Bijlage 1 - Gebiedsbiografie.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1 Gebiedsbiografie
GEBIEDSBIOGRAFIE
DEN HELDER ZEESTAD OP HET WAD H E T V E R L E D E N V E R A N K E R E N I N D E TO E KO M S T
2022
WEDER OP
Inhoud
Het komt wel goed, stad. Adem door, zucht je wind maar door de straten, lucht je hart. In de luwte ben je nergens.
INLEIDING
4
THEMA 1 | Ontstaan van het natuurlijke landschap en eerste bewoning
8
THEMA 2 | Kust(verdediging) en landwinning
36
Geluk schuilt in een stormhoek, Houd die Kop hoog en zet je schrap. Je bent een stad om op te bouwen, weder op te bouwen, zoals je altijd hebt gedaan.
THEMA 3 | Maritiem: handel, haven en helden
56
THEMA 4 | Militair bolwerk
72
THEMA 5 | Stadsontwikkeling en wederopbouw
88
DE TROEVEN VAN DEN HELDER
108
Bronnen
110
Colofon
112
Winkelcomplex, appartementencomplex. Minderwaardigheidscomplex gesloopt. Afgebroken, afgevoerd, ketsen de echo’s van oude laster tegen nieuwe gevels af. Laat maar waaien. En ik weet het, lieve stad. Het valt je zwaar nu. Het beukte net wat harder dan gewoon. Stormschade en -schande wijs, ben je bestand. Jutter, raap je moed bijeen. Zoek het strand af, schop het schuim weg en knarsetand het zand. Windkracht is wrakhout slepen tot je terugvindt wie je was. stadsgedicht van Yanaika Zomer, januari 2021
3
Inleiding Vindingrijk en veerkrachtig Weinig steden in Nederland kennen zo’n wervelende geschiedenis als Den Helder. Den Helder en Huisduinen moesten na diverse verwoestingen steeds opnieuw worden opgebouwd en vaak ook wat betreft structuur, samenleving en economie opnieuw worden uitgevonden. Julianadorp is op een heel eigen wijze ingesprongen op maatschappelijke ontwikkelingen als de fluctuerende woningbehoefte, de opkomst van de bollenteelt en recreatie, met een ander karakter dan Den Helder als gevolg. Als er iets kenmerkend is voor de identiteit van de gemeente dan is dat het vermogen om zichzelf altijd aan te passen. Steeds weer werd er uit het verleden een basis gevonden voor een nieuwe en betere toekomst, zelfs als dat verleden vernietigd of verdwenen was. Was het maar mogelijk om de vindingrijke en veerkrachtige identiteit van Den Helder in één beeld te vangen, dan wilde iedereen het direct omarmen en komen bekijken. Helaas openbaart het geheim van Den Helder zich maar met moeite. Je moet je best doen om het te ontdekken. De ligging, met het water aan drie zijden en in onbruik geraakte verdedigingswerken, heeft ook geleid tot een bepaalde mate van isolement. Daarnaast hebben de afgeschermde havenfunctie en de gesloten cultuur van de marine afgelopen decennia ook gezorgd voor verdeling; ruimtelijk en sociaal.
Vindingrijk en veerkrachtig, dat vormt onze identiteit en de sleutel voor de volgende fase van Den Helder en de regio. Ook nu staat de gemeente weer voor nieuwe uitdagingen net als heel Nederland. Opgaven met een immense impact op de omgeving, waaronder een circulaire economie, klimaatadaptatie, de energietransitie, de woningbouwopgave en specifiek voor Den Helder de toekomst van de offshore en de marine.
Inhoud Doel De gemeente Den Helder heeft behoefte aan een gebiedsbiografie als onderlegger van de gemeentelijke omgevingsvisie. Dit is het primaire doel van deze biografie. Een omgevingsvisie omvat niet alleen een toekomstbeeld maar ook de hoofdlijnen van de huidige kwaliteit en hoe de gemeente daarmee om wil gaan. De biografie geeft daarom aan wat de wezenlijke kenmerken van het gebied zijn, hoe deze zijn ontstaan en als basis kunnen dienen voor ontwikkelingen in de toekomst. Daarnaast wordt met deze gebiedsbiografie ook de bijzondere ontwikkelingsgeschiedenis van Den Helder in de spotlights gezet. Den Helder is een aantrekkelijke plaats om te wonen, te recreëren en te werken. Het verleden en de identiteit van Den Helder zijn daarbij onmisbaar.
Den Helder is waarschijnlijk niet de enige maritieme stad die daar mee te maken heeft, maar zal wel zelf moeten bepalen hoe ze daar mee omgaat. Daartoe is het noodzakelijk dat inwoners en gemeentebestuur zich bewust worden van de aanwezige waarden, en dat ze zich de waarden toe-eigenen en respecteren. De afgelopen jaren worden steeds meer gebieden voor het publiek toegankelijk en beleefbaar gemaakt, zoals Willemsoord. Maar er zijn allerlei verhaallijnen die nog ‘braak’ liggen. Het opnieuw benutten van plekken vraagt om een slimme balans tussen behoud van het oude karakter enerzijds, en een nieuwe dynamiek passend bij het heden anderzijds. Niet opnieuw uitvinden, maar koesteren van ons erfgoed en voortbouwen op wat karakteristiek is voor Den Helder.
Deze gebiedsbiografie beschrijft niet alleen wat er was en wat Den Helder tot Den Helder maakt, maar ook hoe we de kwaliteiten van de stad kunnen verankeren en verrijken voor de toekomst.
4
5
Opbouw In de gebiedsbiografie wordt de ontwikkelingsgeschiedenis van Den Helder op verschillende schaalniveaus en in verschillende tijdlagen bekeken. Het verhaal van de hele gemeente wordt verteld, met aandacht voor de daarbij behorende illustratieve overblijfselen, structuren en objecten. Het gaat over het ontstaan van het landschap, de vestiging en groei van de woonkernen en de wisselwerking tussen de mens en de elementen (zee en land, wind en water).
Door de ontwikkeling van Den Helder in hoofdlijnen te beschrijven kunnen beleidsmakers, maar ook ondernemers, ruimtelijke ontwikkelaars, communicatieadviseurs en geïnteresseerde inwoners zich snel een beeld vormen van wat Den Helder bijzonder maakt. Wat is er karakteristiek aan de gemeente? Hoe zijn die karakteristieken in de loop van de tijd ontstaan en hoe kunnen de karakteristieken een meerwaarde bieden voor een toekomstbestendig Den Helder? OMGEVINGSWET Artikel 3.2 (inhoud omgevingsvisie) Een omgevingsvisie bevat, mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid: a. een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, b. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, c. de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Thema’s De geschiedenis is thematisch beschreven én verbeeld, waarbij de thema’s elkaar chronologisch opvolgen. Zowel landschap als stedenbouw en sociaal-maatschappelijke karakteristieken komen terug in de uitwerkingen van de volgende thema’s: 1. Ontwikkeling van het natuurlijke landschap en de eerste bewoning 2. Kust(verdediging) en landwinning 3. Maritiem: handel, haven en helden 4. Militair bolwerk 5. Stadsontwikkeling en wederopbouw
6
De thema’s staan in samenhang met elkaar en brengen het rijke verhaal van Den Helder in beeld. Voor deze gebiedsbiografie is een beperkte serie diepgravende gesprekken met kenners van de gemeente gevoerd. De gesprekken zijn gevoerd met: • • • • •
Jan Bremer (historisch geograaf) en Jan van Tongeren (amateurhistoricus) Willem Stam (strategisch adviseur gemeente Den Helder) André Koning (oud-directeur Stichting Erfgoed Den Helder) Kees Turnhout (adjunct-directeur Port of Den Helder) Gerrit Seegers (oud-directeur Woningstichting Den Helder)
Elk thema eindigt met een opsomming van de belangrijkste karakteristieken, objecten en structuren die vandaag de dag nog in het gebied terug te vinden zijn. Omgangsvormen De biografie van Den Helder stopt niet in het heden. Elke nieuwe dag zal iets bijdragen aan het verhaal van Den Helder. Zonder volledigheid na te streven, geven de omgangsvormen richting aan elk thema: hoe kun je het verleden verankeren in de toekomst, gekoppeld aan opgaven en trends waar Den Helder nu mee te maken heeft, bijvoorbeeld: • de woningbouwopgave (1500 woningen tot en met 2030); • de economische vernieuwing met onder meer het versterken van het Maritieme cluster; • de positionering van het centrum voor de hele regio; • het optimaal benutten van de ligging aan zee met drie kusten; • de bereikbaarheid en voorzieningenaanbod (onderwijs, sport, detailhandel etc.); • de energietransitie (energieneutraal in 2040); • het goed omgaan met de klimaatveranderingen (klimaatadaptatie); • het streven naar een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving.
