RIS324266 Notulen van de raad van 13 november 2025
Tekst van het document
Constaterend dat: ▪ het college voornemens is samen met EBN en Netverder de uitwerkingsfase in te gaan richting oprichting van een Publiek integraal Warmtebedrijf (PIW); ▪ deze oprichting een reservering van 30 miljoen euro uit de Enecoreserve vereist; ▪ in de uitwerkingsfase meerdere onderdelen, waaronder de business case nader worden uitgewerkt; Overwegende dat: ▪ de business case voor het PIW een cruciale basis vormt voor het te nemen investeringsbesluit en de financiële positie van de gemeente; ▪ onafhankelijke toetsing (een second opinion) bijdraagt aan versterking van de kwaliteit, transparantie en robuustheid van de business case; ▪ vergelijkbare investeringsbesluiten elders laten zien dat onafhankelijke second opinions kunnen bijdragen aan een beter onderbouwde afweging. Van mening dat: ▪ de gemeenteraad een zorgvuldig afgewogen besluit moet kunnen nemen over de oprichting van het PIW; ▪ het gewenst is dat de business case voorafgaand aan dit besluit extern wordt getoetst door een onafhankelijke financieel expert. Verzoekt het college: ▪ ervoor te zorgen dat, voordat het definitieve investeringsbesluit tot oprichting of deelname van de gemeente Den Haag in het PIW aan de raad wordt voorgelegd, een second opinion op de business case wordt uitgevoerd door een externe, onafhankelijke deskundige; ▪ deze second opinion integraal aan het raadsvoorstel toe te voegen.
En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Lesley Arp (SP). Voorzitter. Vandaag bespreken we een belangrijke stap in het proces om een Haags warmtebedrijf op te richten. Naar aanleiding van onder andere een motie van de SP is het college gaan 85
onderzoeken hoe we een publiek warmtebedrijf kunnen opbouwen. Wat de SP betreft, horen nutsvoorzieningen in publieke handen te zijn, zodat het publiek belang voorop staat in plaats van winstmaximalisatie. Daar valt energie natuurlijk ook onder. Daarom zijn wij ook positief over dit voorstel, maar we hebben wel een aantal zorgpunten voor de komende tijd. Om te beginnen is het warmtebedrijf niet integraal te noemen als er geen zeggenschap is over de bronnen. De betaalbaarheid van warmte en de financiële gezondheid van het warmtebedrijf komen ook onder druk te staan als bronexploitanten hoge tarieven vragen. Ook moeten de financiële risico's die de gemeente loopt met het oprichten van een warmtebedrijf, goed worden uitgezocht en onderbouwd. Wat gebeurt er als we de doelstelling van 24.000 woningen in tien jaar tijd bijvoorbeeld niet halen? Hoe gaan we de businesscase van het warmtebedrijf inrichten? En de hamvraag: hoe houden we de energierekening betaalbaar voor huishoudens? Dit zijn heel belangrijke zaken, die de gemeente goed met EBN en NetVerder zal moeten uitzoeken. Wij verwachten een grondige analyse van de partners, voordat we het bedrijf daadwerkelijk kunnen oprichten. Wij zullen ook een heel groot aantal voorstellen steunen om in die volgende fase deze informatievoorziening te versterken. Wel maakt de SP zich nog zorgen over hoge aansluitkosten.
Lang niet alle huishoudens zullen bereid zijn aan te sluiten op een warmtenet als het een flinke hap uit hun spaargeld neemt en ze onzeker zijn over de kosten. Ook zullen veel corporatiewoningen aangesloten worden op warmtenetten. Het is van groot belang dat we tijdens die verduurzaming ook de woningeigenaren in die woonblokken meenemen. Het PIW moet zich inspannen om mensen met een laag inkomen of die met gespikkeld bezit te maken hebben, mee te nemen in de transitie. Daarom dienen we volgende motie in. Die verzoekt het college een plan samen te stellen om aansluitingen op warmtenetten zo betaalbaar en simpel mogelijk te maken voor woningeigenaren door ze persoonlijk te benaderen en een kant-en-klaar aansluitingspakket aan te bieden waarbij de subsidieaanvraag zo simpel mogelijk wordt gemaakt of zelfs door de gemeente gedaan wordt, en VvE's eventueel korting krijgen op de aansluitkosten, dit plan specifiek te richten op gespikkeld bezit en wijken waar energiearmoede het vaakst voorkomt, en het plan te delen voordat de raad besluit over de oprichting van het PIW aan het eind van de uitvoeringsfase. Deze is mede ingediend door wat ik maar zal noemen de 'kameraden' Thepass, Martini en Holman. Hinke de Groot (CDA).
Ook gelet op de medeondertekenaars ben ik wel benieuwd of deze hulp, die volgens mij heel erg nodig is, voor alle VvE's is in Den Haag of dat het een inkomensafhankelijke steun wordt. Lesley Arp (SP). We hebben niet voor niets het tweede punt in de motie opgenomen dat we ons echt ook willen richten op wijken met gespikkeld bezit. Dat zit vaak in corporatieblokken onder andere. Die mensen hebben het best wel ingewikkeld in zo'n verduurzaming. Wat vooral belangrijk is, is dat de uitwerking van de motie moet leiden tot het ontzorgen van mensen hierin. Maar zeker, ja, het tweede punt maakt duidelijk waar onze prioriteit ligt. Hinke de Groot (CDA). Ik zie duidelijk in de tweede bullet het tegengaan van energiearmoede. Maar energiearmoede komt niet alleen voor bij de allerlaagste inkomens. Ook middeninkomens lopen hier tegenaan. Kan ik de motie zo interpreteren dat die middeninkomens, al die andere VvE's waar misschien niet sprake is van gespikkeld bezit, ook die steun kunnen krijgen? Lesley Arp (SP). Deze motie vraagt het college om met een plan te komen. Ik heb niet heel specifiek in cijfers gezegd waar ik de grens leg wat betreft energiearmoede. Ik hoop dat het college met een goed voorstel kan komen. Zoals ik al aangaf, hebben we wel een bepaalde prioriteitstelling, waar we denken dat het echt het nijpendst is.
Maar voor ons is het ook belangrijk dat er echt ontzorgd wordt in de subsidieaanvragen. De voorzitter. De laatste keer, mevrouw De Groot. Hinke de Groot (CDA). Ja, tot slot, zodat ik het echt even helemaal helder heb. Dus in die aanpak mogen ook VvE's en middeninkomens meegenomen worden, als het college daarmee komt?
86
Lesley Arp (SP). Ik denk dat het vooral belangrijk is dat het college met een voorstel komt voor bijvoorbeeld lagere middeninkomens die te maken hebben met energiearmoede. Ik kan me daar ook wel van alles bij voorstellen. Ik ga ervan uit dat het college daar met een voorstel voor komt. Ik erken wel de zorg van mevrouw De Groot dat je natuurlijk ook een bepaalde groep hebt die net op het randje zit. Dus ik kan daar wel in meekomen. De voorzitter. Door mevrouw Arp, daartoe gesteund door de heer Thepass, de heer Martini en mevrouw Holman, wordt de volgende motie (E.8 SP) ingediend: Motie E.8 SP Plan van aanpak aansluitkosten voor huishoudens met energiearmoede De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op donderdag 13 november, ter bespreking van Voorstel van het college inzake Publiek integraal Warmtebedrijf (RIS322840) Constaterende, dat: • woningeigenaren maximaal € 5.251 moeten betalen om zich aan te sluiten op een warmtenet; • er vanuit het Rijk ISDE-subsidies beschikbaar zijn voor woningeigenaren om hun woning aan te sluiten op een warmtenet.
