CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323993 Bijlage Fossiele geldstromen in kaart Den Haag rapport

Commissie Leefomgeving 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Debat over Haagse Klimaatrapportage en Haags Klimaatdashboard11.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.1.5. Dienstreizen kilometervergoeding Voor dienstreizen met eigen vervoer verstrekt de gemeente kilometervergoedingen. In 2023 zijn er 568.767 kilometers voor dienstreizen gedeclareerd. Het is niet bekend met welke voertuigen deze kilometers zijn gereden en welk aandeel bijvoorbeeld elektrisch is gereden. Om de uitstoot van deze gedeclareerde kilometers te berekenen wordt gebruik gemaakt van de aannames van een onbekend voertuig en onbekende brandstof, zoals dat ook bij de CO2-prestatieladder gebeurt. Door deze aannames kent deze post een relatief grote onzekerheid.

5.1.6. Totaaloverzicht directe fossiele uitgaven Tabel 8 toont per categorie de jaarlijkse CO2-uitstoot, de uitgaven aan fossiele energie en de betaalde CO2-prijs. In totaal resulteerde het gemeentelijk energiegebruik in ongeveer 6,7 kiloton CO2-uitstoot. De gemeente besteedde in 2023 ongeveer €3 miljoen aan fossiele energie. Een overzicht van alle directe fossiele uitgaven zijn weergegeven in figuur 3. Omdat we vaak met gemiddelde prijzen werken, zijn de berekende kosten een goede indicatie, maar geen exacte weergave van de gemaakte kosten.

27

Tabel 8. Overzicht van de fossiele brandstof die door de gemeente is ingekocht in 2023, de uitstoot die hiermee gepaard ging en de fossiele uitgaven.

Regeling

Verwarming panden en zwembaden Stadswarmte Bedrijfsmiddelen en wagenpark Dienstreizen - vliegtuig Dienstreizen - kilometervergoeding Totaal

Fossiele brandstof

Aardgas Warmte Diesel, benzine, CNG, GTL, LPG, Aspen Kerosine Voornamelijk benzine en diesel

Uitstoot

Uitgave aan brandstof

ton CO2

m€

3317 1031

0,83 1,32

2170

0,78

57 110 6684

0,01 0,03 2,97

Figuur 3. Een overzicht van de uitgaven in 2023 per fossiele brandstof. De uitgaven zijn indicatief, omdat er is gerekend met gemiddelde brandstofprijzen of bij warmte met het gemiddelde jaartarief. De getoonde uitgaven zijn exclusief belastingen, accijnzen en BTW.

5.1.7. Huidige effectieve CO2 prijs van fossiele brandstoffen en warmte De uitstoot van CO2 heeft een schadelijk effect op het klimaat. Om deze schade te beperken, kan er een prijs worden verbonden aan CO2-uitstoot: dit is CO2-beprijzing. Dit maakt het financieel aantrekkelijker voor partijen om hun uitstoot te verminderen. De CO2-uitstoot van de gemeente is intern beprijsd en daarnaast ook effectief beprijsd via nationaal beleid. We brengen hier beide vormen in kaart.

Interne CO2-prijs gemeente Den Haag Allereerst werkt de gemeente Den Haag met een interne CO2-beprijzing en worden alle scope 1 en 2 emissies gecompenseerd. Sinds 2008 draagt de gemeente per ton CO2 €20 bij aan het Klimaatfonds Haaglanden, waaruit verduurzamingsprojecten worden gefinancierd. Dat betekent dat er in 2023 een bijdrage van ongeveer €0,13 miljoen euro aan dit fonds werd gedaan. De CO2prijs van 20 €/ton is toe aan herziening en wordt vanaf 2024 (50€/ton) stapsgewijs opgehoogd tot 100€/ton in 2027.

