CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323993 Bijlage Fossiele geldstromen in kaart Den Haag rapport

Commissie Leefomgeving 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Debat over Haagse Klimaatrapportage en Haags Klimaatdashboard11.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Fossiele geldstromen in kaart Een analyse van fossiele subsidies en uitgaven bij de gemeente Den Haag

Naomi Hanemaaijer Izzy Cronin John Kerkhoven

Maart 2025 Eindrapportage

Samenvatting De gemeente Den Haag heeft een ambitieuze klimaatdoelstelling geformuleerd; in 2030 wil de gemeente klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat alle activiteiten van de gemeentelijke organisatie dan netto geen broeikasgassen meer mogen uitstoten. In deze context nam de gemeenteraad op 20 december 2023 een motie aan waarin het college werd verzocht om een onderzoek uit te voeren naar fossiele subsidies binnen de gemeentelijke organisatie, hierover actief het gesprek aan te gaan, en de resultaten te integreren in een strategie om fossiele brandstoffen uit te faseren. Het onderzoeken van fossiele subsidies op gemeenteniveau kent verschillende uitdagingen die in dit onderzoek systematisch zijn aangepakt. Ten eerste is een heldere definitie essentieel: we hanteren de WTO-definitie, welke de verschillende vormen die fossiele subsidies in kunnen nemen omvat. Deze definitie helpt om onderscheid te maken tussen fossiele subsidies en reguliere fossiele uitgaven, zoals de inkoop van aardgas tegen marktprijzen. Daarnaast speelt er een afbakeningsvraagstuk: het onderzoek richt zich op directe activiteiten van de gemeente en niet op verbonden partijen zoals HTM en Stedin.

Tot slot zijn er kwantificeringsvraagstukken: voor directe fossiele uitgaven zijn zowel de financiële omvang als de CO2-uitstoot systematisch in kaart gebracht, terwijl indirecte fossiele uitgaven, zoals infrastructurele investeringen, selectief zijn meegenomen waar deze het meest relevant zijn voor het gemeentelijk klimaatbeleid. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: verstrekt de gemeente Den Haag fossiele subsidies en zo ja, wat is de omvang hiervan? Om deze vraag te beantwoorden moet eerst worden vastgesteld welke definitie van fossiele subsidies gehanteerd moet worden en welke gemeentelijke geldstromen raakvlakken hebben met fossiele sectoren. Het onderzoek heeft allereerst vastgesteld dat er moet worden aangesloten bij de definitie van fossiele subsidies van de Wereldhandelsorganisatie, zoals dat ook is gedaan bij het in kaart brengen van de fossiele subsidies op nationaal niveau. Het blijkt dat fossiele subsidies een breed scala aan vormen kunnen innemen en de belangrijkste voorwaarde is dat een fossiele subsidie een voordeel verleent aan consumenten of producenten van fossiele brandstoffen. Dit kan bijvoorbeeld een belastingkorting voor een fossiele energiedrager zijn of prijssteun voor de inkoop van fossiele energie. Uit het onderzoek is gebleken dat er geen regelingen of geldstromen aanwezig zijn bij de gemeente Den Haag, die aan deze definitie voldoen.

Er worden geen fossiele subsidies verstrekt door de gemeente Den Haag. Uit het onderzoek komt naar voren dat er wel substantiële directe fossiele uitgaven zijn. In Hoofdstuk 2 wordt nader toegelicht dat het inkopen van fossiele energie geen fossiele subsidie is, maar omdat fossiele uitgaven niet passen bij de ambitie van de gemeente om in 2030 klimaatneutraal te zijn, zijn ze in dit onderzoek toch in kaart gebracht. In 2023 waren de directe fossiele uitgaven zo’n €3 miljoen. De grootste post hierbinnen was stadswarmte (€1.32 miljoen). Daarnaast werd er ~€830 duizend uitgegeven aan aardgas voor verwarming van panden en zwembaden en ~€780 duizend aan brandstoffen voor bedrijfsmiddelen en wagenpark. Tot slot zijn er kleinere uitgaven voor dienstreizen via kilometervergoedingen (€31 duizend) en per vliegtuig (€12 duizend). Deze directe uitgaven leidden tot een totale CO2-uitstoot van 6.684 ton in 2023, waarvan het grootste deel komt van de verwarming van panden en zwembaden (3.317 ton) en bedrijfsmiddelen en wagenpark (2.170 ton).

2

Over de gemeentelijke uitstoot wordt op twee manieren effectief een CO2-prijs betaald. De gemeente compenseerde de eigen uitstoot via een bijdrage aan het Klimaatfonds Haaglanden, wiens activiteiten bijdragen aan de verduurzaming van de stad. De gemeente hanteerde in 2023 een CO2-prijs van 20 €/ton (dit tarief is sindsdien gestegen), wat leidde tot een bijdrage van zo’n €130.000. Daarnaast wordt over deze uitgaven circa €970.000 betaald via energiebelasting en accijnzen. Dit kan conform PBL en CPB (PBL&CPB, 2023) ook gezien worden als een vorm van CO2-beprijzing. Het PBL en CPB hanteerden in hun onderzoek een klimaatschadeprijs van 130 €/ton. Voor een deel van de gemeentelijke uitstoot lag de totale effectieve CO2-prijs in 2023 beneden dit peil. Naast de directe uitgaven zijn er ook aanzienlijke indirecte fossiele uitgaven. De grootste posten zijn infrastructurele uitgaven zoals wegenbeheer en -aanleg en haven- en kadeonderhoud, maar vanwege het belang van deze uitgaven voor de veiligheid en bereikbaarheid van de stad, en omdat deze uitgaven ook nodig zijn na verduurzaming van de ontvangende sectoren, zijn deze uitgaven niet uit te faseren. Tot slot ondersteunt de gemeente fossiel energiegebruik via internationale city marketing.

Hoewel de focus van city marketing momenteel ligt op Nederland en omringende landen, is er recent een motie aangenomen waarin wordt opgeroepen om actiever bezoekers uit Noord-Amerika en Azië te trekken. Het actief aantrekken van bezoekers die op vluchtafstand van Den Haag wonen kan worden gezien als een indirecte fossiele uitgave aan de luchtvaartsector en past daarom niet bij de klimaatdoelstellingen van de stad. Voor de gemeente liggen er verschillende aangrijpingspunten om haar fossiele uitgaven te reduceren. Er kan verder worden ingezet op het reduceren van het gebruik van aardgas en fossiele brandstoffen, en het pogen de fossiele stadswarmte te vervangen met duurzaam geproduceerde warmte. Daarnaast zou een hogere interne CO2-prijs een betere reflectie van de klimaatschade geven. Op strategisch niveau is het belangrijk om een plan te ontwikkelen voor de volledige uitfasering van directe fossiele uitgaven, en een klimaatneutrale aanpak van toeristische marketing.

3

Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd: • • • •

• •

Hoofdstuk 1 introduceert de aanleiding voor het onderzoek en de centrale onderzoeksvraag naar fossiele subsidies van de gemeente Den Haag Hoofdstuk 2 beschrijft de gehanteerde definitie van fossiele subsidies en het onderscheid tussen fossiele subsidies en fossiele uitgaven Hoofdstuk 3 bakent af welke activiteiten en organisaties wel en niet zijn meegenomen in het onderzoek Hoofdstuk 4 presenteert een systematisch overzicht van alle onderzochte gemeentelijke geldstromen en regelingen, ingedeeld naar type (directe overdracht, prijssteun, belastingvoordelen, en overdracht van risico) Hoofdstuk 5 kwantificeert de hoogte van directe fossiele uitgaven en gaat dieper in op een aantal indirecte fossiele uitgaven Hoofdstuk 6 sluit af met conclusies

4

Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................................................................................ 2 Leeswijzer ................................................................................................................................................... 4 1.

Introductie ........................................................................................................................................... 6

2.

Definitie fossiele subsidie .........................................................................................................7 2.1.

