RIS325082 Bijlage Eindrapport behoefteonderzoek woonwagenstandplaatsen Den Haag
Tekst van het document
Behoefteonderzoek standplaatsen in Den Haag Eindrapport
27 november 2025, Utrecht
Voorwoord Dit onderzoek is uitgevoerd in de periode april-november 2025 in opdracht van de gemeente Den Haag. Wij bedanken iedereen die de tijd en moeite heeft genomen om ons mee te nemen in de context en zorgvuldig mee te denken over het onderzoek – met name de gemeente Den Haag en de Stichting Roma, Sinti en Reizigers. Ook willen we alle mensen bedanken die ons en de interviewers zo geweldig geholpen hebben bij het onder de aandacht brengen van het onderzoek via formele en informele kanalen. Als laatste gaat onze dank uit naar de vele mensen die de vragenlijst hebben ingevuld samen met hun hele huishouden. Dank. De onderzoekers van Labyrinth Onderzoek & Advies
© 2025 Labyrinth Onderzoek & Advies Amerikalaan 203 3526 VD Utrecht T: +31 (0)30 262 71 91 E: info@labyrinthonderzoek.nl W: www.labyrinthonderzoek.nl
Alle rechten voorbehouden Niets uit deze uitgave mag - door iemand anders dan de opdrachtgever - worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
Dit onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Gemeente Den Haag
Samenvatting Uit het onderzoek blijkt dat in Den Haag een grote behoefte bestaat aan woonwagenstandplaatsen. Van de 813 betrokken personen hebben minimaal 417 en maximaal 451 personen nu en in de toekomst behoefte aan een standplaats; dit komt neer op ongeveer 60% van de totale onderzoeksgroep. Bijna de helft van deze groep (46%) wil binnen één jaar een standplaats betrekken en driekwart (75%) zou dit binnen vijf jaar willen. Respondenten hechten grote waarde aan wonen in familieverband. Voor veel mensen is dit (zeer) belangrijk bij het bepalen van hun woonwensen en locatievoorkeuren. De meeste respondenten staan open voor zowel bestaande als nieuwe locaties en hebben uiteenlopende wensen wat betreft grootte van de locatie. De wensen lopen uiteen wat betreft het willen huren of kopen van de standplaats en de woonwagen. Veel mensen willen een woonwagen met drie of meer slaapkamers en bijna iedereen wil een berging met sanitair. Veel huidige bewoners van standplaatsen in Den Haag zouden hun standplaats willen kopen. De tevredenheid over de huidige standplaatsen verschilt sterk per locatie. Bewoners zijn relatief tevreden over ligging en ruimte, maar geven vaker ontevredenheid aan over onderhoud, veiligheid, speelmogelijkheden, parkeerruimte en beheer. Op sommige locaties, zoals Viaductweg en Energiestraat, worden meerdere aspecten laag beoordeeld.
De behoefte aan duidelijke en transparante communicatie is groot. Meer dan 80% van de respondenten wil actief geïnformeerd worden over standplaatsen, wachtlijst en beleid. De totale vraag naar standplaatsen overstijgt het aanbod ruim. Met naar verwachting slechts beperkte doorstroming kan de huidige behoefte niet opgevangen worden binnen de bestaande locaties.
3
Inhoudsopgave Samenvatting
3 4
1 Inleiding
6
1.1. Aanleiding
6
1.2. Vraagstelling
6
1.3. Betrokkenheid vanuit de doelgroep
7
1.4. Leeswijzer
7
2 Achtergrond
8
2.1. Woonwagenbeleid
8
2.2. Woonwagenlocaties en standplaatsen Den Haag
9
3 Onderzoeksaanpak
10
3.1. Onderzoeksopzet
10
3.2. Voorbereiding
10
3.3. Veldwerk
11
3.4. Kwaliteitscontrole
11
3.5. Analyse
12
4 Resultaten 4.1. Wie deden er mee aan het onderzoek
13 13
4.1.1. Aantal respondenten en spreiding over locaties
13
4.1.2. Soort respondent
14
4.1.3 Leeftijdsopbouw
15
4.1.4. Identificatie met woonwagencultuur
15
4.1.5 Relatie tussen hoofdbewoner en inwonenden
16
4.2. Behoefte aan een eigen standplaats
18
4.2.1. Aantal unieke standplaatszoekenden per groep
18
4.2.2. Termijn en scenario’s standplaatsbehoefte
18
4.3. Woonwensen en voorkeuren
21
4.3.1 Voorkeur voor locatie: bestaande of nieuwe woonwagenlocatie 21 4.3.2 Samenwonen met familie
23
4.3.3 Gewenste omvang van locaties
24
4.3.4 Type woonwagen en standplaats
24
4.3.5 Gewenste indeling woonwagen
26
4.3.6 Wensen m.b.t. werkvoorzieningen op of bij de standplaats
28 4
4.4 Ervaringen met de huidige situatie (hoofdbewoners)
29
4.4.1 Tevredenheid over huidige woonwagen, standplaats en locatie 29 4.4.2 Behoefte aan verandering van de woonwagen of standplaats
32
4.4.3 Reden voor verhuiswens hoofdbewoners
33
4.5 Wachtlijsten en toewijzing
35
4.5.1 Inschrijving op wachtlijsten binnen en buiten Den Haag
35
4.5.2
Begrip van proces van toewijzen
36
4.5.3 Kritische noten uit open antwoorden
38
4.6 Communicatie met de gemeente
39
4.7 Prognose wat betreft het aanbod
40
5 Conclusie
41
6 Bijlage:
43
5
1
Inleiding 1.1. Aanleiding De gemeente Den Haag heeft als taak om woonruimte voor woonwagenbewoners te faciliteren. Zo lang er behoefte is aan woonwagenstandplaatsen, dient de gemeente daar beleid voor te maken. Daarom is het belangrijk om de behoefte naar standplaatsen regelmatig (elke 5 jaar) in kaart te brengen. Labyrinth Onderzoek & Advies is gevraagd het behoefteonderzoek uit te voeren. Het laatste onderzoek uitgevoerd in opdracht van de gemeente Den Haag stamt uit 2020.
1.2. Vraagstelling Het doel van het onderzoek is meer inzicht bieden in de huidige behoeften en wensen ten aanzien van standplaatsen, woonwagens en locaties van standplaatsen van woonwagenbewoners in de gemeente Den Haag. Woonwagenbewoners zijn mensen die van generatie op generatie verbonden zijn met het leven in een woonwagen en zich daarmee identificeren.1 Ze onderscheiden zich door hun eigen wooncultuur, gewoonten en sterke familiebanden. Het betreft onder andere reizigers, Roma, Sinti, kermis- en circusreizigers die in een woonwagen wonen of binding hebben met het woonwagenleven. Ook mensen die nu in een reguliere woning wonen maar graag (weer) in een woonwagen willen wonen – in dit onderzoek ‘standplaatszoekenden’ genoemd – worden tot de doelgroep gerekend.2 Het onderzoek heeft als hoofdvraag: Hoe groot is de vraag naar standplaatsen onder bewoners die volgens het afstammingsbeginsel tot de groep woonwagenbewoners behoren in Den Haag, en wat is de huidige en verwachte wachttijd voor een standplaats? Er zijn twee hoofddoelstellingen geformuleerd: • Het bieden van een helder overzicht van de vraag naar standplaatsen onder woonwagenbewoners met binding aan Den Haag, afgezet tegen het huidige aanbod.
Hierbij wordt rekening gehouden met het aantal standplaatsen dat op termijn vrijkomt door natuurlijk verloop of verhuisplannen van de huidige bewoners nu, over tien en over vijftien jaar. • Het bieden van inzicht in de woonwensen met betrekking tot de woonwagen, standplaats en locatie, zoals (sociale) huur- en koopwagens en/of standplaatsen, erfpacht, extra bouwvolume, grootte, duurzaamheid, mantelzorg, groenvoorzieningen, etc.
1 De woonwagencultuur, erkend als Nederlands immaterieel cultureel erfgoed, wordt onder meer gekarakteriseerd door het wonen in
een woonwagen en het leven in familie- en/of groepsverband. Woonwagenbewoners leefden oorspronkelijk een nomadisch bestaan, hetgeen eveneens als cultureel kenmerk kan worden beschouwd. 2 Voorheen werden dit ook wel ‘spijtoptanten’ genoemd. In dit onderzoek hanteren wij de term ‘standplaatszoekende’ als het gaat over mensen met een woonwagenverleden die nu in een huis wonen en graag weer een standplaats wensen.
