CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS324092 Bijlage 3 TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal

Commissie Ruimte 7 januari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken27.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Laakhaven Centraal sluit aan op meerdere in de NOVI aangekaarte prioriteiten, opgaven en nationale belangen: nationale belangen gericht op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit en het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Hiermee wordt bijgedragen aan de prioriteit om te voorzien in sterke en gezonde steden en regio’s. Conclusie

81

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

Door de herontwikkeling van Laakhaven Centraal tot gemengd woon-werkgebied door gebruik te maken van onder andere verdichting ontstaat op een goed bereikbare locatie een aantrekkelijke omgeving om in te wonen en verblijven. De beoogde ontwikkeling past binnen de doelstellingen van de NOVI.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid - Holland

Op 1 juli 2025 is de Omgevingsvisie Zuid-Holland van de provincie Zuid-Holland in werking getreden. Deze bevat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving in Zuid-Holland. De omgevingsvisie schetst de beleidskaders; de strategische ambities, beleidsdoelen en -keuzes voor de toekomst van de fysieke leefomgeving van Zuid-Holland. In het omgevingsprogramma zijn deze nader uitgewerkt in maatregelen die de provincie treft. De omgevingsverordening stelt de juridische kaders; instructieregels voor andere overheden en direct werkende regels voor burgers en bedrijven. De omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de gehele fysieke leefomgeving van de provincie Zuid-Holland. Naast de algemene sturingsfilosofie en een analyse van de huidige situatie van Zuid-Holland, schetst de provincie in de omgevingsvisie haar toekomstgerichte beleid in zeven provinciale vernieuwingsambities: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4. Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland. 5.

Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. Deze zeven vernieuwingsambities zijn geconcretiseerd in 18 beleidsdoelen, die omschrijven aan welke maatschappelijke opgaven de provincie werkt. De beleidsdoelen zijn vervolgens uitgewerkt in beleidskeuzes. Conclusie Het planvoornemen zorg voor een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Naast de stations en binnenstedelijk, met een programma gericht op het realiseren van voldoende woningen en kansen voor de nieuwe economie. Met een buitenruimteplan dat zorgt voor meer klimaatadaptatie. De voorgenomen ontwikkeling past ook bij de andere ambities uit de provinciale omgevingsvisie. Het TAM-omgevingsplan is daarmee in overeenstemming met het provinciale beleid, zoals verwoord in de Omgevingsvisie Zuid-Holland.

82

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

3.2.2

Omgevingsverordening Zuid - Holland

Op 1 juli 2025 is de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening inwerking getreden. De instructieregels in hoofdstuk 7 van de verordening hebben een directe doorwerking in omgevingsplannen en bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze verordening vertaalt het beleid uit de Omgevingsvisie in bindende regels over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval: bouwwerken; infrastructuur; watersystemen; water; bodem; lucht; landschappen; natuur; cultureel erfgoed; werelderfgoed. De verordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften, zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, dierenwelzijn, behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid.

De volgende instructieregels zijn van toepassing op dit TAM-omgevingsplan: Artikel 5.6 en Artikel 5.8 (omgevingswaarden kans op overstroming regionale wateren) Artikel 7.41a (risico’s van klimaatverandering) Artikel 7.41aa (toekomstbestendig bouwen van woningen) Artikel 7.44 (afgestemde regionale behoefte) Artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) Artikel 7.45b (dichtheid en verscheidenheid woningbouw) Artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit) Artikel 7.45e (parkeernorm stationsomgevingen) Artikel 7.45f (parkeernorm sociale huur) Artikel 7.45h (functiemenging en meervoudig ruimtegebruik) Artikel 7.51 (kantoren) Artikel 7.51b (Bedrijven) Artikel 7.47b (voldoende betaalbare woningbouw) Artikel 7.47a (voldoende sociale huurwoningen) Artikel 7.48 (detailhandel) Conclusie Hieronder is een toetsing van de relevante artikelen opgenomen. Artikel 5.8 (omgevingswaarden kans op overstroming binnen de bebouwde kom) In de omgevingsverordening is opgenomen dat voor het plangebied een overstromingskans van 1/100 per jaar geldt voor o.a. gebouwen. Volgens de Atlas Leefomgeving (2024) is de kans hierop klein (aangeduid als overstroomt niet). Het plangebied voldoet dus aan deze eis vanuit de omgevingsverordening.

83

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

Artikel 7.41a (risico’s van klimaatverandering) In de omgevingsverordening is opgenomen dat bij ruimtelijke projecten rekening gehouden moet worden met de risico’s van klimaatverandering. Het TAM-omgevingsplan voldoet hieraan. De effecten van klimaatverandering zijn onderzocht en de resultaten van die onderzoeken zijn opgenomen in het MER-rapport (zie paragraaf 5.5). Artikel 7.41aa (toekomstbestendig bouwen van woningen) In de omgevingsverordening is opgenomen dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen van 12 of meer woningen toekomstbestendig bouwen betrokken moet worden. Het plan voldoet hieraan. Het onderzoek in het milieueffectrapport beschouwd de benoemde aspecten van toekomstbestendig bouwen in samenhang met elkaar. Deze informatie wordt betrokken bij de besluitvorming. Artikel 7.44 (afgestemde regionale behoefte) In de omgevingsverordening is opgenomen dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen regionaal afgestemd dienen te worden. Hier voldoet het project aan. Dit is nader gemotiveerd onder artikel 7.45. Artikel 7.45 (ladder voor duurzame verstedelijking) De ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik en in de genoemde artikelen wordt ingegaan op vragen of wordt voldaan aan een regionale behoefte en of deze behoefte wordt voldaan op beschikbare gronden binnen het bestaand stedelijk gebied.

Voor wat betreft de ladder voor duurzame verstedelijking geldt dat het plan geheel binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. De behoefte is nader onderbouwd in paragraaf 5.9. Artikel 7.45b (dichtheid en verscheidenheid woningbouw) De omgevingsverordening stelt dat voor een stedelijke ontwikkeling met de functie wonen een zo hoog mogelijke woningdichtheid nagestreefd wordt met gevarieerde woningtypen en dat de ontwikkeling bijdraagt aan een goede woon- en leefomgeving. Het plan streeft door middel van hoogbouw een zo hoog mogelijke woningdichtheid na. Met het plan worden gevarieerde woningtypen nagestreefd: sociale huur en middeldure huur (appartementen) en koopwoningen (appartementen). Zowel woningtypen als woningdichtheid worden geborgd door de regels van dit TAM-omgevingsplan. Artikel 7.45ca (kansen voor biodiversiteit) n de omgevingsverordening is opgenomen dat een ruimtelijke ontwikkeling de mogelijkheden betrekt voor het bevorderen van de biologische diversiteit. In de huidige situatie is het plangebied volledig versteend met bestrating en bebouwing waardoor de biodiversiteitswaarde laag is. Met het plan komt meer groen in het plangebied, door de realisatie van een park, openbaar groen en daktuinen. Hier zijn kansen om de biodiversiteit in het plangebied te vergroten. Zie ook paragraaf 5.5.5.

