CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325468 Bijlage 3 BOPA Jacob Catsstraat 325

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning zorgwoningen Jacob Catsstraat 325 (RIS325468)9.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jacob Catsstraat 325 ‘s-Gravenhage Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Gemeente ‘s-Gravenhage

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht

Jacob Catsstraat 325 ‘s-Gravenhage

T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59

Gemeente ‘s-Gravenhage

info@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN: NL75RABO0385477481

Projectnummer: R202535 Versie: 2501f Datum: 8-12-2025 Auteur: Geaccordeerd:

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1.

Aanleiding ................................................................................................................................ 4

1.2.

OPA .......................................................................................................................................... 4

1.3.

Projectgebied ........................................................................................................................... 5

1.4.

Leeswijzer ................................................................................................................................ 5

Huidige situatie en voorbereiding .................................................................................................... 7 2.1.

Huidige situatie ........................................................................................................................ 7

2.2.

Voorbereiding .......................................................................................................................... 8

3.

Toekomstige situatie ........................................................................................................................ 9

4.

Visie & beleid ................................................................................................................................. 11

5.

6.

4.1.

Rijksbeleid .............................................................................................................................. 11

4.2.

Provinciaal beleid ................................................................................................................... 12

4.3.

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 15

Toetsing aan het omgevingsplan ................................................................................................... 17 5.1.

Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden............................................................................. 17

5.2.

Strijdigheden.......................................................................................................................... 17

5.3.

Omgeving ............................................................................................................................... 18

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu ...................................................................................... 19 6.1.

M.e.r.-beoordeling ................................................................................................................. 19

6.2.

Duurzaamheid en gezondheid ............................................................................................... 20

6.3.

Mobiliteit ............................................................................................................................... 21

6.4.

Natuurbescherming ............................................................................................................... 22

6.5.

Luchtkwaliteit en geur ........................................................................................................... 24

6.6.

Geluid..................................................................................................................................... 25

6.7.

Milieuzonering ....................................................................................................................... 26

6.8.

Omgevingsveiligheid .............................................................................................................. 26

6.9.

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 28

6.10. Bodem.................................................................................................................................... 29 6.11. Weging van het waterbelang ................................................................................................. 30 6.12. Bezonning .............................................................................................................................. 34 7.

Financiële haalbaarheid ................................................................................................................. 36

Adromi B.V.

R202535

Pagina 3 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

1.

Inleiding

1.1. Aanleiding Ter plaatse van de Jacob Catsstraat 325 in ’s-Gravenhage bevindt zich een bouwrijp perceel, waarop voorheen een gedateerd verpleeghuis aanwezig was. Deze locatie is bestemd als ‘Maatschappelijk’. Het voormalige gebouw is inmiddels gesloopt, en het voornemen is om ter plaatse een woon-zorgcomplex met 169 appartementen en een restaurant te realiseren. Gelet op de omstandigheid dat er reeds een vergelijkbare maatschappelijke functie aanwezig was in de oude situatie en er voorts veel woonbestemmingen in de nabije omgeving zijn is het initiatief goed inpasbaar. De beoogde ontwikkeling past niet binnen de gestelde kaders van het omgevingsplan, omdat het enkele bouwvoorschriften en de huidige functieomschrijving overschrijdt. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Er heeft op voorhand afstemming plaatsgevonden met de gemeente middels een beginselaanvraag, hierbij heeft de gemeente aangegeven positief tegenover onderhavige ontwikkeling te staan.

Figuur 1: Locatie projectgebied (bron: Google Earth)

1.2. BOPA Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken (ook wel: BOPA) is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Er zijn twee varianten: 1. Een activiteit waarvoor het omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar het volgens de beoordelingsregels niet mogelijk is de vergunning te verlenen. 2. Een andere activiteit in strijd met het omgevingsplan. Voor de ontwikkeling is het tweede variant van toepassing. In hoofdstuk 4 van voorliggende onderbouwing wordt getoetst aan de regels uit het omgevingsplan.

Adromi B.V.

R202535

Pagina 4 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna ook: Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl), en; b. als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl. Die beoordelingsregels komen overeen met de regels die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Dat betekent dat ook de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Bkl gelden. In dit document wordt onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna ook: EFTAL) en aan de beoordelingsregels vanuit het Bkl (aspecten fysieke leefomgeving en milieu). 1.3. Projectgebied Het projectgebied ligt aan de Jacob Catsstraat 325 te ‘s-Gravenhage. De beoogde activiteit heeft betrekking op perceel kadastraal bekend als kadastrale gemeente ’s-Gravenhage, sectie L, nummers 12740, 12741 en 4090.

Figuur 2: Projectgebied (bron: KadastraleKaart.nl)

1.4. Leeswijzer Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling Adromi B.V.

R202535

Pagina 5 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

nader omschreven, waarna in hoofdstuk 4 het voorgenomen plan binnen de hier beschreven geldende kaders voor de locatie/het gebied verwoord en de beschreven visie/doelen voor het gebied wordt getoetst aan dit geldende beleid. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. In hoofdstuk 6 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. Tot slot komt in hoofdstuk 7 de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde.

Adromi B.V.

R202535

Pagina 6 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

2.

Huidige situatie en voorbereiding

2.1. Huidige situatie Het projectgebied bevindt zich aan de Jacob Catsstraat 325 te ‘s-Gravenhage. In de huidige situatie betreft een stuk bouwgrond, waar voorheen een gedateerd verpleeghuis aanwezig was met verharding en groen rondom het gebouw. Het voormalige complex dateerde uit 1987 en voldeed niet langer aan de huidige norm. Het totale oppervlak van het perceel betreft 5.070 m2. Onderstaande figuur 3 geeft een overzicht.

