RIS324220 Bijlage ROK Den Haag 2026-2030
Tekst van het document
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 Gemeente Den Haag Arcade, DUWO, Haag Wonen, Hof Wonen, Staedion, WoonInvest, Woonzorg Nederland Huurdersorganisatie Arcade, Huurdersorganisatie DUWO ‘De Eerste Kamer’, Huurdersorganisatie Haag Wonen, Huurdersraad Hof Wonen, Huurdersvereniging Staedion, Huurdersvereniging ‘Respectus’
18 december 2025
1
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
Voorwoord: Over deze Raamovereenkomst Wonen voor Den Haag Deze meerjarige prestatieafspraken vormen een overeenkomst tussen de gemeente Den Haag, de woningcorporaties Arcade, DUWO, Haag Wonen, Hof Wonen, Staedion, WoonInvest en Woonzorg Nederland en hun huurdersorganisaties (Verenging voor Arcadehuurders, Huurdersorganisatie DUWO ‘De Eerste Kamer’, Huurdersorganisatie Haag Wonen, Huurdersraad Hof Wonen, Huurdersvereniging Staedion en Huurdersvereniging ‘Respectus’). De afspraken kennen een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. Deze afspraken zijn tot stand gekomen in een tijd waarin ‘wonen’ een buitengewoon belangrijk thema is. Er is een groot tekort aan woningen, waardoor er een flinke krapte op de woningmarkt is ontstaan. De betaalbaarheid van het wonen staat mede door de hoge inflatie en de gestegen energiekosten onder druk. Via Nationale Prestatieafspraken, landelijke actieprogramma’s en regionale woondeals wordt er hard aan gewerkt om het tij te keren. In Den Haag werken partijen samen om meer woningen te bouwen, voor alle huurders een fijn thuis in een leefbare buurt te realiseren en te zorgen voor een duurzame, betaalbare en waar nodig zorggeschikte woningvoorraad. Tegelijkertijd blijft de volkshuisvestelijke opgave voor de komende jaren over de volle breedte fors. Dit betekent ook keuzes maken in wat meer en minder belangrijk is.
Bij ieder thema speelt de ambitie om toe werken naar een ‘stad in balans’ een grote rol. Voor wat betreft de realisatie van sociale huurwoningen zijn de Haagse woningcorporaties preferente partner van de gemeente in de stad. De corporaties ontlenen hun positie als sociale verhuurders aan de Woningwet. De gemeente stuurt op de realisatie en exploitatie van sociale huurwoningen door de Haagse corporaties. Via deze stedelijke afspraken geven partijen vanuit een gedeeld perspectief concreet invulling aan de gemeentelijke woonambities voor Den Haag, zoals onder andere verwoord in de Woonvisie Den Haag 2040 ‘Wonen in een Stad in Balans’ (RIS319812). Met de afspraken in deze Raamovereenkomst dragen partijen ook in belangrijke mate bij aan de opgaven zoals verwoord in de Nationale Prestatieafspraken en de Regionale Realisatieagenda Wonen Haaglanden. Deze prestatieafspraken staan daarmee niet op zichzelf. Ze zijn een Haagse vertaling van diverse afspraken en convenanten waar al een handtekening onder staat en die daarmee uitgangspunt zijn. Deze Raamovereenkomst bestaat uit overkoepelende kaderafspraken voor een periode van vijf jaar in combinatie met individuele realisatieagenda's (conform het format in bijlage X) waarin de KPI’s per jaar worden doorvertaald naar een opgave voor de corporatie individueel.
Deelname aan deze Raamovereenkomst houdt voor geen van partijen in dat zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor verplichtingen die op grond van de doorvertaling in de individuele werkafspraken voor andere partijen gelden. De realisatieagenda per corporatie bevat de individuele, jaarlijkse KPI’s en afspraken waar een corporatie individueel en bij wederkerigheid ook de gemeente aan gebonden is. Daar waar in deze Raamovereenkomst generieke afspraken staan die betrekking hebben op ‘de corporatievoorraad’ geldt dat een corporatie uitsluitend gebonden is voor zover dit betrekking heeft op haar eigen aandeel in die corporatievoorraad. Het realiseren van nieuwbouw, het verduurzamen van woningen alsmede de woningvoorraad geschikter maken om te kunnen voorzien in de toekomstige zorgbehoefte, zijn allen meerjarige processen. Het ligt daarom voor de hand dat er voor deze prestatieafspraken een langer perspectief wordt gekozen dan één jaar. De noodzaak om ieder jaar een voor alle partijen intensief proces te doorlopen om te komen tot uitgebreide prestatieafspraken komt hiermee te vervallen. Op basis van jaarlijkse realisatieagenda wordt per corporatie, 2
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
huurdersorganisatie en de gemeente concreet invulling gegeven aan de activiteiten in specifieke jaren. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor het daadwerkelijk uitvoeren van de afspraken uit deze Raamovereenkomst. Deze manier van werken draagt enerzijds bij aan koersvastheid en anderzijds aan de benodigde flexibiliteit onderweg. Hierna volgen voor elk van de hoofdthema’s eerst de ambities voor Den Haag en daarna per thema de concrete afspraken. De hoofdthema’s zijn: • Voldoende sociale huurwoningen (beschikbaarheid) • Betaalbaarheid woonlasten • Duurzaamheid en woningkwaliteit • Wonen met zorg en huisvesten aandachtsgroepen • Veerkrachtige en leefbare wijken • Organisatie en samenwerking Om de uitvoering van de afspraken zoals vastgelegd in deze overeenkomst te monitoren, ontwikkelen de partijen een monitoringssystematiek.
3
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
Inhoud van de Raamovereenkomst 1. 2.
Veerkrachtige en leefbare wijken .................................................................................................................. 7 Voldoende sociale huurwoningen (beschikbaarheid) .................................................................................. 12 2.1 Effectiever benutten bestaande woningvoorraad en bevorderen passend wonen ................................... 12 2.2 Versterken realisatiekracht woningbouw ................................................................................................... 14 3. Betaalbaarheid woonlasten .............................................................................................................................. 19 4. Duurzaamheid en woningkwaliteit ................................................................................................................... 21 4.1 Verduurzaming woningen: verlaging van de warmtevraag en EFG-aanpak ............................................... 21 4.2 Klimaatadaptatie en circulariteit ................................................................................................................ 23 4.3 Zorgen voor kwalitatief goede woningen ................................................................................................... 25 5.
Wonen met zorg en huisvesten aandachtsgroepen ......................................................................................... 27 5.1 Aanbod van wonen met zorg voor ouderen ............................................................................................... 27 5.2 Huisvesting, ondersteuning en begeleiding van aandachtsgroepen .......................................................... 29 6. Organisatie en samenwerking ........................................................................................................................... 33 6.1 Overlegstructuur en monitoring ................................................................................................................. 33 6.2 Werkwijze bij bijzondere omstandigheden ................................................................................................ 34 Bijlage 1: Definities ................................................................................................................................................ 35 Bijlage 2: Overzicht voorraadontwikkeling corporaties Den Haag ........................................................................ 41 Bijlage 3: Toelichting nieuwbouwplanfasering ..................................................................................................... 43
4
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
Namens het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Haag:
Co Engberts Wethouder Volkshuisvesting, Wijken, Welzijn en Zuidwest
..............................
Mariëlle Vavier Wethouder Zorg, Inclusie, Armoede en Internationale Zaken
..............................
Arjen Kapteijns Wethouder Energietransitie, Mobiliteit en Grondstoffen
..............................
Namens de Haagse woningcorporaties:
Wilfried Stribos Directeur-bestuurder Arcade – KVK 27212889
Jacques Thielen Directeur-bestuurder Staedion – KVK 27070802 ..............................
..............................
Anneleen Lagae Directeur-bestuurder DUWO – KVK 27220173
Peter van Heeswijk Directeur-bestuurder WoonInvest – KVK 27082731 ..............................
..............................