28

Effectieve CO2-prijs nationaal beleid In 2023 hebben het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) onderzoek gedaan naar de effectief betaalde CO2-prijs in verschillende sectoren op nationaal niveau (PBL&CPB, 2023). Dit onderzoek was onderdeel van een bredere analyse naar fossiele subsidies. De onderzoekers hanteerden hierbij een klimaatschadeprijs van 130 €/ton CO2 als referentiewaarde, hoewel er geen algemeen geaccepteerde standaardprijs voor klimaatschade bestaat. In het onderzoek van PBL en CPB zijn verschillende instrumenten van de Rijksoverheid aangemerkt als effectieve CO2-prijs, waaronder de energiebelasting op aardgas en de accijnzen op fossiele brandstoffen8. De betaalde CO2-prijs kan worden afgezet tegen de gehanteerde klimaatschadeprijs. Conform de methodologie die door het PBL en CPB is toegepast, hebben we berekend welke effectieve CO2-prijs er door de gemeente is betaald over de uitstoot (aanvullend op de interne CO2-prijs). Hoewel de energiebelasting en accijns volgens PBL en CPB kunnen worden aangemerkt als effectieve CO2-beprijzing, is het belangrijk om toe te voegen dat deze nationale inkomsten niet direct aan verduurzaming worden uitgegeven, zoals nu wel gebeurt met de interne CO2-prijs.

Effectieve CO2-beprijzing via de energiebelasting en accijnzen moet dus niet gezien worden als alternatief of compensatie van de interne CO2-prijs. We rekenen met de well-to-wheel uitstoot van fossiele brandstoffen, welke vanzelfsprekend hoger is dan alleen de uitstoot die vrijkomt bij verbranding. Indien gerekend zou worden met de tank-towheel uitstoot zou de totale uitstoot van de gemeente afnemen, omdat een deel van de uitstoot in de keten niet meer zou worden meegenomen. Als gevolg hiervan zou de effectieve CO2-prijs per ton uitstoot dus relatief hoger uitkomen. Het is niet vast te stellen welke effectieve CO2-prijs er verder in de keten betaald wordt over de uitstoot. Zo betalen raffinaderijen bijvoorbeeld voor hun uitstoot via het Europese Emissie Handelssysteem. In de onderstaande analyse is daarom alleen gekeken naar de effectieve CO2-prijs die door de gemeente is betaald.

Totale CO2-prijs gemeente Den Haag In figuur 4 tonen we de effectieve CO2-prijs die voor de uitstoot door de gemeente is betaald in 2023. Op de x-as is de gehele uitstoot van de gemeente weergegeven en op de y-as de betaalde prijs. Elk vlak in de grafiek laat zien hoeveel uitstoot (breedte) tegen welke prijs (hoogte) wordt beprijsd. Het oranje vlak toont de interne CO2-prijs van 20 €/ton die de gemeente over de gehele uitstoot betaalde. Daar tellen we de effectieve CO2-prijs van nationaal beleid bij op. We zien dat er voor aardgas een relatief hoge CO2-prijs wordt betaald, omdat het grootste gedeelte van het aardgasgebruik in schijf 1 valt. Voor warmte en kerosine wordt geen CO2-prijs betaald door de gemeente. (Echter wordt het aardgas dat gebruikt wordt om de warmte te generen bij de producent wel belast.) Op de meeste brandstoffen wordt een CO2-prijs tussen de 150 en 300 €/ton geheven, behalve voor CNG en Aspen (Aspen is niet aangewezen in de figuur omdat het slechts om 12 ton CO2-uitstoot gaat). Als we uitgaan van de klimaatschadeprijs die door PBL en CPB werd gehanteerd, 130 €/ton, is een deel van het aardgas, de warmte, kerosine, en een deel van de brandstoffen te laag geprijsd. Hoewel de gemeente geen invloed heeft op de hoogte van de energiebelasting en accijnzen, onderstreept deze onderprijzing het belang van de vastgestelde

8 BTW werd in dit onderzoek niet gezien als klimaatbeprijzing maar als opbrengstinstrument, en is daarom niet meegenomen

in de analyse van PBL en CPB.

29

verhoging van de interne CO2-prijs en het uitfaseren van fossiele brandstoffen. Door actief te compenseren en daarnaast in te zetten op alternatieven en verduurzaming kan de gemeente bijdragen aan het verminderen van het gebruik van deze brandstoffen.

