CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325164 Bijlage ruimtelijke onderbouwing Obrechtstraat

Algemene Raadscommissie 10 juni 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Tweeminutendebat inzake Commissiebrief inzake Nadere informatie omgevingsvergunning Obrechtstraat 106A, 106B, 106C en 106G17.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

T 085 401 05 67 E info@lodewijckgroep.nl W www.lodewijckgroep.nl

Hof van Boedijn

Ruimtelijke Onderbouwing

Hof van Boedijn Extreme Events Versie: Definitief (d.d. 29 augustus 2025)

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

Inhoudsopgave 1

Inleiding ........................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding .................................................................................................................... 4

1.2

Begrenzing projectgebied ............................................................................................... 4

1.3

Vigerend Bestemmingsplan ............................................................................................ 5

1.3.1

Bestemmingsplan Duinoord ........................................................................................ 5

1.3.2

Paraplubestemmingsplan (fiets)parkeren ...................................................................... 5

1.3.3

conclusie .................................................................................................................. 5

2

Planbeschrijving ............................................................................................................... 6 2.1

Algemeen ..................................................................................................................... 6

2.2

Stedenbouw ................................................................................................................. 6

2.3

Verkeer en parkeren ...................................................................................................... 8

2.3.1

Verkeersgeneratie ..................................................................................................... 8

2.3.2

Parkeren .................................................................................................................. 8

2.3.3

Ontsluiting ............................................................................................................... 11

3

Beleidskaders ................................................................................................................. 12 3.1

Rijksbeleid................................................................................................................... 12

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .................................................................................... 12 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) .................................................... 13

3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ............................................................................... 14

3.2

Provinciaal Beleid ......................................................................................................... 15

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland ..................................................................................... 15

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid Holland ........................................................................... 16

3.3

Regionaal Beleid .......................................................................................................... 18

3.3.1

Regionale woonvisie.................................................................................................. 18

3.3.2

Beleid Hoogheemraadschap van Delfland ..................................................................... 19

3.4

Gemeentelijk Beleid ...................................................................................................... 20

3.4.1

Wereldstad aan de Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 ................................................. 20

3.4.2

Agenda Ruimte voor de Stad ...................................................................................... 21

3.4.3

Nota Stadsnatuur ..................................................................................................... 22

3.4.4

Bomen .................................................................................................................... 24

3.4.5

Natuur Inclusief Bouwen ............................................................................................ 25

3.4.6. Woonvisie Den Haag 2017-2030 .................................................................................... 26 3.4.7 Woonagenda 2020-2023 ................................................................................................... 28 4

Milieuaspecten ................................................................................................................ 29 4.1

Bodem ........................................................................................................................ 29

Pagina 2 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

4.2

Archeologie ................................................................................................................. 34

4.3

Flora & fauna ............................................................................................................... 35

4.4

Stikstofdepositie .......................................................................................................... 37

4.5

Geluid ......................................................................................................................... 38

4.6

Luchtkwaliteit .............................................................................................................. 39

4.7

Bedrijven en milieuzonering........................................................................................... 42

4.8

Kabels en leidingen ...................................................................................................... 44

4.9

Externe veiligheid......................................................................................................... 45

4.10

Waterhuishouding ........................................................................................................ 47

4.10.1

Nationaal Waterprogramma ....................................................................................... 47

4.10.2

Hoogheemraadschap van Delfland .............................................................................. 48

4.10.3

Gemeentelijk rioleringsplan ........................................................................................ 48

4.11 M.E.R. ............................................................................................................................. 52 5.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ................................................................. 53 Bijlage ..................................................................................................................................... 54

Pagina 3 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

1

Inleiding

1.1 Aanleiding De onderhavige ruimtelijke onderbouwing is opgesteld voor de ontwikkeling van 5 geschakelde woningen op een deel van het binnenterrein tussen de Obrechtstraat, Reinkenstraat, Laan van Meerdervoort en de Koningin Emmakade in Den Haag. In de huidige situatie kent de locatie een bedrijfsbestemming en voor een klein deel de bestemming ‘tuin’. In de bedrijfsbebouwing zitten in de huidige situatie een timmerwerkplaats en een bedrijf dat evenementen organiseert gevestigd. De bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt ten behoeve van het plan. Het plan is tot stand gekomen in afstemming met de wensen van de directe omwonenden. Binnen de bedrijfsbestemming is de realisatie van woningen niet toegestaan. Het plan is strijdig met het bestemmingsplan. Daarom dient de aanvraag van een omgevingsvergunning te worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing en de benodigde omgevingsonderzoeken. 1.2 Begrenzing projectgebied Het projectgebied betreft het deel van een binnenterrein tussen de Obrechtstraat, Reinkenstraat, Laan van Meerdervoort en de Koningin Emmakade in Den Haag. Het binnenterrein wordt ingesloten door bestaande woningen en bijbehorende achtertuinen. In de huidige situatie bevindt zich op een deel van het binnenterrein een bedrijfsbestemming en een tuinbestemming. Het andere deel is bestemd als ‘groen’.

Het plangebied betreft het deel van het terrein dat in de huidige situatie bestemd is voor ‘bedrijf’ en ‘tuin’. In de bedrijfsbebouwing bevindt zich in de huidige situatie een timmerwerkplaats en een bedrijf dat evenementen organiseert. De bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesloopt ten behoeve van de woningen. Het plangebied wordt ontsloten door een bestaande onderdoorgang aan de Obrechtstraat. Op afbeelding 1 is het globale plangebied weergegeven.

Afbeelding 1: Globale begrenzing plangebied Hof van Boedijn.

Pagina 4 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

1.3

Vigerend Bestemmingsplan

1.3.1 Bestemmingsplan Duinoord Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan ‘Duinoord’ en gelden de bestemmingen ‘bedrijf’ en ‘tuin’. Binnen de bestemming ‘bedrijf’ zijn bedrijven toegestaan in de categorieën A en B van de bij dit bestemmingsplan behorende ‘Staat van inrichtingen bedrijven functiemenging’ als opgenomen in bijlage 2 van de bestemmingsplanregels. Er ligt een bouwvlak om de bestaande bebouwing heen. Binnen dit bouwvlak mag tot maximaal 7 meter hoogte worden gebouwd. Op grond van de bestemming ‘bedrijf’ zijn woningen niet toegestaan en dus strijdig met de bestemming. Binnen de bestemming ‘tuin’ zijn tuinen toegestaan. Woningen zijn niet toegestaan binnen de bestemming ‘tuin’. Ter plaatse geldt tevens de dubbelbestemming ‘waarde- archeologie’. Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van de archeologische belangen. Op grond van deze bestemming zou de gemeente om archeologisch onderzoek kunnen vragen bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm. Uit een nadere mailwisseling met de gemeente is echter gebleken dat er geen archeologisch onderzoek verlangd wordt omdat de locatie op grond van de vernieuwde archeologische verwachtingskaart geen archeologische verwachting meer heeft. Het bestemmingsplan is hier nog niet op aangepast en op dit punt dus verouderd. De planlocatie kent daarnaast ook de dubbelbestemming ‘Waarde Cultuurhistorie’.