6
1.3. Betrokkenheid vanuit de doelgroep Tijdens het onderzoek is er regelmatig afgestemd met de gemeente Den Haag en de Stichting Sinti, Roma en Reizigers. Daarnaast is een klankbordgroep samengesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de verschillende woonwagenlocaties. Deze groep heeft meegedacht over de inhoud van de vragenlijst en feedback gegeven. De vragenlijst is vooraf uitgebreid getest. Ook hebben de leden van de klankbordgroep en de Stichting geholpen bij het onder de aandacht brengen van het onderzoek binnen de doelgroep, onder andere via informele kanalen zoals WhatsApp-groepen en Facebook. Begin juli 2025 is een bijeenkomst georganiseerd voor de doelgroep. Tijdens deze bijeenkomst is het doel van het onderzoek toegelicht en was er volop ruimte voor het stellen van vragen aan de onderzoekers en de wethouder en het delen van opmerkingen.
1.4. Leeswijzer Dit rapport start in hoofdstuk 2 met een beschrijving van de achtergrond van het onderzoek, inclusief een overzicht van de woonwagenlocaties in Den Haag. In hoofdstuk 3 wordt de onderzoeksaanpak toegelicht, waaronder de voorbereiding, respondentenwerving, uitvoering van het veldwerk en de analysemethode. Hoofdstuk 4 presenteert de resultaten, met aandacht voor de standplaatsbehoefte, voorkeuren van bewoners, ervaringen met het toewijzingsbeleid en het contact met de gemeente. Hoofdstuk 5 sluit af met de conclusies, gebaseerd op de onderzoeksvragen.
7
2
Achtergrond 2.1. Woonwagenbeleid Achtergrond Tot circa 2018 voerden veel Nederlandse gemeenten – impliciet of expliciet – een zogenoemd uitsterfbeleid, waarbij het aantal woonwagenstandplaatsen geleidelijk afnam en er weinig nieuwe plekken werden gerealiseerd. Het College voor de Rechten van de Mens en de Nationale ombudsman gaven aan dat dit beleid niet in overeenstemming was met het gelijkheidsbeginsel en het mensenrechtelijk kader, omdat wonen in een woonwagen wordt beschouwd als een beschermd onderdeel van de cultuur van Roma, Sinti en woonwagenbewoners.3 4 In 2018 stelde het Rijk daarom het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid vast.5 Dit beleidskader vraagt van gemeenten en woningcorporaties dat zij de woonwagencultuur waarborgen en ondersteunen, onder andere door te voorzien in voldoende standplaatsen wanneer daar aantoonbare behoefte aan bestaat. Sindsdien vormt het beleidskader de landelijke norm voor lokaal woonwagenbeleid. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) publiceerde in 2021 een Wegwijzer woonwagen- en standplaatsenbeleid om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering, met praktische handvatten voor behoefteonderzoek, toewijzing en beheer.6 De gemeente Den Haag heeft haar beleid in lijn met dit landelijke kader geactualiseerd. Na een periode van afbouw is gekozen voor een koers die gericht is op uitbreiding van standplaatsen.
Deze beleidswijziging is vastgelegd in de concept-Nota Haags Woonwagenbeleid 2024, die in 2025 wordt geactualiseerd mede op basis van dit onderzoek.7 In 2024 oordeelde de Rechtbank Den Haag dat de gemeente meer moet doen om te voorzien in de behoefte aan standplaatsen, en dat de wachttijd voor een standplaats binnen vijf jaar vergelijkbaar moet zijn met die voor een grondgebonden sociale huurwoning.8 De gemeente werkt aan uitbreiding van de capaciteit, onder meer via nieuwe locaties zoals de Brasserskade, in samenhang met de doelstellingen van de Woonvisie 2040.9
College voor de Rechten van de Mens (2018). Beleidsreactie op gemeentelijk woonwagenbeleid. Nationale ombudsman (2017). Woonwagenbewoner zoekt standplaats (rapportnr. 2017/171). 5 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2018). Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. 6 Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2021). Wegwijzer woonwagen- en standplaatsenbeleid. 7 Gemeente Den Haag (2024). Nota Haags Woonwagenbeleid 2024 (RIS319249). 8 Rechtbank Den Haag (2024). 9 Gemeente Den Haag (2022). Woonvisie 2040 – Ruimte voor wonen. 3 4
8
2.2. Woonwagenlocaties en standplaatsen Den Haag Woonwagenlocaties en standplaatsen Den Haag Na de afschaffing van de woonwagenwet in 1999 is het beheer van woonwagenlocaties door het Rijk overgedragen aan de gemeenten, waaronder ook Den Haag. In de gemeente Den Haag zijn 11 grotere woonwagenlocaties en 8 ‘snipperlocaties’ met in totaal 233 standplaatsen. Van de huidige woonwagenlocaties zijn er drie in gemeentelijk bezit en de overige acht in bezit van een drietal woningcorporaties (Haag Wonen, Staedion en WoonInvest). Zie voor een overzicht van de locaties, het eigenaarschap, het aantal standplaatsen en bewoners tabel 1 hieronder. Tabel 1 Overzicht van de woonwagenlocaties in de gemeente Den Haag Woonwagenlocatie
Eigenaar van locatie
Aantal standplaatsen
Aantal geregistreerde bewoners
Energiestraat
Haag Wonen
10
18
Schapenatjesduin
Staedion
18
47
Strijpkade
Haag Wonen
3
6
Viaductweg
Staedion
36
85
Jan Hanlostraat
Gemeente Den Haag
35
85
Henricuskade
Gemeente Den Haag
34
81
Bob Oosthoeklaan
WoonInvest
5
11
Isabellaland
Haag Wonen
18
44
Guntersteinweg
Staedion
15
40
Erasmusweg
Haag Wonen
18
40
Tom Mandersstraat
Gemeente Den Haag
38
96
snipperlocaties
3
4
Totaal
233
555
Bron: BRP-gegevens gemeente Den Haag
Alle standplaatsen zijn huur, met koopwagens die mensen er zelf op zetten. De gemeente heeft in 2021 vier huurwagens geplaatst. Wachtlijsten voor standplaatsen en beleid van toewijzing Het beheer van de wachtlijst voor standplaatsen ligt bij de gemeente Den Haag. Een externe partij is de beheerder van en regelt de contracten voor de sociale huurstandplaatsen. Het toewijzen van standplaatsen gebeurde voorheen op basis van inschrijfduur. Volgens de gemeente is de familieband nu leidend.
9
3
Onderzoeksaanpak 3.1. Onderzoeksopzet Voor dit onderzoek gebruikten we een gestructureerde vragenlijst die op meerdere manieren kon worden ingevuld: online (CAWI), via een persoonlijk interview aan huis (CAPI) en, in de slotfase, telefonisch (CATI). Deze combinatie van methoden stelde ons in staat om een brede en diverse groep woonwagenbewoners en standplaatszoekenden te bereiken. Mensen die niet reageerden op de online uitnodiging, benaderden we later persoonlijk of telefonisch. De telefonische interviews hebben we met name ingezet om ook diegenen te bereiken die niet digitaal vaardig zijn of moeite hebben met lezen en schrijven, zodat ook hun woonwensen zijn meegenomen in het onderzoek.
3.2. Voorbereiding Doelgroep Het onderzoek richtte zich op twee groepen: 1) hoofdbewoners van alle woonwagenstandplaatsen in de gemeente Den Haag, en 2) standplaatszoekenden met een woonwagenverleden die graag (weer) in een woonwagen willen wonen. Via deze respondenten zijn ook vragen gesteld over de behoefte van inwonenden, zoals partners of kinderen. De gemeente stelde een adressenbestand beschikbaar met 233 standplaatsen en 307 mensen op de wachtlijst.10 Aan het einde van de vragenlijst konden respondenten contactgegevens doorgeven van anderen met interesse in een standplaats. Daarnaast konden standplaatszoekenden zich op eigen initiatief aanmelden via telefoon of e-mail. Zo meldden zich nog ongeveer 47 mensen die niet op de wachtlijst stonden. In totaal namen 124 standplaatszoekenden deel aan het onderzoek die momenteel niet op een standplaats in Den Haag wonen. Vragenlijst De vragenlijst bestond uit een combinatie van gesloten en open vragen en is opgesteld in overleg met de gemeente, de Stichting en vertegenwoordigers van de woonwagenlocaties. We werkten met één basisvragenlijst, waarbij via routing de vragen werden afgestemd op de situatie van de respondent. Zo kregen standplaatszoekenden deels andere vragen voorgelegd dan huidige bewoners. De vragenlijst behandelde onderwerpen als: • •
de huidige woonsituatie; ervaringen met toewijzing en wachtlijsten;
10
Bewoners van Haagse woonwagenlocaties op de wachtlijst zijn benaderd via de hoofdbewoners; van de overige mensen op de wachtlijst werd 1 iemand per adres aangeschreven om voor het hele huishouden mee te doen. Zo zijn er in totaal 233 (hoofdbewoners) +193 adressen (wachtlijst) = 426 adressen aangeschreven. 10
• •
verhuis- en woonwensen voor de toekomst (zoals voorkeur voor koop of huur); en de informatievoorziening vanuit de gemeente.
