CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324466 Bijlage Bestemmingsplan Strand Den Haag

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling gewijzigd bestemmingsplan Strand Den Haag (RIS324466)39.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Dit kan met name het geval zijn bij de meer ambachtelijke beroepen. Van geval tot geval dient de (kans op) hinder voor de woonsituatie te worden nagegaan. Uitgangspunt bij de beoordeling is dat de hinder in principe niet onevenredig veel groter mag zijn dan in redelijkheid bij 'normale' bewoning (zonder beroepsuitoefening) het geval zou zijn. De activiteiten mogen naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning. Van belang is dat het karakter van de woning duidelijk herkenbaar blijft en dat de nadruk niet komt te liggen op de beroepsuitoefening. Ter illustratie: reclame-uitingen, anders dan een bescheiden 'bordje naast de deur' of de uitstalling van goederen op het bijbehorende erf betekenen reeds dat aan het karakter van de woning afbreuk wordt gedaan. De activiteiten mogen geen detailhandel en/of horeca betreffen. Detailhandel en horeca leveren in de regel een zodanig ongewenste verkeersaantrekkende werking op, dat het toelaten ervan in woongebied niet zonder meer passend wordt geacht. De activiteiten mogen aan de woonfunctie geen afbreuk doen en dienen daaraan ondergeschikt te zijn, in die zin, dat de woonfunctie de belangrijkste functie dient te blijven en de praktijkruimte maar

87

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

een deel van de bebouwde oppervlakte mag bedragen. Ook deze (direct meetbare) voorwaarde draagt eraan bij dat de eventuele hinder voor de omgeving wordt beperkt. Wanneer bijvoorbeeld de woning (vrijwel) geheel zou worden aangewend voor de beroepsuitoefening, is de kans op een ongewenste uitstraling naar de omgeving relatief groot. Afwijken van de algemene gebruiksregels, ook het afwijken voor het meest doelmatige gebruik, wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Artikel 14 Algemene afwijkingsregels. Het bevoegd gezag kan in geringe mate afwijken van de maatvoering die in de bouwregels is bepaald en ook voor geringe afwijkingen in de begrenzing van bestemmings- en/of bebouwingsgrenzen. Verder is afwijken mogelijk voor de bouw van kleine nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en containers voor huishoudelijk afval. Ten slotte is afwijken mogelijk voor het bouwen beneden peil, buiten het bouwvlak. Een belangrijk element van dit artikel is de afwijking van het algemene gebruiksverbod: het bevoegd gezag kan afwijken van het algemeen gebruiksverbod, indien strikte toepassing van het algemene gebruiksverbod leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Wel moet dit andere gebruik aansluiten bij het gebruik conform de bestemming en mag toepassing van de afwijking niet leiden tot een bestemmingswijziging. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels De overgangsregels hebben als doel tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan de rechtstoestand vast te leggen van bouwwerken die op het tijdstip van de inwerking treding van het plan zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden - dat wil zeggen waarvoor vergunning is verleend of nog te verlenen is - en die afwijken van de bouwregels in dit plan. Het tweede lid van dit artikel heeft betrekking op het gebruik van gronden en bouwwerken, voor zover dit gebruik op het tijdstip van inwerking treden van dit bestemmingsplan afwijkt van dit plan. artikel 18 Dit artikel geeft aan onder welke naam de regels van het bestemmingsplan moeten worden aangehaald: 'Regels bestemmingsplan Strand Den Haag '

88

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan Strand Den Haag vormt in hoofdzaak een nieuw juridisch-planologisch kader voor een bestaande situatie. De regeling gaat uit van consolidatie van de bestaande situatie en aan de uitvoering hiervan zijn geen kosten verbonden die ten laste komen van de gemeente. Bovendien zijn met dit bestemmingsplan geen (nieuwe) bouwplannen voorzien, zoals genoemd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), waarop kostenverhaal mogelijk is. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is daarmee gewaarborgd.

