CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325360 Bijlage Eindrapport evaluatie evenementenbeleid

Algemene Raadscommissie 10 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken17.788 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.4 Opvattingen over categorisering: groot- en kleinschalig De groep groot- en vooral kleinschalige evenementen is in aantal het grootst. Ook bij deze categorieën komt de afbakening ter sprake. Daarnaast worden er vraagtekens geplaatst bij de financiële ondersteuning van deze evenementen. Ten eerste wordt de grens tussen groot- en kleinschalig meermaals benoemd. Deze grens is nu gekoppeld aan het verwachte bezoekersaantal. Enkele respondenten stellen dat deze afbakening opnieuw bekeken moet worden. Zo zou het verlagen van de bezoekersaantallen voor de criteria van grootschalige evenementen een optie zijn, wat organisatoren van kleinschalige evenementen zou helpen om makkelijker door te kunnen groeien naar de categorie grootschalige evenementen. Dan zou er tevens opnieuw gekeken moeten worden naar de verdeling van subsidiebudget voor groot- en kleinschalige evenementen. Ten tweede merkt een deel van de respondenten op dat de groot- en vooral kleinschalige evenementen in het budget een bescheiden plek innemen. Beeldbepalende evenementen ontvangen jaarlijks de helft van het beschikbare budget, met jaarlijkse herwaardering, waarna de andere evenementen het “moeten stellen met het overgebleven geld.” Bovendien kennen groot- en kleinschalige evenementen niet de stabiliteit van meerjarige afspraken over subsidie.

Eén respondent zegt hierover: “Het organiseren van een evenement, inclusief het boeken van organisatoren, moet langer van tevoren gebeuren dan de subsidie wordt toegekend. Dit maakt het proces moeilijk en onzeker.” Meerjarige subsidietoezeggingen aan meer evenementen aanbieden zou daarbij helpen.

4.5 Conclusies en aanbevelingen De indeling over vier categorieën evenementen blijkt relatief stabiel. De groep beeldbepalende evenementen is voor meerdere jaren vastgesteld. Eén van de kleinschalige evenementen groeit door tot een grootschalig evenement. Wel wisselt het aanbod door het wegvallen en starten van evenementen in de categorie groot- en kleinschalige evenementen. Typisch Haagse evenementen zijn onderscheidend voor en eigen aan de stad Den Haag. Bewoners denken hierbij aan evenementen die met de identiteit van de stad vervlochten zijn, Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

28

zoals Parkpop, Koningsnach, de Pasar Malam, de CPC Loop, en Prinsjesdag. Zes van de geïnterviewden vinden dat huidige beeldbepalende evenementen niet onderscheidend genoeg voor Den Haag zijn. Onder meer omdat het onderscheid tussen de categorieën 'beeldbepalend' en 'nationale viering' vaag blijkt. •

•

•

Verken opties om nieuwe iconen voor de stad te stimuleren. Dat kan enerzijds door bestaande evenementen te stimuleren in hun ontwikkeling of anderzijds door nieuwe evenementen te faciliteren/acquireren. Dit kan gestalte krijgen door het oprichten van een stimuleringsfonds als strategisch beleidsinstrument binnen het evenementenbeleid. Kijk goed naar de afbakening van de categorieën 'Beeldbepalend' en ‘Nationale viering’. Het is van belang te overwegen wat er precies met de term wordt bedoeld en welke evenementen daarbinnen passen. Daarbij kunnen deze categorieën worden aangepast of worden vervangen, zolang wordt nagedacht over welke evenementen de gemeente langdurig wil ondersteunen met dit beleid en waarom. Maak heldere keuzes in het toepassen van meerjarige en eenjarige subsidiëring. Onafhankelijk van de gekozen categorisering is het onderscheid tussen meerjarige en eenjarige subsidiëring van belang. De meerjarige subsidiëring kan bijvoorbeeld gereserveerd worden voor de evenementen die echt onderscheidend zijn of maatschappelijk relevant zijn maar afhankelijk zijn van steun. Eénjarige subsidiëring is dan voor de overige evenementen, met inbegrip van nieuwe en/of opkomende evenementen.

Bovendien wordt een heldere visie voor evenementen gemist. Volgens stakeholders ontbreekt in het gemeentelijk beleid een heldere toekomstvisie voor evenementen en festivals. Men mist een gezamenlijke lijn vanuit de verschillende gemeentelijke afdelingen, met duidelijke prioriteiten en een eenduidige categorisering van evenementen. •

Stem doelen en proposities meer af met andere relevante afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie. Een duidelijke visie kan helpen bij het maken van keuzes voor de richting van het evenementenbeleid. De volgende vragen kunnen daarbij richtinggevend zijn. Welke doelen en ambities stelt de gemeente voor de evenementen in de stad? Welke doelgroepen wil de stad aantrekken met deze evenementen? Welke proposities zorgen ervoor dat de stad zich kan profileren met een onderscheidend aanbod evenementen? Hoeveel grote en/of kleine evenementen wil de gemeente jaarlijks in de stad hebben?

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

29

Themapagina: Maatschappelijke waarde van festivals Festivalisering Vanaf 2003 is de evenementen- en festivalsector in Nederland in een stroomversnelling terecht gekomen. Deze sterke groei hield tot de coronajaren aan, waarna het beeld grilliger is geworden. Niet alle evenementen zijn festivals, maar alle festivals zijn wel evenementen. En evenementen worden tegenwoordig vaker als festival georganiseerd. Hoewel (muziek)festivals al langer bestaan, is de snelle groei, professionalisering, en commercialisering van evenementen en festivals sinds het begin van deze eeuw een nieuwe ontwikkeling. Dit proces wordt met de term festivalisering geduid. Festivalisering beschrijft de toename van het aantal, de omvang, en de diversiteit van festivals – van muziek en kunst tot culinaire, culturele, en gespecialiseerde evenementen. Zie bijvoorbeeld de opkomst van congrestivals of de festivalisering van carnaval.20 Veranderend consumentengedrag draagt bij aan festivalisering. Dit gaat gepaard met een groeiende rol van festivals als strategisch instrument voor stadsontwikkeling, citymarketing, en toerisme. Bovendien zijn evenementen en festivals een belangrijk verdienmodel geworden.21

Publieke waarde voor de stad Met de groeiende impact van festivals op het dagelijks leven, is er ook meer discussie ontstaan over de waarde van deze evenementen voor de maatschappij. Het samenbrengen van mensen is van oudsher een belangrijke functie van een evenement. Ze bieden een podium voor het verbeelden van collectieve identiteiten en het aanleren van interculturele competenties. Tegelijkertijd intensiveren professionalisering en commercialisering van de festivalsector meer directe economische effecten – economische groei via omzet voor organisatoren en spin-off voor de lokale economie. Deze wisselwerking tussen enerzijds economische impact en anderzijds sociaal-culturele impact komt samen in de publieke waarde van festivals. Publieke waarde, legt Mariana Mazzucato (hoogleraar Economics of Innovation & Public Value) uit, komt voort uit interacties tussen publieke en private actoren die samen markten creëren en vormgeven waarin algemeen belang en publiek nut worden geproduceerd. Het is de rol van een overheid om ervoor te zorgen dat markten publieke waarde creëren en uitkomsten vormen die het algemeen belang dienen.22 Algemeen belang is dat wat voor bewoners, organisatoren, en bezoekers nuttig of gewenst is. Dit bestaat uit zowel immateriële als materiele welvaart.

Festivals kunnen aan deze brede welvaart bijdragen door een impuls te geven aan sociale cohesie, stadstrots, en sociale inclusie, maar ook door het behouden van cultureel erfgoed, versterken van het stedelijk imago voor toerisme, en economische spin-off.

