Bijlage 1 - Gebiedsbiografie.pdf
Tekst van het document
Het negentiende eeuwse Fort Erfprins is het grootste fort van Nederland. Het fort is in gebruik als opleidingscentrum voor de marine en is op afspraak te bezoeken. (Bron: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie)
Den Helder als Gibraltar van het Noorden. Door de strategische ligging aan drie zeeën ontwikkelde Den Helder zich als een stedelijk bolwerk op de kop van het land.
74
75
Door de toegenomen werkgelegenheid groeide de stad en moesten wel nieuwe huizen worden gebouwd buiten de linie. De marinemensen woonden weliswaar in Den Helder maar onderscheidden zich van andere bevolkingsgroepen door gebruik te maken van eigen voorzieningen, zoals een eigen sportvereniging (MSV Zeemacht), een eigen jachtclub met jachthaven (KMJC) en een eigen golfbaan (Marine Golfclub Nieuwediep). Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 en het einde van de Koude Oorlog in 1991 werd op defensie bezuinigd. Door drastische afname van de werkgelegenheid daalde het inwonertal tot beneden de 60.000.
Kolonne marcherende mariniers op weg naar het oefenterrein te Huisduinen, 1930. (bron: Regionaal Archief Alkmaar)
Na het vertrek van de Fransen in 1814 nam Koning Willem I de uitvoering van de marinehaven en rijkswerf over. Het werfcomplex werd in 1822 aan de Koninklijke Nederlandse Zeemacht (na 1905 de Koninklijke Marine) overgedragen. Verspreid door het land gesitueerde marinewerven werden samengevoegd tot één grote rijkswerf: Willemsoord. Den Helder werd daarmee dé marinestad van Nederland. Toen na de opening van het Noordzeekanaal in 1876 de koopvaardij uit de stad verdween was Den Helder bijna alleen nog vestingstad en marinebasis met een bevolking bestaande uit militairen en burgers die in dienst waren van het rijk. In 1949 werd besloten tot een verdere concentratie van de Koninklijke Marine in Den Helder en daarvoor moest een nieuwe marinehaven inclusief werf ten oosten van de oude haven het Nieuwediep worden aangelegd. Zand van het wad werd gebruikt voor de aanleg van de Nieuwe Haven en het Nieuwediep werd in het noorden afgedamd, hier ligt tegenwoordig de veerhaven voor veerboten naar Texel. 76
Alternatieven voor de aan defensie gelieerde werkgelegenheid kwamen nauwelijks tot ontwikkeling, met uitzondering van de offshore activiteiten en toerisme. Vliegveld De Kooy, dat in oorsprong in gebruik was bij de Marine Luchtvaartdienst, wordt tegenwoordig ook voor helikoptervluchten van en naar boorplatformen gebruikt. Een deel van de oude rijkswerf, als geheel aangewezen als rijksmonument, werd begin deze eeuw afgestoten door defensie en is omgevormd tot een nautisch terrein met historische en culturele bezienswaardigheden en toeristische voorzieningen. Waterwinning Voor de militaire garnizoenen en stoomschepen was de aanvoer van zoet water uit het duingebied zeer belangrijk. Aanvankelijk werd het duinwater via paard en wagen en waterschuit naar de forten en de haven vervoerd. Zodra de technische ontwikkelingen het toelieten volgde een drinkwaterwinningssysteem met waterwinkanalen, watertoren en pompstation (nr. 4 op de themakaart). Den Helder was de tweede stad van Nederland met zo’n systeem (na Amsterdam). De meeste waterwinkanalen en winputten zijn in 1994 opgeruimd om onder andere zandhagedissen tegen een val in de put te beschermen.12 In 1908 werd de Huisduiner watertoren gesloopt en volgde een nieuwe watertoren in Den Helder. Nadat in 1921 vrijwel iedere inwoner aangesloten was op het leidingnet werd duidelijk dat het duingebied te klein was om in 77
12. Roos 2011, 129.
de watervraag te voorzien. De zoetwaterbel die van nature onder het duin zit slonk sterk, mede doordat de bergingscapaciteit van het zand vanwege enkele ondiepe veenlagen gering is. Na 1924 werd water betrokken van PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland (aanvoer vanuit Pompstation Bergen). In 1977 droeg de gemeente het waterleidingbedrijf over aan PWN.13 Het pompstation in Huisduinen is provinciaal monument en nu een kunstenaarsatelier. Bombardementen en Atlantikwall Door de aanwezigheid van de marinehaven en rijkswerf kreeg Den Helder het tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar te verduren. ‘En toen hoorde ik voor het eerst dat meest sinistere, meest satanische geluid dat de schepping ooit gekend heeft: het gieren van neerkomende bommen’. Een citaat van schrijver Anthony van Kampen over het eerste Duitse bombardement op Den Helder op 14 mei 1940, een paar uur na de capitulatie. Er volgden nog veel meer bombardementen, maar dan door geallieerde vliegtuigen. De stad werd door meer dan honderd luchtaanvallen getroffen, daarbij stortten drie RAF bommenwerpers neer op woonwijken en ontploften 32 mijnen. Alleen al tijdens de eerste drie oorlogsjaren ontvluchtten ruim 15.000 inwoners hun stad, dat was bijna de helft van het inwonertal.
