RIS324218 Bijlage onderbouwing en tekeningen Oude Middenweg 12 en 14
Tekst van het document
Project-mer en mer-beoordeling Voor de milieueffectrapportage voor projecten is onderscheid gemaakt tussen projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben en waarvoor bij de voorbereiding van het besluit een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt (Ow artikel 16.43 lid 1 sub a), en projecten waarvoor moet worden beoordeeld of die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben (Ow artikel 16.43 lid 1 sub b). Die projecten zijn aangewezen in bijlage V van het Omgevingsbesluit, respectievelijk kolom 2 en 3. In geval van een mer-plichtig project maakt degene die voornemens is het project uit te voeren het milieueffectrapport. Over de uitvoering en inhoud van een project-MER staan nadere regels in paragraaf 11.2 van het Omgevingsbesluit. Indien degene die voornemens is een mer-beoordelingsplichtig project uit te voeren geen milieueffectrapport maakt, beoordeelt het bevoegd gezag of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Daarbij moet rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn (Ow artikel 16.43 lid 2 en 3): kenmerken van het project; plaats van het project; kenmerken van het potentiële effect. Degene die voornemens is het project uit te voeren – en geen milieueffectrapport maakt – moet dat voornemen mededelen aan het bevoegd gezag (Ow artikel 16.45).
Over de inhoud van deze mededeling staan regels in artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit. Na ontvangst van en op grond van de informatie in deze mededeling, neemt het bevoegd gezag de beslissing of sprake is van aanzienlijke milieueffecten – en als dat het geval is een milieueffectrapport moet worden
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
5
gemaakt. Het resultaat van deze beoordeling met de bijbehorende motivering wordt opgenomen in het besluit (Ob artikel 11.11). Voor dit project is de mer-beoordeling opgesteld in de vorm van een aanmeldnotitie. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije mer-beoordeling. Op basis van deze aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een mer-beoordelingsbesluit te nemen. De mer-beoordelingsbeslissing vormt uiteindelijk een bijlage bij de vergunning. 1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige plan en de eventuele milieugevolgen. In het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 2) wordt ingegaan op de kenmerken van het plan, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het plan beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. De notitie wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
6
2.
Kenmerken van het project
2.1
Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van de ontwikkeling besproken. De aard en de omvang van de ontwikkeling worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, het risico op ongevallen en mogelijke effecten op omliggende gebieden.
2.2
Planbeschrijving De ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een appartementengebouw in de Haagse wijk Leidschenveen. Het appartementengebouw bestaat uit negen bouwlagen met in totaal 61 woningen. Het projectgebied is gelegen in het stadsdeel Leidschenveen-Ypenburg van de gemeente Den Haag, in het noordoosten van Leidschenveen. In de noordwestelijke woonkern van Leidschenveen ligt de buurt De Velden. Deze buurt bestaat uit vlakken en velden in een orthogonaal raamwerk, waarbij elk ‘veld’ wordt gekenmerkt door diverse verkavelingstypologieën en architectonische eenheden. Het plangebied bevindt zich aan het einde van een groene ‘as’ die wordt gekenmerkt door appartementengebouwen, variërend van zes tot tien bouwlagen en een plint. Het gebied is circa 2.727 m2 groot en omvat in de bestaande situatie drie woningen, bestaande uit één woonlaag met kap.
Afbeelding 2.1: straatbeeld van de bestaande situatie
Het nieuwe appartementengebouw vervangt de bestaande woonbebouwing en bestaat uit negen lagen. In totaal biedt het appartementengebouw ruimte voor 61 woningen, variërend in oppervlakte. Door het volume te verhogen is er ruimte voor groen rondom het volume en komt het net als de andere blokken in het ‘park’. Het wordt een alzijdig bouwblok met geïntegreerde
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
7
buitenruimtes. De groenstructuur zal worden doorgezet en het parkeren vindt deels plaats onder het groen. De groene as van het stedenbouwkundig plan krijgt hiermee een duidelijke kop.
Afbeelding 2.2: Stedenbouw – groene as
Afbeelding 2.3: Impressie toekomstige situatie
2.3
Cumulatie met andere projecten Er zijn geen concrete andere activiteiten in de omgeving van het plangebied gepland of in uitvoering. Er wordt dan ook geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid.