Mohamed Baba Directeur-bestuurder Haag Wonen – KVK 27070420 ..............................
Harry Platte Directeur-bestuurder Woonzorg Nederland – KVK 33107894 ..............................
Bert Halm Directeur-bestuurder Hof Wonen – KVK 87052253 ..............................
5
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
Namens de Haagse Huurdersorganisaties:
Voorzitter Peter van den Heuij Vereniging voor Arcadehuurders – KVK 40239728
Voorzitter Robbert Kwakkelstein Huurdersraad Hof Wonen – KVK 88335127 ..............................
..............................
Voorzitter Ruud Klein Huurdersvereniging Staedion – KVK 55523447 Voorzitter Angel Gutierrez Huurdersvereniging De Eerste Kamer – KVK 27220173
..............................
..............................
Voorzitter Carina Mens Huurdersvereniging Respectus – KVK 27250912 Voorzitter Rogier Kraf Huurdersorganisatie Haag Wonen – KVK 72401893
..............................
..............................
6
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
1. Veerkrachtige en leefbare wijken Doelstelling: We werken samen aan de verbetering van de leefbaarheid en veerkracht in wijken. Met elkaar, en ook met zorg- en welzijnspartijen, de politie en de bewoners van een wijk. Leefbaarheid betekent meer dan een fijne woning. Het gaat ook om een veilige, schone en sociale buurt met betrokken bewoners, met veel groen, goede voorzieningen en een goede sociale samenhang waar het voor de bewoners fijn wonen is. We zien dat in buurten met een hoge concentratie aan mensen in kwetsbare situaties, veelal in buurten met een hoog percentage aan corporatiebezit, de veerkracht van de buurten laag is. Daarom zetten we ons in om de veerkracht van de buurten te verbeteren. We organiseren en ondersteunen initiatieven die de sociale cohesie in wijken versterken en bouwen aan gemeenschappen. We richten ons gezamenlijk op het terugdringen van overlast, het verbeteren van de veiligheid en het versterken van de samenwerking van professionele partners. Met elkaar wijzen we een aantal gebieden aan waar we qua (extra) inzet focus leggen op de verbetering van de leefbaarheid en veiligheid. Daarnaast gaat veel aandacht uit naar de programma-aanpak Den Haag Zuidwest. Naast het toevoegen van nieuwbouw en het verbeteren van woningen wordt geïnvesteerd in het verbeteren van de leefbaarheid, voorzieningen en vitaliteit in Zuidwest.
KPI’s: We formuleren in 2026 in de gezamenlijke ‘werkgroep leefbaarheid en veerkrachtige wijken’ (zie ook afspraak 1.4) de KPI’s, waarbij we aansluiten bij bestaande (data)systemen en onderzoeksmethoden (zoals de Leefbarometer en RAVEL). Zo werken we samen: 1.1 We hebben met elkaar gebieden aangewezen waar we qua (extra) inzet focus leggen op de verbetering van de leefbaarheid, veerkracht en veiligheid. We kijken in deze gebieden hoe de gezamenlijke inzet goed op elkaar kan worden afgestemd en elkaar kan versterken. De focus van de corporaties binnen deze gebieden ligt op de buurten waar de corporaties veel bezit hebben. De gezamenlijke inzet voegen we waar mogelijk toe aan de investeringsplannen of uitvoeringsplannen van de wijkagenda’s van de betreffende gebieden. Het gaat om de volgende gebieden: • Transvaal • Groente- en Fruitmarkt • Schilderswijk • Stationsbuurt • Rustenburg-Oostbroek • Duindorp • Laak (met focus op Laakkwartier en Spoorwijk, Schipperskwartier, Molenwijk en Laakhavens) • Moerwijk (met focus op Heeswijkplein en Jan Luykenlaan-van Baarlestraat) • Morgenstond (zie ook afspraak 1.3) • Bouwlust en Vrederust (zie ook afspraak 1.3) 1.2 Bijdragen aan fysieke en sociale ontwikkeling van de Haagse wijken is onder andere vastgelegd in wijkagenda’s en investeringsplannen.
De gemeente is verantwoordelijk voor het maken van deze plannen en doet dat samen met bewoners en partners in een wijk, waaronder bewonersorganisaties en bewonerscommissies, maatschappelijke organisaties en ondernemers. In de wijken waar de corporaties veel woningbezit hebben betrekt de gemeente de corporaties en de betreffende huurdersorganisaties bij het maken van deze plannen. 7
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
1.3
1.4
1.5
1.6
1.7
1.8
Den Haag Zuidwest (Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vrederust) is aangewezen als gebied van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. In dit gebied werken we samen met andere maatschappelijke partners zoals scholen en zorgverleners, bedrijven, inwoners en de rijksoverheid aan het verbeteren van de fysieke en sociale leefomgeving. Afspraken hierover zijn vastgelegd in het ‘Uitvoeringsplan Nationaal Programma Den Haag Zuidwest 2023-2027’ en in de Woondeal Den Haag Zuidwest. De Bestuurlijke Afspraken Den Haag Zuidwest 2025-2029 zijn op 24 juni 2025 door minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna: VRO) Mona Keijzer en directeur Nationaal Programma Den Haag Zuidwest (hierna: NPZW) Chris Schaapman getekend namens partners NPZW, waaronder Haag Wonen, Hof Wonen, Staedion en gemeente. Onderdeel hiervan is de aanpak van 55 binnentuinen, waarvoor de gemeente na realisatie subsidie krijgt (30% van het totale investeringsbedrag) via de regeling realisatiestimulans. Partners (gemeente en corporaties) maken afspraken over de toekenning aan corporaties en verdeling van het subsidiebedrag en werken de constructie uit voor voorfinanciering van het subsidiebedrag uiterlijk in Q1 2026. In hoofdstuk 2 zijn afspraken vastgelegd over de nieuwbouw van woningen.
We starten met een gezamenlijke ‘werkgroep leefbaarheid en veerkrachtige wijken’, gericht op een beleidsmatige stadsbrede afstemming van bijvoorbeeld / onder andere de volgende thema’s: • Volgen van de voortgang van afspraak 1.1 over de focusgebieden • Preventief samenwerken, zorgvragen voorkomen • Het versterken van veerkracht (vooral) in de kwetsbare buurten • Versterken van de relatie met (de samenwerking rondom) wonen, welzijn en zorg • Langjarige financiering van welzijn en meedenken over de opdracht aan welzijn • Locaties afstemmen voor het doen van kwalitatief onderzoek onder bewoners om een goed beeld te krijgen van de ervaren leefbaarheid in buurten en complexen • Scenario’s en maatregelen m.b.t. invloed van de wet Regie op de Volkshuisvesting op buurten met veel corporatiebezit uitwerken • Onderzoeken mogelijkheid tot (gebiedsgerichte) integrale financiering • Ontwikkelen kpi’s ter monitoring van de leefbaarheid Bij aanvang zijn de corporaties trekker van deze werkgroep. Nadat de werkgroep is opgestart, bekijken we opnieuw wat nodig is om dit overleg verder te brengen. Gebiedsregisseurs van de corporaties (of soortgelijke functies) schuiven aan bij het stadsdeeloverleg over leefbaarheid van een gebied (nu ‘gebiedsteams’ onder regie van de gemeente) en nemen signalen van bewoners mee in het overleg, in de gebieden waar de corporaties veel bezit hebben.
