CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324471 Bijlage 1 Bouwenvelop Sportlaan 600 CONCEPT

Algemene Raadscommissie 8 april 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken26.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

28

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

•

bestaande bouw nauwelijks breder dan 20 meter. Dit is de benodigde maat om een goede ecologische zone in te kunnen richten. Dit betekent dat het gebied tot aan de bestaande gevellijn vrij blijft van de aanleg van particuliere tuinen, terrassen of andere vormen van verharding, met uitzondering van de aanleg van een onderhoudspad dat tevens als informeel wandelpad kan dienen. Om de ecologische zone te verbreden en de bestaande bouw van het voormalige ziekenhuis in zijn ruimtelijke werking te benadrukken, ligt de mogelijke nieuwbouw duidelijk achter de rooilijn van de bestaande bouw.

Sportlaan • Het groene karakter aan de Sportlaan wordt versterkt. Hiervoor wordt het parkeerterrein verwijderd. De groene zone langs de Sportlaan maakt functioneel geen deel uit van de ecologische verbindingszone langs de Haagse Beek. Het is hierdoor mogelijk dat de zone een meer parkachtig karakter krijgt met de focus op verblijfskwaliteit. Wel is het van belang om bij de inrichting hier zoveel mogelijk natuurwaarden na te streven. Binnenterrein • Het binnenterrein hoort bij de herontwikkeling van het voormalige ziekenhuisterrein en zal als groene ontmoetingsplek worden ingericht. De overgang openbaar/privé en eventuele erfafscheidingen worden bewust vormgegeven om het groene karakter van dit gebied te versterken. Inpassing parkeren • Parkeren dient opgelost te worden binnen de vlakken voor de nieuwbouw en wordt verdiept

•

•

aangelegd. Het parkeren wordt met een landschappelijk ingericht maaiveld overdekt. Dit maaiveld heeft een minimale gronddekking van 1.00 meter en heeft naast een goede basis voor het groen ook een belangrijke functie in het verwerken van regenwater. Het totale pakket van parkeergarage en landschappelijke laag daar bovenop komt niet hoger dan 1.50 meter boven het aansluitende maaiveld.

Sportlaan

Haagse Beek

Doorsnede bestaande bouw

PARKEREN

Sportlaan

Haagse Beek

Mogelijke doorsnede nieuwbouw BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

29

Kavelregels stap voor stap

1

bestaand ensemble tussen de Sportlaan en Segbroeklaan

5

rooilijnen oppakken

30

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

2

cultuurhistorische waardering

6

terugliggende rooilijn aan de zijde aan de Segbroeklaan

3

beeldbepalende gebouwen centraal

4

groen langs randen en op binnenterrein

7

dakopbouwen passend binnen wederopbouw

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

31

Mogelijke invulling van de kavelregels

32

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

bestaande bouw

toevoeging op bestaande bouw

nieuwbouw

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

33

5.3 Beeldkwaliteit Met het oog op de beeldkwaliteit wordt in Den Haag gewerkt met de Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025. Deze nota bundelt de Haagse criteria of uitgangspunten voor de plaatsing en het uiterlijk van bouwwerken. De Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag gebruikt de nota bij de advisering of een bouwwerk voldoet aan de uitgangspunten. Aanvullend op de nota gelden voor de herontwikkeling van het voormalige ziekenhuisterrein de hierna beschreven specifieke beeldkwaliteitsregels. Algemeen • Daar waar het gaat om stedenbouwkundige inpassing en architectonische vormtaal, materialisatie en detaillering, zijn deze toegesneden op de cultuurhistorische waarden van deze centrale plek in de wederopbouwzone en zorgen ze voor een samenhang met deze karakteristieke omgeving. • Uiteindelijk dient het samenspel van bestaande bouw en de toegevoegde nieuwbouw te resulteren in een samenhangend ensemble dat een passende en prominente plek inneemt binnen de wederopbouwstrook van Dudok. Gevels Nieuwbouw • De gevels hebben een heldere ritmiek en een orthogonale richting. De entrees worden verder architectonisch verbijzonderd. Vensters, balkons en buitenruimtes articuleren het gebouw qua geleding en zorgen voor ritme en verfijning die aansluit bij de bestaande bouw. • Het dak heeft bij voorkeur een uitkragende of anders een opstaande rand.

Dit geeft het gevel-

34

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

•

•

vlak een formele beëindiging en draagt bij aan het aan het zicht onttrekken van daktechniek vanaf de straat. Op de dakrand mogen geen hekwerken worden geplaatst. De gevels krijgen een zekere plasticiteit die voortkomt uit de structuur van het ontwerp en die teruggrijpt op de beeldtaal van de bebouwing in de omgeving. De combinatie van negges, penanten, lateien, etc. kan hieraan bijdragen. Ook het samenspel van entrees, stijgpunten, kopgevels en buitenruimtes draagt bij aan een levendig en herkenbaar gevelbeeld. Buitenruimtes in de gevel passen binnen de architectonische vormtaal van de wederopbouwzone. Dit betekent o.a. dat balkons gedeeltelijk inpandig zijn gelegen en daarmee een integraal onderdeel uitmaken van het gevelsysteem.

H-gebouw • Buitenruimtes aan de gevels van het H-vormige hoofdgebouw voegen zich op een harmonieuze wijze in het bestaande gevelsysteem en doen geen afbreuk aan de horizontale uitstraling van de gevel en de seriematige bouwwijze. De bestaande gevelindeling blijft afleesbaar doordat maximaal 25% van de gevel hiervoor gebruikt kan worden en dat buitenruimtes altijd in een herkenbaar patroon en onder elkaar worden toegevoegd. Ook worden buitenruimtes van verschillende woningen niet aan elkaar gekoppeld. • Aan de hoge kopse kanten van het voormalige Beddenhuis moeten de gevels worden aangeheeld (sloop mortuarium en lift). In het oorspronkelijke ontwerp kenden deze gevels een robuuste, verticale geleding. Een wijziging waardoor de oorspronkelijke sterk verticale geleding weer tot zijn recht komt is wenselijk.

Zusterhuis • Bij de gevel aan de Sportlaan van het voormalige Zusterhuis domineert de verticale geleding de uitstraling door middel van het hoge betonnen kader. Toevoegingen of wijzigingen aan deze gevel dienen aan te sluiten bij deze geleding. De bestaande gevelindeling blijft afleesbaar doordat maximaal 25% van de gevel voor buitenruimtes gebruikt kan worden en dat deze buitenruimtes altijd in een herkenbaar patroon en onder elkaar worden toegevoegd. Ook worden buitenruimtes van verschillende woningen niet aan elkaar gekoppeld. Dakopbouwen In de huidige Welstandsnota, dan wel de nieuwe Nota Omgevingskwaliteit, zijn criteria opgenomen ten aanzien van dakopbouwen. Aanvullend op deze criteria zijn hieronder nog enkele specifieke criteria in relatie tot de herontwikkeling van de Sportlaan 600 opgenomen. • Dakopbouwen zijn alzijdig ontworpen. • Voor het toevoegen van dakopbouwen geldt dat deze in schaal, geleding, materialisatie en detaillering nadrukkelijk voortbouwen op het ondergelegen bouwdeel, zowel bij de bestaande bouw als bij de nieuwbouw. • Eventuele buitenruimtes in de setback langs de dakopbouw dienen ‘verborgen’ te worden achter een passend vormgegeven beëindiging van de dakrand, zodat er geen hekwerken in het zicht komen. • Daktechniek dient aan het zicht te worden onttrokken.