7
THEMA 1
om·gangs·vor·men (meervoud)
1 gedrag dat in maatschappelijk verkeer in acht genomen of vereist wordt (Dikke van Dale)
Ontstaan van het natuurlijke landschap en eerste bewoning Het verhaal Het hedendaagse landschap in en om Den Helder bestaat uit harde dijken, zachte dijken, (voormalige) eilanden, aandijkingen, polders en duingebieden. Processen zoals zeespiegelstijging, veengroei, bodemdaling, getijdenbeweging, afbraak en verstuiving hebben het landschap door de eeuwen heen gevormd. Het landschap onderging een aantal grote gedaanteveranderingen: een vrijwel onbegroeide, uitgestrekte zandvlakte (ca. 9000 v. Chr.) veranderde in een gesloten, bolronde, ver zeewaarts gelegen strandwalkust met een achterliggend moeras (ca. 3850 v. Chr.) tot een waddengebied met eilanden, kwelders en wadplaten (800 n. Chr.). De mens had zich naar de landschappelijke veranderingen te voegen. Door stormvloeden gingen de eerste gehuchten Oud Huisduinen en Die Helder Buyrt verloren. Daarnaast hadden de eilandbewoners te kampen met verstuiving van de bouw- en weilanden. Toch bleef men volharden. Was dat omdat men toen al in zag dat het Marsdiep belangrijk zou worden? Sporen en vondsten uit diverse lagen uit de dynamische geschiedenis, zoals vuurstenen werktuigjes, Vikingschatten, veenresten, oude dijkjes en voormalige duintjes, vinden we terug op verschillende – soms verrassende – locaties.
8
9
Zeegat Het Vlie
Zandvlakte, 5500 voor Chr. Grote zandvlakte (dekzand) met stuwwallen (o.a. Texel en Wieringen) met een uitgebreid getijdegebied ten zuiden van deze vlakte.
Dalend veengebied, 100 na Chr. Strandwalkust met dalend veengebied waar de zee meer invloed op krijgt via een zijtak van het zeegat Het Vlie.
Den Burg
Oud Huisduinen Torp
Zeegat Bergen
Veenmoeras, 1500 voor Chr. Strandwalkust met uitgestrekt veen- moeras. Zeegat bij Bergen scheidt het noordelijk deel van het zuidelijk deel
10
Eilandenreeks, 1250 na Chr. De duinenrij is doorbroken en het veen weggespoeld door stijgende zeespiegel, stormvloeden en dalende bodem door veenontginningen. Het gehucht Oud Huisduinen (Husidina) en Torp (Edesthorpa) ontstaan in de vroege Middeleeuwen. Den Helder ontstond rond 1500.
11
Den Burg
Een stevige basis: berg en stenen Het is nu misschien moeilijk voor te stellen, maar millennia lang lag het grondgebied van gemeente Den Helder buiten bereik van de zee. Oorzaak was het in de laatste ijstijd (weichselien) door wind afgezette zand dat heel Nederland afdekte, het zogenaamde dekzand. Het dekzand lag hier veel hoger dan de omgeving. Het rustte op zijn beurt op een fundament van keileem, een mengsel van door ijs platgedrukt zand, leem en keien, dat hier in de voorlaatste ijstijd (saalien) door gletsjers was achtergelaten.
Helder Huisduinen
Torp
Ontwikkeling dorpen, 1500 na Chr. De kop van Noord-Holland bestaat uit een strandwallenstructuur maar is nog net niet aaneengesloten door een aantal zeegaten, waaronder Heersdiep. In 1610 wordt de Zanddijk aangelegd en werden de eilanden verbonden.
Hoewel dus grotendeels onzichtbaar bieden zij (tot op de dag van vandaag) weerstand tegen afbraak door de zee en vormen zodoende als het ware een kaap, een ophangpunt van een bolronde (convexe) kustboog die reikte van Camperduin tot aan Texel.1 Door deze kustboog ontwikkelde de Noordkop zich anders dan de noordoostelijke Waddenkust of het zuidelijkwestelijkere gedeelte van de Noordzeekust, zoals we later zullen zien.
Den Burg
Huisduinen
Van de stugge keileem, die veel beter bestand is tegen afbraak door de zee dan zand of zeeklei, vinden we nog slechts enkele restanten in de Noordkop aan de oppervlakte. Denk aan de Hoge Berg op Texel (15m. +NAP) en de hoogten van het voormalige eiland Wieringen (Westerland bijna 13m. +NAP). Het merendeel van het keileem bevindt zich in de ondergrond of ligt op de zeebodem, zoals het geval is ten westen van Texel. Daar liggen de zogeheten Texelse Stenen op de bodem van de Noordzee die aansluiten op de hoogten van Texel en Wieringen.
Den Helder
Julianadorp
Ingedijkt gebied, 2000 na Chr. Met de verdere bedijking en drooglegging (o.a. polder Koegras) ontstond stapsgewijs de kustlijn zoals we nu kennen. Den Helder verstedelijkt en Huisduinen blijft kleinschalig en kan nog steeds gezien worden als ‘waddeneiland’, maar nu verbonden aan het vaste land.
12
Na de laatste ijstijd (ca. 9.000 v. Chr.) warmde het klimaat op. De voorheen koude kale dekzandvlakte raakte langzamerhand begroeid en verschillende soorten grazers, zoals mammoeten en elanden trokken door het gebied. In het kielzog van de trekroutes van deze grote zoogdieren volgden prehistorische jagers. In zeldzame gevallen komen in de Noordkop werktuigen uit deze periode naar boven. Ten noorden en westen van Julianadorp, zijn in 1956 en 1978 vuurstenen afslagen en een pijlpunt gevonden die dateren uit de midden-steentijd (ca. 8.800-4.900 v. Chr.).2 Het zijn de oudste archeologische vondsten van menselijke aanwezigheid die tot dusverre in de gemeente Den Helder zijn gedaan.
13
1. Schoorl 1999. 2. Schendelaar 2020, 8.
Stap 2000 jaar terug in de tijd en je wandelt niet over dijkpaden, maar moddert door moerassen (bron: Dirk van Esbroeck).
Resten van een middeleeuws huis op het Balgzand. Het aan het eind van de middeleeuwen overstroomd Balgzandgebied was in de middeleeuwen nog bewoond (bron: Foto Arch. Directie Wieringer- meer nr. 9571).
14
15
Weids veenmoeras Door het warmer worden van het klimaat vulde het Noordzeebekken zich met smeltwater. Aan de zeezijde van de bolronde kustboog kwam omstreeks 5500 v. Chr. een eerste lage duinenrij (strandwal) tot stand. Achter de strandwal ontstond een uitgestrekt moerasgebied. In deze moerasachtige omstandigheden groeiden planten sneller dan ze werden afgebroken en stapelden dode planten zich op tot een dik pakket veen. Aanvankelijk werd het veen door grond- (kwel) en oppervlaktewater gevoed, maar mettertijd groeide het veen zo hoog, dat het van enkel regenwater afhankelijk werd. De veengroei ging – zeker na het dichtslibben van het Zeegat van Bergen (ca. 1500 v. Chr.) – ongestoord door en verbond de Noordkop op den duur met Friesland. Het grootste deel van het veenpakket is inmiddels verdwenen. In de Noordkop komen binnendijks slechts hier en daar, zoals bij Groote Keeten en Anna Paulowna, nog dunne veenresten aan de oppervlakte voor. Buitendijks zijn veenresten bij Balgzand en Groote Keeten door kustafslag aan de oppervlakte gekomen (nr. 6 op de themakaart). Het uitgestrekte moerasgebied was van de zee afgesneden door een gesloten strandwal in het westen en door kwelders en wadplaten in het noorden. Zo’n 2.000 jaar geleden kon men over de strandwal tot Texel komen. Het huidige drie kilometer brede, sterk stromende Marsdiep bestond nog niet.