In het stadsdeeloverleg zijn de belangrijkste partners op het gebied van leefbaarheid en veiligheid in het stadsdeel vertegenwoordigd. Veiligheid De gemeente draagt zorg voor een veilige en schone leefomgeving in buurten en wijken. De corporaties dragen zorg voor een schone leefomgeving en veiligheid in en rondom hun complexen en werken ook de komende jaren graag intensief samen met gemeente en politie in het realiseren van veilige en leefbare wijken. Criminaliteitsbestrijding is primair de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag en de politie. Bewoners hebben zelf ook een verantwoordelijkheid voor het wonen in een schone en veilige omgeving. Partijen streven ernaar veiligheidskwesties zo snel als mogelijk en uiterlijk binnen een week te adresseren. Kwesties worden binnen drie maanden adequaat afgehandeld, tenzij een bouwkundige aanpassing of aanvullend onderzoek vereist is, of dit buiten de bevoegdheden of invloedssfeer van de corporatie valt. De corporaties pakken hun rol in het verbeteren van de veiligheidsbeleving van haar bewoners. In bepaalde gevallen kan cameratoezicht de veiligheid of het gevoel van veiligheid in een complex 8
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
1.9
1.10
1.11
verhogen. Soms zijn er echter ook andere maatregelen denkbaar die een complex (weer) veilig maken. De corporaties ontwikkelen intern beleid over leefbaarheid en veiligheid in complexen en de eventuele inzet van cameratoezicht, en stemmen dit af met de bewonerscommissies. Steeds vaker komt het voor dat er overlast en onveilige situaties in buurten ontstaan waarin psychiatrische problematiek een rol speelt. Om het woongenot en de veiligheid voor omwonenden en corporatiemedewerkers te borgen handelen we bij overlast conform de (proces)afspraken zoals vastgelegd in het op te stellen Convenant Woonoverlast, ondertekend door de gemeente, de corporaties, de politie en de zorgpartijen die betrekking hebben op GGZ. In dit convenant zijn ook de afspraken met betrekking tot gegevensdeling tussen partijen vastgelegd. Daarnaast betrekken we nieuwe ideeën uit goede praktijkvoorbeelden in de samenwerking binnen de Alliantietafel Veiligheid van het Nationaal Programma Den Haag Zuidwest. We werken gezamenlijk aan het hernieuwen van de samenwerkingsovereenkomst voor de aanpak van onrechtmatig wonen (woonfraude). Binnen deze aanpak werken de woonfraudeteams van de corporaties en het team Onrechtmatig Wonen van de Haagse Pandbrigade (DSO) momenteel al effectief samen, en delen hiervoor benodigde gegevens vanuit een wettelijke taak.
Deze werkwijze dient als uitgangspunt voor de hernieuwde samenwerkingsovereenkomst. Vaststelling wordt verwacht eind 2025/2026. We handelen conform het ‘Convenant aanpak drugscriminaliteit Eenheid Den Haag 2020-2024’ om signalen en gegevens uit te wisselen op het gebied van ondermijning en criminaliteitsbestrijding in zowel (sociale) huurwoningen als bedrijfsonroerend vastgoed.
Sociale cohesie 1.12 We continueren het concept van de buurtkamers. Dit zijn een tiental ontmoetingsruimten in bezit van de corporaties, waarin bewoners zelf activiteiten organiseren en waarvoor de gemeente per buurtkamer per jaar € 7.500 bijdraagt aan bepaalde kosten. Jaarlijks bepalen we in de ‘stuurgroep buurtkamers’ om welke buurtkamers het gaat, waarbij we voorwaarden afstemmen en vastleggen. Ook komt in deze stuurgroep aan bod of het aantal uitbreiding behoeft. 1.13 We zetten ons in om de openbare ruimte en openbare binnentuinen waar mogelijk te benutten om alledaagse ontmoetingen te faciliteren. Denk hierbij onder andere aan aangename ontmoetingsplekken (klimaat), een intergenerationeel aanbod van voorzieningen in de openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk zijn en veilige routes voor voetgangers en fietsers. 1.14 In 2025 is een stuurgroep Binnentuinen opgericht, waaraan gemeente, Haag Wonen, Hof Wonen en Staedion deelnemen. Het doel van de stuurgroep is het vervolg geven aan de 9 gezamenlijke intenties uit de Binnentuinen Challenge Den Haag Zuidwest (Innovatielab Zuidwest, 2024) en richt zich met name op Zuidwest. Eén van de intenties is het regelmatig bespreken van de meerjarenplanning en aanpak van binnentuinen om koppelkansen te verkennen en te benutten. Na één jaar wordt de stuurgroep geëvalueerd.
Partijen verkennen of de werkwijze schaalbaar is naar de rest van de stad. 1.15 We blijven bewonersinitiatieven die leefbaarheid en veerkracht verbeteren, ondersteunen. Ook blijven we bewoners enthousiasmeren om betrokken te zijn bij hun woonomgeving en wijzen we hen op subsidiemogelijkheden. 1.16 We geven invulling aan de woonvisie ‘Stad in balans’ en de ambitie om de veerkracht in wijken te verbeteren door het ontwikkelen van instrumentarium zoals het inzetten van voorrang in toewijzing, nieuwbouw en/of huurprijsbeleid. 1.17 Om vitale beroepsgroepen zoals leraren, politieagenten en verpleegkundigen sneller aan een huis te helpen, wijzen corporaties jaarlijks minimaal 15 woningen in het middenhuursegment toe aan vitale beroepsgroepen. De gemeente onderzoekt welke van de vitale beroepsgroepen behoefte hebben aan een sociale huurwoning en kijkt met de corporaties of ook sociale huurwoningen bij hoge uitzondering kunnen worden toegewezen binnen de bestaande spelregels van toewijzing. 9
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
1.18 De gemeente, zorgaanbieders en Hof Wonen spannen zich in voor de realisatie van Bijzonder Thuis plekken (bijvoorbeeld Skaeve Huse) in Den Haag voor de huisvesting van personen met verward en onbegrepen gedrag. Corporaties en gemeente zoeken geschikte locaties. Partijen maken afspraken over samenwerking, communicatie, zorg en veiligheid. Gemeente draagt financieel bij aan planontwikkeling, realisatie en begeleiding. Corporaties dragen verantwoordelijkheid voor de realisatie van de locatie en het technisch beheer van de woningen wanneer een corporatie de verhuurder is. Na de realisatie van de eerste locatie en de evaluatie van de concrete uitwerking en ervaringen met het concept op deze locatie worden mogelijk afspraken gemaakt over het door corporaties en gemeente opschalen van deze woonvorm. Afvalinzameling 1.19 De corporaties maken hoge kosten voor het afvoeren van grofvuil van bewoners in en rondom complexen. Via de gezamenlijke ‘werkgroep grofvuil’ komen we -mede op basis van de pilot in Morgenstond- eind 2025/begin 2026 met oplossingen om deze kosten te reduceren.
1.20 Gemeente en corporaties gaan verder in gesprek over de inzameling van afval in appartementencomplexen en komen medio 2026, als aanvulling op de Raamovereenkomst (ROK) 2026-2030, met een nadere uitwerking van oplossingen voor de ervaren overlast, of mogelijke alternatieven voor de huidige inpandige inzameling. In deze gesprekken wordt o.a. gekeken naar technische ontwikkelingen, gebruik van de openbare ruimte, financiële haalbaarheid, mogelijk maatwerk bij nieuwbouwcomplexen en maatregelen in andere gemeenten. Onderwerpen als de veiligheid van bewoners, het schoonhouden van afvalruimtes en het voorkomen van ongedierte alsmede de kosten van afvalverwerking worden meegenomen in deze uitwerking. Het doel is om de extra kosten m.b.t. het inzamelen en vervoeren van huishoudelijk afval voor corporaties en hun huurders te beperken en het zo efficiënt gebruik maken van de schaarse middelen in zowel ruimtelijke als financiële zin. Hierin gaat het o.a. om: • Verhoogde kosten voor huurders m.b.t. afvalstoffenheffing en extra servicekosten; • Efficiënter gebruik van de ruimten binnen, of op eigen terrein van, een woongebouw van de corporatie, alsmede de schaarse openbare ruimte; • Uitgangspunt voor woningcorporaties en hun huurders is om zoveel mogelijk ruimte te gebruiken voor woningen, en woonlasten en bijkomende kosten voor huurders laag te houden.