Overwegende, dat: • voor huishoudens met een laag inkomen, hoge aansluitkosten een belemmerende factor kan zijn om aan te sluiten op nieuwe warmtenetten; • door meerdere bijliggende woningen, zoals in een VvE en koopwoningen bij gespikkeld bezit (woningblokken of straten met particuliere en corporatiewoningen), tegelijkertijd aan te sluiten op een warmtenet de aansluitkosten eventueel lager zijn; • de gemeente een soortgelijke werkwijze hanteert bij de collectieve inkoopacties isolatieglas of vacuümglas en kozijnen. Verzoekt het college: • een plan samen te stellen om aansluitingen op warmtenetten zo betaalbaar en simpel mogelijk te maken voor woningeigenaren door ze persoonlijk te benaderen en een kant en klaar aansluitingspakket aan te bieden waarbij de subsidieaanvraag zo simpel mogelijk wordt gemaakt of zelfs door de gemeente gedaan wordt, en VvE’s eventueel korting krijgen op de aansluitkosten; • dit plan specifiek te richten op gespikkeld bezit en wijken waar energiearmoede het vaakst voorkomt; • het plan te delen voordat de raad besluit over de oprichting van het PIW aan het eind van de uitvoeringsfase. En gaat over tot de orde van de dag. De motie maakt onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Janneke Holman (PvdA). Voorzitter. We hebben al twee keer uitgebreid met elkaar gesproken in de commissie over dit onderwerp en ik heb ook gewoon niet meer zoveel spreektijd.
Er staan nog wat onderwerpen op de agenda. Dus ik hou het kort. Het is goed dat we besluiten om een volgende stap te zetten naar de oprichting van een publiek warmtebedrijf. Want dat is wat het is op dit moment: een volgende stap. De PvdA hecht aan een goede uitwerking van het borgen van de betaalbaarheid voor mensen in de stad, wat bijvoorbeeld in de statuten moet landen. We zullen bij de uitwerking dus kritisch kijken hoe dat is meegenomen. Verder steunen we op het punt van de betaalbaarheid ook de motie van de SP over de aansluitkosten voor mensen die te maken hebben met energiearmoede.
87
Dan nog het punt over het zeggenschap, waar mijn collega Thepass van GroenLinks druk mee bezig is geweest. Want die zeggenschap voor de gemeente is natuurlijk essentieel. Daarom dank voor het vele werk dat in het amendement over het prioriteitsaandeel is gaan zitten. Dat ondersteunen wij natuurlijk ook van harte. Leonie Gerritsen (PvdD). Voorzitter. De Partij voor de Dieren is een groot voorstander van duurzame warmte. Gemeenten worden nu ook wettelijk verplicht om publieke warmtebedrijven op te richten. Het is dus logisch dat de gemeente aan het onderzoeken is hoe dit eruit moet gaan zien. Echter is ook duidelijk dat een dergelijk proces veel onduidelijkheid en risico's met zich meebrengt. Mijn fractie is van mening dat dit onvoldoende in kaart is gebracht en het college misschien iets te voortvarend is met het proces. Wat de Partij voor de Dieren betreft is het nodig om veel beter in kaart te brengen wat de risico's zijn van een dergelijk traject, maar ook wat de mogelijkheden en de wensen van de raad zijn.
Een onderzoeksfase 2.0 dus en vandaar de volgende motie: verzoekt het college bij nadere uitwerking van het Publiek Integraal Warmtebedrijf een tweede onderzoeksfase op te starten waarin alle risico’s en kaders worden geformuleerd, gestuurd wordt op het gebruik van kleinschalige, lokale en duurzame bronnen binnen de businesscase, gestuurd wordt op het behoud van of ruimte voor buurt- en bewonersinitiatieven, gestuurd wordt op het blijven isoleren van woningen, ook al worden ze aangesloten op het warmtenet, en dit te rapporteren aan de raad alvorens wordt overgegaan tot verdere uitwerking van een Publiek Integraal Warmtebedrijf in de uitvoeringsfase. Het is ook onduidelijk voor de raad hoe het traject er nou precies uit gaat zien en op welke momenten de raad beslissingen moet nemen. Om dit in kaart te brengen met een tijdlijn de volgende motie: verzoekt het college op korte termijn een tijdpad naar de raad te sturen waarin ten minste duidelijk wordt wat de verschillende fasen zijn in aanloop naar en tijdens de oprichting van een Publiek Integraal Warmtebedrijf, en hoe lang die duren, op welke punten in het proces de beslismomenten zullen zijn en wanneer het raadsbesluit of een collegebevoegdheid betreft, en wat de go- en no-gomomenten in het proces zijn. Zoals ik al zei, brengt het oprichten van een publiek warmtebedrijf risico's met zich mee, maar ook mogelijkheden.
Den Haag heeft unieke kansen wat betreft aardwarmte, maar de licenties om te boren liggen bij de bv Haagse Aardwarmte. Het is nog niet onderzocht welke positie aardwarmte daarmee kan aannemen in een publiek warmtebedrijf. Vandaar de volgende motie: verzoekt het college te onderzoeken of en hoe Haagse Aardwarmte betrokken kan worden bij de bedrijfsvoering van het Publiek Integraal Warmtebedrijf en dit te rapporteren aan de raad alvorens wordt overgegaan tot oprichting warmtebedrijf. De voorzitter. Door mevrouw Gerritsen worden de volgende moties (E.9 PvdD, E.10 PvdD en E.11 PvdD) ingediend: Motie E.9 PvdD Haagse Aardwarmte in PIW De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Publiek Integraal Warmtebedrijf. Constaterende, dat: ▪ de partij Haagse Aardwarmte momenteel de exclusieve vergunningen heeft om geothermische bronnen te ontwikkelen; ▪ de gemeente Den Haag slechts een klein deel van de aandelen van deze partij in bezit heeft. Overwegende, dat: ▪ geothermie een goed en duurzaam alternatief is voor restwarmte uit de vervuilende industrie; ▪ het gebruik van geothermie aantrekkelijker is wanneer Haagse Aardwarmte onderdeel is van het Publiek Integraal Warmtebedrijf.
88
Verzoekt het college: ▪ te onderzoeken of en hoe Haagse Aardwarmte betrokken kan worden in de bedrijfsvoering van het Publiek integraal Warmtebedrijf; ▪ dit te rapporteren aan de raad alvorens wordt overgegaan tot oprichting warmtebedrijf. En gaat over tot de orde van de dag. Motie E.10 PvdD Onderzoeksfase 2 De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Publiek Integraal Warmtebedrijf. Constaterende, dat: ▪ nog niet alle risico’s van de oprichting van het Publiek integraal Warmtebedrijf in kaart zijn gebracht; ▪ het onvoldoende duidelijk is of en hoe er ruimte is voor het gebruik van kleinschalige, lokale en duurzame bronnen binnen het Publiek Integraal Warmtebedrijf. Overwegende, dat: ▪ volgens het Beleidskader Verbonden Partijen de onderzoeksfase afgerond moet zijn alvorens wordt overgegaan tot de uitwerkingsfase.
Verzoekt het college: ▪ bij nadere uitwerking van het Publiek Integraal Warmtebedrijf, een tweede onderzoeksfase op te starten waarin: o alle risico’s en kaders worden geformuleerd; o gestuurd wordt op het gebruik van kleinschalige, lokale en duurzame bronnen binnen de businesscase; o gestuurd wordt op het behoud van of ruimte voor buurt- en bewonersinitiatieven; o gestuurd wordt op het blijven isoleren van woningen, ook al worden ze aangesloten op het warmtenet; ▪ dit te rapporteren aan de raad alvorens wordt overgegaan tot verdere uitwerking van een Publiek Integraal Warmtebedrijf in de uitvoeringsfase. En gaat over tot de orde van de dag. Motie E.11 PvdD Tijdpad geeft inzicht De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Publiek integraal Warmtebedrijf. Constaterende, dat: ▪ het college voornemens is te onderzoeken of er in Den Haag een publiek warmtebedrijf kan worden opgericht door de gemeente en mogelijke partners. Overwegende, dat: ▪ het voor de raad niet duidelijk is hoe het proces richting een publiek warmtebedrijf is ingericht en op welke momenten er raadsbesluiten zullen voorliggen; ▪ het daardoor onduidelijk is over welke onderwerpen er op welk moment beslist moet worden; ▪ de raad op deze manier niet goed haar controlerende taak kan uitvoeren.