Figuur 3: Luchtfoto (bron: DSO)

Op buurpercelen aan de Jacob Catsstraat bevinden zich woonfuncties. Tevens bevinden zich in de wijk enkele maatschappelijke functies en groenfuncties. Tot slot bevindt zich aan de zuidzijde van het projectgebied een spoorlijn, welke dienstdoet tussen Den Haag Hollands Spoor en Rotterdam. Verwezen wordt naar figuur 4.

Figuur 4: Geldende planologisch relevante situatie bestemmingsplan ‘Schilderswijk’ (bron: DSO)

Adromi B.V.

R202535

Pagina 7 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Navolgend figuur toont de voormalige voorzijde van het projectgebied. Inmiddels is dit gebouw reeds gesloopt.

Figuur 5: Projectgebied voormalige situatie, gezien vanaf de Parallelweg (bron: Google Maps)

2.2. Voorbereiding Er is op 21 december 2023 is er een beginseluitspraak Wabo ingediend bij de gemeente. Hierbij is beoordeeld dat het beoogde gebruik past binnen de bestaande functie ‘maatschappelijk’. Voorts is op 16 december 2024 een aanvraag voor een omgevingsvergunning gedaan. Als reactie hierop gaf de gemeente aan dat voor de strijdigheid met het omgevingsplan op het gebied bouwen moet worden aangetoond dat er sprake is van een ETFAL (Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties), hetgeen middels deze BOPA wordt aangetoond.

Adromi B.V.

R202535

Pagina 8 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

3.

Toekomstige situatie

Onderhavige vergunning heeft betrekking op de activiteit afwijken van het omgevingsplan voor de bouwactiviteit, ten behoeve van de realisatie van een woon-zorgcomplex met restaurant voor ouderen. De nieuwbouw heeft een vergelijkbare morfologie en functie als het voormalige gebouw dat op deze locatie aanwezig was. Het betreft een woonzorggebouw verdeeld over twee bouwdelen. Bouwdeel A heeft 4 bouwlagen en bestaat uit een kern met daaraan drie vleugels in corridorontsluiting. Over de drie vleugels zijn 109 eenkamerwoningen (studio’s) verdeeld. 102 van deze studio’s krijgen 24-uurszorg en de 7 studio’s op de begane grond hebben zorg op afroep. Elke vleugel op de verdiepingen beschikt over een gemeenschappelijke woonkamer en buitenruimte. Op de begane grond van bouwdeel A zijn daarnaast een kantoorruimte, gezondheidscentrum, restaurant, behandelcentrum en dagverblijven aanwezig. In bouwdeel B bevinden zich over 5 bouwlagen 60 tweekamerwoningen (appartementen) met zorg op afroep. Op de begane grond van bouwdeel B is ook een ruimte die later nog een nadere invulling krijgen. Voorts worden 6 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd op het binnenplein.

Figuur 6: Impressie beoogde situatie Jacob Catsstraat 325 Den Haag (bron: Anna Zinkweg B.V.)

Adromi B.V.

R202535

Pagina 9 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Figuur 7: Impressie beoogde situatie Jacob Catsstraat 325 Den Haag, gevel noord-west (bron: Anna Zinkweg B.V.)

Figuur 8: Impressie plattegrond invulling van beoogde complex verdieping (bron: Architectenbureau Anna Zinkweg B.V.)

Figuur 9: Impressie binnenplein met zes parkeerplaatsen (bron: Architectenbureau Anna Zinkweg B.V.)

Adromi B.V.

R202535

Pagina 10 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

4.

Visie & beleid

4.1. Rijksbeleid 4.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de Omgevingswet. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen wordt gewerkt aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Bovenstaande vergt een goed samenspel tussen Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten, maar ook tussen overheden en bedrijven, maatschappelijke instellingen en burgers. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. We spreken hier over ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Beoordeling Het project betreft de sloop van een zorgcomplex en de realisatie van een nieuw woonzorgcomplex.

Het project is te kleinschalig om relevant te zijn voor de NOVI. 4.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand) 1. Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.

Adromi B.V.

R202535

Pagina 11 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. Beoordeling

In het voorliggende geval is er weinig verschil in ruimtebeslag tussen de beoogde situatie in verhouding tot de bestaande bebouwing. De instructieregel voor wat betreft zorgvuldig ruimtegebruik heeft betrekking op het optimaal benutten van bestaande bebouwing vooraleer aan nieuwbouw en uitbreiding van stedelijk gebied mag worden gedacht. Daar geeft onderhavige ontwikkeling invulling aan, daar op deze percelen reeds bebouwing van vergelijkbare omvang aanwezig was. Al met al wordt concreet invulling gegeven aan het zo veel mogelijk hergebruiken van bestaand bebouwing binnen stedelijke omgeving. 4.2. Provinciaal beleid 4.2.1. Omgevingsvisie Zuid-Holland In de nieuwe Omgevingsvisie is het volledige omgevingsbeleid van de provincie vervat. De provincie Zuid-Holland kiest hierbij voor een opgavegerichte aanpak, waarbij steeds samenhangende beleidsonderdelen worden vernieuwd waar dat nodig is. Het provinciale omgevingsbeleid is dus geen statisch (eind)document, maar een document waarmee voortdurend de dialoog wordt gezocht met de diverse ruimtelijke actoren: altijd klaar, maar nooit af. Toekomstige beleidsvernieuwing biedt kansen voor verbeteringen in Zuid-Holland. De provincie heeft hiervoor 7 vernieuwingsambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1.

Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten; 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor; 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen; 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland; 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving; 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit;

Adromi B.V.