Als eerste werd gecontroleerd of de respondent daadwerkelijk op een standplaats woont, en wie de vragenlijst invult (bijvoorbeeld de hoofdbewoner of een andere inwonende). Ook werd gevraagd naar gegevens van alle personen op het adres, inclusief hun eventuele behoefte aan een eigen standplaats nu of in de toekomst. Na feedback van de gemeente en de Stichting is de vragenlijst geprogrammeerd, getest en zorgvuldig doorgenomen. Interviewteam Het onderzoeksteam van Labyrinth bestond uit vier ervaren interviewers. Ze hebben een uitgebreide training gekregen over de leefwereld (en het interviewen) van woonwagenbewoners. Deze aanpak helpt om het vertrouwen te winnen en open gesprekken te voeren.
3.3. Veldwerk Contactstrategie Begin juli 2025 vond een informatiebijeenkomst voor de doelgroep plaats. Alle bewoners ontvingen hiervoor een persoonlijke uitnodiging, en ook via informele kanalen zoals WhatsApp werd de bijeenkomst aangekondigd. Tijdens de bijeenkomst werd uitgelegd waarom het behoefteonderzoek belangrijk is. Bezoekers kregen een brief mee waarmee ze ook anderen – vooral standplaatszoekenden die niet op een standplaats wonen – konden oproepen om deel te nemen. Begin september 2025 kregen alle woonwagenbewoners een brief om deel te nemen aan het onderzoek. In de brief stond het doel van het onderzoek uitgelegd, met een persoonlijke inlogcode en link naar de vragenlijst. Via de klankbordgroep hielden we tijdens het veldwerk nauw contact met de doelgroep. We namen telefonisch contact op met standplaatszoekenden die door respondenten waren aangedragen. Ook konden mensen zichzelf aanmelden via e-mail of telefoon. Zij ontvingen vervolgens een persoonlijke link naar de vragenlijst. Face-to-face veldwerk Midden september startten de bezoeken aan de woonwagenlocaties. Interviewers bezochten adressen van mensen die de vragenlijst nog niet online hadden ingevuld. Na drie mislukte pogingen werd het adres geregistreerd als non-respons. De vragenlijst bleef inhoudelijk hetzelfde als bij de online versie, zodat alle resultaten goed vergelijkbaar waren.
De voortgang werd bijgehouden in onze Veldwerkapp, waarin interviewers hun contactmomenten registreerden. Bij weigering werd – als mogelijk – de reden vastgelegd.
3.4. Kwaliteitscontrole Tijdens het veldwerk voerden we doorlopend kwaliteitscontroles uit. Er werd gecontroleerd of vragenlijsten volledig en binnen een realistische tijd waren ingevuld. Bij twijfel werd contact opgenomen met de
11
interviewer of respondent. Ook werd er gecontroleerd dat respondenten maar één keer de vragenlijst konden invullen, onder meer door gebruik te maken van gepersonaliseerde links met unieke inlogcodes. De activiteiten van interviewers werden wekelijks gecontroleerd via de veldwerkapp. Elke contactpoging werd automatisch gekoppeld aan GPS-coördinaten, zodat duidelijk was of een adres daadwerkelijk bezocht was. Afwijkingen werden besproken met de interviewers. Ook werd bijgehouden of er nieuwe standplaatszoekenden waren aangedragen voor deelname.
3.5. Analyse De antwoorden zijn geanalyseerd met behulp van kwantitatieve softwareprogramma's SPSS en R. Door de routing in de vragenlijst kreeg niet iedereen dezelfde vragen; de inhoud paste zich aan op basis van eerdere antwoorden. Daardoor verschilt het aantal respondenten per vraag. Dit betekent dat in de volgende hoofdstukken de aantallen per tabel dus uiteenlopen. Onderstaande figuur 1 laat zien hoe de routing werkte. Zo konden vier doelgroepen met één vragenlijst worden benaderd, hoewel niet iedereen precies dezelfde vragen kreeg. Om dubbeltellingen te voorkomen is gecontroleerd op dubbele namen in combinatie met leeftijd. Figuur 1. Routing vragenlijst
12
4 Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten van het behoefteonderzoek naar woonwagenstandplaatsen in de gemeente Den Haag gepresenteerd. We beginnen met een overzicht van de onderzoeksgroepen: wie deden er mee, wat is hun achtergrond en hoe verhouden de verschillende groepen zich tot elkaar (4.1). Vervolgens brengen we de behoefte aan een eigen standplaats in kaart, inclusief de termijn waarin deze gewenst is (4.2). Daarna gaan we in op de woonwensen van de standplaatszoekenden: voorkeuren voor locatie, type woonwagen, samenstelling van de locatie en benodigde voorzieningen (4.3). In paragraaf 4.4 staan we stil bij de ervaringen van huidige hoofdbewoners met hun standplaats en eventuele verhuiswensen. Paragraaf 4.5 bespreekt hoe respondenten de wachtlijsten en het toewijzingsbeleid ervaren. Vervolgens komt de interactie met de gemeente aan bod, waaronder de informatievoorziening en communicatie (4.6). Tot slot biedt paragraaf 4.7 een prognose van de verwachte vraag en het verwachte aanbod aan standplaatsen in de komende jaren.
4.1. Wie deden er mee aan het onderzoek In deze paragraaf beschrijven we wie er aan het onderzoek hebben deelgenomen. We gaan in op het aantal respondenten, hun verdeling over de verschillende locaties, leeftijdsopbouw en identificatie met het woonwagenleven. Ook bespreken we de relatie tussen hoofdbewoners en inwonenden binnen één huishouden.
4.1.1. Aantal respondenten en spreiding over locaties In totaal vulden 179 hoofdbewoners van woonwagenlocaties in Den Haag en 124 standplaatszoekenden die niet op een woonwagenlocatie in Den Haag wonen de vragenlijst volledig in. Zie tabel 2 hieronder voor de respons onder de hoofdbewoners. Tabel 2: Totale respons hoofdbewoners Locatie
Aantal deelnemers
Totaal aantal bekende standplaatsen
Percentage respons
Henricuskade
29
34
79%
Tom Mandersstraat
27
38
71%
Viaductweg
25
36
66%
Jan Hanlostraat
23
35
66%
Isabellaland
18
18
100%
Schapenatjesduin
17
18
94%
Erasmusweg
12
18
67%
Guntersteinweg
11
15
73%
Energiestraat
9
10
90%
13
Strijpkade
4
3
133%11
Bob Oosthoeklaan
3
5
60%
Snipperlocaties
-
3
0%
Andere locatie (anders, namelijk)* Totaal
1 233
77%
179
* Er is 1 hoofdbewoner die aangeeft op een andere locatie te wonen, maar die niet heeft gespecificeerd welke.
4.1.2. Soort respondent Tabel 3 toont over hoeveel mensen informatie beschikbaar is op basis van ingevulde vragenlijsten door hoofdbewoners en standplaatszoekenden, plus hun inwonenden in hun huishouden - zoals kinderen, partner en andere familie. Voor de woonwagenlocaties gaat het om 179 hoofdbewoners die een vragenlijst hebben ingevuld. Samen met hun 281 inwonenden betreft dit 460 personen die meegenomen zijn in het onderzoek. Daarnaast vulden 124 standplaatszoekenden de vragenlijst in – waarvan 47 mensen die niet op de wachtlijst staan. Samen met hun 225 inwonenden gaat het om 349 personen. Eén persoon gaf aan niet op een woonwagenlocatie te wonen en ook geen behoefte te hebben. Deze persoon is niet meegenomen in de rest van het onderzoek. In totaal zijn er dus gegevens beschikbaar over 813 mensen. Tabel 3: Type respondent Type
Aantal
Hoofdbewoners
179
Inwonenden van hoofdbewoners
281
Standplaatszoekenden
124
Inwonenden van standplaatszoekenden Totaal
225 813
Hieronder een overzicht van de herkomst van standplaatszoekenden van de wachtlijst die hebben deelgenomen. De overgrote meerderheid komt uit Den Haag of regio Haaglanden – met name Rijswijk, Pijnacker-Nootdorp of Zoetermeer. Enkelingen komen van buiten de regio, vanuit heel het land. Dit geldt ook voor de 47 standplaatszoekenden die niet op de wachtlijst staan. 12
Dat het aantal deelnemende hoofdbewoners op de Strijpkade hoger ligt dan het aantal bekende adressen is mogelijk te verklaren doordat wij van de gemeente 7 adressen ontvingen, waar bij 4 adressen ‘geen bewoners’ stond. Wel hebben alle 7 adressen een brief gekregen. 12 Labyrinth heeft bij iedereen die zich meldde gecheckt of zij niet al een code hadden ontvangen op hun adres. Hun woonadres is echter niet altijd geregistreerd, waardoor wij geen totaaloverzicht van de woonplaatsen van standplaatszoekenden buiten de wachtlijst kunnen verstrekken. 11
14
Figuur 2: Woonplaats deelnemende standplaatszoekenden van de wachtlijst
4.1.3 Leeftijdsopbouw Figuur 3 toont de leeftijdsverdeling van alle 813 mensen die zijn meegenomen in het onderzoek – los van hun standplaatsbehoefte. Ongeveer een derde van alle respondenten bestaat uit jongvolwassenen van 18– 34 jaar (30%). Ongeveer één op de vijf personen (20%) is jonger dan 18 jaar. Figuur 3: Leeftijdsopbouw (n=813)
4.1.4. Identificatie met woonwagencultuur Tabel 4 laat zien hoe de respondenten zichzelf identificeren. Respondenten konden meerdere identiteiten aankruisen, waardoor het totaal hoger is dan het aantal respondenten. De meeste respondenten identificeren zich als woonwagenbewoner en/of reiziger. Een aanzienlijk deel van de deelnemers 15
identificeert zich als Sinti en een klein deel als Roma of als iets anders. Identificaties als circusreiziger of kermisreiziger kwamen weinig voor. 19 deelnemers hebben geen uitspraak gedaan over hun identiteit. Tabel 4: Identificatie van deelnemers (meerdere antwoorden mogelijk*) Hoofdbewoners
Standplaatszoeke nden
Woonwagen 93 51 bewoner Reiziger 96 72 Sinti 47 50 Roma 6 6 Kermisreiziger/ 2 1 kermisexploitant Circusreiziger 1 1 /circusexploitant Anders, namelijk: 4 5 Zeg ik liever 1 4 niet/Weet ik (nog) niet) Totaal 250 190 * Gemiddeld 1,4 antwoorden per respondent.