Meer dan 2.100 huizen werden door bombardementen getroffen.14 Vanwege de mogelijke geallieerde landing op de kust liet de bezetter sloopbedrijven nog eens ruim 1.900 woningen achter de Helderse Zeedijk en de duinen afbreken, alles voor een ruim schootsveld voor de Duitse Wehrmacht. Langs de Europese westkust van Noorwegen tot aan de Spaanse grens
De nieuwe watertoren van Den Helder is ontworpen door architect Jan Schotel en werd gebouwd in 1908. (bron: Oneindig Noord-Holland)
78
79
13. Ibidem. 14. Van Beckhoven en Schendelaar 2004, 24-31.
In de Grafelijkheidsduinen ligt een stelsel van bunkers. De bekendste is de kroontjesbunker, die vanwege de vorm zo wordt genoemd. De bunker is een zeldzaam type. (bron: Lisa Timmerman)
Kaartbeeld op de vorige pagina is een weergave van de Atlantikwall WO II rondom Den Helder. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Den Helder een zogeheten Verteidigungbereich. (bron: Atlantikwallcentrum Den Helder)
80
81
werd een verdedigingslinie gebouwd, de Atlantikwall. Den Helder kreeg een landfront en zeefront. Het landfront werd gevormd door een verdedigingslinie met een antitankgracht ten zuiden van Julianadorp vanaf de Zanddijk tot aan het Balgzandkanaal. Vanaf de Zanddijk tot aan het strand liep een betonnen versperring. Het zeefront bestond uit vier kustbatterijen (Kaaphoofd, Duinrand ten zuidwesten van fort Kijkduin, Falga ten zuiden van strandslag Duinoord en Zanddijk bij Julianadorp). Verder waren er drie zware luchtdoelbatterijen ter bestrijding van vijandelijke luchtaanvallen (Vangdam, Erfprins en Dirksz Admiraal). De batterijen en haven- en zeegaten werden nog eens met meer dan 300 bunkers in Den Helder en omgeving versterkt. In de Grafelijkheidsduinen ligt nog steeds een uitgebreid ondergronds Duits bunkercomplex. Middenin staat een zeldzaam type commandobunker, de kroontjesbunker genoemd (nr. 7 op de themakaart). Voor Duitse officieren werd aan de Duinweg in Huisduinen werd een administratiekantoor met poortgebouw, wachtpoortjes en loods gebouwd, het Casino (nr. 9 op de themakaart). Het gehele complex werd Rijks monument in 1998, sinds 2019 is het Atlantikwall Centrum er gehuisvest. De bunkers veranderden na de oorlog in speel- en hangplekken voor de jeugd. Inmiddels zijn vele bunkers gesloopt.
In 1958 werden als vestingwerk opgeheven de forten Dirksz Admiraal, Kijkduin, Westoever en Oostoever en de kustbatterijen Kaaphoofd en Oostbatterij. Dat was het einde van de Stelling van Den Helder. Tijdens de Koude Oorlog volgde de bouw van atoombunkers en meer beschermde onderkomens. Zo werd onder gemaal de Helsdeur, tussen het Noordhollandsch Kanaal en het Nieuwe Diep, een schuilkelder voor ongeveer honderd personen gerealiseerd. Tot eind jaren negentig werd de
82
Jong militair erfgoed, zoals bunkers, zijn veelal ongebruikt maar trekt avonturiers op zoek naar een spannend verhaal en jongeren die willen rondhangen, spelen en ravotten. (bron: Bunker met graffiti, Landschap Noord-Holland)
schuilkelder met diverse ruimten operationeel gehouden en werden zelfs de voedselpakketten om de zoveel tijd vernieuwd. Ook de tunnel onder het spoor bij de Brakkeveldweg kon in geval van nood als schuilplaats dienen. In het tunneltje is, op twee gasdichte deuren na, niet veel meer te zien. Bunker R12 in de Koegraspolder heeft tot ca. 2000 dienst gedaan als Marine Hoofdkwartier Nederland. De atoombunker heeft twee verdiepingen onder de grond (6m -NAP en 10m -NAP) met vele speciale afgeschermde ruimtes voor communicatie en diverse luchtzuiveringsinstallaties, generatoren en fietsen om zelf elektriciteit op te wekken.
83
Kernkarakteristieken Relicten van ‘het bolwerk Den Helder’ 1. Stelling van Den Helder met de linie en de forten Kijkduin (a), Erfprins (b), Dirksz Admiraal (c), Westoever (d), Oostoever/Nieuwe Werk (e), pantserfort Harssens (f) en een open brede groene zone die de bebouwing van Den Helder onderbreekt als resultante van de kringenwet (schootsvelden). 2. Rijkswerf Willemsoord, voormalige marinehaven nu in gebruik als openbaar en cultuurhistorisch stadsdeel van Den Helder. 3. Nieuwe Marinehaven, nieuwe marinehaven geleidelijk vanaf 2013 ook in gebruik als civiele haven. 4. Locatie drinkwaterwinning, pompgemaal en de oude watertoren (1856). De watertoren is gebouwd op initiatief van de marine en de gemeente Den Helder om schepen van schoon drinkwater te voorzien. De watertoren is gesloopt maar de locatie wordt nog gemarkeerd door het vroeg 20ste eeuwse waterpompgemaal. 5. Nieuwe Watertoren (1908), vervanging van de oude watertoren uit 1856. 6. Grafelijksheidsduinen met stelling Helsdiep, een uitgebreid (begraven) Duits bunkercomplex, vm. startbaan, bomkraters. 7. Kroontjesbunker als een uniek type bunker (FLAKGRUKO) en onderdeel van het centrale luchtverdediging complex van het Verteidigungsbereich in WOII. 8.