2.4
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
8
toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functie maakt geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het plan hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 2.5
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstofemitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. Vrijkomende, bruikbare materialen tijdens de sloop zullen waar mogelijk worden hergebruikt. Het beoogde plan heeft een verkeersaantrekkende functie ten opzichte van de huidige situatie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid). In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan.
2.6
Risico van ongevallen Onderhavig plan vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het plan brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.
2.7
Effecten op gebieden De effecten die optreden zijn lokaal en beperkt van aard. De ontwikkeling heeft geen significant negatieve invloed op de natuurlijke kenmerken en kwetsbaarheid van het gebied of omliggend gebieden. Het plan ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van Spijkenisse. Zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, komen niet voor in de directe nabijheid van het projectgebied. Gelet op de aard en omvang van het plan zijn er daarnaast geen bijzondere effecten te verwachten wat betreft het risico op zware ongevallen en/of rampen (waaronder rampen door klimaatverandering) of risico’s voor de menselijke gezondheid.
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
9
3.
Plaats van het project
3.1
Ligging van het project Het plangebied is gelegen in de Haagse wijk Leidschenveen, in de buurt De Velden. Het plangebied wordt begrensd door de oostelijke kant van de Oude Middenweg en ligt tussen de Kampioensingel en het Kamilleveld. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 3.1 weergegeven.
Afbeelding 3.1: globale begrenzing plangebied
3.2
Bestaand grondgebruik Binnen het plangebied bevinden zich op dit moment drie woningen, bestaande uit één woonlaag met kap. De locatie is niet bestemd als waterwingebied en wordt niet benut voor het gebruik van andere natuurlijke hulpbronnen.
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze mer-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze mer-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze mer-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven. Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn.
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
10
Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig. Het plangebied is niet gelegen in een kustgebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een berg- en bosgebied. Het plangebied ligt niet in een Nationaal Landschap. Het besluitgebied ligt niet in een Nationaal Park / maakt geen onderdeel uit van NNN. In de omgeving van het besluitgebied liggen Natura 2000gebieden (zie verder onder deze tabel).
Kustgebieden Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Reservaten en natuurparken: - nationale landschappen - nationale parken
Nationale Landschappen zijn benoemd in de Nota Ruimte Nationale Parken zijn onderdeel van het NNN.
Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid
Wet natuurbescherming
Landschappen van - historisch belang - cultureel belang - beschermd stads- en dorpsgezicht - archeologisch belang
- Verdrag van Valletta Monumentenwet - Gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan
Europese milieurichtlijnen (o.a. kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, kaderrichtlijn water)
Het plangebied ligt niet in gebieden waar basis van communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden. Het plangebied is niet gelegen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid. In het plangebied zijn geen historische bouwwerken, monumentale panden of structuren met een cultuurhistorische of beeldbepalende waarde te benoemen. In het omgevingsplan (afkomstig uit het bestemmingsplan “Leidschenveen”) kent het plangebied geen archeologische dubbelbestemming. Ook op de Archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Den Haag ligt het plangebied binnen de zone zonder archeologische verwachting.
Tabel 1: Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu speelt hier niet direct een rol. Het plan ligt binnen de bebouwde kom. Zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, komen niet voor in de directe nabijheid van het plangebied. Op voorhand kan niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten op het Natura 2000 gebied. Daarom wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op het aspect natuur.
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
11
Overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur)
Provinciale omgevingsverordening
Gebied geschikt voor beschermde soorten
Wet natuurbescherming
Weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied
Provinciale omgevingsverordening
Stiltegebied
Wet milieubeheer en Provinciale omgevingsverordening Provinciale omgevingsverordening
Het besluitgebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel NNN in de buurt (zie onderaan de tabel). Het besluitgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie onderaan de tabel) Het besluitgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een stiltegebied.
Bodembeschermingsgebied
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale omgevingsverordening
Het besluitgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied. Het besluitgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
Tabel 2: Overzicht overige gevoelige gebieden
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het plan ligt buiten het Nationaal Natuurnetwerk. Omdat het NNN geen externe werking kent, zijn negatieve effecten op het NNN uit te sluiten en wordt het niet nader beschouwd. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dierof plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
12
4.
