RIS325227 Bijlage SEO Economisch Onderzoek & Labyrinth 'Woon- en werkplaats arbeidsmigranten in Zuid-Holland' (2027)
Tekst van het document
Van hoeveel arbeidsmigranten kan met hoge mate van zekerheid worden vastgesteld dat zij wonen of verblijven per gemeente in de provincie Zuid-Holland? Alleen van arbeidsmigranten die zich als ingezetene hebben ingeschreven bij een gemeente kan met een hoge mate van zekerheid worden vastgesteld dat zij wonen in een gemeente in de provincie Zuid-Holland. Van alle 497 duizend unieke en in Nederland als werknemer of zelfstandige geregistreerde arbeidsmigranten uit Midden-, Oosten Zuid-Europa (MOE/GIPS) staat in 2024 42 procent ingeschreven als ingezetene bij een gemeente. Binnen deze beperkte groep met een bekende woongemeente, woont 30 procent in de provincie Zuid-Holland. Dit zijn 62 duizend MOE/GIPS-arbeidsmigranten, waarvan 33 procent in Den Haag woont (20 duizend), 21 procent in Rotterdam (13 duizend) en 7 procent in Westland (5 duizend). Van arbeidsmigranten die zich niet hebben ingeschreven als ingezetene bij een gemeente is de woonplaats onbekend, ook wanneer zij zich hebben geregistreerd in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Cijfers uit de RNI zijn niet beschikbaar bij het CBS. Een grove inschatting van het totaal aantal als werknemer of zelfstandige geregistreerde MOE/GIPS-arbeidsmigranten dat in Zuid-Holland woont of verblijft komt voor 2024 uit op 125 tot 150 duizend. Daarnaast is ook gekeken naar het aantal derdelander uitzendmigranten dat woont in Zuid-Holland.
Die groep is betrekkelijk klein: in 2024 waren er 450 derdelander uitzendmigranten als ingezetene van een gemeente in Zuid-Holland zichtbaar in de CBS-gegevens, ruim een verdubbeling ten opzichte van de 205 in 2022. Het gaat hier om derdelander uitzendmigranten in dienst van een Nederlands uitzendbureau, dus exclusief uitzendmigranten in dienst van een in het buitenland gevestigd uitzendbureau (internationaal gedetacheerde uitzendkrachten).
Wat zijn de aantallen werkende arbeidsmigranten per gemeente in de provincie ZuidHolland? Het aantal werkende arbeidsmigranten in Zuid-Holland is niet per gemeente vast te stellen. In CBS-gegevens is niet duidelijk op welke locatie mensen precies werken. Dat geldt voor alle werknemers in Nederland, dus ook voor arbeidsmigranten. Wel is bekend dat in 2024 van alle als werknemer geregistreerde MOE/GIPS-arbeidsmigranten in Nederland 28 procent voor een werkgever met een hoofdvestiging in Zuid-Holland werkt. Dat betreft ruim 129 duizend arbeidsmigranten, exclusief zelfstandigen. Niet al deze arbeidsmigranten werken echter ook daadwerkelijk in Zuid-Holland. Veel bedrijven hebben meerdere vestigingen die ook elders in Nederland kunnen staan en 15
Het gaat hier om gegevens die beschikbaar zijn bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en afkomstig uit registraties van werknemers in dienst van Nederlandse werkgevers waarvoor belasting en werknemerspremies worden afgedragen (Polisadministratie) of registraties van zelfstandigen bij de Belastingdienst.
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
26
specifiek voor uitzendkrachten geldt dat zij kunnen worden uitgezonden naar bedrijven buiten de provincie. Daar staat tegenover dat arbeidsmigranten die werken bij een werkgever met een hoofdvestiging buiten Zuid-Holland wel in Zuid-Holland werkzaam kunnen zijn. De feitelijke werklocatie van arbeidsmigranten is eenvoudigweg niet met zekerheid vast te stellen. Wanneer informatie over de locatie van de hoofdvestiging, de bedrijfsgrootte en de woonplaats van de arbeidsmigrant worden gecombineerd, kan onder een aantal veronderstellingen wel een grove inschatting worden gemaakt van het totaal aantal als werknemer geregistreerde MOE/GIPS-arbeidsmigranten dat werkzaam is in de provincie Zuid-Holland. Die grove schatting komt voor 2024 neer op een aantal tussen de 115 en 145 duizend, exclusief zelfstandigen. Dat betreft uitsluitend arbeidsmigranten die werken voor een in Nederland gevestigde werkgever of staan ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel. Hoeveel van de naar schatting 100 tot 200 duizend intra-EU gedetacheerde werknemers in Zuid-Holland werken, is niet te achterhalen.
Wat is de woonsituatie van arbeidsmigranten? De woonsituatie van arbeidsmigranten kan alleen worden achterhaald voor de groep die zich als ingezetene heeft ingeschreven bij een gemeente. Voor die groep geldt dat verreweg de meeste MOE/GIPS-arbeidsmigranten in Zuid-Holland (75 procent) onderdeel zijn van een eenpersoonshuishouden of een huishouden samen met een partner, zonder kinderen. Tegelijkertijd woont het merendeel (60 procent) van alle bij een gemeente ingeschreven MOE/GIPS-arbeidsmigranten in Zuid-Holland op een adres waar in totaal ten minste drie personen staan ingeschreven.
Vergelijking 2024 met 2018 In 2020 heeft PBLQ een adviesrapport uitgebracht met een vergelijkbare analyse van het aantal MOE/GIPSarbeidsmigranten in Zuid-Holland in 2018 (PBLQ, 2020). Vanwege de vergelijkbaarheid in definities en brongegevens, kunnen de huidige resultaten daarmee worden vergeleken. Het aantal unieke ingezetenen onder de groep als werknemer of zelfstandige geregistreerde MOE/GIPS-arbeidsmigranten in Zuid-Holland is tussen 2018 en 2024 met 62 procent toegenomen. Voor 2018 kwam PBLQ uit op 26.688 unieke ingezetenen in Zuid-Holland. In 2024 komt SEO uit op 43.270 unieke ingezetenen, exclusief zelfstandigen (61.960 inclusief zelfstandigen). Dat betekent een stijging van 16.582 MOE/GIPS-arbeidsmigranten in zes jaar tijd, ofwel een toename van 62 procent. 16 Het aantal unieke ‘niet-ingezetenen’ onder de groep MOE/GIPS-arbeidsmigranten in Zuid-Holland kan alleen bij benadering worden vastgesteld en is tussen 2018 en 2024 naar verwachting met maximaal 12 procent toegenomen. Het aantal niet-ingezeten was volgens PBLQ in 2018 gelijk aan 68.773 arbeidsmigranten met een bekende werklocatie, plus 10.075 (15 procent) met een onbekend werklocatie die wel aan Zuid-Holland werden toegerekend.
SEO heeft op basis van CBS-gegevens geen informatie over het aantal niet-ingezetenen in ZuidHolland, alleen over het aantal MOE/GIPS-arbeidsmigranten met een onbekend woonadres waarvoor wordt ingeschat dat ze in Zuid-Holland wonen of verblijven. Dat aantal wordt door SEO voor 2024 ingeschat op 63.000 tot 88.000 MOE/GIPS-arbeidsmigranten. De cijfers betekenen dat het aantal ‘niet-ingezeten’ onder MOE/GIPSarbeidsmigranten in Zuid-Holland tussen 2018 en 2024 is gegroeid van 78.848 naar maximaal 88.000, ofwel met maximaal 12 procent. Het aandeel arbeidsmigranten met een onbekende woonlocatie ligt in 2024 een stuk lager dan in 2018. De relatief bescheiden groei ten opzichte van het aantal ingezetenen is mogelijk te verklaren door het feit dat een steeds groter deel van de arbeidsmigranten langere tijd in Nederland blijft en/of zich vaker als ingezetene inschrijft bij een gemeente.