Een groot deel van de wijk Duinoord is aangewezen als beschermd stadsgezicht. De dubbelbestemming ‘WaardeCultuurhistorie’ borgt dat ruimtelijke ontwikkelingen uitsluitend kunnen plaatsvinden nadat er een afweging van de cultuurhistorische belangen heeft plaatsgevonden. 1.3.2 Paraplubestemmingsplan (fiets)parkeren Daarnaast vigeert het paraplubestemmingsplan (fiets)parkeren. In dit bestemmingsplan wordt geborgd dat voor iedere ruimtelijke ontwikkeling voldoende (fiets) parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. In het hoofdstuk verkeer en parkeren wordt er dieper ingegaan op de parkeernormen. 1.3.3 conclusie Het plan is strijdig met het ter plaatse geldende bestemmingsplan Duinoord. Er dient van het bestemmingsplan te worden afgeweken om het plan mogelijk te maken. Afwijken kan mits aangetoond wordt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze onderbouwing voorziet in een motivering om dit aan te tonen.

Afbeelding 2: Vigerend bestemmingsplan ‘Duinoord’

Pagina 5 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

2

Planbeschrijving

2.1 Algemeen Het plan bestaat uit de realisatie van 5 rijwoningen in het segment middel dure koopwoningen en zullen een oppervlak kennen van 221 tot 238 m2 Bvo. De woningen worden voorzien van een parkeerkelder waarin ruimte is voor 1 of 2 parkeerplaatsen per woning. Op maaiveld wordt voorzien in een stallingruimte voor fietsen. Het plangebied en de parkeerkelder kunnen worden bereikt via de bestaande onderdoorgang ter hoogte van de Obrechtstraat 104-106. Het plan voorziet in de behoefte aan eengezinswoningen. Juist in de wijk Duinoord is de toevoegingen van eengezinswoningen een goede aanvulling op het woonaanbod. 2.2 Stedenbouw Na het Willemspark was de wijk Duinoord de tweede grote Haagse stadsuitbreiding waarvoor het stratenplan in één keer werd ontworpen. Het eind vorige eeuw voor bebouwing vrijkomende stuk grond aan de Laan van Meerdervoort had de vorm van een amandel. Dat was in hoge mate bepalend voor de loop van de straten en de vorm van het Sweelinckplein. Kenmerkend zijn het gebogen stratenpatroon, de enigszins amandelvormige begrenzing van de wijk en de hoofdas langs de voormalig afzanderijvaart. Deze as wordt in het midden onderbroken door het stedenbouwkundige hoofdaccent van de wijk, het ovaalvormige Sweelinckplein.

De Hoofdstructuur met breed aangelegde straten wordt gevormd door het Sweelinckplein, de Koningin Emmakade/ Waldeck Pyrmontkade (gescheiden door het water van de afzanderijvaart), de groot Hertoginnelaan, Laan van Meerdervoort en de 1e en 2e Sweelinckstraat. De zuidwestelijke begrenzing van de wijk werd bepaald door het afvoerkanaal en het tracé van de stoomtram naar Scheveningen. Deze trambaan liep op het traject Reinkenstraat- Carnegielaan achter de huizen van de Obrechtstraat. De Obrechtstraat was dan ook aanvankelijk de zuidelijke grens van de wijk. Hoewel de bebouwing aan de Laan van Meerdervoort ter hoogte van de Obrechtstraat niet tot het ingediende bouwplan voor Duinoord behoort, dateert zij wel uit dezelfde periode en vormt zij zozeer een visuele en stedenbouwkundige eenheid met deze laat de 19de- eeuwse woonbuurt dat dit deel ook binnen de begrenzing van het te beschermen gebied valt. Bij de elektrificatie van de stoomtram verviel het traject Reinkenstraat- Carnegielaan en werd de trambaan voor de elektrische stadstram verlegd naar de Laan van Meerdervoort. De ongebruikelijk diepe binnenterreinen tussen de Obrechtstraat en de Laan van Meerdervoort herinneren nog aan het oude tramtracé.

Hoewel het centrale deel Duinoord grotendeels gaaf bewaard is in zijn oorspronkelijke verschijningsvorm, hebben er toch in de wijk in de loop der jaren veranderingen plaatsgevonden die afwijken van de oorspronkelijke structuur en bouwstijl. In die zin is een meer eigentijdse invulling, op het binnenterrein tussen de Obrechtstraat en Laan van Meerdervoort in de vorm van 5 rijtjeswoningen met een moderne uitstraling, voorstelbaar. Het plan voldoet aan de moderne duurzaamheidsvereisten en het bouwplan wordt groen ingepast met o.a. groene daken. Daarnaast wordt het bestaande binnenterrein ontsteend en verfraaid met nieuw in te passen groen om de groene uitstraling van het bestaande binnenterrein te verbeteren. Hiertoe is een landschapsplan opgesteld. Bestaande behoudens waardige bomen blijven zoveel als mogelijk behouden en er zullen nieuwe bomen bijgeplaatst worden. De woningen worden georiënteerd op de locatie van de oorspronkelijke bedrijfsbebouwing, waardoor het stedenbouwkundige bebouwingspatroon in grote lijnen onveranderd blijft. Het parkeren wordt inpandig opgelost door een halfverdiepte parkeerkelder zodat de

Pagina 6 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

groene en open structuur van het binnenterrein blijft. Op onderstaande afbeeldingen 3 en 4 worden de bestaande situatie en een impressie van de toekomstige situatie in vogelvluchtperspectief weergegeven.

