RIS324466 Bijlage Bestemmingsplan Strand Den Haag
Tekst van het document
Voor die delen van het plangebied waar herinrichting en/of nieuwbouw plaatsvindt en waar nog geen onderzoek en/of sanering heeft plaatsgevonden, zal bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd en eventueel gesaneerd moeten worden. Naast het feit dat nog niet overal binnen het plangebied bodemonderzoek heeft plaatsgevonden, zijn er ook locaties waar het uitgevoerde bodemonderzoek sterk verouderd is (ouder dan vijf jaar). Indien voor deze locaties bouwplannen/herinrichtingsplannen zijn, zullen de bodemonderzoeken geactualiseerd moeten worden. Indien permanente strandbebouwing mogelijk wordt gemaakt, moet door middel van bodemonderzoek worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik.
4.8
Windhinder en bezonning
Onderdeel van de toetsing voor stedenbouwkundige plannen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen worden de door de gemeenteraad vastgestelde normen voor windhinder en bezonning gehanteerd (RIS 170509). 4.8.1
Algemeen
Indien het project niet voldoet aan de normen dan kan het project worden geweigerd dan wel desalniettemin worden besloten dat onder voorwaarden met de planontwikkeling wordt ingestemd. Naast bezonning en wind weegt de gemeente immers nog vele andere aspecten af zoals architectonische vormgeving, functies, verkeer, parkeren, financiën, volkshuisvesting, sociale veiligheid et cetera. Onderdeel van de afweging is ook dat er voorwaarden (financieel en materieel) kunnen worden opgelegd aan de initiatiefnemer om maatregelen te nemen aan de vormgeving van het project en/of in de openbare ruimte met het oog op de reductie van windhinder. Overeenkomstig de nieuwe Wet ruimtelijke ordening kunnen deze eisen worden vastgelegd in een grondexploitatieplan of in een overeenkomst met de initiatiefnemer. De gemeente heeft als taak om al deze aspecten op een evenwichtige wijze tot gelding te laten komen. Het spreekt voor zich dat het aspect veiligheid/gevaar en een slecht klimaat bij wind een hard punt moet zijn. Indien hiervan toch wordt afgeweken dan moeten daarvoor zwaarwegende redenen zijn. De overige aspecten t.a.v. wind en bezonning maken deel uit van de genoemde bredere afweging. Afwijking van die normen is in concrete gevallen mogelijk als de totale belangenafweging daartoe noopt. 4.8.2
Windhinder
Van windhinder is sprake als gedurende een te groot aantal uren per jaar een bepaalde windsnelheid wordt overschreden. Dit treedt op rond hoge gebouwen wanneer er sprake is verhoogde windsnelheden, die het verblijf in de directe omgeving van deze gebouwen onaangenaam of zelfs gevaarlijk maken. In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving ter voorkoming van windhinder. Over het algemeen wordt gesteld dat voor gebouwen hoger dan 30 meter windonderzoek noodzakelijk is. Conclusie:
68
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
In het plangebied van het bestemmingsplan Strand Den Haag zijn geen ontwikkeling toegestaan en geen bebouwing aanwezig met deze bouwhoogte, waardoor toetsing aan windhinder achterwege kan blijven. 4.8.3
Bezonning
De realisatie bouwwerken kunnen gevolgen hebben voor de schaduwwerking in de omgeving. Binnen Nederland worden er geen formele eisen gesteld aan de bezonning van woningen of andere bouwwerken. Gemeenten zijn dus vrij om hun eigen eisen te stellen aan de bezonning. Gemeente Den Haag sluit grotendeels aan op de 'lichte TNO-norm'. De Haagse bezonningsnorm gaat er vanuit dat de ondergrens op tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober, uitgaande van een zonhoogte van eer dan 10 graden, moet liggen. In afwijking van de lichte TNO-norm is in de Haagse norm de bezonning van gevels maatgevend, onafhankelijk van de plaats van de ramen. De Haagse bezonningsnorm is van toepassing op de omgeving van de te realiseren nieuwbouw en geldt voor bouwwerken vanaf een hoogte van 25 meter of indien de nieuwbouw ten minste 1,5 maal hoger is dan de gemiddelde hoogte van de omgeving. Conclusie: De bebouwing op het strand geeft geen negatieve effecten op de bezonning en beschaduwing van andere bebouwing of openbare ruimte, waardoor een bezonningsonderzoek achterwege kan blijven.
69
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
70
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 5.1
Planbeschrijving
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken zijn de bestaande situatie (hoofdstuk 2), het beleidskader (hoofdstuk 3) en de milieukwaliteitseisen (hoofdstuk 4) uiteengezet. Deze hoofdstukken dragen de nodige kennis aan en geven inzicht in de af te wegen belangen die bij een bestemmingsplan aan de orde zijn. In paragraaf 5.2 wordt het plan beschreven en in paragraaf 5.3 worden de in het plan opgenomen ontwikkelingen aangegeven. De stedenbouwkunige regeling wordt in paragraaf 5.3.8 beschreven. Op strandtoegangen en parkeervoorziening wordt ingegaan bij paragraaf 5.3.8 Aan de hand hiervan wordt in paragraaf 5.5 de keuze verantwoord van de in het plan gehanteerde bestemmingen. Met deze verantwoording kan de opzet van het bestemmingsplan Strand Den Haag in paragraaf 5.6 en de verschillende bestemmingen globaal beschreven worden.
5.2
Beschrijving van het plan
Bestemmingsplan Strand Den Haag is een overwegend conserverend bestemmingsplan. De doelstelling van de herziening is de wens om het planologisch kader voor de strandzone te actualiseren aan de hand van de strandnota 'Het strand is van iedereen', alsmede ontwikkelingen die daaruit voortvloeien. De bestaande situatie en het huidige functioneren worden vastgelegd. Deels zijn de bestaande rechten uit het geldende bestemmingsplan overgenomen en deels de bestaande situatie (op basis van uitgevoerde inventarisaties, luchtfoto's, hoogte kaarten etc.). Het gebruik van het strand verandert door de jaren naarmate de wensen en behoeften van bezoekers veranderen. En ook het strand zelf verandert continue. Met de kustversterkingswerkzaamheden, het innovatieve project de Zandmotor, de aanleg van de Morales boulevard en de verbetering van de natuurwaarden van het Westduinpark is een flinke kwaliteitsslag gemaakt in het kustgebied en het directe achterland. De komende jaren wordt hier verder op voortgebouwd met het programma De Kust Gezond, de aanpak van Scheveningen Haven en de vernieuwingen in Kijkduin. Op het strand zelf zijn ook vernieuwingen ingezet. Zo is eind 2012 besloten om jaarrondexploitatie van strandpaviljoens op een deel van het Noorderstrand,mogelijk te maken. Deze ontwikkeling worden dan ook planologisch in dit bestemmingsplan overgenomen. 5.2.1
Opzet plangebied bestemmingsplan Strand Den Haag
Het bestemmingsplan Strand Den Haag beslaat het gehele strand van Den Haag, exclusief Scheveningen haven, de pier van Scheveningen en de eerder vergunde strandhuisjes, waarvan in 2025 de concessie afloopt. Het plangebied wordt opgedeeld in de volgende gebieden: Noorderstrand bestaande uit: Morales Boulevard Midden Boulevard Noord Boulevard Zwarte Pad
71
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
Zuiderstrand bestaande uit: Stille Strand Kijkduin Zandmotor
72
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
5.2.2
Bebouwd en onbebouwd strandgebied
Binnen de enkel bestemming "Recreatie-Strand" zijn op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding bouwvlakken ingetekend waarbinnen strandbebouwing mogelijk is. Tevens zijn op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding bouwaanduidingen aangegeven die geheel of gedeeltelijk samenvallen met een uitgegeven exploitatievlak. De betreffende exploitatievlakken zijn verder niet op de planverbeelding getekend; alleen het exploitatienummer is vermeld bij de bouwaanduidingen. Binnen de bouwvlakken van de bouwaanduidingen zijn bebouwingsregels over maatvoering van de strandbebouwing beschreven in de bij het bestemmingsplan behorende regels. De bouwaanduidingen zijn verdeeld over het Noorderstrand en Zuiderstrand waarbij clusters of aanééngesloten vlakken veelal op het Noorderstrand voorkomen en de solitair gelegen vlakken met slechts één of twee bouwaanduidingen veelal op het Zuiderstrand gelegen zijn. De vrijwel aanééngesloten strandpaviljoens waarvan de bebouwing nabij de boulevard is gelegen, zijn ter plaatse van belangrijke zichtpunten of strandtoegangen onderbroken. Verder zijn op het strand ten behoeve van hulpdiensten de vluchtwegen aangegeven naar belangrijke strandtoegangen die vrij van bebouwing of obstakels dienen te blijven.
