CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324995 Bijlage Rapport re-integratieaanpak Den Haag Geredigeerd

Algemene Raadscommissie 21 mei 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken11.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26 SCP (2023) Een brede blik op bijstand. 27 Gemeente Den Haag (2024) De veranderende doelgroep in beeld.

44

eerst onderzocht of er bij Albert Heijn een geschikte plek is, aangezien Den Haag Werkt goede contacten heeft hiermee. De gemeente schat in dat deze begeleiding in totaal 38 uur kost, verspreid over 16 weken, voordat Nora geplaatst kan worden op deze nieuwe werkplek. Plaatsing Nora ontvangt in eerste instantie een proefplaatsingsplek. Ze volgt een vergelijkbaar traject als bij Amina, waarbij na afronding van de proefplaatsingsperiode de gemeente forfaitaire LKS inzet en loonwaardebepaling. Als Nora op haar werkplek blijft, dan zet de gemeente na twee maanden LKS in op basis van de bepaalde loonwaarde en zolang er sprake is van verminderde loonwaarde. In tegenstelling tot de inzet van de gemeente bij Amina, wordt bij Nora een jobcoachcheque ingezet. Ervan uitgaande dat Nora in het doelgroepregister valt én start bij de Albert Heijn, ontvangt Albert Heijn een jobcoachcheque om Nora te begeleiden op haar nieuwe werkplek. Dit is een afspraak met Albert Heijn om zo hun interne jobcoach te kunnen bekostigen. De gemeente heeft meerdere varianten van een jobcoach-cheque, afhankelijk van de benodigde hulp. In dit geval kiest de gemeente voor een jobcoach cheque light, waarvan de kosten € 7.005,- bedragen. Bij de light-variant van een jobcoach-cheque gaat Den Haag ervan uit dat iemand in het eerste jaar gemiddeld 1,2 uur per week begeleiding ontvangt en in het tweede 0,6 uur per week.

Met deze jobcoach-cheque dient de werkgever jobcoaching aan te bieden voor twee jaar. 6.7

Reflectie Met het oog op de vraag naar de doelmatigheid van de inzet van de gemeente Den Haag, geven we hieronder onze reflecties.

6.7.1

Veel gebruik van testen voorafgaand aan inzet op re-integratie in enge én brede zin Bij alle persona’s constateren we dat de gemeente Den Haag ervoor kiest om een vorm van onderzoek te verrichten om de belastbaarheid van de inwoner te bepalen voordat aanvullende intensievere, kostbare of langdurige inzet wordt geboden. Door vroegtijdig de belastbaarheid en het ontwikkelpotentieel in kaart te brengen, voorkomt de gemeente dat inwoners in trajecten belanden die niet haalbaar zijn. Dit verhoogt de kans op passende ondersteuning en voorkomt verspilling van middelen. Hoewel er gegronde redenen zijn om dergelijke testen in te zetten, kan de doelmatigheid ervan verminderd worden als deze onderzoeken te vaak of te uitgebreid worden verricht dan in principe noodzakelijk is.

6.7.2

Veel inzet bij jongeren op activering via intensieve en kostbare ontwikkeltrajecten Bij het persona Vincent kiest de gemeente ervoor om te ondersteunen via intensieve Maatschappelijk Fiten Werkontwikkeltrajecten, met relatief hoge kosten. Deze inzet is begrijpelijk gezien de kwetsbare positie van deze doelgroep en het risico op blijvende uitval. Tegelijkertijd vraagt deze strategie om een kritische blik op de doelmatigheid: intensieve en kostbare trajecten leveren niet altijd een gegarandeerde uitstroom naar werk op. Wanneer de resultaten achterblijven of de trajecten te generiek worden ingezet, kan dit leiden tot een lage kosteneffectiviteit. Gezien de intensiteit en kostbaarheid van deze inzet, is het belangrijk om te blijven monitoren in hoeverre deze trajecten doelmatig worden ingezet.

