR NHN) en Witte Kruis Ambulancezorg. De centrale administratie wordt uitgevoerd door VR NHN en de controlfunctie door WK. Het secretariaat van de RAV wordt door VR NHN gevoerd. Verder gebruiken beide partners één automatiseringspakket waarin de ambulanceritten worden geregistreerd. De ambulanceritten worden door VR NHN gefactureerd. De partners behouden afzonderlijk de verantwoordelijkheden over het debiteurenbeheer. Beide partners staan bij de zorgverzekeraars bekend als één wettelijk gemachtigde uitvoerende en verantwoordelijke zelfstandige organisatie (coöperatie) die beschikt over één gezamenlijke bankrekening en spaarrekening. De Meldkamer is via een SLA verbonden aan de RAV. Op 1 januari 2021 is de Wet ambulancevoorzieningen (Wav) in werking getreden. De nieuwe wet ambulancezorg geeft zekerheid aan de RAV over haar positie. Om de continuïteit te kunnen waarborgen wil de minister de huidige positie van de RAV’s intact houden.
In de nieuwe wet is opgenomen dat: “Er per veiligheidsregio een monopolist is, die niet alleen het alleenrecht heeft om spoedeisende ambulancezorg te leveren, maar ook de plicht heeft om deze zorg te leveren.” De Nederlandse Zorgautoriteit, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gaan gezamenlijk toezicht houden op de naleving van de Wav. De zorgverzekeraars maken met de RAV jaarlijks afspraken over het budget en de daarvoor te leveren kwaliteit en prestaties.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 39
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (vestigingsplaats Arnhem) Het NIPV (voorheen IFV) is een bij wet opgerichte zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Het NIPV ondersteunt de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De regio’s Kennemerland, Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland hebben hun krachten op het gebied van vakbekwaam worden gebundeld. Sinds het formele ondertekeningmoment op 11 juli 2019 is er één gezamenlijk opleidingsinstituut: de Brandweerschool Noord-Holland (BWS NH). BWS NH zet in op kwalitatief goed onderwijs, het innoveren van brandweeronderwijs, het voldoen aan landelijk gestelde kwaliteitscriteria en het onderhouden en ontwikkelen van les- en leerstof. Voorlopig richt BWS NH zich in hoofdzaak op de opleidingen basisbrandweerzorg, aangevuld met de opleidingen brandweerchauffeur en instructeur. In november 2022 heeft de BWS NH de periodieke audit Kwaliteit Aanbieders Brandweeronderwijs met goed gevolg doorlopen waardoor BWS NH tot en met 2026 een gecertificeerd opleidingsinstituut is.
2.12.3 Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Het aandeel VR NHN in de kosten van de RAV NHN maakt onderdeel uit van het programma Ambulancezorg. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (vestigingsplaats Arnhem) Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het NIPV. Deze bijdrage wordt rechtstreeks in mindering gebracht op de BDUR-gelden. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De kosten van opleiden, en dus ook van de BWS NH, zijn opgenomen binnen het programma Brandweer.
2.12.4 Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) De bestuurdersrol is statutair vastgelegd. Twee bestuurders vormen het bestuur. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks volgens een vast schema tussen beide bestuurders. Voor 2024 is de directeur WK de bestuursvoorzitter, voor 2025 wordt dit de directeur ambulancezorg VR NHN. De algemene directeuren van de beide zelfstandige organisaties en de twee bestuurders vormen samen de Algemene Ledenvergadering (ALV). Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (vestigingsplaats Arnhem) De voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het NIPV. De bestuursvoorzitter van VR NHN is lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het NIPV is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 40
Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de veiligheidsregio’s. Daarnaast kent de coöperatie een algemene ledenvergadering.
2.12.5 Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen. Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten, statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang.