Artikel 7.45e (parkeernorm stationsomgevingen) Het plangebied maakt onderdeel uit van de stationsomgeving van station Hollands Spoor. De omgevingsverordening stelt dat de parkeernorm in het plangebied maximaal 0,7 autoparkeerplaats per woning is. Het plan voldoet aan de strengere parkeernorm van de gemeente van 0,15 autoparkeerplaats per woning, en daarmee ook aan de eisen vanuit de omgevingsverordening. Deze parkeernorm is vastgelegd in de regels van dit TAM-omgevingsplan. Artikel 7.45f (parkeernorm sociale huur) De omgevingsverordening stelt dat de parkeernorm in het plangebied maximaal 0,7 autoparkeerplaats

84

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

per sociale huurwoning is. Het plan voldoet aan de strengere parkeernorm van de gemeente van 0 autoparkeerplaats per woning, en daarmee ook aan de eisen vanuit de omgevingsverordening. Deze parkeernorm is vastgelegd in de regels van dit TAM-omgevingsplan. Artikel 7.45h (functiemenging en meervoudig ruimtegebruik) De omgevingsverordening stelt dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor de functies wonen of bedrijven, rekening houdt met de mogelijkheden voor functiemenging en meervoudig ruimtegebruik. Hier voldoet het plan aan. In de plinten van de ontwikkelplots is ruimte voor diverse functies waaronder, bedrijven, commerciële functies, wonen en maatschappelijke voorzieningen. Boven de plint is ruimte voor de functie wonen. Hiermee voldoet het plan aan de eisen met betrekking tot functiemenging en meervoudig ruimtegebruik. Artikel 7.51 (kantoren) In de omgevingsverordening is opgenomen dat kantoren alleen mogelijk zijn in een van de aanwezen gebieden. Het plan maakt nieuwe kantoren mogelijk. Het plangebied valt geheel binnen het kantorengebied categorie 1, zoals aangeduid in bijlage II van de verordening. Het plan is daarmee in lijn met de gestelde eis.

Artikel 7.51b Bedrijven In de omgevingsverordening is opgenomen dat een provinciaal aangewezen bedrijventerrein alleen mag transformeren als hierover regionale afspraken zijn gemaakt en gedeputeerde staten daarmee hebben ingestemd of die hebben vastgesteld. Het TAM-omgevingsplan maakt de transformatie van het provinciaal aangewezen bedrijventerrein Laakhavens mogelijk. Laakhavens is opgenomen in de door GS aanvaarde regionale bedrijventerreinenstrategie van de MRDH (Strategie Bedrijventerreinen Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2023-2030, 11 september 2023) en kan als zodanig gebruik maken van het surplus aan aanbod in de regio. Daarnaast zijn aanvullende afspraken gemaakt tussen de gemeente Den Haag en de Provincie Zuid-Holland in de Bestuursovereenkomst Binckhorst. De inzet op de GAVI-kavel voor planologische compensatie is toegelicht in het Compensatieplan Laakhavens (RIS321166) en deze is regionaal afgestemd binnen de MRDH. Dit betreft 1,7 ha. Het compensatieplan is regionaal afgestemd binnen de MRDH en goedgekeurd tijdens de bestuurscommissie van de MRDH op 5 februari 2025. Artikel 7.47b (voldoende betaalbare woningbouw) In de omgevingsverordening is de eis opgenomen dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in voldoende betaalbare woningbouw.

Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor wonen mogelijk maakt voorziet in voldoende betaalbare woningbouw. Het project voldoet hieraan door het realiseren van sociale huurwoningen en middeldure huur en koop appartementen. Voldoende betaalbare woningbouw is vastgelegd in de regels van dit TAM-omgevingsplan. Artikel 7.47a (voldoende sociale huurwoningen) In de omgevingsverordening is de eis opgenomen dat minimaal 30% van alle woningen sociale huurwoningen zijn. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Voldoende sociale huurwoningen is vastgelegd in de regels van dit TAM-omgevingsplan. Artikel 7.48 (detailhandel) In de omgevingsverordening is opgenomen dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling detailhandel mogelijk maakt in gebieden binnen of aansluitend aan bestaande winkelconcentraties. Het project maakt detailhandel mogelijk in een gebied waar reeds detailhandelsfuncties gevestigd en mogelijk zijn. Het project is daarmee in lijn met de gestelde eis. De behoefte aan deze detailhandelsfuncties is aangetoond bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 5.9).

85

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

Conclusie Het TAM-omgevingsplan is in overeenstemming met het Zuid-Hollandse verordening.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Strategische agenda Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)

De metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) heeft de taken overgenomen van het in 2015 opgeheven Stadsgewest Haaglanden. De MRDH is een samenwerkingsverband van 21 gemeenten die hun krachten bundelen om het gebied beter bereikbaar te maken en het economisch vestigingsklimaat te versterken. De MRDH werkt vanuit de Strategische Agenda MRDH 2023-2026 Met elkaar, voor elkaar (verder: ‘Agenda’). Volgens de Agenda zet de metropoolregio zich in voor vier regionale opgaven: - groei van de regio; - vernieuwen van de regio; - kwaliteit van de regio; - herstel van de regio. De regio wil groeien en zorgen dat die groei wordt gefaciliteerd op een adequate en passende manier. Daarbij wordt gewerkt aan een betere bereikbaarheid met robuuste verbindingen en duurzame mobiliteit. En het economisch vestigingsklimaat versterkt. De economie ontwikkelt razendsnel. Innovaties en investeringen in nieuwe technologieën dragen bij aan de economische ontwikkeling. En verschuivingen naar actieve en/of collectieve mobiliteit zijn noodzakelijk voor een bereikbare, duurzame en leefbare regio. Dit kan als de ruimtelijke condities op orde zijn; schaarse ruimte moet beter benut door functiemenging. Het openbaar vervoer moet bij blijven dragen aan de brede welvaart in de regio.

