CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325251 Bijlage 2. Jaarrekening IPP 2025

Gemeenteraad 4 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake zienswijzeprocedure IPP Haaglanden voor de ontwerpbegroting 2027 incl. Begrotingswijziging 2026 en evaluatie GR wijziging en de jaarstukken 2025 t.k.n. (RIS325251)14.641 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IPP Haaglanden

Jaarstukken 2025

Inhoud Voorwoord .............................................................................................................. 3 1.

Jaarverslag ....................................................................................................... 5 1.1

Programma Algemeen bestuur .................................................................... 5

1.1.1.

Bestuurs- en beheerslasten..................................................................... 5

1.1.2.

Bestuurs- en beheerslasten budgetvergelijking ......................................... 7

1.2

Grondexploitaties ...................................................................................... 8

1.2.1. Bedrijventerrein Wateringse Veld (Kavel 100) te Den Haag .............................. 8 1.2.2. Businesspark Hoornwijck (N-Kavel) te Den Haag ......................................... 10 1.3

Vastgoedexploitaties ................................................................................ 13

1.3.1.

Sijthoff-locatie te Rijswijk ...................................................................... 13

1.3.2.

Locatie Burgemeester Elsenlaan 329 te Rijswijk ...................................... 13

1.3.3.

De Waterman (Nijverheidstraat) te Rijswijk ............................................. 13

1.3.4.

Parkeergarage Handelskade te Rijswijk .................................................. 14

1.3.5.

Van Gijnstraat 27 te Rijswijk .................................................................. 14

1.3.6.

Van Gijnstraat 26-28 te Rijswijk.............................................................. 14

1.3.7.

Polakweg 8 te Rijswijk ........................................................................... 15

1.4

Herstructurering bedrijventerreinen .......................................................... 16

1.4.1.

Investeringsagenda 2025....................................................................... 16

1.4.2.

Bedrijventerreinen Den Haag ................................................................. 17

1.4.3.

Bedrijventerreinen Rijswijk .................................................................... 19

1.4.4.

Energiefonds ........................................................................................ 19

1.4.5.

Businesspark Haaglanden ..................................................................... 20

1.5

Algemene dekkingsmiddelen .................................................................... 21

1.6

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................ 21

1.7

Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................... 27

1.8

Bedrijfsvoering ......................................................................................... 27

1.9

Verbonden partijen................................................................................... 28

1.10

Grondbeleid ............................................................................................ 29

1.11

Lokale heffingen....................................................................................... 31

1.12

Financiering ............................................................................................. 31

1

2. Jaarrekening....................................................................................................... 33 2.1 Balans per 31 december 2025 ........................................................................ 33 2.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening ........................................ 35 2.3 Grondslagen ................................................................................................. 36 2.4 Toelichting op de balans ................................................................................ 41 2.5 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening ................... 47 2.5.1 Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening ....................................................................................................... 47 2.5.2 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................... 49 2.6 Kosten van de overhead................................................................................. 53 2.7 Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting ................................... 53 2.8 Overzicht van de incidentele baten en lasten per programma ...........................

53 2.9 Informatie in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ............................................................... 55 2.10 Rechtmatigheidsverantwoording .................................................................. 57 2.11 Gebeurtenissen na balansdatum ................................................................. 61 2.12 De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld 62 Bijlagen ................................................................................................................. 63

2

Voorwoord Voor u liggen het jaarverslag en de jaarrekening 2025 van het IPP Haaglanden. Het opstellen van de jaarrekening is ook een moment om terug te blikken op het jaar 2025. En daar valt veel over te melden. 2025 is in alle opzichten een goed en productief jaar geweest voor de werkzaamheden van het IPP. Vorig jaar hebben we concrete tastbare resultaten bereikt. Meest in het oog springend is toch wel de verkoop en het hergebruik van het pand Polakweg 8 in het Middengebied Plaspoelpolder, waarmee het IPP zichtbaar een jarenlang leegstaand pand een nieuwe toekomst heeft gegeven. Een aansporing om ook succesvol door te gaan met de aanpak van leegstand en het verkeerd gebruik van panden en daarin onze rol als IPP actief en zichtbaar te pakken. In 2025 is de investeringsagenda geactualiseerd en richt zich nu op de veertien bedrijventerreinen die, volgens onze gemeenschappelijke regeling, tot ons werkgebied worden gerekend. Voor al deze terreinen is een eerste meerjarige agenda/raming in 2025 opgezet, niet alleen gericht op actief grondbeleid, maar ook op taken die samenhangen met schoon, heel, veilig en vergroening/verduurzaming van de bedrijventerreinen. Op al deze onderwerpen is het IPP in toenemende mate actief, in goede afstemming met de gemeenten Den Haag en Rijswijk. Onze aanpak wekt ook steeds meer interesse van de omliggende gemeenten en van gemeenten buiten onze regio.

Twee werkgebieden vragen zeker specifiek aandacht in dit voorwoord, te weten de invulling van ambassadeurschap voor de Werklandschappen van de Toekomst en de oprichting van het Energiefonds. In 2025 is het IPP concreet aan de slag gegaan met de invulling van ons ambassadeurschap en de eerste vergroening van het Middengebied Plaspoelpolder, te beginnen bij de panden die in het bezit zijn van het IPP. We doen dat in goede samenwerking met de lokale ondernemers, gemeenten, IVN en de Provincie ZuidHolland. Het Programma Werklandschappen van de Toekomst is een meerjarig programma en moet in 2026 meer zichtbaar resultaat gaan opleveren, niet alleen voor het Middengebied, maar ook naar alle nu 14 bedrijventerreinen binnen ons gebied. Dat past ook binnen ons ambassadeurschap. Om daar invulling aan te geven is eind 2025 gestart om per gebied contacten te leggen met de ondernemers om een agenda op te zetten, dat zich behalve vergroening ook richt op schoon, heel en veilig en het in beeld brengen van de kansen op vastgoedgebied, waar het IPP mogelijk haar rol kan vervullen.

3

Een ander betekenisvol besluit in 2025 is de oprichting van het Energiefonds. Het IPP is nu vorm aan het geven aan de inzet van het fonds, nu primair gericht op de bedrijventerreinen Westvlietweg III in Den Haag, Middengebied Plaspoelpolder en ’t Haantje-Pasgeld in Rijswijk. De inzet van het fonds is divers, maar de kern is om ondernemers te helpen in de transitie-opgave alsook het zoeken naar oplossingen voor de netcongestie, dat een ernstig obstakel is om nieuwe vestigingen of uitbreiding van vestigingen mogelijk te maken. De verwachting is dat met inzet van het fonds in 2026 de eerste resultaten worden geboekt, uiteenlopend van leningen tot mogelijke deelnemingen. Op vastgoedgebied is ook een mooi en afrondend resultaat geboekt voor het zogenaamde Kavel 100 op het bedrijventerrein Wateringsveld. In 2025 is daar de realiserende partij voor geselecteerd. Met dit project is er onder aansturing van het IPP een nieuwe stuk bedrijventerrein gerealiseerd. Op de betreffende kavel zal een fraai bedrijfsverzamelcomplex worden gerealiseerd, gericht op het klein MKB. In 2025 is ook een werkalliantie tot stand gekomen tussen het IPP en de Bedrijventerreinen Haaglanden (BPH). Het BPH is een netwerkorganisatie, waarin naast Rijswijk en Den Haag, ook de gemeenten Delft, Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer en Pijnacker-Nootdorp zijn vertegenwoordigd.