Architectuur wederopbouwzone in de directe omgeving dient als inspiratie voor de nieuwbouw

• •

Lichte gevelmaterialen, verbijzonderingen aan balkons, heldere gevelindeling, setbacks, verbijzondering aan dakranden en entrees zijn kenmerkende elementen De overgang van openbaar naar privégebied is bewust vormgegeven

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

35

Toevoegingen aan de gevel Materialisatie en kleurstelling • De nieuwbouw voegt zich qua materialisatie harmonieus in de wederopbouwzone. Een bindend element in de wederopbouwzone is de toepassing van een zandkleurige baksteen in combinatie met betonnen kaders. Baksteen en beton zijn dan ook voor de nieuwbouw geschikt als basismaterialen, maar met het oog op duurzaamheid zijn ook andere, meer circulaire materialen denkbaar, zoals houtbouw. • Belangrijk is een natuurlijke uitstraling en een harmonieuze kleurstelling. Felle kleuren en contrasten zijn ongewenst. • De gekozen materialen moeten mooi kunnen verouderen. Vervuiling mag geen storende lekstrepen veroorzaken en verkleuringen moeten gelijkmatig over het gehele gevelvlak optreden. Detaillering • De gebouwen in de wederopbouwzone kennen per cluster een fraaie samenhang door de toepassing van verfijnde gevelelementen zoals bijzonder vormgegeven hekwerken, dakranden en entreepartijen. De nieuwbouw is duidelijk familie van elkaar. Een orthogonale geleding, robuuste hoofdvorm en verfijnde detaillering zorgen voor samenhang onderling en ook binnen het totale ensemble. Als inspiratiebron kan de bebouwing in de wederopbouwzone dienen (zie pagina hiervoor).

36

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

KOW, Groot Hertogin, Kantoor Aramco door J.W. Janzen © Bas Gijselhart • • •

Buitenruimtes beslaan maximaal 25% van de gevel Buitenruimtes onder elkaar geplaatst in een herkenbaar patroon Buitenruimtes van verschillende woningen niet aan elkaar gekoppeld

Dakopbouwen bij de bestaande bouw

Zusterhuis: een dakopbouw als setback kan de latere opbouw vervangen

Beddenhuis: een dakopbouw kan de latere opbouw vervangen

Polikliniek: een dakopbouw is voorstelbaar mits deze voortbouwt op de bestaande onderbouw en de monumentale entreepartij BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

37

Buitenruimte De buitenruimte bestaat uit twee gedeeltes. Enerzijds de ecologische zone langs de Segbroeklaan (Haagse Beek) die door de gemeente heringericht wordt. Anderzijds het deel dat binnen de herontwikkeling van het voormalige ziekenhuisterrein valt, namelijk de strook langs de Sportlaan en het binnenterrein tussen de te ontwikkelen bestaande gebouwen en de nieuwbouw in. • Voor het deel dat binnen de herontwikkeling van het voormalige ziekenhuisterrein valt (Sportlaan en binnenterrein) dient een integraal landschapsontwerp gemaakt. Hierin wordt het groene karakter van het gebied benadrukt, wordt aandacht besteed aan de overgangen tussen publiek, collectief en privé-groen en worden hoogteverschillen landschappelijk opgelost. • Eventuele te kappen bomen binnen de plangrens van de ontwikkeling dienen binnen de ontwikkeling gecompenseerd te worden. • Om de openbare ruimte te ontlasten wordt de inzameling en opslag van afval op eigen terrein en inpandig opgelost. Ecologische zone - Haagse Beek De groene zone langs de Haagse Beek loopt door tot aan de gevel van de bebouwing en wordt door de gemeente als ecologische zone ingericht. Zie voor de inrichting van deze zone Bijlage D. Inrichtingsplan Ecologische zone Haagse Beek. Sportlaan Aan de Sportlaan ontstaat (na verwijdering van het parkeerterrein) veel ruimte voor vergroening.

• De inrichting van deze nieuwe groene ruimte dient enerzijds aan te sluiten bij de karakteristieken van de wederopbouwzone. Hierin is van

38

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

•

•

belang dat het een herkenbare plek is in relatie tot de verschillende ruimtes langs de Sportlaan en dat het zich op een logische wijze hecht aan deze straat. Anderzijds dient het zich te verhouden tot de monumentaliteit van het nieuwe ensemble van de bestaande bouw en nieuwbouw. Aanhechting aan de monumentale entreepartij, routes/ ontsluiting, beplanting, adressering en het al dan niet integreren van de oprijlaan spelen hier een belangrijke rol in. De inrichting van openbare ruimte moet voldoen aan het Handboek Openbare Ruimte.

Binnenterrein Het binnenterrein krijgt de functie van buitenruimte voor de toekomstige bewoners en daarmee een collectief karakter. Het bestaat uit de binnenruimtes tussen het H-gebouw en de te vergroenen ruimtes boven op de parkeergarages tussen de nieuwbouw in. • Voor een onderscheid met het omliggende publieke groen kan een af te sluiten (bijvoorbeeld tussen zonsondergang en zonsopkomst) erfafscheiding worden gerealiseerd. Deze dient een integraal onderdeel te zijn van het landschapsontwerp. • De privacy van de woningen en de vormgeving van terrassen en erfafscheidingen zijn van belang voor de samenhang en de uitstraling van het binnenterrein. • De gebouwde parkeervoorziening wordt verdiept aangelegd. De parkeervoorzieningen, architectuur en terreininrichting kennen een samenhangende vormgeving. Ook de inritten worden ten aanzien van detaillering en materialisatie op het architectonische ensemble afgestemd of landschappelijk ingepast wanneer

•

deze niet binnen een bouwvolume worden gerealiseerd. Het dak van de parkeergarage wordt als groene ontmoetingsplek aangelegd. Bergingen en fietsenstallingen worden in de bebouwing geïntegreerd. Dat kan deels in de bestaande bouw in kelders of souterrains, of in de nieuwbouw. Er komen geen vrijstaande bergingen of fietsenstallingen op het terrein.

Groene inrichting boven parkeergarage

Sant en Co, Overhoeks blok4, Amsterdam

Flux, Laurierkwartier, Utrecht

Flux, Oostenburg, Amsterdam BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

39

5.4 Mobiliteit •

•

•

•

•

40

Het is verplicht om het parkeren geheel op eigen terrein op te lossen. Voor het bepalen van de parkeerbehoefte gelden de gemeentelijke (fiets)parkeernormen als toetsingskader (RIS 319497 en RIS 294386). Binnen de parkeerregeling zijn diverse clausules opgenomen die een mogelijke korting bieden op de parkeereis. Het parkeren op deze locatie moet verdiept worden opgelost. De ruimte die hiervoor beschikbaar is ligt binnen de bouwvlakken voor de nieuwbouw. Voor de stalling van fietsen is hiernaast ook ruimte beschikbaar in de souterrains en/of kelders van de te behouden bebouwing. Bij realisatie van de parkeeropgave dient zowel voor de fiets als voor het autoverkeer rekening gehouden te worden met de toenemende elektrische infrastructuur. Het is aan de aanvrager hier het terrein op in te richten en het mogelijk te maken dit uit te breiden wanneer de toekomstige vraag hiernaar toeneemt. Met de planontwikkeling dient de ontwikkelaar in te spelen op de mobiliteitstransitie. Zo dient wandelen, fietsen en het gebruik van openbaar vervoer gestimuleerd te worden en kan er bijvoorbeeld een korting worden gegeven op de parkeereis wanneer er bruikbare (deel)mobiliteitsalternatieven worden aangeboden. Het is aan de ontwikkelaar deze opties in beeld te brengen, te onderbouwen en te verwerken in het plan.

Ook is het aan de ontwikkelaar de ontsluiting van het terrein zo te reguleren dat autoverkeer gestimuleerd wordt gebruik te maken van de stedelijke hoofdwegen zoals de Segbroeklaan en de wijkontsluitingswegen zoals de Goudenregenstraat, zonder dat het autoverkeer gaat

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

•

•

dwalen door de achterliggende wijk. Daarom komen de inritten voor de verdiepte parkeervoorziening aan de Rode Kruislaan en aan de Fahrenheitstraat te liggen. Entrees voor de woningen en het fietsparkeren zijn vanaf de Sportlaan, de Rode Kruislaan en de Fahrenheitstraat mogelijk. Parkeervoorzieningen voor fietsen zijn comfortabel bereikbaar. Er dient binnen het plan aandacht besteed te worden aan de verschillende vormen van stedelijke logistiek. Hierbij valt te denken aan locaties waar pakketdiensten, afvalinzamelingsbedrijven en andere vormen van laden en lossen een veilige en beheersbare plek krijgen.

5.5 Duurzaamheid en milieuaspecten Op gebouw- en gebiedsniveau zullen duurzame maatregelen getroffen moeten worden om aan te sluiten bij de ambitie van een klimaatneutrale stad in 2040. De gemeente en initiatiefnemer stellen aan de ontwikkeling hoge duurzaamheidsambities. In deze paragraaf worden de verschillende randvoorwaarden beschreven ten aanzien van duurzaamheid. De beschrijving is in lijn met de thema’s uit de Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen Den Haag 2025-2035 (RIS 321843), de Nota Duurzaamheid ‘Schone energie in een groene stad’ (RIS301829) en de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig (RIS308745).