20 https://nos.nl/artikel/2600163-den-bosch-is-klaar-met-festivalisering-van-carnaval

Mulder, M., Hitters, E. & Rutten, P. (2021) The impact of festivalization on the Dutch live music action field: a thematic analysis. Creative Industries Journal, 14:3, 245-268, DOI: 10.1080/17510694.2020.1815396 22 Mazzucato, M. and Ryan-Collins, J. (2019). Putting value creation back into ‘public value’: From market fixing to market shaping. UCL Institute for Innovation and Public Purpose, Working Paper Series (IIPP WP 2019-05). https://www.ucl.ac.uk/bartlett/publications/2019/jun/putting-value-creation-back-publicvalue-market-fixing-market-shaping 21

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

30

5 SUBSIDIEREGELING VOOR GROOT- EN KLEINSCHALIGE EVENEMENTEN 5.1 Scoring op criteria In de subsidieregeling voor groot- en kleinschalige evenementen worden aanvragen beoordeeld via een tendersystematiek. Een interne adviescommissie bestaande uit medewerkers vanuit diverse disciplines weegt de aanvragen op zeven of acht inhoudelijke criteria. Dit proces moet transparantie, objectiviteit, en zorgvuldigheid van subsidietoekenning ten goede komen. De criteria zijn als volgt ingevuld. a. Economische spin-off (aantal en herkomst bezoekers, overnachtingen en/of combinatiebezoek), max. 10 punten; b. Professionaliteit (professionele organisatie en kwaliteit plan/begroting) en kwaliteit (aansluiting kwaliteitstoerisme, kwalitatieve uitstraling en publieksbeleving), max. 10 punten; c. Toegankelijkheid (fysiek, sociaal, en digitaal toegankelijk) max. 10 punten; d. Duurzaamheid (op het gebied van circulariteit, CO2-uitstoot en watergebruik, en mobiliteit), max. 7 punten; e. Imago aantrekkelijkheid stad (bijdrage aan de proposities Stad aan Zee en Popstad, mediabereik), max. 7 punten; f. Samenwerking (met lokale partners), max. 5 punten; g. Vernieuwing (inhoudelijk concept en/of onderscheidend vermogen), max. 5 punten; h. Locatie (vindt plaats in aangewezen gebieden); geldt alleen voor kleinschalige evenementen, max. 2 punten.

Sinds de start van de ‘Subsidieregeling publieksevenementen Den Haag 2023’ (RIS316566) hebben organisatoren 86 keer succesvol een aanvraag ingediend. In twee jaar tijd is 26 keer de aanvraag niet toegekend (zie tabel 3 hieronder). De redenen hiervoor lopen uiteen: niet in behandeling genomen na te laat of in verkeerde categorie indienen, lage positie in kwalitatieve rankschikking, of niet voldaan aan financiële vereisten.

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

31

2024

Grootschalig Kleinschalig

2025

aantal aanvragen

aantal toegekend

aantal aanvragen

aantal toegekend

13 51

11 33

8 40

7 35

Tabel 3. aantallen evenementen, naar categorie.

Door middel van het tendersysteem krijgt iedere aanvraag een score toegekend. Het maximaal te behalen aantal punten is voor grootschalige evenementen 54 punten en voor kleinschalige evenementen 56 punten. Het hoogste aantal behaalde punten is 47 en het laagste 19 voor een succesvolle aanvraag. Gemiddeld scoren de aanvragen 34 punten. Het verschil in toegekende punten tussen 2024 en 2025 is klein. In 2024 is de gemiddelde score 33, met een minimum van 19 en een hoogste score van 47 op een totaal van 44 evenementen. Na de tweede ronde van 2025 is het gemiddelde 35 punten, het minimum 24 en de hoogste score 46 punten op een totaal van 42 evenementen.

5.2 Ervaringen met het tendersysteem Ruim de helft van de stakeholders is overwegend positief over het tendersysteem. In het algemeen wordt geprezen dat de criteria duidelijk zijn en dat het prettig is dat de aanvraag door meerdere personen binnen de gemeente beoordeeld wordt. Waar organisatoren voorheen subsidie toegekend kregen “met een klein stukje algemene tekst”, is dit nu uitgebreider en helderder. Dit wordt positief gewaardeerd: “nu is het per subsidiecriterium duidelijk wat een evenement gescoord heeft.” Verschillende geïnterviewden geven wel aan dat het voor beginnende aanvragers aanzienlijk lastiger is om de aanvraag te motiveren dan voor ervaren aanvragers, omdat laatstgenoemden uit de beoordeling van eerdere aanvragen kunnen afleiden hoe zij op de verschillende punten moeten ingaan. Juist zij kunnen in hun motivering naar de verschillende beoordelingscriteria toeschrijven. Op deze wijze zou het verschil in ervaring tussen de aanvragers vernieuwing van het evenementenaanbod kunnen belemmeren, hoewel eerdere beoordelingen openbaar zijn te raadplegen ter inspiratie. Over de samenstelling van beoordelingscriteria is men in het algemeen tevreden. Het belang van verschillende criteria vormt echter een discussiepunt.

Economische spin-off wordt door koepelorganisaties bijvoorbeeld gezien als zeer belangrijk; het liefst zien ze dat de weging van dit criterium wordt verzwaard. Verschillende organisatoren wijzen erop dat dit aspect echter moeilijk met harde cijfers te onderbouwen is. Alhoewel de economische spin-off op het aanvraagformulier concreter wordt gemaakt via enkele vragen, is dit element volgens organisatoren slechts op basis van een globale schatting te onderbouwen, zonder hard cijfermateriaal. Verder geven twee geïnterviewden aan dat criteria met betrekking tot ‘fair pay’, financiële stabiliteit, en bedrijfsvoering versterkt kunnen worden. Deze thema’s zouden in de beoordelingscriteria onder ‘professionaliteit’ geschaard kunnen worden, wanneer dat relevant blijkt.

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

32

5.3 Balans tussen verschillende belangen en doelen Het bevorderen van economische spin-off via kwalitatief sterke evenementen is het hoofddoel van het huidige evenementenbeleid, hoewel stakeholders verschillend denken over hoe dit in balans moet worden gebracht met maatschappelijke waarde en de behoeften van bewoners. Het onderliggend maatschappelijke doel voor publieksevenementen stelt dat deze toegankelijk zijn voor een breed publiek. Toegankelijkheid bestaat uit het wegnemen van fysieke, communicatieve en systemische barrières zodat álle mensen (met verschillende fysieke, verstandelijke, en financiële mogelijkheden) kunnen meedoen. Gemiddeld scoren grootschalige evenementen hoger op fysieke toegankelijkheid, wat samen kan hangen met een groter budget voor inclusieve faciliteiten en digitale communicatie. Gratis toegankelijke evenementen scoren beter op sociale toegankelijkheid voor verschillende bevolkingsgroepen. Er zijn structurele middelen beschikbaar voor organisatoren vanuit de subsidieregeling Toegankelijke Stad (RIS307066) waarop zij worden geattendeerd. Financiële toegankelijkheid wordt door respondenten als een groeiend knelpunt benoemd. Door de stijgende kosten zien organisatoren zich vaak genoodzaakt de (ticket)prijzen te verhogen, waardoor het steeds lastiger wordt om evenementen betaalbaar te houden voor een divers publiek.

Dit kan knellen met de doelstelling om te voorzien in een breed en gevarieerd programma dat voor iedereen toegankelijk is en voor ieder wat wils biedt. Diversiteit van evenementen is verder uit te splitsen naar de diversiteit van programma en publiek.23 Diversiteit van programma bestaat uit een gevarieerd aanbod waarin iedereen welkom is en dat voor ieder wat te bieden heeft. Diversiteit van publiek is de representatie van een brede selectie menselijke kenmerken onder bezoekers; o.a. opleidingsniveau, leeftijd, sociaaleconomische klasse, religie, etniciteit, gender, seksuele oriëntatie, beperkingen. Een divers aanbod hangt dus samen met een diverse programmering dat ook een gevarieerd publiek bereikt. Het gaat om de totaliteit van grote evenementen die een breed en divers publiek aanspreken en bijdragen aan de leefbaarheid in de stad, naast kleinere evenementen die samen verschillende doelgroepen bedienen. Breed verspreid onder de geïnterviewden leeft de opvatting dat niet de gemeente, maar de markt grotendeels het aanbod bepaalt. Respondenten herkennen de faciliterende en kaderstellende rol van de gemeente duidelijk, maar schrijven hieraan geen sterke invloed op de inhoud van het huidige aanbod toe. Daarbij gaat er volgens hen weinig sturing van het beleid uit op het aanbod van evenementen. Middels meerjarige afspraken is meer sturing mogelijk.

