RIS325418 Bijlage I Eindrapport Evaluatie Living Lab Scheveningen
Tekst van het document
Hieronder is een overzicht opgenomen van de meest belangrijke componenten opgesplitst in een fysieke en een digitale laag:
80
|
Dialogic innovatie & interactie
CASE STUDIE 2 – Het Slim strandnet •
Fysieke laag: o
Strandpaviljoens
o
Zonnepanelen
o
Warmtepompen
o
Haven Bediencentrale
o
Aansluitingen, waaronder evenementenaansluitingen, Beach Stadium, Hito, the Shore en Aloha.
o •
Slimme Mygrid batterijen
Digitale laag: o
App gekoppeld aan de slimme batterijen
o
GEMS
o
HEMS
o
Slimme meters
o
Slimme omvormers
Outcomes en Impact
Maatschappij (bereikbaarheid, veiligheid en duurzaamheid) •
De Gemeente den Haag heeft tools en kennis gekregen om initiatieven voor decentrale energienetwerken te ontwikkelen en de kans op slagen te vergroten.
•
Stedin kan als netbeheerder haar rol versterken door het delen van kennis, het geven van adviezen en het voeren van (nieuw) beleid.
•
Door de decentrale energienetwerken kan netcongestie voorkomen worden.
•
Het Slim Strandnet draagt bij aan de leveringszekerheid voor de betrokken afnemers.
•
Het lokaal opwekken van energie op het Slim Strandnet maakt afnemers minder afhankelijk, meer zelfvoorzienend en weerbaarder.
Economie (vestigingsklimaat) •
Er kom meer ruimte vrij op het elektriciteitsnet, waardoor nieuwe aansluitingen van bedrijven mogelijk worden gemaakt.
•
Het decentrale energienetwerk helpt bij het terugdringen van de kosten.
•
Het Slim Strandnet kan een kick-starter zijn voor opschaling en kan deuren openen naar andere projecten. De resultaten en lessen uit het Slim Strandnet kunnen als onderbouwing dienen voor nieuwe projecten en helpen bij het maken van betere risico inschattingen. Ook dit heeft voordelen voor zowel de gemeente als Stedin:
•
De daling in de kosten resulteert in meer ‘eerlijke’ energie, dat betekent dat er voor iedereen een gelijkwaardige toegang tot betaalbare en schone energie is. Stedin spreekt zelfs over ‘energierechtvaardigheid’.
81
|
Dialogic innovatie & interactie
CASE STUDIE 2 – Het Slim strandnet •
Afnemers van het Slim Strandnet raken meer betrokken bij het energiesysteem en het krijgt een meer democratisch karakter
Kwaliteit van leefomgeving •
Het Slim Strandnet heeft ten opzichte van een gecentraliseerd energienet een relatief lagere CO2-uitstoot.
•
Deze uitkomsten dragen bij aan het versnellen van de energietransitie en het veilig en verwantoord laten verlopen van dit proces.
•
Uiteindelijk draagt dit bij aan de inspanningen voor het behalen van de klimaatdoelstellingen.
Lessons learned •
De gemeente had een duidelijke probleemstelling omtrent leveringszekerheid. Stedin had de behoefte om te experimenteren met een energienet. Zowel de gemeente als Stedin zagen het experimenteren met een decentraal energienet als een noodzakelijke stap in het kader van groeiende risico’s op het gebied van geopolitieke afhankelijkheden. Denk hierbij aan de afhankelijkheid van Rusland in onze energievoorziening.
•
Veel tijd en energie was nodig om het Slim Strandnet goed tot zijn recht te laten komen. Een procesmatige les van deze use-case is dat er veel energie was gaan zitten in de communicatie. Doordat er verschillende afdelingen waren die hun eigen belangen wilden behartigen en op hun eigen manier invulling wilden geven aan het project, verliep het proces stroever dan verwacht. Het viel ook op dat afdelingen binnen de gemeente vanuit een ander perspectief naar het Slim Strandnet keken. Dit kan verklaard worden door de verschillende taakstellingen van de diensten.
