RIS323967 Bijlage 3 Bouwenvelop De Ley
Tekst van het document
Bouwenvelop De LEY | december 2025
54
Bijlage A 13-18 = 0,127 x 320 = 41 m² Norm is 1 speelplek per 787 woningen. Moet binnen 1.000 meter Sport in OR 1000 m² per 1000 woningen 1000 x 320/1000 = 320 m² Er wordt indicatief uitgegaan van 100% dubbelgebruik met groen of verharde openbare ruimte.
Huidige voorzieningen in omgeving, met vrije capaciteit/tekorten (momentopname)
Groen Met het vaststellen van de structuurvisie is afgesproken dat bezien over heel Zuidwest per woning minstens 22 m² openbaar groen beschikbaar is. Dit project geeft een extra druk op het groen van 22 x 330 = 7.260 m² openbaar groen. Deze extra druk op het groen is onderdeel van de uitwerking van de groenbalans binnen het gebiedsprogramma Morgenstond. Spelen: afstand tot speelvoorziening 229 meter. Voldoet niet aan norm van 150 meter.
Spelen: RAVEL Groen: Ambitie- en Scopebepaling Morgenstond
Bouwenvelop De LEY | december 2025
55
Bijlage A
Projecten binnen voedingsgebied die voorzien in voorzieningen, met status van die projecten
IHP plannen die voorzien in aanpassing/uitbreiding/sluiten van voorzieningen binnen 10 jaar, met status van die plannen Voorstel bijdrage initiatief aan voorzieningen Overige functies
Geen richtinggevende normen, wel vergewisplicht of er behoefte is aan: stadsbrede voorzieningen, WO/HBO/MBO, nutsruimtes, gebedsruimte, 2e-lijns zorg. Denk ook aan commerciële functies.
Op dit moment is het oppervlak openbaar groen in Morgenstond 23,8 m² per woning (zonder binnentuinen). De norm is 22 m² openbaar groen per woning. Geen lopende projecten binnen 150 meter. Geen lopende projecten die voorzien in meer vierkante meters openbaar groen. Geen. Geen bijdrage, er zit geen openbare ruimte in het projectgebied. In de directe omgeving zijn meerdere locaties met de bestemming voor religieuze doeleinden. Er wordt in dit project 3.000 1.229 = 1.771 m² netto aan commerciële functies toegevoegd.
Uitvoeringsplan spelen, DPZ. Buitenruimteplannen GO
‘IHP’ Spelen Groen: n.v.t.
• • • • • •
In participatie vragen of er andere behoeftes zijn OCW Regietafel ruimte VRH Stedin, Dunea FCC
In het kader van WLI (werken – leren – innoveren) wordt ruimte voor onderwijs voorzien in de directe nabijheid van werkgelegenheid, zoals
Bouwenvelop De LEY | december 2025
56
Bijlage A bijvoorbeeld het ZKD of het HagaZiekenhuis (zie Ambitieen Scopebepaling Morgenstond). In de plint is o.a. ook ruimte voor innovatieve zorgbedrijven om zich te vestigen. Achtergrond Met deze uitleg wordt uitvoering gegeven aan het raadsbesluit nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen 2024 (RIS 317835), besluitpunt IV: Bij NvU’s en PUK’s standaard een overzicht toe te voegen wat het huidige voorzieningenniveau is, welke voorzieningen in de wijk en wijkoverstijgend nodig zijn voor de toename van het aantal woningen en bewoners, en indien van toepassing hoe dit zich verhoudt tot de ontwikkelstrategie Dit besluitpunt komt voort uit het amendement ‘Altijd zicht op het voorzieningenniveau’. •
Bouwenvelop De LEY | december 2025
57
Bijlage B
DE EY
Februari 2025
BUURTADVIES
Op het kruispunt van de Leyweg en de Hengelolaan in Den Haag komt een nieuw gebouw: DE LEY! Hierover dachten de buurtbewoners, winkeliers, eigenaren en andere betrokkenen mee. Zij deelden hun wensen en aandachtpunten voor het nieuwe gebouw en de directe omgeving ervan.
