CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324965 Bijlage 1 Blik op Afval - Rapport fase 1

Algemene Raadscommissie 9 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken16.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

21

4.5

Oplossingen – denkrichtingen

In de interviews hebben we deelnemers gevraagd of ze weten of de gemeente Den Haag iets heeft gedaan om afvalproblematiek te verhelpen, en of dit in hun ogen effectief was. Daarna vroegen we door naar wat er idealiter zou moeten gebeuren om afvalproblemen op te lossen. Dit gaf inzicht in zowel toegepaste oplossingen voor de afvalproblematiek, en mogelijke nieuwe richtingen. In deze paragraaf schetsen we (nog zeer rudimentair – omdat we hier in een volgende fase dieper op ingaan), op basis van de resultaten van de interviews en eerste inzichten uit literatuur, drie oplossingsrichtingen die aansluiten bij de eerdergenoemde oorzaken. 1. Oplossingen gericht op instrumentele oorzaken, waarbij aanpassingen in beleid en uitvoering kunnen helpen om de afvaloverlast beter en effectiever te bestrijden; 2. Oplossingen gericht op menselijk handelen die kunnen helpen om afvaloverlast te voorkomen; 3. Oplossingen die zich richten op de achterliggende oorzaken van het afvalprobleem, zoals de sociaaleconomische omstandigheden en ervaren binding met een wijk. De eerste twee oplossingsrichtingen zijn het meest gangbaar in de aanpak van afvalproblematiek. De laatste oplossingsrichting vraagt om een systemische blik en een integrale aanpak, en wellicht ook meer volharding, maar heeft naar verwachting een meer blijvend effect.

Oplossingen gericht op de instrumentele oorzaken De meeste deelnemers gaven aan dat de gemeente Den Haag al veel dingen doet voor het afvalprobleem, maar er is ook ruimte voor verbetering. We focussen ons nu, in een poging tot bondigheid, op mogelijke oplossingen die nog kunnen worden overwogen of uitgewerkt. Er zijn een aantal suggesties gedaan voor infrastructurele oplossingen zoals het plaatsen van lampjes bij ORAC’s die aangeven of ze wel of niet vol zitten, inleverpunten voor statiegeldblikjes en -flesjes plaatsen op veelbezochte plekken, en het niet laten aanvragen van een kliko wanneer daar op straat geen ruimte voor is. Er waren ook suggesties voor proactieve infrastructurele oplossingen, zoals voor het aanpakken van het ruimteprobleem, waarbij er opnieuw gekeken moet worden naar ruimte in en rondom woningen bij dicht bewoonde wijken. Ook werd er een suggestie gedaan om voorwaarden te stellen voor inpandige inzameling bij nieuwbouw. Ondanks dat de gemeente hier al flink op in zet, zijn er ook oplossingen genoemd rondom verbeteringen van het ophalen van afval: (nog) meer standaard langsrijden in wijken waar afvalproblematiek het meest speelt en ook de roulatie inrichten op overlastlocaties in plaats van wijken; standaard wekelijks legen van ORAC’s ongeacht hoe vol ze zijn; grofvuilwagens laten rijden volgens een kalender; grofvuildagen houden.

Rondom het verbeteren van ophaaldiensten wordt ook aangekaart om beter te kijken naar waar oplossingen in de logistiek mogelijk zijn. De geprefereerde ophaaltijdstippen komen namelijk niet uit in de route van ophaaldiensten. Het laatste cluster aan instrumentele oplossingen heeft betrekking op meldingen, handhaving en afspraken. Zo wordt simpelweg ‘meer handhaving’ vaak genoemd als oplossing. In een studie van Dur en Vollaard (2015) waarin vier veldexperimenten in Rotterdam Zuid zijn gedaan, blijkt het zichtbaarder maken van de handhavingsactiviteiten van stadstoezicht een positief effect te hebben op afvaloverlast, maar niet op informatievoorzieningen of minder schoonmaken. Het experiment met cameratoezicht in de gemeente Den Haag laat ook zien dat toezicht kan leiden tot minder bijplaatsing van afval, maar de kosten zijn hoog (Flight & Velders, 2023). Dit cluster aan oplossingen verhoudt zich duidelijk tot de klassieke bestuurskundige instrumenten de wortel, de stok en de preek (Tummers, 2019). Het uitdelen van boetes is een typische ‘stok’ oplossing. Dit blijkt echter in de praktijk nog lastig, omdat veroorzakers eigenlijk op heterdaad moeten worden betrapt (Flight & Velders, 2023). In het actieplan van Den Haag (2023) wordt voorgesteld om een anonieme meldlijn voor bijplaatsingen op de zetten, waardoor handhavers de

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

22

overtreders makkelijker kunnen aanspreken. Dit is een voorbeeld van ‘de preek’. Het verbeteren van het meldingssysteem wordt ook door de deelnemers van dit onderzoek genoemd. Ook beloningssystemen, de ‘wortel’, worden genoemd. Bij het project ‘afval loont’ kunnen Barendrechtse inwoners bijvoorbeeld een waardebon krijgen voor het terugbrengen van afval. Er kan ook worden gedacht aan beloningssystemen die zich richten op verhuurders in plaats van bewoners. Er wordt gesuggereerd dat bij verhuur van woningen aan arbeidsmigranten de verhuurder de verwerking van matrassen op zich zou kunnen nemen in ruil voor een beloning, of om de verhuurder te dwingen een container te regelen als huurders vertrekken op laste van een boete. Ook in het Aanvalsplan Afval (2023) worden samenwerking met verhuurders voor informatievoorziening genoemd. Een deelnemer aan dit onderzoek merkt op dat men idealiter toe moet werken naar een mix van oplossingen: voorlichting, bewustwording en handhaving.

Oplossingen gericht op menselijk handelen en beleving Hier noemen we de oplossingen die het gedrag van mensen willen sturen op een manier dat afvaloverlast wordt verminderd. Dit kan met de eerdergenoemde wortel, stok of preek, maar ook met een ‘nudge’ (Tummers, 2019). Een nudge is een manier om routinematig gedrag te veranderen zonder opties te verbieden (Tummers, 2019), bijvoorbeeld door sociale normen te verduidelijken of bepaalde keuzes makkelijker en vanzelfsprekender te maken. Hierbij wordt het gewenste gedrag subtiel aangestuurd terwijl keuzevrijheid behouden wordt. Hiermee kan je rekening houden met gebrek aan vaardigheden, kennis, binding en middelen van mensen in deze wijken, waar er ook sociaaleconomische problemen bestaan. In deze categorie is de focus echter nog steeds op individueel vervuilend gedrag en niet op het systeem waarin die individu zich begeeft. Zo wordt bijvoorbeeld genoemd dat de communicatie aanpak kan verbeteren door rekening te houden met de taalachterstand van mensen. Gebruik van meerdere talen, pictogrammen en advies van native speakers kan helpen om een ‘preek’ over afvaloverlast beter over te brengen. Je lost het achterliggende probleem van ‘gebrek aan taalvaardigheden’ hier echter niet mee op.