BPH richt zich primair binnen onze regio niet alleen op de samenwerking onderling op economisch gebied, maar ook op kennisdeling. Vanuit dat vertrekpunt is een werkalliantie gesloten, waarbij IPP en BPH meer gaan samenwerken op kennisdeling, maar ook concreet door gemeenten aangedragen opgaven door het IPP in opdracht kunnen worden opgepakt. Zo is in 2025 al gestart met de samenwerking met de gemeente Pijnacker-Nootdorp en de inzet van het IPP daarbij, voor wat betreft de aanpak/invulling van het terrein Boezemvaart. De geschetste activiteiten van IPP Haaglanden, nu al meer dan 70 jaar, is het bewijs dat het IPP van additionele betekenis is om de zorg en aandacht voor de bedrijventerreinen in onze gemeenten, als het gaat om beter benutten, herstructurering, veiligheid, vergroening, verduurzaming, allen in het teken van het versterken van een gezond investeringsklimaat en daarmee het behouden en verruimen van werkgelegenheid in onze regio. De conclusie voor 2025 is niet veel anders en ook urgent, zolang het IPP ook in staat zal blijven haar opgave financieel verantwoord kan blijven verrichten. De jaarrekening 2025 sluit met een negatief saldo van € 332.780. De algemene reserve van het IPP Haaglanden blijft nagenoeg ongewijzigd; de weerstandscapaciteit van het IPP Haaglanden is als uitstekend te kwalificeren.

Wij behouden dan ook alle vertrouwen voor 2026 en volgende jaren om als IPP Haaglanden verdere stappen in onze opgave verantwoord te ondernemen, onze activiteiten te verbreden met een gezonde financiële huishouding als basis. Het IPP maakt dat extra verschil.

4

1. Jaarverslag 1.1 Programma Algemeen bestuur 1.1.1. Bestuurs- en beheerslasten Tabel 1 Bestuurs- en beheerslasten Gerealiseerd 2025

Begroot 2025

Gerealiseerd 2024

Lasten Bestuurskosten

137.005

129.100

142.419

Beheerskosten

584.497

453.600

495.837

Totaal lasten

721.502

582.700

638.256

Doorberekende kosten aan projecten

699.857

448.600

523.370

Totaal baten

699.857

448.600

523.370

Blijft ten laste van het programma

21.645

134.100

114.886

Baten

Op de volgende pagina worden de gedetailleerde bestuurs- en beheerslasten over 2025 gepresenteerd.

5

Tabel 2 Bestuurs- en beheerslasten gedetailleerd Jaarrekening 2025 Bestuurs- en beheerslasten Advieskosten Accountantskosten: controlewerkzaamheden in 2025 (op jaarrek 2024) IPP-BPH onderzoek werkalliantie Bijdrage IPP-BPH onderzoek werkalliantie Vergaderkosten, representatie- onkostenvergoedingen - bijdragen CBBR/SKBN - vormgeving publicitair jaarverslag/Investeringsagenda - verzekeringen tegen zakenschade, fraude en beroving - overige kosten

- huisvestingskosten - archiefbeheer - algemeen bestuur: burokosten directie en administratie - algemeen bestuur: burokosten directie en administratie (eenmalig: afrekening 2024)

Begroot 2025

Realisatie 2024

23.689

28.800

32.573

45.828 12.250 -7.700 5.370 7.730 4.751 11.595 5.831 27.191 25.500

63.300

62.882

13.700

9.700 6.200 3.800

22.041 10.555 5.475 3.792

3.600

5.101

15.800

24.647

5.000

29.502

257.289

259.400

259.938

- idem: secretariële ondersteuning - idem: juridische adviezen - idem: communicatie-adviezen - idem: vastgoedadviezen

7.300 92.002 13.580 17.269 24.244

- idem: totaal projectleiders/planeconomie (niet rechtstreeks door te belasten): Bestuurs- en beheerslasten

113.300

98.190

-

-

-

-

-

-

147.784

60.100

83.560

721.502

582.700

638.256

6

1.1.2. Bestuurs- en beheerslasten budgetvergelijking Tabel 3 Bestuurs- en beheerslasten budgetvergelijking Verschil Bestuurs- en beheerslasten begroot t.o.v. gerealiseerd

Verschil

Advieskosten

5.111

Accountantskosten: controlewerkzaamheden in 2025 (op jaarrek 2024)

17.472

IPP-BPH onderzoek werkalliantie

-12.250

Bijdrage IPP-BPH onderzoek werkalliantie

7.700

Vergaderkosten, representatie- onkostenvergoedingen

8.330

- bijdragen CBBR/SKBN

1.970

- vormgeving publicitair jaarverslag/Investeringsagenda

1.450

- verzekeringen tegen zakenschade, fraude en beroving

-7.795

- overige kosten

-2.231

- huisvestingskosten

-11.391

- archiefbeheer

-20.500

- algemeen bestuur: burokosten directie en administratie

2.111

- algemeen bestuur: burokosten directie en administratie (eenmalig: afrekening 2024)

-7.300

- idem: secretariële ondersteuning

21.298

- idem: juridische adviezen

-13.580

- idem: communicatie-adviezen

-17.269

- idem: vastgoedadviezen

-24.244

- idem: totaal projectleiders/planeconomie (niet rechtstreeks door te belasten):

-87.684

Totaal afwijkingen op de baten en lasten

-138.802

7

1.2 Grondexploitaties 1.2.1. Bedrijventerrein Wateringse Veld (Kavel 100) te Den Haag Op het Wateringse Veld bezit het IPP een parkeerterrein en wegen. Het perceel ligt in het verlengde van de bestaande bebouwing aan de Sylvain Poonsstraat/Laan van Wateringse Veld.

Het IPP is voornemens het terrein te transformeren naar een hoogwaardig bedrijfsverzamelgebouw. Het bedrijfsverzamelgebouw zal ingezet worden voor kleinschalige bedrijvigheid. Dit is in lijn met de nota bedrijfshuisvestingstrategie Den Haag (RIS303177), waaruit een groot tekort aan bedrijfsruimte blijkt. Vanaf 28 december 2023 heeft het ontwerp bestemmingsplan 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het bestemmingsplan is op 18 december 2024 vastgesteld door de raad van Den Haag en heeft van 31 januari 2024 tot en met 13 maart 2025 ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan is inmiddels onherroepelijk is, aangezien er geen beroep is ingesteld. Programma: - Kaveloppervlakte 1.842 m2 - 1.400 m2 BVO-bedrijfsruimte - 400 m2 BVO-kantoor (ondersteunend) - 30 parkeerplaatsen op eigen terrein

8

Op 18 april 2025 is de aanbesteding voor de koop van kavel 100 aan de Sylvain Poonsstraat te Den Haag voor de ontwikkeling en realisatie van een bedrijfsverzamelgebouw gestart. Geïnteresseerde partijen konden via Tenderned de tenderdocumenten ontvangen. De Raad Bouwontwikkeling B.V. heeft na deze openbare tenderprocedure en definitieve gunning het recht verkregen om Kavel 100 op het bedrijventerrein Wateringse Veld te Den Haag te reserveren. Deze gronden zullen in 2026 uitgegeven worden.

9

1.2.2. Businesspark Hoornwijck (N-Kavel) te Den Haag Tussen de Laan van Hoornwijck en de A13 ligt de N-kavel, het laatst door het IPP uit te geven perceel in Hoornwijck. Door de ligging van de kavel ten opzichte van de Rotterdamse baan is er een directe verbinding met de Binckhorst.