6.7.3

Jobcoaching door werkgevers vraagt opvallend veel kosten Wanneer de gemeente besluit om jobcoaching door externe jobcoaches te bieden, via werkgevers zelf, lopen de kosten aanzienlijk op. Dit is bijvoorbeeld te zien bij de persona’s Samir en Nora (waarbij werkgevers een jobcoach-cheque ontvangen) in vergelijking met het persona Vincent (waarbij de gemeente zelf zorgdraagt over de jobcoaching). Deze investering is begrijpelijk gezien de complexiteit van sommige doelgroepen en de noodzaak om werkgevers te ontzorgen. Wel roept dit de vraag op naar de doelmatigheid ervan: hoge kosten aan jobcoaching als de werkgever dit oppakt, kunnen gerechtvaardigd zijn als de begeleiding aantoonbaar leidt tot langdurige werkrelaties en minder terugval.

52

6.7.4

Loonkostensubsidie wordt bij veel persona’s ingezet als er perspectief op werk is Bij vrijwel alle persona’s, op Mia na, kiest de gemeente ervoor om LKS in te zetten. LKS kan een effectieve manier zijn om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om een inwoner met een grote afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Ondanks dat de gemeente Den Haag de kosten voor LKS gecompenseerd krijgt vanuit het Rijk, kan de doelmatigheid van de inzet van LKS toch lager uitvallen als dit gepaard gaat met hoge begeleidingskosten, die gefinancierd dienen te worden vanuit de integratieuitkering Participatie in het Gemeentefonds. Het is daarom van belang om bij de inzet van LKS niet alleen naar de financiële compensatie te kijken, maar ook naar de totale kosten en het effect op duurzame plaatsingen.

53

A. Toelichting aanpak In deze bijlage beschrijven we per onderdeel welke aanpak we hebben gehanteerd om antwoord te geven op de vragen van dit onderzoek.

A.1

SRG Om inzicht te krijgen in het aantal instrumenten dat gemeenten inzet voor re-integratie, maken we gebruik van de Statistiek Re-integratie Gemeenten (SRG) van het CBS. Gemeenten en/of hun uitvoeringsorganisaties leveren hiervoor gegevens aan bij het CBS, uitgesplitst naar type voorziening. De SRG vormt de standaardbron om de inzet van re-integratie-instrumenten op landelijk en gemeentelijk niveau te meten. Omdat alle gemeenten hun gegevens over de inzet per instrument aan het CBS aanleveren, kunnen wij de resultaten van Den Haag eenvoudig vergelijken met die van andere Nederlandse gemeenten.

A.2

Iv3 Om inzicht te krijgen in de budgetten en uitgaven voor re-integratie maken we gebruik van Informatie voor Derden (Iv3) van het CBS. De Iv3 biedt een uniforme wijze waarop gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen hun financiële gegevens aanleveren. De gegevens omvatten informatie uit de begroting, kwartaalcijfers en de jaarrekening, uitgesplitst naar lasten en baten per gemeentelijk taakveld. Omdat alle gemeenten hun gegevens op een gestandaardiseerde manier aanleveren, kunnen wij de budgetten en uitgaven van Den Haag goed vergelijken met die van andere Nederlandse gemeenten. Voor de Iv3-analyses richten wij ons op het taakveld “Arbeidsparticipatie”, dat het meest direct verband houdt met re-integratie. In onze analyse maken wij gebruik van de onbewerkte Iv3-gegevens op gemeenteniveau, afkomstig uit de begroting 2025 en de jaarrekening 2024.

A.3

Kostprijs loonkostensubsidie Voor het bepalen van de kostprijs van loonkostensubsidie maken we gebruik van de budgetten die gemeenten vanuit het Rijk ontvangen voor LKS in 2024. Deze budgetten zijn gebaseerd op het aandeel dat een gemeente in het voorgaande jaar heeft uitgegeven aan loonkostensubsidie ten opzichte van het landelijke totaal. We delen dit budget door het aantal mensen binnen de gemeente dat daadwerkelijk loonkostensubsidie ontvangt. Zo stellen we de gemiddelde prijs per loonkostensubsidie vast.

A.4

Kostprijzen jobcoach en klantmanager Voor het landelijke onderzoek naar gemeentelijke re-integratiedienstverlening hebben we een uniform kostenformat ontwikkeld, dat we door uitvoerders en gemeenten laten invullen. Dit gebeurde in de periode maart tot en met juni 2025. Met deze gestandaardiseerde aanpak kunnen we de kosten in gemeente Den Haag direct vergelijken met die van andere vergelijkingsgemeenten. In het kostenformat vragen we verschillende kostencomponenten uit, zodat we de kostprijs per uur voor zowel de jobcoach als de klantmanager kunnen berekenen. We geven gemeenten expliciet de ruimte om hun ingevulde kosten toe te lichten en te onderbouwen, omdat zij kostencomponenten op uiteenlopende manieren toerekenen aan een jobcoach en/of klantmanager. Deze kostenformats zijn in een bepaalde periode uitgevraagd; het is mogelijk dat in de maanden daarna kosten, productiviteit of de caseload van professionals veranderen.