Buiten de aangegeven bouwvlakken behorende bij de bouwaanduidingen op de bij het bestemmingsplan behorende planverbeelding, is bebouwing of opslag niet mogelijk. Daarbij zijn de bouwkundige opstallen en overige strandvoorzieningen alleen toegelaten binnen de bouwvlakken van de betreffende functieaanduidingen binnen bestemming 'Recreatie - Strand'. Bij voorkeur dient bebouwing zoveel mogelijk aaneengesloten te zijn binnen het bouwvlak. Terrassen dienen binnen het bouwvlak gerealiseerd te worden. Indien voorzieningen worden getroffen om het terras, anders dan voor een evenement, blijvend te overkappen, wordt deze bebouwde oppervlakte bij de totale maximale toelaatbare oppervlakte van het paviljoen gerekend. Binnen dit maximale oppervlak dienen zaken als afval, opslag van strandmaterieel te worden opgenomen, zodat het beeld niet wordt ontsierd door uitbouwsels of containers. Deze maximale maat omvat dus tevens de overdekte zonneboxen, de opslagruimte voor strandmeubilair en afvalcontainers. De oprichtingsduur van de bebouwing op het strand en overige bepalingen in verband met het dynamische kustbeheer, dienen in overeenstemming te zijn met het op dat gebied gestelde in de Keur van Delfland.
73
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
In de functieaanduidingen op het strand wordt een onderscheid gemaakt naar: horecapaviljoen, jaarrond horecapaviljoen, watersportpaviljoen, jaarrond watersportpaviljoen, speelvoorziening, recreatie-strandhuisjes, gebouwen voor maatschappelijke doeleinden of hulpposten en toegangen voor verkeer en calamiteiten. Het maximale aantal strandpaviljoens, waterpaviljoens en speelvoorzieningen ligt vast. Dat aantal is gelijk aan het vorige (inmiddels verouderde) bestemmingsplan De opstallen voor maatschappelijke doeleinden en/of hulpposten worden uitgebreid met twee permanente posten; één op het Noorderstrand, tegenover de Keizerstraat, en één post aan de voet van de strandopgang Kijkduin. Alle strandbebouwing dient te worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Regenwater van bebouwing binnen het bestemmingsplan moet worden geïnfiltreerd in de bodem. Voor regenwater afkomstig van bestratingen zijn voorzieningen opgenomen in de diverse bouwkundige verbeteringen van de boulevard. In de enkel bestemming "Recreatie - Strand" zijn de meeste functieaanduidingen gelegen, inclusief de daarin opgenomen bouwaanduidingen.
De strandbebouwing en de functieaanduidingen die op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding worden weergegeven wordt onderscheiden in: fietsenstalling (fis) specifieke vorm van horeca -horecapaviljoen (sh-hpj) specifieke vorm van horeca - jaarrond horecapaviljoen (sh-jhpj) specifieke vorm van maatschappelijk - permanente hulppost (sm-php) specifieke vorm van sport - jaarrond watersportpaviljoen (ss-jwpj) specifieke vorm van sport -watersportpaviljoen (ss-wpj) specifieke vorm van verkeer - calamiteitenontsluiting (sv-co) speelvoorziening (sz) specifieke vorm van recreatie – strandhuisjes (sr-sth).
Dit overzicht correspondeert met de legenda van de planverbeeldingen behorende het bestemmingsplan Strand Den Haag en vergemakkelijkt het lezen van de planverbeeldingen. De bestemming "Recreatie - Strand" beslaat het gehele strandgebied van plangebied Strand Den Haag en strekt zich uit vanaf de zandmotor in Monster tot aan Meijendel in Wassenaar. De bestemming "Recreatie - Strand" is bedoeld voor een recreatief, sportief en educatief, openbaar gebruik, waarbij evenementen toegelaten zijn. Naast het recreatieve of sportieve gebruik van het strand, dient het gebied eveneens voor een verantwoord en duurzaam duinbeheer. Wel kunnen op het strand evenementen plaatsvinden, maar zijn ook waterhuishoudkundige doeleinden verbonden aan dit gebied dat tevens dient als zee- en waterkering. Het voorziene gebruik is alleen toegestaan met in achtneming van behoud, herstel en/of de verdere ontwikkeling van de aanwezige natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarden.
5.3
Ontwikkelingen
In deze paragraaf worden de verschillende ontwikkelingen en bebouwingsmogelijkheden binnen het plangebied Strand Den Haag beschreven die met dit bestemmingsplan planologisch mogelijk zijn gemaakt. Daarnaast worden relevante zaken behandeld die in de aangrenzende gebieden of invloedsfeer van het bestemmingsplangebied zijn gelegen. In de nu volgende hoofdstukken worden ontwikkelingen en wijzigingen ten opzichte van het vorige bestemmingsplan "Strand" beschreven die op enigerlei wijze in de planregels en verbeelding van dit bestemmingsplan Strand Den Haag zijn opgenomen.
74
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
5.3.1
Jaarrond exploitaties strandpaviljoens
Eind 2012 heeft de gemeenteraad met het raadsbesluit Start Jaarrondexploitatie (RIS 254078) besloten om zeven jaarrondexploitatie van strandpaviljoens toe te staan. Om die reden zijn zeven strandpaviljoens die zijn gelegen op de twee clusters op het strand direct ten noorden van de haven de mogelijkheid om jaarrond te exploiteren. Naast de locatiekeuze heeft de gemeenteraad indertijd ook de uitgangspunten voor jaarrondexploitatie vastgelegd. De uitgangspunten die in het raadsbesluit 'Start Jaarrondexploitatie' (RIS254078) zijn geformuleerd blijven onverkort gelden. Deze voorwaarden zijn: Jaarrondpaviljoens zijn in de winter overdag en 's- avonds overwegend open voor publiek. Jaarrondpaviljoens trekken meer bezoekers naar het strand en/of verlengen de verblijfsduur. Jaarrondpaviljoens zijn goed bereikbaar (voor bezoekers, leveranciers/werknemers en hulpdiensten) en hebben voldoende parkeergelegenheid in de nabije omgeving. Gedurende de wintermaanden moet het strand óók aantrekkelijk blijven voor bezoekers die genieten van een leeg/rustig strand. Alles (afval, voorraad, losse voorwerpen etc.) moet inpandig worden opgeslagen i.v.m. uiterlijk aanzien en veiligheid. Het aantal exploitatievlakken blijft gelijk er worden geen nieuwe strandpaviljoen-locaties uitgegeven. Voorkomen van toename van overlast voor bewoners in de omgeving van het strand in de winter.
