CConstaterende datDen Helder
Koppel je AI →
Document · PDF

260515 Programmarekening 2025 - def versie tbv raad (excl Accountantsverklaring) (1)

Gemeenteraad 29 juni 2026, gemeente Den HelderBij agendapunt: 11: Voorstel tot het vaststellen van de Jaarstukken 2025.41.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

#

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Schatkistbankieren

(1)

5.404

5.404

5.404

5.404

Kwartaalcijfers op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(2)

223

230

201

210

Ruimte onder het drempelbedrag

(3a) (1)>(2)

5.181

5.174

5.204

5.194

Overschrijding van het drempelbedrag

(3b) (2)>(1)

Berekening drempelbedrag

(1)

1

1

1

1

Begrotingstotaal verslagjaar

(4a)

270.218

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

(4b)

270.218

Het deel van het begrotingstotaal dat het begrotingsbedrag te boven gaat

(4b)

0

Drempelbedrag =(4b)*0,002 met een minimum van € 1.000.000

(1)

5.404

Berekening kwartaalcijfer (*)

(2)

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)

(5a)

20.088

20.935

18.455

19.365

Dagen in het kwartaal

(5b)

90

91

92

92

Kwartaalcijfer (*)

(2) (5a)/(5b)

223

230

201

210

(*) op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

Er geldt een zogenaamde doelmatigheidsdrempel van 2% van het begrotingstotaal als het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Hebben we minder middelen dan de doelmatigheidsdrempel beschikbaar, dan hoeven deze niet naar de schatkist. Voor Den Helder betekent dit een drempelbedrag voor 2025 van € 5.404.357 (op basis van het (primitieve) begrotingstotaal van 2025 van € 270.217.842).

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

64

Financiële risico's Kasgeldlimiet De renterisico’s die we lopen op de financiering met kortlopende middelen wordt door de wet begrensd met een kasgeldlimiet. Deze limiet is vastgesteld als een maximum percentage van het begrotingstotaal dat we met kortlopende middelen mogen financieren. De minister van Financiën heeft het percentage vastgesteld op 8,5%. Het streven is binnen de kasgeldlimiet een deel van de financieringsbehoefte te dekken door kortlopende leningen. Dit heeft de volgende voordelen: • De rente op kortlopende leningen is bijna altijd lager dan op langlopende leningen. •

Er is sprake van een grotere flexibiliteit.

De kasgeldlimiet bedroeg in 2025 € 22.968.517. Zoals uit de volgende tabel blijkt is het gehele jaar sprake geweest van een overschot aan kortlopende financieringsmiddelen, waardoor we het gehele jaar ruimschoots aan de norm hebben voldaan. Tabel kasgeldlimiet Kasgeldlimiet

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

270.218

270.218

270.218

270.218

2. Vastgesteld percentage

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

3. Kasgeldlimiet (1 x 2)

22.969

22.969

22.969

22.969

4. Financieringsmiddelen

-6.256

-9.368

2.817

-4.080

5. Ruimte kasgeldlimiet (3 + 4)

16.713

13.601

25.786

18.888

1. Begrotingstotaal

Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van looptijden van leningen op de kapitaalmarkt (looptijd lening > 1 jaar), zodat we niet in één jaar een groot deel van onze leningen tegelijk moeten aflossen. Het Rijk heeft deze norm vastgesteld op 20% van de totale lasten van de (primaire) begroting. Voor ons komt dit neer op € 54.044.000 (maximale omvang van leningen die in enig jaar mogen aflopen c.q. worden geherfinancierd). Uit de volgende tabel blijkt dat wij ruimschoots voldoen aan de risiconorm. Tabel renterisiconorm Renterisiconorm

2025

2026

2027

2028

1. Begrotingstotaal

270.218

270.218

270.218

270.218

2. Vastgesteld percentage

20%

20%

20%

20%

3. Renterisiconorm (1 x 2)

54.044

54.044

54.044

54.044

0

0

0

0

5. Aflossingen

2.000

2.000

2.000

2.000

6. Renterisiconorm (4 + 5)

2.000

2.000

2.000

2.000

7. Ruimte(+)/Overschrijding(-) (3 - 6)

52.044

52.044

52.044

52.044

4. Renteherziening

Het uitgangspunt voor de berekening van de renterisiconorm is het begrotingstotaal in het jaar T, waarbij het jaar T het huidige jaar (2025) is.

Krediet-/debiteurenrisico Bij de krediet-/debiteurenrisico’s bestaat de kans op een waardedaling van een uitstaande vordering, als gevolg van het niet (tijdig) nakomen van de verplichtingen door een debiteur. Het beheer van de debiteuren houdt verband met onze reguliere bedrijfsactiviteiten. Door een goed invorderingsbeleid kunnen we het kredietrisico als laag kwalificeren.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

65

Daarnaast staan we garant voor het betalen van de rente en aflossingen van geldleningen van verschillende partijen. In 2019 hebben we onder voorwaarden (zie de nota Gemeentelijke garanties en geldleningen) een aantal garantstellingen verstrekt. Bij de garantstellingen kunnen we onderscheid maken in een directe garantstelling of het aangaan van een achtervangpositie bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Dit laatste is bij de garantstelling voor woningcorporaties gebruikelijk. De gemeente staat dan voor 50% garant. Stichting Woontij, Stichting Woonzorg Nederland en Woningstichting Den Helder zijn aangesloten bij het WSW. Wij hebben voor de volgende instellingen een maximum afgesproken voor wat betreft de garantstellingen: 1. Woningstichting Den Helder (maximale garantstelling van € 250 miljoen). 2. Port of Den Helder bv (maximale garantstelling van € 13,3 miljoen). 3. Scholen aan Zee (maximale garantstelling van € 13,25 miljoen en een looptijd van 15 juli 2019 tot en met 15 juli 2043). Dit houdt in dat bovenstaande instellingen tot het door ons vastgestelde maximum aan geldleningen kunnen aantrekken, zonder tussenkomst van de gemeente. Uit de cijfers in de tabel blijkt dat bovengenoemde instellingen nog ruimte hebben binnen het gestelde maximum. Tabel gewaarborgde geldleningen Omschrijving

Oorspr. bedrag

% borg stelling

Schuld 01-01-2025

Schuld 31-12-2025

Woningstichting Den Helder NV Huisvuilcentrale Noord-Holland

6.307 598.528

100,00% 3,02%

3.226 17.326

2.993 15.865

Noordwest ziekenhuisgroep Veiligheidsregio Noord-Holland Noord

6.000 48.688

100,00% 9,00%

3.000 3.095

2.400 3.028

N.V. Port of Den Helder Stichting Blijf van mijn Lijf

14.750 500

100,00% 100,00%

12.801 403

12.036 403

Scholen aan Zee Subtotaal garanties zonder achtervang

13.250 688.023 a

100,00%

13.250 53.101

13.250 49.975

Stichting Woontij Woningstichting Den Helder

22.500 210.456

50,00% 50,00%

14.621 235.091

13.247 271.083

Stichting Woonzorg Nederland Subtotaal garanties met achtervang WSW

6.349 239.305 a

50,00%

3.726 253.438

4.174 288.504

Totaal

927.328

a

306.539

338.479

Opgenomen kortlopende geldleningen In 2025 was bijna het hele jaar behoefte aan liquide middelen. Hiervoor zijn kortlopende (kasgeld)leningen aangetrokken bij de BNG-Bank. Er zijn 13 leningen aangetrokken met ieder een looptijd die varieert van enkele weken tot een maand. De omvang van de leningen houdt verband met het relatief onvoorspelbare verloop van de inkomsten als gevolg van specifieke subsidietoekenningen en onze eigen investeringen.