•
Zoals eerder genoemd is het Slim Strandnet een kick-starter voor opschaling en kan het deuren openen naar andere projecten. Cybersecurity is hierbij wel een essentieel aandachtspunt waar rekening mee moet worden gehouden. Daarnaast heeft het Slim Strandnet de belangen van verschillende partijen goed bloot kunnen leggen. Inzicht in de belangen helpt de gemeente om een goede governance te bouwen. Een les voor de toekomst op het gebied van samenwerking is dat partijen meer toenadering moeten zoeken bij het ontwikkelen van een decentraal energiesysteem. Een manier om dit te bewerkstelligen is het hanteren van een integrale aanpak.
•
Een ander inzicht, en tevens een zorg, is dat er partijen afhankelijk zijn geworden van het Slim Strandnet. De infrastructuur wordt beheerd door het expertisecentrum en marktpartijen. Als het Slim Strandnet stopt met functioneren, vormt dit een risico voor deze partijen.
82
|
Dialogic innovatie & interactie
CASE STUDIE 3 - Registratiesysteem Scheveningen Haven Omschrijving van de case De havenmeester en de gemeente den Haag hadden de behoefte om een beter inzicht te krijgen in de in- en uitvarende scheepvaartbewegingen in de haven van Scheveningen. Het Registratiesysteem Scheveningen Haven (RSH) voorziet in deze behoefte door een combinatie van camera’s en connectiviteit, en maakt het mogelijk om ondermijning in de haven te detecteren en te bestrijden. Input Vanuit de geraadpleegde documenten valt niet te achterhalen of en hoeveel geld er uit deze financieringsstromen is toebedeeld aan RSH. De ontwikkeling van RSH is mede mogelijk gemaakt door geld uit het Ondermijningsfonds van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Betrokken organisaties en mensen: Bij deze use case zijn onder andere BSD, het Havenbedrijf, afdeling economie van DSO, de politie, en het Living Lab Scheveningen zelf betrokken. Er is daarnaast een samenwerking met de volgende vier commerciële partners: •
Freelex: een bedrijf met expertise in glasvezel- en datainstallaties
•
Tallgrass: een telecom-installatie bedrijf
•
Bosch: Camera's en videomanagement.
•
Braincreators: AI-detectie.
Activiteiten Er zijn meerdere ontwikkelingsfases geweest die RSH moest doorlopen. In de eerste fase moest de basis van het registratiesysteem geïmplementeerd worden en in de tweede fase moest het systeem aangesloten worden op andere databronnen. In de derde fase moest er een geavanceerd detectie- en analysesysteem zijn gerealiseerd voor het analyseren en ‘taggen’ van verdachte schepen en verdachte vaarbewegingen. In de vierde fase moest het havenregistratiesysteem ook met alle andere systemen geïntegreerd zijn. Output In en rondom de haven van Scheveningen hangen meerdere camera’s. Het RSH maakt vooral gebruik van de camera direct naast Bediencentrale. Aan de hand van de beelden op deze camera worden namelijk de tellingen uitgevoerd. Daarnaast wordt op deze beelden de AI-software toegepast die het mogelijk maakt om scheepstypen te identificeren. De camera beelden van de RSH-camera zijn gekoppeld aan beelden van andere camera’s rondom de haven. Daardoor is er naast de mogelijkheid om schepen te analyseren en om meldingen te ontvangen, er ook een goed overzicht van de haven in zijn totaliteit gewaarborgd. Het komen tot een volwaardig RSH was een iteratief proces, waarbij verschillende stadia zijn doorlopen. Grofweg is het innovatieproces op te splitsen in de volgende drie RSH modellen:
83
|
Dialogic innovatie & interactie
CASE STUDIE 3 - Registratiesysteem Scheveningen Haven •
Model 1: Er was reeds in-house software beschikbaar voor het detecteren van onderdelen van schepen. Dit model is gebruikt om data uit bronnen te extraheren ne de digitale inspecteur op te leiden. Het resultaat was een dataset van 30 duizend afbeeldingen van schepen.
•
Model 2: In dit model zijn vier scheepstypen geannoteerd en hiermee is een nieuw model getraind. Dit model is ingezet om data te verzamelen van de camera in de haven. Resultaat: een dataset van 130 duizend afbeeldingen van de vier scheepstypen en het type ‘overig’.