Versterken economisch klimaat in de omgeving van het strand/boulevard/havengebied. Kosten voor het beheer van de boulevard en het strand mogen door jaarrondexploitatie op het strand niet exponentieel toenemen. De strandexploitant staat voor eigen risico op het strand (net als in de zomer). Jaarrondexploitaties voldoen aan alle publiekrechtelijke regelgeving, zoals de APV, het bestemmingsplan, de Waterwet en de Wet Milieubeheer. Huur wordt naar rato betaald. Geen extra negatieve effecten op de aan het strand grenzende Natura 2000 gebieden. Het gebied waar het onderhavige besluit betrekking op heeft is gelegen in het bestemmingplan Strand Den Haag en voor het jaarrond exploiteren van het Beachstadion is het bestemmingsplan "Scheveningen Haven" van toepassing. De eerste jaarrondstrandpaviljoens zijn geopend aan het begin van het strandseizoen 2015. Inmiddels zijn er vijf vergund. Vier daarvan zijn opgericht en één is nog niet geëffectueerd. De twee overige toegekend, maar nog niet vergunde jaarrond strandpaviljoens zijn wel op de planverbeelding opgenomen, maar moeten nog aangevraagd worden. Wel heeft daarvan een zich gemeld bij gemeente met concrete voornemens.
De zeven strandpaviljoens die conform de raadsbesluiten van 2012 en recent in de zomer van 2021 jaarrond mogen staan zijn planologisch vastgelegd in het bestemmingsplan Strand Den Haag met een toevoeging "jaarrond" aan het horeca- dan wel watersportpaviljoen. Buiten deze zeven jaarrond strandpaviljoens die opgenomen zijn in het bestemmingsplan Strand Den Haag is ook jaarrond toegekend voor het Beachstadion jaarrond te exploiteren. Echter is het Beachstadion niet in dit bestemmingsplan, maar in het bestemmingsplan "Scheveningen Haven" opgenomen. 5.3.2
Speelvoorziening
In het bestemmingsplan Strand Den Haag zijn in totaal 6 commerciële speelvoorzieningen planologisch toegelaten. Daarvan zijn er 4 gelegen op het Noorderstrand, waarvan 1 op de Moralesboulevard (met springkasteel, particuliere opvang), 1 op de Middenboulevard, 1 op de Noordboulevard en 1 op het Zwarte Pad. Op het Zuiderstrand zijn 2 speelvoorzieningen nabij Kijkduin opgenomen. De speelvoorzieningen mogen een maximale omvang hebben van 50 m² en een maximale bouwhoogte gerelateerd aan de maximale bouwhoogte van het betreffende stranddeel, respectievelijk 3.60 meter danwel 4.50 meter. De commerciële speelvoorzieningen komen zowel los als in combinatie met een strandpaviljoen voor.
75
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
5.3.3
Strandveiligheid
Nu het strand en de zee jaarrond steeds frequenter gebruikt wordt, is jaarrond strandbewaking noodzakelijk. Om dit mogelijk te maken zullen de Veiligheids Regio Haaglanden (VRH) en de Haagse Veiligheid Redding Brigade? (HVRB) op korte termijn jaarrond gaan werken vanuit een tweetal permanente hulpposten op de stranden van Kijkduin en Scheveningen. De intentie is om het gebruik van deze nieuwe hulpposten te verbreden door de huisvesting van verschillende functies samen te voegen. Tijdens het drukkere strandseizoen worden deze jaarrondposten aangevuld met een tweetal kleinere posten (ten noorden van de Pier en op het strand ter hoogte van Duindorp) zodat het strand goed bewaakt kan worden. Dit bestemmingsplan Strand Den Haag legt planologisch twee locaties ter grootte van 400 m² met een maximale bouwhoogte van 4,50 meter vast,aan het einde van de Noordboulevard en in het westelijk deel van de meest oostelijke strandopgang in Kijkduin. Op die manier zijn op beide stranden permanente hulpposten mogelijk. De hulpposten zullen herkenbaar worden ontworpen en vormgegeven, waarbij rekening wordt gehouden met het beeldkwaliteitsplan van de Welstandcommissie en de stedenbouwkundige impact die de posten zullen hebben op de omgeving. De omvang van de posten is groter dan het ruimtebeslag van de tijdelijke posten door de clustering van verschillende functionaliteiten op twee locaties.
Daar staat tegenover dat met de gekozen oplossing uiteindelijk veel minder bebouwing op het strand nodig is. De uitkijkfunctie van de post nabij Scheveningen zal in het bouwkundige programma van eisen worden opgenomen. Om voldoende schuifruimte te kunnen houden gedurende de jaren dat de permanente hulpposten worden gerealiseerd, blijven de tijdelijke hulpposten ook mogelijk. 5.3.4
Zandmotor
Naast strandbebouwing is er ook binnen het bestemmingsplan Strand Den Haag een bouwwerk in de vorm van een kunstmatige zandbank gesitueerd. In 2011 is een groot kustmatige zandbank in de vorm van een schiereiland voor de kust van Ter Heijde en Kijkduin gelegd. Deze "Zandmotor" is belangrijk als aanjager voor innovatief kustonderhoud. De zandmotor helpt om het zand met behulp van zeestromen, wind en golven langs de kust te verspreiden. Ook hebben diverse planten, vogels en andere dieren zich inmiddels in dit kustlandschap genesteld en heeft het gebied grote recreatieve waarde voor natuurliefhebbers en sporters. De zandmotor is in de planverbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen. 5.3.5
strandhuisjes
In het bestemmingsplan Strand Den Haag zijn vier locaties van elk 10 strandhuisjes opgenomen, conform de afgegeven vergunningen. 5.3.6
Strandbebouwing en strandpaviljoens
In deze paragraaf wordt ingegaan op de planologisch vastgelegde strandbebouwing binnen de bestemming "Recreatie - Strand" vastgelegd op de verbeelding en in de planregels van het bestermmingsplan Strand Den Haag. Naast speelvoorzieningen, strandhuisjes en maatschappelijke functies, waaronder hulpposten, zijn er strandpaviljoens in de vorm van horecapaviljoens en watersportpaviljoens mogelijk. Van beide laatst genoemde strandbebouwing, zijn 7 strandpaviljoens jaarrond in dit bestemmingsplan gefaciliteerd. Daarnaast worden er 2 permanente hulpposten planologisch mogelijk gemaakt. Om te voorkomen dat de exploitatievakken bedoeld voor het oprichten strandpaviljoens een willekeur aan bebouwingsvormen opleveren wat de omvang en hoogte betreft, zijn de uiterste begrenzingen van de bouwvlakken, het maximale bouwoppervlak en de bouwhoogte van de strandpaviljoens aan regels gebonden en op sommige stranddelen aangepast. In het bestemmingsplan Strand Den Haag worden de regels ten aanzien van het bouwen van strandpaviljoens zoals die al bestonden in het vorige bestemmingsplan, zoveel mogelijk in stand gehouden. In totaal zijn binnen het bestemmingsplan Strand Den Haag maximaal 76 strandpaviljoens mogelijk. Wel geeft dit bestemmingsplan ten opzichte van het vorige bestemmingsplan "Strand" enige verruiming
76
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
in bouwvolume van strandpaviljoens op enkele stranddelen. Dienaangaande zijn eerder raadsbesluiten genomen of zijn inmiddels vergunde situaties planologisch in dit bestemmingsplan vastgelegd. In dit bestemmingsplan is het bouwvolume, d.w.z. de maatvoering die de oppervlakte en bouwhoogte in planregels en verbeelding vastlegt, van de strandpaviljoens op het Zwarte Pad, langs Morales boulevard en op het Zuiderstrand aan elkaar gelijkgesteld. Een aanpassing die in overeenstemming is met het raadsbesluit uit 2008 (RIS 161651). Dat betekent dat voor het gehele Zuiderstrand de maximale oppervlakte van strandpaviljoens een verruiming heeft gekregen naar 335 m² met een maximale bouwhoogte van 4.50 meter. De strandpaviljoens langs het Zwarte Pad beschikten volgens het vorige bestemmingsplan al over deze maximale maatvoering. Dit betekent dat over het geheel genomen zowel op het Zuiderstrand als op het Noorderstrand een gelijke norm voor strandpaviljoens wordt gehanteerd. Alleen voor het deel grenzend aan Scheveningen (tussen golfbreker 44 en 46), voor de Midden- en Noordboulevard in Scheveningen Bad, waar de vrije ruimte voor de strandpaviljoens toch al zeer beperkt is door de drukke bezetting langs de boulevards, is een uitzondering gemaakt. Langs deze boulevards wordt het nu geldende maximum van 300 m² gehandhaafd voor de strandpaviljoens met een maximale bouwhoogte van 3.60 meter.