89

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

90

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

Hoofdstuk 7 7.1

Overleg en inspraak

Artikel 3.1.1 Bro-overleg

Het concept van het ontwerp-bestemmingsplan is op 6 december 2021 in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan de volgende instanties toegezonden: 1. Provincie Zuid-Holland 2. Rijkswaterstaat Zuid-Hiolland, cluster ruimtelijke ordening 3. Hoogheemraadschap van Delfland 4. Dunea 5. GGD Haaglanden 6. Omgevingsdienst Haaglanden 7. Politie Eenheid Den Haag 8. Politiepost strand 9. Veiligheidsregio Haaglanden 10. Rijksvastgoedbedrijf 11. Rijksdienst voor Cultureel erfgoed 12. Staatsbosbeheer 13. HTM Personenvervoer NV 14. Tennet Regio West 15. NV Nederlandse Gasunie 16. Stedin B.V. 17. Gasunie 18. Gemeente Westland 19. Gemeente Wassenaar 20. Koninklijk Horeca Nederland Afdeling Den Haag 21. Algemene Vereniging voor Natuurbescherming voor 's-Gravenhage e.o 22. Stichting Duinbehoud 23. Haagse Vogelbescherming 24. Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 25. Vereniging van Strandexploitanten (VVS) Scheveningen 26. Gezamenlijke Scheveningse Bewonersorganisatie 27. Bewonersvereniging Noordelijk Scheveningen 28. Bewonerscommissie Zeerust Scheveningen 29. GO! Scheveningen Kuststrook 30. Commissie Loosduinen 31. Stichting Wijkberaad Kom Loosduinen 32. Belangenvereniging Scheveningen Havengebied 33. Bewonersorganisatie Havenkwartier 34. Wijkvereniging Bohemen, Waldeck en Kijkduin 35. Wijkvereniging De Vogelwijk 36.

Stichting Wijkoverleg Scheveningen Dorp 37. Bewonersvereniging Noordelijk Scheveningen 38. Haagse Kust Zeil Vereniging 39. Vereniging Zuiderstrand

Van den volgende instanties is een reactie ontvangen: 1. Provincie Zuid-Holland Inhoud: Geacht college,

91

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

Inleiding. Op 2 december 2021 hebt u het bovengenoemde voorontwerpbestemmingsplan toegezonden in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Hett provinciaal ruimtelijke beoordelingskader is vastgelegd in hetr Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (met name Afdeling 3.2., 6.2 en artikel 6.40). Opmerkingen De reactie heeft betrekking op de volgende onderdelen. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (met name Afdeling 3.2, 6.2 en artikel 6.40. Natuurnetwerk Nederland Het valt op dat er geen onderscheid is gemaakt in de bestemming van het strand dat tot het Natuurnetwerk Nederland behoort en het strand dat langs de Boulevards ligt (en niet tot het Natuurnetwerk Nederland behoort). Het is wenselijk dat dit onderscheidt duidelijk blijkt uit de planverbeelding zodat ook de natuurwaarden tot hun recht komen. Gedacht kan worden aan een Natuurbestemming op het Zuiderstrand met recreatief medegebruik. Daarnaast dient, gelet op het Natuurnetwerk Nederland, ook in de bestemmingsomschrijving te worden vermeld dat hier natuurwaarden vigeren. Dit ontbreekt nog.

Het plan biedt verder ruimte om horecapaviljoens te vergroten met 35 m2. Dit zou kunnen op basis van een raadsbesluit uit 2008''. Inmiddels geldt het Natuurnetwerk Nederland op het merendeel van de stranden van Zuid-Holland en ook op het Zuiderstrand. Het is niet duidelijk of dit plan ziet op uitbreidingsmogelijkheden uit het raadsbesluit van 2008 die nog niet zijn vergund. Indien er nog niet-vergunde situaties in dit plan worden meegenomen, dan dienen deze aan de regels van het Natuurnetwerk Nederland (zie artikel 6.24 jo. artikel 6.8 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland) te worden getoetst. Wij zien hierover graag meer duidelijkheid in de plantoelichting. Ten overvloede Op de digitale planverbeelding en in de bijbehorende functie-aanduidingen (ruimtelijkeplannen.nl) zijn de •ecoderingen/afkortingen•f zoals opgenomen in artikel 5 niet terug te zien. Dat werkt mogelijk verwarrend. Wellicht kunnen deze beter achterwege worden gelaten. Conclusie Op basis van de aangeboden gegevens heb ik geconstateerd dat het plan op bovengenoemde punten onvoldoende rekening houdt met de betrokken provinciale ruimtelijke belangen en ik verzoek u daarom om het plan op deze onderdelen aan te passen.