Opgenomen langlopende geldleningen In 2025 hebben we € 2.000.000 afgelost. Hierdoor was de restantschuld eind 2025 € 191.000.000. De totale rentelast bedroeg in 2025 € 1.253.730. Tabel leningen Opgenomen geldleningen Opgenomen geldleningen (x € 1 miljoen)

31-12-2024

31-12-2025

Algemene financiering

€ 148,0

€ 146,0

Ten behoeve van Woningcorporatie

€ 45,0

€ 45,0

Ten behoeve van scholen

€ 0,0

€ 0,0

€ 193,0

€ 191,0

Totaal

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

66

Verstrekte langlopende geldleningen Wij hadden op 31 december 2025 voor € 67.073.384 aan verstrekte langlopende geldleningen uitstaan. De drie grootste geldnemers zijn: 1. Helder Vastgoed bv € 45.000.000 2. Willemsoord bv € 18.000.000 3. Alliander € 2.078.256 Tabel leningen Uitstaande geldleningen Uitstaande geldleningen (x € 1 miljoen)

31-12-2024

31-12-2025

Woningcorporatie

€ 45,0

€ 45,0

Overige instellingen

€ 22,2

€ 22,1

Totaal

€ 67,2

€ 67,1

Begrotingsgegevens Europese Monetaire Unie (EMU) Het EMU-saldo is het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van de overheid. Een negatief saldo geeft aan dat de overheid een tekort heeft: de uitgaven zijn groter dan de inkomsten. Het EMU-saldo van de lokale overheden telt mee voor het saldo van de totale Nederlandse overheid en draagt daarmee dus bij aan het EMU-tekort of overschot van de landelijke overheid. In het Verdrag van Maastricht is afgesproken dat het EMU-tekort van een land maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) mag bedragen. Op basis van de Wet Financiering decentrale overheden (Wet FIDO) behoort ingrijpen door de centrale overheid tot de mogelijkheden bij een dreigende overschrijding van het 3% EMU-tekort, voor zover dit wordt veroorzaakt door een ongewenste ontwikkeling van het saldo van de lokale overheid. Afspraak is dat het EMU-saldo in de begroting van de lokale overheden wordt opgenomen, zodat er inzicht is in de ontwikkeling daarvan. In onderstaande tabel geven wij de verantwoording van het EMU-saldo over 2025 weer. Tabel EMU-saldo Omschrijving Bedragen x € 1.000

2024 Realisatie

2025 Begroting

2025 Realisatie

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan, c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

-8.111

-5.158

-2.610

Mutatie (im)materiële activa

15.131

33.632

12.762

Mutatie voorzieningen

1.997

481

3.538

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

-2.352

-701

-1.315

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

-5.328

0

0

Berekend EMU-saldo

-13.565

-37.608

-10.519

Berekening rente-omslag Over de activa van de gemeente wordt een interne rekenrente toegerekend aan de exploitatie. Op deze manier wordt de externe financiering van de gemeente door het aantrekken van geldleningen doorbelast naar de met deze geldleningen aangekochte activa. Bij de berekening van de rente-omslag worden de (verwachte) rentelasten en de reeds bekende rentebaten in ogenschouw genomen. Bij de berekening worden de specifieke rentebaten, zoals van de grondexploitatie en onze doorleningen, in mindering gebracht op de rentelasten. Wat resteert aan rentelasten wordt verdeeld over de boekwaarde van onze geactiveerde investeringen per 1 januari 2025. Bij deze investeringen worden de investeringen met een specifiek rentepercentage uitgezonderd. In de begroting kwam de gemeente Den Helder uit op een berekend percentage van 0,9%. In de Tweede tussenrapportage is een actualisatie over 2025 gedaan waarbij we uitkwamen op een berekend percentage van 0,57%. Vanwege de geplande investeringen werd toen rekening gehouden met het aantrekken van nieuwe langlopende leningen met bijbehorende rentelasten. De rente is op dat moment door de hele begroting herberekend. Doordat de investeringen achterbleven op de planning, bleek nieuwe langlopende financiering niet nodig. Het berekend rente-omslagpercentage op basis van de werkelijke cijfers bedraagt 0,42%.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

67

Tabel renteomslag a

Rente-omslag

a

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

2.392.000

b.

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

-736.000

a

Saldo rentelasten en rentebaten

c1.

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

c2.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden doorberekend

c3.

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken

a

Bedrag

1.656.000

-112.000

-739.000

(= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend a

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

d1.

Rente over eigen vermogen

0

d2.

Rente over voorzieningen

0

a

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

a

Boekwaarde activa 01-01-2024

a

192.442.000

a

Rente-omslagpercentage

a

0,42%

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

a

a

-851.000

805.000 -1.241.000 -436.000

68

Bedrijfsvoering Inleiding In deze paragraaf staan de belangrijkste beleidsmatige ontwikkelingen in de bedrijfsvoering: •

Personeelsbeleid en organisatie(ontwikkeling).

• •

Planning & control en financiën. Informatiebeveiliging

• •

Onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid Toelichting rechtmatigheidsverantwoording

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

69

Personeelsbeleid en Organisatie(ontwikkeling) Personeel en inhuur In 2025 bedroeg de totale som voor personeel en inhuur € 57.5 miljoen. Hiervan is € 10.7 miljoen besteed aan inhuur, dat is 18,6 % van het totaal. In de Decembernota werd een inzet van € 57,3 miljoen geraamd. De inhuur is bekostigd uit vacatureruimte, het budget voor calamiteiten, de inkomsten van het UWV (voor ziekte en zwangerschapsverlof) en uit taakbudgetten. Het aandeel op de taakbudgetten is 80%. Organisatieontwikkeling in 2025 In de zomer van 2025 heeft bureau Rijnconsult een 2.0 meting gedaan, na een 1.0 meting in 2023. Op basis van deze meting heeft de organisatie zichzelf een tal van nieuwe doelen gesteld. Zo zijn de visie en koers van de organisatie herleidbaar in het verhaal van Den Helder. Wij ontwikkelen door van een beheergemeente naar ook een ontwikkelgemeente. De organisatie is gericht op verbeteren van de samenwerking tussen teams en gedeeld eigenaarschap. Processen zijn duidelijker en waar kan eenvoudiger ingericht, we werken planmatig. De structuur en sturing is op orde. We werken binnen een cultuur met gedrag wat past bij de organisatie die we willen zijn. We willen terug naar de basis: duidelijke keuzes, heldere taal en een gezamenlijk verhaal. Niet alleen in begrip, maar ook in daadwerkelijk gevoel.

Als eerste stappen in de realisatie van bovenstaande is er een vervolg uitgewerkt op het subthema “structuur & sturing”. Het document “naar een samenwerkend en slagvaardig Den Helder” omschrijft de te zetten stappen. In Q4 2025 is hiermee gestart en deze ontwikkeling krijgt een doorloop in Q1 en Q2 van 2026. Onderdeel van de planvorming is het invoeren van een coördinerende rol. In het najaar van 2025 heeft er een organisatiebreed medewerkersonderzoek plaatsgevonden. De samenwerking met en tussen collega’s, de ontwikkelkansen binnen de organisatie en de klantgerichtheid zijn als trotspunten benoemd. Ook sociale veiligheid scoorde hoog in het onderzoek. Kritischer waren we over samenwerking tussen teams, communicatie vanuit de sturende lijn, helderheid over visie en doelen en de werkdruk. Dit was geen verrassing. De ingezette koers is juist gekozen om op deze punten te verbeteren. Ook is er in 2025 doorgewerkt aan het, eerder opgestelde, 10-punten plan en zijn daarin mooie resultaten geboekt. Doel van dit Organisatie-Ontwikkelplan is om te transformeren tot een lerende organisatie door de ontwikkeling van de organisatie op verschillende vlakken te bevorderen en om een efficiëntere en beter samenwerkende werkomgeving te creëren. Actiepunt 1 - Energie en Flow Het programma Energie en Flow heeft bijgedragen aan het vergroten van energie en vertrouwen binnen de organisatie.

