CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4_vastgesteld_1_Toelichting-gecomprimeerd.pdf

Raadscommissie Stadsontwikkeling en Beheer 8 april 2024, gemeente Den HelderBij agendapunt: 7: Voorstel tot het vaststellen van het bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 419.502 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime en strijdigheid

3 3 3 3 4

Hoofdstuk 2 Huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie plangebied 2.2 Gewenste situatie 2.3 Verkeer en parkeren

6 6 9 13

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

16 16 18 25

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodemkwaliteit 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & cultuurhistorie 4.9 Besluit milieueffectrapportage 4.10 Spuitzones

28 28 29 30 32 33 35 36 39 40 41

Hoofdstuk 5 Wateraspecten 5.1 Vigerend beleid 5.2 Waterparagraaf

43 43 44

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

46 46 46 48

Hoofdstuk 7

50

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

51 51 51 51

BJZ.nu Bestemmingsplannen

2

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de Doggersvaart 2, 2A en 4 te Den Helder. De percelen horen bij het voormalige bollenteeltbedrijf 'De Toekomst'. De locatie ligt in het buitengebied, direct grenzend aan Den Helder. Het plangebied ligt in een agrarisch gebied. Een groot deel van de schuren op het erf is niet meer in gebruik en daarmee verouderd. Daarnaast zijn de schuren zeer fors en staan in groot contract met het natuurgebied Mariëndal ten westen van de erven. Aangezien alle bedrijvigheid is beëindigd binnen het plangebied, is initiatiefnemer voornemens de locatie te herontwikkelen met woningen. Concreet worden met dit bestemmingsplan zeven reguliere burgerwoningen toegestaan. Het betreft de omzetting van drie voormalige bedrijfswoningen (waarvan er één gesloopt en herbouwd wordt) naar reguliere woningen en de toevoeging van vier extra woningen. Het geheel wordt landschappelijk ingepast, conform gebiedskenmerken. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de herziening van de bestemming vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Doggersvaart 2, 2a en 4 te Den Helder. In de volgende afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en verdere omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de directe en ruimere omgeving (Bron: PDOK)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan ''Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4” bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr NL.IMRO.0400.327BPDOGGERSVRT2-VST1) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een BJZ.nu Bestemmingsplannen

3

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime en strijdigheid

In de volgende subparagrafen wordt ingegaan op het geldende planologische regime en wordt tevens de strijdigheid met betrekking tot het planvoornemen beschreven. Het plangebied ligt binnen de grenzen van de bestemmingsplannen "Landelijk Gebied 2011", ''Kamerverhuur, woningsplitsen en Bed&Breakfast 2021'', ''Paraplubestemmingsplan Parkeren 2021'' en ''Paraplubestemmingsplan supermarkten''. Ten aanzien van de planologische situatie is bij voorliggend initiatief het bestemmingsplan ''Landelijk Gebied 2011'' met name van belang. Dit bestemmingsplan is door de gemeente Den Helder op 1 juli 2013 vastgesteld. Hierna wordt de planologische situatie beschreven en wordt op de strijdigheid ingegaan. 1.4.1

Planologische situatie

1.4.1.1 Algemeen Ter plaatse van het plangebied geldt de bestemming 'Agrarisch', waarbij ter plaatse van schuren en bedrijfswoningen is op elk erf een bouwvlak opgenomen. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de huidige planologische situatie weergegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsnede van het bestemmingsplan "Landelijk gebied 2011" (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Gronden met de bestemming 'Agrarisch' zijn met name bestemd voor de uitvoering van een agrarisch bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering met uitzondering van glastuinbouwbedrijven, waarbij ter plaatse van het bouwvlak gebouwen ten behoeve van het agrarische bedrijf met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Er liggen in totaal drie bouwvlakken, waarmee de drie bedrijfswoningen toegestaan zijn. BJZ.nu Bestemmingsplannen

4

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

1.4.1.2 Strijdigheid Reguliere bewoning is niet mogelijk binnen de agrarische bestemming, omdat enkel agrarische bedrijfswoningen zijn toegestaan. De bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de woningen ontbreken. Daarnaast is het ook niet mogelijk om de bestaande bedrijfswoning voor reguliere bewoning aan te wenden. Het is wenselijk om voor zowel de voormalige bedrijfswoning, de te herbouwen woningen als de nieuw te bouwen woningen een reguliere woonbestemming op te nemen. 1.4.2

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 per locatie ingegaan op de huidige en gewenste situatie. In hoofdstuk wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Noord-Holland en de gemeente Den Helder beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieuthema's de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op het vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

5

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Hoofdstuk 2

Huidige en gewenste situatie

2.1

Huidige situatie plangebied

2.1.1

Landschappelijke kenmerken

Het plangebied ligt in de polder Koegras. een productiepolder met voornamelijk bollenteelt. De polder heeft een orthogonale wegenstructuur, smalle vaarten en weinig opgaande beplanting. Alleen de erven langs de weg zijn soms beplant. In de afgelopen decennia is een groot deel van de opstallen enorm in volume toegenomen. De belangrijkste structuurdragers in de omgeving van het plangebied zijn de gelijknamige ontsluitingsweg en watergang de Doggersvaart. Daarnaast is aan de overzijde van de Doggersvaart de kern Den Helder gelegen. In afbeelding 2.1 is het plangebied op topografische kaarten van 1850 tot 2017 weergegeven. Op de kaart van omstreeks 1850 is te zien hoe de Verloren dijk loopt van ‘t Hoogduin ten noordwesten naar de Garst in het zuidoosten. Rond 1900 is de Verloren dijk ter hoogte van het erf ‘De Toekomst’ van de kaart verdwenen. Vanaf 1910 staat ‘De Toekomst’ voor het eerst op de kaart, als karakteristieke stolpboerderij. De stolpboerderij 'de Toekomst' is door een brand verwoest en is niet meer als een stopboerderij herbouwd. In 1931 zijn de laatste delen van de Verloren dijk weggegraven. Begin jaren ‘80 is Den Helder gegroeid tot aan de noordzijde van de Doggersvaart. De bollengrond ten westen van het plangebied is aan het eind van de vorige eeuw omgevormd tot natuurgebied Mariëndal met lage duintjes, duingraslanden en waterpartijen.