54

A.5

Kostprijs beschut werk De kostprijs van beschut werk is gebaseerd op informatie uit de individuele rapportages van de Cedrissectorinformatie. In de meeste gemeenten wordt beschut werk uitgevoerd door werk- en ontwikkelbedrijven die zijn aangesloten bij Cedris. Voor het verkrijgen van de informatie hebben wij toestemming gevraagd aan de desbetreffende uitvoerders. Voor het opstellen van de rapportages maakt Cedris gebruik van een uniform format dat is ingevuld door de uitvoerder en gemeenten. Dit uniforme format maakt het mogelijk om de uitvoerder voor Den Haag (Den Haag Werkt) te vergelijken met uitvoerders in andere gemeenten. Het format bevat onder meer gegevens over: a.

De gemiddelde loonkosten per fte beschut werk.

b.

De gemiddelde loonkostensubsidie per fte beschut werk.

c.

De gemiddelde opbrengsten (netto toegevoegde waarde) per werksoort (intern, werk op locatie, groepsdetachering en individuele detachering). De gemiddelde opbrengst is vervolgens omgezet naar een gemiddelde per doelgroep op basis van de verdeling van de beschut medewerkers over de verschillende werksoorten.

d.

De gemiddelde bedrijfskosten per werksoort (intern, werk op locatie, groepsdetachering en individuele detachering). De bedrijfskosten bestaan uit de kosten voor huisvesting, salariskosten staf, overige directe kosten en overheadkosten. Kosten voor het onderdeel inkomen zijn hierbij niet meegenomen. Op basis van het aandeel beschutte werknemers binnen deze werksoorten zijn de gewogen gemiddelde kosten berekend.

A.6

Vragenlijst Voor het landelijk onderzoek hebben wij een vragenlijst uitgezet onder alle gemeenten. In totaal hebben 60 gemeenten de vragenlijst ingevuld: 38 zelfstandige gemeenten en 5 samenwerkingsverbanden, die gezamenlijk namens 22 gemeenten hebben deelgenomen. Uit deze vragenlijst hebben we voor dit onderzoek de onderstaande drie vragen geselecteerd: a.

Ook andere taakvelden, naast Arbeidsparticipatie, kunnen lasten bevatten voor re-integratie (in brede zin). Kunt u aangeven welke Iv3-taakvelden ook lasten bevatten voor re-integratie, en zo ja, welk percentage van het bedrag per Iv3-taakveld gaat over re-integratie? We vragen u om hierbij zoveel mogelijk uit te gaan van de definitie van re-integratie in dit onderzoek, hoewel we begrijpen dat uw gemeente mogelijk een andere definitie hanteert. U kunt desgewenst volstaan met een inschatting. In de tabel zijn alle lasten onder het sociaal domein reeds weergegeven. Indien er ook lasten buiten het sociaal domein relevant zijn, specificeer deze in de roze rijen onderaan en vul in om welk bedrag het gaat.

b.

Taakveld sociaal domein iv3 6.5 Arbeidsparticipatie 6.4 Wsw en beschut werk 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams (toegang en eerstelijnsvoorzieningen) 6.3 Inkomensregelingen 6.6 Hulpmiddelen en diensten (Wmo) 6.7 t/m 6.9 Ondersteuning Jeugdzorg en Wmo Overig, specificeer taakveld(en):

Budgetten 2025 € 63.704.000 € 87.442.000 € 126.904.000 € 94.389.000 € 536.658.000 € 38.820.000 € 467.154.000

Uitgaven 2023 € 49.424.000 € 61.854.000 € 168.040.000 € 71.910.000 € 563.866.000 € 36.611.000 € 439.174.000

Totaal iv3 taakvelden sociaal domein Totaalbedrag voor re-integratie

€ 1.415.071.000 € 63.704.000

€ 1.390.879.000 € 49.424.000

Percentage bedrag dat hoort onder noemer “re-integratie”(%) 100%

Kunt u aangeven uit welke bronnen uw uitgaven aan re-integratie zijn gefinancierd? (% van het geheel). Sluit waar mogelijk aan bij de bedragen uit vraag 2. Indien deze gegevens niet uit een