Hoogachtend, Hoofd Beoordeling Reactie Wij zijn van oordeel dat het door de provincie voorgestelde bestemmingsonderscheid tussen de verschillende stranden niet tot wezenlijke verschillen in de gebruiksmogelijkheden van onze Noordzeestranden leidt. Voor alle stranden gelden in feite gelijke gebruiksmogelijkheden met op het

92

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

vigerend beleid afgestemde bebouwingsmogelijkheden. Er zal op alle stranddelen geen toename van het aantal strandpaviljoens of van andere bebouwing, met uitzondering van twee permanente hulpposten worden toegestaan. Het deels aanpassen van de bestemming Recreatie - Strand naar een natuurbestemming leidt ons inziens slechts tot een verwarrend kaartbeeld. De in het bestemmingsplan opgenomen mogelijkheid tot het vergroten van strandpaviljoens met 35 m2 is inderdaad gebaseerd op een raadsbesluit uit 2008. Inmiddels zijn van de 30 paviljoens, waarop dit besluit betrekking had er 27 vergroot. Wij zien geen aanleiding deze mogelijkheid aan de resterende 3 strandpaviljoens te onthouden. Overigens is aan de opmerkingen van de provincie tegemoet gekomen. 3. Hoogheemraadschap van Delfland Inhoud: Geacht college, In het kader van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft u het Hoogheemraadschap van Delfland het voorontwerp van het bestemmingsplan Strand Den Haag in Den Haag toegezonden. U verzoekt Delfland een reactie kenbaar te maken op het voorontwerp van het bestemmingsplan. Graag gaan wij met u in gesprek voor een toelichting op het wateradvies. Algemeen In het plan is het waterbelang onvoldoende geborgd en is nog onvoldoende invulling gegeven aan de uitgangspunten van goed waterbeheer, zoals vermeld in de Handreiking watertoets voor gemeenten.

De meest actuele versie van deze handreiking is te vinden op onze website www.hhdelfland.nl/regelen/watertoets-ruimtelijke-plannen/. Wij verzoeken u de handreiking als leidraad bij het opstellen van de wateraspecten op de verbeelding en in de regels en de toelichting te gebruiken. Verbeelding en regels In de bovengenoemde handreiking, paragraaf 5, wordt op de borging van het waterbelang in ruimtelijke plannen ingegaan. Wij verzoeken u bij het opstellen van de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan de handreiking als leidraad te hanteren. In paragraaf 5 zijn per waterthema de relevante aspecten, die belangrijk zijn om op te nemen in het bestemmingsplan, beschreven. Op de verbeelding ontbreken de leggerzoneringen van de waterkering. Wij vragen u deze zones op te nemen. De primaire kering bestaat uit een aantal zones, waarbinnen de bepalingen uit de Keur van toepassing zijn. Deze zones zijn het waterstaatswerk, de beschermingszone en het profiel van vrije ruimte. De exacte ligging van de zones zijn te raadplegen op onze website Legger - Delfland (hhdelfland.nl). In de zeewering wordt de grens tussen het waterstaatswerk en de beschermingszone door de ligging van de "duinvoet" bepaald. Daar de duinvoet door natuurlijke processen verandert, verandert ook de begrenzing van het waterstaatswerk en de bijbehorende beschermingszone.

