CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325380 Bijlage P0406 Eindrapport 60+ in Den Haag

Algemene Raadscommissie 11 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken17.484 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zestigplussers in de bijstand Resultaten van een onderzoek naar bereidwilligheid en mogelijkheden om betaald te werken 31 M A AR T 2 02 6

1

Projectnummer P0406 Onderzoek in opdracht van de gemeente Den Haag Auteurs: Celsie Huls, Lennart de Ruig m.m.v. Noortje Hippert © 31 maart 2026 | De Beleidsonderzoekers | www.beleidsonderzoekers.nl Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt via druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.

Samenvatting

Er zijn in Den Haag ongeveer 5.500 60-plussers met een bijstandsuitkering en dit aantal zal naar verwachting niet kleiner worden. Tegen deze achtergrond heeft de gemeenteraad een motie aangenomen met een verzoek onderzoek te doen naar de bereidwilligheid van 60-plussers in de bijstand voor betaald werk. Het voorliggende onderzoek geeft inzicht in de mogelijkheden en belemmeringen voor betaald werk voor deze doelgroep. Voor dit onderzoek is gesproken met de doelgroep zelf, werkgevers waar 60-plussers in dienst zijn en casemanagers en accountmanagers van de gemeente.

De doelgroep Uit cijfers van de gemeente blijkt dat circa 90% van de 60-plussers met een bijstandsuitkering in Den Haag zijn ingedeeld in de Participatieroute. Van deze groep schat de gemeente in dat zij

niet binnen achttien maanden bemiddelbaar zijn naar werk. Circa 65% van de doelgroep ontvangt al langer dan 10 jaar een uitkering. Langdurige bijstandsafhankelijkheid gaat vaak ge-

paard met complexe problematiek op verschillende levensdomeinen. Deze cijfers laten zien dat voor een groot deel van de 60-plussers betaald werk op de korte termijn geen haalbaar perspectief is.

Op basis van de gesprekken met 60-plussers en hun casemanagers hebben we een typologie

gemaakt van 60-plussers met een bijstandsuitkering. Deze typen hebben elk hun eigen verhaal, mogelijkheden en belemmeringen. De typen zijn als volgt:

3

• •

Mensen die in hun leven (bijna) niet hebben gewerkt.

Mensen die praktisch geschoold werk hebben gedaan en zijn uitgevallen, vaak om gezondheidsredenen.

•

Mensen die theoretisch geschoold werk hebben gedaan en zijn uitgevallen, vaak om gezondheidsredenen.

•

Zelfstandigen van wie hun bedrijf failliet is gegaan.

Hoewel deze typologie gebaseerd is op kwalitatief onderzoek, is het aannemelijk dat de eerste twee subgroepen veel groter zijn dan de laatste twee.

Bereidwilligheid

Veel van de geïnterviewde 60-plussers willen werken. Ze missen het sociaal contact, de zinge-

ving en de maatschappelijke deelname. Sommigen brengen bovendien ervaring, motivatie, net-

werk en maatschappelijke betrokkenheid mee. Veel geïnterviewde 60-plussers vertellen dat ze heel graag hun (levens)ervaring zouden willen inzetten voor werk en iets willen toevoegen aan de maatschappij. Deze bereidwilligheid vertaalt zich echter meestal niet in daadwerkelijke arbeidsparticipatie vanwege een stapeling van belemmeringen.

Belemmeringen

Ondanks hun bereidwilligheid lukt het 60-plussers vaak niet om aan het werk te komen door verschillende belemmeringen. De belangrijkste belemmeringen zijn: •

Gezondheidsproblemen die beperken hoeveel uren mensen kunnen werken en welk type werk mogelijk is. Het gaat dan om (chronische) psychische of lichamelijke beperkingen.

•

Kwalificatieveroudering omdat de kennis en vaardigheden van sommige 60-plussers hun

waarde op de arbeidsmarkt hebben verloren. Deze 60-plussers en hun voormalige werkgevers hebben niet geïnvesteerd in duurzame inzetbaarheid en hun werkervaring sluit niet

meer aan bij de vraag op de arbeidsmarkt. •

Psychosociale factoren zoals het verwerken van het verlies van werk, schaamte over de bij-

standsafhankelijkheid en angst voor financiële onzekerheid bij werkhervatting werken motivatieremmend.

•

Re-integratieaanpak: bij sommige 60-plussers is sprake van wisselende casemanagers, het

ontbreken van intensieve begeleiding en het gevoel dat de gemeente hen niet begrijpt. Dit

heeft bij een deel van de groep het vertrouwen in de gemeente en de hoop op werkhervatting ondermijnd.

•

Omgevingsfactoren: een deel van de 60-plussers heeft een sociaal netwerk waarin niet-wer-

ken de norm is, wat participatie extra bemoeilijkt.

Deze belemmeringen beïnvloeden elkaar. Door bijvoorbeeld gezondheidsproblemen is het

oude werk niet meer mogelijk, waardoor werkervaring niet meer aansluit. Dit gaat vaak gepaard

met rouw om het verlies van het werk, zeker als het niet lukt ander werk te vinden. Deze factoren

maken de afstand tot de arbeidsmarkt groter, waardoor de gemeente vaak minder investeert in

begeleiding, wat dan weer het vertrouwen in werkhervatting vermindert. Hierdoor duurt het lan-

ger voordat iemand een baan vindt en blijft diegene langer thuis zitten, wat de gezondheidspro-

blemen weer kan verergeren. Al met al zorgen de belemmeringen er met elkaar voor dat de afstand tot de arbeidsmarkt van een 60-plusser steeds groter wordt. De figuur hieronder verbeeldt de belemmerende factoren en hun samenhang.

De werkgevers Een deel van de 60-plussers in de bijstand (circa 10%) wordt door de gemeente begeleid naar werk. Het gaat om de 60-plussers die zijn ingedeeld bij het team Instroom en

Arbeidsontwikkeling en waarvan wordt verwacht dat ze op relatief korte termijn bemiddelbaar

zijn naar werk. De geïnterviewde 60-plussers die werken doen dat veelal in laagdrempelige

banen die fysiek weinig belastend zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om functies als gastheer-

/vrouw, suppoost, administratief medewerker of conciërge. Wat betreft sectoren komen

detailhandel, horeca en logistiek vaak voor. De 60-plussers worden door de gemeente geplaatst

bij werkgevers uit verschillende grootteklassen waarvan sommige een sociale missie hebben en

andere niet.

Voor het onderzoek zijn werkgevers geïnterviewd die 60-plussers in dienst hebben. Het gaat

niet om een representatieve afspiegeling van alle Haagse werkgevers. Het zijn bedrijven die al

samenwerken met de gemeente en vaak al mensen vanuit de Participatiewet in dienst hebben. Ze stonden ook open voor de doelgroep 60-plus. Dit geldt niet voor alle werkgevers. Veel 60-

plussers ervaren op de arbeidsmarkt leeftijdsdiscriminatie wat het voor hen moeilijker maakt een baan te vinden. Ook de 60-plussers met wie de geïnterviewde werkgevers in aanraking komen

zijn niet representatief voor de gehele doelgroep, omdat het 60-plussers zijn die relatief weinig

belemmeringen ervaren.

Ondanks dat de geïnterviewde werkgevers niet representatief zijn, geven de interviews met hen

wel een beeld van de bevorderende en belemmerende factoren. De geïnterviewde werkgevers

zijn heel positief over de 60-plussers met wie zij in aanraking komen. Ze waarderen hun ervaring,

motivatie en arbeidsethos en zien hen als loyale medewerkers die balans in het team brengen. De werkgevers ervaren wel belemmeringen zoals minder digitale vaardigheden, hoge kosten,

lagere fysieke belastbaarheid en een forse investering in de begeleiding voor een werknemer

die een relatief korte periode (tot de AOW-leeftijd) in dienst blijft. Ondanks deze

belemmeringen zien de geïnterviewde werkgevers de doelgroep als echte aanwinst voor een bedrijf.

