Begroting 2026-2029 VRNHN.pdf
Tekst van het document
We streven naar flexibiliteit van medewerkers, gezonde werk-privébalans, alert reageren op ontwikkelingen arbeidsmarkt, toenemende druk op de organisatie en dus op onze mensen. Dit vraagt bestuurlijk omarming van het belang om te blijven investeren in onze mensen, ook en juist in bezuinigingstijden. Verstevigen van het informatiefundament We leven in een informatiemaatschappij, waarbij er toegang is tot heel veel Informatie. Ook VRNHN produceert veel informatie die essentieel is voor onze dienstverlening en die op de juiste wijze moet worden gemaakt, bewerkt, opgeslagen en bewaard. Het informatiefundament is daarbij essentieel. Doel van deze collectieve opgave is om in control te komen van informatie, subdoel is om de ondertoezichtstelling van de archiefinspectie te laten opheffen. Concreet houdt dit in • Informatiemanagement en –beheer professionaliseren • Organisatiebreed professionaliseren functioneel beheer van belangrijkste systemen en applicaties • Heldere processen opstellen met TVB’s op het verwerken van gegevens in systemen. Dit vraagt bestuurlijk erkenning van het belang van informatiemanagement en structureel meer investeren in team informatiebeheer (informatiemanagement). Duurzaamheid In lijn met het meerjarenbeleidsplan zijn in 2025 duurzaamheidsdoelen vastgesteld en een plan van aanpak opgesteld om de doelen te bereiken.
In 2026 start de uitvoering van het plan van aanpak dat in 2025 wordt vastgesteld. Dit is een meerjarig plan. Ervaringen van andere organisaties maken duidelijk dat een bepaalde, verantwoorde mate van experimenteerruimte nodig is om tot nieuwe manieren van werken te komen die duurzamer zijn en dus klimaat- en milieuvriendelijker zijn. Dit vraagt bestuurlijk: omarming van duurzaamheidsdoelen en ruimte om te experimenteren. Vitaal worden Het ministerie van J+V onderzoekt op dit moment of processen van veiligheidsregio’s vitaal moeten worden verklaard. In januari 2025 wordt duidelijk of dit zo is. Bij de beoordeling of een proces of dienst vitaal is, wordt geanalyseerd of bij verstoring, uitval of manipulatie van een proces of dienst dermate ernstige gevolgen kunnen optreden dat deze de nationale veiligheid kunnen schaden. Bijvoorbeeld doordat er significante economische schade optreedt, er langdurige gevolgen voor het milieu ontstaan of er andere vitale processen ernstig geraakt worden. DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 27
Binnen deze processen zijn één of meerdere organisaties – zoals (private) bedrijven, zelfstandige bestuursorganen en onderdelen van de Rijksoverheid – belangrijk voor de continuïteit en weerbaarheid van het proces. Deze organisaties worden aangeduid als de vitale aanbieders. Veiligheidsregio’s worden derhalve dus vitale aanbieders. Het zijn van een vitale aanbieder, vraagt business continuity management (BCM), dat gaat verder dan informatiebeveiliging. Dit is een nieuwe activiteit in een werkgebied dat nog onbekend is voor alle veiligheidsregio’s. Kort gezegd komt het erop neer dat alle vitaal verklaarde processen (o.a. brandweerzorg) altijd moeten werken, ook als het niet op de normale manier kan. Alle processen dienen vervolmaakt te worden met controleerbare alternatieve processen die continuïteit kunnen garanderen. Een onafhankelijk toezichthouder zal hierop ook controleren. Noodzakelijke structurele activiteiten: continuïteitsplannen laten schrijven en actueel houden, een BCM opzetten, ict-technische voorzieningen treffen (redundantie), interne informatie uitwisseling op dit nieuwe thema. Met de kennis van nu zouden de eerste stappen naar vitaal kunnen worden gezet met structureel 2 fte extra formatie voor monitoring en control en techniek op vitale processen (1 extra fte op systeembeheer ICT en 1 FTE kwaliteitsexpert bij de brandweer).
Op dit moment is de benodigde financiering hiervoor niet aanwezig. Met het oog op de verwachte bezuinigingsopgave lijkt dit niet het geschikte moment om hiervoor voor 2026 van de gemeenten extra middelen te vragen. Aan het beleid kan echter pas uitvoering worden gegeven als hiervoor voldoende middelen beschikbaar zijn. Implementatie toolbox psychosociale ondersteuning VR’s en regeling erkenning en aanspraken PTSS Vanuit het ministerie J+V is de wens geuit dat de veiligheidsregio’s gelijke behandeling van hun personeel realiseren bij de erkenning en aanspraken voor medewerkers die gediagnosticeerd zijn met PTSS. Daarbij vraagt het ministerie tevens om monitoringscijfers. Ook de RCDV en het Veiligheidsberaad erkennen die wenselijkheid van gelijke behandeling en de erkenning van PTSS als beroepsziekte. Naar verwachting levert het ministerie de gelden voor landelijke expertise Er is landelijk een toolbox psychosociale ondersteuning VR’s gemaakt die handvatten biedt om meer dan nu preventie ter voorkoming van PTSS te realiseren. Ook is de landelijke regeling erkenning en aanspraken PTSS tot stand gekomen in 2025. Implementatie vindt deels plaats op landelijk niveau en deels op VR-niveau. Dit vraagt bestuurlijk 1,5 fte specialisten (schaal 9) om preventieve middelen in te zetten ter voorkoming van mentale klachten.
Ook hiervoor geldt, dat hiervoor met het oog op de verwachte bezuinigingsopgave nu geen middelen worden gevraagd. Deze vindt u dan ook niet terug in de financiële bijlage. Zonder extra middelen kan dit nieuwe beleid in 2026 nog niet worden uitgevoerd.
2.8.2 Wat willen we realiseren Speerpunt organisatie breed
Bereikt dat
Innovatie
de technische tools zijn geïmplementeerd om de processen en
2025-3
werkzaamheden efficiënter te kunnen uitvoeren. Informatiemanagement en
doorontwikkeling van informatiemanagement en informatiebeheer
informatiebeheer
conform het verbeterplan op orde is gebracht wat resulteert in een
2025-3
positieve beoordeling van de archiefinspecteur en provincie. Informatiegestuurd werken
het informatiegestuurd werken op basis van data organisatiebreed
2025-3
verder is geïmplementeerd. Duurzaamheidsambities
de onderzoeksfase met de keuzes op de duurzaamheidsambities is
2025-3
afgerond en keuzes zijn gemaakt op welke onderdelen de ambitie zal worden verwezenlijkt. Bezuinigingen
de bezuinigingen zijn conform besluit doorgevoerd in de activiteiten van de veiligheidsregio.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 28
2026-3
2.8.3 Wat gaat het kosten Inleiding De baten en lasten worden in twee verschillende overzichten weergegeven. Het eerste overzicht betreft het totaal aan overhead zoals dat gepresenteerd dient te worden conform de BBV-richtlijnen. Het tweede overzicht geeft voor de begroting een splitsing naar het programma ambulancezorg, de overige VRprogramma’s en directie/bedrijfsvoering. Hierdoor wordt duidelijk wat bedrijfsvoering betekent voor de omvang van de overhead. Na het eerste overzicht volgen, indien nodig, korte toelichtingen op grote afwijkingen. Het tweede overzicht is informatief opgenomen.
