RIS324351 Bijlage Eindrapport MJB TJB KWINK groep
Tekst van het document
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028 Eindrapport
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028 Eindrapport
Rosanna Cohn Lara Janssen Loes van der Hijden Emma van den Aakster Pauline Modderman
DATUM
31-10-2025
VERSIE
Definitief
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
1.1
Achtergrond
3
1.2
Aanpak evaluatie
3
1.3
Leeswijzer
4
2.
Overkoepelende reflecties
6
3.
Samenvatting conclusies en aanbevelingen
7
4.
Totstandkoming
10
4.1
Feitelijke beschrijving van het proces
10
4.2
Percepties
14
4.3
Conclusies en aanbevelingen
18
5.
Uitvoering
21
5.1
Aanvraagproces
21
5.1.1 5.1.2 5.1.3
Feitelijke beschrijving van het proces Percepties Conclusies en aanbevelingen
21 23 28
5.2
Beoordelingsproces en -criteria
32
5.2.1 5.2.2 5.2.3
Feitelijke beschrijving proces Percepties Conclusies en aanbevelingen
32 35 38
6.
Besluitvorming
42
6.1
Feitelijke beschrijving van het proces
42
6.2
Percepties
43
6.3
Conclusies en aanbevelingen
45
Bijlage I. Onderzoeksverantwoording
47
Bijlage II. Waarderingselementen
51
Bijlage III. Overzicht beoordelingscriteria
52
Bijlage IV. Enquêteresultaten
53
Bijlage V. Benchmarkanalyse
64
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
2
1. Inleiding 1.1
Achtergrond
Elke vier jaar stelt de gemeente Den Haag een nieuw Kunstenplan vast, waarin wordt bepaald welke culturele instellingen gedurende vier jaar subsidie ontvangen. Voor de periode 2025–2028 werd dit vastgelegd in het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025–2028 (hierna: MJB).1 In dit plan staat hoe de gemeente de beschikbare middelen verdeelt en welke beleidsdoelen zij nastreeft op het gebied van onder andere talentontwikkeling, diversiteit, inclusie en innovatie. Naast het Meerjarenbeleidsplan werd in deze periode voor het eerst ook een tweejarige subsidieregeling opgesteld voor nieuwe en kleinere instellingen, voor de periode 2025–2026. Deze regeling werd vastgelegd in het Tweejarenbeleidsplan Kunst en Cultuur (hierna: TJB).2 Het Beleidskader Kunst en Cultuur 2025–2028 (hierna: Beleidskader)3, diende als inhoudelijk en beoordelend kader voor subsidieaanvragen. Dit Beleidskader, dat in september 2023 door de gemeenteraad werd vastgesteld, gaf richting aan de beoordeling van subsidieaanvragen, de financiële kaders en de prioriteiten van het Haagse cultuurbeleid. Op basis hiervan dienden culturele organisaties hun aanvragen in voor vierjarige of tweejarige subsidie. De aanvragen voor het MJB en het TJB werden beoordeeld door onafhankelijke adviescommissies van deskundigen op het gebied van kunst en cultuur, bedrijfsvoering en de culturele codes.
Deze adviescommissies overhandigden hun adviezen aan de wethouder. Het College van Burgemeester en Wethouders (hierna: college) paste vervolgens de zogenoemde vergewisplicht toe, waarmee het vaststelde dat de adviezen zorgvuldig en toereikend tot stand waren gekomen. Op basis van deze adviezen stelde het college in september 2024 het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025–2028 vast, gevolgd door de vaststelling van het Tweejarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025–2026 in oktober 2024.
1.2
Aanpak evaluatie
De gemeente laat het MJB-proces4 iedere vier jaar evalueren. Na een meervoudig onderhands aanbestedingsproces heeft de gemeente KWINK groep geselecteerd om de evaluatie van het MJBproces uit te voeren. KWINK groep heeft deze evaluatie uitgevoerd van mei tot en met oktober 2025. De hoofdvraag die in de evaluatie centraal staat, is: Hoe hebben de betrokken partijen de totstandkoming en uitvoering van het MJB-proces 2025 – 2028 en het TJB-proces 2025 – 2026 ervaren en op welke punten is het wenselijk dat de gemeente Den Haag deze processen aanpast?
Gemeente Den Haag (2024). Ruimte voor Ontwikkeling: Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2026. Gemeente Den Haag (2024). Ruimte voor Ontwikkeling: Tweejarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2026. 3 Gemeente Den Haag (2023). Ruimte voor Ontwikkeling: Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028. 4 In dit rapport verstaan we onder het MJB-proces zowel de vierjarige MJB-regeling als de tweejarige TJB-regeling. Waar relevant, maken we in dit rapport onderscheid tussen beide trajecten. 1 2
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
3
Om deze vragen te beantwoorden, hebben we feitelijke en waarderende informatie opgehaald over de verschillende fasen van het proces: de totstandkoming, de uitvoerende fase (bestaande uit het aanvraagproces en het beoordelingsproces) en de besluitvormende fase.
Om informatie op te halen, zijn de volgende methoden ingezet: a. Documentenanalyse. Om zicht te krijgen op het MJB-proces hebben we 59 documenten en 7 media-artikelen geanalyseerd, zie bijlage I voor een overzicht van bestudeerde documenten. b. Enquête. Om de ervaringen van aanvragers breed op te halen, hebben we een enquête uitgezet onder alle aanvragers (zowel gehonoreerd als afgewezen). Deze enquête is uiteindelijk 61 keer ingevuld (door 49% van alle aanvragers5) door aanvragers uit alle categorieën (A, B, C en begrotingssubsidies). In bijlage I hebben we een nadere toelichting op de aanpak voor de enquête opgenomen. c. (Groeps)gesprekken. Om de ervaringen van aanvragers te verdiepen en de ervaringen van andere betrokken partijen op te halen, hebben we in totaal 19 (groeps)gesprekken georganiseerd met verschillende betrokkenen, zoals adviescommissieleden, ambtenaren, de gemeenteraad, de wethouder Cultuur, voorzitters van Haagse culturele overlegstructuren, en een selectie van culturele instellingen die een aanvraag hebben ingediend. In totaal hebben we 31 aanvragers gesproken vanuit de verschillende subsidieregelingen en de begrotingssubsidies. Zie bijlage I voor een overzicht van de gesproken organisaties. d. Benchmark.
Om inzichtelijk te maken hoe het proces in Den Haag zich tot die van de andere G4 steden, het Rijk en de Rijkscultuurfondsen verhoudt, maakte een benchmark ook onderdeel uit van de aanpak. Hiervoor hebben we 6 gesprekken gevoerd met verschillende betrokkenen bij de verdeling van cultuursubsidies in overige G4-gemeenten (Gemeente Rotterdam, Gemeente Utrecht en het Amsterdams Fonds voor de Kunst), de landelijke BIS (het Ministerie van OCW) en Rijkscultuurfondsen (het Mondriaan Fonds en het Fonds Podiumkunsten). Vervolgens hebben we op basis van de verzamelde informatie conclusies getrokken. Hierbij hebben we gebruik gemaakt van een vooraf opgesteld waarderingskader. Dit waarderingskader bevat de elementen die van belang zijn voor een ‘goed’ cultuursubsidieproces, zoals een toegankelijk aanvraagproces, een zorgvuldig beoordelingsproces en beoordelingscriteria die zowel meetbaar als relevant zijn. Het kader is tot stand gekomen op basis van onze uitgebreide ervaring met het evalueren van subsidieregelingen. Het kader is opgenomen in bijlage II.
1.3
Leeswijzer
Het rapport is als volgt opgebouwd: • •
Hoofdstuk 2 bevat eerst enkele overkoepelende reflecties van de onderzoekers over de verdeling van meerjarige cultuursubsidies. In hoofdstuk 3 zijn de conclusies en aanbevelingen die uit deze evaluatie volgen samengevat.