Algemeen De gemeente en initiatiefnemer streven ernaar om bij de ontwikkeling aan hoge duurzaamheidsambities te voldoen. In de BOPA-aanvraag wordt een volledig ingevulde en gemotiveerde duurzaamheidsparagraaf opgenomen waaraan het bouwplan moet voldoen.

Duurzaam bouwen De Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen Den Haag 2025-2035 (RIS 321843) legt de gemeentelijke duurzaamheidsambities vast voor nieuwbouw, transformaties en grote renovatieprojecten, en dan met name voor de thema’s: beperking van CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van materialen, natuurinclusiviteit, klimaatadaptatie en beperking van de NOx-en fijnstofuitstoot tijdens de bouwfase. • De ambitie is om ‘Paris Proof’ te bouwen. Hiermee wordt er ingespannen om binnen het CO2budget van het Parijse Klimaatakkoord te bouwen. • Het puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen: het behouden en versterken van biodiversiteit en groen in combinatie met het hoofd kunnen bieden aan weersextremen. • Zoveel mogelijk inzet op schoon en emissieloos bouwen: schonere lucht en minder stikstofdepositie op Natura 2000. Er wordt ingezet op een sterkere afname van emissies van NOx, fijnstof en CO2 als gevolg van het gebruik van mobiele werktuigen dan als gesteld in het reductiepad uit de landelijke Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen. Energie Ambities op het gebied van de energiezuinigheid van gebouwen zijn geborgd met de landelijke BENG-normen (Bijna Energieneutraal Gebouwen), de Transitievisie Warmte (RIS313867) en de Woonvisie (RIS319812).

Voor het energieconcept dient te worden aangesloten bij het Stedelijk Energieplan (RIS306869) en de Transitievisie Warmte. Het volgende is daarbij van belang.

•

•

•

Nieuwbouw en verbouw heeft een goede isolatie waardoor deze met een lage temperatuur verwarmingssysteem (LTW), zoals vloer- en wandverwarming, worden verwarmd en een zo hoog mogelijke vraagbeperking (label A). Uitgangspunt is dat hierbij optimaal gebruik wordt gemaakt van aanwezig lokale hernieuwbare energiebronnen als bodemenergie (WKO) en aquathermie. Buitengevelisolatie is niet toegestaan bij transformatie van de bestaande bouw. Nieuwbouw krijgt in principe geen aansluiting op het stadswarmtenet. Duurzame stadswarmte is schaars en in Den Haag wordt die gebruikt voor het verwarmen van oude niet goed te isoleren huizen. Op deze manier zorgt de gemeente ervoor dat de hele stad de overstap naar schone energie kan maken. Platte daken op de locatie dienen optimaal gebruikt te worden voor energievoorziening (elektriciteit, warm water) in combinatie met groene, blauwe en/of witte daken.

Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen Het college van B&W wil groen- en natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen. Het levert een bijdrage aan de instandhouding van soorten, aan de klimaatopgave door vermindering van hittestress en wateroverlast, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend aan het welzijn en de gezondheid van mensen. Voor deze herontwikkeling geldt het gecombineerde puntensysteem Natuurinclusief en Klimaatdaptief bouwen (als onderdeel van de Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen Den Haag 2025-2035 RIS321843). Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning dient het ingevulde plantoetsingskader en pun-

tensysteem te worden bijgevoegd. Hiermee wordt aangetoond dat er aan de doelstellingen voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen wordt voldaan door het nemen van voldoende, klimaat en ecologisch waardevolle maatregelen. Het Puntensysteem is niet van toepassing op het areaal van de ecologische verbindingszone. Van belang is wel dat de waarde en kwaliteit van de buitenruimte rondom de bebouwing aansluit op de deels nog ecologisch in te richten ecologische verbindingszone. Extreme neerslag Voor nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen geldt het volgende. • Bij nieuwbouw geldt de eis dat er 50mm van een korte hevige bui van 70mm in 1 uur, op privaat terrein tijdelijk kan worden opgevangen en dat na minimaal 24 en maximaal 48 uur de bergingscapaciteit weer beschikbaar is. • Bij nieuwe ontwikkelingen is de ambitie dat er waterrobuust wordt gebouwd: een waterrobuust ontwerp op het niveau van het gebouw voorkomt/beperkt waterschade bij extreme neerslag (bijvoorbeeld geen vitale of kwetsbare functies in kelders). We wijzen ontwikkelende partijen in de stad op de uitgevoerde stresstesten, zodat ze zelf aanvullende maatregelen kunnen nemen (om bijvoorbeeld schade bij een nog extreem heviger bui van 100mm/2 uur te voorkomen).

• Via de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om voor 2050 de bekende knelpunten in de openbare ruimte bij een bui van 70mm te verhelpen.

Kaart hittestress

Kaart extreme neerslag BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

41

Hitte Als algemene ambitie streeft de gemeente ernaar dat Den Haag in 2050 beter bestand is tegen hitte en dat: • de openbare ruimte en gebouwen hittebestendiger, en in samenhang groener en met een mix van schaduw en zon worden ontworpen, zodat een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving ontstaat; • de gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind via voorlichting en meer koele plekken; • vitale infrastructuur en hulpvoorzieningen blijven functioneren. Voor nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen geldt daarnaast: • dat bij nieuwbouw het de ambitie is dat hitterobuust wordt gebouwd: Maak zon georiënteerde gevels warmtewerend en/of groen en voorkom dat koelsystemen de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving opwarmen. Zorg daarbij voor hittebestendige hoofdinfrastructuur en andere nutsvoorzieningen, zoals waterleidingen, elektriciteit etc; • dat het de ambitie is om 40% van de buitenruimte in te richten middels groen, warmtewerende materialen en/of water; bij verblijfsplekken wordt een zon/schaduwverhouding van 50% - 50% op de hoogste stand van de zon op 21 juni om 12.00 uur gehanteerd. Droogte Als algemene ambitie streeft de gemeente ernaar dat droogte in 2050: • wordt beperkt door maximale sponswerking in de stad via oplossingen in groen en bodembuffers en door wateraanvoer via het (stedelijke/

42

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

•

regionale) oppervlaktewatersysteem; niet mag leiden tot onomkeerbare schade aan kwetsbare gebouwen, infrastructuur, groen en ecologische waarden.

Voor nieuwe ontwikkelingen/herinrichtingen geldt daarnaast: • dat in het plangebied het de ambitie is om 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag te infiltreren en/of te hergebruiken; • dat bij herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad de gemeente maatregelen treft om de gevolgen van droogte structureel te beperken. Als groene maatregel moet aansluiting worden gezocht bij andere thema’s, zoals het toevoegen van bomen en struiken voor schaduw en verkoeling ook passend bij de natuurwaarden van de ecologische verbindingszone, groene daken combineren met PV-panelen, etc. Daarnaast dienen de punten voor hitte, water en droogte in het gecombineerde puntensysteem Natuurinclusief en Klimaatdaptief bouwen te worden behaald. Watertoets: De ontwikkeling valt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Delfland: het uitgangspunt is dat de waterhuishouding niet mag verslechteren door ruimtelijke veranderingen (‘standstil beginsel’). Bij de verdere planuitwerking worden via een watertoets maatregelen bepaald om te voldoen aan de waterhuishoudkundige doelstellingen, zoals opgenomen in het nationaal waterbeleid en het Regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027. Het uitgangspunt is dat elke ruimtelijke ontwikkeling zelf een bijdrage moet leveren aan de klimaatopgave op watergebied. Door te voldoen aan de prestatie-eisen uit de Wegwijzer

Den Haag Klimaatbestendig (RIS308745), wordt ook voldaan aan de klimaatopgave van het Hoogheemraadschap. In de nabije toekomst ontstaat er in Den Haag een tekort aan drinkwater. Denk na over manieren om drinkwatergebruik terug te dringen. Vang bijvoorbeeld regenwater af en gebruik dit voor o.a. het gebouw of de bewatering van de buitenruimte. Bodem en ondergrond • Analyseer de bestaande bodem en ondergrondse situatie, inclusief mogelijke verontreinigingen (RIS299493). • Doe een KLIC-melding (gedaan binnen 20 werkdagen van graafwerkzaamheden). Dit vanwege de toenemende druk op de ondergrond en om zo snel mogelijk een voorverkenning te doen naar de kabels en leidingen in de huidige situatie, in relatie tot het project. • Houd relevante maatvoering uit het Handboek Openbare Ruimte aan, wat betreft boomwortels, kabels en leidingen, ondergrondse constructies en riolering (RIS268741). • Sluit aan bij Gemeentelijk rioleringsplan GRP 2021- 2025 (RIS306620). • Maak beheerafspraken met de beheerders en leg deze vast. Hier zijn mogelijk beheerkosten aan verbonden. • Nieuwe nutsvoorzieningen zijn voor de rekening van de initiatiefnemer. • Ondersteunende voorzieningen, zoals trafohuisjes, worden inpandig gerealiseerd. Bezonning en windhinder • De bebouwingsplannen dienen te voldoen aan de vastgestelde normen voor ‘Bezonning en windhinder’ (RIS 170509).

