CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324247 Bijlage Concept Besluit veilige jaarwisseling

Commissie Bestuur 7 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken10.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) beschermt individuen (natuurlijke personen), en geen rechtspersonen (zoals verenigingen of stichtingen). Het Vuurwerkbesluit regelt de voorwaarden waaronder een burgemeester een ontheffing kan verlenen en de voorschriften die daar ten minste aan moeten worden verbonden. Om te kunnen voldoen aan deze voorwaarden en voorschriften hoeven geen persoonsgegevens te worden verwerkt. De enige uitzondering daarop is het vereiste dat de aanvrager bij de aanvraag voor een ontheffing, één of twee supervisors en een beperkt aantal ontbranders aanwijst. Deze verwerking van persoonsgegevens wordt noodzakelijk geacht omdat het voor de veiligheid en het ordentelijk verloop van het ontbranden van het vuurwerk in het kader van de ontheffing, noodzakelijk is dat de gemeente weet wie het vuurwerk wel en niet mag afsteken namens de vereniging of stichting. Het is namelijk niet ondenkbaar dat een situatie zich voordoet dat ook andere personen op illegale wijze vuurwerk afsteken in nabijheid van de ontheffingslocatie, terwijl zij daartoe niet bevoegd zijn. Het moet in een dergelijke situatie helder zijn wie wel of niet rechtmatig binnen de ontheffing het vuurwerk af mag steken.

Ook is het noodzakelijk dat een gemeente tijdens de ontbranding een persoon als aanspreekpunt heeft, die zicht houdt op de locatie tijdens de ontbranding en communicatiemiddelen tot zijn beschikking heeft om contact op te nemen met de gemeente of hulpdiensten (de supervisor). Deze persoonsgegevens mogen door de gemeente niet langer worden bewaard dan noodzakelijk. Omdat de aanvraag voor een ontheffing bij een burgemeester ingediend wordt, zal de aanvraagprocedure door de gemeenten zelf worden ingericht. Wanneer zij in dat kader om bepaalde persoonsgegevens vragen, is het aan de gemeente zelf om zorg te dragen voor een rechtmatige verwerking van die gegevens. 6. Uitvoering en handhaving 6.1 Verantwoordelijkheid van de vereniging of stichting Een vereniging of stichting vraagt een ontheffing aan bij de burgemeester en is zelf verantwoordelijk voor de naleving van de voorschriften die aan de ontheffing zijn verbonden. In geval van overtredingen of calamiteiten liggen de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bij degene die de ontheffing heeft aangevraagd en gekregen, in dit geval de vereniging dan wel de stichting. 6.2 Bevoegdheidsverdeling op lokaal niveau 19

De bevoegdheid voor het verlenen van een ontheffing ligt bij de burgemeester. Het is aan de gemeente om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden waaronder de ontheffing is verleend. De burgemeester kan een ontheffing verlenen, maar hoeft dat niet te doen. Hij kan daartoe zelf beleid opstellen in een beleidsregel. De burgemeester kan beslissen in overleg met de lokale driehoek om geen, of een maximumaantal, ontheffingen te verlenen in zijn gemeente. Bij het verlenen van de ontheffing dient de gemeente rekening te houden met de voorwaarden en voorschriften die in het Vuurwerkbesluit zijn opgenomen. Als een aanvraag voldoet aan de daarin gestelde eisen, is de burgemeester niet verplicht om een ontheffing te verlenen. Op basis van andere geldende juridische kaders, zoals de Wet bibob, kan waar dat door de burgemeester noodzakelijk wordt geacht besloten worden dat een ontheffing niet kan worden verleend. Ook kan de burgemeester onverminderd zijn bevoegdheden op grond van de Gemeentewet inzetten in het kader van zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid, zoals het verbieden van openbare bijeenkomsten. De burgemeester kan beslissen om de taak die hij op grond van de wet heeft, te delegeren of mandateren.

