CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323996 Bijlage Definitief rapport aanpak moslimdiscriminatie Den Haag

Commissie Samenleving 11 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken9.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag Een verkenning naar initiatieven

Colofon Auteurs: Anila Bytyçi, Camelia Nechar, Fayaaz Joemmanbaks, Jeroen Vlug Eindredactie: Joke Martens Juni 2025 © Movisie Te downloaden via: www.movisie.nl. In opdracht van Gemeente Den Haag. Overname van tekst is toegestaan onder voorwaarde van bronvermelding: © Movisie, Utrecht, 2025. Overname van afbeeldingen, foto’s en illustraties is niet toegestaan. De personen op de foto hebben niet altijd een relatie met de tekst.

Movisie: kennis en aanpak van sociale vraagstukken Movisie is hét landelijk kennisinstituut voor een samenhangende aanpak van sociale vraagstukken. Samen met de praktijk ontwikkelen we kennis over wat echt goed werkt en passen we die kennis toe. De unieke rol van Movisie is het versnellen van leerprocessen. We zijn alleen tevreden als we een duurzame positieve verandering voor mensen in een kwetsbare positie realiseren. Kijk voor meer informatie op www.movisie.nl.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

2

INHOUDSOPGAVE Samenvatting

4

Inleiding

5

1

Methode

8

1.1. Werving en respons

8

1.2. Samenstelling topiclijst

8

1.3. Uitvoering en analyse interviews

9

1.4. Beperkingen van het onderzoek

9

Resultaten

10

2.1 Waarnemingen en signalen van moslimdiscriminatie

10

2.2 Aanpak en activiteiten

12

2.2.1 Wat werkt?

12

2.2.2 Uitdagingen

15

2

2.3 Behoeften, perspectieven en samenwerking

16

3

Conclusie

19

4

Aanbevelingen

21

Bibliografie

25

Bijlage 1 – Topiclijst

26

Bijlage 2 – Initiatieven

27

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

3

SAMENVATTING Het onderzoek Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag had als doel om verkennend inzicht te verkrijgen in het landschap van Haagse initiatieven en organisaties die zich inzetten tegen moslimdiscriminatie of daartoe bereid zijn. De inzichten dragen bij aan de doorontwikkeling van lokaal antidiscriminatiebeleid in Den Haag. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van een kwalitatieve methode, bestaande uit drie fasen: deskresearch, diepte-interviews en een thematische analyse. Er zijn in totaal dertien initiatieven en organisaties gesproken waarbij geprobeerd is verschillende perspectieven binnen en buiten de moslimgemeenschap mee te nemen. Deze variëren van religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen tot maatschappelijke organisaties, buurtinitiatieven en een onderwijsinstelling. Uit de resultaten blijkt dat de initiatieven, organisaties en gemeenschappen zich richten op zowel directe als indirecte activiteiten tegen discriminatie, waaronder bewustwording, ontmoeting en dialoog, kennisdeling, empowerment en het bieden van steun aan slachtoffers. De organisaties zien kansen in het bevorderen van verbinding, het uitdragen van gedeelde normen en waarden en het stellen van sociale normen.

Tegelijkertijd ervaren zij ook uitdagingen, zoals het betrekken van diverse groepen binnen de gemeenschap, het opbouwen van een vertrouwensband met de gemeente en het omgaan met weerstand bij het benoemen van moslimdiscriminatie. In de samenwerking met de gemeente benadrukken de initiatieven dat er behoefte is aan een duurzame samenwerking met structurele financiële ondersteuning. Emotionele betrokkenheid en een verbindende rol vanuit de gemeente worden als belangrijk gezien. Initiatieven worden graag gewaardeerd voor hun kennis en expertise, waarbij sprake is van een gelijkwaardige samenwerking met gezamenlijke verantwoordelijkheid. Er zijn op basis van de behoeften en ervaringen van de organisaties verschillende aanbevelingen geformuleerd voor de gemeente Den Haag. Allereerst is het belangrijk om aan te sluiten bij bestaande netwerken van religieuze en levensbeschouwelijke instellingen om samenwerking te versterken. Respondenten geven aan dat zij het waarderen als de gemeente zichtbaar aanwezig is en zelf initiatief toont in het aangaan van contact met gemeenschappen. Daarnaast is het van belang om rekening te houden met de diversiteit binnen de moslimgemeenschap. Zorg ervoor dat verschillende (sub)groepen vertegenwoordigd zijn en dat er rekening wordt gehouden met mogelijke uitdagingen, zoals onderlinge uitsluiting.

Er wordt aanbevolen om als gemeente een sociale norm te stellen dat (moslim)discriminatie niet getolereerd wordt. Het laten ondertekenen van een pact of manifest kan bijdragen aan het stellen van een norm en het stimuleren van personen tot actie. Om samenwerking tussen diverse gemeenschappen te bevorderen, kan de gemeente gezamenlijke projecten initiëren die gedeelde normen en waarden benadrukken. Dialoogbijeenkomsten en een fysieke ontmoetingsplek kunnen ontmoeting en samenwerking stimuleren, waarbij actiegerichtheid belangrijk is. Het opbouwen van een vertrouwensband vraagt tijd, herhaalde inzet en actieve betrokkenheid vanaf de start. Investeer daarom structureel in relaties met verschillende initiatieven. Tot slot kan de gemeente investeren in communicatiemiddelen en campagnes, om counter-stereotypen te bevorderen. Per aanbeveling zijn er in het rapport concrete actiepunten en stappen opgenomen die de gemeente Den Haag zou kunnen implementeren en uitvoeren binnen de doorontwikkeling van het lokaal antidiscriminatiebeleid.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

4

INLEIDING Discriminatie op grond van religie is een structureel maatschappelijk probleem dat diepe sporen nalaat in het leven van individuen en in de sociale cohesie van gemeenschappen. Moslimdiscriminatie vormt hierin een specifieke en groeiende uitdaging. Moslims in Nederland ervaren stelselmatig uitsluiting, stereotypering en ongelijke behandeling (SCP, 2020), onder meer op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en in contact met publieke instellingen. Deze discriminatie uit zich in expliciete religieuze vijandigheid, maar ook in subtielere vormen van uitsluiting op basis van uiterlijk, naam of veronderstelde migratieachtergrond. In de praktijk lopen religieuze en raciale discriminatie vaak door elkaar. Volgens de European Union Agency for Fundamental Rights (FRA, 2023) ervaart circa de helft van de Europese moslims discriminatie, met bovengemiddeld hoge cijfers in Nederland. Het SCP (2020) rapporteerde dat 55% van de Nederlandse moslims het afgelopen jaar discriminatie op basis van geloof ervoer. De uitsluiting is zelden een op zichzelf staand incident, maar wordt vaak versterkt door institutionele processen en dominante beeldvorming. Onderzoek toont aan dat deze uitsluiting uiteenlopende vormen aanneemt. Zo rapporteerden Bauma en De Ruig (2015) dat 61% van de docenten getuige was van beledigend of fysiek gedrag richting moslims. Di Stasio et al.

(2019) lieten zien dat sollicitanten met een islamitische achtergrond of vermelding van islamitische organisaties op hun cv minder kans maken op een uitnodiging. Ook moslimvrouwen met een hoofddoek ondervinden structurele discriminatie bij werving en selectie (Fernández-Reino et al., 2022). De maatschappelijke impact hiervan is aanzienlijk. Moslimdiscriminatie heeft een ontwrichtend effect op het vertrouwen in instituties en vormt een belemmering voor sociale veiligheid en participatie (Essed, 2020). Deze bevinding werd recent bevestigd in een peiling onder moskeegemeenschappen over hun vertrouwen in de overheid (Vlug et al., 2025). Tegelijkertijd zijn er steeds meer organisaties en burgerinitiatieven die zich inzetten tegen deze vorm van uitsluiting. Voor effectief beleid is lokaal inzicht essentieel. De gemeente Den Haag wil beter zicht krijgen op actieve organisaties en burgerinitiatieven tegen moslimdiscriminatie. Dit onderzoek biedt een overzicht van deze actoren en hun behoeften, als basis voor mogelijke ondersteuning en samenwerking. Het onderzoek sluit aan bij de gemeentelijke nota Inclusief Samenleven: Allemaal anders, iedereen Haags (2024).