Er zijn diverse oplossingen voorgesteld die betrekking hebben op communicatie, met als doel de bewustwording en naleving van afvalverwerkingsregels te verbeteren. Effectieve communicatie zou inclusiever en begrijpelijker moeten zijn. Daarbij is het van belang om te overwegen waar en hoe deze informatie wordt verspreid. Relevante stakeholders, zoals verhuurders en buurtorganisaties, kunnen een rol spelen in het delen van informatie. Een concreet voorbeeld is het voorstel van een deelnemer om verhuurders een informatieve kaart te laten geven aan nieuwe huurders, met daarop de locaties van afvalinzamelpunten en informatie over het maken van een grofvuil-afspraak. Bij al deze punten werd er benadrukt om bij het communiceren vanuit het perspectief van de gebruiker te denken. Ook placemaking voorbeelden, die door middel van nudges in het ontwerp van de openbare ruimte het gedrag van mensen willen sturen, vallen onder deze categorie. Placemaking kan grofweg worden gedefinieerd als het verbeteren van de openbare ruimte (Wyckoff, 2014). Oplossingen die genoemd zijn gaan bijvoorbeeld over het grondig schoonhouden van de buurt, waarbij een visueel schone straat bijdraagt aan een positief effect; het aantrekkelijker maken van de omgeving rondom ORAC’s. Placemaking kan zich echter ook richten op de binding tussen mens en plek.

Creatieve oplossingen, bijvoorbeeld het opleuken van containers door jongeren kan ook hun betrokkenheid wellicht vergroten. Eigenaarschap van tuintjes bij de ORAC’s en het schoonhouden van de openbare ruimte beïnvloeden wellicht de beleving van de openbare ruimte, en dit kan invloed hebben op ruimtelijk gedrag. Experimenten met nudges gericht op afvaloverlast hebben gemengd resultaat. Dur en Vollaard (2015) experimenteren succesvol met het ontlokken van een belofte om de straat schoon te houden. Merkelbach, Dewies, en Denktas (2021) concluderen echter dat deze gedragsinterventie alleen werkt als er voldoende sociale cohesie is. Wij denken dat placemaking wel degelijk succesvol kan worden ingezet als het zich bijvoorbeeld richt op achterliggende oorzaken zoals binding met de buurt, en als het onderdeel is van een bredere aanpak. Dat brengt ons bij de laatste set aan oplossingsrichtingen.

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

23

Oplossingen die systemisch de achterliggende oorzaken aanpakken Om de afvalproblematiek op te lossen is er een bepaalde gedragsverandering nodig, maar het overbruggen van de kloof tussen intentie en actie blijkt nog steeds moeilijk in de praktijk. De kritiek op gedragsinterventies, zoals nudges, is dat dergelijke oplossingen door bedrijven en overheden gebruikt om bepaalde problemen te af te doen als individuele verantwoordelijkheid (het i-frame), in tegenstelling tot meer systemische hervormingen (het s-frame) (Chater en Loewenstein, 2023). Daarnaast zijn er zorgen of gedragsinterventies wel leiden tot verandering op de lange termijn. Ook de deelnemers van dit onderzoek benoemen dat om de achterliggende oorzaken van het afvalprobleem aan te pakken een bredere maatschappelijke blik en meer systemische aanpak nodig is. Veel van de genoemde oplossingen zijn niet echter per se systemisch, en richten zich op ‘preventie, de basis op orde houden en handhaving’, net als in het Aanvalsplan Afval (2023). De complexiteit van het probleem maakt het voor veel geïnterviewden moeilijk om tot specifieke oplossingen te komen die achterliggende oorzaken van de afvalproblematiek aanpakken. De genoemde meer systemische oplossingen zijn te verdelen in twee groepen: een bredere sociale aanpak en systemisch integraal werken.

Bredere sociaalmaatschappelijke blik Een aantal deelnemers benadrukken het belang van een systemische aanpak die verder kijkt dan de symptomen en zich richt op de achterliggende sociaaleconomische oorzaken, binding en kennis. Zo werd er gesuggereerd aandacht te besteden aan het samengaan van verschillende bevolkingsgroepen, versterken van oplossingen vanuit de sociale hoek, meer focus voor problemen op straat. Ook werd er benoemd dat het een goed idee zou zijn om vanuit perspectieven vanuit de gebruiker te denken, en na te gaan wat voor hen werkt, bijvoorbeeld als het gaat over arbeidsmigranten. Succesvolle initiatieven zoals “samen koken” en “Laaktheater” werden genoemd als voorbeelden van initiatieven die bijdragen aan de bredere sociaalmaatschappelijke blik.

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

24

Systematisch en integraal werken Om te kunnen werken aan meer systemische oplossingen vanuit een bredere sociaal maatschappelijk blik, is ook andere manier van (samen)werken nodig bij de gemeente Den Haag. Er zijn deelnemers die benoemen dat er behoefte is aan permanente aandacht in plaats van pilots; een betere balans tussen het bestrijden en voorkomen van afvalproblematiek, het budget verschuiven naar het preventief aanpakken van afvalproblematiek, en het beter onderling afstemmen tussen beheer organisaties (opruim- en ophaaldiensten). Om het afvalprobleem proactief aan te pakken is samenwerking nodig die verder gaat dan de afdeling stadsbeheer. Het leren vanuit andere voorbeelden werd ook genoemd. Zo kan er bijvoorbeeld gekeken worden naar hoe andere grote steden omgaan met de complexiteit van afvalproblematiek. In het rapport van de rekenkamer, schoon op papier (2021) wordt de kritiek geuit dat in de integrale aanpak de focus nog steeds ligt op handhaving en dat ‘Interventies in de fysieke omgeving, communicatie, participatie en educatie’ weinig aandacht krijgen. Er is in de tussentijd hier al op bijgestuurd, maar volgens een deelnemer is het in de praktijk nog lastig om de aandacht te verleggen naar preventie en participatie.

Het afvalbeleidsplan is wel goed, maar er gaat veel geld naar schoonmaak en inzameling, en een deel van dat budget zou beter naar voorkoming van problemen kunnen gaan. “Ook al heet het aanvalsplan, is het voor mijn gevoel nog echt niet volle bak op de aanval.” De resultaten uit de interviews tonen aan dat deelnemers het nut zien van meer inzet op preventie, maar het tegelijkertijd lastig vinden om na te denken over concrete systemische oplossingen die zich richten op de achterliggende oorzaken van afvalproblematiek. Er is een breed scala aan aanknopingspunten, maar het zijn meer wensen dan concrete oplossingen. Hier ligt dus een uitdaging voor de volgende fasen van dit onderzoek.