•

•

Een windhinder- en bezonningsonderzoek is verplicht en de gemeente moet over de resultaten worden geïnformeerd. Eventuele maatregelen dienen plaats te vinden binnen de grens van de Bouwenvelop. Er geldt een uitzonderingsregeling waarbij het college aan de raad voorlegt om van deze normen af te wijken. Dit dient te gebeuren op basis van een gemotiveerde onderbouwing.

•

dige woningen is het niet mogelijk de slaapkamers aan de geluidluwe zijde te situeren). Het binnenterrein moet qua inrichting zodanig zijn dat dit ook echt geluidluw is (geen parkeerplaatsen of sportinrichting), omdat dit juist vanwege reflecties extra hinderlijk kan zijn. Een groene inrichting draagt hieraan bij.

Geluid- en luchtkwaliteit • Vul de NIBM-tool in om aan te tonen dat het project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Mocht de uitkomst van de NIBM-tool ‘oranje’ zijn, is nader onderzoek nodig naar de effecten van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit. • Onderzoek of de geluid- en luchtkwaliteit bij de nieuwe woningen aanvaardbaar is. Omtrent geluid staan regels in het Omgevingsplan. Eventuele geluiddempende maatregelen moeten integraal worden ontworpen. • Onderzoek of de luchtkwaliteit bij de nieuwe woningen vanaf 2030 voldoet aan de nieuwe Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. • Geluid is vanwege de verkeersdrukte op de Segbroeklaan een aandachtspunt. Aan deze kant moeten alle woningen in de nieuwbouw een geluidluwe gevel hebben (let op, dit geldt voor alle woningen en dus niet enkel het bouwblok). Gestreefd moet worden dit ook voor het H-gebouw te bewerkstelligen. Door tenminste een slaapkamer aan de geluidluwe zijde te oriënteren wordt slaapverstoring voorkomen. • In de nieuwbouw dienen aan de kant van de Segbroeklaan eenzijdig georiënteerde woningen voorkomen te worden. Dit om geluidhinder en gezondheidsschade te voorkomen (bij eenzij-

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

43

6. UITVOERINGSASPECTEN 6.1 Financiering

Om de financiële haalbaarheid te bepalen voor de realisatie van de herontwikkeling is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Voor de vaststelling van de Bouwenvelop dient de businesscase sluitend te zijn. Door middel van een gronduitgifte zal de locatie in ontwikkeling worden gebracht. Projectrisico’s Het project kent verscheidene risico`s. Deze worden hier, niet limitatief, uiteengezet. Het risico bestaat dat door mogelijke bezwaren uit de omgeving het project in planning kan uitlopen waardoor de plankosten en mogelijke juridische kosten toenemen. Er is voor de locatie nog geen bodemonderzoek uitgevoerd. Als hieruit blijkt dat de grond verontreinigd is en er grond moet worden afgevoerd leidt dit tot extra kosten. Uit onderzoek naar het pand is gebleken dat er asbest aanwezig is in zowel vloeren als de gevel. Bij de sloop en renovatie zullen vervolgonderzoeken worden verricht. De uitkomst van deze onderzoeken kan leiden tot nu nog niet voorziene vertraging en kosten. Als bij het verrichten van flora- en fauna onderzoek beschermde soorten worden aangetroffen, kan het project in planning en kosten oplopen.

6.2 Juridisch-planologische procedure De Bouwenvelop wordt door het college van B&W vastgesteld. Het besluit vervalt wanneer niet binnen 4 jaar na gunning aan de toekomstige ontwikkelaar een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), die past binnen het kader van de Bouwenvelop, wordt ingediend. Doordat de Bouwenvelop een buitenplanse activiteit mogelijk maakt, in een gebied waarvoor geen

44

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

Structuurvisie of Gebiedsvisie is vastgesteld, is instemming van de raad nodig voor vaststelling door het college. In dit geval maakt deze raadsinstemming een bindend advies van de raad bij een BOPAprocedure binnen deze Bouwenvelop overbodig. Rekening houdend met dit kader kan de initiatiefnemer over gaan tot de uitwerking van een concreet bouwplan en de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Bij deze aanvraag dient rekening te worden gehouden met het gegeven dat het voornemen in strijd is met de bestemming, planregels en verbeelding van het bestemmingsplan Vogelwijk. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is dit bestemmingsplan van rechtswege onderdeel geworden van het tijdelijke deel van het nieuwe ‘‘Omgevingsplan Den Haag’’. Daarbij is het juridisch-planologische kader ongewijzigd gebleven. Als gevolg hiervan is het voornemen dus ook in strijd met het ‘‘Omgevingsplan Den Haag’’. Medewerking aan een strijdig voornemen is alleen mogelijk door middel van een afwijkingsprocedure. Voor de strijdige activiteit dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden, die met een gedegen functioneel-ruimtelijke onderbouwing gemotiveerd moet worden. Onderdeel hiervan zijn relevante onderzoeken en analyses op het gebied van o.a. milieu, veiligheid en mobiliteit.

Aanvrager dient erop toe te zien dat het voornemen aan de kavelregels voldoet die in deze Bouwenvelop worden vastgelegd. Op basis van de Algemene wet bestuursrecht gelden twee voorbereidingsprocedures: de reguliere en de uitgebreide procedure. Voor de reguliere procedure geldt een beslistermijn van 8 weken, met de mogelijkheid tot verlenging van nog 6 weken.

De uitgebreide voorbereidingsprocedure is enkel bij uitzondering van toepassing. Aanvrager kan verzoeken voor het doorlopen van de uitgebreide procedure. Dit kan wenselijk zijn bij activiteiten die aanzienlijke gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Voor de uitgebreide procedure geldt een beslistermijn van 6 maanden, met de mogelijkheid tot verlenging van nog 6 weken. Onderdeel van de uitgebreide procedure is de opstelling van een ontwerpbesluit door de gemeente. Deze ligt 6 weken ter inzage en binnen dezelfde termijn kan eenieder een zienswijze naar voren brengen. De gemeente is verantwoordelijk voor een ordentelijke organisatie van de vergunningprocedure, bestaande uit registratie en toetsing van de ingediende aanvraag en afgifte/weigering van een omgevingsvergunning (inclusief publicatie). Voorbehoud gemeente Tegen vaststelling van omgevingsvergunningen en andere besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht kan beroep worden ingesteld. Eventuele gerechtelijke procedures, (gewijzigd)bestuurlijk besluitvormingsproces, besluiten van de gemeenteraad zoals bijvoorbeeld een Bindend Advies en externe omstandigheden kunnen, ondanks de inspanningen van de gemeente voor de plannen van de initiatiefnemer, het nieuwe juridisch-planologische regime beïnvloeden.

Hiervoor is de gemeente niet aansprakelijk. Naast wijzigingen in het juridische-planologische regime, kunnen er wijzigingen in beleid plaatsvinden die mogelijk van invloed zijn op de kavelregels in deze Bouwenvelop.