Achtergrond en context Den Haag is een diverse, internationale stad met een aanzienlijke moslimpopulatie. Tegelijkertijd blijkt uit signalen van organisaties, meldpunten en onderzoek dat ook in Den Haag moslimdiscriminatie voorkomt, in uiteenlopende vormen en situaties. In de beleidsnota Inclusief Samenleven (Gemeente Den Haag, 2024) onderkent de gemeente dat specifieke groepen, waaronder moslims, structureel te maken hebben met uitsluiting en discriminatie. De nota formuleert gerichte ambities voor onder meer de aanpak van moslimdiscriminatie en benadrukt het belang van gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, organisaties en inwoners. Co-creatie en samenwerking met betrokken gemeenschappen vormen hierin belangrijke uitgangspunten.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

5

De gemeente wil het antidiscriminatiebeleid rondom moslimdiscriminatie versterken, in nauwe samenwerking met lokale moslimgemeenschappen, burgerinitiatieven en maatschappelijke organisaties. Daartoe is beter inzicht nodig in welke initiatieven er zijn en welke ondersteuning zij nodig hebben. Momenteel ontbreekt dit overzicht grotendeels. In dit rapport spreken we bewust over ‘moslimgemeenschappen’ in het meervoud, om recht te doen aan de interne diversiteit van etnische en culturele achtergronden, genderverhoudingen en islamitische stromingen in Den Haag. Ervaringen met discriminatie verschillen sterk naar gelang zichtbaarheid, positie en herkenbaarheid binnen de samenleving.

Doel en relevantie van het onderzoek Met het onderzoek Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag wil de gemeente Den Haag, in samenwerking met kennisinstituut Movisie, verkennend inzicht verkrijgen in het landschap van Haagse initiatieven die zich inzetten tegen moslimdiscriminatie. De uitkomsten van dit onderzoek moeten bijdragen aan de ontwikkeling van responsief en effectief lokaal antidiscriminatiebeleid, waarbij de inbreng en behoeften van betrokkenen leidend zijn. Door middel van kwalitatief onderzoek wordt beoogd om de belevingswereld, ervaringskennis en aanbevelingen van betrokken organisaties in kaart te brengen. Het onderzoek sluit aan bij een bredere tendens binnen het sociaal beleid waarbij co-creatie met gemeenschappen in een kwetsbare positie als essentieel wordt beschouwd voor duurzame beleidsontwikkeling. Co-creatie biedt niet alleen een manier om beleid beter te laten aansluiten bij de leefwereld van burgers, maar creëert ook draagvlak en versterkt het vertrouwen tussen overheid en gemeenschap.

Aanpak en uitvoering De aanpak van moslimdiscriminatie vraagt om betrokkenheid van gemeenten, die op lokaal niveau een belangrijke rol spelen bij signalering, samenwerking en ondersteuning van gemeenschappen. Movisie beschrijft in de handreiking Geen ruimte voor discriminatie (Asante et al., 2022) hoe gemeenten hun rol effectief kunnen invullen, onder andere via gerichte bewustwordingsacties, versterking van initiatieven van onderop en structurele samenwerking met sleutelfiguren uit moslimgemeenschappen. De gemeente Den Haag sluit met dit onderzoek aan op die inzichten. De opdracht is gegund aan Movisie, landelijk kennisinstituut voor sociale vraagstukken, vanwege diens ruime ervaring met empirisch onderzoek naar inclusie, discriminatie en participatie. Movisie beschikt daarnaast over een sterk netwerk in het maatschappelijk veld en werkt vanuit een co-creatieve benadering die uitgaat van de kennis en ervaring van betrokken gemeenschappen. De organisatie publiceert regelmatig over moslimdiscriminatie, islamofobie en institutioneel racisme (zie o.a. Vlug et al., 2025; Felten & Vlug, 2023; Asante et al., 2022; Vlug & Felten, 2022; Felten et al., 2021; Kovács & Felten, 2020). Voor dit onderzoek verzorgde Movisie het ontwerp, de uitvoering en de rapportage.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

6

Onderzoeksvragen Het onderzoek richt zich op het beantwoorden van de volgende vijf hoofdvragen: 1. Welke burgerinitiatieven en maatschappelijke organisaties zetten zich in Den Haag in voor de aanpak van moslimdiscriminatie? 2. Welke kansen en uitdagingen ervaren deze initiatieven bij de aanpak van moslimdiscriminatie? 3. Wat zijn volgens deze initiatieven goede en minder goede manieren om moslimdiscriminatie aan te pakken? 4. Welke behoeften hebben deze initiatieven en organisaties als het gaat om mogelijke ondersteuning vanuit de gemeente? 5. Hoe kan de gemeente Den Haag moslimdiscriminatie effectief aanpakken en daarbij aansluiten op de behoeften van initiatieven en organisaties op dit terrein?

Leeswijzer In hoofdstuk 1 van dit rapport lichten we de onderzoeksmethode toe. We gaan hier in op de gekozen methoden, de werving en respons, de samenstelling van de topiclijst, de uitvoering en analyse en ook de beperkingen van het onderzoek. In hoofdstuk 2 gaan we in op de resultaten van de interviews. Daar gaat het over waarnemingen en signalen van moslimdiscriminatie door respondenten, welke aanpakken en activiteiten initiatieven al inzetten en wat werkt en wat uitdagingen zijn, en de behoeften en perspectieven op een samenwerking met andere initiatieven en de gemeente. In hoofdstuk 3 geven we een conclusie van alle resultaten en in hoofdstuk 4 staan onze aanbevelingen.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

7

1 METHODE Voor dit onderzoek is gekozen voor een kwalitatieve benadering, bestaande uit drie fasen: (1) deskresearch, (2) diepte-interviews met sleutelfiguren uit het veld, en (3) thematische analyse. Deze methode is gekozen vanwege het verkennende karakter van het onderzoek en de behoefte om de complexe, contextgebonden ervaringen van de doelgroep nauwkeurig te begrijpen (Mortelmans, 2020). Tevens wordt gebruikgemaakt van een ‘linking pin’-aanpak waarbij relevante inzichten en contacten uit andere discriminatieprojecten in Den Haag worden benut om kruisbestuiving en versterking van kennis te realiseren. Als linking pin tussen twee onderzoeksprojecten, één over moslimdiscriminatie en één over anti-Aziatisch racisme, was dezelfde onderzoeker van Movisie betrokken bij beide trajecten. Vanuit een intersectioneel perspectief raken beide thema’s moslims met een Aziatische achtergrond. De rol van de linkinig pin bestond uit het bewaken van de afbakening en unieke doelstellingen van elk project, terwijl er ook kansen onderzocht zijn voor inhoudelijke kruisbestuiving. Zo kwamen vergelijkbare interventies en zelforganisaties in beeld, die tot nu toe vooral geïsoleerd van elkaar opereren. In beide onderzoeken is een netwerk in kaart gebracht dat nu mogelijk meer verbinding en samenwerking kan vinden.

1.1

Werving en respons

De werving voor deze verkenning is doelgericht verlopen. In eerste instantie hebben de onderzoekers de sociale kaart van Den Haag geraadpleegd om in beeld te brengen welke initiatieven actief zijn op het gebied van moslimdiscriminatie en bredere thema’s rondom diversiteit en inclusie. Op basis hiervan zijn 78 initiatieven geselecteerd die inhoudelijk aansloten bij het onderwerp van de verkenning. Daarbij is bewust gekozen voor een mix van verschillende typen organisaties: initiatieven die zich expliciet richten op moslimdiscriminatie, maar ook bredere diversiteitsinitiatieven, moskeeën en moskeekoepels en niet-islamitische levensbeschouwelijke initiatieven zijn meegenomen in deze eerste selectie. Vervolgens is in overleg met de gemeente Den Haag gebrainstormd over de relevantie van deze initiatieven voor de verkenning. Er is daarbij gelet op diversiteit in type organisaties, waaronder moslimorganisaties, andere levensbeschouwelijke of religieuze organisaties, buurtinitiatieven, trainingsbureaus en onderwijsinstellingen. Ook is gekeken naar de mate waarin organisaties al actief zijn rond het tegengaan van (moslim)discriminatie, of bereid zijn zich daarmee bezig te houden. Op basis van deze criteria zijn uiteindelijk 32 organisaties geselecteerd en benaderd voor deelname aan een interview.