Conclusie Het plan zet in op verbetering van de (internationale) bereikbaarheid van de metropoolregio, economische vernieuwing, de transitie naar duurzaamheid en een attractieve regio door de realisatie van een hoog stedelijk duurzaam, goed bereikbaar woon-werkmilieu. Het plan is in overeenstemming met de Strategische Agenda MRDH 2023-2026 Met elkaar, voor elkaar. 3.3.2

Regionale woonvisie

De negen gemeenten in de regio Haaglanden vormen al jaren een gezamenlijke woningmarktregio. Na het opheffen van het Stadsgewest Haaglanden in 2014 is de samenwerking voortgezet middels een bestuurlijke tafel Wonen. Om de woningmarktregio verder te versterken is in 2017 een nieuwe een regionale woonvisie opgesteld voor de periode 2017 – 2021 (RIS 296460). Inmiddels heeft ook deze weer opvolgers en geldt nu de Regionale Realisatieagenda Wonen (regionale woondeal) van 2023 (RIS 314503). Uitgaande van het actuele regionale woningbouwprogramma zijn in de regio Haaglanden circa bruto 74.500 woningen gepland tussen 2022 t/m 2030. Dit is ongeveer 8% van de totale Nederlandse woningbouwproductie en is vergelijkbaar met de netto 75.218 woningen (gepland tussen 2019 t/m 2029) opgenomen in het vastgestelde Tussenakkoord (december 2021). Een grote opgave met veel onzekerheid, waar samenwerking en sturing op de randvoorwaarden essentieel is om de ambitie te

86

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

halen. Voor de korte termijn wordt gekozen om de woningbouw vooral aan te jagen. Voor de termijn 2025-2030 wordt gekozen naar een toename van meer betaalbare woningen in Haaglanden. Het woningbouwprogramma van regio Haaglanden (stand 1 december 2022) voorziet in de bouw van totaal 74.445 woningen bruto (inclusief studentenwoningen). Netto gaat het om 71.288 woningen – dit betreft nieuwbouw minus geplande sloop. Het totale aandeel betaalbare woningen telt op tot 55% van het regionale woningbouwprogramma en het aandeel door corporaties telt op tot 27%. Er is bij de Realisatieagenda nog een verschil geconstateerd met de landelijke doelstelling van 66% (2/3) betaalbare woningen en 33% (1/3) gebouwd door woningcorporaties. Hiertoe is daarom een vervolgakkoord (‘Tussenakkoord’) gesloten met als doel het behoud en de verdere ontwikkeling van voldoende woningen, voldoende doelgroepvoorraad en een meer evenwichtige spreiding in de regio. Het tussenakkoord ‘Samenwerken aan een solide woningmarkt in Haaglanden 2021-2030 - de eerste stap’ omvat deze afspraken in de periode van 1 januari 2019 tot 1 januari 2030. Conclusie Het plan past binnen de ambities van de regionale woonvisie. Het plan heeft 70% betaalbare woningen, waarvan 30% sociale woningen. Deze percentages komen overeen met het gemeentelijk beleid, dat weer input is geweest voor de regionale afspraken.

Het plan is hiermee in overeenstemming met de Regionale Realisatieagenda Wonen.

3.4

Gemeentelijk beleid - ruimtelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Den Haag

Den Haag wil in 2050 samen met haar omliggende gemeenten een groene metropool aan zee zijn. En tegelijkertijd een plek blijven waar mensen zich thuis voelen. Den Haag moet wel Den Haag blijven. In de Omgevingsvisie 2050 staat hoe de gemeente dit voor zich ziet en wat daarbij komt kijken. Den Haag zet drie maatschappelijke opgaven centraal: 1. Sociaal en economisch perspectief bieden 2. Groeien in balans 3. Werken aan transities in een tempo dat de stad aan kan en nodig is In het Ambitiedocument Omgevingsvisie Den Haag 2050 zijn de ambities voor Den Haag in 2050 beschreven. Deze ambities vormen de beleidsmatige basis voor deze omgevingsvisie. Deze zes ambities zijn: - Rechtvaardig en inclusief - Betaalbare, toegankelijke en toekomstbestendige woningvoorraad - Klimaatbestendig, klimaatneutraal en natuurinclusief - Economisch vitaal - Gezond en veilig - Duurzaam bereikbaar. Den Haag groeit uit tot een groene metropool aan zee waar mensen zich thuis kunnen voelen. Vijf bewegingen geven hier richting aan. Deze bewegingen zijn geen eindbeeld, maar bieden duidelijkheid over de koers die Den Haag wil varen en welke strategische keuzes nodig zijn om antwoord te geven op de drie grote maatschappelijke opgaven.

Daarbij is aangegeven welk beleid wordt voortgezet (koers houden), waar de koers wordt aangepast (bijsturen) en voor welke ontwikkelingen een ander tempo nodig is (tempo aanpassen). De vijf bewegingen zijn: 1. Thuis in een divers Den Haag

87

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

2. Ruimte voor groen en water 3. Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang 4. Ruimte voor kennis en kunde 5. Basissystemen op orde Conclusie Laakhaven Centraal past bij de beweging van verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang. Laakhaven Centraal draagt dan ook bij aan een toekomstbestendige woonvoorraad, economisch vitale en gezonde stad. Het planvoornemen past binnen de Omgevingsvisie Den Haag. 3.4.2

Structuurvisie CID

De Structuurvisie CID is in een getrapt proces tot stand gekomen. Hieronder is dit proces beknopt beschreven, met de daarbij relevante document en RIS-nummers. - In 2016 is de Agenda Ruimte voor de Stad (RIS295016) vastgesteld door de raad, waarin het CID is aangewezen als te ontwikkelen economisch hoogstedelijk gemengd gebied. - In 2018 (RIS 300623) zijn prioritaire gebieden aangewezen, die de hoogste graad van verdichting zullen krijgen. Parallel werd gewerkt aan het opstellen van de Structuurvisie (toen nog ‘Gebiedsvisie’), gebiedsagenda’s voor de prioritaire gebieden én NvU’s voor een aantal prioritaire ontwikkelgebieden. - In december 2018 (RIS 301329) zijn de drie gebiedsagenda’s voor de prioritaire gebieden rondom de intercitystations aan de raad aangeboden. - In april 2019 is de Agenda CID 2040 (RIS 302327) met daarin een uitwerking van de strategische visie en de ambities voor het CID aan de raad aangeboden. - In december 2019 (RIS 304124) is de gebiedsagenda voor de Campusboulevard aan de raad aangeboden. In juli 2021 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie CID vastgesteld. De structuurvisie betreft een structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening (Wro, artikel 2.1): het vormt het inhoudelijk kader voor het beoordelen van initiatieven en op te stellen bestemmingsplannen in het gebied. In de structuurvisie zijn de ambities uit de CID Agenda 2040 vertaald.