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

25

5 Conclusies en Vooruitblik Conclusies: de blik op afvaloverlast De resultaten van dit onderzoek bevestigen dat afvalproblematiek in bepaalde wijken van Den Haag een complex probleem is dat niet alleen te maken heeft met operationele en infrastructurele uitdagingen, maar ook met achterliggende sociaaleconomische en culturele factoren. Daarom is afvaloverlast ook juist een probleem in deze wijken. Het valt op dat de deelnemers van het onderzoek vaak verwijzen naar de rol van ‘binding’ met de leefomgeving, als oorzaak van de afvalproblematiek. Ook in de literatuur over afval wordt er vaak verwezen naar binding of sociale cohesie in wijken waar afvalproblematiek een probleem is (Epskamp & de Vries, 2021; Mohapatra & Mohamed, 2013). Als bewoners zich minder verbonden voelen met hun buurt, bijvoorbeeld door kortdurende verblijven of culturele verschillen, kan dit resulteren in een zwakker verantwoordelijkheidsgevoel voor de openbare ruimte, wat de afvalproblematiek verder in stand houdt. Dit verantwoordelijkheidsgevoel wordt echter ook beïnvloed door sociale normen en achterliggende sociaaleconomische omstandigheden waardoor mensen andere dingen aan hun hoofd hebben, zoals niet rond kunnen komen of problemen in de huiselijke sfeer. Het is niet voor iedereen even belangrijk is dat het ‘schoon op straat’ moet zijn.

We zien dat verschillende factoren met elkaar verstrengeld zijn: betekenis (hoe belangrijk is een schone leefomgeving), de beschikbaarheid aan middelen (geld, tijd, een kleine woning), kennis (hoe ga ik juist om met afval) en vaardigheden (niet Nederlands spreken of ongeletterdheid). Deze elementen bepalen hoe wordt omgegaan met afval in sociale praktijken. Instrumentele factoren zoals een gebrek aan handhaving of inefficiënt afvalbeheer dragen wel bij aan de afvaloverlast, maar vooral in combinatie met deze achterliggende oorzaken. Het beheer en het beleid op het gebied van afval moet dus afgestemd worden op de complexe, sociaal-diverse en multiculturele karakteristieken van de wijken waar afvalproblematiek heerst.

Het oplossen van de afvalproblematiek is daarmee ook een uitdaging. We onderscheiden drie categorieën aan oplossingen. Oplossingen gericht op instrumentele oorzaken waarbij beleid en uitvoering kunnen helpen om de afvaloverlast beter en effectiever te bestrijden. Oplossingen gericht op menselijk handelen die kunnen helpen om afvaloverlast te voorkomen. Oplossingen die zich meer richten op de achterliggende oorzaken van het afvalprobleem, zoals de sociaaleconomische omstandigheden en ervaren binding met een wijk. Charter en Loewestein (2023) noemen deze laatste categorie een ‘s-frame’ of systemische focus in plaats van een ‘i-frame’ focus op gedrag van mensen. De deelnemers signaleren ook dat er tot nu toe een focus is op het reageren op het afvalprobleem in plaats van het meer proactief voorkomen van het afvalprobleem. Tegelijkertijd kunnen de deelnemers ook zelf moeilijk concrete systemische oplossingen bedenken. Om te kunnen werken aan meer systemische oplossingen vanuit een bredere sociaal maatschappelijke blik, is echter ook andere manier van (samen)werken nodig bij de gemeente Den Haag. Een voorbeeld ter illustratie: het verbeteren van de communicatie rondom afvalverwerking (i-frame) is minder ingewikkeld dan het versterken van de taalontwikkeling en sociale cohesie in wijken (s-frame).

Een systemische focus vraagt om een integrale lerende aanpak die zowel de operationele als sociaaleconomische factoren meeneemt, en waarbij samenwerking tussen gemeentelijke afdelingen, wethouders en de community builders in de wijken essentieel is. Voor het

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

26

vervolgonderzoek is het daarom belangrijk om breed te kijken naar deze achterliggende oorzaken en de verwevenheid van factoren.

Tussentijdse Aanbevelingen Bij de ‘oplossingen’ noemen de deelnemers van dit onderzoek een aantal waar de gemeente Den Haag wellicht al mee aan de slag kan, en dingen waar de gemeente al mee bezig is. Onder andere de laagdrempeligheid van het meldingssysteem, afhandeling van meldingen en het kunnen maken van een grofvuilafspraak zonder adres of DigiD worden genoemd. Ook worden aanbevelingen genoemd over verbetering van de samenwerking tussen diensten en integraal werken. In het nadenken over oplossingen wordt gesuggereerd om stakeholders actiever te betrekken. Bijvoorbeeld kunnen verhuurders van woningen aan arbeidsmigranten worden betrokken (en verplicht?) tot bepaalde oplossingen als het gaat om grofvuil. Toegankelijke communicatie (meertalig en visueel) kan het beste in co-creatie worden ontwerpen met mensen uit de wijk (dus met de gebruiker). De reeds bestaande klankbordgroepen zouden meer co-creatief kunnen worden betrokken. Deze aanbevelingen geven ook een aantal aanknopingspunten voor de tweede en derde fase van dit onderzoek. Vooral het co-creëren van oplossingen samen met gebruikers is iets wat wij zien als een kansrijke methode. Wij zien kansrijke aanknopingspunten voor alle drie de oplossingsrichtingen van afvalproblematiek.

Het zal lastig zijn om samen na te denken over de derde oplossingsrichting, een meer systemische integrale aanpak die echt de achterliggende sociaaleconomische problematiek aanspreekt. Onze hypothese is echter dat hier wel de meeste kansen liggen om de afvalproblematiek aan te pakken op de lange termijn.

Focus en Aanpak volgende fase De tien interviews met (ervarings)deskundigen die zich bezighouden met de afvalproblematiek in Den Haag geven een aantal aanknopingspunten voor focus in de volgende fase: 1. Een structurele aanpak die zich richt op achterliggende oorzaken van afvalproblematiek; 2. Daarbij moet je als vanzelf ook op zoek naar integrale oplossingen die verder gaan dan het gedrag van individuen (voorbij het i-frame); 3. Hiervoor moeten we eerst investeren in het begrijpen van de rol van afval in sociale praktijken en de leef- en denkwereld van inwoners van deze wijken. Naast de tien interviews hebben we ook zes oriënterende gesprekken gevoerd met professionals die eerder werkten aan dit onderwerp in verschillende steden. Dit gaf ons vooral input en ideeën over voor de onderzoeksaanpak voor de volgende fasen van dit onderzoek. Ook inhoudelijk waren er een aantal herkenningspunten. De samenhang met sociale cohesie en binding wordt in verschillende onderzoeken vaak genoemd. Afvalproblematiek speelt in wijken waar ook veel andere problematiek speelt en het kennisniveau is vaak een probleem. De afvalproblematiek is complex en juist voor een aanpak van achterliggende oorzaken is een co-creatieve aanpak wenselijk waarbij samen met betrokkenen in een wijk wordt toegewerkt naar oplossingen. Dit kost echter veel tijd en energie.

