RIS325200 Notulen van de raad van 29 januari 2026
Tekst van het document
80
───────────────────────────────────────────────────────── Motie N.1 HvDH Grip op ontwikkelingen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Aanpassing lijst met categorieën waarvoor bindend advies is vereist (RIS323971) Constaterende dat: ▪ het college onder de Omgevingswet zelfstandig bevoegd is voor het vaststellen van Gebiedsprogramma’s en Bouwenveloppen; ▪ in deze documenten de cruciale keuzes worden gemaakt over de inrichting, financiën en strategie van gebiedsontwikkelingen. Overwegende dat: ▪ de raad zijn kaderstellende en controlerende rol alleen kan invullen als hij aan de voorkant van deze processen betrokken wordt; ▪ een balans noodzakelijk is tussen democratische controle en de gewenste snelheid van woningbouwprojecten; ▪ het wenselijk is om voor grootschalige projecten (vanaf 250 woningen) een zwaardere procedure te hanteren dan voor kleinere ontwikkelingen.
Verzoekt het college: ▪ voor álle concept-Gebiedsprogramma's en concept-Bouwenveloppen die buitenplanse activiteiten mogelijk maken voor minder dan 250 woningen, maandelijks een overzichtslijst aan de commissie Ruimte te sturen, waarbij commissieleden de mogelijkheid hebben om een specifiek plan voor wensen en bedenkingen te agenderen (het zogeheten piepsysteem); ▪ álle concept-Gebiedsprogramma's en concept-Bouwenveloppen voor projecten van 250 woningen of meer standaard voor wensen en bedenkingen aan de raad voor te leggen voordat deze door het college definitief worden vastgesteld. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Ik zie een interruptie van de heer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Het amendement zegt minder dan 250 woningen. Dus gewoon alles? De voorzitter. Wilt u dat nog even herhalen? De heer Dubbelaar hoorde het niet. Mijnheer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Minder dan 250 woningen, staat dat in de motie? De voorzitter. Mijnheer Dubbelaar. Even in de microfoon, mijnheer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter, het is tweeledig. Alle gebiedsprogramma's en bouwenveloppen die mogelijk maken voor minder dan 250 woningen maandelijks op een overzichtslijst aan de commissie te sturen waarbij de commissieleden de mogelijkheid hebben om een 81
specifiek plan voor wensen en bedenkingen te agenderen. Ik noem dit een zogenaamde pieplijst. En alle conceptprogramma's en concept-Bouwenveloppen voor projecten van 250 woningen of meer standaard voor wensen en bedenkingen aan de raad te sturen. De voorzitter. Interruptie nog van de heer Noorlander. Joren Noorlander (D66). Dank, voorzitter. Ik vroeg mij af, dit is wel heel veel papierwerk dat eraan komt met het aannemen van deze motie. Is dat de bedoeling van mijnheer Dubbelaar? De voorzitter. Mijnheer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dat is niet zozeer de bedoeling van Hart voor Den Haag, voorzitter, de mooie partij namens wie ik hier sta. De bedoeling hiervan is dat we als raad aan het roer blijven. Dat is de titel van het discussiestuk waar wij het in de commissie over gehad hebben en waar straks een motie over komt. Ik ben gewoon reuzebenieuwd hoe het college daarop gaat reageren. Maar ik wil daar even nu niet op vooruit lopen. Het is niet mijn voorstel, maar ik steun de motie waarschijnlijk wel. De voorzitter. Daar gaan we het straks over hebben als die ingediend is. Nog een vervolginterruptie van de heer Noorlander. Joren Noorlander (D66). Voorzitter, ik heb het over het voorstel van Hart voor Den Haag.
Het is toch ontzettend gek dat we zoveel projecten dan voorbij gaan zien komen, dat er mensen moeten wachten in de stad straks, omdat Hart voor Den Haag zo graag een lijst wil hebben waar ze het daarna ook nog over willen hebben. Dat bevordert toch niet de bouw, dat bevordert toch niet het samenwerken met de inwoners uit de stad? De voorzitter. Mijnheer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Voorzitter, ik snap wel dat D66 daar heel makkelijk over denkt maar Hart voor Den Haag ziet dat anders. Uiteindelijk zitten wij hier als raad om van dingen iets te vinden. Ik zou bijna willen zeggen tegen de heer Noorlander, doe gewoon uw werk. De voorzitter. Mijnheer Noorlander, voor de derde maal. Joren Noorlander (D66). Voorzitter, als er een goede motie komt, hopelijk van mevrouw Klokkenburg, dan zullen we daar misschien ook nog wel in mee kunnen gaan. Maar bij dit voorstel van Hart voor Den Haag, dan zijn we toch alleen maar extra barrières aan het opwerpen? Dan zijn we de teugels zo strak aan het vasthouden, aan het strak trekken, dat alles hier straks voorbij moet komen. En we zijn wel een stad, we zijn niet een klein dorpje van een paar honderd inwoners waar elke dakkapel langs moet komen. De heer Dubbelaar moet zich misschien ook realiseren dat wij ons ook te verhouden hebben naar die grootte. De voorzitter. Mijnheer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).
Voorzitter, het verschil tussen D66 en Hart voor Den Haag is dat D66 helemaal geen teugels meer heeft, dat mag. Hart voor Den Haag vindt dat we de teugels in ieder geval nog vast moeten houden. Dat doe ik en daarom leg ik een heel mooi voorstel neer. Ik zou 82
bijna tegen de heer Noorlander willen zeggen, lees het goed en maak dan een oordeel. Want het is echt niet zo dat wij over alles wat te zeggen willen hebben. Het is een heel gecompliceerd onderwerp waar we heel zorgvuldig mee om moeten gaan. Volgens mij gaat dat de komende weken ook gebeuren. De voorzitter. Hartelijk dank. Dan zie ik mevrouw Klokkenburg, die gaat wellicht iets indienen waarvan we allemaal zeggen, nou, nou, nou. Maar we gaan het horen en zien. We willen de druk niet opvoeren, maar het woord is aan mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP). Voorzitter, je zal het er warm van krijgen. Maar goed, de burgemeester had tijdens het kindervragenuur hier al op gepreludeerd dat het zo'n raad zou worden, dus fijn dat het in ieder geval gebeurt. Voorzitter, het gaat ook over de brief van het college inzake de planproducten onder de Omgevingswet. In die brief stelt het college een nieuwe werkwijze voor waarin gemaakte afspraken tussen college en raad die eerder zijn gemaakt aan de kant worden geschoven terwijl die regels juist waren opgesteld voor een goede en gedegen en gedragen besluitvorming. Daarom heeft mijn fractie samen met de Haagse VVD een discussienota geschreven over een andere bevoegdheidsverdeling tussen raad en college als het gaat om de planproducten. Daarom dien ik een motie in.
Hij is al aangekondigd door onder andere collega Dubbelaar, maar ook met volgens mij een stemadvies door de heer Noorlander. Ik dien de motie in samen met collega's De Ridder en Van den Bos. De motie heet Raad aan het roer en daarvan luidt het dictum, verzoekt het college binnen zes weken met een reflectie te komen op de discussienota, daarin aan te geven hoe de aangegeven richting vormgegeven kan worden in een nieuwe werkwijze rondom de planproducten onder de Omgevingswet en tot vaststelling van een nieuwe werkwijze in de raad de methode te hanteren dat planproducten waaronder bouwenveloppen altijd langs de raad gaan ter instemming. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg-Reedeker daartoe gesteund door de heer De Ridder en de heer Van den Bos wordt de volgende motie (N.2 CU.SGP) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie N.2 CU.SGP de raad aan het roer De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 29 januari 2026 ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Aanpassing lijst met categorieën waarvoor bindend advies is vereist (RIS323971) Constaterende dat: ▪ het college een nieuwe werkwijze en planproducten heeft voorgesteld voor het werken onder de omgevingswet (RIS 323269); ▪ hiermee eerder gemaakte afspraken rondom planuitwerkingskaders en nota’s van uitgangspunten over instemming van de raad teniet zijn gedaan.