Op de locatie van de N-kavel is de mogelijkheid om 17.478 m2 vierkante meter grond uit te geven. In 2019 is duidelijk geworden dat de provincie geen grote kantorenprogramma’s langs snelweglocaties wil. Het IPP heeft vervolgens samen met de gemeente Den Haag gekeken wat de mogelijkheden zijn op de locatie en zijn uitgekomen op een mogelijk programma van: - Kaveloppervlakte: 17.478 m2 - Circa 10.000 m2 bedrijfsruimte - Circa 5.000 m2 kantoor (ondersteunend) - Circa 5.000 m2 2e economy - Mobiliteitshub - 220 parkeerplaatsen op eigen terrein

10

Op verzoek van de afdeling de gemeente Den Haag is gekeken of het mogelijk is om een P+R van 600 parkeerplaatsen te realiseren, naast het programma van IPP Haaglanden. Dit is mogelijk, waarbij het aantal parkeerplaatsen en de financiële haalbaarheid nader bepaald moeten worden. Met name het uitblijven van de keuze van de gemeente Den Haag om op de locatie een P+R te willen realiseren heeft geleid tot uitstel van de planning. In januari 2026 zal de gemeente Den Haag beslissen of ze de N-kavel willen huren voor de realisatie van een tijdelijke P&R.

In het eerste halfjaar van 2025 is samen met de gemeente Den Haag het kader van het te ontwikkelen programma op de N-kavel bepaald. Hiervoor zijn de kaders van het plan bij de Ruimtelijke Regietafel binnen de gemeente Den Haag afgestemd. Helaas heeft de integrale afweging voor de mogelijke (gedeeltelijke) verplaatsing van het afvalverwerkingsbedrijf van de gemeente Den Haag in de Binckhorst voor nog meer vertraging geleid omtrent het vaststellen van het mogelijke programma op de N-kavel. Verwachting is dat begin 2026 hier (voor de N-kavel) een besluit over wordt genomen.

11

Tabel 4 Bouwgrond in exploitatie Lasten

Baten

Saldo

-118.665

-118.665 -

118.665

Bouwgrond in exploitatie Bouwrijpmaken Hoornwijck Overbrenging kosten bouwrijpm. Hoornwijck Verkopen en kostprijsverkopen Hoornwijck

-

Bouwrijp maken Sylvain Poonstraat Overbrenging kosten bouwrijpmaken Sylvain Poonstraat Verkopen en kostprijsverkopen Sylvain Poonstraat

44.945

Bijstelling verliesvoorziening Hoornwijck Totaal programma

-

-118.665 -44.945 44.945

234.586

44.945 -

-234.586

160.865

-73.720

-234.586

-

12

1.3 Vastgoedexploitaties 1.3.1. Sijthoff-locatie te Rijswijk In 2022 heeft het IPP Haaglanden de intentie uitgesproken een perceel grond ter grootte van 2.242 m2 (kadastraal perceel RWK01-G-2750) met een grondwaarde van € 1.165.000, - prijspeil 1 juli 2021 te willen verkopen aan de ontwikkelaar van de locatie. In de procedure om te komen tot een vastgestelde omgevingsvergunning is vertraging opgelopen door bezwaren van belanghebbenden. In juli 2025 is een koopovereenkomst afgesloten met de eigenaar. Voor de levering van de grond wordt op dit moment eind 2027 aangehouden.

1.3.2. Locatie Burgemeester Elsenlaan 329 te Rijswijk Met de ontwikkelaar is in augustus 2017 een reserveringsovereenkomst aangegaan met betrekking tot de afname en ontwikkeling van kadastraal perceel RWK01-G-2591, groot 2.200 m2, gelegen aan de Burgemeester Elsenlaan/Koopmansstraat in de Plaspoelpolder in Rijswijk. In 2023 en 2024 zijn een tweetal allonges overeengekomen, waarin het aantal m2 minimaal is aangepast en de uiterste leveringsdatum is verplaatst naar eind 2025. In 2025 is wederom een allonge overeengekomen en is de leveringsdatum gesteld op 1 oktober 2026. Voor het verplaatsen van de leveringsdatum wordt bij levering vanaf 1 januari 2026 tot het moment van leveren een reserveringsvergoeding betaald van 4% (op jaarbasis) over de koopsom. Oorzaak van de verplaatsing van uiterste datum is de vertraging in de omgevingsplanprocedure. De voorlopige koopprijs bedraagt € 3.628.000 k.k. (prijspeil 1 juli 2021). Marktconforme verrekenafspraken en indexeringen en/of wijziging van het bouwprogramma kan de koopprijs op basis van aanpassingen in het bouwprogramma en diverse indexeringen nog kan wijzigen.

1.3.3. De Waterman (Nijverheidstraat) te Rijswijk De koopprijs zal bij de levering conform marktconforme verrekenafspraken worden (her)berekend met gebruikmaking van het bouwprogramma zoals vergund door de gemeente Rijswijk. BPD heeft de ontwikkeling van de oude ontwikkelaar overgenomen. BPD is in overleg met de gemeente Rijswijk over de verlenging van de intentieovereenkomst en een anterieure overeenkomst voor het project. In 2025 is gestart met de sloop van de opstallen door BPD rond het perceel van het IPP Haaglanden. In 2025 is gestart net het opstellen van een koopovereenkomst van de grond, maar wordt in 2026 afgerond.

13

1.3.4. Parkeergarage Handelskade te Rijswijk Als gevolg van een lopende procedure bij de Raad van State hebben meerdere projecten in het Havenkwartier vertraging opgelopen. De parkeergarage Handelskade is onder meer bedoeld als mobiliteitshub ten behoeve van deze ontwikkelingen. Op verzoek van de ontwikkelaar is de overeengekomen leveringsdatum daarom aangepast naar uiterlijk eind 2027. Deze aanpassing is gedaan onder de voorwaarden dat de indexatie van de koopsom wordt verhoogd en dat IPP Haaglanden de parkeergarage niet leeg hoeft op te leveren. In het vierde kwartaal van 2025 heeft zich een brand voorgedaan in de parkeergarage. Inmiddels is de garage schoongemaakt en is de schade geïnventariseerd en beoordeeld door een constructeur. De herstelwerkzaamheden staan gepland voor 2026. De daarmee gemoeide kosten zullen, voor zover mogelijk, worden verhaald op de verzekeraar.

1.3.5. Van Gijnstraat 27 te Rijswijk In 2025 is, in overleg met de eigenaar van Van Gijnstraat 25, onderzocht of op de percelen Van Gijnstraat 25–27 een gestapeld bedrijfsgebouw met een vast stijgpunt realiseerbaar is. Uit dit onderzoek is gebleken dat een dergelijk gebouwtype op deze locatie niet rendabel kan worden ontwikkeld, omdat het stijgpunt een onevenredig groot deel van het beschikbare vloeroppervlak inneemt. Op basis van deze conclusie is aan INBO de opdracht gegeven een studie uit te voeren naar de ontwikkeling van een zogenoemde Makerstoren. Deze studie is in het vierde kwartaal van 2025 afgerond. In 2026 zal het plan financieel worden doorgerekend en nader worden beoordeeld of een haalbaar ontwikkelconcept voor gestapelde bedrijfsunits op deze locatie mogelijk is.