R202535

Pagina 12 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze ambities zijn vertaald in beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Voor de beoogde ontwikkeling zijn de onderstaande opgaven relevant. Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: • Bouw naar behoefte; • Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; • Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; • Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; • Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving; • Bouw voldoende betaalbare woningen. Als een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ doorlopen. Toepassing is ook van provinciaal belang.

Beoordeling De ladder is in paragraaf 4.1.2 doorlopen. De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Met het aanpassen van de aanwezige maatvoering van een bestaand bebouwd perceel wordt de bestaande ruimte beter benut en wordt ingespeeld op een bestaande behoefte. De beoogde

Adromi B.V.

R202535

Pagina 13 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

functie past daarnaast binnen de bestemde functie en sluit daarmee aan bij de omgeving. Dit geeft invulling aan de visie. 4.2.2. Zuid-Hollandse Omgevingsverordening In de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) zijn de regels over de fysieke leefomgeving van de provincie opgenomen. In de verordening staat aangegeven wat wel en niet is toegestaan. Ook staan er instructieregels is voor gemeentelijke omgevingsplannen en taken van waterschappen. De ZHOV is geldig vanaf 1 januari 2024. De ZHOV is 15 december 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Daarna is de ZHOV voor de inwerkingtreding al enkele keren gewijzigd en aangevuld en er zijn ook nu nog wijzigingen in procedure. Het volgende is relevant voor de beoogde ontwikkeling. Artikel 7.43 (definitie soort ruimtelijke ontwikkeling) Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: • inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied; • aanpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau; • transformeren: de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit.

Beoordeling artikel 7.43 Er is sprake van een inpassing, daar de ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, welke tevens geen wijziging veroorzaakt gezien er binnen de bestaande bestemming wordt gebleven. De ruimtelijke kwaliteit wordt ter plaatse verbeterd door het amoveren van het gedateerde complex en het realiseren van een hoogwaardig gebouw met een duurzame invulling voor de komende jaren in de vorm van woon-zorgappartementen en aanvullende faciliteiten. Artikel 5.8 (omgevingswaarden kans op overstroming binnen de bebouwde kom) Binnen de bebouwde kom, geldt voor locaties waaraan in het omgevingsplan de hierna genoemde functies zijn toegedeeld, een gemiddelde kans op overstroming van: a. 1/100 per jaar voor locaties met de functie hoofdinfrastructuur, spoorwegen of bebouwing, met uitzondering van glastuinbouw; b. 1/50 per jaar voor locaties met de functie glastuinbouw; c. 1/10 per jaar voor locaties met overige functies. Beoordeling artikel 5.8 Onderhavige ontwikkeling heeft geen invloed op de kans op overstroming binnen de bebouwde kom, daar de ontwikkeling niet leidt tot een toename van het verharde oppervlakte. Adromi B.V.

R202535

Pagina 14 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

4.3.

Gemeentelijk beleid 4.3.1. Ontwerp Omgevingsvisie Den Haag 2050 Op 24 januari 2025 is door de gemeente Den Haag de Ontwerp Omgevingsvisie gepubliceerd. Hierin worden de ambities en vraagstukken benoemd waarmee de gemeente de komende jaren te maken krijgt. In de omgevingsvisie staan drie maatschappelijke opgaven centraal. 1. Sociaal en economisch perspectief bieden; 2. Groeien in balans; 3. Werken aan transities in een tempo dat de stad aankan en nodig is. Om aan deze opgaven te kunnen werken, zijn in de visie vijf bewegingen geschetst: 1. Thuis in een divers Den Haag; 2. Ruimte voor groen en water; 3. Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang; 4. Ruimte voor kennis en kunde; 5. Basissystemen op orde. De eerste beweging ‘Thuis in een divers Den Haag’ beschrijft welke ruimtelijke keuzes nodig zijn om ervoor te zorgen dat huidige en toekomstige inwoners zich thuis kunnen voelen in Den haag. Belangrijk daarbij is het tegengaan van de segregatie en zorgen voor een goede verdeling van maatschappelijke voorzieningen over de stad. Bij ‘Ruimte voor groen en water’ laat de gemeente zien welke keuzes de gemeente maakt om verstedelijking en vergroening samen te laten gaan, hoe ze de biodiversiteit wil vergroten en hoe wordt ingespeeld op klimaatverandering.

De beweging ‘Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang’ geeft antwoord op de vraag waar in de stad en de Haagse metropool verstedelijking kan plaatsvinden en welk woningbouwtempo nodig is tot 2050. Dit koppelt de gemeente aan een aanpak voor bereikbaarheid die voorrang geeft aan voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en het delen van auto’s. Bij ‘Ruimte voor kennis en kunde’ staat wat er ruimtelijk nodig is om de Haagse metropool economisch vitaal te houden en bijdraagt aan brede welvaart. De beweging ‘Basissystemen op orde’ is een voorwaarde voor het leven in de stad. Zonder duurzame energiesystemen, een goede drinkwatervoorziening en betrouwbare kustverdediging kan de stad niet functioneren. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling past zowel in de beweging ‘Thuis in een divers Den Haag’ alsook in de beweging ‘Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang’. In deze bewegingen wordt onder meer geformuleerd dat de gemeente wil bouwen voor de buurt, en daarmee de maatschappelijke voorzieningen op pijl wil houden, en daarnaast dat bouwen en verbouwen in de gehele stad wordt voorzien.

Adromi B.V.

R202535

Pagina 15 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Met het amoveren van het verouderde complex en het realiseren van een nieuw complex ten behoeve van zorgbehoevende ouderen in Den Haag wordt concreet invulling gegeven aan de wens tot verbouw, het op pijl houden van voorzieningen en het bouwen voor de buurt.