De enquête is door 60 instellingen ingevuld, door één instelling twee keer. Er zijn in totaal 135 aanvragen ingediend door 122 individuele aanvragers; 13 aanvragers hebben voor zowel het MJB als het TJB een aanvraag ingediend. 5
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
4
•
Vervolgens bevatten de hoofdstukken 4 tot en met 6 de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen te vinden. In deze hoofdstukken lopen we de fasen uit het proces langs: de totstandkoming van de regelingen (hoofdstuk 4), het aanvraagproces (paragraaf 5.1), het beoordelingsproces (paragraaf 5.2) en tot slot de besluitvormende fase (hoofdstuk 6). Voor iedere fase hebben we steeds eerst een feitelijke beschrijving opgenomen, vervolgens de percepties van betrokkenen en tot slot onze conclusies en de aanbevelingen die daaruit volgen. De feitelijke beschrijving is gebaseerd op de documentanalyse. De percepties zijn de beelden van betrokkenen die we hebben bevraagd in het onderzoek via de enquête of de (groeps)gesprekken. Waar relevant benoemen we van wie de perceptie afkomstig is (aanvragers, de gemeente of adviescommissieleden). Onze conclusies en aanbevelingen bevatten het oordeel van ons als onderzoekers en volgen uit een analyse van de feiten en percepties.
Het rapport bevat daarnaast de volgende bijlagen: • • • • •
Bijlage I. De onderzoeksverantwoording, met daarin een overzicht van geraadpleegde documenten en gesprekspartners. Bijlage II. Een overzicht van de waarderingselementen die we in deze evaluatie hebben gehanteerd, inclusief een toelichting per waarderingselement. Bijlage III. Een overzicht van de gehanteerde beoordelingscriteria. Bijlage IV. Een overzicht van de enquêteresultaten. Bijlage V. Een overzicht van de belangrijkste inzichten uit de benchmark.
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
5
2. Overkoepelende reflecties In de hoofdstukken 3 tot en met 6 gaan we in op het proces rondom het MJB en TJB, de ervaringen van betrokken partijen en de conclusies die we daaruit trekken. In dit hoofdstuk nemen we juist wat meer afstand en delen we enkele overkoepelende reflecties van ons als onderzoekers, op basis van onze bredere ervaring met het evalueren van meerjarige cultuursubsidies. We vinden dit belangrijk, omdat sommige reflecties zich niet beperken tot één specifieke fase, en omdat deze reflecties helpen om het vervolg van dit rapport in een breder perspectief te plaatsen. Het MJB-proces in Den Haag is goed verlopen Betrokken partijen (aanvragers, adviescommissieleden, de gemeente en de gemeenteraad) kijken over het algemeen met tevredenheid terug op zowel de uitvoering van het afgelopen MJB-proces door de gemeente Den Haag, als op de uiteindelijke verdeling. Het Haagse culturele veld is betrokken bij het totstandkomingsproces, wat heeft geleid tot draagvlak voor het huidige stelsel. Alle betrokken partijen zijn bovendien positief over het toevoegen van het TJB (Categorie A) voor kleinere en nieuwere instellingen. Voor de meeste instellingen die een aanvraag hebben ingediend, was duidelijk wat zij binnen het proces konden verwachten. Betrokkenen kijken ook positief terug op de rol die de gemeente heeft vervuld gedurende het proces.
Dit geldt zowel voor ambtenaren van de gemeente Den Haag, de adviescommissies als het college en de gemeenteraad. Er zijn ook punten van kritiek, die herkenbaar zijn uit andere gemeenten Hoewel het algemene beeld dus is dat het proces goed is verlopen, is geen enkel subsidieproces optimaal. Dat komt ook doordat de verdeling van subsidiegelden binnen de cultuursector per definitie complex en gevoelig is. Het betreft immers de verdeling van schaarse middelen over een sector met ambities die vaak groter zijn dan het beschikbare budget. Bovendien is ‘cultuur’ een goed waarvan de waarde breed wordt onderschreven, maar waarvan de waarde ook lastig uit te drukken valt in objectieve maatstaven. Een volmaakt verdeelsysteem voor cultuursubsidies bestaat niet en in elke verdelingssystematiek zullen er (goed beargumenteerde, maar lastige) keuzes moeten worden gemaakt. Daarom is het des te belangrijker dat het proces waarmee de subsidieverdeling tot stand komt, zorgvuldig, herleidbaar en transparant is. Echter, ook wanneer het proces aan al deze elementen voldoet, zullen er partijen zijn die ontevreden zijn over het proces of de uitkomst daarvan. Ook bij de totstandkoming van het MJB en TJB in Den Haag, zijn er punten waarop betrokkenen kritisch zijn. Veel van deze punten zien we terug bij andere subsidieregelingen die we evalueren.
Genoemde punten gaan bijvoorbeeld over de samenstelling en kennis (over het Haagse Culturele veld) van de adviescommissie, het schriftelijk indienen van een aanvraag, het ontbreken van de mogelijkheid om de aanvraag mondeling toe te lichten en de onderbouwing en toon van de beoordelingen. Partijen zijn – net als in andere gemeenten – ook kritisch op de keuze voor een tenderprocedure voor het verdelen van cultuursubsidies, al kunnen zij ook nog geen geschikte alternatieven benoemen. En verder richt kritiek zich, net als we in andere gemeenten zien, op de verhouding tussen de verschillende criteria en het gebrek aan differentiatie daarin tussen verschillende typen aanvragers. Toekomstige subsidieprocessen Voor de toekomst bevelen we de gemeente Den Haag binnen de huidige systematiek aan om geen grote wijzigingen door te voeren in het proces van de verdeling van de cultuursubsidies. In deze evaluatie geven we wel aandachtspunten en verbeterkansen mee, die kunnen bijdragen aan de verdere optimalisatie van het proces in Den Haag.
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
6
3. Samenvatting conclusies en aanbevelingen De hoofdconclusie van de evaluatie is dat het MJB-proces in de gemeente Den Haag goed is verlopen. Dat geldt voor alle vier de fasen van het proces: de totstandkoming, het aanvraagproces, het beoordelingsproces en de besluitvorming. Overkoepelend bevelen we dan ook aan om binnen de huidige systematiek geen grote wijzigingen door te voeren in het proces. Wel volgen uit de evaluatie enkele aandachtspunten en verbeterkansen. In de tabel hierna hebben we de conclusies en aanbevelingen per fase van het proces samengevat. Bij de conclusies is het waarderingselement dat we gehanteerd hebben vetgedrukt weergegeven (zie bijlage II voor een toelichting op het waarderingskader en de waarderingselementen). We doen aanbevelingen voor hoe de gemeente Den Haag het MJB-proces kan optimaliseren. We hebben alleen aanbevelingen opgenomen die binnen de invloedssfeer van de gemeente liggen. In de hoofdstukken hierna (hoofdstuk 4 tot en met 6) is de nadere onderbouwing voor de conclusies en aanbevelingen opgenomen. Conclusies
Aanbevelingen
Totstandkoming •
•
•
•
•
Samengevat concluderen we dat betrokken partijen de totstandkoming van de regelingen over het algemeen als positief hebben ervaren. Er is in algemene zin draagvlak onder de verschillende betrokken partijen binnen het Haagse culturele veld en de gemeente voor de Cultuurvisie, het Beleidskader en de regelingen. Dat draagvlak is versterkt door het uitgebreide participatieproces, de heldere communicatie over het verloop van het proces en de consistentie in de opbouw van het stelsel. Aanvragers herkennen de beleidsdoelen in de regelingen en ervaren dit als transparant en voorspelbaar. We concluderen dat de Cultuurvisie en het Beleidskader samen concreet en richtinggevend zijn voor het Haagse culturele veld. De Cultuurvisie schetst de bredere visie. Het Beleidskader geeft richting aan deze ambities. Dit heeft geleid tot een nieuw, gedifferentieerd subsidiestelsel dat instellingen helderheid en houvast biedt. We concluderen dat het huidige cultuurstelsel overwegend dekkend is, in de zin dat de Cultuurvisie en het Beleidskader het geheel van het culturele veld omvatten als het gaat om disciplines en typen instellingen. Er zijn in principe geen instellingen die buiten het Beleidskader vallen. Wel constateren we dat de gemeente nog beperkt inzet op het bereiken van instellingen die nu nog niet in het subsidiestelsel zitten en/of niet zichtbaar of bekend zijn bij de gemeente.
