RIS324255 Bijlage 3 Klimaatkansenscan Laakkwartier-Oost
Tekst van het document
Water bergen in bovengrondse constructies Bovengrondse constructies, zoals een waterplein, die met een vertraagde of gestuurde afvoer lozen op oppervlaktewater of hemelwaterriolering kunnen als er geen mogelijkheid is voor infiltratievoorzieningen worden toegepast. Zichtbaarheid zorgt voor een hogere betrouwbaarheid / controleerbaarheid dan bij ondergrondse systemen en leidt tot hoger waterbewust zijn (Richtlijn compensatie verharding, Delfland 2025). Dit type maatregelen zijn voor het Hoogheemraadschap van Delfland de derde keus. Bij het toepassen van waterbergende bovengrondse constructies moet met de volgende criteria rekening gehouden worden: • Het afvoerdebiet vanuit de voorziening is maximaal 20 m³/min/100 ha (ofwel 28,8 mm/etmaal). • Bij een vertraagde afvoerconstructie leegt de voorziening indien deze volledig gevuld is in 24 tot 48 uur op het watersysteem of de riolering. • Alleen in extreme neerslagsituaties waarbij de aanvoer groter is dan het ontwerpvolume mag, ter voorkoming van overlast vanuit de voorziening, via een noodoverlaat/slokop op de HWA-riolering worden geloosd. • De afvoerconstructie moet op het HWA-stelsel worden aangesloten, waardoor de bodem van de bovengrondse constructie zich boven -0,43 mNAP moet bevinden om bergend vermogen te hebben.
Wanneer de bodem onder dit peil bevindt zal de constructie zich tot dit niveau permanent vullen met water waardoor deze ruimte tijdens een hevige bui geen water kan bergen. Water bergen in ondergrondse constructies Ondergrondse voorzieningen, zoals krattensystemen, die bedoeld zijn om water te infiltreren of vast te houden en vertraagd af te voeren bevatten het gewenste bergende volume en zijn geschikt voor meervoudig ruimtegebruik. Echter de wijze waarop de voorziening in conditie wordt gehouden en het signaleren van falen van het systeem vereist extra aandacht. Bij het toepassen van een infiltrerende ondergrondse constructie dient drainage toegepast te worden om het verhogen van de grondwaterstand te voorkomen. Dit type maatregelen zijn voor het Hoogheemraadschap van Delfland de vierde keus. Voor het bergen van overtollig water onder het maaiveld in een bergingsvoorziening moet rekening worden gehouden met de mogelijke afvoermethode vanuit de berging. De enige geschikte afvoermethode in het onderzoeksgebied is het HWA-riool. Het waterpeil in het HWA-riool staat op -0,43 mNAP en het maaiveld varieert van +0,4 tot +1,0 mNAP. Binnen deze verticale ruimte moet ook voldoende gronddekking voor de bergingsvoorziening en eventuele drainage meegenomen worden.
De gronddekking is afhankelijk van de maatregel 0,25 tot 0,7 m wanneer een verkeersbelasting van VK 60 (Zwaar transport; 33,3 Klimaatkansenscan Laakkwartier-Oost (7006564-2025019) Ingenieursbureau Den Haag CIV / Milieu
31
kN/m²) behaald moet worden. Op basis van deze inschatting is er onder het maaiveld verticaal minimaal 0,13 m tot 0,73 ruimte om een bergingsvoorziening en eventuele drainage te plaatsen. Aangezien deze ruimte beperkt is kan er worden gekozen om: • Een niet infiltrerende voorziening toe te passen; • Een voorziening toe te passen die zowel kan infiltreren als draineren door de voorziening toch onder -0,43 mNAP te plaatsen. Een dergelijke voorziening zal bij de reguliere hoge grondwaterstanden water draineren en bij reguliere lage grondwaterstanden water infiltreren. Het vinden van dit balans vergt maatwerk en afstemming met de betrokken partijen per voorziening. Aangezien de voorziening kan worden aangesloten op het HWA-riool is er geen risico op het terugstromen van vuilwater. In het ergste geval wordt de voorziening deels gebruikt om de bergende capaciteit van het gehele HWA-riool te vergroten. Bij het toepassen van waterbergende ondergrondse constructies moet met de volgende criteria rekening gehouden worden: • Indien de voorziening volledig gevuld is leegt deze idealiter in minimaal 1 en maximaal 2 dagen via een vertragende afvoerconstructie hemelwaterriolering.
