RIS324965 Bijlage 1 Blik op Afval - Rapport fase 1
Tekst van het document
Blik op Afval Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag Rapport fase 1
BLIK OP AFVAL Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag Rapport met onderzoeksresultaten uit fase 1 van het onderzoek “Achter Afval” Achter Afval is een onderzoek naar de achterliggende oorzaken van afvalproblematiek in Den Haag bestaande uit drie fasen. Het wordt uitgevoerd door de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences (ESSB) in de periode van Maart 2024 – September 2025
Britt van den Berg Suzan Christiaanse Arwin van Buuren
Inhoudsopgave Samenvatting3 1 Inleiding
5
2 Theorie
6
3 Methodologie
8
4 Resultaten
10
4.1 Typen afval
11
4.2 Overlastlocaties
12
4.3 Betrokkenen
14
4.4 Oorzaken
18
4.5 Oplossingen – denkrichtingen
22
5 Conclusies en Vooruitblik
26
Referentielijst29 Bijlagen31 Bijlage A - Begrippenlijst
31
Bijlage B1 Interview leidraad – Fase 1
34
Bijlage B2 Uitnodiging deelname onderzoek– Fase 1
35
Bijlage B3 Uitnodiging deelname onderzoek bewoners – Fase 1
35
Bijlage C Toestemmingsformulier – Fase 1
37
Bijlage D - Overlastlocaties
40
Bijlage E - Codeboom
43
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
2
Samenvatting De resultaten van het onderzoek van fase 1 bevestigen dat afvalproblematiek in bepaalde wijken van Den Haag een complex probleem is dat niet alleen te maken heeft met operationele en infrastructurele uitdagingen, maar ook met dieperliggende sociaaleconomische en culturele factoren. Dit geeft verschillende aanknopingspunten voor volgende fasen van dit onderzoek. In de eerste fase hebben we 10 verschillende deskundigen geïnterviewd over hoe en waar afvalproblematiek zich manifesteert, wat ideeën zijn over achterliggende oorzaken en wat men benoemt als mogelijke oplossingen. Ook hebben we gesprekken gevoerd met 6 professionals die tips gaven voor een succesvolle onderzoeksaanpak. In de volgende fasen van het onderzoek kunnen we kijken of de aannames uit fase 1 kloppen, en kunnen we meer ingaan op de ervaring van bewoners en veroorzakers van afvaloverlast. De onderzoeksvraag in fase 1 was: Wat zijn aannames van verschillende deskundigen (street-level, beheer, welzijn en beleid) over de achterliggende oorzaken van de afvalproblematiek in Den Haag?
Afvaloverlast in Den Haag Er worden verschillende typen afval genoemd in de interviews en het valt op dat deelnemers dit relateren aan bepaalde doelgroepen en plekken in de stad. Bijplaatsingen van matrassen worden vaak samen genoemd met arbeidsmigranten. Dumpingen worden gelinkt aan ondernemers en zwerfafval door recreanten, jongeren en dieren die bijgeplaatste zakken openen. Het vaakst wordt echter de bijplaatsingen van vuilniszakken, grofvuil en matrassen genoemd, op plekken die daarvoor niet bestemd zijn (vaak naast de ondergrondse containers). De stadsdelen Laak en Escamp worden vaak genoemd als locaties met ernstige afvalproblematiek. Ook het stadsdeel Centrum wordt regelmatig genoemd, maar minder prominent. Deze locaties worden volgens deelnemers gekenmerkt door structurele afvalproblemen door bijplaatsingen van verschillende typen afval, wat vervolgens weer leidt tot zwerfafval. Er is vooral overlast van afval in dichtbevolkte buurten waar ook sociaal-economische problematiek heerst. De interviews tonen aan dat het afvalprobleem is verweven met een combinatie van verschillende factoren zoals een gebrek aan kennis, vaardigheden, tijd, middelen maar ook de betekenis van afval in dagelijkse praktijken. Deze betekenis beïnvloedt wat er normaal wordt gevonden.
Oorzaken van Afvaloverlast In fase 1 komen twee categorieën naar boven als mogelijke oorzaken van afvalproblematiek in bepaalde wijken in Den Haag. •
Instrumentele oorzaken die gaan over de operationele en beleidsmatige kant van de afvalproblematiek, en de staat van infrastructuur en voorzieningen
•
Achterliggende oorzaken van afvalproblematiek die te maken hebben met structurele sociale, culturele, en economische aspecten. - Het handelen van mensen: observaties en evaluaties van gedrag - Sociaaleconomische omstandigheden: kennis, vaardigheden en middelen - Binding met leefomgeving en culturele verschillen
Het onderzoek uit fase 1 laat zien dat ‘instrumentele factoren’, zoals een gebrek aan handhaving of inefficiënt afvalbeheer bij kunnen dragen aan afvaloverlast. Dit is echter vooral in combinatie met achterliggende oorzaken. Daarom komt afvalproblematiek ook vaker voor in wijken met slechtere sociaaleconomische omstandigheden. Vermoedelijk komt dit omdat de afvalproblematiek te maken
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
3
heeft met structurele sociale, culturele, en economische aspecten. Het handelen van mensen wordt niet alleen beïnvloed door individuele motivaties, maar ook door beschikbare kennis, vaardigheden en middelen en binding met de leefomgeving. Wanneer mensen zich minder verbonden voelen met hun leefomgeving kan het sneller zo zijn dat ze ook minder zorg dragen voor die leefomgeving. Binding met de leefomgeving wordt beïnvloed door verschillende factoren, waaronder woonduur, sociale interacties, en persoonlijke omstandigheden (zoals financiële zorgen).
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
4
1 Inleiding Afval in de openbare ruimte is een hardnekkig stedelijk probleem dat vele gezichten kent. Veel interventies lijken zich meer te richten op het bestrijden van symptomen dan op het wegnemen van oorzaken. Deze hebben meestal slechts tijdelijk effect en werken alleen in wijken met hoge sociale cohesie (Merkelbach, Dewies & Denktas, 2021). Over de oorzaken van het afvalprobleem leven ook tal van beelden en aannames, waarbij de vraag is in hoeverre die op feiten zijn gestoeld. De gemeente Den Haag doet al veel om te werken aan een schone stad en een schone stoep, maar deze inspanningen sorteren nog onvoldoende effect, zoals duidelijk wordt uit het onderzoek van haar rekenkamer, ‘Schoon op papier’ (2021). Daarom wil de gemeente een meer fundamentele bezinning op het vraagstuk van een schone stad en zoekt naar meer inzicht in de achterliggende oorzaken van afvaloverlast. Het doel van dit onderzoek is daarom om inzicht te krijgen in de achterliggende oorzaken van vervuiling en de samenhang met andere sociaal-maatschappelijke problemen in Den Haag.
Waarom is er in bepaalde wijken wel veel afvalproblematiek, maar in andere wijken minder? Door middel van co-creërend actieonderzoek krijgen we inzicht in de sociale, culturele, economische en materiele structuren, en socio-psychologische mechanismen die ten grondslag liggen aan de oorzaken van afvalproblematiek, en werken we aan oplossingen die ingrijpen op deze achterliggende oorzaken. Het onderzoek bestaat uit drie fasen: een verkennende fase, een verdiepende fase en een vooruitblikkende fase. In de eerste fase willen we een beeld krijgen van het vraagstuk, mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen, door te spreken met gebruikers (inwoners), professionals en medewerkers van de gemeente Den Haag. Deze fase is bedoeld om de richting te kunnen bepalen voor de volgende fasen. In deze eerste fase onderzoeken we aannames over afvaloverlast, in de tweede fase onderzoeken we of deze aannames kloppen met de werkelijkheid en in de derde fase werken we aan oplossingen. Dit rapport bevat de bevindingen uit fase 1.