16
Die toename heeft vooral plaatsgevonden in de periode 2018-2022. In de periode 2022-2024 is het aantal MOE/GIPSarbeidsmigranten ongeveer gelijk gebleven of licht gedaald, zie ook Figuur A.1 in Bijlage A.
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
27
Inschatting aantal niet-geregistreerde arbeidsmigranten Het uitgevoerde onderzoek baseert zich volledig op registratiegegevens zoals aanwezig bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Om een beeld te krijgen van het aantal MOE/GIPS-arbeidsmigranten in Zuid-Holland dat niet wordt teruggevonden in deze registratiegegevens, is met behulp van een casusonderzoek in de Rotterdamse Tarwewijk geprobeerd te achterhalen welk aandeel van de daar aanwezige arbeidsmigranten niet staan geregistreerd, zie Bijlage D. De conclusie is dat het bijzonder moeilijk is om te achterhalen (1) hoeveel arbeidsmigranten in de wijk wel en niet staan geregistreerd en (2) of dat een representatief beeld zou geven van de totale populatie arbeidsmigranten. Daarom is ervoor gekozen om de resultaten van het casusonderzoek niet te gebruiken om een betrouwbare inschatting te maken van het totaal aantal niet-geregistreerde MOE/GIPSarbeidsmigranten in de wijk of de provincie.
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
28
Referenties Nederlandse Arbeidsinspectie (2024). Bestuurlijk signaal Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Geraadpleegd via: Bestuurlijk signaal Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) | Nederlandse Arbeidsinspectie PBLQ (2020). EU-arbeidsmigranten in de provincie Zuid-Holland. Geraadpleegd via: EU-arbeidsmigranten in de provincie Zuid-Holland
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
29
Bijlage A Totaal aantal arbeidsmigranten volgens verschillende definities Dit rapport hanteert een specifieke definitie voor MOE/GIPS-arbeidsmigranten die afwijkt van elders gebruikte definities. In Figuur A.1 wordt deze definitie inclusief en exclusief zelfstandigen afgezet tegen een bredere definitie die in eerder SEO-onderzoek is toegepast.17 De definities zijn als volgt: MOE/GIPS-arbeidsmigrant MOE/GIPS-arbeidsmigranten zijn personen van 18 tot en met 66 jaar, afkomstig uit een MOE- of GIPS-land18 die: ● Verblijven in Nederland; ● Minimaal 18 uur per week werken; ● Een brutoloon verdienen van maximaal het 56e inkomenspercentiel; ● Maximaal 8 jaar ingeschreven zijn bij een Nederlandse gemeente; ● Niet in Nederland verblijven voor studiemigratie. EU-arbeidsmigranten (brede definitie) EU-arbeidsmigranten zijn personen van 18 tot en met 66 jaar, afkomstig uit een EU-lidstaat, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland die: ● Verblijven in Nederland; ● Niet de Nederlandse nationaliteit hebben; ● Binnen 3 maanden na aankomst in Nederland werk vonden; ● Maximaal 8 jaar ingeschreven zijn bij een Nederlandse gemeente; ● Een baan hebben in een specifieke maand. Voor beide definities wordt per maand vastgesteld of een migrant in die maand voldoet aan de criteria en daarmee voor die maand wordt geclassificeerd als arbeidsmigrant.
Een arbeidsmigrant wordt meegeteld in het jaartotaal als hij of zij minimaal in één van de maanden voldoet aan de definitie. Het aantal MOE/GIPS-arbeidsmigranten inclusief zelfstandigen per jaar in Nederland komt overeen met de aantallen in Figuur 2.1 omdat het dezelfde definitie en toepassing betreft. Het totaal aantal geregistreerde MOE/GIPS-arbeidsmigranten in Nederland exclusief zelfstandigen ligt zo’n 40 duizend lager. Het totale aantal geregistreerde EU-arbeidsmigranten in Nederland volgens de brede definitie ligt zo’n 300 duizend hoger dan volgens de definitie van MOE/GIPS-arbeidsmigranten die in de rest van deze rapportage wordt toegepast. Voor het jaar 2024 is het totaal aantal geregistreerde EU-arbeidsmigranten volgens deze brede definitie ruim 836 duizend. Dit ligt in lijn met het eerdere SEO-onderzoek, waarin voor 2019 bijna 750 duizend EU-arbeidsmigranten werden geïdentificeerd.
17 18
Zie: Arbeidsmigratie in 2030 - SEO Economisch Onderzoek. De MOE-landen betreffen de Midden- en Oost-Europese landen Bulgarije, Estland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Polen, Roemenië, Slowakije en Tsjechië. De GIPS-landen zijn Griekenland, Italië, Portugal en Spanje.
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
30
Figuur A.1 Totaal aantal geregistreerde arbeidsmigranten in Nederland voor verschillende definities 900.000
842.350
828.715
836.715
800.000 700.000 600.000 530.655
500.000
496.695
514.000
478.025
497.105 458.715
400.000 300.000 200.000 100.000
0 2022 MOE/GIPS inclusief zelfstandigen Bron:
2023 MOE/GIPS exclusief zelfstandigen
CBS Microdata, bewerking SEO Economisch Onderzoek (2026)
2024 Brede definitie
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
31
Bijlage B Inschatting werklocatie Deze bijlage beschrijft hoe het aantal geregistreerde MOE/GIPS-arbeidsmigranten wordt ingeschat met een werklocatie in de provincie Zuid-Holland. Dat aantal kan worden ingeschat op basis van (de combinatie van) de hoofdvestiging van de werkgever, de bedrijfsomvang en de woongemeente van de arbeidsmigrant. Voor zelfstandigen is er geen werkgever met een hoofdvestiging, waardoor voor zelfstandigen geen inschatting van de werklocatie mogelijk is. Voor werknemers is de verwachting dat hoe groter een bedrijf is, hoe meer vestigingen het bedrijf heeft en hoe groter de kans dat een werknemer in een vestiging buiten Zuid-Holland werkt. Per werknemer kan worden vastgesteld of het meer of minder waarschijnlijk is dat hij of zij in Zuid-Holland werkt. Vervolgens delen we deze werknemers op de volgende manier toe als werkend in Zuid-Holland: ● Arbeidsmigranten werkzaam voor een kleine werkgever (met maximaal 50 werknemers) en een hoofdvestiging in Zuid-Holland worden verondersteld te werken in Zuid-Holland, met uitzondering van uitzendkrachten. Bij kleine bedrijven is de hoofdvestiging vaker de enige vestiging van het bedrijf of in ieder geval de vestiging waar de meeste werknemers werken.