Overzicht van baten en lasten overhead Bedragen x €1.000 PDC
Rekening 2024
Bedragen x € 1.000 Primaire begr. 1e Begr.wijz. 2025 2025
Begroting 2026
Baten Projecten en subsidies Overige baten Interne doorbelastingen Totaal baten
10 1.047 338 1.395
874 196 1.070
874 196 1.070
916 196 1.112
Lasten Salarissen Huisvesting Diensten en middelen ICT WKR gerelateerde kosten Wagenpark HRM Financiën Verzekeringen Communicatie Kwaliteit en Informatie Verrekeningen / Mutaties voorzieningen Totaal lasten
11.983 1.274 531 2.139 828 54 2.455 114 229 228 68 399 20.302
13.077 1.314 526 2.418 724 40 956 117 340 195 104 161 19.972
13.114 1.314 526 2.418 724 45 984 117 290 255 104 160 20.051
14.309 1.335 483 2.576 754 45 1.184 133 299 238 96 161 21.613
Gerealiseerde resultaat bedrijfsvoering/overhead
-18.907
-18.902
-18.981
-20.501
2.558
2.480
2.482
2.712
-16.349
-16.422
-16.499
-17.789
Aandeel ambulancezorg in overhead Resultaat overhead excl. aandeel ov. progr.
Toelichting Bij de salarissen is rekening gehouden met een stijging veroorzaakt door een nieuw af te sluiten cao en enige uitbreiding in relatie tot het MJOP brandweer. De ICT-lasten nemen toe door hogere afschrijvingslasten (duurdere investeringen) en prijsstijgingen door inflatie. In deze begroting is nog niet de verwachte premieverhoging van 9,5% voor de wagenparkverzekering per 1 januari 2026 meegenomen. Het aandeel van ambulancezorg in de overhead wordt tegenwoordig vastgesteld op 10% van de totale lasten van de ambulancezorg. Op aangeven van de inspecteur Vennootschapsbelasting dient dit wel consistent te worden toegepast bij de toetsing van mogelijke Vpb-plicht voor het programma ambulancezorg.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 29
Splitsing naar onderdelen Bedragen x €1.000 PDC Baten Overige baten Interne doorbelastingen Totaal baten
Ambulancezorg
Bedragen x € 1.000 VR-Overige Bedrijfsprogramma's Directie voering
Begroting 2026
-
-
-
916 196 1.112
916 196 1.112
Lasten Salarissen Huisvesting Diensten en middelen ICT WKR gerelateerde kosten Wagenpark HRM Financiën Verzekeringen Communicatie Kwaliteit en Informatie Verrekeningen / Mutaties voorzieningen Totaal lasten
683 32 15 2 732
2.207 376 5 10 2.598
1.602 64 44 25 81 10 1.826
9.817 1.335 419 2.576 302 20 1.179 37 299 238 96 139 16.457
14.309 1.335 483 2.576 754 45 1.184 133 299 238 96 161 21.613
Gerealiseerde resultaat bedrijfsvoering/overhead
-732
-2.598
-1.826
-15.345
-20.501
Aandeel ambulancezorg in overhead
732
-
-
1.980
2.712
Resultaat overhead VR exclusief Ambu
-
-2.598
-1.826
-13.365
-17.789
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 30
2.9 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.9.1 2.9.2 2.9.3 2.9.4 2.9.5 2.9.6
Inleiding Beschikbare weerstandscapaciteit Financiële risico’s Benodigde weerstandscapaciteit Verzekeringen en voorzieningen Kengetallen financiële positie
2.9.1 Inleiding Het weerstandsvermogen is te definiëren als het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen ten einde de taken van de organisatie te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de organisatie. Op grond van artikel 29 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord Holland Noord dragen de gemeenten bij in de lasten van deze organisatie voor zover zij niet worden bestreden uit de opbrengsten van andere vergoedingen. De 16 deelnemende gemeenten vormen als het ware de weerstandscapaciteit. Op basis van de uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen is een beperkte algemene reserve toegestaan. Als richtlijn geldt maximaal 2,5% van de exploitatielasten. Dit komt op basis van de jaarstukken 2024 (lasten exclusief ambulancezorg € 71.780.000) neer op een bedrag van € 1.794.500. Bij zwaarwegende argumenten is afwijking van deze richtlijn mogelijk. Daarnaast bestaat binnen de organisatie de Ambulancezorg die niet door de gemeentelijke bijdrage wordt gefinancierd, maar door bijdragen van de zorgverzekeraars (NZa). Door de verbeterde financiering in het algemeen en verruiming van vergoedingen voor de huisvesting in het bijzonder, is het mogelijk om voor dit bedrijfsonderdeel een aparte algemene reserve aan te houden.
Hierdoor wordt ook richting de NZa duidelijker zichtbaar dat geld afkomstig van de zorgverzekeraars ook daadwerkelijk alleen wordt ingezet voor de Ambulancezorg. Deze algemene reserve kent vooralsnog geen beperkingen. Beide algemene reserves maken onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit.
2.9.2 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit op basis van de jaarrekening 2024 bestaat uit:
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 31
2.9.3 Financiële risico’s Een risico is een onzekere gebeurtenis waaruit financiële gevolgen kunnen vloeien, maar waarbij niet duidelijk is of de gebeurtenis gaat gebeuren en hoe groot de financiële gevolgen zullen zijn. Op het moment dat de financiële gevolgen inzichtelijk zijn, worden deze gedekt in de begroting. De mate van risico is opgenomen in 5 klassen: Klasse
%
Waarschijnlijkheid
Toelichting
1.
10%
Zeer klein
Onwaarschijnlijk, kans 1 keer in de 10 jaar.
2.
25%
Klein
Niet waarschijnlijk, kans 1 keer in de 4 jaar.
3.
50%
Middel
Kan beide kanten op, kans 1 keer in de 2 jaar.
4.
75%
Groot
Waarschijnlijk, kan komend jaar voorkomen
5.
95%
Zeer Groot
Zeer waarschijnlijk, zal zich komend jaar voordoen.
De volgende risico’s worden onderkend. Hierbij maken wij de kanttekening dat de gegeven opsomming van risico’s niet limitatief is.
Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst Burgemeesters Kolff en Depla hebben hun rapport over taakdifferentiatie opgeleverd, waartoe zij in 2018 de opdracht kregen van het Veiligheidsberaad. In het rapport wordt een oplossing geboden om de rechtspositie van brandweervrijwilligers in lijn met Europese wetgeving te brengen, die stelt dat bij gelijk werk gelijke arbeidsvoorwaarden en gelijke betaling geldt, maar ook om het vrijwilligersstelsel te behouden. In het rapport wordt voorgesteld om aan de hand van vier bouwstenen een fundamenteel onderscheid te maken tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers. Deze bouwstenen zijn verplichte beschikbaarheid (kazerneren/consigneren), aantal repressieve taken, type taken en vakbekwaam worden en blijven. Het Veiligheidsberaad heeft kennis genomen van het rapport en heeft uitgesproken de komende jaren aan de slag te willen gaan met de implementatie van bouwsteen 1, mits de benodigde financiële middelen vanuit het rijk komen en een aantal knelpunten opgelost wordt. Bouwsteen 1 betreft DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 32
het opheffen van kazernering en consignatie en stelt dat wanneer er bij een inzet geen sprake is van vrije instroom, maar een medewerker móet opkomen, er gelijke arbeidsvoorwaarden en betaling zou moeten zijn. Dit zal betekenen dat vrijwillige brandweermensen straks niet meer geconsigneerd zijn, maar aangesteld kunnen worden met een deeltijd beroepsaanstelling. Het Veiligheidsberaad is niet akkoord met alle bouwstenen, maar er is draagvlak om te starten met de implementatie van bouwsteen 1. Het veiligheidsberaad en minister JenV hebben op 21 juni 2021 de nieuwe stuurgroep ‘toekomst bestendig brandweerstelsel’ de opdracht gegeven voor de implementatie van de eerste bouwsteen en onderzoek te doen naar andere wenselijke thema’s om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Alle voorbereidingen voor Bouwsteen 1 ‘verplichtende karakter’ zijn uitgevoerd. Invoering is afhankelijk van de landelijke besluitvorming over de randvoorwaarden (waaronder financiering door het Rijk) alvorens te kunnen starten met de implementatie. Voor zover nu bekend zijn er geen nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Nog niet financieel te benoemen: Post Traumatisch Stress Syndroom (PTSS) Tot op heden gaan Veiligheidsregio’s verschillend om met medewerkers met PTSS symptomen. Voor Veiligheidsregio’s wordt op dit moment een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt.
Met deze regeling wordt PTSS door Veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Verder is de minister gevraagd bij te dragen aan de collectieve kosten voor uitvoering van de regeling. Afhankelijk van de parlementaire besluiten over de voorjaarsnota worden hiervoor gelden toegekend. Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door de eigen VR moeten worden gedragen.
2.9.4 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 745.000. De ratio weerstandsvermogen versus weerstandscapaciteit bedraagt op basis van de aanwezige buffer € 2.882.000 / € 745.000 * 100% = 387%. Dit houdt in dat de Veiligheidsregio in staat is om de onderkende risico’s financieel te dragen.
2.9.5 Verzekeringen en voorzieningen Het verzekeringspakket voorziet in het afdekken van de meest gangbare risico’s op personeel en materieel gebied. Met ingang van 1 januari 2024 is de Landelijke regeling aanspraken na Dienstongevallen Veiligheidsregio’s van toepassing. Deze komt in de plaats van de ongevallenverzekering die iedere veiligheidsregio zelfstandig had afgesloten. De regeling wordt landelijk gefinancierd door een sobere ongevallenverzekering die is afgesloten door het landelijk Expertisebureau Risicobeheer én een waarborgfonds die door alle veiligheidsregio’s is opgericht. De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord brengt jaarlijks een bedrag in. Daarnaast heeft de veiligheidsregio nog een aantal voorzieningen getroffen voor toekomstige verplichtingen. In de toelichting op de balans worden deze nader toegelicht. DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 33
2.9.6 Kengetallen financiële positie Overzicht kengetallen Verloop van de kengetallen
Begroting jaar Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
JR 2024 0,38 0,38
2025 0,57
2026 0,61
2027 0,65
2028 0,65
2029 0,66
0,57
0,61
0,65
0,65
0,66
0,10
0,07
0,07
0,06
0,06
0,06
-0,78%
-0,24%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
Toelichting kengetallen •
• •
Netto schuldquote: netto schuld gedeeld door de inkomsten exploitatie (excl. mutaties reserves) Onder netto schuld wordt verstaan de langlopende en kortlopende schulden minus de langlopende en kortlopende vorderingen en uitzettingen. Solvabiliteitsratio: verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (eigen vermogen en vreemd vermogen). Structurele exploitatieruimte: saldo van de structurele baten en lasten en saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (excl. mutaties reserves), uitgedrukt als percentage.
Uitgangspunten Bij het weergeven van de kengetallen voor de financiële positie zijn een aantal uitgangspunten gehanteerd: • De gebruikte balansstanden zijn gebaseerd op ramingen per 1 januari 2023. • Daar waar geen relevante gegevens beschikbaar zijn, worden de balanssaldi van de laatst bekende jaarrekening opgenomen. • Vlottende schuld wordt als sluitpost gehanteerd.
Duiding kengetallen • •
•
Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VR NHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VR NHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door een relatief laag eigen vermogen; als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De structurele exploitatieruimte is derhalve nihil.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 34
2.10 Onderhoud kapitaalgoederen 2.10.1 Wat willen we bereiken 2.10.2 Wat willen we realiseren 2.10.3 Wat gaat het kosten
2.10.1 Wat willen we bereiken Doel Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval zoveel mogelijk te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten die gepaard gaan met het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Een andere zekerheid is het weten wanneer het materieel vervangen moet worden. Hiervoor beschikt de Veiligheidsregio over een actueel MJIP (Meerjareninvesteringsplan) waarin alle nu bekende toekomstige investeringen zijn opgenomen. De veiligheidsregio beschikt over diverse soorten kapitaalgoederen die jaarlijks moeten worden onderhouden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Dit betreffen o.a. panden, voertuigen en kantoorautomatisering. VR NHN heeft diverse panden in eigendom. Naast de panden die worden gebruikt ten behoeve van ambulancezorg, heeft de veiligheidsregio ook nog een aantal brandweerkazernes. Deze kazernes zijn gekocht van de gemeenten in 2013 om btw heffing bij de gemeenten te voorkomen. De laatste kazerne in Avenhorn is in 2024 terug verkocht.
Het pand voor de centrale huisvesting in Alkmaar (Hoofdkantoor) en het pand voor de ambulancedienst op Texel worden gehuurd. De brandweerkazernes die niet in eigendom zijn, worden om niet gehuurd van de gemeenten.
2.10.2 Wat willen we realiseren Gebouwen ambulancedienst In 2019 heeft op basis van de in 2018 uitgevoerde (interne) analyse op de staat van de gebouwen een extern onderzoek plaatsgevonden. Daaruit is naar voren gekomen dat de ambulancevoorzieningen in Hoogkarspel en Den Helder niet langer geschikt zijn voor hun functie en extra ruimte beschikbaar moet komen voor het overdekt stallen van ambulances. Uit onderzoek naar meerdere oplossingsvarianten is de conclusie getrokken dat nieuwbouw voor beide locaties de voorkeur geniet boven een grootschalige renovatie. Het rapport is vertaald in een notitie voor het Lokaal Overleg van maart 2020 waarin de probleemstelling vertaald is naar een advies het beschikbare budget huisvesting te verhogen. In het najaar 2020 is de extra budgetaanvraag gehonoreerd en vindt structurele ophoging plaats. In 2021 is begonnen met de planvorming voor de nieuwbouw. De daarbij afgegeven planningen zijn in de loop van 2023 wederom aangepast (uitloop verkrijgen vergunningen, beschikbaarheid bouwers en materiaal). Naar de huidige verwachtingen vinden de opleveringen in de loop van 2025 plaats.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 35
Brandweerkazernes Voor de kazernes worden de volgende uitgangpunten als zodanig gehanteerd en uitgevoerd: 1. Kazernes zijn in eigendom van de gemeenten; 2. Huisvestingslasten maken geen onderdeel uit van de begroting van de VR; 3. Het beheer en onderhoud is een gemeentelijke taak en wordt geborgd in de overeenkomsten voor beheer en onderhoud tussen gemeenten en VR; 4. Gemeenten berekenen hun facilitaire kosten (schoonmaak, alarmopvolging, e.d.) door aan VR; Het onderzoek, in meerdere jaren uitgevoerd in 2017-2018 naar de toekomstbestendigheid van de bestuurlijke afspraken omtrent de huisvesting van de brandweer heeft niet geleid tot aanpassing van de in 2013 gemaakte afspraken. Het onderzoek heeft geleid tot een verbeterde attentie bij gemeenten dat de huisvesting van de brandweer een verantwoordelijkheid is van gemeenten en Veiligheidsregio samen. Binnen de bestuurlijke uitgangspunten kunnen de knelpunten worden opgelost hetgeen in de praktijk ook daadwerkelijk gebeurt. In meerdere kazernes zijn verbeteringen aangebracht met betrekking tot arbeidshygiëne en er vindt een betere afstemming plaats op de uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan. Een aantal gemeenten zijn daadwerkelijk gestart met of er zijn de plannen in voorbereiding voor het vervangen van veelal verouderde brandweerkazernes. In 2024 zijn ook een aantal nieuwe kazernes opgeleverd.