•
Model 3: de dataset met voorbeelden uit de haven van Scheveningen is gefilterd, om de kwaliteit tijdens het trainen van het model te verhogen. Het model is verder getraind om de scheepsherkenning specifiek voor de haven van Scheveningen te optimaliseren.
Op de website van de Gemeente den Haag wordt het RSH als een succes beschouwd en wordt beschreven dat het de komende jaren nog verder ontwikkeld zal worden. De tekst is algemeen en zonder detail, maar lijkt de belangrijkste doelen op basis van functionaliteit te hebben behaald: •
Er is de mogelijkheid om het vaarverkeer automatisch te herkennen en te registreren. Met een AI-systeem wordt het type schip geïdentificeerd, en worden de vaarrichting, datum en tijd geregistreerd.
•
Havenmedewerkers houden via een dashboard een totaaloverzicht van de activiteiten in de haven.
•
De privacy van havenbezoekers wordt gewaarborgd. Er worden geen persoonsgegevens geregistreerd en opvarenden komen niet zichtbaar in beeld.
Outcomes en Impact
Maatschappij (bereikbaarheid, veiligheid en duurzaamheid) •
Het kunnen identificeren van vaartuigen en het kwantitatief en geografisch in kaart brengen van vaargedrag, zijn concrete resultaten van RSH. Daarmee zijn functionele doelstellingen behaald.
•
Het kunnen identificeren van vaartuigen en in kaart brengen van het vaargedrag geeft meer zicht en grip op het vaarverkeer. Hiermee kan de criminaliteit in de haven beter aangepakt worden. Dit heeft als gevolg dat de veiligheid in de haven versterkt wordt.
•
Het systeem is opgeschaald aar het landelijke MARIT-project van de politie, waarbij de data wordt gecombineerd met andere databronnen voor een grotere impact in en rond de haven.
84
|
Dialogic innovatie & interactie
CASE STUDIE 3 - Registratiesysteem Scheveningen Haven
Economie (vestigingsklimaat) •
Een verhoogd gevoel van veiligheid in de haven, maakt het aantrekkelijker voor mensen om er gebruik van te maken en om economische activiteiten uit te voeren.
•
Dit bevordert de economische groei in de haven.
Lessons learned •
Over het algemeen is de doorlooptijd van innovaties binnen de Politie heel lang (ongeveer 9 jaar) en dit kan men terughoudend maken om nieuwe innovatietrajecten te starten. RSH heeft laten zien dat innovaties ten behoeve van het waarborgen van veiligheid en het bestrijden van criminaliteit ook sneller van de grond kunnen komen. Daarom is het mogelijk dat de uitrol van RSH een verandering in de mindset en een cultuurshift hebben veroorzaakt bij de politie.
85
|
Dialogic innovatie & interactie
CASE STUDIE 4 - Geluidsmetingen Omschrijving van de case In Scheveningen kampen inwoners, ondernemers en de gemeente met verschillende vormen van geluidsoverlast. Er was daarom behoefte om een beter beeld te krijgen van het geluidslandschap rondom de boulevard van Scheveningen, om de intensiteit, typen en locaties van geluidsoverlast vast te stellen en om de pijnpunten hier te identificeren. Om in deze behoefte te voorzien werd een use-case binnen Living Lab Scheveningen toegewijd aan het aanpakken van dit probleem. Het systeem heeft vier toepassingen: •
Het systeem kan gebruikt worden door de politie en functioneert als hulpmiddel bij cameratoezicht voor het bewaken van de openbare orde.
•
Handhaving van geluidsoverlast dat wordt veroorzaakt door statisch (stilstaand) verkeer (HHO).
•
De geluidsmetingen geven extra data-input bij druktemetingen en het krijgen van inzicht in groepsvorming.
•
Het functioneert als participatie instrument in samenwerking met omwonenden.