Texel en Wieringen staken waarschijnlijk boven het veenmoeras uit, beide waren bewoond en ontgonnen. Maar ook in Den Helder moet sprake zijn geweest van bewoning. Bij Torp (nu De Schooten) vond men in 2016 archeologische sporen uit de late-bronstijd en bij uitbreidingen van het ziekenhuis in 1959 en 1978 trof men vondsten uit de midden-ijzertijd aan (nr. 7 op de themakaart). Ook in de Romeinse tijd was waarschijnlijk bewoning, want vondsten uit deze periode zijn aangetroffen bij de aanleg van de Nieuwe Haven in 1951, maar ook bij graafwerkzaamheden ten oosten van de Jan Verfailleweg in 1955, bij de aanleg van Marina Boatex in 1978 en bij de bouw van het huidige politiebureau in 1997.3
16
3. B remer 2014, Schendelaar 2020, Verniers 2017.
Van zoet naar zout Vanaf de hoger gelegen delen in het landschap werd het omringende veenmoeras in cultuur gebracht. Door het overtollige water via gegraven greppels af te voeren naar natuurlijke veenstroompjes droogde de bovenlaag van het veen op en werd de bodem geschikt voor akkerbouw en veeteelt. De ontwatering leidde echter tot inklinking en vertering van het veen, waardoor de bodem sterk daalde. Door aanhoudende ontginningen en de daarmee gepaard gaande bodemdaling stagneerde de afvoer van het veenwater en nam de kwetsbaarheid van het veengebied voor overstromingen vanuit het Vlie toe. Het Vlie, het zeegat tussen Vlieland en Terschelling won steeds meer terrein. De verbinding tussen het binnenmeer Almere en het Vlie verbeterde waardoor het Almere veranderde in de zoute Zuiderzee (nu het IJsselmeer) met eb en vloed. De mogelijke voorloper van het Marsdiep, ‘Fluvius Maresdeop’ dat wordt genoemd in kronieken van het Duitse klooster te Fulda dat hier bezittingen had, waterde in oostelijke richting af op het Vlie.4 Door de verbeterde afwateringsmogelijkheden nam de vertering van het veen toe in een gebied dat al bodemdaling kende, waardoor het zeewater steeds gemakkelijker vanuit het noordoosten de Noordkop kon binnendringen. Om droge voeten te houden verstevigde en/of verhoogde men de woonplaatsen met huisafval, vegetatieresten en mest.
De welbekende terp van Torp werd in de tiende en/of elfde eeuw opgeworpen.5 Eilandenreeks De bewoners in de Noordkop kregen het door een serie stormvloeden in de elfde en twaalfde eeuw zwaar te verduren. Vanuit zowel de Waddenzee als de Noordzee drong het zeewater het gebied binnen. Om het land te beschermen bouwde men dijkjes van klei en wier (bijvoorbeeld zeegras) aan. Helaas was de moeite vaak tevergeefs. Diverse dorpen en landerijen overstroomden en verdwenen. In de Noordkop brak de strandwalkust in drie ‘grote’ eilanden: Texel, Huisduinen en Callantsoog.
17
4. Roos 2011, 16. 5. Roessingh 2018.
Achter de eilanden ontstond een landschap met uitgestrekte wad- en zandplaten doorsneden met getijdengeulen en kleinere kreken waar zout water in- en uitstroomde. Het Nieuwe diep was zo’n getijdengeul. (bron: Agnes Monkelbaan)
18
19
Uitsnede Bedijkingsplan van de Zijpe van Jan van Scorel uit 1553 (definitieve drooglegging in 1597). Het landschap was veranderd in een reeks eilanden met daarachter een uitgestrekt getijdengebied vol kreken, wadplaten en kwelders die alleen bij hoog water af en toe overstroomden. (bron: Nationaal Archief Den Haag, verzameling Binnenlandse kaarten Hingman, nr. toegang 4. VTH, inv. nr. 2486)
20
21
Tussen de eilanden Texel en Huisduinen stroomde voortaan het Marsdiep. Tussen Huisduinen en Callantsoog stroomde het Heersdiep en tussen Callantsoog en Petten het Zijpe. Via de zeegaten werden enorme hoeveelheden zand aangevoerd. Landinwaarts ontstond dan ook een grotendeels zandige vlakte die tweemaal daags overstroomde. Het landschap van toen doet denken aan de Wadden van nu. Op drooggevallen wadplaten vormde de wind lage duintjes, waarvan sommige tot op heden als ‘nollen’ herkenbaar zijn. Op historische kaarten staan nollen, soms met bewoning, aangegeven met namen als Quelderduin, De Garst en De Schooten. Vroeger staken ze boven de omgeving uit. Bij De Garst, even ten westen van vliegveld De Kooy, is dat nog steeds het geval. De meeste nollen zijn afgegraven; het zand werd verkocht als scheepsballast. De Schooten vinden we deels terug onder een woonwijk en deels als kunstproject De Nollen ingericht door Rudi van de Wint en het aangrenzende heringerichte Nollenlandschap van Landschap Noord-Holland (nr. 4 op de themakaart).
Kaartbeeld volgende pagina is een uitsnede van een kaart uit 1573 van Christiaan Sgrooten afgebeeld. Er staan twee kerken getekend, één in Huisduinen en één op het Torp. De ligging van de duinen en de vaargeul waren blijkbaar ook belangrijk, net als de namen van de vele kreken. Vogelzand, het Koegras, Tuselant; vele huidige namen hebben een geschiedenis van honderden jaren (bron: Noord-Hollands Archief Haarlem).
22
23
Gehuchten Huisduinen en Den Helder Dat men het ontstane eiland Huisduinen – en niet Den Helder noemde – is niet zo verwonderlijk. Huisduinen bestond mogelijk al in de Vikingtijd. De Sint Maartenkerk in Utrecht meldde in de elfde eeuw het verlies van drie hofsteden (boerderijen) in Husidina tussen 862 en 865 toen Vikingen het gebied domineerden. Taalkundig gezien gaat het woord Husidina terug tot de vierde eeuw.6 Het gehucht Die Helder Buyrt (ook wel de Helder, later Den Helder) ontstond rond 1500 op de hogere kwelder achter de Noordduinen van het eiland. De naam is mogelijk afgeleid van het Friese woord ‘heller’ wat kwelder betekent.7 In het zuidoosten van het eiland lag het agrarische gehucht Heiligharn. De duinen waarachter Husidina en Die Helder Buyrt lagen, boden slechts tot zekere hoogte bescherming tegen de zee. Met enige regelmaat richtten stormvloeden grote schade aan. Rampzalig was de Allerheiligenvloed van 1570 toen zo’n 100 van de 112 huizen verdwenen en de bedijkte kwelder tussen Helder en Huisduinen werd weggeslagen. Met een stormvloed in 1604 verdween de oude kerktoren van Huisduinen ‘met schone weijden en de huijsen’. Door het landverlies was het dorp Huisduinen genoodzaakt steeds verder oostwaarts op te schuiven. Die Helder Buyrt schoof steeds verder naar het zuiden op.
Grafelijkheidsduinen en Donkere Duinen Toen in de twaalfde eeuw het dorp Huisduinen op een eiland kwam te liggen ontstond ten zuiden ervan het onbewoonde eilandje ’t Oogh. Ten zuiden van ’t Oogh stroomde een zijarm van het Heersdiep. We zien dit nog terug in de bocht van de Jan Verfailleweg ten zuiden van de Donkere Duinen. Ten noorden van ’t Oogh lag getijdengeul het Gat die uitmondde in het Gaatje. Dit kleine, ondiepe zeegat op de grens met het eiland Huisduinen stoof in de eerste helft van de zestiende eeuw dicht. Hierdoor groeiden de duinen op ’t Oogh samen met de duinen aan de zuidzijde van het eiland Huisduinen. De Zuidduinen heten tegenwoordig de Grafelijkheidsduinen, een verwijzing naar de graaf Van Egmond, de voormalige eigenaar van bijna het hele eiland Huisduinen. De naam van de duinen op ’t Oogh veranderde van d’Oogerduynen, D’oggerduinen naar de Donkere Duinen. De getijdengeul het Gat die lange tijd de grens vormde tussen de twee eilanden leeft voort in de sinds 1994 aangelegde Harmplas (nr. 3 op de themakaart).
Uiteindelijk moest – ook door de steeds verder naar het zuiden uitschurende Marsdiep – de hele noordwesthoek van het eiland aan de zee worden prijsgegeven. Ondertussen was aan de oostzijde van het eiland een nieuwe wadgeul ontstaan, het Nieuwe Diep die later zou veranderen in de haven van Den Helder.
Kaartbeeld volgende pagina: Verdwenen dorpen en gehuchten Op deze kaart te zien dat er veel van het oorspronkelijke eiland (met bewoning en bedijking) is verdwenen en de oorspronkelijke kustlijn uit de zestiende eeuw circa twee kilometer landinwaarts is verschoven na verschillende overstromingen.