Omdat de omgeving daar ook meer stedelijk van aard is, valt deze uitzondering goed te motiveren. Overigens komen zowel op het Zuiderstrand als op het Noorderstrand enkele strandpaviljoens voor met een groter toegestaan bouwoppervlak. Dit grotere bouwoppervlak is bij recht verkregen met een vergunning of op basis van rechten uit het vorige bestemmingsplan. De bewuste strandpaviljoens met de afwijkende maatvoering hebben een maatbestemming gekregen en zijn op de verbeelding aangegeven met een specifieke bouwaanduiding waarbij het exploitatienummer van het betreffende strandpaviljoen is aangegeven. De hoogte van de strandpaviljoens blijft beperkt tot één bouwlaag. Dakterrassen zijn niet mogelijk. De beleving van strand en water is een belangrijke voorwaarde voor het functioneren van het gehele strandgebied van de gemeente Den Haag. Een goed evenwicht tussen bebouwd en onbebouwd oppervlak is daarbij van belang. Bij twee bouwlagen wordt het beeld te sterk door de bebouwing bepaald. Daarbij kan een te hoge strandbebouwing strijdigheid opleveren met de verplichte onbelemmerde horizontale en verticale uitzichthoeken voor de observatieposten van de hulpdiensten. 5.3.6.1 Noorderstrand Maximaal 54 exploitaties voor strandpaviljoens zijn beschikbaar voor het Noorderstrand.
Voor het Noorderstrand is het maximale bebouwingsoppervlak per bouwvlak (lees per exploitatienummer) 335 m² met uitzondering van het deel dat zich direct voor de Midden- en Noordboulevard bevindt; ter hoogte van Paviljoen de Witte tot aan de keerlus van de tram aan het einde van de Gevers Deynootweg (ter hoogte van het Carlton Hotel). In dit laatste deel is het maximum bouwoppervlak per exploitatienummer maximaal 300 m² gehouden omdat de ruimte hier beperkt is, de exploitaties dicht tegen elkaar aangeschoven zijn en een verdere uitbreiding van het bouwoppervlak de enigszins transparante en open opzet langs de boulevard zou verstoren. Opslagruimte voor strandmeubilair en afvalcontainers dienen volledig inpandig te worden gerealiseerd en tellen mee in het totale maximale bebouwingsoppervlak, zodat opslag voorzieningen buiten de strandpaviljoens kunnen worden voorkomen. Naast de strandpaviljoens zijn er op het Noorderstrand 4 speelvoorzieningen met bijbehorende voorzieningen toegestaan met een maximale omvang van 50 m² en een maximale bouwhoogte gerelateerd aan de maximale bouwhoogte van het betreffende stranddeel. In paragraaf 5.3.2 wordt verder ingegaan op de speelvoorziening. De maatschappelijke voorzieningen, o.a. benodigd voor de plaatsing van seizoensgebonden hulpposten, is in de planregels van de bestemming "Recreatie - Strand" opgenomen.
Een locatie voor een permanente hulppost die gedurende het gehele jaar kan worden gebruikt, is op de verbeelding aangegeven nabij en aan het einde van de Noordboulevard. In paragraaf 5.3.3 Strandveiligheid wordt nader ingegaan op de permanente hulpposten.
77
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
5.3.6.2 Morales Boulevard tot aan Golfbreker 44 Vanaf het noordelijk havenhoofd tot en met golfbreker nr. 44, langs de Morales Boulevard, bevinden zich 15 strandpaviljoens, waarvan 5 paviljoens voor watersportverenigingen zijn gereserveerd. Deze worden in dit bestemmingsplan aangeduid als watersportpaviljoen. Van deze 15 strandpaviljoens hebben 7 strandpaviljoens een vergunning voor exploitatie gedurende het gehele jaar, een zogenaamd 'jaarrond strandpaviljoen'. Deze hebben in dit bestemmingsplan op de verbeelding een functieaanduiding gekregen met de toevoeging "jaarrond". In paragraaf 5.3.1 Jaarrond exploitaties strandpaviljoens wordt nader ingegaan op de jaarrond strandpaviljoens. Daarnaast is in dit stranddeel één speelvoorziening met bijbehorende voorzieningen (springkasteel, particuliere opvang) toegestaan met een maximale omvang van 50 m² en een maximale bouwhoogte van 4.50 meter. Omdat de verschillende strandpaviljoens in groepjes zijn geplaatst en het zicht op strand en zee niet wordt belemmerd, blijft het bouwoppervlak voor dit deel maximaal 335 m². Eventuele uitzicht beperkingen als gevolg van (te) grote bouwhoogten direct langs de boulevard, zijn hier niet zozeer aanwezig zodat de maximale bouwhoogte eveneens bepaald is op 4.50 meter.
5.3.6.3 Midden- en Noordboulevard In het stranddeel tussen golfbreker 44 (Scheveningseslag) en 46 (iets voorbij de Pier), is het bebouwingsoppervlak voor de strandpaviljoens maximaal 300 m². Hier treft men een grote dichtheid aan strandpaviljoens die vrijwel aanééngesloten langs de boulevard zijn opgesteld. Het maximum bebouwde oppervlak is op 300 m² gehouden, omdat beschikbare ruimte voor eventuele uitbreidingen niet of nauwelijks aanwezig is. Eventuele ruimte voor uitbreiding zeewaarts is onwenselijk en voorkomen moet worden dat doorgangen of het vrije zicht tussen de strandpaviljoens worden dichtgezet. Ook de bouwhoogte van de strandpaviljoens bepaalt in sterke mate de zichtbaarheid en de beleving van strand en zee vanaf de boulevard. Daarom wordt de huidige maximale bouwhoogte van 3.60 meter voor de strandpaviljoens langs de Midden- en Noordboulevard gehandhaafd. Om te voorkomen dat strandpaviljoens tegen elkaar aan worden gebouwd, en ook om redenen van brandveiligheid voldoende ruimte tussen de strandpaviljoens aanwezig moet zijn, dienen de strandpaviljoens elk een strook loodrecht op de kust van minimaal 5.00 meter breed tussen het naastgelegen strandpaviljoen vrij te houden van bebouwing. Een gebruik in de vorm van zonneboxen (transparant, open en zonder overkappingen) is mogelijk. Op die manier wordt het tot stand komen van een volledig gesloten bebouwing voorkomen.
Deze regeling is van toepassing op het hele strandgebied, maar de situatie nabij de Midden- en Noordboulevard maakt, gelet op de vrijwel aaneengesloten opstelling van strandpaviljoens in dit gebied, een streng toezicht op uitvoering van deze regeling noodzakelijk. De oppervlakte van de zonneboxen die in de begripsomschrijving van het bestemmingsplan Strand Den Haag als gebouw worden aangeduid, wordt gerekend tot het maximaal toegestane bebouwde oppervlak van een strandpaviljoen. De Midden- en Noordboulevard tellen 23 seizoensgebonden strandpaviljoens. Aanvullend zijn 2 speelvoorzieningen opgenomen inclusief bijbehorende voorzieningen met een maximale omvang van 50 m² en een maximale bouwhoogte van 3.60 meter, 1 op de Middenboulevard en 1 op de Noordboulevard. De Noordboulevard die direct ten noorden van pier is gelegen en loopt tot aan de keerlus van de tram aan het einde van de Gevers Deynootweg, bestaat uit 6 strandpaviljoens. Het permanente paviljoen aan het einde van de Noordboulevard, welke recent is geplaatst heeft een andere bestemming gekregen dan alleen bedoeld voor een strandpaviljoen. De bedoeling is dat dit paviljoen een nieuw icoon wordt en een bezoek naar het 'einde van de boulevard' aantrekkelijk maakt. Een volwaardige uitspanning die ruimte biedt voor ontmoeting en verblijf.