DE EY
BUURTADVIES
De inrichting van de omgeving: DE LEY als impuls voor de buurt
■ De komst van DE LEY kan een
positieve impuls geven aan de buurt! Heb hierbij aandacht voor een veilige, schone en prettige omgeving.
In dit buurtadvies leest u een samenvatting van hun inbreng. Deze is verdeeld in zes thema’s:
■ Knap de omgeving op met meer
Inrichting van de omgeving:
De invloed op de omgeving:
Het gebouw:
DE LEY als impuls voor de buurt
Met oog voor de buurt en de buren
Een ontwerp dat past in de buurt
bomen, groen en goed onderhouden openbare ruimtes. Dat geeft een nette en opgeruimde uitstraling van de buurt.
■ Maak een speelplek om de buurt aantrekkelijk te maken voor gezinnen.
■ Maak veilige oversteekplaatsen,
De woningen:
Voorzieningen:
Het project:
Voor iedereen, met (buiten)ruimte en comfort
Die verbinden, versterken en verwelkomen
Samenwerken aan een helder en betrokken proces
duidelijke verkeersroutes en goed begaanbare stoepen, zodat iedereen zich veilig en gemakkelijk kan verplaatsen.
■ Behoud de parkeerplaats die voor
het gebouw ligt. Maak de indeling duidelijk, overzichtelijk en netjes.
De invloed op de omgeving: Met oog voor de buurt en de buren
■ Zorg voor weinig overlast tijdens de Lees op de volgende pagina’s het advies van de buurt!
bouw door duidelijke communicatie en het nemen van passende maatregelen.
■ Stimuleer sociaal contact door ontmoetingsplekken en een uitnodigende sfeer.
■ Neem gerichte maatregelen
tegen zwerfvuil en overlast door hangjongeren, voor een schonere en veiligere woonomgeving.
■ Bedenk een goede parkeeroplossing voor nieuwe bewoners, zodat de komst van meer auto’s in de buurt niet de parkeerdruk verhoogt.
Bouwenvelop De LEY | december 2025
58
Bijlage B
DE EY
BUURTADVIES
Het gebouw: Een ontwerp dat past in de buurt
DE EY
BUURTADVIES
Voorzieningen: Die verbinden, versterken en verwelkomen
■ Zorg voor voldoende privacy
■ Behoud belangrijke bestaande
en daglicht voor de omliggende woningen.
functies zoals de multiculturele supermarkt A1.
■ Let op de hoogte van het gebouw
■ Voeg nieuwe functies toe zoals een
■ Niet iedereen vindt dat het gebouw
■ Creëer ontmoetingsplekken zoals een
goed past in de buurt. Sommige mensen stellen een andere plek voor.
buurthuis of een huiskamer voor de buurt.
■ Gebruik materialen die niet snel vuil
■ Maak voorzieningen die toegankelijk
hobbywinkel, sportvoorziening en horeca.
zodat het geen overlast veroorzaakt voor de buren en de buurt.
zijn en afgestemd zijn op de behoeften van verschillende doelgroepen.
worden, zoals donkere kleuren en onderhoudsarme oppervlakken.
Vogelvlucht
■ Maak gezamenlijke ruimtes zoals een
■ Zorg voor een logische verbinding
daktuin en ontmoetingsruimte om sociaal contact te bevorderen.
met het winkelcentrum Leyweg.
Impressie vanaf
De woningen: Voor iedereen, met (buiten)ruimte en comfort
■ Woningen zijn welkom! Er is veel
vraag naar woningen in de buurt.
■ Maak een mix van sociale huur,
middenhuur en koopwoningen. En maak ook woningen die groot genoeg zijn voor gezinnen.