Atlantikwall meerdere relicten en resterende delen van het Verteidigungsbereich met een zee- en een landfront, waaronder de tankgracht bij Julianadorp die overging in een zone van zogeheten drakentanden in de duinen. 9. Casino complex, voormalig Duits Marine Artillerie Waffenkommando uit de WOII nu Atlantikwall Centrum. 10. Twee markante gebouwen in Oud Den Helder stammen van voor de oorlog. Zij staan aan de Jacob van Heemskerckstraat en zijn in de oorlog niet gesloopt omdat zij in gebruik waren bij de Duitsers. 11. Voormalige Marine Hoofdkwartier Nederland en schuilkelder Helsdeur als overblijfselen van de Koude Oorlog.
84
85
Een interessant voorbeeld is het Beeldenfort aan de linie waar kunstenaars een expositieruimte hebben. In sommige gevallen kan ook gedacht worden aan kleinschalige dagrecreatie of (tijdelijke) horeca gekoppeld aan recreatieve routes. Een zinvolle herbestemming leidt tot meer bekendheid en een betere toegankelijkheid van deze plekken. Daarbij is maatwerk geboden, de schaal van de functie moet passen bij de plek zodat het geen attractie wordt die verstorend wordt voor de (groene) omgeving of het onderliggende verhaal.
Door de stad loopt de stelling met de verbindingswal met gracht die de forten met elkaar verbindt. De vestingwerken hebben directe invloed gehad op de ontwikkeling en het aangezicht van de stad en zijn daarnaast van doorslaggevende betekenis geweest bij de stadsplanning. (bron: Lumperjack)
Omgangsvormen Het militaire verleden van de stad heeft veel plekken achter gelaten die – soms verborgen in het groen – spannende maar soms ook nare herinneringen oproepen. Het verdient aanbeveling om de verschillende verdedigingswerken zichtbaar en beleefbaar te houden, als blijvende herinnering aan de militaire geschiedenis van de streek. Maak een deel van de werken toegankelijk voor publiek of geef ze een educatieve of culturele functie zoals oefenruimte voor bands, of als expositieruimte.
“Ik geloof echt in het bijzondere, het specifieke, de ervaring die je alleen op een bepaalde plek kunt hebben, waar je fysiek naar toe moet om het te beleven.” Maria Glandorf, Beeldend kunstenaar, exposeert in het Beeldenfort
86
Het zal niet altijd en overal nodig zijn om verdedigingswerken een nieuwe bestemming te geven. De geheimzinnigheid, de verhalen en het avontuurlijke karakter van de verdedigingswerken en de marine zijn al aanlokkelijk op zichzelf. Jong militair erfgoed, zoals bunkers, is veelal ongebruikt maar trekt avonturiers op zoek naar een spannend verhaal en jongeren die willen rondhangen, spelen en ravotten. Deze plekken gedijen het beste als ze ongemoeid worden gelaten. De stelling vormt met de voormalige schootsvelden, forten en liniedijken een structurerend, relatief open en groene zone in en om de stad. Het is een buffer tussen de dorpen en stadsdelen, maar tegelijkertijd ook een verbindend element. Er zijn maar weinig steden met zo’n duidelijke, betekenisvolle en nagenoeg onaangetaste groene landschappelijke zone in het stedelijk gebied. Het groene karakter is mede bepalend voor de ruimtelijke samenhang maar biedt ook oplossingen voor klimaatadaptatie en het vergroten van de biodiversiteit door te streven naar variatie in begroeiing en creëren van microklimaten. De stelling kan in samenhang met het duingebied beschouwd worden als ecologische basis met groenblauwe uitlopers naar de verschillende dorpen en stadsdelen.
Onderdelen van de forten kunnen dienen als educatieve plekken om bewustzijn te creëren over klimaatveranderingen en natuur en de linie als onderdeel van een veilige fiets- en wandelnetwerk. Een kans voor Den Helder als een natuurinclusieve en gezonde stad, gecombineerd met aantrekkelijke plekken om te recreëren of te sporten.
87
Thema 5
Stadsontwikkeling en wederopbouw Het verhaal De turbulente stedenbouwkundige ontwikkeling van de gemeente heeft geleid tot een gevarieerd, dynamisch geheel dat continue in beweging is. Den Helder kent een wederopbouwkern met een oude basis; een centrum en een haven waar verschillende tijdslagen samenkomen en waar nog altijd aan gebouwd wordt; een oud kustdorp met een bijzondere oorlogsgeschiedenis en een schilderachtig buurtje met noodwoningen; naoorlogse uitbreidingswijken die binnen vijftig jaar ingrijpend werden vernieuwd; een agrarisch polderdorp met een bloemkoolwijk en een lommerrijk zorgcomplex; bungalowparken; een jachthavenwijk. En overal bevindt zich erfgoed: van de nollen tot militair erfgoed; van vroege volkshuisvesting tot recent (en toekomstig) erfgoed. Dorpen en wijken In de gemeente Den Helder zijn verschillende dorpen en wijken ontstaan, elk met een eigen structuur, dynamiek en karakter. Het landschap van duinenrij, polder, kanaalzone en schootsvelden vormt een structurerende contramal van de bebouwing. Huisduinen en oud Den Helder (vroeger Helder genaamd) kennen een lange geschiedenis. In de negentiende eeuw kwam daar de wijk Nieuwediep bij (de huidige Grachtengordel). Zo kende Den Helder lange tijd twee kernen, die langs het Heldersch Kanaal uit 1828 enigszins naar elkaar toe groeiden, maar met het polderlandschap er als een wig tussen geklemd.
Naast de twee stadskernen bevond zich het territorium van de Marine: een geheim, besloten terrein dat min of meer autonoom van de stad functioneerde maar waar wel een groot deel van de bevolking werkte.
