RIS325164 Bijlage ruimtelijke onderbouwing Obrechtstraat
Tekst van het document
Pagina 50 van 54
Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn
Afbeelding 18: Oppervlakte verharding toekomstige situatie
Klimaatadaptatie Het plan voorziet in een groen dak en het terrein rondom de nieuwe woningen wordt groen ingepast. Het aantal m2 aan verharding neemt in de toekomstige situatie af t.o.v. de bestaande situatie, waardoor de omgeving ontsteend wordt en dit heeft een gunstige werking op hittestress. Het plan levert daarmee een bescheiden bijdrage aan het klimaatrobuster maken van de stad Den Haag, Conclusie Bij verdere uitwerking zal rekening worden gehouden met de eisen vanuit het Hoogheemraadschap Delfland. Vooralsnog worden er geen belemmering verwacht.
Pagina 51 van 54
Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn
4.11 M.E.R. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, moet daarom een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3.
de kenmerken van de potentiële effecten. Doorwerking planinitiatief Het bouwplan kan niet worden geschaard onder 11.2 van de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' De ontwikkeling van 5 woningen is te kleinschalig. Het betreft een plan waarop het Besluit m.e.r. niet van toepassing is. Er is daarom geen (vormvrij) m.e.r. besluit nodig van het bevoegd gezag. Aanvullend wordt opgemerkt dat uit de voorgaande paragrafen blijkt dat het plan geen negatieve milieueffecten met zich meebrengt.
Pagina 52 van 54
Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn
5. Procedurele aspecten 5.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Het door initiatiefnemer voorgestelde plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Op grond van art. 2.12, lid 1 onder a, sub 3, van de Wabo kan via een omgevingsvergunning afgeweken worden van het vigerende ruimtelijke plan. De afwijking dient voorzien te worden van een goede ruimtelijke onderbouwing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing vormt de argumentatie waarom het door initiatiefnemer voorgestelde plan kan voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. 5.2 Participatie Er heeft in de afgelopen jaren participatie plaatsgevonden voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning van het voorliggende plan. De eerste participatiebijeenkomst werd op 26 juni 2019 gehouden voor omwonenden. Vervolgens zijn er nog diverse bijeenkomsten georganiseerd waarbij ook een afvaardiging van de gemeente aanwezig was. Gedurende de bijeenkomsten zijn er aandachtspunten meegegeven voor de ontwikkeling vanuit de omgeving. De initiatiefnemer heeft waar mogelijk de aandachtspunten meegenomen in de uitwerking van de plannen. In bijlage van deze onderbouwing is het participatieverslag opgenomen en kan worden teruggelezen hoe de participatie heeft plaatsgevonden en wat de belangrijkste aandachtspunten zijn vanuit de omgeving.
5.3 Zienswijzen De zienswijzenprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is op de onderhavige omgevingsvergunning(procedure) van toepassing. De ontwerp omgevingsvergunning(en) wordt samen met de ruimtelijke onderbouwing voor een periode van 6 weken ter visie gelegd. Tijdens deze periode kan éénieder een zienswijze indienen. Er heeft echter ook participatie plaatsgevonden voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning over het voorliggende plan. De eerste participatiebijeenkomst werd op 26 juni 2019 gehouden voor omwonenden. Door omwonenden zijn gedurende deze bijeenkomst concrete aanpassingsvoorstellen van het plan weergegeven.
6. Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Daarnaast is tevens de Grondexploitatiewet van toepassing als een plan voorziet in het juridisch-planologisch faciliteren van bouwplannen, zoals bepaald in het Bro. Onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van een bouwplan, zoals opgenomen in het Bro. Dit betekent dat er voor dit plan ook een exploitatieplan vastgesteld moet worden. Echter kan op basis van artikel 6.12 lid 2 van de Wro ook door de gemeenteraad besloten worden om geen exploitatieplan vast te stellen, indien: • het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; • het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; • het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. De kosten van voorgenomen initiatief zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Initiatiefnemer is reeds eigenaar van de gronden. Het gemeentelijk kostenverhaal is anderszins verzekerd middels een anterieure overeenkomst. Op basis van het voorgaande kan gesteld worden dat het uitwerkingsplan economisch uitvoerbaar is.
Pagina 53 van 54
Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn
Bijlage Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3.1: Bijlage 3.2: Bijlage 3.3: Bijlage 4: Bijlage 5:
Bomen effect analyse Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Projectberekening realisatiefase (uitdraai Aerius) Projectberekening gebruiksfase (uitdraai Aerius) Aerius rapportage ecologische quickscan Akoestisch onderzoek
Pagina 54 van 54