Kenmerken van het potentiële effect
4.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van de ontwikkeling en de plaats van de ontwikkeling zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van het de in voorbereiding planologische procedure reeds meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en / of onderzocht. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en overige haalbaarheidsaspecten die van belang zijn voor de mer-beoordeling. Deze aspecten betreffen: -
-
-
Activiteiten en milieuruimte: het plan kan impact hebben op omliggende inrichtingen en bedrijvigheid. Ecologie: Het plan kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook zijn er vanuit de gebiedsbescherming mogelijk negatieve milieueffecten als gevolg van stikstofdepositie. Geluid: de ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. Verkeer: de ontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-) effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. Luchtkwaliteit: de toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Water: de toename aan verharding kan leiden tot verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie. Windhinder: de realisatie van een appartementengebouw van negen bouwlagen kan effect hebben op het windklimaat in de omgeving van het plangebied.
Aspecten waarbij op voorhand geen (nadelige) effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt, op basis van de beoordeling van de kenmerken van de concrete ontwikkeling en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken, op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Het betreft de volgende aspecten: -
-
-
-
Cultuurhistorie en archeologie: De functies in onderhavig plan leiden niet tot negatieve effecten van cultuurhistorische of archeologische waarden. Bodem en grondverzet: onderhavige ontwikkeling bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. Indien grond van de locatie vrijkomt en wordt toegepast gelden de regels van het Bal. Uit asbestonderzoek is daarnaast gebleken dat er geen asbesthoudende-/verdachte toepassingen zijn aangetroffen. Door de sloop van de huidige bebouwing kan er dus geen asbest op en/of in de bodem terechtkomen. Externe veiligheid: de functies in onderhavige ontwikkeling leiden niet tot externe veiligheidseffecten en met het plan worden geen risicobronnen mogelijk gemaakt die schadelijk kunnen zijn voor de omgeving. Duurzaamheid: De ontwikkeling zal in ieder geval voldoen aan de wettelijke vereisten en het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. Er wordt gebruik gemaakt van warmtepompen. De bestaande woningen zijn nog aangesloten op het gas, waardoor er in ieder geval een verbetering optreedt ten opzichte van de huidige situatie. Trillingen en hinder tijdens de bouw: Met voorgenomen ontwikkeling worden geen trillingenveroorzakende activiteiten toegestaan. Tijdens de bouwfase vindt de gebruikelijke
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
13
-
-
communicatie plaats met de omgeving. Er wordt gebouwd in een bestaande wijk waar bouwactiviteiten tijdelijk invloed kunnen hebben op de leefbaarheid. Deze hinder zal tot een minimum beperkt worden. Voordat gestart wordt met de bouwactiviteiten zal, door een daartoe gespecialiseerd bedrijf, een inventarisatie worden gemaakt van de omgeving. In een wettelijk voorgeschreven straal rondom het nieuw te bouwen gebouw wordt de staat van de woningen van binnen en buiten in een rapport verwerkt. Dat geschiedt op minimaal 3 momenten t.w. voor de start van de bouw, na afloop van het funderen en aan het einde van de bouwactiviteiten. Daarnaast worden op diverse plekken rondom de bouwplaats regulier de effecten als gevolg van mogelijke trillingen, geregistreerd. De routing van materialen en materieel zal in nauwe afstemming met de directe omgeving en, indien gewenst met de gemeente Den Haag, voorafgaand aan de bouwactiviteiten worden besproken en vastgelegd in het bouwplaatsprotocol. Bezonning: Voor het plangebied is een onderzoek uitgevoerd naar bezonning en bijbehorende schaduwwerking van de toekomstige bebouwing op de omgeving van het plangebied. Uit het onderzoek blijkt alle omliggende woningen meer dan 2 uur zon per dag behouden, conform het Haagse Bezonningbeleid. Bescherming van bomen: In het plan worden 10 bomen gekapt om ruimte te maken voor het gebouw.
Indien er voldoende voorbereidingstijd is, wordt gekeken om geschikte bomen te verplanten. De bestaande uitrit van de woning wordt gehandhaafd. Op eigen terrein staat links van de uitrit een bestaande treurwilg (te behouden), rechts van de uitrit, langs het water, staat een groep essen die eveneens behouden blijft. Langs de Oude Middenweg, buiten de perceelsgrens, staat een rij amberbomen. Bij de uiteindelijke uitvoering van het plan zullen alle nodige maatregelen getroffen worden om de bestaande, te behouden bomen te beschermen. Hierbij valt te denken aan stambescherming en bescherming van de kroonprojectie tegen bodemverdichting. Er vindt geen terreinophoging of afgraving plaats ter hoogte van bestaande boomkronen. De parkeerplaatsen langs de essen worden voorzien van grasbetonsteen met daaronder bodemverbetering om doorworteling van de bomen mogelijk te maken.