2.12.6 Beleidsvoornemens deelnemingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Er zijn bij de RAV NHN geen grote beleidsvoornemens te onderkennen; het bestaande beleid wordt voortgezet. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (vestigingsplaats Arnhem) De beleidsvoornemens voor de veiligheidsregio’s liggen op het terrein van: - beleids- en bestuursondersteuning van de ambtelijke en bestuurlijke top - kennis ontwikkelen, makelen en borgen voor de professional in het veld - opleidingen, trainingen en oefeningen voor vakbekwaam worden en blijven faciliteren en verzorgen - talent- en leiderschapsontwikkeling bevorderen - materieel voor de veiligheidsregio's verwerven, beheren en organisatorisch inbedden - projectmanagement en (organisatie)advies Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De coöperatie zet in de eerste jaren van haar bestaan in op het verder uitrollen van haar activiteiten en het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs. Daarnaast wordt getracht schaalvoordelen te behalen door het bundelen van de opleidingsactiviteiten. In 2022 is het functioneren van de coöperatie geëvalueerd en zijn voorstellen gedaan voor de doorontwikkeling. Deze zijn vastgelegd in het doorontwikkelplan “Koers bepalen”. In 2024 en verder zal de doorontwikkeling verder gestalte krijgen.
2.12.7 Eigen vermogen en resultaat RAV Uit de concept jaarstukken 2023 RAV blijkt dat het eigen vermogen per 31 december 2023 € 0 is. Het exploitatiesaldo 2023 is ook € 0. Dit wordt ook voor 2024 en 2025 voorzien.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 41
2. Overige informatie 2.13 Fiscaliteiten 2.13.1 Tax Control Framework 2.13.2 Convenant Horizontaal Toezicht 2.13.3 Casus Vennootschapsbelasting Ambulancezorg
2.13.1 Tax Control Framework In 2023 was het Tax Control Framework (TCF) voor het eerste jaar actief in de staande organisatie. Borging van de PDCA-cyclus vindt plaats door een structureel overleg tussen de VIC-medewerker, de fiscale aandachtsfunctionaris en hun leidinggevende. Daarnaast zijn controles expliciet toegevoegd aan de VIC-checklists. Dit heeft ertoe geleid dat we nu al verbeteringen in de fiscale beheersing hebben kunnen aanbrengen en nieuwe inzichten hebben opgedaan over de identificatie van risico’s, de benodigde beheersmaatregelen en daarop volgende controles. Deze zullen in een nieuwe versie van het TCF worden opgenomen.
2.13.2 Convenant Horizontaal Toezicht Op 8 februari 2023 is het nieuwe convenant Horizontaal Toezicht voor de jaren 2023-2025 formeel ondertekend. In het najaar van 2023 heeft een periodiek bezoek van de Belastingdienst in het kader van het convenant plaatsgevonden. Hierin konden we onze vorderingen presenteren en heeft de Belastingdienst kritische vragen gesteld en suggesties gedaan waarmee we onze fiscale beheersing nog verder kunnen verbeteren. Vanzelfsprekend zijn, vanwege de afgesproken wederzijdse transparantie, ook diverse actualiteiten op het gebied van organisatieontwikkelingen en fiscale wetgeving gedeeld. De wijze waarop VRNHN invulling geeft aan de verplichtingen vanuit het convenant wekken het vertrouwen van de Belastingdienst; zij hebben dan ook de frequentie van het periodiek bezoek verlaagd naar eenmaal per jaar.
2.13.3 Casus Vennootschapsbelasting Ambulancezorg In samenwerking met onze externe fiscalist hebben we een zogenaamde ‘expliciete standpuntbepaling’ ingenomen met betrekking tot de activiteit Ambulancezorg. In de kern gaat het erom dat bij deze activiteit over meerdere jaren heen positieve resultaten worden behaald die zich in onze ogen niet kwalificeren als winst in de zin van de Vennootschapsbelasting. In een eerste reactie heeft de Belastingdienst aangegeven één van onze argumenten wellicht als steekhoudend te kunnen beschouwen. Hiervoor is door de inspecteur wel aanvullende informatie opgevraagd. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan de beantwoording daarvan. In de loop van 2024 wordt een definitieve reactie op ons afstemmingsverzoek verwacht.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 42
2.14 Privacy 2.14.1 Terugblik 2.14.2 Waar willen we naar toe
2.14.1 Terugblik Vanaf mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht waaraan ook Veiligheidsregio Noord-Holland Noord gehouden is. In de afgelopen jaren is aan de compliance gewerkt door onder andere een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aan te stellen en de functie van Privacy Officer in te richten binnen de organisatie. Terugkijkend op 2023 is er ingezet op onder andere extra personele capaciteit. Door verloop en schaarste van personeel met kennis van de AVG is er voor gekozen om ook gebruik te maken van externe inhuur. Door deze externe inhuur kon, naast de reguliere werkzaamheden, ook de uitvoer van Data Protection Impact Assessments (DPIA`s) doorgang hebben.