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
5
2 Theorie Observatie, interpretatie en evaluatie van gedrag De Zwitserse psychoanalyticus Carl Jung zei: we evalueren onbewust alles. Nadenken is moeilijk, daarom oordelen de meeste mensen. Evalueren is relatief eenvoudig en vereist minder nadenken dan begrip. Bij het begrijpen van aannames en percepties over ‘afvaloverlast’ is het nuttig om onderscheid te maken tussen observaties en evaluaties van het probleem. Stel bijvoorbeeld dat iemand vergeet het afval buiten te zetten. ‘Het afval is nog niet buitengezet’, is dan een observatie, maar de persoon die dit nog niet heeft gedaan een ‘luie persoon’ noemen is een evaluatie of oordeel. Het kan nuttig zijn om de plaatsing van afval in de openbare ruimte te zien als een onderdeel van historisch gevormde structuren en patronen, ofwel sociale praktijken. In dit onderzoek stellen wij daarom ook voor om dit theoretisch kader te gebruiken om het ontstaan van afvalproblematiek te analyseren. Hoe de mensen die wij interviewen in deze fase aankijken tegen de afvalproblematiek, is echter wel vaak gericht op observaties en evaluaties van andermans vervuilend gedrag. Veel aannames betreffende afvalproblematiek gaan over de normen, waarden en attitudes van veroorzakers van afvaloverlast. Deelnemers aan het onderzoek maken geregeld een evaluatie zoals ‘het is gemakzucht’ of ‘het is in die cultuur niet belangrijk’.
Ook in de literatuur zien we subjectieve evaluaties over afvalproblematiek terug: “In de wijken waarin de experimenten zijn uitgevoerd is de straat schoonhouden duidelijk niet voor iedereen de norm” (Dur en Vollaard, 2015 pp47)” De focus ligt vaak op de normen en attitudes van veroorzakers van afvaloverlast, maar dit is vaak gekleurd door de perceptie van mensen die dit probleem willen oplossen. In dit rapport komen drie groepen betrokkenen naar voren: veroorzakers van afvaloverlast, gebruikers (inwoners) en mensen die het probleem willen oplossen. In deze fase spreken we met de laatste twee categorieën van betrokkenen en halen we dus informatie op die in hun perceptie belangrijk is. De plaatsing van afval in de openbare ruimte kan worden gezien als verstoring van een wensbeeld van onze leefomgeving (namelijk dat het schoon en netjes is). Volgens Christiaanse en Haartsen (2020) wordt een reactie op de verstoring van de leefomgeving voorafgegaan aan een (objectieve) observatie; interpretatie van dit fenomeen; (subjectieve) evaluatie als positief, neutraal of negatief en een interpretatie van benodigde reactie. Het gebeurt echter regelmatig dat observatie (feit) en evaluatie (mening) met elkaar vermengd raken. In het analyseren van de interviews zullen we alert zijn op dit verschil.
Het gat tussen intentie en actie In de onderzoeken die zijn gedaan over afvaloverlast wordt vaak gefocust op de uitkomst of het probleem van afval in de openbare ruimte en het beïnvloeden van gedrag van mensen die dit probleem veroorzaken. In de gedragswetenschap maakt men onderscheid tussen routinematig automatisch gedrag en bewuste handelingen (Kahneman, 2015; Pol, Broeze en Detmar 2018). Sommige mensen hebben wel goede intenties, maar in de praktijk veroorzaken ze toch afvaloverlast. De Theory of Planned Behaviour stelt dat de intentie om bepaald gedrag te vertonen wordt gevormd door een houding ten opzichte van het gedrag, subjectieve normen en waargenomen gedragscontrole (Ajzen, 1991; Fielding, McDonald en Louis, 2008). Uit een metaanalyse blijkt echter dat deze aspecten slechts voor een heel klein deel het feitelijk waargenomen gedrag voorspellen (Armitage en Conner, 2001). Er zit dus een gat tussen intentie en actie. Verschillende wetenschappers hebben vervolgens de vele sociale, culturele en ruimtelijke factoren bestudeerd die van invloed zijn op wat Blake (1999) de ‘value-action-gap’ noemt. Ook Dur en Vollaard (2015) vinden dat het verstrekken van informatie over hoe bewoners moeten omgaan met huisvuil geen effect heeft. Zij stellen vervolgens dat het probleem dan wel moet zitten bij de ervaren
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
6
‘urgentie’, maar gaan daarbij voorbij aan de mogelijkheid dat veel inwoners wellicht wel een goede intentie hebben, maar deze niet waarmaken. Maar wat zijn dan die factoren die het gat verklaren tussen intentie en actie? In deze fase van het onderzoek kijken we vooral naar aannames over afvalproblematiek. We verwachten daarbij een mix van observaties en evaluaties te horen, en aannames over normen en attitudes van veroorzakers van afvaloverlast. We zijn daarbij uiteindelijk op zoek naar achterliggende oorzaken voor de afvalproblematiek in Den Haag. Om te kunnen onderzoeken welke sociale, culturele, economische of materiele structuren werkelijk ten grondslag aan de afvalproblematiek, gebruiken we Social Practice Theory als handvat.
Sociale praktijken Social Practice Theory is een theoretische lens die zeer geschikt is om meer zicht te krijgen op het grotere plaatje van afvalproblematiek, omdat de focus niet ligt op individueel gedrag, maar op de manier hoe bepaalde routinematige handelingen volgen uit historisch gevormde patronen. De volgende elementen geven vorm aan hoe een sociale praktijk tot uitdrukking komt: middelen, competenties en betekenis (Watson, Pantzar & Shove, 2012). Competenties, zoals kennis en vaardigheden, behoren in deze theorie niet tot een individu maar worden gezien als gedeelde eigenschappen die sterk verstrengeld zijn met de andere elementen zoals de gedeelde betekenis van praktijken, en de beschikbare middelen. Deze verstrengeling zie je bijvoorbeeld bij een sociale praktijk zoals ‘eten’. Een typische traditioneelNederlandse uitdrukkingsvorm van ‘avondeten’ is bijvoorbeeld om samen aan tafel te zitten, rond een uur of 6, en daar een warmte maaltijd te nuttigen. Overvloed is daarbij geen belangrijke betekenis, en kinderen wordt geleerd om hun bord leeg te eten om zo verspilling tegen te gaan. Na het eten wordt opgeruimd, waarbij het verpakkingsafval wordt gescheiden in verschillende bakken en voedselrestjes in Tupperware bakjes in de koelkast worden geplaatst.
Bij middelen kan je denken aan de beschikbaarheid van geld en materialen, maar ook leefomgeving en infrastructuur zijn ‘middelen’ waartoe bepaalde groepen mensen beschikken. Een barbecue leidt tot ander afvalgerelateerd gedrag dan thuis eten. Zo kan bijvoorbeeld ‘on-the-go-eten’ in de openbare ruimte leiden tot meer zwerfafval (Perry, Juhlin & Normark, 2010) en het meeste zwerfafval in Nederland bestaat uit verpakkingen van voedsel (Ballatore, Verhagen & Cucurachi, 2022). Het onderzoeken van deze elementen in hun sociale context geeft meer inzicht in de aard van gedrag rondom afvalplaatsing in een publieke setting (Perry, Juhlin & Normark, 2010). Daarbij heeft het zin om verder te kijken dan individueel gedrag. “Public trashing, like all socially visible activities, takes place in a social setting, and is shaped by the actions and interactions of multiple individuals, and not just the trasher.” (Perry, Juhlin & Normark, 2010, P91 De theorie van sociale praktijken zal vooral leidend zijn voor het verdiepende onderzoek in fase 2. We kunnen echter ook al duidelijk de drie elementen herkennen in de categorieën van de ‘oorzaken van afvaloverlast’ (zie de codeboom van de resultaten in bijlage E). Daarbij zien we ook de ‘entanglement’ terug die in social practice theory vaak wordt genoemd (Gherardo, 2016).
De oorzaken van afvalproblematiek zijn te herleiden tot een set aan factoren die met elkaar samenhangen en elkaar beïnvloeden.
