RIS324741 Bijlage staat van financiën
Tekst van het document
45
46
< INHOUD
Staat van de financiën
Grondexploitatie De grootte van onze grondpositie vergeleken met onze totale baten.
8 6
Dit kengetal laat zien hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Hoe hoger dit percentage, hoe meer geld vastzit in grond en hoe groter het financiële risico. Een laag percentage betekent minder afhankelijkheid en dus minder risico. De boekwaarde van de
4 2 0 -2
voorraden grond is van belang omdat deze
-4
moet worden terugverdiend bij de verkoop.
-6
De gronden moeten tegen de actuele waarde op de balans zijn opgenomen.
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
-8
Het kengetal wordt berekend door te kijken naar de netto grondpositie. De netto grond-
Den Haag
positie bestaat uit de boekwaarde van de grondexploitaties minus de voorziening voor
Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
verwachte verliezen (voorziening negatieve plannen). Grondexploitatie
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Den Haag
0,4
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
1,2
1,3
Amsterdam
-5,9
-5,3
-4,7
-2,5
-1,6
0,4
2,0
3,6
waarde van de grondexploitaties op dat moment naar verwachting hoger is dan de reeds
Rotterdam
-3,1
-3,0
-1,7
-1,9
-1,4
-1,2
-2,4
-3,6
getroffen voorziening voor verwachte verliezen. Na aftrek van alle verwachte verliezen
Utrecht
4,3
6,3
5,3
6,0
4,8
3,3
1,8
0,2
Bij Den Haag is dit kengetal in de periode tot en met 2027 0%. Dit komt doordat alle verwachte verliezen op de grondexploitaties volledig zijn afgedekt via de voorziening negatieve plannen. In 2028 en 2029 wordt het kengetal positief. Dit betekent dat de
resteert daarmee een positieve grondpositie. Op dit moment is het kengetal voor Den Haag 0%, dit stijgt naar 1,3% in 2029. Dit duidt op een stabiele situatie waarin de gemeente slechts in beperkte mate afhankelijk is van de ontwikkeling van haar grondbezit.
47
48
< INHOUD
Staat van de financiën
Structurele exploitatieruimte
Belastingcapaciteit
De structurele ruimte die we hebben om
De belastingdruk ten opzichte van het
onze structurele lasten te dragen.
landelijk gemiddelde.
De structurele exploitatieruimte laat zien
Belastingcapaciteit laat zien hoeveel
of de gemeente genoeg vaste inkomsten
ruimte de gemeente heeft om de
heeft om de vaste uitgaven te betalen.
lokale lasten (OZB, rioolheffing, afvalstoffenheffing) te verhogen ten
• Positief saldo: de vaste inkomsten zijn
opzichte van andere gemeenten.
hoger dan de vaste uitgaven.
Het gemiddelde van alle gemeenten is
• Negatief saldo: de vaste inkomsten zijn
het ijkpunt.
lager dan de vaste uitgaven. De belastingcapaciteit van de gemeente Den Haag is in 2026, 92%. Dit betekent dat de Als het saldo negatief is, gebruikt de gemeente eenmalige inkomsten (zoals reserves)
woonlasten in Den Haag lager zijn dan het landelijk gemiddelde.
om de vaste uitgaven te kunnen betalen. Dat is op de lange termijn niet houdbaar. 140
De huidige structurele exploitatieruimte van de gemeente Den Haag is 0,1% positief. Dit betekent dat Den Haag al haar vaste uitgaven kan betalen vanuit vaste inkomsten en
120
financieel gezond is.
100
7 6
80
5
60
4 3
40
2
20
1 0 -1
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0 2022
-2
2023
2024
Den Haag
-3
2025
2026
2027
2028
Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
2029
-4 Den Haag
Amsterdam
Rotterdam
Utrecht
Structurele exploitatieruimte
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Den Haag
-0,1
0,6
3,0
1,0
0,1
0,8
0,0
0,4
Amsterdam
1,1
3,7
5,6
5,6
2,6
1,2
1,1
0,8
Rotterdam
-3,0
-0,4
-1,8
-0,7
-1,0
2,6
3,8
3,4
Utrecht
1,3
-1,2
0,7
1,0
1,7
0,1
-0,1
-0,1
Belastingcapaciteit
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Den Haag
83
94
93
91
92
92
92
92
Amsterdam
93
93
95
101
101
101
101
101
Rotterdam
101
97
103
102
102
102
102
102
Utrecht
109
105
113
116
120
120
120
120
49
50
< INHOUD
De stijging van de woonlasten in 2023 komt door afspraken uit het coalitieakkoord 2022-2026: • De rioolheffing en afvalstoffenheffing zijn volledig kostendekkend gemaakt; • De OZB werd verhoogd. De lichte daling na 2023 komt doordat de landelijke woonlasten harder zijn gestegen dan de Haagse. De begrote belastingcapaciteit blijft de komende jaren stabiel op 91,5%. Dit betekent dat de belastingdruk van Den Haag ruim 8% lager is dan het landelijk gemiddelde.
Samenvatting Hoofdstuk 2 De gemeente Den Haag staat er financieel goed voor: • De begroting is sluitend (inkomsten en uitgaven zijn in balans). • Er is genoeg geld in de algemene reserve om risico’s op te vangen. • De gemeente heeft in vergelijking met andere gemeenten weinig schuld. • De lokale lasten voor inwoners zijn lager dan gemiddeld in Nederland. • De verhouding tussen het eigen vermogen en de totale bezittingen (solvabiliteit) neemt de komende jaren af door de inzet van de reserves, maar blijft boven de signaleringswaarde van de VNG van 20%. Alles bij elkaar heeft Den Haag een gezonde financiële positie. Wel zijn er risico’s van buitenaf waar de gemeente de komende jaren rekening mee moet houden. Deze risico’s worden in hoofdstuk 4 toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt eerst toegelicht hoe de gemeente haar begroting plant, uitvoert en controleert.
Staat van de financiën
51
52
< INHOUD
Staat van de financiën
3 Sturing en verantwoording In dit hoofdstuk staat de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) centraal, waarbij wordt toegelicht hoe de gemeente haar begroting plant, uitvoert en controleert. Hierbij wordt ook ingegaan op zowel de rol van de toezichthouder (de provincie), als de accountant. In dit hoofdstuk wordt ook stilgestaan bij de brede heroverweging. In de heroverweging is gekeken naar de beïnvloedbaarheid van de lasten en de baten en welke keuzemogelijkheden er zijn om deze te verhogen of te verlagen. Vervolgens wordt in dit hoofdstuk stilgestaan bij het risicobeheer en de interne beheersing. Tot slot wordt ingegaan op de verbeteringen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd. Sinds 2023 is de financiële huishouding van de gemeente en de sturing hierop aan de hand van de ‘contourenbrief’ (RIS314462) verbeterd.