Overwegende dat: ▪ de raad met de door het college voorgestelde werkwijze andere bevoegdheden heeft; ▪ inwoners zich daarnaast bij concrete plannen niet meer via hun volksvertegenwoordigers kunnen laten vertegenwoordigen, omdat zij niet meer aan zet zijn; ▪ de ChristenUnie/SGP en de Haagse VVD een discussienota (RIS 324356) hebben opgesteld met een andere werkwijze; ▪ die werkwijze meer recht doet aan het mandaat van het college, de raad en de rol van bewoners; ▪ met deze werkwijze er ook meer en sneller duidelijkheid komt voor ontwikkelaars; 83
▪
belanghebbenden, zoals bewoners(organisaties) niet in de gelegenheid zijn gesteld om mee te denken over de nieuwe procedures, terwijl deze wezenlijke invloed hebben op hun mogelijkheden om te participeren en beleid te beïnvloeden.
Verzoekt het college: ▪ binnen zes weken met een reflectie te komen op de discussienota, daarin aan te geven hoe de aangegeven richting vormgegeven kan worden in een nieuwe werkwijze rondom de planproducten onder de omgevingswet; ▪ tot vaststelling van een nieuwe werkwijze in de raad de methode te hanteren dat planproducten waaronder bouwenveloppen altijd langs de raad gaan ter instemming. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Een interruptie van de heer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Geweldige motie, uiteraard. Maar mijn vraag aan mevrouw Klokkenburg, hoe ziet u de betrokkenheid van bewonersorganisaties, SOS Den Haag, Vrienden van Den Haag, Bond Heemschut, u kunt ze allemaal opnoemen? De voorzitter. Mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP). Dank, voorzitter. Ik hoopte niet dat die interruptie zou leiden tot kunt u ze opnoemen, maar bij het opstellen van de discussienota heeft mijn fractie zelf in ieder geval wel het oor te luisteren gelegd in de stad. Ik zou het goed vinden dat als het college met een reflectie komt, dat we daar ook die reflectie weer terugleggen in de stad met de discussienota om zo te kijken naar een breed gedragen besluit, een nieuwe werkwijze van raad, college en stad. De voorzitter. Hartelijk dank, mevrouw Klokkenburg, ze zijn er stil van.
Mijnheer Dubbelaar. Mijnheer Dubbelaar, die zag ik niet aankomen maar gaat uw gang. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Misschien is het gek hoor, maar ik ben benieuwd of de Noorlander zo nog naar voren komt. Begrijpt u de kritiek van D66 op uw inbreng? De voorzitter. Mevrouw Klokkenburg. Judith Klokkenburg-Reedeker (ChristenUnie/SGP). Totaal niet. De voorzitter. Mijnheer Noorlander, heeft u een interruptie op mevrouw Klokkenburg? Een punt van orde kan ik u niet ontzeggen. Joren Noorlander (D66). Voorzitter, ik vroeg me af waar de kritiek naar mevrouw Klokkenburg, waar ik die dan heb laten merken. Want die had ik niet. Ik vroeg me wel af wat de heer Dubbelaar met de motie gaat doen, maar misschien krijgen we dat in een punt van orde wel voorbij.
84
De voorzitter. Dit is geen punt van orde. Ik vind alles goed en wel, maar het is geen punt van orde. Dit is een verkapte interruptie. U heeft afgezien van het woord op dit agendapunt, dus die discussie kan verder ook niet gevoerd worden tussen u en de andere raadsleden. Dus wij gaan door naar de laatste spreker op de lijst en dat is de heer De Ridder namens de Haagse VVD. Mijnheer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter, de Haagse VVD wil graag dat de raad aan het roer is en daarom hebben we samen met Judith Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP de discussienota ingediend en van harte de motie mede ingediend. Maar het gaat vandaag ook over de lijst bindend advies en daar heb ik een amendement over. Het amendement heet, Tijdelijk is kort. Besluit om aan dictum I toe te voegen, met dien verstande dat van de lijst bindend advies onder punt 3, uitzonderingen op bindend advies, sub b het volgende wordt gewijzigd, b. buitenplanse omgevingsplanactiviteit waaraan een instandhoudingstermijn van twee jaar of minder is verbonden tenzij deze activiteit plaatsvindt op een perceel behorende bij een rijks- of gemeentelijk monument, dan wel een rijks- of gemeentelijk beschermd stadgezicht. Om te zorgen dat we de trivialiteit die al in het stuk zat op een andere manier inrichten. Met deze zou je ook kunnen zeggen, enige trivialiteit maar wel beter beschermd. De voorzitter. Dank u wel.
De voorzitter. Door de heer De Ridder wordt het volgende amendement (N.A VVD) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Amendement N.A VVD Tijdelijk is kort. De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het voorstel van het college inzake aanpassing lijst met categorieen waarvoor bindend advies is vereist (RIS 323971) Besluit om aan dictium I toe te voegen: Met dien verstande dat van de lijst bindend advies onder punt 3: Uitzonderingen op bindend advies, sub b het volgende wordt gewijzigd: b. buitenplanse omgevingsplanactiviteit waaraan een instandhoudingstermijn van vijf twee jaar of minder is verbonden tenzij deze activiteit plaatsvindt op een perceel behorende bij een rijks of gemeentelijk monument dan wel rijks- of gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Daarmee zijn we aan het einde van de inbreng van de raad en dan gaan we door naar het college. Dat is wethouder Verschuure. Het woord is aan de wethouder. Mijnheer De Ridder. Rutger de Ridder (VVD). Ik vergeet te noemen dat Jan Willem van den Bos hieronder staat, excuus, onder mijn amendement. De voorzitter. Waarvan akte. De wethouder. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, dank u wel. Ik ga eerst maar even reageren denk ik op de motie Roer aan de raad.
Want dan helpt dat wellicht in een vervolg, zoals de indieners wellicht hebben gehad. Aan het roer, sorry, helemaal gelijk, Raad aan het roer. Voorzitter, ik denk dat je altijd waardering moet uitspreken als raadsleden zelf het initiatief nemen om tot een discussienota te komen, 85
er zit een hoop werk in, dus dat wil ik bij deze ook graag doen. Ik ben ook heel blij dat mevrouw Klokkenburg samen met de heer De Ridder dat heeft gedaan en ons nu oproept om met een reflectie te komen vanuit het college. Dus dat willen we graag doen. Ik laat de motie dus ook aan de raad maar met een nadrukkelijk positief advies, want ik denk dat het recht doet dat u daar een goed gesprek met elkaar over voert over hoe u dat wilt doen. Aansluitend daarop zou ik dus ook de heer Dubbelaar willen vragen, zou u wellicht misschien de motie dan kunnen aanhouden tot na dat gesprek en die discussie? Wellicht kan dat dan daarna verder besproken worden. Ten slotte, voorzitter, het amendement. Ik snap de heer De Ridder, dat was in de commissie natuurlijk ook, waarom stel je een bepaalde termijn? Wat is tijdelijk? Je kunt het ook een jaar doen, je had ook drie jaar kunnen doen. Twee jaar is het nu, wij kunnen daar prima mee leven. Als het gaat over de gemeentelijke monumenten, wel of niet, ik vroeg ambtelijk gezien, heeft dit heel veel consequenties? Wij denken overigens niet dat het heel vaak dan gaat voorkomen, maar daar kunnen we ook prima denk ik mee uit de voeten. Dus ik laat dat ook in die zin aan de raad. De voorzitter. Een interruptie van de heer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag).