Figuur 4. De effectief betaalde CO2-prijs die door de gemeente is betaald per direct ingekochte fossiele brandstof of warmte.

5.2. Indirecte fossiele uitgaven In hoofdstuk 4 zijn een aantal indirecte fossiele uitgaven geïdentificeerd. Indirecte fossiele uitgaven zijn in principe buiten scope van dit onderzoek, maar een drietal hiervan willen we wel kort toelichten.

5.2.1. Wegenbeheer en -aanleg De gemeente Den Haag besteedde in 2023 ongeveer 180 miljoen euro aan verkeer, vervoer, mobiliteit en parkeren. Deze uitgaven dekken een breed spectrum aan voorzieningen: van de aanleg en renovatie van auto- en fietswegen tot openbare verlichting, (fiets)parkeervoorzieningen en verkeersveiligheidsmaatregelen. Omdat veel van deze voorzieningen zowel door gemotoriseerd als niet-gemotoriseerd verkeer worden gebruikt, is het niet mogelijk om de uitgaven specifiek toe te wijzen aan autogebruik. Hoewel het wegtransport momenteel nog overwegend fossiel is - slechts 5% van de auto's in Nederland is elektrisch - zijn deze gemeentelijke investeringen essentieel voor een goed functionerende stad. De infrastructurele uitgaven blijven daarnasat noodzakelijk, ook in een volledig emissievrije mobiliteitssector. Bovendien zijn deze investeringen cruciaal voor het waarborgen van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid van Den Haag. Om deze redenen is het niet wenselijk noch mogelijk om deze uitgaven uit te faseren in het kader van klimaatdoelstellingen.

5.2.2. Visserij en scheepvaart: haven- en kadeonderhoud In 2023 gaf de gemeente ongeveer 10 miljoen euro uit aan economische havens en waterwegen, waaronder zowel de zeehavens als de binnenhavens en binnenwateren van Den Haag. Deze uitgaven omvatten onder meer het aanleggen van walstroomvoorzieningen en het onderhoud van essentiële haveninfrastructuur zoals kademuren, verlichting en afmeervoorzieningen. Ook het baggeren van vaarwegen en nautische verkeersbegeleiding vallen onder deze kosten, wat noodzakelijk is voor de veiligheid van de scheepvaart in de haven en het aanloopgebied.

30

Hoewel de uitgaven aan fossiele sectoren zoals scheepvaart en visserij op het eerste gezicht niet lijken te stroken met de gemeentelijke ambitie om in 2030 CO2-neutraal te zijn, zijn deze investeringen onvermijdelijk voor het functioneren van de haven. De kosten voor haveninfrastructuur zouden namelijk gelijk blijven, ook als alle schepen CO2-neutraal zouden varen. Daarnaast heeft de gemeente beperkte invloed op de verduurzaming van aanmerende schepen. Om deze redenen zijn de havenuitgaven niet geschikt om uit te faseren in het kader van de klimaatdoelstellingen.

5.2.3. City Marketing De gemeente Den Haag trekt actief bezoekers naar de stad. Indien dit gaat om bezoekers die op vliegafstand wonen, zoals uit de VS of Azië, is de kans groot dat het uitgaven aan toeristische marketing van de gemeente leiden tot een toename in vliegverkeer tussen Nederland en de doellanden. Daarom zijn dergelijke uitgaven van de gemeente aan te merken als indirect fossiele uitgave. We hebben onderzocht of er sprake is van toeristische marketing op vliegafstand. De gemeente Den Haag verstrekt een bijdrage aan The Hague & Partners (TH&P) voor het bevorderen van bezoek aan de stad. In 2023 is door de gemeente zo’n 2 miljoen aan het TH&P marketingbureau besteed voor toeristische marketing. In de Middellange Termijn Strategie van TH&P is beschreven dat de focuslanden Nederland en de omringende landen zijn (The Hague & Partners, Den Haag, klaar voor de toekomst, 2022). Deze focus wordt ook bevestigd door de medewerkers van de gemeente die namens de gemeente TH&P aansturen en door de wethouder in een raadsvergadering op 8 september 2022: “toeristische marketing vindt alleen plaats in Nederland en omringende landen”. Voor deze landen wordt een intensieve en proactieve marketingstrategie gehanteerd. In 2022 waren er iets meer Nederlandse bezoekers die in Den Haag (653 duizend) overnachtten dan buitenlandse (518 duizend).