Den Haag zet in op een CID dat zich ontwikkelt tot een innovatiedistrict: een mondiale ontmoetingsplaats en internationaal knooppunt voor innovatie. Om deze ambitie te bereiken, worden de gebieden rond de drie treinstations getransformeerd tot een samenhangend gebied. Dit gebeurt aan de hand van zeven ruimtelijke principes: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

het CID wordt een centrummilieu: verdubbeling van het Haagse centrum; van drie losse stationsgebieden naar een hechte 'triple hashtag' verbonden door lange lijnen; nieuwe ontwikkelingen als motor om het CID en haar omgeving schoner en rijker te maken; functiemenging wordt het nieuwe normaal; karakter van buurt wordt versterkt en niet overal verandering; een raamwerk van reuring, rust en ruis als middel voor een goede balans; door slim te combineren ontstaat ruimte om alle opgaven op te lossen.

De zeven ruimtelijke principes zijn voor de gebiedsontwikkeling van het CID uitgewerkt aan de hand van drie thema's: 1. hoogstedelijkheid (ontmoetingsplaats en focus op verdichting, functiemenging en differentiatie); 2. mobiliteit op menselijke maat (mobiliteitstransitie naar een wandel- en fietsstad); 3. aantrekkelijke en duurzame leefomgeving (focus op klimaatadaptatie en energietransitie). Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de structuurvisie CID. Met de ontwikkeling wordt ingezet op een hoogstedelijk woonwerkmilieu met woningen, bedrijvigheid, commerciële functies en

88

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

maatschappelijke voorzieningen. Het plan levert daarmee een bijdrage aan de invulling van de woningbouwopgave. Daarnaast wordt ingezet op een mobiliteitstransitie, waarbij een autoluw gebied wordt gerealiseerd en ingezet wordt op wandel- en fiets. De ontwikkeling houdt ook rekening met de gevolgen van klimaatadaptatie en energietransitie o.a. door de aanleg van een groen centraal park, daktuinen en een collectief warmte- koudesysteem. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt ten opzichte van de huidige situatie sterk verbeterd, wat de levendigheid in het gebied ten goede komt. In hoofdstuk 4 wordt het planvoornemen uitgebreid toegelicht. 3.4.3

Ontwikkelvisie Laakhavens Hollands Spoor

In maart 2022 is een gebiedsnota voor het gebied Laakhavens Hollands Spoor opgesteld. Dit is een gebiedsgerichte uitwerking van de Structuurvisie CID (RIS 307135) en de Gebiedsagenda College Campus (zie paragraaf 3.4.2). De ontwikkelvisie beschrijft de toekomstige ontwikkeling van het gebied Laakhavens station Hollands Spoor (ten zuiden van het station Hollands Spoor) en vormt het ruimtelijk kader voor individuele ontwikkelinitiatieven en bestemmings- /omgevingsplannen. Het document is zo opgesteld dat de integrale kwaliteit van een gezonde leefomgeving wordt geborgd, passend binnen de ambities voor het CID. De gebiedsnota van uitgangspunten vormt een startpunt voor een ontwikkelproces waarbij het mogelijk is om adaptief te reageren voor nieuwe ontwikkelingen. De vier belangrijkste thema’s voor de ruimtelijke structuur van Laakhavens zijn ‘verdichten’, ‘verbinden’, ‘vergroenen’ en ‘verfijnen’. De ruimtelijke structuur zorgt voor transformatie naar een multifunctioneel gebied waar de menselijke maat centraal staat. Het verfijnen van het stedelijk weefsel, van megablokken naar kleinere stadsblokken en levendige plinten met een afwisselend programma zijn randvoorwaardelijk. Verdichten Het nieuwe Laakhavens is een dynamisch stadsdeel waar wordt gewoond, gewerkt, gestudeerd en geleefd. Het gebied een sterker en aantrekkelijk aanbod aan maatschappelijke en commerciële voorzieningen.

Ook bedrijven en winkels houden hier een plek. Daarbij staat functiemenging voorop, zodat Laakhavens zowel overdag als ‘s avonds levendig en veilig is. Als gevolg van de ontwikkelingen en de aanleg van een centraal park in het gebied, wordt de huidige bedrijfsbebouwing gesloopt. Het toevoegen van nieuwe kleinschalige werk- en bedrijfsruimtes, biedt in de toekomst ruimte voor de creatieve- en maakindustrie. Net afgestudeerden, toekomstige bewoners en omwonenden kunnen hier hun eerste stappen zetten als ondernemer. De woningen zijn stuk voor stuk hoogwaardige nieuwbouwwoningen. Er wordt gebouwd voor een brede doelgroep, waarbij de focus ligt op studenten, starters, samenwonende stellen, empty-nesters, ouderen en stadsgezinnen. Er wordt gebouwd voor mensen die milieubewust zijn en kiezen voor duurzame mobiliteit. De nadruk ligt op compacte woningen, waarmee ingespeeld wordt op het toenemende aantal één- en tweepersoonshuishoudens. Er worden buurtvoorzieningen toegevoegd die aansluiten op de levensstijl van bewoners. Met ontmoetingsplekken waar zorg, onderwijs, sport en cultuur samenkomen. Er zijn in de buurt van de nieuw te bouwen torens en aan het water voldoende plekken om te kunnen ontspannen en leuke dingen te doen. Er wordt ook ingezet op sportmogelijkheden in de openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk, bereikbaar, innovatief en goed zijn voor de gezondheid.

Verbinden Het Laakhavens van 2040 is voor mensen beter verbonden met haar omgeving. Het netwerk voor voetgangers en fietsers wordt uitgebreid en verbeterd. Bestaande straten krijgen een hoogwaardige nieuwe inrichting, de mogelijkheid om veilig over te steken wordt uitstekend en langs de kade komt een aantrekkelijke wandelroute. Met de komst van nieuwe fiets- en voetgangersbruggen over het Laakkanaal en een extra onderdoorgang in de spoordijk ter hoogte van de Koningstraat, ontstaat er een fijnmazig en uitgebreid wandel- en fietsnetwerk. Zo wordt het gebied letterlijk verbonden met de rest van Den Haag en

89

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

levert de ontwikkeling van Laakhavens ook iets op voor de omliggende wijken. Laakhavens verandert van een auto georiënteerde omgeving naar een voetgangersgebied. In het gebied komt meer ruimte voor brede wandelstroken. Pleinen, straten en parken worden het domein van voetgangers, sporters en spelende kinderen. Dat vraagt om een nieuwe structuur voor het autoverkeer. Een aantal doorgaande routes verdwijnt en de auto kan straks niet overal meer komen. Vanaf de centrumring wordt het verkeer zo snel mogelijk naar één van de centrale parkeergarages geleid; de bestaande parkeergarage onder het campusgebied en een nieuwe parkeergarage in Laakhaven Centraal, zowel voor bewoners als bezoekers. De Calandstraat is onderdeel van de centrumring en blijft een hoofdroute voor gemotoriseerd verkeer de stad in. Op de bestaande kruisingen en ter hoogte van het Laakkanaal (Calandkade – Verheeskade) wordt het makkelijker om over te steken. De Waldorpstraat verandert van autoweg naar groene stadsboulevard, met ruimte voor fiets en voetganger en voorzieningen passend bij een hoogstedelijk centrummilieu. De boulevard is ook onderdeel van de verlengde Velostrada; dit is een hoogwaardige snelfietsverbinding die langs het spoor tussen stations Den Haag Hollands Spoor en Den Haag Mariahoeve wordt gerealiseerd en aansluit op de Velostrada richting Leiden.