24
6. Bremer 2014, 10. 7. Roos 2011, Bremer 2014.
25
26
27
Kernkarakteristieken Relicten van ‘volharding’ 1. Huisduinen en omgeving nog steeds een waddeneiland, maar nu verbonden aan het vaste land, zie ook thema 3. 2. Grafelijkheidsduinen (a) en Donkere Duinen (b) landinwaarts verschoven en samengegroeide duinen als restant van de reliëfrijke eilandgrenzen van Huisduinen en ’t Oogh. 3. Harmplas en omgeving waar het verzande getijdengeul het Gaatje voortleeft. 4. Oude nollen (voormalige) binnenlandse opgestoven duintjes De Garst, Quelderduin en De Schooten, deels bemind door kunstenaar Rudi van de Wint. 5. Mariëndal voormalige wadvlakte in 2005 heringericht als nat natuurgebied met wadkreekjes, lage nollen, dijkjes en een teruggebrachte haye. 6. Balgzand aan het eind van de middeleeuwen overstroomd. Het Balgzandgebied was in de vroege Middeleeuwen nog een uitgestrekt en bewoond wadgebied met geulen, kreken en kwelders. 7. Torp (of ’t Dorp) een opgehoogde nederzetting uit de vroege Middeleeuwen. Tegenwoordig onderdeel van de wijk De Schooten. Torp is een voorbeeld van meerdere verdwenen en verdronken dorpen.
28
29
Omgangsvormen Tegenwoordig wordt Den Helder als poort naar het Waddengebied beschouwt. Niets is echter minder waar, eeuwenlang maakte Den Helder op eiland Huisduinen deel uit van een lange reeks Waddeneilanden die begon bij Camperduin. Door latere bedijkingsplannen lijkt het eilandverleden van Den Helder in de vergetelheid te zijn geraakt. Hier liggen kansen om op het gebied van educatie, recreatie en toerisme Den Helder te profileren als deel ván het Waddengebied. Ter versterking van het recreatieve-toeristische aanbod zouden de grenzen van het voormalige eiland herkenbaar en beleefbaar gemaakt kunnen worden. Een koppeling met klimaatadaptatie ligt voor de hand: de grens in de vorm van een (versterkte) groene zone, wadi of waterloop. De getijdenkreken en -zwinnen die het gebied doorsneden en deels nog in het agrarisch gebied terug te vinden zijn, zouden zich goed kunnen lenen voor klimaatadaptieve projecten als wateropvang en -berging. De dynamiek van de natuur kenmerkt de geschiedenis van het eiland Huisduinen. Nog steeds bepalen de Noordzee met zijn duinen en stranden, het snelstromend Marsdiep en de unieke natuur van de Waddenzee samen de natuurlijke omgeving. Genoeg mogelijkheden voor extensieve recreatie; zwerf- of natuureducatieve excursies door de duinen en op het wad van Balgzand.
De klok van de Huisduinerkerk is uit 1537. Telkens als de kerk door overstromingen en oorlogen moest worden afgebroken en elders herbouwd, verhuisde de klok mee. Het kerkje is gewijd aan de beschermheilige van de zeevaarders Sint Nicolaas. (bron: Bert Knot).
30
31
“Den Helder kust de zee; een slagzin met poëtische diepgang. Het omvat het stoere en soms rauwe van onze stad van kust en zee. Een ruwe bolster met blanke pit. Het eeuwige gevecht met de zee is daarbij kenmerkend. Maar ook de samensmelting van het stoere karakter van de Noordzee met de lieflijke Waddenzee” Kees Turnhout, adjunct-directeur Port of Den Helder De bijzondere archeologische vindplaatsen vertellen het ondergronds verborgen verhaal van Den Helder. Door ze bovengronds herkenbaar te maken wordt het verhaal beter zichtbaar. Dit gebeurt nu nog weinig in Den Helder zelf, op Fort Kijkduin na. Momenteel loopt een initiatief om vondsten uit Huisduinen in het Huisduiner kerkje tentoon te stellen. Vooral de locatie Torp, een historische plaats die tegenwoordig onherkenbaar is, maar waar belangrijke vondsten en sporen zijn aangetroffen, leent zich om het verhaal bovengronds herkenbaar te maken. Kortom, kansen voor: • Educatie m.b.t. ontstaan Den Helder • Recreatie en toerisme • Natuurbehoud en -versterking • Klimaatadaptatie (wateropvang en -berging) Landschap, natuur en beeldende kunst komen samen in De Nollen, van kunstenaar Rudi van de Wint. (bron: Nathant181) Beeld volgende pagina: Via de zeegaten werden enorme hoeveelheden zand aangevoerd. Dit zand ligt aan de oppervlakte in de polder het Koegras.
Bloembollen gedijen er goed op, de Noordkop is inmiddels een belangrijk productiegebied voor de bloembollenteelt. (bron: dr. Knox)
32
33
34
35
THEMA 2
Kust(verdediging) en landwinning Het verhaal Door eeuwenlange kustafslag werd de duinenrij zo smal dat dijkaanleg noodzakelijk was geworden. Met reeksen van dijken probeerde men de huizen en landerijen te beschermen. Sporen van diverse opgeworpen kustbarrières vinden we op, onder en naast elkaar nog in het landschap terug. In de loop van de eeuwen lukte het om de zee een halt toe te roepen en het landschap steeds meer naar eigen hand zetten.
Helderse Zeedijk Naast de schade die de stormvloeden aanrichtten, veroorzaakte het Marsdiep structurele problemen. Het Marsdiep schuurde steeds verder richting het zuiden uit waardoor de Noordduinen wegspoelden en Die Helder Buyrt moest worden verplaatst. Ook werd een voorloper van Helderse Zeedijk opgeworpen. Ondanks de dijk hielden de moeilijkheden aan. In 1660 hadden de stromingen bij Die Helder Buyrt een diepte van 34 meter uitgeschuurd tot dicht onder de toenmalige Helderse Zeedijk.8 Men besloot de dijken van zand en klei en soms bekleed met graszoden en wier, te verstevigen met paalwerk. Houten hoofden voor de Helderse Zeedijk moesten de stroom van de kust afleiden. Herhaaldelijk vonden reparaties en verlengingen van de hoofden plaats.
Het karakter van de bedijkingen veranderde van defensief naar offensief. Geen bescherming meer van het bestaande, maar het toevoegen van nieuw land. Tussen de oude en nieuwe bedijkingen zien we verschillen. Oude polders, zoals de Koogpolder en de Nieuwlanderpolder kennen van oorsprong een kleinschalige en onregelmatige verkaveling en kronkelende dijken en wegen. Jongere polders, zoals Het Koegras hebben een ander landschapsbeeld; deze werden rationeel ingericht met rechte verkavelingspatronen, wegen en waterlopen. Eerste polders tot en met de zestiende eeuw Door stormvloeden in de veertiende en vijftiende eeuw was de duinenrij aan de noordwestzijde van het eiland Huisduinen zodanig versmald dat dijkaanleg noodzakelijk was geworden. Tussen de Noordduinen en de Zuidduinen moesten dijken voortaan het tussenliggende gebied (’t Tuselant) beschermen. Het gebied bestond uit drie polders, van west naar oost het Oude Land, het Koogland en de Nieuwlanderpolder. Een tiental dijken kon echter niet verhinderen dat polder het Oude Land grotendeels in zee verdween. Van de dijken die polder het Koogland en de Nieuwlanderpolder begrensden vinden we nog sporen in de stad terug. Het zijn overblijfselen van de oudste dijken in het gebied.
36
Prent van de Allerheiligenvloed in 1675. Op de achtergrond wordt het dorp Huisduinen door de golven verwoest. (bron: Noord-Hollands Archief Haarlem. Inv. nr. NL-HlmNHA-480-000145)
37
1600 Eiland Huisduinen met de oudste polders en diverse nollen.
1750 Verdere afkalving van de Noordzeekust en realisatie eerste Helderse zeedijken.
1650 Lemaire’s Ooghduinpolder (1601), Zanddijk (1610) en Nieuwe Staatendijken (1642).
1800 Versteviging Helderse Zeewering en verbeterde haven Nieuwediep door aanleg leidam.
38
39
Paalworm vernietigde tenslotte al het houtwerk, waardoor halverwege de achttiende eeuw werd overgegaan op bekleding met steen. In dezelfde tijd bereikte de Helderse Zeedijk een zekere stabiliteit. Sinds 1750 ligt de dijk op de tegenwoordige locatie. Wel volgden nog tientallen versterkingen van de dijk plaats. Zo stortte men basaltzuilen, waren er bezinkingen van platen gewapend beton, volgden een kade, keermuur en pantsermuur, en vonden een verbreding van de dijk en bestortingen van keileem plaats. In de jaren zeventig werd de dijk in het kader van de Deltawet verhoogd en met asfalt bekleed tot de dijk die het nu is.