Daarnaast is er beperkt budget beschikbaar voor actieve acquisitie van evenementen, waardoor het aantrekken van of lobbyen voor andere typen evenementen of nieuwe evenementen die andere doelgroepen bedienen niet structureel mogelijk is (zie RIS320281).

De Code Diversiteit en Inclusie vat daarnaast ook personeel en partners onder de vier P’s van diversiteit. Voor deze rapportage hanteren we alleen de P’s van programma en publiek, omdat personeel en partners niet zijn opgenomen in dit onderzoeksontwerp. 23

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

33

Sturing op toegankelijkheid voor een divers publiek is verankerd in het tendersysteem (zie hierboven), hoewel het effect hiervan op diversiteit zonder aanvullend publieksonderzoek van het evenementenaanbod lastig te duiden is. De meeste respondenten geven aan geen sterke mening te hebben over dit punt. Sommigen zeggen wel dat er meer vernieuwing kan plaatsvinden in het evenementenaanbod, om zo aantrekkelijk te blijven voor bezoekers. Hierbij kwam met name naar voren dat het aanbod aan evenementen moet meebewegen met de vraag van het publiek en meer onderscheidend kan zijn. De marktdynamiek van vraag en aanbod zou dit vooralsnog zelf oplossen. Het is echter mogelijk om als gemeente een actievere rol hierin op te pakken. Amsterdam gaat organisatoren bijvoorbeeld faciliteren en stimuleren om nieuwe concepten te ontwikkelen en/of nieuwe doelgroepen te bereiken via het uitbreiden van subsidiemogelijkheden. Daarbij kunnen publieksonderzoeken worden gebruikt om te identificeren welke doelgroepen nog onvoldoende worden bereikt.

5.4 Voorwaarden voor toekennen subsidie Ongeveer de helft van de geïnterviewden vindt de maximale bijdrage van 30% van de begroting te laag. Dit achten zij zeker het geval voor de gratis toegankelijke evenementen, waar de 30%grens als “krap” wordt gezien “waar lastig aan te voldoen” is. Het introduceren van entreegeld voor delen van het evenement om tekorten in de begroting aan te vullen, leidt bovendien tot een verlaging van de maximale subsidiebijdrage, doordat het een betaald evenement wordt. Wanneer we naar het beleid van andere steden kijken, is te zien dat Amsterdam en Utrecht een hoger percentage hanteren. Daar is de bijdrage maximaal 50-60% van de begroting onder de voorwaarde dat het evenement gratis toegankelijk is. Enkele respondenten denken dat het instellen van een minimale score als ondergrens voor subsidieaanvragen een waardevolle maatregel kan zijn. Deze ondergrens kan bestaan uit een minimumaantal punten per afzonderlijk criterium of een totaalminimum voor de volledige subsidieaanvraag. Door per criterium verschillende ondergrenzen te hanteren, kan gericht worden gestuurd op bijvoorbeeld ”gratis evenementen, laagdrempelige evenementen, of op de inhoud van evenementen.”. Een totaal minimumaantal punten waarborgt dat alleen aanvragen van voldoende kwaliteit in aanmerking komen voor subsidie. Er is geen duidelijke voorkeur uitgesproken voor één van de opties.

Gezien de kwantiteit en kwaliteit van aanvragen in 2025 lijkt het op dit moment niet nodig om een algehele ondergrens in te stellen. Een minimumaantal punten kan gebruikt worden om de kwaliteit van evenementen te versterken, terwijl het instellen van een minimumscore op afzonderlijke criteria meer gerichte sturing kan bieden. Daarnaast plaatsen meerdere respondenten vraagtekens bij het verstrekken van subsidies aan evenementen met hoge toegangsprijzen. Zij vragen zich af wat de toegevoegde waarde voor de stad is van subsidie voor evenementen die relatief hoge ticketprijzen hanteren. En of het wenselijk is om evenementen die een relatief hoge entreeprijs rekenen te subsidiëren? Het is volgens hen echter lastig vast te stellen welke toegangsprijs schappelijk is en welke niet. In Rotterdam hanteren ze de stelregel dat er maximaal €10 per bezoeker wordt gesubsidieerd. Bij hoge entreeprijzen moeten organisatoren dan goed kunnen onderbouwen waarom er nog een financiële bijdrage van de gemeente nodig is. Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

34

Deze vragen zijn geworteld in een dieper vraagstuk: wie verdient steun en waarom?24 Voor organisatoren die over een hoge begroting beschikken en kaartjes voor veel geld aanbieden is weinig draagvlak voor publieke subsidie. Gratis festivals kunnen daarentegen op meer sympathie rekenen: zij kunnen het extra budget goed gebruiken én zijn breed toegankelijk. Dit is in andere steden opgepakt door alleen (gedeeltelijk) gratis festivals te steunen of zoals in Rotterdam kritisch te kijken naar de behoefte aan subsidie.

5.5 Conclusies en aanbevelingen Ruim de helft van de stakeholders is overwegend positief over het tendersysteem. In het algemeen wordt geprezen dat de criteria duidelijk zijn en dat het prettig is dat de aanvraag door meerdere personen binnen de gemeente beoordeeld wordt. Breed verspreid onder de geïnterviewden leeft de opvatting dat niet de gemeente, maar de markt grotendeels de diversiteit van het aanbod bepaalt. Respondenten herkennen de faciliterende rol van de gemeente duidelijk, maar schrijven hieraan geen sterke invloed op de inhoud van het huidige aanbod toe. •

Overweeg of een minimumaantal punten voor specifieke beoordelingscriteria bijdraagt aan het stuurvermogen op de inhoud, kwaliteit, en diversiteit van het aanbod. Dit kan bijdragen aan het waarborgen van brede toegankelijkheid van evenementen.

•

Het kan helpen om publieksonderzoek (bijv. voor evenementen met meer dan 10.000 bezoekers) te vereisen. Dit soort onderzoek kan onder de subsidiabele kosten vallen en later gebruikt worden om missende doelgroepen in kaart te brengen. Zodoende kan de diversiteit en toegankelijkheid van het evenementenaanbod beter in beeld worden gebracht.

•

Faciliteer vernieuwing en experimenten voor een meer divers aanbod. Er liggen kansen om organisatoren te stimuleren om nieuwe concepten te ontwikkelen en/of nieuwe doelgroepen te bereiken. Publieksonderzoek kan hieraan voorafgaan.

•

Maak beschrijving van de aard van evenementen in de toelichting op subsidietoekenning bruikbaarder. Dit voegt in de huidige vorm weinig toe aan de toelichting op de criteria. Relevanter kan het zijn om hier categorieën voor uit te werken (om divers aanbod te duiden) of dit te koppelen aan beleidsdoelen of ambities.

Stakeholders ervaren de financiële toegankelijkheid als een groeiend knelpunt. Door de stijgende kosten zien organisatoren zich vaak genoodzaakt de (ticket)prijzen te verhogen, waardoor het steeds lastiger wordt om evenementen betaalbaar te houden voor een divers publiek. Ongeveer de helft van de geïnterviewden vindt de limiet van 30% van de kosten te laag. Dit achten zij zeker het geval voor de gratis toegankelijke evenementen, waar de 30%-grens als krap wordt gezien. Daarnaast worden vraagtekens gesteld bij hoge toegangsprijzen en budgetten van evenementen. Een deel van de stakeholders vraagt zich af wat de toegevoegde van Oorschot, W.J.H. (2000). 'Who should get what, and why? On deservingness criteria and the conditionality of solidarity among the public', Policy and Politics: Studies of local government and its services, vol. 28, no. 1, pp. 33-48. 24

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

35

waarde voor de stad is van subsidie voor professionele commerciële evenementen met een relatief hoge toegangsprijzen. •

Verken de mogelijkheden om de limiet van 30% aan subsidiabele kosten voor gratis toegankelijke evenementen te verhogen.