In hoeverre de ontwikkeling van het brandweerdekkingsplan naar een brandweerzorgplan effect gaat hebben op deze vervangingen is momenteel nog niet uitgekristalliseerd. In 2025 zal hier de nodige aandacht naar uit gaan.
Centrale huisvesting de Hertog Het gebouw aan de Hertog Aalbrechtweg 22 te Alkmaar wordt samen met de GGD Hollands Noorden als hoofdlocatie gebruikt. VR NHN is huurder. Voor het medegebruik door de GGD HN is een overeenkomst voor gemene rekening opgesteld die is goedgekeurd door de Belastingdienst. Op basis hiervan worden de huisvestingskosten op basis van een verdeelsleutel verdeeld tussen de GGD HN en VR NHN zonder dat dit tot extra btw-druk leidt. Met de verhuurder van het pand is een SLA afgesproken waarin het beheer en onderhoud van het pand geregeld is.
Ambulancematerieel In de komende jaren worden de reguliere investeringen gedaan op basis van het MJIP, waaronder vervanging en uitbreiding van ambulances en inbouw van elektrische brancards.
Brandweermaterieel De brandweer beschikt over up-to-date materieel en materiaal. Voertuigen en inventaris worden op basis van het MJIP vervangen. Bij iedere vervanging wordt gekeken of er een technische noodzaak is om te gaan vervangen. Voor reguliere brandweermaterialen zijn er inkoopovereenkomsten beschikbaar en waar nodig worden deze inkoopovereenkomsten rechtmatig verlengd. Op die manier wordt zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen om gegaan.
Persoonlijke beschermingsmiddelen Brandweer Ook op het gebied van kleding, ademlucht en persoonlijke beschermingsmiddelen is de brandweer volledig up-to-date. Er zijn raamovereenkomsten gesloten voor bluslaarzen en blushandschoenen, waarbij vervangen wordt indien noodzakelijk. Hiermee wordt verspilling voorkomen. De landelijke uitstraling voor bluskleding, die inmiddels is vastgesteld, gaat ons in de toekomst hierbij nog meer helpen.
Kantoorautomatisering De VR beschikt over een visie op informatie-gestuurd werken die op hoofdlijnen de richting voor de toekomst weergeeft. Met de acties in het jaarplan wordt verder invulling gegeven aan deze visie. Voor de VR is een architectuur opgesteld die gericht is op de huidige ontwikkelingen binnen de regio en op landelijk niveau.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 36
Het risicobewustzijn van werken bij de veiligheidsregio is toegenomen. Dit vertaalt zich in het veilige gebruik van ICT-voorzieningen, geen datalekken en grip op persoonsgegevens. Om toegang te krijgen tot de werkomgeving is de toegangscontrole uitgebreid met een authenticator-procedure. In 2022 is reeds een start gemaakt met de uitwerking en implementatie van het BIO: Baseline Informatiebeveiliging Overheid. De benodigde investeringen zijn opgenomen in het MJIP en de kosten hiervan in de (meerjaren)begroting.
2.10.3 Wat gaat het kosten Alle noodzakelijke kosten met betrekking tot het in standhouden van de gebouwen, vervoersmiddelen, materialen en ICT-middelen zijn opgenomen in de begroting en meerjarenraming.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 37
2.11 Financiering 2.11.1 2.11.2 2.11.3 2.11.4
Inleiding Beleidskaders treasury activiteiten Toerekening (voorgenomen) rentelasten naar taakvelden EMU saldo
2.11.1 Inleiding De financieringsfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's en omvat de financiering van beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Op 25 oktober 2024 is door het algemeen bestuur het treasurystatuut 2024 vastgesteld met een ingangsdatum van 1 januari 2024. Het statuut vastgesteld in 2015, is komen te vervallen. In dit statuut zijn de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten van de treasuryfunctie vastgelegd. Het statuut is gebaseerd op de voorschriften zoals vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) inclusief de daarmee samenhangende wet- en regelgeving. De belangrijkste punten zijn: • Aantrekken van langlopende geldleningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee financiële instellingen; • Uitzetten van tijdelijke overtollige financiële middelen vindt uitsluitend plaats bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Middelen tot de schatkistlimiet mogen worden uitgezet bij financiële ondernemingen die ten minste over een A-rating beschikken en gevestigd zijn in Nederland, of een andere EU lidstaat die beschikt over tenminste een AA rating; • De organisatie maakt geen gebruik van derivaten. • Jaarlijks vindt evaluatie plaats van de gedane treasury activiteiten in de paragraaf ‘Financiering’.
2.11.2 Beleidskaders treasury activiteiten Kasgeldlimiet (kortlopende geldleningen) Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de hoogte van de netto vlottende schuld voor gemeenschappelijke regelingen op een maximum gezet van 8,2% van de begrote lasten, de kasgeldlimiet. Voor 2026 is deze berekend op € 7,75 miljoen2. Overschrijding kan leiden tot het aantrekken van geld met een looptijd langer dan één jaar. Voor 2026 is de verwachting dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden.
Schatkistlimiet Vanaf december 2013 is het schatkistbankieren van toepassing. Dit betekent dat overtollige geldmiddelen boven schatkistlimiet verplicht moeten worden aangehouden in de schatkist. Dit voorkomt dat decentrale overheden hun middelen kunnen uitzetten bij derden (zoals buitenlandse banken) en draagt bij aan het verlagen van het EMU saldo van de totale Nederlandse overheid. Voor 2026 is de schatkistlimiet3 berekend op € 1.890.000. Gelden boven deze limiet moeten worden aangehouden in de schatkist.
Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de renterisiconorm gemaximaliseerd op 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat het totaal van herfinancieringen en renteherzieningen op de vaste schuld in enig jaar beperkt is tot 20% van het begrotingstotaal. Voor 2026 is de renterisiconorm berekend
2 Op basis van begrotingstotaal lasten (primair) 3 De limiet wordt berekend als 2,0% van het begrotingstotaal lasten (primair) met een ondergrens van € 1.000.000.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 38
op € 18,9 mln. In het begrotingsjaar vinden geen renteherzieningen plaats. De renterisiconorm wordt naar verwachting niet overschreden.