● Arbeidsmigranten woonachtig in Zuid-Holland en werkzaam voor een werkgever met een hoofdvestiging in Zuid-Holland worden verondersteld te werken in Zuid-Holland, met uitzondering van uitzendkrachten. Als de hoofdvestiging zich dichtbij de woonplaats bevindt, dan is de kans groot dat werknemers daar werken. ● Arbeidsmigranten woonachtig buiten Zuid-Holland en werkzaam voor een grotere werkgever (met meer dan 50 werknemers) met een hoofdvestiging in Zuid-Holland, worden met een kans toegedeeld aan werkend in Zuid-Holland, met uitzondering van uitzendkrachten. Die kans hangt af van het aandeel arbeidsmigranten woonachtig buiten Zuid-Holland dat werkt voor een kleine werkgever (met maximaal 50 werknemers) met een hoofdvestiging in Zuid-Holland. Idee daarachter is dat een deel van de werknemers dat werkt bij een willekeurige vestiging in Zuid-Holland buiten Zuid-Holland zal wonen, ongeacht de grootte van het bedrijf. ● Arbeidsmigranten met een onbekend woonadres en werkzaam voor een werkgever met een hoofdvestiging in Zuid-Holland worden met een kans toegedeeld aan werkend in Zuid-Holland, met uitzondering van uitzendkrachten. Die kans hangt af van het gewogen aandeel arbeidsmigranten met een bekend woonadres binnen en buiten Zuid-Holland dat werkt voor een kleine werkgever (met maximaal 50 werknemers) met een hoofdvestiging in Zuid-Holland.
De veronderstelling daarbij is dat arbeidsmigranten met een onbekend woonadres op dezelfde manier verdeeld zijn over woonlocaties binnen en buiten Zuid-Holland als de arbeidsmigranten met een bekend woonadres. Ook hier is het idee dat werknemers die werken bij een willekeurige vestiging in Zuid-Holland van verschillende woonlocaties afkomstig zijn, ongeacht de grootte van het bedrijf. ● Arbeidsmigranten die werken als uitzendkracht bij een uitzender met een hoofdvestiging in Zuid-Holland en zelf ook woonachtig zijn in Zuid-Holland, worden toegedeeld als werkzaam in Zuid-Holland. Idee daarachter is dat uitzendkrachten bij lokale uitzendbureaus waarschijnlijk ook lokaal worden uitgezonden. Alle overige geregistreerde MOE/GIPS-arbeidsmigranten die werken bij een bedrijf met een hoofdvestiging in ZuidHolland worden verondersteld niet binnen Zuid-Holland werkzaam te zijn. Daarnaast wordt aangenomen dat er ook arbeidsmigranten in Zuid-Holland werken die in loondienst zijn bij een werkgever met een hoofdvestiging buiten Zuid-Holland. De omvang van deze groep is lastig in te schatten en kan groter of kleiner zijn dan de groep arbeidsmigranten die juist buiten Zuid-Holland werken terwijl ze in loondienst zijn bij een werkgever met een hoofdvestiging binnen de provincie. Daarom wordt voor deze groep een ruime marge rond dit laatste aantal verondersteld (0 tot 200 procent).
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
32
Op basis van deze indeling en veronderstellingen werken er in 2024 naar schatting tussen de 115 en 145 duizend geregistreerde MOE/GIPS-arbeidsmigranten in Zuid-Holland, exclusief zelfstandigen. Het exacte aantal is onbekend, omdat nogmaals wordt benadrukt dat de werklocatie of werkgemeente van werkenden niet bekend is in de registratiegegevens bij het CBS. Deze grove inschatting heeft betrekking op de totale populatie en kan niet worden verbijzonderd naar individuele werknemers of werklocaties (werkgemeenten).19 Het merendeel van de geregistreerde MOE/GIPS-arbeidsmigranten waarvan wordt ingeschat dat ze werken bij een werkgever met een hoofdvestiging in de provincie Zuid-Holland en ook daadwerkelijk binnen deze provincie werken, hebben de Poolse (41 procent), Bulgaarse (18 procent) of Roemeense (18 procent) nationaliteit. Tabel B.1 laat de nationaliteiten zien van deze groep MOE/GIPS-arbeidsmigranten. Het aandeel Poolse arbeidsmigranten neemt langzaam af tussen 2022 en 2024 en het aandeel Roemeense arbeidsmigranten neemt langzaam toe.
Figuur B.1 Nationaliteiten van geregistreerde MOE/GIPS-arbeidsmigranten waarvan minimaal wordt ingeschat dat ze in de provincie Zuid-Holland werken, exclusief zelfstandigen MOE/GIPS-arbeidsmigranten exclusief zelfstandigen 2022 Nationaliteit
2023
2024
N
%
N
%
N
%
Pools
59.210
43%
51.095
43%
47.520
41%
Bulgaars
24.800
18%
21.270
18%
20.820
18%
Roemeens
22.815
17%
19.380
16%
20.495
18%
Spaans
4.610
3%
4.395
4%
4.435
4%
Hongaars
4.310
3%
4.220
4%
3.940
3%
Portugees
3.645
3%
3.670
3%
3.935
3%
Italiaans
3.465
3%
3.100
3%
3.280
3%
Lets
3.000
2%
2.945
2%
3.050
3%
Grieks
3.210
2%
2.920
2%
2.765
2%
Litouws
1.975
1%
1.945
2%
1.890
2%
Slowaaks
2.545
2%
1.780
1%
1.745
2%
Kroatisch
1.630
1%
1.330
1%
1.155
1%
Tsjechisch
905
1%
740
1%
700
1%
Estisch
135
0%
120
0%
135
0%
136.255
100%
118.910
100%
115.865
100%
40
-
65
-
110
-
Totaal naar verwachting werkzaam in Zuid-Holland Derdelanders werkzaam in ZuidHolland Bron:
19
CBS Microdata, bewerking SEO Economisch Onderzoek (2026)
Dit geldt ook voor inschattingen die het CBS maakt van de daadwerkelijke werklocatie van werkenden voor de productie van woon-werk pendelstatistieken: het aantal werkenden op verschillende vestigingslocaties kan worden berekend, maar waar individuele werkenden werken blijft onbekend.
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
33
Bijlage C Beschrijving databronnen CBS Bestand
Omschrijving bestand
Databron
Betab
De Betab bevat de plaats van de hoofdvestiging van werkgevers.
Polisadministratie/Algemeen Bedrijven Register (ABR).
GBAadresobjectbus
De GBAadresobjectbus bevat adressen van arbeidsmigranten die zich als ingezetene hebben ingeschreven bij een Nederlandse gemeente.
Basisregistratie personen.
GBAhuishoudensbus
De GBAhuishoudensbus bevat huishoudkenmerken (aantal personen en type) van arbeidsmigranten die zich als ingezetene hebben ingeschreven bij een Nederlandse gemeente.
Basisregistratie personen (90%), aangevuld met andere registerbronnen (5%) en in sommige gevallen imputaties op basis van de Enquête Beroepsbevolking (5%).
GBAmigratiebus
De GBAmigratiebus bevat migratiekenmerken (immigratiedatum en eventuele remigratiedatum) van arbeidsmigranten die zich als ingezetene hebben ingeschreven bij een Nederlandse gemeente.
Basisregistratie personen.
(niet-)GBAnationaliteitbus
De (niet-) GBAnationaliteitbus bevat nationaliteiten van migranten die (niet) zijn ingeschreven als ingezetene bij een Nederlandse gemeente of in de RNI.
Basisregistratie personen (voor personen die in de BRP voorkomen) aangevuld met data afkomstig uit overige bronnen die data hebben over personen die niet in de BRP voorkomen (data kan bijvoorbeeld vanuit baangegevens, onderwijsgegevens etc. komen).
(niet-)GBApersoontab
De (niet-) GBApersoontab bevat persoonskenmerken (leeftijd) van migranten die (niet) zijn ingeschreven als ingezetene bij een Nederlandse gemeente of in de RNI.
Basisregistratie personen (voor personen die in de BRP voorkomen) aangevuld met data afkomstig uit overige bronnen die data hebben over personen die niet in de BRP voorkomen (data kan bijvoorbeeld vanuit baangegevens, onderwijsgegevens etc. komen).