De match: ervaringen van professionals Casemanagers vertellen dat de doelgroep vaak intensieve begeleiding nodig heeft en soms met

rust wordt gelaten. Het kost casemanagers relatief veel tijd omdat er meerdere gesprekken

nodig zijn voordat ze vertrouwen kunnen winnen en er iets verandert bij de doelgroep. Die tijd is

er niet altijd. Daarbij spelen de persoonlijke verwachtingen van casemanagers een rol bij de

mate waarin 60-plussers begeleid worden. Als casemanagers niet verwachten dat er iets kan

veranderen, zetten ze ook minder begeleiding in. Door de hoge caseload, tijdsdruk en soms

lage verwachtingen van casemanagers wordt de doelgroep volgens casemanagers vaak met

rust gelaten. De 60-plussers zijn gedurende hun bijstandsafhankelijkheid vaak meermaals van afdeling en casemanager gewisseld. Door de wisselingen en het ontbreken van intensieve

begeleiding schort het aan een goed beeld van veel 60-plussers in de bijstand en waarmee ze

geholpen zouden kunnen zijn.

Accountmanagers vertellen dat ze maar weinig 60-plussers in hun caseload hebben: de meeste 60-plussers zitten immers bij de afdeling Participatie. Ze bevestigen het beeld dat er bij 60plussers vaak gezondheidsproblemen spelen, waardoor een deel van de banen die zij

beschikbaar hebben ongeschikt zijn voor de doelgroep. Accountmanagers vertellen ook dat ze

60-plussers met belemmeringen standaard opnemen in het doelgroepregister. Zo krijgen

werkgevers recht op loonkostensubsidie en een no-risk polis, waardoor de risico’s van lagere arbeidsproductiviteit en hogere ziektekosten deels weggenomen worden. Ook zijn veel 60-

plussers geplaatst op STiP-banen 1, maar sinds de doelgroep die in aanmerking komt voor die banen breder is geworden hebben accountmanagers het gevoel dat 60-plussers minder snel zijn te plaatsen.

Conclusie Veel 60-plussers in de bijstand zijn bereid om geheel of gedeeltelijk betaald te gaan werken,

maar ze ervaren ook forse belemmeringen. Daardoor lukt het velen niet aan het werk te komen en is circa 90% door de gemeente ingedeeld in de Participatieroute. De 60-plussers met een

(voormalige) bijstandsuitkering die wel werken, doen dat veelal in laagdrempelige banen die fysiek weinig belastend zijn. Soms gaat het om additionele arbeid, zoals STiP-banen. De

gemeente Den Haag heeft contact met werkgevers die bereid zijn om 60-plussers vanuit de

bijstand een baan te bieden. De werkgevers die ervaring hebben met de door de gemeente

Sociaal Traject in Perspectief (STiP) is een project dat sinds 2017 bestaat en creëert gesubsidieerde banen voor Hagenaars met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waaronder mensen van 56 jaar en ouder.

1

geplaatste 60-plussers, zijn daar over het algemeen tevreden mee. Het knelpunt bestaat niet zozeer uit een tekort aan bereidwillige werkgevers of bereidwillige 60-plussers, maar uit een tekort aan 60-plussers die bemiddelbaar zijn naar werk.

Aanbevelingen Als de gemeente ervoor kiest extra te investeren in de bemiddeling van 60-plussers is het van

belang rekening te houden met de verschillen tussen 60-plussers in de bijstand. De grootste

groep heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt en kan (op korte termijn) niet uitstromen naar werk. Een kleinere groep heeft een kleinere afstand tot de arbeidsmarkt. Voor deze 60-plussers is betaald werk een haalbaar perspectief. Velen worden al door het team Instroom en

Arbeidsbemiddeling begeleid naar werk. De eerste vraag voor de gemeente is daarom: in welke groep(en) investeren we? De groepen hebben namelijk andere

ondersteuningsbehoeften.

Ook de afbakening van de doelgroep is van belang. We hebben in dit rapport gefocust op 60-

plussers, maar veel geïnterviewden benadrukten dat er weinig verschil is tussen 60-plussers, 55-

plussers of 50-plussers: ze hebben allemaal te maken met vergelijkbare problematiek. Als er

specifieke begeleiding of regelingen voor de doelgroep komen is het belangrijk een keuze te

maken over de afbakening van de doelgroep. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met het perspectief van werkgevers: het kan voor hen verwarrend zijn als er voor verschillende doelgroepen verschillende regelingen beschikbaar zijn.

Wanneer de gemeente ervoor kiest om te investeren in extra begeleiding van 60-plussers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, dan is het van belang ruimte te creëren bij

casemanagers. Hiervoor zijn kleine caseloads en heldere doelstellingen belangrijke

voorwaarden. Investering in deze groep zal waarschijnlijk niet leiden tot uitstroom uit de

bijstand, maar kan wel een brede impact hebben op de gezondheid en het welbevinden van de

groep.

Wanneer de gemeente kiest voor intensivering van de bemiddeling van de groep met een

kleinere afstand tot de arbeidsmarkt kunnen specifieke instrumenten (vaker) ingezet worden. Te denken valt aan een opleidingsbudget, werving van werkgevers die minder fysiek belastend en

maatschappelijk relevant werk bieden, jobcarving, inzet op additionele banen en langdurige

ondersteuning in de vorm van bijvoorbeeld financiële ondersteuning voor de werkgever of begeleiding op de werkvloer.

In de motie werd een pool van bereidwillige werkgevers en 60-plussers voorgesteld als

mogelijke oplossing. Geïnterviewde professionals vertellen dat zo'n pool in feite al bestaat:

WGD functioneert als werkgeverspool en I&A als pool voor werkzoekende 60-plussers. Het

probleem is niet het ontbreken van een pool, maar de lage instroom: de meeste 60-plussers zitten bij Participatie vanwege hun belemmeringen en er zijn relatief weinig werkgevers met

passende werkzaamheden voor 60-plussers. Een nieuwe pool zal de lage instroom niet

oplossen. Het is effectiever om in te zetten op het vergroten van instroom van werkgevers in die pool door wervingsinspanningen en inzet op additionele arbeid en jobcarving.

Onafhankelijk van de keuze voor de doelgroep waarop wordt geïnvesteerd is het van belang in

te zetten op preventie. Voor 60-plussers die in hun leven weinig hebben gewerkt is de afstand

tot de arbeidsmarkt steeds groter geworden. Het loont om deze situatie te voorkomen door bij instroom in de bijstand passende ondersteuning te bieden en eventueel in te zetten op de duurzame inzetbaarheid van mensen met fysiek belastende beroepen.

Inhoud 1.

1.1 1.2 1.3

2.

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3.

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

4.

4.1 4.2

5.

5.1 5.2 5.3 5.4

Inleiding Aanleiding

Onderzoeksvragen

10

10 11

Onderzoeksverantwoording

11

De doelgroep

14

Subgroepen en hun verhalen

16

Belemmeringen

19

De doelgroep in cijfers Mogelijkheden

Ondersteuningsbehoefte

De werkgevers

Waar worden 60-plussers geplaatst?

Staan werkgevers open voor de doelgroep?

15

18 22

25

26

27

Mogelijkheden

28

Ondersteuningsbehoefte

31

Belemmeringen

29

De match: ervaringen van professionals

33

Ervaringen van accountmanagers met de begeleiding

35

Ervaringen van casemanagers met de begeleiding

34

Aanbevelingen

37

Investeringen in de groep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt

38

Verschillende groepen

Investeringen in de groep met een kleinere afstand tot de arbeidsmarkt Inzet op preventie

Bijlage 1: Gespreksleidraden

38

39 40

41

9

Inleiding

In dit hoofdstuk bespreken we de aanleiding van het onderzoek, de onderzoeksvragen en de onderzoeksopzet.

1.1

Aanleiding Er zijn in Den Haag ruim 5.500 60-plussers die een bijstandsuitkering ontvangen en dit aantal zal naar verwachting niet kleiner worden. Het merendeel van de 60-plussers met een uitkering in

Den Haag heeft al langer dan 18 maanden een uitkering en maar een klein deel van hen stroomt uit de bijstand en vindt betaald werk. 2 Om het welzijn van de doelgroep te bevorderen en

vanwege de huidige krapte op de arbeidsmarkt heeft de gemeenteraad interesse in de

mogelijkheden die 60-plussers in de bijstand hebben om betaald te gaan werken. Tegen deze

achtergrond is in juni 2025 een motie aangenomen met een verzoek onderzoek te doen naar de bereidwilligheid van 60-plussers in de bijstand om betaald te gaan werken. Motie Onderzoek Help Ouderen uit de Bijstand Verzoekt het college:

2

Icar, N & Vavier, M. (2025) 60-plussers met een bijstandsuitkering [Commissiebrief]

10

• • •

• •

onderzoek te doen naar de bereidwilligheid van 60-plussers in de bijstand om geheel of gedeeltelijk betaald te gaan werken en een pool te creëren van beschikbare werkzoekenden; onderzoek te doen naar de soorten banen die deze groep van werkzoekenden zouden willen en kunnen vervullen; onderzoek te doen naar werkgevers die bereid zijn om 60-plussers vanuit de bijstand een baan te bieden en hiermee een pool te creëren van werkgevers die actief in contact kan komen met de beschikbare werkzoekenden; bij dit onderzoek vooral in te gaan op parttime banen die specifiek voor de doelgroep van 60-plussers in de bijstand kunnen worden ontwikkeld. de raad over de stand van zaken te informeren in Q4 2025 en uitkomsten van het onderzoek te delen in Q1 2026.