“De stad vraagt voortdurend om aandacht. Je moet er steeds naar blijven kijken, je moet rondlopen, luisteren wat er gebeurt en indien nodig snel kunnen ingrijpen. En je moet normaal doen tegen bewoners. Zij verdienen het om serieus genomen te worden.” Gerrit Seegers, voormalig bestuurder Woningstichting Den Helder 88
Het rustige straatbeeld van het Loopuytpark, Julianadorp in 1939. (bron: Noord-Hollands Archief)
Oud Den Helder werd in de Tweede Wereldoorlog geheel met de grond gelijk gemaakt, op enkele gebouwen na waar de bezetter gebruik van maakte. De wijk werd herbouwd op een aangepaste plattegrond. In de Koegraspolder was er vanaf de negentiende eeuw een agrarische nederzetting die in 1909 Julianadorp werd gedoopt. Groei en bloei Het station werd in 1865 gebouwd in de groene wig tussen de twee kernen van Den Helder, met een rangeerterrein bijna tot aan de dijk: een barrière tussen oud Den Helder en Nieuwediep. De komst van het spoor leidde tot meer bouwactiviteit tussen het spoor en Nieuwediep, langs straten die op het oude verkavelingspatroon werden aangelegd. In het gebied tussen de Kanaalweg, Westerstraat en Zuidstraat vestigden zich winkels, net als aan de noordoostelijke kant van de stad. Door de geleidelijke groei en transformatie van dit gebied was de bebouwing afwisselend van maat en bouwstijl. 89
Plattegronden Den Helder van 1830 tot 1945 (bron: Hans Walrecht, www.hansonline.eu)
Den Helder in 1830. 3000 inwoners
Den Helder in 1920. 29300 inwoners
Den Helder in 1865. 17300 inwoners
Den Helder in 1940. 37400 inwoners
Den Helder in 1890. 22700 inwoners
Den Helder in 1945. 5000 inwoners
90
91
‘Waterleiding te Den Helder’ uit 1902, waarop oud Den Helder aan de westzijde nog duidelijk herkenbaar is als aparte eenheid ten opzichte van de wijken aan de oostkant van het spoor. (bron: Regionaal Archief Alkmaar)
92
Woningen aan de Tuinstraat, 1932. (bron website Helderse Historische Vereniging)
Ten zuiden van Willemsoord ontwikkelde zich de wijk Nieuwstad (de huidige Visbuurt). Rond 1895-1900 werden ten westen van het station de eerste straatjes in de Van Galenbuurt bebouwd met vooral arbeiderswoningen. Door de Woningwet van 1901 werden gemeenten met meer dan 10.000 inwoners verplicht een uitbreidingsplan op te stellen. Het eerste uitbreidingsplan van Den Helder uit 1909 voorzag in een uitbreiding aan de zuidwestzijde, deels bestemd voor betere bebouwing en deels voor middenstands- en arbeiderswoningen, en een uitbreiding aan de zuidoostzijde. In het kader van de Woningwet werden bovendien rond 1913-1915 diverse complexen met volkswoningen gerealiseerd. Aan de westzijde van de stad, tegen de linie aan, was een stadspark gedacht, dat aan het begin van de jaren dertig in de werkverschaffing werd aangelegd: het Timorpark, nr. 5 op de themakaart.15 De mobilisatie vanwege de Eerste Wereldoorlog liet de stad bloeien. Soldaten die in Den Helder gelegerd waren, gaven geld uit in de horeca en aan het strand van Huisduinen. Een nieuw elan bleek uit het uitbreidingsplan dat de gemeente in 1919 opstelde, waarin een nieuwe wijk gepland was: Tuindorp, een ontwerp van architect S. Krijnen. In 1922 werd de Helderse Woningstichting opgericht. 94
15. Beleidsnota Cultuurhistorische waarden Den Helder, 1989, p. 16
Groenteboer in de Jan Bijlstraat (vernoemd naar een schipper op een reddingsboot) in het herbouwde Oud Den Helder, begin jaren vijftig. (bron: Helderse Historische Vereniging)
Huisduinen en Julianadorp Kustdorp Huisduinen behield lang een bescheiden formaat, maar begin twintigste eeuw ontwikkelde het zich tot familiebadplaats en werden er woningen bijgebouwd. Het uitbreidingsplan Huisduinen van 1912 laat niet alleen een badpaviljoen zien, maar ook een school, kerk en militair exercitieterrein. Ten zuiden van Den Helder stichtte Pieter Loopuyt (1791-1872) in de Koegraspolder het latere Julianadorp. Loopuyt’s grootvader was de eerste particuliere eigenaar van de polder Het Koegras geweest. Sinds 1836 bevond zich daar al een schooltje en in 1909 werd er een kerk gebouwd met daarvoor het Loopuytpark. Rond het park verrezen woningen. Julianadorp behield tot na de oorlog een overwegend agrarisch karakter. Daarnaast waren er nog twee gehuchten: De Kooy en Friese buurt. Oorlog en wederopbouw In de jaren dertig kende Den Helder relatief weinig armoede omdat de bevolking voor het overgrote deel in overheidsdienst was; een betrekking bij de marine was relatief veilig in tijden van crisis. Tussen 1920-1940 groeide het inwonerstal van 29.000 naar 37.352. Maar de Tweede Wereldoorlog vaagde delen van de stad van de kaart.
95
Stratenpatroon Oud Den Helder voor de bombardementen in WOII.