Van deze groep hebben uiteindelijk 13 organisaties daadwerkelijk deelgenomen aan een interview.

1.2

Samenstelling topiclijst

De topiclijst is opgesteld op basis van de centrale onderzoeksvragen van deze verkenning (zie inleiding). In lijn daarmee zijn vier hoofdthema’s geformuleerd: (1) signalen en vormen van moslimdiscriminatie in Den Haag, (2) aanpak en ervaringen van organisaties, (3) behoeften ten

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

8

aanzien van ondersteuning en samenwerking met de gemeente, en (4) bestaande netwerken en initiatieven. Per thema zijn open, verkennende vragen opgesteld om zicht te krijgen op ervaringen, perspectieven en behoeften van betrokken organisaties. De vragen zijn bewust breed geformuleerd, zodat er ruimte was voor eigen invulling en verdieping tijdens de interviews. In bijlage 1 staat de volledige topiclijst die is gebruikt tijdens de interviews.

1.3

Uitvoering en analyse interviews

De interviews bestonden uit 1-op-1 online diepte-interviews en hadden een semigestructureerd karakter, gebaseerd op de hierboven genoemde topiclijst. Elk interview duurde maximaal één uur. Vooraf gaven de respondenten via een toestemmingsformulier schriftelijk toestemming voor deelname. Als dank voor hun tijd ontvingen zij na afloop een cadeaubon ter waarde van 50 euro. De interviews zijn opgenomen en getranscribeerd via Teams en geanalyseerd met behulp van een vooraf opgesteld analyseschema. Hierdoor hebben we patronen en thema's kunnen identificeren, die de basis vormen voor de resultaten en aanbevelingen in dit rapport. Twee onderzoekers hebben de interviews afgenomen, verslagen uitgewerkt en gecodeerd. Een andere onderzoeker heeft de codeboom opgesteld. De rapportage is gezamenlijk geschreven door het projectteam aan de hand van het analyseschema.

1.4

Beperkingen van het onderzoek

De gemeente heeft enige invloed gehad op de selectie van de initiatieven die we gemaakt hebben om te spreken. Omdat we vooraf in gesprek met hen zijn gegaan, waarin ze hebben aangegeven welke organisaties prioriteit kennen (bijvoorbeeld omdat ze nog niet in beeld waren), hebben ze voor een deel de werving van het onderzoek aangestuurd. We hebben echter een weloverwogen keuze gemaakt door ook organisaties of initiatieven te spreken waar de opdrachtgever minder prioriteit aan gaf. Daarnaast zijn een beperkt aantal organisaties landelijk georiënteerd en niet (alleen) in Den Haag specifiek actief. Door deze organisaties of initiatieven te spreken, hebben we echter bredere perspectieven toegevoegd. In de interviews hebben we ook zoveel mogelijk geprobeerd om de link te leggen naar de Haagse context. Tot slot hebben we verschillende groepen binnen de moslimgemeenschappen benaderd, zoals Afghaanse of Pakistaanse moslims, maar ook Alevitische moslims. Deze groepen hebben we uiteindelijk niet kunnen bespreken, maar ook hun perspectieven nemen we graag mee in een eventueel vervolgonderzoek.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

9

2 RESULTATEN 2.1

Waarnemingen en signalen van moslimdiscriminatie

Uit de gesprekken met respondenten komt naar voren dat moslimdiscriminatie veelzijdig is. Het speelt zich af binnen verschillende domeinen, zoals onderwijs, zorg, arbeidsmarkt en woningmarkt. Respondenten geven aan dat het hier niet alleen gaat om toegang tot, maar ook om ervaringen binnen deze systemen. Vooroordelen, uitsluiting en onbegrip spelen hier een belangrijke rol. Een respondent gaf aan dat er een mate van onbegrip is over religieuze en/of culturele normen en waarden, bijvoorbeeld bij ouderen in zorginstellingen. Ook in de publieke ruimte, politiek, media en online is er sprake van discriminatie. Een respondent die zich bezighoudt met trainingen gaf aan dat in wijken of tijdens buurtinitiatieven moslims soms worden geweigerd of genegeerd. Naast individuen worden moskeeën en haar bezoekers steeds vaker doelwit van discriminatie in de vorm van vandalisme, vernieling en haatuitingen. Enkele respondenten, actief binnen besturen van moskeekoepels, gaven aan dat de benadering van moslims door gemeenten soms als stigmatiserend wordt ervaren. Zo gaf een respondent aan dat het contact met de gemeente vaak verloopt via afdelingen die zich richten op veiligheid en handhaving, terwijl dit bij andere religieuze instellingen niet altijd het geval is.

In datzelfde kader benoemde een andere respondent dat de islam en moslims vaak worden neergezet als veiligheidskwestie, in plaats van als volwaardig onderdeel van de samenleving. 1

Discriminatie onder moslimjongeren Meerdere respondenten gaven aan regelmatig signalen te ontvangen van jongeren die zowel tijdens hun zoektocht naar een stageplek als op de werkvloer te maken krijgen met discriminatie. Een respondent werkzaam in het onderwijs gaf aan dat stagediscriminatie in Den Haag het meest voorkomt op basis van huidskleur en religie, met name gericht op moslims. Opvallend is dat deze discriminatie ook voorkomt in sectoren met grote personeelstekorten. In het onderwijs krijgen moslimjongeren en hun ouders ook te maken met discriminatie en vooroordelen. Bijvoorbeeld studenten die niet mogen bidden op school of onbegrip vanuit scholen wanneer ouders het onderwerp ‘Lentekriebels’ ter sprake willen brengen. Uit de interviews komt naar voren dat discriminatie onder jongeren vaak wordt gebagatelliseerd en genormaliseerd, waarbij discriminerende opmerkingen regelmatig worden afgedaan als grap. Dit soort discriminerende grappen zijn een vorm van microagressies – opmerkingen die mensen als ‘anders’ neerzetten en een bepaalde subtiliteit kennen (Felten et al., 2024). Een respondent die werkt met jongeren binnen verschillende projecten gaf ook aan dat er een taboe leeft op het benoemen van discriminatie. Discriminerende en denigrerende opmerkingen worden door jongeren overgenomen, soms van voorbeeldfiguren zoals docenten.

Dit draagt bij aan internalisering, waardoor discriminatie niet altijd meer wordt herkend of serieus genomen. ‘Dat proces wat je ziet, is dus dat zij dan denken dat het heel normaal is om een grapje te maken daarover, waardoor ze dus elkaar gaan discrimineren. Ik kende bijvoorbeeld een groepje jongeren die vrienden zijn van elkaar. Binnen de groep vinden ze het heel leuk om elkaar te discrimineren. [...]’

1 Dit perspectief komt ook naar boven in de recent gepubliceerde peiling over de vertrouwensrelatie tussen

moskeebesturen en de overheid (Vlug et al., 2025).

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

10

Media en politiek: negatieve beeldvorming en normalisering Een ontwikkeling die meerdere respondenten opvalt, is dat discriminerend taalgebruik, houding en gedrag steeds meer genormaliseerd raken. In de politiek en de media komen discriminerende en stigmatiserende uitspraken steeds vaker voor. Negatieve beeldvormingen, het benoemen van tegenstellingen en verlies van wederzijds respect versterken een samenleving waarin openlijke moslimdiscriminatie en -haat genormaliseerd raakt. Respondenten benoemen dat een tegengeluid ontbreekt. 'Van individuen krijgen we te horen dat ze, online sowieso, maar ook dat ze veel meer op straat te maken krijgen met discriminatie. Achterna worden geroepen met lelijke discriminerende woorden. Het sentiment is dat het veel meer wordt genormaliseerd door de overheid, omdat de overheid bijna zelf dit taalgebruik gebruikt en niet opkomt en het niet tegenspreekt als dat taalgebruik wordt gebruikt. Dat het onder de bevolking genormaliseerd wordt en het zelf ook gaan doen.'