Afbeelding 2.1: Plangebied op topografische kaarten van 1850 tot 2017 (B4O, bewerkt door BJZ.nu)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

6

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

2.1.2

Plangebied

Het plangebied zelf betreft voormalig bollenteeltbedrijf 'De Toekomst' aan de Doggersvaart. De Doggersvaart ligt ten noordoosten van het plangebied. De Doggersvaart betreft een watergang en een gebiedsontsluitingsweg. De gebiedsontsluitingsweg is gelegen ten noorden van de watergang. Aan de zuidzijde van de Doggersvaart zijn voornamelijk agrarische percelen met vrijstaande woonhuizen te vinden. Hiertussen zitten nog enkele stolpboerderijen. Aan de overzijde van de Doggersvaart is de stad Den Helder gelegen. Aan de overzijde van de Doggersvaart ter hoogte van het plangebied zijn voornamelijk rijwoningen gelegen. Aan de westzijde grenst het plangebied aan het natuurgebied Mariëndal. Ten zuiden van het plangebied liggen agrarische gronden. Het aangrensende agrarische land is in eigendom van de initiatiefnemer en wordt verhuurd voor agrarische doeleinden. Binnen het plangebied bevinden zich twee erven. Op de twee erven liggen in totaal drie bouwvlakken, waarmee de drie bedrijfswoningen toegestaan zijn. De erven zijn compact gebouwd, maar de schaal van de bebouwing is fors. De bestaande bouwmassa's ontnemen ter hoogte van de erven het zicht op het landschap. Enkel tussen de erven door is zicht op het achterliggende open landschap. Dit doorzicht wordt deels verstoord doordat erf nummer 4 driehoekig is en de voorste punt benut wordt voor opslag van materiaal en materieel.

Daarbij wordt het doorzicht niet begeleid, doordat er geen beplanting staat langs de zijkanten van de schuren. Het erf op Doggersvaart nummer 2 bestaat uit één naoorlogse woning en een verzameling van grote schuren en loodsen. De bebouwing bestaat uit een langgerekte bakstenen schuur (verzameling van schuren) langs het water uit de jaren '80 en een drietal grote aan elkaar geschakelde loodsen die vanaf de jaren '90 zijn gebouwd bestaande uit baksteen en voorzien zijn van een opvallend lichtblauw geverfd plaatmateriaal. Dit erf is gelegen langs de wandel- en kanoroute van het Mariëndal. Op het erf op nummers 2a en 4 staan twee na-oorlogse woonhuizen en een groot langgerekt bouwvolume. Deze grote schuur bestaat uit meerdere aan elkaar geschakelde loodsen. Daarnaast staan er verspreid over het terrein meerdere kleine schuurtjes. In het verleden stond op nummer 4 een stolpboerderij maar deze is afgebrand. De erven zijn onsloten door een brug over de Doggersvaart ten oosten van de Doggersvaart 4. De doggersvaart 2 is daarnaast bereikbaar via een wandelbrug over de Doggersvaart. In de huidige situatie zijn de schuren nog zeer kleinschallig in gebruik voor de bloembollenteelt. De schuren zijn voor het grootste gedeelte in gebruik als opslag (voornamelijk als caravanstalling). Met de gewenste ontwikkeling wordt deze bedrijfigheid binnen het plangebied beëindigd.

De schuren en de woningen hebben geen cultuurhistorische waarde. Erfbeplanting is op beide erven nauwelijks aanwezig. De bebouwing staat ‘koud’ in het landschap waardoor de grote schuren in het oog springen. Zowel vanaf de Doggersvaart, de woonwijk aan de overzijde van de Doggersvaart, als vanaf de wandel-, fietsroute langs het natuurgebied Mariëndal gezien, zijn de schuren daarom als storend te ervaren. In de volgende afbeeldingen zijn een luchtfoto en een straatbeeld van de huidige situatie weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

7

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Afbeelding 2.2: Luchtfoto plangebied (B4O, bewerkt door BJZ.nu)

Afbeelding 2.3: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: B4O)

BJZ.nu Bestemmingsplannen

8

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Afbeelding 2.4: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: B4O)

2.2

Gewenste situatie

2.2.1

Initiatief

Aangezien in het plangebied de bedrijfsvoering wordt beëindigd, is initiatiefnemer voornemens de locatie te herontwikkelen naar woningbouw. De bestaande bedrijfsbestemming met agrarisch bedrijf is in de huidige tijd moeilijk verkoopbaar, hierdoor ligt verloedering op de loer wat een negatieve impact heeft op de ruimtelijke kwaliteit. De herontwikkeling naar woningbouw zorgt voor een duurzaam en toekomstbestendige vervolgfunctie voor het plangebied. Zoals aangegeven betreft de gewenste situatie de sloop van de bedrijfsschuren en de bedrijfswoning op Doggersvaart 4. Daarnaast worden met dit bestemmingsplan zeven reguliere burgerwoningen toegestaan. Het betreft de omzetting van drie voormalige bedrijfswoningen (waarvan er één gesloopt en herbouwd wordt) naar reguliere woningen en de toevoeging van vier extra woningen. De bedrijfswoningen op Doggersvaart 2 en 2a worden herbestemd tot reguliere woningen. De bedrijfswoningen op de Doggersvaart 4 wordt gesloopt en vervangen voor een stopboerderij zoals die vroeger op dezelfde plek te vinden was. In afbeelding 2.5 en 2.6 is een impressie weergegeven van de gewenste situatie.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

9

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Afbeelding 2.5: Impressie gewenste situatie (Bron: B4O)

Afbeelding 2.6: Impressie gewenste situatie (Bron: B4O)

2.2.2

Indeling plangebied

In hoofdlijnen kent het plan een aantal heldere uitgangspunten waarmee er een herkenbare samenhang binnen het plangebied komt. Hiervoor is er goed gekeken naar onderliggende structuren en kwaliteiten van het bestaande landschap. De nieuwe bebouwing is zo gepositioneerd, dat er een beeld van twee boerenerven ontstaat. Bij de indeling van het plangebied is sprake van een referentie naar de traditionele opbouw van het boerenerf. Een BJZ.nu Bestemmingsplannen

