CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS325129 Bijlage Het moment waarop democratie ontstaat

Algemene Raadscommissie 21 mei 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken23.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De gemeente als één gezicht – en de meerlaagse realiteit

Een terugkerend patroon in vrijwel alle interviews is de spanning tussen het tempo van bewoners en het tempo van bestuur en beleid. Voor bewoners zijn kwesties concreet en direct: een gevaarlijke verkeerssituatie, overlast, sluiting van een voorziening. Urgentie ontstaat in het dagelijks leven. Bestuurlijke processen volgen formele stappen: afstemming, juridische toetsing, budgettaire besluitvorming. Die systeemwereld staat op spanning met de leefwereld van bewoners: uiteenlopende rationaliteiten botsen. In

Gemeente Den Haag

In gesprekken met bewoners valt op dat de gemeente vrijwel altijd als één geheel wordt gezien. Voor bewoners maakt het onderscheid tussen beleidsafdeling, stadsdeel, uitvoeringsorganisatie of projectteam zelden een verschil. In hun beleving is “de gemeente” een aanspreekpunt, beslisser en verantwoordelijke actor ineen. In de praktijk is de gemeentelijke organisatie gelaagd en verdeeld over verschillende afdelingen, programma’s en verantwoordelijkheden. De interne verdeling is bestuurlijk logisch en vaak ook noodzakelijk, maar kan voor veel

26 februari 2026

P 42

bewoners verwarrend werken. Wanneer signalen via verschillende kanalen lopen, contactpersonen wisselen of besluiten via diverse schijven verlopen, ontstaat bij bewoners het gevoel dat informatie versnipperd is, of dat niet altijd met één stem gesproken wordt. De gemeente is op het gebied van participatie en wijkdemocratie een belangrijke facilitator én ondersteuner. Bewoners zijn afhankelijk van de stadsdelen voor veel dat gebeurt en gebeuren moet in de wijk. Al die verschillende rollen die een gemeente als bestuur, als beleidsvormende en uitvoerende organisatie vervult, zijn in de dagelijkse praktijk complex, terwijl bewoners vanuit een specifiek vraagstuk denken en diezelfde gemeente benaderen. Dan staat die complexiteit niet op het netvlies, maar het gedoe om iets geregeld of opgelost te krijgen. Daarom is het zo belangrijk voor de gemeente om te investeren in een voortdurende consistente en heldere communicatie in de wijken, over wat ze doet en wat ze niet doet. Dat draagt namelijk bij aan de ervaring van bewoners dat de gemeente verantwoordelijk en betrouwbaar is. Tot slot: ieder zijn eigen tuin Elke Haagse wijk zou je als een tuintje kunnen zien. Met eigen bodemgesteldheid, eigen klimaat, eigen geschiedenis. Collectieve effectiviteit vormt de grond. Participatie zijn de zichtbare structuren en gewassen.

Wijkdemocratie is de manier waarop die tuin wordt ingericht, onderhouden en bestuurd. Wat uit de analyse van 42 wijken en 8 verdiepingswijken naar voren komt, is dat die tuinen niet identiek zijn – en dat zij dat ook niet kunnen zijn. Wijkdemocratie vraagt daarom geen handelen op basis van een blauwdruk, maar om kennis van de lokale bodem en gewassen. Soms vraagt zij om ondersteuning. Soms om verbinding. Soms om terughoudendheid.

Gemeente Den Haag

26 februari 2026

P 43

Conclusie – met twee overkoepelende lessen

sociale stijging en financiële zelfstandigheid bestaan er grote verschillen in en tussen wijken. De randen tussen buurten en straten soms zijn best scherp. De gemeente (en het Rijk) investeren veel en in toenemende mate ook systematisch op die plekken waar bewoners het zwaar hebben, om welke reden dan ook. Dat is een fundamentele opgave waar de tijd niet in uren of jaren verstrijkt, maar in decennia en generaties tikt.

De manier waarop we in dit onderzoek naar wijkdemocratie hebben gekeken, impliceert dat de gemeente ruimte maakt voor bewoners om mee te denken en mee te doen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want natuurlijk zijn er allerlei grote en kleine bewonersinitiatieven, sociale ondernemingen en stichtingen, levensbeschouwelijke gemeenschappen, buurtgroepen, lokale bedrijven.

Een andere relevante observatie die hiermee samenhangt, is dat meedoen en meebeslissen niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Het hangt er maar net vanaf wie je kent in de wijk, hoe zeker je jezelf voelt, of je geleerd hebt en gewend bent om in groepen te zijn en je daar te roeren. Veel mensen hebben niet dat vertrouwen in zichzelf. Wat hebben ze te vertellen? Of misschien zouden ze wel willen aanhaken, maar ervaren ze niet voldoende ruimte om dat echt te durven doen. Behalve als iemand nabij, die ze vertrouwen, ze meeneemt, moed inpraat en overtuigt dat ook hun stem en inzicht van belang is. Maar het punt is: bewoners zijn niet zomaar in de positie om te denken en te voelen dat ze samen met gelijkgestemden iets kunnen doen voor hun wijk. Of dat ze kunnen en willen meedoen en meebeslissen.