96
Gerealiseerd wederopbouwplan van Wieger Bruin. Enkele karakteristieke panden zijn met de bombardementen bespaard gebleven omdat deze door de Duitsers gebruikt werden. (bron: Helderse Historische Vereniging)
97
In 1944 was oud Den Helder vrijwel helemaal vernietigd, net als de bebouwing langs de Kanaalweg en de Hoofdgracht, om een vrij schootsveld te krijgen (nr. 1a op de themakaart). Na de oorlog bleken er 1956 woningen verwoest, plus 331 andere gebouwen. Wat niet verwoest was, was in meer of mindere mate beschadigd als gevolg van leegstand en bomscherven.16 Toen in 1949 bleek dat de marine wilde terugkeren naar Den Helder, moest er snel herbouwd en uitgebreid worden. De gemeente nam het voortouw bij de wederopbouw maar was gebonden aan rijksregels en woningcontingenten (maximale aantallen te bouwen woningen). De Woningstichting, die een groot deel van de verwoeste woningen in eigendom had gehad, moest volgen wat van hogerhand werd bepaald. Architect en stedenbouwkundige professor Wieger Bruin maakte in 1946 de wederopbouwplannen. Hij vernieuwde de stedenbouwkundige structuur van het voorheen wat rommelige Oud Den Helder. De nieuwe architectuur en de woningtypologie was overwegend traditioneel met zadeldaken en baksteen gevels, soms in hofjes-structuren zoals aan de Theodorus Rijkersstraat.17 Wieger Bruin verplaatste het station naar het zuiden, zodat de stedenbouwkundige structuur van Den Helder meer samenhang kreeg.
Met name de realisatie van het deel net ten noorden van het station nam veel tijd in beslag en de inzichten veranderden geregeld, zodat het oorspronkelijke plan keer op keer werd aangepast. Zo werd het station kleiner, werden er geen bomen geplant langs het langgerekte Julianaplein en het geplande statige gemeentehuis tegenover het station kwam er niet. De bouw van het nieuwe centrum duurde tot in de late jaren zestig, toen grote gebouwen als de V&D (1966) en het postkantoor (1967) werden gerealiseerd.18 Het plan voor het Tuindorp uit 1919 was bij het uitbreken van de oorlog maar voor een deel gerealiseerd. Na de oorlog werd de tuindorpachtige stedenbouw verlaten; er werden hoogbouwcomplexen en duplexwoningen toegevoegd, waarmee het karakter van de wijk ingrijpend veranderde.
98
16. Bosma en Wagenaar (red.), p. 343 17. Bosma en Wagenaar (red.), p. 346 18. Breugel, p. 7
Uitbreidingen buiten de vesting Vanaf het begin van de jaren zestig werden er uitbreidingswijken gebouwd buiten de vesting, te beginnen met Nieuw Den Helder. Wieger Bruin plaatste de moderne wijk op ruime afstand van de linie en respecteerde daarmee het vroegere schootsveld. Hij richtte zowel de linie als het duingebied in als groene buffer voor sport, onderwijs en ontspanning. De wijk kreeg een relatief grootschalige structuur van hoofdwegen in noord-zuid richting, met haaks daarop dwarswegen. De buurten binnen dit raster kregen elk een eigen voorzieningencentrum. Bij de invulling van de later gebouwde wijken aan de zuidkant is de toenemende druk vanuit het Rijk te zien: er moest dichter, hoger of goedkoper gebouwd worden. Vanaf de jaren zeventig vestigde zich in Den Helder een relatief grote Antilliaanse gemeenschap in Nieuw Den Helder, waardoor de behoefte aan woningen extra toenam. De wijk De Schooten, ten oosten van Nieuw Den Helder, was al in 1957 bedacht maar werd vanaf het eind van de jaren zestig gerealiseerd. De stedenbouwkundige structuur was iets ruimer opgezet dan Nieuw Den Helder. Centraal in de wijk lag een groen hart met een waterpartij en voorzieningen.
Daaromheen projecteerde Wieger Bruin vier besloten woonkwartieren met elk een eigen centrum en eengezinswoningen.19 De Woningstichting speelde bij de realisatie een grotere rol dan in de eerdere wederopbouwwijken. De ruime opzet van de wijk en de aandacht voor de openbare ruimte en de voorzieningen maken de wijk populair bij de bewoners. Ten noordoosten van De Schooten werd aan het eind van de jaren zeventig de bijzondere woonwijk Boatex rond een jachthaven gerealiseerd, geïnspireerd op de haven van het Zuid-Engelse Brighton. De kleurrijke, geschakelde woningen grenzen allen aan het water.