• Uitgangspunt voor de gemeente is staand beleid dat stelt dat (onder andere) afvalinzameling bij appartementencomplexen op eigen terrein plaatsvindt, als gevolg van een brede afweging over de schaarse openbare ruimte.
Parkeren 1.21 In 2025 en 2026 voert de gemeente Den Haag een nieuw parkeervergunningsysteem in. Onderdeel hiervan is het beleid ten aanzien van parkeren op eigen terrein. De corporaties, huurdersorganisaties en gemeente zijn bezorgd over de (toekomstige) betaalbaarheid van parkeren voor sociale huurders. Wanneer huurders geen parkeervergunning meer kunnen krijgen en moeten parkeren op parkeerterreinen op eigen grond waar markttarieven gelden, stijgen hun kosten van € 97,05 per jaar (€ 8 per maand) naar € 480-1440 per jaar (€ 40-120 per maand (exclusief btw)). De gemeente en corporaties werken in 2025 en 2026 aan een convenant om de samenwerking op het parkeerdossier te verbeteren. Het convenant zal afspraken bevatten over: • Proces & planning van de invoering van het nieuwe parkeervergunningensysteem;
10
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
• • • • •
Gezamenlijk optrekken in het ontwikkelen van parkeeroplossingen bij nieuwbouw, afspraken hierover goed borgen en helder communiceren richting bewoners; Communicatie (inhoud, timing en toon richting bewoners) over wijzigingen t.a.v. het parkeerbeleid (bijvoorbeeld de invoering van het betaald parkeren; Afspraken over escalatie bij probleemdossiers; Het ontwikkelen van een overlegstructuur; Het ontwikkelen van een openbaar register met parkeerplekken op eigen terrein.
11
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
2. Voldoende sociale huurwoningen (beschikbaarheid) Dit hoofdstuk in de Raamovereenkomst Wonen 2026-2030 gaat over het realiseren en behouden van voldoende betaalbare sociale huurwoningen. Het streven is om het tekort aan woningen weg te werken en voldoende woningen bij te bouwen voor de groeiende behoefte. Deze prioriteit valt uiteen in twee onderdelen: het effectiever benutten van de bestaande voorraad en bevorderen van passend wonen, en het versterken van de realisatiekracht van woningbouw. Om deze doelen te bereiken moet aan een aantal uitgangspunten worden voldaan: ✓
Woningcorporaties die actief zijn in Den Haag hebben het ‘primaat’ op het toevoegen van sociale huurwoningen. Gemeente Den Haag treedt hierbij sturend op, zet haar publiekrechtelijk en privaatrechtelijk instrumentarium in om te zorgen voor voldoende nieuwbouwlocaties en zorgt voor tijdige betrokkenheid van de corporaties bij projecten met sociale huurwoningen en woningen in het middenhuursegment. Corporaties hebben ook een rol in het realiseren van woningen in het middenhuursegment, in ieder geval als die bouwkundig zijn gekoppeld aan sociale huurwoningen. Bij sloop-nieuwbouw van sociale huurwoningen zijn de corporaties preferente partner voor het realiseren van middenhuurwoningen.
✓
We hebben specifiek aandacht voor gebieden waar de veerkracht onder druk staat. We zetten in op een ongedeelde stad waar lage inkomens en aandachtsgroepen ook een geschikte woning kunnen vinden binnen Den Haag. We bouwen gevarieerd en gemengd in de gehele gemeente waarbij in eenzijdig dure buurten en wijken het accent ligt op het toevoegen van huurwoningen in het sociale segment en andersom. In kwetsbare wijken ligt het accent op het toevoegen van woningen in het middensegment.
✓
We bouwen betaalbaar en in lijn met de aantallen en doelgroepen vanuit de Nationale Prestatieafspraken (NPA) en de Regionale Realisatieagenda Wonen Haaglanden (RRA). We voegen voor senioren geschikte woningen en woningen voor starters toe in het gereguleerde segment.
✓
We zien kansen in het vergroten van de woningvoorraad in Den Haag via het optoppen van woningen. Het samen komen tot haalbare en betaalbare parkeeroplossingen en het duidelijk communiceren hierover naar toekomstige huurders is een randvoorwaarde voor het laten slagen van projecten met optoppen van woningen. We spannen ons gezamenlijk in om optoppen tot een succes te maken.
2.1 Effectiever benutten bestaande woningvoorraad en bevorderen passend wonen Doelstelling: We willen doorstroming bevorderen en de bestaande voorraad beter benutten. Dat zorgt ervoor dat huishoudens verhuizen naar een woning die past bij hun huishoudenssamensteling, levensfase en inkomen. Daarnaast zorgt doorstroming ervoor dat er een langere verhuisketen ontstaat. Een specifiek doel hierbinnen is het vrijmaken van grotere woningen die nu door kleine huishoudens bewoond worden, door hen te laten stromen naar een kleinere meer passende woning. Hiermee zijn we in staat om gezinnen op de wachtlijst sneller een woning te kunnen bieden. KPI’s: • Meer mensen huisvesten in één woning via kamergewijze verhuur aan statushouders in lijn met de nog te vast te stellen ‘Samenwerkingsovereenkomst Kamergewijze verhuur aan statushouders’ en via Friendscontracten (120 woningen per jaar). 12
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
Prestatie-indicatoren (ten behoeve van monitoring): • Op basis van het ‘Stimuleringsplan doorstroming’: het aantal huishoudens van 65 jaar en ouder dat is doorgestroomd van een niet-toegankelijke naar een beter toegankelijke woning. • We brengen jaarlijks de toewijzing van woningen over de verschillende (doel)groepen in beeld. • Percentage woningen dat langer dan 3 maanden leegstaat (o.b.v. leegstandlijst gemeente). Zo werken we samen: 2.1 We werken samen in lijn met de nog vast te stellen ‘Samenwerkingsovereenkomst Kamergewijze verhuur aan statushouders’, waar afspraken in vastgelegd zijn over onder andere matching van geschikte kandidaten, het budget voor woningaanpassing, stoffering en inboedel, en de ondersteuning/begeleiding van statushouders. 2.2 We bespreken de implicaties van de Wet versterking regie volkshuisvesting op huisvesting en slaagkansen van doorstromers, urgenten en reguliere woningzoekenden en wat dat betekent voor (aanpassing van) de huisvestingsverordening. Gemeente en corporaties bespreken de voorrangsregels rondom lokaal maatwerk en bemiddeling en bespreken of de huidige beperking op wijkniveau verbreed kan worden naar aangrenzende wijken of de hele gemeente. 2.3 We spreken af dat de vrije toewijzingsruimte voor DAEB-woningen vooralsnog niet wordt verhoogd (en dus 7,5% is).
Mocht gedurende de looptijd van de raamovereenkomst aantoonbaar blijken dat vanuit de herstructureringsopgave, de doorstroming, het beter benutten van de voorraad en/of de veerkracht meer dan 7,5% vrije toewijzingsruimte nodig is, dan gaan corporatie, huurdersorganisatie en gemeente (gezamenlijk) opnieuw in gesprek over dit onderwerp en wordt bepaald met welk percentage de vrije toewijzingsruimte wordt verhoogd. Bijdrage gemeente: 2.4 De gemeente stelt voor medio 2026 een Stimuleringsplan doorstroming op. De gemeente ontwikkelt in het Stimuleringsplan doorstroming een set aan instrumenten met als doel de doorstroom onder senioren te bevorderen, zodat deze groep passender kan wonen en de doorstroom op de woningmarkt een impuls krijgt. In het Stimuleringsplan doorstroming zijn de belemmeringen om door te stromen in kaart gebracht en zijn vier actielijnen opgesteld. Onder deze actielijnen worden doorstroominstrumenten opgenomen. Deze actielijnen zijn: 1. Vergroten bewustwording en informatievoorziening; 2. Het ontzorgen en op weg helpen van de doelgroep; 3. Realiseren van geschikt en aantrekkelijk woningaanbod; 4. Financiële tegemoetkoming en voorrang. Bij het opstellen van het Stimuleringsplan doorstroming betrekt de gemeente de huurdersorganisaties en corporaties, waarbij hun inzichten en inbreng worden meegenomen ter overweging.