De Planning & Control-cyclus De Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) helpt de gemeente om goed te plannen, sturen en verantwoorden. Deze jaarlijkse cyclus laat zien welke doelen de gemeente wil bereiken en hoeveel geld daarvoor beschikbaar is. Na afloop van het jaar wordt gekeken of de doelen gehaald zijn en wat het financieel resultaat is. Zo heeft de gemeenteraad altijd een volledig en actueel beeld van de voortgang van het beleid en de financiën. De P&C-cyclus bestaat uit drie fases: 1 Voorbereiden: bepalen welke doelen worden nagestreefd en hoeveel geld daarvoor nodig is. 2 Uitvoeren: beleid uitvoeren en tijdens het jaar volgen of dit volgens plan gaat. 3 Verantwoorden: achteraf laten zien wat er is bereikt en hoe het geld is uitgegeven. In Den Haag horen bij deze cyclus vier vaste documenten: 1 Voorjaarsnota: geeft inzicht in het meerjarig budgettair kader voor de meerjarenbegroting en een prognose voor het lopende jaar. 2 Programmabegroting: hierin staat welke doelen de gemeente wil bereiken en hoeveel geld daarvoor wordt ingezet.
53
3
54
< INHOUD
Staat van de financiën
3 Najaarsnota: geeft informatie over de begrotingsrealisatie over de eerste negen
4
maanden, een prognose voor het lopende jaar en technische, neutrale wijzigingen van
een aantal verplichte paragrafen voor. Deze paragrafen hebben als doel om een door-
de begroting.
snede van de begroting te geven op basis van bepaalde onderwerpen. Ook de indeling in
Programmarekening: laat na afloop van het jaar zien wat er is bereikt en uitgegeven.
programma’s is een voorschrift uit het BBV.
Van deze documenten zijn de programmabegroting en programmarekening wettelijk
In de programmabegroting wordt ook de begroting van het lopende jaar geactualiseerd,
verplicht. In onderstaande afbeelding laat zien op welk moment welk product in de raad
mede op basis van de in de voorjaarsnota opgenomen prognose van het lopende jaar.
wordt behandeld:
De wijzigingen op de begroting van het lopende jaar worden toegelicht in een seperate Programmarekening
Jan
is ingedeeld op basis van programma’s (beleidsterreinen) en paragrafen. Het BBV schrijft
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
bijlage bij de begroting.
Programmabegroting
Aug
Sept
Okt
Nov
Voorjaarsnota
Dec Najaarsnota
Programma’s, activiteiten en prestatie-indicatoren
Voorjaarsnota
Een programma omvat een samenhangend geheel van activiteiten die gericht zijn op het realiseren
In de voorjaarsnota staat het meerjarig budgettaire kader voor de begroting. Het gaat
van inhoudelijke doelstellingen. Het BBV schrijft niet voor hoeveel of welke programma’s in de
hierbij om de autonome financiële ontwikkelingen van de algemene dekkingsmid-
begroting moeten terugkomen. De gemeenteraad stelt dit aan het begin van de raadsperiode vast.
delen. De algemene dekkingsmiddelen bestaan onder andere uit het gemeentefonds,
Aan elk programma is een budget toegekend om de doelstellingen te bereiken. Tevens zijn, waar
dividenden, rente en belastingopbrengsten. In de voorjaarsnota worden daarnaast een
relevant, prestatie-indicatoren opgenomen om de voortgang van deze doelstellingen te meten.
aantal grote financiële opgaven en knelpunten waarmee het college zich in ieder geval
Op dit moment beschikt Den Haag over 16 programma’s. Het budgetrecht van de raad is op
geconfronteerd ziet in aanloop naar de programmabegroting beschreven. Verder geeft de
programmaniveau. Dit bekent dat de raad vaststelt hoeveel er maximaal per programma uitge-
voorjaarsnota een prognose van de uitputting in het lopende jaar.
geven mag worden en hoeveel inkomsten er worden verworven. De programma’s zijn opgesplitst in activiteiten. Elke activiteit is uniek gekoppeld aan één
De voorjaarsnota dient als vertrekpunt voor de verdere begrotingsvoorbereiding. In de
programma, en één portefeuillehouder. Het college is verantwoordelijk voor de indeling van de
begrotingsvoorbereiding worden de financiële opgaven en mogelijke oplossingen afge-
activiteiten. De activiteiten en bijbehorende budgetten zijn opgenomen in het activiteitenboek.
wogen tegen het budgettaire kader. De keuzes die gemaakt worden om tot een sluitende
Dit is een bijlage bij de programmabegroting. Activiteitenboek | Begroting 2026
programmabegroting te komen landen in de programmabegroting. Met de voorjaarsnota kan de raad op voorhand, indien gewenst, input meegeven voor de programmabegroting die het college aan de raad voorlegt.
De Toezichthouder: De Provincie
In 2025 is het proces en de inhoud van de voorjaarsnota anders vormgegeven dan in
Nadat de begroting is vastgesteld door de Raad wordt deze door de provincie beoordeeld.
eerdere jaren:
De provincie kijkt hierbij met name of sprake is van een realistische begroting en of deze structureel in evenwicht is. Als dit het geval is, dan is sprake van repressief toezicht vanuit de provincie.
• De voorjaarsnota bevat een beschrijving van een aantal grote, dan bekende, finan-
Repressief toezicht is het lichte, normale toezichtregime, waarin de gemeente zelf aan het stuur
ciële opgaven en knelpunten. Zo weet de raad waar het college rekening mee moet
staat maar de provincie bewaakt dat de financiën gezond blijven. Als de begroting niet structureel
houden bij het maken van de begroting voor volgend jaar.
en reëel in evenwicht is, dan kan de provincie een gemeente onder preventief toezicht stellen.
• De voorjaarsnota is aangeboden als raadsvoorstel, in plaats van als raadsmededeling. Hierdoor stelt de raad het budgettair kader vast.
Wanneer dit gebeurt, moet de gemeente eerst toestemming vragen aan de provincie voordat de gemeente financiële besluiten mag nemen. Het nemen van financiële besluiten is dan dus niet meer enkel aan de gemeenteraad. In het geval van preventief toezicht wordt een herstelplan
Programmabegroting
afgesproken tussen de provincie en de gemeente om weer te komen tot het reguliere, repressieve,
Met de begroting doet het college een voorstel voor de beleidsdoelen, prestaties en bijbe-
toezichtregime. Naast het bepalen van het toezichtregime, kan de provincie ook aandachtspunten
horende budgetten voor het komende jaar, binnen de meerjarenraming. De raad stelt de
en adviezen meegeven voor de begroting. Jaarlijks stuurt de provincie een brief met het oordeel
begroting vast en geeft het college daarmee mandaat voor de uitvoering. De begroting
over de begroting.
55
56
< INHOUD
Najaarsnota
Staat van de financiën
Digitale informatie: financien.denhaag.nl
In 2025 is voor het eerst een najaarsnota opgesteld. In deze nota staan technische, beleidsarme mutaties. Deze zijn met name bedoeld om onrechtmatigheden bij de jaarre-
Alle P&C-producten van de gemeente staan op financiën.denhaag.nl. Dit is de officiële
kening te voorkomen. Ook geeft de najaarsnota een prognose van het financiële resultaat
website van de gemeente Den Haag voor financiële informatie. Je vindt hier niet alleen
over het lopende jaar.
de actuele documenten maar ook een historisch archief met financiële stukken uit voorgaande jaren.
Programmarekening De programmarekening sluit de cyclus af met een integrale verantwoording over de
Op de site kun je makkelijk zoeken en filteren per jaar en per soort document. De website
resultaten van het afgelopen jaar. Met de programmarekening legt het college verant-
helpt inwoners, ondernemers, politieke partijen en anderen om te volgen hoe de financiën
woording af aan de raad over het gevoerde beleid. Het college geeft aan wat is er bereikt,
van Den Haag zich door de jaren heen ontwikkelt.
wat is er gedaan en wat het heeft gekost. De jaarrekening vormt daarmee de basis voor de oordeelsvorming van de raad over de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde beleid.