1850 Stelling van Den Helder, Noordhollandsch Kanaal en Polder Het Koegras.
“De kustlijn is een keiharde lijn die dient als zeewering voor onze eigen veiligheid. Door het hoogteverschil is het heel lastig om een verbinding te leggen tussen de stad en de zee. Maar op de dijk is het uitzicht fantastisch.” Kees Turnhout, adjunct-directeur Port of Den Helder
Beelden volgende pagina: Het Kaaphoofd tussen Den Helder en Huisduinen. De dijk vormt een harde grens tussen water en land. (bron: Bert Knot)
2020 Ophoging Helderse Zeewering, verdere verstedelijking en realisatie Nieuwe Haven.
40
Zeil evenement op het Marsdiep met veel toeschouwers op het Wierhoofd, rechts het huisje voor de misthoorn. ca. 1930. (bron: Regionaal archief Alkmaar)
41
42
43
Lemaires Oogpolder Na bedijkingen in het westen en noorden van het eiland Huisduinen, waren eind 1600 ook de gronden aan de zuidzijde van het eiland bedijkt. Voormalige getijdengeulen het Gat en ’t Gaatje waren ingepolderd tot Lemaires Oogpolder. Eigenaar, opdrachtgever en financier van de bedijking, Isaac Lemaire was een in Antwerpen rijk geworden handelaar en VOC-aandeelhouder en beschouwde de potentiële landbouwgrond waarschijnlijk als belegging. De bedijking omvatte ongeveer het gebied van het tegenwoordige Nieuw Den Helder. De dijk liep in het verlengde van de Nieuwlanderdijk, ongeveer vanaf fort Dirks Admiraal tot aan de Donkere Duinen. Lemaire ondernam ook pogingen tot meer bedijkingen in het Buitenveld (Het Koegras), maar na het wegspoelen van een deel van de nieuwe dijk kregen Lemaire’s plannen geen gevolg. In Lemaires Oogpolder werden drie boerderijen gebouwd, één van deze boerderijen zou later Hoeve Vrede en Vrijheid worden. Deze boerderij stond tot 1963 op de hoek van de Dollardlaan en Marsdiepstraat. De inpoldering en de verpachtte buitendijkse Koegrasgronden leverden Lemaire weinig op. Door de onvruchtbare zandgronden hielden pachters zich vooral bezig met schapenhouderij, enige koeienteelt, konijnenjacht en het vangen van vogels. Rond 1727 volgde de aanleg van een eendenkooi bij Quelderduyn, waardoor de naam in loop der tijd veranderde in De Kooy.
Zanddijk, van eiland naar vasteland In 1603 concludeerde men dat het Heersdiep, de getijdengeul tussen Huisduinen en Callantsoog nagenoeg was verzand. Alleen bij hoge stormvloeden stroomde water uit de Noordzee over de wadvlakte van het Koegras.9 Nadat echter een stormvloed begin 1610 de net bedijkte Wieringerwaard weer onder water zette, besloten de Staten Generaal om een dijk aan te leggen van Huisduinen naar Callantsoog. De raadpensionaris Johan van Oldebarnevelt was aanjager van het plan, al was het maar om zijn eigendommen in de ingepolderde Zijpe en Wieringerwaard te beschermen. De Zanddijk heette daarom aanvankelijk ook wel ‘Van Oldebarneveltsdijk’. De stad Amsterdam verstrekte de lening.
De dijk die Huisduinen met het vasteland verbond, werd één tot twee kilometer landinwaarts opgeworpen en beplant met helmgras. Door de zuidwestenwind verstoof het zand op het strand, werd het opgevangen door de helm en groeide de dijk. De mens liet zodoende de natuur zijn werk doen, een sterk staaltje van ‘ecological engineering’. Het oorspronkelijke dijklichaam is nauwelijks meer terug te zien. Alleen dat de duinenrij er opvallend smal is en in het algemeen minder hoog is opgestoven herinnert aan de samenwerking tussen mens en natuur (nr. 4 op de themakaart). De Zanddijk werd aangelegd door vele arbeiders die in hutten waren ondergebracht die de aanzet vormden tot Groote Keeten en de verder noordelijk Kleine Keet. Het zand dat voor de dijkaanleg nodig was, kwam uit een parallel gegraven sloot, een zogeheten ‘haye’. In 2005 is in Mariëndal een gedeelte van de zeventiende-eeuwse haye in het landschap teruggebracht (nr. 4b op de themakaart). Tijdens de stormvloed in 1953 hield de Zanddijk het ternauwernood. Sinds de Deltawet wordt het strand aangevuld met zand uit de zee. Door wind, zee en stroming verdwijnt er zand van de kust, maar door aanhoudend nieuw zand op te spuiten blijft de kustlijn – vooralsnog – intact.
Beeld volgende pagina: Kaart van het ‘grote onbedijckte landt ’t Koegras op de inspectie van den jare 1647 en 1648’. Linksboven Huisduinen en linksonder Callantsoog. Tussen Callantsoog en Huisduinen lag een door diverse kreken doorsneden zandig kustlandschap met lage duintjes dat alleen bij hoge vloed en storm werd overspoeld. Het Koegras bestond uit zandige, lager gelegen wadgronden die pas ruim 200 jaar later bedijkt zouden worden. Verspreid lagen diverse nollen. Manuscriptkaart op perkament door Dirck Pietersz, Abbestee, 31 mei 1652. (bron: Westfries Archief, Hoorn)
9. Bremer 2014, 65.
44
45
Polder Het Koegras Dankij de Zanddijk slibde het kweldergebied aan de oostzijde van de dijk steeds verder op. Het Koegras raakte met grassen begroeid en stroomde nog maar eens in de zoveel tijd met water uit de Waddenzee over. Hieraan kwam in 1817 definitief een einde door de komst van het Koegraskanaal en de bedijking van het Koegrasgebied in het oosten. De definitief drooggevallen polder werd met rechte wegen en waterlopen ingericht (nr. 6 op de themakaart). Met de nollen en voormalige kreken hield men nauwelijks rekening. Landarbeiders uit Friesland die tijdens de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal in de polder kwamen wonen en werken stichtten de Friese Buurt. De opbrengst van de gronden bleef beperkt. De ‘woestijn van het Koegras’ kwam pas na de komst van kunstmest in ontwikkeling. De veehouderij breidde uit tot in de loop van de jaren vijftig en zestig de bloembollenteelt zich in het gebied ontwikkelde. Langzamerhand veranderden weilanden in bloembollenvelden. Inmiddels is het overgrote deel van de polder in gebruik voor de bloembollenteelt.
Unieke vogelrots in de Balgzandpolder nu officieel natuurgebied. (bron: Vogelrots Balgzandpolder – Dutchphoto voor Landschap Noord-Holland)
Balgzandpolder In de jaren zestig circuleerden nieuwe grootschalige bedijkingsplannen in Den Helder. De dijken langs de noordwestkust van Wieringen en de Balgzanddijk tussen Van Ewijcksluis en Oostoever voldeden niet aan de kustverdedigingseisen. De vraag rees of het niet voordeliger zou zijn het geld voor de dijkversterking te besteden aan de aanleg van een dijk van Den Helder naar Den Oever en daarmee het grootste deel van het Balgzand en de Breehorn in te polderen. De versterking van de dijken langs het Balgzandkanaal en op Wieringen zou dan achterwege kunnen blijven. Tegelijkertijd zou met de inpoldering van het Balgzand ruimte komen voor nieuwe industrie en een mogelijkheid voor de aanleg van een commerciële haven.
Na jaren van besprekingen en voorbereidingen concludeerde het Rijk in de Zeehavennota van 1966 dat de vaargeulen in het Marsdiep te ondiep waren voor grote vrachtschepen, waardoor van een zeehaven van betekenis geen sprake kon zijn. Bovendien was de infrastructuur van en naar de Randstad en het Ruhrgebied beneden peil. Ook milieuorganisaties hadden grote bezwaren tegen de inpoldering en industrie op deze plek.10 Als gevolg werden de inpolderingsplannen geschrapt. Sinds 2009 maakt het Balgzand deel uit van Werelderfgoed Waddenzee. Het is een pleisterplaats voor duizenden trekvogels, die vanaf de vogelkijkhut ten noorden van Van Ewijcksluis en bij Informatiecentrum ’t Kuitje te bestuderen zijn.
