RIS325084 Bijlage 1 Nieuwe versie Nota Haags Woonwagenbeleid-2
Tekst van het document
4.4 Aandacht voor leefbaarheid en welzijn De focus van deze beleidsnota is de huisvesting van woonwagenbewoners. Naast huisvesting is het belangrijk om aandacht te hebben voor eventuele sociaal/maatschappelijke vraagstukken die spelen binnen de woonwagengemeenschap. We hebben hier tijdens het participatieproces bij stil gestaan. In de gesprekken werd met name de (verkeers)veiligheid op woonwagenlocaties en de wens voor 1 in- en uitgang door woonwagenbewoners genoemd. Daarnaast is bekend dat de huidige overbewoning het persoonlijk welzijn beïnvloedt en dat er veel mantelzorg geleverd wordt. Woonwagenbewoners moeten gezond en veilig kunnen wonen op woonwagenlocaties en net zoals andere inwoners van onze stad optimaal gebruik kunnen maken van de gemeentelijke voorzieningen.
4.4.1 Contact met de gemeente Het is niet vanzelfsprekend dat woonwagenbewoners de weg naar de gemeente weten te vinden en er gebruik van maken. Door ervaringen uit het verleden staan woonwagenbewoners sceptisch tegenover de overheid en overheidsinstanties. Daarom spannen we ons in om het vertrouwen te herstellen en zorgen we ervoor dat de bewoners beter hun weg weten te vinden naar de gemeente. De gemeente streeft ernaar dat de woonwagenbewoners beter bekend zijn met de reguliere contactlijnen van de gemeente. En dat de reguliere contactlijnen in de gemeente kennis hebben van de cultuur, geschiedenis en vraagstukken van woonwagenbewoners. Dit om ervoor te zorgen dat het bestaande aanbod beter bekend wordt bij woonwagenbewoners en de toegankelijkheid van ondersteuning en voorzieningen wordt vergroot. 4.4.2 Leefbaarheid Het algemene uitgangspunt van een woonwagenlocatie is dat dit een prettige leefomgeving is. Doordat er sprake is van overbewoning (ouders met inwonende kinderen en/of kleinkinderen) op de woonwagenlocaties is de druk op de vaak krap bemeten openbare infrastructuur toegenomen doordat bijvoorbeeld meer voertuigen dan beschikbare parkeerplaatsen op de woonwagenlocaties staan geparkeerd. Ook wordt er door overbewoning meer huishoudelijk afval geproduceerd.
Door deze factoren is extra aandacht nodig voor het Schoon, Heel en Veilig houden van de Haagse woonwagenlocaties middels beheer- en onderhoud dat onder andere toeziet op Groen, Openbare Verharding, Milieu en Speelterreinen.
21/24
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/
4.4.3 Schoon, heel en veilig Het beheer en het onderhoud van de woonwagenlocaties is de verantwoordelijkheid van corporaties en gemeente. Afhankelijk van de eigendomssituatie van de standplaats en de woonwagen ligt het onderhoud bij de bewoner (in het geval van een eigen woonwagen en/of een erfpacht/gekochte standplaats), de corporaties (bij huurstandplaatsen en/of huurwoonwagens) of de gemeente (bij huurstandplaatsen en de huidige huurwoonwagens). Voor de uitvoering van het beheer en onderhoud van woonwagenlocaties hebben de gemeente en corporaties een overeenkomst met een externe beheerorganisatie. Deze partijen staan gezamenlijk voor het doel dat de woonwagenlocaties schoon, heel en veilig zijn én ook blijven. Er zijn onderlinge afspraken tussen eigenaar-bewoners, corporaties, extern beheer en gemeente over de rolverdeling en verantwoordelijkheid. Een woonwagenlocatie dient te voldoen aan alle wettelijke kaders. Bij het niet voldoen aan de wettelijke kaders wordt handhaving daar waar mogelijk is samen aangepakt. 4.4.4 Sociale inclusie en tegengaan discriminatie Nederland heeft van de Europese Unie de opdracht gekregen om met een monitor in kaart te brengen hoe het staat met de sociale inclusie van Roma en Sinti in Nederland. Sinds 2013 wordt om het jaar onderzoek gedaan in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