Brede heroverweging Voor de verkiezingen van 2026 heeft de gemeente een brede heroverweging (RIS323005)
Getrouwheid en rechtmatigheid
uitgevoerd. Dit gebeurde naar aanleiding van een motie “Brede heroverwegingen” (RIS314200) van de raad in 2022. In deze heroverweging is gekeken naar de beïnvloed-
Rechtmatigheid
baarheid van de lasten en de baten. Beïnvloedbaar betekent dat de raad keuzes kan
Het college is verantwoordelijk voor de rechtmatigheidsverantwoording. Hierbij wordt gekeken
maken over hoe het geld wordt ingezet. Hoe specifieker de uitvoering van de wettelijke
naar drie vragen:
taak is voorgeschreven, hoe minder keuzeruimte er is voor de manier waarop de taak
• Is er binnen de door de raad vastgestelde budgetten gewerkt?
moet worden uitgevoerd.
• Zijn uitgaven gedaan volgens de wet- en regelgeving? • Zijn maatregelen genomen om misbruik te voorkomen?
Uit de analyse blijkt dat over iets minder dan twee derde van het budget in 2027 (ongeveer € 1,8 mld.) in meer of mindere mate keuzes gemaakt kunnen worden. Dit is
Bij deze controles kunnen fouten (niet volgens de regels gehandeld) of onduidelijkheden (niet vast
de beïnvloedbare ruimte op de begroting. Het gaat dan om lokale taken en prioriteiten,
te stellen of er volgens de regels is gehandeld) naar voren komen.
waarvoor het Rijk geen specifieke opdracht heeft geformuleerd, of waarvoor geen
Blijft de som hiervan onder 2% van alle lasten, dan is het handelen rechtmatig. Daarboven niet.
specifieke – geoormerkte–middelen aan de gemeente worden gegeven. De keuzemogelijk-
De rechtmatigheidsverantwoording is onderdeel van de programmarekening.
heden zijn bijvoorbeeld:
Getrouwheid
• Gemeentelijke taken opschalen of afschalen
De accountant beoordeelt of de programmarekening een juist en volledig beeld geeft van de
• Subsidies die de gemeente beschikbaar stelt verhogen of verlagen
werkelijkheid. Daarbij controleert de accountant ook de rechtmatigheidsverantwoording van het
• Doelgroepen verruimen of beperken
college. De gemeente krijgt een goedkeurende verklaring als de fouten en onzekerheden in totaal
• Inkomsten verhogen of verlagen
minder dan 2% van de totale lasten bedragen. Als de fouten en onzekerheden groter zijn dan 2% dan krijgt de gemeente een afkeurende verklaring. Aanvullend op dit oordeel, stelt de accountant een verslag op, waarin de bevindingen worden toegelicht en aanbevelingen worden gedaan voor verbeteringen.
In de brede heroverweging staat per programma welke keuzemogelijkheden er zijn.
57
58
< INHOUD
Staat van de financiën
Financieel beheer: risicobeheer en Interne beheersing
Contourenbrief: recente verbeteringen
Naast de genoemde producten voor de gemeenteraad, zorgt de organisatie ook voor
Sinds 2023 is de financiële huishouding van de gemeente en de sturing hierop aan de
interne beheersing. Dit gaat over grip op financiën en risico’s. Het draagt bij aan een
hand van de ‘contourenbrief’ (RIS314462) verbeterd. Er zijn op vier thema’s verbeteringen
betrouwbare, transparante en rechtmatige overheid. Voor de gemeente Den Haag
doorgevoerd. Hieronder zie je kort welke verbeteringen dat zijn.
betekent dit dat middelen rechtmatig worden besteed, risico’s tijdig worden gesignaleerd, en het financieel beheer betrouwbaar is.
Contouren brief
De gemeente Den Haag doet dit via verschillende onderdelen: • Inkoopproces – rechtmatig inkopen en uitvoeren van aanbestedingen • Betaalproces – betalingen juist, op tijd en veilig doen • Fiscale beheersing – wet- en regelgeving correct toepassen en afspraken maken met de Belastingdienst • Contractmanagement – gemeentelijke contracten uniform en professioneel beheren.
Het actualiseren van de begrotingsregels
Het organiseren van een cofinancieringsfonds
Het inrichten van een investeringsbegroting
• 10 begrotingsregels vastgesteld
• Cofinancieringsfonds ingesteld
• Vastgelegd in de finan ciële verordening
• Spelregels opgenomen in de begroting en financiële verordening
• Kadernota investeringen vastgesteld
• Procesmanagement – bedrijfsprocessen vastleggen, actualiseren en optimaliseren.
• Meerjarig investeringsplan ingericht
Het transparanter maken van de planning en control cyclus • Verduidelijken en vereenvoudigen van de begroting • De voorjaarsnota en de najaarsnota •
• Risicomanagement – financiële en niet-financiële risico’s identificeren en beheersen. • Fraudepreventie – frauderisico’s identificeren en beheersen.
De begrotings voorbereiding
• Internal Audit – onafhankelijke audits uitvoeren en advies geven ter verbetering van interne beheersing.
1. Begrotingsregels geactualiseerd De tien begrotingsregels (bijlage 1) staan nu in de financiële verordening en daarmee
De afgelopen jaren is de interne beheersing in Den Haag stap voor stap verbeterd. Dit gaat
maken ze formeel deel uit van de kaderstelling voor het financiële beleid van de gemeente.
de komende jaren door. Het gaat hierbij onder andere om de doorontwikkeling van procesmanagement, het verder professionaliseren van contractmanagement en het verder
2. Cofinancieringsfonds
optimaliseren van de financieel administratieve processen. Dit is een meerjarig traject,
De gemeente werkt vaak samen met de provincie, het Rijk en de EU. Voor belangrijke
omdat het zowel de verbetering van procedures en processen als de doorontwikkeling
projecten in de stad ontvangt de gemeente regelmatig subsidies. Vaak is daarbij cofi-
van de organisatiecultuur en de manier van werken omvat. Waar dit toegevoegde waarde
nanciering een vereiste: de gemeente moet dan zelf ook geld bijdragen. Hiervoor is het
heeft, maakt de gemeente gebruik van IT-technologieën, zoals data-gedreven werken en
cofinancieringsfonds opgericht. De spelregels voor het gebruik van dit fonds staan in de
robotisering. Zo werkt de gemeente Den Haag aan toekomstbestendig financieel beheer.
programmabegroting 2025-2028 (RIS319799) en in de financiële verordening (artikel 5:10). In deze regels staat onder andere hoe het fonds wordt gevuld, vanaf welk minimumbedrag het kan worden gebruikt en hoe besluiten over de inzet worden genomen. 3. Investeringsbegroting De investeringsbegroting moet zorgen voor duidelijker overzicht en meer eenheid in het investeringsbeleid van de gemeente. Daarom is bij de programmabegroting 2026-2029 ook het meerjarig investeringsplan 2025-2032 gepubliceerd. Dit document laat zien welke investeringen gepland staan. Daarnaast wordt per project een korte toelichting, de manier van financieren en het type investering weergegeven. Ook is een kadernota investeren (RIS323964) opgesteld. Hierin staan de spelregels voor investeringen overzichtelijk bij elkaar.