Afbeelding 3: Bestaande situatie vogelvlucht

Afbeelding 4: Impressie toekomstige situatie vogelvlucht

Pagina 7 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

2.3 Verkeer en parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Daarbij is de parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en de ontsluiting van belang. De genoemde verkeersaspecten worden hierna achtereenvolgens behandeld. 2.3.1 Verkeersgeneratie Op basis van het type woningen kan, in combinatie met de mate van stedelijkheid, op basis van kengetallen van het CROW bepaald worden wat de te verwachten verkeersgeneratie is in de toekomstige situatie. Op basis van de planologische mogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan kan de bestaande verkeersgeneratie worden bepaald. Den Haag wordt aangemerkt als zeer sterk stedelijk en de planlocatie bevindt zich in het deelgebied “schil-centrum”. Op basis van deze gegevens kan de huidige verkeersgeneratie en de maximale verkeersgeneratie van het woningbouwprogramma bepaald worden in de toekomstige situatie. Bestaande situatie In de bestaande situatie bevindt zich binnen het plangebied een bedrijfsbestemming. In de bestaande situatie zit hier een timmerwerkplaats gevestigd en een bedrijf dat grote evenementen organiseert. Deze bedrijfstyperingen zijn aan te merken als arbeidsintensief/ bezoekersextensief.

Op grond van de CROW kencijfers genereren deze bedrijven in de schil van het centrum in een zeer stedelijk gebied een minimale verkeersgeneratie van 6,4 en een maximale verkeersgeneratie van 8,1 verplaatsingen per 100 m2 bvo per etmaal. In de bestaande situatie is er sprake van 2 laagse bedrijfsbebouwing met in totaal een oppervlak van ca. 500 m2 bvo. Dit betekent dat er voor de bestaande situatie een minimaal aantal verplaatsingen van 5 x 6,4= 32 verplaatsingen per etmaal toegewezen kunnen worden aan de bestaande bedrijvigheid. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie worden er 5 rijwoningen gerealiseerd. Op grond van de kencijfers van het CROW kunnen er per etmaal, voor een zeer stedelijk gebied in de schil van het centrum, een verkeersgeneratie van minimaal 5,4 en maximaal 6,2 verplaatsingen per woning worden toegewezen. Voor 5 rijwoningen betekent dit een maximale verkeersgeneratie van 5 x 6,2 = 31 verplaatsingen per etmaal. Dat betekent een geringe theoretische afname van 1 verplaatsing per etmaal in de toekomstige situatie t.o.v. de bestaande situatie. Op basis van het bovenstaande kan de conclusie worden getrokken dat de toekomstige 5 woningen maximaal evenveel en mogelijk zelfs minder verkeersverplaatsingen genereren dan de bestaande bedrijfsfuncties. De bestaande wegencapaciteit voldoet daarmee om het verkeer van de toekomstige ontwikkeling op te vangen.

De verkeersgeneratie neemt niet toe in de toekomstige situatie. 2.3.2 Parkeren Het parkeren en stallen van auto's neemt een belangrijke plaats in binnen het verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Den Haag. Het algemene parkeerbeleid is vastgelegd in de nota parkeernormen Den Haag 2021. Dit beleid gaat vooral over het faciliteren van de parkeerbehoefte en het benutten van schaarse ruimte maar moet ook automobilisten prikkelen om meer met het openbaar vervoer te reizen of de fiets te pakken. Hoge stedelijke bebouwingsdichtheden zonder adequate parkeervoorzieningen leiden vaak tot een te zware belasting van de openbare ruimte. Dat geldt zowel voor woon- als werkfuncties maar ook voor locaties die veel bezoekers trekken. Behalve de noodzaak tot de verdeling van schaarse (openbare) parkeergelegenheid in een aantal gebieden in de stad, zijn mobiliteitsoverwegingen gericht op het streven naar een bereikbare en leefbare (woon)omgeving voor de gemeente aanleiding tot het stellen van parkeereisen bij nieuwe ontwikkelingen.

Pagina 8 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

Parkeernormen De parkeernormen en het toepassingskader ervan zijn uitgewerkt in de “Nota Parkeernormen Den Haag” en is in 2021 vastgesteld. Aan de hand van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte berekend en vergeleken met de voorzieningen die in het plan zijn opgenomen. Uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van een bouwontwikkeling op het eigen terrein wordt opgelost. Bij woningbouw is het gemiddelde autobezit uitgangspunt voor de hoogte van de parkeernorm. Het gemiddelde autobezit hangt af van de oppervlakte van de woning, de plek in de stad en het type woning. Voor werken, winkels en andere voorzieningen is de functie van het gebouw en de mate van bereikbaarheid met het openbaar vervoer, bepalend voor de parkeernorm. Bij knooppunten van het openbaar vervoer geldt een lagere norm dan op plekken die minder goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. De parkeernormen worden uitgedrukt in het aantal parkeerplaatsen per woning, en bij de -meeste- overige de functies in het aantal parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak. Bij de berekening van het benodigde aantal parkeerplaatsen is uitgegaan van 5 woningen > 160 m2. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1 parkeerplaatsen per woning, waarvan een aandeel van 0,15 parkeerplaatsen geldt voor bezoekers per woning omdat de planlocatie ligt in een vooroorlogse buitenwijk.

De normatieve parkeerbehoefte bedraagt daarmee 5x 1 = 5 parkeerplaatsen. Het aandeel parkeerplaatsen voor bezoekers bedraagt 0,15 x 5= 0,75 parkeerplaatsen. Het bouwplan voorziet in de eigen parkeerbehoefte. Ten behoeve van het plan worden namelijk 6 parkeerplaatsen gerealiseerd in de parkeerkelder. Onder de woningen worden de zes parkeerplaatsen in de kelder gerealiseerd. Geconcludeerd kan worden dat het autoparkeren geen belemmering vormt.

Afbeelding 5: toekomstige situatie plattegrond.

Pagina 9 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

Afbeelding 6: Indeling parkeerkelder met 6 parkeerplaatsen.

Fiets parkeren De aantrekkelijkheid van een reis per fiets wordt mede bepaald door de beschikbaarheid en kwaliteit van de fietsparkeervoorziening bij herkomst en bestemming. Daarnaast wil de gemeente voorkomen dat de kwaliteit van de buitenruimte onder druk komt te staan doordat fietsen te veel geparkeerd worden op plaatsen met een intensief gebruik van de openbare ruimte. Om die reden gaat de gemeente uit van het faciliteren en sturen op het stallen van fietsen bij belangrijke bestemmingen of bestemmingsgebieden, zoals NS-stations en de binnenstad. Daarnaast hanteert de gemeente fietsparkeernormen bij nieuwbouw en verbouw van kantoren, bedrijven en voorzieningen. Het gemeentelijke beleid ten aanzien van het stallen van fietsen is vastgelegd in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” Fietsparkeernormen De gemeente heeft in de “Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016” normen vastgesteld voor de aanwezigheid van fietsparkeerplaatsen bij kantoren, bedrijven en voorzieningen. Deze fietsparkeernormen worden toegepast bij nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Het hanteren van fietsparkeernormen is nodig om het fietsen in Den Haag te stimuleren en het beslag van het fiets parkeren op de schaarse openbare ruimte te kunnen reguleren.