Mer-beoordeling Op basis van het voorgestelde programma kan de ontwikkeling worden aangemerkt als ‘Stedelijk ontwikkelingsproject’, nummer J11 van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Op basis van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit geldt bij aanleg, wijziging of uitbreiding van deze projecten een mer-beoordelingsplicht. Voor de definitieve vergunningaanvraag dient een mer-beoordelingsrapport te worden opgesteld waarin de volgende aspecten centraal staan. • Kenmerken van het project • Plaats van het project • Kenmerken van potentiële effecten Op basis van dit rapport besluit het bevoegd gezag of belangrijke nadelige milieueffecten uit te sluiten zijn of dat een nadere mer-procedure noodzakelijk is.

6.3 Samenhang met gronduitgifte Binnen de Bouwenvelop is ingegaan op de ruimtelijke en programmatische aspecten ten aanzien van de afwijking van het Omgevingsplan. Afspraken over operationele aspecten die de ontwikkeling mogelijk maken worden opgenomen in een op te stellen gronduitgifteovereenkomst. Deze overeenkomst dient onder andere de volgende verantwoordelijkheden te behandelen. • Grondprijs en betaling • Planning en fasering • Aanleg (toekomstige) openbare ruimte • Programma • Aansluiten op de bestaande stad • Kabels en leidingen (nutsvoorzieningen)

6.4 Kwaliteitsborging Om tijdens de verdere planvorming de kwaliteit van de herontwikkeling te borgen zijn er verschillende adviesorganen die positief dienen te adviseren voorafgaand aan de omgevingsvergunning. • Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed • ACOR (Adviescommissie Openbare Ruimte) • VOV (Vooroverleg Over Verkeerszaken) • HDT (Haags Duurzaamheidsteam) In het kader van de vergunningsaanvraag wordt onder andere ook gekeken naar de volgende aspecten. • Bouwveiligheid: een omgevingsveiligheidsplan • Communicatie: een BVC-hoofdlijnenplan

6.5 Planning en fasering 2026 vaststellen Bouwenvelop 2026 afronding aanleg natuurvriendelijke oevers 2027 projectdocument/grex 2027 tenderprocedure (aanbesteding) 2028 bouwplan 2029 vergunning 2031 bouwrijp maken 2031 start bouw

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

45

BIJLAGE

A. Sectorale beleidskaders Ruimtelijke ordening • Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469) • Handboek Openbare Ruimte (RIS268741) • Kadernota openbare ruimte (RIS310884) • Nota omgevingskwaliteit Den Haag 2025 (RIS322655) Wonen * • Woonvisie Den Haag 2040 – Wonen in een stad in balans (RIS319812) • Woonzorgvisie 2040 (RIS323714) • Beleidskader Aanpak dakloosheid “Den Haag geeft thuis” (RIS316085) • Stimuleringsplan Innovatieve Woonvormen (RIS 316966) Mobiliteit en parkeren • Strategie mobiliteitstransitie Den Haag 2022 – 2040 (RIS310664) • Hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie (RIS302361) • Parkeerstrategie Den Haag (RIS308711) • Nota Parkeernormen (RIS319497) • Beleidsregels Fietsparkeernormen 2016 (RIS294386) Duurzaam bouwen • Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen Den Haag 2025-2035 (RIS 321843) • Nota Stadsbomen (RIS307827) • Nota Stadsnatuur (RIS305824) • Nota Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 (RIS317835) • De Nota Duurzaamheid “Schone energie in een

46

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

• • • • • • •

groene stad” (RIS301829) Stedelijk Energieplan (RIS306869) Transitievisie Warmte (RIS310442) Grondstoffen en circulariteit ((RIS310285) Bezonning en windhinder (RIS170509) Wegwijzer Den Haag klimaatbestendig (RIS308745) Integraal Gemeentelijk Rioleringsplan 20212025 (RIS306620) Beleid hogere grenswaarden Wet geluidhinder (RIS179917 en RIS179918)

* De Woonvisie Den Haag 2040 – Wonen in een stad in balans (RIS319812) geeft de mogelijkheid om 40% van de sociale huurwoningen toe te wijzen aan mensen die urgent op zoek zijn naar een woning, al dan niet met ondersteuning. Deze 40% krijgt voorrang en is verdeeld in 30% personen die uitstromen uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang en 10% jongeren met een urgente woonvraag. Met de realisatie van deze woonplekken geeft de gemeente invulling aan de ambities uit de Woonzorgvisie 2040 (RIS323714 en het beleidskader Aanpak dakloosheid “Den Haag geeft thuis” (RIS316085). 60% van de sociale huurwoningen kunnen als zelfstandige woonplekken worden gerealiseerd die corporaties inzetten voor niet-reguliere huurders.

deel sociale huur. Een Knarrenhof draagt bij aan het stimuleren van doorstroming vanuit de wijk van senioren en past bij het “Samen zorgen voor een thuis’ Ontwerp Woonzorgvisie 2040” (RIS 321760). Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het stimuleringsplan Innovatieve Woonvormen 2023-2027 (RIS 316966) en de door de raad aangenomen motie ‘Realiseer Knarrenhof’ (RIS318538). Er wordt een maatschappelijke opvang mogelijk gemaakt waar jaarrond ruimte is voor de opvang van 80 personen. Maatschappelijke opvang is tijdelijk onderdak en begeleiding voor personen die door verschillende oorzaken niet meer thuis kunnen wonen.

Op basis van het stimuleringsplan Innovatieve Woonvormen (RIS 316966) worden in samenwerking met Centrum Groepswonen opties onderzocht voor groepswonen en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Het woonprogramma is mede gericht op het bevorderen van doorstroming van deze doelgroep. Door het mogelijk maken van collectieve voorzieningen kan het plan verder bijdragen aan het bestrijden van eenzaamheid en het faciliteren van gemeenschapszin voor bewoners en voor de buurt. Bij gemeenschappelijke voorzieningen voor het wooncollectief kan, afhankelijk van de wensen van de kopers-vereniging, worden gedacht aan een fitness, logeerkamers, vergaderruimte, klusruimte en een grote gemeenschappelijke ruimte met kansen voor een buurtfunctie. De gemeente onderzoekt of realisatie van een Knarrenhof financieel en ruimtelijk mogelijk is. Het betreft een vorm van groepswonen, waarbij ouderen samenwonen met starters en sprake is van een mix van betaalbare koop, middenhuur en een kleiner

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

47

BIJLAGE B. RAVEL

Ruimtelijke Applicatie Voorzieningen en Leefbaarheid RAVEL laat zien hoe een wijk of buurt ervoor staat. Hiervoor biedt RAVEL een verzameling van indicatoren gebaseerd op de meest recente gegevens. Deze indicatoren geven informatie over drie belangrijke thema’s. • Fysieke leefbaarheid: hoe prettig is het om hier te wonen? Dit is onderverdeeld naar leefomgeving, mobiliteit en voorzieningen; • Sociale leefbaarheid: hoe gaat het hier met de mensen en hoe gaan mensen met elkaar om? Dit is onderverdeeld naar gezondheid, samenleven en zelfredzaamheid; • Veiligheid: hoe veilig voelen mensen zich hier? Dit is onderverdeeld naar criminaliteit en overlast. RAVEL vergelijkt hoe een wijk of buurt scoort ten opzichte van het gemiddelde in Den Haag. Voor sommige indicatoren is een norm vastgesteld. In dat geval wordt aangegeven of de norm wel of niet wordt gehaald. Daarnaast geeft RAVEL inzicht in de thema’s uit de wijkagenda. Deze thema’s laten zien wat er speelt in de wijk en welke verbeterpunten samen met bewoners zijn bepaald. In deze bijlage zijn de meest recente gegevens voor de Vogelwijk opgenomen.

48

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

49

50

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

51

52

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

53

BIJLAGE

C. Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 (RIS317835) De ambitie om in een hoog tempo woningen bij te bouwen gaat gepaard met de behoefte aan passende maatschappelijke voorzieningen en aan openbaar groen in de buurt. De nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 maakt inzichtelijk welke voorzieningen wenselijk zijn bij de beoogde bevolkingsgroei en met welk ruimtebeslag rekening gehouden dient te worden. De realisatie van maatschappelijke voorzieningen wordt door de gemeente geregisseerd voor een groter (ontwikkel)gebied. Voor de Bouwenvelop Sportlaan 600 staat hiernaast aangegeven hoe die zich verhoudt tot het voorzieningenniveau in de omgeving.