10

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

stolpboerderij vooraan op het perceel, en woningen in de vorm van agrarische bijgebouwen (schuren) achterop het perceel. De woningen krijgen het karakter van een agrarisch bijgebouw, zoals een hooibergwoning of een schuurwoning met zadeldak. De woningen vormen samen een erfensemble. Deze onderlinge verbondenheid wordt ook versterkt door de positionering rondom een centraal erf. De nieuwe en bestaande woningen staan geclusterd binnen het bestaande agrarische bouwblok. Hierdoor blijft de bestaande structuur aan de Doggersvaart bestaande uit agrarische erven met vrijstaande woningen intact. De nieuwe bebouwing sluit qua schaal en maat aan bij de bestaande bebouwing in de omgeving. Het noordelijke woonerf bestaat uit een stolpwoning, de bestaande woning (Doggersvaart 2) met bijgebouwen en twee nieuwe woongebouwen in de vorm van een agrarisch bijgebouwen (1x schuurtype en 1x kapbergtype), georiënteerd op een centraal binnenerf. Het zuidelijke woonerf bestaat uit een stolpwoning (op de plek waar er vroeger reeds een heeft gestaan), de bestaande bedrijfswoning (Doggersvaart 2a) en een nieuw woongebouw in de vorm van een agrarisch bijgebouw (1x hooibergtype) georiënteerd op een centraal binnenerf. Als uitgangspunt voor de nieuwe woningen geld dat de materialen en kleuren afgestemd moeten zijn op de omgeving/omringende bebouwing.

Wat betreft kleuren moeten hier landelijke of traditionele kleuren worden gebruikt. Uitzicht en lange zichtlijnen zijn een belangrijke karakteristiek van het landschap. Bij de inrichting van het gebied zijn ook de kwaliteiten van het wonen in het buitengebied uitgangspunt, namelijk ruimte om de woning, rust, landschap en uitzicht. Vanaf de woonkavels zijn er doorzichten op het weidse omliggende landschap. Voor beide erven geldt dat de ontsluiting en parkeren voor bestemmingsverkeer (voor bewoners en bezoekers) plaatsvindt op het erf. Centraal op elk erf staat een fraaie grote solitaire boom, met zicht eronder door. Hagen op erfafscheidingen zorgen voor privacy aan de achterkant van de woning. Langs de randen komen nieuwe inheemse houtsingels. Aan de zuidkant van de nieuwe stolp komt een kleine boomgaard. Dit alles draag bij aan de landschappelijke inpassing. Om de toekomstige bouwplannen binnen het plangebied op de gewenste beeldkwaliteit te kunnen toetsen is er in het kader van het bestemmingsplan een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan wordt van toepassing op de gronden binnen het voorliggende bestemmingsplan. De volledige beeldkwaliteitsparagraaf is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. Dit beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad van de gemeente Den Helder vastgesteld als onderdeel van de welstandsnota.

In afbeeldingen 2.7 en 2.8 is een uitsnede van de gewenste situatie weergegeven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

11

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Afbeelding 2.7: Plattegrond gewenste situatie (Bron: B4O)

De bestaande en nieuwe woonvolumes staan strategisch georiënteerd aan één centraal erf wat openbaar toegankelijk is. In de afbeelding hieronder is deze zone met een oranje arcering aangegeven. Deze zone dient conform een inrichtings- en beheerplan gerealiseerd en onderhouden te worden. Daar omheen liggen de privé percelen waarvoor uitgangspunten voor de beeldkwaliteit ten aanzien van architectuur en landschap vastliggen in het beeldkwaliteitsplan. Het land tussen en ten zuiden van de woonerven wordt ingericht als open (schapen) weide. Hierdoor worden de groene en open kwaliteiten van het landschap versterkt en blijven lange zichtlijnen op de achterliggende gronden gewaarborgd. Hiervoor wordt de bestaande waterloop in het plangebied deels gedempt. Aan de zuidzijde wordt, aansluitend aan de bestaande watergang, een nieuwe waterloop gegraven.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

12

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Afbeelding 2.8: Plattegrond gewenste situatie (Bron: B4O)

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. 2.3.2

Verkeersgeneratie

2.3.2.1 Algemeen Voor de verkeersgeneratie wordt er gebruik gemaakt van de CROW uitgave 'Toekomstbestendig parkeren' (december 2018). Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Stedelijkheidsgraad: sterk stedelijk, gemeente Den Helder; Stedelijk gebied: Buitengebied. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd BJZ.nu Bestemmingsplannen

13

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

2.3.2.2 Huidige situatie In de huidige situatie is er binnen het plangebied sprake van 3 bedrijfswoningen en een agrarisch bedrijf. Voor het bepalen van het BVO is het oppervlakte van de bedrijfsgebouwen van zowel Doggersvaart 2 als Doggersvaart 4 bij elkaar opgeteld. Het totale BVO bedraagt dan ook 4.350 m2 . De verkeersgeneratie is in de huidige situatie als volgt: Verkeersgeneratie gewenste situatie Functie

Aantal

Verkeersgeneratie (gemiddelde) 10 (per 100 m2 BVO)

Totale verkeersgeneratie

Bedrijf 4.350 m2 BVO 435 arbeidsintensief/bezoekersext ensief Koop, huis, vrijstaand 3 woningen 8,2 (per wooneenheid) 24,6 Totaal (afgerond) 460 De verkeersgeneratie in de huidige situatie is 460 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. 2.3.2.3 Gewenste situatie Concreet worden met dit bestemmingsplan zeven reguliere burgerwoningen toegestaan. Het betreft de omzetting van drie voormalige bedrijfswoningen (waarvan er één gesloopt en herbouwd wordt) naar reguliere woningen en de toevoeging van vier extra woningen. Verkeersgeneratie gewenste situatie Funtie

Aantal

Verkeersgeneratie (gemiddelde) 8,2 (per wooneenheid)

Totale Verkeersgeneratie Koop, huis, vrijstaand 7 woningen 57,4 Totaal (afgerond) 58 Uit bovenstaande tabel blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een afname van de verkeersgeneratie met 402 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In de gewenste situatie betreft het aantal verkeersbewegingen 58 per weekdagetmaal. In de gewenste situatie worden de erven via een nieuwe brug en de bestaande brug gezamelijk ontsloten. Gezien de inrichting van omliggende wegen wordt gesteld dat deze verkeersgeneratie eenvoudig en verkeersveilig kan worden afgewikkeld. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn dan ook geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. 2.3.3