Het kan daarom nuttig zijn een focus te kiezen op 1 wijk of buurt, om banden op te kunnen bouwen en de diepte in te gaan. Kansrijke co-creatieve methoden zijn: keukentafelgesprekken, dagboekstudies, observaties, experimenten en samenwerking met kunstenaars en jongeren, wat inspirerend kan werken ‘Het moet ook een beetje leuk zijn’ merkt een van de professionals op in ons gesprek. Om in gesprek te komen met bewoners moet er worden nagedacht over taalbarrières en mogelijk kwetsbare status van deelnemers. In de uitvoering van fase 2 en 3 van het onderzoek kan het nodig zijn om tolken in te zetten en is samenwerking met lokale wijkregisseurs of community builders essentieel. Ook samenwerking met de communicatie-afdeling van de gemeente kan nuttig zijn. Bovendien moeten de onderzoekers rekening houden met dat het soms onveilig kan zijn/aanvoelen op straat. In de

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

27

ethische aanvraag van dit onderzoek besteden we veel aandacht hieraan Op basis van al deze inzichten kiezen wij in fase 2 en 3 voor een ontwerpende aanpak, waarbij het onderzoeken van de achterliggende oorzaken van de Haagse afvalproblematiek en het ontwerpen van oplossingen elkaar versterken en informeren. De fasen worden grotendeels parallel uitgevoerd, omdat in een ontwerpende aanpak met iteratie-stappen wordt bijgestuurd naar aanleiding van voortschrijdend inzicht. Daarbij kunnen we kijken naar het oplossen van een probleem, optimalisatie van een proces, maar ook creatie van publieke waarden. In ieder geval willen we verkennen hoe we, samen met betrokkenen in een bepaalde wijk, kunnen toewerken aan nieuwe en innovatieve oplossingen die de meer achterliggende oorzaken van de afvalproblematiek aanpakken. Voor een gedetailleerde uitleg over de aanpak van de volgende fasen verwijzen we naar het document ‘Onderzoeksaanpak fase 2 en 3- Achter Afval Den Haag’ van oktober 2024. In dit document stellen we voor om te focussen op de bijplaatsingen van vuilniszakken en grofvuil een bepaalde wijk of buurt, om banden op te kunnen bouwen en samen toe te werken naar oplossingen. Focus kan worden bepaald in samenspraak met de opdrachtgever, en hangt af van waar we goed contact kunnen leggen met lokale betrokkenen.

Een co-creatieve aanpak, waarin betrokkenen actief deelnemen aan het proces, zal niet alleen helpen om in het vervolgonderzoek tot betere oplossingen te komen, maar zal ook bijdragen aan meer acceptatie en legitimiteit van de oplossingen.

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

28

Referentielijst Ajzen, I. (2011). The theory of planned behaviour: Reactions and reflections. Psychology & health, 26(9), 1113-1127. Anton, C. E., & Lawrence, C. (2016). The relationship between place attachment, the theory of planned behaviour and residents’ response to place change. Journal of Environmental psychology, 47, 145-154. Armitage, C. J., & Conner, M. (2001). Efficacy of the theory of planned behaviour: A meta-analytic review. British journal of social psychology, 40(4), 471-499. Aanvalsplan Afval Voortgangsrapportage (2023). Programma voor een Schone Stad. Commissie Leefomgeving Den Haag. RIS315979. https://denhaag.raadsinformatie.nl/ document/14063765/1?connection_type=16&connection_id=930835 Ballatore, A., Verhagen, T. J., Li, Z., & Cucurachi, S. (2022). This city is not a bin: Crowdmapping the distribution of urban litter. Journal of Industrial Ecology, 26(1), 197-212. Blake, J. (1999). Overcoming the ‘value-action gap’ in environmental policy: Tensions between national policy and local experience. Local environment, 4(3), 257-278. Chater, N., & Loewenstein, G. (2023). The i-frame and the s-frame: How focusing on individual-level solutions has led behavioral public policy astray. Behavioral and Brain Sciences, 46, e147. Christiaanse, S., & Haartsen, T. (2020). Experiencing place-change: A shared sense of loss after closure of village facilities.

Journal of Environmental Psychology, 69, 101432. Cialdini, R. B., Reno, R. R., & Kallgren, C. A. (1990). A focus theory of normative conduct: Recycling the concept of norms to reduce littering in public places. Journal of personality and social psychology, 58(6), 1015. de Vries, Epskamp & Ergun (2019). Verklarende factoren voor naastplaatsingen in Rotterdam. Onderzoeksrapport Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Dur, R., en Vollaard, B. 2015. Hoe stimuleer je vrijwillige bijdragen aan een publiek goed? [unpublished manuscript?] Erasmus Universiteit en Tilburg Universiteit. https://www.nvrd.nl/ wp-content/uploads/2023/09/Onderzoeken-bijplaatsing-in-Rotterdam-9-2015-3.pdf Epskamp, M. & de Vries, C. (2021). Verklaringen voor naastplaatsingen in Rotterdam, 2018-2019. Rapport van de Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Epskamp, M., de Vries, C., & van Ostaaijen, J. (2021). Naar een adequate aanpak van naastplaatsingen: Onderzoek naar verklarende factoren voor het probleem van afval naast containers. Tijdschrift voor Veiligheid, 20(3), 54-69. https://doi.org/10.5553/TvV/.000024 Fielding, K. S., McDonald, R., & Louis, W. R. (2008). Theory of planned behaviour, identity and intentions to engage in environmental activism. Journal of environmental psychology, 28(4), 318-326. Flight, S. & Velders, R. (2023).

Bijplaatsers in beeld Evaluatie experiment cameratoezicht bij afvalcontainers Den Haag. Rapport gemeente Den Haag Gemeente Den Haag. (z.d.). Den Haag in cijfers. https://denhaag.incijfers.nl/jive Gemeente Den Haag, 2023. Aanvalsplan afval Programma voor een Schone Stad 2023 – 2026. (RIS315979) Gherardi, S. (2016). Sociomateriality in posthuman practice theory. In The nexus of practices (pp. 50-63). Routledge. Gutberlet, J. (2015). More inclusive and cleaner cities with waste management co-production: Insights from participatory epistemologies and methods. Habitat International, 46, 234-243. Hay, R. (1998). Sense of place in developmental context. Journal of Environmental Psychology, 18, 5–29 Jorgensen, B. S., & Stedman, R. C. (2001). Sense of place as an attitude: Lakeshore owners attitudes toward their properties. Journal of environmental psychology, 21(3), 233-248. Kahneman, D. (2015). Kahneman’s Thinking Fast and Slow: From Bestseller to Textbook: Thinking, Fast and Slow. RAE Revista de Administracao de Empresas. Merkelbach, I., Dewies, M., & Denktas, S. (2021). Committing to keep clean: nudging complements

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

29

standard policy measures to reduce illegal urban garbage disposal in a neighborhood with high levels of social cohesion. Frontiers in Psychology, 12, 660410. Mohapatra, B., and Mohamed, A. (2013). Place attachment and participation in management of neighborhood green space: a place-based community management. Int. J. Sust. Soc. 5, 266–283. doi: 10.1504/ijssoc.2013.054715 Perry, M., Juhlin, O., & Normark, D. (2010). Laying waste together: The shared creation and disposal of refuse in a social context. Space and Culture, 13(1), 75-94. Pol, B., Broeze, D., Detmar, L. (2018) Rapport Publiekscampagne zwerfafval Den Haag door Tabula Rasa. Rekenkamer, (2021). Schoon op papier! Onderzoek aanpak vervuiling van de openbare ruimte Den Haag, 16 december 2021, RIS310905, 36 Schultz, P. W., Bator, R. J., Large, L. B., Bruni, C. M., & Tabanico, J. J. (2013). Littering in context: Personal and environmental predictors of littering behavior. Environment and Behavior, 45(1), 35-59. Shove, E., Pantzar, M., & Watson, M. (2012). The Dynamics of Social Practice: Everyday Life and How it Changes. Thousand Oaks: Sage. Tummers, L. G. (2019). Public Policy and Behavior Change. Public Administration Review. https://doi. org/10.1111/puar.13109, 926 Watson, M., Pantzar, M., & Shove, E. (2012). The dynamics of social practice: Everyday life and how it changes. The dynamics of social practice, 1-208.