Maar evenzeer bestaan er formele organisaties als scholen, verenigingen, bedrijven die een stem geven aan en dingen doen voor de wijk en de mensen die er wonen. Alles bij elkaar opgeteld, levert dat een heleboel kleine uitingen van collectieve effectiviteit op, die (elk op hun eigen manier) van belang zijn voor de kwaliteit van meedoen en meebeslissen in een wijk. Die optelsom van toegang, van gelegenheid zorgt ervoor dat alle mensen die in de wijk wonen of werken of van voorzieningen gebruik maken, ook daadwerkelijk aan hun wijk kunnen boetseren. Participatie gaat nooit vanzelf

Het overzicht en de analyse die we hebben gemaakt van het participatielandschap in 42 Haagse wijken laat zien, dat Den Haag een gesegregeerde stad is. Dat geldt voor hoe inkomen en bezit, aard en niveau van opleidingen verdeeld zijn over de wijken en de stad. Ook wat betreft toegankelijkheid van voorzieningen en welke kansen mensen meekrijgen op

Gemeente Den Haag

Participatie is niet simpelweg een streep waar iedereen achter staat om meteen na het startschot aan de slag te gaan. Participatie impliceert, dat er al hard is gewerkt en veel is gedaan – in allerlei informele circuits – om mensen welkom te heten, te leren kennen, te betrekken. Om ze zo langzaam te laten wennen aan wat de bewoners en de gemeente allemaal doen – samen en soms ook niet – om de fysieke omgeving en het sociale weefsel van de Haagse wijken in conditie te houden. De wijsheid van de wijk

Het gaat immers niet over inspraak en vertegenwoordiging, en toegankelijkheid, en bereikbaarheid en kwaliteit van bestuur alleen. Een gezonde en rijke wijkdemocratie combineert dit met de kleine onderstromen, de talrijke buurtinitiatieven van mensen onderling, ervaringsdeskundigheid van

26 februari 2026

P 44

bewoners op allerlei gebied, met de informele initiatieven. Dat alles samen maakt de “wijsheid van de wijk”, zoals een Amsterdamse stadsdeelbestuurder het onlangs samenvatte (Het Parool, 15 februari 2026). Wijkdemocratie impliceert een voortdurende en consequente inzet om verbindingen te maken. Oftewel in beleidstaal: tussen formele en informele governance op wijkniveau. Zodoende krijgen stadsdelen en gemeente een gezicht in de ogen van wijkbewoners, en ontwikkelen stadsdelen en gemeente zelf greep en bereik. Per slot van rekening is dat waar het in de wijkdemocratie om draait.

Dat zijn geen populaire boodschappen om als bestuurder of ambtenaar te moeten verkondigen in een wijk. De belofte van een rijke wijkdemocratie schuilt erin, dat er dermate veel formele en informele contacten bestaan tussen mensen in stadhuis, stadsdeelkantoor en wijk, dat: (i) bijtijds kan worden aangekondigd welke knelpunten er zijn waar bewoners mee geconfronteerd kunnen worden; (ii) bijtijds erkennen dat wijkbewoners betrokken zijn bij wat er in hun buurt gebeurd; (iii) bijtijds kan worden uitgelegd welke afwegingen moeten worden gemaakt en welke argumenten daarbij een rol spelen; (iv) bijtijds duidelijk is wie de verantwoordelijkheid draagt voor welke keuze; en (v) waar wijkbewoners inbreng hebben en waar niet.

Waar we dieper hebben gekeken en zelf de wijken hebben bezocht om te observeren en met professionals en bewoners in gesprek te gaan, zagen we hoe die governance in het leven van alledag werkt. En zagen we dat er veel speelt, dat er talloze verbindingen zijn (ontstaan) tussen mensen, die soms een zekere mate van organisatie kennen, soms ook niet. Dat zegt lang niet alles over de zeggingskracht die deze initiatieven hebben. En evenmin over het belang in de ogen van wijkbewoners. Wat ook duidelijk werd, is hoe ingewikkeld het dikwijls is voor stadsdelen en gemeente om met het hevig gewarrel in de wijk om te gaan en participatie te omarmen waar die frontaal en met luidkeels gekrakeel op je afkomt.

Bijtijds is een sleutelwoord. Duidelijkheid ook. Maar het is tegelijk een manier van werken, een manier van openbaar bestuur willen zijn.

Het valt simpelweg niet mee om mensen tevreden te stellen die iets willen, die ergens wat van vinden, die de wethouder (zo maar) opbellen. En dan bijvoorbeeld naar de gemeente wijzen. En eisen om direct in actie te komen, iets onmiddellijk te doen of juist te laten. Want de systeemwerkelijkheid waarin gemeenten functioneren (met wet- en regelgeving, beleid, politieke verhoudingen, planningen, protocollen, uitvoeringscapaciteit) is toch ook echt een (reëel existerende) werkelijkheid. Soms kunnen dingen écht niet, of later. En soms hebben wijkbewoners het ook niet bij het rechte eind. Of is het onduidelijk wat precies kan, omdat er nog een politieke of bestuurlijke afweging moet plaatsvinden.

Participatie is in onze lijn van denken – als onderzoekers – dus bij voorkeur en quasi onvermijdelijk ook het resultaat van co-creatie: niet top-down en gestuurd vanuit de systeemwerkelijkheid van de gemeente, maar veeleer als een samenhangend ecosysteem van gemeente en wijkbewoners tezamen (Bussu et al., 2025). Liefst aardt die participatiecultuur ook op fysieke plekken in een wijk (Oldenburg, 1989; Dzur, 2019). Plekken die specifieke betekenis krijgen via menselijke relaties, omdat gemeente en wijkbewoners elkaar daar ontmoeten, er allebei iets kunnen halen en brengen.