De gemeente gaat op specifieke instrumenten nauw samenwerken met corporaties om gezamenlijk instrumenten te ontwikkelingen die de doorstroming bevorderen. 2.5 Huisvestingsverordening aangepast zodat er per 1 januari 2026 meer mogelijkheden zijn voor initiatieven zoals woningdelen en hospitaverhuur.
Bijdrage corporaties: 2.6 Verkennen van kansen en het ontwikkelen van beleid voor het beter benutten van de bestaande woningvoorraad via onder andere kamerbewoning, hospitaconstructies en friendscontracten. 2.7 De corporaties kunnen sociale huurwoningen verkopen uit de bestaande weloverwogen verkoopvijver, afgestemd met de gemeente en de eigen huurdersorganisatie. Bij uitbreiding van de bestaande verkoopvijver of het onttrekken van woningen aan de voorraad door liberalisatie vragen 13
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
2.8
corporaties de zienswijze van de gemeente en de eigen huurdersorganisatie, conform de publiekrechtelijke eisen. Partijen streven ernaar om alle vermijdbare leegstand van woonruimte te voorkomen en de duur van frictieleegstand (zoals bij mutatie, renovatie en planmatige sloop-nieuwbouw) te minimaliseren. De corporaties streven ernaar om leegstand langer dan 6 maanden zo veel mogelijk te beperken. Op basis van de leegstandlijst van de gemeente rapporteren de corporaties jaarlijks over de reden voor leegstand en de verwachte herbestemming in een gezamenlijk evaluatieoverleg.
2.2 Versterken realisatiekracht woningbouw Doelstelling: Doel is het realiseren van minimaal 4.800 reguliere sociale huurwoningen, 1.200 studentenwoningen in het sociale huursegment en 700 middenhuurwoningen in de periode 2026 tot en met 2030, door de corporaties. Locaties voor deze woningen zijn in beeld. Samen willen we snelheid maken en onze realisatiekracht versterken, en we spannen ons dan ook ten volle in om knelpunten weg te nemen en procedures te versnellen. Goed samenwerken is hierin cruciaal. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de voorraadontwikkeling van de corporaties in de periode 2026 tot en met 2030 (toevoegingen door nieuwbouw en onttrekkingen door sloop en verkoop). KPI’s: • Het realiseren van minimaal 4.800 reguliere sociale huurwoningen in de periode 2026 tot en met 2030. • Het realiseren van 1.200 studentenwoningen in het sociale huursegment in de periode 2026 tot en met 2030. • Het realiseren van minimaal 700 woningen in de middenhuur in de periode 2026 tot en met 2030. Prestatie-indicatoren (ten behoeve van monitoring): • Het aantal in aanbouw genomen woningen door de corporaties. • Het aantal woningen dat door de corporaties is toegevoegd door verdichting (optoppen, aanplakken en splitsen. • Het aantal onttrekkingen om te komen tot aantal netto toevoegingen (deze staan in de halfjaarlijkse nieuwbouwmonitor).
• Het aantal verwachte woningen in fase 0, 1 en 2 van de planvorming op basis van locaties en startfase planvorming (inzicht bieden of ook in toekomstige jaren voldoende woningen kunnen worden gerealiseerd). In bijlage 3 worden deze fasen nader toegelicht. • Het percentage plannen dat binnen de geplande tijdsfase doorgroeit naar een harde fase, planfase 3. Zo werken we samen: 2.9 Om de nieuwbouwambitie te realiseren werken we samen in de versnellingstafelstructuur (nieuwbouwoverleg, individuele projectoverleggen, Haagse Tafel Wonen en de Regionale versnellingstafel). Het nieuwbouwoverleg vindt tweemaal per jaar plaats en na afloop informeren de corporaties hun huurdersorganisaties over de stadsbrede cijfers die in het overleg zijn afgestemd en gepresenteerd. 2.10 We spannen ons gezamenlijk en elk binnen de eigen mogelijkheden in om voldoende bouwlocaties voor de realisatie van sociale huurwoningen en middenhuurwoningen te verkrijgen, verspreid over de stad met name in de meer veerkrachtige wijken.
14
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
2.11
2.12
We stemmen de plannen en planningen in het nieuwbouwoverleg en in de individuele projectoverleggen met elkaar af, zodat helder is wat gemeente en corporaties van elkaar verwachten. Hierbij geldt het streven van 130% plancapaciteit. Om de woningbouw te versnellen heeft de gemeente met de Haagse Tafel Wonen (corporaties, ontwikkelaars, beleggers en aannemers) de ‘Actie Agenda woningbouw in Den Haag 2025 – 2027’ geïnitieerd. De Actie Agenda heeft tot doel om een betere samenwerking tot stand te brengen tijdens de verschillende fases van het woningbouwproces. De volgende speerpunten met daarbij behorende acties zijn benoemd: Speerpunten Monitoring ontwikkelingen planning en planvoorraad
2.13
2.14
2.15
2.16
2.17
Acties
•
Gezamenlijke planningen door alle betrokken partijen • Reality Check, idealiter gezamenlijk in te vullen Nauwer samenwerken • Gezamenlijke planteams • Gepland escaleren (Bouwkeet) - geeft versnelling • Warme indiening bij aanvraag omgevingsvergunning Ontwikkelen ambitieroos beleid • Integrale afweging/prioritering beleidsambities vroegtijdig in proces teneinde haalbare projecten te kunnen definiëren (indien nodig vroegtijdig aan de commissie/raad voorleggen) Stroomlijnen processen • Categorisering van projecten (enkelvoudig, meervoudig, meervoudig complex) vereenvoudigen van processen, maatwerk Mogelijkheden om markt meer te laten doen • Samenwerken/afstemmen capaciteitsinzet • Uitbreiden planvoorraad > 130% Als onderdeel van het speerpunt ‘stroomlijnen processen’ opgenomen in de Actie Agenda zijn we in 2025 gestart met drie pilotprojecten waarbij we parallel plannen toepassen. Dit betekent dat we activiteiten uit het planontwikkelingsproces parallel proberen uit te voeren om de procestijd flink te verkorten. Als uit deze pilotprojecten blijkt dat de werkwijze succesvol is, gaan we deze werkwijze ook in andere projecten toepassen. Als onderdeel van het speerpunt ‘mogelijkheden om markt meer te laten doen’ opgenomen in de Actie Agenda stemmen we jaarlijks af hoe de beschikbare personele capaciteit zo effectief mogelijk wordt ingezet.
Corporaties verkennen de mogelijkheden van optoppen, aanplakken, uitplinten en splitsen. Partijen verkennen gezamenlijk welke aanvullende maatregelen denkbaar zijn ten aanzien van onderwerpen als parkeren, zodat de mogelijkheden voor optopprojecten maximaal worden benut. Daarbij houden we in het oog dat bewoners van sociale huurwoningen gelijk behandeld worden aan bewoners van woningen uit andere sectoren. Tevens geldt bij deze projecten dat tijdelijk aansluiten op de bestaande warmtevoorziening is toegestaan totdat er een duurzaam en betaalbaar alternatief beschikbaar is (in plaats van de eis dat deze woningen gasloos zijn). We besteden in de programmering van nieuwbouwwoningen aandacht aan de wensen van doorstromers, en gaan tijdig in gesprek (gemeente en corporaties) over het Programma van Eisen van projecten om dit mogelijk te maken. Waar mogelijk passen we gezamenlijke inkoop toe van (bijvoorbeeld) conceptuele- en modulaire huurwoningen via de Bouwstroom Haaglanden. Gemeente Den Haag werkt constructief samen met corporaties en andere partijen ten aanzien van conceptueel en industrieel bouwen met als doel om te versnellen.