Dat merkt ook Rijnconsult in de 2.0 meting op. Het workshopprogramma heeft een vervolg gekregen. Er zijn meerdere, goedbezochte medewerkersborrels geweest. De vitaliteitsmaand in september was een succes. Bedrijfsfruit is geëvalueerd en gecontinueerd. Dit alles heeft bijgedragen aan het welzijn van de medewerkers. Tijdens de terugblikbijeenkomst in december 2025 zijn succesverhalen gedeeld, wat de verbondenheid en energie binnen de organisatie heeft versterkt. Actiepunt 2 - Focus en Verdeling Onderdeel van structuur & sturing (Q4 2025 en Q1 & Q2 2026) is een heroriëntatie op en optimalisatie van de domeinen en helderheid binnen de sturende lijnen. Waarbinnen directie en managers richting geven zodat er meer samenhang ontstaat, medewerkers meer prioriteiten gaan zien en we samen meer grip krijgen op het werk en onze opgaven. We stimuleren hierdoor samenwerking tussen de teams en domeinen. De teammanagers en coördinatoren besteden meer aandacht aan medewerkers. Actiepunt 3 - Opleiden en Ontwikkelen De Helder Academie heeft het opleidingsaanbod in 2025 versterkt. Na een enquête is het workshopprogramma voor 2026 vormgegeven naar de wensen en behoeften van medewerkers. Het onboardingprogramma is uitgerold en gedigitaliseerd. Daarnaast is de functie van loopbaanadviseur, in een pilotvorm, geïntroduceerd binnen de organisatie.

Het aanbieden van loopbaantrajecten versterkt interne mobiliteit, wat bijdraagt aan de ontwikkeling en het binden en boeien van medewerkers. Om voor jong talent aantrekkelijk te zijn is in september gestart met 3 trainees, zij zijn geworven vanuit de regio en helpen ons met verschillende vraagstukken. Bij vacatures zien we een positieve groei van het aantal sollicitanten en de aanname van het aantal, goed gekwalificeerde, nieuwe medewerkers.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

70

Actiepunt 4 - Werkprocessen Optimaliseren Met behulp van de LEAN methodiek worden werkprocessen binnen de organisatie geoptimaliseerd. Actiepunt 5 - Doorontwikkeling Sociaal Domein In 2024 is de regiovisie sociaal domein vastgesteld en er is gewerkt aan de integrale en efficiënte uitvoering van de dienstverlening. De wijksteunpunten zijn uitgebreid in capaciteit en openingstijden om betere service te bieden aan de inwoners. Deze doorontwikkeling is in 2025 verder geborgd en heeft gezorgd voor een meer klantgerichte aanpak. Actiepunt 6 - Service en Empathie Het principe van hostmanship (excellente dienstverlening) wordt centraal gesteld om de klantgerichte benadering te verbeteren. Dit is binnen de organisatie belegd als onderdeel van de werkprocesoptimalisatie en is nu een doorlopend verbeterpunt bij het team Dienstverlening. In de huidige organisatieontwikkeling wordt dit gedachtegoed verder uitgewerkt voor de gehele organisatie als onderdeel van de kernwaarden. Actiepunt 7 - Leiderschap en Steun Leiderschap en steun heeft ook nader vorm gekregen binnen subthema “structuur & sturing”. De teammanagers hebben een belangrijke rol in prioriteren van werkzaamheden en het samenwerken binnen én tussen teams. De teammanagers vertalen, samen met de medewerkers, het directieplan naar teamjaarplannen.

We hebben ervaren dat daar waar leidinggevenden ‘meer nabij’ het team staan, de verandering meer merkbaar is. Leiders geven steeds meer het goede voorbeeld en laten medewerkers met vertrouwen initiatief nemen. Actiepunt 8 - Doorontwikkeling Opgavegericht Werken De werkwijze opgavegericht werken is nader uitgerold binnen de organisatie. Een gedetailleerd overzicht van opgaven is opgesteld. De samenwerking met externe partijen is versterkt en heeft de effectiviteit van opgavegericht werken verder verbeterd. Project-, proces-, programma- en portfoliomanagement wordt in samenhang (door)ontwikkeld, geïmplementeerd en verankerd middels uniforme werkwijzen. Hierdoor worden we, steeds meer, een lerende omgeving, waar theorie en praktijk samenkomen. Actiepunt 9 - Inrichten Planbureau Er zijn verkennende gesprekken gevoerd over de behoefte aan een planbureau. Deze gesprekken hebben geleid tot een beter begrip van de rol van het planbureau, met focus op het beheren van opgaven, middelen en capaciteit in relatie tot de bestuurlijke termijnkalender. Het daadwerkelijke inrichten van het planbureau zal in 2026 verder vorm krijgen. Actiepunt 10 - Groei en Ambitie In 2025 is er geen vervolg geweest op dit actiepunt omdat eerder is vastgesteld dat de huidige functiebeschrijvingen de organisatie goed ondersteunen.

De resultaten van 2025 bieden een stevige basis voor de verdere ontwikkeling van de organisatie in 2026, met nadruk op koersbepaling, project-, proces-, programma, en portfolio optimalisatie, samenwerking over de teams heen en sterk leiderschap, waarbij het persoonlijk leiderschap van medewerkers niet wordt vergeten.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

71

Planning & Control en Financiën In 2025 is verder gewerkt aan het versterken van de financiële functie en het verbeteren van de planning- en controlcyclus. Na een periode waarin systeemwijzigingen, capaciteitsdruk en procesaanpassingen een groot beroep deden op de organisatie, heeft het jaar 2025 in belangrijke mate in het teken gestaan van het herstellen van stabiliteit en het leggen van een betrouwbare basis voor financiële sturing. De focus lag op het vergroten van de voorspelbaarheid en kwaliteit van financiële informatie, het verbeteren van processen en het versterken van de rol van financiën binnen de organisatie. Daarbij is nadrukkelijk ingezet op het verder professionaliseren van de planning- en controlcyclus, zodat deze niet alleen voldoet aan de formele vereisten, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan tijdige en goed onderbouwde bestuurlijke besluitvorming. Een belangrijke ontwikkeling die in het vierde kwartaal van 2025 is gestart is de doorontwikkeling naar een meer planmatige en jaarrond ingerichte P&C-cyclus. De samenhang tussen begroting, tussentijdse rapportages en jaarrekening zal verder verbeteren en wordt er gewerkt aan een duidelijkere aansluiting tussen beleidsdoelen, prestaties en financiële middelen. Dit moet bijgedragen aan een hogere informatiewaarde van de P&C-producten en meer transparantie richting bestuur en raad.

Daarnaast is ingezet op het versterken van de financiële beheersing. Er zijn stappen gezet in het verkrijgen van beter inzicht in personeelskosten, formatie en bezetting, evenals in de financiële positie en risico’s van verbonden partijen. Ook is gewerkt aan het verbeteren van de monitoring van verplichtingen en de naleving van interne afspraken, wat bijdraagt aan de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van de financiële administratie. Op het gebied van treasury is in 2025 gestart met het versterken van de inrichting en borging van deze functie, met als doel meer grip te krijgen op liquiditeitsstromen, financiering en financiële risico’s. Tevens zijn voorbereidingen getroffen voor de toekomstige vervanging van het financiële systeem, gericht op verdere integratie van processen en het verminderen van foutgevoelige handmatige handelingen. Ook is in het vierde kwartaal van 2025 in samenspraak met de directie gestart met een verdere ontwikkeling van d rol van team Financiën in lijn met de visie op control en het Three Lines Model. Hierbij vervult het team niet alleen een ondersteunende rol, maar ook een kaderstellende, adviserende en controlerende functie richting management, directie en bestuur. Businesscontrol wordt daarbij verder in positie gebracht om proactief bij te dragen aan sturing en besluitvorming.