Migmotiefbus
De Migmotiefbus geeft voor migranten die zich als ingezetene bij een Nederlandse gemeenten hebben ingeschreven en die niet de nationaliteit hebben van een EU/EFTA-land weer of het migratiemotief arbeidsmigratie is. Het bestand maakt onderscheid tussen kennismigratie en overige arbeidsmigratie.
Immigratie- en Naturalisatiedienst.
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
34
Onderwijsinschrtab
De Onderwijsinschrtab geeft weer welke migranten zijn ingeschreven in het voltijdsonderwijs.
Dienst Uitvoering Onderwijs.
Secmbus
De Secmbus geeft weer of en in welke perioden een migrant werkzaam was als zelfstandige.
Binnen de Secmbus wordt bepaald of iemand werkt als zelfstandige op basis van inkomensinformatie uit de aangifte inkomstenbelasting.
Spolisbus
De Spolisbus bevat banen, lonen, gewerkte uren en type arbeidsverhouding (bijvoorbeeld uitzendkracht) voor migranten die werknemer zijn.
Polisaministratie
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
35
Bijlage D Casusonderzoek Tarwewijk Om een beter beeld te krijgen van het aantal arbeidsmigranten in Zuid-Holland die niet voorkomen in de CBSgegevens, is met behulp van een casusonderzoek in de Rotterdamse Tarwewijk geprobeerd te achterhalen hoeveel van de aanwezige MOE/GIPS-arbeidsmigranten niet staan geregistreerd als werknemer in de Polisadministratie, als zelfstandige bij de Belastingdienst of staan ingeschreven als ingezetene bij een gemeente. Als het aandeel nietgeregistreerde arbeidsmigranten op basis van het casusonderzoek goed zou kunnen worden ingeschat, dan zou dat de informatie over het aantal arbeidsmigranten op basis van CBS-gegevens kunnen aanvullen om te komen tot een totaalbeeld van het aantal MOE/GIPS-arbeidsmigranten in de wijk. Het beeld voor heel Zuid-Holland wordt beter naarmate er in meer wijken soortgelijk onderzoek zou worden gedaan. In het pilotonderzoek van de Tarwewijk is gekeken naar de mogelijkheden en opbrengsten van dit soort onderzoek. Deze bijlage gaat in op de opzet en resultaten van dat onderzoek. De conclusie die daaruit volgt is dat het bijzonder moeilijk is om te achterhalen (1) hoeveel arbeidsmigranten in de wijk wel en niet staan geregistreerd en (2) of dat een representatief beeld zou geven van de totale populatie arbeidsmigranten.
Daarom is ervoor gekozen om de resultaten van dit casusonderzoek niet te gebruiken om een betrouwbare inschatting te maken van het totaal aantal niet-geregistreerde MOE/GIPSarbeidsmigranten in de wijk of de provincie.
De Tarwewijk als casus Het casusonderzoek heeft als doel een beter beeld te krijgen van arbeidsmigranten in één specifieke wijk die momenteel onvoldoende zichtbaar zijn binnen formele registratiesystemen en daardoor niet of slechts beperkt voorkomen in beschikbare databronnen. Met dat beeld kan de analyse van registratiegegevens mogelijk worden aangevuld. Als casus is gekozen voor de Tarwewijk in Rotterdam. De Tarwewijk is een dichtbebouwde, stedelijke buurt in Charlois met een jonge en cultureel diverse bevolking. In 2025 telt de wijk circa 12.000 inwoners, met relatief veel eenpersoonshuishoudens en een gemiddelde huishoudgrootte van ongeveer 1,9 personen. De woningvoorraad bestaat grotendeels uit appartementen, waarvan het merendeel huurwoningen zijn. Opvallend is dat een groot deel van deze woningen in particulier bezit is: naast sociale huur van woningcorporaties is er een substantieel aandeel particuliere verhuur en koopwoningen. De populatie van de Tarwewijk bestaat voor een aanzienlijk deel uit migranten met een EU-achtergrond, naast inwoners met een niet-EU herkomst, zie Tabel D.1.
Onderzoeksopzet Om een kwantitatief beeld te krijgen van de groep arbeidsmigranten in de wijk is een vragenlijst ontwikkeld. Via een straatbenadering werden personen aangesproken op locaties waarvan kon worden verwacht dat daar veel arbeidsmigranten verblijven. Voor het in kaart brengen van vindplekken, netwerken en toegangspatronen binnen de wijk zijn diverse informele gesprekken gevoerd met sleutelfiguren en informanten, zoals pandverhuurders, buurtwinkeliers en sleutelpersonen. Het doel van deze gesprekken was niet het verzamelen van diepgaande kwalitatieve levensverhalen. De informatie uit deze gesprekken is gebruikt om locaties en tijdstippen voor het veldwerk strategisch te bepalen. De vragenlijst is vooraf getest binnen een testgroep bestaande uit Poolse en Bulgaarse inwoners en op basis daarvan aangescherpt. Het testverslag is onderaan deze bijlage opgenomen.
Definiëring van de doelgroep Er is gekozen voor een brede definitie van arbeidsmigranten om zoveel mogelijk verschillende arbeidsmigranten te kunnen spreken, waarop achteraf in de nadere analyses een selectie kan worden gemaakt op basis van de uit te
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
36
vragen achtergrondkenmerken. Op die manier is de afbakening tot de doelpopulatie in de vraagstelling van dit onderzoek zo goed en volledig mogelijk uit te voeren. De brede definitie voor het casusonderzoek omvat personen zonder de Nederlandse nationaliteit, tussen de 18 en 67 jaar oud die primair naar Nederland zijn gekomen om te werken, ongeacht de duur van hun verblijf, het moment waarop zij werk vonden of hun verblijfsduurperspectief. In overleg met de gemeente Rotterdam is besloten deze definitie uit te breiden met personen die oorspronkelijk voor hun partner naar Nederland zijn gekomen en inmiddels (deels) werkzaam zijn. Dat betreft voornamelijk vrouwen.
Tabel D.1
Aantal ingeschreven personen in de Tarwewijk naar land van herkomst, 2024 Aantal ingeschreven personen
Aandeel van totaal
Polen
862
36%
Bulgarije
597
25%
Portugal
226
9%
Roemenië
139
6%
Hongarije
137
6%
Spanje
113
5%
Italië
80
3%
Griekenland
68
3%
Letland
64
3%
Litouwen
50
2%
Slowakije
29
1%
Kroatië
22
1%
Tsjechië
15
1%
Estland
4
0%
Slovenië
4
0%
Totaal
2.410
100%
Land van herkomst
Bron:
Basisregistratie Personen (BRP), via gemeente Rotterdam
Werving In eerste instantie is overwogen om Respondent Driven Sampling (RDS) toe te passen. Deze methode werkt met een beperkt aantal eerste contactpersonen (seeds) die deelnemers uit hun eigen netwerk uitnodigen. In de praktijk bereikt deze aanpak vooral grotere en sterk verbonden groepen, terwijl kleinere of meer diffuse groepen alleen zichtbaar worden via specifieke vindplekken. Omdat de opdrachtgevers graag juist ook meer zicht willen krijgen op kleinere EU-(arbeids)migrantengroepen en het bovendien een zeer intensieve wijze van dataverzameling is, hebben we deze methode niet toegepast en zijn we bij wijze van spreken met een sleepnet de wijk ingegaan.