59
60
< INHOUD
4. Transparantere planning en control cyclus De P&C-cyclus en bijbehorende producten zijn de afgelopen jaren verbeterd. Er zijn drie belangrijke wijzigingen: • De begroting heeft nu een vaste structuur, meerjarige financiële overzichten en een activiteitenboek. Ook hoofdstuk 1 en de paragrafen zijn herzien. • Voorjaars- en najaarsnota: de 4-maandsrapportage en 8-maandsrapportage zijn vervangen door de voorjaarsnota en najaarsnota. • Begrotingsvoorbereiding: de voorjaarsnota bevat nu ook financiële knelpunten en is als raadsvoorstel aangeboden. Zo heeft de raad meer context heeft bij het budgettair kader en kan de raad input geven voor de begroting.
Samenvatting Hoofdstuk 3 De gemeente heeft een P&C-cyclus om de begroting te plannen, uit te voeren en te controleren. Den Haag kent vier vaste documenten: de voorjaarsnota, programmabegroting, najaarsnota en programmarekening. Al deze documenten zijn terug te vinden op www.financien.denhaag.nl. Uit de brede heroverweging blijkt dat over iets minder dan twee derde van het budget in 2027 (ongeveer € 1,8 mld.) in meer of mindere mate keuzes gemaakt kunnen worden. Dit is de beïnvloedbare ruimte op de begroting. Het gaat dan om lokale taken en prioriteiten, waarvoor het Rijk geen specifieke opdracht heeft geformuleerd, of waarvoor geen specifieke – geoormerkte– middelen aan de gemeenten worden gegeven. In de brede heroverweging staat per programma welke keuzemogelijkheden er zijn. Sinds 2023 is de financiële huishouding van de gemeente en de sturing hierop aan de hand van de ‘contourenbrief’ (RIS314462) verbeterd. Daarnaast is de afgelopen jaren de interne beheersing in Den Haag stap voor stap verbeterd. Dit gaat de komende jaren door.
Staat van de financiën
61
62
< INHOUD
Staat van de financiën
4 Gemeentefonds In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op het gemeentefonds. Als eerste wordt toegelicht hoe de hoogte van het gemeentefonds wordt bepaald (de systematiek) en hoe de budgetten in de begroting van Den Haag worden geïndexeerd (trend-voor-trend). Vervolgens wordt ingegaan op de risico’s voor Den Haag met betrekking tot het gemeentefonds, zoals de recente ontwikkeling rond de herverdeling van het gemeentefonds.
Werking gemeentefonds Het gemeentefonds is de belangrijkste bron van inkomsten voor gemeenten. Het Rijk stort jaarlijks geld in dit fonds. Dit geld wordt verdeeld over alle gemeenten op basis van objectieve kenmerken, zoals het aantal inwoners, woningen, jongeren, en ouderen, de belastingcapaciteit gebaseerd op WOZ-waarde en de oppervlakte van de gemeente. Gemeenten mogen dit geld vrij besteden: het is geen geoormerkt budget. Het bedrag in het gemeentefonds verandert ieder jaar. Dat gebeurt op drie manieren: • Het accres: de jaarlijkse groei (of krimp) van het fonds, gekoppeld aan de ontwikkeling van het BBP. Dit wordt in de volgende paragraaf verder toegelicht. • Aanpassingen voor specifieke taken: extra als gemeenten meer taken van het Rijk krijgen of minder geld als er taken verdwijnen. • Aanpassingen van het verdeelmodel: als de objectieve kenmerken van gemeenten veranderen, verschuift de onderlinge verdeling van het geld over de gemeenten. Een gemeente die bijvoorbeeld relatief snel groeit in inwonertal zal een groter aandeel in het gemeentefonds krijgen. Het Rijk informeert gemeenten drie keer per jaar via circulaires over de bijstellingen van het gemeentefonds. • Meicirculaire: de belangrijkste update. De Meicirculaire is de vertaling van de Voorjaarsnota van het Rijk naar het gemeentefonds.
Hierin staat het accres van het betreffende jaar en worden wijzigingen voor specifieke taken doorgevoerd. Gemeenten krijgen hiermee inzicht in de verwachte uitkeringen voor het komende jaar en de meerjarenraming.
63
4
64
< INHOUD
Staat van de financiën
• Septembercirculaire: een bijstelling op basis van de Miljoenennota. Hierin worden
In de meicirculaire wordt de hoogte van het accres voor het lopende jaar van gemeente-
wijzigingen doorgevoerd die effect hebben op specifieke taken. Vaak betreft het
fonds jaarlijks vastgesteld en de begroting van Den Haag is gebaseerd op de meicircu-
kleinere aanpassingen.
laire van het Rijk.
• Decembercirculaire: de vertaling van de Najaarsnota van het Rijk. Hierin worden de definitieve bedragen voor het lopende jaar vastgesteld en laatste wijzigingen voor
De VNG is met het Rijk in gesprek om de inflatiecorrectie (prijsontwikkeling) anders te
specifieke taken verwerkt.
berekenen. De afgelopen acht jaren is de prijsontwikkeling door het CPB jaarlijks onderschat. Dit komt doordat de definitieve prijsontwikkeling hoger was dan de geraamde
Jaarlijkse bijstelling accres gemeentefonds: BBP-systematiek De hoogte van het gemeentefonds wordt elk jaar, voor het lopende jaar, in de meicirculaire vastgesteld. In aanvulling hierop wordt twee keer per jaar een raming van de
prijsontwikkeling. Dit zou opgelost kunnen worden als het Rijk het accres gaat baseren op basis van de definitieve prijsontwikkeling in plaats van de geraamde prijsontwikkeling.
Trend-voor-trend
meerjarige ontwikkeling van de hoogte van het gemeentefonds gegeven. De hoogte van het gemeentefonds wordt bijgesteld voor:
Elk jaar past de gemeente haar begroting aan voor de ontwikkeling van lonen en prijzen. Dit heet trend. Zo blijft de begroting op peil. Wanneer dit niet gebeurt, worden de
• Prijsontwikkeling: een correctie voor inflatie zodat het gemeentefonds op het juiste prijspeil blijft en dus waardevast is.
budgetten elk jaar minder waard, omdat bijvoorbeeld de lonen die hieruit betaald worden wel stijgen.
• Volumeontwikkeling: een aanpassing voor de groei van Nederland. Meer inwoners in Nederland leidt tot hogere kosten voor gemeenten omdat er bijvoorbeeld meer
De systematiek voor deze aanpassing heet de trend-voor-trend-systematiek en is vast-
sportvoorzieningen nodig zijn.
gelegd in artikel 5:16 van de financiële verordening. De trend is een tegemoetkoming voor de gestegen kosten. De daadwerkelijke stijging van de kosten zal in sommige gevallen
De prijs- en volumebijstellingen van het gemeentefonds worden het accres genoemd
lager en in andere gevallen hoger zijn dan deze tegemoetkoming.
en worden berekend met de BBP-systematiek. Deze systematiek is ingevoerd in 2024 en houdt in dat de ontwikkeling van het gemeentefonds gekoppeld is aan het BBP. De prijs-
De trend-voor-trend-systematiek betekent dat:
ontwikkeling is gelijk aan het inflatiepercentage in datzelfde jaar en de volumeontwikkeling is gelijk aan de gemiddelde economische groei over een periode van acht jaar.