Internationaal gehanteerde definitie van (fossiele) subsidie.............................................................. 7

2.2.

Fossiele subsidies door de Rijksoverheid zijn voornamelijk belastingmaatregelen ...............9

2.3.

Fossiele uitgaven .................................................................................................................................................. 10

3.

Scope ...............................................................................................................................................12 3.1.

Klimaatschade veroorzaakt door consumptie van fossiele energie ............................................ 12

3.2.

Gemeente Den Haag............................................................................................................................................ 12

Fossiele sectoren ................................................................................................................................................................ 13 3.3.

In principe 2023...................................................................................................................................................... 13

3.4.

Directe en indirecte fossiele uitgaven ......................................................................................................... 13

4.

Inventarisatie van regelingen ................................................................................................15

4.1.

Directe overdracht van overheidsmiddelen .............................................................................................. 15

4.2.

Prijssteun ..................................................................................................................................................................20

4.3.

Belastingvoordelen of gederfde inkomsten ............................................................................................20

4.4.

Overdracht van risico.......................................................................................................................................... 23

5.

Hoogte van fossiele uitgaven ..............................................................................................25 5.1.

Directe fossiele uitgaven................................................................................................................................... 25

5.2.

Indirecte fossiele uitgaven .............................................................................................................................. 30

6.

Conclusie ...................................................................................................................................... 33

5

1. Introductie De gemeente Den Haag heeft een ambitieus klimaatdoel: in 2030 wil de gemeente klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat alle activiteiten van de gemeentelijke organisatie dan per saldo geen broeikasgassen meer mogen uitstoten. Het verstrekken van fossiele subsidies past niet binnen dit doel. Tot op heden was echter niet onderzocht of en zo ja, in welke mate de gemeente Den Haag fossiele subsidies verstrekt. Om hier inzicht in te krijgen, nam de gemeenteraad op 20 december 2023 een motie aan waarin het college wordt verzocht om: 1.

Een onderzoek uit te voeren naar welke fossiele subsidies door de gemeente Den Haag worden verstrekt; 2. Actief het gesprek aan te gaan binnen de organisatie en in maatschappelijk verband over de bevindingen van dit onderzoek; 3. De resultaten van dit onderzoek te integreren in een strategie om fossiele brandstoffen uit te faseren, in lijn met het doel van de gemeente Den Haag om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Naar aanleiding van deze motie heeft de gemeente Kalavasta gevraagd een onafhankelijk onderzoek uit te voeren. De centrale onderzoeksvraag luidt: verstrekt de gemeente Den Haag fossiele subsidies en zo ja, wat is de omvang hiervan? Om deze vraag te beantwoorden, hebben we eerst onderzocht wat precies onder een fossiele subsidie wordt verstaan. We gebruiken hierbij de definities die internationaal en nationaal (zoals in recente Nederlandse onderzoeken naar fossiele subsidies) worden gehanteerd. Vervolgens hebben we alle financiële stromen van de gemeente geanalyseerd om potentiële fossiele subsidies te identificeren.

6

2. Definitie fossiele subsidie Om in dit rapport op een systematisch wijze de fossiele subsidies van de gemeente Den Haag in kaart te kunnen brengen, hebben we eerst onderzocht welke definitie van fossiele subsidie moet worden gehanteerd.

2.1. Internationaal gehanteerde definitie van (fossiele) subsidie De UNEP (United Nations Environment Program) en International Institute for Sustainable Development publiceerden in 2019 (UNEP, 2019) een methode om fossiele subsidies te identificeren en kwantificeren, welke gebruikt wordt om de voortgang te meten in het halen van de Sustainable Development Goals. De UNEP koos ervoor om de algemene definitie van een subsidie, zoals vastgesteld door de Wereldhandelsorganisatie (WTO, 1994), ook te hanteren bij het onderzoeken van fossiele subsidies. Deze definitie staat in artikel 1 van de WTO Agreement on Subsidies and Countervailing Measures en luidt als volgt: Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt een subsidie geacht te bestaan indien: a1. er sprake is van een financiële bijdrage door een overheid of enig openbaar orgaan binnen het grondgebied van een Lid (in deze Overeenkomst aangeduid als "overheid"), dat wil zeggen wanneer: i.

ii. iii. iv.

een overheidspraktijk een directe overdracht van middelen inhoudt (bijv. subsidies, leningen en kapitaalinjecties), of potentiële directe overdrachten van middelen of verplichtingen (bijv. borgstellingen); overheidsinkomsten die anders verschuldigd zouden zijn, worden kwijtgescholden of niet worden geïnd (bijv. fiscale stimulansen zoals belastingkredieten)¹; een overheid goederen of diensten verstrekt anders dan algemene infrastructuur, of goederen aankoopt; een overheid betalingen doet aan een financieringsmechanisme, of een particuliere instantie de opdracht geeft of instrueert om een of meer van de soorten functies uit te voeren zoals geïllustreerd in (i) tot (iii) hierboven, die normaal gesproken aan de overheid toebehoren, en de praktijk in feite niet verschilt van praktijken die normaal door overheden worden gevolgd; of

a2. er enige vorm van inkomens- of prijssteun is in de zin van Artikel XVI van de GATT 1994; en b. daardoor een voordeel wordt verleend. 4o Deze definitie van een subsidie is door alle leden van de Wereldhandelsorganisatie, 166 landen, ondertekend en wordt ook gehanteerd door de Nederlandse Rijksoverheid (Financiën, 2023), en het PBL en CPB (PBL&CPB, 2023). Om deze redenen hanteren wij in dit onderzoek ook deze definitie. In het kort, een subsidie is een (financiële) bijdrage van een overheid(sinstantie) die een voordeel geeft aan de begunstigde consumenten of producenten. 7

Voor fossiele subsidies passen we deze definitie toe op interacties tussen de overheid en fossiele sectoren, zie hoofdstuk 3 voor een toelichting op de sectoren. Oftewel: een fossiele subsidie is een (financiële) bijdrage van een overheid(sinstantie) die een voordeel geeft aan de begunstigde consumenten of producenten van fossiele energie. De crux in het definiëren van een geldstroom als subsidie is te vinden in de woorden “een voordeel wordt verleend”. Dat betekent dat uitwisselingen tussen overheid en bedrijven die de ontvanger geen bijzonder voordeel opleveren, niet vallen onder de noemer subsidie. Bijvoorbeeld: een bedrijf verkoopt de overheid aardgas en ontvangt hier een marktconforme prijs voor. Hier is sprake van een fossiele uitwisseling tussen de overheid en een bedrijf, zonder dat het bedrijf een voordeel wordt verleend. In dit geval is er geen sprake van een fossiele subsidie. In de studie van UNEP wordt onderscheid gemaakt tussen vier categorieën subsidies. Tabel 1 toont de vier categorieën, inclusief een aantal voorbeelden. De gekozen voorbeelden zijn een selectie van voorbeelden uit een uitgebreidere lijst in het UNEP rapport. Categorie

Voorbeelden van fossiele subsidies

Directe overdracht van overheidsmiddelen

De overheid koopt fossiele energie tegen tarieven boven de marktprijs.

Prijssteun

De overheid ondersteunt de consument bij hoge energieprijzen. Zij ontvangen hierdoor fossiele energie voor een tarief beneden het markttarief.

Belastingvoordelen, gederfde overheidsinkomsten en te lage prijzen voor andere goederen en diensten, inclusief risico.

De overheid hanteert verschillende belastingtarieven op fossiele producten. De ontvanger van het lagere tarief ontvangt een fossiele subsidie, omdat deze een lagere prijs voor fossiele energie moet betalen. De overheid voorziet bedrijven in de fossiele sector van goederen of diensten, zoals advies of huur van een pand, tegen tarieven beneden het markttarief.

Overdracht van risico

De overheid geeft lening garanties aan fossiele bedrijven tegen tarieven onder de marktrente.

Tabel 1. Categorisering met voorbeelden van fossiele subsidies, bron: UNEP (2019).