Jaarlijks wordt door Delfland de ligging van de duinvoet bepaald en wordt, indien nodig, de legger hierop aangepast. Voor deze variabele leggerzonering verzoeken wij u een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan op te nemen. In de bijlage van de Handreiking watertoets voor gemeenten, paragraaf B1.1.1, pagina 6 en 7, is specifiek voor primaire waterkeringen meer informatie over het opnemen van de verschillende zones van de waterkering op de verbeelding te vinden. Daarnaast is op pagina 7 een juridische toelichting en een voorbeeldregel ten aanzien van de variabele leggerzonering bij de zeewering opgenomen. Toelichting Hoofdstuk 3.5 "Water" in de toelichting is niet volledig en geeft onvoldoende inzicht in de waterbelangen. Wij verzoeken u de zeven inhoudelijke waterthema's uit de handreiking in de toelichting over te nemen en de belangrijkste items uit het relevante beleidskader te beschrijven. Tevens vragen wij u de belangen van Delfland als beheerder en eigenaar te beschrijven, waarbij het belangrijk is, dat Delfland zijn taken goed kan blijven uitvoeren. Een voorbeeld hiervan zijn de duinen ten zuiden van Kijkduin. Deze zijn in eigendom van Delfland en daarbij is Delfland natuurbeheerder. Veiligheid en waterkeringen In de bijlage van de handreiking, paragraaf B1.1.1, pagina 4 tot en met 8, zijn de ruimtelijk relevante aspecten voor de primaire waterkering beschreven.

Tevens worden beleid en beoordelingscriteria, richtlijnen en aandachtspunten voor ruimtelijke plannen nabij de primaire waterkering nader toegelicht. Wij verzoeken

93

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

u hiervan een vertaling naar de toelichting van het bestemmingsplan te maken. Belangrijke documenten om daarbij te benoemen en te gebruiken als input zijn: • Beleidsregel Medegebruik Zeewering (2014); • Tussennotitie Kust (2014); • Delflands Algemeen Waterkeringenbeleid (2010); • Legger Zeewering; • Keur Delfland. Nieuwe ruimtelijke initiatieven, waarbij sprake van medegebruik van de zeewering is, dienen aan het beleid van Delfland te voldoen. Er mogen geen belemmeringen voor de instandhouding of versterking van het kustfundament of voor het onderhoud, de veiligheid of mogelijkheden voor versterking van de primaire waterkering ontstaan. Voorkomen van wateroverlast Conform het standstill-beginsel mag de kans op wateroverlast als gevolg van een ruimtelijk plan niet toenemen. De initiatiefnemer moet ervoor zorgen, dat de negatieve gevolgen van het ruimtelijk plan gecompenseerd worden. Ontwikkelingen, waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet daarom door extra waterberging aan te leggen worden gecompenseerd. Daarnaast vindt Delfland het belangrijk, dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening met hevige neerslag door klimaatverandering gehouden wordt. Bij nieuwe ruimtelijke initiatieven dient aangetoond te worden, dat het watersysteem niet verslechtert.

Grondwater en het voorkomen van (zoet)watertekort Wij verzoeken u in de toelichting op het thema Grondwater in te gaan. In de bijlage van de handreiking, paragraaf B1.2.2, is aangegeven, wat belangrijk is om bij nieuwe initiatieven te onderzoeken en wie welke verantwoordelijkheid draagt. Tevens vragen wij u te beschrijven, of het plangebied in een milieubeschermings-gebied gelegen is. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten ten aanzien van grondwater de volgende punten inzichtelijk worden gemaakt: • de geschiktheid van het gebied voor het ruimtelijk plan en de functie(s); • de effecten van het ruimtelijke plan op het grondwater (barrièrewerking). Beheer en onderhoud Wij verzoeken u in de toelichting een beschrijving met betrekking tot het beheer en onderhoud van de zeewering te geven. De al genoemde beleidskaders van Delfland kunnen als input dienen, zoals bijvoorbeeld de Tussennotitie Kust. Ruimtelijke initiatieven kunnen van invloed op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen zijn. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers rekening met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen houden. Specifiek betekent dit, dat ruimtelijke plannen het in stand kunnen blijven houden van het vereiste beschermingsniveau tegen overstroming en het beheer en onderhoud van waterkeringen niet mogen hinderen.