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

36

6 SAMENHANG MET ANDERE BELEIDSTERREINEN EN AFDELINGEN Het economisch evenementenbeleid beslaat slechts een deel van alle evenementen in de stad. Zo zijn de beleidskaders Kunst en Cultuur 2021 - 2024 (RIS303961), Kunst en Cultuur 2025 2028 (RIS315711), de nieuwe Cultuurvisie Den Haag 2033 (RIS315069) en de Sportnota 2015 2030 (RIS283153) richtinggevend voor de inhoudelijke afweging over welke culturele festivals en sportevenementen in onze stad kunnen plaatsvinden. Daarnaast richt het locatiebeleid (RIS311558) zich op de fysieke aspecten van locaties in de openbare ruimte waar publieksevenementen plaatsvinden. Locatiebeleid is er vooral op gericht om een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid in de stad te behouden. Ook het vergunningsproces speelt een belangrijke rol in het organiseren van evenementen en festivals. De directie Veiligheid behandelt aanvragen voor evenementen in de openbare ruimte. Veiligheid evalueert na afloop vergunningen voor grote en kleine evenementen, naast veiligheidsplannen en akoestische plannen. Bij aanvragen voor vergunningen en subsidies kan bovendien een Bibob-toets worden uitgevoerd, op basis waarvan de vergunning of subsidie kan worden verleend of geweigerd.

6.1 Beschrijving subsidieregelingen afdeling cultuur Voor de beleidsperiode 2025-2028 is het subsidiestelsel opgedeeld in drie verschillende subsidievormen. Iedere subsidievorm heeft eigen voorwaarden en criteria. •

•

•

Begrotingssubsidies: deze subsidies zijn in beginsel structureel en worden via de gemeentebegroting op naam gesubsidieerd. Deze categorie is met name voor musea en systeeminstellingen. Meerjarige subsidies die per functie verstrekt worden en die voortkomen uit het meerjarenbeleidsplan (MJB) kunst en cultuur. Afhankelijk van het aanvraagbedrag worden hier drie categorieën onderscheiden (A, B en C). De subsidie is gebaseerd op een tendersystematiek. Bij de beoordeling van de aanvragen wordt een onafhankelijke adviescommissie ingeschakeld, die bestaat uit een grotere groep personen vanuit meerdere disciplines, waaronder financiën, bedrijfsvoering en inclusie. Projectsubsidies van maximaal een jaar. Deze regeling heeft de meeste overeenkomsten met de subsidieregeling voor evenementen bij Economie. Ook hier wordt gewerkt met een tendersysteem. De subsidies vanuit Cultuur zijn opgesplitst in twee categorieën: Categorie A: aanvragen tot 10.000 euro; Categorie B: aanvragen van 10.000 euro tot en met 30.000 euro.

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

37

Voordat dit projectsysteem in werking trad, werden alle subsidieaanvragen aan dezelfde eisen getoetst. Dit was voor kleinere evenementen niet haalbaar. Daarom heeft Cultuur nu verschillende categorieën opgesteld. Als een evenement in categorie A valt, hoeft het evenement aan minder strenge eisen te voldoen dan een evenement in categorie B. Subsidieaanvragen in categorie B worden beoordeeld via een externe adviescommissie. Deze commissie bestaat uit ongeveer 8 personen, die elk een discipline vertegenwoordigen. De beoordelingstermijn binnen deze categorie bedraagt 12 weken. De subsidieaanvragen in categorie A worden ambtelijk beoordeeld. De beoordelingstermijn binnen deze categorie bedraagt 8 weken.

6.2 Samenhang met cultuurbeleid Respondenten zijn overwegend positief over meer samenhang tussen het (subsidie)beleid van de afdelingen Economie en Cultuur, maar laten zich er niet erg concreet over uit. Verschillende opmerkingen hebben betrekking op beleid en visievorming, terwijl anderen subsidieregelingen noemen. In het algemeen wordt aangegeven dat meer samenhang ervaren complexiteit van de gemeente zou verminderen en bij organisatoren de onzekerheid rondom de financiering van de evenementen zou verkleinen. Echter geven de meeste respondenten aan dat ze weinig praktische bezwaren hebben tegen het voortbestaan van de verschillende subsidieregelingen. Ten eerste over de verschillende afdelingen en visies. Een enkeling reflecteert dat één aanspreekpunt binnen de gemeente fijn zou zijn. Een andere respondent juicht het toe dat Economie, Cultuur en Sport bezig zijn om een gezamenlijke, overkoepelende visie op te stellen. Weer een ander zegt dat het bij culturele evenementen goed denkbaar is om de subsidieregelingen, waar mogelijk, van Economie en van Cultuur aan te laten sluiten. Hoe dit zou kunnen worden ingevuld bleef onduidelijk. Ook suggereren enkele geïnterviewden om (bijvoorbeeld jaarlijks) een overkoepelend cultureel thema te formuleren als verbindend richtsnoer voor evenementen.

Een complicerende factor hierbij is echter dat niet alle evenementen een cultureel raakvlak hebben, waardoor een overkoepelend cultureel thema niet voor alle evenementen werkt. Ten tweede wordt over de afstemming van de subsidieregelingen zelf benadrukt dat de beleidsvelden ver uit elkaar kunnen liggen, maar dat dit zelden als een probleem wordt ervaren. Diverse geïnterviewden onderstrepen dat de afdelingen Economie en Cultuur verschillende doelen nastreven en dat deze doelen niet zomaar kunnen worden vermengd of samengevoegd. De meeste organisatoren hebben weinig praktische bezwaren tegen het voortbestaan van afzonderlijke subsidieregelingen. Eén van de respondenten zegt hierover dat het fijn zou zijn om minder subsidieaanvragen in te hoeven dienen, maar dat de subsidiepot vooral niet kleiner moet worden. Een enkeling suggereert dat een externe adviescommissie meer opties biedt om deskundigheid te versterken op terreinen waar de afdelingen minder mee bekend zijn (denk bijvoorbeeld aan bedrijfsvoering). Er is echter bewust gekozen voor een interne beoordelingscommissie met medewerkers van verschillende disciplines vanwege de snellere besluitvorming die daarmee gepaard gaat.

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

38

6.3 Samenhang proposities en imagokenmerken Binnen de gemeente hanteren afdelingen verschillende proposities en imagokenmerken voor de stad. The Hague & Partners is gericht op twee proposities: ‘Stad aan Zee’ en ‘Internationale stad van Vrede en Recht’. Den Haag Citybranding vat het Haagse DNA in zes sfeer- en beeldbepalers, waaronder ‘Stad van Vrede en Recht’ en ‘Stad aan Zee’. In het evenementenbeleid heeft de propositie ”Vrede en Recht” plaats gemaakt voor ‘Den Haag Popstad’ en is de propositie ‘Koninklijke Stad’ losgelaten. Dit komt wel terug in het ‘Royal September’ programma rond Prinsjesdag en in mindere mate bij het Have a Royal Winterprogramma (waarbij het draait om koninklijke uitstraling). Uit gesprekken met de stakeholders komt met name onzekerheid en verwarring over deze proposities naar voren. Volgens meerdere respondenten ontbreekt het aan een heldere toekomstvisie voor evenementen en festivals die bijdragen aan zichtbaarheid en stadstrots. De gemeente geeft volgens hen niet duidelijk genoeg aan waarin zij zich als stad wil onderscheiden: “Waar willen we als stad naartoe?” Wat er volgens hen nodig is, zijn breed gedragen ambities waarin de gemeente duidelijk uitspreekt hoe zij zich als stad wil onderscheiden. Daarnaast moet er volgens hen langdurige focus liggen op enkele kernproposities.