Inwonenden hoofdbewoners 174
Inwonenden standplaatszoeke nden 91
Aantal keer genoemd 409
138 48 8 1
112 63 9 2
418 208 29 6
0
2
4
6 1
16 13
31 19
376
308
1.124
4.1.5 Relatie tussen hoofdbewoner en inwonenden Tabel 5 toont de relatie van de 506 inwonenden tot de hoofdbewoner of standplaatszoekende. Bijna de helft is kind van de hoofdbewoner/standplaatszoekende (48,8%), gevolgd door partners (25,1%). Ruim een kwart van de inwonenden valt in andere categorieën. Sommigen wonen (nog) samen met hun broer of zus en ouders of grootouders. Daarnaast woont een aantal mensen bij hun schoonfamilie. Onder ‘andere familie’ vallen bijvoorbeeld een opa, petekind of verzorger. Tabel 5: Relatie van inwonenden met hoofdbewoners of standplaatszoekenden (n=506) Aantal
Percentage
Kind
247
48,8%
Partner
127
25,1%
Kleinkind
42
8,3%
Andere familie, namelijk:
32
6,3%
Ouder
23
4,5%
Broer of zus
17
3,4%
Schoonkind
16
3,2%
Anders, namelijk:
2
0,4%
Totaal
506
100%
Figuur 4 laat zien dat de overgrote meerderheid van de inwonenden van de hoofdbewoner in de woonwagen woont bij de hoofdbewoner. De meeste inwonenden van de standplaatszoekenden wonen in hetzelfde woonhuis. Een klein deel van de inwonenden (beide groepen) geeft aan te wonen in een eigen caravan of een schuur of berging.
16
Figuur 4: Woonsituatie van inwonenden (n=506)
Bij ‘anders, namelijk’ geven enkele inwonenden van hoofdbewoners aan te wonen in een woonwagentje, aanbouw of caravan bij een woonwagen. Ook hebben enkele mensen een wisselend verblijf tussen meerdere familieadressen of gezamenlijke bewoning. Ook geven twee mensen aan tijdelijk elders te wonen of dakloos te zijn. Twee mensen geven geen specifieke woonvorm of vinden het irrelevant.
4.1.6 Standplaatszoekenden: binding met Den Haag Onderstaande kruistabel geeft een indicatie van de binding met het woonwagenleven in Den Haag van de standplaatszoekenden. De meeste standplaatszoekenden (83%) geven aan dat zij zelf in een woonwagen hebben gewoond, en graag (weer) een standplaats in Den Haag willen. Binnen deze groep heeft het overgrote deel (94%) familie op een bestaande woonwagenlocatie in Den Haag. Een kleinere groep (17%) heeft zelf nooit in een woonwagen gewoond, maar heeft familie die dat wel heeft. Ook van deze groep heeft vrijwel iedereen (86%) familie op een bestaande locatie. Slechts enkele respondenten (9 in totaal) geven aan geen familie op een locatie te hebben of dat niet te weten. Tabel 6: kruistabel situatie standplaatszoekende en familie op bestaande locatie in Den Haag (n=118) Ik heb familie op een locatie wonen
Ik heb geen familie op een locatie wonen
Weet ik niet
Totaal
Ik woon nu in een huis en ik wil graag een standplaats. Ik heb zelf in een woonwagen gewoond.**
97
3
3
103 (83%)
Ik woon nu in een huis en ik wil graag een standplaats. Ik heb zelf nooit in een woonwagen gewoond, maar mijn familie wel.
18
1
2
21 (17%)
Totaal 115 4 5 ** Waaronder 10 standplaatszoekenden die in een woonwagen (dus geen huis) wonen buiten Den Haag
124 (100%)
17
4.2. Behoefte aan een eigen standplaats Hier brengen we de actuele behoefte aan een eigen standplaats in beeld. We onderscheiden vier groepen: hoofdbewoners, hun inwonenden, standplaatszoekenden en hun inwonenden, die niet op een standplaats in Den Haag wonen. Daarbij kijken we niet alleen of men een standplaats wenst, maar ook of men samen wil wonen en wanneer men graag een standplaats zou willen.13
4.2.1. Aantal unieke standplaatszoekenden per groep Tabel 7 laat zien hoeveel mensen per groep hebben aangegeven actief op zoek te zijn naar een standplaats. Het absolute aantal wordt weergegeven, samen met het percentage ten opzichte van het totaal aantal respondenten binnen die specifieke groep (dus niet van het totaal van alle respondenten). Alle 124 standplaatszoekenden zijn op zoek naar een standplaats. Daarnaast geven 42 hoofdbewoners, die nu al op een standplaats wonen, aan een nieuwe standplaats te zoeken (23%) – zowel op de huidige locatie als op een nieuwe locatie. Dus bijna een op de vier hoofdbewoners die de vragenlijst heeft ingevuld is zelf ook op zoek naar een andere standplaats. Opvallend is dat 22 van 24 deelnemende hoofdbewoners van de Viaductweg heeft aangegeven naar een andere standplaats te willen verhuizen. Ook bij de Energiestraat ligt dit aantal hoog: 7 van de 9 deelnemende hoofdbewoners geeft aan te willen verhuizen.14 Ook 175 van de 281 van de inwonenden van hoofdbewoners (62%) en 152 van de 225 inwonenden van de standplaatszoekenden (68%) is op zoek naar een standplaats. Van alle inwonenden heeft 22,1% geen verhuiswens en 12,3% weet het (nog) niet. Vijf inwonenden geven aan naar een huis of andere woning te willen verhuizen. In totaal hebben 493 mensen in het onderzoek aangegeven dat zij een standplaats zoeken.
Dit is inclusief de toekomstige vraag van jongeren die nog 18 moeten worden. Tabel 7: Aantal mensen die een standplaats zoeken per groep (n=813) Aantal unieke zoekenden
Totale respons
Hoofdbewoners
42
179
Percentage van totale respons per groep (afgerond) 23%
Inwonenden van hoofdbewoners
175
281
62%
Standplaatszoekenden
124
124
100%
Inwonenden van standplaatszoekenden
152
225
68%
Totaal
493
799
62%
4.2.2. Termijn en scenario’s standplaatsbehoefte Onderstaande tabel geeft informatie over hoeveel inwonenden aangeven een standplaats te zoeken alleen of samen met iemand anders. Dat is belangrijk, want het totale aantal personen dat een behoefte aangeeft, is niet hetzelfde als het aantal standplaatsen dat uiteindelijk nodig zal zijn.
13 De antwoorden over de wensen van inwonenden geven een indicatie. In sommige gevallen gaat het om minderjarige kinderen,
waarbij de respondent een inschatting heeft gemaakt namens hen. Om hier rekening mee te houden, was het mogelijk om de optie ‘weet ik niet’ te kiezen. 14
Ter verduidelijking: de bewoners van de Energiestraat gaan verhuizen naar een andere woonwagenlocatie. Op het moment van dit onderzoek woonden zij nog op de Energiestraat.
18
Tabel 8: Aantal inwonenden dat aangeeft alleen of samen een standplaats te zoeken
Inwonenden van hoofdbewoners Inwonenden van standplaatszoekenden Totaal
Alleen
Samen met iemand anders
Weet ik niet
Totale respons
23 (13%)
Samen met iemand die op hetzelfde adres woont 29 (17%)
49 (28%)
74 (42%)
26 (17%)
16 (11%)
63 (41%)
47 (31%)
75 (23%)
39 (12%)
92 (28%)
54 (17%)
175 (100%) 152 (100%) 327* (100%)
* Deze vraag is alleen gesteld aan inwonenden van beide groepen.