89
Verzoekt het college: ▪ op korte termijn een tijdpad naar de raad te sturen waarin tenminste duidelijk wordt: o wat de verschillende fasen zijn in aanloop naar en tijdens de oprichting van een publiek integraal warmtebedrijf, en hoe lang die duren; o op welke punten in het proces de beslismomenten zullen zijn en wanneer het raadsbesluit of een collegebevoegdheid betreft; o wat de go en no go momenten in het proces zijn. En gaat over tot de orde van de dag. De moties maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Voorzitter. De heer Assad heeft zojuist zijn fractievertegenwoordiger bedankt en ik doe dat ook vandaag. Mevrouw Van Vliet heeft in de commissie met verve dit debat gevoerd. De voorzitter. Zit ze daar ook? Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Ze is er vandaag niet, maar ze kijkt thuis mee, weet ik. De voorzitter. Dag, mevrouw! Judith Klokkenburg (ChristenUnie/SGP). Vandaag is mijn inbreng dus ook min of meer namens haar. De ChristenUnie/SGP heeft steeds kenbaar gemaakt zorgen te hebben over de ontbrekende risicoanalyse en een ontbrekend uitgewerkt en onderbouwd financieel kader. Het oprichten van een publiek warmtebedrijf is immers een grote stap waarmee veel risico's en geld gemoeid zijn. Het is daarmee een beslissing die niet zomaar genomen kan worden.
We vinden het raadsvoorstel daarom ook wat te vroeg, omdat niet beoordeeld kan worden of deze optie een aanvaardbaar risico is. Daarom steunen we het amendement Spreid je kansen, ook met warmte van collega Dumoulin van de VVD. De optie met HVC is immers een optie die niet slecht uit de verf kwam, maar toch volgens het college achterwege gelaten moet worden. Daarom lijkt het de ChristenUnie/SGP verstandig ook die optie nog uit te werken. Noud Dumoulin (VVD). Ik wil ook collega Van Vliet bedanken voor de fijne samenwerking op dit dossier. Ik ben mevrouw Klokkenburg excuses verschuldigd, want ik heb haar niet genoemd als medeindiener van het amendement. Dat wil ik bij dezen rechtzetten. De voorzitter. Mevrouw Klokkenburg, u kunt trots naar uw plek. Het woord is aan wethouder Kapteijns. Gaat u ook iemand bedanken? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Als wethouder sta ik hier als woordvoerder namens het college maar achter mij staan heel veel mensen, ook mensen van de gemeente Den Haag die hier al heel lang en heel hard aan werken. Dus desgevraagd: zeker zijn er veel mensen te bedanken. Wat het college betreft is dit een belangrijk moment, want we gaan een volgende stap zetten richting de oprichting van een eigen warmtebedrijf. Ik ben het met de heer Martini eens dat je dit best historisch mag noemen.
Het college en gelukkig ook de Tweede Kamer en de rijksoverheid vinden dat warmte in publieke handen moet zijn. Daarom heeft de Tweede Kamer de Wet collectieve warmte aangenomen, waarin ze dat ook regelen en voorschrijven. Dat betekent dat we als Den Haag nu aan de bal zijn om zo'n publiek warmtebedrijf op te richten. Gelukkig volgen we de wetsontwikkelingen al langer. We gaan zeker niet over een nacht ijs, zoals de heer Assad terecht zei. We hebben een aantal fasen met elkaar doorlopen en daar hebben we ook intensief met u als raad over gesproken. We zijn van zes opties naar twee opties gegaan. Op basis van deze twee opties stelt het college nu aan uw raad voor de stap te zetten naar het uitwerken van een integraal warmtebedrijf, samen met NetVerder en EBN. Ik kijk met veel plezier terug op de twee commissiebehandelingen die we daarover hebben 90
gehad. Ik heb de raad toen eigenlijk ook uitgenodigd om te komen met voorstellen om mee te geven aan het college in de verdere uitwerking naar het definitieve oprichtingsbesluit, dat ook een raadsvoorstel gaat zijn. Het doet mij ook deugd dat er door veel fracties heel actief invulling aan is gegeven. Dus dat er veel moties en en ook een aantal amendementen zijn, sterkt het college alleen maar in het gevoel dat we hier gedragen met elkaar een traject ingaan. Ik begrijp heel goed dat er nog veel onduidelijkheden en vragen zijn en dat er nog zorgen leven die voor een deel ook zijn verwoord in moties en amendementen en die het college met een positieve grondhouding bekijkt. Dat past ook heel goed in de tijd want als dit raadsvoorstel wordt aangenomen, zetten we de stap naar de volgende fase waarin we al deze zaken kunnen gaan uitwerken, hopelijk samen met NetVerder en EBN die ook klaarstaan en staan te trappelen om met de gemeente Den Haag te kijken hoe we dit op een goede manier kunnen doen, wetende dat het ook ingewikkeld is en misschien ook wel een beetje spannend. Met dit in ons achterhoofd ga ik snel naar de amendementen en moties. Ik begin met een belangrijk amendement, het amendement E.A GL, Borg zeggenschap gemeente in PIW. Het college kan dat amendement aan de raad laten, want ook het college hecht waarde aan zeggenschap op die genoemde onderwerpen.
De wijze waarop je dat zou kunnen regelen, kan inderdaad via een prioriteitsaandeel dan wel via een versterkte meerderheid in de vorm van unanimiteit, wat een hele goede vorm is om dat te doen. De thema's die in het amendement zijn genoemd, passen denk ik ook heel goed bij de rol die we als gemeente daarbij zouden moeten willen hebben. Dus dat amendement kan het college aan de raad laten. Dan motie E.1 GL, Verken aankoop Eneconetten. Het college ziet zeker ook op lange termijn potentiële synergievoordelen als het Haagse Eneconet zich zou kunnen gaan verhouden tot het nog op te richten lokale warmtebedrijf. Voor alle duidelijkheid: het integraal warmtebedrijf waar we het nu over hebben, is opgericht om nieuwe warmtenetten aan te leggen maar op termijn is het zeker kansrijk om te kijken hoe beide zich tot elkaar zouden kunnen verhouden. Dus in die zin kan het college deze motie aan de raad laten, wel met de kanttekening dat het EBN hierbij aan zet is. EBN is namens de rijksoverheid in een vergevorderd stadium om een mandaat te krijgen om deze gesprekken te gaan voeren, niet alleen met Eneco maar ook met de andere warmtebedrijven in Nederland. Eneco heeft vrij duidelijk aangegeven dat zij onder het gesternte van de nieuwe wet geen mogelijkheden meer zien om te blijven investeren in deze netten en ze dus eigenlijk hun warmtenet in de etalage hebben staan.