Hieruit blijkt een wens tot meer afstemming tussen verschillende gemeentelijke afdelingen bij het uitdragen van proposities en heldere communicatie hierover. In het verlengde van deze onduidelijkheid rond proposities merken drie respondenten op dat versnipperde ambities soms samen lijken te gaan met voorzichtigheid. Zij lichten toe dat deze voorzichtigheid rond evenementen ook in andere steden voorkomt, maar dat dit in Den Haag meer zichtbaar is. De gemeente zou volgens deze respondenten minder vanuit voorzichtigheid en meer vanuit kansen en mogelijkheden kunnen handelen. Bijvoorbeeld door nieuwe evenementenorganisatoren met open armen te ontvangen en actiever te ondersteunen bij hun ideeën in plaats van hen direct te confronteren met de regels en eisen. Tegelijkertijd blijft het van belang om zorgvuldig om te gaan met risico’s en financiële haalbaarheid – verschillende afdelingen spelen verschillende rollen in dit proces, waarbij een goede balans tussen rechtmatigheid en prestatie enerzijds en anderzijds responsiviteit en uitnodiging cruciaal is.

6.4 Vergunningen, locatiebeleid en sportbeleid Met betrekking tot de vergunningen, het locatiebeleid en het sportbeleid zijn in de interviews hier en daar uiteenlopende opmerkingen gemaakt. Deze beleidsvelden zijn randvoorwaardelijk voor het evenementenbeleid. Hieronder komen puntsgewijs aandachtspunten aan de orde. Vergunningen •

Er zijn veel verschillende soorten vergunningen voor evenementen (o.a. evenementenvergunning, ingebruikname openbare ruimte, incidentele private marktvergunning, omgevingsvergunning). Als organisatoren een vergunning willen aanvragen, worden ze vaak binnen de gemeente verwezen naar verschillende afdelingen. Het Centraal Evenementenbureau (CEB) kan organisatoren hierbij helpen,

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

39

wat gewaardeerd wordt door organisatoren. Het aanvraagproces van verschillende vergunningen komt soms wel traag op organisatoren over. Incomplete en laat ingediende aanvragen maken het echter lastig voor adviserende diensten om vergunningen te verwerken. Daarbij loopt de administratieve druk in het hoogseizoen op, waardoor capaciteitstekort op deze piekmomenten dan voor vertraging kan zorgen. •

Hoewel de vergunningseisen vanuit de gemeente de afgelopen tien jaar op het gebied van veiligheid niet strenger zijn geworden - afgezien van tijdelijke aanvullende inrijbeperkende maatregelen - zijn de organisatiekosten die hiermee samenhangen wel aanzienlijk gestegen. Die kosten waren al hoog doordat organisatoren de afgelopen jaren zijn geconfronteerd met aanvullende eisen op het gebied van duurzaamheid en toegankelijkheid, die met name binnen de subsidieverlening een belangrijke rol spelen. De meeste organisatoren hebben hiervoor begrip, maar geven aan dat de optelsom van deze kosten steeds zwaarder op hun begroting drukt.

Locatiebeleid •

De nadere regels reserveringskalender evenementen Den Haag 2025 zijn in 2025 vastgesteld. Hiermee is een transparante verdeelsystematiek ingevoerd voor de verdeling van de schaarse vergunningen van evenementen in de openbare ruimte. De kalender wordt door het Centraal Evenementenbureau (CEB) beheerd. Afdelingen Economie, Cultuur, en Sport zijn belangrijke partners. Organisatoren kunnen zich tussen 1 mei en 1 juni inschrijven op hun gewenste locaties voor het komende jaar. Het evenementenbureau geeft aan dat de kalender in principe goed werkt, maar dat interne en externe stakeholders nog moeten wennen aan het systeem.

•

In de nadere regels reserveringskalender zijn de merkwaarden goed verwerkt. Als meerdere partijen in dezelfde periode een evenementenaanvraag doen voor dezelfde locatie, wordt er onder meer gekeken welk evenement het beste bij de merkwaarden past.

•

Het locatiebeleid is een uitwerking van de wens om een gezonde balans te treffen tussen leefbaarheid en levendigheid in de stad. Enkele respondenten merken met het oog op spreiding over de stad op dat er ook ruimte voor vernieuwing mag zijn, met bijvoorbeeld meer evenementen in de Binckhorst of Kijkduin.

Sportbeleid •

Het is lastig om de subsidiëring en meerjarige overeenkomsten van de afdeling Sport met die van afdeling Economie te vergelijken, omdat deze andere accenten leggen en andere criteria hanteren. Afdeling Sport Haagse wil topsporters, talenten en topsportverenigingen een podium geven in hun eigen stad, de gelegenheid geven zich te meten met de (inter)nationale concurrentie én de Haagse inwoners stimuleren zelf meer te gaan sporten en bewegen, trots te maken, te verbinden en te inspireren. Hierbij zijn lokale promotie en maatschappelijke activatie (side events) van belang om de Haagse inwoners te betrekken, wat dan ook als voorwaarde wordt opgenomen (zowel in subsidieregeling als contracten voor grotere evenementen ondersteund vanuit de reserve Olympisch Fonds). De subsidieregeling van afdeling Sport is alleen bedoeld voor

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

40

sportevenementen in (inter)nationaal erkende topsportdisciplines op minimaal het hoogste landelijke niveau; de reserve Olympisch Fonds is bedoeld voor de acquisitie en ondersteuning van topsportevenementen met internationale allure, zoals EK’s en WK’s. •

Dit zorgt ervoor dat Sport meestal andersoortige evenementen ondersteunt dan de afdeling Economie. Zo geeft afdeling Sport alleen subsidie aan een activatieprogramma in aanloop naar de NN CPC Loop Den Haag, terwijl het hoofdevenement als publieksevenement door afdeling Economie wordt gesteund.

•

Topsportevenementen dragen wel bij aan “economische” doelstellingen – aantrekkelijkheid en het imago van de stad - naast andere gemeentelijke doelstellingen en ambities. Zeker bij de grotere evenementen (bijv. WK’s, EK’s, Tour de France Femmes) probeert afdeling Sport, naast de sportdoelstellingen, deze evenementen zo te organiseren dat ze een brede economische én maatschappelijke waarde hebben voor de stad.

6.5 Conclusie en aanbevelingen De meeste organisatoren geven aan dat de beleidsvelden van Cultuur en Economie ver uit elkaar kunnen liggen, maar dat dit zelden als een probleem wordt ervaren. Ook leven er weinig praktische bezwaren tegen het voortbestaan van afzonderlijke subsidieregelingen. Stakeholders geven aan dat meer samenhang tussen het beleid van de afdelingen Cultuur en Economie de gemeentelijke complexiteit zou kunnen verminderen en bij organisatoren de onzekerheid rondom financiële ondersteuning van de evenementen zou kunnen verkleinen. Echter geven de meeste respondenten aan dat ze weinig praktische bezwaren hebben tegen het voortbestaan van de verschillende subsidieregelingen. •

Verken op welke momenten en in welke processen meer samenhang tussen de afdelingen Cultuur en Economie van toegevoegde waarde is. Let daarbij op dat verschillende subsidieregelingen met verschillende doelstellingen naast elkaar mogen bestaan, zolang tegenstrijdigheden worden beperkt. Denk hierbij aan het gelijktrekken van deadlines voor subsidieaanvragen en verduidelijken van de verschillende uitgangspunten en doelen van subsidieregelingen.

Binnen de gemeente hanteren verschillende afdelingen verschillende proposities en imagokenmerken voor de stad. Uit gesprekken met de stakeholders komt met name onzekerheid en verwarring over deze proposities naar voren. Volgens meerdere respondenten ontbreekt het aan een heldere toekomstvisie voor evenementen en festivals die bijdragen aan zichtbaarheid en stadstrots. De gemeente geeft volgens hen niet duidelijk genoeg aan waarin zij zich als stad wil onderscheiden. •

Organiseer meer samenhang tussen verschillende gemeentelijke afdelingen bij het opstellen en uitdragen van een visie en proposities voor de stad. Verschillende afdelingen stellen los van elkaar proposities op, wat in de praktijk verwarring oplevert. Er kan in het voortraject van beleidsproducten beter worden afgestemd op dit gebied.