Input Bij de ontwikkeling van deze use-case waren verschillende belanghebbende partijen betrokken. De meest nauw betrokken groepen zijn: •
Cyrb (opdrachtnemer use-case)
•
Provincie Zuid-Holland en Gemeente den Haag
•
Lokale bewoners en Wijkoverleg Scheveningen (WOS)
•
Lokale bedrijven, strandtenthouders en Vereniging Winkeliers Scheveningen (VWS)
•
Omgevingsdienst Haaglanden en de Politie
•
HHO, DPZ, UDP en OVL
Uit het projectvoorstel zijn de volgende kostenindicaties opgenomen. •
Indicatie kosten initiatiefase: €10.000
•
Indicatie projectkosten: €60.000
•
Indicatie reserveringskosten €50.000
•
Indicatie exploitatiekosten: €9.000 (operationeel beheer OVL) + €15.000 (Aansluiting en uitwisseling (UDP) + €7.000 (optie Cyrb dashboards toepassing participatie (DPZ))
•
86
|
Totaal begrootte kosten: €151.000
Dialogic innovatie & interactie
CASE STUDIE 4 - Geluidsmetingen Activiteiten Er zijn 5 concrete taken geformuleerd voor de pilot: 1. Dashboard met dummydata creëren. 2. Creëren van een prototype van een sensor. 3. Back-end koppeling met dashboard om live data te runnen 4. Validatiesessies 5. Product tonen op een demodag.
Output Het project is niet doorontwikkeld tot de implementatiefase. LLS nam het initiatief en dacht dat de use case een goed idee was. Het bleek echter lastig om gemengde opdrachtgevers te hebben (HHO en DPZ). HHO vanuit geluidshandhaving en DPZ vanuit klachten vanuit bewoners. HHO zag niet voldoende potentie in de geluidsensoren want ze deden zelf al volgens hun eigen standaarden metingen. En DPZ vond de techniek ingewikkeld en wilde met name inzetten op maatregelen en dialoog. Daarom wilden zowel DPZ als HHO niet verder als opdrachtgever en financier. Toen werd de use case tijdelijk ondergebracht bij de UC druktemetingen (die gelijktijdig liep) als tijdelijke overbrugging. Uiteindelijk is besloten om toch met de geluidsensoren te stoppen, en deze weg te halen. .
Outcomes en impact
Maatschappij (bereikbaarheid, veiligheid en duurzaamheid) •
Het feit dat het project is gefaald, betekent niet dat het niks heeft opgeleverd. Alhoewel de use-case niet is doorontwikkeld binnen het Living Lab Scheveningen, is deze wel zelfstandig doorontwikkeld buiten het Living Lab Scheveningen om.
Economie (vestigingsklimaat) •
De start-up Cyrb is actief op de markt, staat als actief ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en verkoopt het product dat ze in eerste instantie in het LLS getest hebben.
Kwaliteit van leefomgeving •
Daarnaast heeft het project bijgedragen aan het (onbedoeld) ontstaan van een spinoff. Dit is het Urban Sensing Lab. Dit is een netwerk van burgers, overheden, onderzoekers en initiatiefnemers. Het doel van dit netwerk is om meer zicht te krijgen op de leefomgeving en de trends die hier spelen. Dit wordt mogelijk gemaakt door een combinatie van metingen. Hieronder vallen geluidsmetingen, maar ook metingen voor de luchtkwaliteit en andere milieufactoren.
87
|
Dialogic innovatie & interactie
CASE STUDIE 4 - Geluidsmetingen Lessons learned •
De verschillende vormen van geluidsoverlast werden als probleem gedefinieerd, maar er was niet sprake van een duidelijke urgentie of noodzaak om dit probleem zo snel mogelijk op te lossen. Het ontbreken van een formele taakstelling hangt hiermee samen.
•
Het falen van een project betekent niet dat het onderliggende product ook faalt. Daarnaast hoeft een use-case niet per se een volledig traject binnen Living Lab Scheveningen door te lopen, om zich tot een volwaardig bedrijf te ontplooien. Cyrb heeft hun product buiten het LLS om doorontwikkeld.
88
|
Dialogic innovatie & interactie
Onderzoek voor onderbouwd beleid. Dialogic innovatie & interactie Hooghiemstraplein 33 3514 AX Utrecht 030-2150580 www.dialogic.nl