54

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

Behoefte conform nota richtinggevende normen

Voorziening

Behoefte conform nota richtinggevende normen

Algemene

Voor de toepassing van de nota is gebruik gemaakt van de stedelijke

Cultuur

De normatieve behoefte aan cultuur is opgebouwd uit verschillende

opmerking

context ‘gemengd stedelijk’. Deze kwalificatie komt overeen met die van

(368m2)

componenten, waaronder cultuuranker, bibliotheek, musea, podia,

Voorziening

ateliers en broedplaatsen.

de Bomen- en Bloemenbuurt, waar de locatie formeel toe behoort.

Voor zowel het cultuuranker als de bibliotheek geldt dat er voldoende

De aanname die daar in de nota mee samenhangt is dat de gemiddelde

capaciteit in Segbroek beschikbaar is. De norm voor musea en podia is een

woningbezetting 1,96 is. Deze aanname lijkt aan de hoge kant te zijn.

stedelijke norm, dat wil zeggen dat de bijbehorende voorzieningen in

De bouwenvelop gaat uit van een maximum aantal woningen van 620,

heel de stad gevonden kunnen worden. De ontwikkeling van de stedelijke

binnen de ruimtelijke envelop. Primair onderwijs

Op basis van maximaal 620 woningen komt een normatieve behoefte

(1.300m2)

voort van maximaal 1.300m2, of 0,3 basisschool. Zowel in de Vogelwijk als

infrastructuur voor cultuur wordt vormgegeven middels het IHP Cultuur. Voor ateliers en broedplaatsen is onlangs het broedplaatsenbeleid vastgesteld, waarin doelstellingen zijn opgenomen om hiervoor

in de Bomen- en Bloemenbuurt is capaciteit beschikbaar op de basisscholen om de (geringe) instroom vanuit dit project te kunnen opvangen. Uitbreiding naar aanleiding van deze ontwikkeling is dus niet nodig. De ontwikkeling van het aantal leerlingen voor Segbroek als geheel wordt verder gemonitord in het IHP Onderwijshuisvesting. Voortgezet

De normatieve behoefte aan middelbaar onderwijs is 775m2 of 0,1

onderwijs

middelbare school. Middelbaar onderwijs is een stedelijke voorziening

(775m2)

waarvan de capaciteit stedelijk wordt gemonitord in het IHP Onderwijshuisvesting. Er is op dit moment geen aanleiding om bovenop de in het IHP benoemde capaciteit investeringen te doen.

Eerstelijns Zorg

De normatieve behoefte aan eerstelijns zorg bedraagt 226m2 en bestaat

(226m2)

uit ruimte voor huisarts, tandarts, apotheek en fysio. In het project wordt tot circa 1.000m2 gerealiseerd ten behoeve van een gezondheidscentrum. Er wordt afgeweken van de normatieve behoefte om een aantal redenen: dit project biedt de kans om te komen tot het vormen van een gezondheidscentrum, een gezondheidscentrum past goed bij de aard van het woningbouwprogramma én de Nota Wijkgerichte zorg (RIS318416) geeft aan dat in de omgeving sprake is van een bestaande vraag naar ruimte voor eerstelijns zorg.

Welzijn en

In het project wordt een gemeenschappelijke ruimte gerealiseerd die ook

ontmoeten

toegankelijk is voor de buurt. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan

(78m2)

de normatieve behoefte van 78m2 ten behoeve van welzijn en ontmoeten.

Maatschappelijke

Op de locatie is momenteel de PWO gehuisvest en dat zal ook de komende

opvang

jaren het geval zijn tijdens de tijdelijke exploitatieperiode. Onderdeel

(124m2)

van de bouwenvelop is om ook in de permanente situatie 80 plaatsen

gebundeld ruimte te ontwikkelen. Sporthal, zwembad

De ontwikkeling voor sportzalen en buitensport wordt gemonitord

en buitensport

binnen het IHP Sport (RIS311895). In het IHP is voor de buitensport een

(214m2 en 3.720m2)

beslisboom opgenomen om te bepalen hoe wordt omgegaan met de groeiende behoefte aan buitensport. Er is in de omgeving van de Sportlaan een aantal buitensportverenigingen, waarvan een deel van de velden op termijn nog kan worden omgezet naar kunstgras om de belastbaarheid van de velden te vergroten.

Sport en spel in de

In de directe omgeving van het project zijn meerdere speelplaatsen

buitenruimte

beschikbaar (Rode Kruisplantsoen, Nachtegaallaan, Fahrenheitstraat). Er is geen mogelijkheid om speelveldjes in de directe omgeving toe te voegen.

Openbaar

Voor Groen is er geen IHP. Echter ten zuiden van het gebouw bevindt zich

gebruiksgroen

een groene zone langs de Haagse Beek, deze loopt door tot aan de gevel van de bebouwing en is aangemerkt als een groenstrook. Om te zorgen dat deze strook ook daadwerkelijk meerwaarde krijgt wordt de kwaliteit van deze verbeterd. De ecologische verbindingszone wordt natuurvriendelijk ingericht. Daarnaast zetten wij in op het vergroenen van het binnenterrein en de randen van de locatie, waaronder het huidige parkeerterrein aan de Sportlaan. Beide maatregelen versterken de Stedelijke Groene Hoofdstructuur. Het plan vervult de behoefte vanuit de nieuwe woningen met betrekking tot groen zelf.

maatschappelijke opvang te realiseren. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de normatieve behoefte van 124m2. Dit overschot komt voort uit een stadsbrede behoefte aan permanente locaties voor maatschappelijke opvang.

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

55

BIJLAGE

D. Inrichtingsplan Ecologische zone Haagse Beek •

• •

•

en en eren. In In de de eren. af. Op Op deze deze af. issenbroed issenbroed vissen vissen geleidelijk tt geleidelijk s verlaten verlaten hier hier

nd noemen noemen nd oploopt, oploopt, vriendelijke vriendelijke van van

A A

•

De inrichting van de ecologische verbindingszone sluit aan op de reeds bestaande structuren. Voor de inrichting van de ecologische verbindingszone wordt gebruik gemaakt van het inrichtings- en beheerplan voor de Haagse Beekzone. Door het aanbrengen van natuurvriendelijke oevers wordt een zachte overgang gecreëerd tussen land en water. Van grote waarde in de huidige situatie is de rust in de ecologische verbindingszone. In de toekomstige situatie zal een informeel wandelpad zo ver mogelijk van de oeverzone liggen om deze rust te waarborgen. De ecologische verbindingszone behoudt haar donkerte doordat er binnen deze zone geen lichtbronnen worden geplaatst die uitstralen op deze zone. Een informeel wandelpad zal ook niet worden aangelicht. 1 1 Daar waar nu verharding aanwezig is binnen de grenzen van de ecologische zone, zoals33het helicopterplatform, wordt deze verwijderd.

B B norm: talud 1:5

1 1 5 5

C ambitie: talud 1:10 C

1 1

Natuurvriendelijke oevers

56

10 10

Verbeelding natuurvriendelijke oevers. (A) Minimum: tamelijk steil, verhouding 1:3 Verbeelding natuurvriendelijke oevers. (A) Minimum: tamelijk steil, verhouding 1:3 $ 0QTONKEJVUVGKNXGTJQWFKPI % #ODKVKGƃCWYGQGXGTXGTJQWFKPI $ 0QTONKEJVUVGKNXGTJQWFKPI % #ODKVKGƃCWYGQGXGTXGTJQWFKPI

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

Nota Stadsnatuur Nota Stadsnatuur

43 43

bomen bestaand

bomen nieuw

struiklaag

zoomlaag

kruidenrijk gras

10-07-25 Uitwerking SO visual /praatplaat - M v. Zwet

Schetsontwerp

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

57

BIJLAGE

E. Resultaten digitale vragenlijst

58

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

59

Er zijn niet veel (betaalbare) huurwoningen in de buurt Dit soort huurwoningen is bereikbaar voor meerdere groepen, veel bereikbaarder dan koopwoningen, zowel voor starters als voor senioren Beleidsverandering heeft gezorgd voor verkoop van particuliere verhuurobjecten, dit zou een mooi alternatief bieden Arm en rijk mixen, diversiteit in de wijk bevorderen

-

Het belangrijkste is dat het woningen voor senioren zijn Aan beide type woningen is behoefte

121 deelnemers (27%) hebben een voorkeur voor een mix van middenhuurwoningen en betaalbare koopwoningen. Punten die door deze deelnemers worden genoemd:

-

-

-

57 deelnemers (13%) hebben een sterke voorkeur voor middenhuurwoningen. 24 deelnemers (5%) hebben een voorkeur voor middenhuurwoningen. Punten die door deze deelnemers tezamen worden genoemd:

Vraag 1 Wat vindt u belangrijker? Middenhuurwoningen (A) of betaalbare koopwoningen (B)

De meeste deelnemers zijn tussen de 31 en 50 jaar (39%), 51 en 65 jaar (31%) of ouder dan 65 jaar (25%). Weinig deelnemers (4%) zijn 18 tot en met 30 jaar.

