RIS324369 Notulen van de raad van 4 december 2025
Tekst van het document
geweld en grensoverschrijdend gedrag, blijft een hardnekkig en schrijnend probleem. De aanpak moet blijvende prioriteit krijgen, natuurlijk zó dat slachtoffers zo snel mogelijk hulp krijgen en zich gehoord en gezien voelen. De focus dient allereerst te liggen op de directe veiligheid van slachtoffers om vervolgens de stap te zetten naar duurzaam herstel. We steunen vandaag verschillende moties van collega's. Ik sluit me in het bijzonder ook aan bij de oproep tot meer aandacht voor geweld tegen ouderen. Het college kan dan ook rekenen op de steun van de DENK-fractie. Complimenten aan de wethouder voor dit voorstel. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik hou het ook heel kort. Huiselijk geweld is iets wat we zo snel mogelijk zouden moeten elimineren uit onze samenleving. Of je het nou 'huiselijk geweld' of anders noemt, maakt mij niet zoveel uit, als er maar genoeg maatregelen komen. Ik kijk ook naar de wethouder en ik denk ook aan de motie Filomena. Ik wil de wethouder graag nog vragen wat de urgentie is en wanneer we gaan beginnen. Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter. Dank aan de leden van de raad en ook aan de leden van de commissie voor het uitgebreide debat en voor de complimenten voor deze regiovisie.
Ik begin met de vragen die zijn gesteld, allereerst de vraag van de heer Smit of ik ook hier in deze zaal kan bevestigen dat er inderdaad een opvanglocatie komt waar ook huisdieren welkom zijn. Dat is inderdaad het geval. Eind 2026 zal de Saffierhorst openen. Dat is een locatie van het Leger des Heils, waar inderdaad ook plekken voor huisdieren zullen zijn. Dus bij dezen. De stand van zaken met Filomena: daar zijn we druk mee aan de slag gegaan. Ik verwacht eigenlijk dat ik begin volgend jaar naar uw raad toe kan komen met wat meer definitieve bevestiging dat het er inderdaad kan komen. Rita Verdonk (Hart voor Den Haag). 'Begin volgend jaar' is zes, acht of tien maanden. Januari? Wethouder Vavier (GroenLinks). Ik ben altijd van underpromise, overdeliver, in goed Engels uitgedrukt. We vinden het met elkaar heel erg belangrijk dat er een Filomena komt in Den Haag. We hebben daarvoor overleg nodig met allerlei andere partijen, maar we hebben daar bovenal ook geld voor nodig. Er is op dit moment wel een grove outline van wat ongeveer nodig is. Er is hiermee dus ook al meteen aan de slag gegaan en ik verwacht echt in Q1 een concretere boodschap aan uw raad te kunnen melden. Ik zie een duim omhoog; daar ben ik altijd heel blij mee. Ik ga naar de moties. Ik begin met motie J.1 D66, Ouderen veilig achter de voordeur. Mijn appreciatie hiervan geldt eigenlijk ook voor motie J.2 GL.
Ik kan deze motie aan de raad laten. Het dictum gaat wel heel specifiek in op hoe we dat moeten organiseren. Voor Den Haag kan ik altijd toezeggen hoe wij dat kunnen doen, maar hoe de collega-gemeenten het aanpakken, is natuurlijk aan hen. Maar ik kan deze motie aan de raad laten en in ieder geval met de collega's in de regio aan de slag gaan en het gesprek voeren over de manier waarop we dit met elkaar kunnen doen. Op deze manier kan ik de motie dus aan de raad laten. Dat geldt eigenlijk ook voor motie J.2 GL, Zet samen technologie in tegen huiselijk geweld of, als we het conform de nieuwe definitie zeggen, tegen geweld achter de voordeur. Ook deze motie kan ik aan de raad laten, ook weer met de aantekening dat we hier de medewerking van de collegagemeenten voor nodig hebben. Motie J.3 HSP pleit voor transparantie en uitvoerbaarheid. Ook deze motie kunnen wij aan de raad laten. De voorzitter. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: K. Voorstel van het college inzake Financiering nieuwbouw gezondheidscentrum 2.0 Twickelstraat (RIS323135). 19
De beraadslaging wordt geopend. Minke Hofstra (VVD). Voorzitter. De raad wordt gevraagd akkoord te gaan met de investeringskosten van bijna € 4,5 mln. voor het gezondheidscentrum in Moerwijk-Oost, waarbij de gemeente eigenaar wordt van de begane grond, de bibliotheek en de eerste etage, het gezondheidscentrum. We zijn als VVD altijd terughoudend ten opzichte van het in eigendom van de gemeente hebben van panden, want de markt kan zelf heel veel. Alleen in situaties waarin de markt niet kan voldoen aan de maatschappelijke vraag, kan de gemeente inspringen, maar dat is nooit een eerste stap. We hadden liever gezien dat ook marktpartijen betrokken waren geweest en een aandeel hadden gehad in de investering. We vinden dit wel een gemiste kans voor het college. We hebben alles dan ook zorgvuldig afgewogen. Een gezondheidscentrum op deze plek, in deze buurt, is een waardevolle toevoeging. De markt voorziet niet in zo'n centrum en dus kan de gemeente inspringen. Goede zorg dichtbij, met aandacht voor initiatieven uit de buurt, kan bijdragen aan een langer en gezonder leven. We hebben in het commissiedebat nog wel extra aandacht gevraagd voor betaalbare ruimtes voor huisartsen, die groot genoeg zijn. Alles afwegend zijn wij tot de conclusie gekomen dat wij dit voorstel gaan steunen. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Voorzitter.
Ik ga meehelpen aan het angstaanjagende tempo; dat houden we er lekker in, want ik ga de commissiebehandeling niet overdoen. Wij hadden dezelfde zorgen als de VVD, hoofdzakelijk over de huisartsenposten. Zo kwamen wij erachter dat de beloofde huisartsenpost in Moerwijk-Noord - dat is in de Beatrijs - er niet gaat komen; althans, die is tot nu toe niet opgenomen, ondanks een aangenomen motie van Dubbelaar uit 2022. Daarom heb ik een motie die daar hopelijk alsnog voor gaat zorgen, met het navolgende dictum: verzoekt het college op korte termijn in gesprek te gaan met de beheerders van de Beatrijsstraat en regionale zorgpartijen om, in aanvulling op het centrum in Oost, in Moerwijk-Noord actief flexibele zorgvoorzieningen mogelijk te maken, hierbij concreet te denken aan het organiseren van prikochtenden of een periodiek inloopspreekuur (bijvoorbeeld van de GGD of praktijkondersteuner) in de reeds aanwezige vergaderof buurtruimtes en de raad in Q2 2026 te informeren over de resultaten. De voorzitter. Door de heer Bom wordt de volgende motie (K.1 HvDH) ingediend:
Motie K.1 HvDH Zorg dichtbij in Moerwijk-Noord De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking van het agendapunt K. voorstel van het college inzake Financiering nieuwbouw gezondheidscentrum 2.0 Twickelstraat Constaterende dat: • het college voorstelt om te investeren in een nieuw gezondheidscentrum in MoerwijkOost(Twickelstraat); • het college in dit voorstel (RIS323135) zelf erkent dat Moerwijk momenteel vijf huisartsenminder telt dan op basis van het inwoneraantal verwacht mag worden; • er in Moerwijk-Noord momenteel geen medische voorziening is, waardoor kwetsbarebewoners ver moeten reizen voor basiszorg zoals bloedprikken; • de raad al op 21 april 2022 de motie Dubbelaar (RIS312138) heeft aangenomen om bij de herontwikkeling van de Beatrijsstraat ruimte voor zorg mee te nemen. Overwegende dat: • de herontwikkeling van de Beatrijsstraat inmiddels is afgerond, maar er nog geen permanente huisartsenpost is gerealiseerd; • het gebouw wél beschikt over algemene ruimtes, zoals vergaderruimtes en een buurtkamer,die op specifieke tijden beschikbaar zijn; 20
• •
de fysieke afstand naar de Twickelstraat voor minder mobiele bewoners uit MoerwijkNoordeen drempel blijft; laagdrempelige zorg, zoals een bloedprikpunt of een inloopspreekuur van de GGD, nietnoodzakelijk een fulltime praktijkruimte vereist, maar ook prima via flexibel medegebruik vanbestaande maatschappelijke ruimtes kan worden georganiseerd.