Gemeente Den Haag

Twee lessen

Welke overkoepelende lessen zou de gemeente hieruit kunnen trekken? De eerste is dat participatie-activiteiten op wijk- en buurtniveau ten principale niet eenmalig kunnen zijn. Het is eigenlijk een vorm van democratische innovatie: een pop-updemocratie, als het ware, die ontstaat via allerlei participatieve gebeurtenissen die voortdurend plaatsvinden, waarbij mensen elkaar leren kennen en buren en vrienden ontmoeten (Bussu et al., 2022).

De tweede les is om de deliberatieve kant van participatie vooral niet uit de weg te gaan. Ook al is het soms vanuit de gemeente niet te doen om zoveel

26 februari 2026

P 45

verschillende mensen tevreden te houden. Soms staan wetten en praktische bezwaren in de weg van wat wijkbewoners het liefst zouden willen. De kunst is om dat proces van delibereren serieus te nemen: iets wat besloten ligt in de terminologie die veel onderzoekers van wijkdemocratie gebruiken. Termen als “tussenpersonen” en “tussenruimte”, die tot uitdrukking brengen dat de waarde van participatie in de deliberatie schuilt, namelijk in dat proces van samen in gesprek over wat mogelijk is, wat gewenst is, wat verantwoordelijk is, wat legitiem is. Het is in het samen in gesprek zijn dat de verbondenheid ontstaat. Het betekent eveneens dat je niet bang moet zijn voor conflict. De wijkbewoners niet, en vooral de gemeente niet. Conflict is volgens de Franse filosoof Claude Lefort (1986) juist het moment waarop democratie ontstaat. In de wrijving, omdat die ruimte biedt voor uiteenlopende opvattingen. Niemand is er de baas: in elke democratie staat een lege stoel voor “de macht”. In een autocratie of dictatuur zit daar een absoluut heerser op die geen tegenspraak duldt. Maar in een democratie niet: daar ontstaat macht door middel van deliberatie, de confrontatie tussen verschillende visies en opvattingen.

Bij de inrichting van de ruimte waarin mensen met elkaar in gesprek gaan en de werkvormen die hierbij worden toegepast, zou ruimte voor wrijving en conflict kunnen worden gemaakt, zoals Paxton (2020) liet zien. De manier waarop mensen zaten, in het experiment dat hij deed, gaf letterlijk ruimte aan de gelegenheid om onenigheid te uiten.

het niet eens bent met elkaar, maar respectvol als tegenstrevers, die met een goed gesprek tot een oplossing kunnen komen. Gemeente en wijkbewoners, of wijkbewoners onderling kunnen elkaars tegenstrevers zijn, conflicterende meningen hebben. Maar per definitie zijn het geen vijanden van elkaar, zolang ze met elkaar in gesprek willen blijven (Mouffe, 2013). Ook al gaat het er soms gepassioneerd aan toe, deliberatieve participatie maakt ruimte voor die expressieve vrijheid, voor het uitdagen van asymmetrische machtsposities, want alleen via pluraliteit kan meer gelijkwaardigheid ontstaan (Moors & Van de Wijngaert, 2024). Gelijkwaardigheid die bestaat bij gratie van de erkenning, dat er juist ook eenheid zit in verscheidenheid. Ook al is dat soms een eenheid die met gezonde weerzin en praktisch vernuft tot stand is gekomen. Dat is wijkdemocratie ten voeten uit. De twee lessen: laat gebeuren en durf te twisten, helpen om (wijk)democratische processen te verbeteren. Dat zal in elke context net wat anders moeten gaan, omdat in elke wijk voor de bewoners meedoen specifieke culturele, maatschappelijke en historische connotaties heeft en aan (andere én elkaars) geleefde ervaringen raakt.

Vertaald naar wijkdemocratie wil dat zeggen, dat er altijd spanning blijft bestaan over wat er in een wijk moet gebeuren, omdat iedereen daar een eigen beeld bij heeft, opvattingen over ventileert, aanhang voor mobiliseert, en omdat sommige dingen beleidsmatig en qua regelgeving wel kunnen en andere gewoon niet. Maar niemand is in de positie om alles op te lossen, ook de gemeente niet. Die spanning moet je niet ontlopen, maar “agoniseren”, aldus Lefort (1986). Dat is een abstract woord voor iets moois, dat mensen best goed kunnen (soms met wat hulp). Namelijk elkaar juist niet als vijanden zien als je

Gemeente Den Haag

26 februari 2026

P 46

Literatuur •

•

•

•

• •

•

•

•

•

• Apel, R. (2026). Can social safety net spending prevent crime? Annual Review of Criminology, 9. https://doi.org/10.1146/annurev-criminol032924-114453 Asenbaum, H. (2021). Rethinking democratic innovations: A look through the kaleidoscope of democratic theory. Political Studies Review, 20(4), 680–690. Braun, C. (2022). Ongekende belangen: Over maatschappelijke democratie en bestuurlijke responsiviteit (Oratie, 16 september 2022). Universiteit Leiden. Braun, V., & Clarke, V. (2006). Using thematic analysis in psychology. Qualitative Research in Psychology, 3(2), 77–101. https://doi.org/10.1191/1478088706qp063oa Brink, G. van den. (2007). Prachtwijken?! De mogelijkheden en beperkingen van Nederlandse probleemwijken. Bert Bakker. Bua, A., & Bussu, S. (Eds.). (2023). Reclaiming participatory governance: Social movements and the reinvention of democratic innovation. Routledge. Bussu, S., Bua, A., Dean, R., & Smith, G. (2022). Introduction: Embedding participatory governance. Critical Policy Studies, 16(2), 133–145. Bussu, S., Rubin, K., C. N, & E. Z (2025). It’ s a mindset revolution! Cocreating inclusive spaces of participation on youth mental health. Action Research 0(0), 1–24. Carbon, D., & McMillin, S. (2019). Community engagement and collective efficacy: Building social capital in urban neighborhoods. Urban Studies Press.