In 2024 verscheen de meest recente Monitor Sociale Inclusie: meting 5, de vierde vervolgmeting naar de woonen leefomstandigheden van Roma en Sinti in Nederland. Uit de metingen blijkt dat er sprake is van enige verbetering, maar dat woonwagenbewoners vaak nog steeds een achterstandspositie hebben ten opzichte van het gemiddelde in Nederland. In deze monitor zijn de eerste voorzichtige signalen te zien voor een verbetering van de onderwijspositie van de jongere generaties. Verschillende professionals benoemen dat de jonge ouders zelf vaak meer onderwijs hebben genoten, dat zij hierdoor het belang van goede educatie inzien en dat zij hun kinderen vervolgens stimuleren en meer kunnen helpen. De doorwerking naar andere levensdomeinen is nog niet gerealiseerd. Dit betreft dan onder meer het niveau van huisvesting, arbeidsparticipatie, gezondheid en veiligheid. Dit benadrukt het belang om aandacht te hebben voor deze aspecten. De manier waarop de gemeente hierbij kan ondersteunen, verkennen we de komende tijd met woonwagenbewoners. Onderzoek naar het uitsterfbeleid in de gemeente Den Haag tussen 2000-2025 Op verzoek van de Stichting Sinti, Roma en Reizigers is in september 2025 in opdracht van de gemeente een onderzoek gestart naar het gevoerde woonwagenbeleid in de afgelopen 25 jaar.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een onderzoeksteam onder leiding van assistent professor Dominic Teodorescu van de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoek beslaat documentenonderzoek, interviews en focusgroepen en een kunstzinnige uitingsvorm van de bevindingen onder begeleiding van een kunstenaar. Het onderzoek heeft als doel om duidelijk te maken wat het woonwagenbeleid de afgelopen jaren inhield en daarmee betekenis te geven aan de excuses die door het college gemaakt zal worden naar aanleiding van de motie “Excuses voor woonwagenbewoners” (RIS319641). Daar het een omvangrijk onderzoek betreft, is de verwachting dat het onderzoek na de zomer van 2026 wordt afgerond. 4.4.5 Ontmoetingsruimtes op woonwagenlocaties Vanuit de woonwagengemeenschap is er behoefte aan ontmoetingsruimtes of collectieve ruimtes op woonwagenlocaties. In de ontmoetingsruimtes kunnen kinderen samen spelen, maar kunnen ook rituelen die bij overlijden en feestdagen horen plaatsvinden. De gemeente past hier maatwerk toe. Het faciliteren van een ontmoetingsruimte is afhankelijk van de beschikbare ruimte en behoefte. Voorwaarden zijn goede programmering, organisatie en beheer.
22/24
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/
4.5 Duurzame en toekomstbestendige woonwagens en woonwagenlocaties Woonwagenlocaties zijn niet uitgesloten van de energietransitie. Het is belangrijk dat woonwagenlocaties en woonwagens duurzaam, goed geïsoleerd en toekomstbestendig zijn. De lange termijnvisie is dat woonwagens, net als woningen, ook van het gas af gaan. Op korte termijn is dit echter kostbaar en zijn er technologische ontwikkelingen in de wagenbouw nodig. Daarom faciliteren we op korte termijn hybride warmtesystemen voor woonwagens zodat de woonwagens wel voorbereid zijn op de toekomst, maar vandaag de dag wel betaalbaar zijn in deze overgangsperiode. Samen met bewoners en wagenbouwers verkennen we de mogelijkheden voor duurzame woonwagens. Voor de ontwikkeling van nieuwe woonwagenlocaties maken we tot 2030, indien nodig, gebruik van de mogelijkheid voor een ontheffing van de Wet Voortgang Energietransitie (VET). Dit is ook aangegeven in de afdoening motie “Geen onhaalbare duurzaamheidseisen voor woonwagens” (RIS321014). Woonwagenbewoners moeten duurzaam en toekomstbestendig kunnen wonen in de stad.