Adromi B.V.

R202535

Pagina 16 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

5.

Toetsing aan het omgevingsplan

Voor de gemeente Den Haag is nog geen definitief omgevingsplan opgesteld. Dit betekent dat de bestemmingsplannen van rechtswege onderdeel zijn geworden van het tijdelijke omgevingsplan. Voor het projectgebied wordt getoetst aan het plan ’Schilderswijk’, welke is vastgesteld op 2 juni 2011. Verwezen wordt naar figuur 4 voor een uitsnede uit de verbeelding van dat plan. 5.1. Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden Op de locatie geldt de bestemming ‘Maatschappelijk’. Binnen deze bestemming zijn de gronden o.a. aangewezen voor: a. welzijnsvoorzieningen; b. levensbeschouwelijke voorzieningen; c. speelvoorzieningen; d. sportvoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding "sport" op de plankaart; e. dienstwoningen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding "wonen" op de plankaart; f. parkeervoorzieningen; één en ander met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, terreinen, tuinen en erven, wegen en paden, groen, water en overige voorzieningen. Ter plaatse is een bouwvlak met aan de Jacob Catsstraatzijde de maatvoering ‘maximum bouwhoogte: 12 m’ en aan de Parallelwegzijde de maatvoering ‘maximum bouwhoogte: 15 m’ aanwezig. 5.2. Strijdigheden Door de gemeente is beoordeeld dat de beoogde functie niet past binnen de bestemming ‘maatschappelijk’.

De beoogde functie omvat onder andere wonen met zorg, hetgeen niet binnen de mogelijkheden onder ‘maatschappelijk’ past. De overige beoogde functies zijn passend binnen ofwel welzijnsvoorzieningen ofwel levensbeschouwelijke voorzieningen. Het opgestelde bouwplan past daarnaast eveneens niet binnen de parameters van het bouwvlak en de maatvoering. Artikel 27 van het vigerende plan omvat een algemene afwijkingsregel waarbij middels een omgevingsvergunning mag worden afgeweken van de voorgeschreven maten met maximaal 15%. Met deze afwijking past de beoogde ontwikkeling binnen de parameters.

Adromi B.V.

R202535

Pagina 17 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

5.3. Omgeving De omgeving aan de Jacob Catsstraat wordt gekenmerkt door veelal woon- en maatschappelijke functies met tevens enkele groenfuncties. Aan de zuidzijde bevindt zich de parallelweg, met daarachter een spoorlijn. Achter de spoorlijn is detailhandel gevestigd. De aanwezigheid hiervan wordt verder behandeld in de paragraaf milieuzonering.

Figuur 10: Luchtfoto van locatie en omgeving (bron: Google Earth)

Adromi B.V.

R202535

Pagina 18 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

6.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

6.1. M.e.r.-beoordeling Toetsingskader De richtlijn 2011/92/EU, zoals gewijzigd door 2014/52/EU), inzake de milieueffectrapportage (hierna ook: de Richtlijn milieueffectrapportage) en de richtlijn 2001/42/EG, inzake de Strategische milieubeoordeling (hierna ook: de SMB richtlijn) zijn thans geïmplementeerd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn, in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Voor de beoogde ontwikkeling dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van aanzienlijke gevolgen voor het milieu. Beoordeling De planologische herontwikkeling van de (woon)locatie kan worden beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van J11 van Bijlage V Omgevingsbesluit.

Uitgaande van de hiervoor relevante uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak1 dient bij de vraag of er sprake is van een ontwikkeling die valt onder een van de categorieën die zijn genoemd in de context van de implementatie van de richtlijn milieueffectrapportage evenwel rekening te worden gehouden met de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en omvang van de voorziene wijziging / ontwikkeling een rol spelen alsook de mate waarin: - een ontwikkeling afwijkt van hetgeen planologisch is toegelaten2; - sprake is van uitbreiding van bebouwing of verharding3; - sprake is van een wijziging van het gebruik; - de situatie rondom de ontwikkeling4. Gelet op de omstandigheden dat er vrijwel geen sprake is van verandering of uitbreiding van bebouwing of verharding, betekent dit dat er geen sprake van een ontwikkeling in de zin van de bijlage V Omgevingsbesluit. Het plan kan worden beschouwd als kleine wijziging in de zin van artikel 3, lid 3 van de SMB richtlijn welke verder geen mogelijke aanvullende milieueffecten

1

ARRvS 18 juli 2018 ECLI:NL:RVS:2018:2414 ARRvS 31 juli 2019 ECLI:NL:RVS:2019:2651 3 ARRvS 29 juli 2020 ECLI:NL:RVS:2020:1832 4 ARRvS 10 juli 2019 ECLI:NL:RVS:2019:2355 2

Adromi B.V.

R202535

Pagina 19 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

heeft ten opzichte van de reeds in het geldende omgevingsplan voorziene situatie. Dit wordt toegelicht in navolgende paragrafen. Het project ligt in de woonwijk ‘Schilderswijk’ waarin verder geen integrale structuurwijzigingen zijn voorzien. Er is om die reden geen sprake van cumulatie met andere projecten. Eventuele cumulatieve effecten met andere projecten hebben betrekking op de verkeersbewegingen/verkeersaantrekkende werking. Gezien het niet veranderende feitelijke gebruik zijn de verkeersgevolgen van het project aanvaardbaar geacht. Verwezen wordt naar paragraaf 6.3. Eventuele cumulatie op het vlak van verkeer is verdisconteerd in het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK), waarin de verkeersintensiteiten in 2025 en 2030 zijn geprognosticeerd. Uit raadpleging van deze online informatie blijkt niet van een te verwachten (dreigende) overschrijding van de luchtkwaliteitseisen ter plaatse, zie paragraaf 6.5. Er blijkt evenmin van een relevante stikstofdepositie op daarvoor gevoelige beschermde natuurgebieden. Verwezen wordt naar paragraaf 6.4. 6.2. Duurzaamheid en gezondheid Toetsingskader Duurzaamheid Den Haag heeft een eigen klimaatakkoord. Hierin staan afspraken om de uitstoot van CO2 fors te verlagen en samen te werken aan een gezonde en groene stad. Den Haag wil tot 2030 elk jaar meer dan 10.000 woningen met energielabel E, F of G isoleren.