Onderstaande berekening en de tabel hieronder geeft een overzicht van de geschatte reikwijdte van de standplaatsbehoefte op basis van drie scenario’s: laag, midden en hoog. Alleen zoeken: Bij mensen die aangeven alleen te zoeken is er binnen deze groep 100% behoefte aan standplaatsen. Samen met iemand anders zoeken: Het is niet goed na te gaan hoeveel mensen binnen deze groep met elkaar een standplaats zoeken. • In het lage scenario gaan we er vanuit dat dit partners betreft binnen deze groep, dus dat 50% een unieke standplaats zoekt. • In het midden scenario geldt dit voor een vierde van de mensen, dus is de behoefte 75%. • En in het hoge scenario gaan we er vanuit dat iedereen in de groep een eigen standplaats zoekt, dus 100%. Samen met iemand op hetzelfde adres zoeken. Hierbij zoekt iemand met een of meerdere mensen uit hetzelfde huishouden een standplaats. • In het lage scenario gaan we uit dat 4 personen uit het huishouden samen willen wonen, dus van een behoefte van 25%. • In het midden scenario gaan we uit dat 3 personen uit het huishouden samen willen wonen, dus van een behoefte van 33%. • In het hoge scenario gaan we uit dat 2 personen uit het huishouden samen willen wonen, dus van een behoefte van 50%. Mensen die het nog niet weten: We nemen hen mee als unieke standplaatszoekenden: 100%.
Het is niet alleen relevant wie een standplaats wil, maar ook wanneer – zie de tabel hieronder. In de totaaltabel hebben we voor de verschillende groepen gecorrigeerd op basis van het lage en hoge scenario. Samengevoegd met de unieke standplaatsbehoefte van de hoofdbewoners en standplaatszoekenden kom je op een totale gecombineerde standplaatsbehoefte van 417 tot 451 nu en in de toekomst (zie tabel 9 hieronder). Hieruit blijkt dat tussen de 188 en 206 mensen binnen een jaar een standplaats zoeken, dit is bijna de helft (46%) van alle respondenten die een standplaats zoeken. 24 hiervan zijn momenteel hoofdbewoner van een standplaats in Den Haag. Binnen 5 jaar zoeken tussen de 307 en 337 mensen een eigen standplaats (zie tabel hieronder voor de verdeling per groep). Dit is 75% van het totaal. 19
Tabel 9: Termijn voor een eigen standplaats Termijn
Hoofdbewoner van standplaats
Inwonenden hoofdbewoner
Standplaatszoekenden 77
Inwonenden standplaatszoekenden 33-40
Binnen 1 jaar 1-2 jaar
24
54-65
4
2-3 jaar
Totaal 188-206
24-28
25
17-22
70-79
0
8-9
9
9
26-27
3-4 jaar
0
5
2
2-3
9-10
4-5 jaar
1
4
2
7-8
14-15
5+ jaar
0
26-27
0
28
54-55
Weet ik niet Totaal
13
23-24
9
11-13
56- 59
42 (100%)
144-162 (100%)
124 (100%)
107-123 (100%)
417-451 (100%)
In het verloop over de tijd ziet het er voor het lage en hoge scenario als volgt uit: Figuur 5: Verloop van standplaatsbehoefte lage en hoge scenario, alle groepen
Zie de bijlage voor verder inzicht in de relatie van de persoon die een standplaats zoekt tot de hoofdbewoner/standplaatszoekende. En de leeftijdscategorieën uitgesplitst naar de termijnen.
20
4.3. Woonwensen en voorkeuren In deze paragraaf staan de voorkeuren van (toekomstige) standplaatsbewoners centraal. Wat voor locatie zoeken zij? Willen ze samenwonen met familie? Gaat de voorkeur uit naar koop of huur, en hoeveel slaapkamers zijn wenselijk? Ook inventariseren we behoeften aan werkgerelateerde voorzieningen op of bij de standplaats.
4.3.1 Voorkeur voor locatie: bestaande of nieuwe woonwagenlocatie Alle respondenten die een standplaats zoeken is gevraagd naar hun voorkeur om op een woonwagenlocatie in Den Haag te wonen (zie Figuur 6a en 6b). 19 van de 42 hoofdbewoners die hebben gezegd een verhuiswens te hebben, geven aan op een andere woonwagenlocatie te willen wonen (45%). Ook geven 11 hoofdbewoners (26%) aan dat het niet uitmaakt op welke locatie hun eventuele nieuwe standplaats zou zijn. 6 mensen (14%) willen een andere standplaats op hun huidige locatie. De overige 6 hoofdbewoners (14%) met een verhuiswens willen niet op een bestaande locatie wonen. Figuur 6a: Wens over het wonen op een al bestaande woonwagenlocatie in Den Haag (hoofdbewoners, n=42)
Van de groep standplaatszoekenden en inwonenden van hoofdbewoners en standplaatszoekenden wil ongeveer de helft (51%) wel op een bestaande locatie wonen (zie figuur hieronder). Figuur 6b: Wens over wonen op een bestaande (standplaatszoekenden en inwonenden, (n=451)
woonwagenlocatie
in
Den
Haag
21
De meeste inwonenden van hoofdbewoners willen op een bestaande locatie wonen, terwijl inwonenden van en standplaatszoekenden iets vaker zeggen dat het hen niet uit maakt. Weinig mensen geven aan niet op een bestaande locatie te willen wonen. Figuur 7 toont de locaties binnen Den Haag die respondenten als voorkeurslocatie hebben aangegeven. De Tom Mandersstraat wordt het vaakst genoemd (99 keer), gevolgd door de Henricuskade (84 keer) en de Brasserskade (75 keer). Samen zijn deze drie locaties goed voor bijna de helft van alle opgegeven voorkeuren. Daarnaast worden ook de Jan Hanlostraat (57 keer), de Henri Faasdreef (52 keer) en de Erasmusweg (49 keer) vaak genoemd. De overige locaties worden in kleinere aantallen genoemd (variërend van ongeveer 20 tot 45 keer). Tot slot hebben 41 respondenten een locatie ingevuld onder “Andere locatie, namelijk”. Andere locaties die worden genoemd binnen Den Haag zijn bijvoorbeeld Ypenburg, Leidschenveen, en de Rivierenbuurt. Figuur 7: Voorkeuren over gewenste locatie (meerdere antwoorden mogelijk, n=493)
Alle respondenten die een standplaats zoeken zijn ook gevraagd of ze ervoor open staan om op een locatie buiten Den Haag te wonen. Er worden vrijwel alleen plaatsen en gemeenten genoemd in de buurt van Den Haag. Met name Leidschendam-Voorburg, Westland en Rijswijk worden vaak genoemd. Ook Zoetermeer en Nootdorp worden meerdere keren genoemd. Daarnaast zijn De Lier en Naaldwijk genoemd. Daarnaast hebben we gevraagd of respondenten de wens hebben om op een nieuw te bouwen woonwagenlocatie te wonen (zie Figuur 8).
22
Figuur 8: Wens over het wonen op een nieuw te bouwen woonwagenlocatie (n=493)
Bijna de helft van de respondenten (49%) geeft aan graag op een nieuw te bouwen woonwagenlocatie te willen wonen. Slechts een klein deel (6%) geeft aan dit niet te willen. Daarnaast valt op dat een substantieel deel (ongeveer 31–38%, afhankelijk van de groep) aangeeft dat het niet uitmaakt, of dat men het niet weet. Samenvattend staat een duidelijke meerderheid open voor wonen op een nieuw te bouwen locatie, terwijl slechts een kleine minderheid hier expliciet geen voorkeur voor heeft. Respondenten doen meerdere suggesties voor plekken voor een nieuw te bouwen locatie waar zij zouden willen wonen. De Henri Faasdreef en Brasserskade worden veel genoemd, maar ook plekken buiten Den Haag, zoals Leidschendam-Voorburg, Leidschenveen, Westland en Ypenburg. Daarnaast doen meerdere deelnemers het voorstel om bestaande locaties uit te breiden, zoals de Henricuskade en de Jan Hanlostraat.
4.3.2 Samenwonen met familie Een sterke familieband is kenmerkend voor de woonwagengemeenschap. Dat blijkt ook uit de resultaten. Figuur 9 laat zien hoe belangrijk het voor mensen is om samen met familie op dezelfde locatie te wonen. Figuur 9: Belang van samen met familie te wonen per groep (in aantallen, n=493)
23
Voor het overgrote deel van de respondenten is het wonen met familie (zeer) belangrijk. Voor 36% van de respondenten is het wonen in familieverband belangrijker dan het wonen op een eigen standplaats. Slechts een klein aantal mensen vindt samenwonen met familie niet belangrijk (5%), in totaal gaat het om enkele personen per groep. De resultaten onderstrepen het belang van familiebanden bij de woonwensen van deze groepen.