99
19. Breugel, p. 32
Woningbouw aan de Dommelstraat in Nieuw Den Helder in 1959. (bron: Helderse Historische Vereniging)
Huisduinen krijgt noodwoningen, Julianadorp groeit Huisduinen was in de oorlog deels verboden gebied, en de bezetter had een logementsgebouw in het dorp gebouwd. Na de oorlog werden rond de Badhuisstraat veertig noodwoningen gebouwd. Het Ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting had in 1948 geprefabriceerde woningen uit Oostenrijk aangeboden, die per spoor in onderdelen werden geleverd en vervolgens door lokale aannemers in een paar dagen werden opgebouwd. De woningen waren met name bestemd voor Marineofficieren die in Den Helder gestationeerd waren. In de jaren vijftig en zestig leek het er een tijd lang op dat Den Helder zou uitgroeien tot een stad van zo’n 250.000 inwoners als gevolg van beoogde ontwikkeling van zware industrie in het Balgzand.20 Wieger Bruin ontwierp daarom plannen om bijna de hele Koegraspolder te vullen met woonwijken. Daarmee werd begonnen in het zuiden, bij Juliana dorp, want tussen Den Helder en Juliandorp stonden nog militaire zendinstal100
20. Bremer en Hovestad, p. 127
Het complex Heiligharn in het centrum van De Schooten, in 1971. Het complex is in 2020 gerenoveerd en opgetopt met een extra verdieping. (bron: Helderse Historische Vereniging)
laties. De grote groei van de stad bleef echter uit en het noordelijk deel van dit plan is nooit uitgevoerd. Wel werd aan Julianadorp in de jaren zeventig en tachtig de wijk Drooghe Weert ontwikkeld; oorspronkelijk dus bedoeld als uitbreidingswijk van Den Helder voor tienduizend woningen. Bovendien bloeide de massarecreatie op, te beginnen met recreatiepark De Zandloper in 1960. Vanaf de jaren tachtig stimuleerde de gemeente de kustrecreatie in combinatie met ‘slechtweervoorzieningen’ als het openstellen van militair erfgoed.21 In de loop der tijd heeft Julianadorp zich ontwikkeld tot een rustig en veilig polderdorp tussen het open landschap dat in het voorjaar omringd wordt door bloeiende bollen, waar de bewoners en toeristen vreedzaam langs elkaar bewegen. Ten oosten van Julianadorp is vanaf de jaren zestig het zorgcentrum Noorderhaven gerealiseerd voor verstandelijk gehandicapten. Het terrein werd ruim en bosrijk opgezet met zorgwoningen en bijpassende voorzieningen, plus een sterrenwacht. Het terrein is een vooral naar binnen gerichte, bosrijke enclave in het open landschap. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw werd Noorderhaven uitgebreid met de woonbuurt ‘t Laar. 101
21. Structuurschets Den Helder, 1990
Duinpark woningen in Nieuw Den Helder op basis van een stedenbouwkundig plan van Ashok Balothra. (bron: BBHD architecten)
Den Helder kent al lange tijd meerdere opvanglocaties voor asielzoekers, onder meer in een oude boerderij, de voormalige jeugdgevangenis Doggershoek en op het Fort Dirkz Admiraal. Die relatief open houding naar nieuwkomelingen kenmerkt de havenstad Den Helder, waar de bevolking er aan gewend is dat er mensen komen en gaan.
Vernieuwing van de stad Gemeente Den Helder was als sinds de late jaren zestig, als een van de eerste Nederlandse steden, bezig met het opknappen van verpauperde wijken.22 Die vernieuwing zou een continue proces worden. Tegen het eind van de twintigste eeuw kromp de stad qua inwoners en arbeidsplaatsen en stond de kwaliteit van wonen sterk onder druk, de stad kampte met een negatief imago. Zo was bijvoorbeeld de Falgabuurt in Nieuw Den Helder regelmatig in het nieuws als probleemwijk. Verschillende partijen probeerden dat beeld te veranderen. Zo investeerde de Woningstichting niet alleen in nieuwe woningtypen, maar ook in een goede inrichting van de openbare ruimte, hoewel het formeel tot 1997 niet toegestaan was voor woningcorporaties om geld te steken in de woonomgeving.23 Dat was traditioneel de taak van de gemeente, maar voor de stadsvernieuwing die de Woningstichting wilde uitvoeren was de openbare ruimte een cruciale factor, naast ingrepen in de stedenbouwkundige opzet, het voorzieningenniveau en de architectuur. In De Schooten waren er minder sociale problemen, daar heeft de Woningstichting kleinschaliger ingegrepen binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur gerealiseerd.
102
22. Bremer en Hovestad, p. 137-145 23. B remer en Hovestad, p. 176 en interview Gerrit Seegers
“We hebben het duinlandschap in de stad getrokken, voorzieningen toegevoegd. Mensen roepen ‘als wij thuis komen, hebben we het gevoel dat we in een vakantiepark terecht komen’. Dan is het geslaagd, toch?” Gerrit Seegers, voormalig bestuurder Woningstichting Den Helder De vernieuwingsoperatie van het stadshart naar ontwerp van stedenbouwkundige Edzo Bindels werd vanaf het begin van de eenentwintigste eeuw getrokken door ontwikkelmaatschappij Zeestad bv/cv, een samenwerking tussen gemeente, provincie en rijk. De voormalige rijkswerf Willemsoord werd geopend voor de stad, herbestemd en aan het centrum verbonden, de as tussen station en Marsdiep werd heringericht als Stadspark in overleg met bewoners. Een nieuwe waardering voor het veelzijdige Helderse erfgoed uitte zich onder andere in de bescherming van de Stelling plus de grachtengordel als rijksbeschermd stadsgezicht in 2007. Onderdelen van het militair erfgoed, zoals Willemsoord, Fort Kijkduin en Fort Westoever, werden opgeknapt, herbestemd en toegankelijk gemaakt.
103
Kernkarakteristieken Relicten van ‘de permanente wederopbouw’ 1. Voormalige ligging van Oud Den Helder (a) nu wederopbouwwijk en de eerste stadsontwikkelingen bij de haven. Deze wijk, eigenlijk een apart dorp, werd Nieuwe Diep (b) genoemd, zodat je tussen ca. 1830 en 1950 twee dorpen had: Oud Den Helder en Nieuwe Diep. 2. Historische dorpskernen en buurtschappen met een rustige, veilige dorpscultuur: Julianadorp, Huisduinen, De Kooy en Friese Buurt. 3. Zelfstandige stadsdelen het centrumgebied (a), Nieuw Den Helder (b), De Schooten (c) en Julianadorp (d) kunnen beschouwd worden als zelfstandige woongebieden met eigen voorzieningen. 4. Elke wijk een eigen tijdsbeeld de stad is opgebouwd uit duidelijk herkenbare wijken en dorpen, elk met hun eigen verhaal en hun eigen ontwikkelingsgeschiedenis. Als het ware een staalkaart van woningbouw uit verschillende periodes van de twintigste eeuw, van vroege volkshuisvesting tot hofjes uit de wederopbouwperiode en wijken met hoogbouw en doorzonwoningen zoals Boatex. 5. Stadspark (a) en Rijkswerf Willemsoord (b) vormen geslaagde gebiedsontwikkelingen als kwaliteitsimpuls voor het centrumgebied. 6. Groen casco een zone met duinen, stelling, zeedijk en kanaal die de stad infiltreert en structureert, veelal gecombineerd met hoogwaardig cultureel erfgoed.