Op dit moment spelen in veel gevallen omgevingsdiensten een rol in de vergunningverlening en het toezicht op opslagen en professionele vuurwerkevenementen namens het bevoegd gezag. Omgevingsdiensten hebben in beginsel geen rol in het kader van het verlenen van ontheffing voor het afsteken van vuurwerk door consumenten, nu deze taak geen verplichte basistaak is op grond van de Omgevingswet. Het is aan het bevoegd gezag of de taak als plustaak gemandateerd wordt aan een andere organisatie, zoals een omgevingsdienst. De gemeenteraad kan op grond van zijn autonome bevoegdheid, zoals dat voor de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling ook kon, vuurwerkvrije zones in stellen. Er kan ook nog steeds besloten worden tot het vuurwerkvrij maken van het gehele grondgebied van de desbetreffende gemeente. Provincies en gemeenten blijven bevoegd gezag als het gaat om het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en de handhaving in het kader van professionele vuurwerkshows (provincies) en vuurwerkopslagen (gemeenten). Hierin brengt de Wet veilige jaarwisseling en onderhavig wijzigingsbesluit geen veranderingen in. 6.3 Lokale driehoek en brandweer De burgemeester kan zich bij de aanvraag desgewenst laten adviseren door de lokale driehoek en de brandweer.

Op deze manier kan een burgemeester de benodigde expertise inwinnen bij het al dan niet verlenen van een ontheffing, en in voorkomend geval het intrekken daarvan. Het is van belang dat de brandweer en de politie op de hoogte zijn van de verleende ontheffingen. Het ligt daarom in de rede dat de burgemeester de lokale driehoek en de veiligheidsregio op de hoogte stelt van de hoeveelheid verleende ontheffingen, en de locaties daarvan. Op die manier weet de politie waar tijdens de jaarwisseling vuurwerk legaal wordt afgestoken, en weet de brandweer op welke locatie in een gemeente tijdelijk vuurwerk wordt bewaard in het kader van een verleende ontheffing. 6.4 Handhaving Het is gelet op het voorgaande aan de gemeente om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden waaronder de ontheffing is verleend. Dit zal in de regel plaatsvinden door buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) die werkzaam zijn binnen de betreffende gemeente. In algemene zin geldt dat zowel bij de opsporing van strafbare feiten door het Openbaar Ministerie als bij de handhaving van de openbare orde door de burgemeester, de politie een rol kan spelen. Het is aan de lokale bevoegde gezagen om binnen de lokale driehoek afspraken te maken over de capaciteit en inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren en politie binnen hun gemeente. 20

Afhankelijk van de situatie kan bestuursrechtelijk of strafrechtelijk worden gehandhaafd. Overtreding van bepalingen in het Vuurwerkbesluit, alsmede de voorschriften die zijn verbonden aan de ontheffing die op grond van het Vuurwerkbesluit is verleend, zijn strafbaar op grond van de Wet op de economische delicten (WED). 7. Financiële gevolgen De Wet veilige jaarwisseling heeft, afhankelijk van het moment van inwerkingtreding, financiële gevolgen voor de vuurwerkbranche. Een nadeelcompensatieregeling wordt in een separaat traject uitgewerkt, waarbij de branche is betrokken. De financiële gevolgen volgen derhalve reeds uit de wet. Onderhavig wijzigingsbesluit, waarmee de ontheffingsmogelijkheid wordt uitgewerkt, heeft geen aanvullende financiële gevolgen. Wel kan de uitwerking van de ontheffingsmogelijkheid gevolgen hebben voor de hoeveelheid vuurwerk die in het kader van ontheffingen nog kan worden verkocht. 8. Advies en consultatie 8.1 Adviescollege toetsing regeldruk PM 8.2 Toetsen op handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid PM 8.3 Internetconsultatie PM 8.4 Inbreng Eerste en Tweede Kamer PM 9. Communicatie Het is van belang dat de doelgroep (burgers, verenigingen, stichtingen) en de relevante stakeholders (gemeenten, handhaving, branche) tijdig op de hoogte zijn van de gewijzigde regelgeving, en zich daarop kunnen voorbereiden.

Op diverse momenten en via diverse kanalen zal vanuit het Rijk informatie worden gegeven over de ontheffingsmogelijkheid. Omdat de burgemeester de bevoegdheid heeft voor het verlenen van ontheffingen, zal de informatievoorziening voor een groot deel ook via de gemeente plaatsvinden. 10. Evaluatie Hoewel in de Wet veilige jaarwisseling geen evaluatiebepaling is opgenomen, wordt het verstandig geacht om de Wet veilige jaarwisseling en de uitwerking van de ontheffingsmogelijkheid in het Vuurwerkbesluit, in samenhang te evalueren. De ontheffingsmogelijkheid zal na drie jaar geëvalueerd worden. 11. Inwerkingtreding Het wijzigingsbesluit treedt in werking bij Koninklijk Besluit.