Het is duidelijk dat de marktprijs zeer bepalend is voor de hoogte van een fossiele subsidie. Je kunt de betaalde prijs vergelijken met een referentietarief, bijvoorbeeld de prijs die de meeste kopers van dit product betalen. Dit wordt de inventarisatiebenadering genoemd. Of je kunt de betaalde prijs afzetten tegen de externe schade die het gebruik van het product oplevert in de vorm van een CO2-prijs, dit wordt de externe kostenbenadering genoemd. Deze twee methodes worden uitgebreider toegelicht in het rapport van PBL en CPB (2023). Omdat fossiele subsidies een breed scala aan activiteiten dekt, zoals financiële transacties, wetten, belastingtarieven, etc., gebruiken we in dit rapport het algemene woord ‘regeling’.

8

Figuur 1 toont een schematisch overzicht van verschillende typen fossiele subsidies.

Figuur 1. Een schematische weergave van fossiele subsidies. De bovenste pijl toont de directe uitwisseling van producten, diensten of leningen tussen overheid en aanbieders van fossiele energie tegen een niet marktconforme prijs. De blauwe pijl toont de aankoop van fossiele energie door burgers en bedrijven. Wanneer de overheid de prijs die hiervoor wordt betaald verlaagd door belastingkortingen, -vrijstelling of prijssteun te geven, is er ook sprake van een fossiele subsidie.

2.2. Fossiele subsidies door de Rijksoverheid zijn voornamelijk belastingmaatregelen De fossiele subsidies verstrekt door de Rijksoverheid zijn in 2023 in kaart gebracht door het ministerie van financiën (2023) en het PBL en CPB (PBL&CPB, 2023). Hier is geconcludeerd dat Nederland met name fossiele subsidies verstrekt in de vorm van belastingkortingen of vrijstellingen. Zo gelden er bijvoorbeeld verschillende tarieven voor aardgas binnen de energiebelasting, krijgen sommige gebruikers vrijstelling van kolenbelasting en is kerosine vrijgesteld van accijns en btw1. Deze regelingen sluiten aan bij de eerder uitgelegde definitie: door lagere tarieven of vrijstellingen in belastingen van fossiele energiedragers, betaalt de ontvanger van de regeling een lagere prijs voor fossiele energie dan de marktprijs. De aandacht voor belastingregelingen binnen het domein van fossiele subsidies is zichtbaar in het publieke debat, als we kijken naar de beschrijvingen die verschillende partijen geven van fossiele subsidies:

1 Overigens zijn er wel ook andere soorten fossiele subsidies benoemd op nationaal niveau, zoals de verstrekking van ETS

rechten wat neerkomt op de directe overdracht van middelen tegen een (nul)tarief welke onder de marktprijs ligt.

9

SOMO (2023): “Fossiele subsidies zijn veelal belastingmaatregelen die het gebruik van fossiele brandstoffen stimuleren of goedkoper maken.” VNO-NCW (2024): “In de praktijk gaat dan om (…) belastingkortingen en –vrijstellingen voor het gebruik van fossiele energie of grondstoffen.” Extinction Rebellion (2024): “Dat zijn de belastingkortingen voor bedrijven die heel veel olie, gas en kolen gebruiken.” Jonge Klimaatbeweging (2024): “Belastingvoordelen en -vrijstellingen” MVO Nederland (2024): “Het geven van kortingen en ontheffingen op fossiele energie” Uit deze uitspraken blijkt dat de fossiele subsidies die door de Rijksoverheid worden verstrekt, veelal belastingregelingen, voor veel partijen zijn gaan gelden als typische fossiele subsidies. Fossiele subsidies op gemeenteniveau zijn nog niet eerder onderzocht en het is op voorhand niet te zeggen welke vorm deze zouden kunnen hebben. We toetsen daarom in dit onderzoek niet alleen de belastingen die de gemeente heft, maar alle financiële beleidsmaatregelen die de gemeente verstrekt.

2.3. Fossiele uitgaven Er kan op gemeentelijk niveau sprake zijn van financiële transacties tussen de gemeente en een fossiele sector, zonder dat er sprake is van een fossiele subsidie. Dit noemen we een directe fossiele uitgave. Om dit concept te verduidelijken, gebruiken we enkele hypothetische voorbeelden: •

•

De gemeente koopt aardgas om haar gebouwen te verwarmen of benzine of diesel voor haar wagenpark. Omdat deze aankopen plaatsvinden tegen prijzen die bepaald worden op de markt, is er geen sprake van een fossiele subsidie. Dit zou alleen het geval zijn wanneer de gemeente een prijs voor fossiele energie betaalt die hoger ligt dan het markttarief en op die manier een producent een voordeel verleent ten opzichte van andere aanbieders. Maar er wordt wel gemeentegeld uitgegeven aan fossiele energie, dus er is sprake van een directe fossiele uitgave. Werknemers van de gemeente maken dienstreizen met het vliegtuig. De gemeente betaalt de vliegtickets. Dit is geen fossiele subsidie voor de luchtvaartmaatschappij, maar er is wel sprake van een directe uitgave aan een fossiele sector.

Bovengenoemde voorbeelden tonen directe uitgaven aan fossiele energie van de gemeente aan. Echter zijn er ook transacties te bedenken waar gemeentelijk geld indirect aan fossiele energie wordt uitgegeven. Om dit concept te verduidelijken, gebruiken we enkele hypothetische voorbeelden: •

•

De gemeente investeert in de uitbreiding van aardgasinfrastructuur om nieuwbouwwoningen op aardgas aan te laten sluiten door een regionale netbeheerder, omdat door elektriciteitsnetcongestie de woningen niet tijdig all-electric kunnen worden. Dit is geen fossiele subsidie, maar er is wel sprake van een transactie van de gemeente die een fossiele sector ondersteunt. Dit classificeren we daarom wel als een indirecte fossiele uitgave. De gemeente verleent een opdracht om een weg te asfalteren, waarna er met benzine- of dieselauto’s over de weg zal worden gereden. Het faciliteren van dit wegonderhoud is geen fossiele subsidie, aangezien er geen transacties plaatsvinden die een marktdeelnemer een voordeel geven ten opzichte van andere marktdeelnemers. Maar de uitgave is wel een 10

ondersteuning van fossiel transport en kan daarom gezien worden als een indirecte fossiele uitgave. Deze voorbeelden zijn bedoeld als theoretische illustraties om de concepten te verduidelijken. In hoofdstuk 5 wordt specifiek ingegaan op welke fossiele uitgaven daadwerkelijk voorkomen in de gemeente Den Haag. Een fossiele subsidie en een fossiele uitgave zijn wezenlijk andere geldstromen en kunnen niet bij elkaar worden opgeteld. Een illustratief rekenvoorbeeld: indien de overheid een fossiele brandstof in zou kopen tegen een tarief hoger dan het markttarief, dan wordt een voordeel verleent aan de verkoper. Het voordeel, dus de fossiele subsidie, is het deel dat extra wordt betaald aan de aanbieder ten opzichte van de marktprijs2. De fossiele uitgave is de aankoop van aardgas zelf, dus het deel dat betaald wordt binnen de marktprijs. De gemeente Den Haag heeft als ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. In dat licht is het belangrijk om zowel fossiele subsidies als fossiele uitgaven vanuit de gemeente te onderzoeken. In hoofdstuk 4 gaan we hier dieper op in. Eerst bespreken we in hoofdstuk 3 hoe we het onderzoek afbakenen.

2 Indien je de inventarisatiebenadering toepast.

11

3. Scope 3.1. Klimaatschade veroorzaakt door consumptie van fossiele energie De focus van dit onderzoek is het bestaan en de eventuele hoogte van fossiele subsidies en uitgaven. Het betreft dus het gebruik van fossiele energie en de CO2 die vrijkomt bij de verbranding hiervan. Klimaatschade veroorzaakt door andere regelingen, zoals het maaibeleid in bermen of voedselaanbod in kantines, valt buiten de scope van dit onderzoek. We hebben de uitstoot veroorzaakt door elektriciteitsverbruik niet meegenomen in dit onderzoek, omdat elektriciteit geen fossiele energiebron is, maar een energiedrager, die deels door fossiele bronnen en deels door hernieuwbare bronnen wordt opgewekt, waarbij het aandeel hernieuwbaar snel toeneemt en de elektriciteitssector volgens nationaal beleid in 2035 CO2-neutraal moet zijn.