Het voorliggende rapport is het antwoord op het verzoek uit de motie.

1.2

Onderzoeksvragen Dit rapport geeft inzicht in de bereidwilligheid, mogelijkheden en belemmeringen met

betrekking tot betaald werk voor 60-plussers met een bijstandsuitkering in Den Haag. Hierbij

hebben we het perspectief van zowel de doelgroep 60-plussers met een bijstandsuitkering als van werkgevers meegenomen. De perspectieven van die twee groepen hebben we

gecombineerd om de kansen voor matching van 60-plussers met een bijstandsuitkering en

werkgevers in Den Haag inzichtelijk te maken. Daarbij hebben we gereflecteerd wat de kansen

voor matching betekenen voor de huidige of eventuele aanvullende dienstverlening van de gemeente.

De hoofdvragen van het onderzoek luidden: 1. 2. 3. 4.

5.

1.3

In hoeverre zijn 60-plussers met een bijstandsuitkering in Den Haag bereid om geheel of gedeeltelijk betaald te gaan werken? Wat zijn de belemmeringen en mogelijkheden van deze groep om geheel of gedeeltelijk betaald te gaan werken? In hoeverre zijn werkgevers bereid om 60-plussers vanuit de bijstand een baan te bieden? In hoeverre matchen de belemmeringen en mogelijkheden van 60-plussers met een bijstandsuitkering en de kansen bij werkgevers met elkaar, en wat betekent dit voor de dienstverlening van de gemeente? Welke ondersteuningsbehoeften hebben 60-plussers met een uitkering van de gemeente Den Haag?

Onderzoeksverantwoording We hebben voor dit onderzoek gesproken met de doelgroep zelf, casemanagers die hen

begeleiden, werkgevers en accountmanagers. De gespreksleidraden die voor het onderzoek zijn gebruikt staan in de bijlage.

60-plussers

Tijdens het onderzoek is de doelgroep vanwege de haalbaarheid aangepast naar 55-plussers.

Het was voor casemanagers lastig om genoeg 60-plussers te bereiken en door de doelgroep te

11

verbreden was het voor hen makkelijker mensen te werven. We hebben in totaal met 25 mensen

uit de doelgroep gesproken, 21 van hen waren 60-plusser, vier waren tussen de 55-60 jaar oud. 3

De gesprekken waren semigestructureerd, waarbij we gebruik maakten van een vragenlijst om de relevante thema’s aan bod te laten komen, maar ook ruimte namen om door te vragen naar

de onderwerpen die in het gesprek opkwamen. Om sociaal wenselijke antwoorden zoveel als

mogelijk te voorkomen hebben we de vragenlijst breed opgezet. We vroegen niet alleen naar

onderwerpen met betrekking tot werk, maar naar het gehele dagelijks leven om zo een volledig beeld van het leven van een respondent te krijgen. De gesprekken vonden telefonisch (18

gesprekken) of op locatie bij de gemeente Den Haag (7 gesprekken) plaats, waarbij de persoon

zelf mocht kiezen waar die de voorkeur aan gaf.

We hebben bij de werving gevraagd of casemanagers respondenten konden selecteren van wie zij dachten dat ze goed hun verhaal konden doen. De verwachting was dat dit rijkere informatie opleverde dat een willekeurige selectie van respondenten, waaronder mensen die moeite

hebben zich uit te drukken of de taal niet goed machtig zijn. Dit heeft er toe geleid dat de groep

die wij hebben gesproken niet representatief is voor de gehele doelgroep. Er zijn namelijk ook

veel 60-plussers in de bijstand die de Nederlandse taal niet goed beheersen of het lastig vinden te praten over hun ervaringen.

Instroom en Arbeidsontwikkeling

De mensen die bij I&A zijn ingedeeld zijn mensen van wie de gemeente Den Haag inschat dat ze redelijk snel naar werk kunnen worden begeleid. Er zijn relatief weinig 60-plussers ingedeeld in

deze groep. We hebben er bewust voor gekozen een relatief groot deel uit de doelgroep I&A te spreken zodat we een beeld kregen van deze doelgroep en in het rapport ook uitspraken

kunnen doen over deze groep. We hebben 10 mensen gesproken die zijn ingedeeld in I&A. Voor de werving van de doelgroep is aangesloten bij bestaande contactmomenten met

casemanagers. De casemanager van de persoon kon tijdens zo’n contactmoment vragen of

iemand openstond voor deelname aan een onderzoek. Als het antwoord positief was kon de casemanager de contactgegevens delen en konden wij de 60-plusser benaderen. Participatie

We hebben 15 mensen gesproken die zijn ingedeeld in Participatie. Dit zijn de mensen van wie de gemeente inschat dat zij meer begeleiding nodig hebben voordat ze betaald werk kunnen

gaan doen. Door 15 mensen te spreken verwachten we dat we divers beeld van de doelgroep te

krijgen.

Voor de werving van deze groep heeft één casemanager 60-plussers in het bestand opgebeld

met de vraag of ze mee wilden doen aan een onderzoek. Als ze mee wilden doen deelde deze

casemanager de contactgegevens en namen de onderzoekers contact op.

Casemanagers

Om een goed beeld te krijgen van de gehele doelgroep hebben we ook focusgroepen

uitgevoerd met casemanagers van Participatie en casemanagers van het team I&A. Deze

3

We gebruiken in het rapport consistent de term 60-plussers.

12

focusgroepen gaven een beeld van de begeleiding van 60-plussers en een overkoepelend zicht op de ervaringen van casemanagers met de doelgroep. De focusgroepen werden gevoerd aan

de hand van een semigestructureerde vragenlijst. De focusgroepen vonden plaats op locatie bij

de gemeente Den Haag.

We hebben een relatief kleine groep van acht casemanagers gesproken. Hun uitspraken zijn

bedoeld ter inkleuring en duiding, maar zijn niet per se representatief voor alle casemanagers.

Werkgevers

We hebben voor het onderzoek werkgevers gesproken omdat we benieuwd waren naar hun

ervaringen met de doelgroep: staan werkgevers ervoor open de doelgroep in dienst te nemen en wat zijn hun ervaringen met de doelgroep? We hebben ervoor gekozen om werkgevers via de werkgeversdienstverlening (WGD) van de gemeente te werven. Deze keuze hebben we

gemaakt omdat het waarschijnlijker is dat werkgevers die al ervaring hebben met mensen met

een kwetsbare arbeidsmarktpositie open staan voor 60-plussers. Door met deze werkgevers te

praten konden we ook specifiek ingaan op de vraag in de motie naar het creëren van parttime

banen specifiek voor 60-plussers. Door met werkgevers in gesprek te gaan kregen we ook een

beeld van het type ondersteuning dat werkgevers nodig hebben voor de doelgroep.

We hebben in totaal negen werkgevers gesproken. De werkgevers hebben we geworven via accountmanagers van WGD. We hebben van hen contactgegevens doorgekregen van

werkgevers waar zij een relatie mee hebben. Van de negen werkgevers vertelden acht dat zij op

dit moment ten minste één 60-plussers vanuit een bijstandsuitkering in dienst hadden. Ook deze groep is niet representatief voor alle werkgevers in Den Haag of voor alle werkgevers waar WGD relatie mee heeft.

Accountmanagers

Om een meer overkoepelend beeld te krijgen van de werkgevers hebben we ook een

focusgroep uitgevoerd met accountmanagers van WGD. We hebben tijdens de focusgroep

gesproken over de ervaringen van accountmanagers met de doelgroep 60-plus en de

werkgevers waar zij geplaatst worden. Dit was een semigestructureerde focusgroep op locatie

bij de gemeente Den Haag.