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
7
3 Methodologie Afbakening van het onderwerp Aannames over afvalproblematiek Observatie, interpretatie en evaluatie van gedrag Dit onderzoek heeft als doel om inzicht te krijgen in de achterliggende oorzaken van vervuiling en de samenhang met andere sociaal-maatschappelijke problemen in Den Haag, en daarmee nieuwe aanknopingspunten te genereren voor oplossingen. De eerste stap, waarvan we verslag leggen in dit rapport, is om te onderzoeken welke aannames er heersen over de afvalproblematiek. We onderzoeken hoe verschillende deskundigen de afvalproblematiek observeren, interpreteren en evalueren. We deden daarvoor een verkennend literatuuronderzoek en interviewden mensen die zich met dit onderwerp bezighouden over de mogelijke oorzaken van afvalproblematiek, en over mogelijke oplossingen. Bij de afbakening van het onderzoek moeten we daarbij eerst de term ‘afvalproblematiek’ verduidelijken. Het is duidelijk dat afval in de openbare ruimte voor de gemeente Den Haag een probleem is. Het schoonhouden van de openbare ruimte kost in bepaalde wijken meer zorg, aandacht, tijd en energie dan in andere wijken. Een andere term is ‘afvaloverlast’. Dit impliceert dat mensen last hebben van afval in de openbare ruimte. Dit kunnen de bewoners zijn, maar ook toeristen of de gemeentemedewerkers zelf.
Er kan melding worden gedaan bij afvaloverlast, maar er zullen ook mensen zijn die geen melding doen als ze overlast ervaren, en er zullen ook mensen zijn die geen overlast ervaren. In de tweede fase van dit onderzoek zal er meer aandacht zijn voor de persoonlijk ervaring van inwoners, waarbij we kijken de aannames over de afvalproblematiek kloppen.
Onderzoeksvragen in fase 1 Dit eerste deelonderzoek heeft tot doel de volgende hoofdvraag te beantwoorden:
Wat zijn aannames over de achterliggende oorzaken van de afvalproblematiek in Den Haag, en wat bieden deze inzichten voor aanknopingspunten voor de volgende fasen van dit onderzoek?
De hoofdvraag kan uiteengelegd worden in een vijftal deelvragen die we als volgt hebben geformuleerd: 1. Waar (wijk/hotspots) speelt afvalproblematiek zich af? 2. Wat zijn de belangrijkste typen afval waar overlast van is? 3. Wat zijn aannames over de achterliggende oorzaken van afvalproblematiek? 4. Wat zijn kansrijke oplossingen voor deze afvalproblematiek? 5. Wat zijn aanknopingspunten voor de volgende fasen van dit onderzoek?
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
8
Methodiek in fase 1 Dit eerste deelonderzoek heeft nadrukkelijk een verkennend, explorerend karakter. Het is bedoeld om de richting te bepalen voor het vervolgonderzoek waarin we meer de diepte in gaan om oorzaken te verhelderen en oplossingen scherp te krijgen. In de eerste fase hebben we tien (ervarings-)deskundigen geïnterviewd over de afvalproblematiek in de gemeente Den Haag. We spraken met beleidsmakers en beheerders die zich bezighouden met afvalproblematiek, maar ook met bewoners, als ervaringsdeskundige. In bijlage B is de leidraad te vinden die is gebruikt voor alle interviews. Daarin valt te lezen dat we niet zijn gestart vanuit de aanname dat er een probleem is, maar altijd zijn begonnen met de vraag: ‘Heeft Den Haag een afvalprobleem?’ Het interview richtte zich op hoe en waar afvalproblematiek zich manifesteert, wat ideeën zijn over achterliggende oorzaken en wat men benoemt als mogelijke oplossingen. Hierin hebben we gelet op wat meer objectieve observaties van deelnemers zijn en meer subjectieve evaluaties. Deze worden echter ook vaak in één adem samen benoemd. Bovendien hebben we zes oriënterende gesprekken gevoerd met onderzoekers en ontwerpers die zich met dit onderwerp bezighouden.
Dit waren gesprekken waarbij geen interview-leidraad werd gebruikt, en de onderzoekers op een meer informele manier vroegen naar de ervaring van de professional met het onderzoeken van het onderwerp ‘afvaloverlast’. Dit heeft vooral geleid tot inzichten die relevant zijn voor de onderzoeksaanpak van de volgende fasen. Deze inzichten behandelen we daarom ook apart. Er is ook literatuuronderzoek gedaan voor deze fase, waarin is gekeken naar wetenschappelijke publicaties en rapporten van onderzoeksinstellingen en publieke organisaties (waaronder eerdere onderzoeken voor de gemeente Den Haag). De tien semigestructureerde interviews zijn afgenomen zijn in de periode tussen 29 april 2024 en 10 juni 2024 door twee onderzoekers op verschillende locaties in Den Haag, en ook een keer via Microsoft Teams. Alle deelnemers hebben een toestemmingsformulier ingevuld (bijlage B). De interviews zijn opgenomen en de audio-opnamen zijn getranscribeerd, en vervolgens inductief thematisch geanalyseerd in het softwareprogramma AtlasTi. Er zijn eerst codes gemaakt van de antwoorden van de deelnemers, en daarna is geabstraheerd in welke categorieën deze codes vallen, en hoe zich deze verhouden tot overkoepelende thema’s die resulteren uit dit onderzoek.
Deze analyse is inductief gedaan, wat wil zeggen dat de antwoorden van de deelnemers (de codes) leidend waren in het komen tot thema’s, en niet andersom. Op die manier doen we het meeste recht aan de beelden en meningen van de respondenten zonder vooringenomenheid of theoretische veronderstellingen. In de resultatensectie worden de uitkomsten van de interviews besproken aan de hand van vijf thema’s die zich duidelijk verhouden tot elkaar, en tot de deelvragen van het onderzoek. Ook worden er dwarsverbanden tussen de thema’s belicht en wordt er verwezen naar relevante (wetenschappelijke) literatuur en inzichten uit andere onderzoeken naar afvalproblemen. De resultaten zijn visueel samengevat in een codeboom in bijlage E. Deze codeboom kan digitaal worden bekeken, maar kan ook worden geprint op A1 en uitgevouwen als een kaart. Met deze inzichten proberen wij een beeld te schetsen van de mogelijke achterliggende oorzaken die verder onderzocht zullen worden in fase 2 van dit onderzoek, en aanknopingspunten voor oplossingen die we diepgaand willen verkennen in fase 3 van dit onderzoek.
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
9
4 Resultaten In dit hoofdstuk presenteren we onze belangrijkste bevindingen op basis van de kennis en aannames van tien (ervarings-)deskundigen over de afvalproblematiek in Den Haag. Deze bevindingen hebben betrekking op: 1. Type afval dat wordt gevonden in de openbare ruimte 2. Overlastlocaties van afval 3. Betrokkenen bij afvalproblematiek 4. Vermoedelijke oorzaken van afvalproblematiek 5. Reeds toegepaste oplossingen en zoekrichtingen voor afvalproblematiek Deze vijf thema’s zijn uiteraard met elkaar verbonden en grijpen op elkaar in. Per thema zijn er een aantal subcategorieën gemaakt (te zien in de codeboom in bijlage E). Deze categorieën die we per thema behandelen zijn niet bedoeld als ‘hokjes’ waar alle codes netjes inpassen, maar eerder als kapstok om ons verhaal te kunnen overbrengen. Wat we zien is een ‘verstrengeling’ van verschillende resultaten. In social practice theory – zo zagen we reeds – wordt ‘entanglement’ uitgelegd als dat de middelen, competenties en betekenissen die karakteriserend zijn voor de uitingsvorm van sociale praktijken onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden (Gherardi, 2016). In het geval van omgaan met afval zien we dat deelnemers regelmatig in één adem meerdere aspecten noemen als reden voor een bepaalde handeling die afval veroorzaakt.
De onderstaande quote illustreert bijvoorbeeld de verstrengeling van kennis, competenties, middelen en betekenis (plaatsbinding) bij het afvalprobleem van matrassen die naast de ORAC worden geplaatst. “Het kort ergens wonen kan ook invloed hebben op hoe betrokken je voelt bij je eigen buurt en wijk. En het kortstondig ergens wonen kan invloed hebben op de kennis die je hebt van hoe je moet omgaan met je afval. Misschien hebben ze geen idee dat [je grofvuil wegbrengen] kan. En die [matrassen] even naar de Milieustraat te brengen, dat is best ingewikkeld. Dan moet je echt een busje hebben of een aanhanger.”