15
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
2.18
2.19
2.20
2.21 2.22
2.23
We trekken samen op bij het komen tot een Soortenmanagementplan (SMP) in het kader van de Wet Natuurbescherming voor de gemeente Den Haag. Na vaststelling trekken we samen op om invulling te geven aan dit Soortenmanagementplan met als doel het proces van toekennen van ontheffingsruimte te versoepelen, zodat nieuwbouw- en renovatieprojecten geen vertraging oplopen. We overleggen met derde partijen om knelpunten te voorkomen die de realisatie van nieuwe woningen belemmeren (zoals met Stedin, Prorail en Dunea over de netcongestie en met Rijk en Provincie over stikstof). We trekken samen op bij: • het aanvragen van subsidies. De subsidieaanvrager (zijnde gemeente of corporatie) is daarbij in de lead; • het benutten van cofinanciering om middelen van externe partijen (zoals het Rijk en de EU) voor de (grote) fysieke en sociale opgaven, zoals sociale woningbouw, in de stad aan te trekken, waarvoor cofinanciering vanuit de gemeente een vereiste is; • de matching van opgaven en middelen, en bij de ‘pilot projectsteun’. Dat doen we in SVHverband en samen met het Rijk. Waar nodig ondersteunen collega-corporaties in de stad binnen Den Haag elkaar om de nieuwbouwopgave zo veel mogelijk doorgang te verlenen. • Het college zet de realisatiestimulans in voor het realiseren van sociale woningbouw zoals bedoeld in deze ROK, onder voorbehoud van instemming door de gemeenteraad.
We voeren een gezamenlijke lobby voor het verkrijgen van borging van financiering voor realisatie van huurwoningen in de middenhuur. In Den Haag Zuidwest wordt gewerkt met een gebiedsgericht ‘toegewijd team’ bestaande uit medewerkers van gemeente en corporaties. Dit team heeft tot doel om bij grote herstructureringsprojecten in goede samenwerking tot uitvoering te komen. We verkennen of deze aanpak van gebiedsgericht werken ook in andere gebieden verder kan worden uitgerold. Corporaties gebruiken het Haags afwegingskader bij de afweging tussen renovatie of sloopnieuwbouw van woongebouwen met meer dan 50 woningen. Op basis van de in het afwegingskader genoemde overwegingen wordt het format zodanig ingevuld dat de onderbouwing van de keuze eenduidig en transparant is. Indien de uitkomst leidt tot sloop-nieuwbouw wordt deze onderbouwing verwerkt in een raadsmededeling voorafgaand aan de opstelling van een PUK, NvU of bouwenvelop.
Bijdrage gemeente: 2.24 Sturen op de realisatie en exploitatie van sociale huurwoningen door de Haagse corporaties. Dit betekent dat de gemeente haar (publiekrechtelijke en privaatrechtelijke) instrumentarium inzet ten behoeve van de corporaties om hun aandeel en de afspraken uit deze Raamovereenkomst te kunnen realiseren. 2.25 De gemeente zet zich ook in voor de realisatie en exploitatie van sociale huurwoningen in ontwikkelingen van commerciële partijen. Daarbij zet de gemeente haar instrumentarium in om corporaties vroegtijdig te koppelen aan commerciële ontwikkelingen om zodoende in deze projecten de sociale en middenhuur woningen toekomstbestendig te ontwikkelen. Het Programma van Eisen waaraan deze woningen moeten voldoen is gezamenlijk (gemeente, ontwikkelaar, corporatie) vastgesteld. 2.26 Het inzetten van het publiek- en privaatrechtelijk instrumentarium betekent dat de gemeente gemeentegrond uitgeeft aan corporaties ten behoeve van sociale woningbouw (privaatrechtelijk instrumentarium) en/of door het afdwingen van minimaal 30% sociale woningbouw in de nieuwbouwontwikkelingen in de stad middels het omgevingsplan (publiekrechtelijk instrumentarium). In het nieuwbouwoverleg kunnen nieuwe plannen in een vroeg stadium 16
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
2.27 2.28
2.29
2.30
2.31
2.32
gekoppeld worden aan een corporatie zodat het in 2.24 genoemde Programma van Eisen gezamenlijk kan worden vastgesteld. Hanteren van de normgrondprijzen voor sociale huurwoningen en middenhuur woningen zoals vastgelegd in de meest actuele grondprijzenbrief en jaarlijkse begroting van de gemeente. De kortingsregelingen voor bouwleges (rode en groene leges) worden niet verlengd. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden voor subsidie- of maatwerkregelingen inclusief de dekking daarvan, die de kortingsregelingen kunnen vervangen. Als onderdeel van het speerpunt ‘ontwikkelen ambitieroos beleid’ opgenomen in de Actie Agenda maakt de gemeente zo vroegtijdig mogelijk in het planproces een integrale afweging welke beleidsambities op de specifieke locatie en/of gebied hard zijn, en waar ruimte zit voor nadere afweging en maatwerk. De gekozen ambities worden op hoofdlijnen vastgelegd in een ‘afsprakenbrief', die onderdeel is van het Planuitwerkingskader (PUK), een bouwenvelop of een vergelijkbaar product. Doel is de realisatiekracht te vergroten en te voorkomen dat door een stapeling van beleidsambities de realisatiekracht onder druk komt.
Als onderdeel van het speerpunt ‘nauwer samenwerken’ opgenomen in de Actie Agenda spant de gemeente zich in om corporaties de mogelijkheid tot een warme indiening te bieden bij de afdeling Vergunningen & Toezicht voor vergunningplichtige grote nieuwbouw, renovatie en isolatieprojecten. Zo kan voordat de vergunning wordt ingediend een eerste beoordeling worden gegeven op de stukken, worden vergunningstermijnen verkort en is er persoonlijk contact. Bij elk project waarvan de prioritering is gerelateerd aan de opgave, die is afgestemd in het projectenoverleg en is opgenomen in het woningbouwprogramma, borgt de gemeente de continuïteit door de inzet van mensen en middelen hierop af te stemmen. Actief inzetten om tijdelijk braakliggende grond en lege kantoren/panden benutten voor de realisatie van (tijdelijke)woningen, en waar mogelijk en noodzakelijk de corporaties hierin faciliteren om te komen tot een haalbare businesscase.
Bijdrage corporaties: 2.33 De corporaties leveren in Den Haag in de periode 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030 in totaal minimaal 4.800 nieuwe reguliere sociale huurwoningen, 1.200 studentenwoningen in de sociale huursector en 700 middeldure huurwoningen op. Dit is haalbaar op voorwaarde van beschikbaarheid van financiering en mits kan worden voldaan aan de aan de start van dit hoofdstuk genoemde uitgangspunten. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de voorraadontwikkeling van de corporaties in de periode 2026 tot en met 2030 (toevoegingen door nieuwbouw en onttrekingen door sloop en verkoop). 2.34 Via de halfjaarlijkse SVH-woonruimteverdelingsrapportage inzichtelijk maken hoe de woningvoorraad van de corporaties zich in de periode van de Raamovereenkomst ontwikkelt, en daarbij specifiek maken hoeveel woningen voor bepaalde doelgroepen (senioren, studenten, etc.) worden toegevoegd. 2.35 Bij de sloop van sociale huurwoningen door corporaties geldt dat op de betreffende locatie 100% van de sociale huurwoningen moet worden teruggebouwd. Daarbovenop geldt dat bij verdichting minimaal 30% van de toegevoegde woningen ook een sociale huurwoning is. Ruimtelijke verevening en maatwerk bij en tussen projecten zijn mogelijk conform de Woonvisie 2040. De gemeente en corporaties zoeken samen naar projecten in de veerkrachtige wijken waar de verevening kan plaatsvinden.
2.36 Iedere corporatie spant zich in om in de bestaande voorraad uitbreiding te realiseren bijvoorbeeld via optoppen, aanplakken, uitplinten of splitsen van woningen.
17
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
2.37
Iedere corporatie besteedt de eventueel verschuldigde suppletie die zij in 2025 niet afdraagt aan de gemeente, aan DAEB-activiteiten, in het bijzonder het toevoegen van nieuwbouwwoningen of woningverbeteringen.