Delfland streeft daarbij naar duurzame, robuuste waterkeringen met voldoende ruimte voor beheer en onderhoud. Afvalwaterketen Wij verzoeken u aanvullend in de toelichting te beschrijven, hoe in het plangebied met de afvoer van afvalwater en hemelwater omgegaan wordt, waarbij een gescheiden riolering het uitgangspunt is en het hemelwater, afkomstig van bebouwing, in de zandige bodem geïnfiltreerd kan worden. Voorkomen dient te worden, dat het hemelwater naar het boezemstelsel afgevoerd wordt. Klimaatadaptatie Wij verzoeken u relevante documenten in het kader van klimaatadaptatie te benoemen en een vertaling in de toelichting te maken. Hierbij kan gedacht worden aan de "Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig" en de "Stresstesten". De snelheid van de klimaatverandering heeft effect op de zeespiegel. Wij vragen u in de toelichting te beschrijven, hoe de gemeente Den Haag hier invulling aan geeft. Ontwikkelingen Ten aanzien van de nieuwe ontwikkelingen, die het bestemmingsplan mogelijk maakt, verzoeken wij u een beschrijving van het medegebruik van de zeewering aan de hand van het vigerende beleid van Delfland te maken. In de Beleidsregel Medegebruik Zeewering, paragraaf 2.7, is beschreven, welke criteria voor het gebruik en de bebouwing van de zeewering van toepassing zijn.

Nieuwe initiatieven dienen aan de criteria, die Delfland aan het medegebruik van de zeewering stelt, te voldoen. De twee permanente hulpposten te

94

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

Scheveningen en Kijkduin moeten aan het beleid van Delfland voldoen. Bij Kijkduin is er sprake van dynamisch kustbeheer. Een belangrijk aandachtspunt is, dat de ruimte tussen de funderingspalen gedurende het winterseizoen van obstakels moet worden vrijgehouden. De aanpassingen aan de Middenboulevard zijn onzes inziens niet geheel op de verbeelding verwerkt. Echter wordt dit wel in het bestemmingsplan aangegeven. Watervergunning Naast advisering in het kader van de watertoets over dit bestemmingsplan is een watervergunning en/of melding nodig. Dit geldt onder andere voor de "twee permanente hulpposten", de "jaarrond-strandpaviljoens" en de "Middenboulevard". Voor meer informatie over deze watervergunning of melding en het inplannen van een vooroverleg verwijzen wij u naar www.hhdelfland.nl/regelen/vergunning-aanvragen/. Zonder de benodigde watervergunning en melding mogen de initiatieven niet worden uitgevoerd. Daarnaast attenderen wij u erop, dat naast het beleid van Delfland tevens het beleid van Rijkswaterstaat, als medebevoegd gezag, van toepassing is. Voor meer informatie of vragen kunt u zich wenden tot de contactpersoon, vermeld onderaan het voorblad van deze brief. Hoogachtend, Dijkgraaf en Hoogheemraden van Delfland, Reactie: Omtrent deze reactie heeft nader overleg met het Hoogheemraadschap plaatsgevonden.

Dit overleg heeft ertoe geleid, dat de in het conceptbestemmingsplan opgenomen tekst van hoofdstuk 3.5 Water is vervangen en voorts dat met aanpassing van de Verbeelding in de regels een nieuw artikel15 Vrijwaringszone is opgenomen ter bescherming van de belangen van het Hoogheemraadschap zowel ten aanzien van de van het bestemmingsplan deeluitmakende duingebied als de stranden. Op een onderdeel volgen wij het Hoogheemraadschap niet. Dit betreft het voorstel in de regels een wijzigingsbevoegdheid op te nemen voor de variabele leggerzonering. De reden hiervoor is, dat na in werkingtreding van de omgevingswet wijzigingsbevoegheden van rechtswege vervallen 6. Omgevingsdienst Haaglanden Inhoud: Algemene gegevens: Type advies vraag: Registratie nummer:

Wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening. NL.IMRO.0518.BP0334ZStrand-01C O