3.2. Gemeente Den Haag Dit onderzoek omvat de organisatie gemeente Den Haag en alle regelingen die de gemeente verstrekt. Het betreft dus géén onderzoek naar alle activiteiten binnen de stadsgrenzen van Den Haag. Zo is het denkbaar dat er aan partijen in Den Haag fossiele subsidies worden verstrekt vanuit de Rijksoverheid of de Provincie. Omdat deze geldstromen buiten de invloed van de gemeente vallen, worden zij niet meegenomen in dit onderzoek. De gemeente heeft financiële en bestuurlijke belangen in een aantal externe partijen, zogenoemde verbonden partijen. Voorbeelden hiervan zijn HTM personenvervoer N.V, welke het openbaar vervoer in de gemeente exploiteert, of Stedin Holding N.V., de regionale netbeheerder verantwoordelijk voor de elektriciteits- en gasnetten in de gemeente (Gemeente Den Haag, Beleidskader Verbonden Partijen 2024, 2024). Dit onderzoek beperkt zich tot de directe activiteiten van de gemeente Den Haag en sluit verbonden partijen uit, in lijn met vergelijkbare onderzoeken op nationaal niveau. We benoemen hier expliciet een aantal zaken binnen de stadsgrenzen van Den Haag, die een link hebben met de fossiele industrie, en hoe deze in dit onderzoek worden meegenomen. •

•

•

In Den Haag staat de aardgascentrale van Uniper, welke elektriciteit en warmte produceert. De gemeente is geen eigenaar van deze centrale en de centrale is dus geen onderdeel van de organisatie de gemeente Den Haag. Deze centrale wordt daarom niet anders behandeld dan andere fossiele energieproducenten. We onderzoeken of er sprake is van fossiele subsidies of fossiele uitgaven in de uitwisselingen tussen de gemeente en deze centrale. In Den Haag staat het hoofdkantoor van Shell Nederland3. De gemeente heeft geen andere relatie met dit kantoor dan de andere kantoren in de stad. Daarom behandelen we dit hoofdkantoor niet anders dan een ander bedrijf in de fossiele sector. We onderzoeken of er sprake is van fossiele subsidies of fossiele uitgaven in de uitwisselingen tussen de gemeente en het hoofdkantoor van Shell Nederland. Den Haag wordt aangesloten op warmtelevering vanaf de Rotterdamse industrie via Warmtelinq. De industrie kan deze restwarmte niet zelf opnieuw gebruiken omdat zijn voor hun processen warmte van hogere temperatuur nodig hebben. Deze restwarmte wordt nu

3 Het wereldwijde hoofdkantoor van Shell staat in Londen, in Den Haag staat het hoofdkantoor van Shell Nederland.

12

dus als afval geloosd, waardoor deze warmte goed kan werden hergebruikt. De industrie schakelt zelf ook steeds meer over op duurzame brandstoffen om de klimaatdoelen te halen. Bijvoorbeeld bij de omschakeling naar waterstof, daar blijft ook restwarmte bij vrijkomen. Dan kunnen we dezelfde warmte-infrastructuur blijven gebruiken.

Fossiele sectoren In het hoofdstuk over de definitie van fossiele subsidie hebben we meermaals verwezen naar ‘aanbieders van fossiele energie’. Hieronder vallen de directe leveranciers van aardgas, benzine en diesel. Echter, er zijn ook sectoren die grootschalig gebruik maken van fossiele energie zonder zelf deze brandstoffen aan te bieden. Een voorbeeld hiervan is de luchtvaart: wanneer werknemers van de gemeente voor een werkbezoek vliegen, koopt de gemeente niet zelf de kerosine in, maar de luchtvaartmaatschappij is wel een grote gebruiker van fossiele brandstoffen. Om deze reden nemen we in dit onderzoek niet alleen de directe leveranciers van fossiele brandstoffen mee, maar ook sectoren die significant bijdragen aan het gebruik van fossiele energie. Dit omvat: • • • • • • • •

Leveranciers van aardgas Leveranciers van diesel, benzine en andere brandstoffen Luchtvaart Visserij Scheepvaart Wegtransport Energie-intensieve industrie Glastuinbouw

Met deze bredere definitie kunnen we een vollediger beeld schetsen van de fossiele sectoren die mogelijk subsidies ontvangen of bijdragen aan fossiele energieconsumptie. De gebouwde omgeving wordt in dit onderzoek niet aangemerkt als fossiele sector, omdat het geen economische sector is, maar een verzameling van eindgebruikers van energie. Dit onderscheid is relevant omdat we in dit onderzoek kijken naar sectoren die fossiele energie gebruiken als onderdeel van hun kernactiviteit (zoals transport, industrie, luchtvaart), niet naar eindgebruikers van fossiele energie (zoals huishoudens).

3.3. In principe 2023 In dit onderzoek wordt in principe gewerkt met getallen geldend voor 2023, tenzij anders aangegeven.

3.4. Directe en indirecte fossiele uitgaven We onderzoeken onder andere de uitgaven van de gemeente en daarbinnen behelst ons onderzoek in principe de directe uitgaven, zoals de inkoop van aardgas voor verwarming of benzine voor het wagenpark. Uitgaven van medewerkers aan fossiele energie die 100% gedeclareerd mogen worden, categoriseren we als een directe uitgave van de gemeente. In sommige gevallen zullen we wel een notie maken naar indirecte uitgaven. Dit gaat bijvoorbeeld om gemeentelijke subsidies die door de ontvanger aan fossiele energie worden uitgegeven of de fossiele uitgaven van bedrijven die in opdracht van de gemeente werken. Deze indirecte fossiele 13

uitgaven zullen we op sommige plaatsen wel noemen en in een aantal uitzonderingen ook de bedragen die ermee gemoeid zijn. Het meenemen van alle indirecte fossiele uitgaven zou leiden tot een vrijwel eindeloze keten van doorberekeningen, waarbij elke euro die de gemeente uitgeeft uiteindelijk deels aan fossiele energie zou kunnen worden gelinkt. Een voorbeeld ter illustratie: de gemeente koopt laptops voor werknemers. Die laptops bestaan uit plastic en metaal en zijn verpakt in plastic en karton. En de laptops zijn bezorgd met bestelbusjes. Dan zou de uitgave aan de laptops dus indirect kunnen worden herleid tot de fossiele energie die nodig is geweest om de laptop te produceren, te verpakken en te vervoeren. We hanteren daarom de volgende afbakening: uitgaven worden als direct beschouwd wanneer de gemeente zelf fossiele energie inkoopt (zoals aardgas voor verwarming) of wanneer werknemers fossiele energie inkopen die volledig door de gemeente wordt vergoed (zoals gedeclareerde brandstof voor dienstreizen). Alle overige uitgaven waarbij fossiele energie wordt gebruikt door een tussenpartij, zoals een gesubsidieerde instelling of een ingehuurde aannemer, worden als indirect beschouwd.

14

4. Inventarisatie van regelingen Om systematisch te onderzoeken of er binnen de gemeente Den Haag sprake is van fossiele subsidies, hebben we alle gemeentelijke geldstromen bottom-up geanalyseerd en getoetst aan de definities van fossiele subsidie zoals beschreven in hoofdstuk 2. Dit hoofdstuk behandelt alle onderzochte regelingen per categorie, zoals eerder getoond in Tabel 1. Per regeling beoordelen we of kwantificering van de financiële omvang en bijbehorende uitstoot gewenst is. De daadwerkelijke kwantificering volgt in hoofdstuk 5.