1.3.6. Van Gijnstraat 26-28 te Rijswijk Begin 2025 is IPP Haaglanden eigenaar geworden van Van Gijnstraat 26–28. Het pand is gedeeltelijk verhuurd; de huidige huurder neemt circa één vijfde van het totale vloeroppervlak in gebruik. De huuropbrengsten dekken momenteel de exploitatiekosten van het gehele pand. Ter verhoging van de huuropbrengsten is daarnaast een tijdelijke huurder aangetrokken. Voor het resterende deel van het pand is een haalbaar plan opgesteld om de leegstaande meters in de verhuur te brengen en – indien mogelijk – in de toekomst aanvullende vierkante meters toe te voegen. In 2025 is de uitstraling van de locatie verbeterd door het toepassen van principes uit werklandschappen van de toekomst, waaronder de toevoeging van bomen,

14

halfverharding en groen. Daarnaast is de gevel geschilderd om de visuele kwaliteit en representativiteit van het pand te versterken. Vanwege netcongestie is het in 2025 niet gelukt om tot uitvoering van de voorgenomen uitbreidings- en verhuurplannen over te gaan. Daarnaast is IPP Haaglanden benaderd door een initiatiefnemer die een integrale ontwikkeling van drie aangrenzende panden overweegt, waarmee een efficiënter ruimtegebruik kan worden gerealiseerd. In het eerste kwartaal van 2026 zal een afweging worden gemaakt tussen voortzetting van de huidige exploitatie of het inbrengen van het pand in de beoogde gezamenlijke ontwikkeling.

1.3.7. Polakweg 8 te Rijswijk Begin Q2 2025 is gestart met de tenderprocedure voor Polakweg 8, bestaande uit een voorselectie en een daaropvolgende gunningsfase. Tijdens de voorselectie hebben zich twee kandidaten gemeld, die zijn uitgenodigd om hun plannen in de gunningsfase nader uit te werken. De geselecteerde kandidaat voldoet aan de gestelde criteria en zal het pand gedurende een periode van tien jaar kostprijsdekkend huren. In deze periode wordt het pand door de huurder verbouwd en verduurzaamd tot een energiezuinig en toekomstbestendig bedrijfspand, waarmee invulling wordt gegeven aan de Environmental-doelstellingen binnen de portefeuille. Na afloop van deze tien jaar zal de ondernemer het pand, in verhuurde staat en na verbouwing, aankopen tegen een vooraf vastgestelde en geïndexeerde koopsom. Binnen de Social-component levert het project een duidelijke maatschappelijke bijdrage. De geselecteerde ondernemer werkt met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en biedt ondersteuning aan personen die extra begeleiding nodig hebben, in samenwerking met zowel de Gemeente Den Haag als de Gemeente Rijswijk. Hiermee wordt werkgelegenheid gecreëerd voor circa 130 personen in een pand dat naar verwachting ongeveer 15 jaar leeg heeft gestaan.

De gekozen tenderopzet, met een transparante selectieprocedure, heldere contractuele afspraken en een vooraf vastgelegde koopsom, sluit aan bij de Governance-principes van zorgvuldig risicobeheer, voorspelbare kasstromen en langjarige waardecreatie.

15

1.4 Herstructurering bedrijventerreinen 1.4.1. Investeringsagenda 2025 In februari 2023 is de investeringsagenda 2023 vastgesteld bestaande uit de oprichting van de bestemmingsreserves en bijbehorende ambities en activiteiten voor Middengebied Plaspoelpolder te Rijswijk en Westvlietweg te Den Haag. Vanwege de uitbreiding van het werkgebied van 5 naar 14 bedrijventerreinen in oktober 2024 is ervoor gekozen de bestemmingsreserves per 2026 op te laten gaan in twee nieuwe bestemmingsreserves, te weten: ”Herstructurering bedrijventerreinen gebieden Den Haag“ en ”Herstructurering bedrijventerreinen gebieden Rijswijk”. Het IPP Haaglanden mag activiteiten uitvoeren t.b.v. de volgende bedrijventerreinen: Den Haag: • Forepark • Fruitweg • Hoornwijck (Haagse deel) • Uitenhagestraat • Wateringse Veld • Westvlietweg III • Ypenburg • Zichtenburg-Kerkentuin-Dekkershoek (ZKD) Rijswijk: • Broekpolder • Delftweg • Heulweg • Hoornwijck (Rijswijkse deel) • Plaspoelpolder • RijswijkBuiten – ‘t Haantje • Vrijenban/Zuidflank Op 7 april 2025 is de nieuwe “Investeringsagenda 2025” gepresenteerd aan het DB IPP Haaglanden. Voor elk bedrijventerrein is een maatwerkstrategie gehanteerd om de ruimtelijke, economische en duurzaamheidsdoelen te behalen. De ambities rusten op drie pijlers: 1) Schoon, heel en veilig, 2) Vergroenen, verduurzamen en energietransitie en 3) Actief grondbeleid en vastgoedverwerving.

Met de begroting 2026-2029 vervalt de eerdere Investeringsagenda (2023) en wordt de ingezette koers doorgetrokken op de nieuwe locaties. In de volgende paragrafen per bedrijventerrein welke zaken reeds in 2025 zijn uitgevoerd. Daarnaast wordt invulling

16

gegeven aan één van de twee op te richten fondsen, te weten het Revolverend Energiefonds (REF-IPP). De oprichting van een Vastgoedfonds wordt in 2026 onderzocht. Op 24 november 2025 is er door de directie en projectleiders een inventarisatie uitgevoerd tot alle bovengenoemde bedrijventerreinen.

1.4.2. Bedrijventerreinen Den Haag Den Haag – Fruitweg en Uitenhagestraat In 2025 is een aanbesteding gehouden met betrekking tot gecombineerde collectieve beveiliging op de beide bedrijventerreinen. Vlak voor de kerst 2025 is de uitvoering van deze opdracht gestart met de duur van 12 maanden en een mogelijk tot een verlenging van nog eens 12 maanden. Tevens zijn er verkennende gesprekken gestart met betrekking tot mogelijke verwerving van panden en met eigenaren die hun panden willen verduurzamen.

Den Haag – Westvlietweg De gemeente Den Haag werkt aan het Gebiedsprogramma Haagse Vlietzone/Vlietzoom en heeft als eerste stap hiervoor de NRD (plan-MER-aanpak) ter inzage gelegd; de inspraak liep van 5 september t/m 17 oktober 2025 en de binnengekomen zienswijzen worden daarna verwerkt in een Nota van Beantwoording. Op basis daarvan kan het plan-MER worden opgesteld (verwacht eerste helft 2026), waarna het gebiedsprogramma in 2026 ter besluitvorming naar college en gemeenteraad gaat en een wijziging van het omgevingsplan richting 2027 volgt. Het IPP Haaglanden en de ondernemers (BIZ/BBW Westvlietweg) benadrukken een uitbreidingsbehoefte op het terrein mogelijk in combinatie met een circulaire cluster. De besluitvorming door de gemeente Den Haag over een mogelijke verplaatsing van het afvalcluster uit de Binckhorst heeft een vertragend effect op de planvorming. Begin 2025 heeft het IPP Haaglanden afscheid genomen van SWECO m.b.t. het opstellen van een rapport om het bedrijventerrein Westvlietweg te verduurzamen. We hebben helaas moeten constateren dat partijen verschillende verwachtingen hadden omtrent de vervulling van de opdracht. Het IPP heeft uiteindelijk besloten een energiespecialist in te huren. In 2025 is opdracht gegeven aan Goudappel om verkeerstellingen uit te voeren op de Westvlietweg en te onderzoeken op welke manier deze weg veiliger kan worden

17

ingericht voor voetgangers, fietsers en auto’s/vrachtwagens. Het definitieve rapport wordt in februari 2026 verwacht.

Den Haag – ZKD In geheel 2025 heeft Westvliet Bewaking collectieve beveiligingsrondes gereden. Mede aan de hand van de rapportages is er een actie geweest van het Haags Economisch Interventie Team (HEIT) op deelgebied Dekkershoek. Het IPP is in overleg met afdeling Veiligheid van de gemeente Den Haag om verdere afspraken te maken om de veiligheid op het ZKD-terrein te verbeteren. Ook zijn er in 2025 analyses opgesteld en meerdere gesprekken gevoerd met pandeigenaren met betrekking tot herontwikkeling van locaties binnen ZKD. In november 2025 was vanuit de gemeente Den Haag een kick-off overleg met betrekking tot het opstellen van een Uitvoeringsplan voor het ZKD-terrein. Het IPP Haaglanden vervult daarin een adviserende rol.