Het plan is beoordeeld op de volgende thema's:

95

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

Geluid:

Met de actualisering van het bestemmingsplan "Strand Den Haag" worden de uitgangpunten voor het huidige horecabeleid in de planregels verwerkt. In art. 5.1, onder j worden de horeca-strandpaviljoens in het concept-bestemmingsplan volgens de daarbij behorende staat van horeca-categorieën ingedeeld in de categorie 'zwaar'. In het huidige bestemmingsplan is voor de strandpaviljoens een onderverdeling gemaakt in de twee categorieën 3 en 4. Voor beide geldt o.a. dat drankverkoop in de nachtperiode na 23:00 u is toegestaan. Onder categorie 4 valt ook horeca met versterkte muziek, dansen en vermaak met een hogere verkeersaantrekkende werking, waarvoor bij oprichting het uitvoeren van akoestisch onderzoek gebruikelijk is vanwege de te verwachten hogere geluidemissie. In het concept-ontwerpbestemmingsplan vallen alle horeca-paviljoens onder de exploitatievorm 'zwaar', die ook de exploitatie na 23:00 uur met een accent op vermaak toestaat. Wij merken op dat het mogelijk is dat niet elk strandpaviljoen kan voldoen aan de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit, die gelden op de gevels van geluidgevoelige gebouwen, indien de exploitatie ervan wordt uitgebreid met een accent op vermaak en versterkte muziek, o.a. gedurende de nachtperiode (na 23.00 u).

In de nachtperiode zijn de geluidnormen 5 dB strenger dan in de avondperiode en strandpaviljoens hebben meestal een slechte geluidisolatie. In de gebieden waar met het nieuwe bestemmingsplan sprake is van een uitbreiding van de exploitatiemogelijkheden is in veel gevallen tevens sprake van een grotere afstand van het strandpaviljoen tot een geluidgevoelig gebouw waarop de geluidnormen van toepassing zijn. Dit betekent dat, rekening houdend met alleen de normen op geluidgevoelige gebouwen, een behoorlijke geluidemissie wordt toegestaan gedurende de periode waarin sprake is van uitbreiding. Deze gebieden liggen in en grenzen grotendeels aan de Natura 2000 gebieden "Meijendel & Berkheide", "Westduinpark & Wapendal" en "Solleveld & Kapittelduinen". Ons inziens is nader akoestisch onderzoek naar de effecten die de uitbreiding kan hebben op deze gebieden en op geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving van de strandpaviljoens wenselijk. Onze praktijkervaring leert dat de geluidsnormen van de strandpaviljoens veelal moeilijk zijn te handhaven. Bij het door meerdere strandpaviljoens tegelijk produceren van muziekgeluid is , ter hoogte van de locatie waar de geluidgrenswaarden gelden, vaak niet te bepalen welk strandpaviljoen

96

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

de geluidnormen overschrijdt. Meer expliciete borging van de beperking van de geluiduitstraling is nodig, bijv. met het vaststellen van het ten hoogste toelaatbaar muziekniveau per strandpaviljoen via een geluidonderzoek en hoe een begrenzing tot dat muziekniveau kan worden geregeld. Daarvoor zou een systeem van toetspunten dichtbij de geluidbron, zoals bijvoorbeeld toetspunten op 1 m van de luidspreker met een regel voor het maximale aantal luidsprekerboxen per paviljoen, in het bestemmingsplan kunnen worden opgenomen. In de toelichting worden in H4.4 de geluidgevoelige objecten opgesomd met verwijzing naar de Wet geluidhinder. De geluidregelgeving is echter gewijzigd. De in artikel 1 van de Wet bedoelde 'andere geluidgevoelige gebouwen' worden nu aangewezen in het Besluit geluidhinder, artikel 1.2 lid 1, die we volledigheidshalve hieronder vermelden: • a. een onderwijsgebouw; • b. een ziekenhuis; • c. een verpleeghuis; • d. een verzorgingstehuis; • e. een psychiatrische inrichting; • f. een kinderdagverblijf. De uitzondering voor bijvoorbeeld een gymnastieklokaal is nu geregeld in art. 1.1, onderdeel d van dit Besluit, waarin de geluidgevoelige verblijfsruimten zijn benoemd. In lid 3 worden als geluidgevoelig terrein aangewezen: a. een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag*, en b.