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
10
4.1 Typen afval In de interviews worden verschillende soorten afval benoemd die zich anders manifesteren in de openbare ruimte. Binnen dit thema onderscheiden we vier categorieën: 1. Bijplaatsingen 2. Grofvuil 3. Zwerfafval op straat 4. Dumpingen door bedrijven De meest genoemde problemen zijn afvaloverlast door de bijplaatsing van zakken, grofvuil en matrassen. Met bijplaatsingen bedoelen we afval dat niet op de juiste plek is geplaatst in de openbare ruimte (in andere steden soms naastplaatsingen genoemd, zie begrippenlijst in bijlage A). Vaak gebeurt dit naast de ORAC (ondergrondse restafval containers). Deze bijplaatsingen bestaan vaak uit zakken met huishoudelijk afval, grofvuil of kartonnen dozen. Anderzijds wordt overlast van afvalzakken ook genoemd bij de ‘zakkenwijken’ in Laak en Centrum, waar er geen ORAC’s zijn maar vuilnis op bepaalde dagen in kliko-vuilcontainers of vuilniszakken aan de straat wordt gezet. Grofvuil kan ook als bijplaatsing worden gezien maar het wordt vaak los genoemd door deelnemers, vandaar dat we het ook als aparte categorie behandelen. Bepaalde typen afval worden vaak genoemd in de interviews, en het valt op dat de deelnemers dit vaak relateren aan bepaalde doelgroepen en plekken in de stad. De overlast van bepaalde typen afval heeft bovendien bepaalde bijwerkingen.
Het gebeurde regelmatig dat observatie (feit) en evaluatie (mening) met elkaar vermengd raakten in de gesprekken, hier hebben we het meer over de observaties die de deelnemers maken over type afval, betrokkenen en overlastlocaties.
Type afval
Vaak genoemde betrokkenen
Overlastlocaties voor dit type afval
Bijwerkingen
bijplaatsing zakken huishoudelijk afval en dozen
Lage Sociaal Economische Status (SES), migratieachtergrond
Naast ORAC in hotspot-wijken, laagsociaaleconomische wijken, dicht bewoonde wijken
Meeuwen trekken dit open en dit leidt tot zwerfafval. Kopieereffect met dat er meer mensen bijplaatsen wanneer er zakken naast de ORAC staan
Bijplaatsing matrassen en ander grofvuil
Arbeidsmigranten veel genoemd als het gaat om matrassen, evenals verhuurders.
Op straat, vaak bij ORAC, Laag-sociaal economische wijken waar veel arbeidsmigranten wonen, Transvaal, delen Escamp
ORAC kan niet worden geleegd wanneer grofvuil bij ORAC gezet wordt
Ander grofvuil: meubels, bankstellen, koelkasten, wasmachines, stoelen
Bewoners, gemeente
Op straat, Laag-sociaal economische wijken en dicht bewoonde wijken
Geen bijwerkingen
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
11
Type afval
Vaak genoemde betrokkenen
Overlastlocaties voor dit type afval
Bijwerkingen
Zwerfafval:
Jongeren, bezoekers Haagse markt, picknickers park, mensen die statiegeld blik en flesjes zoeken, dieren.
Markt, park, rondom scholen, zakkenwijk (Laak, centrum) en genoemde wijken
Trekt ratten en meeuwen aan want veel is voedselafval
Ondernemers
Haagse markt ORAC’s, Op straat Vestaweg (Laak)
Lachgas-attributen, brood en ander voedsel, opengepikte zakken door meeuwen, rommel naast prullenbakken van mensen die zoeken naar statiegeld, sigarettenpeuken, voedselverpakkingen
Dumpingen van zakken, autobanden en ander afval
Op pagina 53 van het rapport van Tabula Rasa over zwerfafval worden vooral straten in het centrum van Den Haag genoemd als hotspots.
Geen bijwerkingen
4.2 Overlastlocaties Verstrengeling met sociaaleconomische omstandigheden Er zijn verschillende wijken, en meer specifieke hotspots binnen die wijken, waar structureel afval voorkomt in de openbare ruimte. We organiseren de antwoorden in drie categorieën: de stadsdelen Centrum, Escamp en Laak. Bij de vraag ‘waar is afval een probleem’ komen de deelnemers over het algemeen met antwoorden die de verstrengelingen laten zien met sociaaleconomische omstandigheden. De wijken waar afvalproblematiek speelt zijn ook wijken waar meer armoede, werkeloosheid, overbewoning en (arbeids-)migratie voorkomt. De onderstaande quote van een deelnemer illustreert dit: “… specifieke buurten waar heel veel arbeidsmigranten wonen. Ook daar is veel afvalproblematiek. En dat zijn dan voornamelijk [wijken] waar veel Oost-Europese arbeidsmigranten wonen. Voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld Transvaal, Schilderswijk Rustenburg Oostbroek, maar ook delen van Escamp. Moerwijk, Morgenstond, Laak […] over het algemeen de wijken waar al heel veel problemen zijn op het gebied van armoedeproblematiek en arbeidsmigratie problematiek. Daar zie je ook de afvalproblematiek is daar ook het grootste.”
Stadsdeel Laak Laak wordt door veel geïnterviewden genoemd als een stadsdeel met aanzienlijke afvalproblematiek, specifiek bij de meer ‘compacte’ dicht bewoonde wijken. Een deelnemer wijst op het verband met de kenmerken van deze locatie: het internationale karakter, met veel kleine winkeltjes en diverse ondernemers. Naast bijplaatsingen wordt zwerfafval ook genoemd als probleem in Laak, vaak veroorzaakt door zakken die opengemaakt worden door meeuwen of mensen die statiegeld blik en flesjes zoeken. Deze overlast door zakken komt door bijplaatsingen, maar ook doordat er gedeeltes van Laak zakkenwijken zijn (waar er geen ORAC’s staan). Daarnaast wordt er aangegeven dat er in Laak criminaliteit heerst en dat mensen niet prettig reageren
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
12
wanneer ze op hun gedrag aangesproken worden. Ook wordt Laak genoemd als locatie waar veel arbeidsmigranten wonen. Binnen Laak worden de volgende hotspots genoemd: Stationsbuurt (HS), Van der Hoopstraat, Laakkwartier, Jan Wapstraat, Vestaweg, Linnaeusstraat, Withuysstraat en het Pasteurplein vaak meer in het bijzonder genoemd als hotspots, waar regelmatig zwerfafval wordt aangetroffen. wordt specifiek genoemd als een locatie waar ondernemers regelmatig afval dumpen. Op pagina 53 van het rapport van Tabula Rasa over zwerfafval worden verschillende hotspots voor verschillende typen afval benoemd (Pol, Broeze en Detmar, 2018). Deze komen soms overeen met wat deelnemers nu, vijf jaar later, noemen.
Stadsdeel Escamp Het stadsdeel Escamp is een gebied dat veel aandacht vraagt vanwege de hoeveelheid afval op straat. De problematiek is ook hier geconcentreerd in bepaalde buurten die meer dichtbevolkt zijn. Genoemde wijken in Escamp die met afvaloverlast kampen zijn: Bouwlust, Moerwijk, Morgenstond, Rustenburg en Oostbroek. Geïnterviewden merken op dat het afval structureel aanwezig is in de openbare ruimte. “[...] in stadsdeel Escamp, ook daar concentreert zich in bepaalde wijken, en vanuit de beleving van bewoners, [...] een afvalprobleem. Omdat er gewoon wijken zijn waar structureel afval op straat ligt.” Een deelnemer aan ons onderzoek noemt specifiek Escamp als locatie waar de afvalproblematiek volgens ‘de cijfers’ het grootst is. Tegelijkertijd wordt Escamp echter niet het vaakst genoemd als stadsdeel met de meeste afvaloverlast, aldus de deelnemer. Dit illustreert dat er een mogelijk verschil zit tussen de objectieve data over afval op straat en de beleving van bewoners wat betreft afvalproblematiek. In bijlage D is data te vinden over meldingen (Den Haag in Cijfers & Rekenkamer 2021) maar ook data van andere factoren die in dit onderzoek naar voren komt, zoals sociale cohesie en sociaaleconomische omstandigheden. Gegevens, zoals scores van beeldmeetlatten per stadsdeel en het aantal geregistreerde bijplaatsingen, worden ook vermeld in het Aanvalsplan Afval (2023).