Tot slot is in 2025 aandacht besteed aan teamontwikkeling, kennisversterking en het verminderen van kwetsbaarheden in de bezetting. Dit vormt een belangrijke randvoorwaarde voor een toekomstbestendige financiële functie. De ingezette ontwikkelingen vormen de basis voor verdere professionalisering in 2026, waarbij stabiliteit, beheersing en voorspelbaarheid centraal blijven staan.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

72

Informatieveiligheid Informatiebeveiliging en Privacy Informatieveiligheid en zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens zijn onderdeel uit van een zorgvuldig werkende overheid. Op het gebied van informatiebeveiliging en zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens waren in 2025 de volgende doelen gesteld: 1. De gemeente opereert volledig volgens de eisen van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), in voorbereiding op de NIS2 en BIO2 (wettelijke bepalingen op informatieveiligheid en digitale weerbaarheid), waarin de afhankelijkheid is bedrijf kritische processen, risicoanalyse(s), de voorbereidingen hiervan zijn in volle gang. Hierin het uitgangspunt uitzetten naar implementatietrajecten wat bepalend is voor de inzet van middelen (capaciteit van medewerkers, budget en tijd). 2.

De groei van de volwassenheid binnen de gemeente Den Helder op het gebied van gegevensbescherming en zorgvuldige verwerking van persoonsgegevens. Deze bevindt zich op het niveau 'beheerst' (schaal 3 op een schaal van 5).

3.

De gemeente verhoogt planmatig en gestructureerd de informatiebeveiliging en bescherming van persoonsgegevens door het verhogen van de kennis van medewerkers, en zet in op het verbeteren van houding en het gedrag. Niet alleen via e-learning maar ook via opleidingen informatieveiligheid binnen je werk en werkomgeving (specifiek voor diverse rollen) De gemeente maakt dit meetbaar.

4.

De gemeente Den Helder slaagt voor verplichte audits en inspecties op het gebied van informatieveiligheid en verwerken van politiegegevens.

5.

Verder verstevigen en inrichten van de privacyorganisatie met inzet van een privacy officer.

6.

Actualiseren van het verwerkingsregister en tijdig uitvoeren van DPIA’s.

Uitvoering doelen in 2025 1. De gemeente opereert volgens de eisen van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). In 2026 gaan gemeente(n) over van BIO1 naar BIO2 waar de essentie van technische insteek van informatieveiligheid meer naar risicomanagement gaat en de risicobeheersing over alle lagen in de organisatie. Meer van techniek naar processen. In 2025 heeft hiervan al een GAP-analyse plaatsgevonden en is er een Governance Risk en Control tool (GRC) aangeschaft met de bijbehorende normenkaders. De implementatie hiervan zal verder in 2026 plaatsvinden. Het geeft meer inzicht aan je compliance op de normen BIO2 en NIS2, maar ook naar BCM. Daarnaast is er aandacht geweest op de implementatie van de NIS2 en de bijbehorende verplichtingen van de gemeente. Hierop wordt in 2025, en in 2026 (2025 zijn delen afgerond maar niet alles) verder op geacteerd om december 2026 voldoende te zijn voorbereid op de inwerkingtreding van de NIS2, waaronder het verplichte karakter van de BIO2. Gezien het programma BIO2 en NIS2, zal er op gebied van capaciteit bij informatieveiligheid wel een uitbreiding nodig zijn om ook de risicobeheersing goed te kunnen faciliteren. 2. De volwassenheid van de organisatie op het gebied van bescherming van informatie en persoonsgegevens bevindt zich op het niveau beheerst.

Uit onderzoek, (Rekenkamerrapport ‘informatieveiligheid’, 2023) is gebleken dat de taakvolwassenheid van de organisatie op het gebeid van informatieveiligheid en privacy groeipotentie heeft om op het niveau van beheerst te komen. In 2024 zijn plannen gemaakt om het team Informatieveiligheid en Privacy uit te breiden met een privacyofficer en information security officer om de organisatie op tactisch en operationeel niveau te versterken. In 2026 wordt ingezet op een groei in de taakvolwassenheid naar het beoogde niveau ‘beheerst’. 3. De gemeente verhoogt planmatig de informatiebeveiliging door het verhogen van de kennis van medewerkers en zet in op het verbeteren van de houding en het gedrag op gebied van iBewustzijn. De gemeente maakt dit meetbaar.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

73

Sinds 2021 werkt de gemeente met een communicatieplan en per 2022 de gemeente gestructureerd en planmatig activiteiten uit die de kennis van, en houding en gedrag ten aanzien van informatiebeveiliging en zorgvuldig verwerken van persoonsgegevens verhogen. De medewerkers worden met een i-bewustzijnscampagne (online trainingen, micro-learnings en modules) getraind in het bewust veilig en zorgvuldig omgaan met informatie en persoonsgegevens. In 2024 is een nieuw informatiebeveiligings-bewustzijnsprogramma voor de hele organisatie in gebruik wordt genomen. De resultaten van de toetsen van kennis van informatieveiligheid en privacybescherming worden gemeten en teruggevonden in dashboards waardoor inzichtelijk wordt op welke gebieden de medewerkers aanvullend training of kennis nodig hebben. Naast een generieke aanpak blijft de gemeente investeren in kennis van de individuele medewerker als voor de rol van de medewerker meer specialistische kennis van informatieveiligheid en bescherming van de privacy vereist is. Voor 2026 is er een oplegnotitie gemaakt en zal een DT-voorstel worden ingediend om BIO2 en NIS2 meer te laten integreren in uitvoerende werkzaamheden binnen diverse rollen en afdelingen. 4. De gemeente Den Helder slaagt voor verplichte audits en inspecties. De gemeente verantwoordt zich jaarlijks over informatiebeveiliging en – kwaliteit middels (verplichte) ENSIA.

Dat staat voor Eenduidige Normatiek Single Information Audit. De focus van ENSIA ligt op het afleggen van verantwoording van voldoen aan de ENSIA-normen aan de gemeenteraad en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Over 2024 is gemeente Den Helder deels geslaagd voor de ENSIA. De resultaten van de ENSIA-audit 2025 worden eind maart 2026 verwacht. Gezien de samenwerking met de vorige auditor niet goed verliep is er gekozen voor een nieuwe auditor die de gemeente Den Helder ook meer faciliteert. De verwachting is dat de ENSIA-audits zwaarder worden op gebied van BIO2 en NIS2 in het verantwoordingsjaar 2026, en dat hierbij meer inzet bij benodigd zal zijn. Daarnaast verantwoordt de gemeente zich jaarlijks aan het college van burgemeester en wethouders over de zorgvuldige omgang met politiegegevens, wettelijk verplicht gesteld in de Wet politiegegevens. De audit op de zorgvuldige verwerking van politiegegevens over 2024 laat, ten opzichte van de resultaten van de audit 2022 en 2023, een stijgende lijn zien in het (aantoonbaar) voldoen aan zorgvuldige verwerking van politiegegevens. De resultaten van de audit 2024, uitgevoerd door een extern gecertificeerd auditor, worden (wettelijke verplichting Wet politiegegevens) aangeleverd bij de Autoriteit Persoonsgegevens. 5. Verder verstevigen en inrichten van de privacyorganisatie met inzet van een privacy officer.

In het kader van de versterking van governance en compliance is in het verslagjaar een Privacy Officer aangesteld. Tevens is daarmee een begin gemaakt met het verder inrichten van de privacyorganisatie waarmee verantwoordelijkheden, processen en toezicht op het gebied van gegevensbescherming structureel worden verankerd in de organisatie. 6. Actualiseren van het verwerkingsregister en tijdig uitvoeren van DPIA's In het verslagjaar is een aanvang gemaakt met de verbetering van het verwerkingsregister. Tevens zijn de eerste Data Protection Impact Assessments (DPIA’s) structureel afgenomen waarmee verder borging van privacyrisico’s is gerealiseerd.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

74

Rekenkameronderzoek Door de Rekenkamer zijn in 2025 de volgende onderzoeken gestart/afgerond: In 2025 is allereerst het DoeMee-onderzoek 2024 van de Vereniging van Rekenkamers over de Energiebesparingsplicht afgerond. Het resultaat is in april naar de raad gestuurd. In 2025 zijn daarnaast de volgende onderzoeken afgerond, uitgevoerd en deels afgerond: • Niveau Voorzieningen: Afgerond middels een rekenkamerbrief in de commissievergadering Bestuur en Middelen van 1 december 2025. • Social Return on Investment (SROI): De ambtelijke en bestuurlijke reacties op het eindrapport zijn ontvangen. Het raadsvoorstel is besproken in de commissievergadering van 6 januari 2026. Hierin heeft de rekenkamer een voorstel gedaan tot meer coördinatie op het SROI-proces, het opstellen van een SROI-uitvoeringsplan en het jaarlijks ontvangen van een voortgangsrapportage. • DoeMee-onderzoek Onderbesteding: De vragenlijsten zijn ingevuld en de interviews zijn afgenomen. Het onderzoeksteam van de VvR heeft meer tijd dan gepland nodig voor verwerking van alle informatie. Het eindrapport wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2026. • Maatschappelijk Vastgoed: het eindrapport is op 18 december 2025 doorgestuurd voor een ambtelijke reactie. Het onderwerp staat geagendeerd voor de commissievergadering Bestuur en Middelen van 18 mei 2026. De informatieplicht wat vastgelegd in de verordening: 1.

