RIS324513 Bijlage Een onderzoek naar Haagse voetbalverenigingen Mulier 2024
Tekst van het document
Dit geldt vooral voor vrijwilligers die binnen verenigingen aan de slag gaan met jeugdleden en mensen met een beperking (Rotterdam Sportsupport, z.d.); ondersteuning van verenigingen bij het schrijven van een beleidsplan over een veilig sportklimaat; ‘pedagoog op de club’, waarbij verenigingen intensief worden ondersteund vanuit een stappenplan om een pedagogisch veilig klimaat te creëren op verenigingen; ondersteuning bij het opstellen van een gedragscode over het contact tussen vrijwilligers/begeleiders en jeugdleden of mensen met een beperking. De gedragscode moet volgens Sportsupport een onderdeel zijn van het aannamebeleid (idem); cursusaanbod, vooral gericht op het ontwikkelen van pedagogische en didactische vaardigheden van trainers. Net als in de gemeente Den Haag worden zij gezien als belangrijke cultuurdragers bij voetbalverenigingen. In de cursussen staan vier inzichten over trainerschap centraal. Daarnaast zijn ze gericht op leeftijdsspecifieke kenmerken van jeugd; ondersteuning bij het organiseren en uitbreiden van ouderbetrokkenheid: ouders worden in Rotterdam gezien als belangrijke cultuurdragers; begeleiding van bestuurders bij het herkennen van en omgaan met grensoverschrijdend gedrag: dat gebeurt onder meer via opleidingen die Rotterdam Sportsupport organiseert; ondersteuning bij het invoeren van VOG’s en vertrouwenscontactpersonen.
Voor deze laatstgenoemde personen zijn ook cursussen beschikbaar die Rotterdam Sportsupport organiseert. Die zijn zowel gericht op jeugd als volwassenen; zorgsignalen; ook wel ‘vroeg-signalering’ genoemd. Vrijwilligers op verenigingen zien veel kinderen. Soms ontvangen of vernemen zij signalen die erop duiden dat het in de context van kinderen niet ‘helemaal goed gaat’,
bijvoorbeeld door huiselijk geweld of kindermishandeling. Rotterdam Sportsupport biedt vrijwilligers (via pedagogisch adviseurs) de gelegenheid om die signalen te melden en staat daarover ook in contact met organisaties als de politie en Veilig Thuis. Ook biedt de organisatie de cursus ‘Signaleren kun je leren’ aan, om vrijwilligers relevante signalen sneller te laten herkennen en ze inzicht te bieden in hoe ze met die signalen om kunnen gaan. Soortgelijk beleid In het interview kwam naar voren dat vooral het aannamebeleid en de activiteit ‘zorgsignalen’ het beleid van Rotterdam Sportsupport onderscheidt van die van de gemeente Den Haag en WSDH. Voor de rest is er veel overlap te zien in de beleidsactiviteiten die in beide gemeenten worden uitgevoerd. Belangrijk om te vermelden is dat Rotterdam Sportsupport, net als WSDH, gesprekken voert met verenigingen om na te gaan hoe het aanbod aan ondersteuningsactiviteiten aansluit bij de vraag van verenigingen. Daarnaast organiseren ze gedurende het jaar bijeenkomsten om verenigingen die de ondersteuning niet of weinig gebruiken, daarmee (nader) kennis te laten maken. Kortom, in Rotterdam komt verenigingsondersteuning net als in Den Haag zowel van onderop als van bovenaf tot stand.
Verschil: ook niet of weinig vitale clubs realiseren positieve sportcultuur Eén van de veronderstellingen van de gemeente Den Haag voorafgaand aan dit onderzoek was dat Rotterdamse voetbalverenigingen vaker met een positieve sportcultuur aan de slag zijn dan Haagse. Uit het interview kwam naar voren dat er in Rotterdam naar verhouding relatief veel voetbalverenigingen aandacht hebben voor een positieve sportcultuur. Sommige verenigingen hebben de mogelijkheden om dat uit zichzelf te doen, omdat ze volgens bestuurders vitaal zijn en onder meer voldoende vrijwilligers hebben om een veilig sportklimaat te realiseren. In de gemeente Den Haag is dat niet anders. Verenigingen uit Rotterdam die niet of minder vitaal zijn (volgens Rotterdam Sportsupport), weten Rotterdam Sportsupport vaak en snel te vinden voor verenigingsondersteuning. Van daaruit zijn niet vitale of minder vitale voetbalverenigingen in Rotterdam vaker aan de slag met het realiseren van een positieve sportcultuur dan in Den Haag. Althans, dat beeld komt naar voren uit het interview met Rotterdam Sportsupport. Volgens de projectleider die we interviewden zijn hier verschillende verklaringen voor. Die komen niet voort uit de kenmerken van Rotterdamse voetbalverenigingen, maar uit hoe de verenigingsondersteuning in Rotterdam wordt georganiseerd.