Bij de bepaling van de fietsparkeernormen is het faciliteren van het groeiende fietsgebruik het uitgangspunt geweest. Voor het fietsparkeren bij woningen is de eis uit het bouwbesluit van toepassing, waarin is aangegeven dat bij woningen een berging aanwezig is. De woningen worden uitgerust met een berging in de parkeerkelder, waarmee het fietsparkeren wordt opgelost. Het plan voorziet tevens in een collectieve fietsenberging met 8 stalplekken op het buitenterrein zoals te zien op afbeelding 5. Met deze collectieve fietsenstalling en met de bergingen in de kelder van de woningen is het fietsparkeren ruimschoots voldoende geïntegreerd in het plan.

Pagina 10 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

2.3.3 Ontsluiting De nieuwe woningen worden ontsloten via een bestaande onderdoorgang ter hoogte van de Obrechtstraat 104- 106. Uit paragraaf 2.3.1. blijkt dat het aantal verkeersverplaatsingen ten behoeve van de nieuwe woningen niet toeneemt en mogelijk zelfs afneemt ten opzichte van de bestaande bedrijfsfunctie. Dat betekent dat het woon- en leefklimaat voor de omwonenden die nabij deze onderdoorgang wonen iets zal verbeteren ten opzichte van de bestaande situatie. Immers neemt het aantal verplaatsingen gering af. Daarnaast verdwijnt een bedrijfsactiviteit uit de omgeving. Vanwege de bestaande perceel ontsluiting is de bereikbaarheid van de planlocatie gewaarborgd.

Pagina 11 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3

Beleidskaders

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen maken.

De NOVI wordt opgesteld als voorbereiding op de Omgevingswet, die 1 januari 2024 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Doorwerking planinitiatief Het rijksbeleid is in veel gevallen te abstract om voor kleine ontwikkelingen daadwerkelijk kader stellend te zijn. De beoogde ontwikkeling van de initiatiefnemer draagt niet direct bij aan de rijks doelstellingen, maar vormt ook zeker geen belemmering.

Pagina 12 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen die genoemd zijn in de conceptversie van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De 14 nationale belangen in het Barro zijn: Rijksvaarwegen • Mainportontwikkeling Rotterdam • Kustfundament • Grote rivieren • Waddenzee en waddengebied • Defensie • Hoofdwegen en hoofdspoorwegen • Elektriciteitsvoorziening • Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen • Natuurnetwerk Nederland • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde • Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Het Barro omvat alle ruimtelijke Rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsen inpassingsplannen. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen, inpassingsplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen, voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het merendeel van de regels in het Barro legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.

Doorwerking planinitiatief De in het Barro juridisch verankerde nationale belangen hebben geen van allen betrekking op het plangebied of de ontwikkelingen die daar zijn gepland. Het Barro vormt dus ook geen belemmering voor het verlenen van de omgevingsvergunning.

Pagina 13 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt er een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Op 1 juli 2017 het Bro gewijzigd, waarmee een nieuwe Laddersystematiek geldt. De derde trede is geschrapt en de eerste twee treden zijn samengevoegd. Hiermee is de 3-trapsstructuur losgelaten. Ook zijn de termen 'actueel' en 'regionaal' geschrapt, die waren opgenomen in de voormalige eerste trede. De Ladder voor duurzame verstedelijking bestaat nu uit twee onderdelen. Het tweede lid van artikel 3.1.6 Bro omvat de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Deze luidt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De genoemde motivering geldt ook voor een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan en de in dat kader op te stellen ruimtelijke onderbouwing. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder h, wordt in het Bro en de daarop berustende bepalingen onder bestaand stedelijk gebied verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Doorwerking planinitiatief Het plan maakt 5 rijtjeswoningen in het duurdere koopsegment mogelijk. Gezien het relatief kleine aantal woningen moet gesteld worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat de grens, voor de vraag of er wel of geen sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, ligt bij de realisatie van meer dan 11 woningen.

Aangezien er in het voorliggende plan 5 nieuwe woningen worden gerealiseerd, moet worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De stappen van de ladder voor duurzame verstedelijking hoeven niet doorlopen te worden.

Pagina 14 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.2

Provinciaal Beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Per 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. In de Omgevingsvisie is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Er is daarom geen eindbeeld voor 2030 of 2050 opgenomen, maar de maatschappelijke opgaven zijn vertaald in ambities. In de Omgevingsvisie zijn zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving vastgesteld: • Naar een klimaatbestendige delta • Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool • Energievernieuwing • Best bereikbare provincie • Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Voor het realiseren van maatschappelijke belangen wordt vanuit bovenstaande vernieuwingsambities gewerkt en vanuit opgaven in gebieden. Daarnaast wordt vanuit twaalf samenhangende opgaven de zorg voor een goede omgevingskwaliteit ingevuld. Per opgave zijn de beleidskeuzes aangegeven.

Omgevingskwaliteit Zuid-Holland Met betrekking tot omgevingskwaliteit stelt de provincie opgaven met onder andere betrekking op: • Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied • Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen Beleid ruimtelijke kwaliteit De inzet van de provincie is dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening ('handelingskader ruimtelijke kwaliteit'). De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties, in voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen. Het huidige aanbod aan woningen sluit onvoldoende aan bij de vraag op de woningmarkt. De provincie en regionale gemeenten zetten o.a. in op betaalbare woningbouw voor middeninkomens en sociale huurwoningen.