Gemeente Den Haag

•

• •

• •

• • • •

Carbone, J. T., & McMillin, S. E. (2019). Neighborhood collective efficacy and collective action: The role of civic engagement. Journal of Community Psychology, 47(2), 311–326. https://doi.org/10.1002/jcop.22122 Collins, C. R., Neal, J. W., & Neal, Z. P. (2014). Transforming individual civic engagement into community collective efficacy: The role of bonding social capital. American Journal of Community Psychology, 54, 328–336. https://doi.org/10.1007/s10464-014-9675-x De Groot, G., Van Wijk, E., Herben, M., Ferguson, J.E., & Majoor, S. (2023). Boundary spanners in actie: Handelingsmogelijkheden voor professionals bij domeinoverstijgende grootstedelijke vraagstukken. Hogeschool van Amsterdam. Dzur, A. (2019). Democracy inside: Participatory innovation in unlikely places. Oxford University Press. Elstub, S., & Escobar, O. (2019). Defining and typologising democratic innovations. In S. Elstub & O. Escobar (Eds.), The handbook of democratic innovation and governance (11–31). Edward Elgar Publishing. Gemeente Den Haag. (z.d.). Den Haag in cijfers. Geraadpleegd september 2025, van https://denhaag.incijfers.nl Gemeente Den Haag. (z.d.). RAVEL – Raadsinformatie en beleidsoverzicht. Geraadpleegd september 2025, van https://ravel.denhaag.nl Hertogh, M. (2026). De maatschappelijke rechtsstaat (Oratie, 5 februari 2026). USBO/REBO. Honigh, M. (2025). Democratie voorbij de machinerie. Boom.

Kaulingfreks, F. (2023). Op de drempels van de stad: Hoe de stad vorm krijgt in tussenruimtes (Oratie, 30 november 2023). UvA. Kirkby-Geddes, E., King, N., & Bravington, A. (2013). Social capital and community group participation: Examining ‘bridging’ and ‘bonding’ in the context of a healthy living centre in the UK. Journal of Community &

26 februari 2026

P 47

• •

• •

•

•

•

• •

Applied Social Psychology, 23, 271–285. https://doi.org/10.1002/casp.2118 Kleinhans, R., & Bolt, G. (2010). Vertrouwen houden in de buurt: Verval, opleving en collectieve zelfredzaamheid in stadsbuurten. NICIS. Kullberg, J., Mouktadibillah, R., & Vries, J. de. (2021). Opgroeien in een kwetsbare wijk: Over buurteffecten en persoonlijke ervaringen vanjongens en jonge mannen. Sociaal en Cultureel Planbureau. Lefort, C. (1986). Essais sur le politique. Seuil. Miltenburg, E. M. (2017). A different place to different people: Conditional neighbourhood effects on residents' socio-economic status [Doctoral dissertation, Universiteit van Amsterdam]. Moon, C., Travaglino, G. A., Mirisola, A., Burgmer, P., D’Ottone, S., Giammusso, I., Imada, H., Nawata, K., & Ozeki, M. (2025). State responsiveness, collective efficacy and threat perception: Catalyst and complacency effects in opposition to crime across eight countries. British Journal of Social Psychology, 64, e12832. https://doi.org/10.1111/bjso.12832 Moors, H. & Van de Wijngaert, L. (2024). Een ballet van onwelgevallige boodschappen. Een analyse van pluralisme op sociale media in coronatijd. In H. Ismaïli M’hamdi, A. Rotteveel, V. Rerimassie, & B. Haverkamp (Eds.), Maatschappelijke meerstemmigheid onder druk. Waarborgen van pluralisme tijdens een gezondheidscrisis. (109-131). Boom. Moors, H. (2026). Sociale preventie en beleid. In H.

Nelen, P. Tops, K. van Wingerde, & E. Muller (Eds.), Georganiseerde criminaliteit en ondermijning. Wolters Kluwer. Mouffe, C. (2013). Agonistics: Thinking the World Politically. Verso Books. Mulaphong, D. (2023). Citizen engagement in coproductive community services: Examining the influence of community attachment, trust in the local government, and the leadership of local elected officials.