Dus met het aannemen van deze motie kan samen met EBN gekeken worden wat dit mogelijk in de toekomst zou kunnen betekenen. Leonie Gerritsen (PvdD). Wat het mogelijk in de toekomst zou kunnen betekenen, zegt de wethouder. Is dat dan niet juist een reden om te zeggen dat wij dit als raad of als gemeente niet helemaal hoeven uit te diepen als het niet eens aan ons is om er uiteindelijk iets mee te doen? Dan kan dat toch gewoon bij NetVerder blijven als zij het mandaat hebben? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Bij EBN ligt het mandaat. Ik snap de vraag heel goed maar ik denk dat in het kader van het je oriënteren op toekomstige ontwikkelingen, het zeker geen kwaad kan om hier ook alvast naar te gaan kijken. Dat zal ook deels in vertrouwen kunnen, denk ik, want het is natuurlijk niet verstandig om bedragen te gaan noemen in de openbaarheid als je weet dat EBN mogelijk in de toekomst met Eneco in onderhandeling zal zijn. Dat Eneconetten publiek gaan worden, weten we op basis van de wet. Het is dan volgens het college niet onverstandig om je daarop te oriënteren. Noud Dumoulin (VVD). Ik meen in de beantwoording van de vragen van de heer Martini te lezen dat het college stelt dat het niet verstandig is om parallel die gesprekken te voeren. Dus ik ben wat verbaasd over deze reactie van de wethouder. Kan hij daar een toelichting op geven? Wethouder Kapteijns (GroenLinks).
Daar staat dat het niet verstandig is dat we als gemeente die gesprekken gaan voeren, maar daar verzoekt deze motie ook niet om. Dit gaat met name over de vraag hoe we ons samen met EBN kunnen positioneren om hier in de toekomst mogelijk een rol bij te hebben. Het grote voordeel is natuurlijk dat EBN, als dit raadsvoorstel aangenomen wordt, een van onze mogelijke gesprekspartners gaat zijn waar het gaat om het oprichten van een gezamenlijk
91
warmtebedrijf. Dus dat daar potentiële synergie zit, zal EBN ook niet ontgaan, denk ik. In die context kan het college met deze motie uit de voeten. Hinke de Groot (CDA). Nog even over het weer aankopen van Eneco. De wethouder heeft het over een mogelijke rol, maar in de motie wordt gesproken over 'overname'. Vindt de wethouder dat dan ook niet een beetje ironisch, zoals de heer Thepass eerder zei? We gaan eerst iets verkopen en dan zeggen we een paar jaar later dat we het gaan terugkopen. Dat is dan toch een beetje een zwabberbeleid. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik weet niet wat voor kwalificatie je daaraan zou moeten geven. Ik heb ook nog meegemaakt dat we hier in de raad verhitte discussies hadden over het al dan niet voorstander zijn van het verkopen van onze Eneco-aandelen. Als er weer zo'n boek geschreven wordt zoals de heer Martini aanhaalde, dan zijn er best wat kanttekeningen te plaatsen zijn bij hoe we als Nederland hebben gehandeld. Het is namelijk geen Haagse aangelegenheid. De Wet collectieve warmte is door de Tweede Kamer aangenomen. Daar is het besluit genomen dat die netten weer publiek worden. Ik denk dat ook de kopers van Eneco zich nog wel eens achter de oren zullen krabben over hoe dat hier in Nederland gaat. Maar dat is zoals het gegaan is. Dan kom ik op het amendement en de moties van Hart voor Den Haag.
Amendement E.B dat gaat over het instellen van een klantenadviesraad, kan het college aan de raad laten. Dit kan een hele goede manier zijn om inwoners en inwonersinitiatieven actief te betrekken bij de warmtetransitie en bij het op te richten warmtebedrijf. Zo'n klantenadviesraad kan heel goed de belangen van klanten behartigen. Dus als dit amendement wordt aangenomen, nemen we dit mee in de verdere uitwerking van het nog op te richten warmtebedrijf. Dan motie E.3 HvDH, Geld is kostbaar. Eerder is bij interruptie gevraagd om ook de wethouder Financiën er nog iets over te laten zeggen. Hoewel ze daar altijd toe bereid is, weet ik niet of dat nodig is aangezien het college altijd met één mond spreekt. Deze motie vraagt om advies in te winnen bij de Bank Nederlandse Gemeenten waar het gaat om verschillende mogelijkheden van financiering. Ik zou haast zeggen dat je daar eigenlijk niet tegen kunt zijn. Het college is er in ieder geval niet tegen om ook bij de Bank Nederlandse Gemeenten advies in te winnen, wetende dat de Bank Nederlandse Gemeenten bijvoorbeeld bij het oprichten van het Nijmeegse warmtebedrijf een actieve financiële rol heeft genomen. De gemeente Nijmegen heeft geld geleend van de BNG.
Het lijkt het college dus alleen maar verstandig om te kijken of we dat als Den Haag ook zouden kunnen en om te kijken onder welke voorwaarden dat zou kunnen en welke reservering dan nodig zou zijn. Dan motie E.5 HvDH, Kaveluitgifte. Wat ook al bleek uit het eerdere interruptiedebatje, betreft dit eigenlijk al het voornemen van het college op basis van de CDA-motie Gedragen besluit voor aanwijzing warmtekavels. Je kan zeggen dat de motie overbodig is. Je kan ook zeggen dat als de motie wordt aangenomen, het een extra bekrachtiging is en misschien voor sommige partijen een extra geruststelling is dat we voordat we warmtekavels gaan vaststellen, uw raad een rol geven bij het vaststellen van de voorwaarden waaronder dat gebeuren. Dit natuurlijk wel vanuit de wetenschap dat de Wet collectieve warmte hier ook al eisen aan stelt. Deze wet regelt eigenlijk al wat je in een warmtekavel wel en niet mag regelen, maar daar kunnen we de raad natuurlijk vooral goed bij betrekken. Dus de motie is overbodig of krijgt oordeel raad. Kiest u zelf maar. Motie E.2 HvDH, Geen belangenverstrengeling bij nutsbedrijf PIW, vindt het college toch wel heel ingewikkeld en die wil het college toch echt met klem ontraden. Er staan ook een aantal onjuistheden in de overwegingen. NetVerder is geen commercieel bedrijf maar een publiek bedrijf. Het is 100% dochter van Stedin.
We willen juist met NetVerder in zee omdat zij kennis en uitvoeringskracht hebben op het gebied van een aantal van de werkzaamheden die nodig gaan zijn bij het oprichten en realiseren van warmtenetten in Den Haag. Dat gaan we natuurlijk helemaal netjes doen volgens alle aanbestedingsregels en op een zo kostenefficiënt mogelijke manier. Maar om bij voorbaat te zeggen dat een van de partners daar geen rol in mag spelen, zou het college toch wel heel erg onverstandig vinden. Dan valt eigenlijk een beetje de bodem onder de samenwerking uit. Dus het college moet deze motie met klem ontraden. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Heeft de wethouder niet het idee dat daarmee een marktvoorsprong voor NetVerder gaat ontstaan omdat zij aan de trekker zitten binnen het bedrijf en alle andere marktpartijen niet die positie hebben? Wordt daardoor niet een ongelijk speelveld 92
gecreëerd, wat toch nooit de bedoeling kan zijn omdat we de goedkoopste en beste oplossing willen bij aanbesteding? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Het bevreemdt mij enigszins dat ook nu weer NetVerder als een soort van commerciële partij wordt neergezet, terwijl het moederbedrijf Stedin 100% In handen is van gemeenten. De gemeente Den Haag heeft 17% van de aandelen, als ik mij niet vergis. Het hele idee is juist om de kennis die NetVerder aan het opbouwen is bij het aanleggen van warmtenetten in bijvoorbeeld Delft en andere steden, de kennis die NetVerder heeft over de ondergrond en de ervaring die NetVerder heeft met het versterken van het energienet via Stedin, in te zetten voor je eigen warmtebedrijf. Constant Martini (Hart voor Den Haag). Ik begrijp dat wel, maar gaat NetVerder, zijnde een van de mede-eigenaren, al die kennis dan gratis ter beschikking stellen aan het warmtebedrijf of gaan ze daar toch een tariefje voor rekenen, wat mij eerder het geval lijkt te zijn? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, als het tot een investeringsbesluit komt, gaat NetVerder net als de gemeente Den Haag en EBN investeren in dit warmtebedrijf en gaat het daarvoor expertise en uitvoeringskracht ter beschikking stellen.