een ligplaats in het water, bestemd om door een woonschip te worden ingenomen. *In artikel 1 lid j van de Wet op de huurtoeslag staat (voor de volledigheid): j. standplaats: kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten Wij adviseren u om de tekst aan te passen met vermelding van de te beschermen 'andere geluidgevoelige objecten' zoals die in de huidige regeling worden opgesomd. In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich geen externe veiligheidsbronnen waarmee rekening moet worden gehouden. Paragraaf 4.3 (Externe veiligheid) van de toelichting van het concept bestemmingsplan geeft geen aanleiding tot opmerkingen.

Externe Veiligheid:

97

bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)

Wet natuurbescherming:

De conclusies in de tekst van het plan ten aanzien van de Wet natuurbescherming zijn niet onderbouwd middels rapportages. Deze conclusies kunnen om die reden enkel voor kennisgeving aangenomen worden. Indien u twijfelt aan de uitgangspunten van de ruimtelijke onderbouwing, kunt u ten aanzien van de thema's voor de Wet natuurbescherming (houtopstanden, gebiedsbescherming en soortenbescherming) een adviesverzoek indienen bij team Groen van de ODH. De stukken dienen dan wel eerst aangevuld te worden met onderbouwende rapportages. Tevens willen wij u er op wijzen dat een toets op grond van de Wnb niet altijd gelijk is aan die van de Wro. Een onderbouwing die op grond van de Wro akkoord is, zal daarom niet per definitie altijd ook vergunbaar zijn op grond van de Wnb. In algemene zin merken wij daarbij op dat een ruimtelijke onderbouwing, vanwege het planvormende karakter nog globaal zal zijn, terwijl bij een toestemming op grond van de Wnb de realisatie op detailniveau bekend moet zijn. Voor gebiedsbescherming (stikstof) geldt bovendien dat bij een plantoets getoetst wordt aan de huidige, feitelijke situatie, terwijl bij de Wnb toets getoetst wordt aan het legale gebruik ten tijde van aanwijsdata van VHR gebieden (Natura 2000). De referentie waaraan getoetst wordt in het kader van de Wro en de Wnb kan daardoor van elkaar verschillen.

De behandelde thema's vormen gedeeltelijk een belemmering voor een verdere planvorming. Het thema geluid verdiend nog enige verdieping.

Conclusie:

Reactie: Wij zijn ons ervan bewust, dat niet tegenstaande de beoordeling van horeca-strandpaviljoesn als zware horeca, vanwege het Activiteitenbesluit voor indivuele strandpaviljoens beperkingen kunnen gelden vanwege de daarin opgenomen geluidsgrenswaarden. In voorkomende gevallen zullen zij ter voldoening aan de geluidsgrenswaarden uit het Activiteitenbesluiten het volume van de versterkte muziek daarop dienen aan te passen. Wij zien echter geen aanleiding in het kader van dit bestemmingsplan voor elk strandpaviljoen afzonderlijk een geluidsonderzoek te verrichten op basis waarvan het hoogst toelaatbare geluid bepaald wordt. De in hoofdstuk 4.4 vermelde lijst van andere geluidsgevoelige gebouwen hebben wij conform het advies aangepast. Wij onderschrijven hetgeen wordt opgemerkt over het onderscheid tussen de toets op grond van de Wet Natuurbescherming en de noets op grond van de Wet ruimtelijke ordening 9. Veiligheidsregio Haaglanden Inhoud: Geacht College, U heeft de Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) op 3 december 2021 verzocht om advies uit te brengen over de externe veiligheid omtrent het concept ontwerp-bestemmingsplan “Strand Den Haag”. Het voorliggende concept ontwerp-bestemmingsplan betreft hoofdzakelijk een actualisatie van het

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16576823/1