Wyckoff, M. A. (2014). Definition of placemaking: Four different types. Planning & Zoning News, 32(3), 1. Arnstein, Sherry R. 1969. “A Ladder of Citizen Participation.” Journal of the American Planning Association 35 (4): 216–224. https://doi.org/10.1007/s10806-011-9345-z

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

30

Bijlagen A Begrippenlijst B Interview leidraad C Toestemmingsformulier en uitnodigingen deelnemers D Kaart van codeboom > relaties van thema’s en categorieën

Bijlage A - Begrippenlijst

Actie onderzoek Actieonderzoek is een onderzoeksmethode die tot doel heeft tegelijkertijd een probleem te onderzoeken en op te lossen.

Afval Materiaal dat niet langer wordt gebruikt of nodig is en wordt weggegooid omdat het geen waarde meer heeft voor de eigenaar [Engels: Trash, rubbish, (household) waste, garbage]

Bijplaatsingen (of naastplaatsingen) Met ‘bijplaatsingen’ wordt verwezen naar het afval dat niet correct is weggegooid in daarvoor bestemde containers of locaties, maar in plaats daarvan naast of in de buurt van deze plekken wordt geplaatst. [Engels: fly tipping/ improper waste disposal] In het ‘Aanvalsplan Afval’ van de gemeente Den Haag wordt bijplaatsingen gedefinieerd als een zak, een doos of grofvuil. Bij het opruimen van bijplaatsingen wordt het meest nabijgelegen adres opgeschreven. Vanaf dat adres wordt aan de hand van GPS-gegevens de dichtstbijzijnde container opgezocht. Het verwijderde afval wordt als bijplaatsing bij die container geregistreerd. Er ligt ook illegaal gedumpt vuil op straat, maar niet in de buurt van een container. Dit wordt niet als bijplaatsing bij een container geregistreerd, maar wel zo snel mogelijk opgeruimd.

Co-creatie Co-creatie, zoals gedefinieerd door Sanders en Stappers (2008), is elke vorm van collectieve creativiteit, waarbij meerdere actoren (ontwerpprofessionals en niet-professionals) creatieve inspanningen delen die een breed scala aan activiteiten kunnen omvatten. Bij co-creatie nemen onderzoekers de rol van facilitator op zich en zijn de betrokken stakeholders de experts. Zoals Costanza-Chock beschrijft, gaat co-creatie verder dan de intentie van participatie en bevordert het een dieper niveau van betrokkenheid.

Grofvuil Grofvuil verwijst naar grote en zware items die niet passen in reguliere vuilnisbakken of -zakken, zoals meubels, elektrische apparaten, matrassen, en andere omvangrijke huishoudelijke

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

31

voorwerpen. [Engels: bulky waste]

Hotspots Een plek of straat waar sprake is van veel afvalproblematiek. Tijdens de interviews hebben we deelnemers gevraagd hotspots te noemen, op basis van hun eigen definitie. In het Aanvalsplan Afval (2023) worden hotspots als volgt gedefinieerd: locaties waar vier keer of meer per week afval wordt bijgeplaatst.

Kopieer effect “Kopieergedrag wordt door Epskamp, de Vries en van Ostaaijen (2021) gedefineerd als “Bewoners plaatsen hun afval bij afval dat al naast een container staat. Ze denken dat dit geoorloofd is of dat de container al vol zit.” Wij gebruiken kopieer ‘effect’ omdat het is niet zozeer het gedrag van (het onterecht) bijplaatsen wat gekopieerd wordt, maar het ontstaan van een snowball-effect waarbij hoe meer bijplaatsing, hoe meer er vanuitgegaan wordt dat de container vol zit.

ORAC’s Ondergrondse restafval containers

Plaatsbinding De binding die mensen hebben met een specifieke locatie of omgeving. Zie ook Sense of Place.

Sense of Community Het gevoel deel uit te maken van een groep mensen op een bepaalde plaats.

Sense of Place De betekenis die mensen geven aan plekken heeft invloed op hoe mensen zich verhouden tot die plek. In de omgevingspsychologie wordt dit ook wel ‘sense of place’ genoemd. Sense of Place kan worden onderverdeeld in drie processen volgens de attitudestructuur (Fishbein en Ajzen, 1975). Cognitieve processen die ons ertoe brengen ons te identificeren met een plaats kunnen ‘plaatsidentiteit’ (PI) worden genoemd, affectieve processen die ervoor zorgen dat we ons gehecht voelen aan een plaats worden gewoonlijk ‘plaatshechting’ (PA) genoemd, en gedragsprocessen die van invloed zijn op hoe we waarnemen ons gebruik van plaatsen die ‘plaatsafhankelijkheid’ (PD) worden genoemd (Jorgensen en Stedman, 2001). Deze dimensies zijn sterk met elkaar verbonden (Anton en Lawrence, 2014; Lewicka, 2011; Korpela, 2012).

Sociaaleconomische status De positie van een individu of een groep in de maatschappij op basis van hun sociaaleconomische kenmerken, zoals opleidingsniveau, inkomen, en beroep en het bezit van een koopwoning. Tegenwoordig wordt ook wel de term sociaaleconomische ‘positie’ gebruikt. Wij hebben het in dit onderzoek vaak over sociaal economische omstandigheden, omdat we willen kijken naar het systeem waar mensen een onderdeel van zijn.

Sociale cohesie Sociale cohesie verwijst naar de samenhang in de maatschappij. Het kan op verschillende manier worden gemeten, maar vaak wordt hiervoor gekeken naar de mate van verbondenheid en solidariteit tussen individuen binnen een wijk. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het contact met buurtbewoners, het thuis voelen binnen de buurt en het gevoel hebben dat je elkaar kan

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

32

aanspreken.

Sociale norm De informele regels en verwachtingen binnen een gemeenschap die bepalen wat als acceptabel of onacceptabel gedrag wordt beschouwd.