Ook wil de gemeente de overstap naar schone energie versnellen, onder meer door het ontwikkelen van innovatieve warmtebronnen zoals geothermie, aquathermie en restwarmte. Via warmtenetten kan zo een groot aantal Haagse huizen en panden van warmte worden voorzien. In wijken die niet worden aangesloten op een warmtenet, wil de gemeente inwoners helpen om over te stappen op voorzieningen zoals warmtepompen. Gezondheid Het aspect volksgezondheid heeft de laatste jaren meer aandacht gekregen bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Aangetoond moet worden dat een ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect heeft op de volksgezondheid. Een beoordeling kan zijn geïndiceerd indien effecten op de volksgezondheid niet kunnen worden uitgesloten. Hierbij dient ook aandacht te worden besteed aan mensen die een bijzondere kwetsbaarheid hebben voor een bepaalde blootstelling. Er kan hierbij worden gedacht aan verspreiding van (besmettelijke) ziekten, waaronder risico op zoönose. Wat dit laatste betreft kan worden gedacht aan biologische laboratoria, dierenverblijfplaatsen in tuinen en parken, kinderboerderijen, dierentuinen en veehouderijen. Daarnaast kan worden gedacht

Adromi B.V.

R202535

Pagina 20 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

aan oppervlaktewateren, daken, koeltorens en AWZI’s. Verder kan worden gedacht aan boomen fruitteelt en hoogspanningsverbindingen. De magnetische velden in de buurt van hoogspanningsverbindingen kunnen invloed hebben op de gezondheid. Het beleid van de Rijksoverheid is erop gericht om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Beoordeling Duurzaamheid Door de sloop van het verouderde pand en de realisatie van een hoogwaardig woonzorgcomplex wordt een grote stap gezet in de energietransitie. De beoogde locatie voldoet aan de nieuwbouwstandaard waarbij deze zowel gasloos als met PV-panelen wordt gerealiseerd. Ten aanzien van de oude situatie wordt hiermee flinke winst behaald. Gezondheid Het project voorziet in het amoveren van een gedateerd complex en het realiseren van een nieuw woonzorg-complex. De ontwikkeling vindt op voldoende afstand plaats van bovengrondse hoogspanningsverbindingen, veehouderijen (stallen), hoog-risico biologische laboratoria en andere functies met mogelijk nadelig effect op de gezondheid. De situatie wijzigt niet ten opzichte van de bestaande situatie. De ontwikkeling heeft geen invloed op de (volks)gezondheid. 6.3. Mobiliteit 6.3.1.

Parkeren Toetsingskader Primair is verkeersveiligheid geregeld in de weg- en verkeerswetgeving (o.a. Wegenverkeerswet). De richtlijnen voor verkeer en parkeren zijn opgenomen in de publicaties van het CROW. De gemeente Den Haag heeft haar parkeernormen opgenomen in de ‘Nota parkeernormen Den Haag 2024’. De locatie in de Schilderswijk wordt aangewezen als ‘vooroorlogse wijken’. De betreffende zorgappartementen worden gecategoriseerd als ‘Zorgwoningen’ welke een parkeerbehoefte kennen van 0,15 parkeerplaatsen per kamer voor het bezoek. Daar er in totaal 169 appartementen zijn komt dit neer op een parkeerbehoefte 25,4 parkeerplaatsen. Daarnaast geven de zorgvoorzieningen in het verpleeghuis aanvullend een parkeerbehoefte 20,6

Adromi B.V.

R202535

Pagina 21 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

parkeerplaatsen. In totaal bestaat de parkeerbehoefte in de beoogde situatie uit 46,0 parkeerplaatsen. In de bestaande situatie had de locatie een parkeerbehoefte van 44,9 parkeerplaatsen (zie bijlage 7). In totaal leidt onderhavige ontwikkeling tot een toename van

de parkeerbehoefte met 1 parkeerplaats. Binnen de ontwikkeling worden 6 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd op het binnenplein.

Ook wordt voorzien in voldoende fietsparkeerruimte, zo blijkt uit de bijlage. Al met al zijn er

geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot parkeren. 6.3.2. Verkeersafwikkeling

De locatie ligt in een gebied dat kan worden getypeerd als zeer sterk stedelijke schil centrum. In onderstaande tabel is de huidige en toekomstige verkeersgeneratie in beeld gebracht op basis van de planologische situatie.

Functie Huidig: verpleegkamers Huidig: zorgvoorzieningen Beoogd: zorgstudio's&zorgappartementen Beoogd: zorgvoorzieningen Verschil

Norm 0,6

6,3 0,6

6,3

Per stuk 100 m2 stuk 100 m2

Aantal Generatie 150 90,00 34,53 217,54 169 ‘ 101,40 31,75 200,03 -6,11

Tabel 2: Berekening verkeersgeneratie

De verkeersgeneratie voor het voormalig verpleeghuis (kamers en voorzieningen) bedraagt

volgens het CROW (publicatie 744) 308 verkeersbewegingen per etmaal. In de beoogde situatie

veranderen deze bewegingen licht en bedraagt dit 301 verkeersbewegingen per etmaal. Al met al zal de verkeersgeneratie heel licht afnemen als gevolg van onderhavige ontwikkeling.