18

1.4.3. Bedrijventerreinen Rijswijk Rijswijk – Heulweg Sinds december 2025 rijdt Westvliet Bewaking ook een collectieve bewakingsronde over bedrijventerrein Heulweg.

Rijswijk – Plaspoelpolder Eind 2025 heeft de overdracht plaatsgevonden van restgronden in het openbaar gebied van het IPP Haaglanden aan de gemeente Rijswijk voor een bedrag van €1,-. De gronden zijn voornamelijk gelegen in het Havenkwartier en rond het EPO. -

Werklandschappen van de Toekomst Middengebied PPP -> verkeersonderzoek, BKP, BIZ .

Rijswijk – RijswijkBuiten ’t Haantje Voor bedrijventerreinen H8 en H9 op RijswijkBuiten worden sinds oktober 2025 gesprekken gevoerd met het Programmabureau RijswijkBuiten en een mogelijke koper van een bedrijfskavel om oplossingen te bedenken om het netcongestieprobleem op te lossen. Daartoe is door de gemeente Rijswijk en de mogelijke koper een intentieovereenkomst afgesloten. Het IPP Haaglanden levert met de inzet van de ingehuurde energiespecialist en een mogelijke inzet van het energiefonds (zie hieronder) een bijdrage aan het proces. In 2026 worden resultaten van het onderzoek verwacht.

1.4.4. Energiefonds In het AB IPP Haaglanden van 5 september 2025 is de oprichting van het revolverende Energiefonds (REF-IPP) vastgesteld. Het REF-IPP heeft als doel de verduurzaming en toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen in Den Haag en Rijswijk te versnellen. Het fonds is bedoeld voor: -

Verduurzaming van eigen vastgoed van het IPP; Financiële ondersteuning van individuele ondernemers die willen verduurzamen; Participatie in collectieve gebiedsprojecten, zoals energiehubs of collectieve energiesystemen.

Uit de investeringsagenda van zowel 2023 als 2025 is €2.040.000 beschikbaar gesteld als inzet voor het Energiefonds, waarvan:

19

-

€ 915.000 voor Haagse bedrijventerreinen; € 1.125.000 voor Rijswijkse terreinen.

Met het startkapitaal is er budget beschikbaar om de eerste (pilot)projecten vorm te geven. De werking van het fonds wordt getest in drie pilots: 1. Rijswijk (Buiten) - 't Haantje: collectieve energiehub bij nieuwbouw ondanks netcongestie. 2. Den Haag – Westvlietweg III : verduurzaming via een energiehub voor bestaande ondernemers. 3. Rijswijk - Plaspoelpolder: verduurzaming van aangekochte panden (Polakweg 8, Van Gijnstraat 26-28) met inzet van het fonds.

1.4.5. Businesspark Haaglanden Er is een rapportage “Werkalliantie - Onderzoekend ervaren, gewoon beginnen over de samenwerking tussen Businesspark Haaglanden (BPH) en IPP Haaglanden” opgesteld met betrekking tot een onderzoek naar de samenwerking tussen Businesspark Haaglanden (BPH) en de daarbij aangesloten gemeenten en het IPP Haaglanden. De eindrapportage en het daarin opgenomen advies/beslispunten is in september 2025 voorgelegd aan het DB van het IPP Haaglanden en akkoord bevonden. Conform de GR mag het IPP Haaglanden werkzaamheden verrichten voor derden gemeenten. In overleg met BPH zijn er een drietal casussen besproken, te weten 1) Project Boezem/ Boezemvaart in Pijnacker-Nootdorp, 2) Casus Darwinstraat in Zoetermeer en 3) Casus Ridder Snoucklaan in Voorburg. Eind september 2025 is er, na offerte vanuit het IPP Haaglanden, door de gemeente Pijnacker-Nootdorp een opdrachtverlening gegeven voor het project Boezem/Boezemvaart. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft IPP Haaglanden gevraagd een bijdrage te leveren aan de verdere ontwikkeling van bedrijventerrein De Boezem en de mogelijke uitbreiding naar de Boezemvaart. Het doel is het versterken van de toekomstbestendigheid van het gebied, het beter benutten van de ruimte en het realiseren van een kwaliteitsimpuls. In Q4-2025 hebben daarvoor meerdere overleggen plaatsgevonden.

Voor de twee overige casussen zijn alleen nog informele gesprekken gevoerd, welke een vervolg krijgen in 2026. Tabel 5 Uitvoeringskosten investeringsagenda Lasten

Baten

Saldo

Werkgebieden Rijswijk

233.138

24.000

-209.138

Werkgebieden Den Haag

317.112

62.960

-254.152

Totaal

550.250

86.960

-463.289

20

1.5 Algemene dekkingsmiddelen De baten en lasten binnen de algemene dekkingsmiddelen zijn terug te vinden in onderstaande tabel. Tabel 6 Algemene dekkingsmiddelen

Werkelijk 2025

Begroot 2025 Saldo

Saldo

2024

Lasten

Baten

Saldo

Rente opbrengst

0

84.127

84.127

300.000

202.562

Verkoop diverse gronden

0

0

-

3.650.000

-

Overige exploitaties

319.492

375.834

56.342

45.490

41.167

Totaal algemene dekkingsmiddelen

319.492

459.962

140.469

3.995.490

243.729

Doordat er vanaf 2024 rente ontvangen wordt van de schatkist heeft IPP Haaglanden door haar rekening-courant positie met gemeente Rijswijk een renteopbrengst gerealiseerd van € 84.127 over 2025. De begrote verkoop van diverse gronden zijn in 2025 (nog) niet gerealiseerd. Dit wordt, alsmede de baten en lasten op de overige exploitaties nader toegelicht in paragraaf 1.3 en in de jaarrekening.

1.6 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onder het begrip weerstandsvermogen verstaan wij het vermogen van IPP Haaglanden om niet voorziene financiële tegenvallers op te vangen waardoor de continuïteit gewaarborgd blijft. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit – de middelen waarover IPP Haaglanden beschikt of kan beschikken – en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen voor zijn afgesloten. De weerstandscapaciteit wordt bepaald uit de algemene en de stille reserves. Het weerstandsvermogen is van belang voor de beoordeling van de gezondheid van de financiële positie van IPP Haaglanden voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming.

21

Beleid Jaarlijks dient het Algemeen Bestuur de risico’s die zijn opgenomen in de begroting en de rekening in de risicoparagraaf te bevestigen. Het aanhouden van weerstandsvermogen is daarom ook wel een onderdeel van het risicomanagement. Dat is dan ook de reden dat in we deze paragraaf een onderverdeling maken naar de twee componenten waaruit weerstandsvermogen bestaat: weerstandscapaciteit en risico’s. Beschikbare weerstandscapaciteit Zoals hiervoor is aangegeven, kan de weerstandscapaciteit worden bepaald uit de post algemene reserves en de post stille reserves. Algemene reserves De algemene reserve bedraagt per ultimo 2025 circa € 8,4 miljoen (2024: € 7,5 miljoen). Beschikking over deze reserves heeft direct gevolgen voor de exploitatie, omdat de reserves een financieringsmiddel zijn voor de investeringen in de voorraden gronden en materiële vaste activa. Als IPP Haaglanden niet de beschikking heeft over dit financieringsmiddel, is zij gedwongen om vreemd vermogen aan te trekken. De rentekosten van vreemd vermogen drukken dan direct op de exploitatie. Beschikking over deze reserves heeft gevolgen voor zowel de gemeenten als de exploitatie van IPP Haaglanden. Stille reserves Onze belangrijkste stille reserves komen voor bij onroerende eigendommen. Deze reserves zijn echter geen vrij aanwendbare reserves.