Verzoekt het college, • op korte termijn in gesprek te gaan met de beheerders van de Beatrijsstraat en regionale zorgpartijen om, in aanvulling op het centrum in Oost, in Moerwijk-Noord actief flexibele zorgvoorzieningen mogelijk te maken; • hierbij concreet te denken aan het organiseren van prik-ochtenden of een periodiek inloopspreekuur (bijvoorbeeld van de GGD of praktijkondersteuner) in de reeds aanwezige vergader- of buurtruimtes; • de raad in Q2 2026 te informeren over de resultaten. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Fatima Faïd (HSP). Voorzitter. Ik kan het ook heel kort houden. Ik was niet in de gelegenheid om hier in de commissievergadering iets over te zeggen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat we deze vormen van zorg hebben in wijken waarin de gezondheidsachterstanden heel groot zijn. We weten uit onderzoek dat daadwerkelijk bewezen is dat versterking van de eerstelijnsgezondheidszorg helpt om gezondheidsachterstanden en andere dingen tegen te gaan. Daar zit ook heel veel wensdenken bij, maar wensdenken is ook altijd fijn. Burgemeester, soms moet je gewoon vasthouden aan wensen. Dus wij steunen dit voorstel. De voorzitter. Als u dat maar weet! Wethouder Vavier (GroenLinks). Voorzitter.
Dank weer aan de leden van de raad, ook aan de VVD, want dit is inderdaad precies wat wij doen: op het moment dat de markt het niet doet maar er wel sprake is van een noodzaak, springt de gemeente in. Ik denk dat we er daar als overheid ook voor zijn. Dus dank hiervoor. De motie van de heer Bom kan ik aan de raad laten. Ik denk wel dat het goed is om nog te melden dat er wel degelijk iets is gedaan met die motie van de heer Dubbelaar. Bij de ontwikkeling van de nieuwe Beatrijs is toen ook ruimte gemaakt voor een huisartsenpraktijk. Er is ook een huisarts geweest om te kijken of hij daar een praktijk wilde starten. Hij heeft daarvan afgezien. Dat is dus de reden waarom daar niet meteen een huisartsenpraktijk in is, maar wij kunnen uit de voeten met de motie van de heer Bom. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Was er een reden waarom dat niet door is gegaan? Of gaat het te ver om dat te vragen? Wethouder Vavier (GroenLinks). Dat zouden we schriftelijk kunnen aangeven. Ik weet niet precies wat de achterliggende gedachten van deze huisarts waren. Het kan bijvoorbeeld komen doordat huisartsen, zoals de insprekers van Hadoks al eerder aangaven, meer vierkante meters nodig hebben, omdat er tegenwoordig ook praktijkondersteuners aan zo'n praktijk worden aangesloten.
Het kan zo zijn dat de vierkante meters net onvoldoende waren, maar indien gewenst kunnen we daar nader op ingaan in een briefje. Ik zie … De voorzitter. Instemmend geknik. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Graag, maar ik mag het ook van uzelf horen, hoor. Het hoeft niet per se met een brief. 21
De voorzitter. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. De stemmingen zijn vanavond.
Aan de orde is: L. Voorstel van het college inzake het vaststellen van de Verordening grondexploitaties en strategisch bezit Den Haag 2026 (RIS323689). De beraadslaging wordt geopend. Jan Willem van den Bos (PvdD). Voorzitter. Het lekken van geheime informatie is strafbaar en de gevolgen daarvan zijn bijzonder vervelend. Juist daarom is het belangrijk om zorgvuldige en eenduidige procedures te hebben en dat we die volgen. Daarom hebben we een Leidraad geheimhouding. In die leidraad staat niet: ga in verordeningen vastleggen dat toekomstige stukken standaard geheim zijn. Integendeel, de leidraad vraagt om iets anders, namelijk per document een afzonderlijk besluit, dus niet generiek, maar per document een inhoudelijke motivatie. Ik kan me ook voorstellen dat mensen denken dat een stuk zoals de Meerjarenprognose Grondexploitaties financiële informatie bevat met gemeentelijke belangen en dat dit soort informatie altijd geheim zal worden verklaard. Dat moge ook zo zijn en in de praktijk kan het goed zo zijn dat deze informatie altijd geheim of deels geheim gestuurd zal worden, maar dit kan natuurlijk prima zonder dat dat in deze verordening is vastgelegd, want daar zijn andere procedures en wetten voor. Het punt van de Partij voor de Dieren is dat het overbodig is om generieke geheimhouding in deze verordening op te nemen.
Dat is strijdig met de Leidraad geheimhouding en maakt daarmee ook de regels en procedures rondom geheimhouding rommeliger. Tot slot is het ook makkelijk op te lossen, zodat de verordening niet meer in strijd is met de leidraad, maar er wel alle ruimte blijft om noodzakelijke bescherming van vertrouwelijke informatie toe te blijven passen. Daarom dien ik samen met collega Dubbelaar van Hart voor Den Haag het amendement Schrap het stempel 'geheim' waar het niet thuishoort in. Dit amendement besluit om de titel van artikel 2:2:3 zo te wijzigen dat het woord 'geheim' wordt geschrapt, zodat de titel luidt 'Meerjarenprognose Grondexploitaties', om lid 2 van dit artikel te wijzigen in 'De MPG wordt vastgesteld door het college en ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad, waar nodig onder geheimhouding', om de titel van artikel 2:3:2 zo te wijzigen dat het woord 'geheim' wordt geschrapt, zodat de titel luidt 'Inhoud grondexploitatiecomplex', en om de eerste zin van dit artikel zo te wijzigen dat het woord 'geheime' wordt geschrapt, zodat de zin luidt 'Het grondexploitatiecomplex bestaat in elk geval uit:'. De voorzitter.
Door de heer Van den Bos, daartoe gesteund door de heer Dubbelaar, wordt het volgende amendement (L.A PvdD) voorgesteld: Amendement L.A PvdD Schrap het stempel ‘geheim’ waar het niet thuishoort De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake het vaststellen van de Verordening grondexploitaties en strategisch bezit Den Haag 2026 (RIS323689). Besluit om: • de titel van Artikel 2:2:3 als volgt te wijzigen: Meerjarenprognose Grondexploitaties (geheim) • lid 2 van dit artikel als volgt te wijzigen:
22
• •
De MPG wordt vastgesteld door het college en onder geheimhouding ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad, waar nodig onder geheimhouding. de titel van Artikel 2:3:2 als volgt te wijzigen: Inhoud grondexploitatiecomplex (geheim) de eerste zin van dit artikel als volgt te wijzigen: Het geheime grondexploitatiecomplex bestaat in elk geval uit:
Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. Het voorliggende stuk is uitvoerig besproken in de commissie Ruimte en in de Rekeningencommissie. De VVD dankt de Rekeningencommissie voor het zorgvuldige werk en de opmerkingen over het financieel-technische deel van de verordening. De VVD is blij met grote delen van de nieuwe verordening. Zij is duidelijker en definities zijn scherper dan voorheen, maar er zitten in deze verordening ook onderdelen die voor de VVD wat ingewikkeld zijn. De VVD vindt dat grondexploitaties zo ingezet moeten worden dat ze minimaal kostendekkend zijn, maar liever nog, dat ze geld opleveren, niet om als gemeente meer geld te maken maar om middelen beschikbaar te hebben voor andere investeringen in strategisch bezit in de stad, zodat ontwikkelingen die niet van de grond komen vlot getrokken kunnen worden. Het zijn politieke keuzes die leiden tot negatieve resultaten in de grondexploitatie.