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

41

Daarbij kan er ruimte blijven voor de belangen van verschillende afdelingen, maar er moet helderder gekozen en gecommuniceerd worden over de gedeelde rode draad. •

Durf daarbij keuzes te maken in beleid. Wat wil de gemeente zien en steunen? Uit gesprekken met stakeholders blijkt een vraag om duidelijkheid en een heldere visie voor evenementen in de stad.

Er zijn veel verschillende soorten vergunningen voor evenementen (o.a. evenementenvergunning, ingebruikname openbare ruimte, incidentele private marktvergunning, omgevingsvergunning). Als organisatoren een vergunning willen aanvragen, komen ze geregeld in contact met verschillende afdelingen. Toezichthouders kunnen de vergunningseisen uiteenlopend interpreteren. Vergunningverlening en handhaving zijn namelijk gescheiden processen. Dat betekent dat handhavers hun eigen uitleg kunnen geven aan de voorschriften, en dat de afdeling vergunningverlening daar geen invloed op heeft. •

Verken in welke vergunningverlenende en handhavende processen meer afstemming mogelijk is, zodat dit traject voor evenementen soepeler verloopt.

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

42

7 CONCLUSIE Het doel van dit onderzoek is het evalueren van het in 2023 vastgestelde evenementenbeleid (RIS 316059). Dit beleid ondersteunt publieksevenementen met economische meerwaarde voor de stad. Deze evaluatie is eind 2024 door het College toegezegd en vormt belangrijke input voor nieuw beleid. De evaluatie geeft inzicht in de effectiviteit van het beleid en de tevredenheid van belanghebbenden over het beleid. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen beantwoord. 1. Welke invloed heeft het in 2023 vastgestelde evenementenbeleid gehad op een gevarieerd aanbod aan evenementen in Den Haag? Breed verspreid onder de geïnterviewden leeft de opvatting dat niet het gemeentelijk evenementenbeleid, maar de markt grotendeels de diversiteit van het aanbod bepaalt. Respondenten herkennen de faciliterende rol van de gemeente duidelijk, maar schrijven hieraan geen sterke invloed op het huidige aanbod toe. Hieronder wordt dieper ingegaan op drie elementen van een gevarieerd aanbod: variatie in locatie, spreiding over het jaar, en een divers programma en publiek. Zie H3 voor meer detailleerde uitwerking van deze onderzoeksvraag. De spreiding over de stad wordt in sterke mate bepaald door het aantal geschikte locaties voor (grote) evenementen, zoals vastgelegd in locatieprofielen voor verschillende plekken in de stad.

In de praktijk worden de meeste evenementen in de binnenstad en Scheveningen georganiseerd en blijkt vooral het Zuiderpark populair als festivallocatie. Qua spreiding over het jaar is duidelijk een verschil te zien tussen relatief zonnige maanden (mei-september) en de herfst/winterperiode. In de lente/zomermaanden hebben evenementen in de openbare ruimte meer kans op hogere bezoekersaantallen doordat het in deze periode doorgaans beter weer is. Volgens stakeholders is er vooral in de winterperiode ruimte voor meer evenementen. De Royal Christmas Fair wordt in die zin als een uitzondering gezien die navolging verdient. Diversiteit van aanbod en publiek is ook lastig toe te schrijven aan het evenementenbeleid. Het beleid heeft beperkt impact op het aanbod van evenementen. Sturing op toegankelijkheid voor een divers publiek is wel verankerd in het tendersysteem, hoewel het effect hiervan op diversiteit zonder aanvullend publieksonderzoek van het evenementenaanbod lastig te duiden is. Bij onderzoeksvraag 1 wordt in het bijzonder ingegaan op de levensvatbaarheid van gratis toegankelijke evenementen (tussenevaluatie voor gratis evenementen (RIS316514). Het aantal gratis toegankelijke evenementen neemt af in Den Haag: van 39% betaalde evenementen in 2024 naar 45% in 2025. Stakeholders ervaren de financiële toegankelijkheid als een groeiend Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

43

knelpunt. Door de stijgende kosten zien organisatoren zich vaak genoodzaakt de (ticket)prijzen te verhogen, waardoor het steeds lastiger wordt om evenementen betaalbaar te houden voor een divers publiek. Gratis toegankelijke evenementen hebben het extra lastig, omdat ze gestegen kosten in mindere mate kunnen dekken met hogere inkomsten. Daarnaast worden vraagtekens gesteld bij hoge toegangsprijzen van sommige evenementen. Een deel van de stakeholders vraagt zich af wat de toegevoegde waarde voor de stad is van subsidie aan evenementen met relatief hoge toegangsprijzen wanneer gratis toegankelijke evenementen moeite hebben het hoofd boven water te houden. De evaluatie van het gemeentelijke beleid ten aanzien van het evenementenaanbod wordt in die zin bemoeilijkt omdat het beleid volgens stakeholders in beperkte mate richting geeft aan het aanbod. Er is in die zin behoefte aan een overkoepelende visie op de samenstelling van het evenementenaanbod in de nabije toekomst. Ingrediënten voor deze visie zijn niettemin al aanwezig, bijvoorbeeld in de vorm van verschillende proposities, merkwaarden, ambities, en uitgangspunten. In deze visie dient ook het dilemma aangekaart te worden dat economische spin-off en aantrekkelijkheid voor (inter)nationaal kwaliteitstoerisme tot andere bestedingsprioriteiten leidt dan het bevorderen van brede toegankelijkheid en maatschappelijke waarde.

Heldere keuzes over waar het evenementenbeleid primair voor moet staan zijn welkom. 2. In hoeverre draagt de huidige beleidsmatige categorisering van evenementen bij aan de doelen van het evenementenbeleid? Het evenementenbeleid onderscheidt verschillende subsidieregimes voor verschillende beleidsmatige categorieën. Het is echter de vraag of de huidige categorisering optimaal is. Het onderscheid tussen ‘nationale viering’ en 'beeldbepalend’ komt nu niet goed uit de verf. Ook ligt de grens van het aantal bezoekers voor beeldbepalende en grootschalige evenementen vrij hoog, waardoor het voor organisatoren lastig is om de overstap naar een andere categorie te maken. Daarnaast krijgen organisatoren van groot- en kleinschalige evenementen eenjarige subsidietoekenning, terwijl evenementen in de categorieën ‘beeldbepalend’ en ‘nationale viering’ een meerjarige toekenning krijgen. Naast de beleidsuitgangspunten ten aanzien van een gevarieerd evenementenaanbod verspreid over het jaar en de stad zijn nog twee uitgangspunten opgenomen: kwaliteit boven kwantiteit en inzet op behoud van (traditionele) beeldbepalende Haagse evenementen. Wat ‘kwaliteit boven kwantiteit’ betreft, herkennen stakeholders meer marktwerking dan impact van beleid: de lastige marktomstandigheden zorgen ervoor dat het kaf van het koren gescheiden wordt.

Tegelijkertijd is kwaliteit verloren gegaan door het wegvallen van aansprekende evenementen. Inzetten op het behoud van (traditionele) beeldbepalende Haagse evenementen is geslaagd wanneer er alleen naar de vulling van de categorie ‘beeldbepalend’ in 2024 en 2025 wordt gekeken. Stakeholders en bewoners geven echter aan dat ‘iconische’ evenementen zoals Parkpop worden gemist.