Gemeente Den Haag

•

•

• •

• • •

• •

• •

Community Development, 54(5), 767–782. https://doi.org/10.1080/15575330.2022.2127155 Newton, K. (2012). Curing the democratic malaise with democratic innovations. In B. Geissel & K. Newton (Eds.), Evaluating democratic innovations: Curing the democratic malaise? (3–20). Routledge. Oldenburg, R. (1989). The great good place. Cafés, coffeeshops, bookstores, bars, hairsalons and other hangouts at the heart of the community. Berkshire. Paxton, M. (2020). Agonistic democracy: Rethinking political institutions in pluralist times. Routledge. Putters, K. (2015). Democratie is meer dan politiek: Over het vertrouwen van burgers in de politieke en de maatschappelijke democratie. Eerste Kamer der Staten-Generaal. RadarAdvies. (2024a). Bewonersorganisaties en participatie in Den Haag: Representativiteit, bereik en verbreding. RadarAdvies. RadarAdvies. (2024b). Bewonersparticipatie in Den Haag: Representativiteit en inclusie in bewonersorganisaties. RadarAdvies. Richey, S. (2022). The influence of local patriotism on participation in local politics, civic participation, trust in local government and collective action. American Politics Research, 51(3), 357–372. https://doi.org/10.1177/1532673X221125449 Rosanvallon, P. (2002). Pour une histoire conceptuelle du politique (Oratie Collège de France, 28 maart 2002). Collège de France. Sampson, R. J., Raudenbush, S. W., & Earls, F. (1997).

Neighborhoods and violent crime: A multilevel study of collective efficacy. Science, 277(5328), 918–924. Schuyt, K. (2023). Begrensde tolerantie: Over verdraagzaamheid, onverdraagzaamheid en het ondraaglijke. Boom. Smith, G. (2009). Democratic innovations: Designing institutions for citizen participation. Cambridge University Press.

26 februari 2026

P 48

•

•

• • • • • • • •

Smith, G. (2019). Reflections on the theory and practice of democratic innovations. In S. Elstub & O. Escobar (Eds.), The handbook of democratic innovation and governance (572–582). Edward Elgar Publishing. Sociaal en Cultureel Planbureau. (2024a). Sociale cohesie en maatschappelijke verbanden in Nederland. Sociaal en Cultureel Planbureau. Sociaal en Cultureel Planbureau. (2024b). Sociale samenhang en vertrouwen in Nederland 2024. Sociaal en Cultureel Planbureau. Stam, M. T. C. (2022). Essays on welfare benefits, employment, and crime [Doctoral dissertation, Leiden University]. Swaan, A. de. (1996). De mensenmaatschappij: Een inleiding tot de sociologie. Bert Bakker. Tavory, I., & Timmermans, S. (2014). Abductive analysis: Theorizing qualitative research. University of Chicago Press. Tonkens, E. (2021a). Participatieongelijkheid: Over de verdeling van zeggenschap en invloed. Amsterdam University Press. Tonkens, E. (2021b). Samenleven in een tijd van verschil: Over sociale cohesie, betrokkenheid en burgerschap. Amsterdam University Press. Tonkens, E., & Verhoeven, I. (2022). Burgerkracht en overheid: Hoe participatie de democratie verandert. Amsterdam University Press. Yesberg, J. A., Costi, F., Chan, A., & Bradford, B. (2024). A systematic review and meta-analysis of the relationship between policing and collective efficacy. Journal of Experimental Criminology, 20, 1147–1173.

Gemeente Den Haag

26 februari 2026

P 49

Bijlagen In dit bijlagenhoofdstuk is de methodologische verantwoording van het onderzoek opgenomen. Hier wordt toegelicht hoe het onderzoek is opgezet, welke keuzes zijn gemaakt in de dataverzameling & - analyse, en op welke wijze deze keuzes hebben bijgedragen aan de betrouwbaarheid van de resultaten. Daarnaast bevat deze bijlage de gehanteerde codeboom die is gebruikt bij de kwalitatieve analyse van interviews, observaties en documenten. De codeboom geeft inzicht in de thematische structuur van de analyse en laat zien hoe empirische bevindingen systematisch zijn geordend en geïnterpreteerd. Tot slot apart opgenomen naast het rapport zijn de infographics die inzicht geven in het participatielandschap van Den Haag. Methodologische verantwoording

Dit onderzoek naar wijkdemocratie in Den Haag werd opgezet als een kwalitatief en grotendeels exploratief onderzoek, met een vergelijkende invalshoek. Er is bewust gekozen voor een aanpak die zowel overzicht als verdieping bood. Het doel van het onderzoek was niet om wijkdemocratie te beoordelen aan de hand van vooraf vastgestelde normen, maar om een feitelijk en samenhangend beeld te geven van hoe wijkdemocratie in de praktijk vorm kreeg in verschillende Haagse wijken. Daarbij stond centraal hoe bewoners meedoen, welke structuren en netwerken daarbij een rol spelen en in hoeverre bewoners invloed hebben op besluiten die hen (en hun wijk) raken.

Gemeente Den Haag

De kwalitatieve benadering maakte het mogelijk om zicht te krijgen op hoe participatie in de praktijk werkt. De focus lag op de organisatie en dagelijkse praktijk van participatie: wie nemen deel, wie blijft buiten beeld en welke drempels en mogelijkheden doen zich voor in het contact tussen bewoners en de gemeente. Deze aanpak past bij het lokale en uiteenlopende karakter van wijkdemocratie. Door aandacht te hebben voor verschillen en overeenkomsten tussen Haagse wijken werd inzicht verkregen in de invloed van sociale, organisatorische en beleidsmatige omstandigheden. Het doel hiervan was nadrukkelijk niet om wijken onderling te beoordelen of te rangschikken, maar om variatie te begrijpen en te duiden. De gekozen onderzoeksstrategie is uitgewerkt in een gefaseerde onderzoeksopzet die liep van juli 2025 tot en met begin 2026. Deze periode is bewust gekozen om zowel zorgvuldig deskresearch uit te voeren als voldoende ruimte te bieden voor veldwerk, analyse en reflectie. In de eerste fase lag de nadruk op inhoudelijke en methodologische afbakening. Er zijn intakegesprekken gevoerd met de projectleiding en betrokken beleidsmedewerkers van de gemeente Den Haag.