Los hiervan geldt dat de capaciteit van de ontsluitende wegen voldoende is voor de hierop

ontsluitende functies. De toename in verkeersgeneratie levert geen problemen op voor de ontsluiting.

Het aspect verkeer en parkeren staat de ontwikkeling niet in de weg.

6.4.

Natuurbescherming

Toetsingskader

De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet; namelijk in de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is

Adromi B.V.

R202535

Pagina 22 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

sprake van een beleidsneutrale overgang. Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Onderdeel van de wetgeving is dat er beschermde gebieden worden aangewezen (netwerk van de zogenaamde Natura 2000-gebieden en de Beschermde natuurmonumenten) gericht op de bescherming van ongeveer 500 soorten in het wild voorkomende planten en dieren. Op provinciaal niveau hebben bepaalde natuurgebieden eveneens een beschermingsniveau toegewezen gekregen, in de vorm van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Beoordeling Gebiedsbescherming Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is ‘Westduinpark & Wapendal’ op ongeveer 4 kilometer ten noordwesten van de projectlocatie. Gezien de afstand tot de meest nabijgelegen natuurgebieden, is geen sprake van een Natura 2000-activiteit vanwege verstoringen (trilling, licht, e.d.). Om enige effecten op nabijgelegen stikstofgevoelige natuur uit te sluiten is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. Uit het stikstofdepositie-onderzoek komt naar voren dat de stikstofemissies vanuit de bouwen gebruiksfase tezamen niet zorgen voor stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Hiermee is aangetoond dat er geen mogelijke significante effecten vanwege de stikstofemissies van de bouw- en gebruiksfase van de ontwikkeling op de natuurgebieden zijn. Het aspect stikstofdepositie staat de realisatie van de ontwikkeling en het gebruik van de appartementen in de beoogde situatie niet in de weg. Soortbescherming Doordat van de huidige bebouwing gesloopt wordt en er een nieuw complex wordt gerealiseerd, zijn negatieve effecten op flora & fauna op voorhand niet uit te sluiten. Derhalve is een quickscan ecologie uitgevoerd. Voor de volledige quickscan wordt verwezen naar bijlage 2. Uit de quickscan bleek dat nader onderzoek benodigd was voor de aanwezigheid van vleermuizen. Omwille hiervan is een vervolgonderzoek (zie bijlage 3) uitgevoerd. Op basis van het vervolgonderzoek kan het volgende geconcludeerd worden: • In het plangebied zijn geen vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig; • Het groen in de binnentuin van het pand in het plangebied wordt gebruikt door gewone dwergvleermuis als foerageergebied.

Adromi B.V.

R202535

Pagina 23 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Het slopen van het pand binnen het plangebied zal geen negatieve invloed hebben op het paarverblijf van de gewone dwergvleermuis in de Jacob Catsstraat 311. Deze verblijfplaats zit op 14 meter afstand van het te slopen gebouw. Omdat Jacob Catsstraat 311 niet wordt aangetast en de afstand tot het plangebied redelijk is, zal het slopen van het gebouw naar verwachting geen verstoring veroorzaken. Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect flora & fauna geen belemmeringen zijn voor onderhavig planvoornemen. 6.5. Luchtkwaliteit en geur Toetsingskader luchtkwaliteit Indien mensen met regelmaat luchtverontreinigende stoffen inademen kan dit leiden tot effecten op de lichamelijke gezondheid. Daarom moet bij ruimtelijke planvorming rekening worden gehouden met de effecten van de plannen op de luchtkwaliteit en de luchtkwaliteit ter plaatse. De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden. Of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. De vergunningverlener beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving.

In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied. Er moet worden getoetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- of fijnstofconcentraties. De specifieke beoordelingsregels voor luchtkwaliteit staan in artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Beoordeling luchtkwaliteit De gemeente Den Haag ligt in een aandachtsgebied voor zowel stikstofdioxide als fijnstof. Uit de Atlas Leefomgeving blijkt dat ter plaatse de luchtkwaliteit de grenswaarden niet overschrijdt.

Adromi B.V.

R202535

Pagina 24 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

De grens of een ontwikkeling in betekenende mate bijdraagt ligt op meer dan 1.500 woningen. Onderhavige locatie ligt hier ruim onder en draagt niet in betekenende mate bij aan de NO2 en PM10 concentraties. In de context van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt los van bovenstaande nagegaan of een ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de (lokale) luchtkwaliteit. Uit de NIBM-tool blijkt dat pas vanaf een toename van ongeveer 3.800 lichte motorvoertuigen per dag extra in betekenende mate wordt bijgedragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Geconcludeerd kan worden dat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor onderhavig planvoornemen. Toetsingskader geur Bij het oprichten van geurgevoelige objecten dient in bepaalde gevallen rekening te worden gehouden met de geurhinder van eventueel aanwezige veehouderijbedrijven. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente een omgevingsplan met regels die eerst in de rijksregels stonden. Hierin staan ook de geurregels voor veehouderijen vanuit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en het Activiteitenbesluit. De gemeente moet in het omgevingsplan een waarde opnemen voor de toelaatbare geur op een gebouw. Het Rijk geeft daar een standaardwaarde bij aan die een gemeente zonder nadere motivering kan overnemen in het omgevingsplan.