18
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
3. Betaalbaarheid woonlasten Doelstelling: De gemeente, corporaties en huurdersorganisaties streven ernaar dat iedereen die in aanmerking komt voor een sociale huurwoning woont in een woning met een huurprijs die passend (betaalbaar) is in relatie tot het huishoudinkomen. Doel is dat iedereen die hier recht op heeft en hulp nodig heeft, gebruik maakt van regelingen voor inkomensondersteuning en hulp. Dit ten behoeve van het betaalbaar houden van de woonlasten en het voorkómen van betalingsproblemen. Doel is ook om, mochten dreigende betalingsproblemen toch ontstaan, deze vroegtijdig op te sporen en door middel van passende ondersteuning (oplopende) betalingsachterstanden en ontruimingen tot een minimum te beperken. KPI’s: • In Den Haag vinden geen woningontruimingen plaats op basis van huurachterstand, mits de huurder aangeboden hulp accepteert en meewerkt conform het convenant voorkomen huisuitzettingen. Onderdeel van deze afspraak is dat lopende huurbetalingen voldaan worden. • In minimaal 95% van de meldingen die worden gedaan bij het gemeentelijke Crisisteam Vaste Lasten (CVL) wordt een huisuitzetting voorkomen doordat het CVL een duurzame oplossing kan bewerkstelligen. Prestatie-indicatoren (ten behoeve van monitoring): • Aantal huishoudens met geregistreerde, problematische schulden in een wijk met veel corporatiebezit.
Trendontwikkeling volgen via gemeente-instrument RAVEL. • Aantal preventiegesprekken dat gemeente voert met inwoners met schulden. • Aantal huishoudens met een huurachterstand van meer dan 3 maanden. Zo werken we samen: 3.1 We zetten de aanpak van energiearmoede voort, zowel op het gebied van stimuleren van duurzaam gedrag als in beschikbaar stellen van kleine maatregelen. In het duurzaamheidsoverleg bespreken en volgen we de inzet op energiearmoede, mensen van Wonen sluiten daar indien nodig bij aan. 3.2 In de komende jaren bieden we hulp bij energie besparen voor huurders en informeren we huurders over bestaande (financiële) regelingen. 3.3 Via het Convenant Vroegsignalering werken we nauw samen (met andere partijen) op het vroeg signaleren van betalingsachterstanden en sociaal incasseren. 3.4 We zorgen voor een goede verbinding tussen de verschillende loketten. In geval van betalings- en schuldenproblematiek kunnen we huurders daarmee goed (zo nodig warm) doorverwijzen naar regelingen en mogelijkheden van (andere) hulpverlenende en ondersteunende partijen en wordt het eenvoudiger voor de huurder (tijdig) gebruik te maken van beschikbare regelingen. 3.5 We zijn ons ervan bewust dat de huurinkomsten van de corporaties verband houden met de investeringscapaciteit.
Gezamenlijk voeren we een lobby om de investeringscapaciteit van de corporaties in Den Haag via andere manieren te vergroten. De gemeente agendeert dit punt bij VNG en elders op landelijk niveau. 3.6 Bij plotselinge negatieve verstoringen van energieprijzen werken gemeente en corporaties samen om de effecten voor de huurders te mitigeren. Bijdrage gemeente: 3.7 Bieden van goed vindbare en toegankelijke inkomensondersteunende regelingen voor huishoudens met een inkomen onder 150% van het sociaal minimum. De gemeente wil het bereik van deze regelingen in de huidige raadsperiode (2022-2026) vergroten van 80% naar 85%, zoals is opgenomen in het coalitieakkoord. 19
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
3.8 3.9
3.10
3.11
Bieden van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen bij inkomens tot het sociaal minimum. Hanteren van een woonkostentoeslag voor huishoudens die door onvoorziene omstandigheden te maken krijgen met een inkomensdaling, en die recht op huurtoeslag hebben, maar dat nog niet krijgen. In 2026 onderzoeken en afstemmen of en op welke wijze inhouding van de bruto huur en servicekosten op de bijstandsuitkering ook mogelijk gemaakt kan worden voor mensen die uitstromen uit een zorginstelling. Actief oppakken van vroegsignaleringsmeldingen van corporaties over betalingsachterstanden van huurders.
Bijdrage corporaties: 3.12 Het huurbeleid en de jaarlijkse huurverhoging wordt bepaald door iedere corporatie, binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders. Het gesprek hierover vindt primair plaats tussen de corporatie en haar huurdersorganisatie. De corporaties informeren elkaar en de gemeente over de gemaakte keuzes. 3.13 In het huurbeleid toepassen van maatwerk in schrijnende gevallen. 3.14 De corporaties kunnen de mogelijkheid benutten om een inkomensafhankelijke huurverhoging door te voeren. Over het al dan niet toepassen van de inkomensafhankelijke huur vindt overleg plaats tussen de corporatie en de eigen huurdersorganisatie. De opbrengsten die voortvloeien uit de hogere huren als gevolg van de inkomensafhankelijke huurverhoging, zet de betreffende corporatie in ten behoeve van de betaalbaarheid, beschikbaarheid, leefbaarheid en/of kwaliteit van haar sociale huurwoningen in Den Haag. Deze inkomensafhankelijke huurverhoging telt dan niet mee in de huursom (huursombenadering). 3.15 De corporaties verhuren minimaal 70% van hun voor nieuwe verhuur beschikbare DAEB-woningen met een huurprijs onder de tweede aftoppingsgrens, met uitzondering van de nieuwbouwverhuringen. Hierbij geldt dat er sprake is van ruimte voor maatwerk in specifieke wijken om de veerkracht van deze wijken te behouden.
Indien op regionaal niveau een andere afspraak wordt gemaakt, bespreken de gemeente Den Haag, de Haagse corporaties en de huurdersorganisaties of in Den Haag wordt aangesloten bij de nieuwe regionale afspraak. 3.16 Bijdragen aan het tegengaan van energiearmoede door het verduurzamen van het woningbezit van de corporaties, met tot eind 2028 een focus op het uitfaseren van de energielabels E, F en G door deze woningen te verduurzamen (zie verder hoofdstuk 4). 3.17 De corporaties zorgen ervoor dat de projecten gestart onder het ‘convenant aanpak energiearmoede 2025’ uiterlijk eind 2027 zijn opgepakt en doorbelast. Bijdrage huurdersorganisaties: 3.18 Het informeren van huurders over mogelijkheden en inkomensondersteunende regelingen gericht op het betaalbaar houden van woonlasten. 3.19 Aansluiten bij de samenwerking rondom de aanpak van energiearmoede en zich in hun rol richten op het stimuleren van duurzaam gedrag van huurders.
20
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
4. Duurzaamheid en woningkwaliteit 4.1 Verduurzaming woningen: verlaging van de warmtevraag en EFG-aanpak Doelstelling: Onder de ambitie om toe te werken naar een CO 2 neutrale woningvoorraad is het een doel om op termijn te komen tot aardgasvrije oplossingen (waarin warmtenetten een belangrijke plek hebben) en te komen tot een betaalbaar en duurzaam warmtesysteem voor huurders. Betaalbaarheid van de energie voor de huurder vormt een belangrijk uitgangspunt. De corporaties verduurzamen hun woningvoorraad met als doel dat alle woningen uiteindelijk uiterlijk 2050 zijn geïsoleerd zodanig dat de woning klaar is voor een duurzame warmtebron. Eerste prioriteit hierbij is de uitfasering van woningen met een E-, F- of G-label. Naast het isoleren van woningen kunnen het aanbrengen van ventilatiesystemen, het verwijderen van kookgasaansluitingen en het aanbrengen van zonnepanelen indien mogelijk deel uitmaken van de aanpak. KPI’s: • Uiterlijk vóór 1 januari 2029 hebben alle sociale huurwoningen in de gemeente Den Haag minstens een energielabel D. Uitzonderingen hierop zijn benoemd in 4.16. • Per eind 2029 is een publieke integraal warmtebedrijf operationeel en liggen er afspraken over de aantallen aan te sluiten woningen van de corporaties (inclusief afspraken over randvoorwaarden en financiën). Gedurende de looptijd van deze Raamovereenkomst sorteren we hier op voor.