55

registratie te halen zijn, kunt u volstaan met een inschatting. Let op dat de percentages dienen op te tellen tot 100%. Financieringsbronnen 1. Algemene uitkering Cluster Participatie 2. Overschotten op het BUIG-budget 3. Integratie-uitkering Participatie (rijksbijdrage beschut werk en Wsw) 4. Aanvullende regionale middelen (zoals via regionale stimuleringsfondsen) 5. Aanvullende landelijke middelen (zoals via SPUK’s), specificeer. 6. Aanvullende Europese middelen (zoals ESF+ middelen) 7. Aanvullende overige middelen (licht hieronder toe) 8. Algemene middelen of reserves (niet verder gespecificeerd) 9. Overig, namelijk: 10. Overig, namelijk: 11. Overig, namelijk: 12. Overig, namelijk: 13. Overig, namelijk: Totaal:

c.

Percentage (%)

0%

Kunt u aangeven hoe uw uitgaven aan re-integratie zijn verdeeld naar doelgroep (op basis van hun afstand tot de arbeidsmarkt)? Hoe verhoudt zich dit tot het aandeel in het bestand naar doelgroep? Indien deze gegevens niet precies aansluiten bij uw registratie, kunt u desgewenst volstaan met een inschatting. Wij vragen u om in de rechterkolom aan te geven hoe u voor deze vraag het onderscheid heeft gemaakt tussen "werk mogelijk op korte termijn" (bovenste rij) versus "werk mogelijk op langere termijn" (tweede rij). Dit onderscheid sluit idealiter aan bij hoe uw gemeente de doelgroepen in de registratie opdeelt, maar dat is niet verplicht. Een voorbeeld hoe u de rechterkolom kunt invullen: indien u in de bovenste rij het getal 6 invult, verstaat u onder "korte termijn" dat werk binnen 6 maanden wordt verwacht. Als u vervolgens in de tweede rij het getal 24 invult, verstaat u onder "langere termijn" dat werk tussen de 6 en 24 maanden wordt verwacht. Dit houdt ook in dat u voor de overige doelgroepen (3. en 4.) geen werk binnen 24 maanden verwacht. Doelgroepen 1. Werkfit / snel bemiddelbaar: Op korte termijn is betaald werk mogelijk 2. Op langere termijn is betaald werk mogelijk 3. Betaald werk is niet voorzien, maatschappelijke participatie op korte termijn mogelijk 4. Betaald werk is niet voorzien, maatschappelijke participatie op langere termijn mogelijk Totaal:

Percentage doelgroep in Aandeel lasten voor het bijstandbestand (%) deze doelgroep (%)

Definitie: werk verwacht binnen hoeveel maanden?

nvt nvt 0%

0%

Op basis van de mate waarin gemeenten deze vragen hebben beantwoord, hebben we een selectie gemaakt van de gemeenten die in de figuren in het rapport zijn weergegeven. In sommige gevallen tonen we alleen gemeenten die vergelijkbaar zijn met Den Haag; in andere gevallen presenteren we ook de overige gemeenten die de vraag hebben ingevuld. Dit doen we om de positie van Den Haag goed in context te kunnen plaatsen.

A.7

Persona’s Voor het landelijk onderzoek stelden we drie persona’s op die een afspiegeling vormen van enkele veelvoorkomende groepen van bijstandsgerechtigden, gebaseerd op onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en wensen van het ministerie van SZW. In afstemming met de gemeente Den Haag stelden we twee aanvullende persona’s op, om zo een realistische weergave te geven van de variëteit van ondersteuning die Den Haag biedt aan inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De vijf persona’s deelden we met een productmanager en controller van de gemeente, die gezamenlijk een invulformulier invulden om een inschatting te maken van de interventies die zij zouden inzetten, de fase waarin zij deze inzetten, de duur van deze interventies (in weken), de tijd die dit kost (intensiteit in uren per week) en de gemiddelde kosten van deze interventies voor hun organisatie. Nadat zij de ingevulde formulieren toezonden, vond er nog een interview plaats, om de aangeleverde informatie te bespreken en te duiden.

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16826086/1