Vergroenen In het Laakhavens van 2040 heeft ‘hard’ plaats gemaakt voor ‘zacht’. De stadscampus is vergroend, Laakhaven Centraal is verrijkt met een nieuw stadspark, de Waldorpstraat is omgetoverd tot groene stadspromenade en langs de kades van de Trekvliet en het Laakkanaal liggen aantrekkelijke wandelroutes. Daken en gevels van alle nieuwbouwontwikkelingen zijn, conform de Nota Haagse hoogbouw (RIS 322705), ingericht met groen. Zo dragen ook de ontwikkelingen van vastgoedeigenaren bij aan een aantrekkelijk, klimaatbestendig en biodivers gebied. In Laakhavens is iedereen vanuit zijn huis binnen 10 minuten wandelen in het openbaar groen. Het groen is bereikbaar via aangename, autovrije wandel- en fietsroutes en is goed verbonden met groenvoorzieningen buiten het gebied. In Laakhavens komt een nieuw stadspark, in aanvulling op de groene plekken als de Laakwetering, de parkjes in de Schilderswijk en het grote Zuiderpark. Het Park Laakhaven centraal is de nieuwe plek in Laakhavens voor ontspanning en ontmoeting, met sport- en speelfaciliteiten voor verschillende leeftijden en doelgroepen. Verfijnen In het nieuwe Laakhavens hebben de megablokken plaatsgemaakt voor stadsblokken, met op de begane grond functies die bijdragen aan de kwaliteit van straat, plein of park.

Net als in de rest van de Haagse binnenstad, hebben de nieuwe gebouwen een sterke interactie met het leven op de straat. Er is ruimte voor initiatief van bewoners en ondernemerschap dat gezien mag worden. De mix van woningen, winkels, werkruimtes en voorzieningen op de begane grond maakt van Laakhavens een plek waar je kunt struinen en slenteren en waar je met plezier een blokje om gaat. Hieronder is het ruimtelijk raamwerk en programmakaart van Laakhavens opgenomen. Het plan beoogd o.a. een stadspark, kantoren, bedrijvigheid, commerciële voorzieningen, maatschappelijke voorzieningen en wonen.

90

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

Afbeelding 3.1 Programmakaart Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de ontwikkelvisie. In de ontwikkelvisie is aan de hand van de thema’s verdichten, verbinden, vergroenen en verfijnen invulling gegeven aan de gebiedsopgave van Laakhavens Hollands Spoor. Deze thema’s zijn de basis voor de ruimtelijke en programmatische uitwerking van het gebied. In de ontwikkelvisie zijn daartoe een ruimtelijk raamwerk, een globale programmatische uitwerking en enkele themakaarten voor onder andere de groenstructuur en de verkeersontsluiting opgenomen. Deze globale kaders zijn verder uitgewerkt in de ontwikkelstrategie. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij het ruimtelijk raamwerk uit gebiedsnota en de daarin opgenomen programmakaart. Hierbij wordt ingezet op hoogbouw, met ruimte voor diverse voorzieningen (bedrijvigheid, kantoren, commerciële- en maatschappelijke voorzieningen en wonen) in de plint en vergroening o.a. door de aanleg van een centraal park, openbaar groen en daktuinen. Door een slim ontworpen openbare ruimte en mobiliteitstransitie ontstaat voor voetgangers en fietsers een multifunctioneel gebied waar de menselijke maat centraal staat en waar een aantrekkelijke verblijfsruimte ontstaat. Duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn geïntegreerd o.a. door het eerder genoemde park, daktuinen en de aanleg van een collectief warmte-koudesysteem.

In Hoofdstuk 4 wordt het planvoornemen uitgebreid toegelicht. 3.4.4

Beeldkwaliteitsplan Laakhaven Hollands Spoor

Het beeldkwaliteitsplan Laakhavens Hollands Spoor gaat in op de identiteit van het gebied (verleden, heden en toekomst). Waardevolle cultuurhistorische elementen, sporen en verhalen spelen daarin een rol om een Industriële verleden Laakhavens herkenbaar en samenhangend stuk stad te realiseren. Typisch Laakhavens en typisch Haags. Daarbij wordt gekeken hoe nieuwe gebouwen in Laakhavens zich op een eigentijdse manier verhouden tot de bekende Haagse (baksteen) architectuur. Met als aanvullende inspiratie het robuuste industriële verleden van Laakhavens. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft het toekomstige karakter van het gebied. Hierin staat hoe de gebouwen (architectuur) eruit moeten zien. Bijvoorbeeld welke materialen en kleuren gebruikt mogen worden. En aan welke voorwaarden toekomstige projecten moeten voldoen. Het geeft de ontwerpprincipes voor het gebied. Het document is leidraad voor ontwerpers en bevat criteria voor een kwaliteitstoets door bijvoorbeeld de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Het beeldkwaliteitsplan dient, in combinatie met de Welstandsnota Den Haag 2017 als kader voor de ontwikkelingen in het gebied. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het Beeldkwaliteitsplan Laakhavens. In Hoofdstuk 4 wordt het planvoornemen uitgebreid toegelicht.

91

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

3.4.5

Buitenruimteplan Laakhavens Hollands Spoor

De ontwikkelvisie bevat reeds een globaal landschappelijk raamwerk voor Laakhavens. Dit wordt verder uitgewerkt in het Buitenruimteplan Laakhavens Hollands Spoor. Het buitenruimteplan draagt zorg voor een evenwichtige kwalitatieve inrichting en doordachte kwantitatieve verdeling van de openbare ruimte, zowel onder- als bovengronds, en waarborgt hiermee een aantrekkelijke en toekomstbestendige openbare ruimte. Het buitenruimteplan biedt de kaders voor de inrichting van de openbare ruimte waaraan alle toekomstige ontwikkelingen moeten voldoen. Het plan gaat niet alleen over de fysieke invulling van de buitenruimte. Het gaat ook over de fasering van uitvoering zodat gedurende de realisatie en transformatie van het gebied leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid geborgd worden. Het buitenruimteplan is geen eindontwerp, het is een raamwerk waarbinnen de toekomstige ontwerpopgaven uitgewerkt worden. Voor verschillende deelgebieden zal een ontwerptraject van Schets-, Voorlopig en Definitief ontwerp doorlopen worden. Tevens is het een houvast voor ontwikkelaars en hun architecten om tot een ontwerp te komen dat goed aansluit op de openbare ruimte en de kwaliteiten van de context weet te benutten.