Doorwerking planinitiatief Ten aanzien van omgevingskwaliteit zal de herontwikkeling zorgen voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering binnen stedelijk gebied. Oudere bedrijfsbebouwing met weinig ruimtelijke kwaliteit wordt opgeruimd en zal plaatsmaken voor 5 nieuwbouwwoningen die groen worden ingepast en minimaal voldoen aan de huidige duurzaamheidseisen voor nieuwbouw. Initiatiefnemer heeft bovenop de huidige duurzaamheidseisen op dit gebied nog hogere ambities door biobased en circulair te bouwen. Daarnaast zullen de woningen nagenoeg gaan voldoen aan het nul- op- de- meter- principe. Dit zorgt voor een ruimtelijke kwaliteitsimpuls waardoor het woon- en leefklimaat in de omgeving zal verbeteren en daarnaast wordt er een bijdrage geleverd aan het vergroten van het woningenaanbod in een segment waar vraag naar is. Er is in Den Haag namelijk een grote behoefte aan eengezinswoningen.

Pagina 15 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid Holland Per 1 april 2023 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening geconsolideerd in werking getreden. De inhoud van de omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving waarbij een provinciaal belang speelt. De provincie heeft in de Omgevingsverordening Zuid-Holland daarom onder meer regels opgenomen over Activiteiten in de fysieke leefomgeving, zoals bodemsanering en flora- en fauna activiteiten, de leefomgevingskwaliteit en instructieregels aangaande gemeentelijke bestemmingsplannen. Zo worden er bijvoorbeeld voorwaarden gesteld aan bestemmingsplannen welke de ontwikkeling van bedrijven of kantoren mogelijk maken of welke betrekking hebben op gebieden met een provinciaal belang, zoals langs provinciale vaarwegen of nabij landgoederen en kastelen. Ruimtelijke kwaliteit Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie.

Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1) zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2) het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c.

als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1) een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en 2) het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Doorwerking planinitiatief In onderhavig geval is sprake van ‘inpassing’. Het betreft een ontwikkeling die voldoet aan de richtpunten van de kwaliteitskaart. Het plan wordt ingepast op perceel niveau en voorziet niet in wijzigingen van de stedenbouwkundige opzet van de wijk Duinoord of het betreffende bouwblok. De 5 rijtjeswoningen worden ingepast op een locatie waar in de huidige situatie al bedrijfsbebouwing aanwezig is van een vergelijkbare massa. Daarnaast passen de nieuwe woningen goed in de omgeving die in de huidige situatie al hoofdzakelijk wordt gekenmerkt als een woonomgeving met mogelijkheden voor lichte bedrijvigheid. Het betreft een functiemengingsgebied.

De ruimtelijke kwaliteit zal toenemen door de realisatie van de 5 woningen omdat verouderde bedrijfsbebouwing wordt opgeruimd en hier nieuwbouwwoningen voor terugkomen die minimaal voldoen aan de huidige wettelijke duurzaamheidseisen en waarvoor op het gebied van duurzaamheid tevens wordt gestreefd naar hogere

Pagina 16 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

ambities (o.a. nul- op- de- meter en circulair bouwen). Het plan wordt op een stedenbouwkundig verantwoorde wijze worden ingepast met uitbreiding en versterking van het groen. Het leefklimaat zal hierdoor tevens worden verbeterd doordat er geen (geluid)overlast van een bedrijf meer te verwachten is. Risico’s van klimaatverandering In artikel 6.35a van de Omgevingsverordening wordt aandacht gevraagd voor de risico’s van klimaatverandering ten aanzien van: • Wateroverlast • Overstroming • Hitte • Droogte Alsmede de effecten van bovengenoemde risico’s op de bodemdaling. Doorwerking planinitiatief Het totale plangebied bedraagt ongeveer 1915 m2. In de bestaande situatie is het verhard oppervlak ongeveer 1555 m2. Waarvan 350 m2 aan bebouwing en 1205 m2 verhard terrein. Het aantal m2 aan onverhard oppervlak bedraagt in de bestaande situatie 360 m2. In de toekomstige situatie bestaat de verharding uit de toekomstige woningen, private buitenruimten, perceel ontsluiting en overige paden. In totaal bedraagt het m2 aan verharding in de toekomstige situatie 1100 m2. 815 m2 zal onverhard zijn en worden ingericht als groen. Dat betekent dat het aantal m2 aan verharding afneemt in de toekomstige situatie met 455 m2. Daarbij is dan nog niet meegenomen dat een deel van de toekomstige verharding aangemerkt kan worden als semi verharding (waterdoorlatende paden). Dit vormt een verbetering t.o.v.

de bestaande situatie en dit verkleint de kans op wateroverlast hittestress. Daarnaast zullen de woningen voldoen aan de huidige duurzaamheidseisen en worden ze uitgerust met groene daken en zonnepanelen. Dit draagt bij aan het verkleinen van de risico’s door klimaatverandering.

Pagina 17 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.3

Regionaal Beleid

3.3.1

Regionale woonvisie

De Haaglandengemeenten vormen al jaren een gezamenlijke woningmarktregio. De regionale samenwerking op het gebied van 'wonen' is na het opheffen van het Stadsgewest Haaglanden voortgezet middels een bestuurlijke tafel Wonen met de negen Haaglandengemeenten. Aan de hand van een gezamenlijk woningbouwprogramma willen de gemeenten zo goed en efficiënt mogelijk inspelen op zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woningbehoeften van de regio Haaglanden. Een vast uitgangspunt daarbij is het zoveel mogelijk realiseren van de woonopgaven binnen bestaand stedelijke gebieden. Dit omwille van het in stand kunnen houden van de specifieke groene en blauwe kwaliteiten van de regio, die in belangrijke mate bijdragen aan het prettige woonklimaat van Haaglanden. Qua toekomstige omvang van de regionale woningvoorraad streven de gemeenten er gezamenlijk naar om te voldoen aan de tot 2025 volgens de provinciale prognose (2016) verwachte behoefte van ruim 50.000 nieuwe woningen. Gemeenten kijken daartoe met name ook naar de mogelijkheden die leegstaande kantoren en leegstand op oude bedrijventerreinen biedt om nieuwe woningen toe te voegen. Daarnaast zal uiteraard ook nieuwbouw van woningen plaatsvinden. Doorwerking planinitiatief Eén van de uitgangspunten vanuit de regionale woonvisie is het realiseren van de woonopgave binnen bestaande stedelijke gebieden.