• Alleen in extreme neerslagsituaties waarbij de aanvoer groter is dan het ontwerpvolume mag, ter voorkoming van overlast vanuit de voorziening, via een slokop op het watersysteem of de hemelwaterriolering worden geloosd. • Er worden maatregelen genomen om te voorkomen dat de voorziening dichtslibt. • Er wordt beschreven hoe gesignaleerd zal worden wanneer de voorziening niet goed functioneert. Tactisch bergen van water op straat Hinder van extreme neerslag kan worden verminderd door regenwater vast te houden op de locatie waar het valt, in plaats van afvloeien naar locaties waar de hinder ontstaat. Het tactisch bergen van water op straat is geen onderdeel van de richtlijnen van Delfland. Op de straten wordt het water voornamelijk tussen de trottoirbanden vastgehouden. In de huidige situatie zijn de panden ondanks deze vorm van berging kwetsbaar voor het binnenstromen van water. In de toekomstige situatie moet deze berging derhalve in vergelijkbare mate terugkomen of moet in het ontwerp van de te ontwikkelen en bestaande bebouwing rekening worden gehouden met dit risico door de dorpelhoogte hoger dan 15 cm aan te leggen. Daarnaast kan er strategisch rekening worden gehouden dat water door middel van verkeersplateaus, drempels of de wegligging niet afstroomt richting de onderdoorgang ter plaatse van de Calandstraat-Vaillantlaan en de Rijswijkseweg.
5.3
Droogte / grondwateroverlast
5.3.1 Vasthouden / infiltreren Beplanting Voor de bomen en beplanting is het onderzoeksgebied eerder te nat dan te droog. Bovendien is de prognose dat de reguliere hoge grondwaterstand in 2050 verder stijgt. Hierdoor zullen er perioden in het jaar zijn dat de ontwateringstoestand van de bodem slechts 0,7 m is ten oosten van de Leeghwaterstraat. Daarom is het bij het aanplanten van nieuwe bomen en beplanting belangrijk dat er rekening wordt gehouden met deze vochtige omstandigheden. Fundering De bebouwing in het onderzoeksgebied in Laakhaven staat waarschijnlijk grotendeels op betonpalen. Slechts enkele gebouwen zijn gefundeerd op houtenpalen. Voor deze bebouwing geldt dat ze gevoelig kan zijn voor paalrot wanneer de grondwaterstand onder 1,5 m-mv zakt. Volgens Klimaatkansenscan Laakkwartier-Oost (7006564-2025019) Ingenieursbureau Den Haag CIV / Milieu
32
de klimaatstresstesten is hier sprake van een maximale uitzakking van het grondwater tot 1,2 mmv. Derhalve is het risico op paalrot beperkt. Het risico op grondwateroverlast is bij bebouwing van voor 1992 relatief groot. Derhalve wordt afgeraden om op grote schaal water te infiltreren. 5.3.2 Hergebruiken van water Ter plaatse van het Laakhaven is er vanwege de hoge grondwaterstanden weinig behoefte aan het hergebruik van water in de openbare ruimte. 5.3.3 Adapteren / aanpassen beplanting De hoge grondwaterstanden in het onderzoeksgebied kunnen een beperkende factor vormen voor de groei van bomen en planten. In de nabije toekomst is de prognose dat de grondwaterstand verder stijgt. Derhalve dient bij de beplanting rekening gehouden te worden met de hoge grondwaterstanden. Een boomexpert kan hier verder in adviseren. Door de hoge grondwaterstanden in combinatie met een verwachte goede nalevering van de bodem is het risico op droogte voor beplanting zeer beperkt. Derhalve is er ter plaatse van het onderzoeksgebied geen reden om beplanting aan te passen op eventuele droogte. Wel blijkt dat de nalevering bij sommige beplanting in de omgeving niet ideaal te zijn door de verstoring / verdichting van de bodem. Idealiter is de bodem vanaf de laagste grondwaterstand tot en met de effectieve wortelzone relatief homogeen.
Daarbij wordt er idealiter tijdens de uitvoer van de projectontwikkeling en aanleg van de openbare ruimte voorkomen dat er verdichting ter plaatse van toekomstige boomlocaties plaatsvindt.