De gebiedsontwikkeling van Laakhavens creëert een dynamische en leefbare stedelijke omgeving, waar mensen nu en in de toekomst gezond en met plezier kunnen wonen, werken, leren en verblijven. Bij een gebiedsontwikkeling met de omvang en programma intensiteit van Laakhavens is het vanzelfsprekend dat er een enorme druk en claim gelegd gaat worden op de openbare ruimte. Enerzijds vanuit voorzieningen zoals fietsparkeren, afval en logistiek, anderzijds vanuit de behoefte aan groen, ontmoeten, verblijven, sport en spel. Deze ruimteclaims worden niet alleen bovengronds maar ook ondergronds gelegd. Kabels en leidingen om de gebouwen van voldoende water, data en energie te voorzien moeten concurreren met boomwortels en ondergronds parkeren. Het is een kleine greep uit alle elementen die in het gebied een plek moeten krijgen. Om van Laakhavens een goed functionerend gebied te maken is het buitenruimteplan integraal opgesteld. Keuzes die zijn gemaakt voor de ruimtelijke structuur zijn onlosmakelijk verbonden met het gebruik, en tegelijkertijd zijn ook het type gebruik en de kwaliteit met elkaar verbonden. Het buitenruimteplan is dan ook opgesteld door continu deze 3 begrippen – ruimtelijke structuur, gebruik en kwaliteit - met elkaar af te wegen.

Met deze aanpak vinden alle ambities, onderliggende thema’s en eisen, of het nu gaat om het thema groen, mobiliteit of klimaateisen, een plek in de (ontwerp)principes en zijn deze voor de toekomst geborgd. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past in het buitenruimteplan. In Hoofdstuk 4 wordt het planvoornemen uitgebreid toegelicht.

92

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

3.4.6

Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor

De Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor is een verdere uitwerking van de in 2022 vastgestelde Ontwikkelvisie Laakhavens Hollands Spoor (RIS 31182) en geeft richting aan de gebiedsontwikkeling van Laakhavens. De strategie concretiseert de ruimtelijke en programmatische kaders, de ontwikkelprincipes en fasering, waarbij samenwerking tussen de gemeente en betrokken marktpartijen centraal staat. Met als doel om Laakhavens te transformeren tot een hoogstedelijk, dynamisch gebied met een mix van wonen, werken, studeren en recreëren. De ontwikkelstrategie bestaat uit 2 delen. Het eerste deel beschrijft de opgave voor Laakhavens Hollands Spoor met een uitwerking van het ontwikkelkader. Het tweede deel behandelt de ontwikkelstrategie en de realisatie. Het ontwikkelkader vormt het toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied en bestaat uit de volgende onderdelen: Gebiedsprofielen: Vier deelgebieden met elk een eigen herkenbaar profiel: Laakhaven Centraal, Spoorzone Hollands Spoor (Spoorzone HS), Campuskwartier en Schipperskwartier. Ruimtelijk ontwikkelkader: Een ruimtelijk kader met stedenbouwkundige kaders bestaande uit: een raamwerk, principes voor de openbare ruimte, een massamodel met bouwregels en een plintenkaart. Programmatisch kader: het programmatisch kader voor de verschillende functies en gebruik van gebouwen en openbaar gebied.

Hierbij wordt naast wonen en werken ingezet op maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, zorginstellingen en sportfaciliteiten. Onderdeel van het programmatisch kader is ook een plintenprogramma, gericht op specifieke invulling van functies op cruciale plekken in het gebied. Stedelijk netwerk: een beschrijving van de inpassing van de belangrijkste stedelijke structuren; zoals het groen, stedelijke routes en openbare ruimten, ondergrondse infrastructurele netwerken en het warmte- en afvalsysteem. Verk eerscirculatie en ontsluiting: een beschrijving van de verkeerscirculatie gebaseerd op het ‘stomp-principe’ met principes voor auto- en fietsparkeren en de mobiliteitshub. Duurzaamheid: een beschrijving van de belangrijkste duurzaamheidseisen, waaronder klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit, groen, circulariteit en energieoplossingen. Conclusie De verschillende onderdelen van de ontwikkelstrategie worden nader toegelicht in de beschrijving van het plan (Hoofdstuk 4). Hieruit blijkt de voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de ontwikkelstrategie.

93

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

3.5

Gemeentelijk beleid - sectoraal beleid

3.5.1

Nota Haagse hoogbouw

In juni 2025 is de Nota Haagse hoogbouw vastgesteld (RIS 322705). Deze nota biedt het beoordelingskader voor het ontwerp van hoogbouwprojecten in Den Haag. De Haagse hoogbouwprincipes zijn geclusterd binnen vier thema´s: klimaatbestendig & duurzaam, ruimte & leefbaarheid, mobiliteit & logistiek en voorziening & programma. Elk thema moet binnen de hoogbouwontwikkeling vertegenwoordigd zijn. Locatie specifieke omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat niet alle principes binnen een thema haalbaar of wenselijk zijn. In samenwerking tussen het gemeentelijk projectteam en de initiatiefnemer wordt afgewogen in welke mate principes per thema voor de locatie zullen gelden. Den Haag concentreert hoogbouw voornamelijk rondom OV knooppunten. Het doel is om hoogbouw onderdeel te maken van een beeldbepalend en herkenbaar ensemble dat een belangrijke functie en kwaliteit van het gebied markeert. Niet één hoge toren bepaalt de belangrijkheid van een bepaalde plek, zoals vroeger de kerktoren, maar ensembles van torens bepalen het stadsbeeld. Een dergelijk ensemble kan zorgen voor de herkenning en verbinding van verschillende gebieden. Omdat ieder gebied een andere identiteit en dynamiek heeft, is het nodig om gebiedsspecifieke afwegingen te maken over hoogte en volume en over de architectuur van hoogbouw. Dat vraagt om maatwerk per gebied. Laakhavens is hierin opgenomen.