4.3.3 Gewenste omvang van locaties Figuur 10 laat zien hoeveel standplaatsen per locatie mensen het liefst zouden zien. Respondenten konden aangeven hoeveel standplaatsen zij graag zouden zien op hun gewenste locatie. Figuur 10: Voorkeuren over aantal standplaatsen gewenste locatie (n=493)
Er is sprake van uiteenlopende voorkeuren, maar drie dingen vallen op: 1. Een relatief grote groep mensen heeft geen uitgesproken voorkeur: 36% geeft aan dat het aantal standplaatsen hen niet uitmaakt. 2. Voorkeur voor grote locaties: als mensen wél een voorkeur uitspreken, kiezen ze het vaakst voor locaties met 31 tot 50 standplaatsen (27%) of locaties met 16 tot 30 standplaatsen (19%). 3. Weinig voorkeur voor kleine en middelgrote locaties: slechts 14% geeft voorkeur aan een standplaats van 5 tot 15 standplaatsen. Enkele deelnemers hebben de voorkeur voor een locatie met minder dan 5 standplaatsen. Ook geeft een kleine groep aan het niet te weten (vooral onder de inwonenden van hoofdbewoners).
4.3.4 Type woonwagen en standplaats In Figuur 11 is te zien dat het veel deelnemers (43%) niet uitmaakt of ze op een standplaats komen te wonen waar al een woonwagen op staat. Onder de mensen met een duidelijke wens, is een lichte voorkeur voor een standplaats waar zelf een woonwagen op kan worden gezet (28%). 23% wil een standplaats met bestaande woonwagen.
24
Figuur 11: Voorkeur voor standplaats met of zonder bestaande woonwagen (n=493)
Figuur 12 laat zien welk type woonwagen mensen het liefst willen: een huurwagen of een koopwagen, met aanvullende opties voor mensen die hierover twijfelen of het niet uitmaakt. Er is geen duidelijke voorkeur onder de respondenten voor een huur- of koopwagen. 33% geeft aan dat het niet uitmaakt. 30% van de respondenten heeft voorkeur voor een koopwagen. Dat is iets meer dan de behoefte aan een huurwagen (28%). 9% van de respondenten weet het nog niet. Figuur 12: Voorkeur voor huur- of een koopwagen (n=493)
De cijfers laten zien dat er een duidelijke behoefte is aan zowel koop- als sociale huurwagens en dat er een relatief grote aandeel mensen is voor wie het niet uitmaakt of die nog twijfelen. Ook hebben we gevraagd welk type standplaats mensen het liefst willen: een huurstandplaats of een koopstandplaats (Figuur 13). In totaal geeft 29% van de respondenten de voorkeur aan een huurconstructie, terwijl 22% kiest voor een koopstandplaats. Opvallend is dat deze voorkeuren per groep verschillen:
25
• •
Van de hoofdbewoners en hun inwonenden heeft de meerderheid de voorkeur voor een koopstandplaats. Van de standplaatszoekenden kiest juist bijna de helft (48%) voor een huurstandplaats en 15% voor koop.
Verder geeft 1 op de 4 mensen (25%) aan dat het niet uitmaakt welk type standplaats zij krijgen – met name standplaatszoekenden en hun inwonenden – en 10% weet het niet. De uitkomsten laten zien dat er behoefte is aan zowel huur- als koopmogelijkheden. Ook is er een aanzienlijke groep die openstaat voor beide opties. Er dient hierbij aangemerkt te worden dat dit wensen zijn, en dat niet is gekeken naar de persoonlijke situatie of dit ook haalbaar is qua inkomen of andere criteria. Figuur 13: Voorkeur voor huur- of een koopstandplaats (n=493)
4.3.5 Gewenste indeling woonwagen Uit Figuur 14 blijkt de voorkeur van respondenten voor een woonwagen met bovenverdieping. Figuur 14: Voorkeur voor een woonwagen met bovenverdieping
26
Een meerderheid van 57% geeft aan de voorkeur te hebben voor een bovenverdieping. 15% heeft daar geen behoefte aan. Daarnaast geeft 28% aan het (nog) niet te weten. Figuur 15 laat zien hoeveel slaapkamers mensen minimaal nodig denken te hebben in hun toekomstige woonwagen. Iets minder dan de helft van de respondenten (46%) geeft aan minimaal 3 slaapkamers nodig te hebben. Daarnaast heeft 23% behoefte aan 2 slaapkamers en 14% aan 4 slaapkamers. 5% heeft 5 of meer slaapkamers nodig en slechts enkelen geven aan genoeg te hebben aan 1 slaapkamer. De uitkomsten onderstrepen dat woonwagens met minimaal 3 slaapkamers (gemiddeld 75m2) voor het grootste deel van de doelgroep gewenst zijn. Dit is belangrijk voor het plannen van geschikte woninggroottes op toekomstige standplaatsen. De gangbare grootte van een standplaats varieert over het algemeen tussen circa 180 en 240 m2. Figuur 15: Gewenst aantal slaapkamers (op z'n minst) nodig in de woonwagen? (n=493)
Figuur 16 laat zien of mensen behoefte hebben aan een berging bij de standplaats, en zo ja, of die wel of geen sanitair (zoals een douche) moet bevatten. Een zeer ruime meerderheid (87%) geeft aan wél een berging te willen. De overgrote meerderheid daarvan wil een berging mét sanitair. Slechts 2% geeft aan géén berging te willen. 11% van de respondenten geeft aan het niet te weten. Deze resultaten laten duidelijk zien dat een berging bij de standplaats – bij voorkeur met sanitair – breed gewenst is.
27
Figuur 16: Voorkeur voor een berging bij de standplaats? (n=493)
4.3.6 Wensen m.b.t. werkvoorzieningen op of bij de standplaats Figuur 17 laat zien of mensen behoefte hebben aan ruimte en voorzieningen bij de woonwagen of standplaats om te kunnen werken. Het gaat bijvoorbeeld om werkruimte, opslag of voorzieningen voor zelfstandig ondernemerschap. Van de 493 unieke standplaatszoekenden heeft 43% géén behoefte aan werkgerelateerde ruimte of voorzieningen. Tegelijkertijd geeft 21% aan hier wél behoefte aan te hebben, en 35% weet het (nog) niet. De resultaten tonen aan dat een deel van de doelgroep wél werkruimte overweegt of nodig heeft. Figuur 17: Wensen over ruimte en voorzieningen om te kunnen werken (n=493)
Figuur 18 laat zien van de 105 mensen die behoefte hebben aan werkvoorzieningen bij de woonwagen of standplaats, welke voorzieningen dan gewenst zijn. Respondenten konden meerdere opties aankruisen, waardoor het totaal aantal antwoorden hoger ligt dan het aantal respondenten dat antwoord heeft gegeven. Werkruimte (35%), opslagruimte (26%) en parkeerruimte voor een personenauto of bestelbus (25%) worden het meest genoemd. Enkele respondenten noemen krachtstroom, parkeerruimte voor een vrachtwagen of stalruimte voor een attractie.
28
Figuur 18: Wensen over werkvoorzieningen (meerdere antwoorden mogelijk, n=105)
4.4 Ervaringen met de huidige situatie (hoofdbewoners) We zoomen in op de huidige hoofdbewoners van standplaatsen in Den Haag en hun tevredenheid met de bestaande situatie. Daarbij bespreken we of zij verhuiswensen hebben, en zo ja, waarom. Deze inzichten zijn van belang om ook interne doorstroming in beeld te brengen.
4.4.1 Tevredenheid over huidige woonwagen, standplaats en locatie De onderstaande figuren geven inzicht in hoe tevreden hoofdbewoners zijn over verschillende aspecten van hun huidige standplaats en woonwagenlocatie. Figuur 19: Tevredenheid over huidige standplaats hoofdbewoners (n=179)
29
Over het onderhoud van de standplaats zijn hoofdbewoners overwegend ontevreden. Meer dan de helft (55%) van de 179 bewoners is zeer of enigszins ontevreden hierover. 44% van de hoofdbewoners is zeer of enigszins ontevreden over de huurprijs ten opzichte van de kwaliteit van de standplaats. Over de grootte en ligging zijn mensen overwegend tevreden. Meer dan de helft van de hoofdbewoners is enigszins of zeer tevreden over de grootte en over de ligging van de standplaats. We hebben ook gevraagd naar de mate van tevredenheid met de woonwagenlocatie, zie figuur 20 hieronder. De tevredenheid van hoofdbewoners over verschillende aspecten van hun woonwagenlocatie loopt sterk uiteen. De meeste ontevredenheid is er over de veiligheid15 en de hoeveelheid parkeerplekken: respectievelijk ongeveer 52–56% van de respondenten is hierover (zeer) ontevreden. Ook het beheer van de locatie en de speelmogelijkheden voor kinderen scoren relatief laag, met ongeveer 50–51% (zeer) ontevreden bewoners. Meer tevredenheid is er over de bereikbaarheid voor hulpdiensten en het openbaar vervoer: bij beide aspecten geeft respectievelijk 66 en 55% van de respondenten aan (enigszins of zeer) tevreden te zijn. Ook de indeling van de standplaatsen krijgt overwegend positieve beoordelingen (ongeveer 54% tevreden).