4.6 Nieuwe bouwregels voor woonwagens om een wooncarrière gebruik mogelijk te maken Op dit moment gelden de gevestigde rechten per standplaats zoals die ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan (nu omgevingsplan) golden. Hierdoor heeft niet iedereen dezelfde mogelijkheden om een wooncarrière op de eigen standplaats te maken. Het kunnen maken van een wooncarrière op een standplaats is de wens van woonwagenbewoners. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een jong koppel dat in een enkellaagse woonwagen van 5x15m gaat samenwonen en na 10 jaar een dakopbouw of aanbouw realiseert. Om dit mogelijk te maken, is het nodig om de ruimtelijke kaders voor woonwagens en woonwagenstandplaatsen aan te passen dan wel op een andere wettelijk wijze te regelen. Dit stelt ook bijvoorbeeld bouwtechnische voorwaarden aan de draagkracht van een standplaats. Alle nieuwe standplaatsen dienen 35 ton te kunnen dragen. Ook brandveiligheid zal te allen tijde randvoorwaardelijk zijn. Het doel is om regelgeving te ontwikkelen zodat woonwagenbewoners een woonwagen kunnen realiseren die past bij hun woonwensen. 4.6.1 Wijziging ruimtelijke kaders Om uitvoering te kunnen geven aan de doelen van deze Nota Haags Woonwagenbeleid is het noodzakelijk dat ruimtelijke kaders worden aangepast.
Dit vraagt een beleidsrijke wijziging van het omgevingsplan, waarin van rechtswege het bestemmingsplan ‘Woonwagenlocaties 2009’ opgenomen is. Het omgevingsplan geeft bouwvoorschriften voor bijvoorbeeld de maximale hoogte, de toegestane bouwoppervlakte, de breedte en lengte van de woonwagen en de ruimte tussen woonwagens. De beleidsrijke aanpassing van het omgevingsplan voor dit thema zal de insteek hebben om de uitbreiding van standplaatsen mogelijk te maken, conform de vereiste vanuit het mensenrechtelijk kader om te voorzien in voldoende standplaatsen en om meer woonvolume mogelijk te maken. Tevens is er aandacht voor dat overige ruimtelijke regels overeenkomen met vereisten voor reguliere woningen in een vergelijkbare stedenbouwkundige context en wordt de planologische verankering van de acht snipperlocaties nader onderzocht. Omdat een aanpassing van het omgevingsplan een arbeidsintensief proces is waarvoor specifieke expertise noodzakelijk is, moet nader worden uitgewerkt op welke termijn de aanpassing gerealiseerd kan worden.
23/24
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/
5 Uitvoering van deze beleidsnota 5.1 Monitoring en evaluatie Jaarlijks zal de voortgang omtrent deze beleidsnota in de voortgangsrapportage woonvisie worden opgenomen en aan de raad worden aangeboden. Onderwerpen die in de voortgangsrapportage worden meegenomen: Voortgang van projecten en locatiestudies om nieuwe standplaatsen te realiseren. Ervaringen omtrent het uitgeven van standplaatsen in erfpacht/verkoop en het financieren daarvan middels een hypotheek. Voortgang omtrent het aanbieden van sociale huurwoonwagens. Naast de reguliere voortgangsrapportages zal er twee jaar na vaststelling de volgende onderdelen uit deze beleidsnota geëvalueerd worden: Hoe de toewijzing van standplaatsen verloopt op basis van de nieuw opgestelde criteria; In hoeverre bewoners op de hoogte zijn van het beleid en zich betrokken voelen bij de uitvoering/de mate waarin bewoners tevreden zijn over de voortgang; Evaluatie van financiële kosten en of de begrote kosten aangepast dienen te worden; De woonbehoefte en zorgvraag van ouderen in de woonwagengemeenschap; De samenwerking met de woningcorporaties. Na vaststelling van de nota, zullen deze acties samen met bewoners en partners verder uitgewerkt worden.
24/24