Degelijk fundament Rotterdam Sportsupport is al jarenlang onbetwist partner van de gemeente Rotterdam op het gebied van verenigingsondersteuning. De organisatie hoeft niet
om de zoveel tijd aanbestedingen te doen om vanuit een subsidierelatie de uitvoering van het beleid van de gemeente Rotterdam voor hun rekening te mogen nemen. Sportsupport heeft zich voor voetbalclubs ontwikkeld tot een grote en herkenbare organisatie met ondertussen meer dan zestig medewerkers. Bovendien is Rotterdam Sportsupport al meer dan tien jaar bezig met een veilig sportklimaat. Al met al is het fundament onder de verenigingsondersteuning van Sportsupport degelijk, kwam in ons interview naar voren. De samenwerkingsrelatie wordt door de clubs én Sportsupport als positief beoordeeld. Clubs vinden Sportsupport herkenbaar en weten de organisatie snel te vinden. Vanuit die ‘herkenbaarheid’ weet Rotterdam Sportsupport ook verenigingen die niet of nauwelijks aan de slag zijn met een positieve sportcultuur, te stimuleren om dat te doen.
Hoofdstuk 5
In dit hoofdstuk beantwoorden we de hoofdvraag van het onderzoek: wat kunnen de gemeente Den Haag en WSDH doen om hun beleid voor het realiseren van een positieve sportcultuur binnen Haagse voetbalverenigingen (nog) beter aan te laten sluiten bij de (ondersteunings)behoeften van die verenigingen?
Uit dit onderzoek komt naar voren dat in Den Haag vooral de niet- of minder vitale voetbalverenigingen moeite hebben om aandacht voor een positieve sportcultuur te hebben en houden. De hoofdoorzaak daarvan is dat deze verenigingen volgens bestuurders moeite hebben om vrijwilligers te werven en behouden. We adviseren de gemeente Den Haag en WSDH om die verenigingen vooral te ondersteunen bij het ontwikkelen en uitvoeren van vrijwilligersbeleid. Voldoende vrijwilligers hebben is immers een belangrijke voorwaarde om het beoefenen van sport op een plezierige, veilige en inclusieve manier te organiseren. Dat is de kern van wat Haagse voetbalverenigingen zien als een positieve sportcultuur. Bij WSDH is vrijwilligersbeleid een specifiek ondersteuningsthema, dat geen onderdeel is van ondersteuning op het gebied van positieve sportcultuur. Tegen deze achtergrond adviseren we de gemeente en WSDH om te overdenken hoe ze ondersteuning op het gebied van vrijwilligersbeleid kunnen integreren in of gecombineerd met ondersteuning op het gebied van andere thema’s, zoals positieve sportcultuur. En vice versa. Clubs vragen bij WSDH meestal geen ondersteuning aan op het gebied van een positieve sportcultuur, maar wel op andere onderwerpen, die meer raken aan vitalisering.
Zoals ledenwerving, het verhelpen van financiële problemen, vrijwilligerswerving en -behoud en het moderniseren van accommodaties. Het is zinnig om ondersteuning op het gebied van positieve sportcultuur mee te nemen als WSDH verenigingen bij andere vraagstukken ondersteunt. Dat vraagt dat teams en experts binnen de organisatie over elkaars grenzen heen werken en niet te veel afgebakend vanuit thema’s.