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

44

3. Welke grootschalige publieksevenementen vinden inwoners van Den Haag typisch Haags en zien zij als onlosmakelijk verbonden met de stad? Onderzoeksvraag 3 komt voort uit een motie over wat gezien wordt als beeldbepalende evenementen (RIS316515) en heeft ook betrekking op de motie Behoud de Tong Tong Fair voor de stad (RIS317575). Wanneer bewoners naar typisch Haagse evenementen gevraagd wordt, noemt bijna de helft van hen Parkpop. Ook Koningsnach/The Life I Live wordt door 16% genoemd, net als Pasar Malam/de Tong Tong Fair (14%), de CPC Loop (12%), Prinsjesdag (11%), Vlaggetjesdag (10%), North Sea Jazz (7%), en het Vuurwerkfestival (7%). Soms geven mensen een persoonlijke of specifieke reden waarom ze een evenement noemen. Veelal gaat het echter om traditie en historie (mensen geven aan met deze evenementen opgegroeid te zijn) of het imago en het DNA van de stad (het evenement is vervlochten met hun beeld van de stad). 4. Waar lopen organisatoren van Haagse evenementen tegenaan en wat kan de gemeente doen om deze hordes weg te nemen? De motie over een onderzoek naar het verdwijnen van Haagse publiekstrekkers (RIS319063) wordt meegenomen in de beantwoording van onderzoeksvraag 4 (en in mindere mate de onderzoeksvraag 1). De specifieke oorzaken voor het verdwijnen van Haagse publiekstrekkers lopen uiteen, maar zijn veelal te herleiden naar financiën.

Zo worstelden de Tong Tong Fair en Parkpop al langer met de kosten van de festivalorganisatie. Ook Festival Classique was de laatste jaren op zoek naar oplossingen voor toegenomen kosten en teruglopende bezoekersaantallen, maar is gestopt voordat het verliesgevend werd. De coronamaatregelen, toegenomen energieprijzen, en gestegen kosten hebben eraan bijgedragen dat deze ontwikkelingen niet meer te keren waren. Gestegen kosten zijn dan ook de grootste horde die organisatoren noemen. Sinds de coronaperiode zijn de organisatiekosten sterk toegenomen. Tegelijkertijd is het lastiger gebleken om financiering en sponsoren te vinden. Daarnaast is de capaciteit van hulpdiensten afgenomen, waardoor meer private beveiliging en EHBO’ers moeten worden ingehuurd. Ook vragen gemeenten meer aandacht voor veiligheidsmaatregelen, duurzaamheid, diversiteit en toegankelijkheid. Bovendien zijn bezoekers van evenementen selectiever en kopen zij hun tickets steeds later, wat voor onzekerheid zorgt bij organisatoren. Stakeholders geven aan dat de ondersteuning die de gemeente nu al biedt, kan worden uitgebreid. Materiaal voor het afzetten van openbare wegen is al te lenen en er zijn ook structureel middelen beschikbaar voor toegankelijkheid van evenementen.

Onderwerpen waar organisatoren graag extra ondersteuning zouden ontvangen, zijn onder andere de promotie van evenementen en het vinden van sponsoren. Daarnaast zou de 30% limiet voor subsidie verhoogd kunnen worden, zeker voor gratis toegankelijke evenementen. Ten tweede is het subsidie- en vergunningstraject voor organisatoren soms ongrijpbaar. Vergunningverlening en subsidieverlening (en de evenementenkalender) staan volledig los van Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

45

elkaar, net als in andere gemeenten. Organisatoren geven aan dat deze verschillende processen met eigen deadlines en doorlooptijd voor hen onoverzichtelijk kunnen zijn. Daarnaast verloopt contact met verschillende afdelingen af en toe traag. Ook vindt inschrijving voor de reserveringskalender dusdanig vroeg plaats dat sommige organisatoren nog bezig zijn met het evenement van het ene jaar wanneer ze de volgende editie al moeten inschrijven. Betere interne afstemming en samenwerking tussen verschillende gemeentelijke afdelingen zou frictie kunnen voorkomen. Er zijn veel verschillende soorten vergunningen voor evenementen (o.a. evenementenvergunning, ingebruikname openbare ruimte, incidentele private marktvergunning, omgevingsvergunning). Als organisatoren een vergunning willen aanvragen, komen ze geregeld in contact met verschillende afdelingen. Toezichthouders kunnen de vergunningseisen uiteenlopend interpreteren. Vergunningverlening en handhaving zijn namelijk gescheiden processen. Dat betekent dat handhavers hun eigen uitleg kunnen geven aan de voorschriften, en dat de afdeling vergunningverlening daar geen invloed op heeft. Ten derde noemen stakeholders het ontbreken van een duidelijke en gedeelde visie voor evenementen als horde. Voor sommige organisatoren is het momenteel niet duidelijk welke criteria de gemeente hanteert voor (meerjarige) overeenkomsten.

Ook zorgen verschillende proposities die verschillende afdelingen nastreven tot verwarring onder een brede groep stakeholders. Dat in het evenementenbeleid twee proposities zijn uitgekozen om na te streven, is niet altijd bekend. Dit uit zich in ervaren onzekerheid om in evenementen te investeren door organisatoren en sponsors. Dit kan ondervangen worden door helder te communiceren over verschillende visies, proposities en criteria. Ook kan het helpen om afstemming tussen verschillende afdelingen te bevorderen, zodat iedereen van elkaar weet welke invulling zij kiezen. Een vierde horde is het gebrek aan geschikte binnenlocaties voor evenementen. Momenteel vinden evenementen plaats in de openbare ruimte, mede omdat er geen geschikte binnenlocaties zijn voor publieksevenementen. Hierdoor moeten evenementen uitwijken naar andere steden of in de zomer buiten plaatsvinden. Een geschikte indoorlocatie kan bevorderlijk zijn in de spreiding van evenementen over het jaar en kunnen populaire evenementenlocaties ontlasten. 5. Wat zijn zinvolle en haalbare wijzen waarop de samenhang tussen Economie en Cultuur kan worden uitgebouwd? Denk hierbij aan het beter op elkaar afstemmen van de (aanvraagprocedures van) bestaande subsidieregelingen of het combineren van bestaande subsidieregelingen en budgetten.

De meeste stakeholders geven aan dat de beleidsvelden van Cultuur en Economie ver uit elkaar kunnen liggen, maar dat dit zelden als een probleem wordt ervaren. Ook leven er weinig praktische bezwaren tegen het voortbestaan van afzonderlijke subsidieregelingen. Stakeholders geven aan dat meer samenhang tussen het beleid van afdelingen Cultuur en Economie het risico op tegenstrijdige beslissingen vanuit de gemeente zou verminderen en bij organisatoren Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

46

de onzekerheid rondom de financiële ondersteuning van de evenementen zou verkleinen. Echter geven de meeste respondenten aan dat ze weinig praktische bezwaren hebben tegen het voortbestaan van de verschillende subsidieregelingen. Van belang is voor hen dat het totaalbudget voor subsidies niet afneemt. Wel pleiten stakeholders voor een bredere evenementenvisie waarbij ook de niet-financiële waarde voor de bewoner en de unieke identiteit van de stad centraal staan.

6. Welke typen evenementen missen betrokken partijen (ambtenaren, belangenverenigingen, organisatoren) en bewoners momenteel in het aanbod of in een bepaalde periode en kunnen op reële wijze aan dit aanbod worden toegevoegd? In discussies over het evenementenaanbod is het wegvallen van Haagse iconen een centraal thema. Veel stakeholders geven aan dat het jammer is dat iconische Haagse evenementen zijn omgevallen. De meerderheid mist deze evenementen en vindt dat de gemeente meer mag doen om dit type evenement voor de stad te behouden. Een aantal van deze evenementen was (bijna) gratis toegankelijk, waardoor ze de toegankelijkheid van het aanbod ten goede kwamen. Daarbij moet wel worden meegewogen in hoeverre gratis toegankelijke evenementen nog financieel haalbaar en uitvoerbaar zijn. Bewoners missen voornamelijk evenementen met muziek en dans. Dit type evenement krijgt de stem van bijna de helft van de deelnemende bewoners. Daarnaast mist een kwart van de deelnemers evenementen op het strand of op het water en traditionele en historische evenementen. Bovendien geven bewoners in open vragen aan saamhorigheid en gezellige (stads)festivals te missen die betaalbaar zijn voor iedereen (Parkpop wordt vaak als voorbeeld aangehaald).