■ Zorg voor goede geluidsisolatie,
ventilatie en voldoende daglicht in alle woningen.
■ Geef alle woningen, inclusief de
sociale huurwoningen, toegang tot een buitenruimte, zoals balkon of gemeenschappelijke tuin.
■ Ontwerp voldoende ruimte in de
woningen voor praktische zaken zoals een berging of ruimte voor een wasmachine in de badkamer.
Hengelolaan
Het project: Samenwerken aan een helder en betrokken proces
■ Sommige omwonenden hebben
hun zorgen geuit over de komst en impact van het gebouw. Blijf hierover met elkaar in gesprek.
■ Houd rekening met de Structuurvisie Zuidwest en de Wijkagenda Morgenstond bij de ontwikkeling van dit project.
■ Betrek inwoners en belanghebbenden in het vervolgproces.
■ Communiceer open over de
voortgang en plannen, ook over de bouwwerkzaamheben. Betrek ook bewoners die verder van het project wonen. Bouwenvelop De LEY | december 2025
59
Bijlage C
DE LEY - Den Haag
Project: Opdrachtgever: Fase: Datum: TAB: CURSIEF:
DE LEY - Den Haag ROMA Investments B.V. VO concept, op basis van schema PBV Architecten d.d. 19 augustus 2025 20 augustus 2025 AUTO Handmatige invoer
PARKEERBEHOEFTE BEREKENING OP BASIS VAN "NOTA PARKEERNORMEN DEN HAAG 2024"
geldend vanaf 22 januari 2025
Uitgangspunten: - Aangehouden is de "Nota parkeernormen Den Haag 2024" - DE LEY valt binnen de kaders voor parkeren in "Naoorlogse wijken" - Uitgaande van Huurappartementen - CROW kennisbank aangehouden voor de aanwezigheids% NIEUW - Economisch programma Functie Programma
Aanwezigheids%
Auto Pnorm % bezoek w.d. ochtend
Bedrijfsverzamelgebouw Arts/maatschap Cafetaria/lunchroom Bedrijf Kantoor met balie Sportschool Totaal
825 1,10 138 2,85 138 5,00 825 1,45 688 1,40 138 2,70 2.750 m2 bvo
NIEUW - Woonappartementen Auto Pnorm: m2 BVO S < 40m2 M 40-70m2 L 70-100m2 XL 100-160m2 XXL > 160m2
Bewoner 0,33 0,40 0,66 0,75 1,00
STAPPENPLAN - Parkeervraag Stap 1: Parkeervraag - normatief
5% 65% 85% 15% 20% 80%
Bezoek 0,15 0,15 0,15 0,15 0,15
w.d. middag
w.d. avond 5%
w.d. nacht 0%
koopavond
Opmerkingen
vrijdagmiddag
5%
zaterdagmiddag zaterdagavond
100%
100%
100%
100%
10%
0%
10%
75%
0%
0%
0%
30%
40%
80%
0%
80%
60%
90%
70%
100%
100%
100%
5%
0%
5%
60%
100%
100%
5%
0%
5%
60%
0%
0%
0%
50%
50%
100%
0%
100%
40%
100%
100%
100%
Laagbouw 89,00 7,00 96,00
Hoogbouw 72,00 148,00 4,00 224,00
op basis van deze normering en het huidige woonprogr. leidt dit tot de navolgende parkeerbehoefte:
Stap 2: Parkeervraag met inzet deelmobiliteit
60%
vrijdagavond
S M L XL XXL Totaal
0%
0%
0%
zondagmiddag
Kantoor/bedrijven aangehouden Sociaal medisch aangehouden Restaurant aangehouden => dient maatwerk te zijn volgens CROW 0% Kantoor/bedrijven aangehouden 0% Kantoor/bedrijven aangehouden 75% Sportfuncties binnen aangehouden
0%
0%
0%
0%
40%
0%
Totaal 161,00 155,00 4,00 320,00
ppl bewoners ppl bezoekers Totaal 64,40 24,15 88,55 102,30 23,25 125,55 3,00 0,60 3,60 169,70 48,00 217,70
Stap 3: Parkeervraag o.b.v. aanwezigheids% (dubbelgebruik) w.d. ochtend
vrijdagmiddag
vrijdagavond
zaterdagmiddag
zaterdagavond
60%
w.d. middag 60%
w.d. avond 90%
w.d. nacht 100%
koopavond 80%
70%
70%
75%
80%
zondagmiddag 75%