2.14.2 Waar willen we naar toe In 2024 zal worden ingezet op het bestendigen van extra formatie om binnen de organisatie meer ondersteuning te kunnen bieden bij advisering en compliance van de AVG. Ook zal wederom focus worden gelegd op het uitvoeren van DPIA`s. Hierbij zal voor de volgorde van de uitvoering van DPIA`s rekening worden gehouden met prioriteit. Tevens zal er extra aandacht zijn voor de actualisatie van het beleid inzake privacy. De directie heeft de ambitie uitgesproken in te zetten op versterking richting volwassenheidsniveau 3 van het Privacy volwassenheidsmodel. Om dit niveau te bereiken zal een "Privacy verbeterplan" worden ontwikkeld. Punt op de horizon is 2027.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 43
3. Financiële begroting 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Overzicht van baten en lasten Uiteenzetting financiële positie en toelichting Meerjarenraming exploitatie Meerjarenraming balans Meerjarenraming investeringen
3.1
Overzicht van baten en lasten
Begroting 2025 Programma's / Overhead c.a. Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Crisisbeheersing Programma Zorg- en Veiligheidshuis Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR Saldi programma's Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Onvoorzien Saldo van baten en lasten, resultaat voor bestemming Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma: Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma Meldkamer Programma Crisisbeheersing Overhead Resultaat na bestemming
3.2
Bedragen x €1.000 Baten Lasten 20.847 18.211 1.715 39.643 12 1.802 2.266 3.582 4.342 937 1.557 62.423 88.200 69.137 1.070
19.972
89.270
89.109
-
156 5
89.270
89.270
Saldo 2.636 -37.928 -1.790 -1.316 -4.342 -620 62.423 19.063 -18.902 161 -156 -5 -
Uiteenzetting financiële positie en de toelichting
Uitgangspunten begroting De begroting 2025 is geïndexeerd met 3,9% (4,00% loonindexatie en 3,70% prijsindexatie). De loonprijsindexatie 2025 is conform de door gemeenten vastgestelde regeling Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR) en geldend voor alle gemeenschappelijke regelingen. Verdeling vindt plaats naar de draagkracht per gemeente. Deze verdeling is gebaseerd op het aandeel van het ‘Oov-subcluster Brandweer en rampenbestrijding4 per gemeente en de belastingcapaciteit per gemeente. De bijdrage voor 2025 komt uit op een bedrag van € 54.222.855. Dit is inclusief de bijdrage voor de ontwikkelopgave brandweer (€ 2.915.066). De bijdrage per gemeente is opgenomen in bijlage 4.2. 4 subcluster binnen de algemene uitkering van het gemeentefonds
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 44
Financiering Bij VRNHN is sprake van een totaalfinanciering. Rentelasten worden omgeslagen naar programma’s op basis van de boekwaarde (op 1 januari) van aangeschafte activa in deze programma’s. Begin 2024 is het (bestaande) meerjarig investeringsplan geactualiseerd voor de periode 2025-2028 (zie paragraaf 3.5). Gezien de geraamde investeringsvolumes wordt in de toekomst een financieringstekort verwacht. Om te kunnen investeren dienen in de periode 2025-2028 aanvullende geldleningen te worden aangetrokken. Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf Financiering.
3.3
Meerjarenraming exploitatie
Een meerjarenraming is van belang om de consequenties van het beleid in beeld te brengen vanuit het verleden naar de onderhavige begroting en toekomstige planvorming. De meerjarenraming speelt een belangrijke rol bij de kader stellende functie van het algemeen bestuur, omdat de meerjarenraming de financiële richting aangeeft voor het opstellen van de begroting.
Meerjarenraming cijfermatig Hierna volgt een totaaloverzicht over de jaren 2025 tot en met 2028. In de meerjarenraming zijn de rubrieken met een variërend verloop afzonderlijk opgenomen. De cijfers vanaf 2025 zijn geïndexeerd. De overzichten per programma zijn opgenomen in de bijlage 4.4.