De focus van TH&P ligt dus primair op het aantrekken van bezoekers uit Nederland en omringende landen zoals Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk. Zo zijn er onder de noemer “internationale marketing”, waaraan in 2023 ongeveer 40.000 euro is besteed (The Hague & Partners, 2023), bezoekers uit Duitsland aangetrokken in samenwerking met Deutsche Bahn en in samenwerking met KLM en Schiphol zijn bezoekers uit het Verenigd Koninkrijk met een digitale campagne bereikt (The Hague & Partners, 2023). Op basis van het financieel jaarverslag is het niet volledig uit te splitsen welk deel van de totale uitgaven wordt uitgegeven aan nationale, regionale en intercontinentale promotie en het is buiten de scope van dit onderzoek om dit tot op detailniveau uit te zoeken. De gemeente heeft als opdrachtgever van TH&P wel de mogelijkheid om hierin meer te sturen. Het is relevant om te vermelden dat de gemeenteraad in oktober 2024 een motie heeft aangenomen die oproept tot het aantrekken van meer toeristen uit Noord-Amerika en Azië, vanwege hun hoge dagbestedingen (bijvoorbeeld €457 voor Japanse toeristen). Het college en TH&P hebben in de afdoening van deze motie aangegeven dat de voorgaande beperking tot Nederland en omringende landen niet meer geldt.

Hoewel “grote campagnes in het buitenland kostbaar zijn en de inzet op intercontinentale markten een lange adem vergt”, zal de scope van marketinginzet door de aangenomen motie worden verbreed. Dit zal worden gedaan door meer pers en media-aandacht te genereren en journalisten uit Japan en de VS uit te nodigen voor de persreizen die al worden georganiseerd. Daarnaast worden de contacten met wereldwijde touroperators aangehaald. Er worden geen nieuwe medewerkers aangetrokken voor deze activiteiten, maar de inzet van bestaande personele capaciteit zal deels verschuiven naar intercontinentale doellanden. 31

Er is op basis van deze afdoening niet concreet te zeggen hoeveel uitgaven TH&P zal doen aan intercontinentale toeristische marketing, maar wel staat vast dat de uitgaven door deze afdoening zullen toenemen. Dit betekent dat de gemeente via deze weg actief toeristen die op vliegafstand van Den Haag wonen aantrekt, en deze uitgaven kunnen worden aangemerkt als indirecte fossiele uitgaven. Een inschatting van de impact van de gewijzigde strategie op de toename van intercontinentaal toerisme, en dus vliegverkeer, is op voorhand niet te maken. Naast toeristische marketing heeft TH&P de opdracht om congressen te werven. Bij dit wervingsproces is geen focus op de herkomst van het land, maar op onderwerpen van de bijeenkomsten. Het doel dat TH&P meekrijgt van de gemeente is om 70% van de congressen te werven in thema’s die aansluiten bij de stad, te weten ImpactCity, Security Delta en Legal & Policy Capital. Bezoekers van congressen komen over het algemeen uit diverse landen en TH&P heeft beperkt inzicht in de herkomst van de bezoekers. Daarnaast is ook de invloed hierop beperkt, omdat de bezoekers niet alleen uit het land van de organisatie komen. Anders dan bij toeristische marketing is de invloed op de herkomst van bezoekers van de stad bij congressen dus beperkt.

5.2.4. Indirecte fossiele uitgaven, conclusie Samengenomen hebben we in dit onderzoek een aantal indirecte fossiele subsidies geïdentificeerd. Zoals ook beschreven in hoofdstuk 4, de scope van dit onderzoek, zijn niet alle indirecte fossiele subsidies beschreven en onderzocht. We hebben drie indirecte fossiele subsidies uitgelicht, omdat het gaat om opvallende fossiele sectoren (wegtransport, visserij, scheepvaart) of omdat de gemeente sturing kan geven aan de uitgaven aan de luchtvaartsector (city marketing). Dit laatste is noemenswaardig, omdat recent een motie is aangenomen die oproept om city marketing in de VS en Azië uit te breiden. Dit zou een toename van indirect fossiele uitgaven betekenen.