Stadsdeel Centrum Er zijn een aantal wijken in stadsdeel Centrum die vaker worden genoemd als wijk met veel afvalproblematiek. In de Schilderswijk is er zwerfafval afkomstig van de nabijgelegen Haagse Markt, evenals afval dat niet goed wordt opgeruimd door lokale ondernemers. De Haagse Markt zelf, aan de Herman Costerstraat die op de grens ligt tussen Transvaal en Schilderswijk, wordt ook genoemd als een hotspot voor afvaloverlast. Zowel de markt-uitbaters als bezoekers van de markt worden genoemd als verantwoordelijk voor het afval wat hier achterblijft. Maar ook de rol van verpakkingsmateriaal wordt aangestipt door een deelnemer: “[De Haagse markt is] één van de grootste Europese markten, vier keer per week open, en die hebben groente, kleren, snacks eten, fietsen. [Voor het eten] krijg je nog een kleine plastic zakjes, van die dunne flinter zakjes. Mensen hebben schoenen gekocht, kleren gekocht, pakken ze uit [en] pleuren ze er neer.”
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
13
Transvaal wordt ook meermaals genoemd als wijk met afvalproblematiek. Hierbij wordt ook benoemd dat dit een wijk is waar veel arbeidsmigranten wonen, die kortdurend daar wonen maar ook in hoge dichtheden. De genoemde locaties, wijken en hotspots komen gedeeltelijk overeen met genoemde locaties uit het aanvalsplan (zie bijlage D), evenals het rapport van de Rekenkamer ‘Schoon op papier’ (2021) en het rapport van Tabula Rasa ‘publiekscampagne zwerfafval Den Haag’ (2018). Hoewel er in de interviews en de rapporten deels verschillende locaties worden genoemd, kunnen we wel concluderen dat het afvalprobleem niet is opgelost in de tijd die is verstreken.
4.3 Betrokkenen Er zijn grofweg drie categorieën van betrokkenen (stakeholders) bij de afvalproblematiek: 1. Bewoners als gebruikers van de voorzieningen en de openbare ruimtes waarin afvaloverlast wordt ervaren; 2. Mensen die afvaloverlast veroorzaken, verergeren of in stand houden; 3. Partijen die het probleem proberen op te managen, verbeteren of op te lossen.
Bewoners als gebruikers De bewoners van de reeds benoemde ‘overlastlocaties’ zijn gebruikers van de voorzieningen (ORAC’s en kliko’s) en hebben mogelijk overlast van afval in de openbare ruimte. ‘Afvaloverlast’ impliceert dat iemand er ‘last’ van heeft, en dat is al eigenlijk meteen een aanname. Wie heeft dan last ervan? De bewoners van de wijken als gebruiker van de openbare ruimte? Of de gemeente omdat zij het probleem moeten oplossen? Een deelnemer merkt op dat: “Als je kijkt van hoeveel geld er toch mee gemoeid is om te sturen, op het gedrag van bewoners of de troep op te ruimen, dan denk ik, dat vind ik wel een groot probleem, want dat kost de maatschappij gewoon enorm veel geld.” Afval op straat is dus een probleem qua kosten en beheer, maar de perceptie van overlast is vooral een probleem omdat mensen er bepaalde associaties bij hebben. Thompson (1979, zoals geciteerd in Perry, Juhlin, & Normark 2010) stelt dat afval sociaal en cultureel gedefinieerd wordt, waarbij ‘rubbish’ iets is waarvoor we geen sociale definitie hebben. Dit impliceert dat afval in een sociale context niet alleen een fysiek object is, maar ook betekenis krijgt afhankelijk van de sociale en culturele percepties. De ervaring van overlast door afval hangt daardoor af van de betekenis die mensen eraan toekennen, en die betekenis is niet voor iedereen hetzelfde (Perry, Juhlin & Normark, 2010).
Het is opvallend dat het in de interviews weinig ging over de categorie ‘gebruikers’ of inwoners als mensen die overlast ervaren. Het gesprek ging vaker over de veroorzakers van afval en over de (tekortkomingen van) mogelijke oplossingen. Dit komt deels omdat we hier ook meer naar gevraagd hebben. Onze eerste vraag was wel ‘Is er sprake van een afvalprobleem in Den Haag?’ Het antwoord hierop was overwegend ‘ja’. Er waren slechts enkele deelnemers die op de eerste vraag antwoordden dat er geen ‘afvalprobleem’ is maar een ‘gedragsprobleem’. Dat impliceert wel dat men last heeft van afval op straat. Deze deelnemer merkt bijvoorbeeld op: “De meeste mensen willen het schoon hebben, er zijn enkelen die het verpesten voor de rest.”
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
14
Binnen het college is er veel data beschikbaar over de afvalproblematiek in Den Haag. De stadsdeelorganisaties hebben specifieke kennis en er bestaan Wijkprogramma’s, Leefbaarheidsscans, Handhavingsrapportages en, sinds kort, Interventieprogramma’s om te achterhalen waarvan de Haagse burger overlast ervaart en waar en hoe handhaving ingezet moet worden (Rekenkamer, 2021).
Vermoedelijke veroorzakers van afvaloverlast Bewoners Bewoners worden vaak genoemd als de voornaamste veroorzakers van afvaloverlast. Enkele deelnemers benadrukken dat het gedrag van een kleine groep bewoners de situatie voor de rest verslechtert, waarbij deze bewoners bewust of door nalatigheid regels overtreden. Andere deelnemers beschouwen de veroorzakende bewoners meer als een groep, waarbij afvaloverlast niet zozeer te herleiden is tot specifieke individuen, maar eerder voortkomt uit onbewuste handelingen, zoals onwetendheid over de juiste manier van het aanbieden van afval. Er wordt dan ook vaak verwezen naar vermoedelijke oorzaken zoals sociaaleconomische status (SES), gebrek aan kennis en vaardigheden (zoals een taalachterstand) of gebrek aan middelen (denk aan tijd, transport et cetera). Daarnaast wordt genoemd dat de betekenis van afval in dagelijkse praktijken of de ervaring van afvaloverlast voor sommige mensen wellicht anders is. Dit kan zijn vanwege bepaalde (sociale of culturele) normen en waarden, maar betekenissen kunnen ook samenhangen met gebrek aan middelen (mensen hebben iets anders aan hun hoofd). Hier zien we weer de verstrengeling van aspecten die we eerder hebben benoemd. “Ik denk [dat het] voor een heel groot gedeelte gemakzucht [is].
En misschien ook wel een beetje onvermogen om dingen goed te kunnen plannen of het goed voor jezelf te kunnen organiseren, zodat het aansluit op het gemeentelijk systeem” Deze quote laat tevens zien dat hetzelfde gedrag op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden. Soms maken de deelnemers een observatie (feit) en soms een evaluatie (mening). Attitudes zoals ‘luiheid’ en ‘stoer doen’ worden vaak genoemd, maar zijn lastig om te onderbouwen met bewijs. Verschillende subgroepen van bewoners worden specifiek genoemd in relatie tot bepaalde vormen van afvaloverlast. Jongeren, bijvoorbeeld, worden genoemd omdat zij afval niet in de afvalbak gooien omdat dit niet stoer zou zijn, en hiermee zwerfafval veroorzaken. Andere studies vinden inderdaad overeenkomsten met leeftijd, en tonen aan dat jongeren zich vaker schuldig maken aan zwerfafval (Schultz et al., 2013). Dit kan ook te maken hebben met dat ‘on-the-go-eten’ in de openbare ruimte kan leiden tot meer zwerfafval (Perry, Juhlin & Normark, 2010). Arbeidsmigranten worden vaak genoemd als specifieke categorie bewoners in relatie tot bijplaatsingen van grofvuil, specifiek matrassen. Dit probleem lijkt samen te hangen met hun tijdelijke verblijfsstatus in Nederland. Veel arbeidsmigranten verblijven slechts enkele maanden in een huurwoning.