De gemeenten streven er naar om aan de provinciale vraag van ruim 50.000 woningen tot 2025 te voldoen. Dit is een grote opgave en met het onderhavige plan wordt een kleine bijdrage geleverd door 5 eengezinswoningen in het duurdere koopsegment te realiseren binnen bestaand stedelijk gebied. Er is vraag naar eengezinswoningen. Er wordt efficiënt met de ruimte omgegaan doordat de woningen worden ingepast op een locatie waar in de huidige situatie al bedrijfsbebouwing aanwezig is. Het aantal m2 aan oppervlakteverharding neemt zelfs af ten opzichte van de bestaande situatie. Het plan gaat dus niet ten koste van bijvoorbeeld stedelijk groen of andere wenselijke functies. Daarnaast zal het woon- en leefklimaat in het gebied toenemen doordat er geen (geluid) overlast meer te verwachten valt van de bedrijfsfunctie in het gebied.

Pagina 18 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.3.2

Beleid Hoogheemraadschap van Delfland

Het plangebied ligt in het werkingsgebied van het Hoogeheemraadschap van Delfland. Voor de planperiode 2022-2028 is het Waterbeheerplan 6 (WBP) van Delfland van toepassing. In dit plan geeft het waterschap aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. De hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water, klimaatadaptatie en gezond water. Daarnaast heeft het Waterschap keur- en beleidsregels die per 2020 in werking zijn getreden. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: Delfland zet in op stedelijk waterbeheer en samen met gemeenten werken zij aan klimaatadaptatie. Een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem is vertaald naar zelfvoorzienendheid door het sluiten van kringlopen van water, energie en grondstoffen. Om doelen te bereiken werkt Delfland samen met gebiedspartners en werken ze aan het waterbewustzijn om draagvlak te vergroten. Ambities: • Zoet water is van levensbelang en daarom is het belangrijk dat iedereen zuinig omgaat met water en zorgt dat het water schoon blijft. • Gezuiverd afvalwater hergebruiken en zorgen dat water langer in het gebied bewaard blijft voor droge tijden. • Klimaatverandering leidt vaker tot langdurige droogte en heftiger regenbuien.

Om de stad klimaatbestendig te maken wordt met partijen gezorgd naar slimme manieren om water langer vast te houden zonder dat het tot overlast leidt. • Om de waterkwaliteit te verbeteren neemt Delfland verschillende maatregelen en controleert nog beter op illegale lozingen. Het water in zwemplassen moet tijdens warme dagen vrij zijn van blauwalgen en bacteriën. • Door samen te werken kunnen ook kosten worden bespaart. Bij elke ontwikkeling wordt gekeken welke kansen er zijn om het watersysteem toekomstbestendiger te maken. Watertoets Eén van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Delfland heeft de Handreiking Watertoets voor gemeenten opgesteld. In de Handreiking Watertoets worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor een plan per thema toegelicht en op welke wijze deze in het plan dienen te worden verwerkt. Doorwerking planinitiatief Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer in het plangebied. Tevens zijn zij in het kader van het vooroverleg op grond van de Wro betrokken bij de advisering op deze ruimtelijke onderbouwing.

Voor een verdere toetsing aan de Keur en beleidsregels wordt verwezen naar de Waterparagraaf.

Pagina 19 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.4

Gemeentelijk Beleid

3.4.1 Wereldstad aan de Zee, Structuurvisie Den Haag 2020 De Structuurvisie Den Haag 2020 beschrijft de toekomstvisie van Den Haag op de ruimtelijke ontwikkeling van de stad in regionaal perspectief tot het jaar 2020. De ambitie is om van Den Haag een 'Wereldstad aan Zee' te maken door de sterke kwaliteiten van Den Haag te benutten: • een internationale stad; • een stad aan zee; • een multiculturele stad; • en een monumentale residentie. De structuurvisie gaat uit van een lichte groei van het aantal inwoners (nu ca 500.000) en een groei van het aantal arbeidsplaatsen in 2020. Dat betekent dat er ca 40.000 woningen moeten worden toegevoegd in de bestaande stad, door verdichting. In de structuurvisie wordt de Wéreldstad aan Zee vorm gegeven door ontwikkelingen in vijf kansenzones (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4-zone en de Lozerlaanzone). De planlocatie bevindt zich in de kansenzone ‘de lijn 11- zone’. Dit is het gebied rondom de tramverbinding tussen station Den Haag Holland Spoor en Scheveningen- Dorp.

Afbeelding 7: Kansenzone de Lijn 11- zone

Doorwerking planinitiatief Het plangebied ligt in de kansenzone ‘Lijn- 11 zone’. In de kansenzone liggen ontwikkelingsgebieden waarin de ambities van de structuurvisie het sterkst tot uiting worden gebracht. Het plan draagt bij aan de ambitie voor de realisatie van 40.000 woningen in de stad doormiddel van verdichting. Er worden 5 nieuwbouwwoningen ingepast binnen de bestaande stedelijke structuur.

Pagina 20 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.4.2 Agenda Ruimte voor de Stad De Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016, vastgesteld op 15 december 2016) is het richtinggevend document voor de ruimtelijke ontwikkeling van de stad en als zodanig de ruimtelijke onderlegger voor de nog op te stellen Omgevingsvisie. Voor de Agenda Ruimte voor de Stad zijn vier transitieopgaven van belang: de ontwikkeling naar een nieuwe economie, de vraag om een inclusieve en veerkrachtige samenleving, de roep om slimme stadsontwikkeling en de opgave voor de overheid om in dit proces organiserend vermogen te tonen en ruimte te bieden voor maatschappelijk initiatief. Dat vraagt om ruimte voor innovatieve milieus, met ontmoetings- en experimenteerruimte, en aantrekkelijke vestigingsmilieus voor starters, studenten, creatievelingen, kenniswerkers en (stedelijke) gezinnen en ondernemende mensen. Stedelijke ontwikkeling is geen zaak van de gemeente alleen; allerlei partijen spelen daarin een rol. Bij de uitwerking van de Agenda zal inhoud worden gegeven aan het “samen stad maken” langs vier "sporen': ruimte bieden aan initiatieven, co-creatie van ruimtelijke plannen, stadsdebat over de toekomst van de stad en de samenwerking met stakeholders. Er is daarmee ook geen “blauwdrukplanning” aan de orde.