We concluderen dat de doelen en criteria op consistente wijze zijn beschreven in de Cultuurvisie, het Beleidskader en de subsidieregelingen. Deze consistentie zorgt voor samenhang en maakt duidelijk waarop de adviescommissies de aanvragen beoordelen. Dit draagt bij aan de transparantie van het stelsel. Ons onderzoek bevat geen oordeel over de deskundigheid of onafhankelijkheid van individuele commissieleden. We hebben geen directe signalen van belangenverstrengeling ontvangen. Wel concluderen we dat in het werving- en selectieproces waarborgen zijn opgenomen voor de onafhankelijkheid en deskundigheid van commissieleden.
•
Zet actiever in op het bereiken van instellingen die nu niet aanvragen. Het Haagse cultuursubsidiestelsel is breed opgezet, maar er kan nog meer worden ingezet op het bereiken van een bredere, meer diverse groep van potentiële aanvragers. De gemeente kan de volgende beleidsperiode (meer) aandacht blijven besteden aan instellingen die momenteel mogelijk de weg naar gemeentelijke subsidies nog niet hebben gevonden, bijvoorbeeld door gerichte uitnodigingen, outreach via nieuwe netwerken en duidelijke communicatie over de regelingen. We bevelen aan om hierbij de verbinding te zoeken met andere regelingen voor culturele instellingen binnen de gemeente, zoals de subsidieregeling voor kunst- en cultuurprojecten, de subsidie ontwikkeling voor makers en de subsidie versterken cultureel ondernemerschap en bedrijfsvoering. Deze regelingen zijn mogelijk logische ingangen voor aanvragers, én beschikken mogelijk al over bredere en andere netwerken dan degenen die nu worden bereikt via het MJB en het TJB.
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
7
Aanvraagproces •
•
•
•
•
Samengevat concluderen we dat betrokken partijen de aanvraagprocedure over het algemeen als positief hebben ervaren. Veel aanvragers vonden de processen goed te doorlopen, eerlijk en toegankelijk, en vonden de informatie duidelijk genoeg om een aanvraag te schrijven. We concluderen dat de contactmomenten tussen aanvragers en adviescommissies een belangrijke rol hebben gespeeld in het proces. De contactmomenten leidden ertoe dat de adviescommissieleden de instellingen en het Haagse veld beter leren kennen. Voor kleinere instellingen waren dit belangrijke momenten om de adviescommissie te leren kennen en het verhaal van hun instelling te kunnen vertellen. Wel zijn er nog enkele drempels voor aanvragers, die de regelingen minder toegankelijk maken. Ook constateren we dat er verschillen zijn tussen de ervaringen rondom het kennismakingsgesprek. De verschillende ervaringen hangen samen met de deelcommissies en de mate waarin het doel van het gesprek voor de aanvrager duidelijk was. We concluderen dat het aanvraagproces over het algemeen eerlijk is verlopen. Voor alle type aanvragers die aanvragen in dezelfde categorie, gelden dezelfde spelregels. We concluderen dat het aanvraagproces deels toegankelijk is. De gemeente Den Haag heeft stappen gezet om drempels weg te nemen, bijvoorbeeld door het toevoegen van categorie A voor kleinere en nieuwere instellingen.
Tegelijkertijd concluderen we dat er factoren zijn die het aanvraagproces minder toegankelijk maken. De tijdsinvestering voor aanvragers is hoog en de gehanteerde formats zijn voor veel aanvragers beperkend. Bij kleinere instellingen ligt een behoefte aan meer begeleiding. Dit kan drempels nog verder verlagen. Voor grotere instellingen geldt, zeker wanneer zij ook landelijke subsidies aanvragen, dat het proces complex en/of tijdrovend is vanwege de formats die vaak per landelijke regeling verschillen. We concluderen dat de informatievoorziening over het aanvraagproces helder, compleet en eenduidig is.
•
•
Overweeg extra stappen om de regeling toegankelijker te maken. De gemeente kan nog stappen zetten om meer drempels weg te nemen voor instellingen in het aanvraagproces, bijvoorbeeld door meer begeleiding te bieden aan kleinere en/of nieuwe instellingen, door meer ruimte te bieden via het aanvraagformulier, door een alternatieve opzet voor het aanvraagformulier te hanteren, en/of aanvragers advies te geven op conceptaanvragen. Houdt er daarbij wel rekening mee dat deze maatregelen (met name begeleiding en conceptaanvragen) extra processtappen en tijdsinzet van de gemeente vragen én verwachtingen kan scheppen bij aanvragers. Overweeg om meer in te zetten op contactmomenten tussen instellingen en adviescommissieleden. Deze momenten zijn waardevol en dragen bij aan de kennis van de adviescommissie van de instellingen en de Haagse context. Houd er daarbij wel rekening mee dat de werkbezoeken aan de instellingen, hoewel waardevol, veel tijd kostten voor de adviescommissieleden.
Beoordelingsproces en -criteria •
•
•
Samengevat concluderen we dat betrokken partijen over het algemeen een positieve ervaring hebben gehad met het beoordelingsproces. Het was duidelijk hoe het proces zou gaan verlopen en de uiteindelijke adviezen zijn grotendeels herleidbaar voor betrokkenen. We concluderen dat de gehanteerde beoordelingscriteria relevant zijn, aangezien ze nauw aansluiten bij de Cultuurvisie en het Beleidskader. Hoewel de beoordelingscriteria in de basis goed aansluiten bij de beleidsdoelen en op zichzelf relevant zijn, blijken zij niet in alle gevallen even goed toepasbaar op alle instellingen. Op dit moment worden instellingen uitsluitend op hun individuele aanvraag beoordeeld, waarbij in het beoordelingsproces slechts beperkt rekening wordt gehouden met de culturele keten, het totaalaanbod in de stad en de onderlinge samenwerking tussen instellingen (punten die wel terugkomen in de Cultuurvisie). We concluderen dat niet alle beoordelingscriteria even goed meetbaar zijn (bijvoorbeeld ‘samenhang binnen het artistieke profiel’, ‘zeggingskracht’ en ‘oorspronkelijkheid’), maar wel meetbaarder zijn gemaakt door een waarderingsschaal op te stellen.
•
•
Neem integraliteit duidelijker mee in de beoordeling. Dat kan door duidelijker te communiceren op welke wijze integraliteit en de synergie binnen het Haagse culturele veld nu al wordt meegenomen in de huidige systematiek. Een andere manier om integraliteit mee te nemen, is om een integrale afweging toe te voegen aan de systematiek, waarbij de voorlopige adviezen worden getoetst op basis van een aantal vooraf vastgestelde elementen (bijvoorbeeld: spreiding over de stad(sdelen) of diversiteit). Op deze wijze kunnen aanvragen in samenhang worden beschouwd met het oog op een evenwichtige verdeling binnen het culturele veld. Indien wordt gekozen voor een integrale afweging, is het belangrijk om helder te zijn over welke elementen in deze afweging worden meegenomen (ten behoeve van de transparantie en herleidbaarheid). Ook kan een integrale afweging ertoe leiden dat de adviezen minder direct toerekenbaar zijn aan de aanvrager, wat de beoordeling meer complex kan maken. Onderzoek hoe adviescommissieleden meer tijd kunnen krijgen voor de voorbereiding en beoordeling. Voor het TJB zou het waardevol zijn als adviescommissieleden meer tijd krijgen om zich in te lezen en voor te bereiden op het beoordelingsproces, bijvoorbeeld door ruimere tijd in te
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
8
•
•
•
•
We concluderen dat de beoordelingscriteria toerekenbaar zijn: een beoordeling op deze criteria is toe te rekenen aan de prestaties van de aanvrager. We concluderen dat het beoordelingsproces zorgvuldig is verlopen. De betrokkenheid van de ambtenaren bij het beoordelingsproces was waardevol voor de adviescommissies. De krappe tijdspanne vormde een risico voor de zorgvuldigheid van het proces, maar we constateren desondanks dat het proces is verlopen zoals beoogd en er geen stappen zijn overgeslagen of • ingekort. We concluderen dat het beoordelingsproces grotendeels transparant is geweest. Ook de uiteindelijke adviezen voor het MJB en het TJB zijn grotendeels transparant en herleidbaar. Een kanttekening bij de herleidbaarheid en transparantie van het uiteindelijke advies is dat het voor aanvragers vooraf niet duidelijk was welke stappen genomen werden in de afwegingsfase. We concluderen dat het beoordelingsproces overwegend consistent is uitgevoerd. De adviezen zijn gelijktijdig aan alle aanvragers bekendgemaakt. Waar nodig werd expertise betrokken bij de beoordeling.