Overbewoning van arbeidsmigranten in huurwoningen wordt ook vaak genoemd in verband met afvaloverlast, omdat dit zorgt voor te veel gebruiksdruk op de voorzieningen. Overbewoning wordt gedeeltelijk veroorzaakt door ontbrekende inschrijving bij de gemeente en vermoedens van illegale verhuur. Arbeidsmigranten worden vaak genoemd als vermoedelijke veroorzaker van overlast van matrassen als vorm van bijplaatsingen van grofvuil. Dit komt deels omdat men het matras zelf moet afvoeren bij vertrek uit de tijdelijke woning, wat elke drie maanden kan zijn. Verhuurders Verhuurders worden enkele keren genoemd in de context van arbeidsmigranten. Ze worden zowel gezien als mogelijke partners bij het aanpakken van het probleem, maar ook als veroorzakers van achterliggende oorzaken van afvalproblematiek omdat zij illegale verhuur en overbewoning faciliteren. Een deelnemer suggereert dat het nuttig zou zijn als de gemeente afspraken maakt met verhuurders over de afvoer van matrassen. Meerdere deelnemers benadrukken dat verhuurders op
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
15
deze manier een grotere rol kunnen spelen in het verminderen van afvaloverlast. Dit is ook een van de richtingen in het ‘Aanvalsplan Afval’ van de gemeente Den Haag. Ondernemers Ondernemers worden in de interviews soms genoemd als veroorzakers van afvaloverlast, vooral vanwege illegale dumpingen van bedrijfsafval. Sommige ondernemers proberen kosten te vermijden door hun bedrijfsafval in ondergrondse containers voor huishoudelijk afval te dumpen. Dit veroorzaakt vaak stinkende en overvolle containers. Daarnaast komt het voor dat ondernemers hun afval ‘s avonds laat op afgelegen locaties dumpen, zoals op bedrijventerreinen die grenzen aan woongebieden. Deze illegale dumpingen zijn lastig te handhaven. Naast illegale dumpingen van afval door ondernemers wordt ook zwerfafval veroorzaakt door ondernemers genoemd. Een deelnemer merkt op dat rondom bedrijven, zoals die bij de Haagse Markt, veel zwerfafval ontstaat doordat de “25 meter-regel” niet wordt nageleefd. Deze regel verplicht bedrijven om hun directe omgeving schoon te houden. Echter, volgens de deelnemer is de handhaving van deze regel in Den Haag zwak. Er wordt vaak niet tegen overtredingen opgetreden, deels omdat het moeilijk is vast te stellen wie verantwoordelijk is voor het achtergelaten afval, zoals plastic bakjes en sigarettenpeuken. Dieren Dieren worden genoemd als veroorzakers van zwerfafval.
Zo zorgen meeuwen voor het openpikken van afvalzakken, en veroorzaakt dit vaak een chaos van afval op straat. De zakken die meeuwen openpikken zijn vooral zakken in een zakkenwijk, waarbij dit effect erger is als bewoners hun zakken te vroeg aan de weg zetten. Bijplaatsing van zakken bij ORAC’s biedt ook toegang voor meeuwen om zakken open te pikken. Daarnaast dragen overvolle containers bij hoogbouw, waarvan de kleppen niet meer sluiten, bij aan het probleem. Meeuwen kunnen hierdoor gemakkelijk bij het afval komen, wat leidt tot nog meer zwerfafval. Er zijn speciale zakken die de gemeente gratis uitgeeft aan bewoners, deze zijn steviger, zodat meeuwen deze niet open kunnen maken. Ze worden echter maar met mate gebruikt door bewoners om hun huisafval in te doen. Vuilniszakken kunnen ook opengemaakt worden door ratten, wat op zijn beurt weer meer ongedierte/ratten aantrekt. Ratten worden ook aangetrokken door brood wat gevoerd wordt aan dieren. Per 1 oktober 2024 is er een voederverbod, maar ten tijde van dit onderzoek zal moeten blijken wat het effect hiervan is. Het voeren van dieren wordt vaak verbonden aan bepaalde culturele en religieuze overtuigingen, waarbij voedselverspilling vermeden wordt door overtollig voedsel aan dieren te geven in plaats van het weg te gooien.
Een deelnemer legt dit als volgt uit: “ ...In de islamitische gemeenschappen mag je geen goed eten [verspillen]. Bijvoorbeeld, brood mag je eigenlijk niet zomaar weggooien, dat past niet bij je geloof, bij je manier van leven. Oud brood bijvoorbeeld, dat dat kun je niet een vuilniszak doen. Dus wat je dan ziet is dat mensen dat allemaal gaan in de openbare ruimte verspreiden, omdat ze dan denken daar goed aan te doen. Dan hebben de dieren er nog wat aan.” Bezoekers Een enkele keer worden de bezoekers van een wijk genoemd als veroorzakers van afval. Dit kunnen tevens bewoners zijn. Zo komt in een interview naar boven dat bezoekers van de Haagse Markt zwerfafval veroorzaken zoals plastic bakjes en zakjes. Daarnaast zijn er mensen die recreëren in parken, die bijvoorbeeld barbecue afval achterlaten. Er zijn speciale barbecue afvalbakken, maar deze zijn mogelijk moeilijk te vinden of mensen weten er niet vanaf. Daarnaast wordt er opgemerkt dat er steeds vaker afval ontstaat door mensen die afvalzakken opentrekken om statiegeld blikjes en flesjes te verzamelen.
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
16
Partijen die het afvalprobleem willen tegengaan De derde groep betrokken betreft mensen die het afvalprobleem willen managen, verbeteren of oplossen. Het is bij de meeste deelnemers van dit onderzoek duidelijk dat de gemeente Den Haag actie wil ondernemen om het afvalprobleem in Den Haag tegen te gaan. Hierbij is de afdeling stadsbeheer betrokken maar ook relevante maatschappelijke organisaties en actieve burgers die het afvalprobleem willen managen, verbeteren of oplossen. Er zijn echter ook geluiden van kritiek. Gemeente, beleid en politiek Over het algemeen wordt de gemeente genoemd als potentiële oplosser, maar soms ook als een partij die de afvalproblematiek onbedoeld in stand houdt. Hierbij wordt regelmatig de gebrekkige communicatie met bewoners benoemd, maar ook een gebrek aan handhaving (aanspreken en uitdelen boetes). Ook worden er meer integrale onderwerpen aangekaart. Zoals de politieke focus rondom afvalproblematiek en de gemeentebegroting. Een deelnemer wijst op de politieke spanningen binnen de gemeente Den Haag bij het aanpakken van afvalproblematiek. De druk om in de korte tijd tussen gemeenteraadsverkiezingen zichtbare resultaten te boeken leidt ertoe dat de focus vooral ligt op het (snel) opruimen van afval in plaats van dat er aandacht is voor het aanpakken van de achterliggende, meer structurele of systemische oorzaken van het probleem.
“De gemeenteverkiezingen zijn eens in de vier jaar. Dus dat is een redelijk korte tijd spannen om resultaat te boeken, of in ieder geval te zorgen dat je niet met slecht nieuws in de krant komt, want volgende verkiezingen staan alweer voor de deur. ” Ophaal/opruimdiensten Ophaal en opruimdiensten worden ook genoemd als zowel potentiële oplossers als partijen die afvalproblematiek soms onbedoeld in stand houden. Gebrekkige reacties op meldingen worden benoemd, maar vaker de efficiëntie van deze diensten. De efficiëntie kan liggen bij het fysieke opruimen en de logistiek daarachter, maar ook, zoals iemand aangeeft, is er op dit moment een gefragmenteerde aanpak tussen gemeentelijke en commerciële diensten. Er zijn meerdere partijen betrokken bij het beheer van afval, zoals de HMS, HSO, en verschillende buurtbeheerbedrijven. Deze versnippering leidt tot een gebrek aan coördinatie en samenwerking. Actieve bewoners Hoewel sommige bewoners het afvalprobleem veroorzaken, zijn er ook bewoners die actief betrokken zijn bij het bestrijden van afvaloverlast in hun wijken. Dit varieert van bewoners die ORAC-adoptanten zijn, bewoners die zelf opruimacties organiseren, tot degenen die regelmatig meldingen maken van afvalproblemen. Het aanspreken van mensen die afvaloverlast veroorzaken is in de praktijk vaak lastig, omdat mensen bang zijn voor agressieve reacties.