De griffie verstrekt de raad jaarlijks in het jaarverslag van de griffie een overzicht van de aan de raad gedane voorstellen van de Rekenkamer welke door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf moeten worden uitgevoerd, vergezeld van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven. 2. Het college verstrekt de raad jaarlijks via de paragraaf Bedrijfsvoering van de jaarrekening een overzicht van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.

Onderzoeken artikel 213a In de gemeentewet is in artikel 213a bepaalt dat het college verplicht is periodiek onderzoek te doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door haar gevoerde bestuur. Hierover wordt in de paragraaf bedrijfsvoering gerapporteerd. Deze rapportage is vastgelegd in de Financiële verordening 2024, artikel 15, lid 3b. In 2025 is geen afzonderlijke onderzoek gestart, de aandacht is uitgegaan naar de actualisatie van de drie beleidskaders (weerstandsvermogen, lokale heffingen en treasury.) De bevindingen hierin zijn in 2024 besproken en getoetst in de auditcommissie. De beleidskaders voor deze paragrafen zijn vervolgens in 2025 aangeboden aan de gemeenteraad ter vaststelling.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

75

Toelichting rechtmatigheidsverantwoording In dit deel van de paragraaf bedrijfsvoering geeft de organisatie een toelichting op de rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden per rechtmatigheidscriterium. Hierbij geeft de organisatie aan welke verbetermaatregelen zij gaat treffen om rechtmatig handelen in de toekomst te borgen. In de rechtmatigheidsverantwoording legt het college verantwoording af over de volgende drie rechtmatigheidscriteria: • Begrotingsrechtmatigheid: handelt het college binnen de door de raad beschikbaar gestelde budgetten en kredieten. • Voorwaardencriterium: zijn de baten, lasten en balansmutaties in overeenstemming met wet- en regelgeving tot stand gekomen? • Misbruik en oneigenlijk gebruik: zijn in (de uitvoering van) het beleid voldoende waarborgen opgenomen om misbruik of oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving te voorkomen of tegen te gaan? De geconstateerde afwijkingen betreffen: Begrotingscriterium

x 1.000

1A

Overschrijding lasten programma's Programma 1 Samenwerkende gemeente - € 3.205

€ 3.205

1B

Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten) Voor de in 2025 afgesloten investeringsbudgetten (kredieten) is geen sprake van overschrijdingen groter dan € 100.000

€0

2

Ongeautoriseerde reservemutaties

€0

3

Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten, investeringen en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld.

€0

Totaal begrotingsonrechtmatigheden

€ 3.205

Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid. In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verwezen naar dit vooraf vastgestelde beleid.

€ 3.205

Totaal van de niet ‐acceptabele begrotingsonrechtmatigheden. Inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht.

€0

4

Voorwaardencriterium 5

Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed. Inhoudelijk in de rechtmatigheidsverantwoording en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht.

€ 574

M&O criterium 6

Geen bevindingen. Totaal Onrechtmatigheden

€ 3.779

Waarvan acceptabel

€ 3.205

Waarvan niet-acceptabel

€ 574

Begrotingscriterium In de begroting zijn de door de raad beschikbaar en vastgestelde budgetten en kredieten opgenomen. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting, waarbij het juiste programma, de omvang van het begrotingsbedrag, alsmede het begrotingsjaar van belang zijn. De organisatie heeft de

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

76

begrotingsrechtmatigheid gecontroleerd. De toe te passen normen voor het begrotingscriterium zijn opgenomen in de financiële verordening Gemeente Den Helder 2024. Voor programma 1, Samenwerkende gemeente, is een overschrijding van de lasten geconstateerd die met name betrekking heeft op de waardering van de getroffen voorziening voor de overdracht van de pensioenen van (voormalig) wethouders aan het ABP per 1 januari 2028. De waardering is gebaseerd op de stellige uitspraak van 3 december 2025 van de Commissie BBV betreft de verwerking van pensioenaanspraken voor politieke ambtsdragers in het kader van de Wet toekomst pensioenen. In het licht van de financiële verordening is deze overschrijding acceptabel (artikel 19, lid 3b onvoorziene verplichte uitgaven). Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de naleving van eisen/voorwaarden uit diverse interne en externe regelgeving bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De organisatie heeft hierbij getoetst of de baten, lasten en balansmutaties tot stand zijn gekomen in overeenstemming met wet- en regelgeving. Met betrekking tot het proces inkopen en aanbesteden zijn zes onrechtmatigheden geconstateerd van totaal € 574.853,02. Twee rechtmatigheidsfouten hebben betrekking op het laten doorlopen van twee contracten in het Sociaal Domein die in 2020 reeds als onrechtmatig zijn opgenomen.

Er is bewust gekozen om deze contracten niet opnieuw aan te besteden, omdat het gaat om aflopende contracten. Eén rechtmatigheidsfout heeft betrekking op het laten doorlopen van een opdracht die in 2024 als onrechtmatig is opgenomen. Inmiddels is de dienstverlening beëindigd. Eén rechtmatigheidsfout heeft betrekking op een verlengingsopdracht die is verstrekt bij een beëindigde overeenkomst die eerder was gegund via een Europees openbare aanbesteding. Na de einddatum te hebben bereikt van het contract dat volgde uit de oorspronkelijke aanbesteding, kan niet opnieuw worden verlengd. Inmiddels worden de voorbereidingen getroffen om een nieuw aanbestedingstraject te starten. Twee rechtmatigheidsfouten hebben betrekking op een onjuist gevolgde aanbestedingsprocedure. Er is enkelvoudig aanbesteed in plaats van Europees. De raming van de opdrachten inclusief mogelijke verlengingsopdrachten heeft onvoldoende plaatsgevonden. De dienstverlening dient op een juiste wijze te worden aanbesteed. Passende vervolgstappen zijn in gang gezet. Om in het vervolg onrechtmatigheden te voorkomen, is extra aandacht voor het budgetbeheer en inkoop en aanbesteding en de bijhorende interne procedures. Er is organisatiebreed benadrukt om Inkoop te betrekken bij op te starten aanbestedingen.

Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium Op het moment dat overheidsgelden worden gebruikt voor een doel waarvoor deze niet bestemd zijn, is sprake van misbruik of oneigenlijk gebruik. Misbruik en oneigenlijk gebruik gaan over het handelen door derden, organisaties of inwoners. Het verschil tussen misbruik en oneigenlijk gebruik is dat bij oneigenlijk gebruik feitelijk wel gehandeld wordt in overeenstemming met wet- en regelgeving, maar dat er gebruik gemaakt wordt van de ‘mazen van de wet’. Bij misbruik is er sprake van onrechtmatig handelen, omdat er opzettelijk, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekking van gegevens plaatsvindt met als doel ten onrechte overheidsgeld te verkrijgen dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. De organisatie heeft getoetst of in de uitvoering van het beleid voldoende waarborgen zijn opgenomen om misbruik of oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving te voorkomen of tegen te gaan. Uit de controle blijken geen onrechtmatigheden in het kader van misbruik en oneigenlijk gebruik. Misbruik en oneigenlijk gebruik is mede via de gemeentelijke regelgeving ingebed in de processen van de organisatieonderdelen. Dit doet de gemeente door in regelgeving heldere definities en een nauwkeurige omschrijving van doel en doelgroepen te geven en door rechten, plichten en voorwaarden op te nemen in de regelgeving.