Klimaatkansenscan Laakkwartier-Oost (7006564-2025019) Ingenieursbureau Den Haag CIV / Milieu
33
5.4
Hitte
5.4.1 Weren: Maak bereikbare, schaduwrijke plekken Het onderzoeksgebied als geheel biedt onvoldoende schaduwrijke plekken om aan ambitie voor de zon/schaduwverhouding te voldoen. De zon/schaduwverhouding in het gehele onderzoeksgebied is op dit moment ca. 84% /1 6% op 21 juni om 14:00. In de toekomst wordt dit 70%/30% en in het nieuw aan te leggen park is zelfs nog meer schaduw aanwezig en is de verhouding 65%/35%. In het nieuw aan te leggen park worden ook nog bomen toegevoegd waardoor de hoeveelheid zon verder afneemt. Hierbij is een aandachtspunt dat de verhouding van de zon en de schaduw niet onder de 50% daalt. Dit gebeurt wanneer er 5922 m² schaduw wordt toegevoegd in het park. De bomen hebben echter een ander effect op het microklimaat dan de bebouwing, doordat bomen verticale windstromen eerder afremmen, terwijl bebouwing ze juist versterken en omdat in de warmte geleiding van bomen minder sterk is dan van gevels. Hierdoor wordt de schaduw van bomen vaak als prettiger ervaren dan de schaduw van bebouwing. Een mogelijke oplossing ligt er mogelijk in om de bomen in een oost-west georiënteerde laan te planten in de schaduw van de bebouwing en rondom de locaties waar windhinder een risico vormen. De achterliggende gedachte is om de wind in de bestaande schaduwrijke omgeving te remmen, waardoor de bestaande schaduw prettiger aanvoelt.
Maatregelen die bij bijdragen aan zowel schaduw als windreductie zijn 10: • Bomenringen (p.186); • Urban shelterbelts (p.187); • Windschermen rond plaatsen met windhinder (p. 188); • Windscherm-boom-bankjes (p. 204) • Wind of schaduw schermen (p. 205) • Bomen rondom parkeerplaatsen (p. 145) • Beplante schaduw elementen (p. 146) • Groen op verschillende hoogtes. 5.4.2 Afvoeren: Voorkom warmteaccumulatie Uit de indicatieve berekening blijkt dat warmteaccumulatie in het nieuw aan te leggen park niet direct het grootste probleem vormt. In de omliggende smallere straten is het risico op warmteaccumulatie groter doordat de sky-view-factor hier te klein is om ’s nachts te kunnen afkoelen. Maatregelen tegen deze warmteaccumulatie kunnen bestaan uit het gebruik van materialen met een lage dichtheid of gevel beplanting zodat de gevels minder snel opwarmen en ’s nacht een lagere intensiteit aan langgolvige straling afgeven. 5.4.3 Verdampen: Verkoeling door water / verdamping Op het moment speelt verdamping geen significante rol bij de verkoeling in de Laakhavens. Verdamping gaat in het algemeen een significante rol spelen bij het vernevelen van water door middel van een fontein of bedriegers / vernevelaars. Vanwege de bodem- en grondwaterkwaliteit wordt er sterk afgeraden grondwater toe te passen voor deze toepassingen voor dit doeleinde.
Door het aanwezige oppervlaktewater en HWA-stelsel is er water van oppervlaktewater kwaliteit aanwezig om te vernevelen. Bij het vernevelen van oppervlaktewater horen gezondheidsrisico’s. Deze risico’s zijn o.a. afhankelijk van de hoogte van de fonteinen en de afstand tussen mensen en fonteinen. In samenwerking met de GGD kunnen de risico’s van fonteinen op de volksgezondheid worden ingeschat.
10
Maatregelen uit Weather in the City, Sanda Lenzholzer.
Klimaatkansenscan Laakkwartier-Oost (7006564-2025019) Ingenieursbureau Den Haag CIV / Milieu
34
1. Klimatopenkaart
Groen
Waterscheiding
Tuinen
Bebouwing
Verharding
Bomen
Water
2. Projectinformatie Type advies:
Klimaatkansenscan
Locatienaam:
Laakkwartier-Oost
Projectnummer:
7006564
Rapportnummer:
2025019