In de berekening van de weerstandscapaciteit zijn deze als pro memorie opgenomen. Samengevat is de beschikbare weerstandscapaciteit per balansdatum voor 2025 circa € 8,4 miljoen. Uiteraard moeten we hierbij ook het aantal en de omvang van de spelende risico’s betrekken. Wanneer de risico’s tot extra lasten leiden, zal dit een extra beslag leggen op de middelen van de algemene reserve. Dit heeft structureel een negatieve invloed op de exploitatie tot gevolg. Risico’s Onder risico’s verstaan we alle redelijk voorzienbare onzekerheden die niet kwantificeerbaar zijn, of waarvoor de kans dat het risico zich voordoet relatief beperkt (minder dan 50%) is. Een kenmerk is dus dat er geen exact bedrag aan een risico kan worden gekoppeld. Het weerstandsvermogen dient om risico’s af te dekken waarvoor nog geen voorziening is getroffen of waarvoor geen verzekering is afgesloten. Met ingang van de jaarrekening 2015 nemen we de uitkomsten van de gehanteerde methodieken van Rijswijk in deze paragraaf op en vergelijken we deze met elkaar. Dit

22

doen we om het weerstandsvermogen van IPP Haaglanden te bepalen en inzichtelijk te maken. Methode Naris Het voorlopige risicoprofiel (zie tabel 7) is tot stand gekomen met behulp van een softwareprogramma (Naris), dat de gemeente Rijswijk hanteert bij de beoordeling van projecten. Daarmee kunnen risico’s systematisch in kaart worden gebracht en beoordeeld. Tabel 7 Belangrijkste financiële risico’s Belangrijkste financiële risico’s Risico

%

Risico

Invloed

Afzet Hoornwijck

25%

Max. € 5.092.500

92,00%

Afzet Sylvain Poonsstraat

25%

Max. € 442.885

8,00%

Totaal maximaal risico: € 5.535.385 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie hebben we toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 5.535.385) ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de risicosimulatie blijkt dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 1.180.133 (benodigde weerstandscapaciteit).

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit (tabel 8) van IPP Haaglanden bestaat uit het geheel aan middelen welke de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico’s in financiële zin af te dekken. Tabel 8 Beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand

Startcapaciteit

Reserves IPP

€ 8.420.068

Totaal weerstandscapaciteit

€ 8.420.068

23

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten staat in onderstaande figuur.

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen:

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 8.420.068 € 1.180.133

=

7,13

24

Tabel 9 Weerstandsnormen Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio > 2.0 1.4 – 2.0 1.0 – 1.4 0.8 – 1.0 0.6 – 0.8 < 0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Conform de weerstandsnorm (tabel 9) valt de ratio binnen waarderingscijfer A. Dat betekent dat op dit moment, volgens de huidige analyse van de mogelijke risico’s, vertaald in het benodigde weerstandsvermogen, de waardering uitstekend van toepassing is. Ten opzichte van voorgaand jaar is de ratio gedaald, doordat er een bestemmingsreserve gevormd is, waardoor de algemene reserve afgenomen is, echter is dit geen verhoogd risico. Naast deze benadering van het bepalen van het weerstandvermogen (Methode Naris) hebben we ook de risicobepaling voor grondexploitaties opgenomen (Methode grondexploitaties/projecten IPP Haaglanden). Financiële Kengetallen Het BBV schrijft een aantal financiële kengetallen voor, waarvan de methodiek van berekenen op een door de wetgever bepaalde wijze is vastgesteld. Kengetallen zijn getallen die een verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de rekening van baten en lasten en/of de balans. Met het opnemen van financiële kengetallen in de jaarrekening zorgt de wetgever voor inzicht in de onderlinge samenhang van de cijfers van een jaarrekening. De financiële kengetallen van IPP Haaglanden zijn terug te vinden in tabel 10. Tabel 10 Financiële kengetallen jaarrekening 2025

begroting 2025

jaarrekening 2024

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio

-3,12

-3,92

-1,47

-3,12

-3,92

-1,47

0,99

0,99

1,00

Grondexploitatie

3,76

1,50

1,17

Structurele exploitatieruimte

-0,40

0,58

0,30

Kengetal

Netto schuldquote Dit kengetal is negatief, omdat IPP Haaglanden wel vorderingen heeft – vooral rekeningcourantgelden – maar geringe kortlopende schulden. Het getal wordt door de jaren heen positiever, omdat meer liquiditeit ontstaat door verkoop van gronden. Hierdoor

25

nemen de investeringen in gronden (voorraden gronden) af. Daarnaast wordt het totaal van de vorderingen uitgedrukt in een percentage van de baten. De baten zijn ten opzichte van de vorderingen (inclusief rekening-courantsaldo) relatief gezien lager. Hierdoor is het kengetal lager. Dit kengetal zou nog gecorrigeerd kunnen worden voor verstrekte leningen. IPP Haaglanden verstrekt echter geen leningen, zodat de netto schuldquote niet gecorrigeerd wordt en beide kengetallen dezelfde waarde hebben. Solvabiliteitsratio Deze ratio kan maximaal 100% van het totaal vermogen bedragen. IPP Haaglanden heeft een hoog percentage, en verder geen langlopende schulden aanwezig zijn én IPP Haaglanden een relatief gering bedrag aan kortlopende schulden heeft. Een solvabiliteit van 0,2 is gezond, IPP Haaglanden zit daar aanzienlijk boven. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe de waarde van de bouwgronden zich verhoudt tot de begrote baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat de waarde moet worden terugverdiend uit de grondverkopen. Hoe lager het kengetal, hoe hoger het risico voor de exploitatie indien het terugverdienen onverhoopt niet geheel lukt. Dit kencijfer wordt berekend door het totaal te nemen van de investeringen in grondexploitaties uit te drukken in een percentage van het totaal van de exploitatiebaten.

De conclusie is dat aan dit kengetal weinig waarde kan worden toegekend. Dit percentage heeft alleen waarde als de opbrengsten jaarlijks een constant beeld geven, maar dat is niet het geval. Structurele exploitatieruimte Dit verhoudingsgetal geeft aan in hoeverre het saldo van structurele lasten en baten gedekt kan worden door het totaal van de exploitatiebaten. De lasten en baten zijn voor een deel incidenteel van aard. De verhouding geeft aan dat de structurele ruimte minimaal is doordat er weinig structurele baten aanwezig zijn. Het structurele deel van het rekeningsaldo geeft geen ruimte om schokken in de exploitatie op te kunnen vangen. De kans is daardoor groot dat bij het ontstaan van incidentele lasten de algemene reserve moet worden aangesproken. Onderlinge samenhang van de kencijfers Uit de gegeven kencijfers is te concluderen dat IPP Haaglanden over een sterk eigen vermogen beschikt. Het laatste kengetal geeft aan dat de structurele ruimte geen grote schokken in de exploitatie kan opvangen zonder te beschikken over de algemene reserve.

26

1.7 Onderhoud kapitaalgoederen IPP Haaglanden bezit een parkeergarage aan de Handelskade in Rijswijk. Dit object is verhuurd aan derden. Een onderhoudsvoorziening is niet gevormd. De parkeergarage krijgt een andere bestemming als mobiliteitshub. Daarmee verdwijnt dit kapitaalgoed uiterlijk in 2026 op deze paragraaf.