Voorzitter, het stuk van D66 en ChristenUnie draait om een soortement van comfortbrief, als ik het zo even plat mag slaan. Terwijl ik heb ook mijn huiswerk gedaan en ook veel met mensen gesproken en nu begrijp ik dat in andere steden van Nederland men werkt met een soort van wensen- en bedenkingenprocedure. Neemt de wethouder dat dan ook mee in het stuk wat wij naar de raad krijgen, zodat we daar ook over kunnen nadenken of dat wenselijk is om in Den Haag in te voeren? Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, ik denk dat als u daarom verzoekt, dan wil ik dat best toezeggen om daar ook dan in de reflectie iets over mee te nemen. Ik heb daar zelf mee gewerkt in Utrecht en daar volgens mij in de commissie ook met u, of het kan ook in de zijlijn zijn geweest, even over gehad. Daar werkt dat soms in sommige gevallen heel goed. Dus als u het goed vindt, dan zeg ik u toe bij deze om dat mee te nemen in die reflectie. De voorzitter. Mijnheer Dubbelaar. Arjen Dubbelaar (Hart voor Den Haag). Dat is heel fijn, zeg ik dan tegen de wethouder, via de voorzitter. Dan heeft mijn motie op dit moment geen zin, dus die zal ik intrekken. De voorzitter. Nico 1 is dan ingetrokken bij deze. Ik heb nog een interruptie voor u van de heer Noorlander. Joren Noorlander (D66).
Voorzitter, die gaat ook een beetje over het amendement van de VVD, Tijdelijk is kort, daar wordt ook het beschermd stadsgezicht genoemd. Dat is natuurlijk de helft van de stad ongeveer. Ziet de wethouder daar dan dat er misschien wel heel veel verschillende projecten voor bindend advies bij ons langskomen of gaat dat ook meevallen? De voorzitter. De wethouder. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, volgens mij gaat dit over, zoals ik het heb begrepen, die tijdelijke activiteiten en dan is het daarmee ook wel beperkt qua impact denken wij.
86
De voorzitter. Ik zie geen vervolginterruptie, hartelijk dank aan de wethouder. Ik kijk even rond of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat lijkt niet het geval. Dan gaan we vanavond besluiten over datgene wat ingediend en neergelegd is. De beraadslagingen worden gesloten. ───────────────────────────────────────────────────────── Aan de orde is: O. Voorstel van het college inzake Meerjarenbeleidsplan 2026-2029 Bibliotheek Den Haag - De plek van iedereen! (RIS323594) De beraadslagingen worden geopend. De voorzitter. Dan gaan we nu door naar agendapunt O, het voorstel van het college inzake het Meerjarenbeleidsplan 2026 Bibliotheek Den Haag - De plek van iedereen! Ook daar hebben we een sprekerslijst voor en als eerste staat daarop de heer Uduba namens de Haagse VVD. Die staat al klaar en daarna mevrouw Van Wijk. We gaan eerst luisteren naar de heer Uduba. Anthony Uduba (VVD). Dank u wel, voorzitter. Ik hou het even kort, twee moties en twee dingen die we als Haagse VVD nog willen regelen. Want wij willen dat iedere jongere in de stad een plek heeft om huiswerk te maken en te studeren en we willen ook kijken hoe mensen op de zondag naar de bibliotheek kunnen.
Daarom de volgende moties, Studieplekken voor jongeren in de wijkbibliotheken, verzoekt het college om samen met Bibliotheek Den Haag inzichtelijk te maken welke uitbreidingen van studieplekken in de wijkvestigingen mogelijk zijn en daarbij een kostenindicatie te geven, beschikbare studieplekken actief bekend te maken via scholen, jongerenwerk en huiswerkbegeleiders, dit mee te nemen in de eerstvolgende voortgangsrapportage van bibliotheken. Dan motie twee voor de zondagsopening, verzoekt het college om per wijkbibliotheek te verkennen of en op welke wijze zondagsopening wenselijk en haalbaar is, dit in samenwerking met de Bibliotheek Den Haag en relevante wijkpartners te doen en de raad uiterlijk in het derde kwartaal van dit jaar te informeren. Tot zover. De voorzitter. Dank u wel. De voorzitter. Door de heer Uduba worden de volgende moties (O.4 VVD en O.5 VVD) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie O.4 VVD Studieplekken voor jongeren in wijkbibliotheken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Meerjarenbeleidsplan 2026–2029 Bibliotheek Den Haag - De plek van iedereen! (RIS323594) Van mening dat: ▪ het belangrijk is dat jongeren in hun wijk een toegankelijke plek hebben om huiswerk te maken en te studeren;
87
▪
wijkbibliotheken daarvoor een logische en laagdrempelige plek zijn, mits dit aanbod herkenbaar en vindbaar is.
Overwegende dat: ▪ andere gemeenten laten zien dat het zichtbaar en herkenbaar organiseren van studieplekken in wijkbibliotheken het gebruik door jongeren vergroot. Verzoekt het college: ▪ samen met Bibliotheek Den Haag inzichtelijk te maken waar uitbreiding van studieplekken in wijkvestigingen mogelijk is en daarbij een kostenindicatie te geven; ▪ beschikbare studieplekken actief bekend te maken via scholen, jongerenwerk en huiswerkbegeleiders; ▪ dit mee te nemen in de eerstvolgende voortgangsrapportage Bibliotheek Den Haag. En gaat over tot de orde van de dag. ───────────────────────────────────────────────────────── Motie O.5 VVD Zondagsopenstelling per wijkbibliotheek mogelijk maken De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college over Meerjarenbeleidsplan 2026–2029 Bibliotheek Den Haag - De plek van iedereen! (RIS323594) Constaterende dat: ▪ de wethouder in de commissievergadering heeft aangegeven dat in verschillende wijken behoefte bestaat aan zondagsopenstelling van wijkbibliotheken. Overwegende dat: ▪ zondagsopenstelling kan bijdragen aan de toegankelijkheid van wijkbibliotheken voor werkenden, gezinnen en jongeren; ▪ de behoefte en mogelijkheden per wijkbibliotheek verschillen; ▪ maatwerk per locatie nodig is, waarbij verschillende vormen van openstelling denkbaar zijn.
Verzoekt het college: ▪ per wijkbibliotheek te verkennen of en op welke wijze zondagsopenstelling wenselijk en haalbaar is; ▪ dit te doen in samenwerking met Bibliotheek Den Haag en relevante wijkpartners; ▪ de raad uiterlijk in het derde kwartaal te informeren over de uitkomsten en de voorgestelde vervolgstappen. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Mevrouw Van Wijk namens D66 is de volgende spreker en daarna mevrouw Holman. Mevrouw Van Wijk, het woord is aan u. Als ik wat stilte in de zaal mag? Demi van Wijk (D66). Dank, voorzitter. Het zal u niet verbazen, maar D66 Den Haag vindt dat iedereen een bibliotheek in de buurt verdient. De bieb is de plek waar mensen de taal leren, elkaar 88
ontmoeten en mee kunnen doen. In de wijken Rustenburg-Oostbroek en Leyenburg ontbreekt nu een volwaardige bibliotheekvoorziening. Met de volgende motie vragen wij het college dit gebied expliciet mee te nemen en te verkennen wat in dit gebied passend is. Verzoekt het college RustenburgOostbroek en Leyenburg expliciet mee te nemen als aandachtsgebied bij de uitvoering van het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheek Den Haag 2026-2029, te verkennen welke vorm van bibliotheek, zoals een wijkbibliotheek, bibliotheekpunt of gedeelde voorziening, in een maatschappelijk gebouw passend is voor Rustenburg-Oostbroek en Leyenburg, bewoners, scholen en maatschappelijke organisaties in de wijk actief te betrekken bij de verkenning conform de participatie-uitgangspunten uit het beleidsplan en de raad uiterlijk in Q2 2026 te informeren over de uitkomsten. En gaat over tot de orde van de dag. Dank, voorzitter. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Van Wijk. De voorzitter.