plannen voor werkbezoeken. Daarnaast is het wenselijk dat de adviescommissieleden van zowel het TJB als het MJB vooraf meer gelegenheid hebben om procesafspraken te maken en hun onderlinge rollen te bespreken. Ook in de afrondende fase is extra tijd wenselijk. Belangrijk om in overweging te nemen is dat de tijdspanne nu al beperkt is, en dat het opvolgen van deze aanbeveling mogelijk consequenties kan hebben voor aanvragers. Stel voor alle aanvragen een volledig advies op, ook wanneer de aanvraag onvoldoende scoort op het criterium artistiekinhoudelijk beleid (MJB en TJB) en zakelijk beleid (MJB). Verschillende aanvragers geven aan dat het voor hen waardevol is om inzicht te krijgen in de beoordeling op alle criteria. Een volledige beoordeling biedt hun duidelijkheid over hun sterke en zwakke punten en stelt hen in staat om gerichte feedback te benutten bij een eventuele volgende aanvraag.
Besluitvorming •
•
•
Samengevat concluderen we dat betrokken partijen positief zijn over het verloop van de besluitvormingsfase. De rollen en verantwoordelijkheden waren vooraf duidelijk en het college en de raad hebben volgens betrokken partijen hun rollen herleidbaar en rolvast vervuld. We constateren dat er één belangrijk verbeterpunt is in deze fase: het toevoegen van een check op feitelijke onjuistheden vóór de adviezen worden gepubliceerd bij het MJB. Bij het afgelopen MJB-proces namelijk is pas na de publicatie van de adviezen een check op feitelijke onjuistheden toegepast, waardoor er adviezen openbaar zijn geworden met feitelijke onjuistheden. Bij het TJB heeft er wel een check op feitelijke onjuistheden plaatsgevonden vóór publicatie van de adviezen. We concluderen dat het besluitvormingsproces herleidbaar is verlopen. Het proces is verlopen zoals van tevoren was vastgelegd en de wijze waarop het zou gaan verlopen was voor betrokkenen duidelijk. Het is herleidbaar op basis van welke argumenten het college keuzes heeft gemaakt ten aanzien van de adviezen. We concluderen dat het college van B&W en de gemeenteraad rolvast zijn geweest. Zowel het college als de gemeenteraad hebben zich gehouden aan de rol- en taakverdeling zoals van tevoren beschreven.
•
Voeg opnieuw de check op feitelijke onjuistheden in de adviezen toe aan het proces, vóór publicatie van de adviezen. Bijvoorbeeld door het conceptadvies per organisatie voor te leggen aan de aanvrager. Daarbij is het belangrijk om duidelijke randvoorwaarden en spelregels vast te stellen. Zo geeft deze extra processtap aanvragers de mogelijkheid om tijdens het beoordelingsproces extra informatie aan te leveren over hun aanvraag. Ook kan het bij aanvragers bepaalde verwachtingen opwekken, bijvoorbeeld wanneer voor hen niet helder is wat de adviescommissie wel en niet met de reactie zal doen. Deze risico’s kunnen beperkt worden door heldere kaders mee te geven aan aanvragers.
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
9
4. Totstandkoming 4.1
Feitelijke beschrijving van het proces
Cultuurvisie Den Haag 2033 De Cultuurvisie Den Haag 2033 (hierna: Cultuurvisie)6 vormt het strategische fundament van het cultuurbeleid van de gemeente voor de komende tien jaar. De visie gaat in op de huidige staat van het Haagse culturele veld, de betekenis van kunst en cultuur voor de stad en de opgaven waarvoor Den Haag staat. Vier ambities staan hierin centraal: 1. 2. 3. 4.
Onderwijs en ontwikkeling (cultuureducatie en -participatie); Diversiteit en inclusie in de culturele sector; Makersklimaat, innovatie en creativiteit; Aantrekkingskracht van de stad.
Daarnaast benoemt de Cultuurvisie twee randvoorwaarden: een vitale, duurzame en weerbare culturele sector en een integrale benadering van beleid, waarbij cultuur verbonden wordt met andere stedelijke opgaven. Belangrijk daarbij is dat instellingen hun impact niet alleen in aantallen, maar vooral in kwaliteit en maatschappelijke betekenis inzichtelijk maken, en dit doen op een financieel verantwoorde en duurzame manier. De totstandkoming van de Cultuurvisie was een breed en participatief proces. Het culturele veld, gemeentelijke beleidsafdelingen en inwoners van Den Haag zijn intensief betrokken via meer dan honderd gesprekken en bijeenkomsten, waaronder vijf rondetafelgesprekken, drie klankbordgroepbijeenkomsten en een jongerenlab. Daarnaast is een grootschalige enquête uitgezet die door circa 3.700 inwoners is ingevuld. Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028 Het Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028 (hierna: Beleidskader)7 vormt de concrete uitwerking van de Cultuurvisie voor de periode 2025–2028. De gemeenteraad heeft dit Beleidskader vastgesteld op 7 september 2023. Het document beschrijft de beleidsdoelen, de richtlijnen voor de beoordeling van de subsidieaanvragen, de inrichting van het subsidiestelsel en het financiële kader waarbinnen de subsidieverlening plaatsvindt.
Bij de ontwikkeling van het Beleidskader is voortgebouwd op de Cultuurvisie en de bevindingen uit de evaluatie van het vorige Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024.8 Deze evaluatie concludeerde dat het Beleidskader te breed en abstract was geformuleerd, dat een duidelijke langetermijnvisie ontbrak en de aanvraagformats als zwaar en weinig flexibel werden ervaren. Ook werd geconstateerd dat de beoordelingscriteria onvoldoende aansloten op de beleidsdoelen en dat de planning en afstemming met Rijkscultuurfondsen en andere G4-gemeenten moest verbeteren. Naar aanleiding van deze bevindingen heeft de gemeente de procedure en opzet van het subsidiestelsel aangepast. Er is een heel ander subsidiebestel ontworpen bestaande uit verschillende categorieën waarbij de zwaarte van de criteria zijn afgestemd op de hoogte van de aanvraag, zijn er verschillende
6
Gemeente Den Haag (2023). De Kunst van Betekenis: Cultuurvisie Den Haag 2033. Gemeente Den Haag (2023). Ruimte voor Ontwikkeling: Beleidskader Kunst en Cultuur 2025-2028. 8 DSP Groep (2021). Evaluatie Meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2021-2024. 7
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
10
functies met subsidieplafonds vastgelegd en zijn er 9 instellingen die vanaf 2025 een begrotingssubsidie ontvangen vanwege hun specifieke taken. De aanvraagprocedure voor kleinere bestaande en nieuwe instellingen is vereenvoudigd door de invoering van een tweejarige regeling met lichtere eisen en aanvullende ondersteuning, zoals spreekuren voor instellingen. Tot slot is de afstemming met landelijke fondsen verbeterd door de indiendingstermijn gelijk te trekken met die van Rijkscultuurfondsen en de BIS, van 1 december 2023 naar 1 februari 2024. De beleidsdoelstellingen die in het Beleidskader zijn opgenomen voor de periode 2025–2028 zijn: 1. Een veelzijdig en kwalitatief hoogwaardig cultuuraanbod (de artistieke waarde); 2. Een vitale, weerbare en duurzame cultuursector; 3. Diversiteit en inclusie; 4. Cultuureducatie; 5. Een levendig makersklimaat. Meerjarenbeleidsplan (MJB) en Tweejarenbeleidsplan (TJB) Het subsidiestelsel vormt het instrument waarmee de beleidsdoelen uit het Beleidskader in de praktijk worden gebracht. Het stelsel bestaat vanaf 2025 uit een vierjarige regeling (MJB, categorie B en C), een tweejarige regeling (TJB, categorie A) en negen begrotingssubsidies op naam. Daarmee ondersteunt de gemeente zowel grote, gevestigde instellingen, als kleinere en nieuwere instellingen.