1.8 Bedrijfsvoering Het Algemeen Bestuur (kaderstellend) Het Algemeen Bestuur (AB) heeft alle bevoegdheid die niet of ingevolge de regeling aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter of de directie is opgedragen (artikel 8 van de Gemeenschappelijke Regeling). In de praktijk leggen we de begroting, jaarrekening, de (herziening van de) grondexploitaties en grond aan- en verkoopvoorstellen die buiten de vastgestelde gemandateerde kaders vallen aan het AB ter besluitvorming voor. Het Dagelijks Bestuur (beleid) Het Dagelijks Bestuur (DB) is de bestuurlijk opdrachtgever en bepaalt als zodanig het te voeren beleid, dat op hoofdlijnen aan het AB ter goedkeuring wordt voorgelegd. Het DB stuurt vooral op uitvoering, inhoud en (procesmatige) randvoorwaarden. Verder vervult het DB op aangeven van de directie in voorkomende gevallen een rol bij de bestuurlijke communicatie, onder andere richting hogere overheden en gemeenten, en acquisitieactiviteiten van IPP Haaglanden. De voorzitter van het DB en het AB is het meest aangewezen lid dat namens het AB en DB op dit punt als gezicht naar buiten fungeert. De Directie (uitvoering) De directie is ambtelijk opdrachtgever, die ervoor zorgt dat de (inhoudelijke) bestuursopdracht wordt uitgevoerd en hierover verantwoording aflegt aan het DB.

Concreet zorgen de directieleden voor de voorbereiding en uitvoering van besluiten van het AB en DB (al dan niet binnen het verkregen directiemandaat), het doelmatig beschikbaar stellen van mensen en middelen (inrichting projectorganisatie, inhuur expertise en dergelijke), het nemen van beslissingen over inhoud, financiën en voortgang van onze projecten binnen de vastgestelde kaders en het informeren en betrekken van de gemeentelijke organisaties. Hiermee kunnen projectleiders worden belast. De directie fungeert naar buiten toe als het boegbeeld van IPP Haaglanden voor alle zaken die tot het primaire proces behoren Rechtmatigheidsverantwoording In het licht van de met ingang van 1 januari 2023 in werking getreden wet versterking decentrale rekenkamers en de daaruit voortvloeiende wijziging van de Gemeentewet, het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en Besluit

27

accountantscontrole decentrale overheden (BADO) is er sprake van nieuw en gewijzigd beleid met betrekking tot rechtmatigheidsverantwoording. Vanaf het verslagjaar 2023 moet het Dagelijkse bestuur een rechtmatigheidsverantwoording opnemen in de jaarrekening. Hiermee legt het Dagelijks bestuur verantwoording af over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeenschappelijke regeling. De commissie BBV heeft een Kadernota rechtmatigheid opgesteld waarin zij haar visie over de invulling van het begrip rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording van de decentrale overheden conform artikel 75, lid 2 BBV geeft. Deze kadernota is in 2023 gebruikt bij het opstellen dan wel herzien van de volgende stukken die begin 2024 door het Dagelijks en Algemeen Bestuur zijn vastgesteld: 1) Controleprotocol Accountantscontrole IPP 2023; 2) Masterplan Verbijzonderde Interne Controle Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’ 2023; 3) De herziene Financiële verordening IPP 2023, Controleverordening IPP 2023 en het Treasury statuut IPP 2023 In 2024 is het Masterplan Verbijzonderde Interne Controle Interne Controle Industrieschap ‘de Plaspoelpolder’ op een paar kleine punten aangescherpt. Er zijn geen afwijkingen geconstateerd. Misbruik en oneigenlijk gebruik Eén van de onderdelen van rechtmatigheid is het criterium Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O).

Bij de rechtmatigheidscontrole c.q. verantwoording van de jaarrekening wordt nagegaan of IPP Haaglanden over interne procedures beschikt die misbruik en oneigenlijk gebruik van subsidies, uitkeringen of bijdragen, etc. zoveel mogelijk ondervangen of voorkomen. De nota ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik vormt daarbij een onmisbaar onderdeel van het toetsingskader. Met deze beleidsnota wordt niet alleen voldaan aan de eisen die de financiële verordening stelt maar betreft ook een kapstok voor het normenkader. De nota Misbruik en Oneigenlijk gebruik IPP 2023 is mede bedoeld om op kader stellend niveau richting te geven aan de toekomstige activiteiten ten aanzien van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van (gemeentelijke) regelingen en eigendommen.

1.9 Verbonden partijen Wij hebben geen deelnemingen of belangen in andere bedrijven. IPP Haaglanden is zelf een verbonden partij: een Gemeenschappelijke Regeling van de gemeenten Den Haag en Rijswijk, met een stemverhouding van 50%-50%.

28

1.10 Grondbeleid IPP Haaglanden voert van oudsher een actief grondbeleid, wat betekent dat wij ons richten op de verwerving van gronden, het bouw- en woonrijp maken hiervan en de uitgifte van deze gronden aan ontwikkelaars of bedrijven. De risico’s die actief grondbeleid met zich meebrengt, zijn voor onze rekening. Actief grondbeleid is voor IPP Haaglanden een middel om tegemoet te komen aan haar doel van nieuwe bedrijventerreinen in de regio Haaglanden en zodoende regie te hebben op het voorzien in de kwalitatieve en kwantitatieve vraag naar bedrijventerrein in de regio Haaglanden. Gelet op de nog uit te geven gronden worden alle grondwaardes middels taxaties onderbouwd. 1.10.1 Verwerving IPP Haaglanden verwerft bij voorkeur alle gronden van het beoogde nieuwe bedrijventerrein in eigendom. Ook op bestaande bedrijvenlocaties kunnen we besluiten om actief gronden te verwerven om onze doelstellingen te bereiken. IPP Haaglanden verwerft alleen locaties die al in de regionale bedrijventerreinenprogrammering zijn opgenomen. Bovendien verwerven we alleen locaties wanneer de (her)ontwikkeling voor IPP Haaglanden – op basis van voorcalculatie – in minimaal een budgettair neutrale of een positieve grondexploitatie resulteert. Voor elke mogelijk te verwerven locatie stellen we een businesscase op, om de haalbaarheid en strategie van de ontwikkeling te bepalen.

1.10.2 Uitgifte De voorwaarden die wij hanteren bij de verkoop van grond, zijn vastgesteld in onze Algemene Verkoopvoorwaarden. Om te voorkomen dat er sprake kan zijn van ongeoorloofde staatssteun, dient de prijs van de grond bij uitgifte ten minste marktconform te zijn. IPP Haaglanden maakt bij gronduitgifte daarom gebruik van een open en onvoorwaardelijke biedprocedure of van een marktconforme taxatie door een onafhankelijke deskundige. 1.10.3 Grondprijzen De prijs van de grond bij uitgifte door IPP Haaglanden dient ten minste marktconform te zijn. In een open en onvoorwaardelijke biedprocedure of bij een marktconforme taxatie door een onafhankelijke deskundigen worden specifieke eigenschappen van een locatie en project meegenomen. Wanneer de grondprijs in afwijking van de ondergrens van de taxatie wordt bepaald, is instemming van het bestuur van IPP Haaglanden vereist.