Door de mevrouw Van Wijk wordt de volgende motie (O.1 D66) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie O.1 D66 Een bibliotheek voor Rustenburg-Oostbroek en Leyenburg De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheek Den Haag 2026–2029 (RIS 323594) Constaterende dat: ▪ in het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheek Den Haag 2026–2029 – De plek van iedereen! (RIS323594) is vastgelegd dat wordt gestreefd naar een laagdrempelige, wijkgerichte bibliotheek en dat er altijd een bibliotheekvestiging dichtbij is, met als uitgangspunt één bibliotheekvestiging per circa 28.000 inwoners, waar mensen kunnen leren, ontdekken en geïnspireerd worden; ▪ in de Update Visie op Wijkbibliotheken in Den Haag- Altijd een bibliotheek in de buurt (RIS321595) Rustenburg-Oostbroek en Leyenburg zijn aangemerkt als witte vlek, oftewel een gebied waar de afstand tot een volwaardige bibliotheek groter is dan wenselijk; ▪ zowel Rustenburg-Oostbroek als Leyenburg dichtbevolkte wijken zijn waar momenteel geen volwaardige bibliotheekvestiging aanwezig is binnen een redelijke afstand.
Overwegende dat: ▪ bibliotheken bijdragen aan leesvaardigheid, taalontwikkeling, digitale inclusie, ontmoeting en kansengelijkheid; ▪ wijkgerichte bibliotheken een belangrijke rol spelen in het versterken van sociale cohesie en het verkleinen van ongelijkheid; ▪ het ontbreken van een bibliotheek in Rustenburg-Oostbroek moeilijk te rijmen is met de ambitie dat er voor iedere inwoner een bibliotheek in de buurt is; ▪ bewoners van Rustenburg-Oostbroek en Leyenburg expliciet aandacht vragen voor een bibliotheek in hun wijk en zich hiervoor actief hebben georganiseerd, wat wijst op draagvlak en urgentie. Verzoekt het college: ▪ Rustenburg-Oostbroek en Leyenburg expliciet mee te nemen als aandachtsgebied bij de uitvoering van het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheek Den Haag 2026–2029; ▪ te verkennen welke vorm van bibliotheek, zoals een wijkbibliotheek, bibliotheekpunt of gedeelde voorziening in een maatschappelijk gebouw, passend is voor Rustenburg-Oostbroek en Leyenburg; 89
▪ ▪
bewoners, scholen en maatschappelijke organisaties in de wijken actief te betrekken bij deze verkenning, conform de participatie-uitgangspunten uit het beleidsplan; en de raad uiterlijk in Q2 2026 te informeren over de uitkomsten.
En gaat over tot de orde van de dag De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Mevrouw Holman namens de PvdA. Mevrouw Holman. Janneke Holman (PvdA). Dank, voorzitter. We wachten natuurlijk met smart op meer nieuws of het gaat lukken om ook in Den Haag een gratis basisabonnement aan te bieden aan alle inwoners. En dat nieuws komt als het goed is in maart. Dus daar kijken we naar uit. Nogmaals complimenten aan de medewerkers en de vrijwilligers van de bibliotheek in onze stad en ook voor dit Meerjarenbeleidsplan. Aanvullend daarop wees ik in de commissie op het succes van bibliotheken in Scandinavië en Duitsland waar je nog veel meer kunt lenen dan boeken. Denk aan hobbymateriaal, speelgoed en andere dingen die je misschien kort nodig hebt of even wilt proberen om iets nieuws te ontdekken maar te duur is om het direct zelf te kopen, wel zo duurzaam en circulair ook.
Ik snap dat dat niet morgen geregeld is maar om toch een klein stapje te zetten richting de toekomst heb ik de motie De bieb is meer dan boeken alleen met het dictum, verzoekt het college uitvraag te doen bij relevante organisaties en partners of er behoefte is dat de Bibliotheek Den Haag in samenwerking met andere organisaties in de stad in bepaalde vestigingen een breder aanbod aan spullen uit kan lenen aan inwoners die daar thuis geen beschikking over hebben, de uitkomsten hiervan terug te koppelen in een volgende reguliere voortgangsrapportage van de Bibliotheek Den Haag. En gaat over tot de orde van de dag. Mede ingediend namens mevrouw Butt van GroenLinks. De voorzitter. Hartelijk dank, mevrouw Holman. De voorzitter.
Door de mevrouw Holman daartoe gesteund door mevrouw Butt wordt de volgende motie (O.2 PvdA) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie O.2 PvdA De bieb is meer dan boeken alleen De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Meerjarenbeleidsplan 2026-2029 Bibliotheek Den Haag - De plek van iedereen! Constaterende dat: ▪ de bibliotheek de afgelopen jaren een steeds centralere rol heeft gekregen in de stad, niet alleen voor boeken maar ook voor dienstverlening; ▪ in Scandinavische landen de bibliotheek een plek is waar veel meer geleend kan worden dan alleen boeken, maar bijvoorbeeld ook muziekinstrumenten, speelgoed en hobbymateriaal, zodat iedereen laagdrempelig kan ontdekken wat hij of zij leuk vindt; ▪ andere organisaties Den Haag, zoals welzijnsorganisaties, stichtingen als de Haagse Hopjes of Leergeld Den Haag en (circulaire) uitleen-initiatieven vaak ook spullen beschikbaar stellen aan kinderen of volwassenen en de bieb hierbij aan zou kunnen haken; ▪ een dergelijke insteek ook bijdraagt aan doelstellingen rond circulaire economie en hergebruik. 90
Overwegende dat: ▪ de Bibliotheek Den Haag een breed gewaardeerde instelling is en er een brede politieke en maatschappelijke wens is om deze te versterken. Verzoekt het college: ▪ uitvraag te doen bij relevante organisaties en partners of er behoefte is dat de Bibliotheek Den Haag in samenwerking met andere organisaties in de stad in bepaalde vestigingen een breder aanbod aan spullen uit kan lenen aan inwoners die daar thuis geen beschikking over hebben. ▪ uitkomsten hiervan terug te koppelen in een volgende reguliere voortgangsrapportage van Bibliotheek Den Haag. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. De heer Bom namens Hart voor Den Haag en daarna heb ik de heer Partiman op het lijstje staan. Mijnheer Bom. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Excuus voorzitter, het hoofd zit soms ergens anders, dus ik was even het kaartje vergeten. Heel kort, ik heb eigenlijk geen motie ook. Het ging over het Informatiepunt Digitale Overheid, het IDO. Wij zijn er voorstander van om hulp te bieden, vooral voor mensen die digitaal niet al te vaardig zijn. Dus wij willen alleen maar vragen, is het nog zinvol, het zijn er nu vijftien, om te kijken of er behoefte is aan meer? Dat was de enige oproep. Dank u. De voorzitter. Hartelijk dank. De heer Partiman namens het CDA en daarna mevrouw Butt. We gaan er vlot doorheen.
Het woord aan de heer Partiman. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter, dank. De bibliotheek is de plek waar leesplezier en taalvaardigheid de basis vormen voor leren, ontmoeting en actief burgerschap. We zijn dan ook blij met het voorstel van het college maar missen daarbij nog de focus op de Nederlandse taal. Taal verbindt ons en het spreken van de Nederlandse taal is essentieel om mee te doen in de samenleving. Het is daarom belangrijk dat iedereen die in Den Haag woont de Nederlandse taal leert en daarmee uit de voeten kan. Een kind leert Nederlands niet alleen op school, maar vooral ook in de omgeving en bibliotheken spelen daar een belangrijke rol in. Meertaligheid kan een middel zijn om beter taalgebruik te hebben maar de Nederlandse taal moet altijd leidend zijn. Dat is het uitgangspunt en het kader en we vinden dat dat onvoldoende terugkomt in het voorstel van het college. Daarom een amendement op dit stuk. Amendement Maak de Nederlandse taal prioriteit, besluit het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheek Den Haag 2026-2029 - De plek van iedereen! te wijzigen door op pagina 10 onder gemeentelijk en landelijk beleid als basis het volgende toe te voegen, de Nederlandse taal is het uitgangspunt voor het beleid, dienstverlening en communicatie. Dit sluit aan bij de landelijke en gemeentelijke inzet op geletterdheid, zelfredzaamheid en participatie.