De voorgaande aspecten worden daarom in deze mer-beoordeling niet verder behandeld. Gelet op de aard en omvang van het plan zijn er geen bijzondere effecten te verwachten wat betreft gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging, het risico op zware ongevallen en/of rampen (waaronder rampen door klimaatverandering) of risico’s voor de menselijke gezondheid. Opzet van de beoordeling De inhoud van de mer-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van de BOPA. Daarbij geldt dat – indien noodzakelijk – aandacht is voor: -
het grensoverschrijdende karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
In algemene zin is er in het kader van de ontwikkeling geen sprake van een grensoverschrijdend effect. De effecten van zowel de aanlegfase als de gebruiksfase zijn beperkt qua intensiteit en complexiteit (er worden geen vervolgeffecten of indirecte effecten verwacht). Ook is er geen sprake van onomkeerbare effecten. De aanvang van het project zal plaatsvinden nadat de benodigde vergunningen zijn verleend. 4.2
Activiteiten en milieuruimte Volgens het omgevingsplan is wonen ter plaatse van het plangebied al toegestaan. In de omgeving van het plangebied bevinden zich daarnaast voornamelijk woonbestemmingen. Deze woningen zijn maatgevend en zorgen er ook voor dat bestaande functies in de omgeving reeds rekening dienen te houden met deze woningen. Aan de overzijde van de Oude Middenweg bevindt zich een detailhandelbestemming, welke momenteel wordt ingevuld door o.a. een
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
14
bouwmarkt. Gezien de afstand (ca. 50 meter) wordt hiervan geen hinder verwacht op de toekomstige woningen en andersom. Zodoende worden met de ontwikkeling geen bedrijven of functies belemmerd in hun bedrijfsvoering. Er zijn geen functies in de omgeving die stof- of geurhinder veroorzaken, en voorgenomen ontwikkeling maakt deze ook niet mogelijk. Gezien het voorgaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de haalbaarheid van de ontwikkeling en gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. 4.3
Ecologie Soortenbescherming Door onderzoeksbureau is beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Uit de quickscan blijkt dat er in het verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels noodzakelijk is om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde amfibieën en zoogdieren aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in de Provincie Zuid-Holland. Het voorkomen en negatieve effecten op broedvogels met vaste rusten verblijfplaatsen en verblijfplaatsen van vleermuizen wordt uitgesloten. Het voorkomen van overige beschermde soorten kan tevens worden uitgesloten. In het kader van de zorgplicht wordt rekening gehouden met het voorkomen van lichthinder ten aanzien van beschermde diersoorten tijdens de bouw- en gebruiksfase van de nieuwe woningen. Gebiedsbescherming (stikstof) Voor de bouw en het gebruik van de nieuwe woningen is de stikstofdepositie op nabijgelegen natuurgebieden in zowel de aanleg- en gebruiksfase beschouwd.
Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. Uit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door de aanleg en het gebruik van de woningen. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de bescherming van soorten en op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot nadelige effecten voor het milieu. Het uitvoeren van een MER is dan ook niet noodzakelijk.