Andere zaken, zoals de hoeveelheid ruimte en groen en de mantelzorgmogelijkheden, laten een gemengd beeld zien.
Figuur 20a: Tevredenheid over woonwagenlocatie
15
Wat betreft veiligheid is het belangrijk te vermelden dat dit onderzoek geen verder inzicht geeft in hoeverre dit externe of interne
factoren betreft.
30
We hebben dit ook uitgesplitst voor de bewoners van de Viaductweg en de Energiestraat, zie figuur 20b hieronder. Hier is duidelijk dat veiligheid het grootste probleem voor deze mensen is. 34 mensen zijn (zeer) ontevreden hierover en niemand is neutraal of (enigszins) tevreden. Een iemand geeft bij de opmerkingen bij ‘anders’ aan dat de wijk onveilig is. Het is waarschijnlijk dat voor meer mensen externe factoren van buiten de locatie bijdragen aan het gevoel van onveiligheid. Dit is echter niet specifiek uitgevraagd. Figuur 20b: Tevredenheid over woonwagenlocatie – alleen Viaductweg en Energiestraat
Ervaren overlast16 We vroegen de hoofdbewoners ook in hoeverre zij overlast ervaren (zie figuur 21). Een groot deel van de bewoners ervaart geen tot weinig overlast. Bij geluidsoverlast zegt ruim twee derde dit niet of slechts af en toe te ervaren, terwijl ongeveer één op de vijf bewoners aangeeft hier (heel) vaak last van te hebben. Ook bij vuil of stank ervaart circa zes op de tien bewoners nauwelijks overlast, en ongeveer een derde regelmatig of vaker. Criminaliteit of vandalisme zorgt voor wat meer hinder: iets meer dan de helft heeft hier weinig last van, maar iets meer dan een derde ervaart dit regelmatig tot vaak. Overlast door jongeren wordt het minst genoemd; ongeveer zeven op de tien bewoners zeggen hier geen of weinig hinder van te hebben, en bijna één op de 5 regelmatig of vaker.
16
Ook hier geldt dat dit onderzoek geen verder inzicht geeft in hoeverre dit externe of interne factoren betreft.
31
Figuur 21: Mate van overlast (n=179)
4.4.2 Behoefte aan verandering van de woonwagen of standplaats Van de hoofdbewoners hebben 39 mensen aangegeven iets aan hun woonwagen te willen veranderen. Figuur 22 geeft de redenen weer die respondenten hebben om iets aan hun woonwagen te willen veranderen. In totaal zijn er 64 antwoorden gegeven. Een gebrek aan ruimte wordt door 17 mensen genoemd (27%), gevolgd door slechte isolatie (19%). Ook wil 11% een ander soort wagen. Daarnaast noemt een aantal respondenten nog andere redenen. Vijf hoofdbewoners geven aan dat ze graag een bovenverdieping zouden willen. Ook geven enkele mensen aan dat ze de optie willen om hun woonwagen uit te breiden. Figuur 22: Behoefte aan verandering van de woonwagen (meerdere antwoorden mogelijk, n=39)
Van de hoofdbewoners hebben 64 mensen aangegeven iets aan hun standplaats te willen veranderen (figuur 23). De voornaamste reden is dat ruim twee derde (66%) van deze 64 bewoners hun
32
huurstandplaats graag zouden willen kopen. Daarnaast wil ongeveer een kwart (27%) meer ruimte op de standplaats, terwijl slechts één respondent (2%) juist minder ruimte wenst. Enkele bewoners geven aan dat ze een werkplek of berging willen, of dat de indeling van de standplaats niet geschikt is. Bewoners noemen nog enkele andere redenen. Zo geven meerdere deelnemers aan dat ze last hebben van verzakkingen. Ook geven enkele bewoners aan dat ze graag zelf aanpassingen zouden willen doen, zoals betegeling of een schutting bouwen. Ook wordt genoemd dat mensen graag zien dat er ruimte is voor (kleinere) seniorenwoningen of mantelzorgwoningen. Figuur 23: Behoefte aan verandering standplaats hoofdbewoners (meerdere antwoorden mogelijk, n=64)
4.4.3 Reden voor verhuiswens hoofdbewoners 38 hoofdbewoners geven aan naar een andere locatie te willen verhuizen. We hebben gevraagd wat de reden daarvoor is. In totaal zijn er 128 antwoorden gegeven. Figuur 24a: Reden voor wens om naar andere locatie te verhuizen (meerdere antwoorden mogelijk, n=38)
33
De meest genoemde redenen zijn wonen in een andere omgeving en overlast door criminaliteit of vandalisme: beide worden door 26 bewoners (20,3%) genoemd. Ook geluidsoverlast is een veelvoorkomende reden (21 bewoners; 16,4%). Daarnaast worden overlast door jongeren (14 bewoners; 10,6%) en overlast door vuil of stank (11 bewoners; 8,6%) regelmatig genoemd. Een kleiner deel ervaart te weinig ruimte op de locatie of wil juist dichter bij familie wonen (beide 6 bewoners; 4,7%). Andere redenen spelen bij slechts enkele bewoners een rol, zoals een ongeschikte indeling van de standplaatsen, moeilijke bereikbaarheid, of te weinig parkeerplekken. Ook is er een groep die een andere, zelf opgegeven reden noemt (8 bewoners; 6,3%). De antwoorden van de bewoners van de Viaductweg en de Energiestraat staan in de figuur hieronder. Hieruit blijkt dat vooral voor bewoners van deze locaties criminaliteit/vandalisme (25 mensen), de wens in een andere omgeving te wonen (23 mensen) en geluidsoverlast (20 mensen) belangrijke redenen zijn. Andere vormen van overlast, door jongeren en door vuil/stank worden ook genoemd. Bij ‘anders, namelijk’ wordt veiligheid (in de omgeving) drie keer genoemd als reden.
Figuur 24b: Reden voor verhuiswens naar andere locatie Viaductweg & Energiestraat (meerdere antwoorden mogelijk, n=29)
34
4.5 Wachtlijsten en toewijzing Deze paragraaf bespreekt de ervaringen met en meningen over de wachtlijsten en het toewijzingsbeleid. Wie staat waar ingeschreven, hoe lang al, en in hoeverre begrijpen mensen de voorwaarden voor toewijzing? Ook geven respondenten hun oordeel over het proces van toewijzing.
4.5.1 Inschrijving op wachtlijsten binnen en buiten Den Haag Van alle mensen die een standplaats zoeken, geven 208 mensen (42,2%) aan dat zij staan ingeschreven op een wachtlijst. 25% staat niet ingeschreven op een wachtlijst. Daarnaast is 20,5% nog te jong om al ingeschreven te staan. 12% weet niet of ze staan ingeschreven. Tabel 10: Overzicht ingeschrevenen op de wachtlijst (n=493)
Hoofdbewoners Inwonenden van hoofdbewoners Standplaatszoekenden Inwonenden van Standplaatszoekenden Totaal (% t.o.v. totaal)
Ja
Nee
Weet ik niet
Totaal
30 (71,4%) 25 (14,3%)
Nee, nog minderjarig N.v.t. 55 (31,4%)
8 (19%) 67 (38,3%)
4 (9,5%) 28 (16%)
42 (100%) 175 (100%)
88 (71%) 45 (29,6%)
19 (15,3%) 51 (33,6%)
N.v.t. 46 (30,3%)
17 (13,7%) 10 (6,6%)
124 (100%) 152 (100%)
208 (42,2%)
125 (25,4%)
101 (20,5%)
59 (12%)
493 (100%)
Van de 208 ingeschrevenen, staan 146 personen op één wachtlijst ingeschreven. 32 personen staan op twee wachtlijsten en 14 personen op drie wachtlijsten. Enkele personen staan ingeschreven op meer dan 3 wachtlijsten. Tabel 11: Hoeveelheid wachtlijsten per persoon (n=208) 0 1 2 3 4 5 6 Totaal Hoofdbewoners 0 6 1 0 1 0 0 8 Inwonenden van 0 61 3 1 1 1 0 67 hoofdbewoners Standplaatszoekenden 1* 51 19 7 5 4 1 88 Inwonenden van 0 28 9 6 2 0 0 45 Standplaatszoekenden Totaal 1 146 32 14 9 5 1 208 *Één standplaatszoekende heeft aangegeven wel op voor een wachtlijst ingeschreven te staan, maar ingevuld op 0 wachtlijsten te staan ingeschreven. Het is mogelijk dat dit een tikfout is van de respondent.