Meertaligheid is een accent op dit uitgangspunt. Tot zover, voorzitter. De voorzitter. Dank u wel, mijnheer Partiman. De voorzitter. Door de heer Partiman wordt het volgende amendement (O.A CDA) ingediend:
91
───────────────────────────────────────────────────────── Amendement O.A CDA Maak de Nederlandse taal prioriteit De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van het voorstel van het college inzake het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheek Den Haag 2026-2029 De plek van iedereen! (RIS323594) Besluit het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheek Den Haag 2026-2029 De plek van iedereen! te wijzigen door op pagina 10 onder Gemeentelijk en landelijk beleid als basis het volgende toe te voegen: De Nederlandse taal is het uitgangspunt voor het beleid, dienstverlening en communicatie. Dit sluit aan bij de landelijke en gemeentelijke inzet op geletterdheid, zelfredzaamheid en participatie. Meertaligheid is een accent op dit uitgangspunt (zie ook onder ‘Accenten’). Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Mevrouw Butt. Ik zie toch een interruptie van mevrouw Van Wijk? Inderdaad, het knopje indrukken en dan zie ik het meteen. Mevrouw Van Wijk, het woord is aan u. Demi van Wijk (D66). Dank, voorzitter. Wat mijn fractie niet zo goed begrijpt is wat dit amendement toevoegt aan de wettelijke verplichting die de bieb al heeft. Die wettelijke verplichting is om de Nederlandse taal te bevorderen, dat staat gewoon in de wet. Dus ik snap niet zo goed wat dit amendement dan toevoegt. De voorzitter. Mijnheer Partiman.
Kavish Partiman (CDA). Voorzitter dat het wetgeving is, is één maar dit is beleid dat op een gegeven moment ook wel bedoeld is om kaders te stellen voor wat we doen in die bibliotheken. Dat meertaligheid gestimuleerd wordt, dat vinden we prima maar die Nederlandse taal moet altijd leidend zijn. Dat vinden we ook gewoon belangrijk dat het verankerd is in dit stuk, dus vandaar dat we het gewoon erin willen hebben. De voorzitter. Mevrouw Van Wijk. Demi van Wijk (D66). Dank, voorzitter. Maar het CDA doet nu net of die meertaligheid en het leren van de Nederlandse taal losstaan van elkaar terwijl onderzoek laat zien dat het elkaar juist helpt. En volgens mij wil het CDA net als D66 dat deze mensen zo snel mogelijk de taal leren. Dus ik snap niet zo goed waarom het CDA dat onderscheid maakt. Kunt u dat toelichten? De voorzitter. Mijnheer Partiman. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter, volgens mij zijn we dingen door elkaar aan het halen nu. Je hebt die meertaligheid, je hebt mensen die meerdere talen spreken of van huis uit een andere taal spreken en de Nederlandse taal niet machtig zijn. Daar zeggen we van, we willen daar ook gewoon in andere talen communiceren, prima, als we dat willen doen. Maar tegelijkertijd wonen we in Nederland, de Nederlandse taal is en blijft hier altijd leidend en dat moet ook gewoon terugkomen in dit stuk. De voorzitter. Mevrouw Van Wijk voor de derde maal.
92
Demi van Wijk (D66). Dank, voorzitter. Nogmaals die meertaligheid, dat blijkt uit onderzoek, helpt bij het leren van de Nederlandse taal. Dus ik snap nog steeds niet zo goed waarom dit onderscheid wordt gemaakt. De voorzitter. Mijnheer Partiman. Kavish Partiman (CDA). Voorzitter, maar dat is toch precies waar de schoen dan wringt. We gaan die meertaligheid benoemen omdat we het belangrijk vinden dat mensen middels meertaligheid blijkbaar de Nederlandse taal beter gaan leren maar we benoemen de Nederlandse taal helemaal niet erin. Dat is precies ons punt. Die Nederlandse taal, die is leidend, dat moet erin terugkomen. En dat meertaligheid daarin bijdraagt, dat is fijn, dat is goed. Want we willen hebben dat mensen met elkaar kunnen communiceren in de Nederlandse taal hier in deze stad. De voorzitter. Hartelijk dank, mijnheer Partiman. Mevrouw Butt namens GroenLinks is de volgende spreker en daarna heb ik mevrouw Faïd nog op het lijstje. Het woord is aan mevrouw Butt. Hera Butt (GroenLinks). Dank, voorzitter. Voorzitter, ook vanuit mijn fractie de complimenten aan het college en aan alle mensen die aan het plan hebben meegewerkt. Het Meerjarenbeleidsplan voor de komende jaren voor de Bibliotheek Den Haag ziet er goed uit, veel ambitie zit erin ook. Wat mijn fractie opviel is het volgende, er is geparticipeerd, er zit ook een participatieverslag bij, heel goed.
Mijn fractie ziet ook dat het Meerjarenbeleidsplan voor een heel groot deel gericht is op kinderen en jongeren maar de betrokkenheid van kinderen en jongeren vond mijn fractie nog hier en daar wat aandacht behoeven. We zien dat jongeren zijn benaderd voor bijvoorbeeld de nieuwe bibliotheek aan het Wateringse Veld, heel goed, maar ook voor de verbouwingen in Laak en Mariahoeve. Mijn fractie is van mening dat het belangrijk is dat we kinderen en jongeren stadsbreed betrekken bij beleidsvorming, implementatie en evaluatie van beleid. Vandaar ook het volgende, ik heb een motie met het volgende verzoek. In de uitvoering en voortgangsrapportages van het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheek Den Haag expliciet kinderen en jongeren uit zoveel mogelijk wijken te betrekken en de betrokkenheid van kinderen en jongeren ook te vermelden in de stukken die nog volgen over het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheken. Medeondertekend door de Partij van de Arbeid, Janneke Holman. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Butt. De voorzitter.
Door de mevrouw Butt wordt de volgende motie (O.3 GL) ingediend: ───────────────────────────────────────────────────────── Motie O.3 GL Geef kinderen en jongeren een stem voor de Bieb De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Meerjarenbeleidsplan 2026-2029 Bibliotheek Den Haag - De plek van iedereen! (RIS323594) Overwegende dat: ▪ een groot deel van het ‘Meerjarenbeleidsplan 2026-2029 Bibliotheek Den Haag - De plek van iedereen! (RIS323594)’ (hierna: Meerjarenbeleidsplan Bibliotheken) zich toespitst op kinderen en jongeren. Constaterende dat: 93
▪ ▪
kinderen en jongeren niet worden genoemd in het Participatieverslag bij het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheken; er wel participatietrajecten met kinderen en jongeren hebben plaatsgevonden voor de nieuwe bibliotheek Wateringse Veld en voor de verbouwing van de bibliotheken Laakkwartier en Mariahoeve (RIS324429). De input hiervan is gebruikt voor het Meerjarenbeleidsplan.