De deelnemers zijn vooral bewoners (95%). Ook ondernemers (4%) en organisaties (1%) reageerden. De meeste deelnemers komen uit de Vogelwijk (43%), Bomenbuurt (33%) en Bloemenbuurt (20%). 4% van de deelnemers komt uit een ander deel van Den Haag.

Bewoners en ondernemers dachten op verschillende manieren mee. De vragenlijst op de website is 433 keer ingevuld. Tijdens de inloopbijeenkomst op 31 maart 2025 gaven 50 mensen hun mening. Ook deelden zij vragen en belangrijke punten.

Herontwikkeling Sportlaan 600

Resultaten digitale vragenlijst (12 maart - 1 april 2025) en fysieke inloopbijeenkomst (31 maart 2025)

60 BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

Een mix, want doorstroom, kleiner gaan wonen of juist eerste huis Biedt hulp/opties aan een grotere groep mensen

Koopwoningen passen beter bij de wijk Eigenaars van koopwoningen zorgen voor zorgvuldiger onderhoud aan pand en omgeving Eigenaars van koopwoningen blijven langer wonen en zorgen voor meer binding/community Kans voor starters, er is veel behoefte aan Doorstroom bevorderend, gelijkvloerse woningen voor ouderen uit de wijk

Duurdere woningen passen bij de buurt Niet teveel extra mensen in de buurt, dus dan meer grotere woningen Doorstromers zijn gewend aan een zekere grootte Er is juist meer behoefte aan middelgrote koopwoningen

Tussen 500.000 en 1.000.000 zit nog ruimte voor mogelijkheden daartussenin Lastig naast zoveel sociale huurwoningen, komen er wel kopers voor die 20% (mensen twijfelen hierover en geven Voor aan zelf niet die investering te willen doen als het naast sociale huurwoningen is) Voor starters zijn beide erg duur, graag goedkoper Een mix, waar meer mensen van profiteren

-

Zo kunnen er meer mensen een huis krijgen, er is een woningtekort We moeten de ruimte verdelen en zorgen voor doorstroom

240 deelnemers (53%) hebben een sterke voorkeur voor een groter aantal middelgrote koopwoningen. 54 deelnemers (12%) hebben een voorkeur een groter aantal middelgrote koopwoningen. Punten die door deze deelnemers tezamen worden genoemd:

-

-

71 deelnemers (16%) hebben een voorkeur voor een mix. Punten die door deze deelnemers worden genoemd:

-

62 deelnemers (14%) hebben een sterke voorkeur voor een klein aantal grote dure koopwoningen. 22 deelnemers (5%) hebben een voorkeur voor een klein aantal grote dure koopwoningen. Punten die door deze deelnemers tezamen worden genoemd:

Vraag 2 Wat vindt u belangrijker? Klein aantal grote dure koopwoningen (A) of groter aantal middelgrote koopwoningen (B)

-

-

-

186 deelnemers (41%) hebben een sterke voorkeur voor betaalbare koopwoningen. 62 deelnemers (14%) hebben een voorkeur voor betaalbare koopwoningen. Punten die door deze deelnemers tezamen worden genoemd:

-

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

61

-

-

Kan diversiteit in de wijk stimuleren, niet alleen rijke mensen en wellicht jongere mensen Grote behoefte aan (ruime) seniorenwoningen Duurdere woningen zijn hier al genoeg Verschil met de Vogelwijk is wel groot

62 BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

•

•

•

•

•

De tuin (26%), wasmachineruimte (20%), hobbyruimte (19%) worden door deelnemers het meest genoemd als woonruimte die zij zouden willen delen met anderen. Dit is ruimte die niet dagelijks intensief gebruikt wordt en waar deelnemers openstaan voor sociaal contact. De woonkamer (3%) en keuken (4%) worden minder genoemd. Deelnemers geven aan dat het meer persoonsgebonden is wanneer en hoe je deze ruimte wilt gebruiken en hier hun privacy te waarderen. Zij geven dan ook aan dat het bij groepswonen belangrijk is dat je de mensen al kent met wie je woonruimte deelt. Er is ook een groep deelnemers (12%) die aangeeft geen woonruimte te willen delen met anderen. Ze vinden hun privacy belangrijk, willen dat ontmoeting niet opgelegd wordt en geven de voorkeur aan normale huur- of koopwoningen. Veel deelnemers geven aan dat groepswonen vooral aantrekkelijk is voor studenten, starters en ouderen. Gezinnen hebben meer behoefte aan eigen ruimte. Voor studenten en starters kan het een woning betaalbaarder maken en voor ouderen zorgt het voor meer contact. Deelnemers zien ook kansen voor het delen van andere woonruimten. Zo biedt de toename van thuiswerken kansen voor een gemeenschappelijke werkruimte (workspace).

Vraag 3 Welke woonruimte zou u willen delen met anderen?

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

63

•

•

•

Deelnemers vinden een huisarts (34%) en apotheek (19%) de belangrijkste zorgvoorzieningen voor de herontwikkeling. Zij geven aan dat er een tekort is aan huisartsen in de wijken, en dat wordt erger met meer bewoners. Een huisarts en apotheek zijn het meest noodzakelijk voor de (deels) oudere doelgroep die hier komt te wonen. Bovendien vormen een huisarts en apotheek samen een logische combinatie. De vraag of er een tekort aan zorgvoorzieningen (specifiek huisarts) in de wijken is, roept ook discussie op. Andere deelnemers geven aan dat er voldoende zorgvoorzieningen zijn. Zij zouden de beschikbare ruimte liever besteden aan meer woningen dan extra voorzieningen. Een aantal deelnemers verwacht dat de gemeente een analyse doet naar de spreiding van zorgvoorzieningen in de wijken. Op basis daarvan moet de gemeente kunnen concluderen welke zorgvoorzieningen toegevoegd moeten worden als er meer bewoners komen te wonen.

Vraag 4 Welke twee zorgvoorzieningen vindt u het belangrijkst?

64 BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

•

•

•

Een groot deel van de deelnemers (37%) geeft de voorkeur aan een ontmoetingsen activiteitenruimte met eet- en drinkgelegenheid. Dit wordt genoemd als een voorziening waar elke doelgroep iets aan heeft en die nu gemist wordt in de wijken (met name Vogelwijk). Deelnemers vinden het vooral belangrijk dat de ruimte zorgt voor ontmoeting tussen jongeren en ouderen én tussen de nieuwe bewoners van de Sportlaan 600 en de huidige bewoners van de Vogelwijk, Bomenbuurt en Bloemenbuurt. Deelnemers zien kansen voor activiteiten voor jongeren en ouderen en een ruimte voor samen (thuis)werken. Ook dagbesteding (24%) en kinderopvang (18%) worden veel genoemd. Deelnemers noemen dagbesteding als een belangrijk middel om eenzaamheid bij ouderen tegen te gaan. Met name in de Vogelwijk wordt een tekort aan kinderopvangplekken ervaren. Meerdere deelnemers noemen als kans om dagbesteding en kinderopvang te combineren, omdat het generaties bij elkaar brengt en zorgt voor reuring. Deelnemers zien ook kansen om dagbesteding te combineren met de functie van ontmoetings- en activiteitenruimte. Een kleinere groep deelnemers (14%) vindt een kleinschalige bibliotheek belangrijk. Veel deelnemers geven echter aan dat de Bibliotheek Bomenbuurt voldoende dichtbij is. Een dependance is in hun ogen niet werkbaar en kwetsbaar voor bezuinigingen. Dan kan beter de Bibliotheek Bomenbuurt uitgebreid worden.