13

De doelgroep

Wie zijn de 60-plussers in de bijstand in Den Haag? We beginnen met wat cijfers over de doelgroep. Vervolgens gaan we in op de verschillende subgroepen die we in de doelgroep zien. We besteden daarna aandacht aan hun mogelijkheden en belemmeringen. Tot slot gaan we in op de ondersteuningsbehoefte van de doelgroep. In het kort •

Het merendeel van de 60-plussers met een bijstandsuitkering in Den Haag is ingedeeld in

de Participatieroute en al langer dan vijf jaar een uitkering ontvangt. Dit betekent dat zij niet direct bemiddelbaar zijn naar werk.

•

We zien in de doelgroep verschillende subgroepen, namelijk: zelfstandigen, mensen die

praktisch geschoold werk hebben gedaan, mensen die theoretisch geschoold werk hebben gedaan en mensen die in hun leven (bijna) niet hebben gewerkt.

•

Tijdens de interviews kwamen de volgende mogelijkheden voor de doelgroep naar voren: hun hoge motivatie, hun ervaring, het netwerk wat ze tijdens hun carrière hebben

opgebouwd, hun (wens voor) maatschappelijke betrokkenheid en de tijd die is vrijgekomen voor werk. •

De belangrijkste belemmeringen van de doelgroep die we tijdens de interviews hebben gehoord zijn: gezondheidsklachten, zorgtaken, ervaring die niet aansluit bij hun

mogelijkheden in werk, niet geïnvesteerd in duurzame inzetbaarheid, rouw om het verlies van hun werk, Nederlandse taal niet machtig, weinig vertrouwen in de gemeente, angst

voor financiële onzekerheid, schaamte voor hulp van de gemeente en een belemmerende

omgeving.

14

•

60-plussers noemen tijdens de interviews verschillende dingen waar ze behoefte aan zouden kunnen hebben in de ondersteuning van de gemeente: ondersteuning bij

gezondheidsproblemen, een financieel vangnet bij uitval, een vast contactpersoon,

cursussen, financiële hulp bij eigen bedrijf en hulp bij het vinden van passend werk.

2.1

De doelgroep in cijfers In de tabel hieronder hebben we wat cijfers over de doelgroep op een rij gezet. Er zijn in Den Haag ruim 5.500 mensen met een bijstandsuitkering die 60 jaar of ouder zijn. < 1 jaar

1-3 jaar

3-5 jaar

5-10 jaar

>10 jaar

Totaal

Instroom en Arbeidsont-

36

40

35

155

212

478

Participatie

79

160

259

1099

3443

5040

Inburgering

35

84

14

1

134

Totaal

150

284

308

3656

5625

wikkeling

1254

Tabel 1: Aantallen 60-plussers per route en uitkeringsduur

Twee zaken vallen op aan de doelgroep. Ten eerste: het overgrote deel, bijna 90%, van de doel-

groep is ingedeeld in de Participatieroute. Dit betekent dat de gemeente Den Haag op basis

van de intake en andere gesprekken inschatten dat een persoon relatief veel ondersteuning en

tijd nodig heeft voordat die betaald aan het werk kan. De groep die is ingedeeld bij Instroom en Arbeidsontwikkeling is veel kleiner. Van hen schat de gemeente in dat ze met minimale ondersteuning en een relatief kort traject aan het werk kunnen.

Het tweede aspect dat opvalt is de lange uitkeringsduur. Zo’n 65% van de doelgroep heeft al

langer dan 10 jaar een bijstandsuitkering. Er is ook een grote groep (22%) die tussen de 5-10

jaar een bijstandsuitkering ontvangt. Slechts 13% van de doelgroep heeft korter dan 5 jaar een

bijstandsuitkering. Een ruime meerderheid van de 60-plussers in de bijstand heeft dus geen recente werkervaring. Zoals hieronder in de box beschreven staat, zijn de mensen die langdurig

bijstandsafhankelijk zijn vaak niet direct bemiddelbaar naar werk. Literatuur over langdurige bijstandsafhankelijkheid

In de literatuur zien we dat bij veel mensen die langdurig afhankelijk zijn van de bijstand een

combinatie van complexe problemen op verschillende levensdomeinen speelt 4. Ze schatten zelf vaak in dat ze niet (direct) bemiddelbaar zijn naar werk vanwege gezondheidsklachten. Daarnaast spelen regelmatig financiële problematiek, taalproblemen,

verslavingsproblematiek, en/of problemen in de thuissituatie. Naast deze complexe

problematiek hebben deze mensen vaak ook een grote afstand tot de arbeidsmarkt door

bijvoorbeeld weinig werkervaring of een relatief hoge leeftijd. Daarbij heeft een deel door hun eerdere negatieve ervaringen met de gemeente een laag vertrouwen in de gemeente 5. Door

Van Echtelt, P., Eggink, E., Sadiraj, K. (2023) Een brede blik op bijstand. SCP Van Echtelt, P., Dinmohamed, S., Eggink, E., Schyns, P. (2024) Vertrouwen in de bijstand: Een kwalitatieve studie naar de ondersteuning aan bijstandsgerechtigden die (nog) niet betaald kunnen werken. SCP

4 5

15

dit wantrouwen en de complexe problematiek zijn deze mensen meestal niet direct

bemiddelbaar naar werk en zijn ze vaak lange tijd met rust gelaten door de gemeente 6.

2.2

Subgroepen en hun verhalen Op basis van de gesprekken met 60-plussers en hun casemanagers hebben we een typologie

gemaakt van 60-plussers met een bijstandsuitkering. Deze typen hebben elk hun eigen verhaal,

mogelijkheden en belemmeringen. We onderstrepen hierbij dat de typologie een versimpeling is van de werkelijkheid. In de praktijk vallen mensen niet altijd onder één type; mensen kunnen ook kenmerken van meerdere typen hebben. We kiezen ervoor om toch deze typologie te

presenteren omdat deze een sprekend beeld van de doelgroep geeft.

De genoemde typen 60-plussers hebben niet allemaal een gelijk aandeel in de bijstand. In ons onderzoek lag de focus bovendien op 60-plussers die relatief veel mogelijkheden en weinig

belemmeringen voor betaald werk hebben. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij

het lezen van de volgende paragrafen. We lichten per type een casus uit om meer inkleuring te geven aan de groep. Deze casussen zijn gebaseerd op de gesprekken met 60-plussers en hun casemanagers, maar zijn niet één-op-één te herleiden naar echte respondenten.

Bijna niet gewerkt

De eerste groep die we uitlichten zijn mensen die in hun leven bijna niet hebben gewerkt. Dit is

een relatief grote groep. Het gaat bijvoorbeeld om vrouwen die jong moeder zijn geworden en toen zijn gestopt met werken en nooit meer zijn begonnen. Er zijn ook mensen in deze groep die al jong ziek zijn geworden, waardoor het nooit meer is gelukt om te werken. Een deel van deze groep heeft überhaupt nooit gewerkt. Om deze mensen zit soms een breder systeem

waarin bijna niemand werkt: ook hun partner en kinderen hebben dan bijvoorbeeld een uitkering.

Voorbeeld: David

David is 63 jaar en heeft in zijn leven door gezondheidsklachten weinig gewerkt. Hij heeft 40

jaar geleden een studie in de ICT afgerond, maar dit afronden kostte hem zoveel energie dat hij lang nodig had om fysiek te herstellen. Tot zijn dertigste levensjaar heeft hij wel gezocht

naar banen en het is hem ook wel gelukt om werk te vinden, maar helaas viel hij in zijn eerste baan na een jaar uit door zijn gezondheidsklachten. Sindsdien schommelt zijn gezondheid

veel: soms is er een periode dat het goed gaat en dan gaat hij op zoek naar werk, maar dan

gaat het weer minder en lukt het niet om werk te behouden. David heeft veel gesolliciteerd en

is ook vaak afgewezen. Hij heeft het idee dat bedrijven door zijn leeftijd helemaal niet meer op

hem zitten te wachten. Hij is lang met rust gelaten door de gemeente, wat voor hem het gevoel bevestigd dat geen bedrijf meer op hem zit te wachten. . Daarom heeft David het nu maar

opgegeven, hij denkt niet dat het nog gaat lukken om te werken. Hij zou wel graag iets willen

doen met zijn ICT achtergrond, al is het maar om bezig te zijn en sociale contacten op te doen.

van der Valk, S. (2024). Een persoonlijk perspectief: Een studie naar de effecten van persoonlijk klantcontact tussen consulenten en langdurig uitkeringsgerechtigden. Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

6

16

Praktisch geschoold werk gedaan

Ook de tweede subgroep is relatief groot. Dit zijn mensen die praktisch geschoold, vaak fysiek

zwaar werk hebben gedaan. Ze zijn bijvoorbeeld uitgevallen door fysieke klachten: hun lichaam is naar eigen zeggen “op” waardoor het niet meer lukt hetzelfde praktische werk uit te voeren. Een deel van hen heeft lang hetzelfde werk gedaan, bijvoorbeeld in de schoonmaak of in de

glastuinbouw en is ontslagen. Ze ontvingen eerst een WW-uitkering via UWV. Het is gedurende de WW-periode niet gelukt nieuw werk te vinden en zo zijn ze bij de gemeente belandt.