29

1.10.4 Grondexploitaties Voor elk nieuw (sub)complex van gronden wordt een grondexploitatie opgesteld en vastgesteld door IPP Haaglanden. De risico’s voor de grondexploitatie zijn voor rekening van IPP Haaglanden. Om deze risico’s beheersbaar te houden, wordt de grondexploitatie jaarlijks herzien. Van de grondexploitaties Hoornwijck en Sylvain Poonsstraat wordt in bijlage 1 per complex het begrote eindresultaat weergegeven. De geprognosticeerde eindresultaten van de lopende exploitaties op basis van de laatste kostprijsberekeningen zijn: - Hoornwijck: € 6.672.880 nadelig bij verwachte afsluiting (ultimo) 2028 - Sylvain Poonsstraat: € 442.884 voordelig bij verwachte afsluiting (ultimo) 2026 In de resultaten is rekening gehouden met de periode vanaf 1 januari 2025. Voor een uiteenzetting van bovenstaande saldi verwijzen we naar bijlage 1, Specificatie grondexploitatie en de Herzieningen 2026 van de grondexploitaties.

30

1.11 Lokale heffingen IPP Haaglanden heft geen belastingen of retributies.

1.12 Financiering De financieringsparagraaf richt zich op de treasuryfunctie: de manier waarop wij omgaan met onze financiële geldstromen en vermogensposities. Van belang hierbij is hoe wij omgaan met financiële risico’s, de mate waarin we over voldoende geldmiddelen beschikken om op korte termijn (liquiditeit) aan onze schulden te kunnen voldoen en de manier waarop op lange termijn de financiering is geregeld. 1.12.1 Risicobeheer Renterisicobeheer De verhouding tussen de boekwaarde van de activa en de eigen financieringsmiddelen (reserves) vertelt wat de mate is waarin de begroting gevoelig is voor renteontwikkeling. De investeringen in de grondexploitaties en de vastgoedexploitatie, circa € 8,6 miljoen per ultimo 2025 (in 2024 € 7,1 miljoen) worden met eigen financieringsmiddelen (de algemene reserve) gefinancierd. Eind 2025 bedraagt het saldo van de eigen financieringsmiddelen circa € 8,4 miljoen (in 2024 € 7,5 miljoen), zodat er een financieringstekort bestaat van circa € 0,2 miljoen. Dit is wel een momentopname. Kortlopend renterisico (kasgeldlimiet) Het renterisico op kortlopende geldleningen (minder dan 1 jaar) is door de Wet Fido (Financiering decentrale overheden) gemaximaliseerd tot de kasgeldlimiet. Deze limiet is gesteld op 8,2% van de begrotingsomvang van 2025. De kasgeldlimiet is in deze jaren van relatief lage investeringen in gronden van minder belang.

Daarnaast beschikt IPP Haaglanden over een financieringstekort van circa € 0,2 miljoen, zodat geen extra middelen nodig zijn. Het financieringsoverschot vertaalt zich in een vordering in rekening-courant bij de gemeente Rijswijk. Gedurende het jaar 2025 had het industrieschap een vordering in rekening-courant bij de gemeente Rijswijk opgebouwd tot een bedrag van € 3,9 miljoen (ultimo 2024 bestond er een vordering van € 6,3 miljoen). In 2024 heeft IPP Haaglanden niet geleend en was er dus geen overschrijding van de kasgeldlimiet, waardoor we voldeden aan de eisen van de Wet Fido. Kredietrisicobeheer Het kredietrisico wordt veroorzaakt door de mogelijkheid dat de instelling waaraan geld is verstrekt niet in staat blijkt te zijn de rente en aflossing op verstrekte leningen te voldoen.

31

IPP Haaglanden verstrekt geen leningen aan derden. Eventuele overtollige financieringsmiddelen worden vooralsnog belegd via de gemeente Rijswijk bij de Schatkist (Nederlandse Staat). 1.12.2 Liquiditeitsbeheer Het liquiditeitsbeheer gaat om het financieren en uitzetten van middelen voor de perioden van één jaar of korter. Zoals aangegeven zal tot het bedrag van de kasgeldlimiet eventueel een financieringstekort met kortlopende geldleningen worden gefinancierd. De verwachting is dat er vanaf 2026 externe financiering aangetrokken moet worden om de investeringsplannen te financieren. IPP Haaglanden beschikt over overtollige financieringsmiddelen en belegt deze via de rekening-courantpositie met de gemeente Rijswijk bij de Schatkist. De rentevergoeding bij de schatkist heeft in 2025 een renteopbrengst van €84.027 opgeleverd.

32

2. Jaarrekening 2.1 Balans per 31 december 2025 (Voor bestemming van het gerealiseerde resultaat) Tabel 1 2025

2024

Investeringen met een economisch nut Totaal materiële vaste activa

3.370.704 3.370.704

1.876.157 1.876.157

Totaal vaste activa

3.370.704

1.876.157

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie Totaal voorraden

5.267.084 5.267.084

5.286.789 5.286.789

Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

3.990.122 3.989

6.300.385 35.854

3.994.111

6.336.239

Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal overlopende activa Totaal vlottende activa

539.590 539.590 9.800.785

352.818 352.818 11.975.846

TOTAAL ACTIVA

13.171.489

13.852.003

0

0

Vaste activa

Vlottende activa

Bedrag waarvan het recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 bestaat

33

2025

2024

Vaste passiva Reserves: −

algemene reserve

8.420.068

7.522.401

−

bestemmingsreserves

4.915.489

5.378.779

-332.780

897.667

13.002.777

13.798.846

Waarborgsommen

0

0

Totaal vaste schulden

0

0

Totaal vaste passiva

13.002.777

13.798.846

168.708

22.404

4

4

168.712

22.408

begrotingsjaren komen

0

30.749

Totaal overlopende passiva

Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Totaal eigen vermogen

Vlottende passiva Overige schulden Banksaldi Totaal netto-vlottende schulden Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, ontvangen van: − Europese overheidslichamen −

het Rijk

−

overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende 0

30.749

Totaal vlottende passiva

168.712

53.156

TOTAAL PASSIVA

13.171.489

13.852.003

0

0

Totaalbedrag waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt

34

2.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Tabel 2 Overzicht van baten en lasten Omschrijving Programma:

Begroting 2025

Realisatie 2025

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Programma algemeen bestuur

448.600

582.700

-134.100

699.857

743.425

-43.568

Programma ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties

326.600

326.600

0

153.471

388.057

-234.586

0

730.700

-730.700

86.960

745.345

-658.385

775.200

1.640.000

-864.800

940.289

1.876.828

-936.539

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is

0

0

0

0

0

0

Dividend

0

0

0

0

0

0

300.000

0

300.000

84.127

0

84.127

3.650.000

0

3.650.000

0

0

0

Overige algemene dekkingsmiddelen

256.525

211.035

45.490

375.834

319.492

56.342

Totaal algemene dekkingsmiddelen

4.206.525

211.035

3.995.490

459.962

319.492

140.469

Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

4.981.725

1.851.035

3.130.690

1.400.251

2.196.320

-796.069

555.200

0

555.200

463.289

Gerealiseerde resultaat

5.536.925

1.851.035

3.685.890

1.863.540

Programma herstructurering werklocaties Totaal programma's

Algemene dekkingsmiddelen:

Saldo van de financieringsfunctie Verkoop diverse gronden

Kosten van de overhead

463.289 2.196.320

-332.780

35

2.3 Grondslagen Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet. De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de gemeenschappelijke regeling. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q.

schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeid gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten verantwoord in het jaar dat uitbetaling plaats vindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt dan ook geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Dividenden zijn verantwoord in het jaar waarin het besluit tot toekenning van het dividend door de Algemene vergadering van de vennootschap is genomen. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals opgenomen in de Financiële Verordening IPP 2023 en op basis van de Controleverordening IPP 2023, het Controleprotocol accountant IPP 2023 en het Masterplan IPP 2024. Dat betekent dat: -

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16855748/1