Haagse hoogbouw is onderdeel van een samengesteld bouwblok, bestaande uit een Haagse laag met daarop torens. Het onbebouwde deel van het dak van de stedelijke laag is een daktuin of tweede maaiveld voor bewoners en gebruikers. De Haagse laag (of stedelijke laag) vormt de stad op ooghoogte. De begane grond en de eerste paar lagen zijn onderdeel van deze Haagse laag. De Haagse laag heeft een hoogte die verschilt per plek in de stad. Door de Haagse laag is er een goede aansluiting op de aangrenzende gebouwen en wordt de continuïteit van wanden, straten en pleinen gestimuleerd. De plint is onderdeel van de Haagse laag en beslaat overwegend de eerste en in sommige gevallen de tweede bouwlaag. Dit deel van het gebouw, én de zone ervoor, is vanaf de straat het meest zichtbaar voor de langslopende voorbijganger. Dit is de plek waar bedrijvigheid, voorzieningen en woningen zich presenteren aan de stad en waar de dynamiek en levendigheid het meest tot uiting komt. De plint is ook de plek waar de interne organisatie en programmering, en de externe organisatie en programmering van de openbare ruimte elkaar ontmoeten en beïnvloeden. Deze relatie heeft grote impact op de omgeving en een vroege uitwerking hiervan in het ontwerp en de situering van nutsvoorzieningen en afvalinzameling met o.a. de publieke partijen is voorwaardelijk.

Belangrijk uitgangspunt is dat het programma van de plint nadrukkelijk bijdraagt aan de kwaliteit van de omgeving van het gebouw. Haagse hoogbouw kenmerkt zich door elegante en zo slank mogelijke torens met een karakteristieke ‘bekroning’ in de vorm van een hoed, pet of een kroon. Slanke torens dragen bij aan een gevoel van lucht, licht en ruimte op straat. Nieuwe hoogbouw moet een toevoeging zijn aan het typerende silhouet van de stad. In de nota is ook opgenomen dat 3% van het totale BVO programma als collectieve ruimte gerealiseerd dient te worden. Afwijken van deze norm is alleen mogelijk met een goed onderbouwd concept en dient ter beoordeling aan de gemeente te worden voorgelegd. Conclusie In de ontwikkeling worden bouwvolumes mogelijk gemaakt die passen binnen de Nota Haagse Hoogbouw. Zie voor een uitgebreide beschrijving Hoofdstuk 4 en meer specifiek paragraaf 4.3, 4.5, 4.6 en 4.10. Voor de toetsing aan de aspecten wind en bezonning wordt verwezen naar Hoofdstuk 5 .

94

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

3.5.2

Agenda Groen voor de stad

In de Agenda Groen voor de Stad (RIS294705) wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leefkwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leefkwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leefkwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte (wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema's: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken.

Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. We streven er naar dat elke (vastgoed)ontwikkeling bijdraagt aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijzen: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnengebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden. Conclusie Het plangebied is in de huidige situatie vrijwel versteend. Voor Laakhaven Hollands Spoor is een buitenruimteplan opgesteld dat rekening houdt met de Agenda Groen voor de stad. Het gebied wordt vergroend, door onder andere de realisatie van een park, openbaar groen en daktuinen. Zie voor een uitgebreide beschrijving Hoofdstuk 4, en meer specifiek 4.3, 4.5, 4.6 en 4.10. 3.5.3

Stedelijke groene Hoofdstructuur

De Stedelijke Groene Hoofdstructuur (SGH) van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt (RIS300506). Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groengebieden) met daartussen de ecologische verbindingszones. Conclusie Het plangebied ligt niet in de Stedelijke groene Hoofdstructuur. Wel maakt het plangebied onderdeel uit van de Hoofdboomstructuur. Zoals eerder aangegeven zal het gebied worden vergroend, conform het buitenruimteplan. Zie voor een uitgebreide beschrijving Hoofdstuk 4, en meer specifiek 4.3, 4.5, 4.6 en 4.10.

95

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

3.5.4

Nota stadsnatuur

De Nota Stadsnatuur is een uitwerking van de Agenda Groen voor de Stad (zie 3.4.2.2) en de opvolger van de Nota Ecologische Verbindingszones 2008-2018 (RIS 159450). De Agenda Groen heeft ten aanzien van biodiversiteit de ambitie om de stad voor mensen, planten en dieren als ecosysteem te laten functioneren. De Agenda Groen beschouwt het netwerk van verbonden groengebieden – de Stedelijke Groene Hoofdstructuur – als basis voor natuur in de stad, zet in op het creëren van gunstige vestigingscondities voor planten en dieren en streeft naar biotopen met een zo groot mogelijke soortenrijkdom. In de nota wordt hier uitwerking aan gegeven door in te zoomen op de inrichting en het beheer van het groenblauwe netwerk, zowel boven als onder water. Een groene stad heeft veel te bieden aan inwoners. Bomen en planten zorgen immers voor verkoeling tijdens warme zomers en bieden een aangename plek voor bewoners om te verblijven. Een groene stad is ook beter toegerust om mee te bewegen op veranderingen in het klimaat, zoals uitschieters in temperaturen en neerslag. Een stad waar veel verschillende planten- en diersoorten zoals vlinders en vogels voorkomen, blijkt positief te zijn voor het welzijn van mensen. Een hoge biodiversiteit zorgt ervoor dat lastige soorten minder kans krijgen en er genoeg natuurlijke vijanden zijn om plaagsoorten in toom te houden.

Conclusie Zoals onder 3.5.2 is aangegeven maakt het plangebied geen onderdeel uit van een ecologische verbindingszone. Het TAM-plan past daarmee binnen de Nota Stadsnatuur. Zie voor een uitgebreide beschrijving Hoofdstuk 4, en meer specifiek 4.3, 4.5, 4.6 en 4.10. 3.5.5

Nota stadsbomen

Met de nota Stadsbomen 'Leefkwaliteit voor de stad' (RIS307827) wordt de ambitie uit de Agenda groen voor de stad, om door middel van groenbeleid bij te dragen aan een zo hoog mogelijke leefkwaliteit in de stad, concreet gemaakt. De Nota stadsbomen bevat twee hoofddoelen: 1. een toekomstbestendig Haags stadsbomennetwerk; 2. het verhogen van de ecosysteemdiensten door te streven naar meer kroonoppervlak in de stad. De nota Stadsbomen vormt een drieluik samen met het Routeboek stadsbomen in beheer en het Routeboek stadsbomen in projecten. De nota geeft de ambitie, visie en hoofduitgangspunten aan. In de routeboeken zijn deze concreet gemaakt en nader uitgewerkt. In de Algemene Plaatselijke Verordening is de bescherming van bomen vastgelegd. Volgens de Algemene plaatselijke verordening (APV) van Den Haag, artikel 2.80 e.v., is voor het kappen van bomen een omgevingsvergunning nodig (RIS 174540). Door deze bescherming kunnen belangen zorgvuldig worden afgewogen voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven dan wel geweigerd. Daarnaast is een mogelijkheid opgenomen om monumentale bomen aan te wijzen. Monumentale bomen hebben een hogere beschermingsstatus. Voor een volledig overzicht van de monumentale bomen in Den Haag is op de website van de gemeente Den Haag de meest actuele lijst en kaart terug te vinden. Conclusie In het plangebied staan nu diverse bestaande bomen.