Van mening dat: ▪ kinderen en jongeren een integrale plek moeten krijgen in het Haagse gemeentebeleid, zeker voor thema’s zoals bibliotheken die kinderen en jongeren direct raken, van begin tot eind: bij beleidsvorming, implementatie én de evaluatie van beleid; ▪ kinderen en jongeren uit de hele stad betrokken moeten worden. Verzoekt het college: ▪ in de uitvoering en voortgangsrapportages van het Meerjarenbeleidsplan 2026-2029 Bibliotheek Den Haag expliciet kinderen en jongeren uit zo veel mogelijk wijken te betrekken; ▪ de betrokkenheid van kinderen en jongeren ook te vermelden in de stukken die nog volgen over het Meerjarenbeleidsplan Bibliotheken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Dan gaan we als laatste spreker aan de zijde van de raad naar mevrouw Faïd van de HSP. Het woord is aan u. Fatima Faïd (HSP). Dank u wel, voorzitter. De Haagse Stadspartij is het met het college eens dat bibliotheken van grote waarde zijn voor onze stad. Complimenten aan het college voor het breed betrekken van Hagenaars bij de totstandkoming van dit meerjarenprogramma en voor de vele activiteiten die worden georganiseerd, met name rondom maatschappelijke thema's. We zijn daarnaast positief over de uitbreiding van het aantal studieplekken in de bibliotheek, deze worden goed gebruikt.
In combinatie met de gratis huiswerkbegeleiding zorgen zij ervoor dat er voor alle leerlingen een toegankelijke en passende leerplek beschikbaar is. Dat is van groot belang voor de kansengelijkheid in het onderwijs. Hetzelfde geldt voor het afschaffen van het oude boetesysteem. Het ontbreken van financiële middelen om een boete te betalen leidt nu langer tot uitsluiting van toegang tot boeken en kennis. Wat we echter nog missen is de mogelijkheid voor leerlingen met een Ooievaarspas om gratis te kunnen printen. Ook dit is essentieel om gelijke kansen te bieden, denken wij, bijvoorbeeld bij het inleveren van een werkstuk of een scriptie. Daarom dienen we de motie in Gratis printen in de bibliotheken voor Ooievaarspashouders, verzoekt het college te onderzoeken hoe het voor houders van de Ooievaarspas mogelijk kan worden gemaakt om gratis of voor een vastgesteld basisquotum te printen in de gemeentelijke bibliotheken, de raad hierover te informeren en waar mogelijk dit op te nemen in de verdere uitwerking van het Meerjarenprogramma Bibliotheken. En gaat over tot de orde van de dag. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter. Dank u wel, mevrouw Faïd. Zou u deze motie zo snel mogelijk ook naar de griffie willen sturen? Want we hebben hem niet in de stukken zitten. Heel graag. Als u het nog even wilt nakijken, heel graag. Dan gaan we zorgen dat het netjes in orde komt. Hartelijk dank.
De voorzitter. Door de mevrouw Faïd wordt de volgende motie (O.6 HSP) ingediend: 94
───────────────────────────────────────────────────────── Motie O.6 HSP Gratis printen in bibliotheken voor Ooievaarspashouders De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 29 januari 2026, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Meerjarenbeleidsplan 2026-2029 Bibliotheek Den Haag - De plek van iedereen! (RIS323594) Constaterende dat: ▪ bibliotheken een belangrijke rol spelen in het bevorderen van kansengelijkheid, educatie en toegankelijkheid van kennis; ▪ de gemeente inzet op toegankelijke studieplekken en gratis huiswerkbegeleiding in bibliotheken; ▪ het afschaffen van het boetesysteem heeft bijgedragen aan het voorkomen van uitsluiting op basis van financiële middelen. Overwegende dat: ▪ leerlingen en studenten regelmatig gebruik moeten maken van printvoorzieningen voor het inleveren van werkstukken, opdrachten en scripties; ▪ het ontbreken van financiële middelen ook hier kan leiden tot ongelijkheid in het onderwijs; ▪ de Ooievaarspas bedoeld is om Hagenaars met een laag inkomen volwaardig te laten deelnemen aan maatschappelijke en educatieve voorzieningen.
Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken hoe het voor houders van de Ooievaarspas mogelijk kan worden gemaakt om gratis (of een vastgesteld basisquotum) te printen in de gemeentelijke bibliotheken; ▪ de raad hierover te informeren en, waar mogelijk, dit op te nemen in de verdere uitwerking van het Meerjarenprogramma Bibliotheken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslagingen. De voorzitter. Dan wil ik graag het woord geven aan de wethouder, wethouder Verschuure, voor de beantwoording van de vragen en de appreciaties op de ingediende moties. Wethouder Verschuure (D66). Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan alle raadsleden voor alle vragen en de complimenten die ik een-op-een natuurlijk graag doorgeef naar de mensen van de bibliotheek. Voorzitter, er is maar één vraag gesteld en een aantal moties. Ik begin met de vraag van de heer Bom. We hebben het eerder ook in de commissie gehad over de digitale informatiepunten. Dank voor de steun, ze doen goed werk. We hebben er nu vijftien en u vraagt kan het nog meer. Wij denken dat we op dit moment een heel eind gecoverd zijn hiermee met onze vestigingen. Want er zijn zeventien bibliotheken, dus we hebben er een hoop. Wij denken dat we het daarmee hebben gecoverd. Het gaat best goed met die informatiepunten.
Meer kan altijd, maar dan komen er ook middelen bij kijken en die heb ik op dit moment niet. Maar bedankt voor de ondersteuning daarin. Voorzitter, dan kom ik bij de moties die zijn ingediend. Ik begin gewoon bij volgorde van indiening. De heer Uduba vroeg over de studieplekken. Die motie wil ik graag aan de raad laten. Het college herkent de wens voor de behoefte van de studieplekken. We hebben er inmiddels ongeveer duizend in al onze vestigingen bij elkaar opgeteld. In tijden van examens et cetera, dan zit iedereen 95
zelfs op trappen en noem maar op. Dan weten de Haagse jongeren van de universiteiten, de hogescholen en de mbo’s de bibliotheek goed te vinden. Wij gaan natuurlijk graag op zoek naar meer plekken en dat doen we ook steeds bij nieuwe vestigingen, zien wat wel kan, en ik zal daarover rapporteren in onze voortgangsrapportages. Dan vroeg u ook over de zondagsopenstellingen, iets waarvan ik ook zelf eigenlijk best een hele grote voorstander ben en dus in die zin bijna zoiets zou hebben van ik wil het heel graag en ik zou het bijna willen overnemen. Alleen, ik zit een beetje vast qua financiële middelen en als je dan een onderzoek gaat doen dan creëer je ook allerlei verwachtingen en dan kom je ook in een bredere discussie. Want waar zou je die middelen dan voor willen inzetten? Als je ze dan hebt, wil je dan eerder de blinde vlekken die er nog zijn uit eerdere onderzoeken realiseren, of wil je misschien in de avonduren langer open? Dus ik wil eigenlijk geen verwachtingen wekken. Dus daarom denk ik dat het nu niet handig is om deze motie uit te gaan voeren. Dus ik ontraad hem. De voorzitter. Een interruptie van de heer Uduba. Anthony Uduba (VVD). Dank, voorzitter. Maar voorzitter, maar dat is toch helemaal niet de kern van deze motie. Deze motie vraagt om te gaan onderzoeken hoe het wel kan en hoe je met wijkpartners de zondag kan openstellen.