Deze gesprekken waren gericht op het verhelderen van de beleidsvragen, het gezamenlijk duiden van kernbegrippen zoals wijkdemocratie, participatielandschap en collectieve effectiviteit, en het vaststellen van uitgangspunten voor de verdere onderzoeksopzet. In deze fase zijn tevens de criteria voor de selectie van verdiepingswijken vastgesteld. De tweede fase bestond uit deskresearch in alle 42 Haagse wijken. Beleidsdocumenten, wijkagenda’s, stadsdeelanalyses, uitvoeringsplannen en beschikbare gemeentelijke data (onder meer via Den

26 februari 2026

P 50

Haag in Cijfers, ook wel RAVEL) 5zijn systematisch geraadpleegd en geanalyseerd. De data vanuit Den Haag in cijfers zijn samenvattingen op basis van gemeentelijke-, regionale en landelijke onderzoek, zoals bijvoorbeeld de gemeentelijke basisadministratie, maar ook de landelijke veiligheidsmonitor. Tijdens de deskresearch werd duidelijk dat van de 42 Haagse wijken, er twee (Oostduinen en Forepark) onvoldoende data hadden voor verder onderzoek. Deze zijn in overleg met de opdrachtgever daarom uitgesloten. De deskresearch was verder gericht op het verkrijgen van inzicht in zichtbare formele- en informele participatiestructuren, bewonersinitiatieven, beleidsmatige ambities en mogelijke hiaten in bewonersbetrokkenheid. Daaruit bleek dat de beschikbare en actualiteit van informatie per wijk en per bron verschilde. Niet alle indicatoren of documenten waren voor alle wijken in gelijke mate beschikbaar. Sommige bleek fragmentarisch (zoals verloop van acties verbonden aan wijkagenda’s, of cijfers in RAVEL). De deskresearch leverde daarmee geen volledig of uniform beeld op, maar wel voldoende voor de volgende fase van het onderzoek. Op basis van de deskresearch is een selectie gemaakt van acht wijken voor verdiepend veldonderzoek, met als uitgangspunt dat elk stadsdeel werd vertegenwoordigd. Deze selectie was niet statistisch representatief, maar analytisch en inhoudelijk gemotiveerd.

Er is gekozen voor een variatie tussen wijken waarvan de data liet zien dat er een relatief sterke participatiestructuur is, en wijken waar sprake was van kwetsbaarheid, versnippering of duidelijke ‘witte vlekken’ in bewonersbetrokkenheid. Daarbij is rekening gehouden met sociaal-demografische verschillen, beleidsmatige aandachtspunten en specifieke lokale vraagstukken, zoals gebiedsontwikkeling of sociaaleconomische problematiek. Deze keuze sluit aan bij inzichten uit de

literatuur waaruit blijkt dat participatie ongelijk verdeeld is en sterk samenhangt met sociaaleconomische positie, sociale cohesie en bestaande netwerken (Tonkens, 2021; SCP, 2024). Eerdere analyses in Den Haag laten bovendien zien dat bewonersorganisaties niet altijd representatief zijn voor de wijk als geheel en dat aanvullende vormen van participatie nodig zijn om bredere betrokkenheid te realiseren (RadarAdvies, 2024). Het is van belang om aan te geven dat een gebrek aan data zorgde voor uitsluiting van twee wijken (Oostduinen en Forepark), ook omdat hier relatief weinige bewoners wonen. Een infographic ontbreekt hier. Een andere beperking is het openbare (geanalyseerde) subsidieoverzicht van de gemeente Den Haag. In de praktijk zullen er per wijk meer subsidieaanvragen zijn gedaan dan in het subsidieregister van 2024 zichtbaar is. Bij het analyseren van het register bleek echter vaak niet te achterhalen voor welke wijk een aanvraag precies was ingediend. Daarom hebben we ervoor gekozen alleen de aanvragen te analyseren waarin de wijk expliciet werd genoemd. De gezette tijd voor de deskresearch en het gebrek aan duidelijkheid voor welke wijk(en) subsidieaanvragen zijn verstrekt is onderdeel van deze beperking. De selectie van verdiepingswijken en respondenten vond plaats op basis van een doelgerichte (purposive) samplingstrategie.

Het uitgangspunt was niet statistische representativiteit, maar analytische variatie. Op basis van de deskresearch zijn acht wijken geselecteerd waarin verschillen zichtbaar waren in participatiestructuren, sociaal-demografische kenmerken, beleidscontext en mate van zichtbare bewonersbetrokkenheid. Daarbij is bewust gekozen voor spreiding over de verschillende stadsdelen, zodat recht werd gedaan aan de ruimtelijke diversiteit binnen Den Haag.

5

RAVEL en Den Haag in Cijfers is dynamisch en wordt met enige regelmaat aangevuld. De peildatum voor dit onderzoek is oktober 2025.