Er is ook een deel dat telkens tijdelijke baantjes heeft gehad. Zij hebben bijvoorbeeld eerst zes maanden als postbezorger gewerkt waarna hun contract niet verlengd werd, toen zijn ze een

half jaar als verkeersleider aan de slag geweest en daarna hebben ze in de horeca gewerkt. Tussendoor hebben ze vaak periodes zonder werk gehad en een bijstandsuitkering aangevraagd.

Daarbij zijn er ook mensen die zwart hebben gewerkt of als schijnzelfstandigen aan de slag wa-

ren. Zij hebben geen recht op een WW-uitkering, waardoor ze na uitval meteen een bijstandsuitkering moesten aanvragen.

Een specifieke subgroep binnen deze groep zijn arbeidsmigranten. Zij zijn naar Nederland gekomen om te werken in bijvoorbeeld de glastuinbouw. Op hun werk hadden ze voornamelijk veel contact met andere arbeidsmigranten, waardoor ze de Nederlandse taal nooit goed ge-

leerd hebben. Nadat ze jarenlang fysiek werk hebben gedaan lukt dat niet meer door fysieke klachten en vallen ze uit. Ook zij komen in de bijstand terecht. Voorbeeld: Sofia

Sofia is 60 jaar oud en is 30 jaar geleden naar Nederland gekomen omdat ze een beter leven wilde voor haar kinderen. Ze is toen aan de slag gegaan in de schoonmaak. Ze moest hard

werken, maar vond het werk prima om te doen. Totdat ze last kreeg van haar rug. Het lukte

haar steeds minder om te werken en uiteindelijk lukte het haar helemaal niet meer om schoon te maken. Ze heeft toen zelf haar baan opgezegd. Toen kwam ze in de uitkering terecht. Het

lukt haar thuis ook niet meer om haar eigen huis schoon te maken en ook boodschappen doen is moeilijk voor haar. Gelukkig kunnen haar kinderen haar helpen. Het lukt haar nog wel om

korte stukjes te lopen en ze kan nog wel met vriendinnen afspreken, maar een groot deel van

de dag zit ze thuis. Ze zou graag willen werken, dit stil zitten is niks voor haar, maar ze weet niet wat ze nog zou kunnen doen met haar rugpijn.

Theoretisch geschoold werk gedaan

De derde subgroep zijn mensen die theoretisch geschoold werk bij een werkgever hebben gedaan. Dit is een relatief kleine groep. Ze zijn bijvoorbeeld tijdens hun carrière doorgegroeid

naar een leidinggevende functie. Vervolgens zijn ze op hogere leeftijd uitgevallen. Dit kan ver-

schillende redenen hebben: soms ging het bedrijf waar ze werkten failliet, soms hadden ze een

conflict op het werk en vaak speelden er fysieke klachten mee. Na hun uitval hadden ze eerst

recht op een WW-uitkering. Sommigen hebben een WIA-uitkering aangevraagd maar zijn daarvoor afgewezen. Vervolgens is het tijdens hun WW-uitkering niet gelukt om nieuw werk te vinden en zijn ze in de bijstand terechtgekomen. Voorbeeld: Mo

Mo is 62 en werkt al zijn hele leven in de commerciële economie. Hij is direct na zijn studie begonnen en heeft inmiddels 35 jaar werkervaring. Hij is langzaam steeds hogere functies

gaan doen en werkte de afgelopen 15 jaar als leidinggevende. Hij vond zijn werk heel leuk, 17

maar kreeg long covid. Hierdoor lukte het hem niet meer om zijn werk te doen: vooral werk

met mentale taken en veel prikkels lukte hem niet meer. Hij heeft geprobeerd bij zijn huidige

werkgever te re-integreren en toen dat mislukte heeft hij ander werk gevonden waar hij dacht dat het wel zou lukken. Helaas is hij ook daar binnen een jaar uitgevallen. Uiteindelijk moest

Mo accepteren dat het hem niet meer lukt om zijn oude werk op te pakken, hoe graag hij ook wil. Hij heeft een WW uitkering aangevraagd maar ook in die tijd is hij niet aan het werk

gekomen. Toen is hij in de bijstand terecht gekomen. Hij zou graag weer willen werken, maar hij weet niet wat voor werk hij nog wel zou kunnen doen.

Zelfstandigen

De laatste, relatief kleine, groep die we uitlichten zijn 60-plussers die zelfstandigen zijn geweest. Ze hebben een eigen bedrijf gehad wat in de problemen kwam waardoor ze hun bedrijf niet

meer draaiende konden houden. Na een vaak stressvolle periode is hun bedrijf failliet gegaan of hebben ze hun bedrijf of werk als zelfstandige moeten beëindigen. Een deel van hen is arbeids-

ongeschikt geraakt maar was daar niet voor verzekerd. Wat opvalt in de interviews is dat hun bedrijf vaak tijdens of vlak na de coronacrisis failliet is gegaan. Ze hadden geen recht op WW dus kwamen ze in de bijstand terecht. Voorbeeld: Maria

Maria is 61 en had al 20 jaar een luxe winkel in Den Haag. De winkel heeft periodes gehad

waarin die goed liep en minder goed liep, maar Maria heeft altijd met veel plezier haar winkel gehad. Corona was een lastige periode voor de winkel en na corona zijn de klanten eigenlijk niet meer teruggekomen. Hierdoor liep de winkel steeds slechter en uiteindelijk is de winkel

failliet gegaan. Al het eigen vermogen van Maria zat in het bedrijf en door het faillissement bleef ze achter met schulden. Maria had geen financieel vangnet meer waardoor ze in de bijstand

terecht kwam. Ze heeft veel stress van de schulden en haar financiële situatie. Ze wil eerst een stabiele financiële situatie voordat ze kan denken aan ander werk.

2.3

Mogelijkheden We hebben in gesprekken met 60-plussers en professionals een aantal belangrijke mogelijkhe-

den gehoord voor betaald werk. We bespreken deze mogelijkheden in de volgende paragrafen.

Motivatie

We hebben van veel mensen uit de doelgroep gehoord dat ze heel graag zouden willen wer-

ken. Ze vertellen dat ze het sociaal contact uit werk missen. Ook missen ze soms het gevoel van

echt deelnemen aan de maatschappij. Ze hebben het gevoel dat ze wat bij te dragen hebben

aan de maatschappij, maar dat zonder werk niet altijd kunnen doen. Ook vertellen sommige 60-

plussers dat ze het belangrijk vinden om in beweging te blijven en bezig te zijn en dat werk hen zou helpen om dat te doen. De groep ziet dus genoeg redenen om te werken en vindt dit vaak

ook belangrijk om te doen.

“Werken is voor mij erg belangrijk. Ik heb nog twee jaar voordat ik met pensioen ga. Ik wil graag

nog wat zingeving in die twee jaar en wil daar ook een maatschappelijke factor binnen hebben. Ik wil graag nog mijn kennis en ervaring over brengen.“

18

Ervaring

Veel geïnterviewde 60-plussers geven blijk van zelfkennis en levens- en werkervaring. Ze heb-

ben bijvoorbeeld werknemersvaardigheden en relevante kennis opgedaan. Ook hebben ze tij-

dens hun carrière vaak verschillende rollen gehad: van starter tot aan senior of leidinggevende.

Door deze ervaring kunnen ze in een team verschillende rollen op zich nemen. Door hun werkervaring kent deze groep zichzelf vaak ook beter als het op werk aankomt. Ze weten waar ze goed in zijn en waar hun valkuilen liggen, ze weten wat ze belangrijk vinden in hun werk en waar ze

naar op zoek zijn. Deze groep heeft ook levenservaring. Doordat ze in hun leven al veel hebben meegemaakt laten ze zich vaak niet zomaar tegenhouden, kunnen ze oplossingsgericht denken en zijn ze veerkrachtig.