Ook in de beschikkingen vermeldt de gemeente de rechten, plichten, voorwaarden en mogelijke maatregelen en er vindt toetsing op juistheid en volledigheid van de door derden verstrekte informatie plaats vóór het moment van beschikken, betalen of ontvangen van een voorziening, vergunning of uitkering.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

77

Verbonden partijen Algemeen De gemeente Den Helder werkt op vele fronten samen. Binnen dit scala aan samenwerkingsvormen zijn verbonden partijen de (zelfstandige) organisaties waaraan de gemeente zich bestuurlijk én financieel verbonden heeft. Een verbonden partij komt tot stand wanneer een publiek belang aan de orde is bij de uitvoering van een taak, die de gemeente niet per se zelf hoeft uit te voeren, en andere instrumenten, zoals inkoop of subsidie, niet toereikend zijn. Het heeft in dat geval een meerwaarde om een zelfstandige organisatievorm te kiezen die het beste past bij de publieke taak. En deze taak bepaalt dan of een publiekrechtelijke, of een privaatrechtelijke organisatie passend is. De definitie van een verbonden partij, zoals opgenomen in het BBV luidt als volgt: ‘een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie, waarin de provincie of de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft’. Publiekrechtelijke organisaties zijn de gemeenschappelijke regelingen die op grond van de Wet Gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in het leven zijn geroepen. Privaatrechtelijke organisaties zijn, onder andere, stichtingen, vennootschappen en verenigingen en vinden hun wettelijke bepalingen in het Burgerlijk Wetboek. Een gemeente heeft een bestuurlijk belang als zij zeggenschap heeft, dit kan door: • •

Het hebben van een zetel in het bestuur door een vertegenwoordiger van de gemeente, of Het hebben van stemrecht.

Een gemeente heeft een financieel belang als zij middelen ter beschikking heeft gesteld die: • •

verloren gaat in geval van faillissement van de verbonden partij (leningen/aandelenkapitaal) en/of waarvoor de gemeente aansprakelijk gesteld kan worden (borgstellingen/garanties).

Relevante beleidskaders •

Het beleidskader Verbonden partijen (vastgesteld, juni 2018)

•

Informatievoorziening door gemeenschappelijke regelingen (vastgesteld 22 januari 2018)

Overzicht verbonden partijen: In de onderstaande tabel worden alle verbonden partijen weergegeven. Uit de tabel blijkt het aandeel van de gemeente in de partij en de bijdrage die in de begroting is opgenomen. Tevens is zichtbaar de verantwoordelijk portefeuillehouder, het omvang van de deelneming van de gemeente in risicodragend kapitaal (gestorte aandelen en agio). Tot slot is een risicoduiding opgenomen. De partijen zijn elk afzonderlijk uitgebreid toegelicht (inclusief beschrijven van het algemene doel) in de bijlage verbonden partijen . Risicoduiding verbonden partijen In de tabel is met een letter aangegeven welke risicobeeld de gemeente heeft bij de verbonden partijen. De tabel bevat nog de rekeningcijfers 2024. De jaarverslagen moeten nog worden ontvangen en vastgesteld. A De verbonden partij heeft geen verbijzonderd risico. De bijdrage aan de partij is onderdeel van de begroting van de gemeente en er is geen risicodragend kapitaal ingebracht. Veelal is er sprake van een gemeenschappelijke regeling. B De verbonden partij is een BV of NV, de gemeente heeft een financieel belang en de partij is gezond. C De verbonden partij is een BV of NV, de gemeente heeft een financieel belang en het ingebrachte risicodragende kapitaal staat onder druk, dan er is sprake van bijzondere ontwikkelingen. Er is sprake van een bijzonder risico.

Wijzigingen in de structuur van de verbonden partij, of belangrijke wijzigingen in de opdracht en samenwerkingen maken ook dat een partij kan worden aangemerkt als risicobeeld C. In deze paragraaf staan we apart stil bij de benadering van de verbonden partijen met risicoclassificatie C. Dit betreft: • •

Willemsoord/Stichting Erfgoed Den Helder Zeestad

•

Luchthaven Den Helder BV/Den Helder Airport CV.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

78

Willemsoord BV./Stichting Erfgoed Den Helder In 2019 is besloten om belangrijke onderdelen van het erfgoed in Den Helder onder te brengen bij de Stichting Erfgoed Den Helder (SEDH). Het betreft delen die in beheer zijn bij de SEDH en bij Willemsoord bv (WObv). WObv bleef als 100% deelneming van de gemeente als afzonderlijke (vastgoed) Bv. bestaan, terwijl het beheer en het personeel werd ondergebracht bij de stichting Erfgoed, waarmee de gemeente een subsidierelatie onderhoudt. Omdat het in stand houden van het monumentale erfgoed meer kost dan gedacht heeft adviesbureau Panteia eind 2023 een onderzoek uitgevoerd naar de voorwaarden die nodig zijn om het erfgoed in stand te houden. Naar aanleiding hiervan worden organisatorische aanpassingen doorgevoerd en zijn er vanaf 2025 extra middelen beschikbaar gesteld voor het in standhouden en ontwikkelen van het monumentaal erfgoed. Zeestad BV/CV In 2007 is Zeestad als zelfstandige ontwikkelbedrijf opgericht. Zeestad is betrokken bij de stedelijke vernieuwing van Den Helder voor de plangebieden Stadshart, Stelling van Den Helder en Nieuw Den Helder Centrum. De provincie Noord-Holland, de gemeente Den Helder en Zeestad BV zijn de aandeelhouders van Zeestad CV/BV. De onderhanden projecten in deze gebieden worden in de komende jaren afgerond.

De provincie Noord-Holland heeft in 2024 aangegeven zich eind 2024 terug te trekken als aandeelhouder van Zeestad CV/BV, maar de financiële toezeggingen m.b.t. de lopende projecten waar zij zich aan verbonden heeft gestand zal doen. Met het terugtreden van de provincie en de overdracht van de aandelen aan de gemeente, incl. het commanditaire aandeel (€ 1 nominaal) van de provincie in Zeestad C.V., heeft de gemeente 100% van de aandelen van Zeestad BV/CV. Luchthaven Den Helder BV/Den Helder Airport CV De financiële vermogenspositie van Luchthaven Den Helder BV (LDH) is in de afgelopen jaren relatief goed geweest. De verwachting is dat de resultaten in de komende jaren aanzienlijk zullen verslechteren als gevolg van dalende vliegbewegingen in de olie & gas industrie en de vanaf 1 januari 2026 fors verhoogde bijdrage voor het medegebruik van de luchthaven die haar 50% dochteronderneming Den Helder Airport CV (DHA) aan het Rijks vastgoed Bedrijf (RVB) moet gaan betalen. Deze verhoging wordt ingegeven door de verplichting om een marktconforme vergoeding te vragen, zoals voorgeschreven door de Wet Markt en Overheid.