Gemeente Den Haag

26 februari 2026

P 51

Binnen deze wijken zijn respondenten gericht benaderd op basis van hun betrokkenheid bij formele en informele participatiepraktijken. De initiële selectie bestond uit zichtbare actoren zoals vertegenwoordigers van bewonersorganisaties, wijkcontactpersonen, welzijnsprofessionals en betrokken ambtenaren. De gegevens zijn veelal verkregen door de projectleider van Haags Samenspel, of via openbare bronnen op internet. Vervolgens is, waar passend, gebruikgemaakt van een netwerkbenadering (snowball sampling), waarbij geïnterviewden andere relevante personen aandroegen die vanuit een minder formele rol actief waren in de wijk. Deze werkwijze maakte het mogelijk om zowel gevestigde participatiestructuren als informele netwerken in beeld te brengen. Tegelijkertijd is erkend dat participatieonderzoek het risico kent dat vooral reeds actieve of zichtbare bewoners worden bereikt. Om die reden is in de benadering expliciet gezocht naar variatie in perspectieven, waaronder kritische stemmen en actoren buiten formele overlegstructuren. Van de 92 (N=92) benaderde personen hebben 32 (N=32) daadwerkelijk deelgenomen aan een interview. Non-respons had verschillende oorzaken, waaronder beperkte beschikbaarheid, tijdsdruk of terughoudendheid om deel te nemen.

Hoewel daarmee niet alle perspectieven konden worden meegenomen, bood het aantal en de spreiding van respondenten voldoende basis om terugkerende patronen en wijkgebonden verschillen te analyseren. De gekozen samplingstrategie sluit aan bij kwalitatieve onderzoeksbenaderingen waarin het begrijpen van variatie, context en

betekenis centraal staat, en waarin diepgang prevaleert boven numerieke representativiteit. Naast de geplande interviews zijn in verschillende wijken korte straatgesprekken gevoerd met bewoners die niet direct verbonden waren aan formele participatiestructuren. Deze gesprekken vonden plaats in de publieke ruimte, bijvoorbeeld op pleinen, bij buurtvoorzieningen of tijdens wijkactiviteiten. Het doel hiervan was om ook spontane, alledaagse perspectieven op de wijk en op betrokkenheid bij besluitvorming te horen. Deze straatgesprekken hadden een verkennend karakter en zijn niet systematisch geregistreerd als volwaardige interviews, maar dienden ter contextverrijking en als aanvullende bron van inzicht in hoe wijkdemocratie door bewoners wordt beleefd. Voor de analyse van het kwalitatieve materiaal is gewerkt met een vooraf ontwikkelde codeboom, gebaseerd op de centrale concepten uit het theoretisch kader en de onderzoeksvragen, waaronder participatiestructuren, informele netwerken, representativiteit, ervaren invloed en relatie tot de gemeente. Deze deductieve structuur vormde het uitgangspunt voor de eerste coderingsronde. Tegelijkertijd was ruimte voor inductieve toevoegingen: wanneer tijdens het coderen nieuwe patronen of terugkerende thema’s zichtbaar werden die niet vooraf waren voorzien, zijn deze als aanvullende codes opgenomen6.

De analyse verliep iteratief: bevindingen uit interviews werden voortdurend naast inzichten uit de deskresearch gelegd. Waar verschillen of spanningen zichtbaar werden tussen formele documentatie en ervaren praktijk, is dit expliciet meegenomen in de duiding. Op deze manier werd niet alleen gekeken

6

In de interviews is ook gevraagd naar wijkoverstijgende activiteiten. Hoewel dit onderwerp met enige regelmaat ter sprake kwam, bood dit onvoldoende basis om tot duidelijke definities te komen. Daarom valt dit verder buiten de scope van dit onderzoek.

Gemeente Den Haag

26 februari 2026

P 52

naar wat formeel is vastgelegd, maar ook naar hoe wijkdemocratie daadwerkelijk wordt beleefd en geïnterpreteerd. De verwerking van data was gericht op het herkennen van terugkerende patronen binnen en tussen wijken. Daarbij is zowel per wijk een samenhangend beeld opgebouwd als een vergelijkende analyse uitgevoerd om verschillen en overeenkomsten te duiden. De uiteindelijke rapportage is tot stand gekomen door gezamenlijke reflectie binnen het onderzoeksteam, waarbij interpretaties zijn besproken en aangescherpt om tot een zorgvuldig en evenwichtig beeld te komen. Deze werkwijze sluit aan bij thematische analyse binnen kwalitatief onderzoek (Braun & Clarke, 2006; Tavory & Timmermans, 2014). Er is een duidelijke rolverdeling gemaakt onder de onderzoekers voor het schrijven van de rapportage. De gekozen operationalisering kent beperkingen, waaronder het momentane karakter van de data, verschillen in datavolledigheid tussen wijken en de beperkte bereikbaarheid van sommige bewonersgroepen. Deze beperkingen zijn inherent aan onderzoek naar wijkdemocratie en vormden juist een belangrijke reden om te kiezen voor een kwalitatieve en verdiepende aanpak. De zorgvuldigheid van het onderzoek is geborgd door triangulatie van databronnen en interne reflectie. Daarbij moet nogmaals worden benadrukt dat een gebrek aan tijd een beperking van het onderzoek vormde.