Elke persoon kan dus op meerdere wachtlijsten staan. Gemiddeld staat een hoofdbewoner op 1,8 wachtlijsten, een standplaatszoekende op 1,7 wachtlijsten en inwonenden staan gemiddeld op 1,3 wachtlijsten. Opvallend is dat een meerderheid van deze hoofdbewoners op een wachtlijst buiten Den Haag staat ingeschreven. Voor de andere groepen geldt dat de meerderheid in Den Haag staat in geschreven. Voor inwonenden (beide groepen gecombineerd) is dit zelfs 75%.
35
Tabel 12: Overzicht waar men staat ingeschreven (n=208)
Hoofdbewoners (n=8) Standplaatszoekenden (n=88) Inwonenden van hoofdbewoners (n=67) Inwonenden van standplaatszoekenden (n=45) Totaal
In Den Haag 4 80 73 40
Buiten Den Haag* 6 59 4 19
Onduidelijk/Weet niet 2 17 2 13
Totaal
197
88
34
319 (100%)
12 156 79 72
*Onder andere: Gemeente Leidschendam-Voorburg, Gemeente Pijnacker-Nootdorp, Gemeente Westland, Gemeente Zoetermeer, Gemeente Hulst, Gemeente Eindhoven
We vroegen ook in welk jaar mensen zich hadden ingeschreven voor de wachtlijst, zie onderstaande figuur. De meeste mensen geven aan dat zij zich in de periode 2016-2020 hebben ingeschreven, dus dat zij 5-10 jaar staan ingeschreven. Daarna volgt de periode 2021-2025, dus zij hebben zich in de afgelopen 5 jaar ingeschreven. Figuur 25: Overzicht hoelang men staat ingeschreven (meerdere wachtlijsten mogelijk)
4.5.2 Begrip van proces van toewijzen Figuur 26 laat zien of hoofdbewoners en Standplaatszoekenden weten aan welke voorwaarden zij moeten voldoen om een standplaats in Den Haag te kunnen krijgen. Van de totale groep zegt 46% dat zij weten dat dit duidelijk is, terwijl 54% aangeeft dat dit niet duidelijk is. De verschillen tussen de twee groepen zijn beperkt: van de hoofdbewoners zegt meer dan de helft (57%) dat zij niet weten wat er vereist is. Onder de Standplaatszoekenden weet precies de helft (50%) wel wat de voorwaarden zijn, en de andere helft niet. Een aanzienlijk deel van beide groepen is in onzekerheid over het proces en de voorwaarden. Dit wijst op een gebrek aan duidelijke en toegankelijke informatievoorziening hierover.
36
Figuur 26: Weten hoofdbewoners en standplaatszoekenden hoe het proces van toewijzing van standplaatsen werkt?
Uit figuur 27 blijkt wat hoofdbewoners en standplaatszoekenden vinden van de toewijzing van standplaatsen in Den Haag. Hierbij dient aangemerkt dat uit voorgaande figuur blijkt dat een groot deel niet op de hoogte is van hoe het proces precies werkt.
Figuur 27: Mening over toewijzingscriteria in Den Haag, hoofdbewoners en standplaatszoekenden
Hieruit blijkt dat een grote meerderheid van beide groepen de toewijzing slecht of heel slecht vindt. Onder zowel de hoofdbewoners en Standplaatszoekenden vindt iets meer dan de helft de toewijzingscriteria heel slecht en bijna 30% slecht. Slechts 2,9% van de respondenten vindt de toewijzingscriteria heel goed en 4,2% goed.
37
4.5.3 Kritische noten uit open antwoorden Veel deelnemers hebben van zich laten horen en hun eigen meningen en ervaringen meegegeven in de vragenlijst. Het is duidelijk dat veel mensen zich zorgen maken over de toewijzing van de standplaatsen. De wachtlijst is lang en vaak blijven kinderen lang thuis wonen. Ook leeft de zorg dat ‘buitenstaanders’ voorrang zouden krijgen op kinderen die nu nog thuis wonen op de standplaats van hun ouders of grootouders. “De wachtlijst is schandalig zo lang, vergadering vergadering, komt maar niks. Houd de toewijzing binnen de gemeenschap, mensen die echt nauwe banden hebben met een locatie moeten echt voorrang krijgen. Je kunt niet verwachten dat de nieuwe generatie zomaar zijn draai vind in een woning, zij voelen zich niet goed als zij niet binnen hun eigen cultuur kunnen leven, zorgt echt voor problemen. Jongeren vragen zich af of ze wel kinderen kunnen krijgen. Wij zorgen hier voor elkaar, letten op elkaar, kennen elkaar en houden die hechte banden graag zo, dat is heel belangrijk.” “Mijn kinderen staan al vanaf hun 18de op de wachtlijst en wonen nog steeds bij mij in. Het wordt voor hun hoog tijd dat zij hun eigen plekje krijgen wat zij verdienen!” Daarnaast heerst er onvrede over het contact met de gemeente. Deelnemers hebben het idee dat de gemeente haar afspraken niet nakomt en niet genoeg rekening houdt met de woonwagengemeenschap.
“De gemeente belooft ons al jaren van alles maar uiteindelijk komen ze hun beloftes niet na, gemaakte afspraken zijn ze vergeten of dan is het plotseling kwijt. We willen graag mee werken maar we krijgen elke keer de deksel op onze neus.”
“Wat ik heel erg belangrijk vind, is als er een afspraak wordt gemaakt... Wij hebben heel vaak meegemaakt dat er afspraken worden gemaakt met de gemeente, de burgemeester, wethouder, instanties.. en er wordt niks nagekomen. Als het niet gaat, maak die belofte dan ook niet. Of gemaakte plannen worden zomaar, zonder reden verlaat. Verhuisplannen die zomaar een jaar of twee worden uitgesteld. Dat moet beter, anders krijg je nooit meer vertrouwen. Dan komt daar nooit verandering in. Ook zou ik andere mensen willen helpen binnen de woonwagengemeenschap. Ik ga ook regelmatig naar debatten etcetera. Ik vind het voor de jeugd echt echt, ik schrik ervan hoe moeilijk het is om een eigen plek te realiseren voor kinderen, voor kinderen van hier en erbuiten.” Ten slotte geven meerdere bewoners aan dat ze de locaties niet veilig genoeg vinden en overlast ervaren. Ook zeggen enkele deelnemers dat het vuil te weinig wordt opgehaald en de locaties niet brandveilig zijn. “Ik heb gehad dat op klaarlichte dag er werd ingebroken. Er wordt ook veel tegen mijn wagen aan geparkeerd. De hele weg staat soms ook geblokkeerd, en de gemeente/politie doet te weinig. Ik zag laatst om hals zes in de ochtend een lichtflits, vloog er een auto in de fik! Er wordt ook veel tegen het verkeer ingereden. Ik voel me erg onveilig.
Ik lig 's nachts weleens wakker omdat ik geluiden van buiten hoor.” “Voor mij is de veiligheid hier op de woonwagenlocatie niet goed. Ze komen hier erop en lopen hier rond, maken foto's... er is bij mijn buurvrouw recent nog ingebroken. Gewoon om half zes 's avonds, tijden etenstijd. […] De trein rijdt hier continu achter, het trilt hier ook binnen. Mijn woonwagen is van hout, dus van de trilling komen ook scheuren. De tegels in badkamer en wc gaan ook loszitten. […].”
38
4.6 Communicatie met de gemeente Figuur 28 laat zien over welke onderwerpen de hoofdbewoners en standplaatszoekenden meer informatie van de gemeente wensen te ontvangen. Respondenten konden meerdere onderwerpen aankruisen. In totaal werden 1137 antwoorden gegeven. De meeste onderwerpen zijn door meer dan de helft van de respondenten aangevinkt als onderwerp waar men informatie over wenst te ontvangen. Slechts 17 respondenten geeft aan geen behoefte aan informatie te hebben. De wens om meer te weten over de plannen voor nieuwe standplaatsen wordt het vaakst genoemd: 85,3% wil hierover geïnformeerd worden. Ook de wachtlijst voor standplaatsen roept veel vragen op; 82,7% wil daar meer duidelijkheid over. 56% wil meer duidelijkheid over bestemmingsplannen en 51,5% over onderhoud van standplaatsen of de woonwagenlocatie. Daarnaast is er bij 44,3% behoefte aan informatie over de veiligheid van locaties en bij 37,5% behoefte aan informatie over verduurzaming van woonwagens. Een aantal deelnemers heeft nog extra informatie ingevuld. De meesten van hen geven aan dat transparantie belangrijk is en ze over alle onderwerpen en alle ontwikkelingen rondom standplaatsen en woonwagenlocatie geïnformeerd willen worden. Er is geen duidelijk verschil in informatiebehoefte tussen de hoofdbewoners en standplaatszoekenden.