Dit permanente paviljoen, dat als enige niet op het strand is gesitueerd, heeft daarom een aparte bestemming meegekregen, namelijk "Cultuur en Ontspanning". Dit paviljoen past goed bij de ambities die de gemeente heeft voor de verdere ontwikkeling van Scheveningen als badplaats. Een badplaats die 365 dagen per jaar aantrekkelijk is en beschikt over publiekstrekkers van formaat.
78
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
5.3.6.4 Zwarte Pad Den Haag heeft de ambitie Scheveningen tot een kwalitatief hoogwaardig en aantrekkelijke badplaats te maken. Gezien de omstandigheid dat in dit deel van het Haagse strand de hoogte van de strandpaviljoens en het bebouwd oppervlak geen verdere negatieve invloed heeft op zichtlijnen vanuit het achterland op strand en zee, maar wel tegen Natura 2000 gebieden aan ligt, blijft het bebouwd oppervlak voor de strandpaviljoens gehandhaafd tot een maximum van 335 m². Een maximum dat ook voor het gehele Zuiderstrand geldt. De maximale bouwhoogte blijft 4.50 meter. Aanwezig zijn 16 strandpaviljoens, waarvan een watersportpaviljoen, de overige zijn horecapaviljoens. De maximale bouwhoogte blijft 4.50 meter. 5.3.6.5 Zuiderstrand Ook voor het gehele Zuiderstrand geldt een maximum bebouwingsoppervlak van 335 m² voor elk strandpaviljoen. Opslagruimte voor strandmeubilair en afvalcontainers dienen volledig inpandig te worden gerealiseerd en tellen mee in het totale maximale bebouwingsoppervlak, zodat opslag voorzieningen buiten de strandpaviljoens kunnen worden voorkomen. De maximale bouwhoogte is 4.50 meter en daarmee gelijkgesteld aan de hoogte zoals die overwegend op het Noorderstrand geldt. Het Zuiderstrand telt in totaal 22 strandpaviljoens met een horecavergunning. Twee daarvan zijn watersportpaviljoens; één op het Stille Strand en één nabij Kijkduin.
Verder zijn 2 speelvoorzieningen nabij Kijkduin opgenomen met een maximale omvang van 50 m² en een maximale bouwhoogte van 4.50 meter. In paragraaf 5.3.2 wordt verder ingegaan op de speelvoorziening. De maatschappelijke voorzieningen, o.a. benodigd voor de plaatsing van seizoensgebonden hulpposten, is in de planregels van de bestemming "Recreatie - Strand" opgenomen. Een locatie voor een permanente hulppost die gedurende het gehele jaar kan worden gebruikt, is op de verbeelding aangegeven nabij de meest noordelijke strandopgang van Kijkduin. In paragraaf 5.3.3 Strandveiligheid wordt nader ingegaan op de permanente hulpposten. Daarnaast zijn er op het Zuiderstrand 40 strandhuisjes planologisch vastgelegd. In paragraaf 5.3.5 wordt nader ingegaan op de strandhuisjes.
5.3.7
Overige ontwikkelingen grenzend aan plangebied
Hierbij wordt de versterking van de zeewering, ontwikkelingen ten aanzien van de boulevards en Kijkduin-Bad beschreven. Deze ontwikkelingen vallen niet in dit bestemmingsplan Strand Den Haag, maar hebben wel invloed op het plangebied.
79
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
5.3.7.1 Versterking zeewering Het klimaat verandert en de zeespiegel stijgt. Om de veiligheid van West-Nederland ook op langere termijn te kunnen waarborgen moeten maatregelen genomen worden. Voor Den Haag zijn de noodzakelijke versterkingen van de zwakke plekken in de Delflandse kust, zoals de zeewering in Scheveningen en Kijkduin, inmiddels ter hand genomen. De noodzakelijke maatregelen om de zeewering te versterken zijn tegelijk aanleiding om de ruimtelijke kwaliteit van strand en aanliggende boulevards te verbeteren. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft voor de twee zwakke schakels een verbeteringsplan opgesteld samen met de gemeente Den Haag, gemeente Westland, provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat. De versterkingsmaatregelen hebben effect gehad op de grootte en het gebruik van het strand en een deel van de boulevard tussen de Scheveningseslag en de keerlus van lijn 11. De versterking van de zeewering in Scheveningen is met de aanleg van een harde constructie in de boulevard ('dijk-in- boulevard') en door het ophogen van strand en vooroever tot stand gebracht. Deze 'verharde zeewering' ging uit van het volledig zeewaarts verplaatsen van de waterkering ter hoogte van de zwakke plekken Keizerstraat, Schuitenweg en Jongeneelstraat.
Vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit - voorkomen van belemmering van uitzicht en het in stand houden van de relatie Scheveningen Dorp en zee - is de voorkeur gegeven aan een maximale hoogte van de harde constructie. Deze 'dijk-in-boulevard' is aangelegd op een hoogte van 10 meter boven NAP behalve bij Seinpostduin (12 meter boven NAP) en de Schuitenweg (8.50 meter boven NAP). Op deze 'dijk-in- boulevard' is vervolgens een nieuwe fiets en wandel boulevard gerealiseerd. De genoemde hoogten zijn allereerst bepaald door veiligheidsberekeningen. Vervolgens is waar mogelijk rekening gehouden met aanwezige hoogten en de wens het uitzicht op zee te behouden. De 'dijk-in- boulevard' is aangelegd tussen de Scheveningse slag en de tram lus ten zuiden van de Keizerstraat. Aan de noord- en zuidzijde van de 'dijk-in- boulevard' is de aansluiting op de bestaande zeewering van zand met behulp van diepwanden - in de grond gemaakte betonnen wanden - gerealiseerd. 5.3.7.2 Openbare ruimte Plan De Solà-Morales (Scheveningen Dorp) De gemeente Den Haag heeft voor Scheveningen de Boulevard Scheveningen Visie opgesteld (RIS 200412249).
De door de Spaanse architect De Solà-Morales opgestelde vernieuwing van de boulevard van Scheveningen is een integrale oplossing om de noodzakelijke versterking van de zeewering te verbinden met een aanzienlijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de badplaats. Hierbij zijn de eisen die nu eenmaal verbonden zijn aan het realiseren van een goede zeewering, op een intelligente en aangename wijze verbonden met belangen die spelen op het gebied van de leefbaarheid, economie, milieu en bereikbaarheid. Het inmiddels gerealiseerde ontwerp maakt optimaal gebruik van de aanwezige landschappelijke kwaliteiten, waarbij ruimtelijke kwaliteit en samenhang sleutelwoorden zijn geweest voor de vormgeving van de boulevard. De meest opvallende verandering in de opzet van nieuwe boulevard is de gebogen lijn. De golvende beweging die Scheveningen-bad, dorp en haven met elkaar verbindt, heeft een vanzelfsprekende samenhang bereikt. De golvende promenade langs zee versterkt de oude (versteende) duinen, de historische kustlijn en de huidige uiterste bebouwingslijn. De promenade biedt royaal gelegenheid te flaneren of te verpozen, alle ruimte om te genieten van het uitzicht van de zonsondergang bijvoorbeeld of van de aanwezigheid van de Noordzee, maar ook aan fietsers en hardlopers is ruimte toebedeeld.