Als het gaat om werkzaamheden die aanbesteed moeten worden of die op een andere manier in de markt gezet moeten worden, gaan we dat netjes doen volgens de inkoop- en aanbestedingsregels die daarvoor gelden. De voorzitter. Laatste keer, meneer Martini. Constant Martini (Hart voor Den Haag). We begrijpen elkaar goed. Ik begrijp dat NetVerder gewoon een tarief gaat rekenen wanneer er iets wordt gebruikt of wanneer er iets moet worden aangelegd. Oké, dat kan, hoewel dat wel in strijd is met de marktfilosofie en dus niets met een vrije markt te maken heeft. Wat ik echter niet begrijp, is waarom Stedin niet zelf daarin gaat zitten. Waarom zetten ze er een commerciële partner, een dochterbedrijf in en gaan ze er zelf niet in zitten? Dat zou namelijk toch veel logischer zijn? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ik wil toch opmerken dat het college echt anders aankijkt tegen uw eerste aanname. Op basis van gelijkwaardigheid stappen we met drie partijen in dit bedrijf en gaan we met elkaar uitwerken wie wat verder inbrengt als het gaat om expertise en dat soort zaken. Alle energiebedrijven brengen hun warmteactiviteiten onder in een aparte organisatie. Dat is heel gebruikelijk. Dat heeft er gewoon mee te maken dat het net wat andere activiteiten zijn die Stedin normaal gesproken uitvoert. Dat maakt NetVerder niet minder publiek dan Stedin. Het is alleen een aparte entiteit.
Als de motie wordt aangenomen, zou die echt schade toebrengen aan de verdere ontwikkeling van het warmtebedrijf. Motie E.4, HvDH, In, aan en voor Den Haag, kan het college met veel genoegen aan de raad laten. Den Haag als vestigingsplaats is wat het college betreft belangrijk. Het geeft namelijk ook uiting aan het lokale karakter van het bedrijf en geeft ook de meeste kansen voor lokale bedrijven eromheen in de verdere toekomst om ervan te profiteren. Het is dus heel goed als de raad dit nog eens bekrachtigt. Hinke de Groot (CDA). Als deze motie wordt aangenomen, die op zich heel sympathiek is omdat naar Haagse bedrijven en mensen wordt gekeken, neem ik wel aan dat nog steeds kennis en expertise voorop blijven staan. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Jazeker, natuurlijk. Zoals ook het Haags inkoopbeleid in elkaar zit, vinden we het natuurlijk extra mooi als Haagse bedrijven daar een rol bij kunnen spelen. Dat is goed voor de lokale werkgelegenheid en voor de lokale economie. Dan kom ik op het amendement E.C VVD, Spreid je kansen, ook met warmte. Dat is een ingewikkeld amendement want als we dat zouden aannemen zouden we eigenlijk weer een jaar terug in de tijd stappen. We hebben juist het afgelopen jaar benut om te kijken hoe de HVC-optie scoort ten opzichte van de optie waar het college nu een duidelijke voorkeur voor heeft. We weten dat bij de 93
HVC-optie de zeggenschap en de lokaliteit minder gaat zijn en dat u als raad minder sturingsmogelijkheden gaat hebben op het toekomstige bedrijf. En ook heel belangrijk: omdat we ons afval niet naar HVC brengen, zet dit ons in de uitvoering vijf aar op achterstand. Stel dat over vijf jaar ons afval wel naar HVC gaat, dan kunnen we pas dan daadwerkelijk aan de slag met een gezamenlijk bedrijf. Dus dat zijn al drie redenen waarom we uiteindelijk toch niet voor HVC hebben gekozen. We blijven natuurlijk wel gewoon in contact met HVC en blijven alle ontwikkelingen rondom HVC volgen. Dus mocht het investeringsbesluit waar we nu naartoe werken, onverantwoord blijken te zijn, dan gaan we weer naar andere opties kijken. Dus we hebben HVC niet alle toegang tot het stadhuis ontzegd, maar we maken nu wel de keuze, in de zin dat we het voornemen hebben om met NetVerder en EBN in zee te gaan. Dus dit amendement zou ik graag willen ontraden. Noud Dumoulin (VVD). Volgens mij valt het wel mee wat betreft hoe ver we dan teruggaan in de tijd. Ik zie vooral het risico dat als het onverantwoord is, we dan heel veel tijd kwijt zijn om weer gesprekken te starten waar het gaat om de uitwerking van de HVC-optie. Volgens mij kost het juist minder tijd om ze nu allebei parallel te doen in plaats van dat als je er straks achterkomt dat het ene niet kan en je weer terug naar start moet.
Hoe kijkt de wethouder daartegenaan? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Nee, dat ziet het college echt anders. We hebben in het raadsvoorstel heel goed onderbouwd waarom we de keuze maken om met NetVerder en EBN de volgende stap te zetten. Als we twee trajecten parallel zouden moeten gaan uitvoeren, wat dit amendement eigenlijk voorstelt, dan zou dat enorm vertragend werken en zou dat extra arbeidsintensief zijn. Ook zou het wat gaan betekenen voor het commitment van de andere partijen. Dan ga je niet op een gelijkwaardige manier hier een succes van maken. Je kunt de vergelijking maken met het aangaan van een relatie. Als je dan nog iemand anders thuis hebt zitten, wordt dat doorgaans toch wat minder gewaardeerd en is het commitment van de andere kant ook wat minder. Noud Dumoulin (VVD). Ik vind dat toch wel een hele traditionele kijk op relaties, maar dat terzijde. Ik ben overigens heel gelukkig met mijn sinds vorige week geregistreerd partner en ik heb er één; dus dat wil ik hier toch wel even helder stellen. (Hilariteit) Noud Dumoulin (VVD). Ik heb verder nog wel een inhoudelijk punt … Ik ben het nu even kwijt, dus ik kom er zo meteen op terug. Als u mij wat respijt geeft, voorzitter, dan kom ik er straks vast wel op. Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Prima en felicitaties met uw partnerschap.
Motie E.6 VVD, Werk risico's uit voor een warmtebedrijf, verzoekt het college om een aantal risico's en andere zaken in kaart te brengen en verder uit te werken en te onderbouwen richting de businesscase. Hiervoor geldt eenzelfde soort appreciatie als die welke ik eerder gaf bij een motie van Hart voor Den Haag. Eigenlijk gaan we dit doen. Dit is onderdeel van de opwerking naar een investeringsvoorstel. Daarin gaan we ook een uitgebreide risicoanalyse maken. Maar als het de raad extra geruststelt of als de raad dit extra bekrachtigd wil zien en het belang hiervan wil onderstrepen, dan kan het college deze motie met plezier aan de raad laten. Dan motie E.7 D66, Externe toetsing businesscase PIW. Allereerst dank aan de heer Assad en de heer Swan voor het constructieve meedenken waar het gaat om de volgende stap die we aan het zetten zijn. Ik denk dat een second opinion heel verstandig is. Het gaat om veel geld en het is een ingewikkelde materie. Los van de adviseurs die we er sowieso nog bij zullen betrekken, kan een second opinion zeker geen kwaad. Dus als uw raad deze motie aanneemt, kan het college daarmee uit de voeten. Motie E.8 SP, Plan van aanpak aansluitkosten voor huishoudens en energiearmoede, kan het college aan de raad laten. Er zijn heel veel redenen om achter deze motie te kunnen staan.