Kan de wethouder aangeven of hij het eens is met de VVD dat politieke keuzes steeds hebben geleid tot slechte resultaten in de exploitaties en is hij het met de VVD eens dat het alsmaar voeden van de reserve Grondbedrijf uit de algemene middelen kan leiden tot het drukken van de toekomstige uitgaven uit die algemene middelen? De VVD zou het verstandiger vinden om de dekking van verlies in de reserve eerst te financieren uit positieve grondexploitaties. Waarom halen we die zekerheid eruit? Is het hek dan niet van de dam? Wethouder Engberts (PvdA). Voorzitter. Ik heb zelf natuurlijk ook even moeten nadenken over het amendement van de Partij voor de Dieren, want het klinkt ontzettend logisch: waarom zou je generiek in een verordening die geheimhouding opleggen? Het kan natuurlijk ook anders, maar een gemeentelijke verordening heeft niet alleen een externe werking. Een gemeentelijke verordening is ook een intern document waarin we verplichtend vastleggen op welke manier we met elkaar werken. De juridische onderbouwing voor de geheimhouding volgt inderdaad natuurlijk niet uit de verordening, maar onder andere uit de Wro, maar de verordening is in onze ogen wel effectiever als die ook leesbaar en toepasbaar is voor niet-juristen. De stukken waar het hier over gaat, zullen inderdaad ook altijd geheim zijn.
Dan is het veel effectiever om die generieke afspraak al vast te leggen in de verordening, zodat we ook geen fouten maken. Dan moeten we niet elke keer, los daarvan, die geheimhouding erop leggen, wat bovendien veel meer werk is; waarom zouden we onszelf veel meer werk bezorgen? Daarmee verminderen we ook het risico dat het per ongeluk toch openbaar is. Het kan dus, maar om deze reden willen wij dit amendement toch ontraden. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ik moet zeggen dat ik dit een bijzonder merkwaardige redenering vind. Eigenlijk zegt het college: we gaan strijdig met de Leidraad geheimhouding handelen, omdat we deze verordening ook als werkinstructie zien. Wethouder Engberts (PvdA). Naar onze mening is het niet in strijd met de leidraad en kan je dit gewoon met elkaar vaststellen in een verordening. Dat is ook gewoon de instructie die je geeft voor het werk dat we voortdurend aan het uitvoeren zijn. Jan Willem van den Bos (PvdD). Ik denk dat het vrij duidelijk in strijd is met de leidraad, omdat daarin wordt aangegeven dat je die geheimhouding alleen per besluit en niet generiek kan opleggen. Wat ik ook merkwaardig vind aan de argumentatie van het college, is het risico dat het college schetst.
Verwacht het college dat, als we dit nu niet in deze verordening zetten, ambtenaren en het college de MPG per ongeluk volledig openbaar naar de raad gaan sturen? Dat is toch niet een heel reëel risico? Wethouder Engberts (PvdA). Het leven zit vol risico's en we denken dat het risico geminimaliseerd is als we dit gewoon generiek neerzetten in de manier van werken, zoals een verordening ook een aantal 23
dingen daarin vastlegt. Maar nogmaals, het kán op deze manier. Het enige is: als de raad beslist om dit amendement aan te nemen en de verordening op dit punt te wijzigen, zal dat in ieder geval leiden tot veel meer werk in de organisatie. Wij denken dat dat zonde is van de tijd, omdat het toch per definitie documenten zijn die onder de geheimhouding zullen vallen. De voorzitter. Meneer Van den Bos, u mag nog één keer. Jan Willem van den Bos (PvdD). Hoe meer ik hoor, hoe gekker het eigenlijk klinkt, want ik snap ook niet goed waarom dit tot meer werk zou moeten leiden. Er is immers gewoon een normaal proces om dingen geheim te verklaren. Daar verandert toch niets in als we dat er in deze verordening niet bij zetten? Wethouder Engberts (PvdA). Als je het elke keer afzonderlijk gaat lopen besluiten, is dat per definitie meer werk. Ik kan het niet veel interessanter maken dan dit. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik zal eerlijk zijn: ik zit hier ook wat mee te worstelen. Dat heeft ermee te maken dat we ook in de Rekeningencommissie inderdaad hebben gezegd: openbaar, tenzij. We hebben daar ook de vergelijking gemaakt met de GRIP-rapportage, waar dat ook voor geldt. Dat betekent dat het financiële deel daarvan eigenlijk per definitie geheim is, maar de rest openbaar.
Dat zou ik eigenlijk ook voor de Meerjarenprognose Grondexploitaties voor me zien: wat openbaar kan, maak je standaard openbaar; het financiële deel, dat bij de grondexploitaties een groot deel is, maak je geheim. Ik ben er een beetje verbaasd over dat dat niet de standaard werkwijze kan zijn. Wethouder Engberts (PvdA). Dit stond al in de verordening. Het is geen nieuwe bepaling; het stond er al in. We doen het dus altijd op deze manier. Nogmaals, het kan ook op een andere manier, maar het lijkt ons gewoon een effectievere werkwijze in de organisatie, waar natuurlijk ook niet-juristen moeten beoordelen, als de werkinstructie intern duidelijk is. Maar nogmaals, als u dit op deze manier wil, zullen we dat natuurlijk moeten doen. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Ik waardeer het erg dat de wethouder gewoon schetst wat wel of niet kan. Juridisch kan het en het heeft effecten. Waarschijnlijk is de argumentatie om delen geheim te maken steeds dezelfde argumentatie. Ik denk dat het goed is - dat geef ik dan mee - om die argumentatie in de werkinstructie mee te nemen. Het is een raadsvoorstel. Dat moet een juridische toets hebben. Ik neem dus aan dat daarbij ook getoetst wordt of iets wel of niet openbaar mag worden gemaakt. Ik ben dus iets minder bezorgd en heb iets meer vertrouwen in de ambtenaren. Ik denk dus dat het wel goed gaat komen.
Maar nogmaals, ik waardeer het antwoord van de wethouder. Wethouder Engberts (PvdA). We hebben natuurlijk evenveel vertrouwen of misschien minstens evenveel vertrouwen in de kwaliteit van ons ambtelijk apparaat, maar we willen ook graag dat onze ambtelijke tijd zo effectief mogelijk wordt ingezet voor alle uitdagingen die we in de stad hebben. Als we daarin effectiever kunnen zijn, willen we dat graag. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Ik heb hier ook vragen over; wij staan trouwens onder dat amendement. Hoeveel zou het dan schelen? Het maken van die stukken is een heel ingewikkeld maar belangrijk proces. In die afweging kan gewoon volgens dit amendement gehandeld worden. Dan voldoe je ook aan de uitspraak die we graag willen horen: alles is openbaar, tenzij. Wethouder Engberts (PvdA). Ik verval in herhaling: het kan gewoon als u zegt dat u het op deze manier wilt. Ons lijkt het, ook omdat de werkwijze onder de oude verordening altijd zo is geweest, prima om dit voort te zetten zoals we dit tot nu toe doen. Maar er vloeit geen bloed als u zegt dat we dit op een andere manier gaan doen. Het is alleen meer werk. Om dat nou te gaan kwantificeren … Dat kan ik hier ter plekke natuurlijk niet oplepelen. Het is gewoon per definitie meer werk. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). De afweging om het anders te doen, zit 'm in meer werk; dat zegt u.
Maar hoeveel scheelt dat dan? Dat heeft u dan toch onderzocht? Ja, volgens mij is het onze 24
rol om vragen te stellen, ook aan onze wethouder. Ten tweede … Nou heeft u mij van mijn à propos gebracht. Beantwoord eerst maar eens die vraag. De voorzitter. Via de voorzitter. Wethouder Engberts (PvdA). Sorry. Wat ik heb uitgevraagd … Als ik hier sta te betogen dat ik de ambtelijke tijd graag zo goed mogelijk ingezet wil hebben, ga ik niet lopen kwantificeren hoeveel dat is. Als ik aan de ambtenaren vraag wat zij van het amendement vinden, zeggen ze: dat zou eigenlijk prima kunnen, maar de huidige werkwijze is anders; die hebben we gewoon gekopieerd en die bespaart ons tijd. Dan is dat wat ik geloof. Om daar nou een diepgravend onderzoek naar te doen en uurtjes te gaan tellen … Eerlijk gezegd vind ik dat net zo goed ook al zonde van de tijd. De voorzitter. De laatste keer, meneer Guernaoui. Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag). Wat is nu uw advies? Laat u het amendement aan de raad of ontraadt u het? Wethouder Engberts (PvdA). Mijn advies is om dit niet te doen en om de werkwijze die we tot nu toe hanteren te handhaven. Dat is mijn advies aan de raad, maar ik zeg daarbij dat het in die zin niet tot enorme problemen leidt. Ik zeg alleen dat we er meer tijd aan kwijt zijn. Er was ook nog een vraag van de VVD. Ook op dat punt hebben wij geen andere werkwijze dan op dit moment. In die zin is de verordening op deze punten identiek. Dit is de werkwijze die we altijd hanteren.