De verhoging van de te betalen vergoeding is voor DHA dusdanig dat zonder concreet toekomstperspectief deze (nieuwe) financiële verplichting onhoudbaar is en het voortbestaan van (het civiele deel) van de luchthaven in het geding is, tenzij DHA door het ontwikkelen van nieuwe activiteiten en investeringen in staat is de financiële positie van de luchthaven te versterken. Een mogelijke oplossingsrichting kan worden gevonden in samenwerking met de provincie Noord-Holland, het ministerie van Defensie en andere relevante ministeries. Progr. Portefeuille houder

Overzicht verbonden partijen

Aandeel Bijdrage in 2025

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

a

a

Risico

Bedragen x € 1.000

Gemeenschappelijke Regelingen

a a

a

a

Gesubsidieerde arbeid Kop van Noord-Holland (GrGA)

2 N. Nanning

33,3%

9.722

350

3.065

A

Veiligheidsregio Noord-Holland-Noord

3 J. de Boer

8,3%

4.132

5.135

48.362

A

Regionaal Historisch Centrum Alkmaar (RHCA)

4 F. Camara

12,5%

301

396

1.227

A

GGD Hollands Noorden

2 N. Nanning

8,1 %

4.639

1.910

24.649

A

Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN)

3 N. Nanning

5,49%

1.690

3.566

6.759

A

Cocensus

1 O.Wagner

7,1%

994

177

0

A

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

a

79

Progr. Portefeuille houder

Overzicht verbonden partijen

Aandeel Bijdrage in 2025

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

a

a

Risico

Bedragen x € 1.000

Stichtingen en Verenigingen

a

Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)

a

1 n.v.t.

Deelnemingen Den Helder (BV's, NV's en CV's) a

a

a a

0,3%

94

a a

56.306

a

a

118.850

A

a

a

Ontwikkelings- en Exploitatiemaatschappij Willemsoord BV

3 N. Nanning

100%

0

5.215

18.241

C

NV Port of Den Helder

3 F. Camara

100%

700

26.826

32.751

B

Luchthaven Den Helder BV

3 F. Camara

100%

0

8.025

6

C

Zeestad CV

3 N. Nanning

99%

0

0

68.025

C

Zeestad BV

3 N. Nanning

100%

0

18

0

C

Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord

3 O.Wagner

5,9%

155

1.204

3.628

A

ROM Inwest

3 O. Wagner

5,2%

22

0

0

A

NV HVC

4 N. Nanning

3,02%

0

255.575

966.359

A

NV Alliander

1 O.Wagner

0,35%

976

6.203

4.568

A

Bank Nederlandse gemeenten

1 O.Wagner

0,4%

0

480.000

7.200.000

A

Overige

a

Mobipunten

a

a

3 O. Wagner

a

a

a a

33%

a a

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

a

-99

a

415

a

a

9

a

A

a

80

Grondbeleid Algemeen In de paragraaf grondbeleid staat de wijze waarop de gemeente haar grondbeleid uitvoert en heeft uitgevoerd. We geven een actuele prognose van de te verwachten resultaten van alle grondexploitaties die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Daarnaast brengen we de financiële risico’s voor de vastgestelde grondexploitaties in beeld.

Visie Het grond- en vastgoedbeleid staat in dienst van de ambities van de stad. Het is geen doel op zichzelf maar een middel om de visie op de stad te realiseren. Deze visie hebben wij vastgelegd in diverse beleidskaders en in de programmabegroting. De omgevingsvisie speelt een belangrijke rol in het geven van meer kader aan de ontwikkelingen waar Den Helder voor staat. Het gemeentelijk grondbeleid is vastgelegd in beleidskader Nota Grondbeleid 2025 en in het beleidskader Nota Vastgoed 2026-2029. Beide nota’s zijn in de raad van 15 december vastgesteld. Den Helder kent een aantal grote ruimtelijke en economische opgaven en ontwikkelingen zoals: • Woningbouw conform de afspraken in de Woondeal 2022-2030 waarbij door het toevoegen van woningen meer balans in de woningvoorraad ontstaat tussen buurten en in doelgroepen in buurten; • het versterken van de nationale veiligheid, haveneconomie, bereikbaarheid en maritieme stadsontwikkeling in het Maritiem Cluster; • Vervolg geven aan de stedelijke vernieuwing in het Stadshart en Willemsoord; • faciliteren van nieuwe bedrijvigheid rondom de energietransitie op bedrijventerreinen Kooypunt en Oostoever; • Het versterken van de sociale en fysieke structuur van een aantal woonbuurten waar verschillende sociaal maatschappelijke vraagstukken spelen. Voor al deze vraagstukken is een goede ruimteverdeling nodig.

De gemeente wil met het nieuwe grondbeleid meer regie nemen bij het realiseren van haar ruimtelijke en economische ambities. Daarbij gaat het om het verder ontwikkelen van Den Helder als aantrekkelijke gemeente voor bewoners, ondernemers en bezoekers, het waarborgen van een gezonde en veilige leefomgeving, het versterken van de bestaande omgeving en het toekomstbestendig inrichten van de leefomgeving.

Wijze van grondbeleid Voor de opgaven die Den Helder kent is gekozen om als uitgangspunt een anticiperend situationeel grondbeleid te hanteren, waarbij per gebiedsontwikkeling strategisch wordt gekozen voor een actieve of faciliterende rol. Het beleid bepaalt hoe de gemeente deelneemt aan de grondmarkt en welke instrumenten worden ingezet. De gemeente kan kiezen voor actief grondbeleid, waarbij zij zelf gronden verwerft en ontwikkelt, of voor faciliterend grondbeleid, waarbij private partijen de ontwikkeling op zich nemen en de gemeente vooral kaders stelt en kosten verhaalt. Tussen deze uitersten zijn verschillende tussenvormen mogelijk, zoals publiek-private samenwerking (PPS). De keuze voor een type grondbeleid wordt per project gemaakt aan de hand van een afwegingskader, waarin factoren als maatschappelijk belang, eigendomssituatie, marktbereidheid, financiële impact en risico’s worden meegewogen. De financiële beheersing en verantwoording zijn essentieel bij het voeren van grondbeleid.

Uitgangspunt is dat toekomstige ontwikkelingen per saldo een waardevolle en duurzame toevoeging moeten zijn voor de omgeving (mens en natuur) en zo min mogelijk negatieve effecten hebben op de omgeving. Onder de nieuwe Omgevingswet wordt een grondontwikkeling gezien als onderdeel van een gebiedsvisie. Dit betekent dat het integraal resultaat uitgangspunt vormt bij een gebiedsontwikkeling. Het gaat daarbij om zowel het financieel resultaat als het maatschappelijk resultaat. Verschillende ontwikkelingen of wensen in een gebied kunnen we met elkaar in verbinding brengen, ook buiten de plangrenzen van het feitelijke ontwikkelingsgebied. Daarbij kijken we of er kostendragers in een gebied aanwezig zijn die ertoe kunnen leiden dat we gewenste maatschappelijke en/of ruimtelijke ontwikkelingen in samenhang kunnen realiseren.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

81

Gronden per 1 januari in ontwikkeling genomen Overzicht lopende grondexploitaties Onderstaand geven we een overzicht van het geprognosticeerde planresultaat op eindwaarde van de per 1 januari 2026 in exploitatie genomen gronden. Het betreft de projecten Willem Alexanderhof, Molenwerf, Tillenhof en Station Zuid waarvoor de grondexploitaties al langer lopen en de op 6 oktober 2025 vastgestelde grondexploitatie voor het project Ruyghweg. Omschrijving (bedragen *€ 1.000

Boekwaarde 31/12/2025

Nog te maken kosten

Nog te maken baten

Rente

Waarde einddatum

Verliesvoorziening

Einddatum grex

Molenwerf

901

116

0

6

1.023

-1.023

2026

W.A. Hof

16.350

6.247

13.110

303

9.790

-9.790

2028

Tillenhof

448

575

1.033

4

-6

2028

Station-Zuid

640

3.876

4.521

2

-3

2028

Ruyghweg

879

3.719

5.303

78

-627

2029

19.218

14.533

23.934

393

10.127

Totaal

-10.813

Bovenstaand resultaat is inclusief de getroffen voorzieningen van € 10.813.435 (voorziening is bepaald op eindwaarde in afwijking van de vastgestelde Nota Grondbeleid). Analyse Onderstaand geven we een analyse van het planresultaat van de gronden die we in exploitatie genomen hebben per 1 januari 2026. De grondexploitaties van plangebieden rekenen we door met parameters voor rente, kostenstijging en opbrengstenstijging om het resultaat van kosten en opbrengsten op einddatum te kunnen berekenen. Vervolgens maken we het resultaat contant (NCW) naar een gewenste peildatum (meestal het begin van het lopend jaar) en bepalen we de eventuele verliesvoorziening op eindwaarde. We hebben de volgende parameters gehanteerd: • •

Rente 0,60% Willem-Alexander Hof: kostenstijging 2% en 3% en de opbrengstenstijging varieert van 0,5% en 1,5%.