4.1. Directe overdracht van overheidsmiddelen Onder de categorie ‘Directe overdracht van overheidsmiddelen’ kunnen drie typen activiteiten vallen, namelijk uitgaven, investeringen en subsidies.

4.1.1. Gemeentelijke uitgaven De gemeente heeft jaarlijks terugkerende uitgaven die worden opgenomen in de jaarbegroting en jaarstukken, gepubliceerd op financien.denhaag.nl. Een aantal van deze uitgaven heeft raakvlakken met fossiele sectoren. Alvorens de specifieke directe fossiele uitgaven te analyseren, bespreken we eerst enkele relevante indirecte fossiele uitgaven. Hoewel deze buiten de scope van dit onderzoek vallen, zijn ze belangrijk voor een volledig beeld van de gemeentelijke uitgaven. Een significant deel van het gemeentelijk budget gaat naar inkoop en aanbestedingen. In het Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (2024) heeft de gemeente concrete acties geformuleerd om duurzaamheid en CO2-uitstoot expliciet mee te wegen in aanbestedingsprocedures. Deze aanpak sluit aan bij de ambitie van de gemeente om in 2025 niveau 4 van de CO2-prestatieladder te behalen, waarbij ook inzicht in scope 3 emissies (ketenuitstoot) vereist is. Door deze systematische aanpak van duurzaam inkopen en aanbesteden kan de gemeente haar indirecte CO2-uitstoot significant beïnvloeden. Deze ketenemissies vallen buiten de directe scope van dit onderzoek. De volgende tabel behandelt specifiek een aantal uitgaven van de gemeente. We lichten deze uitgaven en hun classificering toe. Tabel 2. Beoordeling gemeentelijke uitgaven op fossiele subsidie-classificatie.

Uitgaven

Toelichting

Inkoop van aardgas voor verwarming vastgoed en zwembaden

De gemeente koopt aardgas in voor de verwarming van gemeentelijk vastgoed en zwembaden. Dit betreft diverse panden, zoals het gemeentehuis en bibliotheken, evenals gemeentelijke zwembaden. De gemeente heeft een 5-jarig contract met een aardgasleverancier tegen marktconforme tarieven. Deze contracten worden via tenders (op Tendernet) verleend. Op dit moment is Greenchoice de leverancier van aardgas en loopt er een tender voor de aankomende periode. De vorige tender was gewonnen door Gazprom. Na de inval in Oekraïne heeft de Rijksoverheid alle gemeentes de opdracht gegeven om de contracten met Gazprom stop te zetten en op korte termijn over te stappen op een andere leverancier. Vanwege die 15

Uitgaven

Toelichting tijdsdruk is er toen geen aanbesteding via Tendernet opgezet, maar is onderhands onderhandeld met verschillende partijen. De Rijksoverheid heeft eventuele onkosten die door de snelle overstap veroorzaakt werden vergoed. Concluderend: er is altijd een prijs voor aardgas betaald conform de markt, en daarom is er geen sprake van een fossiele subsidie. Er is wel sprake van een directe uitgave van de gemeente aan een fossiele sector. We kwantificeren deze uitgave in hoofdstuk 5. Oordeel: geen fossiele subsidie. Wel een directe fossiele uitgave. Noemenswaardig is dat de gemeente aardgas inkoopt met emissiereductiecertificaten (Verified Emission Reduction of VER certificaten), voor de gemeente Den Haag geldt dat de emissiereductie via bosopslagen wordt gerealiseerd.

Inkoop van fossiele warmte voor verwarming vastgoed en zwembaden

De gemeente koopt stadswarmte in van de Uniper STEG-centrale voor de verwarming van gemeentelijk vastgoed. Deze centrale gebruikt aardgas om de warmte op te wekken. Warmte wordt gekocht op de markt, specifiek voor een tarief lager dan het in 2023 geldende prijsplafond. Dit betekent dat er geen sprake is van een fossiele subsidie. Er is wel sprake van een directe uitgave van de gemeente aan een fossiele sector. We kwantificeren deze uitgave in hoofdstuk 5. Oordeel: geen fossiele subsidie. Wel een directe fossiele uitgave.

Inkoop van brandstof voor wagenpark en bedrijfsmiddelen

De gemeente heeft een eigen wagenpark, waarvoor diesel en benzine (en in mindere mate andere brandstoffen) wordt ingekocht. Deze brandstoffen worden ingekocht bij verschillende aanbieders van fossiele brandstoffen. De tankpassen van het wagenpark zijn bruikbaar op meerdere locaties. We concluderen daarom dat er een marktconforme prijs wordt betaald voor fossiele brandstoffen voor het wagenpark en er dus geen sprake is van een fossiele subsidie. Er is wel sprake van een directe uitgave van de gemeente aan een fossiele sector. We kwantificeren deze uitgave in hoofdstuk 5. Oordeel: geen fossiele subsidie. Wel een directe fossiele uitgave.

Dienstreizen per vliegtuig

In 2023 maakten gemeentemedewerkers vliegreizen. Het gemeentelijk beleid schrijft voor dat voor bestemmingen binnen 700 kilometer auto of trein moet worden gebruikt. Voor bestemmingen op een langere afstand mag gevlogen worden. De vliegtickets worden tegen marktprijzen gekocht, dus er is geen sprake van een fossiele subsidie. Wel is er sprake van een directe overdracht van geld aan de luchtvaartsector, daarom classificeren we dit als een fossiele uitgave en kwantificeren we deze uitgave in hoofdstuk 5. Oordeel: geen fossiele subsidie. Wel een directe fossiele uitgave.

16

Uitgaven

Toelichting

Dienstreizen per auto

Bij internationale dienstreizen met de trein of auto kunnen werknemers de gereden kilometers declareren, waarbij, in het geval van autoreizen, ook sprake kan zijn van een fossiele uitgave mits hier fossiele brandstoffen zijn gebruikt. Daarom classificeren we dit als een deels fossiele uitgave en kwantificeren we deze uitgave in hoofdstuk 5. Oordeel: geen fossiele subsidie. Wel een directe fossiele uitgave.

Woon-werkverkeer medewerkers

Gemeentemedewerkers ontvangen over het algemeen een kilometervergoeding voor woon-werkverkeer. Bij gebruik van de kilometervergoeding kunnen medewerkers fossiele brandstoffen inzetten voor hun woon-werkverkeer, waarbij de gemeente deze uitgaven indirect vergoedt. Omdat de brandstoffen tegen marktprijzen worden ingekocht bij verschillende aanbieders, is er geen sprake van een fossiele subsidie. Indien er fossiele brandstoffen worden vergoed voor medewerkers, geldt dit wel als een directe fossiele uitgave. Er is geen data over de vervoersmiddelen die werknemers gebruiken, daarom kon deze fossiele uitgave niet verder worden onderzocht. Noemenswaardig is dat in december 2024 er een enquête omtrent mobiliteit van werknemers is gehouden. In het voorjaar van 2025 zullen de resultaten worden gedeeld. Dit wordt gebruikt voor de rapportageverplichting naar het RVO toe over werkgebonden personenmobiliteit. Oordeel: geen fossiele subsidie. Wel een directe fossiele uitgave.

Wegenbeheer en aanleg

De gemeente investeert in wegonderhoud en de aanleg van nieuwe wegen. Dit faciliteert wegtransport, wat momenteel grotendeels fossiel is - slechts 5% van de Nederlandse auto's is elektrisch. Dit percentage zal toenemen in komende jaren en op termijn, als de energietransitie voltooid is, zal het wegtransport geheel emissievrij rijden. Toch classificeren we deze uitgaven voorlopig – gedeeltelijk als een indirecte fossiele uitgave, vanwege het huidige overwegend fossiele karakter van het wegverkeer. Indirecte fossiele uitgaven vallen buiten scope van dit onderzoek, maar we zullen hier wel kort aandacht aan besteden in hoofdstuk 5. Oordeel: geen fossiele subsidie. Wel een indirecte fossiele uitgave. Daarnaast is de sector die wegonderhoud en -aanleg uitvoert over het algemeen CO2-intensief. Zo komt bijvoorbeeld bij de productie van asfalt veel CO2 vrij. De gemeente besteedt het wegonderhoud en -aanleg uit. De fossiele energie die door de uitvoerder wordt gekocht is dus een indirecte fossiele uitgave. Hoewel dit buiten de scope van dit onderzoek valt, is het relevant om te benoemen dat de gemeente via haar aanbestedingsbeleid wel invloed kan uitoefenen op de CO2-intensiteit van deze sector. De gemeente heeft in 2024 het Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en 17

Uitgaven

Toelichting Inkopen gepubliceerd, waarin verschillende lopende en nieuwe acties zijn beschreven om in aanbestedingen expliciet rekening te houden met duurzaamheidscriteria. Zie ook de eerder gegeven algemene toelichting.