Betaalbaarheid is natuurlijk heel erg belangrijk, zijnde een van de drie hoofddoelen van de energietransitie, naast duurzaamheid en leveringszekerheid. We willen juist ook dat mensen met een kleinere portemonnee op een toekomstvaste manier de komende decennia voorzien gaan worden van betaalbare warmte. Om daar ook bij de oprichting van het warmtebedrijf heel actief mee aan de slag te 94
gaan, lijkt het college op zich verstandig. We zijn natuurlijk nog niet in de fase dat we echt heel concreet weten hoe dit eruit gaat zien, maar om hier een plan voor te maken, ook waar het gaat om de kavelkeuze waar gespikkeld bezit een complicatie gaat zijn, daar ziet het college best heil in. Dus deze motie krijgt oordeel raad. Hinke de Groot (CDA). Als deze motie wordt aangenomen en het college ermee aan de slag gaat, gaat het college dan ook alle VvE's in de stad en de middeninkomens die ook te maken hebben met energiearmoede, meenemen? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja. We gaan verder met het warmtebedrijf maar we gaan natuurlijk ook kijken wat de kavels zijn waarop we ons moeten richten. Daar zullen ook middeninkomens, gespikkeld bezit en ook mensen in VvE's zijn die we ook een heel aantrekkelijk aanbod willen doen voor het toekomstig aan te leggen warmtenet. Dus die gaan we daar zeker bij betrekken. Ik denk dat met wat staat in motie E.10 PvdD, Onderzoeksfase 2, het college wel uit de voeten kan en dat we dat ook gaan doen. We willen de volgende fase juist samen met NetVerder en EBN veel intensiever aan de slag om al deze punten uit te werken, ook de punten die in deze motie genoemd worden. Wat wel een beetje ingewikkeld is, is dat het beleidskader verbonden partijen geen onderzoeksfase 2 kent.
Dat kent namelijk alleen een onderzoeksfase, een uitwerkingsfase en een uitvoeringsfase. Maar goed, dat is wat mij betreft een beetje 'potato potato', zoals je dat in het Engels zegt. Om deze punten mee te nemen in de fase waar we nu naartoe gaan en om de raad daarover te rapporteren parallel aan of voorafgaand aan een oprichtingsvoorstel voor het warmtebedrijf, zou wat ons betreft prima kunnen. Dus met deze uitleg kan het college deze motie aan de raad laten. Leonie Gerritsen (PvdD). 'Potato, potato' is natuurlijk heel leuk, maar 'voorafgaand aan en parallel aan', is niet 'potato, potato'; dat is nou juist de crux. Je moet het niet parallel doen maar voorafgaand aan. Dat is waar de motie over gaat. Is dat ook hoe de wethouder de motie leest? Wethouder Kapteijns (GroenLinks). Ja, we zetten nu de volgende stap in het komen tot een raadsvoorstel waarvan een investeringsbesluit onderdeel gaat zijn. Uw raad gaat volgend jaar pas besluiten over de definitieve bestemming van dat geld richting het warmtebedrijf. Voordat daartoe wordt besloten door uw raad, zal, als deze motie wordt aangenomen, het college rapporteren over de in deze motie genoemde punten. Dan motie E.11 PvdD, Tijdpad geeft inzicht. Ook deze motie krijgt het oordeel raad van het college. We hebben nu een eerste indicatief tijdpad meegestuurd met het raadsvoorstel.
Ik heb al toegezegd dat ik in het eerste kwartaal van 2026 een voortgangsbrief aan de raad zal sturen. Als deze motie wordt aangenomen, dan kan daar een tijdpad onderdeel van zijn, waarin nog wat nadrukkelijker en explicieter - we zijn dan ook weer wat verder in de tijd - de beslismomenten en dergelijke kunnen worden opgenomen. Dus met deze motie kan het college uit de voeten. Motie E.9 PvdD, Haagse Aardwarmte in PIW, is een onderzoeksmotie. Het raadsvoorstel dat nu voorligt, gaat ervan uit dat we als PIW geen eigenaar worden van de bronnen. Dat is het huidige vertrekpunt. De motie vraagt om te onderzoeken wat er de voor- en nadelen van zouden zijn als we de bronnen wel wat dichter naar het warmtebedrijf toe zouden halen. Dat zal ook risico's met zich brengen en wellicht ook extra investeringen, maar om deze voor- en nadelen nader te onderzoeken en om te kijken of ze ook open zouden staan voor Haagse Aardwarmte, lijkt mij niet onverstandig. Dus ook deze motie kan het college aan de raad laten. Noud Dumoulin (VVD). Wat zou het nader betrekken van Haagse Aardwarmte bij het PIW doen met andere exploitanten die misschien aardwarmte in Den Haag zouden willen exploiteren? Wethouder Kapteijns (GroenLinks).
We hebben te maken met de situatie waarin de opsporingsvergunningen in Den Haag, in ieder geval op tien plekken, zeg ik nu even uit mijn hoofd, in handen zijn van Haagse Aardwarmte. Dus er zijn momenteel geen andere bedrijven die deze mogelijkheid hebben. Het speelt natuurlijk ook mee dat de gemeente Den Haag en EBN allebei voor een deel deelnemer zijn in Haagse Aardwarmte. Dus een vorm van samenwerking zou er sowieso 95
moeten komen. Hoe je dat precies kan vormgeven, zouden we kunnen onderzoeken als we deze motie gaan uitvoeren. De beraadslaging wordt gesloten. Voorzitter: de heer Sluijs. Aan de orde is: F.
Voorstel van het college inzake zienswijze mobiliteitsvisie MRDH (RIS323318).
De beraadslaging wordt geopend. Lotte van Basten Batenburg (VVD). Voorzitter. Ik wil graag twee amendementen indienen bij dit agendapunt. Het eerste amendement heeft als titel 'Een plekje voor de auto'. Het besluit van het amendement luidt: '- Het voorstel van het college inzake Zienswijze Mobiliteitsvisie MRDH als volgt te wijzigen (pagina 2): Als stad werken we aan de mobiliteitstransitie, waarbij we ov en actief vervoer aantrekkelijker willen maken en ook voldoende ruimte blijft voor de auto. 3 moet herschreven (zie hierboven de punten). - Op pagina 3 onder kopje '3. Verwerk de positie van de auto in de visie op de korte en lange termijn' als volgt te wijzigen: In Den Haag zien we dat de auto momenteel nog de meest dominante modaliteit is in ons netwerk is. De auto vraagt veel ruimte binnen de ontwikkelopgave van de stad. Dat is een groot vraagstuk. Het betekent dat we bij aanpassingen van ons mobiliteitsnetwerk ook moeten blijven werken aan passende maatregelen voor het autonetwerk. De mobiliteitsvisie geeft wat ons betreft nog onvoldoende inzicht in de richting die de MRDH daarin de komende jaren wil kiezen. Het is wenselijk dat de MRDH in haar visie duidelijker is dat de rol van de auto belangrijk is en zal blijven op zowel korte en middellange termijn, als in de verdere toekomst, als de zelfrijdende auto - al dan niet privé - steeds meer in het straatbeeld verschijnt.