Aansluiting op Kadernota Door het tijdsverloop tussen opstellen van de kadernota (december 2023) en de voorliggende begroting (maart 2024), is een enkele post substantieel veranderd. • De afschrijvingen en rente zijn aangepast naar de laatste inzichten die bij het opstellen van de jaarrekening 2023 en de daarop volgende aanpassingen van het MJIP en het doorrekenen daarvan zich hebben gemanifesteerd. Door forse prijsstijgingen bij nieuwe aanbestedingen of aanpassing van bestaande contracten, alsmede de stijging van rentelasten, zien we de kapitaallasten groeien. Voor de investeringen in brandweermaterieel wordt rekening gehouden met een zekere temporisering. Voor het overige zijn de verschillen redelijk marginaal te noemen.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 45
Resultaten De resultaten laten, met inbegrip van de reservemutaties, over alle jaren een nihil resultaat zien op basis van ‘going concern’. Dit is echter niet ontstaan doordat de geraamde lasten keurig worden afgedekt door de verwachte baten. De lasten en baten zijn deels geraamd op basis van de in de kadernota vastgestelde indexaties, waarbij: • de effecten van nieuwe aanbestedingen vertaald zijn in de betreffende budgetten (hogere lasten) als gevolg van de hoge inflatie. • het meerjarenbeeld van de investeringen is bijgewerkt met als resultante nieuwe (hogere) afschrijvingslasten en rentelasten vanwege herfinanciering. Hier ontstaan verschillen door veel hogere aanbestedingsuitkomsten (een tankautospuit kost ongeveer € 150.000 meer); • ook al rekening is gehouden met een stukje temporisering van de investeringen in brandweermaterieel. Hierdoor zijn geen sluitende meerjarenperspectieven ontstaan voor zowel Ambulancezorg als de VR. Er zijn stelposten opgenomen bij afschrijvingen (temporisering van investeringen en dus afschrijvingen) en bij de overige lasten (verlaging op basis van verwachte incidentele onderbestedingen). Het opvoeren van genoemde stelposten heeft tot gevolg dat de verwachte incidentele ruimte (groten-)deels wordt opgebruikt.
Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage 2025 is op basis van de door het algemeen bestuur vastgestelde kadernota geïndexeerd met 3,9%. De loonindexatie en de prijsindexatie bedragen respectievelijk 4,00% en 3,70%, welke in de verhouding 70%-30% meewegen. De indexatie van de gemeentelijke bijdrage voor de jaren 2026-2028 is gebaseerd op de CPB Middellange Termijn Verkenning en zijn respectievelijk 3,9%, 3,9% en 3,4%.
Salarissen De bij het opstellen van de begroting 2025 bekende cao voor VR NHN heeft een looptijd tot 1 mei 2024. De onderhandelingen waren nog gaande in maart en april 2024 om te komen tot een nieuwe cao vanaf voornoemde datum. Er is rekening gehouden met een bescheiden stijging ten opzichte van de reeds bestaande indexatie. De cao ambulancezorg loopt in ieder geval tot einde 2024 en kent per 1 juni nog een tussentijdse verhoging van 5%. De autonome stijgingen die in de salarissen zijn opgenomen, betreffen de personele uitbreidingen inzake de ontwikkelopgave van de brandweer op het gebied van vakbekwaamheid, paraatheid/beschikbaarheid en de noodzaak tot modernisering.