104
105
Omgangsvormen Koester en versterk de verscheidenheid van de verschillende dorpen/wijken, zoals bijvoorbeeld de sprekende vroeg twintigste-eeuwse woningbouwcomplexen in de Van Galenbuurt, of de traditionele wederopbouwarchitectuur van oud Den Helder. Kleine inbreidingen kunnen prima passen binnen de bestaande structuur en uitstraling. Versterk de verbinding van de verschillende stadsdelen en dorpen met de kust en het bijzondere landschap: het beeld van de stad op het Wad. De verbondenheid met de zee is terug te zien in kenmerkende elementen als havens, de vuurtoren, het badpaviljoen, de duinwijk, recreatieparken, enzovoort. Gebruik het stoere karakter van de stad in de citymarketing: militair, wederopbouw, zeilen, jutten. Voorkom dat de rauwe randjes en wederopbouwpanden te veel opgepoetst worden. Het daarmee contrasterende karakter van Julianadorp als polderdorp en veilige recreatieplaats kan wellicht versterkt worden: bloemen, bungalows en bloemkoolwijk. Kortom, kansen voor: • Woningbouwopgave - Relatie wonen, kust en landschap. - Inbreiding met respect voor de diverse karakteristieken per stadsdeel. • Citymarketing ter versterking van het imago van aantrekkelijk wonen, recreëren en vestigen.
106
Prentbriefkaart (bron: Noord-Hollands Archief)
107
De troeven van Den Helder Den Helder is landschappelijk één van de meest bijzondere en tegelijk kwetsbare stukjes van Nederland. De aanwezigheid is te danken aan enkele oeroude resten keileem; een direct gevolg van de laatste ijstijd. Een plek, waar men de dynamiek van de zee een halt toeriep en die sindsdien het begin vormt van een uitgestrekt Waddengebied, als de kaap van Noord-Holland met aan drie kanten de zee. Maar het is ook het begin (of eind) van het aanvankelijk heroïsche Noordhollandsch Kanaal, de historische tolpoort van Amsterdam en daarmee lange tijd een militaire hotspot. Een onderdeel van de Europese militaire geschiedenis die afleesbaar is aan de Atlantikwall, de Stelling van Den Helder en de Rijkswerf. Kortom, Den Helder heeft een overweldigende geschiedenis waarvan de verschillende tijdlagen nog steeds afleesbaar zijn. Een stad die misschien wel thuishoort in een legendarisch rijtje van steden als Bilbao, Le Havre, Brest, Portsmouth en Liverpool. Dat zijn steden met vergelijkbare verhalen die laten zien waar de kansen tot verdere ontplooiing kunnen liggen. Als we kijken op het niveau van de regio zien we dat Den Helder een sleutelpositie heeft in de Kop van Noord-Holland.
De stedelijke voorzieningen, de verbinding met Texel, de centrale ligging in het Noordzeegebied, de havenfaciliteiten, de luchthaven, de maritieme industrie en de verbindingen met Schagen, Hollands Kroon en verder naar zowel het zuiden als het oosten van het land. Op het schaalniveau van de gemeente kent Den Helder een aantal duidelijk begrensde gebieden, zoals Julianadorp en Huisduinen, dorpen met elk een eigen identiteit; de Stelling van Den Helder met de prachtige Rijkswerf als diamant in het midden; de binnenstad als wederopbouwgebied met
108
een kwaliteitsimpuls die in de laatste paar jaar is gegeven. Maar ook met bijzondere natuurgebieden, de Grafelijkheidsduinen, de Donkere Duinen, het strand en het Wad. Het karakter van Den Helder is voor iedereen duidelijk: de stad is maritiem, militair, gericht naar de zee en het avontuur. De verbondenheid met de zee zit ook in de inwoners, al heeft iedereen een andere band met de zee: van visserij tot reddingsmaatschappij en van offshore tot marine. Tegelijkertijd is het een groene stad met vele gezichten: van militair groen tot duingebieden en van polders tot stadsparken. Den Helder is als het ware een groen Waddeneiland, vastgeklonken aan het vasteland dankzij de inspanning van generaties van dijkenbouwers. Een stad met drie kusten. Als er iets is dat in het gezamenlijke karakter opvalt dan is dat het vindingrijke adaptieve vermogen. Den Helder is een stad die met regelmaat te maken had met ‘ups en downs’, die zich na elke tegenslag weer opnieuw en met trots weet op te richten. De stad is meer dan een marinebasis of de poort naar Texel, het is een plek met een unieke geschiedenis. Op alle schaalniveaus is er een verhaal te vertellen dat boeit en dat maakt dat de inwoners werkelijk trots kunnen zijn op hun stad. De historische thema’s bieden aanknopingspunten voor ontwikkelingen in de komende tijd.
Hoe we omgaan met het gevarieerde landschap, de functies en het imago van de stad, kan heel goed ontleend worden aan de geschiedenis van den Helder. Dat fundament is stevig genoeg.