Er zijn ook een aantal andere wijzigingen die hiermee komen. Wij zien er dus eigenlijk ook niet een probleem in. De voorzitter. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten.
Aan de orde is: M. Gewijzigd initiatiefvoorstel SP: Geen sloop zonder hoop: verplicht draagvlak óók bij beëindiging van de huur (RIS322262). De voorzitter. Ik geef het woord aan mevrouw Arp voor een korte toelichting; u weet wat ik bedoel. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ik zal ook proberen het tempo erin te houden. Het is goed dat we vorige week aan de hand van ons initiatiefvoorstel een breed debat konden voeren over zeggenschap van huurders bij sloopbesluiten. De afgelopen jaren voerden wij deze debatten vooral naar aanleiding van schrijnende situaties, waarbij huurders zich voor een voldongen feit geplaatst voelden en zich uit wanhoop tot de politiek richtten. In de commissie voelde de SP brede steun voor het idee van een verplichte draagvlakpeiling als stok achter de deur bij sloopbesluiten, zodat we er daadwerkelijk van op aan kunnen dat huurders over ingrijpende keuzes tussen sloop en renovatie hebben kunnen participeren en dus niet enkel over de spreekwoordelijke kleur van de badkamertegels. Het college en verschillende fracties hadden terechte opmerkingen over het feit dat wij een verplichte draagvlakpeiling niet eenzijdig kunnen opdringen als gemeente. De afspraken tussen huurders en verhuurders, het zogenaamde sociaal statuut, zijn immers het resultaat van een onderhandelingsproces.
Met een aangepast dictum hebben wij geprobeerd meer recht te doen aan deze feitelijke situatie door het college op te dragen om de doelen uit het initiatiefvoorstel als zwaarwegend advies over te brengen aan de huurdersorganisaties en woningcorporaties. Ten slotte. Dit voorstel had er niet gelegen zonder het grondige schrijf- en onderzoekswerk van Lorenzo Girardi, maar ook niet zonder de huurders die mij de afgelopen jaren hebben laten inzien wat de gevolgen zijn van een dreigend sloopbesluit voor mensenlevens en gemeenschappen, van Bouwlust en Vrederust tot Duindorp en het Havenkwartier. Mensen besloten moegestreden en 25
gedesillusioneerd om toch hun vertrouwde omgeving te verlaten. Mensen weten officieel nog niet wat hun woning te wachten staat en moeten zich aan iedere strohalm vastgrijpen om gehoord worden. Maar er zijn ook schaarse voorbeelden van mensen die tegen de stroom in een sloopbesluit wisten af te wenden door de handen ineen te slaan en tien stappen vooruit te denken. Al deze mensen had de SP een echte plek aan tafel en een gelijker speelveld gegund, al zal dit initiatiefvoorstel voor een deel van hen helaas te laat komen. Door dit voorstel aan te nemen kunnen we een stap zetten naar een systeem waarin we niet langer over de hoofden van de huidige bewoners werken aan verbeterde volkshuisvesting, maar dit samen met bewoners doen. Ik hoop op steun vanuit de raad. De beraadslaging wordt geopend. Samir Ahraui (PvdA). Voorzitter. Dank aan de SP voor de beantwoording in de commissie en voor het aanpassen van het dictum, waardoor het voorstel wat mijn fractie betreft duidelijker en uitvoerbaarder is geworden. Voor mijn fractie draait dit debat niet om de wenselijkheid van sloop of nieuwbouw maar om de positie van bewoners. Als participatie goed is ingericht - vroeg, serieus en met echte zekerheden, zoals terugkeeropties en passende huisvesting - zie je dat bewoners vaak bereid zijn om mee te denken en mee te bewegen, ook in complexe trajecten.
We hebben dan ook waardering voor de intentie van dit voorstel om die positie te versterken. Met die aangepaste formulering zijn veel zorgen over de uitvoerbaarheid dan ook weggenomen. Wel zou ik nog een reactie van het college willen op het aangepaste dictum: hoe kijkt het college naar het aangepaste initiatiefvoorstel? Daarnaast heb ik nog een vraag aan het college, ook naar aanleiding van het debat in de commissie. De Woningwet schrijft voor dat huurdersorganisaties en bewonerscommissies formeel worden betrokken bij het opstellen van een nieuw sociaal statuut. Zou het college kunnen aangeven hoe het binnen zijn overlegrol gaat bevorderen dat deze partijen niet alleen formeel aan tafel zitten, maar ook vanaf een vroeg stadium volwaardig en inhoudelijk kunnen meepraten? En hoe zorgt het college ervoor dat corporaties de komende jaren ook de urgentie voelen om de positie van bewoners daadwerkelijk te versterken? Tot slot: alles afwegend zal mijn fractie vanavond voor dit initiatiefvoorstel stemmen. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. De VVD dankt mevrouw Arp voor haar laatste grote werk als raadslid namens de SP. Hoewel de VVD en de SP niet zelden verschillen van mening, staan we toch geregeld zij aan zij als het gaat om mensen die verdrukt worden door een overheid.
Ook bij de stevige aanpak naar woningcorporaties denken de VVD en de SP vrijwel hetzelfde: een corporatie is bedoeld om mensen die het echt nodig hebben te voorzien van voor hen betaalbare huisvesting. Dat is geen keuze, maar een plicht. Die mensen kunnen niet kiezen voor de vrije markt en zijn dus aangewezen op de corporatie. Dan heb je de plicht om netjes om te gaan met je huurders. Juist daar wringt al jaren de schoen in Den Haag. Er is in Den Haag een patroon te ontwaren bij woningcorporaties. Het lijkt en soms blijkt voor hen steeds minder over de huurder te gaan en meer over vernieuwing, sloopnieuwbouw als bijna ultiem doel. Sloop kan soms best de beste optie zijn, maar niet als standaard. De VVD vindt dat we nu het patroon moeten doorbreken. De Haagse VVD ziet zeggenschap bij bewoners als een goed middel. Daarom zal de VVD vanavond voor dit voorstel stemmen. Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter. Ook vanuit GroenLinks dank aan collega Arp en de SP voor dit initiatiefvoorstel en voor het aanpassen ervan. Ik kan hier vrij kort over zijn. GroenLinks zal dit gewijzigde voorstel steunen. Dat heeft er niet mee te maken dat wij categorisch altijd tegen sloop zouden zijn.
Sloop kan best weleens in het belang van bewoners zijn, zeker als hun complex op is, maar we zien in de praktijk te vaak dat je, omdat wij de draagvlakregels tussen sloop en renovatie ongelijk hebben ingericht, voor renovatie wel 70% goedkeuring moet hebben en voor sloop niet. We zien daardoor in de praktijk te vaak dat dit voor corporaties een soort weg van de minste weerstand wordt, de weg waarop je het minste gedoe hebt met bewoners, terwijl wij juist die sociale huurders grip gunnen op zoiets fundamenteels als de vraag of hun woning wel of niet gesloopt gaat worden. Wij zien in de praktijk in dossiers die bij ons in de politiek terechtkomen ook te vaak wat er gebeurt als je die participatie niet aan de voorkant hebt geregeld. Wij zullen dit voorstel daarom steunen. Wij kijken ook uit naar het uitgestelde debat over het sloopkader, want volgens mij moeten we als raad gewoon
26
echt nog een breder gesprek hebben over de afweging die we hierin maken. Nogmaals dank aan eenieder. Jan Willem van den Bos (PvdD). Voorzitter. Uiteraard dank aan de indieners van het voorstel. In de commissie was de Partij voor de Dieren al positief, omdat dit voorstel bewoners niet alleen een stem geeft, maar ervoor zorgt dat die stem ook echt telt. Met de aanpassingen die sinds de commissiebehandeling zijn doorgevoerd in het dictum, zien we daarbij ook dat dit zeker uitvoerbaar is. De Partij voor de Dieren zal het initiatiefvoorstel van harte steunen. We hopen dat de hele raad dit doet en we kijken ernaar uit dat dit voortvarend opgepakt zal worden. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. De titel van het initiatiefvoorstel, 'Geen sloop zonder hoop' zette mij in deze tijd van het jaar aan tot de volgende bijdrage. Nu we bijna aan het einde van deze raadsperiode aan het komen zijn, komt collega Arp steeds dichter bij het einde van haar raadstermijn. Dan benut mijn fractie dit moment maar even om met haar terug te blikken op wat bijzondere en memorabele ogenblikken. Collega Arp kenmerkt zich met haar grote inzet voor mensen in de sociale huur, ook al leidde dat soms tot tegenstand vanuit het collegedeel van ons stadsbestuur. Maar Arp laat zich niet zomaar aan de kant zetten en dus hebben zelfs corporatiebesturen goed op te letten.