De subsidies worden via een tenderprocedure verstrekt: aanvragen worden beoordeeld op vooraf vastgestelde criteria, gerangschikt op punten en gehonoreerd tot het subsidieplafond is bereikt (de ‘zaaglijn’). Categorie
Budget per jaar
Doelgroep
Doel
Nadere toelichting
Categorie A Tweejarige regeling (TJB 2025–2026)
Maximaal €100.000
Kleine en/of nieuwe organisaties.
Biedt een opstap naar verdere professionalisering, stimuleert vernieuwing binnen de kunsten, en fungeert als vangnet voor instellingen die buiten het MJB vallen.
Een open tenderregeling. Aan deze aanvragen worden minder zware eisen gesteld dan categorie B en C.
Categorie B Vierjarige regeling (MJB 2025–2028)
Tussen €50.000 en €1.050.000
Middelgrote instellingen.
Waarborgt een breed en kwalitatief hoogstaand aanbod in de stad.
Bestaat uit: 1) een open tenderregeling 2) zes Cultuurankers9 (één aanvrager per functie gehonoreerd; eigen deelplafond per functie) 3) het Openluchttheater Zuiderpark (eigen deelplafond)
Categorie C Geborgde functies (MJB 2025-2028)
Vast budget per functie tussen de €1.050.001 en €11.000.000.
Zes grote instellingen van stedelijk of (inter)nationaal belang. 10
Borging van essentiële culturele functies in het Haagse culturele veld.
Zes functies met elk een eigen vast budget.
Begrotingssubsidies Subsidies op naam
Jaarlijks vastgelegd in de gemeentelijke begroting.
Systeeminstellingen, musea met gemeentelijke collecties en Amare.
Behoud en beheer van stedelijk erfgoed en basisvoorzieningen in de culturele infrastructuur.
Deze instellingen dienen ook beleidsplannen in, maar ontvangen enkel een inhoudelijk oordeel van de adviescommissie (geen advies op het budget). 11
Tabel 1: Overzicht subsidiestelsel.
Zes Cultuurankerfuncties (met deelplafond) voor de stadsdelen Centrum, Escamp, Haagse Hout, Laak, Scheveningen en Segbroek. Voor Leidschenveen-Ypenburg en Loosduinen vervullen bibliotheekvestigingen de cultuurankerfunctie en die worden buiten Categorie B rechtstreeks uit de cultuurbegroting bekostigd. 10 Deze zes zijn: een symfonieorkest, een multidisciplinair productieontwikkelhuis, een dansgezelschap, een grootstedelijk poppodium, een nationaal theatergezelschap en een filmhuis voor niet-commerciële films. 11 De begrotingssubsidies zijn voor systeeminstellingen (CultuurSchakel, Stroom Den Haag en Popradar), vijf musea die gemeentelijke collecties beheren en Amare. 9
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
11
In onderstaande tabel worden de beleidsdoelen die op verschillende plekken beschreven worden (Cultuurvisie, Beleidskader en in de regelingen) en de vertaling naar de beoordelingscriteria naast elkaar gezet. Cultuurvisie Den Haag 2033 – ambities + voorwaarden
Beleidskader 2025–2028 – beleidsdoelstellingen
Vertaling in beoordelingscriteria
Onderwijs en ontwikkeling (cultuureducatie en -participatie)
Cultuureducatie
In categorie B: aparte invulling van artistiek-inhoudelijk beleid voor instelling met cultuureducatie als hoofdtaak. In categorie C: cultuureducatie als criterium.
Diversiteit en inclusie in de culturele sector
Diversiteit en Inclusie
In alle categorieën expliciet opgenomen als criterium (diversiteit en inclusie).
Makersklimaat, innovatie en creativiteit
Een levendig makersklimaat
In categorie B: aparte invulling van artistiek-inhoudelijk beleid voor instellingen met talentontwikkeling als hoofdtaak. In categorie C: talentontwikkeling en makersklimaat als criteria. Daarnaast wordt in alle subsidieregelingen binnen het criterium artistiek-inhoudelijk beleid aandacht besteed aan vernieuwing of experiment.
Aantrekkingskracht van de stad
Een veelzijdig en kwalitatief hoogwaardig cultuuraanbod (de artistieke waarde)
In alle categorieën vertaald naar criterium artistiek-inhoudelijk beleid.
Voorwaarde: Een vitale, weerbare en duurzame cultuursector
Een vitale, weerbare en duurzame cultuursector
In alle categorieën vertaald naar criterium zakelijk beleid.
Voorwaarde: De cultuur van de gemeente (integrale benadering op gemeentelijk beleid)
(Geen aparte beleidsdoelstelling, wel principe in Beleidskader)
N.v.t.
Tabel 2: Overzicht van de beleidsdoelstellingen en vertaling naar beoordelingscriteria.
Aanpassingen van de gemeenteraad De gemeenteraad was in een vroeg stadium betrokken bij de totstandkoming van het Beleidskader. Zo zijn er technische sessies georganiseerd om raadsleden te informeren over de opzet van het subsidiestelsel en de voorgenomen wijzigingen ten opzichte van de vorige periode. Ook kon de gemeenteraad reageren op het Beleidskader. Bij de vaststelling van het Beleidskader nam de gemeenteraad twee amendementen en een motie aan. Het amendement ‘Kantje boord voor het geschreven woord’12 reserveerde één plek voor een literatuurfestival binnen de Subsidieregeling categorie B - algemene tender. Het amendement ‘Cultuurbudget niet definitief’13 maakte het financiële kader aanvankelijk indicatief door lopende coalitieonderhandelingen. De motie ‘Noodrem voor kaalslag in de cultuursector’14 verzocht het college de gemeenteraad te informeren als het advies van de adviescommissie grote gevolgen voor de cultuursector zou hebben. De voorzitter van de adviescommissie heeft de gemeenteraad hierover geïnformeerd.
Gemeenteraad Den Haag (2023). Amendement: Kantje boord voor het geschreven woord. Gemeenteraad Den Haag (2023). Amendement: Cultuurbudget niet definitief. 14 Gemeenteraad Den Haag (2023). Motie: Noodrem voor kaalslag in de cultuursector. 12 13
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
12
Financieel kader Het financiële kader voor het cultuurstelsel 2025–2028 bedroeg bij het publiceren van het Beleidskader in 2023 circa €66,3 miljoen per jaar (prijspeil 2023). Dit bedrag is gebaseerd op het budget van de vorige periode en is verhoogd met inflatiecorrecties en extra middelen uit het coalitieakkoord (2022-2026). Binnen dit totaal zijn deelplafonds vastgesteld per regeling en functie. In totaal was in het Beleidskader 15% (14% MJB en 1% TJB) van het budget beschikbaar gesteld voor de open tenders. Het budget van het Beleidskader is sindsdien enkele keren opgehoogd. Alle budgetten zijn in 2024 en 2025 met trend opgehoogd. Daarnaast is in het coalitieakkoord 2023-2026 extra budget toegevoegd aan categorieën A, B en C. Tot slot is via collegebesluiten extra budget toegevoegd aan de algemene tenders van categorie A en B (zie ook paragraaf 6.1). In de uiteindelijke verdeling is 19% beschikbaar voor de open tenders (17% MJB en 2% TJB). Beschikbaar budget (x €1.000)
Beleidskader (prijspeil 2023)
Subsidies 2025 (prijspeil 2025)
Categorie A – Tweejarige regeling (TJB)
500.000
1%
1.601.277
2%
Categorie B – Vierjarige regeling (MJB)
13.966.000
21%
18.744.901
24%
– waarvan open tender
9.516.000
14%
13.399.682
17%
– waarvan functies
4.450.000
7%
5.345.219
7%
Categorie C – Geborgde functies (MJB)
23.375.000
35%
26.155.444
33%
Begrotingssubsidies (musea, systeeminstellingen, Amare)
28.499.000
43%
31.732.101
41%
Totaal
66.340.000
100%
78.233.722
100%
Tabel 3: Verdeling jaarlijks budget.