De gemeente en de corporaties betrekken de huurdersorganisaties hierbij. Zo werken we samen: 4.1 We intensiveren de samenwerking bij de warmtetransitie. De gemeente fungeert hierbij als regievoerder en richt zich op de uitrol van warmtenetten, in samenwerking met de corporaties, de huurdersorganisaties en publieke warmtebedrijven. De rol van de corporatie ligt binnen de context van de gebouwen en woningen; het gereed maken van de gebouwen (isolatie) en het daadwerkelijk aansluiten, zodra de juiste voorwaarden zijn gecreëerd. 4.2 Om de samenwerking goed te laten verlopen organiseren we een structureel warmtenetoverleg (minimaal 6 keer per jaar ambtelijk en 2 keer per jaar bestuurlijk, en bij behoefte vaker). Het warmteprogramma krijgt in dat overleg een plek. We maken in dat overleg in gezamenlijkheid stadsbreed plannen richting realisatie van haalbare en betaalbare warmtenetten. Ook mogelijke kansen voor inloopoplossingen en de inhoud van het gemeentelijke warmteprogramma is onderwerp van gesprek. We maken daarbij gebruik van de routekaarten van de corporaties die inzicht geven in de meerjarige renovatieplanning van de corporaties en we maken afspraken over warmtekavels. Zodra plannen van gemeente en corporaties zijn uitgewerkt voor wijken en buurten gaan we in gesprek over de aantallen aan te sluiten woningen per jaar.
4.3 We trekken samen op in actieve participatie van huurders, rondom de aanleg van alternatieve bronnen. Wanneer de juiste voorwaarden bepaald zijn (met als belangrijke aspecten de betaalbaarheid van de aansluiting en de huidige en toekomstige tarieven voor corporaties en huurders), voeren de gemeente en de corporaties het gesprek over de aansluiting van de complexen van de corporaties op alternatieve warmtebronnen en de wijze van betrekken van de betreffende bewoners. 4.4 We voeren het gesprek over hoe we optrekken in de lobby richting het Rijk over randvoorwaarden, zoals het oplossen van de netcongestie, het waarborgen van de betaalbaarheid van warmtenetten 21
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
4.5
4.6
en het vormgeven van de juiste wettelijke instrumenten. De gemeente neemt daarin het voortouw in Q1 2026, corporaties en huurdersorganisaties haken aan. We spannen ons er samen voor in om het mogelijk te maken dat de corporaties zoveel mogelijk monumenten in hun eigendom en gemengde VvE’s met een energielabel E, F of G kunnen uitfaseren richting en na 2030. Uiterlijk voor 1 januari 2028 is bij alle VvE’s verduurzaming besproken. Corporaties en gemeente werken samen aan het mogelijk maken van nieuwe warmtenetaansluitingen. In de business case wordt uitgegaan van de aansluiting van 2.000 corporatiewoningen in 2029. De plannen van de gemeente Den Haag voor het opzetten van een Publiek Integraal Warmtebedrijf (hierna: PIW) beschrijven de ambitie om een duurzame, betaalbare en betrouwbare energievoorziening te realiseren. De gemeente en woningbouwcorporaties werken samen om in overleg met het toekomstige publieke warmtebedrijf te komen tot een betaalbaar aanbod voor collectieve warmte. Uitgangspunt is het maximaal benutten van de voor woningbouwcorporaties en warmtebedrijven beschikbare subsidies van de rijksoverheid. Doel is om een tot een aanbod te komen waarbij de overstap op duurzame warmte voor huurders aantrekkelijk is ten opzichte van gas, zodat de tariefstelling geen belemmering is bij het behalen van de goedkeuring van huurders.
Op basis hiervan onderzoeken gemeente en woningbouwcorporaties of een vergelijkbaar aanbod ook tot stand kan in overleg met bestaande commerciële warmtebedrijven.
Bijdrage gemeente: 4.7 In 2026 vaststellen van het warmteprogramma. Hierin beschrijft de gemeente in welke wijken en buurten ze de komende tien jaar aan de slag gaat met het aardgasvrij maken en op welke manier, met daarbij een doorkijk naar duurzame warmteoplossingen voor de rest van de stad. Hierbij werkt de gemeente samen met de corporaties om de input van stakeholders mee te nemen en gezamenlijk tot een gedragen plan te komen. De routekaarten van de corporaties dienen onder andere als input. 4.8 Zich inspannen om (co-)financieringsregelingen te bieden op plekken waar nog geen warmtenet beschikbaar is. 4.9 Oprichten van een PIW vanaf 2026 om onder andere de haalbaarheid en betaalbaarheid van warmtenetten te borgen. 4.10 Aanbieden van subsidieregelingen1 voor particuliere eigenaren in gemengde VvE’s en monumenten voor een bijdrage in de isolatiekosten. 4.11 De gemeente stelt ten minste tot halverwege 2027 een externe procesbegeleider beschikbaar voor alle corporaties voor ondersteuning bij het isoleren en opknappen van gemengde VvE’s. De externe procesbegeleiding wordt ruim vóór medio 2027 geëvalueerd. Corporaties en huurders worden hierbij betrokken. Daarnaast wordt budget beschikbaar gesteld voor activatieteams, communicatie en onderzoeken.
4.12 Kosteloos beschikbaar stellen van adviseurs die kunnen meedenken met de corporaties bij verduurzaming van monumenten, en het bieden van de mogelijkheid tot warme indiening van vergunningen voor grote renovatie- en isolatieprojecten, waaronder van monumenten. 4.13 Aanbieden van een subsidieregeling voor corporaties en hun huurders voor de aanschaf van een elektrische kookplaat tot ten minste 31 december 2028, met een budget van € 600.000. Bijdrage corporaties: 4.14 Bij verduurzaming of bij vervanging van de cv-ketel in overweging nemen om een duurzamer verwarmingsalternatief te plaatsen. De corporatie maakt daarbij mede een afweging op basis van de 1
Subsidieregeling Lokale Aanpak Isolatie Gemengde Vereniging van Eigenaars Den Haag (RIS319510) en
Subsidieregeling Verbetering Geselecteerde Wooncomplexen Zuidwest Den Haag (RIS321218)
22
Raamovereenkomst Wonen Den Haag 2026-2030 - 18 december 2025
4.15
4.16
4.17 4.18
4.19
4.20
4.21
transitievisie/het warmteprogramma (toekomstige verwachte duurzame energiebron), de te behalen energiebesparing en de totale kosten om zodoende de betaalbaarheid op lange termijn te bewaken. In overleg met gemeente en huurdersorganisaties woningen transitiegereed maken naar een passend isolatieniveau en bijbehorend comfort, in aansluiting op het gemeentelijke warmteregime dat onderdeel vormt van het warmteprogramma. Uiterlijk eind 2028 alle woningen met een energielabel E, F en G uit de woningvoorraad verbeteren naar minimaal label D. Er wordt gestreefd om te verduurzamen naar label A of B waar mogelijk. Uitzondering hierop zijn monumenten en voor sloop aangemerkte woningen, en de woningen in complexen van huurders die niet instemmen met het verbeterplan. Als voorwaarde geldt instemming van de eventuele VvE in een complex. Ervoor zorgen dat uiterlijk voor 1 januari 2028 bij alle VvE’s waar corporaties eenheden bezitten verduurzaming besproken is. Zich ervoor inspannen dat het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) in VvE's waarin de corporaties woningen bezitten wordt vervangen door een Duurzaam Meerjarenonderhoudsplan (DMJOP) wanneer deze aan actualisatie toe is.