Dit kan een enorme impact hebben op de mobiliteit van mensen en de openbare ruimte.' Tussendoor zijn overigens wat woorden en zinnen geschrapt om dit tot een enigszins lopende tekst te maken. Met dit amendement zorgen we ervoor dat de auto net wat steviger wordt vergrendeld in de zienswijze van de Haagse raad richting die mobiliteitsvisie. Dan het tweede amendement en dat heet 'Rotterdam The Hague Airport in de mobiliteitsvisie van de MRDH. Het besluit luidt: '- Het Voorstel van het college inzake Zienswijze Mobiliteitsvisie MRDH te wijzigen door toe te voegen als vijfde punt onder het kopje inhoud (pagina 3): 5. Bewaak de internationale bereikbaarheid, inclusief Rotterdam The Hague Airport. Daarnaast hechten wij veel waarde aan de internationale bereikbaarheid van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Wij verzoeken de MRDH daarom om Rotterdam The Hague Airport als regionaal knooppunt in de corridoraanpak op te nemen. Met continue aandacht voor een ov-/light railaansluiting, fiets-/auto-toegang (inclusief P&R) en logistieke bereikbaarheid van het gebied zodat de internationale bereikbaarheid van het MRDH-gebied voldoende gewaarborgd blijft.
- Toe te voegen aan het dictum: e) Het opnemen van Rotterdam The Hague Airport als internationaal en regionaal knooppunt in de corridoraanpak.' Hiermee zorgen we ervoor dat de luchthaven in onze streek goed geborgd blijft in onze regionale mobiliteitsvisie. De voorzitter. Door mevrouw Van Basten Batenburg worden de volgende amendementen (F.A VVD en F.B VVD) voorgesteld:
96
Amendement F.A VVD een plekje voor de auto De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Zienswijze Mobiliteitsvisie MRDH (RIS323318). Besluit: •
Het Voorstel van het college inzake Zienswijze Mobiliteitsvisie MRDH als volgt te wijzigen (pagina 2): Als stad werken we aan de mobiliteitstransitie, waarbij we ov en actief vervoer aantrekkelijker willen maken stimuleren en ook voldoende ruimte blijft voor de auto.”) en 3 moet herschreven (zie hierboven de punten).
•
En op pagina 3 onder kopje “3. Verwerk de positie van de auto in de visie op de korte en lange termijn” als volgt te wijzigen: In Den Haag zien we dat de auto momenteel nog de meest dominante modaliteit is in ons netwerk is. De auto vraagt veel ruimte binnen de ontwikkelopgave van de stad. Dat is een groot vraagstuk. Het betekent dat we bij aanpassingen van ons mobiliteitsnetwerk ook moeten blijven werken aan passende maatregelen voor het autonetwerk. De Mobiliteitsvisie geeft wat ons betreft nog onvoldoende inzicht in de richting die de MRDH daarin de komende jaren wil kiezen. Het is wenselijk dat de MRDH in haar visie duidelijker is dat de rol van de auto belangrijk is en zal blijven op zowel korte en middellange termijn, als in de verdere toekomst, als de zelfrijdende auto -al dan niet privé- steeds Het helpt ons als de MRDH in haar visie méér duidelijkheid over de rol van de auto verschaft in het netwerk op zowel de korte, middellange termijn als in de toekomst als de zelfrijdende auto meer in het straatbeeld verschijnt. Dit kan een enorme impact hebben op de mobiliteit van mensen en de openbare ruimte. Hierbij kan de MRDH onze Concept Netwerkstrategie als uitgangspunt gebruiken hoe de positie van de auto in de regio vorm te geven.
Waarbij de auto zijn positie houdt op de hoofdwegen, maar op overige wegen de snelheid wordt teruggebracht en maken we ruimte voor fiets, voetganger en openbaar vervoer.
Amendement F.AB VVD Rotterdam The Hague Airport in de mobiliteitsvisie van de MRDH De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van het Voorstel van het college inzake Zienswijze Mobiliteitsvisie MRDH (RIS323318). Besluit: •
Het Voorstel van het college inzake Zienswijze Mobiliteitsvisie MRDH te wijzigen door toe te voegen als vijfde punt onder het kopje inhoud (pagina 3): 5 Bewaak de internationale bereikbaarheid, inclusief Rotterdam The Hague Airport Daarnaast hechten wij veel waarde aan de internationale bereikbaarheid van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Wij verzoeken de MRDH daarom om Rotterdam The Hague Airport als regionaal knooppunt in de corridor aanpak op te nemen. Met continue aandacht voor een OV-/Light Rail aansluiting, fiets-/auto toegang (incl P&R) en logistieke bereikbaarheid van het gebied zodat de internationale bereikbaarheid van het MRDH-gebied gewaarborgd blijft.
97
•
En toe te voegen aan het dictum:
e) Het opnemen van RTHA als internationaal en regionaal knooppunt in de corridor aanpak. De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Maarten De Vuyst (GroenLinks). Voorzitter. Allereerst dank aan het college voor de conceptzienswijze. Als GroenLinks hebben we in de commissie aangegeven waarom wij denken dat de zienswijze nog wat verder aangevuld moet worden. Ik ga nu vier amendementen voorlezen en zal daarbij een ultrakorte toelichting geven. De mobiliteitsvisie bekijkt het regionale mobiliteits- en logistiek netwerk in Europees verband en ambieert om nieuwe verbindingen en projecten vanuit Europa mede te laten financieren. Eerder is in de raad meerdere malen de ambitie uitgesproken, vaak ook unaniem, voor een internationale treinverbinding in Den Haag. Daarom een amendement, want wij rekenen erop dat de MRDH aan onze zijde staat. Het amendement stelt voor als nieuw dictumpunt toe te voegen: 'De positie van Den Haag als internationale stad vraagt om een Haags station dat onderdeel is van het Europees treinnetwerk.' Dit amendement dien ik in samen met mevrouw Gerritsen en mevrouw Holman. Ik heb er eerder voor gepleit dat de MRDH zich houdt bij de kerntaken en bij het volgende agendapunt zullen we het daar nog verder over hebben. Dat geldt echter ook voor mobiliteit.
We, zijnde de collega's Gerritsen en Holman en ikzelf, zien dat de positie van de auto echt voldoende in de mobiliteitsvisie verwerkt is. Onder andere de hele pagina 41 gaat over de afstemming met de auto. Daarom het amendement Kerntaak mobiliteit, dat besluit om dictum c te schrappen, de positie van de auto in de mobiliteitsvisie nu en in de toekomst. Het volgende amendement heet 'Toegankelijk openbaar vervoer' en dien ik in samen met collega Bos, collega Gerritsen en collega Holman. We vragen al een tijdje om een goede evaluatie van het toegankelijkheidsbeleid van de MRDH. Dat vergt wat lange adem en daarom een amendement dat besluit om een nieuw dictum toe te voegen: 'Een evaluatie uit te voeren voor het beleid rondom toegankelijkheid van het openbaar vervoer en hierbij mensen te betrekken met en zonder functiebeperkingen (waaronder kinderen) en representatieve organisaties.' Het vierde amendement gaat over democratische legitimiteit. Ook hierbij is sprake van een continuering van een eerdere inbreng, in ieder geval van de zijde van GroenLinks. Dit amendement dien ik mede in namens de collega's Gerritsen en Holman. Bij de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling gaf de MRDH aan, te komen met nadere voorstellen voor participatie van inwoners en doelgroepen bij beleid, programma's en projecten, aangevuld met welke partij die participatie vormgeeft, de MRDH of de gemeente.
We hebben die nadere voorstellen nooit gekregen en zien die ook in deze mobiliteitsvisie niet. Daarom het amendement Maak democratische legitimiteit waar, dat besluit om een nieuw dictum toe te voegen: 'De MRDH te vragen een paragraaf op te nemen hoe de participatie van inwoners en doelgroepen over het desbetreffende voorstel heeft plaatsgevonden.' Voorzitter. Dit zijn wat ons betreft prima wijzigingen waarmee de zienswijze nog beter wordt. De voorzitter. Door de heer De Vuyst, daartoe gesteund door mevrouw Gerritsen en mevrouw Holman, worden de volgende amendementen (F.C GL, F.D GL en F.E GL) voorgesteld: Amendement F.C GL Internationale trein stopt in Den Haag De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van ‘Voorstel van het college inzake Zienswijze Mobiliteitsvisie MRDH (RIS323318)’. Besluit om: ▪ Een nieuw dictumpunt toe te voegen: o De positie van Den Haag als internationale stad vraagt om een Haags station dat onderdeel is van het Europees treinnetwerk.