Netwerk

Vooral de geïnterviewde ex-zelfstandigen en mensen die theoretisch geschoold werk uitvoer-

den hebben een groot netwerk aan contacten opgedaan met hun werk. Ze hebben tijdens hun

hele carrière veel mensen leren kennen in hun sector. Dit kan hen ook helpen om nieuw werk te

vinden als ze weer in dezelfde sector aan de slag willen.

Maatschappelijke betrokkenheid

Veel geïnterviewde 60-plussers vinden maatschappelijke betrokkenheid erg belangrijk. Voorna-

melijk veel mensen die theoretisch geschoold werk hebben gedaan en die zijn uitgevallen willen

nu iets doen waarbij ze maatschappelijk betrokken zijn: “iets goeds voor de samenleving”. Ook

als hun vorige werkplek niet zo’n maatschappelijke insteek had, willen veel van hen nu een baan in een sociale sector om zo hun kennis en ervaring in te kunnen zetten om andere mensen te

helpen.

“Ik wil iets doen dat toevoegt aan de maatschappij, ik wil mensen helpen”

Tijd

Een deel van de geïnterviewde 60-plussers heeft extra tijd omdat hun kinderen het huis uit zijn waardoor zorgtaken zijn weggevallen. Ze vertellen dat ze wel iets anders willen doen met hun

dag nu de kinderen het huis uit zijn. Deze groep heeft nu dus tijd die ze eerder niet hadden. Die tijd creëert ruimte om aan het werk te gaan. Dit speelt vooral veel bij mensen die in hun leven

weinig hebben gewerkt, voornamelijk bij mensen die zijn gestopt met werken toen ze kinderen kregen.

“Nu mijn kinderen het huis uit zijn zou het wel weer kunnen om te gaan werken, er is wel weer tijd vrijgekomen”

2.4

Belemmeringen Naast mogelijkheden hebben we in de gesprekken ook een aantal belemmeringen gehoord die het voor 60-plussers met een bijstandsuitkering moeilijk maken om werk te vinden. We

bespreken deze belemmeringen in de volgende paragrafen. Aan de zijkant van de paragraaf staat telkens aangegeven voor welke groep deze belemmering vooral geldt.

19

Gezondheidsklachten

Veel van de geïnterviewde 60-plussers hebben gezondheidsklachten. Dit zien we bij alle sub-

groepen terugkomen. Voor een deel van de mensen zijn deze gezondheidsklachten zo ernstig

dat het hen naar eigen zeggen nooit (meer) gaat lukken om te werken. Zij ervaren ook in hun da-

gelijks leven ernstige gezondheidsbelemmeringen, ze hebben bijvoorbeeld veel moeite met dagelijkse activiteiten zoals schoonmaken of boodschappen doen. Een deel van hen is hierdoor

afhankelijk van hulp vanuit de WMO of hun omgeving. Er zijn ook mensen die wel gezondheidsklachten ervaren, maar bij wie het naar eigen zeggen nog wel mogelijk is om te werken. Zij kun-

nen alleen geen fysiek zwaar werk meer doen. Ze kunnen bijvoorbeeld niet meer lang achter elkaar staan of zware dingen tillen, maar zittend werk zou nog wel lukken. Al is ook voor deze groep voltijd werk vaak geen optie.

"Als m'n gezondheid echt nog goed zou zijn, als ik nog een beetje kon lopen, zonder pijn, dan was ik wel aan het werk gegaan."

Mede door hun gezondheidsproblemen vormt reistijd voor de gehele doelgroep vaak een be-

lemmering. De meeste geïnterviewde 60-plussers hebben geen auto en zijn dus afhankelijk van

het openbaar vervoer. Dit kan lastig zijn als mensen niet meer zo ver kunnen lopen of erg gevoelig zijn voor kou of prikkels. Veel geïnterviewden vertellen dat het voor hen heel belangrijk is dat een werkplek in de buurt van hun huis is of makkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer, zodat ze niet te veel tijd en energie kwijt zijn met het reizen.

Zorgtaken

Veel mensen vertellen dat ze zorgtaken hebben die werken moeilijk maken. Ze zorgen bijvoor-

beeld voor een partner of kinderen met gezondheidsproblemen of passen veel op hun kleinkinderen. Deze zorgtaken zorgen voor een beperkte beschikbaarheid. Dit geldt voornamelijk voor mensen die praktisch geschoold werk hebben gedaan en voor mensen die in hun leven weinig hebben gewerkt.

Ervaring sluit niet aan bij mogelijkheden in werk

Voor zowel 60-plussers die theoretisch als praktisch geschoold werk hebben gedaan is het lastig om werk te vinden dat aansluit bij hun ervaring. Ze zijn immers uitgevallen in het werk wat ze deden, vaak door fysieke klachten. Hetzelfde werk is vaak niet meer mogelijk. Maar werk wat niet dezelfde belasting geeft is ander werk dan het werk wat ze hiervoor hebben gedaan. Mensen

vinden het lastig is om te accepteren dat het oude werk niet meer gaat, maar ook lastig om

nieuw werk te vinden dat wel past. Veel geïnterviewden vertellen dat ze niet weten wat voor

werk ze nog zouden kunnen doen gegeven hun fysieke belemmeringen. Bovendien twijfelen ze of het werk voldoende aansluit bij hun werkervaring, waardoor ze hun kansen om aangenomen te worden laag inschatten.

“Ik heb veel ervaring, ik ben mijn hele leven al aan het werk. Maar ik heb altijd werk met mijn handen gedaan en dat kan niet meer. Ik kan geen werk meer doen met mijn handen, wat kan ik dan wel?”

20

Niet geïnvesteerd in duurzame inzetbaarheid

Voor mensen die praktisch geschoold werk hebben gedaan is het ook lastig om ander werk te

vinden omdat zij en hun werkgever niet of weinig hebben geïnvesteerd in duurzame inzetbaarheid. Ze hebben bijvoorbeeld verouderde kennis, zijn weinig digitaal vaardig of hebben enkel

ervaring in eenvoudig fysieke werk. Dit leidt ertoe dat het lastig is een carrièreswitch te maken. Ook mensen met weinig werkervaring hebben vaak niet geïnvesteerd in hun duurzame inzet-

baarheid. Sommigen van hen hebben ooit wel een opleiding afgerond of werkervaring opge-

daan, maar dat is inmiddels zo lang geleden dat de kennis en ervaring verouderd zijn. In de tussentijd is het hen niet gelukt die kennis zelf up-to-date te houden.

Rouw om verlies van werk

Bij alle groepen die werk hadden speelt soms rouw om het verlies van dat werk. Ze hebben hun

leven lang gewerkt aan een carrière die ineens wegvalt. Sommige mensen vertellen dat het werk

wat ze deden ook een onderdeel van hun identiteit en hun sociale netwerk was. Het verliezen

van dit werk kan dan zwaar vallen. Het kan daardoor lang duren voordat deze mensen klaar zijn

om te accepteren dat het werk wat ze deden niet meer gaat lukken en ze op zoek moeten naar iets anders.

“Het betekende alles voor mij werk. De vrijheid, de mensen, dat je je handje niet hoeft op te houden. Mijn werk was alles voor mij. Ik ben 80% van mijn leven kwijtgeraakt toen ik mijn baan verloor.”

Nederlandse taal niet machtig

Bij mensen die praktisch geschoold werk hebben gedaan komt het soms voor dat ze de Nederlandse taal niet of beperkt machtig zijn. Ze zijn als arbeidsmigrant naar Nederland gekomen en

vervolgens op een plek terecht gekomen waar veel andere arbeidsmigranten werken. Zowel

hun werk- als in hun privéomgeving bestaat dan voornamelijk veel andere mensen die ook de

taal niet goed spreken. Hierdoor hebben ze, ondanks dat ze soms al lang in Nederland zijn, de

taal nooit goed geleerd. Dit maakt het lastig om werk te vinden, zeker als fysiek werk geen optie meer is.