Adviescommissies MJB: Voor de beoordeling van de subsidieaanvragen is een onafhankelijke adviescommissie ingesteld die als taak heeft het college te adviseren over de verdeling van middelen onder de aanvragen die worden ingediend op grond van de Subsidieregeling meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur 2025-2028. De adviescommissie werd door het college ingesteld op 24 januari 2023,15 ruim een half jaar vóór publicatie van de subsidieregeling. De werving van adviescommissieleden verliep via een open oproep van de gemeente, aangevuld met adviescommissieleden die in de adviescommissie MJB 2021-2024 zaten en leden uit de Adviescommissie Haagse Kunst en Cultuurprojecten. De commissie bestond uit een voorzitter, dertien kernleden en 21 disciplineleden met expertise in uiteenlopende disciplines, waaronder muziek, theater, dans, letteren, film, beeldende kunst, festivals, cultuureducatie en participatie, maar ook diversiteit en inclusie, digitale cultuur, talentontwikkeling en makerscoaching, jongerencultuur, internationalisering, bedrijfsvoering, het Nederlands cultuurbeleid en kunstvakonderwijs. De adviescommissie toetst de aanvragen aan de criteria uit het Beleidskader en de bijbehorende subsidieregelingen.16 Op de adviescommissie MJB is het ‘Reglement adviescommissie meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur Den Haag 2023’ van toepassing.
In dit reglement staan onder andere artikelen gericht op de integriteit van de adviescommissieleden, zoals: “Een commissielid is objectief en onpartijdig, vervult zijn taak zonder vooringenomenheid en misbruikt zijn positie op geen enkele wijze.” (Artikel 9, lid 1) en “Een commissielid meldt bestaande en aankomende (neven)functies schriftelijk bij het college.” (Artikel 9, lid 2).17
15
Gemeente Den Haag (2023). Instellen Adviescommissie Meerjarenbeleid Kunst en Cultuur 2025-2028. Gemeente Den Haag (2024). Ruimte voor Ontwikkeling: Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028. 17 Gemeente Den Haag (2023). Reglement adviescommissie meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur Den Haag 2023. 16
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
13
TJB: Daarnaast werd een aparte adviescommissie voor de tweejarige regeling (categorie A)18 ingesteld op 27 februari 2024. Deze adviescommissie telt negen leden, inclusief de voorzitter, en is samengesteld uit leden van de adviescommissie MJB 2025-2028 en leden van de adviescommissie Haagse kunst- en cultuurprojecten Den Haag 2021 (HKCP):19 • • •
Drie kernleden van de adviescommissie MJB 2025–2028; Drie disciplineleden van de adviescommissie MJB 2025–2028; Drie leden uit de adviescommissie Haagse kunst- en cultuurprojecten 2021.
Op de adviescommissies TJB is het ‘Reglement adviescommissie tweejarige subsidies meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur Den Haag 2024’ van toepassing. In dit reglement staan onder andere artikelen gericht op de integriteit van de adviescommissieleden, zoals: “Het lidmaatschap van de adviescommissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad en het college van de gemeente Den Haag.” (Artikel 9, lid 3) en “Commissieleden hebben geen persoonlijke belangen in Haagse culturele instellingen, treden daarmee niet in concurrentie, nemen geen schenkingen aan en bedingen deze niet voor zichzelf of hun naasten.” (Artikel 9, lid 4). 20
4.2
Percepties
De meeste betrokken partijen zijn positief over de manier waarop de gemeente de Cultuurvisie, het Beleidskader, het subsidiestelsel, en de subsidieregelingen heeft voorbereid en vormgegeven. Aansluiting Cultuurvisie, Beleidskader en regelingen Betrokken partijen zien de aansluiting tussen de Cultuurvisie, het Beleidskader en de regelingen. De meerderheid van de aanvragers die de enquête heeft ingevuld ziet een duidelijke link tussen de Cultuurvisie en het Beleidskader (57%); een ruime meerderheid kan zich tevens goed vinden in de beleidsdoelstellingen in het Beleidskader (81%).
In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen? (n=61) Mijn organisatie kan zich vinden in de beleidsdoelstellingen zoals opgenomen in het beleidskader
11%
Mijn organisatie ziet een duidelijke link tussen de Cultuurvisie Den Haag 2033 en het beleidskader
8%
Het proces heeft geleid tot een breed gedragen beleidskader met een daarbij passend subsidiestelsel Zeer eens
Eens
Niet eens/niet oneens
70%
49%
5%5% 8%
20%
3%
20%
2% 49%
Oneens
Zeer oneens
26%
10%
13%
Geen mening/weet ik niet
Figuur 1. Stellingen enquête over aansluiting Cultuurvisie, Beleidskader en regelingen.
Aanvragers herkennen in de regelingen de ambities uit de Cultuurvisie. Wel ervaren sommigen spanning tussen de brede ambities uit de Cultuurvisie en de beperkte beschikbare middelen. Volgens
Gemeente Den Haag (2024). Instellen Adviescommissie Tweejarige Subsidies. Gemeente Den Haag (2024). Ruimte voor Ontwikkeling: Tweejarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2026. 20 Gemeente Den Haag (2024). Reglement adviescommissie tweejarige subsidies meerjarenbeleidsplan kunst en cultuur Den Haag 2024. 18 19
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
14
verschillende betrokken partijen zijn de ambities in de Cultuurvisie groot, terwijl er slechts een beperkt budget te verdelen is. Het omvangrijke participatietraject bij het opstellen van de Cultuurvisie wordt breed gewaardeerd: het is goed dat het culturele veld hierbij betrokken wordt. Enkele aanvragers geven aan dat de inspraak effectiever had gekund in kleinere, verdiepende sessies. Inrichting van het stelsel Aanvragers zijn positief of neutraal over Wat is uw mening over de inrichting van het huidige de inrichting van het huidige subsidiestelsel? (n=61) subsidiestelsel (zie figuur 2). De opzet 51% met verschillende categorieën (A, B, C 36% en begrotingssubsidies) wordt gezien als een concreet systeem waarbij helder onderscheid is gemaakt tussen 5% 5% 2% 2% verschillende typen instellingen en functies. Betrokkenen zijn positief over Zeer positief Postief Neutraal Negatief Zeer negatief Geen de toevoeging van de tweejarige mening/weet ik niet regeling (categorie A), omdat het meer ruimte biedt voor kleinere bestaande Figuur 2. Vraag enquête over inrichting subsidiestelsel. en nieuwe organisaties en tegelijkertijd kan fungeren als vangnet voor organisaties die onder de zaaglijn vallen of zijn afgewezen voor de MJB.
Ambtenaren en adviescommissieleden geven echter wel aan dat het ontbreken van een minimumbedrag voor de tweejarige regeling ertoe kan leiden dat aanvragers die eigenlijk beter terecht kunnen bij een projectsubsidie een aanvraag indienen voor het TJB (voor een zeer laag bedrag). Het zou volgens enkele adviescommissieleden van het TJB helpen om de doelgroep van de tweejarige regeling iets scherper te definiëren en communiceren. Enkele aanvragers geven daarnaast aan dat het voor hen lastig was om in te schatten of zij het beste in categorie A of B konden aanvragen. Aanvragers benadrukken dat het hanteren van relatief veel verschillende (sub)categorieën zowel voordelen als nadelen heeft. Het ‘vastleggen’ van 81-85% (resp. prijspeil 2023 en 2025) van het budget geeft duidelijkheid, maar gaat volgens hen ook ten koste van de flexibiliteit. Instellingen die aanvragen voor categorieën met een vast budget (zoals functies en begrotingssubsidies) geven aan het jammer te vinden dat het voor hen niet mogelijk is om meer budget aan te vragen, terwijl kleinere instellingen juist het gevoel hebben dat er al veel is vastgelegd en dat er daardoor weinig ruimte overblijft voor de algemene tender.