Deelnemer over het aanspreken van iemand die ‘s nachts grofvuil aan het lozen was: “Ja, dan word je bedreigd. “Ik weet waar je woont.” [...] “ik zoek je op.” En nou dat dus, je spreekt op een gegeven moment ook maar niemand meer aan. ”
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
17
4.4 Oorzaken Uit de gesprekken met deskundigen destilleren we verschillende categorieën van oorzaken van afvaloverlast. Deze categorieën zijn veelal met elkaar verstrengeld, maar we zien wel duidelijk twee groepen ontstaan: 1. Instrumentele oorzaken die gaan over de operationele en beleidsmatige kant van de afvalproblematiek; 2. Achterliggende oorzaken van afvalproblematiek die te maken hebben met structurele sociale, culturele, en economische aspecten. Wat duidelijk wordt uit de resultaten is dat de instrumentele oorzaken vooral leiden tot een afvalprobleem in combinatie met de achterliggende oorzaken. Daarom zien we vooral problemen ontstaan in bepaalde wijken waar ook de sociaaleconomische omstandigheden slechter zijn. De onderstaande quote illustreert deze afhankelijkheid goed: “Je hebt iets wat weg moet, dan denk je nou, dat laat ik nog even staan totdat ze het op komen halen. Dan kan je dus wachten op die grofvuil afspraak of je zet het in de auto en je rijdt het naar het afvalbrengstation maar in Laak, Schilderswijk (Escamp is iets minder compact) daar zijn kleine woningen. [Mensen hebben] geen buitenruimte en wellicht geen auto. Dan is dus wat jij met dat afval wil ook al anders.” De codeboom in bijlage E laat zien welke oorzaken voor afvalproblematiek in Den Haag vaak worden genoemd.
Instrumentele oorzaken Infrastructuur en voorzieningen Uit de interviews wordt duidelijk dat de fysieke infrastructuur voor afvalinzameling bijdraagt aan de problematiek in bepaalde wijken. Uit de analyse blijkt echter dat dit vooral een probleem is wanneer andere achterliggende oorzaken ook aanwezig zijn. Bijvoorbeeld, een tekort aan containers of overvolle containers worden pas echt problematisch in een wijk waar bewoners weinig ruimte hebben om afval tijdelijk zelf op te slaan of als ze snel van hun afval af moeten. Ook zijn er wijken die qua ruimtelijke opzet krap zijn, waardoor er geen plek is voor ORAC’s. Hier worden de afvalzakken wekelijks aan de straat gezet en opgehaald, zoals in Laak en het Centrum. Andere genoemde oorzaken omtrent infrastructuur zijn: het gebrek aan voorzieningen; geen container kunnen vinden; containers die vol zijn; te weinig containers; ORAC zit verstopt of het afval past niet (bijvoorbeeld wanneer bewoners snoeiafval, dozen of te grote zakken in de ORAC willen deponeren); en zakken op straat of naast de ORAC die meeuwen opentrekken en daarmee zwerfafval veroorzaken.
Beheer en beleid Uit de interviews blijkt dat de gemeente al veel heeft ondernomen om het afvalprobleem aan te pakken, maar er is zeker ruimte voor verbetering. Een gebrek aan handhaving, communicatie die niet toereikend genoeg is, en onvoldoende opruimcapaciteit zijn enkele van de problemen die vaak genoemd worden. Het beheer en het beleid van afvalinzameling en reiniging door de gemeente kan de afvalproblematiek versterken wanneer deze niet zijn afgestemd op de complexe, sociaal-diverse en multiculturele karakteristieken van de wijken waar afvalproblematiek heerst. De codeboom in bijlage E laat zien dat vooral communicatie vaak wordt genoemd. Het blijkt moeilijk te zijn om het afvalbeleid laagdrempelig genoeg te maken, en aan te laten sluiten bij de vaardigheden, kennis en persoonlijke interpretatie of perspectief van de gebruikers in deze multiculturele wijken. Bewoners ervaren soms drempels bij het melden van overlast in de meldingsapp, en bij het maken van een grofvuilafspraak is een DigiD nodig. Daarnaast is er kritiek over hoe de meldingen worden
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
18
afgehandeld. Deze factoren werken niet motiverend om deel te nemen aan oplossingen. Aan de ene kant wordt door enkele deelnemers benoemd dat er niet genoeg (reactief) wordt gedaan aan het versterken van de capaciteit en voorzieningen passend bij de belasting van het gebruik, zoals het niet genoeg ophalen van afval. Aan de andere kant wordt er ook benoemd dat er te weinig focus is op preventie en te veel nadruk op symptoombestrijding. Een deelnemer wijst op de politieke spanningen binnen de gemeente Den Haag bij het aanpakken van afvalproblematiek. De druk om in de korte tijd tussen gemeenteraadsverkiezingen zichtbare resultaten te boeken zit structurele verandering in de weg, en de focus blijft op opruimen in plaats van preventie. Rondom beheer wordt genoemd dat er soms gebrekkig op meldingen wordt gereageerd. Een deelnemer geeft aan dat er op dit moment een gefragmenteerde aanpak tussen gemeentelijke en commerciële diensten is. Er zijn meerdere partijen betrokken bij het beheer van afval, zoals de HMS, HSO, en andere buurtbeheerbedrijven. Deze versnippering leidt tot een gebrek aan coördinatie en samenwerking.
Achterliggende oorzaken Het handelen van mensen: observaties en evaluaties van gedrag Wanneer we vragen naar de oorzaken van de afvalproblematiek in Den Haag gaat het al snel over gedrag. Daarbij onderscheiden we objectieve observaties (mensen zetten hun vuilniszak naast de ORAC) en subjectieve evaluaties (er is sprake van luiheid of laksheid). In werkelijkheid is het handelen van mensen met betrekking tot afval verweven met andere omstandigheden en andere achterliggende factoren waarbij betekenis, competenties en middelen een belangrijke rol spelen. We herkennen deze elementen van social practice theory ook in de codeboom (bijlage E). Een voorbeeld van deze samenhang is te herkennen bij de genoemde oorzaak ‘mensen willen snel van afval af’. Hierbij wordt verondersteld dat ‘efficiëntie’ een belangrijke betekenis is, maar beschikbaarheid van middelen als ruimte of tijd speelt ook een rol.
“Als ik bioafval moet gaan bewaren, dan gaat dat stinken dat gaat rotten, dus mensen willen dat zo snel mogelijk weg hebben en in de afvalbak hebben, gooien het daardoor dus bij het restafval en het is misschien ook wel voor een deel slordigheid, luiheid ik weet ook niet dat, dat is altijd lastig te bepalen,[...] heel veel mensen zijn heel klein behuisd, met heel weinig ruimte om überhaupt afval op te slaan.” Gedrag dat leidt tot afvaloverlast wordt soms verklaard als voortkomend uit gemakzucht, luiheid, stoer willen doen of asociaal gedrag. Ook een voorbeeld hiervan is de mening dat bewoners geen moeite doen omdat ‘het toch wel opgeruimd wordt’ door de gemeente of ‘geen interesse hebben in hoe hun omgeving er uit ziet’. “...ik zie geen enkele reden om waar je waarom je zo’n doos [niet klein zou maken], dat kost je misschien een minuut extra en dan heb je een klein gescheurd en dan pas je de prima in. Die [grote doos] past niet in de opening van zo’n container, en dan wordt die gewoon daarnaast gezet. Dat is gewoon hun luiheid denk ik.”