Voor Dreven, Gaarden en Zichten ging zij met het college in een spagaat, evenals voor de Visserijbuurt, het Weigeliaplein en de Zeezwaluwstraat. Toen er door de stad klonk: 'Wie zijn deze mensen?', trok collega Arp stellig haar grenzen. Vier jaar heeft zij op een afdoening van een motie gewacht. Dat zij dit nog zou meemaken, had zij nooit gedacht. Daarom heeft zij zelf maar het initiatief genomen en is zij op de valreep van haar raadstermijn met het voorliggend voorstel gekomen. Nu lijkt hier een meerderheid voor te ontstaan en staan de rechten van huurders straks weer bovenaan. Met dit voorstel is duidelijk dat Arp pal voor alle sociale huurders staat, iets waar haar dieprode tomatenhart sneller van kloppen gaat. Het duurt nog even tot een definitief raadsafscheid, dus ik ga afronden. Ook mijn fractie steunt dit voorstel onomwonden. (Geroffel op de tafels) De voorzitter. Nou ja, vooruit. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Ik heb het idee dat het vandaag zo snel gaat omdat iedereen nog gedichten moet maken voor Sinterklaas. Hart voor Den Haag ziet dat met dit initiatiefvoorstel een belangrijk onderdeel wordt aangevallen door het beëindigen van de discriminatie tussen bewoners die een positie hebben wanneer ze betrokken zijn bij een renovatie of bij een sloop. Die positie wordt in feite gelijkgetrokken.
Wij danken de SP-afgevaardigde, mevrouw Arp, voor het nemen van dit initiatief. In de commissievergadering bleek dat zowel de raad als de wethouder eigenlijk heel weinig vertrouwen hebben in het feit dat zij als publiek orgaan nog gezag hebben, want het zou zo moeten zijn dat, als wij als volksvertegenwoordigers een wens uitspreken, die wens ook gerealiseerd kan worden, zeker in een overlegcircuit waarin we met de woningbouwverenigingen omgaan. Peter Mekers (D66). Voorzitter. Dank aan de SP voor dit voorstel. We hebben hier in de commissievergadering uitgebreid over gesproken. D66 is voor betere participatie, meer inspraak door huurders en woningzoekenden en een goede afweging van de volkshuisvestelijke belangen. We kunnen met dit voorstel een heel eind vooruit. Het enige puntje is die 70%-eis, want die kán volgens ons uiteindelijk ook zorgen voor vertraging van plannen en het moeilijker maken van verdichten en 27
daarmee ook voor minder nieuwe en kwalitatieve woningen. Die angst hebben ik en mijn fractie nog steeds. Daarbij komt ook dat die eis niet direct afdwingbaar is. De SP heeft op dat punt terecht al dingen aangepast. We kunnen eigenlijk alle dicta volgen, behalve één deel. Samir Ahraui (PvdA). Ik vraag me af of D66 er niet van overtuigd is dat als die participatie van bewoners aan de voorkant heel goed en stevig gedaan wordt, heel veel bewoners echt bereid zijn om met die woningcorporaties samen te werken. Peter Mekers (D66). Zeker, maar zoals ik in de commissie ook heb aangegeven, is de belangenafweging groter dan die van alleen de zittende bewoners, de vertrokken bewoners, de nieuwe bewoners et cetera. Die evenwichtigheid zie ik vanuit mijn perspectief onvoldoende terug in het voorstel. Hoewel we afgezien van punt 2b alle andere dictumpunten kunnen volgen, betekent dit dat we het voorstel helaas niet zomaar kunnen steunen. Ik had mevrouw Arp graag iets anders gegund, maar het moet ook niet te makkelijk worden om met een voorstel door de raad te komen. Samir Ahraui (PvdA). Ik heb toch nog een vraag. Wij gaan niet over het sociaal statuut; daar moeten de huurders en de woningcorporatie straks samen uitkomen.
Als zij samen, gebundeld, zeggen dat zij wél geloven in die 70% en dat zij denken dat dat op een goede manier werkbaar is, is D66 dan bereid om daarachter te staan? Peter Mekers (D66). Natuurlijk, als zij daaruit komen. We hebben in onze Woonvisie natuurlijk ook andere zaken geregeld, bijvoorbeeld voor woningzoekenden en dergelijke, maar dat hele speelveld van belangen moet dan inderdaad goed geborgd zijn. Als dat gebeurt, ben ik daar zeker enthousiast over. Wethouder Engberts (PvdA). Voorzitter. Dank aan mevrouw Arp voor het indienen van een initiatiefvoorstel. Daar zit natuurlijk ontzettend veel tijd en werk in. Ik vind het altijd mooi als dat gebeurt en als raadsleden met een initiatiefvoorstel komen. U wacht inderdaad al heel lang op de afdoening van de motie. Dat wachten duurt nog niet zo lang als het wachten op de afdoening van een motie van een van mijn voorgangers, ooit in een andere raad. Daar hebben we toen tien jaar op gewacht. Op een gegeven moment ging ik die motie koesteren om elke keer in zo'n overzicht te kunnen vragen waar de afdoening bleef, maar ik ben ervan overtuigd dat wij de motie nog in deze raadsperiode met elkaar kunnen afdoen. Vooruitlopend daarop heeft u een initiatiefvoorstel ingediend. Alle zorgen dat het sociaal statuut in Den Haag te mager is, zijn terecht; we zijn het ermee eens dat dat een te magere opsomming is.
We willen heel graag dat het sociaal statuut steviger wordt, ook in de borging van de belangen van huurders. We vinden eigenlijk ook dat wij daar als gemeente een prominentere rol in zouden moeten kunnen vervullen, maar een sociaal statuut is per definitie iets tussen de huurdersorganisaties en de corporaties zelf. De wet schrijft wel voor dat daarover overleg moet worden gevoerd met de gemeente, maar hoe dat er precies uitziet, is allemaal open. Om met de heer Martini te spreken: wij hebben er natuurlijk inderdaad alle vertrouwen in dat wij in onze argumentatie voldoende gezag en voldoende kwaliteit hebben om goed aan tafel te komen en om ervoor te zorgen dat we een rol kunnen pakken die veel verder gaat dan de rol zoals die tot nu toe is geweest. Ik zie zelf dat wij minimaal een goede procesrol moeten kunnen vervullen in het opstellen en het om de tafel krijgen van alle partijen. Daar willen wij ook een ondersteunende rol in vervullen. Dat is ook meteen het antwoord op de vraag van de PvdA op welke manier wij ons hiervoor gaan inzetten. De eerste stap die ik zou willen zetten, is om met de huurdersorganisaties apart te praten, te horen op welke manier zij hun rol in het huidige sociaal statuut hebben ervaren en te kijken of we daarin punten ter verbetering zien. Dan kunnen we daar ook samen in optrekken in de richting van de grotere en bredere tafel.