Afschrijvingen en rente In de begroting zijn de gevolgen van het MJIP (meerjareninvesteringsplan) opgenomen en de bijbehorende financiering. Hiermee is inzichtelijk wat het verloop van de afschrijvings- en rentelasten is. Alle opgenomen nieuwe investeringen zijn vooral vervangingsinvesteringen. Met name bij de brandweer neemt de afschrijvingslast toe. De groei in de afschrijvingslasten vindt zijn oorzaak vooral in een veranderd prijsniveau ten opzichte van de zero based begroting die in 2014 is opgesteld bij de regionalisering. Dit laat zich vooral gelden in hogere aanschafprijzen voor bijvoorbeeld de tankautospuiten, waar zowel de wagen als de technische uitrusting een fors hoger (prijs)niveau kennen dan de voorgangers (vanaf minimaal € 150.000, ca. 40% stijging in pakweg 5 jaar), mede veroorzaakt door de hoge inflatie. DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 46
Als gevolg van hogere aanschafprijzen neemt normaliter ook de financieringsrente toe als lastenpost, enerzijds door benodigde financieringsomvang, anderzijds door stijgende rente. Groei in rente is in de afgelopen jaren achterwege gebleven door de zéér lage en zelfs in enkele gevallen “negatieve” rente. Op dit moment is sprake van een hogere rente. De ontwikkelingen daarin zijn moeilijk voorspelbaar en zeer afhankelijk van de inflatieontwikkeling. Dat de rentepost in absolute zin stijgt, is echter onvermijdelijk. De effecten op de langere termijn zijn behoorlijk omvangrijk. Het beeld van de afschrijvingen laat over de periode 2024 tot en met 2028 een verwachte groei zien van circa € 3,6 miljoen. De verwachte rentelast laat een groei zien van bijna € 600.000 over dezelfde periode. Dit gaat ongetwijfeld druk genereren op de uitkomsten van VR NHN. Vooralsnog wordt verwacht dat dit in de komende jaren opgevangen kan worden door incidenteel lagere lasten op andere kostenposten. Of dat voor de gehele periode van de meerjarenraming opgaat, zal in de komende jaren duidelijk worden.
Overige lasten Voor de indexaties is voor 2025 de kadernota gehanteerd, en voor de jaren 2026 tot en met 2028 de indexaties van de CPB raming Centraal Economisch Plan. Daarnaast is rekening gehouden met specifiek hogere lasten van nieuw afgesloten contracten en met hogere lasten op budgetten die prijsgevoelig zijn voor inflatoire invloeden (denk o.a. aan energie/brandstof).
3.4
Meerjarenraming balans
Activa (im) Materiële vaste activa
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31.728
45.702
48.048
49.284
51.781
49.588
Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen
0
0
0
0
0
0
Financiële vaste activa: Leningen
0
0
0
0
0
0
Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar
0
0
0
0
0
0
31.728
45.702
48.048
49.284
51.781
49.588
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0 8.810
Totaal Vaste Activa Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen Uitzettingen <1 jaar
8.810
8.810
8.810
8.810
8.810
Liquide middelen
107
107
107
107
107
107
Overlopende activa
7.301
7.301
7.301
7.301
7.301
7.301
Totaal Vlottende Activa
16.218
16.218
16.218
16.218
16.218
16.218
Totaal Activa
47.946
61.920
64.266
65.502
67.999
65.806
Passiva
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
Eigen vermogen
6.183
4.690
4.851
5.018
5.191
Exploitatiesaldo
-850
0
0
0
0
0
Voorzieningen
826
993
1.160
1.327
1.494
1.661
5.371
Vaste schuld
29.597
36.258
38.981
41.103
43.792
42.982
Totaal Vaste Passiva
35.756
41.941
44.992
47.448
50.477
50.014
Vlottende schuld
8.559
16.348
15.643
14.423
13.891
12.161
Overlopende passiva
3.631
3.631
3.631
3.631
3.631
3.631
Totaal Vlottende Passiva
12.190
19.979
19.274
18.054
17.522
15.792
Totaal Passiva
47.946
61.920
64.266
65.502
67.999
65.806
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 47
Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit een algemene reserve en de bestemmingsreserves. Ultimo 2023 bedraagt de verwachte omvang van de reserves € 6.183.000 wat als volgt verdeeld is over de: - algemene reserve veiligheidsregio € 2.013.000 - algemene reserve ambulancezorg € 1.512.000 - bestemmingsreserves € 2.658.000
Ontwikkeling algemene reserve Exploitatieoverschotten of -tekorten worden in eerste instantie verrekend met de algemene reserve binnen het eigen vermogen. Indien het Algemeen Bestuur positief besluit over het voorstel resultaatbestemming van het verslagjaar 2023 bedraagt de algemene reserve veiligheidsregio € 1.523.000 en de algemene reserve ambulancezorg € 1.152.000. De omvang van de algemene reserves is vooralsnog toereikend. Het jaar 2023 laat dus een vermindering zien van de beide algemene reserves door de explosieve groei van de lasten onder druk van een hoge inflatie, met als gevolg een totaal negatief resultaat van € 850.000.