4.4
Geluid Er wordt een appartementengebouw met maximaal 61 woningen gerealiseerd. De geluidsuitstraling van dit aantal woningen naar de omgeving is beperkt en leidt niet tot nadelige effecten als gevolg van geluid. De geluidstoename vanuit verkeer zorgt eveneens niet voor een significante verslechtering van het akoestisch klimaat. Voor de nieuwe woningen geldt dat met de toegepaste bouwkundige maatregelen de optredende geluidbelasting in de woning wordt gereduceerd. In het ontwerp is er ruim voldoende geluidwering geboden om aan de wettelijke eisen te kunnen voldoen en een goed akoestisch binnenklimaat te kunnen garanderen. In de praktijk zal met de verder gereduceerde
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
15
belasting als gevolg van de genoemde bouwkundige maatregelen en de berekende geluidwering van de gevel het akoestische binnenklimaat ruimschoots voldoen aan de geluidsregels uit de Omgevingswet. Het uitvoeren van een MER is dan ook niet noodzakelijk. 4.5
Verkeer Berekend is dat door de voorgenomen ontwikkeling de verkeersgeneratie met 234,8 motorvoertuigen per etmaal toe zal nemen. Het parkeerterrein wordt ontsloten via de Oude Middenweg. Door Mobycon is een beoordeling uitgevoerd naar de verkeersbelasting in de omgeving door te toename van het plan. Hiervoor is gerekend met de totale verkeersaantrekkende werking van de ontwikkeling (afgerond 260 motorvoertuigen per weekdagetmaal). Omgerekend komt dit 23 pae tijdens het drukste ochtend- en 26 pae tijdens het drukste avondspitsuur op werkdagen. Op de woonstraten rondom de ontwikkeling (parallelweg Oude Middenweg, Kampioensingel en Kamilleveld) kan conform de Ontwerpwijzer Fietsverkeer worden uitgegaan van een maximaal acceptabele intensiteit van circa 4.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal in relatie tot de verkeersveiligheid en -leefbaarheid. In de autonome toekomstige situatie ligt de intensiteit ruim binnen deze marges. De ontwikkeling zal hier dus niet tot verkeersveiligheids- of leefbaarheidsknelpunten leiden. Ook het kruispunt Oude Middenweg/Kampioensingel kan op basis van het onderzoek het verkeer in de toekomstige situatie dus op een acceptabele manier verwerken. Deze toename in verkeer leidt niet tot knelpunten ten aanzien van verkeersveiligheid, leefbaarheid en/of doorstroming.
Gezien de beperkte toename van het verkeer wordt aangenomen dat het omliggende wegennet deze toename verwerken. Binnen het plangebied wordt voorzien in voldoende parkeermogelijkheid. Gezien voorgaande worden voor wat betreft verkeer geen negatieve (milieu)effecten verwacht op het gebied van doorstroming, veiligheid en parkeervoorzieningen. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.
4.6
Luchtkwaliteit Een ontwikkeling van deze omvang is aan te merken als een standaardgeval dat niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van verhoging van de concentratie stikstofdioxide en fijnstof. Van deze standaardgevallen staat vast dat de verhoging maximaal 1,2 µg/m3 bedraagt. De realisatie van het project is daarom nauwelijks van invloed op de kwaliteit van de buitenlucht. Het aspect luchtkwaliteit leidt niet tot nadelige effecten voor het milieu. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.
4.7
Water en klimaatadaptatie In het plangebied zijn geen watergangen gelegen. Middels dit plan worden geen nieuwe watergangen gegraven en de naastgelegen watergangen worden in tact gelaten. Het aantal vierkante meters verharding neemt toe ten opzichte van de huidige situatie. Uit de watersleutel komt een opgave van 127 m3 aan te nemen maatregelen. Door het toepassen van waterpasserende verharding, het aanleggen van een wadi en buffercapaciteit toe te passen op de daken van het gebouw en de parkeergarage wordt in totaal 136,3 m3 water vastgehouden. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: • hemelwater vasthouden voor benutting; • (in)filtratie van afstromend hemelwater;
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’
16
• •
afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI.
Er wordt verder aangesloten bij de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig, door het meenemen van de volgende maatregelen: Toepassing van struiken en groen; Waterberging nabij stallinggarage met een groen dak; Loggia als toepassing voor de buitenruimte van de woning; beschaduwde zitplek; Toepassing van gevelmetselwerk alleen ter plaatse van vloerranden (ca. 20% van het geveloppervlak); overige dichte gevelvlakken voorzien van gevelbeplanting. Reducering van de massa. Het plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishoudkundige situatie in en rondom het plangebied. Gezien het voorgaande leidt het aspect water niet tot nadelige effecten voor het milieu. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk. 4.8
Windhinder Door DGMR is een onderzoek uitgevoerd naar het veranderende windklimaat door de realisatie van het appartementengebouw. Hieruit blijkt dat er in de huidige en toekomstige situatie geen sprake is van windgevaar. Het windklimaat in de toekomstige situatie zal rond de nieuwbouw goed zijn. Het windklimaat bij de entrees is goed. Ook is er sprake van een goed windklimaat in de tuinen en de balkons van de Kampioensingel. Er zijn geen maatregelen noodzakelijk om het windklimaat te verbeteren. Gezien het voorgaande leidt het aspect windhinder niet tot nadelige effecten voor het milieu. Gezien de kenmerken van het potentiële effect is het uitvoeren van een MER niet noodzakelijk.
Aanmeldnotitie vormvrije mer-beoordeling – BOPA ‘Oude Middenweg’