48
49
10. Bremer 1997, 128.
In 1964 presenteerde prof. Wieger Bruin, stedenbouwkundig adviseur van Den Helder, een eerste schets van hoe de Balgzandhaven eruit zou kunnen komen te zien. Er zou voldoende ruimte komen voor industrie, een zeehaven en een verbeterde infrastructuur (bron: Noordhollands Dagblad, 3 sept. 1964)
Beeld vorige pagina: Op de volgende pagina een luchtfoto van de weidse polder Het Koegras met de Nieuweweg als centrale as tussen Julianadorp en Den Helder. (bron: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie)
50
51
Kernkarakteristieken Relicten van ‘de beteugelde dynamiek’ 1. Huisduinerpolder en zandvaart groene landelijk zone tussen Huisduinen en Den Helder oorspronkelijk onderdeel van ’t Tuselant met de Oudelanden Koogpolder. 2. Timorlaan en -park verloop van verdwenen Koogdijk en moerassige ’t Verdronken land als restant van een wiel (dijkdoorbraak). 3. Vijfsprong Nieuwlander polder (1505) nu Polderweg, Spoorstraat, Boerhaavestraat, Middenweg en Javastraat. 4. De Zanddijk (a) en De Haye bij Mariëndal (b) structuur van de Zanddijk (1610) en de opnieuw gegraven zeventiende-eeuwse haye. 5. Zeedijk / Helderse Zeewering (1774) identiteitsbepalende en multifunctionele zeewering waar zee en land samenkomen en bijzondere vergezichten opleveren. 6. Polderstructuur Het Koegras (1817) ruime open maat en orthogonale structuur van grootschalige aandijking Het Koegras. Polder nu deels in gebruik voor bloembollenteelt. 7. Julianadorp is de afgelopen vijftig jaar van een kleine agrarische buurt in de polder ontwikkeld tot een zelfstandig dorp met een eigen identiteit en dorpscultuur.
52
53
Omgangsvormen De ligging van Den Helder aan zee met drie kusten is uniek. De ligging is vanuit de lucht goed te zien, maar eenmaal op de grond vanuit de stad vaak niet goed waarneembaar. De hoge Helderse Zeedijk verhindert een zichtrelatie tussen de stad en de zee en daarnaast ligt de stad vaak met de achterkant naar de zee toe. Eenmaal op de dijk is het uitzicht eindeloos, imposant, misschien zelfs intimiderend en altijd weer anders. Om recreanten in staat te stellen dichter bij de Noordzee te komen wordt een ‘infinity’ brug, de Seasaw ontwikkeld. Een toegankelijke verbinding met de Waddenkust zou een vervolgstap kunnen zijn. Met een betere verbinding met de Waddenzee kan de ligging van Den Helder als kaap versterkt worden. De dijken hebben de invloed van de zee op het landschap getemd. De strijd tegen het water, waar Holland om bekend staat, is in Den Helder in optima forma uitgevochten. Het vele landverlies, de dijkdoorbraken, het opschuiven van de dorpen, het vastleggen van de kustlijn, de aandijkingen: Den Helder heeft het relatief gezien nog niet zo lang geleden meegemaakt.
Naast de waterkerende en recreatieve functies zijn voor de dijken meer functies denkbaar. De keringen bieden kansen voor diverse vormen van medegebruik, denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van biodiversiteit of energie opwekking. Elders in Nederland worden functies in het dijklichaam zelf gerealiseerd, zoals woningbouw of parkeergarages. Medegebruik is ook voor het ingepolderde achterland denkbaar; met fiets- en wandelpaden door het agrarische gebied kan de omgevingskwaliteit en het toeristisch-recreatieve aanbod worden versterkt. Kortom, kansen voor: • Recreatie en toerisme (drie kusten en polderlandschap) • Verbinding land en zee • Natuur • Multifunctionaliteit (medegebruik): waterveiligheid, biodiversiteit, energieopwekking, verblijfsruimte.
Zowel in de stad als in de directe omgeving vinden we nog overblijfselen van deze strijd tegen het water terug. Hoewel de strijd tussen land en zee slechts kort geleden aan banden is gelegd, lijkt men nu aan dit boeiende verhaal wat achteloos voorbij te gaan. Hier ligt een kans om de positie van Den Helder op gebied van natuur, educatie, recreatie en toerisme te versterken.
54
55
THEMA 3
Maritiem: Handel, haven en helden Het verhaal Het Marsdiep werd halverwege de zestiende eeuw ondanks de verraderlijke zandbanken dé economische slagader naar het hart van de Republiek, Amsterdam. Het agrarisch maritieme gehucht Den Helder aan het Marsdiep, dat aanvankelijk onderdeed voor Huisduinen, groeide en maakte faam in de maritieme wereld van visserij, het loodswezen, reddingswezen, koopvaardij en walvisvaart. De maritieme cultuur leeft zowel in tastbare objecten zoals gebouwen, grafzerken en varend erfgoed als in (minder tastbare) verhalen voort. Visserij Door overstromingen, verzilting van de bodem en voortdurende verstuivingen van de duinen richtten de eilandbewoners zich voor hun inkomsten meer en meer op de zee. Begin zestiende eeuw was de visserij het belangrijkste bestaansmiddel geworden. Men viste op haring, schol, schelvis en kabeljauw. Waar voorheen het oude eiland Huisduinen lag viste men met tot kniehoogte opgestroopte broekspijpen op paling. De schol werd gedroogd of gezouten in manden en vaten en via handelaren verkocht naar grote steden als Kampen, Deventer, Antwerpen en Keulen. Als na de opening van het Noordzeekanaal in 1876 de koopvaardij in Nieuwediep wegvalt, wordt de visserij opnieuw één van de belangrijkste bronnen van inkomsten.
Na eerst op een aantal andere plekken gehuisvest te zijn (onder andere de Vismarkt) nam de gemeente in 1891 een visafslaggebouw op de dijk aan de Buitenhaven in gebruik. In 1906 volgde een hulpafslag en schuilplaats bij ongunstig weer nabij het Wierhoofd. Hier vond vooral de verkoop van de haringvangst plaats. De aanleg van de Afsluitdijk in 1932 maakte een einde aan de haringvisserij. Bovendien liep de visserij door maatregelen tijdens de Tweede Wereldoor56
De afgemeerde vissersvloot met hangende netten in het want om te luchten en drogen, ca. 1910. (bron: Regionaal Archief Alkmaar)
log sterk terug. Pas na 1945 ging het weer beter. In 1961 kwam een nieuwe visafslag, waarna nog drie uitbreidingen volgden. Vanwege de voorgeschreven vangstbeperkingen en de hoge olieprijzen kromp de Helderse visserij vanaf halverwege de jaren zeventig sterk in. Tegenwoordig bestaan nog maar enkele Helderse viskotters. Beloodsing, betonning en lichtschipperij Naast visserij begon halverwege de zestiende eeuw de scheepvaart op het Marsdiep steeds meer werk te verschaffen. Na het passeren van het Marsdiep moesten de zwaarbeladen zeilschepen worden gelicht voor zij hun reis door de ondiepe Zuiderzee naar de Hanzesteden en Amsterdam konden 57
zoonduin ten zuidoosten van de Kijkduin. De eerste vuurtoren met lampen volgde in 1822 op fort Kijkduin. De vuurtorenwachters, later de kustwacht, observeerden de scheepvaart. Als een schip in nood was werd vanaf fort Erfprins een kanonschot en vanaf de vuurtoren een vlaggensein gegeven aan schepen die in de nabijheid voeren. In 1875 werd de vuurtoren afgebroken, want de locatie middenin het fort kon een hindernis vormen. Een nieuwe vuurtoren werd in 1877-1878 gebouwd naar ontwerp van Q. Harder (nr. 1 op de themakaart). De kustwachtpost in de vuurtoren werd opgeheven na de bouw van de kustwachttoren nabij fort Kijkduin in 1915 (nr. 2 op de themakaart). Vuurtoren de Lange Jaap is een rijksmonument en vertrouwd thuisbaken voor vele Nieuwediepers. De toekomst van de vuurtoren is onzeker, maar het verhaal en de markante functie als baken in het landschap mag eigenlijk niet verdwijnen.
Treknetten, sleepnetten, zegen. Haringtrek op de kust van Den Helder 1936. (bron: Regionaal Archief Alkmaar)
vervolgen. Deze zogeheten lichtschipperij is eeuwenlang een belangrijke bron van werkgelegenheid aan het Marsdiep geweest. Door het toenemende scheepvaartverkeer werd ook de pilotage (beloodsing) steeds belangrijker. Men moest voortdurend op de hoogte blijven van de veranderlijke en verraderlijke zandbanken, want na een paar hevige stormen kon een diepe vaargeul zich zomaar hebben verplaatst. Het verleggen van de betonning en het verzetten van de bakens was dan ook een verantwoordelijke taak.