Visserij en scheepvaart - Haven- en kadeonderhoud

De Scheveningse haven faciliteert twee fossiele sectoren: visserij en scheepvaart (inclusief een kleine cruiseterminal). Het onderhoud van deze infrastructuur (kademuren, baggeren, etc.) ondersteunt fossiele activiteiten en wordt daarom geclassificeerd als een indirect fossiele uitgave. Indirecte fossiele uitgaven vallen buiten scope van dit onderzoek, maar we zullen hier wel kort aandacht aan besteden in hoofdstuk 5. Oordeel: geen fossiele subsidie. Wel een indirecte fossiele uitgave.

Toerisme - City Marketing

De gemeente Den Haag trekt actief toeristen en congressen aan. Bezoekers van buiten Europa reizen veelal per vliegtuig. We classificeren de promotionele uitgaven gericht op bezoekers van buiten Europa daarom als een indirecte fossiele uitgave. Hoewel indirecte fossiele uitgaven in principe buiten scope zijn van dit onderzoek, zullen we deze uitgave wel iets uitdiepen in hoofdstuk 5. Oordeel: geen fossiele subsidie. Wel een indirecte fossiele uitgave.

Rotterdam The Hague Airport

In 2010 heeft de gemeente eenmalig geïnvesteerd in naamswijziging van dit vliegveld. Omdat dit een eenmalige historische transactie betreft en dit onderzoek zich richt op actuele regelingen, wordt dit niet verder onderzocht.

4.1.2. Investeringen Investeringen worden door de gemeente gedaan op verschillende terreinen en beschreven in het Meerjaren-Investeringsplan. Sommige van de bovenstaande activiteiten vallen deels in uitgaven en deels in investeringen, zoals het onderhoud of de aanleg van wegen en havens. Dergelijke uitgaven zijn dus in voorgaande tabel behandeld. Daarnaast identificeren we de volgende investeringen: Tabel 3. Beoordeling gemeentelijke investeringen op fossiele subsidie-classificatie.

Investeringen

Toelichting

Obligaties

De gemeente heeft obligaties in fonds Meewind, een fonds waarmee particulieren, overheden en bedrijven participeren in duurzame energieprojecten, en in voormalig fonds Uiver. Het voormalig Fonds Uiver betreft momenteel zes obligaties van de Bank Nederlandse Gemeenten (Programmabegroting 2025 – 2028) en deze worden in opdracht van de gemeente beheerd door ASR. In de programmabegroting 2021-2024 is toegelicht: “Er wordt door ASR gescreend op basis van het SRI-beleid (Socially Responsible Investment), zoals sociale- en milieuaspecten. Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave.

18

Investeringen

Toelichting

Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter

De gemeente draagt bij aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter. Via InnovationQuarter wordt geïnvesteerd in nieuwe bedrijvigheid in Zuid-Holland. Omdat InnovationQuarter een verbonden partijen is, valt dit buiten de scope van dit onderzoek.

Warmtelinq

De gemeente Den Haag heeft geïnvesteerd in de warmteleidingen naar en binnen Den Haag voor restwarmtelevering via het project Warmtelinq. Deze warmte wordt nu niet gebruikt en inzet van deze restwarmte verdringt de vraag naar nieuwe fossiele energie. Door de restwarmte te gebruiken in onder andere Den Haag, hoeft geen aardgas te worden verbrand om nieuwe warmte te genereren. Op die manier kan een reductie van CO2-uitstoot worden gerealiseerd. Het afnemen van restwarmte draagt ook niet bij aan het uitbreiden van de fossiele activiteiten in Rotterdam. De gemeente heeft deze restwarmte daarom geclassificeerd als duurzame warmte. Bovendien heeft de gemeente strenge eisen gesteld aan de deelname aan dit project, zoals dat fossiele restwarmte geen voorrang krijgt op duurzaam opgewekte warmte die kan worden ingevoed op het warmtenet en dat de fossiele bedrijven moeten verduurzamen en zo op termijn geen fossiele restwarmte, maar duurzame restwarmte kunnen invoeden (Den Haag, 2020). Een uitgebreidere analyse van de CO2-reductie die wordt gerealiseerd met dit project en eventuele alternatieven die niet zijn geïmplementeerd valt buiten de scope van dit onderzoek. We volgen de lijn van de gemeente en classificeren de investering niet als fossiele uitgave. Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave.

Investering in afvalverwijdering

Haagsche Milieuservices (HMS) verzamelt het huishoudelijk afval en transporteert het naar de locatie waar het wordt verbrand. Bij het transport worden fossiele brandstoffen gebruikt. Na het transport wordt het grootste deel van het afval verbrand bij AVR Rijnmond. Bij het transporteren en verbranden van afval komen emissies vrij. Omdat HMS een verbonden partij is, vallen haar reguliere bedrijfsactiviteiten buiten de scope van dit onderzoek. Echter, in het meerjarenplan staat wel een specifieke investering in afvalverwijdering. Deze investering is bedoeld voor verduurzaming van het wagenpark van HMS, namelijk de overstap naar niet-fossiele brandstoffen. Daarom wordt deze investering niet geclassificeerd als fossiele subsidie of fossiele uitgave, maar juist als een investering in verduurzaming. Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave.

19

4.1.3. Subsidies De gemeente biedt ongeveer zeventig subsidieregelingen aan in diverse werkvelden zoals Wonen en Bouwen, Onderwijs, Cultuur, Sport, en Zorg en Welzijn. Tabel 4. Beoordeling gemeentelijke subsidies op fossiele subsidie-classificatie.

Subsidies

Toelichting

Subsidieregelingen gemeente Den Haag

We hebben alle subsidieregelingen getoetst op de WTO definitie en komen tot de volgende conclusie: 1.

De subsidies worden niet specifiek verstrekt aan fossiele sectoren 2. De ontvangers kopen eventuele fossiele energie in tegen marktconforme prijzen 3. Er worden geen speciale voordelen verleend aan fossiele energiegebruikers ten opzichte van andere marktdeelnemers Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave.

Noemenswaardig is dat sommige subsidies, zoals de Subsidieregeling publieksevenementen Den Haag 2023, duurzaamheid in hun beoordelingscriteria meenemen. Zo wordt er bijvoorbeeld waarde aan gehecht als een evenement bijdraagt aan duurzaamheid, doordat er bijvoorbeeld aandacht is voor circulariteit, CO2-uitstoot en duurzame mobiliteit. Wanneer ontvangers van deze subsidies fossiele energie gebruiken (bijvoorbeeld voor verwarming of stroomopwekking), valt dit onder indirecte fossiele uitgaven. Conform de scope van dit onderzoek worden deze indirecte uitgaven niet verder onderzocht of gekwantificeerd.

4.2. Prijssteun De gemeente heeft in 2023 een energietoeslag uitgekeerd, welke door het Rijk werd gefinancierd. Tabel 5. Beoordeling gemeentelijke prijssteunregelingen op fossiele subsidie-classificatie.