Aan de andere kant geeft de gemeente aan dat door de budgetten voor de functies en de begrotingssubsidies vast te leggen, er in totaal meer budget over blijft voor (kleinere) instellingen in de open tender; ook is het budget niet minder geworden ten opzichte van de vorige periode. Daarnaast bestaan er bij aanvragers verschillende opvattingen over de termijn van het MJB. Zo geven een aantal (voornamelijk grotere) instellingen aan dat zij graag een verruiming van de termijn zouden zien (bijvoorbeeld van 4 naar 8 jaar), waardoor ze voor een langere periode verzekerd zijn van subsidie en verder vooruit kunnen plannen. Echter, er zijn ook instellingen die juist aangeven het goed en logisch te vinden dat culturele instellingen zich elke 4 jaar moeten verantwoorden. Ook geven enkele aanvragers aan dat een verruiming van de termijn het lastiger zou maken voor kleinere en nieuwere instellingen om toe te treden.
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
15
Begeleiding en informatievoorziening vanuit de gemeente De communicatie van de gemeente over het proces, de criteria en de rolverdeling wordt als zorgvuldig en duidelijk ervaren. Zo is in de figuur rechts te zien dat het voor de meeste aanvragers die de enquête hebben ingevuld duidelijk was wie welke rollen en verantwoordelijkheden had tijdens de totstandkoming van het proces. Ook voelde een meerderheid zich voldoende meegenomen in de wijzigingen in de systematiek.
In hoeverre bent u het eens met de volgende stellingen? (n=61) Het was voor mijn organisatie duidelijk wie welke rollen en verantwoordelijkheden had tijdens 8% de totstandkoming van het beleidskader Mijn organisatie is voldoende meegenomen in de wijzigingen die zijn doorgevoerd in de systematiek 5% van het aanvraagproces en het subsidiestelsel
57%
48%
15% 7%13%
15% 15% 18%
De inspanningen vanuit de gemeente om instellingen en bewoners te betrekken worden Zeer eens Eens gewaardeerd. In de gesprekken, onder andere Niet eens/niet oneens Oneens Zeer oneens Geen mening/weet ik niet met de gemeente, komt naar voren dat het participatietraject voor de Cultuurvisie Figuur 3. Stellingen enquête over informatievoorziening vanuit de effectiever kan worden ingestoken door meer gemeente. verdiepende gesprekken in kleinere samenstellingen te voeren. Daarnaast bestaat bij sommige aanvragers het beeld dat bepaalde typen instellingen hun weg naar het TJB of MJB nog niet goed hebben gevonden: het gaat dan voornamelijk om instellingen die nog niet eerder subsidie bij de gemeente hebben aangevraagd, ook niet via andere regelingen. In de aanpak van de gemeente in deze fase is wel breed ingezet op het bieden van complete en heldere informatie richting potentiële aanvragers, maar ambtenaren geven aan dat het actief bereiken van instellingen die nog niet eerder hebben aangevraagd een lastige opgave is. De rolverdeling tussen het college en de gemeenteraad in de totstandkoming was helder. Zowel gemeente als raadsleden ervaren dat er in de totstandkomingsfase gedegen communicatie is geweest en dat de raadsleden goed zijn betrokken in deze fase.
Specifiek is genoemd dat het voor de raadsleden prettig was dat er verschillende technische sessies zijn georganiseerd waar zij meegenomen zijn in het proces en de stelselwijzigingen. Raadsleden geven wel aan dat het voor hen niet voldoende duidelijk was hoe de budgetten binnen de verschillende categorieën precies tot stand zijn gekomen. Enkele adviescommissieleden van het TJB geven aan dat er binnen het TJB maar beperkt is ingezet op de communicatie naar potentiële nieuwe aanvragers, omdat er al veel toestroom was. Dit zien adviescommissieleden als een gemis omdat de tweejarige regeling juist deels is bedoeld om ruimte te bieden voor kleinere en vernieuwende instellingen die wellicht nog niet bekend zijn bij de gemeente. Werving en samenstelling van de adviescommissie(s) MJB: De adviescommissie MJB 2025-2028 is volgens de meeste aanvragers, adviescommissieleden en ambtenaren zorgvuldig samengesteld. De combinatie van kernleden en een gevarieerde groep disciplineleden zorgde volgens hen voor een evenwichtige samenstelling. De adviescommissie werd ruim op tijd ingesteld, waardoor de adviescommissie veel werkbezoeken kon afleggen, wat door adviescommissieleden als zeer waardevol ervaren is.
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
16
Als aandachtspunt noemden adviescommissieleden dat er beter aan de voorkant kan worden nagedacht over de verdeling van rollen en verwachtingen binnen de adviescommissie, inclusief tijdsinvestering, planning en taakverdeling. Daarnaast merkten enkele adviescommissieleden op dat de mate van ervaring en kennis uiteen kon lopen per deelcommissie of adviescommissielid. Aanvragers waren overwegend positief over de De Adviescommissie bestond uit leden samenstelling van de adviescommissie (zie figuur 4). met de juiste expertise om aanvragen te Zo gaven verschillende aanvragers aan dat de beoordelen. adviescommissieleden kundig overkwamen en dat zij 2% 2% de indruk wekten goed bekend te zijn met het Haagse Categorie B (n=42) 17% 33% 21% 24% culturele veld. Een aantal andere aanvragers was juist kritisch op de mate van kennis over het Haagse culturele veld. Ambtenaren geven daarbij aan dat er Categorie C (n=6) 17% 33% 17% 33% altijd een spanning bestaat tussen de onafhankelijkheid van adviescommissieleden en hun Zeer eens Eens mate van betrokkenheid of kennis van het Haagse Niet eens/niet oneens Oneens culturele veld. De onafhankelijkheid van de Zeer oneens Geen mening/weet ik niet adviescommissieleden is cruciaal om belangenverstrengeling te voorkomen en een Figuur 4. Stelling enquête over adviescommissie MJB. objectieve beoordeling te waarborgen.
Tegelijkertijd is het uitdagend om onafhankelijke adviescommissieleden te vinden, die óók voldoende kennis hebben van het lokale culturele veld. In de werving is er daarom op ingezet om adviescommissieleden te vinden met enige binding met en kennis over het Haagse culturele veld, zonder banden met de aanvragende instellingen. TJB: Adviescommissieleden en ambtenaren reflecteren positief op de samenstelling van de adviescommissie. Ze waarderen dat de adviescommissie bestond uit leden met ervaring vanuit het MJB-proces en vanuit projectsubsidies van de gemeente Den Haag, wat zorgde voor continuïteit en kennis van het Haagse culturele veld. Ook een deel van de aanvragers is positief (zie figuur 5). Desondanks zijn er door aanvragers en adviescommissieleden ook een aantal aandachtspunten benoemd. De Adviescommissie bestond uit leden met de Ten eerste noemen verschillende gesprekspartners, juiste expertise om aanvragen te beoordelen. waaronder adviescommissieleden zelf, dat de benoeming relatief laat plaatsvond (vijf maanden voor het indienen van de aanvragen – bij het MJB was dit Categorie A (n=17) 29% 18% 18% 12% 12% 12% een jaar voor de indiening), waardoor er minder voorbereidingstijd was en minder werkbezoeken plaatsvonden.
Daarnaast hadden niet alle instellingen Zeer eens Eens in de periode februari-juli activiteiten gepland staan en Niet eens/niet oneens Oneens werd niet door alle instellingen gebruik gemaakt van de Zeer oneens Geen mening/weet ik niet oproep om activiteiten te delen met het secretariaat. Figuur 5. Stelling enquête over adviescommissie TJB.
Door sommige aanvragers werd aangegeven dat bepaalde adviescommissieleden onvoldoende kennis hadden van de context van hun organisatie of van een bepaalde discipline.
Daarnaast geven adviescommissieleden aan dat het bij de TJB-commissie lastig was dat er maar één adviescommissielid was per discipline. Adviescommissieleden mistten hierin een buddy of subcommissie en ervaarden het als een zware verantwoordelijkheid om vakinhoudelijk expert te zijn van een gehele discipline (vooral bij disciplines met veel aanvragen).