Zakkenwijk De wijken waar het huisvuil nog in zakken wordt opgehaald

Zwerfafval Zwerfafval is afval dat kan variëren van kleine tot grote voorwerpen en op ongewenste locaties wordt achtergelaten, zoals langs wegen, in parken en op stranden. [Engels: litter]

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

33

Bijlage B1 Interview leidraad – Fase 1 Deze semi-gestructureerde interviewleidraad is ontwikkeld voor het onderzoek naar de achterliggende oorzaken van afvalproblematiek in Den Haag. De leidraad is specifiek bedoeld voor Fase 1 van het onderzoek, waarin we aannames, observaties en percepties verzamelen. Deze inzichten vormen de basis voor verdiepend actiegericht onderzoek in Fase 2 en Fase 3. De leidraad wordt gebruikt voor interviews met bewoners, afvalbeheerders en andere stakeholders. Bij het interpreteren van de antwoorden wordt onderscheid gemaakt tussen observaties en evaluaties. De vragen zijn ontworpen om inzichten te krijgen in: •

Hoe mensen het afvalprobleem waarnemen (perceptie en evaluatie).

•

Wat zij zien als oorzaken van afval op straat.

•

Welke oplossingen zij zien en wie daarbij betrokken moet zijn.

Interviewvragen Vraag 1 Probleem (perceptie) -

Heeft Den Haag een Afvalprobleem? Zonee: waarom denkt de gemeente dit dan/is er zo veel aandacht voor in de media? Zoja vraag door: Wat is volgens jou het grootste probleem? (type afval) Let hierbij op: is dit een observatie of een evaluatie Waar is het grootste probleem? (locatie) Hierbij optie: laten tekenen/aanwijzen op kaart

Vraag 2 Oorzaken -

Waardoor wordt afval op straat veroorzaakt? Doorvraag: Door wie wordt afval op straat veroorzaakt? Doorvraag: Wat zijn achterliggende oorzaken? Doorvraag: Waarom denk je dit? Kan je een voorbeeld noemen uit je eigen observaties (bijv. in gesprek met afval collector)? Let hierbij op: is dit een observatie of een evaluatie?

Vraag 3 Oplossing -

Weet jij of de gemeente Den Haag iets heeft gedaan om afval van overlast te verhelpen? Zo ja, wat viel je op/vind je ervan?), en is dit effectief geweest? Zo nee … Let hierbij op: is dit een observatie of een evaluatie Wat zou er volgens jou moeten gebeuren om dit probleem op te lossen? Hoezo? Waarom? Door wie? Hoe > wat is hiervoor nodig?

Vraag 4: Vervolg - Wie zouden we verder moeten spreken?

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

34

Bijlage B2 Uitnodiging deelname onderzoek– Fase 1 Onderwerp: Uitnodiging voor interview over de achterliggende oorzaken van afval in Den Haag Beste [naam], Ik heb uw contactgegevens ontvangen via Eva Sprinkhuizen, werkzaam bij de gemeente Den Haag. Mijn collega, Suzan Christiaanse, en ik zijn momenteel bezig met een onderzoek naar de achterliggende oorzaken van afval in de openbare ruimte van Den Haag. Wij zijn onderzoeker van de Erasmus universiteit en doen dit onderzoek in opdracht van de gemeente Den Haag. Wij zouden graag met u spreken over dit onderwerp, omdat uw achtergrond en werkzaamheden ons een breder perspectief kunnen bieden. Met de inzichten van de eerste fase van dit onderzoek krijgen we zicht op mogelijke achterliggende oorzaken van afval in de openbare ruimte, en mogelijke aanknopingspunten om oplossingsgericht actieonderzoek te doen in de volgende fase van dit onderzoek. Kortom, met uw input krijgen we een beter beeld van wat we precies moeten onderzoeken. We zouden graag een interview met u inplannen in de maand April of Mei. Het interview zal naar verwachting ongeveer 40 minuten duren en kan plaatsvinden op een door u gekozen locatie. We zijn flexibel wat betreft de precieze datum en tijd. Ik hoor graag of u interesse heeft om deel te nemen aan dit onderzoek doormiddel van een interview.

Wij hanteren als onderzoekers van de universiteit richtlijnen waarmee we vertrouwelijk omgaan met de opgehaalde data. Mocht u alsnog twijfelen of u mee wilt doen kunnen wij het doel en de opzet ook nader toelichten. Als u nog vragen heeft of verdere informatie nodig heeft, aarzel dan niet om contact met mij op te nemen. Met vriendelijke groet, Britt van den Berg

Bijlage B3 Uitnodiging deelname onderzoek bewoners – Fase 1 Onderwerp: uitnodiging voor interview over de achterliggende oorzaken van afval in Den Haag De Erasmus Universiteit is momenteel bezig met een onderzoek naar de achterliggende oorzaken van afval in de openbare ruimte van Den Haag. Wij zijn Britt van den Berg en Suzan Christiaanse, en wij zijn onderzoekers van de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences. Wij zouden graag met u als bewoner spreken over afvaloverlast in Den Haag. Met de inzichten van de eerste fase van dit onderzoek krijgen we zicht op welke achterliggende oorzaken van afval in de openbare ruimte we nader moeten onderzoeken. Kortom, met uw input krijgen we een beter beeld van waar we naar moeten kijken in fase 2. In de derde fase van het onderzoek vertalen we de inzichten naar oplossingen en aanknopingspunten voor beleid. We zouden in deze fase van het onderzoek graag met 2 bewoners een interview inplannen begin juni. Het interview zal naar verwachting ongeveer 40 minuten duren en kan plaatsvinden op een door u gekozen locatie. We zijn flexibel wat betreft de precieze datum en tijd. Als u geïnteresseerd bent om deel te nemen aan ons onderzoek door middel van een interview, nodigen we u van harte uit om uw interesse en beschikbaarheid door te geven via e-mail naar b.vandenberg@essb.eur.nl.

Het is ook mogelijk om in de volgende fasen actief deel te nemen aan ons onderzoek.

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

35

Wij hanteren als onderzoekers van de universiteit richtlijnen waarmee we vertrouwelijk omgaan met de opgehaalde data. Mocht u alsnog twijfelen of u mee wilt doen kunnen wij het doel en de opzet ook nader toelichten. Als u nog vragen heeft of verdere informatie nodig heeft, aarzel dan niet om contact met mij op te nemen. Met vriendelijke groet, Britt van den Berg

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

36

Bijlage C Toestemmingsformulier – Fase 1 Informatie en toestemmingsverklaring Achter Afval (fase 1) – Den Haag Inleiding Ik ben Britt van den Berg en ik werk als onderzoeker voor de Erasmus Universiteit Rotterdam. Samen met dr. Suzan Christiaanse doe ik onderzoek naar de achterliggende oorzaken van bijplaatsingen en overlast van zwerfafval in Den Haag. Het onderzoek wordt gefinancierd door de gemeente Den Haag, maar wij voeren dit onderzoek op een onafhankelijk manier uit. In dit formulier leg ik dit onderzoek uit en vraag ik u om toestemming voor het gebruiken van uw gegevens. Waar gaat het onderzoek over? In dit onderzoek doen we ontwerpend onderzoek naar afvaloverlast in verschillende wijken in Den Haag. Ons doel is om meer te leren over de achterliggende oorzaken van afval in de openbare ruimte zodat het gemeentelijk afvalbeleid beter kan aansluiten bij de belevingswereld van inwoners. Het onderzoek bestaat uit drie fasen: een verkennende fase, een verdiepende fase en een vooruitblikkende fase. In deze eerste fase willen grip krijgen op het vraagstuk door te spreken met gebruikers (inwoners), wetenschappers en medewerkers van de gemeente Den Haag. Waarom vragen wij u om deel te nemen? We vragen u mee te doen omdat uw ervaring als medewerker of gebruiker van de openbare ruimte ons helpt om het onderzoeksvoorstel scherper af te bakenen.