89,82
89,82
134,73
149,70
119,76
104,79
104,79
112,28
119,76
112,28
Woonappartementen
bewoners
169,70
deelmobiliteit aantal reductie ppl totaal - auto's 5,00 -15,00 149,70 - bakfietsen 5,00 -5,00
40%
50%
75%
Woonappartementen
bezoekers
48,00
48,00
19,20
24,00
36,00
100%
100%
5%
Bedrijfsverzamelgebouw Bedrijfsverzamelgebouw
personeel bezoekers
8,62 0,45
8,62 0,45
8,62 0,45
8,62 0,45
0,43 0,02
100%
100%
10%
Arts/maatschap Arts/maatschap
personeel bezoekers
1,37 2,55
1,37 2,55
1,37 2,55
1,37 2,55
0,14 0,25
30%
40%
80%
Cafetaria/lunchroom Cafetaria/lunchroom
personeel bezoekers
1,03 5,84
1,03 5,84
0,31 1,75
0,41 2,34
0,83 4,68
100%
100%
5%
Bedrijf Bedrijf
personeel bezoekers
10,17 1,79
10,17 1,79
10,17 1,79
10,17 1,79
0,51 0,09
100%
100%
5%
Kantoor met balie Kantoor met balie
personeel bezoekers
7,70 1,93
7,70 1,93
7,70 1,93
7,70 1,93
0,39 0,10
50%
50%
100%
0%
100%
40%
100%
100%
100%
75%
Sportschool Sportschool Totaal
personeel bezoekers
0,74 2,97 262,87
0,74 2,97 242,87
0,37 1,49 147,52
0,37 1,49 153,01
0,74 2,97 181,87
149,70
0,74 2,97 164,50
0,30 1,19 160,54
0,74 2,97 162,69
0,74 2,97 168,80
0,74 2,97 178,35
0,56 2,23 161,01
Aan deze opstelling kunnen geen rechten worden ontleend.
0%
0%
0%
0%
0%
0%
-
70%
60%
100%
100%
100%
90%
33,60
28,80
48,00
48,00
48,00
43,20
5%
60%
0,43 0,02
5,17 0,27
10%
75%
0,14 0,25
1,03 1,91
0%
-
0%
0%
-
0%
0%
-
0%
0%
-
0%
-
80%
60%
90%
70%
100%
40%
0,83 4,68
0,62 3,51
0,93 5,26
0,72 4,09
1,03 5,84
0,41 2,34
5%
60%
0,51 0,09
6,10 1,08
5%
60%
0,39 0,10
4,62 1,16
0%
-
0%
0%
-
0%
0%
-
0%
0%
-
Bouwenvelop De LEY | december 2025
0%
-
60
Bijlage D
Structuurvisie Zuidwest RIS-nummer: 312245
Kwaliteitsplan Zuidwest RIS-nummer: 322208
Ambitie- en Scopebepaling, Morgenstond 2040 RIS-nummer: 322209
https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/Overige%20bestuurlijke%20stukken/835905
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/15651183/1?connection_type=16&connection_id=1044181
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/15580170/1?connection_type=16&connection_id=1044221
In Zuidwest woon je straks gezond en veilig in een betaalbare woning en fijne omgeving. Daarom werken we samen met bewoners en veel andere partijen aan een enorme verbetering van Den Haag Zuidwest. We vervangen 6500 verouderde sociale huurwoningen door nieuwbouw; renoveren 8500 woningen en voegen 10.000 betaalbare woningen toe. Een gigantische operatie die over stenen, groen en voorzieningen gaat, maar vooral over bewoners die een beter toekomstperspectief verdienen. Deze structuurvisie beschrijft hoe we de komende 20 jaar investeren in Zuidwest op deze thema’s en staat niet op zichzelf. Deze visie is onderdeel van het “Nationaal Programma Zuidwest’. Hierin werken bewoners, bedrijfsleven, corporaties, het rijk, onderwijs, welzijns- en zorginstellingen, gemeente en heel veel andere organisaties samen aan een sterker Zuidwest. Bijvoorbeeld door meer en passend werk te creëren, te zorgen voor goed onderwijs met voldoende stageplekken, door een gezondere leefstijl en beweging te stimuleren en door armoede, schulden en eenzaamheid aan te pakken.