Vraag 5 Welke twee maatschappelijke voorzieningen vindt u het belangrijkst?

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

65

•

•

•

Deelnemers vinden een groene plek (bomen, planten) (31%) en een groene plek met extra functie (vlindertuin, voedselbos, buurtmoestuin) (25%) het belangrijkst. De opties die worden genoemd bij ‘anders, namelijk:’ zijn vooral gericht op parkeergelegenheid. Een paar deelnemers vinden het een plek voor een markt of een kinderboerderij. Bij de toelichting op deze vraag geven deelnemers aan dat een speelplek met zitmogelijkheden eromheen kan fungeren als ontmoetingsplek en mogelijk jongeren met ouderen mixt. Er wordt opgeroepen goed te kijken naar wat er al is in de buurt en daarop aan te sluiten met iets anders, te waken voor het maken van een potentiële hangplek en voor een mogelijk parkeerplektekort.

Vraag 6 Welke twee functies voor de openbare ruimte vindt u het belangrijkst?

Wie bent u? 66

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

67

BIJLAGE

F. Advies werkgroep

68

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

69

Kijk voor de vorm van de woningen goed naar de woonwensen van senioren: raadpleeg hiervoor bestaand onderzoeken naar woonwensen onder deze doelgroep. Bied een diversiteit van woningen aan, voor senioren, starters en andere doelgroepen, met een nadruk op senioren die uit grote huizen komen. Maak ruimte voor innovatieve woonvormen: o Maak ruimte voor een wooncoöperatie. Ongeveer 40 huishouden zullen zelf de ontwikkeling en het beheer van de woonvoorziening (woningen en gemeenschappelijke (buiten)ruimte) op zich nemen. Tijdens de aanbestedingsfase moet hiervoor een aparte tender worden uitgeschreven en een geschikte groep worden uitgezocht. Een aandachtspunt bij deze woonvormen is de financiële haalbaarheid en organisatie. De collectieve woonvormen moeten een mix van woningen aanbieden in verschillende prijsklassen: zowel sociaal, middelduur als vrije sector. Deze opzet maakt multigenerationeel wonen mogelijk en bevordert een gezonde mix van inkomensgroepen. Tegelijkertijd is dit essentieel voor de financiële haalbaarheid van de ontwikkeling. De gemeente Den Haag ondersteunt deze woonvorm via het Stimuleringsplan Innovatieve Woonvormen. Centrum Groepswonen Den Haag is bij dit plan nauw betrokken en zal als adviesorgaan bij deze ontwikkeling moeten worden betrokken. o Maak eveneens ruimte voor een Knarrenhof®.

Zorg voor een reële kans van slagen door duidelijke bepalingen in de tender en door erbij noodzakelijke grondprijzen voor een Knarrenhof®. In samenwerking met een wooncoöperatie houdt Knarrenhof® rekening met de verdeling van typen woningen (studio’s voor starters, sociale huur, middenhuur, betaalbare en duurdere koop). Een multigenerationele samenstelling van de toekomstige populatie/bewoners is daarbij een wezenlijk uitgangspunt van het Haags Knarrenhofconcept dat in 2024 bij lancering het Stimuleringsplan Innovatieve Woonvormen is gepresenteerd en leidde tot de unaniem aangenomen motie ‘Realiseer Knarrenhof’ (RIS318538). o Geef de wooncoöperatie een reële kans op het terrein van het voormalige zusterhuis en geef Knarrenhof® i.s.m. wooncoöperatie een kans op het terrein van het voormalige Juliana kinderziekenhuis. Onderzoek de mogelijkheid van sloop van een groot deel van het pand, met uitzondering van de entree. Voordelen : nieuwbouw is goedkoper; meer flexibiliteit bij indeling ruimte t.b.v. •

•

•

•

Een deel van de te ontwikkelen woningen nieuwbouw zou bij voorrang beschikbaar gesteld moeten worden aan bewoners van de 3 omliggende wijken, elk van hen in deze Werkgroep vertegenwoordigd.

•

Woonprogramma • Pas het woonprogramma aan. Richt met de bouw van woningen op het bevorderen van doorstroming op de woningmarkt door voor een belangrijk deel te richten op senioren, dat is de sleutel om de woningmarkt van het slot te krijgen. Hierbij wordt gedoeld op de hele grootstedelijke woningmarkt, niet alleen die van de omliggende wijken. Echter, ook vanuit de wijken/buurten rondom de locatie is vooral behoefte aan wat luxere en grotere appartementen voor senioren (>75m2) en starters (>25m2). Het bouwen van seniorenwoningen bevordert de doorstroming van de gehele woningmarkt. Achtergrond: als een ouder (stel) vanuit een grotere eengezinswoning verhuist naar een seniorenwoning, kan een gezin een kleinere woning achterlaten om in de eengezinswoning te gaan wonen. Daar komt weer een stel in die een appartement achterlaten en zo komt een hele verhuisketen op gang waarbij uiteindelijk ook een sociale huurwoning vrijkomt voor een huishouden op de wachtlijst. Zie voor een uitgebreidere uitleg: bijlage Doorstroming op de woningmarkt.

Onderstaande adviezen zijn gedragen door de werkgroep tot stand gekomen. De adviezen zijn geclusterd per onderwerp en in volgorde van belangrijkheid weergegeven. Waarbij het meeste gewicht gegeven moet worden aan de adviezen over het woonprogramma.

Advies werkgroep Herontwikkeling Sportlaan 600 Den Haag 14 november 2025

70 BOUWENVELOP SPORTLAAN 600 - MAART 2026

50% 50%

25% 75%

13%

30% 40% 30% circa 45 woningen 15 25 5 100%

10%

40%

25%

% 25%

% 28% 30% 42%

Dit programma behelst circa 60% huur, waarvan 2/3 sociale huur en betaalbare huur. En bijna 60% van het gehele programma is sociale huur, midden huur en betaalbare koop. Met dit programma wordt een groot deel in het betaalbare segment gerealiseerd, maar wordt ook bijgedragen aan de doorstroming op de gehele grootstedelijke huizenmarkt.

Totaal sociale huur middenhuur/betaalbare koop vrije huur/koop

Vertaald naar de door de Gemeente gehanteerde verdeling worden dit dat de percentages:

Type Sociale huur, senioren en starters Waarvan onderdeel Knarrenhof® Vrije sector huur, senioren en starters Waarvan betaalbare huur Waarvan duurdere huur Koop senioren Waarvan betaalbare koop (25 woningen in Knarrenhof®) Waarvan duurdere koop (5 woningen Knarrenhof®) Wooncoöperatie Waarvan sociaal Waarvan middenhuur waarvan dure huur Knarrenhof® Waarvan sociale huur Waarvan betaalbare koop Waarvan duurdere koop Totaal

Op basis van bovenstaande uitgangspunten komt de werkgroep op onderstaande verdeling:

Voorzieningen • Bied plek aan een gezondheidscentrum, passend bij de doelgroepen senioren. Benader eerst de plaatselijke organisaties als mogelijke huurders in dit gezondheidscentrum. Denk in elk geval aan een huisarts, apotheek, fysiotherapeut, tandarts en een medisch georiënteerde sportschool. • Zorg voor voldoende openbaar sanitair, eventueel gekoppeld aan een buurthuis al of niet met horeca om te zitten, te praten of iets te drinken, zie het Michi-Noeki-concept. • Biedt géén daklozenopvang meer aan op het terrein en houdt u hierbij aan de toezegging uit 2018 (wethouder Van Alphen, o.a. bewonersbijeenkomst 17 oktober 2018) dat de daklozenopvang slechts twee jaar op deze plek zou worden gefaciliteerd. Zie hiervoor ook RIS300919 en het verslag van voornoemde bewonersbijeenkomst. De wethouder heeft toegezegd dat de daklozenopvang voor maximaal 2 jaar zou zijn (Daar mag u mij aan houden, waren zijn woorden). Na afloop van de tijdelijke invulling heeft deze er 15 jaar gezeten, tijd om toezeggingen na te komen. Na afloop van de tijdelijke invulling heeft deze er 15 jaar gezeten, tijd om toezeggingen na te komen. • Bovendien dient het woonprogramma zich voor een groot deel te richten op senioren. Dit gaat niet goed samen met een daklozenopvang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16790733/1