Financieringsbehoefte (kort-/langlopende geldleningen) In basis is de leningenportefeuille van Veiligheidsregio Noord-Holland Noord afgestemd op het kunnen uitvoeren van de haar gestelde taken. In het verleden zijn kortlopende geldleningen aangetrokken die zijn gebruik om tijdelijke tekorten in de liquide middelen op te vangen. Mogelijk zullen in 2026 kortlopende geldleningen worden aangetrokken om tijdelijke tekorten op te vangen die kunnen ontstaan door hogere uitgaven vanwege de nieuwe cao’s en de aanwezige inflatie. Op basis van de geplande investeringen 2026-2029 wordt meerjarig een financieringstekort verwacht. Om te kunnen investeren, zullen in de periode 2026-2029 (langlopende) geldleningen moeten worden aangetrokken. Het daadwerkelijke afsluitmoment van deze leningen wordt afgestemd op het leverings/betaalmoment van de betreffende investeringen. Door de huidige inflatie en onrust in Europa zien we de rente behoorlijk stijgen. Hiermee is rekening gehouden in deze begroting, waardoor dit forse consequenties heeft voor de geraamde rentelasten.
Ontwikkelingen leningenportefeuille In 2014 is de omvang van leningenportefeuille fors toegenomen. Er zijn leningen aangetrokken ter financiering van aangekocht materieel / kazernes van de gemeenten (aangekocht eind 2013) en de projectkosten regionalisering. In de periode 2019-2024 zijn overgenomen kazernes weer (terug)verkocht aan de betreffende gemeenten. De daarvoor aangetrokken geldleningen zijn in deze periode ook afgelost. De portefeuilleomvang neemt de komende jaren weer toe door het aantrekken van langlopende geldleningen ter (her-)financiering van voorgenomen vervangingsinvesteringen. Daarbij zal de herfinanciering substantieel hoger uitvallen door de sterk gestegen aanschafprijzen.
2.11.3 Toerekening (voorgenomen) rentelasten naar taakvelden In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de verwachte rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. Omschrijving Externe financiering kort en lang Rentelasten Rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
2026 Bedragen x €1 -/+/+
904.542
Doorberekening rente aan grondexploitatie Toerekening rente van projectfinanciering aan het betreffende taakveld Toerekening rentebaten van specifieke projectfinanciering aan het betreffende taakveld Aan taakveld toe te rekenen externe rente
-/-/+/+
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakveld toe te rekenen rente
-/+/+
7.1 Volksgezondheid 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer 0.4 Overhead De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-/-/-/-
Renteresultaat op het taakveld Treasury
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
904.542 0
0 904.542
0 904.542
245.561 626.186 32.795 904.542 0
Pagina 39
2.11.4 EMU saldo Onderstaand het berekende EMU saldo op basis van deze begroting en meerjarenraming (op basis van artikel 71 lid 3 BBV).
EMU-SALDO EMU-SALDO referentiewaarde Verschil EMU-saldo & referentiewaarde Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen Activa Mutaties Uitzettingen (1 januari Vlottende activa Liquide middelen Overlopende activa tot 31 december) Vaste schuld Vaste Passiva Passiva Vlottende schuld Vlottende passiva Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa Financiële vaste activa
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
2025 -15.240
2026 -6.187
2027 -7.182
2028 -1.855
2029 -2.654
-15.240
-6.187
-7.182
-1.855
-2.654
0 0 0 0 0 6.756 8.484 0
0 0 0 0 0 -3.477 9.664 0
0 0 0 0 0 6.222 960 0
0 0 0 0 0 -3.777 5.632 0
0 0 0 0 0 -3.588 6.242 0
Pagina 40
2.12 Verbonden partijen 2.12.1 2.12.2 2.12.3 2.12.4 2.12.5 2.12.6 2.12.7
Inleiding Relevante ontwikkelingen Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Visie op verbonden partijen Beleidsvoornemens deelnemingen Eigen vermogen en resultaat RAV
2.12.1 Inleiding Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin VR NHN een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BBV). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen.
2.12.2 Relevante ontwikkelingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) (vestigingsplaats Alkmaar) De RAV NHN is per 10 februari 2010 opgericht met als doel het hebben en exploiteren van een vergunning tot het uitvoeren van ambulancevervoer. Per 1 januari 2013 beschikt de RAV NHN over deze vergunning. RAV NHN kent twee leden: Ambulancezorg Noord-Holland Noord (onderdeel van VRNHN) en Witte Kruis Ambulancezorg. De centrale administratie wordt uitgevoerd door VRNHN en de controlfunctie door WK. Het secretariaat van de RAV wordt door VRNHN gevoerd. Verder gebruiken beide partners één automatiseringspakket waarin de ambulanceritten worden geregistreerd. De ambulanceritten worden door de partners zelf gefactureerd. De partners behouden afzonderlijk de verantwoordelijkheden over het debiteurenbeheer. Beide partners staan bij de zorgverzekeraars bekend als één wettelijk gemachtigde uitvoerende en verantwoordelijke zelfstandige organisatie (coöperatie) die beschikt over één gezamenlijke bankrekening en spaarrekening. De Meldkamer is via een SLA verbonden aan de RAV. Op 1 januari 2021 is de Wet ambulancezorgvoorzieningen (Wazv) in werking getreden. De nieuwe wet geeft zekerheid aan de RAV over haar positie. Om de continuïteit te kunnen waarborgen wil de minister de huidige positie van de RAV’s intact houden.
In de nieuwe wet is opgenomen dat: “Er per veiligheidsregio een monopolist is, die niet alleen het alleenrecht heeft om spoedeisende ambulancezorg te leveren, maar ook de plicht heeft om deze zorg te leveren”. De Nederlandse Zorgautoriteit, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houden gezamenlijk toezicht op de naleving van de Wazv. De zorgverzekeraars maken met de RAV jaarlijks afspraken over het budget en de daarvoor te leveren kwaliteit en prestaties.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 41
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) (Vestigingsplaats Arnhem) Het NIPV is een bij wet opgerichte zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Het NIPV ondersteunt de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De regio’s Kennemerland, Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland hebben hun krachten op het gebied van vakbekwaamheid worden gebundeld. Sinds het formele ondertekeningmoment op 11 juli 2019 is er één gezamenlijk opleidingsinstituut: de Brandweerschool Noord-Holland (BWS NH). BWS NH zet in op kwalitatief goed onderwijs, het innoveren van brandweeronderwijs, het voldoen aan landelijk gestelde kwaliteitscriteria en het onderhouden en ontwikkelen van les- en leerstof. Voorlopig richt BWS NH zich in hoofdzaak op de opleidingen basisbrandweerzorg, aangevuld met de opleidingen brandweerchauffeur en instructeur. In november 2022 heeft de BWS NH de periodieke audit Kwaliteit Aanbieders Brandweeronderwijs met goed gevolg doorlopen waardoor BWS NH tot en met 2026 een gecertificeerd opleidingsinstituut is.