Meervoudige vormen van uitsluiting Uit de gesprekken komt naar voren dat verschillende vormen van discriminatie elkaar versterken en samenkomen. Vrouwen, non-binaire personen en queer personen ervaren vaak versterkte vormen van moslimdiscriminatie, voortkomend uit zowel hun moslimidentiteit als het niet-cisgender of man zijnde. Respondenten gaven aan dat moslima's met een hoofddoek regelmatig te maken krijgen met straatintimidatie of discriminatie op de arbeidsmarkt. Een respondent werkzaam in het onderwijs deelde een voorbeeld van haar collega die na de afgelopen verkiezingsuitslag in Nederland aan haar hoofddoek werd getrokken en er een discriminerende opmerking werd gemaakt. Een andere respondent die meldingen en signalen van moslimdiscriminatie ontvangt en registreert, gaf de voorbeelden van bedrijven die vrouwen met een hoofddoek discrimineren tijdens sollicitatieprocedures en meisjes met een hoofddoek die discriminatie ervaren tijdens de zoektocht naar een stage. Queer moslims ervaren vormen van discriminatie die samenhangen met zowel anti-moslimracisme als discriminatie van lhbtiqa+ personen. Binnen het veld tegen moslimdiscriminatie benoemen respondenten dat nog niet alle diverse perspectieven vertegenwoordigd zijn, zoals die van moslimvrouwen en queer moslims.

Verschillen in generaties Tijdens de gesprekken is meermaals aan bod gekomen dat respondenten verschillen ervaren tussen moslimgeneraties en de verwachtingen of behoeften die zij hebben. Respondenten maken vooral onderscheid tussen de eerste generatie en de jongere generaties moslims. Jongere generatie moslims spreken zich vaker uit over wat er speelt in de samenleving, bijvoorbeeld als het discriminatie betreft. Een moskeekoepel merkt op dat jongere generaties vaak beter begrijpen hoe het systeem rondom discriminatie en uitsluiting werkt en dat zij niet per definitie overal dankbaar voor hoeven te zijn. Dit verschil is ook merkbaar binnen besturen van moskeekoepels, benoemt de respondent. ‘De eerste generatie was vooral bezig met overleven. Dat is een verschil met jongeren die hier geboren en getogen zijn, een hoge opleiding hebben, een plek in de samenleving hebben en de samenleving mede vormgeven. Dat is ook een nieuwe generatie die zich uitspreekt over wat er speelt in de samenleving. Als ze worden gediscrimineerd, dan spreken ze zich uit en accepteren ze dat niet zomaar.’

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

11

Interne diversiteit Verschillende respondenten wijzen op de interne diversiteit binnen moslimgemeenschappen, waarbij zij aangeven dat onderlinge verschillen – bijvoorbeeld in religieuze stroming, culturele achtergrond of benadering – soms leiden tot een gebrek aan onderling contact. Deze onbekendheid kan op zijn beurt zorgen voor gevoelens van wederzijdse uitsluiting of een gemis aan vertrouwen. In plaats van een homogene gemeenschap is er sprake van een rijke variatie, vergelijkbaar met de diversiteit binnen andere religies of tussen lokale verenigingen. Eén respondent beschrijft bijvoorbeeld dat het binnen diens werk voor een buurtinitiatief lastig was om aansluiting te vinden bij bepaalde groepen, die minder open leken te staan voor samenwerking. Ook anderen herkennen dat sommige gemeenschappen terughoudend zijn in het deelnemen aan bijeenkomsten waarin verschillende levensbeschouwelijke groepen samenkomen. ‘Ook om daarbinnen te komen, daar zit een eigen absolute waarheid, waar geen ruimte is voor anderen om het zo maar te zeggen. Iedereen is welkom daar, maar de openheid is daar wel wat minder om open te kunnen staan voor anderen.’

2.2

Aanpak en activiteiten

In de aanpak van moslimdiscriminatie, of van discriminatie breed, wordt er vaak ingezet op contact, verbinding, dialoog en ontmoetingen. Verschillende initiatieven die wij gesproken hebben, werken hiervoor samen met de gemeente Den Haag, door bijvoorbeeld mee te doen aan evenementen georganiseerd door de gemeente, zoals ‘Wereldreis door eigen stad’, of deel te nemen aan een religieuze raad. Soms hebben ze zelf een netwerk met andere organisaties, gemeenschappen en initiatieven, waarmee ze samen activiteiten organiseren. Ook zijn er organisaties die focussen op het steunen van slachtoffers van moslimdiscriminatie. Zij doen dat via rechtszaken, via bijeenkomsten in de buurt, of door te agenderen richting de politiek. Een ander deel van de respondenten zet in op bewustzijn en weerbaarheid van jongeren en professionals of empowerment van mensen uit gemarginaliseerde groepen. Een respondent benadrukte dat de activiteiten nooit reactief op moslimdiscriminatie zijn geweest, maar dat ze altijd een eigen proactieve agenda hanteren, omdat het belangrijk wordt gevonden. ‘Twee jaar geleden hebben we mee gedaan aan ‘De reis rondom de wereld’ in Den Haag. Daar hebben we een keer aan mee gedaan met de gemeente. Dat niet-moslims of iedereen die belangstelling heeft langs de moskee komt om te kijken hoe het er binnen uitziet en ze kunnen vragen stellen over wat wij in het dagelijks leven doen.’

2.2.1

Wat werkt?

Kansen Respondenten zien dat er meer ingezet kan worden op bepaalde elementen waarmee moslimdiscriminatie aangepakt kan worden. Wat vaker wordt genoemd door respondenten, is het inzetten op positieve beeldvorming van moslims in de media en politiek. Dit kan behaald worden door mensen via dialoog in verbinding te brengen en daar meer in te investeren. Meerdere respondenten benoemen dialoog als belangrijk middel om met moslims in gesprek te gaan. Het wordt genoemd als

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

12

een manier om empathie en begrip voor moslims en voor elkaar te vergroten. Een respondent noemt als voorbeeld het inzetten van een dialoogtafel tegen moslimdiscriminatie: ‘En je helpt het inlevingsvermogen van de gemiddelde Hagenees vergroten. Ik denk dat dat echt wel helpt daarin. Je kan ook denken aan de Keti Koti tafel. Dat is dan slavernij gerelateerd, maar je zou dit ook kunnen doen voor moslims, datzelfde concept.’ Ook wordt er ingezet op open moskeedagen, communicatie en campagnes, of via educatieve programma’s en trainingen. Een van de respondenten is betrokken bij een training die gaat over de aanpak van racisme, waarbij wordt ingezet op omstander interventie. Het valt deze respondent op dat de meeste mensen onvoldoende kennis hebben over hoe zij discriminatie en racisme kunnen aankaarten. Een andere respondent ziet dat jongeren vaak discriminatie – vaak in de vorm van microagressies – niet als zodanig signaleren en niet weten hoe zij kunnen ingrijpen. Daarom zet die zich in om een structurele subsidieregeling voor jongeren op te zetten, zodat zij zélf initiatieven tegen (moslim)discriminatie kunnen opzetten. Daarin staan eigenaarschap en agency van jongeren centraal: zij bedenken en organiseren zelf de activiteiten. Het initiatief van de respondent begeleidt jongeren in het opzetten van projecten, maar zij kunnen daar zelf keuzes in maken.

De jongeren die zij begeleiden, zullen ook aan de slag gaan met projecten over (moslim)discriminatie. Daarnaast bestaan er al netwerken die verschillende levensbeschouwelijke groepen bij elkaar brengt. ‘Laatst hebben we een, was er een bijeenkomst van de Alevieten. Een van onze leden kent de voorzitter daarvan. En die hadden een bijeenkomst. We hebben toen reclame gemaakt voor onze eigen leden, zodat zij ook naar die bijeenkomst kwamen.’