32

6. Conclusie Dit onderzoek had als doel te bepalen of de gemeente Den Haag fossiele subsidies verstrekt en zo ja, wat de omvang hiervan is. Na systematische analyse van alle gemeentelijke geldstromen concluderen we dat de gemeente Den Haag geen fossiele subsidies verstrekt volgens de internationaal en door de Rijksoverheid gehanteerde WTO-definitie. Er zijn geen regelingen gevonden die een voordeel verlenen aan fossiele consumenten of sectoren ten opzichte van andere marktdeelnemers. Gedurende het onderzoek zijn er wel substantiële directe fossiele uitgaven geïdentificeerd, ter waarde van ongeveer €3 miljoen per jaar. De grootste posten hierbinnen zijn: • • •

Stadswarmte (€1,3 miljoen) Aardgas voor verwarming van panden en zwembaden (€0,8 miljoen) Brandstof voor bedrijfsmiddelen en wagenpark (€0,8 miljoen)

Deze directe uitgaven leiden tot een totale CO₂-uitstoot van 6.684 ton, met als grootste bronnen: • • •

Verbranding van aardgas ter verwarming van panden en zwembaden (3.317 ton) Verbranding van fossiele brandstoffen in bedrijfsmiddelen en wagenpark (2.170 ton) Stadswarmte (1.031 ton)

Over de gemeentelijke uitstoot wordt op 2 manieren effectief een CO2-prijs betaald. De gemeente compenseert haar eigen uitstoot door jaarlijkse bijdrages aan het Klimaatfonds Haaglanden. In 2023 werd de CO2-uitstoot gecompenseerd met een bijdrage van ongeveer €0,13 miljoen euro. Daarnaast werd over deze uitgaven ongeveer €970.000 betaald aan energiebelasting en accijnzen. In analogie met PBL en CPB kan ook dit gezien worden als een vorm van CO₂-beprijzing. De hoogste totale effectieve CO₂-prijs werd betaald voor benzine (300 €/ton). Opvallend is dat er voor de een deel van de uitstoot een effectieve CO2-prijs werd betaald die lager ligt dan de klimaatschadeprijs van 130 €/ton die door het PBL en CPB werden gehanteerd in hun onderzoek uit 2023. Ook na de tariefwijziging van de interne CO2-beprijzing die door de gemeente is voorzien richting 100 €/ton, zal dit voor een deel van de uitstoot nog steeds gelden (met name warmte), maar mogelijk opwegen tegen een aanzienlijk hogere CO2-prijs voor een ander deel van de uitstoot. Naast de directe uitgaven zijn er ook aanzienlijke indirecte fossiele uitgaven geïdentificeerd. De grootste posten zijn Infrastructurele uitgaven zoals wegenbeheer en -aanleg en haven- en kadeonderhoud.

Voor deze posten geldt dat de uitgaven gelijk zouden zijn als de sectoren die profijt hebben van de uitgaven (wegtransport, scheepvaart, visserij) volledig emissievrij waren. Bovendien zijn de uitgaven belangrijk voor de veiligheid en bereikbaarheid van de stad. Het is daarom niet mogelijk om deze indirecte fossiele uitgaven uit te faseren. Wel kan de gemeente via haar aanbestedingsbeleid sturen op CO2-reductie bij uitvoerende partijen, waarvoor ook lopende en nieuwe acties zijn vastgelegd in het Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (2024). Tot slot wordt er jaarlijks gemeentegeld uitgegeven om bezoekers naar de stad te trekken. Indien deze promotie op vliegafstand gebeurt, of een andere link heeft met de luchtvaartsector, kan deze uitgave worden gezien als een indirecte fossiele uitgave. In 2023 was de focus van deze activiteiten Nederland en omringende landen en werd beperkt ingezet op langeafstandstoerisme. Een onlangs aangenomen motie zal hier verandering in gaan brengen, waardoor de indirecte fossiele uitgaven