Parkeren

2.3.3.1 Algemeen De gemeente Den Helder heeft op 27 september 2022 de 'Nota Parkeernormen Den Helder 2022' vastgesteld. Voor de parkeerbehoefte wordt er gebruik gemaakt van de 'Nota Parkeernormen Den Helder'. De door het CROW gehanteerde zone ''Buitengebied'' is buiten beschouwing gelaten omdat in de gemeente relatief weinig buitengebied is dat een specifiek eigen karakter qua parkeren heeft. Het plangebied is volgens de 'Nota Parkeernormen Den Helder' te beschouwen als 'rest bebouwde kom'. 2.3.3.2 Huidige situatie In de huidige situatie is er binnen het plangebied sprake van 3 bedrijfswoningen en een agrarisch bedrijf. Voor het bepalen van het BVO is het oppervlakte van de bedrijfsgebouwen van zowel Doggersvaart 2 als Doggersvaart 4 bij elkaar opgeteld. Het totale BVO bedraagt dan ook 4.350 m2 . De parkeerbehoefte is in de huidige situatie als volgt: Gewenste situatie Soort woning

BJZ.nu Bestemmingsplannen

Aantal

Parkeernorm uitgegaan van het gemiddelde

Totaal

14

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Woning groot >450 m3 3 woningen 2 per woning arbeidsint./bezoekersext. 4.350 m2 BVO 2 per 100 m2 BVO bedrijven (industrie, garagebedr., laboratorium, werkplaats, transportbedr.) Totaal (afgerond) In de huidige situatie is een parkeerbehoefte van afgerond 93 parkeerplaatsen.

6 87

93

2.3.3.3 Gewenste situatie Concreet worden met dit bestemmingsplan zeven reguliere burgerwoningen toegestaan. Het betreft de omzetting van drie voormalige bedrijfswoningen (waarvan er één gesloopt en herbouwd wordt) naar reguliere woningen en de toevoeging van vier extra woningen. In de gewenste ontwikkeling ontstaat de volgende parkerbehoefte: Gewenste situatie Aantal Parkeernorm uitgegaan van Totaal Soort woning het gemiddelde Woning groot >450 m3 7 2 per woning 14 Totaal (afgerond) 14 De voorgenomen ontwikkeling resulteert in een parkeerbehoefte van afgerond 14 parkeerplaatsen. Ten opzichte met de huidige situatie neemt de parkeerbehoefte af met 79 parkeerplaatsen. Het plangebied voorziet, mede vanwege het oppervlakte van het perceel, ruimschoots in mogelijkheden om in deze parkeerbehoefte te kunnen voorzien. De parkeerplaatsen (2 per woning) worden gerealiseerd per woning zoals te zien is in afbeelding 2.7 (paragraaf 2.2.2) en in het ruimtelijk kwaliteitsplan (Bijlage 1). 2.3.4

Conclusie

Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

15

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Dit is nodig om de doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

16

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels voor de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze zijn genoemd in het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Ten tijde van de SVIR (voorganger NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.4

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid

De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de omgevingsvisie. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. BJZ.nu Bestemmingsplannen

17

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien per saldo sprake is van een toevoeging van vier woningen. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in een aantal plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en de daarbij behorende Provinciale Ruimtelijke Verordening. 3.2.1

Omgevingsvisie NH 2050

3.2.1.1 Algemeen Op 19 november 2018 is door de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. Hierin is de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zo kan de provincie voor toekomstige generaties het welvaarts- en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau houden. Dit betekent dat in Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd; de ruimte voor economische ontwikkeling wordt altijd in samenhang met dit uitgangspunt beschouwd. Duurzame economische ontwikkeling is nodig voor de werkgelegenheid en daarmee voor de bestaanszekerheid van inwoners; de provincie Noord-Holland wil ook in de toekomst een provincie zijn voor iedereen zodat de provincie sociaal-inclusief kan worden gehouden. Maar ook om de grote investeringen op te brengen die nodig zijn voor onder meer de transitie naar een duurzame-energiehuishouding, de overgang naar een circulaire economie en het behoud van het karakteristieke landschap. In de wetenschap dat de wereld waarmee Noord-Holland is verbonden continu verandert, geeft deze visie enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst, en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. Er wordt dus geen eindbeeld voor 2050 gepresenteerd.

Deze visie laat in algemene zin wel zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast worden vijf samenhangende bewegingen geschetst: bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1.

Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. 2. Metropool in ontwikkeling – hierin beschrijven we hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem vergroten we de agglomeratiekracht. 3. Sterke kernen, sterke regio's – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Deze vijf bewegingen zijn gebaseerd op de hoofdambitie: balans tussen economische groei en leefbaarheid. In dit geval zijn met name de bewegingen: dynamisch schiereiland' en 'sterke kernen, sterke regio's' van

BJZ.nu Bestemmingsplannen

18

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

belang. Hierna wordt daar op ingegaan. Dynamische schiereiland Hierbij gaat het om het benutten van de unieke ligging. Waar mogelijk moeten de ecologische waarden worden vergroot. Ook moeten economische kansen van de unieke ligging voor energietransactie en recreatie en toerisme met een goede balans tussen rust en reuring benut worden. De beweging Dynamisch schiereiland richt zich op het veilig houden van onze kusten en het benutten van de kansen die de unieke ligging als schiereiland biedt. Sterken kernen, sterke regio's De beweging 'Sterke kernen, sterke regio's' beoogt handvatten te geven om de werkgelegenheid, het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid op peil te houden. En om dorpen, steden en regio's de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden of te ontwikkelen. Belangrijk hierbij is onder andere het behoud en de ontwikkeling van krachtige identiteiten en de mogelijkheid om te bouwen voegen naar de vraag van dat moment. De beweging Sterke kernen sterke regio's heeft tot doel het netwerk van steden en kernen qua voorzieningenniveau, economische ontwikkeling en woningbouwontwikkeling sterker te maken. En om de verschillende kernen en regio's de krachtige identiteit die ze zo kenmerkt te laten behouden en te ontwikkelen. Locatiespecifiek Het plangebied ligt in het deelgebied Poort Den Helder. In het gebied rondom Den Helder komen de bewegingen.