109
Bronnen Beckhoven, R. van en R. Schendelaar. Militaire verdedigingswerken in Den Helder. Open Monumentendag 2004. Gemeente Den Helder, 2004.
Verniers, L. Beleidskader Archeologie 2017 gemeente Den Helder. NMF Erfgoedadviesrapport 3, 2017.
Bosma, K. en C. Wagenaar (red.). Een geruisloze doorbraak. De geschiedenis van architectuur en stedebouw tijdens de bezetting en wederopbouw van Nederland. Rotterdam, 1995.
Westenberg, J. Oude kaarten en de geschiedenis van de kop van Noord-Holland. Amsterdam, 1961.
Bremer, J.T. Husidina: geschiedenis van Huisduinen en Den Helder tot 1814. Helderse Historische Reeks no. 26, Helderse Historische Vereniging, 2014.
Interviews Willem Stam, strategisch adviseur gemeente Den Helder, 11 januari 2021.
Bremer, J.T. en P. Hovestad. Ach, ik bid en smeek u, laat mij terugkomen in Den Helder. Woningstichting, Den Helder, 1997.
Jan Bremer, historisch geograaf en Jan van Tongeren, amateurhistoricus, 11 januari 2021.
Breugel, Anita van. De wederopbouw van Den Helder 1945 – 1970. Alkmaar, 2012.
Gerrit Seegers, oud directeur Woningstichting Den Helder, 19 januari 2021.
Gemeente Den Helder. Atlas natuur en cultureel erfgoed Den Helder. 2012.
Kees Turnhout, adjunct-directeur Port of Den Helder, 21 januari 2021.
Gemeente Den Helder. Beleidsnota Cultuurhistorische waarden Den Helder. 1989.
André Koning, directeur Fort Kijkduin, 22 januari 2021.
Heusden, G.H. van, Den Helder, stad van mijn dromen, Hilversum, 1960 Lambooij, H. De Helderse zeewering sinds 1750’: ‘een geschiedenis na Henk Schoorl’. Vrienden van de Hondsbossche, Kring voor Noord-Hollandse waterstaatsgeschiedenis, Heerhugowaard, 2013. Openbare Werken Den Helder, Den Helder structuurschets, 1990 Provincie Noord-Holland, Keuze aan de kust. Project Identiteit Kustplaatsen, Haarlem, 2015 Roessingh, W. Den Helder - Statenhoff 51. ADC ArcheoProjecten 2018. Roos, R.J. Duinen en mensen. Noordkop en Zwanenwater. Samenwerkende Uitgevers Vof, Utrecht, 2011. Schendelaar, R. Den Helder op 53 graden Noorderbreedte. De historie en ontwikkeling van den Helder, Huisduinen en Julianadorp. Helderse Historische Reeks no.30, Helderse Historische Vereniging, 2020. Schoorl, H. De Convexe kustboog. Deel 1 en 2. Pirola Uitgeverij, Schoorl, 1999. Verhoeven, R. ‘Wonen tussen de nieuwe duinen van opgelapt Den Helder’, Trouw, 6 maart 1999
110
Podcast Van Verhalen, Den Helder, helemaal het einde! 2020. Kaarten, illustraties en fotografie Foto voorzijde. Den Helder, Netherlands (NASA, International Space Station, 05/01/07) Pag. 10-12, Paleogeografische ontwikkeling gebaseerd op data Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus) Pag. 26-27, Verdwenen dorpen en gehuchten gebaseerd op samengestelde kaart van J.F.W. Conrad (1866) naar de oorspronkelijke kaarten uit de periode 1571-1866 (NHA NL-HlmNHA_51000580, hoge resolutie via Alamy.com) geprojecteerd op kaart Openstreetmap 2020. Pag. 38-40, Landwinning van 1600 tot 2020, Gebaseerd op illustraties uit 1977 afkomstig uit het Reddingsmuseum te Den Helder (Regionaal Archief Alkmaar). Themakaarten: basis topografische kaart, lichtgrijze canvas van Esri Nederland & Community Maps Contributors. Kaartlagen mede gebaseerd op diverse open geodata van Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Rce), Archeologisch Informatiesysteem (Archis).
111
Deze gebiedsbiografie is opgesteld door MOOI Noord-Holland i.s.m. SCHOUT rv&b en de gemeente Den Helder. Met dank aan alle betrokkenen en geïnterviewden. Versie April 2022 Tekst, fotografie en kaartmateriaal MOOI Noord-Holland, SCHOUT rv&b en gemeente Den Helder, tenzij anders vermeld. Naar aanleiding van deze biografie is de podcastserie Herontdek Den Helder tot stand gekomen.Vind de podcastserie hier (QR code) en wandel of fiets door de geschiedenis van Den Helder. De podcastserie werd ingesproken door burgemeester Jan de Boer en is gemaakt door VanVerhalen en MOOI Noord-Holland.
www.denhelder/gebiedsbiografie
Gemeente Den Helder
MOOI Noord-Holland
Kerkgracht 1 1780 AA Den Helder T 0223 67 12 00 E info@denhelder.nl
Emmastraat 111 1814 DP Alkmaar T 072 520 44 59 E info@mooinoord-holland.nl
Het auteursrecht berust bij de gemeente Den Helder of bij derden waarvan beeldmateriaal met bronvermelding is gebruikt. De opstellers van deze nota hebben alle zorgvuldigheid in acht genomen die kan worden verwacht. Bij foutieve informatie, een verkeerde bronvermelding of als u van mening bent dat materiaal niet mag worden weergegeven op basis van auteursrechtelijke argumenten dan kunt u contact opnemen met de gemeente Den Helder.
112