Ontwikkeling bestemmingsreserves Het volgende overzicht laat de verwachte mutaties en eindstanden van de bestemmingsreserves zien. De verwachting is dat het merendeel van de bestemmingsreserves in 2024 afgebouwd zullen worden. Bestemmingsreserves Verslagleggingsverschillen BBV-RJZ Pers.frictiekn./mobiliteitsbeleid POK-gelden Nieuwbouw ambulanceposten Ontwikkeling brandweer
31-12-23 mut.2024 1.829 155 468 -468 202 -202 77 -77 82 -82 2.576 -592
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
31-12-24 mut.2025 1.984 161 1.984 161
31-12-25 mut.2026 2.145 167 2.145 167
31-12-26 mut.2027 31-12-27 mut.2028 31-12-28 2.312 173 2.485 180 2.665 2.312 173 2.485 180 2.665
Pagina 48
3.5
Meerjarenraming investeringen
Begin 2024 zijn alle investeringen geïnventariseerd voor de jaren 2025-2028. Dit leidt meerjarig tot het volgende beeld: bedragen x € 1.000
Investeringen 2025 - 2028 Programma / PDC-groep
2025
2026
2027
2028
Ambulancezorg 2 - Diensten en middelen
1.192
229
3 - ICT
63
128
239
24
6 - Wagenpark
926
837
1.014
1.542
2.181
1.194
1.370
2.187
2 - Diensten en middelen
362
1.337
2.611
2.483
3 - ICT
369
621
2.734
28
6 - Wagenpark
5.467
4.986
2.637
1.351
Totaal Brandweer
6.198
6.944
7.982
3.862
6
15
Totaal Ambulancezorg
117
621
Brandweer
GHOR 2 - Diensten en middelen 3 - ICT 6 - Wagenpark
81
83
85
Totaal GHOR
81
89
100
-
-
-
-
4
102
Meldkamer Noord-Holland 3 - ICT
37
Totaal Meldkamer Noord-Holland
37
CB 3 - ICT 6 - Wagenpark Totaal CB
101 -
105
102
-
227
857
276
Bedrijfsvoering/Directie 2 - Diensten en middelen
205
3 - ICT
432
6 - Wagenpark
38
63
Totaal Bedrijfsvoering
637
265
857
339
Totaal investeringen
9.134
8.597
10.411
6.388
Voor het programma Brandweer wordt rekening gehouden met een temporisering van de investeringen. In hoeverre de vertragingen van leveringen in 2023 en 2024 invloed hebben op leveringen in de komende jaren is ten tijde van het opstellen van deze begroting moeilijk in te schatten, mede door externe factoren waarop VRNHN geen invloed heeft.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 49
4. Bijlagen 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.5
Kerngegevens Bijdrage per gemeente Financiële overzicht naar taakvelden Meerjarenraming exploitatie per programma Overzicht van incidentele baten en lasten Structureel begrotingssaldo
4.1
Kerngegevens Veiligheidsregio Noord-Holland Noord
Gemeenschappelijke regeling De volgende 16 gemeenten nemen deel aan de regeling: Alkmaar, Bergen, Castricum, Den Helder, Dijk en Waard, Drechterland, Enkhuizen, Heiloo, Hollands Kroon, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec, Texel.
Doelstelling Het doel van de gemeenschappelijke regeling is het gezamenlijk behartigen van de belangen die de schaal van de individuele gemeenten te boven gaan, ten behoeve van de veiligheid van de bevolking in het samenwerkingsgebied. Tot de taken behoren het uitvoeren van werkzaamheden als bedoeld in de Wet Veiligheidsregio’s, en het instellen, in stand houden en beheren van de centrale post ambulancevervoer (gezamenlijk met Witte Kruis in de RAV Noord-Holland Noord). Tevens maakt het Veiligheidshuis onderdeel uit van de Veiligheidsregio.