Behalve over het sociaal statuut en de verbetering van het sociaal statuut hebben we ook intensief gesproken over het draagvlakvereiste, dat eigenlijk een essentieel punt in het initiatiefvoorstel is. Vanuit het college is steeds gezegd dat wij dat niet op deze manier kunnen opleggen. Wij kunnen heel goed verder met hoe het initiatiefvoorstel nu is verwoord. Daarbij geldt natuurlijk nog steeds de inhoudelijke discussie die we hebben gevoerd: ligt het nou op die 70%, hoe vul je dat dan precies in en
28
hoe ga je dan om met de rest? Gelet op de manier waarop dit in het gewijzigde initiatiefvoorstel is geformuleerd, willen wij ook dit graag aan het oordeel van de raad laten. De voorzitter. Wil de initiatiefneemster reageren op de beraadslaging? Lesley Arp (SP). Voorzitter. Ik zal het kort houden. Allereerst dank aan de raad voor de reacties, zeker aan college Klokkenburg voor de rijmende, doch stichtelijke woorden, die ik zeer kon waarderen. Zoals ik in de commissie al aangaf, is dit geen voorstel tegen sloop, maar voor zeggenschap. Ook bewoners zijn niet altijd categorisch tegen sloop. Dit voorstel is niet van de ene op de andere dag geïmplementeerd. Daar gaat een onderhandeling aan vooraf. Ik denk, ook luisterend naar de huurdersorganisaties, die hier eigenlijk al heel lang om vragen, dat het sociaal statuut best grondig vertimmerd zou moeten worden. Maar dit initiatiefvoorstel vraagt inderdaad om een andere werkwijze van de corporaties. Zij zullen hun participatie anders moeten inrichten en zullen vroegtijdig zo transparant mogelijk moeten zijn. Ik denk dat, nu we dit voorstel bespreken, dit ook al het moment is waarop de woningcorporaties daar achter de schermen alvast over kunnen gaan nadenken voordat die onderhandelingen worden gestart. Dat is mijn reactie op de inbreng van D66.
Verder is het 'agree to disagree', zal ik maar zeggen; nu spreek ik toch nog een keer Engels hier in de gemeenteraad. Ik ben blij dat dit voorstel kan rekenen op brede steun van de fracties, met verschillende ideologische drijfveren. Dat geeft de SP het vertrouwen dat de raad goed op de uitvoering zal toezien. Als ik de raad één tip mag geven: dictumpunt 3 vraagt om een tussenrapportage voor de zomer. Aangezien ik het zelf niet meer kan doen, zeg ik tegen de woordvoerders Volkshuisvesting in de toekomstige raad: hou het college daar scherp op. De voorzitter. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De beraadslaging wordt gesloten. De voorzitter. We gaan hier vanavond over stemmen. Of misschien wel vanmiddag; nee, dat is flauw.
Aan de orde is: N. Voorstel van het college inzake Woonzorgvisie 2040 'Samen zorgen voor een thuis' (RIS323714). Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. Er ligt een grote opgave voor onze stad in het huisvesten van de diverse zorgdoelgroepen. De opgaven van corporaties, marktpartijen en zorgpartijen dwingen ons de handen ineen te slaan en over de muren van verkokering heen samen te werken aan de uitdagingen. Het visiestuk ligt er nu en bevestigt veel van wat we al wisten. We moeten ervoor zorgen dat we niet in deze papieren werkelijkheid blijven. Er moet iets gebeuren, want veel kwetsbare mensen verkeren in onduidelijkheid over hun woonplek. Daklozen in de opvang wachten op een convenantwoning. Kinderen met een beperking willen een plek om te wonen en verzorgd te worden. Uitstromers uit de jeugdzorg geraken in problemen. Ouderen hebben geen netwerk om op terug te vallen. Vol verwachting klopt ons hart in afwachting van een uitvoeringsagenda waarin concrete doelen en routes worden vastgesteld en waarin haast wordt gemaakt met deze ambities. Mijn fractie helpt uiteraard graag een handje mee. De Woonzorgvisie identificeert doelgroepen die behoefte hebben aan geclusterd wonen met zorg, maar koppelt hier geen ruimtelijke opgave aan.
Huisvesting is een eigenstandige verantwoordelijkheid van de zorginstellingen, maar dit zou niet moeten betekenen dat hun ruimtevraag niet meegenomen wordt in gebiedsontwikkelingen. Als we willen dat Den Haag echt een stad wordt waarin iedereen onbeperkt mee kan doen en dus ook kan wonen, is het van belang om vroegtijdig rekening te houden met voldoende ruimte. Daarom een motie die ik indien samen met collega Arp van de SP en collega Bom van Hart voor Den Haag. Het dictum luidt: verzoekt het college met de relevante zorgorganisaties in beeld te brengen hoeveel ruimte nodig is voor doelgroepen die geclusterd wonen met zorg (24-uurszorg en beschermd wonen) nodig 29
hebben, te onderzoeken hoe deze ruimtevraag kan landen in gebiedsontwikkelingen, onder meer door te onderzoeken of een verplichte opgave voor ontwikkelaars en woningcorporaties hierbij kan helpen en dit mee te nemen in het opstellen van de gebiedsvisies en -programma's en de raad te informeren. De belangen van mensen die ernstig meervoudig beperkt zijn, kunnen alleen gehoord worden indien er betrokken mensen zijn die voor hen willen spreken. In de commissie hebben we het verhaal en de woonwensen van Villa Sprankel gehoord. Dat verhaal gaat ons echt aan het hart. Alleen op de wachtlijst staan al 70 tot 90 mensen, en dat aantal stijgt. Meerdere locaties zijn dus hard nodig en sluiten bovendien aan bij het Stimuleringsplan Innovatieve Woonvormen. Wat de ChristenUnie/SGP betreft nemen we een concrete ambitie op in de Woonzorgvisie, zodat duidelijk is dat iedereen onbeperkt meedoet. Er is plek voor jou in deze stad. Daarom een amendement, wederom samen met de collega's Arp en Bom: besluit dictumpunt II als volgt te wijzigen: II. In te stemmen met de zes ambities van de Woonzorgvisie 2040, met dien verstande dat in 2026 een locatie gezocht wordt voor een kleinschalige woonvorm voor mensen met een ernstig meervoudige beperking in Den Haag, en in de gebiedsgerichte uitwerking een tweede locatie opgenomen wordt.
Een ander voorbeeld van ambities waarvan de uitwerking nog achterblijft, betreft de convenantwoningen. Dankzij een motie van collega Thepass hebben we vorig jaar als raad ingestemd met een verdubbeling van de huidige 313 convenantwoningen. Die zien we nu terug in de Woonzorgvisie, maar de wethouder geeft vooral blijk van vastlopende gesprekken, druk op de woningvoorraad en tekortschietend geld. Het in 2020 afgesproken Koepelconvenant werd in 2023 geëvalueerd en liep in 2024 af, waarna beloofd werd deze te actualiseren. We zijn nu bijna twee jaar verder en er is nog steeds niks gebeurd, behalve de belofte om het aantal te verdubbelen en daarover in gesprek te gaan. Het is hoog tijd dat dat Koepelconvenant geactualiseerd wordt en dat de aanbevelingen uit de evaluatie verwerkt worden. Dit moet gebeuren in een herzien Koepelconvenant. Daarom een motie die ik samen met collega Arp indien, met als dictum: verzoekt het college samen met reeds betrokken woningcorporaties en zorgorganisaties, maar ook nieuwe relevante organisaties zo snel mogelijk verbeterde werkafspraken voor de uitvoering van het Koepelconvenant op te stellen, waarin aanbevelingen uit de evaluatie worden meegenomen en goede afspraken worden gemaakt over uitstroom, plaatsing, zorg, begeleiding en escalatiemogelijkheden.