• De trend die de gemeente ontvangt over haar inkomsten gelijk is aan de trend
Hierbij wordt gekeken naar een periode van twee jaar terug tot en met negen jaar terug;
die wordt toegepast op de uitgaven. Met inkomsten worden vooral de algemene
dus de volumebijstelling voor 2030 is gebaseerd op de gemiddelde groei over de periode
dekkingsmiddelen bedoeld. Deze bestaan uit de gemeentefondsuitkering, de OZB,
van 2021 tot en met 2028. Met een achtjarig gemiddelde worden schokken opgevangen.
parkeerbelasting, toeristenbelasting en de precario op woonboten (liggeld).
Dit zorgt voor meer stabiliteit.
• Het percentage waar de loon- en prijscompensatie vanuit het Rijk op gebaseerd is, is leidend. Ditzelfde percentage wordt gebruikt om de lokale belastingen te verhogen.
De percentages die gebruikt worden voor de inflatie en economische groei zijn afkomstig
Deze percentages zijn afkomstig van de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB).
uit de ramingen van het Centraal Plan Bureau (CPB). Twee keer per jaar maakt het CPB een
• De inkomsten die hiermee gegenereerd worden, worden vervolgens verdeeld over de
raming voor de inflatie en economische groei: • In maart in het centraal economisch plan (CEP). Dit is de basis voor de voorjaarsnota van het Rijk en daarmee ook voor de meicirculaire. • In september met de Macro-economische verkenningen (MEV). Dit wordt door
loon- en prijsgevoelige budgetten in de begroting. Deze methode zorgt voor een gesloten financieel kader: De middelen die we ontvangen van het Rijk (en het daarop gebaseerde percentage van onze inkomsten) verdelen we 1-op-1 door naar de programma’s.
vertaald in de Miljoenennota en de septembercirculaire is een afgeleide daarvan. De gemeente past de trend-voor-trend percentages waar mogelijk ook toe bij subsidies en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Voor veel soorten kosten geldt echter dat
65
66
< INHOUD
Staat van de financiën
de gemeente geen, of zeer beperkte, invloed heeft op hoe deze verhoogd worden. Dat is
Verder was het verdeelmodel door de stapeling van afzonderlijke verdeelkeuzes in de
dan bijvoorbeeld het gevolg van marktwerking, of van cao-wijzigingen.
afgelopen twintig jaar erg ingewikkeld en ondoorzichtig geworden.
De overige gemeentelijke tarieven, prijzen, leges en heffingen, worden waar mogelijk
Het nieuwe verdeelmodel heeft een (fors) negatief herverdeeleffect van struc-
ook verhoogd met de trend. De opbrengsten hieruit worden vervolgens benut voor het
tureel ruim € 108 mln. op de bijdrage die de gemeente Den Haag ontvangt uit de
trendmatig verhogen van de bijbehorende uitgaven. Hierdoor is ook bij kostendekkende
algemene uitkering van het gemeentefonds. Via een ingroeipad groeien gemeenten
tarieven, zoals de rioolheffing en de afvalstoffenheffing sprake van trend voor trend.
naar de nieuwe verdeling toe. Voor de periode 2023 tot 2026 is het herverdeeleffect door
Dit kan echter niet overal, omdat sommige tarieven door het Rijk gemaximeerd zijn. Dit is
BZK beperkt tot respectievelijk € 7,50 per inwoner in 2023 en € 15 per inwoner in 2024
bijvoorbeeld het geval bij paspoorten en rijbewijzen, waarbij de gemeente de tarieven die
en 2025. In 2026 is het ingroeipad voor alle gemeenten gepauzeerd. In de programmabe-
het Rijk stelt volgt.
groting 2023-2026 van Den Haag is deze eerste stap (korting van € 37,50 euro per inwoner, € 20,8 mln. totaal) verwerkt. Algemene dekkingsmiddelen
Trendgevoelige budgetten
Algemene dekkingsmiddelen
Loon-prijsaccres Gemeentefonds
Het nieuwe verdeelmodel was naar de opvatting van zowel de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en ook de G4 nog onvoldoende uitontwikkeld. Bij de invoering van het nieuwe model werd daarom een onderzoeksagenda opgesteld om de belangrijkste kritiekpunten te adresseren. Deze onder-
Trend op materiële budgetten
zoeken kunnen leiden tot aanpassing van de verdeling. De onderzoeksagenda is inmiddels met vertraging uitgevoerd. In het voorjaar van 2026 maakt de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bekend welke wijzigingen aan het verdeelmodel worden
Trend op lokale belastingen
gemaakt. Dit kan effect hebben op de hoogte van de korting die nog resteert (momenteel Trend op loonbudgetten
€ 88 mln.) voor Den Haag. Dit zal bij de meicirculaire worden geactualiseerd. Per 1 januari 2027 wil BZK in ieder geval het ingroeipad van de herverdeling hervatten. Het effect per gemeente van de invoering van het nieuwe model zal, zoals in de voorgaande jaren ook is gebeurd, worden beperkt tot een bedrag van maximaal +/- € 15 per inwoner per jaar. Voor Den Haag betekent dit een jaarlijkse korting van circa € 8,5 mln. per jaar (tot en met 2030 oplopend tot € 34 mln. structureel). In het scenario dat de
Risico: Herverdeling gemeentefonds
huidige resterende korting van bijna € 88 mln. blijft staan, heeft Den Haag nog ruim tien jaar te maken met een ingroeipad. Hier is in de begroting nog geen rekening mee gehouden, omdat het besluit over wijzigingen in het verdeelmodel nog moet worden
De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt over gemeenten verdeeld via een
genomen. Vanwege de mogelijke omvangrijke financiële impact zet de gemeente zowel
verdeelmodel. Dit model verdeelt het beschikbare budget in het gemeentefonds op basis
ambtelijk als politiek-bestuurlijk in op het zoveel mogelijk verminderen van de korting
van circa 50 maatstaven. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aantal inwoners, het aantal
voor Den Haag.
uitkeringsgerechtigden, het aantal jongeren en de oppervlakte van de gemeente. In 2023 is het verdeelmodel aangepast. De belangrijkste aanleiding hiervoor was
Risico: Jeugdzorg
dat de verdeling van de middelen voor het sociaal domein nog was gebaseerd op de situatie van vóór de decentralisaties waardoor sommige achterliggende aannames achter-
De afgelopen jaren waren er – ondanks extra incidentele rijksmiddelen – tekorten op de
haald waren. Daarnaast waren een aantal onderdelen al langere tijd niet herijkt, zoals de
jeugdzorg. In 2024 was het tekort € 29 mln. (€ 15 mln. in de jaarrekening na inzet € 14 mln.
mate waarin gemeenten eigen inkomsten kunnen gebruiken om hun kosten te dekken.
vanuit algemene middelen. In 2025 is € 24 mln. vanuit algemene middelen ingezet voor het tekort op jeugdzorg. Halverwege 2025 was, na jaren van trendmatige groei, voor het
67
68
< INHOUD
Staat van de financiën
eerst een trendbreuk in de kosten voor regionale jeugdzorg zichtbaar. Daardoor presen-
wettelijk inperken van de reikwijdte, zal zo’n grote ombuiging niet te realiseren zijn en
teren we in de jaarrekening voor jeugdzorg waarschijnlijk een klein voordeel. Het onder-
resteren tekorten voor Den Haag van tientallen miljoenen.