De opgenomen waarde in het omgevingsplan wordt ook wel 'geurnorm' genoemd. De minimale afstanden van stallen dienen van gevel-totgevel minimaal 25 of 50 meter te zijn tot geurgevoelige gebouwen als woningen. Tevens dient de gemeente bebouwingscontouren geur vast te stellen in het omgevingsplan waarbinnen een hoger beschermingsniveau aanwezig is dan erbuiten. Beoordeling geur Onderhavige locatie is niet gelegen in een bebouwingscontour geur. De meest nabijgelegen agrarische bebouwing bevindt zich op meer dan 100 meter van onderhavig projectgebied. De bestaande woonfuncties liggen op kortere afstand van deze locaties. Eventuele geurrelevante invulling hiervan wordt dus ingeperkt door de (maatgevende) bestaande woonfunctie(s). Geconcludeerd kan worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de totstandkoming van dit plan. 6.6. Geluid Toetsingskader

Adromi B.V.

R202535

Pagina 25 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Functies maken zelf geluid en/of worden blootgesteld aan geluid. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook kunnen direct werkende regels in het omgevingsplan worden opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Beoordeling Vanwege de nabijheid van zowel wegverkeer als railverkeer is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 4. Uit het onderzoek is gebleken dat het plan binnen het geluidaandachtsgebied ligt van gemeentewegen, hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen.

Het gezamenlijk geluid van deze bronsoorten bedraagt ten hoogste 70 dB ter plaatse van de zuidgevels van het project. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit moet worden aangetoond dat de geluidwering van gevels voldoet aan eisen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Daarbij moet worden uitgegaan van het gezamenlijk geluid zoals gerapporteerd in deze notitie. Bij de maatgevende gevels is een karakteristieke geluidwering vereist van 37 dB. Hiermee wordt rekening gehouden in het bouwplan. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de totstandkoming van dit plan. 6.7. Milieuzonering In een straal van 100 meter bevinden zich enkel ‘woon’-, ‘groen’-, ‘verkeer’- en ‘gemengde’bestemmingen. Voor de gemengde bestemmingen gelden verschillende categorieën voor de bedrijven die zich hier mogen vestigen. Ter plaatse mogen enkel bedrijven van categorie A, B of C uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten gevestigd zijn. Deze bedrijven hebben een maximale richtafstand van 100 meter. Daar het hier een gemengd gebied betreft met verschillende functies door elkaar mag, conform de handreiking milieuzonering, de richtafstand met één stap verkleind worden . Hierdoor geldt een maximale richtafstand van 50 meter. Binnen 50 meter van de projectlocatie bevinden zich geen bedrijven. 6.8.

Omgevingsveiligheid

Adromi B.V.

R202535

Pagina 26 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Toetsingskader Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl).

Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning.

Beoordeling Uit de Atlas Leefomgeving (uitsnede in figuur 11) blijkt dat het projectgebied niet binnen het aandachtsgebied van risicovolle activiteiten ligt. Op ruim 300 meter ligt een aardgasstation, welke op voldoende afstand ligt. Voorts veranderen zowel het groepsrisico alsook de doelgroep niet noemenswaardig in vergelijking met de huidige situatie. De beoogde doelgroep wordt dagelijks ondersteund en verzorgd door medewerkers welke hulp verlenen op het moment dat

Adromi B.V.

R202535

Pagina 27 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

er dreiging ontstaat. Tevens is de capaciteit van ontsluitende wegen van dien aard dat vluchten in meerdere richtingen mogelijk is. Voorts bevindt de locatie zich enkel in het gifwolkaandachtsgebied van Stena Line, evenals het geval is voor de rest van Den Haag. Onderhavige locatie zal uitgerust zijn met mechanische ventilatie en indien vereist kan het gebouw circuleren in het geval van een mogelijke gifwolk. Over de aanwezige spoortlijn aan de zuidzijde worden voorts geen gevaarlijke stoffen vervoerd. Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Figuur 11: Uitsnede atlas leefomgeving; veilige omgeving, projectgebied aangegeven met blauwe cirkel (Bron: Atlas Leefomgeving)

6.9. Archeologie en cultuurhistorie Toetsingskader archeologie en cultuurhistorie De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Bkl ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is, indien aanwezig, opgenomen op de archeologische beleidskaart en de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal doorvertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk)

Adromi B.V.

R202535

Pagina 28 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst. Beoordeling archeologie Het projectgebied ligt niet in een gebied met een archeologische dubbelbestemming. Derhalve hoeft geen rekening te worden gehouden met eventueel archeologisch waarden bij het slopen van de oude bebouwing en het realiseren van de nieuwbouw. Beoordeling cultuurhistorie Op de locatie zijn geen cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. 6.10. Bodem Toetsingskader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Beoordeling Ter plaatse van de Jacob Catsstraat 325 in Den Haag geldt volgens de bodemkwaliteitskaart (figuur 12) van de Gemeente Den Haag een ‘wonen-kwaliteit van de bovengrond.

Om uit te sluiten dat de kwaliteit van de bodem nadelige effecten heeft op de beoogde woningen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 8.

Adromi B.V.

R202535

Pagina 29 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Figuur 12: Uitsnede bodemkwaliteitskaart ter plaatse van Jacob Catsstraat 325 te Den Haag (bron: bodemkwaliteitskaart inclusief PFAS)

Uit de resultaten van dit onderzoek kwam naar voren dat de locatie geschikt wordt geacht voor het beoogde gebruik. De toelaatbare bodemkwaliteit wordt niet overschreden. Geconcludeerd wordt dat de kwaliteit van de bodem zich verder niet verzet tegen de beoogde appartementen. 6.11. Weging van het waterbelang Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden*) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; 2. het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en 3. het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang (voorheen: watertoets).

Waterschapsbeleid Waterbeheerprogramma Delfland

Adromi B.V.