De typen evenementen die bewoners meer in Den Haag zou willen zien zijn: toegankelijke stadsevenementen, grootschalige dancefestivals, meerdaagse muziekfestivals, en een hele marathon.

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

47

BIJLAGE 1

TOPICLIJST

In de interviews wordt ingegaan op de invloed van het gemeentelijke evenementenbeleid (in het bijzonder de subsidieregeling en de beleidsmatige categorisering van evenementen), op lacunes in het evenementenaanbod, op de uitdagingen en hobbels die in de evenementensector ondervonden worden en op de samenhang van het evenementenbeleid met het gemeentelijke cultuurbeleid. Niet alle vragen zijn voor alle interviewpartners bedoeld. Het is bijvoorbeeld goed mogelijk dat vragen over de aanbodportefeuille zich vooral door overkoepelende organisaties laten beantwoorden, maar voor individuele organisatoren minder geschikt zijn.

1.

Functie respondent en rol organisatie - Voorstelrondje - Wat is uw functie? - Wat doet uw organisatie? - In welke zin heeft uw organisatie met het gemeentelijk evenementenbeleid te maken?

2.

Invloed evenementenbeleid op aanbod aan evenementen De gemeente Den Haag heeft in haar evenementenbeleid een aantal ambities over het aanbod aan evenementen verwoord. Denk hierbij aan:

-

o variatie naar aard; o variatie naar groot en klein; o spreiding over het jaar; o spreiding over de stad; In hoeverre bent u bekend met deze ambities? In hoeverre komen deze ambities uit de verf? Wat vindt u van de huidige variatie aan evenementen? In hoeverre draagt het evenementenbeleid van de gemeente daaraan bij? Waarom? Wat ontbreekt er qua aard, omvang, tijd van het jaar, verdeling over de stad? Hoe kunnen we op reële wijze ervoor zorgen worden dat de ontbrekende evenementen aan het aanbod worden toegevoegd? Wat is daarvoor nodig? Wat is de rol van uw organisatie daarin? Moeten we in de toekomst inzetten op acquisitie van nieuwe Haagse ‘iconen’? Op welke wijze? Wat voor rol kan uw organisatie spelen om het evenementenaanbod te verrijken? Wat is daarvoor nodig? Onder welke voorwaarden? Er is in de afgelopen jaren ook een aantal jaarlijks terugkerende evenementen verdwenen, waarvan sommige als typisch Haags worden ervaren. Wat kunnen we eraan doen? Wat is de rol van uw organisatie daarin?

Verder heeft de gemeente Den Haag de volgende beleidsambities:

-

o uitgangspunt ‘kwaliteit boven kwantiteit’; o toegankelijk voor een breed publiek; o behoud van (traditionele) beeldbepalende Haagse evenementen. In hoeverre bent u bekend met deze ambities? In hoeverre komen deze ambities uit de verf? In hoeverre draagt het evenementenbeleid van de gemeente daaraan bij? Waarom? Welke voorstellen hebt u om het beleid op deze punten te veranderen? Waarom?

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

48

3.

Invloed beleidsmatige categorisering van evenementen In het volgende gaan we in op onderdelen van het evenementenbeleid. We beginnen met de driedeling in beeldbepalende evenementen, nationale vieringen en overige evenementen. -

-

4.

Bent u bekend met deze driedeling? Hoe pakt deze driedeling in de praktijk uit? In hoeverre vindt u dat gunstig, in hoeverre ongunstig? Wat zou u als verbeterpunten voorstellen? Waarom? Wat zijn de plus- en minpunten gebleken van de meerjarige afspraken bij beeldbepalende evenementen? Over de categorie ‘beeldbepalend’: vindt u dit een juiste naam? Zo nee, wat zou een betere naam zijn? Onder welke voorwaarden is het zinvol om grootschalige beeldbepalende evenementen, zoals The Life I Live en het Bevrijdingsfestival, in de toekomst tot de categorie nationale vieringen te rekenen? Omgekeerd: welke nu niet ‘beeldbepalende’ evenementen zouden juist tot deze categorie moeten worden gerekend? Past de Intocht Sinterklaas voldoende binnen het vastgestelde beleid? Zo nee, wat moet er veranderd worden? Waarom?

Invloed subsidieregeling In het volgende gaan we in op de subsidieregeling voor de overige evenementen. -

Bent u bekend met de subsidieregeling? Hoe pakt de subsidieregeling in de praktijk uit? In hoeverre is dat voor uw organisatie gunstig, in hoeverre ongunstig? Wat zou u als verbeterpunten voorstellen? Waarom?

(nalopen ervaringen met/opvattingen over de volgende kenmerken van de subsidieregeling:) o o

o -

type beoordeling van subsidieaanvragen: tendersysteem met puntentelling; toekenningscriteria (denk naast ambities over de variatie in aanbod o.a. aan economische spin-off, bijdrage aan gebiedsontwikkeling, imago-aantrekkelijkheid, duurzaamheid, samenwerking met andere partijen in de stad); subsidiehoogte (30% van de kosten, subsidieplafond),

Bent u ervoor om in de beoordelingscriteria voor subsidie een ondergrens in te stellen? Waarom? Bent u ervoor om bepaalde categorieën evenementen (bijvoorbeeld die met hoge ticketprijzen) op voorhand van subsidie uit te sluiten? Zo ja, hoe moet de gemeente dat doen?

5.

Uitdagingen en horden - In de evenementensector doen zich verschillende ontwikkelingen voor die als uitdagingen of horden gezien kunnen worden. Wat zijn deze uitdagingen en horden in uw geval? - Hoe hardnekkig zijn die? - Wat doet u om de horden weg te nemen? Wat is daarvoor nodig? - Wat kan de gemeente doen om de horden weg te nemen? In hoeverre doet de gemeente dat ook?

6.

Versterking samenhang tussen Economie en Cultuur - (vooraf nagaan, dus eigenlijk geen interviewvraag) welke raakvlakken hebben Economie en Cultuur momenteel? - Hoe goed sluiten volgens u het evenementenbeleid en het cultuurbeleid nu op elkaar aan?

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

49

-

7.

Wat zijn zinvolle manieren om het cultuurbeleid en het evenementenbeleid verder op elkaar af te stemmen? Wat zijn zinvolle vormen van inhoudelijke combinatie of afstemming van de huidige regelingen en budgetten (al dan niet voortvloeiend uit beleidsmatige afstemming)? Wat zijn zinvolle vormen van procedurele combinatie of afstemming van de huidige regelingen en budgetten? Wat zijn zinvolle vormen van financiële combinatie of afstemming van de huidige regelingen en budgetten?

Tot slot - Zijn er punten uit ander gemeentelijk beleid dat van invloed is (m.n. locatiebeleid, sportbeleid, vergunningenbeleid). Wat zou u voorstellen op deze gebieden? Waarom? - Zijn er overwegingen die u nog wilt meegeven?

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

50

BIJLAGE 2

RESPONDENTEN

Respondenten binnen de gemeentelijke organisatie •

OCW, Afdeling Cultuur

•

DSO, Centraal Evenementen Bureau

•

DBV, Citybranding

•

DSO, Afdeling Economie

Externe respondenten – Overlegorganen en partners •

Bestuurlijk Overleg Economische Zaken (BOEZ)

•

Stichting Buitengewoon Scheveningen (SBS)

•

Stichting Binnenstadsmanagement

•

The Hague & Partners

•

Partners in Toerisme (PIT)

•

Haags Hoteloverleg

•

Koninklijke Horeca Nederland (KHN) Den Haag

Externe respondenten – Organisatoren •

DB Evenementen

•

PROOOST Events

•

Hofstad Festivals

•

Stichting Popdistrict

•

Stichting Milan Summer Festival

•

Stichting Royal Christmas Fair

•

LUSTR

Evaluatie evenementenbeleid Gemeente Den Haag

51

BIJLAGE 3 FINANCIEEL ONDERSTEUNDE EVENEMENTEN 2024 maand

locatie

bezoekers25

Beeldbepalend + nationale vieringen 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16989757/1