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
17
4.3
Conclusies en aanbevelingen
Samengevat concluderen we dat betrokken partijen de totstandkoming van de regelingen over het algemeen als positief hebben ervaren. Er is in algemene zin draagvlak onder de verschillende betrokken partijen binnen het Haagse culturele veld en de gemeente voor de Cultuurvisie, het Beleidskader en de regelingen. Dat draagvlak is versterkt door het uitgebreide participatieproces, de heldere communicatie over het verloop van het proces en de consistentie in de opbouw van het stelsel. Aanvragers herkennen de beleidsdoelen in de regelingen en ervaren dit als transparant en voorspelbaar. Hierna gaan we verder in op onze conclusies ten aanzien van de waarderingselementen. Concreet en richtinggevend We concluderen dat de Cultuurvisie en het Beleidskader samen concreet en richtinggevend zijn voor het Haagse culturele veld. De Cultuurvisie schetst de bredere visie van de gemeente op het culturele veld en beschrijft de beleidsdoelstellingen en ambities voor de lange termijn, door de betekenis van kunst en cultuur te verbinden met wat de stad nodig heeft en de grote uitdagingen waar Den Haag voor staat. Het Beleidskader geeft vervolgens richting aan deze bredere ambities en maakt de beleidsdoelstellingen voor de periode 2025-2028 concreet.
Het Beleidskader beschrijft tevens wat er van culturele instellingen wordt gevraagd en hoe de subsidieaanvragen zullen worden beoordeeld, met beoordelingsrichtlijnen voor de adviescommissie. Het Beleidskader heeft geleid tot een nieuw, gedifferentieerd subsidiestelsel, inclusief verschillende categorieën afhankelijk van het type/functie van de organisatie. Via de Cultuurankerfuncties en de functie Openluchttheater in categorie B, de zes functies binnen categorie C en de begrotingssubsidies is expliciet richting gegeven aan welke typen instellingen structureel onderdeel uitmaken van het Haagse bestel. Dit biedt instellingen helderheid en houvast. In de praktijk is het op basis van het Beleidskader en de toelichting door de gemeente, voor aanvragers duidelijk wat van hen wordt verwacht en voor welke categorie zij moeten aanvragen. Een uitzondering is dat het voor enkele aanvragers onduidelijk is of zij het meest in aanmerking komen voor categorie A of B. Dekkend We concluderen dat het huidige cultuurstelsel overwegend dekkend is, in de zin dat de Cultuurvisie en het Beleidskader het geheel van het culturele veld omvatten als het gaat om disciplines en typen instellingen. Het stelsel differentieert naar type instelling/functie in de categorieën B en C.
Dit omvat instellingen met artistieke programmering, producenten/programmeurs, ondersteunende/educatieve instellingen en Cultuurankers. Collectiebeheerders, systeeminstellingen en Amare worden via begrotingssubsidies gefinancierd, wat hun structurele rol erkent. De Cultuurankers hebben aparte budgetplafonds per stadsdeel om dekking in de wijken te garanderen. De TJB 2025-2026 is specifiek bedoeld voor organisaties die vernieuwing en innovatie in het kunstenveld brengen, wat bijdraagt aan de dekking van experiment en nieuwe initiatieven. Daarmee zijn er in principe geen instellingen die buiten het Beleidskader vallen. Wel constateren we dat de gemeente nog beperkt inzet op het bereiken van instellingen die nu nog niet in het subsidiestelsel zitten en/of niet zichtbaar of bekend zijn bij de gemeente. Consistent We concluderen dat de doelen en criteria op consistente wijze zijn beschreven in de Cultuurvisie, het Beleidskader en de subsidieregelingen (zie tabel 2). Op alle plekken waar doelen en criteria zijn
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
18
benoemd, zijn dezelfde doelen en criteria opgenomen waarbij geen uiteenlopende bewoordingen zijn gebruikt. De beleidsdoelen voor 2025-2028 in het Beleidskader sluiten dan ook goed aan op de ambities vanuit de Cultuurvisie. Deze consistentie zorgt voor samenhang en maakt duidelijk waarop de adviescommissies de aanvragen beoordelen. Dit draagt bij aan de transparantie van het stelsel. Wel constateren we dat er een spanning bestaat tussen de grote, brede ambities uit de Cultuurvisie en de beperkte beschikbare middelen. De gemeente heeft daardoor keuzes moeten maken. De Cultuurvisie beschrijft brede ambities, het Beleidskader is een invulling van een deel van die ambities, en in het stelsel dat daaruit voortkomt is prioritering aangebracht, bijvoorbeeld door vooraf bedragen vast te leggen voor bepaalde functies, en door een deel van het budget te reserveren voor instellingen die een kleiner bedrag aanvragen. Onafhankelijk Ons onderzoek bevat geen oordeel over de onafhankelijkheid of deskundigheid van individuele commissieleden. We hebben geen directe signalen van belangenverstrengeling ontvangen. Ook zijn er geen bezwaren ingediend op basis van mogelijke belangenverstrengeling van adviescommissieleden.
Wel geven enkele aanvragers aan ontevreden te zijn met de mate van kennis bij een deel van de adviescommissieleden over de Haagse culturele context en over de samenstelling van de adviescommissie. Deze signalen kunnen wij niet toetsen. Wel concluderen we dat in het werving- en selectieproces waarborgen zijn opgenomen voor de onafhankelijkheid van adviescommissieleden. Zo zijn in de regelementen voor de adviescommissies een aantal artikelen opgenomen om de onafhankelijkheid en integriteit van adviescommissieleden te waarborgen en waren er tussentijdse checks op eventuele wijzigingen in (neven)activiteiten van de adviescommissieleden. Ook concluderen we dat er maatregelen zijn genomen om de deskundigheid en kennis van de adviescommissieleden te borgen. Zo is gezorgd dat de leden expertise hebben in verschillende disciplines (film, dans, muziek (oud, klassiek, nieuw, muziektheater, pop, jazz, urban, elektronisch), theater, dans, film, beeldende kunst, musea en collectiebeheer, festivals, jongerencultuur, cultuureducatie en cultuurparticipatie), er in de adviescommissies kennis aanwezig is van de Haagse culturele sector, en er in de adviescommissies ervaring is met de beoordeling van subsidieaanvragen. Heldere rolverdeling We concluderen dat de rolverdeling tussen gemeenteraad en college helder was in de totstandkomingsfase.
De gemeente heeft in deze fase helder gecommuniceerd richting alle betrokken partijen wat hun rol zou zijn en welke verantwoordelijkheden daarbij zouden horen. De gemeenteraad heeft de Cultuurvisie en het Beleidskader vastgesteld en via moties en amendementen aanvullende richting gegeven. Het college heeft subsidieregelingen opgesteld en de procedures ingericht, met toetsing door onafhankelijke adviescommissies.
Evaluatie Meerjarencultuursubsidies Den Haag 2025 - 2028
19
Aanbeveling 1 Zet actiever in op het bereiken van instellingen die nu niet aanvragen. Het Haagse cultuursubsidiestelsel is breed opgezet, maar er kan nog meer worden ingezet op het bereiken van een bredere, meer diverse groep van potentiële aanvragers. De gemeente kan de volgende beleidsperiode (meer) aandacht blijven besteden aan instellingen die momenteel mogelijk de weg naar gemeentelijke subsidies nog niet hebben gevonden, bijvoorbeeld door gerichte uitnodigingen, outreach via nieuwe netwerken en duidelijke communicatie over de regelingen. We bevelen aan om hierbij de verbinding te zoeken met andere regelingen voor culturele instellingen binnen de gemeente, zoals de subsidieregeling voor kunst- en cultuurprojecten, de subsidie ontwikkeling voor makers en de subsidie versterken cultureel ondernemerschap en bedrijfsvoering. Deze regelingen zijn mogelijk logische ingangen voor aanvragers, én beschikken mogelijk al over bredere en andere netwerken dan degenen die nu worden bereikt via het MJB en het TJB. Ter overweging • • •