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s De veiligheidsregio´s trachten door middel van het afsluiten van verzekeringen bepaalde financiële risico’s van hun werkzaamheden te beheersen, daaronder begrepen, maar niet beperkt tot, de risico’s die voortvloeien uit persoonlijke ongevallen. Daarbij was echter geen sprake van een landelijke uniforme regeling voor uitkeringen na dienstongevallen, terwijl in toenemende mate sprake is van interregionale samenwerking in zowel het primaire proces van de brandweer als bij vraagstukken van bedrijfsvoering. Voorts is in de loop der jaren gebleken dat de afgesloten verzekeringen steeds minder risico’s dekken en dat de verschuldigde premies aanzienlijk zijn verhoogd, waardoor afdekking van die risico’s door middel van verzekeringen onder druk is komen te staan. Dit heeft de veiligheidsregio´s ertoe bewogen om onder erkenning dat voor de uitvoering van de aan hen opgedragen publieke taken de inzet van zowel beroepsmedewerkers als brandweervrijwilligers essentieel is, te komen tot een landelijke uniforme regeling voor uitkeringen na incidenten die verband houden met de aan hen opgedragen publieke taken en waarbij sprake is van letsel met tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid en/of invaliditeit dan wel overlijden.
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s wordt primair opgericht als expertisebureau voor de veiligheidsregio’s op het gebied van goedwerkgeverschap bij ongevallen en voorziet in ieder geval in de ondersteuning bij de afhandeling van ongevallen en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering. Ook kan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s in opdracht en ten behoeve van de Veiligheidsregio’s bemiddelen bij onder meer (i) het benaderen van derden-verzekeraars,(ii) het sluiten van verzekeringen bij die verzekeraars en (iii) het betrokken worden bij de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De wens om te komen tot de oprichting van een waarborgfonds hangt samen met het besluit van het Veiligheidsberaad d.d. 1 juli 2022 om te komen tot de oprichting van een expertisebureau. Het waarborgfonds is bedoeld om in ieder geval te voorzien in de onverzekerbare aanspraken van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen. Het waarborgfonds is bedoeld voor de basisveiligheidsregio (de veiligheidsregio’s zonder aanvullende organisatieonderdelen) met het oog op gelijksoortigheid van het risico; voor de aanvullende organisatieonderdelen is een waarborgfonds ook minder noodzakelijk met het oog op de betere verzekerbaarheid.
Voor de oprichting van een waarborgfonds is geen verzekeringsvergunning vereist van De Nederlandse Bank (DNB) onder de volgende voorwaarden: geen winstoogmerk (1) maximale jaarlijkse inleg 5 miljoen euro per jaar (2), een DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 42
maximale technische reserve van 25 miljoen euro (3) en het instellen van een raad van toezicht met personen die benoemd zijn door dan wel in dienst zijn van de overheid (4). Deelname van een veiligheidsregio aan het waarborgfonds is vrijwillig. Voor deelname aan het waarborgfonds is deelname aan de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s een vereiste met het oog op de samenhang van deze voorzieningen; het is mogelijk om deel te nemen aan het expertisebureau zonder deel te nemen aan het waarborgfonds. De minimale deelname aan het waarborgfonds is 5 jaar. Met deze duale structuur wordt beoogd dat Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s zoveel mogelijk de kerndoelstelling als fonds zal uitoefenen en de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s zal optreden als bemiddelaar, een en ander binnen de kaders van de toepasselijke wet- en regelgeving.
2.12.3 Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Het aandeel VRNHN in de kosten van de RAV NHN maakt onderdeel uit van het programma Ambulancezorg. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het NIPV. Deze bijdrage wordt rechtstreeks in mindering gebracht op de BDUR-gelden. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De kosten van opleiden, en dus ook van de BWS NH, zijn opgenomen binnen het programma Brandweer. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s Alle veiligheidsregio’s dragen voor een gelijk deel bij de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. De inbreng wordt opgenomen binnen het programma Bedrijfsvoering. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Alle veiligheidsregio’s dragen bij aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s op basis van het inwonersaantal per veiligheidsregio. De inbreng wordt opgenomen binnen het programma Bedrijfsvoering.
2.12.4 Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) De bestuurdersrol is statutair vastgelegd. Twee bestuurders vormen het bestuur. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks volgens een vast schema tussen beide bestuurders. Voor 2024 was de directeur WK de bestuursvoorzitter, voor 2025 wordt dit de directeur ambulancezorg NHN. De algemene directeuren van de beide zelfstandige organisaties en de twee bestuurders vormen samen de Algemene Ledenvergadering (ALV). Nederlands Instituut Publieke Veiligheid De voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het NIPV. De bestuursvoorzitter van VRNHN is lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het NIPV is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 43
Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de veiligheidsregio’s. Daarnaast kent de coöperatie een algemene ledenvergadering. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s De directeur-bestuurder van het Expertisebureau Risicobeheer is gelijk aan die van het Waarborgfonds. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De directeur-bestuurder van het Waarborgfonds is gelijk aan die van het Expertisebureau Risicobeheer. Er is ook een Raad van Toezicht ingesteld en die bestaat uit een voorzitter en 3 Leden. Het Waarborgfonds is vrijgesteld van toezicht door De Nederlandsche Bank (DNB), omdat aan de voorwaarde is voldaan dat een Raad van Toezicht is geïnstalleerd.
2.12.5 Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen. Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten, statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang.
2.12.6 Beleidsvoornemens deelnemingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Er zijn bij de RAV NHN geen grote beleidsvoornemens te onderkennen. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid De beleidsvoornemens voor de veiligheidsregio’s liggen op het terrein van: - beleids- en bestuursondersteuning van de ambtelijke en bestuurlijke top; - kennis ontwikkelen, makelen en borgen voor de professional in het veld; - opleidingen, trainingen en oefeningen voor vakbekwaam worden en blijven faciliteren en verzorgen; - talent- en leiderschapsontwikkeling bevorderen; - materieel voor de veiligheidsregio's verwerven, beheren en organisatorisch inbedden; - projectmanagement en (organisatie)advies. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. Het opleidingsjaar 2023-2024 stond vooral in het teken van het continueren van de opleidingen en het kwalitatief versterken van de lesprogramma’s Manschap, Instructeur, Verkenner en Voertuigbedienaar. De samenwerking met de leden en met de bovenregionale opleidingsinstituten is geïntensiveerd. De doorontwikkeling van het stafbureau BWS NH is gestart conform het in maart 2022 aanvullende opgestelde doorontwikkelplan “Koers bepalen”. De komende begrotingsjaren zal de doorontwikkeling verder gestalte krijgen.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 44
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Er zijn bij de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s geen grote beleidsvoornemens te onderkennen.