Waar moeten we naar kijken volgens u? Wat kunt u verwachten? Als onderdeel van dit project neemt u deel aan de verkennende fase, welke start in maart 2024 en loopt tot juni 2024. Als onderdeel van dit onderzoek neemt een onderzoeker met u een interview af op [DATUM] 2024 over afval-overlast. Het interview vindt plaats [LOCATIE/online]. De onderzoeker houdt contact met u via mail of telefonisch. Deelnemen aan dit onderzoek is geheel vrijwillig. U kunt op ieder moment en zonder uitleg stoppen. Aan het eind van het interview krijgt u de gelegenheid om op uw antwoorden terug te komen. Ook staat het u vrij om gedurende de duur van het project (tot en met eind 2024) het gebruik van data in te trekken en/of aan te geven welke data gevoelig zijn en met extra prudentie en zorgvuldigheid dienen te worden behandeld. Het is tevens te allen tijde toegestaan om kopieën van transcripten of audio-bestanden op te vragen. Wat zijn de mogelijke risico’s en ongemakken? Sommige van de thema’s die we zullen bespreken, liggen misschien gevoelig binnen uw organisatie. Hoewel wij uw naam en contactgegevens niet zullen opnemen in publicaties en ook niet zullen communiceren aan andere deelnemers of derden, bestaat er het risico dat betrokkenen u indirect toch kunnen identificeren. Dit bijvoorbeeld omdat zij bekend zijn met de organisatie en de functietitel herkennen.

U kunt daarom aan het einde van dit formulier kiezen om wel of niet toestemming te geven voor het vermelden van uw functie/rol binnen de organisatie in de publicatie(s) van de resultaten. Welke gegevens heb ik van u nodig Ik sla uw naam, telefoonnummer en emailadres op zodat ik contact met u kan opnemen. Tijdens het interview worden de volgende persoonsgegevens van u verzameld: leeftijd en functie binnen de organisatie (directie/bestuurslid/ medewerker/vrijwilliger) mits dit van toepassing is. Het is ook

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

37

mogelijk dat u zult praten over uw persoonlijke achtergrond, politieke voorkeur en/of religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen en die van anderen, omdat deze ook verband kunnen houden met uw mening over overlast van afval. Wij halen in deze fase van het onderzoek informatie op door middel van audio-opnames, foto’s en aantekeningen. De inzichten die we ophalen uit dit onderzoek gebruiken in geanonimiseerde vorm voor academische publicaties, rapporten, (geschreven of beeld) essays en beleidsadvies. Wij slaan al uw gegevens veilig op en enkel personen die betrokken zijn bij het onderzoek kunnen deze gegevens inzien. Opslag en gebruik van gegevens De Erasmus Universiteit is een wetenschappelijke instelling en wij verwerken wij uw persoonsgegevens uitsluitend voor onderzoek op basis van algemeen belang. Wij werken volgens de richtlijnen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De onderzoeksgegevens worden tot 10 jaar na publicatie bewaard. Wij bewaren de gegevens zodat andere onderzoekers de mogelijkheid hebben om te controleren of het onderzoek juist is uitgevoerd. (Een deel van) de gegevens die wij over u verzamelen, kan in geanonimiseerde vorm nuttig zijn voor bijvoorbeeld onderwijsdoeleinden en voor toekomstig onderzoek, ook op heel andere onderzoeksterreinen.

Wij zorgen ervoor dat de gegevens niet naar u te herleiden zijn/wij brengen niks naar buiten waardoor u herkenbaar bent. Wat gebeurt er met de resultaten van het onderzoek? We publiceren de resultaten van dit onderzoek op onze website zodat geïnteresseerden kennis kunnen nemen van het onderzoek. Ook zullen wij de resultaten van het onderzoek gebruiken voor het afbakenen van de volgende fase in een bondig rapport. U kunt op de hoogte blijven van de bevindingen van de volgende fase van het onderzoek, mocht u daar interesse in hebben. Heeft u vragen over het onderzoek? Heeft u vragen over het onderzoek of uw privacy rechten, zoals inzage, wijziging, verwijdering of aanpassing van uw gegevens, neem dan contact op met mij. Naam: Britt van den Berg Telefoonnummer: e-mail: b.vandenBerg@essb.eur.nl

Heeft u een klacht over uw privacy? Mail dan naar de functionaris voor gegevensbescherming (fg@ eur.nl) of kijk op www.autoriteitpersoonsgegevens.nl. (T: 088 – 1805 250) Spijt van uw deelname? Het kan zijn dat u spijt krijgt van uw deelname. Geef dit aan of neem hiervoor contact met mij op. Ik verwijder dan uw gegevens. Soms moeten wij uw gegevens bewaren zodat bijvoorbeeld de integriteit van het onderzoek getoetst kan worden. Ethische goedkeuring Dit onderzoek is beoordeeld en goedgekeurd door een interne toetsingscommissie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Deze commissie ziet erop toe dat onderzoeksdeelnemers worden beschermd. Als u meer wilt weten over deze RERC/IRB, kunt u contact opnemen met dpas-ethics@ essb.eur.nl

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

38

Toestemmingsverklaring Door dit formulier te ondertekenen geef ik aan dat ik de informatiebrief heb gelezen en dat ik 18 jaar of ouder ben. Ik begrijp waar het onderzoek over gaat en dat er gegevens van mij worden verzameld. Ook kon ik vragen stellen. Mijn vragen zijn voldoende beantwoord. Ik weet dat ik mag stoppen. Ik begrijp dat mijn gegevens in geanonimiseerde vorm kunnen worden gebruikt voor ander wetenschappelijk onderzoek. Kruis hieronder de hokjes aan als u hier toestemming voor geeft. Persoonsgegevens Ik geef toestemming aan de onderzoeker voor het verzamelen, gebruiken en bewaren van bijzondere persoonsgegevens indien ik die uit mijzelf deel met de onderzoeker. Deze gegevens worden niet gedeeld met derden. Geluidsopname Ik geef toestemming voor het opnemen van het interview door een geluidsopname. Foto’s Ik geef toestemming voor het nemen van foto’s waarin ik niet herkenbaar in beeld ben. Mijn antwoorden in het artikel Ik geef toestemming voor het gebruiken van mijn antwoorden in geschreven stukken, zoals een artikel in een tijdschrift of rapport. Het antwoord is niet naar mij te herleiden.