“Soms is het ook echt gemakzucht hè, die voorbeelden kennen we ook. We hebben drie ondergrondse restafval containers naast elkaar staan. Mensen lopen naar de eerste restafvalcontainer die zit geblokkeerd. Hè, of hij zit vol, hij zit vol. Nou, dan zet ik m’n zak er maar naast, maar er wordt niet meer moeite gedaan om te kijken of dat ook voor de tweede en voor de derde geldt, want we weten dat als de eerste vol zit, de tweede of de derde vaak gewoon nog capaciteit heeft.” Ook kan er een kopieer effect (zie begrippenlijst in de bijlage) ontstaan wanneer er een zak naast
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
19
de container wordt gezet, ongeacht of deze vol zit. Mensen zijn sneller geneigd om de eigen zak eveneens naast de container te plaatsen, zonder te controleren of er voldoende ruimte in de container is. Studies in andere Nederlandse steden ondersteunen dit beeld (Epskamp & de Vries, 2021). Een experiment in Rotterdam waar minder werd schoongemaakt leidde bijvoorbeeld tot meer bijplaatsingen (Dur, en Vollaard, 2015). Camera-observaties in de gemeente Den Haag laten bovendien zien dat bij meer dan de helft van de geobserveerde bijplaatsingen men de container niet probeerde open te maken (Flight & Velders, 2023). In onze interviews, en ook in de eerdergenoemde studies, wordt daarbij wel eens de veronderstelling gemaakt dat sommige mensen het ‘vies’ vinden om de container aan te raken. Dit blijft echter bij een veronderstelling.
Sociaaleconomische omstandigheden: kennis, vaardigheden en middelen In veel gesprekken wordt verwezen naar achterliggende oorzaken voor de afvalproblematiek zoals de sociaaleconomische omstandigheden van bewoners van wijken waar de afvalproblematiek sterk speelt. Deze omstandigheden hebben vaak een directe invloed op het gedrag en de mogelijkheden van bewoners om op een wenselijke manier met afval om te gaan. Veel deelnemers die in het interview een negatieve evaluatie maakte, zoals luiheid of gemakzucht, nuanceren dit meteen en wijzen op de achterliggende oorzaken zoals stress, tijdgebrek, of andere prioriteiten. Met dit laatste bedoelen we dat er achterliggende sociaaleconomische omstandigheden zijn waardoor mensen andere dingen aan hun hoofd hebben. Ze kunnen niet rondkomen of hebben problemen in de huiselijke sfeer. Het is ook niet voor iedereen even belangrijk is dat het ‘schoon op straat’ moet zijn, zeker niet als mensen dringender zaken aan hun hoofd hebben. Naast betekenis heeft een gebrek aan middelen, kennis en vaardigheden ook invloed op hoe wordt omgegaan met afval in dagelijkse praktijken. Het gebrek aan middelen zoals het niet bezitten van een auto of busje om grofvuil weg te brengen, weinig ruimte in of rondom de woning hebben om afval tijdelijk op te slaan, of niet de tijd hebben om uit te zoeken hoe correct het afval aan te bieden.
Er wordt vaak gesproken over een gebrek aan kennis wat betreft de procedure van afvoeren van grofvuil. Vooral mensen met een migratieachtergrond zijn niet altijd bekend met de lokale regels en gebruiken voor het aanbieden van afval, aldus de deelnemers. Taal kan hierbij een barrière zijn of een foutieve perceptie van kosten voor het laten ophalen van grofvuil. Daarnaast ontstaat er gebruiksdruk op faciliteiten door overbewoning, het niet ingeschreven staan bij de gemeente en mogelijk illegale bewoning van arbeidsmigranten. “Als je het over het grofvuil hebt, dat kunnen mensen hier in Den Haag gratis laten ophalen. [Daar] moeten ze even een afspraak voor maken. [...] Het kan zijn dat mensen de taal niet machtig zijn, waardoor ze niet willen bellen. Of de tekst van de website niet begrijpen. [Of het] kan gemakzucht zijn.” Het verband tussen sociaaleconomische omstandigheden en bijplaatsingen komt overeen met bevindingen van Epskamp, de Vries, & van Ostaaijen (2021), waarbij specifiek lage inkomens als factor wordt genoemd voor toename van bijplaatsingen, en daarnaast ook het aandeel jongvolwassenen, studenten, laagopgeleiden, personen uit EU-landen anders dan Nederland, kleine woningen en een lage WOZ-waarde van woningen.
Hierin wordt ook genoemd dat er een samenhang is tussen sociaaleconomische omstandigheden en andere factoren die in ons onderzoek naar boven komen (zoals gebruiksdruk en binding met de buurt).
Binding met leefomgeving en culturele verschillen Een derde cluster van oorzaken van afvalproblematiek die regelmatig genoemd wordt zijn gelinkt aan binding, sociale cohesie en culturele verschillen. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over het voeren van dieren (zie pagina 13) en bepaalde normen en waarden die anders zijn in verschillende culturen. Ook zijn er gedeelde sociale normen die niet per se aan cultuur gelinkt zijn, maar wel bepalen wat we met z’n allen ‘normaal’ vinden (Cialdini et al., 1990). In de interviews wordt vaak genoemd dat sommige bewoners zich misschien minder verbonden voelen met hun leefomgeving
BLIK OP AFVAL - Inzichten uit gesprekken met deskundigen over afvalproblematiek in Den Haag
20
door kortstondig verblijf of culturele verschillen. Vooral arbeidsmigranten worden hierbij vaak genoemd. Er wordt gedacht dat door een gebrek aan binding met de leefomgeving mensen minder belang hechten aan het schoonhouden van de openbare ruimte en daardoor anders omgaan met afval. Verschillende studies tonen aan dat een lage mate van ‘plaatsbinding’ inderdaad kan leiden tot een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel voor de openbare ruimte en minder inspanningen voor het verzorgen en netjes houden van de woonomgeving (Mohapatra & Mohamed, 2013). De betekenis die een plek heeft voor een persoon wordt gevormd door verschillende vormen van binding: emotionele binding (place attachment) afhankelijkheid (place dependence) en identificatie met die plek (place identity) (Jorgensen en Stedman, 2001). In de omgevingspsychologie wordt dit ook wel ‘sense of place’ genoemd (zie begrippenlijst in de bijlage). Er zijn verschillende studies die aantonen dat woonduur invloed heeft op place attachment (Hay, 1998) en dat mensen met een sterke plaatsgebondenheid eerder geneigd zijn deel te nemen aan beschermend gedrag over deze plek (Anton en Lawrence, 2016). Sociale cohesie wordt ook vaak genoemd als belangrijke correlerende factor voor afvaloverlast. Epskamp & de Vries (2021) vonden een verband tussen bijplaatsingen (naastplaatsingen) van afval en lage sociale cohesie in Rotterdam.
Zij definiëren sociale cohesie als ‘binding met de buurt’ welke beïnvloed wordt door woonduur en verhuisgeneigdheid. In onze begrippenlijst (bijlage D) hanteren wij een iets andere definitie van sociale cohesie, maar ook onze resultaten tonen aan dat een gebrek aan binding met de buurt en gedeelde sociale normen worden genoemd als verklaring dat bewoners elkaar niet aanspreken op vervuilend gedrag. Perry et al. (2010) benoemen dat het belangrijk is om mensen aan te spreken op gedrag (littering) om zwerfafval te voorkomen. In de Haagse wijken waar afvalproblematiek heerst is daar echter soms het sociale klimaat niet naar, volgens de deelnemers aan dit onderzoek. Bewoners durven elkaar vaak niet aan te spreken op ongepast gedrag, zoals het dumpen van afval, bijvoorbeeld vanwege een cultuur waarin het niet de norm is om anderen op hun gedrag aan te spreken. Ook gevoelens van onveiligheid en de aanwezigheid van criminaliteit in sommige wijken spelen hier een rol in. “In Laak ja, daar wonen ook wat, ja, wat types die niet zo prettig reageren, omdat die gewoon meteen een grote bek geeft of je uitschelden of misschien nog wel erger.”