In vrijwel al onze interviewgesprekken kwam naar voren dat ouders, bestuurders en trainers/coaches de belangrijke cultuurdragers zijn binnen verenigingen. Dat wil zeggen dat zij de plezierige, veilige en inclusieve sfeer die verenigingen van belang vinden, uitdragen en stimuleren. Het is tegen die achtergrond van belang voor de gemeente en WSDH om vooral in te (blijven) zetten op ouderbetrokkenheid en
clubkadercoaching. In dat laatste voorziet vooral het project ‘Pedagoog op de club’ van WSDH. Gezien hun belang als cultuurdragers, is het raadzaam om periodiek te peilen wat de behoeften en uitdagingen zijn van ouders, bestuurders en trainers/coaches die binnen clubs bezig zijn met het realiseren en borgen van een positieve sportcultuur. Zij vangen namelijk signalen over negatieve gedragingen op die niet passen binnen die cultuur. Vooral via de projecten ‘Accounthouderschap positieve sportcultuur’ en ‘Kwaliteit ondersteuningsaanbod’ (vanuit kennismakingsgesprekken) kan WSDH hier aandacht aan geven. Verder is het zinnig om verenigingen te ondersteunen bij het werven en behouden van zoveel mogelijk van de genoemde cultuurdragers. Dit raakt aan ons eerste advies over vrijwilligersbeleid. Het is van belang om clubs te ondersteunen bij het bedenken en uitvoeren van (verondersteld) effectieve strategieën om binnen clubs voldoende vrijwillige cultuurdragers op de been te brengen en houden. Voor de sportconsulenten in dienst van de gemeente en de verenigingsondersteuners in dienst van WSDH is het daarom zinnig om continu te bevragen wat het werven van vrijwilligers voor verenigingen moeilijk maakt. Vervolgens kunnen ze daar via ondersteuning gericht op inspelen.
Een van de manieren waarop Haagse voetbalverenigingen een positieve sportcultuur onder de aandacht brengen, is communiceren over de normen en waarden binnen verenigingen. Dit gebeurt op verschillende manieren (zie hoofdstuk 4). Een daarvan is het voeren van intakegesprekken. In intakegesprekken gaan kaderleden met nieuwe leden in een persoonlijk gesprek in op de normen en waarden die binnen een vereniging centraal staan. Gezien het persoonlijke karakter van de gesprekken, zijn ze een belangrijk middel om het belang van een positieve sportcultuur te benadrukken of te overdenken met (nieuwe) leden. En om vroeg op het spoor te komen dat de achtergrond van leden (die een vrijwilligersfunctie uit gaan oefenen) mogelijk niet past bij de cultuur van de vereniging. Rotterdam Sportsupport ondersteunt voetbalclubs bij dit laatste onder de noemer van ‘aannamebeleid’ (zie hoofdstuk 4). Alle bestuurders onderschreven het nut van intakegesprekken. Maar meerdere clubs hebben niet voldoende vrijwillige mankracht om deze gesprekken te voeren. Daarom is het zinnig dat de gemeente en WSDH de clubs ondersteunen met ‘tools’ om dat wel te doen. Bijvoorbeeld door mee te denken over een opzet voor het organiseren van een clubavond voor nieuwe leden waarop plenair over normen en waarden wordt gecommuniceerd. Of door video’s op te nemen gericht aan nieuwe leden van verenigingen.
Naast intake- kunnen exitgesprekken relevant zijn. Daarin bespreken vrijwilligers van verenigingen met uitstromende leden in welke mate en waarom de cultuur een uitstroomreden is. Een alternatief voor de gesprekken is het ontwikkelen van korte vragenlijsten voor uitstromende leden. Uit de exitgesprekken of vragenlijsten zijn mogelijk lessen te trekken over hoe clubs (nog) beter een positieve sportcultuur kunnen realiseren.