Benadrukken van gedeelde waarden en overeenkomsten Wat vaker naar voren komt in de gesprekken met respondenten, is dat gedeelde waarden, of het universele, mensgerichte, benadrukt moeten worden. Het gaat hier om waarden van verschillende groepen die met elkaar overeenkomen. Het is volgens hen belangrijk om te focussen op die overeenkomsten in plaats van op de verschillen. Dat bleek ook uit eerder onderzoek onder moslimburgers die een initiatief hebben opgezet waarbij islamitisch geïnspireerde waarden naadloos worden verbonden aan universele waarden, zoals mensenrechten, en verbinding wordt gezocht op gedeelde waarden (Nhass & Vlug, 2022). Bij een van de initiatieven die wij gesproken hebben, ligt in hun netwerk de nadruk op het benadrukken van overeenkomsten tussen religies (één God/Allah/de bron/liefde) en het bevorderen van menselijk contact via laagdrempelige cultuur, zoals muziek of via iftars en evenementen rondom feestdagen.2 Volgens een respondent kan er aandacht gevraagd worden voor hoe verschillende levensbeschouwingen bepaalde principes hanteren, maar die anders verwoorden. ‘Er is zoiets als de gulden regel: ‘behandel anderen zoals je zelf behandeld wilt worden’. Ik heb ooit gehoord dat deze regel in vrijwel alle religies voorkomt, al wordt hij steeds net iets anders geformuleerd. Ik vond het interessant om te ontdekken dat deze regel een gedeelde basis vormt voor

2 Het is belangrijk om rekening te houden met het feit dat muziek binnen sommige – maar niet alle –

moslimgemeenschappen een gevoelig onderwerp is, omdat het als niet toegestaan binnen de religie wordt beschouwd. Het verdient daarom aanbeveling om dit vooraf af te stemmen met de betrokken gemeenschappen.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

13

veel religies. Het is een wederkerige regel, die in allerlei vormen bestaat, maar in de kern steeds hetzelfde betekent.’

Educatie en kennisdeling Meerdere initiatieven, organisaties en gemeenschappen die wij gesproken hebben, zetten in op verbinding en ontmoeting. Dit kan verschillende vormen aannemen. Een voorbeeld daarvan is educatie en kennisdeling. Zoals een netwerk van verschillende gemeenschappen dat inzet op bijeenkomsten waar kennis wordt gedeeld over jongeren en sociale media. Of denk bijvoorbeeld aan een gemeenschap die lessen organiseert waar ook moslimkinderen bij aansluiten. Zo leren zij elkaars gebruiken en gewoonten. De respondenten zien dat daar ook begrip en verbinding ontstaat: ‘Wat ook bijzonder is: we hebben kinderen uit moslimgezinnen die zich hebben aangesloten bij deze klassen. En dat werkt tweerichtingsverkeer in de hand. Het helpt ons en anderen. Wij leren hun gebruiken en gewoontes kennen, en zij zien wat wij doen. Dat schept begrip, verbindt en bouwt bruggen.’

Sociale norm stellen Uit de gesprekken komt naar voren dat er een duidelijke verwachting is dat de gemeente een actieve en zichtbare rol neemt in het erkennen en aanpakken van moslimdiscriminatie. Dit gaat verder dan enkel faciliteren: het vraagt om het expliciet benoemen van problemen en het stellen van duidelijke sociale normen. Het is belangrijk dat de gemeente zich uitspreekt tegen discriminatie en stelling neemt tegen discriminerend beleid op nationaal niveau. Ook wordt benoemd dat de gemeente zelf het goede voorbeeld moet geven door te investeren in diversiteit, inclusie en antidiscriminatiebeleid gericht op de interne organisatie. Dit vraagt om voldoende capaciteit en middelen en het intern uitdragen hiervan door bijvoorbeeld actief te communiceren over de visie, doelen en initiatieven rondom dit beleid. Het is ook belangrijk om als brede groep met elkaar te verenigen om zich in te zetten tegen alle vormen van discriminatie en racisme. Om bijvoorbeeld bedrijven, maar ook initiatieven, te motiveren, is het een idee om hen een pact te laten ondertekenen. Zo kan er een norm gesteld worden, maar ook wordt er commitment gevraagd van organisaties en worden er verwachtingen vanuit de gemeente geformuleerd. Dat zorgt ervoor dat ze eerder bereid zijn om zich te houden aan de afspraken.

‘Vanuit [werkgever respondent] zijn we nu aan het praten over het aansluiten bij de Charter Diversiteit en inclusie. Dat is dus voor de inclusieve arbeidsmarkt, maar dit zou je ook kunnen zeggen voor een moslim inclusieve arbeidsmarkt, of tenminste organisatie of samenleving. Dus als je zoiets opzet dan tekenen wij zeker aan mee. Je vraagt dan ook iets van die aangesloten organisaties. Dat ze de basiskennis hebben over hoe het nou precies werkt en op welke manieren discriminatie voorkomt om hun inlevingsvermogen te vergroten.’

Campagne voeren Het voeren van campagnes en het inzetten van communicatie wordt vaker benoemd als hulpmiddel in het aanpakken van discriminatie. Respondenten hebben ideeën over hoe de gemeente campagne kan voeren om discriminatie, diversiteit en inclusie bespreekbaar te maken. Zoals het organiseren van evenementen waar verbinding tussen verschillende groepen centraal staat. Zo kan er gebruik worden gemaakt van openbare ruimten, zoals bibliotheken of bushokjes, om evenementen te organiseren of

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

14

posters te plaatsen. Een respondent benoemt ook als idee om een campagne te voeren via sociale media of posters in de stad die gaan over dat er geen ‘ideale Hagenees’ is. En dat het focust op dat iedereen Hagenees kan zijn, ongeacht hun achtergrond. ‘Of in de openbare ruimte, zoals bibliotheken en andere plekken waar veel verschillende mensen komen. Maar ook evenementen koppelen aan thema’s zoals 5 mei, Bevrijdingsdag. Want dan is iedereen al met elkaar om de vrijheid te vieren. Als het ware is het dus niet gerelateerd aan een religie of een geloof. Dus dat je daar benoemt: ‘We zijn hier met zijn allen onze vrijheid aan het vieren, maar veel van ons staan niet stil bij het feit dat de maatschappij kapot gaat, omdat we elkaar maar blijven discrimineren of dat we blijven polariseren’.’

2.2.2

Uitdagingen

Betrekken verschillende gemeenschappen Volgens meerdere respondenten is het niet altijd makkelijk om alle islamitische groeperingen en gemeenschappen te betrekken bij netwerken of samenwerkingsverbanden. Een aantal respondenten noemen de verschillen tussen de jongere en oudere generaties binnen de moslimgemeenschappen. Zij zien dat de jongeren meer contact hebben met anderen via school en werk. Een van de grotere uitdagingen in het verbinden van groepen is de uitsluiting tussen groepen. Denk bijvoorbeeld aan het verbinden van queer moslims en meer traditionele moslimorganisaties. Het is belangrijk te erkennen dat de moslimgemeenschap geen homogene groep vormt. Dit is een aandachtspunt bij het oprichten van een netwerk. Het is belangrijk dat samenwerkingsverbanden deze diversiteit representeren, ruimte bieden aan verschillende perspectieven en expliciet aandacht besteden aan genderdiversiteit en gemarginaliseerde stemmen. ‘Tegelijkertijd zijn veel queer moslimorganisaties zo vaak gekwetst of getraumatiseerd door die afwijzing, dat ze ook geen samenwerking willen aangaan. Er botst dus veel, en dat maakt het lastig. Maar als er een gesprek mogelijk is en er meer begrip van beide kanten komt, dan zou dat iets heel moois kunnen opleveren. Alleen moet dat dan wel van uitzondering naar regel gaan.’