De bestaande beeldentuin moest enigszins wijken voor de zeewering maar presenteert zich aan de nieuwe boulevard. Het museum 'Beelden aan zee' is niet te missen door de aanwezigheid van beelden in het openbaar gebied. Langs de nieuwe boulevard is het aantal kiosken gehandhaafd. De situering is in overleg met de kioskhouders bepaald en die werkwijze zal ook bij toekomstige nieuwe inrichtingen worden gevolgd. Het ontwerp van de Boulevard heeft betekend dat de relatie met de wandelboulevard en de Keizerstraat hersteld is waardoor een nieuwe economische impuls voor de Keizerstraat is aangebracht. De Vissershavenweg eindigt in een rotonde aan de boulevard die naar verschillende parkeerzones leidt. Aan het einde van de boulevard vormt een rechte route een opening in de richting van het noordelijk havenhoofd en zorgt daarmee ook voor de ontsluiting van het parkeergebied. De boulevard zelf is overigens geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Middenboulevard De middenboulevard ligt tegen het hiervoor beschreven plangebied aan. De Middenboulevard wordt vanaf 2020 opnieuw ingedeeld. Dit deel van de boulevard wordt van een nieuwe bestrating voorzien en krijgt nieuwe toegangen tot het strand. Er komt een ruim 35 meter brede trap, precies tegenover het Kurhaus.
80
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
De trap ligt op de plek waar vroeger de oude Pier begon. In de Middenboulevard zijn drie grote openbare pleinen gemarkeerd voor verschillende activiteiten. Ook hier geldt dat de inrichting en indeling van de boulevard zelf buiten dit bestemmingsplan valt. Noordboulevard De Noordboulevard is het deel van de boulevard ten noorden van de Pier. Deze nieuwe boulevard is verlengd, breder gemaakt en heeft daarbij een licht gebogen vorm gekregen. Hierdoor sluit de boulevard beter aan bij de loop van de kustlijn die door duinenrijen aan de noordzijde van Scheveningen wordt begrensd. Vanaf de boulevard zijn strand en strandpaviljoens via 4 brede vaste trappen eenvoudig bereikbaar. Voor mindervaliden zijn hellingbanen nabij de Pier en het Zwarte Pad voorzien. 5.3.7.3 Kijkduin-Bad Kijkduin-Bad wordt herontwikkeld. De tweede badplaats van Den Haag krijgt een impuls waarmee de ruimtelijke, landschappelijke en ecologische kwaliteit van Kijkduin wordt versterkt en er een unieke familiebadplaats ontstaat met het accent op wellness, ontspanning en gezondheid. Daarnaast wordt ook de woonfunctie versterkt op een manier die passend is bij de identiteit en de landschappelijke kwaliteit van Kijkduin.
Al deze onderdelen worden verbonden door een openbare ruimte van hoogwaardige kwaliteit waarbij de nieuwe Boulevard en het nieuwe Deltaplein de beëindiging vormen van de lange lijn(Lozerlaan-Kijkduinsestraat) naar zee. 5.3.8
Strandtoegangen en parkeervoorziening
Verkeer en parkeren De Boulevard is vooral een voetgangersgebied en voor autoverkeer slechts beperkt toegankelijk. Van de Scheveningseslag tot aan de kruising met de Vissershavenweg rijdt het autoverkeer over een éénrichtingsweg. Van de Vissershavenweg tot aan het Adriaan Maasplein maakt het autoverkeer gebruik van de huidige route. Deze weg is de enige toegang tot de parkeerplaatsen die langs de route zijn gelegen. Na de bushalte bij de Scheveningseslag, tevens een keerpunt voor de bussen, begint de éénrichtingsweg (Strandweg) die is bestraat met een eigen, wat grover materiaal. De automobilist wordt hier gedwongen langzaam te rijden en heeft vanuit de auto een panoramisch uitzicht over boulevard en zee. De weg vormt een smal lint, half terug liggend op de dijk, die zich vanzelfsprekend onderscheidt door een eigen, wat hoger liggend niveau. Parallel aan deze weg loopt een breed fietspad dat vanaf de Scheveningseslag afdaalt en zich daarna bij hetzelfde niveau voegt als de hoge boulevard.
5.4
Duurzaamheid
5.4.1
Ladder voor duurzame verstedelijking
Volgens de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland bevat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een nieuwe stedelijke ontwikkeling met wonen, bedrijven, zelfstandige kantoren, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen een verantwoording van de locatiekeuze. Hiervoor is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk geïntroduceerd. Als in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen stedelijk gebied kan worden voorzien en de locatie is groter dan 3 hectare, dan moet er tevens gebruik worden gemaakt van de locaties die zijn opgenomen in het Programma Ruimte van de provincie. De definitie voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Dit hangt af van de aard en omvang van de ontwikkeling i.r.t. de omgeving. De stedelijke ontwikkeling is "nieuw" als er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Dit betreft de vergelijking van de functiewijziging en de wijzigingen van het planologisch ruimtebeslag van de nieuwe stedelijke ontwikkeling ten opzichte van het geldende planologisch regime.
Als het nieuwe plan geen functiewijziging en geen extra ruimtebeslag geeft, is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De definitie voor bestaand stedelijk gebied is: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing
81
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Als er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dan moet er worden aangetoond dat deze plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied en wordt voorzien in een actuele (regionale) behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd, om te voldoen aan de ladder. De ontwikkelingen voortvloeiend uit het gemeentelijke strandbeleid vinden plaats binnen bestaand stedelijk gebied en zijn zo kleinschalig van aard dat er geen sprake is van een gevolg voor de actuele regionale behoefte. 5.4.2
Waterhuishouding
Het Hoogheemraadschap van Delfland is verantwoordelijk voor het beheer van de primaire waterkering en het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer in het plangebied. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is in het kader van de watertoets overleg gevoerd over deze waterparagraaf, de plankaart en de voorschriften. Deze waterparagraaf bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding.
5.4.3
Duurzaamheidsbeleid
Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente is beschreven in de kadernota Duurzaamheid (5 maart 2019, RIS 301829) en de bijbehorende jaarlijkse programmabrief. Deze duurzaamheidsparagraaf bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. In dit bestemmingsplan zijn geen maatregelen in de openbare ruimte in het kader van klimaatbestendigheid voorzien. Mogelijk worden in de toekomst klimaatbestendige maatregelen genomen in het plangebied. Indien nodig, zullen voor die aanpassingen van het openbaar gebied aparte ruimtelijke procedures worden gevolgd.
5.5
Keuze en verantwoording van bestemmingen
5.5.1
Het digitale bestemmingsplan
Een belangrijk onderdeel van Wet ruimtelijke ordening (Wro) vormt de digitaliseringsverplichting. De Wro bepaalt dat een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar moet zijn. Dit heeft onder meer geleid tot de introductie van twee nieuwe begrippen: 'digitale verbeelding' en de 'analoge verbeelding'. Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (plankaart), regels en een toelichting en is digitaal raadpleegbaar. De eerste twee onderdelen zijn juridisch bindend, de toelichting is juridisch niet bindend maar helpt bij de interpretatie van de kaart en de regels. De 'digitale verbeelding' is een interactieve raadpleegomgeving die o.a. via het internet (www.ruimtelijkeplannen.nl) die de gehele inhoud van het bestemmingsplan ontsluit overeenkomstig de SVBP2012: Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 'van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Door een muisklik op een bepaalde plek verschijnen de bijbehorende regels voor die locatie in een nieuw tabblad in beeld. Onder de term digitale verbeelding wordt dan ook niet alleen het ruimtelijk beeld, maar ook de daarbij behorende juridische informatie (regels) verstaan. Indien de digitale en de analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend. Onder analoge verbeelding wordt verstaan: alle te verbeelden informatie van een ruimtelijk plan op papier.