2.12.7 Eigen vermogen en resultaat RAV Uit de concept jaarstukken 2024 RAV blijkt dat het eigen vermogen per 31 december 2024 € 0 is. Het exploitatiesaldo 2024 is ook € 0. Dit wordt ook voor 2025 en 2026 voorzien.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 45
2. Overige informatie 2.13 Fiscaliteiten 2.13.1 2.13.2 2.13.3 2.13.4
Tax Control Framework Convenant Horizontaal Toezicht Casus Vennootschapsbelasting Ambulancezorg Landelijke activiteiten
2.13.1 Tax Control Framework We hebben in 2024 op verschillende onderdelen impactvolle uitvoering kunnen geven aan het Tax Control Framework (TCF). Voor het actualiseren van fiscale kennis hebben collega’s van Financiën en HRM deelgenomen aan webinars en workshops op gebied van Vennootschapsbelasting, Arbeidsrecht en de Loonheffing/ WKR. Voor een check op de juiste werking van onze WKR-administratie en bijbehorende instructies hebben we een extern onderzoek laten uitvoeren. Conclusie is dat beide ruim voldoende zijn en de meegegeven verbeterpunten worden momenteel via een verbeterregistratie geïmplementeerd. De toegenomen hoeveelheid controlevragen en casussen op fiscaal gebied, die aan de fiscale aandachtsfunctionaris worden aangeboden, geven blijk van een steeds verder toenemend fiscaal bewustzijn binnen VRNHN. Ook aan de opzet en het bestaan van het TCF wordt verder gewerkt. Door middel van overeenkomende coderingen is er gezorgd voor een meer zichtbare vastlegging van VIC-controles die gebaseerd zijn op, in het TCF benoemde, risico’s. Daarnaast zijn opnieuw interviews met materiedeskundigen gehouden om de vastgelegde risicoanalyses te kunnen updaten. Op basis van deze informatie is een start gemaakt met een vernieuwde versie van het TCF.
2.13.2 Convenant Horizontaal Toezicht Het periodieke bezoek van de Belastingdienst, in het kader van het Horizontaal Toezicht, heeft dit jaar in oktober plaatsgevonden. Er was aandacht voor het aflopen van het handhavingsmoratorium op de Wet DBA en de inspanningen die VRNHN hierop heeft gepleegd middels het project ‘Inhuur derden’. Het project ‘Gebruik dienstvoertuigen’ is in 2024 gestart om te kunnen voldoen aan de fiscale wet- en regelgeving omtrent rittenregistratie en bijtelling privégebruik. De Belastingdienst heeft aangegeven dat verlenging van het convenant Horizontaal Toezicht na 2025 alleen mogelijk is wanneer wederom aan alle toetsingscriteria wordt voldaan. De twee genoemde projecten, de update van het TCF en met name de herijking van de key risks met bijbehorende beheersmaatregelen en monitoring zullen daaraan bijdragen.
2.13.3 Casus Vennootschapsbelasting Ambulancezorg Medio 2024 is van de inspecteur voor de Vennootschapsbelasting (VpB) een schriftelijke bevestiging ontvangen dat de Belastingdienst het eens is met onze standpuntbepaling dat VRNHN met betrekking tot de activiteit Ambulancezorg in de jaren tot en met 2023 geen winst in de zin van de VpB behaalt. Daarmee is een – positief – einde gekomen aan een traject dat tot gevolg heeft dat de reeds betaalde voorlopige aanslagen in 2024 zijn terugontvangen. Daarnaast heeft de inspecteur besloten de aangifteverplichting voor 2022 in te trekken en zal VRNHN voor de naliggende jaren geen aangiftebiljet meer uitgereikt krijgen.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 46
Uiteraard rust op VRNHN wel de verplichting om te blijven monitoren of zij op deze, andere of nieuwe activiteiten alsnog belastingplichtig voor de VpB wordt. Deze monitoring wordt jaarlijks uitgevoerd door de afdeling Financiën.
2.13.4 Landelijke activiteiten In 2024 heeft de landelijke projectgroep, in samenwerking met fiscaal experts van BDO, een rapport kunnen opleveren aan het NIPV en de landelijke Vakraad Bedrijfsvoering. Dit rapport beschrijft verschillende vormen van samenwerking tussen Veiligheidsregio’s onderling en met andere partners en de mogelijke implicaties daarvan voor de BTW. Conclusie is dat de BTW belemmerend werkt bij samenwerkingen op wettelijke taken en dat daarvoor mogelijk oplossingen via de Rijksoverheid gevonden kunnen worden. Het rapport is inmiddels onder de aandacht gebracht van vertegenwoordigers van het Ministerie van Justitie & Veiligheid, het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst. In 2025 zal een verkennend eerste gesprek plaatsvinden. Aan de landelijke projectgroep werd in 2024 nog een aanvullende analyse en advies gevraagd: welke expertise op fiscaal gebied zou geborgd moeten worden en op welke wijze zou dat ingericht moeten worden? De projectgroep heeft een opsomming van activiteiten gemaakt en voorgesteld hier een permanente landelijke werkgroep voor in het leven te roepen. Dit advies vindt nu zijn weg via de Vakraad Bedrijfsvoering en RCDV voor verdere besluitvorming.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 47
2.14 Privacy 2.14.1 Terugblik 2.14.2 Waar willen we naar toe
2.14.1 Terugblik Vanaf mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht waaraan ook Veiligheidsregio Noord-Holland Noord gehouden is. In de afgelopen jaren is aan de compliance gewerkt door onder andere een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aan te stellen en de functie van Privacy Officer in te richten binnen de organisatie. Het afgelopen jaar hebben we actief geworven om de personele capaciteit te vergroten. Hiermee verwachten we de noodzakelijke stappen te kunnen zetten om privacy waarborgen. Zo hebben we meer juridische kennis op het gebied van de AVG aan ons kunnen verbinden. We hebben nu een vaste formatie die ondersteunt in de advisering en begeleiding op privacy vraagstukken. Incidenteel huren we nog extra specifieke kennis in.
2.14.2 Waar willen we naar toe De directie heeft de ambitie uitgesproken in te zetten op doorgroei van de gehele organisatie richting volwassenheidsniveau 3 van het Privacy volwassenheidsmodel. Om dit niveau te bereiken zijn er door alle teams zogenaamde privacy verbeterplannen opgesteld. Punt op de horizon om aan volwassenheidsniveau 3 te voldoen is 2027. Hier wordt de komende periode onder andere aan gewerkt door de teams zelf meer in hun kracht te zetten. Hierdoor zullen ook vanuit de teams, met hun specifieke bijzonderheden en verwerkingen van persoonsgegevens, stappen kunnen worden gezet.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 48
3. Financiële begroting 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Overzicht van baten en lasten Uiteenzetting financiële positie en toelichting Meerjarenraming exploitatie Meerjarenraming balans Meerjarenraming investeringen
3.1
Overzicht van baten en lasten
Begroting 2026 Programma's / Overhead c.a. Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Crisisbeheersing Programma Zorg- en Veiligheidshuis Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR Saldi programma's Algemene dekkingsmiddelen Overhead Heffing VPB Onvoorzien Taakstellingen Saldo van baten en lasten, resultaat voor bestemming Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma: Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma Meldkamer Programma Crisisbeheersing Programma Zorg- en Veiligheidshuis Overhead Resultaat na bestemming
3.2
Bedragen x €1.000 Baten Lasten 21.776 18.903 1.861 43.939 12 1.828 2.377 3.906 4.496 994 1.644 66.283 93.303 74.716 1.112
21.613
94.415
-1.980 94.349
-
161 5
100 94.515
94.515
Saldo 2.873 -42.078 -1.816 -1.529 -4.496 -650 66.283 18.587 -20.501 1.980 66 -161 -5 100 -
Uiteenzetting financiële positie en de toelichting
Uitgangspunten begroting De begroting 2026 is geïndexeerd met 7,4% (7,20% loonindexatie en 8,00% prijsindexatie). De loonprijsindexatie 2026 is conform de door gemeenten vastgestelde regeling Financiële Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen (FUGR) en geldend voor alle gemeenschappelijke regelingen. Verdeling vindt plaats naar de draagkracht per gemeente. Deze verdeling is gebaseerd op het aandeel van het ‘Oov-subcluster Brandweer en rampenbestrijding4 per gemeente en de belastingcapaciteit per gemeente.