Opbouwen van vertrouwensband Opbouwen van vertrouwen met religieuze en culturele gemeenschappen door overheid en maatschappelijke initiatieven vraagt tijd, herhaalde inzet en zichtbaar meedoen. Dat betekent onder andere vanaf de start actief aanwezig zijn en samenwerkingen opzoeken. De oproep is om structureel en relationeel te investeren, niet incidenteel of projectmatig. Netwerken moeten organisch groeien. Het opbouwen van een vertrouwensband is ook belangrijk voor het vertrouwen in een serieuze aanpak van moslimdiscriminatie.3 ‘Het is geen traject van snelle slagen. Je kan niet mensen even een jaartje ergens opzetten en dan netwerken. Ik heb zelf ervaren vanuit mijn vrijwilligerswerk dat je twee jaar eigenlijk aan het timmeren bent, zoals je gezicht regelmatig laten zien en dingen samendoen en je handen uit de mouwen

3 Voor uitgebreide aanbevelingen en randvoorwaarden voor het opbouwen van vertrouwen tussen overheid en

moslimgemeenschappen, zie het recent verschenen onderzoek Tussen minaret & ministerie: Een peiling naar de vertrouwensrelatie tussen moskeeën en de overheid (Vlug et al., 2025).

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

15

steken. En dan snappen ze dat het niet alleen je woorden zijn, maar ook je daden. En dan word je in toenemende mate toegelaten en betrokken.’

Weerstand bij benoemen discriminatie Het valt op dat sommige respondenten het moeilijk vinden om de termen ‘discriminatie’ en ‘moslimdiscriminatie’ te benoemen, omdat zij de ervaring hebben dat het averechts kan werken en weerstand kan oproepen. Volgens respondenten is het onduidelijk dat het bij discriminatie ook gaat om de meer subtielere vormen van discriminatie waardoor anderen zich hier niet in herkennen of zich aangevallen voelen. Dit wordt ook als aandachtspunt genoemd vanwege het huidige politieke klimaat. Uit onderzoek weten we dat het benoemen en erkennen van discriminatie juist cruciaal is. Het ontkennen ervan leidt tot het in stand houden van ongelijkheid (Felten & Broekroelofs, 2022). Het is daarom van belang dat personen die deze weerstand ervaren, ondersteund worden in hoe zij hiermee kunnen omgaan, zodat moeilijke gesprekken niet worden vermeden. 'Het blijft dat dilemma van het aan de ene kant toch moeten benoemen ook en dat dit (red. moslimdiscriminatie) een specifieke groep is waar het echt heel urgent is eigenlijk en het stukje hoe krijg je mensen mee? Misschien juist wel in de huidige politieke context is het misschien best wel tricky om het wel steeds heel expliciet te benoemen, moslimdiscriminatie of islamofobie.

Zou je misschien juist wel, hoe dat misschien ook tegennatuurlijk voelt, maar wel het wat breder of op een andere manier framen om mensen mee te krijgen en dan ondertussen toch aan die dingen te werken waar je aan moet werken.'

2.3

Behoeften, perspectieven en samenwerking

Langetermijnvisie met structurele ondersteuning Uit de gesprekken komt naar voren dat tijdelijke subsidies en incidentele samenwerkingen niet toereikend zijn. Verschillende respondenten vragen om een langetermijnvisie en -aanpak vanuit de gemeente op dit thema: ‘Ik denk dat het goed is voor de gemeenschap als de gemeente dat wat gestructureerder doet, dat er een plan is en een meerjarige visie achter zit.’ Structurele ondersteuning is van belang, zowel in de vorm van financiële ondersteuning als emotionele steun en betrokkenheid. Daarbij dient extra rekening te worden gehouden met dat veel initiatieven (van) vrijwilligersorganisaties zijn en over weinig capaciteit en middelen beschikken. Het is belangrijk dat de gemeente zorgt voor ondersteuning via bijvoorbeeld onkostenvergoedingen, breder toegankelijk maken van trainingen, huisvesting voor o.a. vormingsonderwijs en het didactisch onderleggen van vrijwilligers. Meerdere respondenten benoemen dat de gemeente ook moet faciliteren op emotioneel vlak. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het erkennen dat moslimdiscriminatie bestaat en steun uit te spreken voor organisaties of initiatieven die zich inzetten voor de aanpak daarvan. Ook kan het betekenen dat de gemeente expliciet steun uitdraagt naar de gemeenschap, bijvoorbeeld door moskeeën in de gemeente te steunen wanneer zij negatief worden benaderd.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

16

‘Dit faciliteren zit onder andere op emotioneel vlak, door het erkennen van de situatie en het steunen van verschillende religies, levensbeschouwingen en mogelijk ook ngo's en andere organisaties die zich vanuit hun intrinsieke motivatie en waarden inzetten voor vriendschap, verbinding en vrede in de stad.’

Gelijkwaardige, duurzame samenwerking en co-creatie Volgens de respondenten is het essentieel dat moslims niet alleen onderwerp zijn van beleid, maar actief worden betrokken. Daarbij is het belangrijk dat er wel sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zo benadrukte een respondent, actief binnen een moskeekoepel, dat een eenzijdige inzet vanuit moslimgemeenschappen kan leiden tot moedeloosheid, en dat overheden en andere organisaties zich bewust moeten zijn van hun eigen rol en verantwoordelijkheid in deze problematiek. Een levensbeschouwelijke instelling gaf aan dat de aanpak van moslimdiscriminatie in samenwerking met anderen én ook binnen de eigen gemeenschap moet plaatsvinden. ‘Het gaat er niet om dat er over ons gesproken wordt, maar mét ons. De aanpak van discriminatie van moslims moet niet iets zijn waarbij moslims achteroverleunen, terwijl anderen het probleem oplossen. Het is juist iets wat voortkomt uit hun eigen emancipatie, in samenwerking met anderen en ook binnen de eigen gemeenschap’. Een gelijkwaardige relatie tussen gemeente en moslimgemeenschappen is daarbij van belang waarbij er sprake moet zijn van vertrouwen. In de gesprekken is meerdere keren teruggekomen dat co-creatie alleen zinvol is als het leidt tot gedeeld eigenaarschap en opvolging met concrete acties.

Een respondent, actief in de aanpak van specifiek moslimdiscriminatie, gaf aan geen instrument te willen zijn van gemeentebeleid, maar als volwaardige samenwerkingspartner te worden behandeld. Erkenning en waardering van expertise is daarbij belangrijk. Tijdelijke of reactieve betrokkenheid is onvoldoende; respondenten geven aan dat structureel overleg en serieuze betrokkenheid essentieel zijn voor een duurzame samenwerking. ‘Het platform moet echt als functie hebben dat het daadwerkelijk tot actie leidt, waardoor je straks ook kan zeggen dat je niet alleen maar een platform hebt met organisaties en dat het een netwerk of samenwerking is, maar dat je daadwerkelijk ook dingen doet. Dat is de manier waarop ik zou denken: dat is een goede manier van samenwerken met elkaar.’

Faciliterend en verbindend Verschillende respondenten benadrukken de faciliterende en verbindende rol die de gemeente in de stad zou moeten vervullen. Vooral het organiseren van bijeenkomsten waar diverse gemeenschappen met elkaar in gesprek kunnen gaan, wordt als waardevol gezien. Ook het faciliteren van een fysieke plek of ruimte waar het netwerk samenkomt, is iets wat respondenten waardevol vinden. Een respondent, actief binnen de queer gemeenschap, noemt een voorbeeld van een fysieke plek in Den Haag die benut wordt door verschillende queer gemeenschappen: ‘Via The Hang-Out ben je dus als lid bij een vereniging aangesloten. Dus al die andere organisaties, die daar ook zijn aangesloten, daar werken we ook mee samen. Die kennen wij en dat is heel fijn. We hebben evenementen samen georganiseerd, dus andere queer organisaties van kleur kennen Hindoestaans en Queer.’