Met behulp van negen principes voor stedelijke ontwikkeling wordt in de Agenda Ruimte voor de Stad aangegeven hoe de ontwikkelingen gestuurd wordt: • Kwaliteit van het proces door samen stad maken waar mogelijk ruimte aan initiatiefnemers, daarbij hoort ook experimenteerruimte die belangrijk is voor innovatie en dynamiek in de stad en ruimtelijke keuzen om antwoorden te bieden op de stedelijke en regionale opgaven. • Ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, cultuurhistorisch erfgoed en de buitenruimte omdat die in belangrijke mate bijdraagt aan een aantrekkelijke leefomgeving en het economisch vestigingsklimaat. • Kwaliteit door integrale samenhang met sociaal-maatschappelijke opgaven, zoals de opgave om sociaaleconomische differentiatie, functiemenging en ruimte voor wijkeconomie te bevorderen in wijken waar dat nodig is gelet op bijvoorbeeld werkeloosheid. Het belang van veel lopende projecten wordt met deze agenda benadrukt. Goede uitvoering met ook oog voor de tijdelijke situatie vraagt een enorme inzet. Daarnaast zullen op basis van deze agenda nieuwe locaties in ontwikkeling worden gebracht. Het betreft zowel het in ontwikkeling brengen van de zachte planvoorraad als nieuwe locaties op basis van deze agenda. Het tot ontwikkeling brengen van deze locaties zal meer dan voorheen in coproductie gebeuren met de stad.

Daarnaast zijn er een aantal grotere strategische ontwikkelingen geagendeerd in deze agenda. Voor een aantal ontwikkelingen zal gestart worden met verkenningen om zicht te krijgen op mogelijke programma's, en alliantievorming. Dergelijke verkenningen zullen onder andere voor delen van het Central Innovation District, de Binckhorst en Scheveningen, mede in het licht van de gewenste schaalsprong die in het openbaar vervoer gemaakt moet worden. Doorwerking plangebied Voor de ontwikkeling is van belang dat op de onderstaande kaart is af te leiden dat het plangebied ligt in een gebied waar ruimte is voor intensiveringskansen in de wijken rondom het stadscentrum. Het plan draagt hier aan bij door op een locatie waar in de bestaande situatie sprake is van een bedrijfsfunctie, te voorzien in 5 eengezinswoningen. In Den Haag bestaat er een grote vraag naar eengezinswoningen. Daarnaast wordt de ruimtelijke kwaliteit van het binnenterrein, waar de woningen worden ingepast, aanzienlijk vergroot door uitvoering te geven aan het landschapsplan dat hiervoor opgesteld is. Het stenige binnenterrein wordt daarmee getransformeerd naar een groene binnenplaats. Het plan sluit prima aan bij de Agenda Ruimte voor de stad.

Pagina 21 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

Afbeelding 8: Agenda Zuid- westflank Den Haag

3.4.3 Nota Stadsnatuur In Den Haag is de natuur een belangrijk onderdeel van de stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. In de Nota Stadsnatuur (vastgesteld 16 december 2020, RIS305824) zijn handvatten opgenomen waarmee gewerkt wordt aan een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden. Een belangrijke voorwaarde voor een gezond stadsecosysteem is de aanwezigheid van een uitgebreid netwerk van groengebieden die onderling met elkaar verbonden zijn. De groengebieden zijn de belangrijke kerngebieden voor allerlei planten- en diersoorten. De ecologische verbindingszones zorgen als robuuste brede groenblauwe structuren voor de verbinding van deze gebieden.

Zo kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen en functioneren deze daarnaast ook als belangrijke leefgebieden. In deze nota wordt de nadruk gelegd op een optimale ecologische inrichting door middel van vuistregels voor biotopen en -beheer, behoud en de mogelijke uitbreiding van de ecologische verbindingszones. Is extra ruimtebeslag van een niet-ecologische functie onvermijdelijk dan moet de inpasbaarheid hiervan worden onderzocht.

Pagina 22 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

Naast het behoud en de ontwikkeling van bovengenoemd netwerk, wordt aandacht besteed aan het rekening houden met leefomstandigheden van planten en dieren bij beheer en inrichting van groen in brede zin. Gewerkt wordt aan een natuur inclusieve stad met een ecologisch gezond stadswatersysteem, het beheersbaar houden van overlast gevende planten en dieren en er wordt ingezet op monitoring van de stadsnatuur. Doorwerking planinitiatief Het plangebied maakt geen deel uit van het netwerk aan ecologische verbindingszones. Wel grenst het plangebied langs enkele wegen waar bomen staan die deel uitmaken van de hoofdboomstructuur van Den Haag. Deze waardes worden in stand gehouden. Daarnaast worden de in het hofje aanwezige bomen zoveel als mogelijk behouden en worden bomen die niet behouden kunnen worden gecompenseerd. Ook worden er tussen het stadspark Sunny Court en Hof van Boedijn kleine doorgangen gemaakt voor kleine zoogdieren (o.a. egels en eekhoorns). De plannen hebben geen negatieve effecten op de hoofdbomenstructuur en een positief effect op het stedelijk groen door o.a. de groentoevoeging binnen het plangebied Hof van Boedijn en daarbij aansluiting te zoeken bij het bestaande stadspark Sunny Court.

Afbeelding 9: Kaartuitsnede Nota Stadsnatuur met aanduiding van het globale plangebied (rode cirkel)

Pagina 23 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.4.4 Bomen Op 15 april 2021 is de Nota Stadsbomen “Leefkwaliteit voor de stad” vastgesteld. In deze nota is het beleid met betrekking tot bomen in Den Haag verwoord. Het verbeteren van de leef kwaliteit in de stad is een hoofdambitie, die genoemd is in de "Agenda Groen voor de Stad". Met het nieuwe beleid voor de stadsbomen wordt deze ambitie concreet ingevuld door twee doelen te stellen: • we werken aan de toekomstbestendigheid van ons stadsbomennetwerk; • we willen meer kroonoppervlak in onze stad. Op 22 september 2011 is het gewijzigde initiatiefvoorstel behoudens waardige Bomen aangenomen. De uitwerking van het voorstel heet: “Planbeoordeling Haagse Bomen”. Doel is om gemeentelijke bomen beter te beschermen bij gebiedsontwikkeling door tijdig de waarden van de bestaande bomen op het betreffende object in te schatten en te betrekken bij de bestuurlijke besluitvorming van (beginsel- en) bouwplannen. Op 1 oktober 2013 is de lijst met behoudens waardige Bomen uitgebreid door het Vaststellen totaallijst vijfde tranche Monumentale Bomen in Den Haag. In de Algemene Plaatselijke Verordening is de bescherming van bomen vastgelegd. Volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag, artikel 2.80 e.v., is voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig.