R202535

Pagina 30 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 legt het hoogheemraadschap de ambities voor de komende jaren vast. De centraal gestelde missie van het Hoogheemraadschap omvat: • Droge voeten • Voldoende water • Schoon water • Gezuiverd afvalwater Het werk van het Hoogheemraadschap draagt bij aan veiligheid en volksgezondheid; denk aan waterkeringen, waterkwaliteit en waterzuivering. Daarnaast neemt zij ook maatregelen op het gebied van biodiversiteit en recreatiemogelijkheden, aangezien die bijdragen aan een beter milieu en beter welzijn. Het hoogheemraadschap houdt de vinger aan de pols rondom toekomstige ontwikkelingen. Hierbij kan niet om klimaatverandering heen worden gegaan; dit heeft grote consequenties voor het werk, denk aan zeespiegelstijging, wateroverlast en droogte. Voor het watersysteem heeft wateroverlast prioriteit. Bij ruimtelijke inrichting is het daarbij van belang dat rekening wordt gehouden met het tijdelijk vasthouden of infiltreren van regenwater en om verdere verharding van de oppervlakte te minimaliseren, opdat mogelijke wateroverlast zo veel mogelijk wordt voorkomen. Waterschapsverordening Delfland Voor werkzaamheden en activiteiten aan het water of aan waterkeringen gelden regels. Deze regels zijn vastgelegd in een verordening 'Delflands Algemene Keur'.

In deze verordening staan gedoogplichten, geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. In de waterschapsverordening is geregeld dat kern- en beschermingszones voor waterkeringen (en watergangen) in acht dienen te worden genomen. Concreet komt het erop neer dat binnen de beschermingszone van waterkeringen en wateren niets zondermeer gebouwd en opgeslagen mag worden, waarbij voor de kernzone een strenger regime (bouwen binnen de kernzone is niet toegestaan) geldt dan voor de aangrenzende beschermingszone. Deze bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel van de waterkering en/of veiligheid wordt aangetast dan wel het onderhoud van de waterkering/water wordt gehinderd. De breedte en maatvoeringen van deze beschermingszones zijn vastgelegd in de 'Legger'. Beoordeling Er bevinden zich geen oppervlaktewateren binnen of nabij het projectgebied. Evenmin is sprake van de aanwezigheid van waterkeringen. Waterkwantiteit Elke ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op water. Niet alleen bouwen nabij of op een waterkering, maar ook een toename van verhard oppervlak. Een ruimtelijke ontwikkeling moet minimaal voldoen aan de belangrijkste minimale voorwaarde: “het standstill beginsel”. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding mag Adromi B.V.

R202535

Pagina 31 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

ontstaan. In het kader van het Watertoetsproces moeten de gemeente en het waterschap zoeken naar kansen om het watersysteem te verbeteren en duurzaam in te richten. Voor verharde oppervlakten geldt dat, indien mogelijk, waterstromen gescheiden worden ingezameld. Voor de verwerking van (particulier) hemelwater wordt de volgende voorkeurs volgorde gehanteerd: • Maatregelen op eigen terrein (infiltratie); • Hergebruik van hemelwater op openbaar terrein; • Afvoer van overtollig hemelwater naar oppervlaktewater; • Afvoer naar de RWZI. Om de kans op wateroverlast te beperken dienen voor de afvoer van hemelwater vertragende factoren te worden toegepast. Hierbij kan gedacht worden aan: sedumdaken, geen asfalt maar elementverharding met een grote voeg, etc. Voor nieuwe bouwwerken is het niet toegestaan om hemelwater in het openbaar riool of op de openbare ruimte te lozen, tenzij een hemelwatervoorziening is aangebracht met een capaciteit van 60 liter per m2 bebouwd oppervlak.

Figuur 13: Impressie voormalige situatie bebouwd en verhard oppervlak (bron: Architectenbureau Anna Zinkweg BV)

Adromi B.V.

R202535

Pagina 32 van 37

Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Figuur 14: Impressie beoogde situatie bebouwd en verhard oppervlak (bron: Architectenbureau Anna Zinkweg BV)

Watersleutel In de bestaande situatie betreft het verharde oppervlak 4.554 m2, in de beoogde situatie betreft dit 4.014 m2. Er is derhalve sprake van een flinke afname van het verharde oppervlak. Volledigheidshalve is de watersleutel ingevuld, zie hiervoor bijlage 9. Hieruit komt naar voren dat de totale extra te realiseren waterberging 0,0 m3 omvat als gevolg van de flinke afname van bebouwd of verhard gebied. Drooglegging Het vastgestelde waterpeil ter plaatse betreft -0,43 m NAP, blijkt uit de legger. Door Socotec is een bemalingsonderzoek uitgevoerd voor de bouw op onderhavige locatie. Voor dit rapport wordt verwezen naar bijlage 10. Uit het onderzoek komen de volgende conclusies naar voren; Voor de locatie geldt conform de Keur/Waterschapsverordening een vergunningsplicht voor het onttrekken van grondwater bij overschrijding van één of meerdere van de volgende grenzen: • Waterbezwaar meer dan 50 m3/uur, • Totaal waterbezwaar meer dan 200.000 m3. Uit het onderzoek komt naar voren dat voor onderhavig initiatief het waterbezwaar ca. 30 m3/uur betreft met een totaal van ca. 15.000 m3. Omdat het berekende waterbezwaar ruim minder is dan de hoeveelheid waarvoor een vergunning benodigd is kan volstaan met een melding van de bemaling. Conform de Waterschapsverordening dient deze melding, tenminste 3 weken voorafgaand aan de werkzaamheden worden gemeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17026102/1