liggende tekort op jeugdzorg in 2025 komt daarmee uit op circa € 20 mln. De komende jaren is ook het risico op dergelijke tekorten en vanaf 2028 is het risico nog hoger door onrealistische kortingen van het Rijk waar vooralsnog geen maatregelen tegenover staan. Het Rijk en de VNG hebben gezamenlijk vastgesteld dat de kosten voor jeugdzorg te hoog zijn en de afgelopen jaren te hard zijn gestegen. Daarom is een Hervormingsagenda vastgesteld, waarin is afgesproken om verschillende maatregelen te nemen waardoor de vraag naar Jeugdzorg wordt beperkt en de kosten afnemen. Den Haag zet zich in om de kwaliteit van de zorg te waarborgen en te innoveren, de beschikbare middelen efficiënt in te zetten (kostenbeheersing) en sturing op de jeugdhulp te versterken. Hiervoor wordt het actieplan “Grip en zicht op kosten Jeugdhulp” (RIS318284) uitgevoerd. Als onderdeel hiervan is in 2024 het Haags Toekomst Perspectief (HTP) ingevoerd. Daarbij heeft de gemeente de lokaal ingekochte zorg aanbesteed op basis
Bedragen in € mln. € 300 € 250 € 200 € 150 € 100 € 50 €0 2015
2016
2017
2018
2019
2020
Realisatie
van populatiebekostiging. Per 2028 wordt ook de regionaal ingekochte zorg opnieuw aanbesteed, waarbij onder andere ingezet zal worden op kostenbeheersing (RIS322101).
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Begroting
Risico: Minder BBP-groei
In de praktijk voert het Rijk nog niet alle maatregelen uit. Daardoor is de verwachte afname van de kosten nog niet voldoende zichtbaar en ontstaan jaarlijks tekorten.
Het accres over het gemeentefonds wordt elk jaar, voor het lopende jaar, in de meicircu-
Den Haag heeft van het Rijk een tegemoetkoming voor de tekorten van 2023 en 2024
laire vastgesteld. Twee keer per jaar maakt het Rijk ook een schatting voor de meerjarige
(€ 23,6 mln.) en extra structurele middelen (€ 13,4 mln.) ontvangen. Toch is het budget dat
ontwikkeling van het accres. Deze schatting is gebaseerd op de CPB-ramingen van de
Den Haag van het Rijk ontvangt om de taken rond jeugdzorg uit te voeren nog te laag en
ontwikkeling van het BBP, zoals toegelicht aan het begin van dit hoofdstuk.
blijven er tekorten ontstaan, die Den Haag met algemene middelen moet oplossen. In de meest recente raming van het CPB (septembercirculaire) is het accres lager dan in Voor 2026 en 2027 heeft het Rijk extra geld toegezegd vanwege het vertragen van de
de raming die daaraan voorafging (meicirculaire). Het effect hiervan loopt op van € 3 mln.
maatregelen uit de Hervormingsagenda. Het gaat om € 16,1 mln. voor 2026 en € 14,5 mln.
in 2026 naar € 13 mln. in 2030. Over een half jaar maakt het CPB een nieuwe raming
voor 2027. Vanaf 2028 zijn echter aanvullende besparingen aangekondigd door het Rijk,
voor de BBP-ontwikkeling. Dan wordt het accres voor 2026 definitief. Die raming wordt
oplopend tot ongeveer € 27,2 mln. De uitwerking en onderbouwing van deze besparingen
verwerkt in de meicirculaire en vormt de basis voor de Haagse begroting. De bijstelling
is op dit moment onvoldoende duidelijk. Hier is dus sprake van een groot financieel risico
uit de septembercirculaire is nu dus geen direct nadeel voor de gemeentebegroting. Maar
voor de gemeente. Het Rijk heeft met de VNG afgesproken dat de commissie Van Ark
als de raming van de BBP-ontwikkeling over een half jaar in lijn is met de raming uit deze
begin 2027 een tweede advies uitbrengt over het financieel kader vanaf 2028.
circulaire en er geen andere voordelen tegenover staan, dan is dit wel het geval.
Onderstaande grafiek laat zien hoe de zorgkosten de afgelopen jaren zijn toegenomen. Van € 137 mln. in 2015 naar € 281 mln. in 2025. Deze stijging wordt voor een deel
Bijstandsuitkeringen: BUIG
verklaard door loon- en prijsstijgingen (die niet volledig worden gecompenseerd door het Rijk). Daarnaast is het gebruik van de jeugdzorg toegenomen. De komende jaren daalt het
De Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen (BUIG) is het geld dat gemeenten van
budget voor jeugdzorg van € 281 mln. naar € 211 mln. Dit betekent dat het budget met
het Rijk krijgen voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Het gaat om uitke-
€ 70 mln. afneemt als er naar aanleiding van de Commissie van Ark geen extra middelen
ringen op grond van de Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ 2004 (levensonderhoud voor
voor jeugdzorg bijkomen. Als het Rijk niet met scherpe maatregelen komt, zoals het
startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie.
69
70
< INHOUD
Staat van de financiën
Het financiële resultaat op de BUIG voor Den Haag hangt af van drie zaken:
Samenvatting hoofdstuk 4
• De totale hoogte van het landelijke budget.
Het gemeentefonds is de belangrijkste bron van inkomsten voor gemeenten. De hoogte van het
• Het deel dat Den Haag hiervan krijgt.
gemeentefonds beweegt mee met de omvang van de Nederlandse economie (het BBP). Op basis
• De werkelijke kosten van de bijstand in Den Haag.
van een verdeelmodel wordt het totale gemeentefonds verdeeld over alle gemeenten. Met de trend-voor-trend-systematiek verdeelt Den Haag de middelen voor de loon- en prijsont-
Het landelijke budget (het macrobudget) wordt door het Rijk vastgesteld. Dit gebeurt op
wikkeling (inflatie) die we ontvangen van het Rijk en over onze eigen inkomsten (die jaarlijks met
basis van eerdere ontwikkelingen in de bijstand en de stand van de economie. Het budget
hetzelfde percentage verhoogd worden) één op één door naar de programma’s.
wordt ieder jaar eind september definitief vastgesteld.
Het structurele vooruitzicht van de gemeentefondsuitkering is vooralsnog nadelig als gevolg van diverse omvangrijke risico’s met betrekking tot het gemeentefonds:
Het Rijk verdeelt het landelijke budget over de gemeenten via een verdeelmodel.
• Het structurele vooruitzicht van de gemeentefondsuitkering is vooralsnog nadelig door de
Dit model kijkt naar objectieve kenmerken, zoals sociaaleconomische omstandigheden
voorgenomen actualisatie van het verdeelmodel van het gemeentefonds vanaf 2027. Dit kan
en eerdere bijstandscijfers. Den Haag krijgt met dit verdeelmodel een kleiner deel van
grote nadelige financiële effecten hebben voor Den Haag. Voor de lange termijn loopt het
het budget dan het aandeel dat de stad heeft in het totale aantal mensen met een
risico op tot € 88 mln. structureel. Voor de periode tot en met 2030 gaat het om een risico van
bijstandsuitkering.
structureel € 34 mln. • Op basis van de raming van de Miljoennota is de verwachting dat het gemeentefonds
Den Haag probeert de kosten voor de bijstand zo laag mogelijk te krijgen. Om dit te
structureel met € 13 mln. afneemt als gevolg van een lagere BBP-groei. In mei wordt deze
bereiken zet Den Haag in op het voorkomen van instroom in de bijstand, handhaving
raming nog geactualiseerd.
en het begeleiden van mensen naar werk of opleiding. De afgelopen jaren is het aantal bijstandsuitkeringen in Den Haag hierdoor sneller dan gemiddeld in Nederland gedaald.