De ChristenUnie/SGP is blij dat er een Woonzorgvisie ligt, maar hoopt dat er nu druk wordt gezet achter de daadwerkelijke uitvoering. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp en de heer Bom, wordt het volgende amendement (N.A CU/SGP) voorgesteld:
Amendement N.A CU/SGP Plek voor mensen met een ernstig meervoudige beperking De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Woonzorgvisie 2040 'Samen zorgen voor een thuis' (RIS323714), Besluit dictumpunt II als volgt te wijzigen: ▪ II. In te stemmen met de zes ambities van de Woonzorgvisie 2040, met dien verstande dat in 2026 een locatie gezocht wordt voor een kleinschalige woonvorm voor mensen met een ernstig meervoudige beperking in Den Haag, en in de gebiedsgerichte uitwerking een tweede locatie opgenomen wordt. Het amendement maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp, wordt de volgende motie (N.1 CU/SGP) ingediend:
30
Motie N.1 CU/SGP Actualiseer Koepelconvenant De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Woonzorgvisie 2040 'Samen zorgen voor een thuis' (RIS323714), constaterende, dat: ▪ in 2020 een Koepelconvenant is opgesteld tussen de gemeente, woningcorporaties en zorgorganisaties ten einde jaarlijks 313 convenantwoningen te realiseren voor zorgdoelgroepen; ▪ de gemeenteraad de ambitie heeft uitgesproken dit te verhogen naar 626 convenantwoningen; ▪ de looptijd van het convenant van 2020 tot 1 januari 2024 was en deze hierna geactualiseerd zou worden; ▪ in de Woonzorgvisie wordt benadrukt dat het aantal convenantwoningen verhoogd moet worden om de doorstroming uit de maatschappelijke opvang, beschermd wonen en de jeugdhulp te bevorderen; ▪ er momenteel alleen al circa 1.700 mensen (1.200 huishoudens) in de maatschappelijke opvang wachten op een convenantwoning; ▪ Den Haag ten opzichte van andere grote steden structureel achterblijft in het aantal gerealiseerde convenantwoningen; overwegende, dat: ▪ het Koepelconvenant nog altijd niet geactualiseerd is; ▪ uit de evaluatie van het Koepelconvenant onder andere naar voren is gekomen dat de regionale samenwerking onderontwikkeld is (Berendsen-Otto-Boesveldt-2024.-OnderzoeksrapportageMO-BW-regio-Den-Haag-vierde-meting.pdf); ▪ de realisatie van een verhoging
van het aantal convenantwoningen alleen mogelijk is indien betrokken partijen actief en solidair samenwerken; ▪ met een geactualiseerd Koepelconvenant duidelijkheid wordt geboden aan eenieder die wacht op een convenantwoning én aan de raad; verzoekt het college: ▪ samen met reeds betrokken woningcorporaties en zorgorganisaties, maar ook nieuwe relevante organisaties, zo snel mogelijk verbeterde werkafspraken voor de uitvoering van het Koepelconvenant op te stellen, waarin aanbevelingen uit de evaluatie worden meegenomen en goede afspraken worden gemaakt over uitstroom, plaatsing, zorg, begeleiding en escalatiemogelijkheden, en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter. Door mevrouw Klokkenburg, daartoe gesteund door mevrouw Arp en de heer Bom, wordt de volgende motie (N.2 CU/SGP) ingediend:
Motie N.2 CU/SGP Zorg tijdig voor voldoende zorglocaties De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Woonzorgvisie 2040 'Samen zorgen voor een thuis' (RIS323714), constaterende, dat: ▪ de Woonzorgvisie (RIS323714) wel doelgroepen identificeert die geclusterd wonen met zorg (zoals 24-uurszorg en beschermd wonen) nodig hebben, maar hier geen ruimtelijke opgave aan koppelt; 31
▪ ▪ ▪ ▪
de Woonzorgvisie tevens constateert dat verouderd intramuraal vastgoed vervangen dient te worden, omdat de behoefte aan geclusterde woonzorgconcepten de komende jaren groeit; in de woonzorganalyse (bijlage 1.1) wordt geconstateerd dat de behoefte aan plekken hoger ligt dan het huidige aanbod; in de ‘Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen’ (RIS317835) voor dergelijke zorgvoorzieningen staat dat de huisvesting een eigenstandige verantwoordelijkheid van de zorginstellingen is; in bijvoorbeeld het voorzieningenprogramma behorend bij de Structuurvisie Zuidwest (RIS315261) de ruimtevraag voor deze doelgroep niet is meegenomen;
overwegende, dat: ▪ hoewel de huisvesting een eigenstandige verantwoordelijkheid is, bij gebiedsontwikkelingen wel vroegtijdig rekening moet worden gehouden met voldoende ruimte voor dergelijke zorgvoorzieningen; verzoekt het college: ▪ met de relevante zorgorganisaties in beeld te brengen hoeveel ruimte nodig is voor doelgroepen die geclusterd wonen met zorg (24-uurszorg en beschermd wonen) nodig hebben; ▪ te onderzoeken hoe deze ruimtevraag kan landen in gebiedsontwikkelingen, onder meer door te onderzoeken of een verplichte opgave voor ontwikkelaars en woningcorporaties hierbij kan helpen; ▪ dit mee te nemen in het opstellen van de gebiedsvisies en -programma's en de raad te informeren, en gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Rutger de Ridder (VVD). Voorzitter. De Haagse VVD is van mening dat we veel meer ouderenwoningen moeten bouwen. Hoe mooi zou het zijn als we in iedere wijk kleinschalige ouderencomplexen bouwen voor mensen uit die wijk? Zo kunnen ouderen blijven wonen in hun buurt en hun wijk. Maar dit voorstel doet niets nieuws. Het is een samenvoeging van alle dingen die al gebeuren. Het lijkt daarmee ook een beetje een moetje. Er staat bijvoorbeeld dat er meer ouderenwoningen komen. Prachtig, maar hoe we dat doen? Geen idee. De VVD heeft gevraagd om financiële onderbouwing. Die kregen we deze week.
Op zich was het een mooie, duidelijke en herleidbare onderbouwing. Dus dank daarvoor, maar de VVD vindt het niet goed dat deze onderbouwing niet altijd een integraal onderdeel is van het raadsvoorstel. Waarom moeten wij daar een zoekplaatje van maken? Want de situatie is nu dat ik wel weet waar het van betaald wordt, maar dat ik het in feite niet kan amenderen en dus niet kan bepalen waar het geld naartoe gaat. Uiteindelijk zijn het kaderstellende recht en het budgetrecht van de raad met elkaar verweven en dient het college voorstellen te doen, zodat wij die rollen goed kunnen uitvoeren. De VVD vindt de in de financiële onderbouwing gemaakte keuzes evenwel niet goed. Dit is voor ons niet de manier om op dit moment de prioriteit goed te hebben geregeld. Volgens de VVD moeten we vol inzetten op nieuwe ouderenwoningen en zorgwoningen. Die prioriteit stelt de VVD. De VVD kan door die financiële onderbouwing niet instemmen met deze visie. Vincent Thepass (GroenLinks). Voorzitter. GroenLinks is blij met deze Woonzorgvisie.
Wij denken namelijk dat het heel goed is dat wij in ons woonbeleid het wonen en het zorgen veel meer bij elkaar gaan brengen, dat we veel integraler kijken naar hoe we al die opgaven voor de aandachtsgroepen kunnen aanpakken en dat we niet alleen voor nu maar ook voor de komende tien jaar goed in beeld brengen hoe we al die verschillende mensen in onze stad die specifieke behoeften hebben die niet zomaar in de woningmarkt beantwoord kunnen worden, gericht kunnen helpen. Nu is het tijd dat we dit gaan vaststellen, want we moeten doorgaan naar de volgende stap, van visie naar uitvoering. Ik gaf in de commissie al aan dat daarbij wat GroenLinks betreft de absolute topprioriteit is dat we werk gaan maken van de verdubbeling van de convenantwoningen. We moeten die uitstroom met de opvang op 32
gang brengen. We kunnen niet accepteren dat dakloosheid nu zo'n groot probleem in onze stad is. Daarvoor is de gemeente samen met de corporaties en de huurdersorganisaties aan zet. Ik roep het college daarom vooral op om die onderhandelingen met de corporaties en de huurders echt hard door te zetten. Ik denk dat het heel goed is dat we als raad eerder zo breed ons voorstel hebben aangenomen om het aantal woningen te verdubbelen. Ik wil ook echt een beroep op de corporaties doen om de verantwoordelijkheid hier echt een keer meer te nemen, want we moeten hier als stad iets aan doen. We hebben ook te maken met een schaarstevraagstuk. Ik denk dat we in het vervolg na het aannemen van deze Woonzorgvisie ook als raad echt volgende stappen moeten zetten om de koek van de sociale huurwoningen te vergroten door echt veel meer sociaal te realiseren. Dat is uiteindelijk het probleem waardoor we te weinig van die doelgroepgerichte woningen van de grond krijgen. Alleen op die manier kunnen we uiteindelijk de woningnood oplossen, ook juist voor alle doelgroepen die terecht in dit plan worden genoemd. Hinke de Groot (CDA). Voorzitter. Voor het CDA gaat woonbeleid over meer dan het realiseren van meer woningen. Het gaat om bouwen aan woongemeenschappen, zodat een huis een thuis is waar je je gekend weet en veilig voelt, alleen of met dierbaren om je heen.