Door deze bescherming kunnen belangen zorgvuldig worden afgewogen voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven dan wel geweigerd. Daarnaast is een mogelijkheid opgenomen om monumentale bomen aan te wijzen. Monumentale bomen hebben een hogere beschermingsstatus. Voor een volledig overzicht van de monumentale bomen in Den Haag is op de website van de gemeente Den Haag de meest actuele lijst en kaart terug te vinden. Doorwerking planinitiatief In het plangebied zijn geen monumentale bomen aanwezig. Rondom het plangebied staan diverse stadsbomen die onderdeel uitmaken van de hoofdbomenstructuur van de gemeente Den Haag. Bestaande bomen blijven zoveel als mogelijk gehandhaafd in de plannen. Er is een bomeneffect- analyse uitgevoerd waarin de effecten van de plannen op de bomen zijn onderzocht. De bomeneffect- analyse maakt als bijlage 1 onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing. De bomen 4, 5, en 6 staan ter plaatse van waar de bouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Behoud van deze bomen is niet mogelijk. Het betreffen twee volwassen, gekandelaberde esdoorns en een aftakelende sierpeer. Herplant gaat plaatsvinden in de vorm van toevoegen van een groot aantal verschillende soorten bomen, struiken en meerjarige bloemen en kruiden.

De overige 9 bomen in en rondom het plangebied kunnen behouden blijven mits er zorgvuldig wordt gewerkt ten aanzien van het overhangende groen van de boomkronen en specifiek de dakplataan. Om de bomen niet te beschadigen dienen de beschermende maatregelen en aanbevelingen zoals genoemd in hoofdstuk 4 van de bomen effect analyse te worden opgevolgd.

Afbeelding 10: Overzicht van te behouden en te kappen bomen.

Pagina 24 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.4.5 Natuur Inclusief Bouwen De gemeente Den Haag wil natuur inclusief bouwen in de stad bevorderen. Enerzijds gaat het om het verbeteren van de leefomstandigheden van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen nestelgelegenheden meer hebben. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer natuurlijk groen in de directe woonomgeving toe te passen. Door de verdere stedelijke verdichting die door de verwachte bevolkingsgroei zal plaatsvinden is deze opgave extra actueel. Daarom wil de gemeente Den Haag aandacht voor het toevoegen van groen (met natuurwaarden) op en aan gebouwen, op binnenterreinen en in de openbare ruimte. Bij de evaluatie van juni 2021 wordt dit belang nogmaals bevestigd. Doorwerking planinitiatief Welke natuur inclusieve maatregelen bij een bouwproject moeten worden toegepast, staat beschreven in het instrument 'Puntensysteem groen- en natuur inclusief bouwen Den Haag'. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen zal bij het ontwerp rekening worden gehouden met dit puntensysteem en zullen natuur inclusieve maatregelen worden overwogen. Het dak van de woningen zal in ieder geval groen worden uitgevoerd met uitrusting van zonnepanelen. Het hofje zelf wordt groen ingericht en er vindt aanplant van extra bomen en struiken plaats.

Het verhard oppervlak neemt in de toekomstige situatie af t.o.v. de bestaande situatie. Dit heeft een gunstig effect op hittestress. In, aan en op de bestaande muur (erfafscheiding) tussen Sunny Court en Hof van Boedijn, worden nestmogelijkheden behouden en uitgebreid ten behoeve van vogels en insecten. Daarnaast blijven donkere hoekjes in Sunny Court behouden (waardevolle plekken voor flora en fauna) door behoud van de bestaande muur op de erfgrens. Dit zorgt voor minimalisering van lichtvervuiling en effect op het leefgebied Sunny Court. In overleg met de gemeente kan worden bepaald op welke wijze er een bijdrage wordt geleverd aan het natuur- inclusief bouwen.

Pagina 25 van 54

Ruimtelijke Onderbouwing Hof van Boedijn

3.4.6. Woonvisie Den Haag 2017-2030 Het woonbeleid is vastgelegd in de Woonvisie Den Haag 2017-2030. Den Haag is een groeiende stad in een tijd waarin veranderingen steeds sneller gaan en die de maatschappelijke en economische verhoudingen blijvend veranderen. Het is een uitdaging om mensen, bedrijven en banen aan de stad te blijven binden. Om een fijne, leefbare en groene woonstad te blijven moeten de sociaaleconomische verschillen niet te groot worden en moet worden overgestapt op een nieuwe vorm van energievoorziening. Den Haag heeft een gunstige uitgangspositie als aantrekkelijke woonstad. De unieke ligging aan zee, het levendige centrumgebied, prettige woonwijken en een sterk internationaal profiel. Om deze positie nog verder te versterken zet de woonvisie in op een 'stedelijke, attractieve en inclusieve stad in 2030'. Dit betekent dat Den Haag meer onderscheidende en aantrekkelijke stedelijke woonmilieus biedt, dat wonen in de stad betaalbaar is voor iedereen én wijken op de toekomst zijn voorbereid en meer gemengd zijn. Het (sloop-)nieuwbouw, transformatie- en verbeterprogramma geeft ruim baan aan deze ambitie en volgt de groei van de stad. De gemeente Den Haag gaat voor de langere termijn uit van een jaarlijks netto bouwprogramma van 2.000-2.500 woningen. De ruimte om te groeien is beperkt.

Den Haag zal zich voor groei moeten richten op binnenstedelijke locaties (de zogenaamde inbreidingslocaties), transformatie van bestaande gebouwen en gemengde woon-werkgebieden. Daarbij wordt ingezet op differentiatie in architectuur en woningtypen. Het is van belang om hierbij zorgvuldig om te gaan met bestaand groen en bestaande wijken. Een andere uitdaging is het verkleinen van de sociaaleconomische verschillen tussen wijken. De woonvisie zet in op: 1. Een meer sociaal-inclusieve stad. 2. Het verder uitbouwen van Den Haag als aantrekkelijke en gastvrije woonstad. 3. Een meer toekomstbestendige woningvoorraad. Dit heeft zowel betrekking op de duurzaamheid van woningen als op de levensloopbestendigheid van woningen. 1. Een meer sociaal-inclusieve stad Een aantrekkelijke en gastvrije stad is sociaal inclusief: een stad zonder te grote sociaaleconomische verschillen. De aanwezigheid en spreiding van voldoende betaalbare woningen in de stad voor minder financieel draagkrachtige huishoudens is hierin een belangrijke opgave. Voor de woningbouwproductie is dit vertaald in een gemiddelde woningbouwproductie van: • 30% sociale huurwoningen voor de hele stad;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16830642/1