Dynamisch schiereiland, Sterke kernen, sterke regio's en Nieuwe energie bij elkaar. De mogelijke aanlanding van energie-infrastructuur van de op zee opgewekte windenergie in de toegangspoort Den Helder biedt economische kansen en vraagt om zorgvuldige inpassing. Dit dient ook de doelen uit de beweging Sterke kernen, sterke regio's, om werkgelegenheid te versterken en het voorzieningenniveau op peil te houden. De doelen uit Dynamisch schiereiland voegen daar de benutting van de toeristische en recreatieve potentie aan toe in combinatie met opgaven rond de kustverdediging en het toevoegen van natuurwaarden. Meer landinwaarts komen daar ook het ontwikkelen van de duurzame agrifoodsector en vergroten van de biodiversiteit bij uit de beweging Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving. 3.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Provinciale Omgevingsvisie Door het realiseren van dit plan, waarbij ontsierende bedrijfsgebouwen gesloopt worden, passende woningen aansluitend op een kern gerealiseerd worden en tot slot het geheel landschappelijk wordt ingepast, wordt het karakter van het landschap versterkt. Er ontstaat een sterke afname van het bebouwde en verharde oppervlak en er ontstaat een beeld wat aansluit op het landelijke karakter van de omgeving. Dit sluit aan bij de ambitie om de unieke ligging van het 'dynamisch schiereiland' te benutten.

Ten aanzien van het principe 'sterke regio's, sterke kernen' geldt dat met deze ontwikkeling de krachtige identiteit wordt versterkt. Ook wordt gebouwd naar de vraag naar woningen op dit moment. De realisatie van deze woningen dragen bij aan het voorzieningsniveau van Den Helder op peil te houden. Voorliggende ontwikkeling is aan de ARO voorgelegd en akkoord bevonden. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsverordening NH 2020

3.2.2.1 Algemeen Aanvullend op de reeds vastgestelde Omgevingsvisie NH2050, zijn belangrijke onderwerpen uit de Omgevingsvisie verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening NH2020. De Omgevingsverordening is op 22 oktober 2020 vastgesteld. Op 14 november 2020 is de Provinciale Ruimtelijke Verordening komen te vervallen. De omgevingsverordening is van toepassing op bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigings- en uitwerkingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 2.12 lid 1 onderdeel a onder 3 of lid 2 van de Wabo. In de omgevingsverordening zijn de provinciale belangen uit de Omgevingsvisie NH2050 uitgewerkt in BJZ.nu Bestemmingsplannen

19

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

algemene regels. Verschillende regels zijn opgenomen over onderwerpen, in zowel het landelijk als het bestaand stedelijk gebied van Noord-Holland, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Afhankelijk van de ligging van een plangebied zijn de regels uit de verordening al dan niet van toepassing. 3.2.2.2 Van belang zijnde artikelen In dit geval zijn artikel 4.44 (Meldingsplichten Wet bodembescherming), artikel 6.10 (Noord Holland landelijk gebied), artikel 6.33 (Agrarische bedrijven), artikel 6.36 (Permanente Bollenteelt) en artikel 6.59 (ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied) van toepassing. Hierna wordt op deze artikelen ingegaan, waarbij de artikelen worden getoetst.

Artikel 4.44 Meldingsplichten Wet bodembescherming 1.

2.

3.

Degene die de sanering feitelijk uitvoert op grond van een saneringsplan waarmee Gedeputeerde Staten op basis van artikel 39, tweede lid, van de Wet bodembescherming hebben ingestemd, meldt uiterlijk een week voor de feitelijke aanvang van de grondsanering, respectievelijk de grondwatersanering schriftelijk bij Gedeputeerde Staten de aanvangsdatum van de grondsanering, respectievelijk de grondwatersanering. Indien de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering niet zal worden gestart op de overeenkomstig het eerste lid gemelde aanvangsdatum of de overeenkomstig dit lid aangepaste aanvangsdatum, meldt de in het eerste lid bedoelde persoon dit onverwijld schriftelijk aan Gedeputeerde Staten, onder opgave van de nieuwe aanvangsdatum. Indien de nieuwe aanvangsdatum op dat moment nog niet bekend is, meldt de in het eerste lid bedoelde persoon de nieuwe aanvangsdatum minimaal een week voor deze datum schriftelijk aan Gedeputeerde Staten. Indien bij de sanering ontgraving van verontreinigde grond plaatsvindt, stelt de in het eerste lid bedoelde persoon uiterlijk twee dagen voorafgaand aan het tijdstip waarop over het hele gebied van de ontgraving de einddiepte bereikt zal worden en tot aanvulling van de ontgraving zal worden overgegaan Gedeputeerde Staten van dat tijdstip op de hoogte.

Bij ontgraving en aanvulling in gedeeltes, geldt voornoemde verplichting tot melding per gedeelte.

Toetsing aan artikel 4.44 In voorliggend geval is een bodemonderzoek gebleken dat de bodem geschikt wordt geacht voor het beoogde gebruik. In nadere toelichting wordt gegeven in paragraaf 4.2. Bodemsanering is hierdoor niet aan de orde.

Artikel 6.10 Noord-Holland landelijk gebied 1.

2. 3.

4.

Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied Noord-Holland Noord landelijk gebied uitsluitend voorzien in een kleinschalige woningbouwontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De in het eerste lid genoemde afspraken kunnen alleen afspraken bevatten over locaties die zijn gelegen in of aan kernen of in of aan dorpslinten. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan ook voorzien in functiewijziging van een stedelijke functie of van een agrarisch bouwperceel naar wonen in de vorm van maximaal twee burgerwoningen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. ter plaatse van de bestaande stedelijke functie of agrarisch bouwperceel is ten minste één bedrijfswoning planologisch toegestaan; b. de functiewijziging naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet; c. de bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden; en d. een tweede burgerwoning is alleen mogelijk als meer dan 1.500 m² grondoppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak wordt gesloopt. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan voorzien in functiewijziging van een agrarisch

BJZ.nu Bestemmingsplannen

20

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

5.