•

Molenwerf: kostenstijging 5%, opbrengstenstijging 2,0%

• •

Tillenhof en Station-Zuid: kostenstijgingen variabel, opbrengstenstijging 1,5% Ruyghweg: kostenstijging 2%, opbrengstenstijging 2%

We hebben de grondexploitaties op netto contante waarde (NCW) gebracht met een disconteringsvoet van 2% conform de regelgeving BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). BBV De richtlijnen voor het BBV zijn een belangrijk instrument om de eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV te bevorderen. Voor de grondexploitaties zijn de volgende richtlijnen, waarvan verwacht wordt dat deze opgevolgd worden, het belangrijkst: • Om de risico’s die samenhangen met zeer lang lopende projecten te beperken mag de looptijd van een grondexploitatiecomplex in beginsel maximaal 10 jaar bedragen. Indien een langere looptijd noodzakelijk is, is er een informatieplicht vanuit het college naar de raad. Aangegeven moet dan worden wat de motivatie is voor de langere looptijd en een overzicht met onderbouwing van de risicobeperkende maatregelen. Deze moeten in de begroting en jaarstukken worden vermeld. Voor Den Helder geldt dat de huidige grondexploitaties binnen 10 jaar worden afgesloten. • De toegestane toe te rekenen rente aan bouwgrond in exploitatie is gelijk aan de omslagrente zoals vastgesteld in de begroting. Dit is conform de notitie grondexploitaties van de Commissie BBV 2023. • De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde voor het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties wordt voor alle gemeenten gelijk gesteld.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

82

Risicobeheersing Aan gebieden die we in ontwikkeling nemen, zijn risico’s verbonden, zoals: • Tegenvallende grondverkopen, waardoor de exploitatieperiode langer wordt. • •

Afwaardering van de grondprijzen door de actuele marktsituatie. Kostenstijgingen die optreden.

Andere voorbeelden van risico’s zijn: • •

Noodzakelijke, onverwachte investeringen. Veranderde wettelijke regelgeving.

• •

Planologische procedures die langer duren en daardoor vertragend en kostenverhogend werken. Netcongestie

Om de risico's te verkleinen wordt in de voorbereiding van een project zoveel mogelijk onderzoek gedaan en risico's in kaart gebracht. Om het risico van een langere doorlooptijd te verminderen zetten we in op het zoveel mogelijk parallel plannen. Zo wordt in het planontwikkelingsproces de ontwikkelingstijd beperkt gehouden. Dit betekent ook dat het project minder gevoelig is voor veranderingen in de marktsituatie, wijzigingen in de wetgeving en wisselingen in de bestuurssamenstelling en daarmee de richting van het bestuursakkoord. De gehanteerde risicoanalyse bestaat uit een opslag op de nog te maken kosten en een opslag op de nog te realiseren opbrengsten. Hieronder geven we het risico weer van de per 1 januari 2026 in exploitatie zijnde gronden. Het betreft het gebied Willem Alexanderhof en Molenwerf. Op 11 maart 2024 zijn de grondexploitaties Tillenhof en Station Zuid vastgesteld en op 6 oktober 2025 de grondexploitatie voor het project Ruyghweg. Complex (bedragen *€ 1.000) Willem Alexanderhof

Te realiseren kosten

Te realiseren opbrengsten

Risicoopslag 5,0%

Ontwikkelrisico

6.247

13.109

968

Molenwerf

116

0

6

Tillenhof

575

1.033

80

Station Zuid

3.876

4.521

420

Ruyghweg

3.719

5.303

451

Totaal gronden in exploitatie

14.533

23.966

1.925

Wij lopen voor de grondexploitaties een risico op onvoorziene financiële tegenvallers. Het risico is gerelateerd aan de nog te realiseren kosten en opbrengsten. Grootste risico’s schuilen aan de opbrengstenkant van de projecten. De opbrengsten zijn later in de tijd gefaseerd dan de investeringen. Een groot deel van de investeringen doen we vooraf (verwervingen, bouwrijp maken en dergelijke) om het mogelijk te maken grond te verkopen en opbrengsten te realiseren. Vertraging in het project en hierdoor het later realiseren van de opbrengsten hebben dan ook een negatief effect op het resultaat van het project. Willem Alexanderhof betreft een langdurige exploitatie waarbij een groot aantal woningen worden ontwikkeld. De grondexploitatie loopt wel richting het einde met nog een doorlooptijd tot en met 2028. Hier zijn in 2013 overeenkomsten over afgesloten. In Willem Alexanderhof moet van de totale kosten nog ca. 12% uitgevoerd worden. Aan de opbrengstenkant moet nog ca. 27% worden gerealiseerd. Voor het project Molenwerf zijn afspraken over de ontwikkeling vastgelegd in een overeenkomst. Het project en de grondexploitatie wordt in 2026 afgesloten. De woningen zijn ontwikkeld en het woonrijp maken wordt afgerond. Ook Tillenhof en Station Zuid zijn exploitaties met een relatief korte uitvoeringsperiode. Tillenhof staat op dit moment on hold.

Hiervoor moet een afweging in prioritering worden gemaakt of op dit moment voldoende capaciteit en middelen beschikbaar zijn om dit project verder te brengen. De koers voor dit project is gewijzigd omdat het eerst in samenwerking met Woningstichting plaatsvond. Voor Station Zuid vindt een heroriëntatie plaats op de grond- en vastgoedexploitatie in samenwerking met een ontwikkelaar om tot een haalbaar project te komen. In 2026 wordt hierover een voorstel ter besluitvorming voorgelegd. In 2025 is de grondexploitatie en stedenbouwkundig plan voor de Ruyghweg vastgesteld. Voor de Ruyghweg wordt de wijziging omgevingsplan voorbereid en heeft een marktconsultatie plaatsgevonden als voorbereiding voor de selectie van een ontwikkelaar. We hebben het totale ontwikkelrisico van de grondexploitaties ingeschat op een bedrag van € 1,9 miljoen. Dit risico is opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen.

Programmarekening 2025 Gemeente Den Helder

83

Gronden per 1-1-2025 niet in exploitatie genomen De gemeente heeft een aantal potentiële ontwikkelgronden in het bezit. • •

•

We hebben de Riepel (boekwaarde nihil) We hebben grond Westoever en Spoorweghaven (loods) aangekocht en gronden van NS/Prorail. Deze gronden hebben een toekomstige ontwikkelpotentie. Het gebied Spoorweghaven kent meerdere grondeigenaren. Op 6 oktober 2025 heeft de raad voor dit gebied een Ruimtelijke Visie en een Ontwikkelstrategie vastgesteld. De uitwerking hiervan vindt door Zeestad plaats. Zodra deze uitwerking gereed is, kan deze gebruikt worden als basis voor de gemeenteraad om de ruimtelijke en financiële kaders vast te stellen. Uitgegaan wordt van uitvoering rond 2030 maar dat is afhankelijk van afspraken met de grondeigenaren. De grondexploitatie Doggerswijk West is afgesloten. De grond vertegenwoordigt een waarde en is opgenomen onder materiële vaste activa. Het onderzoek naar flexwoningen heeft er toe geleid dat de realistische verwachting is dat op korte termijn geen sprake zal zijn van daadwerkelijke realisatie van woningen op De Dogger. Eerst moet duidelijk worden wat op deze locatie ruimtelijk, financieel en programmatisch nog wel en niet mogelijk is. Dit wordt uitgewerkt in een nadere verkenning en scenariostudie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.denhelder.nl/api/v1/meetings/2359/documents/27188