Daarom moeten we bouwen aan saamhorige buurten, samenwoonhofjes of onzelfstandige verkamering voor jongeren, met gemeenschappelijke woonkamers. Ook in tijden van woningnood moeten we de schaarse woonruimte goed inzetten om recht te doen aan de woon- en zorgbehoeften, maar ook aan demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing. Het CDA kan zich op zich vinden in de ambities van de Woonzorgvisie, maar de vraag is uiteindelijk natuurlijk hoe je dit concreet handen en voeten gaat geven, met realistische oplossingen. Dat moet je niet doen door iedereen als zorgdoelgroep te bestempelen, want het eerlijke verhaal is dat er ook een grens zit aan wat de stad aankan. Dat vraagt om keuzes. Er komt nog een uitvoeringsagenda; dat is al door meerdere fracties genoemd. Daarin moeten we eerlijk én transparant zijn over de uitvoering. Daarom een motie, met dank aan onze Jolijn Standhardt, met als dictum: verzoekt het college in de uitvoeringsagenda een paragraaf op te nemen waarin staat vermeld welke ambities uit de Woonzorgvisie niet met deze uitvoeringsagenda worden behaald en indien er keuzes moeten worden gemaakt ten aanzien van doelgroepen, wensen of doelen deze in de uitvoeringsagenda aan de raad kenbaar te maken. De voorzitter. Door mevrouw De Groot wordt de volgende motie (N.6 CDA) ingediend:
Motie N.6 CDA Eerlijk en transparant over de uitvoering De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 4 december 2025, ter afronding van de woonzorgvisie Constaterende dat: • de woonzorgvisie een ambitieus document is en mooie plannen bevat; • in de woonzorgvisie nog geen duidelijke keuzes worden gemaakt over welke ambities wel en niet kunnen worden waargemaakt; • de raad door in te stemmen met de woonzorgvisie nog geen concrete politieke keuzes maakt; • de wethouder heeft toegezegd dat de uitvoeringsagenda ook naar de raad komt. Overwegende dat: • tussen droom en daad praktische bezwaren in de weg staan, waardoor niet alle ambities en dromen kunnen worden gerealiseerd; • inwoners van onze stad van de gemeente(raad) mogen verwachten dat ze moeilijke keuzes maakt omdat niet alles kan, en daar eerlijk over communiceert; • een uitvoeringsagenda enkel plannen moet bevatten die uitvoerbaar zijn; niet alleen op zichzelf, maar ook in het totaalplaatje.
33
Verzoekt het college: • in de uitvoeringsagenda een paragraaf op te nemen waarin staat vermeld welke ambities uit de woonzorgvisie niet met deze uitvoeringsagenda worden behaald. • indien er keuzes moeten worden gemaakt t.a.v. doelgroepen, wensen of doelen deze in de uitvoeringsagenda aan de raad kenbaar te maken. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Voorzitter: de heer De Ridder. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. Dank aan het college voor de Woonzorgvisie. Het is natuurlijk ontzettend belangrijk dat er nu een brede visie ligt over hoe we ervoor gaan zorgen dat mensen fijn kunnen wonen in onze stad, waarbij we extra kijken naar de genoemde aandachtsgroepen. We hebben hier in de commissie een goed debat over gehad. Dat heeft nog geleid tot een motie van ons over het volgende. Er is in de Woonzorgvisie veel aandacht om ervoor te zorgen dat we senioren helpen met doorstromen naar een kleinere, meer passende woning. Zo komen er ook meer grote gezinswoningen vrij. Dat is dus voor iedereen een win-win. We lezen bijvoorbeeld dat er gewerkt wordt aan een instrumentenkit voor seniorenmakelaars. Andere steden lijken hier verder mee te zijn. In veel gemeenten, waaronder Amsterdam, bestaat al langer een Van Groot naar Beter-regeling, waarin die instrumentenkit in feite allang wordt gebruikt.
Een van de onderdelen in Amsterdam is dat de nettohuur van een nieuwe sociale huurwoning zo nodig wordt aangepast, zodat die niet hoger is dan de nettohuur van een oude woning. Dat klinkt natuurlijk ook interessant voor Den Haag, want een van de grootste belemmeringen voor senioren om te verhuizen naar een kleinere, meer passende woning is dat de woonlasten stijgen. Dat wil natuurlijk niemand. Coen Bom (Hart voor Den Haag). Ik ben benieuwd hoe strikt dit is, want ik ken mensen die al jarenlang in een huis wonen met een huur van bij wijze van spreken € 300. Geldt dat altijd? Weet u hoe dat werkt in Amsterdam? Janneke Holman (PvdA). Nee, ik weet niet precies hoe het in Amsterdam werkt. Daarom is het een onderzoeksmotie, want ik ben bijvoorbeeld ook heel benieuwd wie dit daar financiert. Daarom wil ik dat het college daar bij ons naar gaat kijken. Ik was bij het dictum van de motie Van groot naar beter: verzoekt het college te onderzoeken hoe de Haagse instrumentenkist kan worden uitgebreid aan de hand van de Amsterdamse Van Groot naar Beter-regeling, waaronder het onderdeel voor sociale huurders dat de nettohuur van een nieuwe woning zo nodig wordt aangepast zodat die niet hoger is dan de nettohuur van de oude woning. De motie wordt mede ingediend door mevrouw Arp van de SP, de heer Thepass van GroenLinks, mevrouw Mostert van D66 en mevrouw Klokkenburg van de ChristenUnie/SGP.
De voorzitter. Door mevrouw Holman wordt de volgende motie (N.3 PvdA) ingediend:
Motie N.3 PvdA Van groot naar beter De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 december, ter bespreking van het raadsvoorstel Voorstel van het college inzake Woonzorgvisie 2040 'Samen zorgen voor een thuis'. Constaterende, dat: • een belangrijke doelstelling is om doorstroming te stimuleren naar een passend (t)huis, dus om ervoor te zorgen dat senioren makkelijker kunnen doorstromen naar een kleinere, maar meer passende woning;
34
•
één van de acties uit de Woonzorgvisie is om een instrumentenkist ontwikkelen die de senioren-makelaars kunnen inzetten om zo nodig maatwerk te bieden, waarbij wordt gedacht aan financiële instrumenten zoals een verhuisvoucher, verhuiskostenvergoeding of instrumenten op het gebied van ontzorgen zoals het inzetten van een opruimcoach.
Overwegende, dat: • andere gemeenten al verder lijken met het ontwikkelen van een dergelijke instrumentenkist of uitgebreidere regeling voor bewoners die in een sociale huurwoning wonen, zoals de Van Groot naar Beter-regeling in de (regio) Amsterdam, waarvan één van de onderdelen is dat de nettohuur van een nieuwe woning zo nodig wordt aangepast zodat die niet hoger is dan de nettohuur van de oude woning; • één van de grootste belemmeringen van senioren om te verhuizen naar een kleinere, maar meer passende woning, is dat woonlasten stijgen. Verzoekt het college: • te onderzoeken hoe de Haagse instrumentenkist kan worden uitgebreid aan de hand van de Amsterdamse Van Groot naar Beter-regeling, waaronder het onderdeel voor sociale huurders dat de nettohuur van een nieuwe woning zo nodig wordt aangepast zodat die niet hoger is dan de nettohuur van de oude woning. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Marije Mostert (D66). Voorzitter. We hebben er lang op gewacht en we hebben een mooi debat gevoerd, maar de Woonzorgvisie Samen zorgen voor een thuis is er eindelijk. Dat is hard nodig. Veel dank aan het college voor de uitgebreide visie en dank aan alle organisaties en inwoners die hebben geholpen bij de totstandkoming van deze visie. Voor D66 is de Woonzorgvisie een duidelijke opdracht.