Dat is wat de motie vraagt en niet per se om extra geld hieraan toe te wijden. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter dat begrijp ik, alleen als ik in de wijken ga vragen zou u willen dat de bibliotheek op zondag open was, dan weet ik het antwoord. En op het moment dat ik die vraag stel, dan creëer ik ook een verwachting. Want dan denken mensen als ze ja zeggen, dat je dan ook gaat streven dat ze opengaan. Op dit moment heb ik dat geld niet, dus ik wil geen valse verwachting wekken. Daarom zeg ik, volgens mij moet je eerst bepalen of je heel veel middelen meer wil en dan kun je gaan kijken of het inderdaad ook kan. En dan geef ik u toch ook aan dat de middelen daarvoor zo beperkt zijn dat er dan eerst ook nog andere vragen beantwoord moeten worden. De voorzitter. Mijnheer Uduba. Anthony Uduba (VVD). Dank, voorzitter. Voorzitter, de bedoeling is om met zo min mogelijk middelen deze mogelijkheid om open te stellen op de zondag. Dat kun je doen door samen te werken met de wijkpartners. Bijvoorbeeld bij de leeszaal in Rotterdam, daar doen ze dit al. Met wijkpartners wordt de bibliotheek volledig gedraaid zonder middelen van de gemeente. Dus het kan wel. De voorzitter. Mijnheer Verschuure. Wethouder Verschuure (D66). Ik zou bijna nu zeggen, en nu aan de slag.
Maar voorzitter, toch zou ik u erop willen wijzen, ik heb u in de commissie ook de middelen aangegeven die nodig zijn om zondagsopenstellingen mogelijk te maken en allemaal dat soort zaken. Daar heb ik echt de financiële middelen niet voor en het kan niet zoals u zegt met alleen maar inzet van vrijwilligers, want daar draait de hele exploitatie van de bibliotheek natuurlijk niet op. Voorzitter, met uw goedvinden ga ik verder. De voorzitter. Nee, toch nog een interruptie. Ik vind het op zich goed, maar mevrouw Van Wijk heeft nog een interruptie. Demi van Wijk (D66). Dank, voorzitter. Met deze interpretatie van de fractie van de VVD, kan de wethouder echt niet nog een haakje vinden om toch eens te kijken of we dit kunnen onderzoeken met al die partners en dan tegen een zo laag mogelijk tarief? Wij zouden dat best interessant vinden. 96
De voorzitter. De wethouder. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, ik ook. Alleen ik vind wel dat je reëel moet zijn. Als je een onderzoek doet, dan moet je ook een perspectief hebben dat je het kunt realiseren. Ik heb u net gezegd, ik wil geen valse verwachtingen in de stad wekken en daardoor denk ik dat een onderzoek geen zin heeft op dit moment. Voorzitter, met uw goedvinden ga ik verder. Dan kom ik bij de motie van D66 over een bibliotheek voor Rustenburg-Oostbroek en Leyenburg. Voorzitter, in de commissie hebben we het er ook over gehad dat we natuurlijk op dit moment in de stad nog een aantal witte vlekken hebben waarvan wij als college graag een bibliotheek zouden willen hebben. Dit is een van de plekken die bij ons in beeld is. Ook hiervoor geldt dat we de middelen op dit moment niet hebben, maar we wel hier over de witte vlekken steeds in gesprek zijn met de stad om dat te onderzoeken. Deze hebben wij steeds in beeld en onderzoeken we steeds op het moment dat we de boel updaten. In die zin kan ik deze motie dan wel aan de raad laten. Voorzitter, dan kom ik bij de motie De bieb is meer dan boeken alleen. Die vraagt om de samenwerking aan te gaan en te zien of wij overige middelen kunnen aanbieden. Dat vind ik een sympathieke motie en ik kan die ook aan de raad laten. Voorzitter, ik doe eerst de moties en dan kom ik bij de motie van … De voorzitter.
Een interruptie nog van de heer Uduba. Anthony Uduba (VVD). Voorzitter, wederom een onderzoeksmotie. Waarom hier wel en bij mij niet? Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, net wat ik eigenlijk al zei, die witte vlekken is iets wat wij steeds zien en brengen we in kaart om te zien of dat lukt. We weten ook welke middelen daarvoor nodig zijn om een extra vestiging te openen. Daar hebben we geen aanvullend onderzoek voor nodig, anders dan dat we dat steeds in peil houden. Op het moment dat we daar middelen voor hebben en die zouden kunnen realiseren dan gaan we in deze wijk in gesprek over waar die zou kunnen komen en dat onderzoek doe je dan op dat moment. Als het gaat over de zondagsopenstellingen, dan heb ik u ook al gezegd daar hoeven we niet een ander onderzoek naar te doen, want dan zou ik verwachtingen wekken die ik niet kan waarmaken. Want ik weet het antwoord daar eigenlijk ook al op. De voorzitter. Een interruptie van de heer Uduba. Mijnheer Uduba. Anthony Uduba (VVD). Dank, voorzitter. Ik heb het namelijk over een andere motie, De bieb is meer dan een boek lezen. Dat is ook een onderzoekmotie en dat kunt u ook niet beloven, maar u gaat het wel onderzoeken terwijl u bij ons zegt, nee. Dus hoe zit dat? De voorzitter. De wethouder. Wethouder Verschuure (D66).
Voorzitter, De bieb is meer dan een boek alleen gaat erover dat je met partners in gesprek bent om te kijken welke middelen je kunt aanbieden. Wat u net vroeg over de zondagsopenstelling is of ik met andere partners die dat dan eventueel in vrijwilligheid zouden willen overnemen en dat soort dingen, dat is een heel ander exploitatiemodel. Daar zou ik niets voor voelen, nogmaals. Op het moment dat je een zondagsopening doet, dan staat daar gewoon betaald personeel in. Dat is iets anders. Zo heb ik hem geïnterpreteerd in ieder geval. En als het gaat over het onderzoek om met andere partners samen willen werken, bijvoorbeeld door het aanbieden van een 97
muziekinstrument of dat soort dingen denk ik, zo moet ik dat zien qua middelen. Dat is iets wat je wel kunt doen met Stichting Leergeld en dat soort zaken zou je samenwerkingen kunnen proberen te organiseren. Voorzitter, dan ga ik verder met … De voorzitter. Een interruptie nog van mevrouw Butt. Hera Butt (GroenLinks). Dank, voorzitter. Voorzitter, voor mijn fractie is eigenlijk de VVD-motie over de verkenning voor de zondagsopening eigenlijk ook wel interessant, in ieder geval voor de verkenning. Mijn fractie leest hier eigenlijk niet in dat de VVD aangeeft dat dit moet gebeuren met vrijwilligers. Zo leest mijn fractie het niet en in die zin zou mijn fractie het ook willen steunen. De voorzitter. De wethouder. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, volgens mij is dat meer een stemverklaring dan dat u een vraag stelt. Ik heb u aangegeven waarom wij op dit moment denken dat een extra onderzoek voor zondagsopenstelling, dat is overigens een vraag die volgens mij regelmatig is teruggekomen en ook gesteld is aan mijn voorganger, wij op dit moment niet reëel achten omdat als je dat doet, je ook verwachtingen wekt dat je het gaat doen. Op dit moment zien wij daar geen mogelijkheden toe omdat daar de financiële middelen voor ontbreken. Toen zei hij volgens mij, maar dan ga ik het debat herhalen, over de inzet met vrijwilligers, et cetera.
Volgens mij moet je voor een zondagsopenstelling ook gewoon je reguliere personeel inzetten. De voorzitter. Mevrouw Butt. Hera Butt (GroenLinks). Voorzitter, het verzoek in de motie gaat over een verkenning en op welke wijze de zondagsopening mogelijk is en haalbaar is. Vervolgens staat er om die verkenning te doen samen met de Bibliotheek Den Haag en relevante wijkpartners. Wat de wethouder nu aangeeft is iets heel anders. De motie vraagt ook niet om nu direct geld te besteden maar om de verkenning en om in ieder geval in kaart te brengen hoe dit eventueel wenselijk is en mogelijk is. Dat zou het college toch kunnen doen? Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, volgens mij heb ik nu vier of vijf keer deze vraag proberen te beantwoorden. Ik heb u aangegeven, wij kunnen de vraag stellen in de wijken overal en zeggen, wilt u graag dat op zondag de bibliotheek open is? Dan weet ik ook welk antwoord u krijgt. Dat zouden we heel graag willen. Vervolgens heb ik daar geen geld voor, maar heb ik wel de verwachting gecreëerd dat we op zondag de bibliotheek open zouden kunnen doen. Ik weet niet wat voor onderzoek ik dan extra daarin zou moeten doen, anders dan dat ik … Ik weet het antwoord hierop al en ik heb de middelen gewoon niet. Dat is mijn antwoord, voorzitter. De voorzitter. Mevrouw Butt, ik denk dat u het hiermee moet doen maar u mag nog een derde poging wagen.