6.

7.

8. 9.

bouwperceel naar wonen in de vorm van maximaal twee burgerwoningen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. ter plaatse van het bestaande agrarisch bouwperceel is ten minste één bedrijfswoning planologisch toegestaan; b. de functiewijziging naar een woonfunctie beperkt de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven niet; c. de bestaande bedrijfsbebouwing op de overige gronden wordt gesloopt en aan deze gronden wordt een bestemming toegekend zonder bouwmogelijkheden; en d. een tweede burgerwoning is alleen mogelijk als meer dan 1.000 m² grondoppervlakte aan bestaande bedrijfsbebouwing op het bestemmingsvlak wordt gesloopt. In afwijking van het eerste lid kan een nieuwe burgerwoning worden toegestaan, indien deze woning wordt gesitueerd in een dorpslint en hierbij een aanwezige bedrijfswoning binnen het werkingsgebied glastuinbouwconcentratiegebied wordt wegbestemd en gesloopt. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan voorzien in een functiewijziging van een karakteristieke boerderij naar een woonfunctie waarbij de karakteristieke boerderij mag worden gesplitst in meerdere burgerwoningen, indien geen afbreuk wordt gedaan aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing.

In aanvulling op het derde lid aanhef en onder d kan een ruimtelijk plan het voorzien in een derde burgerwoning indien in de motivering wordt onderbouwd dat deze derde burgerwoning noodzakelijk is om een substantiële verbetering van de omgevingskwaliteit op de betreffende locatie mogelijk te maken. Afwijking van het in het derde lid genoemde aantal of oppervlakte is mogelijk indien toepassing wordt gegeven aan een gemeentelijk of intergemeentelijk vereveningsfonds. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen aan de afspraken, bedoeld in het eerste lid en aan de toepassing van het achtste lid.

Toetsing aan artikel 6.10 1.

2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Het gaat om een kleinschalige woningbouwontwikkeling, aangezien ontwikkelingen onder de 11 woningen als kleinschalig worden gezien. Voorliggend plan is in het kader van de regionale woningbouwafspraken afgestemd, hetgeen geaccordeerd is in het (regionale) portefeuillehoudersoverleg van 9 maart 2023. De woningbouwontwikkeling is in overeenstemming met de gemaakte afspraken binnen de provincie en gemeente. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de paragraven 3.2.3 (Provinciale woonagenda) en 3.3.2 (Woonvisie gemeente Den Helder). De locatie is gelegen aansluitend aan de kern Den Helder. niet van toepassing, aan lid 1 wordt immers voldaan; niet van toepassing, aan lid 1 wordt immers voldaan; niet van toepassing, aan lid 1 wordt immers voldaan; niet van toepassing, aan lid 1 wordt immers voldaan; niet van toepassing, aan lid 1 wordt immers voldaan; niet van toepassing, aan lid 1 wordt immers voldaan; niet van toepassing, aan lid 1 wordt immers voldaan;

Artikel 6.33 Agrarische bedrijven 1.

Een ruimtelijk plan kan ter plaatse van het werkingsgebied agrarische bedrijven voorzien in agrarische bedrijven, waarbij geldt dat: a. bebouwing wordt geconcentreerd in een bouwperceel, waarbij de omvang van het bouwperceel ten hoogste 2 hectare bedraagt. b. bij het toestaan van een nieuw bouwperceel wordt gemotiveerd waarom niet op bestaande bouwpercelen in de behoefte kan worden voorzien, waarbij ingegaan wordt op de mogelijkheden tot hergebruik van bouwpercelen die niet meer voor de agrarische functie worden benut en op het combineren van functies op bestaande bouwpercelen. c. in afwijking op onderdeel a is een omvang van het bouwperceel van meer dan 2 hectare toegestaan,

BJZ.nu Bestemmingsplannen

21

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

2.

3.

4.

indien de uitbreiding noodzakelijk is voor het agrarisch productieproces en het geen glastuinbouwbedrijf betreft. d. in afwijking op onderdeel a geldt dat de omvang van een bouwperceel voor een glastuinbouwbedrijf meer kan bedragen dan 2 hectare, indien het bedrijf grenst aan bestaand stedelijk gebied, niet grenst aan andere glastuinbouwbedrijven, sprake is van grondgebonden teelt en sprake is van aantoonbare duurzame synergie met aangrenzende stedelijke functies. e. per volwaardig agrarisch bedrijf kan ten hoogste één bedrijfswoning worden toegestaan. f. in afwijking van onderdeel e geldt dat een extra bedrijfswoning kan worden toegestaan, indien dit noodzakelijk is voor het toezicht op de bedrijfsvoering. g. ten behoeve van de bedrijfsvoering kan worden voorzien in de huisvesting van tijdelijke werknemers, indien: de huisvesting wordt voorzien binnen het bouwperceel, en; het een ondergeschikte functie ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf betreft. h. indien het agrarisch bedrijf is gelegen in veenpolderlandschap, bevat het ruimtelijk plan een verbod op het scheuren van grasland, tenzij wordt aangetoond dat dit bijdraagt aan meer biodiversiteit in het grasland en daarbij bodemerosie en extra CO2 uitstoot wordt vermeden. Niet-agrarische bedrijfsfuncties zijn als onderdeel van een agrarisch bedrijf toegestaan, waarbij geldt dat: a.

uitsluitend kleinschalige vormen van bijzondere huisvesting, werken, recreatie, gebruiksgerichte paardenhouderij, detailhandel en zorgfuncties zijn toegestaan; en b. de omvang past binnen de op basis van het eerste lid bepaalde omvang van het bouwperceel. Agrarisch aanverwante bedrijven zijn als zelfstandig bedrijf toegestaan, indien: a. het een uitbreiding van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf betreft; b. het agrarisch aanverwant bedrijf zich vestigt op een bestaand agrarisch bouwperceel; of c. het een verplaatsing van een bestaand agrarisch aanverwant bedrijf betreft en gemotiveerd wordt waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in de regio in de verplaatsing kan worden voorzien en waarom hergebruik van percelen die niet meer voor de agrarische functie worden benut niet mogelijk is; en d. de omvang een bouwperceel na toepassing van onderdeel a, b of c ten hoogste 2 hectare bedraagt. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen over de aard en omvang van de in het tweede lid genoemde niet-agrarische bedrijfsfuncties.