• Het budget voor jeugdzorg zal de komende jaren met € 70 mln. afnemen als het Rijk niet met extra middelen over de brug komt.
Per saldo heeft Den Haag een structureel tekort op de BUIG. In de begroting is rekening
Naast deze omvangrijke risico’s lopen er over diverse onderwerpen discussies met het Rijk over
gehouden met een structureel tekort van € 16 mln. Dit betekent dat Den Haag in de
de balans tussen taken en middelen. Daarnaast zijn er jaarlijks bij de begrotingsvoorbereiding
begroting jaarlijks € 16 mln. aan eigen middelen inzet, omdat we onvoldoende middelen
diverse budgettaire knelpunten die om besluitvorming vragen.
van het Rijk krijgen voor de bijstandsuitkeringen. In het (landelijke) coalitieakkoord 20262030 ‘Aan de slag’, dat D66, VVD en CDA op 30 januari 2026 gepresenteerd hebben, is het voornemen aangekondigd om het recht op WW in te korten van twee naar één jaar en om de status van Oekraïense vluchtelingen aan te passen. Deze ontwikkelingen zouden kunnen leiden tot een stijging van het beroep op de bijstand. Het is nog niet duidelijk of het budget voor de BUIG hiervoor (voldoende) aangepast wordt. Vanwege de tekorten heeft Den Haag in het verleden bij de rechter bezwaar gemaakt en is Den Haag meerdere keren in beroep gegaan tegen besluiten van het Rijk over de financiering van de BUIG. Zolang het Rijk geen passende financiering biedt, blijft de gemeente deze juridische stappen zetten.
71
72
< INHOUD
Staat van de financiën
5 Epiloog Met deze Staat van Financiën is een toelichting gegeven op de opbouw van de gemeentebegroting, de financiële spelregels en belangrijke actuele financiële ontwikkelingen. Dit geeft inzicht in de gemeentelijke financiën. Het is geen nota die voorbereidt op het sluitend krijgen en houden van de begroting zelf. De Staat van Financiën laat zien dat de gemeente een goede uitgangspositie heeft: • De begroting is sluitend (inkomsten en uitgaven zijn in balans). • De lokale lasten voor inwoners zijn lager dan gemiddeld in Nederland. • Er is genoeg geld in de algemene reserve om risico’s op te vangen. • De gemeente heeft in vergelijking met andere gemeenten weinig schuld. • De verhouding tussen het eigen vermogen en de totale bezittingen (solvabiliteit) neemt de komende jaren af door de inzet van de reserves, maar blijft boven de signaleringswaarde van de VNG van 20%. Toch maakt deze Staat duidelijk dat financiële stabiliteit geen vanzelfsprekendheid is. Het structurele vooruitzicht van de gemeentefondsuitkering is vooralsnog nadelig als gevolg van diverse omvangrijke risico’s met betrekking tot het gemeentefonds. Deze risico's vragen om lastige keuzes. • Het structurele vooruitzicht van de gemeentefondsuitkering is vooralsnog nadelig door de voorgenomen actualisatie van het verdeelmodel van het gemeentefonds vanaf 2027.
Dit kan grote nadelige financiële effecten hebben voor Den Haag. Voor de lange termijn loopt het risico op tot € 88 mln. structureel. Voor de periode tot en met 2030 gaat het om een risico van structureel € 34 mln. • Op basis van de raming van de Miljoennota is de verwachting dat het gemeentefonds structureel met € 13 mln. afneemt als gevolg van een lagere BBP-groei. In mei wordt deze raming nog geactualiseerd. • Het budget voor jeugdzorg zal de komende jaren met € 70 mln. afnemen als het Rijk niet met extra middelen over de brug komt. Deze risico’s zullen naar verwachting de komende periode om moeilijke keuzes vragen. Met de brede heroverweging heeft de raad een document dat hierbij kan helpen.
73
5
74
< INHOUD
Tot slot zijn er de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om het financieel beleid en beheer te versterken: • De begrotingsregels en spelregels voor het cofinancieringsfonds zijn vastgesteld;
Staat van de financiën
Bijlage 1 De tien begrotingsregels van de gemeente den Haag
• De P&C-cyclus is transparanter geworden; • Het inzicht in investeringen is vergroot; • De interne financiële beheersingsprocessen zijn verder versterkt. Deze stappen dragen bij aan een gezonde financiële huishouding die de raad in staat stelt
1 Het gehele college is verantwoordelijk voor de tijdige totstand-
om te sturen en te controleren. Goed financieel bestuur is een gezamenlijke opgave van
koming van de begroting, de uitvoering van de door de raad vast-
raad en college, waarin duidelijke kaders en transparante informatie onmisbaar zijn. Door
gestelde begroting en de verantwoording over de besteding van de
inzicht in deze aspecten draagt de Staat van financiën hier aan bij.
ingezette middelen. De collegeleden passen het principe van programmasturing toe bij het uitvoeren van de vastgestelde begroting (zie toelichting bij uitgangspunt 8). De wethouder Financiën ziet toe op naleving van de van toepassing zijnde spelregels die zijn vastgelegd in de Verordening financieel beheer en beleid.
2 De begroting moet voor ieder begrotingsjaar structureel en reëel in evenwicht zijn. Het college beoogt met dit uitgangspunt dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. In de Gemeentewet is opgenomen dat de raad erop toeziet dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. In het BBV is opgenomen dat de begroting een meerjarenraming bevat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar waarin onder andere een raming van de financiële gevolgen is opgenomen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma’s is opgenomen. Ook in de Verordening financieel beheer en beleid (art. 5:1) is vastgelegd dat de begroting jaarlijks structureel moet sluiten. Dit betekent dat het college ervoor zorgt dat structurele lasten zo veel als mogelijk met structurele baten worden gedekt, dus in alle jaren die in de begroting en meerjarenraming zijn opgenomen. Reëel betekent dat verwachte inkomsten en uitgaven worden geëxtrapoleerd, op basis van ervaringsgegevens en rekening houdend met ontwikkelingen in de stad, en dus realistisch zijn. Hierbij wordt verondersteld dat structurele beleidsmaatregelen na de huidige coalitieperiode doorlopen en daarom van structurele dekking moeten worden voorzien. Besluitvorming over de dekking van het beleid wordt niet overgelaten aan een volgend college.
75
76
< INHOUD
Staat van de financiën
3 We passen het voorzichtigheidsprincipe toe.
over geld. Bovendien creëert dit ene moment genoeg tijd om na
Het college beoogt met dit uitgangspunt zorg te dragen dat even-
te denken hoe het gemeenschapsgeld zo verstandig mogelijk
tuele nadelen direct worden ingeboekt wanneer ze bekend zijn
uitgegeven kan worden. De Verordening financieel beheer en
en meevallers pas worden ingeboekt wanneer ze gerealiseerd zijn.
beleid (art. 3:2/3:3) beschrijft het integrale afwegingsproces
Op deze manier voorkomen we dat we risico’s vooruitschuiven
van Voorjaarsnota tot en met Begroting en dat er één aanbie-
en nieuwe risico’s creëren door nieuwe verplichtingen aan te
dingsmoment is aan de raad. Het college wil dit uitgangspunt
gaan zonder zekere financiële dekking. Dit uitgangspunt staat
bestendigen door duidelijker te beschrijven dat afweging door
reeds beschreven in de Verordening financieel beheer en beleid
het college over nieuw beleid jaarlijks integraal plaatsvindt op
(art. 3:2). Het voorzichtigheidsbeginsel betekent dat wanneer
één moment. Dit laat onverlet dat majeure (autonome) ontwik-
zich in het lopende jaar tegenvallers voordoen, deze in hetzelfde
kelingen impact kunnen hebben op de stad en hierover noodza-
jaar worden opgelost in de begroting. Meevallers worden pas
kelijkerwijs tussentijdse besluitvorming nodig is over mogelijke
ingeboekt als deze zeker zijn.
financiële consequenties.