98
Amendement F.D GL Kerntaak mobiliteit De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van ‘Voorstel van het college inzake Zienswijze Mobiliteitsvisie MRDH (RIS323318)’. Besluit om: ▪ Dictum c te schrappen: o De positie van de auto in de Mobiliteitsvisie nu en in de toekomst. Amendement F.E GL Maak democratische legitimiteit waar De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van ‘Voorstel van het college inzake Zienswijze Mobiliteitsvisie MRDH (RIS323318)’. Besluit om: ▪ Een nieuw dictum, toe te voegen: o De MRDH te vragen een paragraaf op te nemen hoe de participatie van inwoners en doelgroepen over het desbetreffende voorstel heeft plaatsgevonden. De voorzitter. Door de heer De Vuyst, daartoe gesteund door mevrouw Bos, mevrouw Gerritsen en mevrouw Holman, wordt het volgende amendement (F.F GL) voorgesteld: Amendement F.F GL Toegankelijk Openbaar Vervoer De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 13 november 2025, ter bespreking van ‘Voorstel van het college inzake Zienswijze Mobiliteitsvisie MRDH (RIS323318)’. Besluit om: ▪ Een nieuw dictum, toe te voegen: o Een evaluatie uit te voeren voor het beleid rondom toegankelijkheid van het openbaar vervoer en hierbij mensen te betrekken met en zonder functiebeperkingen (waaronder kinderen) en representatieve organisaties.
De amendementen maken onderdeel uit van de verdere beraadslaging. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Voorzitter. Voor ons ligt een regionale mobiliteitsvisie die niet alleen ver vooruitloopt op Den Haag maar ook gebouwd is op een fundament dat bij ons nog niet helemaal is vastgesteld. De Haagse Mobiliteitsvisie 2040 waar dit stuk op leunt, is namelijk nog niet eens door onze raad goedgekeurd. Dan kun je dus niet instemmen met plannen die daarop voortbouwen. De MRDH gaat hiermee haar boekje dus ver te buiten. Wat ooit een samenwerkingsverband was om het openbaar vervoer tussen steden te verbeteren, ontwikkelt zich tot een regiokoepel die zich bemoeit met economie, ruimte en verkeersbeleid zonder democratische controle en zonder mandaat. Ondertussen zien we het tegendeel van vooruitgang: minder haltes, minder lijnen, hogere tarieven en zelfs het verdwijnen van de verbinding met Brussel. De MRDH maakt zichzelf groter maar het openbaar vervoer kleiner. Hart voor Den Haag waarschuwt al langer voor die machtstoename. De zogenaamde mobiliteitstransitie waarmee de MRDH pronkt, is in de praktijk gewoon een autobeperkende agenda: minder parkeerplekken, meer beperkingen en hogere kosten voor bewoners. Dat is niet onze visie. Voor Hart voor Den Haag is de auto geen probleem maar juist een pijler van bereikbaarheid en economie.
Zonder automobilisten, zijn er geen klanten, geen levendige winkelstraten en geen bedrijvigheid. 99
En ik plak er nog een stukje tegenaan, zodat ik straks niet terug hoef te komen. Ik wil kort stilstaan bij het economisch deel van de MRDH-visie. Daarin staan mooie doelen, zoals versterking van het verdienvermogen, betere samenwerking tussen gemeenten, bedrijven en onderwijs, en beter onderwijs dat aansluit bij de banen van morgen. Daar kunnen we ons allemaal natuurlijk wel in vinden maar laat een ding duidelijk zijn: wij vinden dit niet de taak van de MRDH. Samenwerken is prima zolang Den Haag zelf de regie maar houdt. We hebben dus geen regiokoepel nodig die bepaalt hoe wij onze economie moeten aansturen. Daarom steunen we straks ook de motie van de Partij voor de Dieren op dat punt. Peter Mekers (D66). De MRDH is volgens mij al anderhalf jaar of misschien wel langer bezig geweest met het opstellen van deze visie op mobiliteit. Op welke momenten heeft Hart voor Den Haag gelegenheid genomen om input te geven? U heeft nu achteraf kritiek nu die visie er ligt en we kunnen een zienswijze indienen maar ik ben benieuwd wat u de afgelopen tijd heeft gedaan om die visie te proberen bij te stellen. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Ik heb destijds een motie ingediend om een Rekenkameronderzoek te doen. Er is toen een beetje gekeken naar het democratisch model om dat beter te maken. Onlangs is raadslid Coen langs geweest.
Dan mag je geloof ik twee vragen stellen en dan is het een beetje gedaan. Wij wilden eigenlijk weten wat die MRDH ons als stad heeft opgeleverd sinds 2016. Nou, sinds wij de MRDH in zijn gestapt is er minder openbaar vervoer, zijn er minder haltes en is het openbaar vervoer duurder en gevaarlijker geworden. Zelfs de directe verbinding met Brussel is verdwenen. Ik denk dus dat de MRDH niets heeft opgeleverd voor Den Haag. Peter Mekers (D66). Ik hoor niet echt een antwoord op mijn vraag, maar meer een beschouwing van wat Hart voor Den Haag van de MRDH vindt. Ik vroeg echter naar het proces van hoe deze visie tot stand is gekomen, met alle participatie en bijeenkomsten die er daarbij zijn geweest. Wat heeft Hart voor Den Haag daarbij ingebracht? Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Dat maakt niet zo veel uit. Het is geen democratisch model en we kunnen er weinig aan veranderen. Zolang de MRDH de Haagse Mobiliteitsvisie 2040 als onderlegger gebruikt, gaan we het nooit met elkaar eens worden. De voorzitter. Meneer Mekers, voor de derde maal. Peter Mekers (D66). De MRDH bestaat uit meer dan alleen Den Haag qua inputgevende gemeente en dergelijke. Dus vind ik het wel een bijzondere conclusie dat onze mobiliteitsvisie de kern zou zijn voor dit hele stuk.
Ik vind het ook jammer te horen dat Hart voor Den Haag geen gebruikgemaakt heeft van de gelegenheid om input te leveren voor de visie en dat, nu er een product ligt, ze wel allerlei commentaar heeft. Dat is natuurlijk wat minder constructief dan meewerken op het moment dat er iets gecreëerd wordt. Dat is mijn constatering in ieder geval. Jelle Meinesz (Hart voor Den Haag). Dat mag. Wij zijn nu eenmaal niet zo'n groot fan van de MRDH. Daarom hebben we toen die motie ook ingediend. Ik heb ze toen gevraagd wat ze tot nu toe geleverd hebben aan ons en dat antwoord heb ik tot op de dag van vandaag nog niet gehad. Zij hebben een heel andere invalshoek ten aanzien van mobiliteit. Wij vinden dat ze er gewoon voor moeten zorgen dat mensen goed van A naar B kunnen komen. Het is heel belangrijk voor de economie dat er heel veel mensen naar Den Haag komen en daar zijn ze sinds ze opgericht zijn, tot nu toe niet in geslaagd. De voorzitter. U had zo-even ook nog een stukje inbreng over het volgende agendapunt, het economisch vestigingsklimaat. Ik ga ervan uit dat wethouder Bruines dat mee zal nemen in haar beantwoording aangaande dat agendapunt. Dan geef ik het woord aan de heer Mekers. Peter Mekers (D66). Voorzitter. Dank aan het college voor het voorbereiden van de zienswijze die namens onze raad wordt ingediend. Zonder mobiliteit staan we stil en ontmoeten we elkaar veel 100