4 subcluster binnen de algemene uitkering van het gemeentefonds
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 49
De bijdrage voor 2026 komt uit op een bedrag van € 57.355.208. Dit is inclusief de bijdrage voor de ontwikkelopgave brandweer (€ 1.405.645) en de bezuiniging van 4% (€ 2.389.800). De bijdrage per gemeente is opgenomen in bijlage 4.2.
Financiering Bij VRNHN is sprake van een totaalfinanciering. Rentelasten worden omgeslagen naar programma’s op basis van de boekwaarde (op 1 januari) van aangeschafte activa in deze programma’s. Begin 2025 is het (bestaande) meerjarig investeringsplan geactualiseerd voor de periode 2026-2029 (zie paragraaf 3.5). Gezien de geraamde investeringsvolumes wordt in de toekomst een financieringstekort verwacht. Om te kunnen investeren dienen in de periode 2026-2029 aanvullende geldleningen te worden aangetrokken. Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf Financiering.
3.3
Meerjarenraming exploitatie
Een meerjarenraming is van belang om de consequenties van het beleid in beeld te brengen vanuit het verleden naar de onderhavige begroting en toekomstige planvorming. De meerjarenraming speelt een belangrijke rol bij de kader stellende functie van het algemeen bestuur, omdat de meerjarenraming de financiële richting aangeeft voor het opstellen van de begroting.
Meerjarenraming cijfermatig Hierna volgt een totaaloverzicht over de jaren 2026 tot en met 2029. In de meerjarenraming zijn de rubrieken met een variërend verloop afzonderlijk opgenomen. De cijfers vanaf 2026 zijn geïndexeerd. De overzichten per programma zijn opgenomen in de bijlage 4.4.
TOTAAL Baten
Totaal baten Lasten
Totaal lasten Saldo van baten en lasten Mutatie reserves
Wettelijk budget Nza Bijdrage gemeenten BDUR/Rijk/ministerie Overige baten Salarissen Afschrijvingen en rente Overige lasten Taakstellingen
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
Resultaat
Begroting 2026 23.890.599 57.355.208 8.928.153 4.241.406 94.415.366 64.962.671 8.132.105 23.233.729 -1.980.303 94.348.202 67.164 167.164 100.000 -
Bedragen x € 1 MJR MJR 2027 2028 24.991.792 26.113.727 60.827.091 62.956.039 8.926.241 8.925.988 4.378.861 4.496.429 99.123.985 102.492.183 69.223.351 71.960.809 9.048.970 10.127.957 23.953.369 24.423.900 -3.275.556 -4.201.288 98.950.134 102.311.378 173.851 180.805 173.851 180.805 -
MJR 2029 26.735.284 64.215.160 8.925.988 4.578.549 104.454.981 73.515.633 10.555.404 24.918.615 -4.722.708 104.266.944 188.037 188.037 -
Resultaten Door het tijdsverloop tussen het opstellen van de kadernota (december 2024) en de voorliggende begroting (maart 2025), zijn verschillende posten substantieel veranderd door gewijzigde omstandigheden. Ambulancezorg kent een resultaat nihil, maar wel met dien verstande dat de zorgverzekeraars de ook daar gestegen kosten (afschrijvingen en rente) uiteindelijk zullen afdekken met een hogere bijdrage. De Veiligheidsregio kent eveneens een resultaat nihil, met dien verstande dat hiervoor het bedrag aan taakstellingen moet worden gerealiseerd.
DOC P&C: Begroting 2026 / MJR 2027-2029
Pagina 50
Taakstellingen Het bedrag aan taakstellingen is opgebouwd uit een aantal componenten, waarvan de drie belangrijkste hierna worden toegelicht. Het betreft: - Afschrijvingen 622.000 - Rentelasten 330.000 - Korting BDUR 800.000 Het restant van € 228.000 zal in de materiële budgetten moeten worden gevonden. Afschrijvingen Met name de te verwachten afschrijvingen op vervangingsinvesteringen voor de veiligheidsregio zijn in 2026 toegenomen met circa € 622.000. Er is sprake van zeer forse prijsstijgingen bij nieuwe aanbestedingen of aanpassing van bestaande contracten, zoals bij de tankautospuiten (prijsstijging van circa 90% ten opzichte van de prijzen bij de start van de regio in 2015). Voor dit jaar en komende jaren staat nog de vervanging van een 20-tal TS’en van de oude lichting op het programma (technisch en economisch afgeschreven), wat een forse investering betreft, zeker door de nieuwe contractprijzen. In 2025 worden de 5 hoogwerkers vervangen, wat ook een forse investering betref (ongeveer 5,5 miljoen). We zien dus de afschrijvingen de komende jaren harder groeien dan dat dit goed gemaakt wordt door de groei van de gemeentelijke bijdrage. Voor de investeringen in brandweermaterieel wordt rekening gehouden met een zekere temporisering, maar dat levert op termijn geen verlaging van de lasten op. Slechts een kleine verschuiving naar de toekomst.
De Veiligheidsregio gaat een meerjarenplan opstellen om de begroting structureel sluitend te houden Rentelasten De veiligheidsregio is een kapitaalintensieve GR vanwege het vele (en dure) brandweermaterieel en de infrastructurele lasten door het grote werkgebied. Dat betekent dat de investeringen doorlopend moeten worden gefinancierd. Door de hogere aanschaffingsprijzen, maar ook doordat de rente momenteel stijgt onder druk van de geopolitieke spanningen in een onrustige wereld, moeten we nu reeds rekening houden met een percentage van 3,5% bij herfinanciering. We hebben een tijd gekend waar we op leningen rente betaald kregen. In 2026 is de verwachting dat de rentelasten van alleen al de veiligheidsregio met een bedrag van circa € 330.000 gaan stijgen. De rentelasten kunnen positief worden beïnvloed als de vervangingsinvesteringen kunnen worden uitgesteld. BDuR Ten tijde van het opstellen van de begroting 2026 wordt op rijksniveau gesproken over een korting van 10% op de brede doeluitkering rijk (BDuR). In de meerjarenraming van het rijk zou dit voor 2026 een extra bezuiniging van € 800.000 betekenen voor de Veiligheidsregio. In de brief van het Ministerie J&V van november 2024 is aangegeven dat bij de voorjaarsnota 2025 duidelijkheid wordt gegeven hoe dit zal gaan uitwerken. Pas op dat moment wordt duidelijk of deze taakstelling daadwerkelijk moet worden gerealiseerd.
Waar de afschrijvingen en rentelasten een duidelijke connectie hebben met materieel, heeft de BDuR een duidelijke connectie met medewerkers. Als de korting van € 800.000 doorgaat, dan gaat dit consequenties hebben voor het personeelsbestand. Een dergelijk bedrag is ook niet meer goed te maken op de materiële budgetten.