33

kunnen toenemen. Het is op voorhand niet te concretiseren wat de impact van de afdoening van de motie zal zijn. Voor de gemeente liggen er verschillende aangrijpingspunten om haar fossiele uitgaven te reduceren: • •

•

•

•

Snelle afbouw van het gebruik van aardgas en fossiele brandstoffen. Het Energiemanagement Actieplan voorziet hier al deels in. De gemeente heeft beperkte directe invloed op de CO2-uitstoot van ingekochte stadswarmte, maar kan wel proberen actief proberen te sturen op verduurzaming van de ontvangen warmte, mogelijk via leveranciersafspraken. Beter inzicht verkrijgen in het woon-werkverkeer van medewerkers. De recent gehouden enquête in het kader van de rapportageverplichting jegens RVO voor persoonsgebonden werkmobiliteit zal hier al een belangrijke stap zijn, maar de resultaten zijn ten tijde van dit onderzoek niet beschikbaar. Hoewel de interne CO2-prijs de komende jaren aanzienlijk wordt verhoogd, blijft deze zoals nu is voorzien lager dan de klimaatschadeprijs waar PBL en CPB mee rekenen. Een verdere verhoging van de interne CO2-prijs tot dat niveau kan worden overwogen. Daarnaast kan ook worden overwogen om deze extra kosten bij elke individuele afdeling neer te leggen, in plaats van centraal te budgetteren, waardoor mogelijk ook intern extra druk ontstaat om fossiel af te bouwen. Een klimaatneutrale aanpak van toeristische marketing ontwikkelen, waarin geen ruimte is voor promotie van de stad op vliegafstand.

Bij deze bevindingen moet worden aangetekend dat niet alle geldstromen in de gemeente exact te herleiden zijn naar fossiele activiteiten, de uitgaven soms zijn gebaseerd op gemiddelden en dus indicatief zijn en dat de CO₂-beprijzing in de keten geen onderdeel van het onderzoek was. De indirecte uitgaven zijn bovendien lastig volledig in kaart te brengen. Desalniettemin geeft dit rapport antwoord op de vraag of er door de gemeente fossiele subsidies worden verstrekt en concludeert dat dit niet het geval is. Daarnaast biedt dit rapport de gemeente Den Haag concrete handvatten om haar fossiele uitgaven te reduceren en daarmee dichter bij haar klimaatdoelstelling voor 2030 te komen.

34

Bronnen UNEP. (2019). Measuring Fossil Fuel Subsidies in the Context of the Sustainable Development Goals. IAE. (2006). Carrots and sticks: taxing and subsidising energy. . OECD. (2015). OECD Companion to the Inventory of Support Measures for Fossil Fuels. Koplow, K. a. (2015). Fossil Fuel Subsidies Approaches and Valuation. WTO. (1994). Agreement on subsidies and countervailing measures . Financiën, M. v. (2023). 25 fossiele subsidies, bijlage bij miljoenennota. Somo. (2023). Rechtvaardig afbouwen van fossiele subsidies . Klimaatbeweging, J. (2024). Position paper Jonge Klimaatbeweging t.b.v. rondetafelgesprek Fossiele subsidies d.d. 16 mei 2024.pdf. Rebellion, E. (2024). https://a12blokkade.nl, FAQ fossiele subsidies. Nederland, M. (2024). Position paper MVO Nederland t.b.v. rondetafelgesprek Fossiele subsidies d.d. 16 mei 2024.pdf. VNO-NCW. (2024). https://www.vno-ncw.nl/standpunten/fossiele-subsidies. PBL&CPB. (2023). Afschaffing fossiele energiesubsidies, eerder een hersenkraker dan een nobrainer. Gemeente Den Haag, . (2024). Beleidskader Verbonden Partijen 2024. Den Haag. (2020). Stedelijk Energieplan 2020. The Hague & Partners. (2022). Den Haag, klaar voor de toekomst. The Hague & Partners. (2023). Financieel verslag. The Hague & Partners. (2023). Jaarverslag. Gemeente Den Haag. (2023). Energiemanagement Actieplan. Gemeente Den Haag. (2024).

Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16338808/1