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
37
Werkwijze Het veldwerk richtte zich op specifieke plekken die fungeerden als toegangspoort tot de doelgroep, zoals winkels met een overwegend Poolse, Bulgaarse of Roemeense clientèle, afzetlocaties van werk en ontmoetingsplekken. Het veldwerk werd uitgevoerd door vijf meertalige interviewers: twee Pools sprekend, twee Roemeens sprekend en één Bulgaars sprekend, naast Engels en Nederlands. De interviewers waren gedurende vier weken meerdere momenten per week in de wijk aanwezig, telkens drie tot vijf uur per sessie, verspreid over dag-, avond- en weekenduren. Zij zijn expliciet getraind om alle aanwezigen in de wijk aan te spreken en zich niet te beperken tot hun eigen taal- of herkomstgroep. Vooraf is een instructie voor interviewers ontwikkeld, mede op basis van input van testrespondenten en sleutelfiguren. Daarbij lag de nadruk op een neutrale benadering, het aanspreken van alle mensen in de wijk, het duidelijk uitleggen van anonimiteit en het benadrukken dat het onderzoek geen handhavingsdoel had. Daarnaast is aandacht besteed aan de gevoeligheid van vragen over werk, registratie en verblijf en aan het uitleggen van het verschil tussen inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) en de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI).
Het onderzoeksteam heeft veel aandacht besteed aan het wegnemen van wantrouwen en het bevorderen van wederkerigheid, onder meer door het aanbieden van informatie over rechten en lokale voorzieningen, bijvoorbeeld via een visitekaartje van het Rotterdamse EU-informatiepunt en het aanbieden van een waardebon van de lokale winkel.
Validiteit en beperkingen De gekozen methode kent uiteraard beperkingen. Doordat geen sprake is van een steekproef, kunnen geen betrouwbare uitspraken worden gedaan over de totale omvang van de doelgroep in de wijk. De uitkomsten kunnen dan ook niet gegeneraliseerd worden buiten de groep die geparticipeerd heeft in het onderzoek. Deelname aan het onderzoek is ook altijd selectief, bijvoorbeeld door taalbarrières. Ook verschilt de zichtbaarheid tussen groepen: meer gevestigde groepen met eigen voorzieningen en ontmoetingsplekken, zoals Poolse en Bulgaarse arbeidsmigranten, zijn waarschijnlijk beter bereikt dan de kleinere of minder georganiseerde groepen.
Enquêteresultaten Van alle personen die in de wijk zijn aangesproken is van 196 respondenten tenminste één kenmerk bekend, bijvoorbeeld de leeftijd. Van deze groep is bij 149 personen de hele vragenlijst afgenomen, met uitzondering van de vragen over werk voor degenen zonder werk (22 respondenten). De vragen over werk zijn beantwoord door 127 personen.
Groepen en verblijf De meeste respondenten komen uit Polen, gevolgd door een ander EU-land (naast Bulgarije en Roemenië), dan Bulgarije, een land buiten de EU en tot slot Roemenië, zie Tabel D.1. Van de andere EU-landen wordt o.a. Letland genoemd (9 keer), Slowakije (3), Hongarije (2) en Litouwen (2). 1 respondent valt onder de GIPS-categorie. Achttien respondenten komen van buiten de EU, zoals Oekraïne en Turkije. Vergeleken met de bekende cijfers van ingeschreven EU burgers (niet per se arbeidsmigranten, zie Tabel D.1), zijn er in het veldwerk meer Polen en Roemenen bereikt, en minder Bulgaren. De sleutelfiguren en interviewers meldden dat het wantrouwen met name in de laatste groep hoog is. Ook zijn de kleinere groepen minder goed vertegenwoordigd (zie Tabel D.2).
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
Tabel D.2
38
Nationaliteit, reden migratie, geslacht, leeftijd en (verwachte) verblijfsduur Aantal respondenten
Aandeel van totaal
Pools
73
49%
Bulgaars
18
12%
Roemeens
17
11%
Ander EU-land
21
14%
Anders, buiten EU/EER/CH
18
12%
Ik wil dit niet opgeven
2
1%
Arbeid / werk
133
89%
Gezin / gezinshereniging
16
11%
Man
116
78%
Vrouw
33
22%
18 – 34 jaar
73
49%
35 – 49 jaar
55
37%
50 – 66 jaar
21
14%
Korter dan 3 maanden
18
12%
3 – 12 maanden
13
9%
1 – 5 jaar
37
25%
5 – 8 jaar
20
13%
Langer dan 8 jaar
61
41%
Korter dan 3 maanden
4
3%
3 – 12 maanden
14
9%
Langer dan 1 jaar (maar niet permanent)
39
26%
Onbepaalde tijd / permanent
63
42%
Weet ik niet
29
20%
Totaal
149
100%
Nationaliteit
Reden migratie
Geslacht
Leeftijd
Verblijfsduur in Nederland
Hoelang verwacht u nog in Nederland te blijven?
Bron:
Enquête Labyrinth (2025)
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
39
De groep respondenten is overwegend jong tot de middelbare leeftijd: bijna de helft is 18–34 jaar en ruim een derde 35–49 jaar. Een klein deel is ouder dan 50 jaar. De meeste respondenten wonen al langere tijd in Nederland: 40 procent verblijft er meer dan acht jaar, terwijl een kleine groep (ongeveer 20 procent) korter dan een jaar aanwezig is. nog eens 40 procent verblijft er tussen de 1 en 8 jaar. Een aanzienlijk deel van de respondenten verwacht voor onbepaalde tijd in Nederland te blijven (42 procent), terwijl een andere groep juist niet weet hoe lang ze blijven. Kort verblijf komt minder voor.
Werk De grote meerderheid van de respondenten (81 procent) vond binnen drie maanden na aankomst in Nederland werk, zie Tabel D.3. Er is echter ook een kleinere groep die na deze periode nog geen werk had gevonden (12 procent) en daarmee feitelijk buiten de primaire doelgroep van arbeidsmigranten valt (en 7 procent zegt dat het niet van toepassing is of weet het niet). Het werk van arbeidsmigranten concentreert zich sterk in de sectoren logistiek, bouw en productie; andere sectoren worden beduidend minder vaak genoemd. De meeste respondenten (59 procent) werken in Rotterdam, al is er sprake van enige spreiding naar omliggende gemeenten en andere regio’s, zie Tabel D.4. Wat betreft de arbeidsrelatie werkt een ongeveer even groot deel via een uitzendbureau als direct bij een werkgever (beide 35 procent), naast een duidelijke groep zelfstandigen (zzp’ers) (22 procent) en een klein deel via een buitenlandse werkgever (8 procent). De overgrote meerderheid van de arbeidsmigranten werkt fulltime (75 procent), dat wil zeggen 40 uur per week of meer. De reistijd naar het werk ligt bij de meeste respondenten (58 procent) tussen de 15 en 60 minuten. Tegelijkertijd reist ongeveer één op de tien arbeidsmigranten langer dan een uur naar het werk. De betaling van het loon verloopt vrijwel altijd via een bankrekening; contante betaling komt nauwelijks voor.
De meeste respondenten ontvangen een loonstrook, al blijft er een kleine groep die aangeeft deze niet te krijgen of niet zeker te weten of zij een loonstrook ontvangen.