Weinig vertrouwen in de gemeente

Een deel van de mensen die al langer een bijstandsuitkering hebben of al eerder een bijstands-

uitkering hebben gehad, hebben weinig vertrouwen in de gemeente. Vooral mensen die in hun leven weinig hebben gewerkt zijn vaak al lange tijd ‘met rust’ gelaten door de gemeente. Het

komt ook voor dat ze wel contact hebben gehad met de gemeente, maar daar negatieve erva-

ringen mee hebben. Sommige mensen vertellen bijvoorbeeld dat ze het gevoel hebben dat er

niet naar hen werd geluisterd of dat ze niet werden begrepen. Ze zeggen hierdoor ook geen behoefte te hebben aan hulp van de gemeente, want “die kunnen toch niks doen”. Het komt ook

voor dat mensen eerder wél hulp wilden met het vinden van werk. Ze kregen toen het gevoel

dat ze tegen muren opliepen en de gemeente hen niet kon of wilde helpen. Hierdoor voelden

ze zich achtergelaten en zitten ze nu ook niet meer te wachten op gemeentelijke ondersteuning. "Ik zou best hulp kunnen gebruiken van de gemeente, maar uit mijn ervaring kunnen ze er eigen-

lijk niks mee want ze snappen het zelf eigenlijk ook niet. Ze hebben geen idee hoe mijn wereld in elkaar zit en ze verdiepen zich er niet in. Dus het hoeft van mij nu ook niet meer. "

21

Angst voor financiële onzekerheid

Een deel van de geïnterviewde 60-plussers vertelt dat ze bang zijn voor financiële onzekerheid als ze gaan werken. Ze hebben nu een vast inkomen en zijn bang dat te verliezen als ze gaan

werken. Dit geldt voornamelijk voor mensen die in hun leven weinig hebben gewerkt. Ze zijn gewend geraakt aan de bijstandsuitkering en hebben daarop hun leven ingericht. Het verlies van deze zekere uitkering voelt voor hen als een risico van werken.

Ook zelfstandigen zijn vaak bang voor financiële onzekerheid. Zij hebben vaak te maken met

schulden van hun bedrijf. Deze schulden kunnen soms hoog oplopen en een deel van hen staat onder bewind. Ze vertellen dat ze veel stress ervaren van hun financiële situatie. Deze groep is

vaak bang om de zekerheid die ze met de bijstand hebben te verliezen en weer in dezelfde situatie terecht te komen.

Schaamte voor hulp vanuit de gemeente

Een deel van de doelgroep schaamt zich voor het ontvangen van een bijstandsuitkering en voor de ondersteuning van de gemeente. Dit horen we vooral terug bij ex-zelfstandigen en mensen

die theoretisch geschoold werk hebben gedaan. Geïnterviewden vertellen dat ze van zichzelf

vinden dat ze helemaal niet “thuis” horen in de Participatiewet en sommigen willen ook niet dat

hun omgeving weet dat ze een bijstandsuitkering ontvangen. Deze schaamte kan hen er ook van weerhouden om hulp van de gemeente te accepteren.

“Ik wil ook graag uit de uitkering, het is echt niks voor mij. Ik vond het vreselijk om naar de ge-

meente te moeten stappen, en ik wil er ook zo snel mogelijk weer uit. Het is tien keer niks voor mij. Ik zit er noodgedwongen in.”

Belemmerende omgeving

Casemanagers vertelden dat voornamelijk de groep mensen die weinig hebben gewerkt vaak te

maken hebben met een belemmerende omgeving. In hun omgeving zitten vaak mensen die ook weinig of niet hebben gewerkt in hun leven. Zij kunnen iemand tegenhouden om te gaan werken. Iemand moet zich dan verantwoorden naar bijvoorbeeld de partner en kinderen over

waarom die zou beginnen met werk. Dit kan een extra drempel opwerpen voor iemand om te gaan werken.

2.5

Ondersteuningsbehoefte Tijdens de interviews kwamen verschillende ondersteuningsbehoeften naar voren. De

behoeften die we hier beschrijven zijn door verschillende mensen uit de doelgroep genoemd als iets waar ze geholpen mee (zouden kunnen) zijn. We hebben over al deze behoeften

verschillende verhalen gehoord van mensen: sommigen waren heel tevreden met de hulp van de gemeente, anderen niet. Dit betreft geen evaluatie van de toereikendheid van de ondersteuning, maar een inventarisatie van de aard van de behoeften.

Ondersteuning bij gezondheidsproblemen

Veel van de geïnterviewde 60-plussers hebben behoefte aan ondersteuning bij

gezondheidsproblemen. Ze vertellen bijvoorbeeld over behoefte aan huishoudelijke

ondersteuning (vanuit de WMO) of aan een scootmobiel. Vervoer is ook iets dat veel 60-plussers 22

noemen als belemmering. Een deel van hen zou geholpen kunnen zijn als de gemeente hun vervoer van en naar een werkplek kan regelen, zo kunnen zij hun energie sparen voor het werken zelf.

“Transport zou heel fijn zijn, als de gemeente dat kon regelen. Dat zou heel goed zijn. Door mijn gezondheid kan ik niet met de bus en de trein enzo.”

Financieel vangnet bij uitval

Sommige 60-plussers vertellen dat ze het spannend vinden om aan het werk te gaan: wat als het niet goed lukt en ze (weer) uitvallen? Om deze spanning deels weg te nemen zouden ze het

prettig vinden als ze makkelijk weer kunnen terugvallen op een uitkering. Ze vinden het een

prettig idee om werk uit te kunnen proberen zonder dat de deur naar de uitkering helemaal

dichtgaat. Dit kan bijvoorbeeld door gemakkelijk weer een uitkering aan te kunnen vragen als ze binnen zes maanden uitvallen, of door een proefplaatsing op een werkplek waarbij ze werk en uitkering tijdelijk kunnen combineren.

Vast contactpersoon

Veel 60-plussers vertellen dat ze het prettig zouden vinden om een vast contactpersoon vanuit de gemeente te hebben: een deel van hen heeft dat wel, een deel niet. Vooral als mensen

behoefte hebben aan intensievere ondersteuning op het gebied van werk of op het gebied van hun persoonlijke leven lijkt het ze prettig als ze een vast contactpersoon zouden kunnen

hebben. Deze contactpersoon leert de 60-plussers en hun situatie dan goed kennen en kan de meest passende ondersteuning bieden. Daarbij zou deze contactpersoon een proactieve

houding kunnen hebben: de contactpersoon kan dan op hen afstappen met mogelijkheden in plaats van dat het initiatief vanuit de 60-plusser zelf moet komen.

"Soms zou ik wel willen dat de mensen van de gemeente meteen ook weten waar het om gaat.

Nu moet je alles twee of drie keer herhalen voordat je bij iemand komt die je kan helpen. Dat ze

mensen sneller naar de gespecialiseerde persoon doorsturen. Dan hoef je niet alles 2 of 3 keer te herhalen. Ze stellen je heel veel vragen en je moet het telkens opnieuw zeggen. Het zou fijn zijn

als er een persoon is die gewoon weet waar het over gaat."

Cursussen

Sommige geïnterviewden vertellen dat ze het waardevol zouden vinden als de gemeente

cursussen kon aanbieden. Tijdens de interviews hoorden we vaker terugkomen dat er behoefte is aan cursussen over digitale vaardigheden. Meerdere 60-plussers vertelden dat ze niet erg

digitaal vaardig zijn en dat ze dat wel zouden willen leren en ook denken dat het ze zou kunnen helpen bij het vinden van een baan.

“Ik zou graag een computerles krijgen. Ik ben 0,0 in dat, alles met die computers. Ik zou dat graag

willen leren van de gemeente.”

Een aantal geïnterviewde 60-plussers heeft ook behoefte aan specifieke vakgerelateerde

cursussen. Sommige theoretisch geschoolde mensen wilden bijvoorbeeld een opfriscursus om hun vakkennis weer up-to-date te maken. Er zijn ook mensen, voornamelijk praktisch

geschoolde mensen, die vertellen dat ze wel een switch wilden maken naar een ander type

23

werk, maar daarvoor eerst wat basis vakvaardigheden wilden opdoen, zodat ze meer kans maken om een baan te vinden.

Financiële hulp bij eigen bedrijf

Geïnterviewde zelfstandigen vertellen dat ze, na een periode van rust, het liefst weer een nieuw eigen bedrijf zouden starten. Omdat hun eigen kapitaal vaak naar het faillissement van hun

vorige bedrijf is gegaan, hebben ze geen eigen vermogen meer om een bedrijf mee te

beginnen. Ze vertellen dat ze graag financiële ondersteuning zouden willen van de gemeente bij het opzetten van een nieuw bedrijf. Het is niet duidelijk hoe deze ondersteuningsbehoefte van 60-plussers zich verhoudt tot de bijstandsregelingen voor zelfstandigen, de Bbz en IOAZ.