Artikelsgewijs Artikel I A In artikel 1.1.1, eerste lid, is de begripsomschrijving van het nieuwe, centrale begrip ontheffinghouder ingevoegd. In het tweede lid is de verwijzing naar de artikelen 2.3.2 en 2.3.3 vervallen, omdat de term particulier in de nieuwe redactie van deze artikelen niet meer voorkomt. Ten slotte is een vijfde artikellid toegevoegd teneinde de begrippen afsteekplaats, afsteekterrein, grondvuurwerk, luchtvuurwerk, ontbrander, supervisor, 21

veiligheidsafstand en veiligheidszone voor de toepassing van de nieuwe artikelen 2.3.2 en 2.3.3 te definiëren. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsomschrijvingen in de Regeling bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk. B Artikel 1.2.4 dat over het voorhanden hebben van vuurwerk gaat, is gewijzigd teneinde toe te staan dat een ontheffinghouder rondom de jaarwisseling maximaal 200 kg aangewezen vuurwerk van categorie F2 voorhanden heeft. C Artikel 1.2.5 dat over het vervoer van vuurwerk gaat, is gewijzigd teneinde toe te staan dat voor of door ontheffinghouders vuurwerk wordt vervoerd. D Artikel 2.1.3 is gewijzigd om een taalkundige onjuistheid te corrigeren. E In de op artikel 9.2.2.1a, vijfde lid, van de Wet milieubeheer gebaseerde nieuwe artikelen 2.3.2 en 2.3.2a zijn regels gesteld over en de voorwaarden waaronder door de burgemeester ontheffing kan worden verleend en de voorschriften die aan die ontheffing worden verbonden. Deze regels over voorwaarden en voorschriften zijn nader toegelicht in paragraaf 2.2 (voorwaarden) en paragraaf 2.3 (voorschriften) in het algemene deel van de toelichting. Het nieuwe artikel 2.3.2b bevat een aantal imperatieve en facultatieve intrekkingsgronden, die in het algemene deel van de toelichting nader zijn toegelicht.

Gedeeltelijke intrekking kan opportuun zijn in de situatie dat het tot ontbranding brengen van vuurwerk vanwege weersomstandigheden onverantwoord is, maar het vuurwerk niet tijdig meer kan worden geretourneerd. Het enkele bezit valt dan nog wel onder de ontheffing. In het mede op artikel 9.2.2.1a, zevende lid, van de Wet milieubeheer gebaseerde nieuwe artikel 2.3.3 zijn regels gesteld over de verkoop en terbeschikkingstelling van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen vuurwerk van categorie F2 aan ontheffinghouders. Deze regels over verkoop en terbeschikkingstelling zijn nader toegelicht in het algemene deel van de toelichting. F Artikel 2.3.4 gaat over de plaats van terbeschikkingstelling van consumentenvuurwerk. Terbeschikkingstelling van consumentenvuurwerk aan ontheffinghouders dient te geschieden in een ruimte voor verkoop aan particulieren, tenzij dit vuurwerk ter plaatse van het afsteekterrein wordt bezorgd door of in opdracht van de verkoper. G Artikel 2.3.6 gaat over persoonlijke beschermingsmiddelen die door de verkoper kosteloos ter beschikking moeten worden gesteld. Het gaat om ten minste een vuurwerkbril en een afsteeklont per 25 kg vuurwerk. Daarnaast moeten net als voorheen instructies worden gegeven over het veilig tot ontbranding brengen van het ter beschikking gestelde vuurwerk. H 22

Aan artikel 2.3.7 is toegevoegd dat de artikelen 2.3.3 en 2.3.6 niet gelden voor fop- en schertsvuurwerk. Artikel II In artikel II is het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen gewijzigd in die zin dat een particulier alleen nog 25 kg fop- en schertsvuurwerk mag vervoeren. Artikel III Op de minimuminvoeringstermijn is een uitzondering gemaakt, nu dit, gelet op de jaarindeling, aanmerkelijke ongewenste private en publieke nadelen voorkomt.

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

A.A. Aartsen

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16406884/1