4 Bezuinigingen worden concreet en direct ingeboekt in de begroting
6 Er kunnen geen verplichtingen worden aangaan zonder financiële
wanneer besluitvorming hierover heeft plaatsgevonden.
dekking.
Het college beoogt met dit uitgangspunt dat besparingsmaatre-
Dit uitgangspunt betekent dat geen toezeggingen of intentiever-
gelen niet worden doorgeschoven maar direct van een uitwerking
klaringen met financiële consequenties kunnen worden gedaan
worden voorzien en uiterlijk bij het volgende besluitvormings-
zonder een volledig sluitend dekkingsvoorstel (collegebesluit).
moment over de meerjarenbegroting concreet worden ingeboekt.
Het college beoogt met dit uitganspunt dat er geen voorstellen
Dat betekent dat op dat moment duidelijk moet zijn welke
kunnen worden gedaan waarbij de financiële consequenties
begrotingsposten verlaagd of geschrapt worden en met welke
worden doorgeschoven naar een later moment of worden over-
inhoudelijke maatregel de bezuiniging gerealiseerd zal worden.
gelaten aan een toekomstig college. Voor raadsamendementen
Dit uitgangspunt staat nog niet beschreven in de Verordening
en raadsmoties betekent dit dat de financiële consequenties
financieel beheer en beleid. Het principe wordt al wel toegepast
en/of dekking duidelijk dienen te zijn. Het college wil hieraan
via van het voorzichtigheidsbeginsel (art 3:2) en de regel dat de
toevoegen dat het college erop toeziet dat er namens de
gemeente jaarlijks een sluitende begroting heeft (art. 5:1).
gemeente geen financiële intentieverklaringen, toezeggingen of verplichtingen worden aangegaan zonder financiële dekking. Dit om te voorkomen dat een volgend college en een volgende
5 Het college besluit (in beginsel) één keer per jaar over financiële
raad worden geconfronteerd met een dekkingsvraagstuk.
wensen voor nieuw beleid of beleidsintensiveringen. Dit is tijdens de begrotingsvoorbereiding. Besluitvorming over financiële wensen voor nieuw beleid vindt alleen plaats als deze wensen integraal
7 Inzet van middelen uit de algemene reserve kan pas plaatsvinden
tegen elkaar afgewogen kunnen worden met inachtneming van de
na integrale afweging en alleen voor het meerdere boven de norm
beschikbare financiële ruimte.
van het weerstandsvermogen.
Het college beoogt met dit uitgangspunt rust en voorspel-
Het college beoogt met dit uitgangspunt om binnen de huidige
baarheid te brengen in de begrotingscyclus door één keer per
collegeperiode tot een norm voor het weerstandsvermogen
jaar, met inachtneming van de beschikbare ruimte, integraal
te komen en deze norm te handhaven. Het doel van dit
te besluiten over de inzet beschikbare middelen voor nieuw
uitgangspunt is zorg te dragen dat incidentele inzet van de
beleid of het intensiveren van bestaand beleid. Door de keuzes
algemene reserve pas kan plaatsvinden na integrale afweging en
tussen politieke wensen en de bijbehorende kosten op één vast
alleen voor het meerdere boven de norm van het weerstandsver-
moment te nemen, voorkomt het college continue discussies
mogen. Het college wil voorkomen dat de algemene reserve wordt
77
78
< INHOUD
Staat van de financiën
aangewend voor beleidsintensivering in plaats voor calamiteiten.
is het ramen van lasten en baten reeds uitgewerkt in artikel 5:14.
In de Verordening financieel beheer en beleid gaat artikel 4:2 over
Het college wil bij de realisatie hiervan beter kunnen handhaven
het weerstandvermogen. In de kadernota Weerstandsvermogen
en toepassen bij programmasturing.
is dit verder uitgewerkt. 10 Exploitatiebudgetten worden niet overgeheveld naar volgende 8 We passen het principe van programmasturing toe.
jaren, tenzij er een aantoonbare verplichting is aangegaan,
Het college beoogt met dit uitgangspunt dat ieder programma
uitvoering in het volgende jaar plaatsvindt en de programmare-
‘zijn eigen broek op moet houden’. Als uitgaven te hoog dreigen te
serve niet toereikend is om aan de verplichting te voldoen.
worden moeten portefeuillehouders van een programma op hun
Het college beoogt met dit uitgangspunt dat de program-
eigen terrein maatregelen nemen om dat te voorkomen. In de
mabegroting een realistische weergave geeft van de geraamde
Verordening financieel beheer en beleid is programmasturing
lasten, baten, dotaties en onttrekkingen aan reserves, zodat
reeds uitgewerkt in artikel 5:1. Inherent aan programmasturing
sturing hierop wordt bevorderd. Het college beoogt hiermee dat
is het toepassen van de regels van budgetdiscipline. Dit betekent
portefeuillehouders bewuster sturen op het uitvoeren van de
dat overschrijdingen op de begroting niet zijn toegestaan.
activiteiten en de bijbehorende budgetten die in de programma’s
Openeinderegelingen worden vermeden. Dreigende overschrij-
zijn opgenomen. Dit om onnodig doorschuiven en vasthouden
dingen moeten tijdig worden gesignaleerd door portefeuil-
van middelen binnen programma’s te voorkomen.
lehouders en door passende maatregelen worden voorkomen. In geval van een onvermijdbare overschrijding (tegenvaller) moet compensatie worden gevonden binnen hetzelfde beleidsprogramma in de vorm van meevallers of onderbesteding. Meevallende uitgaven kunnen ingezet worden om tegenvallende uitgaven te compenseren, maar mogen niet direct worden gebruikt voor nieuw beleid of meer bestaand beleid (intensiveren). Herbestemming van meevallers voor intensiveringen mag pas na integrale besluitvorming. In principe vindt één keer per jaar besluitvorming plaats over financiële wensen voor nieuw beleid of beleidsintensiveringen (zie uitgangspunt 5).
9 We maken onderscheid tussen lasten en baten en de afzonderlijke sturing hierop. Hiermee beoogt het college dat gestuurd wordt op de realisatie van de begrote lasten en begrote baten, in plaats van het saldo van beide. Per programma zijn er lasten en baten. Voor de lasten geldt dat de toegewezen middelen maximaal zijn, met andere woorden: tot dit bedrag mag worden uitgegeven. Voor de baten geldt dat dit de ontvangsten zijn die minimaal gerealiseerd moeten worden. Met andere woorden: dit bedrag moet minimaal worden ontvangen. In de Verordening financieel beheer en beleid
Colofon Vormgeving en productie Gemeente Den Haag Multimedia februari 2026
79