Koopvaardij en walvisvaart In de zestiende eeuw was de Oostzeevaart nog altijd het belangrijkst, maar daarnaast ontwikkelde zich de handel op andere Europese landen en voer men begin van de zeventiende eeuw ook op Oost-Indië. Het Marsdiep werd de economische slagader van Amsterdam. De groeiende komst van vloten op het Marsdiep gaf meer werk in de lichterschipperij en inwoners uit Huisduinen en Den Helder voeren mee op de VOC vloot. Zeelui van Huisduinen en Den Helder gingen ook ter walvisvaart. Vooral in de achttiende eeuw beleefde de vaart op de arctische wateren een bloeitijd. Op het Marsdiep kwamen halverwege de achttiende eeuw jaarlijks 1.300 à 1.500 schepen binnen. Waarvan circa honderd walvisvaarders uit Groenland. Uit archiefstukken weten we dat in 1758 koopvaardijschepen uit Noorwegen, Riga, Dantzig, Bordeaux, Londen, Sunderland, Sint Eustatius en Suriname kwamen.11
Eind zestiende eeuw begon men met de bouw van meer bakens voor de kust van Huisduinen, Den Helder en Texel. Zo werd een vuurbaak van zestien à achttien meter hoog met twee vuren aangelegd op het Jan Pieters-
Huisduinen en Den Helder hadden enige welvaart van de schepen (soms hele vloten) die moesten wachten op gunstige wind om uit te varen. Herbergen boden onderdak en vertier aan de bemanning en voor de bevoorrading van de schepen was veel brood en bier nodig. De jaaromzet van de meelmolen van Huisduinen was daardoor vaak hoger dan die van dorpen van vergelijkbare grootte in de omgeving. De Molensloot in de Huisduinerpolder herinnert nog aan de molen.
58
59
11. Bremer 2014.
Haven het Nieuwediep, kanaal en spoor Aan het eind van de achttiende eeuw besloot stadhouder Willem V tot de aanleg van een haven in Den Helder. De voormalige getijdengeul het Nieuwdiep werd met dammen beteugeld en op diepte gehouden. In 1782 werd de haven geopend en konden visserij-, koopvaardij- en admiraliteitschepen ongehinderd in- en uitzeilen. In 1815 volgde een kade langs de westzijde van de haven, nu bekend als het gedeelte tussen het Havenplein (met hotel Lands End) en de Koopvaarderschutsluis. De grond voor deze kade was afkomstig van graafwerk voor de Museumhaven Willemsoord (nr. 5a op de themakaart). Hierdoor groeide het Nieuwediep en nam het strategisch belang van de haven toe. Hierdoor voelden mensen ‘van buiten’, uit bijvoorbeeld Amsterdam of Den Haag de noodzaak zich met de stad te bemoeien, zoals we in thema 4 en 5 zullen zien. De Helderse haven kreeg er in 1824, na de opening van het ruim tachtig kilometer lange Noordhollandsch Kanaal, een functie als doorvoerhaven bij. Het kanaal gaf de haven van Amsterdam een betere verbinding met de Noordzee en vermeed ondiepten in de Zuiderzee. Echter, om de eigen (Amsterdamse) haven te beschermen werd Den Helder aangewezen als deel van ‘het onvrij territoir’. Het was verboden in het kustgebied en in Den Helder goederen te laden en te lossen.
Pas na de afschaffing van de verordening in 1851 werd vrije handel mogelijk en kon de Helderse haven een koopvaardijhaven worden. De haven floreerde.
Vuurtoren Lange Jaap. Bakens en kapen waren de voorlopers van de vuurtoren. Halverwege de 18e eeuw werd de kaap ter hoogte van de huidige vuurtoren Ruigebeen genoemd. Een verwijzing naar het gebruik van walvisbeenderen in de kaap die door Jacob Cornelisz Ruijg, commandeur op de walvisvaart waren meegenomen? De Lange Jaap is van gietijzer. (bron: Avda)
60
61
De thuiskomst van schepen zoals het pantserschip Hr. Ms. Hertog Hendrik trok altijd veel toeschouwers naar de havens. Rechts een huisje met ranke toren van de misthoorn. 1937. (bron: Regionaal Archief Alkmaar)
Sail Den Helder 2013. Naar schatting zijn er in de 16de, 17de en 18de eeuw in het ankergebied bij Texel en Den Helder minstens 1000 schepen vergaan. Onder andere op kerstavond 1593 voltrok zich een stormramp, waarbij wel 140 schepen op het Marsdiep betrokken waren. 40 schepen werden van hun ankers losgeslagen en vergingen. Andere schepen liepen vast op het strand. In totaal verdronken er zo’n 1050 mensen. (bron: Gerard Mengerink)
62
63
Door de opening van de spoorlijn naar Alkmaar en een spoorhaven voor overslag (het Bassin, nr. 7 op de themakaart) in 1865 nam de transportverbinding met de rest van Nederland toe. Goederen konden nu ook in strenge winters wanneer het kanaal dichtvroor vervoerd worden. Helaas kwam na 25 jaar een einde aan de economische bloei van de haven en Den Helder. Na de opening van het Noordzeekanaal in 1876 deden de koopvaardijschepen de Helderse haven niet meer aan. Vanaf die tijd was Den Helder alleen nog vestingstad en marinebasis. Een grote aan- en afvoerhaven is Den Helder niet meer geworden. In 1949 werd voor de komst van de marinevloot begonnen met de aanleg van de Nieuwe Haven, daarover meer in thema 4. Vestiging van de aan de zeehaven gebonden industrie is er niet tot ontwikkeling gekomen. Alleen de activiteiten van de zogenaamde offshore (buitengaatse winning van olie en gas) geeft vanaf de jaren tachtig extra werk en inkomen. In de haven zijn voornamelijk bedrijven te vinden gericht op offshore en Den Helder Airport is een van de grootste offshore luchthavens in Noordwest-Europa wat personenvervoer van en naar productieplatformen betreft. Op bedrijventerrein Oostoever heeft de Nederlandse Aardolie Maatschappij een van de grootste gasbehandelingsinstallaties ter wereld.
De Jutter is vereeuwigd als standbeeld in het Stadspark. Het beeld van de ruwe bolster, de onverschrokken door ontij geharde man die met liefde en/of uit noodzaak het strand afstruinde, roept een zekere trots op. Reddingsmaatschappij Een scheepsramp voor de kust van Huisduinen in 1824 vormde de aanleiding voor de oprichting van reddingsmaatschappijen. Bij deze ramp werden tien opvarenden van het gestrande schip gered, maar verdronken drie schipbreukelingen en zes inwoners van Huisduinen die het waagden de opvarenden van het gestrande schip te redden.
Een reclameplakkaat voor koek waarvan een deel van de verkoopopbrengst afgedragen werd aan het Helden der Zeefonds “Dorus Rijkers”. (bron: Wybe van der Wal)
Strandjutterij Dat bij een zo levendige scheepvaart de schipbreuken talrijk waren, spreekt voor zich. Op de verraderlijke zandbanken strandden duizenden schepen. Soms lukte het om het schip te dichten en vlot te trekken, maar vaak verging het. De aangespoelde resten en lading waren voor jutters een aanvulling op het dagelijks levensonderhoud. De praktijken balanceerden echter op het randje van legaliteit. De aangespoelde spullen behoorden formeel toe aan de plaatselijke landheer, later de overheid. Wat aanspoelde moest daarom worden gemeld aan de strandvonder, maar dat werd niet altijd gedaan. De strandjutterij leeft nog altijd voort in de traditionele bijnaam van de inwoners van Den Helder. Het zijn de inwoners die geboren en getogen zijn in Den Helder, soms al generaties lang.
64
Postzegel ‘Reddingswezen’ (bron: annecusuina.nl)
65
De collectieve verontwaardiging en bewondering bij Amsterdamse en Rotterdamse notabelen leidde tot fondsverwervende acties voor de nabestaanden en de oprichting van een georganiseerd reddingswezen. In het Nieuwediep kwam een reddingsstation vanwaar men in vletten roeide naar de schepen in nood. Lange tijd kregen de bergers van de scheepslading (bijvoorbeeld koffiebonen of suiker) meer betaald dan de roeiredders die schipbreukelingen redden. Eén van de beroemdste redders uit de historie bracht daar verandering in. Dorus Rijkers (1847-1928) redde als schipper van de roeireddingsboot van Den Helder tussen 1886 en 1911 zo’n 500 schipbreukelingen. Zijn talloze en spectaculaire reddingen maakte hem in Nederland tot een volksheld en ook in het buitenland bekend. Het Nationaal Reddingsmuseum op de rijkswerf is dan ook naar Dorus Rijkers vernoemd. Het overlijden van de nationale held was aanleiding voor de oprichting van een monument dat alle zeeredders zou eren. In 1935 werd het nationaal monument voor het reddingswezen in de vorm van een carillon met een dertigtal klokken onthuld. Het plein waar het monument staat werd hernoemd tot Helden der Zeeplein (nr. 11 op de themakaart).