Nieuw onderzoek Ik geef toestemming om mij opnieuw te benaderen voor de volgende fase van het onderzoek Functierol (eventueel herleidbaar) Ik geef toestemming aan de onderzoeker voor het vermelden van mijn functierol (directie/bestuurslid of medewerker/vrijwilliger) binnen een organisatie in de publicatie van de resultaten. Hierdoor kunnen antwoorden wel naar u te herleiden zijn.

Naam van de deelnemer:

Handtekening van de deelnemer:

Datum:

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

39

Bijlage D - Overlastlocaties

Hotspots Bron: Gemeente Den Haag, Aanvalsplan Afval (2023)

Meldingen 2021 afval, Bron: Den Haag in Cijfers

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

40

Sociale cohesie 2023. Bron: Den Haag in Cijfers

Sociaal economische status 2021. Bron: Den Haag in Cijfers

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

41

Aantal meldingen vervuiling van de openbare ruimte tussen 2014 en 2020 uit het meldingssysteem. Bron: Rekenkamer, Schoon op papier! (2021) p37 Meldingen openbare ruimte Den Haag, Data.overheid.nl, https://data.overheid.nl/dataset/meldingen. Voor een overzicht van overlast locaties van zwerfafval, zie het Rapport publiekscampagne zwerfafval Den Haag, van Tabula Rasa, 2018. P 53

BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag

42

Codeboom interviews achterliggende oorzaken afvalproblematiek

Hoevaak het benoemd is Hoeveelheid verschillende deelnemers die dit aankaarten

Soorten afval zakken dozen

bijplaatsing

bijplaatsingen grofvuil

grofvuil

matrassen overige

zwerfafval

zwerfafval: opengemaakte zakken, verpakkingen, sigaretten etc.

illegale dumpingen (zakken, autobanden e.d.)

overige

lachgas pmd glas

Overlastlocaties Laak Centraal Pasteurplein Van der Hoopstraat

.. Laakkwartier

Withuysstraat Goevenerulaan Jan Wapstraat Linnaeusstraat Moerwijk Rustenburg

Escamp

Bouwlust Oostbroek Heemstraat Haagse markt Herman Costerstraat

Centrum

Stationsbuurt Schilderwsijk Transvaal

Betrokkenen

bewoners

gebruikers

‘actieve’ bewoners opruim-/ophaaldiensten gemeente arbeidsmigranten

oplossers

verhuurders dieren: meeuwen en ratten jongeren ondernemers recreeerende mensen

veroorzakers

bezoekers (toeristen) mensen die statiegeld blikjes en flesjes zoeken

Oorzaken

Instrumentele oorzaken

Beleid / beheer

infrastructuur

subjectieve evaluatie van gedrag

Dieperliggende oorzaken

objectieve ovservatie van gedrag/handelingen

middelen

vaardigheden en kennis

sociale of culturele normen

sociale cohesie / binding met de buurt

politieke veranderlijke focus en reactie

2

2

gebrek aan handhaving

4

3

gebrekkige communicatie vanuit gemeente

14

5

drempel voor melden door bewoners

7

1

versnipperd werken bij ophaal en opruimdiensten

2

1

beleid = niet op complexiteit van multiculturele stad gespitst

15

4

zakkenwijk in plaats van ORAC

4

3

te weinig containers

2

2

past niet in container

3

2

container vol

7

6

orac verstopt/past niet in orac

3

2

geen container kunnen vinden

2

2

geen interesse in hoe omgeving eruit ziet

2

2

mensen willen niet aangesproken worden

4

3

Luiheid, laksheid, gemakzucht

11

6

sommige mensen zijn asociaal

3

2

vies vinden van container

1

1

stoer willen doen (jongeren)

1

1

verantwoordelijkheid: mensen denken ‘het wordt toch weggehaald’

9

5

menen willen snel van hun afval af

3

3

gedrag: handeling veroorzaakt afval

11

6

kopieer effect: zakken naast de ORAC

11

6

criminaliteit

3

3

achterstandswijk

3

3

niet ingeschreven staan (legaal of illegaal)

4

2

overbewoning

9

5

mensen hebben iets anders aan hun hoofd

5

4

financiele reden

3

2

geen middelen (busje, aanhanger etc.)

2

2

woning infrastructuur (weinig ruimte om afval tijdelijk op te slaan)

15

6

anders aangeleerd

5

2

niet weten hoe

13

6

taal niet machtig

6

3

ontwetendheid

6

2

‘het is niet de norm’

7

3

culturele- of geloofsovertuiging zorgt voor andere norm

6

6

voeren van dieren

3

2

tekort aan binding/sociale cohesie

11

5

multiculturele verschillen

7

5

arbeidsmigranten die kort wonen heeft effect op binding

17

8

Oplossingen

samen koken aandacht voor samengaan verschillende bevolkingsgroepen

bredere sociaal maatschappelijke blik

Laaktheater voorstelling matrassendag Kijk naar wat arbeidsmigranten nodig hebben versterken oplossingen vanuit sociale hoek

focus op systeem

meer focus op problemen op straat

permanente aandacht i.p.v. pilots

systemisch + integraal

beter onderling afstemmen ophaal/opruimdiensten budget en aandacht verschuiven naar preventie kijken naar en leren van hoe andere grote gemeente

lerend werken

kijken naar wijken waar geen afvaloverlast is kijken naar het ‘ruimteprobleem’ voorwaarden nieuwbouw inpandige inzameling afval

voorzieningen en infrastructuur

inleverpunt statiegeld blikjes en flesjes op veelbezochte plekken geen kliko laten aanvragen als er geen ruimte is op straat lampjes bij orac’s die aangeven wanneer ze vol zitten

focus op instrumentele oorzaken

diensten standaard meer langs laten rijden bij ‘slechtere’ wijken grofvuil wagens volgens kalender laten rondrijden gebieden anders indelen bij opruimen

ophalen afval

standaard wekelijks legen van orac’s, ongeacht hoe vol ze zijn kijken naar logistiek ophalen: ophaaltijdstip en route ophaaldienst grofvuildagen invoeren container voor matrassen in de straat

meer handhaving melden laagdrempeliger maken door geen gegevens op te vragen mix van oplossingen: voorlichting, bewustwording en handhaving

melding, handhaving, afspraken

medewerkers opruimdiensten ook laten melden afspraken maken met verhuurders over matrassen verhuurder matrassen laten regelen i.p.v. bewoners beloningsmechanismes

focus op gedrag personen

verplichting inschrijven gemeente map met informatie via verhuurder verspreiden aan huurders duidelijke inclusieve communicatie

communicatie

stickers op container meertalig en duidelijke pictogrammen aanbieden van informatie in verschillende talen communicatie met het perspectief vanuit de gebruiker informeren bewoners door voor hun relevante partijen

grondig schoonhouden. visueel schone straat heeft positief effect

openbare ruimte / placemaking

placemaking: aantrekkelijk maken omgeving orac’s positieve creatieve oplossingen door bijvoorbeeld jongeren

Erasmus University Rotterdam Burgemeester Oudlaan 50 3062 PA Rotterdam, The Netherlands www.eur.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16699898/1