Samenstelling bestuur VR NHN Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur bestaat per 1 januari 2024 uit de volgende functionarissen: Naam A.M.C.G. Schouten
Functie Voorzitter
Organisatie Alkmaar
J. Nieuwenburg
Plv. voorzitter
Hoorn
J.A. de Boer
Lid
Den Helder
M. Pijl
Adviseur
Medemblik
M. Poorter A. Kortenray K. Taneja E.J. Paulina S. Cremers
Adviseur Adviseur Secretaris/Adviseur Adviseur Adviseur
Dijk en Waard Veiligheidsregio Veiligheidsregio GGD HN Politie
Samenstelling Burgemeester Alkmaar Burgemeester Hoorn / Voorzitter commissie Zorg & Veiligheid, portefeuille HR Burgemeester Den Helder / Portefeuillehouder Financiën & Bevolkingszorg Burgermeester Medemblik Voorzitter commissie Basisvoorzieningen Fysieke Veiligheid Burgemeester Dijk en Waard / Tijdelijk portefeuillehouder Regionaal Beleidsplan 2024-2027 (tot Q1-2024) Directeur veiligheidsregio Directeur veiligheidsregio Directeur publieke gezondheid Districtschef
De directie van de Veiligheidsregio bestaat per 1 januari 2024 uit: Naam Portefeuille Mevrouw A. Kortenray Directeur Veiligheidsregio De heer K. Taneja Directeur Veiligheidsregio
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 50
4.2
Bijdrage per gemeente
Gemeentelijke bijdrage 2025 Op basis van de regeling Financiële uitgangspunten Gemeenschappelijke regelingen wordt de gemeentelijke bijdrage voor 2025 geïndexeerd met 3,9%. De loonindexatie bedraagt 4,00% en de prijsindexatie 3,70%, welke in de verhouding 70%-30% meewegen. Ten opzichte van 2024 neemt de gemeentelijke bijdrage voor 2025 door deze indexatie toe met € 1.930.646. Daarnaast wordt de bijdrage nog verhoogd met € 2.915.066 voor de ontwikkelopgave brandweer (inclusief indexatie). Het over de gemeenten te verdelen totaalbedrag komt hiermee op € 54.222.854. Bedragen x €1
Gem eente
Verdeelsleutel
Bijdrage 2025
Bijdrage naar taakvelden 1.1 1.2 Openbare OOV B&R en Crisisbeheersing orde eigen inkom sten en Brandw eer en veiligheid
Opmeer
829.011
1,5%
820.888
8.123
Texel
1.819.080
3,4%
1.801.255
17.824
Enkhuizen
1.451.572
2,7%
1.437.348
14.223
Drechterland
1.449.986
2,7%
1.435.778
14.208
Stede Broec
1.440.508
2,7%
1.426.394
14.115
Koggenland
1.870.001
3,4%
1.851.678
18.323
Heiloo
1.843.576
3,4%
1.825.511
18.064
Dijk en Waard
6.109.316
11,3%
6.049.454
59.862
Bergen NH
3.021.287
5,6%
2.991.683
29.604
Castricum
2.819.885
5,2%
2.792.254
27.631
Medemblik
3.386.106
6,2%
3.352.927
33.179
Schagen
4.116.422
7,6%
4.076.088
40.335
Hollands Kroon
3.996.601
7,4%
3.957.440
39.161
Den Helder
4.505.431
8,3%
4.461.284
44.147
Hoorn
5.611.098
10,3%
5.556.117
54.980
Alkmaar
9.952.975
18,4%
9.855.451
97.524
Totaal gem eentelijke bijdrage
54.222.854
100,0%
53.691.550
531.304
2026
2027
Meerjarige ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000
2024
2025
2028
Beginstand
45.746
49.377
51.308
53.299
55.388
Indexatie (loon-prijs) conform primaire begroting
3.248
1.931
1.991
2.089
1.872
Bij: Versterking informatieveiligheid
290
Bij: Overname beheersstaken ICT Meldkamer Noord-Holland
93
Bij: Ontw ikkelopgave Brandw eer Totaal gem eentelijke bijdrage 49.377
2.915
4.349
5.728
5.760
54.223
57.648
61.116
63.020
Indexatie gemeentelijke bijdrage voor 2024 e.v.
Meerjarige ontwikkeling decentralisatie-uitkeringen Zorg en Veiligheid Het algemeen bestuur heeft in haar vergadering van 8 juli 2022 besloten om vanaf het begrotingsjaar 2022 jaarlijks indexering toe te passen op de decentralisatie-uitkeringen (VNG bijdrage en POK-gelden) en deze door de 16 gemeenten te laten financieren. De indexatie is gelijk aan die van de gemeentelijke bijdrage. Verantwoording vindt plaats onder de post overige baten.