“Het woord Heldenaar gebruiken we eigenlijk niet, inwoners van Den Helder zijn Jutters of Nieuwediepers.” Jan T. Bremer, historisch geograaf
Het Carillon, nationaal monument voor het reddingswezen op het Helden der Zeeplein. (bron: Lumperjack)
66
67
Kernkarakteristieken Relicten van ‘de maritieme stad’ 1. Vuurtoren Lange Jaap (1877) met zijn lengte een markante toren bij Huisduinen. Bakens en kapen waren de voorlopers van deze indrukwekkende vuurtoren. 2. De kustwachtoren nabij fort Kijkduin (1949) de karakteristieke opvolger van de ijzeren kustwachttoren uit 1915. 3. Lichtschip (a) en betonning (b) het rode lichtschip als opvallend en kleurrijk element in de Museumhaven Willemsoord, net als de betonningsopslag in het Nieuwediep en lichtboeien op meerdere rotondes. 4. Haven het Nieuwediep (zeventiende eeuw, 1782 aanleg leidam) het ontstaan van Den Helder als havenstad begon bij het Nieuwe Diep, met nu vooral de visafslag en betonningopslag als levende herinneringen aan het verleden. 5. Museumhaven Willemsoord (a) en dok Rijkswerf Willemsoord (b) (v.a. 1822) uitbreiding van het Nieuwediep gedreven door strategische redenen en resulterend in welvaart. 6. Noordhollandsch Kanaal (1824) een belangrijke en ook noodzakelijke economische verbinding over water naar Alkmaar en Amsterdam. 7. Spoor en spoorweghaven (1865) goederen konden nu ook in strenge winters (wanneer het kanaal dichtvroor) vervoerd worden. 8. Nieuwe Haven (a) en Vliegveld De Kooy (b) (vanaf 1954) door de groeiende marinevloot was uitbreiding van de haven noodzakelijk. Nu met vliegveld De Kooy een strategische koppel voor offshore activiteiten. 9.
Oude begraafplaats van Huisduinen met grafzerken van commandeurs, kapiteins, kaagschippers en loodsen. 10. Concentraties aan scheepswrakken waaronder de in 1698 vergane linieschip Hollandia. 11. Helden der Zeeplein plein met nationaal monument voor het reddingswezen. Aan de heldendaden van Dorus Rijkers (1847-1928) herinnert het Dorus Rijkershofje/Theodorus Rijkersstraat met zijn borstbeeld en het Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij station Den Helder.
68
69
Omgangsvormen Het maritieme verleden is onmiskenbaar verbonden met Den Helder. Dit verleden is op meerdere plekken verweven in het DNA, maar bestaan te vaak nog uit losse verhalen. De handel, de visserij, de helden van de marine en het reddingswezen hebben elk hun eigen geschiedenis, gerelateerd aan de zee. Het toegankelijk maken van bijzondere plekken en deze verbinden met de verhalen die er bij horen, biedt kansen voor samenhang. Zo zijn de verhalen lopend of fietsend door de stad te beleven, of tijdens boottochtjes langs de wadden en duikexcursies naar scheepswrakken. Het kan al voldoende zijn om eenduidige informatieve (digitale) middelen in te zetten op plekken aan zee waar een verhaal te vertellen is. Het vraagt om een vernuftige samenwerking tussen inrichting van openbare ruimte, bezienswaardigheden, activiteiten en promotie van de stad. De activiteiten, gebouwen en openbare ruimte mogen daarbij best een ‘rauw’ karakter houden, niet te netjes. De oude havens, de indrukwekkende schepen, musea en bakens zoals Lange Jaap en de kustwachttorens vormen nu al prachtige attracties en uitkijkpunten voor bewoners en bezoekers. Maar ook andere plekken zijn daarbij waardvol, zoals het rode lichtschip, de betonningsopslag, pleinen en straten die herinneringen oproepen en ook de oude begraafplaats van Huisduinen met bijzondere grafzerken van de zeehelden.
Het vertellen van verhalen is niet de enige manier hoe het maritieme karakter van Den Helder omarmd kan worden. Voortbouwend op het verleden biedt Den Helder een basis voor innovatieve en duurzame aan de zee en haven gerelateerde activiteiten. Den Helder is namelijk al doorweven met aan zee gebonden economische activiteiten, zoals zeevaart, scheepsbouw, offshore (energie), havens, marine en maritieme dienstverlening. Dit vormt het Maritiem cluster: één van de belangrijkste economische troeven in Den Helder en de Kop van Noord-Holland. De specialistische kennis van de zee, die men al in de periode van de eerste betonning en lichtschipperij beheerste, kan Den Helder – zeker met oog op de hoogwaardige energieprocessen op zee – ook in de toekomst onderscheiden. Het maritieme karakter gaat hiermee nooit verloren. Kortom, kansen voor: • Recreatieve/educatieve routes en plekken met het maritieme karakter als rode draad • Economische groei (Maritiem cluster)
Tijdens evenementen zoals Sail Den Helder en de Marinedagen kunnen de recreatieve routes langs relicten van ‘de maritieme stad’ benut of minstens gepromoot worden als extra bevestiging dat Den Helder als maritieme stad veel te bieden heeft.
70
71
Thema 4
Militair bolwerk Het verhaal Door de strategische ligging werd Den Helder gedurende de zeventiende en achttiende eeuw steeds meer een bolwerk van geopolitieke betekenis. Om de toegang tot de Zuiderzee te bewaken kwam het tot schansen, vestingen en batterijen in en rond Huisduinen en Den Helder. Nog steeds zien we zeer kenmerkende verdedigingsstructuren, -patronen en -elementen in het landschap terug, denk bijvoorbeeld aan de forten met omringende groene zones (schootsvelden), maar ook aan één van de oudste drinkwaterwinninggebieden van Nederland. De marine en het lot van Den Helder raakten onlosmakelijk met elkaar verbonden, zeker vanaf de opening van het Noordzeekanaal toen de stad haar betekenis voor de koopvaardij verloor. Ging het goed met de marine, dan groeide en bloeide de stad. Ging het niet goed met de marine, dan had de stad daar onder te lijden.
“Door de oude en nieuwe marinehaven en de verdedigingswerken is Den Helder niet een stad met een landschap, maar een landschap met een stad en woonwijken.” Willem Stam, strategisch adviseur gemeente Den Helder Stelling van Den Helder Er wordt verteld dat Napoleon van Den Helder het Gibraltar van het Noorden wilde maken, een onneembare vesting aan de Noordzee en de toegangsweg tot de Zuiderzee. Of de keizer deze typering ooit gebruikt heeft is niet te achterhalen. Wel dat Napoleon in de noordpunt van zijn rijk een groot maritiem steunpunt wilde vestigen, een beschermde oorlogshaven als veilige ligplaats voor de Franse oorlogsvloot inclusief een reparatiewerf. Met deze plannen in het achterhoofd begon men met de aanleg van de forten en andere verdedigingswerken. Rondom werd de Stelling van Den Helder aangelegd. De forten 72
Rijkswerf Willemsoord met voormalige sloepenloodsen (van oorsprong kannoneerbootkappen) en de onderzeeboot Hr. MS. Tonijn. (bron: Oneindig Noord-Holland)
Erfprins, Kijkduin en Dirksz Admiraal zijn de oudste. Na voltooiing van het Noordhollandsch Kanaal zijn de forten Westoever en Oostoever gebouwd. Tussen fort Westoever, fort Dirksz Admiraal en fort Erfprins kwam een liniedijk met gracht. In 1880 werd tenslotte het pantserfort Harssens bij de haven aangelegd met de grootste kanonnen van ons land (30,5 cm doorsnede). Enkele forten zijn de laatste decennia gerestaureerd en toegankelijk gemaakt voor het publiek. De Stelling is inmiddels deel van de Groene Long van Den Helder, het Groene Casco van de stad en door het rijk aangewezen als beschermd stadsgezicht, inclusief liniedijk en gracht (nr. 1a-1f op de themakaart). Marinehaven met rijkswerf Enkele jaren nadat men was begonnen met de bouw van de eerste forten en andere verdedigingswerken startte men in 1812 met de aanleg van de marinehaven en rijkswerf. De bestaande kielplaats voor Admiraliteitsschepen, het Nieuwe Werk, die was gebouwd om eenvoudig onderhoud en daarmee samenhangende reparaties ter plaatse uit te voeren lag te achteraf (ten oosten van de tegenwoordige Koopvaarderssluizen bij fort Oostoever) en bood onvoldoende ruimte. 73