Toetsing aan artikel 6.33 In voorliggend geval worden de bedrijfsschuren van het bollenteeltbedrijf aan de Doggersvaart 2, 2a en 4 gesloopt en wordt het plangebied herontwikkeld naar woningbouw. Dit zorgt ervoor dat verloedering van de bedrijfsschuren wordt voorkomen en hiermee wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Ondanks dat er met de gewenste ontwikkeling geen agrarische functie wordt toegevoegd wordt het plangebied wel ingericht als twee voormalige agrarische bedrijven. De bestaande woning aan de Doggersvaart 2 en de nieuwe stolpboerderij (Doggersvaart 4) hebben een uitstraling van hoofdgebouw. De overige woningen krijgen het karakter van een agrarisch bijgebouw, zoals een hooibergwoning of een schuurwoning met zadeldak. Daarnaast worden de gronden tussen de erven ingericht als schapenweide.

Artikel 6.36 Permanente Bollenteelt Een ruimtelijk plan kan uitsluitend ter plaatse van het werkingsgebied permanente bollenteelt voorzien in het toestaan van grondbewerkingen ten behoeve van de permanente bollenteelt, zoals bezanden, omzetten en opspuiten. Toetsing aan artikel 6.36 In voorliggend geval worden met de gewenste ontwikkeling geen grondbewerkingen toegestaan.

BJZ.nu Bestemmingsplannen

22

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

Artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied 1. 2.

3.

4. 5.

Gedeputeerde Staten stellen de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vast, die de provinciale belangen beschrijft ten aanzien van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling ter plaatse van het werkingsgebied landelijk gebied, wordt in het ruimtelijk plan, gelet op de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie: a. rekening gehouden met: de ambities en ontwikkelprincipes van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren; b. bij de inpassing betrokken: de kansen zoals beschreven bij de ambities en ontwikkelprincipes; en c. bij de inpassing betrokken: de ontstaansgeschiedenis en de kernwaarden van het toepasselijke ensemble en van de toepasselijke provinciale structuren. In aanvulling op het tweede lid, wordt bij de inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in de Amstelscheg rekening gehouden met de karakteristieken en de ontwerpprincipes inzake de samenhang, de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit van het landschap, zoals beschreven in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde rapport ‘Gebiedsperspectief en Beeldkwaliteit Amstelscheg’ (nr. 2011-66880). De toelichting van een ruimtelijk plan bevat een motivering waaruit moet blijken dat voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid.

Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het betrokken waterschap of het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen, ook in een vroeg stadium, inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing.

Toetsing aan artikel 6.59 Met dit plan worden deze kenmerken versterkt. Met dit bestemmingsplan zeven reguliere burgerwoningen toegestaan. Bij de invulling van het plangebied is rekening gehouden met de ontstaansgeschiedenis en kwaliteiten van het bestaande landschap. Ook worden de bestaande bedrijfsgebouwen gesloopt. Daarnaast wordt het geheel landschappelijk ingepast. Bij deze landschappelijke inpassing is rekening gehouden met kernkwaliteiten die in de de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zijn benoemd: het plangebied is gelegen in de Polder Koegras met en grootschalige en rationele kavelindeling; het plangebied ligt aan de rand van de stad en aan een belangrijke watergang; aan de Doggersvaart zijn enkele sloptboerderijen te vinden; zicht op het achterliggende landschap is van groot belang om het gevoel van openheid te bewaren; erfbeplanting zorgt voor een groen beeld. In paragraaf 2.2 en Bijlage 1 is uitgebreid ingegaan op de indeling van het plangebied en hoe op de bovenstaande aspecten wordt ingespeeld. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 6.59. 3.2.3

Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025

3.2.3.1 Algemeen De provincie Noord-Holland beschikt over een eigen woonagenda. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar met een omschrijving van de ambities, uitgangspunten en acties. Op basis hiervan kunnen de regio’s aan de slag en eigen afwegingen maken in hun woonakkoorden. Waar nodig ondersteunt de provincie en helpt deze de gemeenten om in de grote vraag naar woningen te kunnen voorzien. Met de samenwerkingspartners wil de provincie zorgen voor voldoende, betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen, zodat alle inwoners van Noord-Holland in de provincie een fijne woonplek hebben. De vijf uitgangspunten hierbij zijn de volgende: 1. 2. 3.

Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie versterkt de rol van de kernen en steden in het regionale netwerk, leidend tot keuzes voor

BJZ.nu Bestemmingsplannen

23

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

4.

woningbouw- en economische ontwikkeling en het voorzieningenniveau in de regio. De provincie geeft invulling aan de ambities door aan de hand van deze Woonagenda ruimte te bieden voor maatwerk en te sturen op regionale samenwerking.

De speerpunten betreffen de volgende: 1.

Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2 Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Hierna wordt op de van belang zijnde uitgangspunten en speerpunten ingegaan. In dit geval is met name uitgangspunt 2 relevant. 3.2.3.2 Uitgangspunten en speerpunten Uitgangspunt 2: Ruimte voor woningbouw, uitgaande van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Het ruimtelijk beleid van de provincie is en blijft erop gericht om de verstedelijkingsopgave voor wonen en werken zoveel mogelijk binnenstedelijk en rond OV-knooppunten te realiseren. In Noord-Holland Noord maakt de Omgevingsverordening het wel mogelijk om deze kleinschalige initiatieven ook buitenstedelijk te realiseren, aan de randen van de kern. Voorwaarde is 1) dat deze woningen zoveel als mogelijk klimaatneutraal en klimaatadaptief en circulair gebouwd en landschappelijk goed ingepast worden en 2) dat op basis van deze voorwaarden in een woonakkoord voor iedere kleinschalige ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied concrete maatwerk-afspraken worden gemaakt.