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 51
Grondslag 2024 Indexatie 2024 Totaal bijdrage 2024 Grondslag 2025 Indexatie 2025 Totaal bijdrage 2025 Grondslag 2026 Indexatie 2026 Totaal bijdrage 2026 Grondslag 2027 Indexatie 2027 Totaal bijdrage 2027 Grondslag 2028 Indexatie 2028 Totaal bijdrage 2028
Totaalbedrag 599.829 42.468 642.297 642.297 25.114 667.411 667.411 25.896 693.307 693.307 27.178 720.485 720.485 24.352 744.837
Decentralisatie uitkeringen
Indexatie tlv 16 gemeenten
578.823
63.474
578.823
88.588
578.823
114.484
578.823
141.662
578.823
166.014
FLO Bijdrage Ambulancezorg De FLO bijdrage Ambulancezorg wordt conform afspraak niet geïndexeerd. In de onderstaande tabel is de uitsplitsing naar gemeente opgenomen. Bedragen x €1
FLO Bijdrage 2025 Am bu-zorg
Verdeelsleutel (Inw oners*)
Gemeente
Taakveld 7.1 Volksgezondheid
Opmeer
2.833
11.336
2.833
Enkhuizen
4.612
18.455
4.612
Drechterland
4.848
19.400
4.848
Stede Broec
5.372
21.493
5.372
Koggenland
5.616
22.471
5.616
Medemblik
10.928
43.725
10.928
Schagen**
2.896
11.589
2.896
Hollands Kroon***
8.793
35.184
8.793
Den Helder
14.064
56.275
14.064
Hoorn
18.037
72.172
18.037
Totaal FLO bijdrage
78.000
312.100
78.000
BIJDRAGE 2024
78.000
INDEX 2025
0,00%
Bijdrage per inw oner*
€ 0,25
*
gebaseerd op inw onersaantal per 1-1-2016
** van de inw oners Schagen telt het aantal inw oners van de oude gemeente Zijpe mee voor de bijdrage ambulancezorg *** van de inw oners Hollands Kroon telt 74% mee voor de bijdrage ambulancezorg
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 52
4.3
Financiële overzicht naar taakvelden
Begroting 2025 Taakvelden
Baten
Bedragen x €1.000 Lasten
Saldo
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Crisisbeheersing Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR
65.885 1.715 12 2.266 61.892
49.369 39.643 1.802 3.582 4.342 -
16.516 -37.928 -1.790 -1.316 -4.342 61.892
1.2 Openbare orde en veiligheid Programma Zorg- en Veiligheidshuis Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR
1.468 937 531
1.557 1.557 -
-89 -620 531
7.1 Volksgezondheid Programma Ambulancezorg
20.847 20.847
18.211 18.211
2.636 2.636
Saldi programma's
88.200
69.137
19.063
0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb)
1.070 -
19.972 -
-18.902 -
Saldo van baten en lasten, resultaat voor bestemming
89.270
89.109
161
-
161 156 5 -
-161 -156 -5 -
89.270
89.270
-
0.10 Mutaties reserves Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma Meldkamer Programma Crisisbeheersing Overhead Resultaat na bestemming
DOC P&C: Begroting 2025 / MJR 2026-2028
Pagina 53
4.4
Meerjarenraming exploitatie per programma
Ambulancezorg Baten
Wettelijk budget Nza Overige baten
Totaal baten Lasten
Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten
Totaal lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat Aandeel in overhead Resultaat inclusief overhead
2.479.833 2.479.833 -
Resultaten programma's VR Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Crisisbeheersing Programma Zorg en Veiligheidshuis Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR Overhead Algemene dekkingsmiddelen/onvoorzien Resultaat programma's VR Mutatie reserves VR Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves Resultaat programma's VR inclusief mutaties reserves
Brandweer Baten Totaal baten Lasten
Overige baten Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten
Totaal lasten Resultaat programma
GHOR Baten Totaal baten Lasten
Begroting 2025 20.064.914 782.239 20.847.153 13.517.735 1.628.610 3.065.425 18.211.770 2.635.383 155.550