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

17

Belangrijk daarbij is het bespreekbaar maken van discriminatie en het stimuleren van onderlinge samenwerking. Dit vraagt niet alleen om het faciliteren van dialoog, maar ook om het stimuleren van gezamenlijke projecten. Een respondent benoemt als suggestie om samenwerking tussen verschillende gemeenschappen als voorwaarde te stellen voor ondersteuning van initiatieven. ‘Stel dat ze een project starten, of een activiteit, of evenement; dat er dan minimaal twee organisaties met elkaar samenwerken. Dus bijvoorbeeld dat je stelt dat een joodse gemeenschap gaat samenwerken met een moslimgemeenschap. Dat je dat als criteria verplicht en dat je kijkt hoe ze daarop reageren.’ Respondenten zien erg de meerwaarde in van initiatieven die van ‘onderop’ komen, oftewel initiatieven die door inwoners zelf worden opgezet. Deze laten zien dat inwoners zelf aan de slag willen gaan met vraagstukken die er spelen. Een respondent benoemt dat dit ook zorgt voor meer verbinding in de maatschappij: ‘Ik denk dat dit soort initiatieven, juist op wijkniveau, van groot belang zijn. Het is belangrijk dat de gemeente dergelijke verbindingen actief stimuleert. Want dit soort initiatieven, die echt van onderop komen, zijn ontzettend waardevol voor het samenleven in onze maatschappij.’

Emancipatie en empowerment Een moskeekoepel gaf aan dat om moslimdiscriminatie aan te pakken, het belangrijk is om te investeren in het versterken van deze gemeenschappen. Dit draagt ook indirect bij aan het tegengaan van discriminatie. Het gaat hier onder andere om het bevestigen van de positieve rol die de gemeenschap kan spelen in de samenleving én daar als gemeente in ondersteunen, zodat zij die positieve bijdrage kunnen maken. Een voorbeeld dat de respondent gaf, ging om maatschappelijke samenwerkingen die er kunnen ontstaan, waarbij de gemeente een verbindende rol heeft tussen partijen die niet altijd met elkaar in contact staan. ‘Een moskee heeft veel vrijwilligers, veel jongeren. Hoe kunnen ze bijvoorbeeld zo’n voedselbank helpen? Soms kunnen ze elkaar niet vinden. De gemeente kan zeggen: oké, jij hebt vrijwilligers nodig, jij hebt veel jongens rondlopen, die zich een beetje vervelen, en brengt ze bij elkaar als een soort coach voor het maatschappelijke midden.’ Daarnaast gaat het om het creëren en bieden van gelijke kansen voor verschillende (religieuze) gemeenschappen. Diezelfde respondent heeft ervaren dat er een verschil in subsidies tussen religieuze instellingen bestaat. Om moslimgemeenschappen te kunnen versterken, is het van belang dat zij ook voldoende subsidies, en daarmee dezelfde kansen krijgen als andere (religieuze) gemeenschappen.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

18

3

CONCLUSIE

Het onderzoek Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag had als doel verkennend inzicht te verkrijgen in het landschap van Haagse initiatieven en organisaties die zich inzetten tegen moslimdiscriminatie of daartoe bereid zijn. De uitkomsten moeten bijdragen aan de ontwikkeling van lokaal antidiscriminatiebeleid dat effectief en responsief is – dat wil zeggen, beleid dat alert inspeelt op signalen en behoeften vanuit de doelgroep – en aansluit op de ervaringen en behoeften van betrokkenen. Via kwalitatief onderzoek is in kaart gebracht welke initiatieven en maatschappelijke organisaties zich inzetten voor de aanpak van (moslim)discriminatie, welke ervaringen zij hebben, wat zij nodig hebben aan ondersteuning en hoe de gemeente beter kan aansluiten bij hun behoeften. Tijdens de interviews hebben we ook gevraagd of de initiatieven geïnteresseerd zijn in het deelnemen aan een netwerk of co-creatie traject en welke behoeften en verwachtingen respondenten daarover hebben. Uit de resultaten blijkt dat er verschillende initiatieven en organisaties actief zijn in de aanpak van moslimdiscriminatie. Het gaat daarbij om onder andere religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen, maatschappelijke organisaties, buurt- en gemeenschapsinitiatieven en een onderwijsinstelling.

Deze initiatieven en organisaties richten zich zowel op een directe als indirecte aanpak van moslimdiscriminatie, waarbij middels activiteiten onder andere wordt ingezet op bewustwording, ontmoeting en dialoog, empowerment, kennisdeling en het bieden van steun aan slachtoffers van moslimdiscriminatie. Bij de aanpak van moslimdiscriminatie zien de geïnterviewde initiatieven kansen in het versterken van dialoog en verbinding, het vergroten van bewustwording, het stellen van sociale normen en het empoweren van gemeenschappen. Verbindende activiteiten, zoals open moskeedagen en dialoogbijeenkomsten, bieden ruimte voor ontmoeting en wederzijds begrip, wat helpt in het verminderen van stereotypen en het versterken van positieve beeldvorming. Het benoemen van gedeelde, universele waarden wordt daarbij genoemd als een effectief beginpunt om mensen uit verschillende gemeenschappen met elkaar te verbinden. Daarnaast wordt het door de gemeente zichtbaar uitdragen van een norm tegen moslimdiscriminatie als belangrijk gezien. Tegelijkertijd ervaren de geïnterviewde initiatieven ook uitdagingen bij de aanpak van moslimdiscriminatie. Zo is meermaals naar voren gekomen dat het betrekken van diverse groepen binnen de moslimgemeenschap complex is.

Het is belangrijk te erkennen dat de moslimgemeenschap geen homogene groep is en er verschillen bestaan tussen groepen binnen de gemeenschap waar ook uitsluiting kan plaatsvinden. Ook vraagt het opbouwen van een vertrouwensband tijd, actieve betrokkenheid vanaf de start en langdurige investering. Dit is van belang wanneer je verschillende gemeenschappen wil betrekken in een netwerk. Tot slot kwam als uitdaging naar voren dat het expliciet benoemen van moslimdiscriminatie soms tot weerstand bij initiatieven leidt. Er is behoefte aan ondersteuning in het benoemen van discriminatie, omgaan met weerstand en het voeren van moeilijke gesprekken. Wat mogelijke ondersteuning vanuit de gemeente betreft, geven de initiatieven en organisaties aan behoefte te hebben aan een langetermijnvisie vanuit de gemeente op dit thema, met structurele ondersteuning en duurzame samenwerkingen. Daarbij is het belangrijk dat de gemeente niet enkel financiële ondersteuning biedt, maar ook emotionele betrokkenheid en steun toont. Dit draait om het erkennen dat moslimdiscriminatie bestaat en expliciet steun uitspreken voor de gemeenschap. Vertrouwen, gelijkwaardigheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn belangrijke factoren, die

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

19

centraal moeten staan in een samenwerking. Het is van belang dat initiatieven worden gewaardeerd om hun expertise en als samenwerkingspartner een gelijkwaardige plek aan tafel krijgen. Ook wordt er een verbindende rol van de gemeente verwacht waarbij de gemeente samenwerking en ontmoeting kan stimuleren door bijeenkomsten te organiseren en gezamenlijke projecten op te starten. Daarnaast is het belangrijk dat de gemeente moslimgemeenschappen versterkt, door de positieve rol die zij kunnen spelen in de samenleving te bevestigen en daarin te investeren.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

20

4

AANBEVELINGEN

In dit hoofdstuk hebben wij aanbevelingen geformuleerd. Dit is gedaan op basis van de resultaten, oftewel de gesprekken met diverse initiatieven en hun kennis en bevindingen. Per aanbeveling geven we ook concrete tips vanuit onze kennis als Movisie, waarmee de gemeente aan de slag kan gaan.

Sluit aan bij bestaande netwerken Uit de gesprekken werd het duidelijk dat er al netwerken bestaan vanuit de initiatieven die geïnterviewd zijn. Een voorbeeld daarvan is een buurtinitiatief van een van de respondenten. Die heeft al een bestaand netwerk waarin verschillende religieuze, levensbeschouwelijke en culturele gemeenschappen bij elkaar komen rondom de door het initiatief georganiseerde activiteiten. De gemeente zou daarbij kunnen aansluiten, omdat er ook al vaak bijeenkomsten georganiseerd worden. Ook geven andere respondenten aan dat zij onderdeel uitmaken van een netwerk, vanuit hun religieuze of levensbeschouwelijke gemeenschap. Acties Er zijn een aantal stappen die kunnen worden gezet om aan te sluiten bij de bestaande netwerken. Maak bijvoorbeeld een netwerkanalyse van bestaande initiatieven met contactpersonen, focus, doelgroep en frequentie van bijeenkomsten (oplevering binnen 2 maanden). Wijs een gemeentelijke ‘netwerkambassadeur’ aan die 1 jaar lang structureel meedraait in bijeenkomsten van drie geselecteerde netwerken als luisterende en verbindende partner. Stel een ‘Netwerkfonds’ in (bijv. max. € 5.000 per netwerk per jaar) voor activiteiten waarin meerdere gemeenschappen worden betrokken.