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
Tabel D.3
40
Duur tot het vinden van werk en type werk Aantal respondenten
Aandeel van totaal
Ja
120
81%
Nee
18
12%
Niet van toepassing
9
6%
Weet ik niet
2
1%
Logistiek / Magazijn / Warehouse / Orderpicker
36
24%
Bouw / Constructie
29
20%
Productie / Fabriek / Inpakken / Sorteren
14
9%
Techniek / Timmerman / Elektricien / Monteur
5
3%
Horeca / Hospitality / Restaurant / Catering
4
3%
Administratie / Kantoor / Receptie / Planning
4
3%
Schoonmaak / Cleaning
3
2%
Vervoer / Chauffeur / Matroos / Taxi
3
2%
Landbouw / Tuinbouw / Fruit en Groente sorteren
3
2%
Beveiliging / Toezicht / Haven / Anti-corrosion
3
2%
Onderwijs / Educatie / School
2
1%
Zelfstandig ondernemer / Eigen bedrijf / Eigen zaak
2
1%
Overig (1x genoemd: fotografie, media, etc.)
19
13%
Zonder werk (geen betaald werk op moment)
22
15%
Totaal
149
100%
Binnen 3 maanden werk na aankomst in Nederland?
Type werk
Bron:
Enquête Labyrinth (2025)
Wonen Vrijwel alle respondenten wonen in Rotterdam (93 procent); slechts een klein aantal verblijft in omliggende gemeenten, zie Tabel D.5. De meeste arbeidsmigranten wonen samen met twee tot drie personen, al komen ook grotere gedeelde huishoudens voor. Bijna de helft van de respondenten huurt de woning op eigen naam, terwijl bijna een derde aangeeft te wonen via een werkgever of uitzendbureau.
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
Tabel D.4
41
Werkgemeente, type arbeidsrelatie, gewerkte uren, reistijd woon-werk, betaalwijze en loonstrook Aantal respondenten
Aandeel van totaal
Rotterdam
75
59%
Den Haag
4
3%
Westland
1
1%
Overig Zuid-Holland (gemeente bekend)
32
25%
Buiten Zuid-Holland (gemeente en provincie bekend)
12
9%
Buiten Nederland
1
1%
Onbekend
2
2%
Uitzendbureau
45
35%
Nederlandse werkgever in directe dienst
44
35%
Buitenlandse werkgever (A1 / gedetacheerd)
10
8%
Zelfstandige / zzp
28
22%
0 – 17 uur
2
2%
18 – 31 uur
5
4%
32 – 39 uur
22
17%
40 uur of meer
95
75%
Wisselend / seizoensgebonden
3
2%
Korter dan 15 minuten
17
13%
Tussen 15 en 30 minuten
56
44%
Tussen 30 minuten en 1 uur
40
32%
Langer dan 1 uur
14
11%
Bank
120
95%
Contant
2
2%
Combinatie
5
4%
Ja
101
80%
Nee
5
4%
Weet ik niet / niet van toepassing
21
17%
Totaal
127
100%
Gemeente waar men werkt
Via wie werkt u? (arbeidsrelatie)
Aantal gewerkte uren per week
Reistijd tussen woning en werk
Betaalwijze
Ontvangt loonstrook
Bron:
Enquête Labyrinth (2025)
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
Tabel D.5
42
Gemeente waar men slaapt, aantal personen in het huishouden, woonvorm Aantal respondenten
Aandeel van totaal
Rotterdam
139
93%
Den Haag
1
1%
Westland
1
1%
Overig Zuid-Holland (gemeente bekend)
6
4%
Buiten Zuid-Holland (gemeente en provincie bekend)
1
1%
Onbekend
1
1%
1 persoon (alleenwonend)
4
3%
2 personen
51
42%
3 personen
39
32%
4 personen
15
12%
5 personen
5
4%
6 personen
1
1%
7 personen
1
1%
Meer personen
1
1%
Asielzoekerscentrum
1
1%
Niet van toepassing
1
1%
Niet ingevuld / onbekend
30
20%
Eigen woning (eigenaar-bewoner)
13
9%
Huur – contract op eigen naam
70
47%
Huur/onderhuur – geen contract op eigen naam
14
9%
Bedrijfswoning of logies via werkgever / uitzendbureau
44
30%
Geen vaste woonplek
2
1%
Anders
6
4%
Totaal
149
100%
Gemeente waar men slaapt
Aantal personen waarmee in het huishouden
Woonvorm
Bron:
Enquête Labyrinth (2025)
Registratie Het merendeel van de respondenten staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) (73 procent), al is er ook een groep zonder registratie of met een onduidelijke registratiestatus, zie Tabel D.6. Vrijwel alle respondenten beschikken over een zorgverzekering (89 procent), hoewel er een kleine groep is die aangeeft niet verzekerd te zijn of hierover twijfelt, zie Tabel D.7. Daarnaast beschikt vrijwel iedereen over een burgerservicenummer (BSN) (92 procent).
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
Tabel D.6
43
Registratie Aantal respondenten
Aandeel van totaal
Ja, in de BRP (gemeente)
109
73%
Ja, als RNI (niet-ingezetene)
7
5%
Nee
26
17%
Weet ik niet
7
5%
Totaal
149
100%
Ja, in de BRP (gemeente)
51
70%
Ja, als RNI (niet-ingezetene)
5
7%
Nee
15
21%
Weet ik niet
2
3%
Totaal
73
100%
Ja, in de BRP (gemeente)
15
79%
Ja, als RNI (niet-ingezetene)
1
5%
Nee
2
11%
Weet ik niet
1
5%
Totaal
19
100%
Ja, in de BRP (gemeente)
16
89%
Ja, als RNI (niet-ingezetene)
0
0%
Nee
1
6%
Weet ik niet
1
6%
Totaal
18
100%
Ja, in de BRP (gemeente)
11
52%
Ja, als RNI (niet-ingezetene)
1
5%
Nee
6
29%
Weet ik niet
3
14%
Totaal
21
100%
Registratie bij gemeente: totaal
Registratie bij gemeente, Poolse nationaliteit
Registratie bij gemeente, Roemeense nationaliteit
Registratie bij gemeente, Bulgaarse nationaliteit
Registratie bij gemeente, nationaliteit ander EU-land
Bron:
Enquête Labyrinth (2025)
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
Tabel D.7
44
Zorgverzekering, BSN Aantal respondenten
Aandeel van totaal
Ja
117
89%
Nee
10
8%
Weet ik niet
5
4%
Ja
137
92%
Nee
10
7%
Weet ik niet
2
1%
Totaal
149
100%
Heeft een zorgverzekering
Heeft een Burgerservicenummer (BSN)
Bron:
Enquête Labyrinth (2025)
Inschatting aantal arbeidsmigranten in de wijk Om een indicatie te krijgen van het totaal aantal arbeidsmigranten in de wijk en het aandeel dat daarvan niet is geregistreerd, is gevraagd hoeveel arbeidsmigranten respondenten zelf kennen in de wijk en hoeveel van hen (naar inschatting) niet staan ingeschreven in officiële registraties. De antwoorden op die vraag variëren sterk. Sommige respondenten geven aan slechts enkele andere arbeidsmigranten te kennen, terwijl anderen hoge aantallen noemen. Ook de verhouding tussen ingeschreven en niet-ingeschreven kennissen verschilt daarbij aanzienlijk per respondent. Na het verwijderen van extreme schattingen, komt het ruwe aandeel niet-ingeschreven personen uit op ongeveer 28 procent. Dit komt overeen met circa 1.000 niet-ingeschreven personen op een totaal van ongeveer 3.600 genoemde contacten. Daarbij moet worden opgemerkt dat arbeidsmigranten vaak deel uitmaken van dezelfde woon- en werkgroepen, waardoor het waarschijnlijk is dat dezelfde personen door meerdere respondenten worden genoemd. In de literatuur over de Network Scale-Up Method wordt voor dit type dubbeltelling gecorrigeerd met zogenoemde zichtbaarheid- of degree-factoren, die doorgaans liggen tussen 1,3 en 2,020. Wanneer we uitgaan van een score van 1,5, daalt de geschatte aandeel niet-ingeschrevenen van 28 procent naar ongeveer 20 procent.