Prijssteunregelingen

Toelichting

Energietoeslag 2023

De energietoeslag 2023 was een tegemoetkoming bij hoge energiekosten. Dit was een fossiele subsidie, omdat de ontvanger van de prijssteun vervolgens aardgas kon inkopen tegen prijzen die lager waren dan de markt. Omdat deze regeling via het Rijk was gefinancierd en slechts werd herverdeeld door de gemeente, werd deze fossiele subsidie niet door de gemeente Den Haag verstrekt. Oordeel: fossiele subsidie, maar niet verstrekt door de gemeente Den Haag.

4.3. Belastingvoordelen of gederfde inkomsten 4.3.1. Belastingen en heffingen De gemeente heft diverse belastingen, welke zijn genoemd in onderstaande tabel.

20

Tabel 6. Beoordeling gemeentelijke belastingen en heffingen op fossiele subsidie-classificatie.

Belastingen en heffingen

Toelichting

• • • • • • •

Geen van deze belastingen beïnvloedt de prijs die burgers of bedrijven betalen voor fossiele energie.

Afvalstoffenheffing Onroerendezaakbelasting (OZB) Toeristenbelasting Parkeerbelasting Precariobelasting Rioolheffing Binnenhavenbelasting

Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave.

Drie belastingen verdienen extra aandacht vanwege hun potentiële rol om duurzaam gedrag te stimuleren, maar zijn geen fossiele subsidies:

Parkeerbelasting De parkeerbelasting is geen fossiele subsidie omdat alle voertuigen hetzelfde tarief betalen - er wordt dus geen voordeel verleend aan fossiele voertuigen ten opzichte van elektrische voertuigen. De gemeente zou dit instrument in de toekomst kunnen inzetten voor verduurzaming door differentiatie in tarieven tussen fossiele en elektrische voertuigen.

Reclamebelasting De reclamebelasting is momenteel geen fossiele subsidie omdat alle sectoren gelijk worden behandeld in de belastingheffing. Noemenswaardig hier is dat de gemeenteraad recent heeft besloten om reclame voor fossiele brandstoffen per 1 januari 2025 te verbieden, waardoor er geen reclame mag worden gemaakt voor vliegvakanties, benzineauto’s of energiecontracten op basis van fossiele brandstoffen4.

Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is geen fossiele subsidie omdat er geen voordeel wordt verleend aan fossiele sectoren of activiteiten. Wel komt er bij afvalverwerking CO2 vrij door transportbrandstoffen en verbranding van fossiele materialen zoals plastic. De heffing zou potentieel kunnen worden ingezet om het gebruik en afdanken van producten met fossiele oorsprong te ontmoedigen, mits dit binnen de gemeentelijke bevoegdheden valt.

4.3.2. Gemiste inkomsten Naast heffingen en belastingen, zijn er nog diverse andere vormen van inkomsten voor de gemeente Den Haag. Zo levert de gemeente verschillende diensten aan inwoners en bedrijven en verhuurt gemeentelijk vastgoed, en int de gemeente erfpacht. Dergelijke inkomsten worden in onderstaande tabel getoetst. Tabel 7. Beoordeling gemeentelijke gemiste inkomsten op fossiele subsidie-classificatie.

Dienstverlening en verhuur

Toelichting

Adviesverlening

De gemeente biedt diverse vormen van advies: •

Verduurzamingsadvies aan VvE's

4 https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/Overige%20bestuurlijke%20stukken/990097

21

Dienstverlening en verhuur

Toelichting • • •

Projectbegeleiding bij bouwprojecten MKB-advies over verduurzaming via DPZ Advies over regels, vergunningen en procedures

Voor deze diensten geldt een uniform tarievenbeleid. Er worden geen speciale tarieven of voordelen verleend aan fossiele sectoren. Daarom is hier geen sprake van fossiele subsidies. Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave. Verhuur van vastgoed

De Centrale Vastgoedorganisatie Den Haag (CVDH) beheert en verhuurt bedrijfsmatig vastgoed op verschillende locaties in de stad. Dit vastgoed wordt onder andere verhuurd aan: • • •

Startende en groeiende bedrijven Maatschappelijke instellingen (tegen niet-commercieel tarief) Commerciële exploitanten (zoals bij het World Forum)

Hoewel er verschillende tarieven worden gehanteerd (commercieel versus niet-commercieel), is dit onderscheid gebaseerd op het type instelling en niet op het energiegebruik of de sector. Er worden geen specifieke voordelen verleend aan fossiele sectoren in de verhuur van vastgoed. Daarom classificeren we ook dit niet als fossiele subsidie. Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave. Tarieven leges, erfpacht en toewijzing van bouwkavels

De tarieven voor leges, erfpacht en de toewijzing van bouwkavels worden bepaald op basis van algemeen geldende criteria zoals: • • • •

De bestemming van de grond Het toegestane gebruik De marktwaarde De aard van de activiteit commercieel)

(commercieel/niet-

Ook hier geldt dat er geen specifieke voordelen worden verleend aan fossiele sectoren ten opzichte van andere marktdeelnemers. Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave. Leningen

De gemeente verstrekt diverse leningen, voornamelijk voor woningbouw, zoals: • •

Bouw nieuwe woonwijk Loosduinen Transformatie gebouw De Schilde

22

Dienstverlening en verhuur

Toelichting •

Historische afgeschaft)

personeelshypotheken

(inmiddels

Deze leningen classificeren we niet als fossiele subsidies om twee redenen: 1.

De leningen worden niet verstrekt aan fossiele sectoren of voor fossiele activiteiten 2. Er worden geen speciale voordelen verleend die het gebruik van fossiele energie stimuleren - ook als er in deze gebouwen fossiele energie wordt gebruikt, gebeurt dit tegen marktconforme prijzen Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave. Ontheffingsvergoeding milieuzone

De gemeente kent een milieuzone waar dieselauto's niet zijn toegestaan, met uitzonderingen voor: • • •

Diesel oldtimers (40+ jaar) Dieselkampeerauto's van bewoners binnen de zone Dieselauto's met rolstoelvoorzieningen

Hoewel de gemeente via deze uitzonderingen inkomsten misloopt die normaal zouden worden ontvangen die ontheffingsvergoedingen, is er geen sprake van een fossiele subsidie, omdat de prijs die voor diesel wordt betaald niet door de regeling wordt beïnvloed. Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave

4.4. Overdracht van risico 4.4.1. Garantstellingen De gemeente verleent garantstellingen voor diverse leningen, waarbij zij de restschuld overneemt als de ontvanger niet kan aflossen. Overdracht van risico

Toelichting

Garantstellingen

De garantstellingen worden verstrekt voor sociale doeleinden (toegang tot woningmarkt en sociale huisvesting) en niet specifiek voor fossiele activiteiten. Voorbeelden zijn garantstellingen aan: • •

Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen Hypotheek Garantie) Waarborgfonds Sociale Woningbouw huurwoningen)

(Nationale (sociale

23

Overdracht van risico

Toelichting Deze garantstellingen classificeren we niet als fossiele subsidies omdat de garantstelling geen voordeel geeft aan fossiele sectoren ten opzichte van andere marktdeelnemer. Oordeel: geen fossiele subsidie, geen directe fossiele uitgave. Hoewel in de gegarandeerde woningen mogelijk fossiele energie wordt gebruikt, gebeurt dit tegen marktconforme prijzen zonder dat de garantstelling hier invloed op heeft.

24

5. Hoogte van fossiele uitgaven In hoofdstuk 4 hebben we diverse regelingen van de gemeente Den Haag getoetst aan de definitie van een fossiele subsidie. We zijn tot de conclusie gekomen dat er geen fossiele subsidies worden verstrekt door de gemeente Den Haag. Dat betekent dat er vanuit de gemeente geen regelingen zijn die een voordeel verlenen aan bedrijven in de fossiele sectoren ten opzichte van andere marktdeelnemers. Er wordt momenteel wel fossiele energie ingekocht door de gemeente: er zijn dus directe fossiele uitgaven. Omdat dit niet past in het doel van de gemeente om in 2030 klimaatneutraal te zijn, hebben we de directe fossiele uitgaven verder onderzocht. In dit hoofdstuk berekenen we de hoogte van de fossiele uitgaven en welke CO2-uitstoot erdoor wordt veroorzaakt. Ook berekenen we welke effectieve CO2-beprijzing hier al over wordt geheven, waarbij we aansluiten op de methodologie van het PBL en CPB. Deze analyse geeft inzicht in hoeveel de gemeente bijdraagt aan fossiele sectoren en in welke mate deze uitstoot al wordt beprijsd.