In het plan wordt in lijn met het buitenruimteplan uitgegaan van een één of meerdere bomenrijen op de belangrijkste wegen in het gebied. Het TAM-omgevingsplan past daarmee binnen de kaders van de Nota Stadsbomen. Zie voor een uitgebreide beschrijving Hoofdstuk 4, en meer specifiek 4.3, 4.5, 4.6 en 4.10.

96

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

3.5.6

Natuurinclusief bouwen

De gemeente Den Haag wil natuurinclusief bouwen in de stad bevorderen (RIS 321843). Enerzijds gaat het om het verbeteren van de leefomstandigheden van huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit zijn soorten die onder druk staan doordat gebouwen tegenwoordig zo gebouwd worden dat deze soorten geen nestelgelegenheden meer hebben. Anderzijds gaat het om een veel bredere opgave om meer natuurlijk groen in de directe woonomgeving toe te passen. Door de verdere stedelijke verdichting die door de verwachte bevolkingsgroei zal plaatsvinden is deze opgave extra actueel. Daarom wil de gemeente Den Haag aandacht voor het toevoegen van groen (met natuurwaarden) op en aan gebouwen, op binnenterreinen en in de openbare ruimte. Welke natuurinclusieve maatregelen bij een bouwproject moeten worden toegepast, staat beschreven in het instrument 'Puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen (RIS 321843). Conclusie Met het plan wordt een ontwikkeling mogelijk gemaakt waarbij het Puntensysteem voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen van toepassing is. Het gaat om een grootstedelijk project gelegen in stadszone 'Gebieden met hoogbouw en grootschalige bebouwing'. Hierdoor dient het te behalen aantal punten voor daken/gevels, verblijf en omgeving minimaal resp. 6, 4 en 6 punten te zijn. Voor Laakhaven Centraal is gekozen voor het instrument van een ambitieweb.

Hierin zijn de diverse maatregelen opgenomen. Deze punten kunnen behaald worden met de maatregelentabel opgenomen in het Puntensysteem voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. Zie voor een uitgebreide beschrijving Hoofdstuk 4, en meer specifiek 4.3, 4.5, 4.6 en 4.10.

97

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Laakhaven Centraal (ontwerp)

3.5.7

Verkeer en infrastructuur

Algemeen In de afgelopen jaren is uitvoering gegeven aan het verkeers- en vervoersbeleid zoals vastgelegd in de “Haagse Nota Mobiliteit” (Rv 115 - 2011; RIS 180762). De visie in de nota is er op gericht van Den Haag een duurzaam bereikbare en een leefbare stad te maken door ervoor te zorgen dat reizigers een bewuste keuze kunnen maken voor de vervoerwijze en de route die het beste bij hen past. Daarvoor zijn en worden nog steeds investeringen gedaan voor een verbetering van het openbaar vervoer en de fiets, goede voorzieningen voor voetgangers, en bundeling en ordening van het autoverkeer. In 2019 is door het college van burgemeester en wethouders de Mobiliteitstransitiebrief gepresenteerd als een vervolg op de Haagse Nota Mobiliteit (RIS 302361). Den Haag groeit sneller dan ten tijde van de HNM werd verwacht. Het verkeer wordt drukker en er is steeds minder ruimte in de stad. Om Den Haag ook in de toekomst leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden moet er anders worden gekeken naar en omgegaan worden met mobiliteit. De mobiliteitstransitie is de noodzakelijke doorontwikkeling om de stad leefbaar, bereikbaar en verkeersveilig te houden. In 2040 moet mobiliteit schoon, veilig, efficiënt, betaalbaar, verbonden en op maat zijn. De mobiliteitstransitie van Den Haag zet in op mobiliteit die past bij een verdichtende stad.

Dat wil zeggen dat veilig, ruimte-efficiënt en schoon vervoer prioriteit krijgt. Voornamelijk lopen, fietsen en OV dus. Op die manier zorgen we voor minder verkeersslachtoffers, een aantrekkelijkere openbare ruimte en een klimaatvriendelijke en gezonde stad. Het alternatief is dat de wegen van de stad dichtslibben, de luchtkwaliteit verslechtert en automobiliteit steeds meer schaarse openbare ruimte vraagt. Een scenario dat niet past bij de ambities om de stad bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. De ideeën en plannen voor de Haagse mobiliteitstransitie staan in de nieuwe Strategie Mobiliteitstransitie 2022 – 2040 (RIS 310664) als vervolg op de Hoofdlijnenbrief mobiliteitstransitie. Hierin staat hoe de Haagse mobiliteit er in 2040 uit ziet en hoe de gemeente de mobiliteitstransitie wil versnellen. Conclusie Het plan is deel van ambitie van de Compacte Stad waarin Den Haag kiest voor het verdichten binnen de bestaande grenzen. Door in te zetten op een compacte stad worden de mobiliteits- en bereikbaarheidsopgaven van een leefbare stad en regio verbonden. In deze stad is nabijheid – en niet snel lange afstanden kunnen afleggen – leidend voor bereikbaarheid. Dan zijn de afstanden korter en worden ze vaker afgelegd te voet, met de fiets of met het OV. Ook wordt de bestaande infrastructuur zo beter benut omdat meer mensen zich erover kunnen verplaatsen.

Het is de ambitie om de groei van mobiliteit in een groeiende stad op te vangen zonder een toename van het autoverkeer. Het plangebied valt onder het CID. Voor het CID heeft de gemeenteraad ingestemd met de structuurvisie met daarin een pakket aan, onder andere, verkeersmaatregelen. In dit plangebied betreft dat een verbetering van de loop- en fietsroutes en het weren van doorgaand verkeer via de Waldorpstraat. Daarnaast is door de raad besloten tot een aangescherpt parkeerbeleid voor het CID waarmee het autobezit en autogebruik in het CID kan worden beperkt (RIS 306160). Openbaar vervoer Het openbaar vervoer speelt een belangrijke rol als drager van ruimtelijke ontwikkelingen. Het dient te zorgen voor aantrekkelijke en snelle vervoerstromen tussen woon- en werklocaties, naar het centrum en andere belangrijke attractiepunten. De komende jaren staan binnen de gemeente Den Haag ingrijpende verbeteringen van het openbaar vervoer op stapel. Dat gebeurt aan de hand van de toekomstplannen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voor het openbaar vervoer. Deze ambitieuze plannen onder de naam 'Netwerk RandstadRail' gaan onder meer over het geschikt maken van bestaande tramlijnen voor breder trammaterieel en de aanleg van P+R-terreinen bij diverse stations. Autoverkeer

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16412028/1