Hulp bij het vinden van passend werk

Zowel theoretisch als praktisch geschoolde mensen die zijn uitgevallen op hun vorige werk

vertellen dat ze het prettig zouden vinden als de gemeente hen kan helpen bij het vinden van

nieuw passend werk. Dit kan gaan om hulp bij het bedenken wat voor werk mogelijk zou kunnen zijn en bij hun interesse, ervaring en eventuele belemmeringen zou passen. Dit is voornamelijk

in de eerste fase na het verliezen van een baan van belang, als het voor mensen zelf nog lastig is om te bedenken wat voor werk bij hen zou kunnen passen. Zodra iemand dan een beeld heeft

van wat voor werk passend zou kunnen zijn, is er ook behoefte aan praktische hulp bij het vinden van vacatures en eventueel het voorstellen bij werkgevers. Geïnterviewden vertellen dat ze het

soms lastig vinden om zelf passende vacatures te vinden en dat ze lastig een eerste gesprek met een werkgever krijgen. Ze zouden het prettig vinden als de gemeente hen aan werkgevers kan voorstellen.

“Van de gemeente wil ik dat ik gekoppeld wordt met een werkgever, dat ik een voet in de deur heb en een gesprek kan voeren met een werkgever die zou kunnen passen. Ze moeten me gewoon koppelen aan iemand, dan kan ik een gesprek hebben.”

24

De werkgevers

In dit hoofdstuk focussen we op de werkgevers. We beginnen met een omschrijving van de bedrijven waar 60-plussers vaak geplaatst worden. Vervolgens gaan we in op de vraag of werkgevers in het algemeen open staan voor 60-plussers. Daarna omschrijven we de mogelijkheden en belemmeringen die de geïnterviewde werkgevers ervaren met betrekking tot de doelgroep. Tot slot gaan we in op de ondersteuningsbehoefte van de geïnterviewde werkgevers. In het kort •

60-plussers worden voornamelijk geplaatst bij drie typen bedrijven: grote bedrijven met

specifieke afdelingen voor participatie, sociaal maatschappelijke ondernemingen en

kleinere bedrijven die “toevallig” met iemand in aanraking kwamen. Dit zijn vaak bedrijven waar de gemeente al een relatie mee heeft en al eerder mensen vanuit de Participatiewet heeft geplaatst.

•

60-plussers worden geplaatst in verschillende sectoren en functies waarbij sectoren en functies waar fysiek zwaar werk vereist is minder voorkomen.

•

Op basis van de literatuur staan niet alle werkgevers open voor de doelgroep: 60-plussers hebben te maken met leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt. De werkgevers die wij hebben geïnterviewd zijn dan ook niet representatief.

•

De geïnterviewde werkgevers zijn heel positief over de doelgroep. Ze brengen ervaring, motivatie, een goede arbeidsethos, loyaliteit, en balans in het team.

•

De belemmeringen die de geïnterviewde werkgevers ervaren met de doelgroep zijn:

digitale vaardigheden, salariskosten en de kosten van uitval, fysieke belastbaarheid en het werktempo en de investering voor een relatief korte periode.

25

•

Over de ondersteuning van de gemeente zijn de geïnterviewde werkgevers positief: ze

vinden hun contactpersoon prettig en zijn positief over de financiële instrumenten.

Sommigen werkgevers hebben behoefte aan meer ondersteuning bij (de kosten voor) het

opleiden en meer langdurige financiële ondersteuning.

3.1

Waar worden 60-plussers geplaatst? Type bedrijven

Op basis van de interviews met werkgevers en de focusgroepen met professionals kunnen we grofweg drie typen bedrijf onderscheiden waar 60-plussers (vaak) geplaatst worden. Het gaat dan om: •

Grote bedrijven met vaak specifieke afdelingen voor participatie. Deze bedrijven hebben

veel mensen uit de Participatiewet (en andere mensen met een kwetsbare

arbeidsmarktpositie) in dienst waaronder ook 60-plussers. De bedrijven hebben intern vaste structuren opgezet voor begeleiding voor mensen uit de Participatiewet met bijvoorbeeld interne jobcoaches. Een voorbeeld van zo’n bedrijf is een grote winkelketen waar veel

gewerkt wordt met mensen vanuit de Participatiewet in het kader van de banenafspraak. Werkzaamheden zijn bijvoorbeeld kassamedewerker, kwaliteitsmedewerker of

magazijnmedewerker. Standaard worden mensen die vanuit de Participatiewet worden geplaatst gekoppeld aan een jobcoach die bij het bedrijf in dienst is.

•

Sociaal maatschappelijke ondernemingen. Dit zijn vaak kleinere bedrijven met een sociale

missie die specifiek zijn opgezet voor mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Ook

deze bedrijven hebben vaak intern vaste structuren opgezet voor begeleiding van de

doelgroep, al is door de grootte van het bedrijf de capaciteit vaak kleiner. Een voorbeeld van dit type bedrijf is een bedrijf in de ICT-sector. Ze nemen de meest repeterende taken binnen de sector over van andere bedrijven. Deze repeterende taken kunnen goed

uitgevoerd worden door mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Het bedrijf is er specifiek op gericht deze mensen een goede plek te geven en biedt bijvoorbeeld een standaard opleidingstraject voor nieuwe medewerkers. •

Bedrijven die “toevallig” met iemand in aanraking kwamen. Ook dit zijn vaak kleinere bedrijven voor wie het financieel aantrekkelijk was om iemand met een kwetsbare

arbeidsmarktpositie aan te nemen, dit kan ook toevallig een 60-plusser zijn. Ze stonden

ervoor open om iemand een kans te geven en hebben nu één of een paar mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie in dienst. Deze bedrijven hebben intern vaak een minder vaste structuur opgezet voor de begeleiding en zijn daarvoor meer afhankelijk van de

gemeente. Een concreet voorbeeld van dit soort bedrijf is een organisatie in de retailsector. Ze waren op zoek naar iemand die wat administratieve werkzaamheden kon oppakken,

maar waren krap bij kas. Iemand aannemen vanuit een bijstandsuitkering was voor hen een

goede oplossing. Door hun goede ervaring daarmee hebben ze later nog iemand vanuit de Participatiewet aangenomen voor een andere functie.

De bedrijven waar 60-plussers worden geplaatst zijn veelal bedrijven met wie de gemeente al samenwerkt vanwege de plaatsing van andere mensen vanuit de Participatiewet. Dit zijn dus

bedrijven die al open stonden voor het aannemen van mensen vanuit de Participatiewet. Voor

hen is de stap om dan ook een 60-plusser vanuit de Participatiewet aan te nemen relatief klein. 26

Sectoren en functies

60-plussers worden geplaatst in verschillende sectoren. Accountmanagers vertellen dat vooral detailhandel, horeca en logistiek populaire sectoren zijn onder 60-plussers. Bouw en techniek

blijft als sector achter omdat de fysiek zware beroepen in die sector vaak niet geschikt zijn voor

60-plussers. Ook de zorg is een lastige sector vanwege het fysieke werk en de opleidingseisen. Qua functies vertellen zowel accountmanagers als werkgevers dat fysiek zwaar werk voor deze doelgroep vaak niet geschikt is. Accountmanagers zijn veelal gefocust op laagdrempelige banen voor het plaatsen van de doelgroep, denk dan aan bijvoorbeeld suppoost, host, klantenservicemedewerker, conciërge of administratief medewerker.

Geïnterviewde werkgevers

De negen geïnterviewde werkgevers hadden, op één na, allemaal één of meerdere 60-plussers

vanuit de bijstand in dienst. Er waren bedrijven van verschillende groottes, van vijf werknemers

tot meer dan 10.000 werknemers. De bedrijven waren verspreid over verschillende sectoren. We hebben werkgevers geïnterviewd in hospitality, detailhandel, ICT, logistiek, schoonmaak,

vervoer en vastgoed. De functies die 60-plussers bij deze bedrijven doen zijn veelal hetzelfde als

andere medewerkers in het bedrijf, denk aan orderpicker, medewerker op de klantenservice, winkelmedewerker, chauffeur of beheerder.

Alle geïnterviewde werkgevers hebben meerdere mensen vanuit de Participatiewet in dienst of in dienst gehad. Ze werkten allemaal al meerdere jaren samen met de

werkgeversdienstverlening van Den Haag.

3.2

Staan werkgevers open voor de doelgroep? Niet alle werkgevers staan open voor 60-plussers. Leeftijdsdiscriminatie is de meest ervaren

vorm van discriminatie in Nederland. 7 Vooral bij het solliciteren krijgen mensen te maken met

leeftijdsdiscriminatie. 8 In sommige gevallen worden er in de vacaturetekst al direct of indirect

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16994683/1