De term analoge verbeelding is dus een synoniem voor de tot nu toe altijd gebruikte term plankaart. Op de bij het onderhavige bestemmingsplan toelichting Bestemmingsplan Standaard Den Haag 2017 behorende verbeelding zijn alle noodzakelijke en op grond van het Besluit ruimtelijke ordening vereiste gegevens ingetekend. Er is daarbij onderscheid gemaakt in bestemmingen en aanduidingen op de
82
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
verbeelding. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. Elk stuk grond van het plangebied heeft een bestemming. Deze wordt zichtbaar gemaakt door middel van een kleur, op de digitale verbeelding wordt de informatie in een aparte deel van het scherm zichtbaar, op de analoge verbeelding al dan niet in combinatie met een letter, ter aanduiding van de bestemming en een getal dat de maximale toegestane (goot- en nok)hoogte en/of bebouwingspercentage aangeeft. Op deze wijze is het mogelijk om te zien welke bestemmingen zijn gegeven aan de gronden en opstallen binnen het plangebied. Elke op de verbeelding aangegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsartikel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming zien op welke wijze gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de plankaart. Aanduidingen geven dientengevolge, in samenhang met de regels, duidelijkheid over wat binnen een bestemmingsvlak al dan niet is toegestaan. Op de digitale en analoge verbeelding van de plankaart zijn bouwhoogten aangegeven. Gekoppeld aan bouwvlakken is een maatvoering voor (goot- en nok)hoogte, afgerond in meters en conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012, opgenomen. De waarde op de plankaart geeft de maximaal toegelaten (goot- en nok)hoogte van een gebouw aan.
Daarnaast wordt ook in de bouwregels van het bestemmingsplan een en ander bepaald over bouwhoogten. Bij het bepalen van de daadwerkelijke hoogte van gebouwen is gebruik gemaakt van stereokartering met behulp van luchtfoto's. De maximaal toegelaten bouwhoogte kan afwijken van de daadwerkelijke hoogte van een gebouw: aan het vaststellen van een maximale bouwhoogte liggen stedenbouwkundige overwegingen ten grondslag. Voorts wordt de opzet van het bestemmingsplan ingegeven door de relevante beleidskaders en omgevingsfactoren. In onderstaande tabellen (beslissingstabel) is aangegeven op welke onderdelen de in dit bestemmingsplan beschreven beleidskaders en omgevingsfactoren hun vertaling hebben gevonden in het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Deze paragraaf vormt dan ook als het ware de schakel tussen de toelichting van het bestemmingsplan en de daarbij behorende regels en plankaart. 5.5.2
Keuze en verantwoording van de bestemmingen
Beleidskader Ruimtelijk beleid
Vertaling in het bestemmingsplan
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte(inmiddels opgevolgd door de Nationale Omgevingsvisie) wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden. De Provinciale Structuurvisie "Visie op Zuid-Holland" en de provinciale "Verordening Ruimte" zet in op een samenhangend stedelijk en landschappelijk netwerk, goede bereikbaarheid, een divers aanbod van woon- en werkmilieus in een aantrekkelijk landschap met ruimte voor water, landbouw en natuur. De Verordening Ruimte laat uitbreiding van detailhandel slechts toe op plekken die gelegen zijn binnen bestaande winkelconcentraties en kantoren binnen de bestaande haltes van het Zuidvleugelnet. Cultureel erfgoed Cultuur historische waarde
De ladder voor duurzame verstedelijking is beschreven in hoofdstuk 5 paragraaf 5.4.1. In het plan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarvoor de ladder voor duurzame verstelijking op het bestemmingsplan Strand Den Haag niet van toepassing is Het bestemmingsplan Strand Den Haag is in overeenstemming met het provinciaal beleid.
Het bestemmingsplan "Strand Den Haag"maakt geen detailhandel mogelijk, enkel ondergeschikte detailhandel bij strandpaviljoens.
83
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
De Erfgoedwet legt de verplichting op om in nieuwe bestemmingsplannen en bij wijziging van bestaande bestemmingsplannen met de archeologische waarden rekening te houden. Bestemmingsplannen moeten een juridische regeling bevatten die voldoende bescherming biedt tegen werkzaamheden die tot een verstoring van het bodemarchief zouden kunnen leiden. Water
Binnen het bestemmingsplan Strand Den Haag heeft een kleine zone ter hoogte van de oude kern van Scheveningen een dubbelbestemming waarde-archeologie (zie paragraaf 3.3.2).
Waterberging en waterkwaliteit en kwantiteit Groen
De bestemming Water - Zee is bedoeld voor de zee.
Inzet is de Stedelijke Groen Hoofdstructuur (paragraaf Groene waarden) duurzaam in stand te houden en waar mogelijk te versterken.
De bestemming Natuur - Duinen is bedoeld voor het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarde van het duingebied.
Verkeer en parkeren De Haagse Nota Mobiliteit hanteert een rangorde De bestemming Verkeer - Verblijfsstraat is bedoeld in haar wegenstructuur. Naast de hoofdwegen als 30 km/uur of verblijfsstraat. en betreft de voor het doorgaande verkeer zijn er de wegen van boulevard. een lagere orde die het verkeer tussen wijken en het buurtgebonden verkeer moeten afwikkelen: buurtontsluitingswegen (straten) en erfontsluitingswegen (verblijfs- en woonstraten). Verblijfsgebied ten slotte is openbare ruimte waar geen autoverkeer is toegestaan en waar de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie Economie Horeca Detailhandel
In het bestemmingsplan Strand Den Haag zijn voor de horeca functie de horecapaviljoens opgenomen. In het bestemmingsplan Strand Den Haag is detaihandel aan de strandpaviljoens ondergeschikt.
Sport en recreatie Sport
Recreatie Cultuur en Ontspanning
De bestaande sportvoorzieningen zijn in het bestemmingsplan Strand Den Haag opgenomen. Dit zijn de watersportpaviljoens. In het bestemmingsplan is het nieuw gerealiseerde paviljoen aan noorderstand opgenomen met de bestemming "Cultuur en ontspanning" met een publieksaantrekkende werking.
Erfgoed Typering te beschermen culturele waarden Vertaling in het bestemmingsplan en archeologie
84
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
Het historisch patroon van straten, stegen, open De bestaande ruimtelijke structuur is ongewijzigd op ruimten en waterlopen in samenhang met de de plankaart overgenomen. Het historische patroon schaal van de bebouwing ter plaatse. van straten, stegen en open ruimten is geborgd door middel van de daaraan toegekende bestemmingen. De schaal van de bebouwing wordt gewaarborgd door het opnemen van bouwvlakken. Daarbij zijn de huidige goot- en bouwhoogtes opgenomen. De hoogte van de hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan op de plankaart staat aangegeven. De profilering en inrichting van de openbare De gemeente stuurt als eigenaar op de profilering en ruimte inrichting van de openbare ruimte (buiten het bestemmingsplan om). De verkavelings- en bebouwingsstructuur is geborgd door per exploitatie een bouwvlak op te nemen waarbinnen de hoofdbebouwing gerealiseerd mag worden. De vormgeving van de bebouwing wordt gereguleerd door de Welstandsnota. De Erfgoedwet legt de verplichting op om in De archeologisch waardevolle gebieden zijn nieuwe bestemmingsplannen en bij wijziging van geïnventariseerd (zie paragraaf 3.3.2). De bestaande bestemmingsplannen met de archeologische waarden worden in dit archeologische waarden rekening te houden (zie bestemmingsplan beschermd.
paragraaf 3.3.2 Archeologie) De dubbelbestemming Waarde - Archeologie is Bestemmingsplannen moeten een juridische gericht op behoud en bescherming van deze regeling bevatten die voldoende bescherming waarden. Voor bouwwerkzaamheden die de grond biedt tegen werkzaamheden die tot een roeren zijn aanvullende bouwregels gesteld; voor verstoring van het bodemarchief zouden kunnen werkzaamheden geen bouwwerken zijnde, die de leiden. grond roeren is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, verplicht gesteld.