Tenslotte moet tevens worden genoteerd dat dit onderzoek geen definitieve antwoord geeft maar een onderbouwd en samenhangend beeld geeft waarmee de gemeente Den Haag een basis heeft voor beleid, reflectie en verdere versterking van wijkdemocratie in Den Haag. Bij de uitvoering van het veldonderzoek is zorgvuldig omgegaan met ethische aspecten, waaronder informed consent, vertrouwelijkheid en privacy. Alle respondenten zijn vooraf geïnformeerd over het doel van het onderzoek, de rol van de onderzoekers, de aard van de vragen en de wijze waarop de informatie zou worden verwerkt. Deelname aan interviews vond uitsluitend plaats op

Gemeente Den Haag

vrijwillige basis. Respondenten konden op ieder moment besluiten het gesprek te beëindigen of achteraf onderdelen niet te laten opnemen in de verslaglegging. De interviews zijn geanonimiseerd verwerkt in de rapportage. Namen van personen zijn niet opgenomen en citaten zijn zodanig geformuleerd dat zij niet herleidbaar zijn tot individuele respondenten. Waar functies of rollen zijn genoemd (bijvoorbeeld vertegenwoordiger van een bewonersorganisatie of medewerker van de gemeente), is dit gedaan op een algemeen niveau om herkenbaarheid te voorkomen, zeker in wijken waar het aantal betrokkenen beperkt is. De verzamelde data zijn uitsluitend gebruikt ten behoeve van dit onderzoek en opgeslagen in een beveiligde digitale omgeving, toegankelijk voor de betrokken onderzoekers. Er is geen vertrouwelijke of privacygevoelige informatie gedeeld met derden buiten het onderzoeksteam. Bijzondere aandacht is besteed aan de positie van bewoners die zich mogelijk kwetsbaar of kritisch uitlieten over gemeentelijk beleid. Omdat het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de gemeente Den Haag, is expliciet benadrukt dat deelname geen invloed had op eventuele subsidierelaties, samenwerkingsverbanden of andere contacten met de gemeente. Hiermee is beoogd een veilige setting te creëren waarin respondenten vrijuit hun ervaringen en perspectieven konden delen.

Deze werkwijze sluit aan bij gangbare richtlijnen voor zorgvuldig kwalitatief onderzoek, waarbij vrijwilligheid, transparantie en vertrouwelijkheid centraal staan. Codeboom

Zoals hierboven eerder vermeld is er op basis van een codeboom gecodeerd. De codeboom en de het aantal citaten date gecodeerd is, is hieronder te vinden.

26 februari 2026

P 53

Code

Definitie

Aantal C1. Timing & Fase citaten

A. Participatielandschap A1. Formele structuren

Wijkraden / bewonerscommissies / bewonersorganisaties. Overlegtafels met gemeente (wijkoverleggen, gebiedstafels)

152

A2. Informele structuren

Grasroots, Ad buurtgroepen

151

A3. Actoren & rollen

Sleutelfiguur, volgers, trekkers, 94 afwezigen, brug tussen bewoners – gemeente.

A4. Netwerken verbindingen

Hoc,

informele

& Bonding, briding, linking.

120

Vroeg betrokken of niet. Meedenken, meebeslissen v.s. uitvoeren

11

C2. Duidelijkheid & kaders

Waarover wel of Randvoorwaarden of spelregels?

niet?

40

C3. Invloed & zeggenschap

Ervaren invloed, besluitvorming, macht, wie bepaalt de agenda, taal en tempo?

95

& Transparantie over wat met inbreng gebeurt. Vertrouwen door terugkoppeling

56

C5. Participatiebronnen

Fysiek/digitaal, individueel/groep. Wat voor soort participatie

75

D. Collectieve effectiviteit (sociale basis onder wijkdemocratie)

Definitie

Aantal citaten

C4. Opvolging Terugkoppeling

B. Toegang, inclusiviteit en representativiteit

Definitie

Aantal D1. Sociale samenhang citaten

B1. Toegankelijkheid

Taal, digitale vaardigheden, tijd/werk, zorg, veiligheid, comfort.

132

D2. Bereidheid collectief handelen

B2. Bereik & Wie doet structureel mee, wie blijft Ondervertegenwoordiging buiten beeld, waarom? Buitensluiting?

128

D3. Vertrouwen

B3. Representativiteit

Zelfde mensen of diversiteit?

75

D4. Empowerment capaciteit

C. Kwaliteit van participatie (proceskant)

Definitie

Aantal citaten

Gemeente Den Haag

Onderliggende saamhorigheid.

verbondenheid/

150

tot Samen problemen aanpakken, normen (bijvoorbeeld elkaar aanspraken)

138

Vertrouwen in elkaar, in gemeente in instituties, doenvermogen

51

& Kennis en vaardigheden, toegang tot middelen.

79

26 februari 2026

P 54

E. Witte vlekken, hiaten en discrepanties

Definitie

Aantal citaten

E1. Witte vlekken

Wat zijn witte vlekken?

72

E2. Verschillen tussen Praktijk wijkt af tussen verordening beleid en wijkervaring (participatie kompas) subsidieaanvragen voorbeeld.

75

E3. Knelpunten en fricties

Conflicten, polarisatie, wantrouwen, overbelasting

90

F1. Concrete opbrengsten

Tastbare resultaten

42

F2. Ervaren opbrengsten

Erkenning, gehoord worden

54

F. Uitkomsten betekenis

en

Gemeente Den Haag

26 februari 2026

P 55

Wijnhaven 88 2511 GA Den Haag 070 - 87 00 460 info@emma.nl www.emma.nl Volg ons op LinkedIn

Gemeente Den Haag

26 februari 2026

P 56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16856244/1