Haagse voetbalverenigingen kunnen van elkaar leren als het gaat om het realiseren en borgen van een positieve sportcultuur. WSDH organiseert onderling clubcontact via verenigingsbijeenkomsten. We adviseren om dat te blijven doen en dit te intensiveren waar dat kan. Voor het behouden en intensiveren van clubcontact zijn verschillende mogelijkheden. Zoals doorgaan met het organiseren van de genoemde bijeenkomsten, maar ook een online platform voor Haagse voetbalverenigingen ontwikkelen. ‘Eén-tweetje’ – het online kennisdelingsplatform van de KNVB – kan daarbij als voorbeeld dienen. Wellicht kunnen de gemeente en WSDH met de KNVB samenwerken om een omgeving voor Haagse voetbalverenigingen te realiseren binnen ‘Eén-tweetje.’ In dit rapport komt naar voren dat het bij verenigingen waar de leden overwegend een lage sociaaleconomische status hebben, lastiger is om vrijwilligers te werven en behouden. Juist die vrijwilligers zijn dus van belang om een positieve sportcultuur te realiseren. We adviseren daarom verenigingen met die signatuur bij elkaar ‘aan tafel te zetten’, omdat zij in een soortgelijke context actief zijn. WSDH kan die gesprekken regisseren. Bijvoorbeeld door een discussie tussen de clubs op gang te brengen over hoe om te gaan met problemen die indruisen tegen een positieve sportcultuur.
De gemeente en WSDH communiceren onderling veelvuldig over de cultuur binnen individuele voetbalclubs. Uit ons onderzoek komt het beeld naar voren dat de communicatie van beide organisaties met de KNVB minder structureel plaatsvindt. Bij heftige incidenten en/of een opstapeling van incidenten bij één club, treedt de KNVB automatisch in contact met de gemeente, maar dit willen alle partijen uiteraard liever voor zijn. De KNVB ontvangt informatie over de mate van sportiviteit binnen alle Haagse voetbalverenigingen. Bijvoorbeeld over stakingen, gele en rode kaarten en de mate waarin verenigingsleden wedstrijden en de teams van andere verenigingen als sportief hebben ervaren. Om het beeld van de sportcultuur binnen Haagse voetbalverenigingen (verder) te verscherpen, adviseren we de gemeente en WSDH om met de KNVB te bekijken in
hoeverre verdere informatie-uitwisseling mogelijk en relevant is. Daarmee krijgen de gemeente en WSDH waarschijnlijk ook beter zicht op de verenigingen die ze niet ondersteunen op het gebied van een positieve sportcultuur, maar waar daar wel redenen voor kunnen zijn.
Verder is het van belang om te (blijven) kijken naar hoe het trainersopleidingsaanbod van WSDH zich verhoudt tot dat van de KNVB. We adviseren WSDH om daarover in gesprek te gaan met de KNVB. De KNVB focust in opleidingsaanbod voor trainers vooral op de voetbaltechnische en -tactische ontwikkeling van trainers, terwijl de gemeente Den Haag en WSDH in ieder geval ook willen inzetten op de pedagogische en didactische ontwikkeling van trainers. Door te kijken naar hoe het opleidingsaanbod van de KNVB en WSDH beter zijn te benutten en efficiënter zijn te verbinden, kunnen Haagse trainers zich op verschillende vlakken ontwikkelen met een voor hen relatief beperkte tijdsinvestering.
Bestuurders gaven in interviews te kennen dat zij er behoefte aan hebben om van onderop een commissie ‘positieve sportcultuur Haags verenigingsvoetbal’ te realiseren. Dat wil zeggen dat een groep verenigingsbestuurders zelf nadenkt over hoe een positieve sportcultuur in het Haagse verenigingsvoetbal beter is te realiseren en te behouden, en daar (in samenspraak met de gemeente en WSDH) actie op onderneemt. We adviseren de gemeente en WSDH om die commissie in te voeren. Het is van belang dat daarin zowel vertegenwoordigers van vitale als van niet-vitale verenigingen zitten. Zo voorkom je dat alleen de vitale verenigingen plannen bedenken en die ook binnen de niet- of minder vitale verenigingen willen uitvoeren.
Bronnenlijst
Gemeente Den Haag (2023). Actieplan ‘Een positieve sportcultuur' Den Haag 2023-2025. Samen staan voor een plezierige en veilige sportomgeving! KNVB (z.d.). Wat doet de KNVB? https://www.knvb.nl/assistbestuurders/incidenten/wat-doet-de-knvb Rotterdam Sportsupport (z.d.). Veilig Sportklimaat. https://www.rotterdamsportsupport.nl/support/veilig-sportklimaat WSDH (2024). Jaarplan Positieve Sportcultuur WSDH 2024.
Rutger de Kwaasteniet r.dekwaasteniet@mulierinstituut.nl Nathan Geurink n.geurink@mulierinstituut.nl
Mulier Instituut | 2024