In gebieden waar de waarden van bijvoorbeeld cultuurhistorie, openheid of ecologie hoog zijn en/of waar de betekenis voor de stad groot is, is alleen ruimte voor ontwikkelingen die bijdragen aan de instandhouding of versterking van deze kernkwaliteiten. Speerpunt 1: Een woning voor iedereen De woningmarkt van Noord-Holland staat onder druk. Zoals geconstateerd in de provinciale Monitor Woningbouw en bevolkingsprognose, is de vraag vele malen groter dan het aanbod. Dit levert problemen op voor zowel de beschikbaarheid als de betaalbaarheid van woningen. De grootste opgave voor het woonbeleid is om hier een antwoord op te vinden, rekening houdend met de integraliteit van de opgave en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Het is duidelijk dat de druk op de woningmarkt momenteel hoog is, het actuele woningtekort ligt nationaal rond de 300 duizend woningen, waarvan ongeveer 70 duizend in Noord-Holland. Het tekort in Noord-Holland liep vooral op in de periode 2014-2016, sindsdien is de nieuwbouwproductie gestegen, waardoor de groei van de woningvoorraad gelijk op liep met de huishoudensgroei. Om te voorkomen dat het woningtekort verder oploopt is het zeer wenselijk dat de verlening van bouwvergunningen, na een dip in 2019, zo snel mogelijk weer op gang komt. De provincie zet zich in om de woningproductie te versnellen en wil gemeenten hierbij helpen.

De provincie heeft in december 2017 het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw vastgesteld. Dit uitvoeringsprogramma liep tot en met 2020, maar is verlengd tot 2025. Gemeenten kunnen met cofinanciering van de provincie extra personeel inhuren voor hun woningbouwproductie op korte termijn. Daarnaast is er subsidie beschikbaar voor financiële knelpunten bij woningbouwprojecten en kan de provincie gemeenten helpen bij inzet van de woningbouwimpuls van het Rijk. De vraag naar betaalbare woningen in de provincie is groot en neemt nog steeds toe. Zoals uitgesproken in het coalitieakkoord, vindt de provincie het belangrijk om in deze behoefte te voorzien. De leefkwaliteit en het economisch succes van de provincie is gebaat bij kansengelijkheid in de samenleving en keuzevrijheid op de woningmarkt, voor alle inkomensgroepen. De provincie vind het belangrijk dat alle inwoners, ook mensen met een laag of middeninkomen, een woning kunnen betalen in de gemeente waar zij sociale of economische binding mee hebben. Speerpunt 2: Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie BJZ.nu Bestemmingsplannen

24

Bestemmingsplan Doggersvaart 2, 2a en 4 vastgesteld

De provincie zet zich in om in de behoefte van voldoende betaalbare woningen te voorzien. Tegelijk wil de provincie in lijn met het coalitieakkoord de transitie maken naar een volledig klimaatneutrale, klimaatadaptieve, natuurinclusieve en circulaire gebouwde omgeving. In de woonakkoorden maakt de provincie daarom afspraken om deze doelstellingen te realiseren. Aandachtspunten hierbij zijn enerzijds de betaalbaarheid van nieuwbouw, vooral in het sociale en middensegment, en anderzijds de lagere woonlasten van een goed geïsoleerde klimaatneutrale woning en de aantrekkelijkheid van een gezonde leefomgeving. 3.2.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 Met dit bestemmingsplan zeven reguliere burgerwoningen toegestaan. Het betreft de omzetting van drie voormalige bedrijfswoningen (waarvan er één gesloopt en herbouwd wordt) naar reguliere woningen en de toevoeging van vier extra woningen. De gewenste ontwikkeling past binnen de doelstelling om de woningbouw te stimuleren om het tekort op te lossen. De gewenste ontwikkeling betreft een kleinschalig initiatief aan de rand van een kern in Noord-Holland Noord. Hier is ruimte voor dit soort ontwikkelingen onder voorwaarde van duurzaamheid en goede landschappelijke inpassing. De woningen worden duurzaam en gasloos gebouwd, conform recente eisen.

Ook landschappelijk is er sprake van een passende situatie. 3.2.4

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie gemeente Den Helder

3.3.1.1 Algemeen De komende jaren staat Den Helder voor een aantal grote uitdagingen. Hoe wordt het grondgebied van de gemeente zo inrichten en gebruiken dat er ook in de toekomst aangenaam kan worden gewoond? Hoe zijn er voldoende kansen hebben op werk en kan worden genoten van de bijzondere natuur en het mooie landschap? En hoe wordt er tegelijkertijd gezorgd voor voldoende woningen? Voor een overgang van fossiele brandstoffen (zoals gas en benzine) naar duurzame energie? En voor een leefomgeving die klaar is voor de gevolgen van een veranderend klimaat? De omgevingsvisie van de gemeente Den Helder, met als titel “Koers op een sterke thuishaven”, geeft inzicht in de manier waarop we de leefomgeving willen behouden, gebruiken en ontwikkelen. Hiermee geeft de omgevingsvisie richting aan uitdagingen, doelen en kansen bij de toekomstige ontwikkeling van Den Helder. 3.3.1.2 Den Helder ontwikkelt zich verder als aantrekkelijke gemeente voor bewoners, ondernemers en bezoekers Den Helder zet zich al langere tijd in om het vestigingsklimaat en de leefbaarheid van de gemeente te verbeteren.

Onder andere als gevolg van economische teruggang, bevolkingskrimp, een zwakker dan gemiddelde sociale structuur, een weinig centrale ligging en veel bouw uit de Wederopbouwperiode met een matige kwaliteit kende Den Helder een (zeer) negatief imago bij veel mensen en kwam het vestigingsklimaat in de laatste decennia van de vorige eeuw steeds verder onder druk te staan. Sinds die tijd is veel geïnvesteerd in de kwaliteit van centra, voorzieningen en wijken om een aantrekkelijkere en leefbaardere stad te worden. Voor Den Helder is het van zeer groot belang om aantrekkelijk te zijn voor inwoners, bedrijven/ondernemers en bezoekers, zeker gezien het feit dat we een minder centrale ligging in Nederland hebben. We werken daarom hard aan het behouden en versterken van het (vestigings)klimaat voor deze drie doelgroepen. Specifiek voor de doelgroep inwoners richt de gemeente Den Helder zich op de beschikbaarheid van voldoende betaalbare en kwalitatief goede woningen die passen bij de behoefte van ons inwoners. De BJZ.nu Bestemmingsplannen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2189/documents/22075