Eigenaarschap en samenwerking Het is van belang dat eigenaarschap bij het netwerk zelf wordt neergelegd, in plaats van dat het wordt gehouden door de gemeente. Laat hen zelf activiteiten bedenken en organiseren. Uit de gesprekken die we gevoerd hebben, blijkt dat respondenten graag gezien willen worden als volwaardige samenwerkingspartners. Zij zien co-creatie ook alleen als zinvol als er eigenaarschap en waardering van expertise is. Er moet ook deels eigenaarschap bij de doelgroep liggen. Het is essentieel dat moslims ook betrokken worden bij het netwerk en in beleidsvorming. Acties Ontwikkel bijvoorbeeld samen met vertegenwoordigers van de netwerken een ‘co-creatie charter’, waarin afspraken staan over rolverdeling, wederzijdse verwachtingen en besluitvorming. Financier een community facilitator uit het netwerk die verantwoordelijk is voor coördinatie van activiteiten en communicatie. Zorg ervoor dat moslims en islamitische gemeenschappen mede-eigenaar zijn, en dat acties in overeenstemming met hen bepaald worden. Een betaling of vergoeding kan daar bijvoorbeeld bij helpen: daarmee laat de gemeente zien dat zij de participatie van de doelgroep op waarde schat.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

21

Intersectionaliteit en vertegenwoordiging De moslimgemeenschap is erg divers. Zo zijn er verschillende stromingen, etniciteiten, seksuele oriëntaties en genderdiversiteit binnen de moslimgemeenschap. Deze gemeenschap bestaat zelf dus uit verschillende gemeenschappen, waarin verschillende assen van identiteit met elkaar kruisen. Denk bijvoorbeeld aan queer of zwarte moslims. Het is belangrijk dat er rekening wordt gehouden met die diversiteit en mogelijke uitdagingen binnen de moslimgemeenschap, die ook eerder ter sprake zijn gekomen in de resultaten. Acties Stel bijvoorbeeld als voorwaarde voor deelname aan het netwerk dat subgroepen aantoonbaar gerepresenteerd zijn, bijvoorbeeld via een roulerend spreekrecht of klankbordgroep. Organiseer daarnaast een jaarlijkse bijeenkomst waarin kwetsbare stemmen centraal staan (bijv. queer of zwarte moslims, vrouwen, jongeren), met als doel beleidsinput te verzamelen.

Waarborg de sociale veiligheid Uit de signalen blijkt dat er mogelijk onderlinge uitsluiting kan plaatsvinden binnen verschillende moslimgemeenschappen. Bij het vormen van een netwerk is het daarom belangrijk dat er een sociale norm gesteld wordt dat discriminatie niet wordt getolereerd. Meerdere initiatieven hanteren zelf ook een zero policy beleid en hebben consequenties voor leden die anderen discrimineren. Het moet duidelijk zijn dat iedereen een eigen mening of overtuiging kan hebben, maar in een gemeenschappelijke ruimte anderen niet mag uitsluiten. Acties Stel bijvoorbeeld vooraf en in samenwerking met de deelnemers (in co-creatie) een gedragscode op, inclusief procedure voor melding en afhandeling van grensoverschrijdend gedrag. Daarin staat beschreven wat er wel en niet wordt getolereerd, zoals bijvoorbeeld: discriminatie, pesten of andere vormen van grensoverschrijdend gedrag. Train ook netwerkleden in inclusieve communicatie en conflictbemiddeling, bijvoorbeeld via een jaarlijkse workshop onder leiding van een externe partij.

Stimuleren van gezamenlijke projecten Om verschillende gemeenschappen te laten samenkomen en samenwerken, is het van belang om gezamenlijke projecten te stimuleren waarbij diverse gemeenschappen samen iets betekenen voor de stad. Eerder is naar voren gekomen dat het benadrukken van waarden die met elkaar overeenkomen in plaats van verschillen belangrijk is. Door juist de nadruk te leggen op gedeelde normen en waarden kunnen samenwerkingen actief worden bevorderd. Initiatieven die door bewoners zelf worden opgezet kunnen daarbij extra worden gestimuleerd. Deze laten zien dat inwoners zelf aan de slag willen gaan met vraagstukken die er spelen. Dit zorgt ook voor meer verbinding in de stad. Acties Doe dat bijvoorbeeld door een jaarlijkse projectpitchdag te organiseren, waarop gemengde groepen (minimaal 2 gemeenschappen) een projectidee kunnen indienen voor financiering. Of maak een online ‘Samen voor de Stad’-kalender waar bewonersprojecten zichtbaar worden en bewoners zich kunnen aansluiten.

Movisie • Samen tegen moslimdiscriminatie in Den Haag

22

Een fysieke ontmoetingsplek Tijdens de gesprekken werd niet alleen aandacht gevraagd voor beleidsmatige ondersteuning, maar ook voor de noodzaak van infrastructuur: het belang van een fysieke ontmoetingsplek, waar bijvoorbeeld diverse religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen kunnen samenkomen, is meermaals benadrukt. Acties Richt een fysieke ontmoetingsplek in waar gemeenschappen kunnen samenkomen. Dit kan in de vorm van een buurthuis, wijkcentrum of andere gedeelde ruimte. Wijs binnen bestaande buurtcentra of wijkhubs één ruimte aan als ‘inclusieve ontmoetingsplek’, op vaste tijdstippen beschikbaar voor dit netwerk. Belangrijk is dat deze plek toegankelijk is, een neutrale uitstraling heeft en kan dienen als ruimte voor ontmoeting, dialoog en samenwerking. Onderzoek de haalbaarheid van een mobiele ontmoetingsplek (zoals een dialoogbus) die verschillende wijken aandoet.

Faciliteer dialoog in een actiegericht netwerk Dialoogbijeenkomsten waarin diverse gemeenschappen open met elkaar in gesprek kunnen gaan, is belangrijk. Hierbij kan worden ingezet op het bespreekbaar maken van ervaringen, zorgen en perspectieven rondom discriminatie. Het is van belang dat deze bijeenkomsten niet enkel gericht zijn op dialoog, maar ook op het formuleren van concrete vervolgacties. Een terugkerend aandachtspunt is namelijk dat het netwerk actiegericht moet functioneren. Acties Daarbij dient niet alleen een ruimte om met elkaar te spreken te worden gefaciliteerd, maar combineer ook elke dialoogbijeenkomst met een actieplan-sessie, waarbij minimaal 1 concrete actie of projectidee wordt geformuleerd en toegewezen. Zet een (online) actielogboek op, waarin de voortgang van afgesproken acties wordt gemonitord en gedeeld.

Investeer in relatieopbouw Er is naar voren gekomen dat er tijd, herhaalde inzet en zichtbaar meedoen nodig is voor het opbouwen van een vertrouwensband. Deze vertrouwensband is nodig om verschillende initiatieven en gemeenschappen te kunnen betrekken bij het vormen van een netwerk of om aan de slag te kunnen gaan met co-creatie. Een relatie en vertrouwen opbouwen vraagt tijd, herhaalde inzet en steun op emotioneel vlak. Investeer op een structurele en relationele manier in banden met verschillende gemeenschappen, organisaties en sleutelfiguren, zodat wederzijds vertrouwen kan groeien en duurzame samenwerking mogelijk wordt. Acties Stel bijvoorbeeld voor een periode van 2 jaar een vaste contactpersoon aan per wijk of gemeenschap, met als enige taak: relatieopbouw en netwerkondersteuning. Zorg ervoor dat deze contactpersoon wordt ondersteund en beloond. Organiseer informele ontmoetingen (zoals iftar-maaltijden en buurttours), waar ambtenaren en bewoners zonder beleidsagenda met elkaar in contact komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16331273/1