5.6
Toelichting op de regels
De regels zijn als volgt ingedeeld: 1. Inleidende regels. De inleidende regels (1 en 2) lichten de begrippen toe die in de regels voorkomen en ook de wijze van meten (hoogte, diepte et cetera) die moet worden gehanteerd. 2. Bestemmingsregels. De bestemmingsregels (artikel 3 tot en met 10 bevatten voor elke bestemming een omschrijving van de bestemming en bouwregels. Als specifiek voor een bestemming een afwijkingsbevoegdheid geldt, is deze in het betreffende artikel opgenomen. 3. Algemene regels. De algemene regels (artikel 11 tot en met 16 bevatten voor alle bestemmingen geldende regels: algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingssregels en algemene procedureregels. 4. Overgangs- en slotregels. Het overgangsrecht is opgenomen in 17, de slotregel in 18
5.6.1
Inleidende regels
In artikel 1' worden belangrijke begrippen die in het plan veel voorkomen, nader gedefinieerd. Aandacht verdienen de begrippen aan-huis-gebonden bedrijf, en aan-huis-gebonden beroep. Wanneer in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan-huis-gebonden bedrijf en/of beroep toegestaan. Op basis van jurisprudentie mogen deze activiteiten: geen hinder voor de woonsituatie opleveren; naar de aard en visueel geen afbreuk doen aan het karakter van de woning;
85
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
geen detailhandel en/of horeca betreffen; geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen parkeerproblemen in de omgeving veroorzaken. In artikel 2 is aangegeven hoe afstanden en maten die in de regels worden voorgeschreven, moeten worden gemeten. Het definiëren van begrippen en de aanwijzingen voor het meten, vergroten de duidelijkheid en de rechtszekerheid. De regeling voor bestaand gebruik dat afwijkt van de bestemming is onderdeel van de algemene gebruiksregels. 5.6.2
Bestemmingsregels
Cultuur en Ontspanning De bestemming "Cultuur en Ontspanning", artikel 3 is toegekend aan een permanente paviljoen aan het einde van de Noordboulevard. Deze voorziening is bedoeld voor ontmoeting, verblijf, wellness en horeca. Natuur - Duinen Gronden met de bestemming ‘Natuur - Duinen’, artikel 4 zijn bestemd voor natuur en duinen, het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarde, alsmede voor ondergeschikte recreatief en educatief medegebruik. Voet-, fiets- en ruiterpaden zijn eveneens toegestaan. Deze gronden hebben ook een waterkerende en waterhuishoudkundige functie. Recreatie - Strand De bestemming "Recreatie - Strand", artikel 5 beslaat het gehele strandgebied van plangebied Strand Den Haag en strekt zich uit vanaf de zandmotor in Monster tot aan Meijendel in Wassenaar. De bestemming "Recreatie - Strand" is bedoeld voor een recreatief, sportief en educatief, openbaar gebruik, waarbij evenementen toegelaten zijn. Naast het recreatieve of sportieve gebruik van het strand, dient het gebied eveneens voor een verantwoord en duurzaam duinbeheer. Wel kunnen op het strand evenementen plaatsvinden, maar zijn ook waterhuishoudkundige doeleinden verbonden aan dit gebied dat tevens dient als zee- en waterkering.
Het voorziene gebruik is alleen toegestaan met in achtneming van behoud, herstel en/of de verdere ontwikkeling van de aanwezige natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarden. In deze enkel bestemming "Recreatie - Strand" zijn de meeste functieaanduidingen gelegen, inclusief de daarin opgenomen bouwaanduidingen. De strandbebouwing en de functieaanduidingen die op de bij het bestemmingsplan behorende verbeelding worden weergegeven wordt onderscheiden in: fietsenstalling (fis) specifieke vorm van horeca -horecapaviljoen (sh-hpj) specifieke vorm van horeca - jaarrond horecapaviljoen (sh-jhpj) specifieke vorm van maatschappelijk - permanente hulppost (sm-php) specifieke vorm van sport - jaarrond watersportpaviljoen (ss-jwpj) specifieke vorm van sport -watersportpaviljoen (ss-wpj) specifieke vorm van verkeer - calamiteitenontsluiting (sv-co) speelvoorziening (sz) Verkeer - Verblijfsstraat De bestemming "Verkeer - Verblijfsstraat", artikel 9 is toegekend aan de Strandweg en is bedoeld als verkeerstraat met voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen. Water - Zee Gronden met de bestemming ‘Water - Zee’, artikel 7 zijn bestemd voor de zee. Het gedeelte van de branding en de Noordzee tot aan de gemeente grens, wat fungeert als waterberging, waterhuishouding, water- en zeewering. Recreatief medegebruik, zoals zwermmen, zeil en watersport is daarbij toegestaan, alsook scheepvaart.
86
bestemmingsplan Strand Den Haag (vastgesteld)
Het bestemmingsplan kent ook dubbelbestemmingen, te weten: artikel 8, 9 en artikel 10. In de betreffende artikelen zijn regels opgenomen om de belangen die betrekking hebben op de dubbelbestemming te beschermen. Het belang van deze dubbelbestemming gaat op deze gronden voor op de andere bestemmingen die aan dezelfde gronden zijn toegekend. Ander gebruik en andere bebouwing is slechts mogelijk als de belangen van de dubbelbestemming zich er niet tegen verzetten. Hiermee worden de belangen van de transportleiding, archeologie en de waterkering beschermd met de volgende dubbelbestemmingen Leiding - Riool, Waarde - Archeologie 2 en Waterstaat - Waterkering. 5.6.3
Algemene Regels
Hoofdstuk 3 Algemene regels: Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 12 Algemene bouwregels: De algemene bouwregels gelden voor alle bestemmingen. In de eerste plaats wordt hierin nu ook algemeen gesteld dat bouwwerken niet buiten bestemmings- en bebouwingsgrenzen mogen worden gebouwd. Kleine overschrijdingen van deze grenzen voor stoepen, kozijnen en dergelijke zijn wel toegestaan. Grote overschrijdingen van deze grenzen voor overstekende daken en soortgelijke delen van gebouwen zijn tot een bepaalde omvang ook toegestaan. Verder is algemeen voorgeschreven dat bouwwerken beneden peil uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak, dat deze ondergrondse bebouwing uit niet meer dan één bouwlaag mag bestaan en is de bouw van installaties voor mobiele telecommunicatie in principe toegestaan op alle gebouwen met uitzondering van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of gebouwen in een rijksbeschermd stadsgezicht. Afwijken van deze algemene bouwregels wordt geregeld in de algemene afwijkingsregels, in Artikel 14 Algemene afwijkingsregels.
Artikel 13 Algemene gebruiksregels: In dit artikel is een algemeen gebruiksverbod opgenomen: het is verboden de in het plan begrepen gronden en de zich daarop bevindende opstallen te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming of met de regels van het plan. Er is expliciet aangegeven dat onder zulk gebruik ook wordt begrepen het gebruik als opslagplaats voor voorwerpen, stoffen en materialen die niet meer bruikbaar zijn of niet meer worden gebruikt waarvoor ze zijn bedoeld en het gebruik als sekswinkel, seksinrichting, paddoshop, belwinkel of garagebedrijf: functies die voorheen in de Leefmilieuverordening werden verboden of althans gereguleerd. Als in de bestemmingsregels wonen is toegestaan, is impliciet ook het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep toegestaan. In de algemene gebruiksregels is ook een regeling vervat voor het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf en/of beroep: De activiteiten mogen geen hinder voor de woonsituatie opleveren en mogen niet op grond van de milieuwetgeving vergunning- dan wel meldingplichtig zijn. Op grond van de Wet milieubeheer vergunning- of zelfs meldingplichtige activiteiten passen uiteraard niet in de woonomgeving. Maar ook indien een activiteit niet vergunning- of meldingplichtig is, bestaat er kans op ongewenste overlast voor de omgeving, bijvoorbeeld geluid- of geurhinder.