5.1. Directe fossiele uitgaven In hoofdstuk 4 zijn alle directe fossiele uitgaven van de gemeente geïdentificeerd. De gemeente Den Haag heeft recent haar scope 1 en 2 emissies en dienstreizen-gerelateerde uitstoot in kaart gebracht voor de CO2-prestatieladder5. In 2023 waren er zo’n 6,7 kton CO2-emissies, zie Figuur 2. Het overgrote deel, zo’n 5,5 kton, van de uitstoot telt als scope 1 emissies. Dit is uitstoot die vrijkomt bij verbranding van fossiele brandstoffen door de gemeente zelf. Een kleiner deel, ruim 1 kton, komt vrij als scope 2 emissies, dit zijn emissies die vrijkomen bij het opwekken van door de gemeente ingekochte warmte. Een klein deel van de emissies wordt veroorzaakt tijdens dienstreizen. De emissies van de gemeente, inclusief reductiedoelen en emissiereductiemaatregelen, zijn beschreven in het Energiemanagement Actieplan Gemeente Den Haag (2023).

Figuur 2. Links: aandeel scope 1, scope 2 en dienstreis emissies in ton CO2 in 2023. Rechts: Dezelfde CO2 footprint uitgesplitst naar oorsprong. Bron: Energiemanagement Actieplan Gemeente Den Haag, 2024.

https://www.co2-prestatieladder.nl/wat-is-de-co2-prestatieladder/ “De CO2-prestatieadden als managementsysteem helpt u om uitstoot te verminderen in uw eigen organisatie en keten. U kunt de CO2-prestatieladder ook inzetten als aanbestedingsinstrument en zo duurzame impact maken met de koopkracht van uw organisatie.” 5

25

Voor de kwantificering van de directe fossiele uitgaven hebben we gebruik gemaakt van energievolumes die door de gemeente zijn aangeleverd. Wanneer alleen CO2-uitstoot gegevens bekend waren, hebben we deze teruggerekend naar energievolumes door gebruik te maken van de CO2-intensiteit van de brandstof. Conform de CO2-prestatieladder is gerekend met CO2intensiteit van brandstoffen zoals gepubliceerd op co2emissiefactoren.nl. Deze is gebaseerd op de well-to-wheel uitstoot en houdt ook dus rekening met de uitstoot die vrijkomt bij bijvoorbeeld de extractie van een fossiele brandstof, aanvullend op de CO2 die vrijkomt tijdens de verbranding. Energievolumes zijn omgerekend naar financiële uitgaven door te rekenen met gemiddelde energieprijzen over 2023, gebaseerd op data van het PBL en het CBS6. Hoewel dit een vereenvoudiging is van de werkelijkheid - de gemeente koopt energie in via meerjarige contracten met leveranciers en bij tankstations tegen fluctuerende prijzen - geeft deze methode een goede indicatie van de ordegrootte van de uitgaven. De fossiele uitgaven berekenen we exclusief eventuele energiebelasting, accijnzen en btw. Deze systematische aanpak maakt het mogelijk om de verschillende geldstromen onderling te vergelijken en een totaalbeeld te schetsen van de fossiele uitgaven door de gemeente.

We bespreken nu per directe fossiele uitgave welke gegevens en aannames zijn gebruikt.

5.1.1. Inkoop van aardgas De gemeente verbruikte in 2023 ongeveer 1,6 miljoen m³ aardgas voor de verwarming van gemeentelijk vastgoed. Dit verbruik is verdeeld over bibliotheken, gemeentelijke kantoren, sporthallen en zwembaden, waarbij de zwembaden met bijna 1 miljoen m³ ongeveer 60% van het totale verbruik voor hun rekening nemen. Totaal zorgde dit volume aardgas voor de uitstoot van ongeveer 3,3 kton CO2. In onze berekeningen hanteren we de gemiddelde aardgasprijs uit 2023. De gemeente betaalt de energiebelasting per aansluiting. Dit betekent dat een groot deel van het aardgas in schijf 1 van de energiebelasting valt tegen het hoogste tarief. Alleen een paar zwembaden en sporthallen vallen vanwege hun hoge aardgasverbruik deels in schijf 27 waar ze een lager tarief betalen.

5.1.2. Inkoop van fossiele warmte In 2023 nam de gemeente ruim 40 TJ aan warmte af van de Uniper STEG-centrale. Bij het opwekken van deze warmte kwam 1,0 kton CO2 vrij, uitgaande van de gemiddelde CO2-intensiteit van warmtenetten. Voor onze berekeningen van de fossiele uitgaven hebben we het gemiddelde warmtetarieven in 2023 van de Uniper STEG-centrale gebruikt, dit is lager dan het 2023 prijsplafond. Er zijn twee schijven van warmtetarieven waardoor grootverbruikers minder betalen voor hun warmte. We hebben aangenomen dat de gemeente voor hun warmte per aansluiting betaalt, waardoor bijna de helft van het gebruik in het hogere tarief valt. Er was geen energiebelasting op warmte, omdat deze geheven wordt bij de producent van de warmte.

5.1.3. Inkoop van brandstof en elektriciteit voor wagenpark en bedrijfsmiddelen Voor het gemeentelijk wagenpark en bedrijfsmiddelen werd ruim 700.000 liter/kg aan fossiele brandstoffen ingekocht. Het grootste volume is diesel (bijna 350.000 liter), gevolgd door CNG

6 PBL, Klimaat en energieverkenning 2024 en CBS, Pompprijzen motorbrandstoffen; locatie tankstation, brandstofsoort 7 NB: de schijfindeling van de energiebelasting is op 1 januari 2024 veranderd. In 2023 golden 4 schijven, met de grens

tussen schijf 1 en 2 bij een verbruik van 170.000 m3. Per 2024 geldt dat de vroegere 1e schijf is gesplitst en zijn er in totaal 5 schijven. Schijf 2 uit 2023 staat dus qua verbruik gelijk aan schijf 3 in 2024.

26

(Compressed Natual Gas, 180.000 kg) en GTL (Gas To Liquid, vloeibare dieselbrandstof, 105.000 liter). Daarnaast kocht de gemeente benzine, LPG (Liquefied Petroleum Gas) en Aspen (Alkylaatbenzine). De uitstoot die vrijkwam bij de verbranding van deze brandstoffen was in 2023 2,2 kton CO2. We hebben gerekend met gemiddelde pompprijzen over 2023.

5.1.4. Dienstreizen per vliegtuig Gemeentemedewerkers vlogen in 2023 ongeveer 350.000 kilometer voor dienstreizen. De gemeente publiceert de gegevens, afstanden en doelen van dienstreizen online. In de meeste noties van dienstreizen zijn de kosten ook gepubliceerd, maar dat is niet voor alle vluchten het geval. Het is dus niet mogelijk om de daadwerkelijke uitgaven aan de luchtvaartsector te bereken. Om toch een indicatie van de uitgaven te krijgen, hebben we deze teruggerekend op basis van uitstoot. Voor de CO2-prestatieladder is alle uitstoot veroorzaakt door dienstreizen met het vliegtuig verzameld, dit was 57 ton CO2 in 2023. Met de emissie intensiteit van kerosine kan worden berekend dat er dan zo’n 18 duizend liter kerosine is verbruikt. De fossiele uitgaven zijn vervolgens benaderd door de gemiddelde prijs voor kerosine in 2023 toe te passen op dit volume. Omdat de luchtvaartmaatschappijen meer kosten hebben dan kerosine, is dit een onderschatting van de daadwerkelijke uitgaven aan deze sector.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16338808/1