Hera Butt (GroenLinks). Dank, voorzitter. Dank ook aan het college voor de beantwoording. Mijn fractie vindt het nog wel weinig bevredigend als het antwoord is, we gaan dit niet onderzoeken want we weten al dat we het geld niet hebben, dus we willen geen verwachtingen wekken. Dat vindt mijn fractie wel wat mager. Dat zou op heel veel beleidsterreinen dan moeten gelden en heel veel onderzoeksmoties van deze raad. Dus voor mijn fractie is het nog onduidelijk waarom dit niet kan.
98
De voorzitter. De wethouder. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, ik heb gezegd wat ik heb gezegd. De voorzitter. U vervolgt uw betoog. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, dan kom ik op de motie van mevrouw Butt over geef kinderen en jongeren een stem in de bieb, over participatie. Het lijkt mij goed om dit te doen, vaker kinderen te betrekken als we dat doen. Overigens zijn we vaak al in gesprek met kinderen rondom, hoe wil je de inrichting hebben, wat voor boeken zouden er in de collectie moeten, et cetera. Met een chic woord een community library proberen we op die manier in te zetten. Bij het meerjarenplan zijn direct of indirect zo’n vierhonderd kinderen en jongeren betrokken om dit op te stellen. Maar we zullen dit ook dit verder gaan doen en hierover rapporteren. Dus wat mij betreft oordeel aan de raad, voorzitter. Dan heb ik volgens mij de motie van mevrouw Faïd wel in een eerdere vorm, maar ik weet niet zeker of ik de laatste versie heb. Dan check ik hem heel even, volgens mij moet dit hem zijn. Voorzitter, we zijn bezig om te kijken naar de verschillende abonnementenstructuren en daar komen we, dat heb ik u eerder ook al toegezegd, binnenkort op terug. Een van de onderdelen daarvan is hoe we omgaan met gratis abonnementen en een van die varianten gaat over gratis printen en de Ooievaarspas.
Ik zou u of willen vragen om deze motie nog even aan te houden, dan wel moet ik hem ontraden want ik zou even dat gesprek met u willen afwachten. De voorzitter. Mevrouw Faïd wil daar nog even wat op zeggen. Mevrouw Faïd. Fatima Faïd (HSP). Dank u wel, voorzitter. Bedankt wethouder, wat komt dat toch weer mooi uit, dat we gewoon met zijn allen weer op één lijn zitten. Ik hou mijn motie even aan, want ik wil het dan toch nog wel even echt zien. Dank u wel. De voorzitter. O.6 is daarmee aangehouden. De wethouder vervolgt zijn betoog. Wethouder Verschuure (D66). Voorzitter, dan rest mij één amendement, ingediend door de heer Partiman van het CDA. U verwacht eigenlijk een toevoeging bij onze basis voor de wet- en regelgeving. Zoals dat geformuleerd is denk ik dat we dat kunnen doen. In de commissie ging het eerder al over het als accent opnemen. Toen heb ik gezegd het is een soort basis waarop de bibliotheek al haar werk doet, want het is een wettelijke taak om Nederlands te bevorderen. Zoals u het nu hierin opneemt denk ik dat u dat onderstreept en dan kunnen we het oordeel raad laten, voorzitter. De voorzitter. Dank u wel. Ik kijk even rond of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Dan gaan we aan het einde van de avond stemmen over de ingediende moties en het voorstel. De beraadslagingen worden gesloten. Voorzitter: de heer Sluijs
99
───────────────────────────────────────────────────────── Aan de orde is: P. Voorstel van het college inzake Netwerkstrategie 2040: voor een leefbaar en bereikbaar Den Haag (RIS322420) De beraadslagingen worden geopend. De plaatsvervangend voorzitter. Dames en heren, aan de orde is agendapunt P, uitvoerig want ik heb heel veel voorstellen gezien. Voorstel Netwerkstrategie 2040: voor een leefbaar en bereikbaar Den Haag. Eerste termijn raad en hij staat al klaar, de heer Mekers van D66 en daarna de heer De Vuyst die tot nu toe aldoor als eerste begon. Mijnheer Mekers. Peter Mekers (D66). Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, hoe wij ons door de stad bewegen is niet alleen een praktisch vraagstuk, voor D66 begint goede mobiliteit bij onze sociaalliberale waarden. Mensen moeten zich vrij kunnen bewegen, elkaar kunnen ontmoeten en volwaardig mee kunnen doen in de stad. Vrijheid vraagt om leefbaarheid en keuzevrijheden en dus om een mobiliteitsnetwerk dat ruimte geeft aan lopen, fietsen en het openbaar vervoer. De Netwerkstrategie 2040 is daarvoor een onmisbare bouwsteen, ook voor toekomstige omgevingsplannen en gebiedsontwikkelingen. Ik wil het college en ook alle ambtenaren bedanken voor het voorliggende stuk en de ambtelijke organisatie natuurlijk voor het vele werk wat daarin zit. En ik wil danken wat de stad heeft ingebracht.
Bewoners, organisaties, in het bijzonder ook de Fietsersbond en werkgevers roepen extra op om deze strategie aan te nemen. Deze is belangrijk, die oproep is helder. Versterk de duurzame mobiliteiten en zorg voor veiligheid en houd Den Haag bereikbaar. Voorzitter, dit is een heel mooi begin. De strategie zet stappen, maar kan wat ons betreft nog wat ambitieuzer. En hier zullen we ons dan voor blijven inzetten. Om te beginnen kan die voorliggende strategie op drie punten sterker en concreter. Daarom dien ik ook drie moties in. De eerste motie heet 30 strookt wel en die dien ik in samen met de heer De Vuyst van GroenLinks en mevrouw Holman van de PvdA. Met het dictum, verzoekt het college om op alle wegen of wegdelen waar fietsstroken zijn aangebracht een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur vast te stellen, deze snelheidsverlaging zo snel mogelijk in te laten gaan en aanvullende aanpassingen aan de weginrichting daarna in te plannen. De tweede motie heet Fietsers ruimte geven, die wordt wederom ingediend samen met de heer De Vuyst van GroenLinks en mevrouw Holman van de PvdA en die verzoekt het college met participatie van de Fietsersbond en bewoners en andere relevante partijen de genoemde en andere knelpunten in kaart te brengen.
Dat gaat onder andere om de Laan van NOI, de Van Alkemadelaan, de Prinsegracht en andere hoofdfietsroutes en de raad voor het eind van het jaar een overzicht te verstrekken met de mogelijke oplossingen en maatregelen om die knelpunten binnen afzienbare tijd op te lossen en daarbij informatie te verstrekken over opties, alternatieven, effecten, kosten en relevante aspecten. Dat gaat dan om drukke fietspaden die eigenlijk te smal zijn. De derde motie die ik wil indienen heet Sterfietsroutenetwerk en die verzoekt het college om een plan uit te werken voor betere bewegwijzering van de sterfietsroutenetwerken, bijvoorbeeld door middel van markeringen om de lantaarnpalen zoals ze in de gemeente Houten hebben gedaan en dit plan voor het eind van 2026 met opties en een kostenoverzicht aan de raad voor te leggen. Ook deze wordt ingediend samen met de heer De Vuyst van GroenLinks en mevrouw Holman van de PvdA.
100