Samenvatting enquêteresultaten De groep respondenten in het casusonderzoek bestaat voornamelijk uit arbeidsmigranten uit EU-landen, vooral uit Polen (49 procent). De meeste respondenten werken in de logistiek, bouw en productie, wat duidt op sectoren met veel fysieke arbeid en relatief laagbetaalde functies. Een substantiële groep van de respondenten bestaat uit langdurig gevestigde arbeidsmigranten, naast een kleinere groep recente of tijdelijke arbeidsmigranten. Een groot aandeel (42 procent) verwacht voor onbepaalde tijd te blijven, en een meerderheid vond binnen 3 maanden werk (81 procent). De arbeidsmigranten werken bijna even vaak via een Nederlands uitzendbureau als direct bij een Nederlandse werkgever (35 procent), een grote groep werkt als zelfstandige (22 procent). De overgrote meerderheid van de arbeidsmigranten werkt fulltime (40 uur of meer). De meeste arbeidsmigranten hebben een reistijd van 15 tot 60 minuten, wat past bij werken binnen of net buiten de regio. De meesten wonen en werken in 20
https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC5783650/
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
45
of rond Rotterdam en wonen vaak met meerdere personen samen in een gedeeld huishoudens (meestal 2–3 personen). De woonvorm varieert, maar bijna 30 procent woont via de werkgever/uitzendbureau. De administratieve basis lijkt redelijk op orde: •
Aandeel met BRP-inschrijving: 73,2 procent,
• •
Aandeel met zorgverzekering: 88,6 procent, Aandeel met betaling via bank: 94,5 procent,
•
Aandeel met loonstrook: 79,5 procent,
•
Aandeel met BSN: 91,9 procent.
Dit suggereert dat een groot deel formeel werkt, al is er een groep voor wie dit onduidelijk of niet geregeld is. Respondenten geven regelmatig aan dat zij meerdere personen kennen die niet staan ingeschreven in de BRP of RNI. Belangrijk is dat de (inschatting van de) omvang van het aantal niet-geregistreerde kennissen niet klein is: respondenten die zelf administratief “op orde” zijn, kennen vaak anderen zonder registratie, bijvoorbeeld (zoals bleek uit gesprekken in de wijk) personen die bewust geen adres willen inschrijven uit angst voor huur- of verblijfsproblemen.
Inschatting aandeel niet-geregistreerde arbeidsmigranten Op basis van registratiegegevens bij het CBS (Polisadministratie en gegevens Belastingdienst) wordt in dit rapport geanalyseerd hoeveel MOE/GIPS-arbeidsmigranten zich in Zuid-Holland bevinden. Die analyse geeft geen volledig beeld van het totaal aantal arbeidsmigranten in Zuid-Holland, onder meer omdat niet alle arbeidsmigranten in deze registratiegegevens voorkomen. In de Polisadministratie worden alle werkgeverspremiebetalingen voor werknemers door Nederlandse werkgevers geregistreerd, zelfstandigen zijn als ze in Nederland belasting betalen terug te vinden in gegevens van de Belastingdienst. Situaties waarin arbeidsmigranten buiten deze registraties blijven zijn de volgende: • •
Arbeidsmigranten zijn gedetacheerd vanuit een buitenlandse werkgever binnen de EU; Arbeidsmigranten zijn zelfstandige, hebben zich niet ingeschreven in de BRP en betalen geen belasting in Nederland;
•
Arbeidsmigranten zijn illegaal werkzaam in Nederland.
Om de omvang van deze groep niet-geregistreerde arbeidsmigranten te kunnen inschatten, zijn in het casusonderzoek in de Tarwewijk potentiële arbeidsmigranten gevraagd naar hun woon- en werksituatie. Op basis daarvan kan worden geprobeerd te achterhalen welk deel van de arbeidsmigranten niet terugkomt in de CBSgegevens en daarom zouden moeten worden opgeteld bij het aantal arbeidsmigranten uit die analyse om tot een goede inschatting te komen van totaal aantal arbeidsmigranten dat woont en werkt in Zuid-Holland. Om het additionele aantal of aandeel arbeidsmigranten te kunnen identificeren, zijn drie stappen uitgevoerd: •
Ten eerste is gekeken welk deel van de respondenten in het casusonderzoek tot de doelgroep van het onderzoek behoort;
•
Vervolgens is bij alle respondenten gekeken naar achtergrondkenmerken die erop kunnen wijzen dat zij niet terug te vinden zijn in de CBS-gegevens: gedetacheerden, niet-ingeschreven zelfstandigen of werkenden die illegaal arbeid verrichten;
•
Tot slot is gekeken welk deel van de doelgroep van het onderzoek mogelijk niet terug te vinden is in de CBS-gegevens.
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
46
Afbakening doelgroep Op basis van de respons op de afgenomen vragenlijst in het casusonderzoek, wordt iedereen tot de doelgroep van deze aanvullende analyse gerekend, behalve als zij de volgende kenmerken aangeven: •
Leeftijd: jonger dan 18 jaar of ouder dan 66 jaar;
•
Nationaliteit: niet afkomstig uit Midden- of Oost-Europese landen (MOE) of uit Griekenland, Italië, Portugal of Spanje (GIPS);
•
Verblijfsduur: langer dan 8 jaar in Nederland;
•
Betaald werk: zonder betaald werk;
• •
Aantal werkuren: minder dan 18 werkuren per week; Studiemigratie: voor studie naar Nederland gekomen.
Een en ander betekent dat ook de volgende groepen buiten de analyse vallen: •
Intra-EU gedetacheerden uit derde landen (bijvoorbeeld Witrussen die voor een Poolse werkgever werken);
•
Derdelanders in het algemeen (arbeidsmigranten van buiten Europa met een uitzendcontract komen vrijwel niet voor);
•
Respondenten die in Nederland zijn geboren.
Andere restricties zijn niet aan de afbakening van de doelgroep in deze analyse opgelegd.
Mogelijk niet-geregistreerde arbeidsmigranten Los van de afbakening van de doelgroep, is op basis van de antwoorden van respondenten ingeschat of zij wel of niet voorkomen in de CBS-gegevens. Voor de identificatie van niet-geregistreerden in het casusonderzoek wordt een aantal strikte criteria gebruikt (nauwe definitie niet-geregistreerden) en een aantal aanvullende criteria (ruime definitie niet-geregistreerden). De nauwe definitie van niet-geregistreerden is gebaseerd op het voldoen aan één van de volgende criteria: • •
Werkt voor een buitenlandse werkgever (gedetacheerd); Werkt als zelfstandige/zzp’er én is niet ingeschreven in de BRP of RNI (niet-ingeschreven zelfstandige);
•
Wordt contant uitbetaald (mogelijk illegale arbeid);
•
Krijgt geen loonstrook (mogelijk illegale arbeid);
•
Heeft geen vaste woonplek (mogelijk illegale arbeid);
•
Beschikt niet over een BSN (mogelijk illegale arbeid).
Voor de ruime definitie van niet-geregistreerden worden naast de strikte criteria nog de volgende aanvullende criteria gebruikt: •
Wordt zowel via de bank als contant uitbetaald (mogelijk illegale arbeid);
•
Weet niet of hij/zij loonstrook ontvangt (mogelijk illegale arbeid);
•
Heeft geen zorgverzekering (mogelijk illegaal verblijf);
•
Weet niet of hij/zij over BSN beschikt (mogelijk illegale arbeid).
Analyse en duiding Van de in totaal 196 respondenten op de enquête in het casusonderzoek behoren er 79 tot de doelgroep van deze extra analyse. Van de 196 respondenten komen 25 personen (nauwe definitie) tot 50 personen (ruime definitie) mogelijk niet voor in de CBS-gegevens. Van de 79 respondenten die tot de doelgroep van de extra analyse behoren zijn dat 14 tot 26 personen, ofwel 18 tot 33 procent. Dat betekent dat wanneer het casusonderzoek in de Tarwewijk
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
47
representatief zou zijn voor de totale groep arbeidsmigranten in Rotterdam of de provincie Zuid-Holland, dat er dan 18 tot 33 procent MOE/GIPS-arbeidsmigranten zouden moeten worden opgeteld bij de aantallen uit de analyse op CBS-gegevens om te komen tot het totale aantal MOE/GIPS-arbeidsmigranten dat woont en/of werkt in ZuidHolland. Dus bovenop de 125 tot 150 duizend MOE/GIPS-arbeidsmigranten dat naar schatting in Zuid-Holland woont, waarvan een deel is ingeschreven als ingezetene bij een gemeente en een deel niet. Er kunnen argumenten worden gegeven waarom de 18 tot 33 procent een overschatting of een onderschatting zou kunnen zijn voor heel Rotterdam of de provincie Zuid-Holland. Het is een overschatting wanneer de Tarwewijk niet representatief is voor de hele stad of de hele provincie, maar bijvoorbeeld een plek waar veel niet-ingeschreven arbeidsmigranten zijn geconcentreerd. Dat lijkt waarschijnlijk, maar omdat mogelijk ook wel-geregistreerde arbeidsmigranten in deze wijk zijn geconcentreerd, kan die overschatting meevallen.
Het is een onderschatting wanneer in het veldonderzoek in de Tarwewijk onvoldoende contact is gelegd met nietgeregistreerde arbeidsmigranten, bijvoorbeeld omdat die zich op straat begeven op momenten dat er niet is geënquêteerd (vroeg in de ochtend), of omdat die proberen zoveel mogelijk onder de radar te blijven, waardoor ze ondervertegenwoordigd zijn in het casusonderzoek. Ook kunnen arbeidsmigranten sociaal-wenselijke antwoorden geven wanneer in het openbaar wordt gevraagd naar hun woon-, werk- en verblijfssituatie. Door de grondige aanpak van het casusonderzoek, lijken ook niet-geregistreerde arbeidsmigranten te hebben deelgenomen aan het onderzoek, waardoor de kans op onderschatting mogelijk meevalt. De representativiteit van het onderzoek is uiteraard beperkt, omdat er slechts in één bepaalde wijk in één bepaalde stad in Zuid-Holland onderzoek is gedaan. De representativiteit zou verbeteren wanneer er in meerdere wijken een soortgelijk onderzoek zou worden uitgevoerd. De pilot in de Tarwewijk laat zien dat daar de nodige informatie uit te halen valt ten aanzien van niet-geregistreerde arbeidsmigranten.
Verslag focusgroep Op 9 september 2025 organiseerden we een focusgroep in de Cultuurwerkplaats Tarwewijk. De bijeenkomst vond plaats tussen 18.00 en 20.00 uur en telde tien deelnemers uit de Poolse en Bulgaarse gemeenschap (waaronder ook Turkstalige Bulgaren). Het doel van deze sessie was om de conceptvragenlijst te toetsen en om samen met de doelgroep te bespreken via welke plekken en benaderingswijzen EU-arbeidsmigranten het beste bereikt kunnen worden.
Plekken Uit de gesprekken kwamen verschillende belangrijke locaties naar voren: de EU-huiskamer (De Horizon), uitzendbureaus zoals Veldwerk, scholen, een werkhotel nabij Zuidplein, en verzamelpunten waar mensen vroeg in de ochtend (05.00 uur) of in de avond (18.00 uur) vertrekken naar werk. Daarnaast werden ook Poolse supermarkten, de Soepbus, weekendscholen en plekken als het Zuiderpark en Zuidplein genoemd als waardevolle contactpunten.
Benadering Wat betreft de benadering benadrukten deelnemers dat eerlijkheid en transparantie cruciaal zijn: geen valse verwachtingen wekken. Benadrukken anonimiteit en dat onderzoek geen controle is. Het aanbieden van een kleine incentive – bijvoorbeeld een boodschappenbon van €10 – werd gezien als een goede manier om deelname te
WOON- EN WERKPLAATS ARBEIDSMIGRANTEN IN ZUID-HOLLAND
48
stimuleren. Ook gaven de deelnemers aan dat gesprekken het beste vlak voor of in het weekend kunnen worden gevoerd, omdat mensen dan meer tijd en rust hebben. De focusgroep leverde daarmee niet alleen concrete verbeterpunten voor de vragenlijst op, maar ook praktische aanknopingspunten om de doelgroep te bereiken en vertrouwen te winnen.
Vragenlijst We hebben ook feedback gekregen over de vragenlijst. Deelnemers willen dat de lijst kort blijft (circa 5–10 minuten). We vermijden jargon en afkortingen en gebruiken eenvoudige taal in het Pools of Bulgaars; de interviewer mag alles voorlezen. We openen steeds met een korte introductie die expliciet maakt dat deelname anoniem is en geen gevolgen heeft voor persoonlijke situatie. We vragen naar inschrijving bij de gemeente zonder exacte adressen te noteren, ook niet van netwerkleden. De vraag naar geslacht blijft sober (man/vrouw/anders, met de mogelijkheid om niet te antwoorden). Verder hadden de deelnemers constructieve feedback op (delen) van andere vragen die we zullen verwerken.
“De wetenschap dat het goed is.” SEO Economisch Onderzoek doet onafhankelijk toegepast onderzoek in opdracht van overheid en bedrijfsleven.
Ons
onderzoek
helpt
onze
opdrachtgevers bij het nemen van beslissingen. SEO Economisch Onderzoek is gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. Dat geeft ons zicht op de nieuwste wetenschappelijke methoden. We hebben geen winstoogmerk en investeren continu in het intellectueel kapitaal van de medewerkers via promotietrajecten,
het
uitbrengen
van
wetenschappelijke publicaties, kennisnetwerken en congresbezoek.
SEO-rapport 2026-31 ISBN 978-90-5220-645-5 Informatie & Disclaimer SEO Economisch Onderzoek heeft op de verkregen informatie en data geen onderzoek uitgevoerd dat het karakter draagt van een accountantscontrole of due diligence. SEO is niet verantwoordelijk voor fouten of omissies in de verkregen informatie en data. Copyright © 2026 SEO Amsterdam. Alle rechten voorbehouden. Het is geoorloofd gegevens uit dit rapport te gebruiken in artikelen, onderzoeken en collegesyllabi, mits daarbij de bron duidelijk en nauwkeurig wordt vermeld. Gegevens uit dit rapport mogen niet voor commerciële doeleinden gebruikt worden zonder voorafgaande toestemming van de auteur(s). Toestemming kan worden verkregen via secretariaat@seo.nl.
Roetersstraat 29
+31 20 399 1255
1018 WB, Amsterdam
secretariaat@seo.nl www.seo.nl