In Zuidwest staat veel te gebeuren. Het gebied staat voor een aantal grote opgaven, zoals het vernieuwen, verdichten en leefbaarder maken van de wijken en het verbeteren van de openbare ruimte. In de Structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040 staat omschreven hoe Zuidwest kan ontwikkelen tot een aantrekkelijk en toekomstbestendig Haags woon- en werkgebied: met fijne woningen, veilige en prettige straten en buurten, goede bereikbaarheid, meer werkgelegenheid, goed onderwijs en sterke voorzieningen.
In de komende twintig jaar werken we samen met inwoners, ondernemers, instanties en woningbouwcorporaties aan een betere toekomst voor de wijk Morgenstond. In het document dat nu voorligt staat beschreven wat de opgaven, wensen en ideeën zijn voor de wijk en waar de grootste kansen liggen om de wijk te verbeteren.
Behoeften bewoners in structuurvisie Betere en betaalbare woningen, veiligheid, leefbaarheid, behoud van de wijk, saamhorigheid, groen en plekken voor ontmoeting. Al deze onderwerpen krijgen dan ook volop de aandacht in deze structuurvisie. Een woning is tenslotte iemands thuisbasis en die basis moet goed zijn. We bouwen daarom meer en verschillende soorten betaalbare woningen. Ook voor jongeren, ouderen en grote gezinnen. Zo kan iedereen die wil blijven. Tegelijk bieden we straks een thuis aan nieuwe Zuidwesters, want de stad heeft een enorme behoefte aan betaalbare woningen.
Behoud van bestaande kwaliteiten is een belangrijk uitgangspunt in de Structuurvisie, maar hoe met deze kwaliteiten om te gaan en hoe deze in de toekomst te waarborgen en te versterken is nog niet voldoende vastgelegd. Met het Kwaliteitsplan Zuidwest wil de gemeente sturing en richting geven op het behoud en het versterken van ruimtelijke kwaliteiten. Het Kwaliteitsplan bouwt voort op de beschreven kwaliteiten uit de Structuurvisie Zuidwest en is daarmee een uitwerking van de Structuurvisie. Het bepaalt het ambitieniveau voor de kwaliteit van toekomstige ontwikkelingen.
In deze ambitie en scopebepaling beschrijven we de belangrijkste fysieke ontwikkelingen in de wijk, zoals het aantal toe te voegen woningen en voorzieningen, maar ook hoe we omgaan met de openbare ruimte. We sluiten daarbij aan bij de bestaande kwaliteiten van de wijk. Het document is opgesteld in samenwerking met verschillende partijen waaronder de woningbouwcorporaties in het gebied en er is op meerdere momenten aan inwoners gevraagd om hun wensen en idee” voor het gebied te delen. De ambitie en scopebepaling geeft Morgenstond perspectief en laat zien wat we voor de wijk belangrijk vinden en waar we in de komende twintig jaar aan werken om van Morgenstond een leefbare en toekomstbestendige wijk te maken.
Samen op weg naar het nieuwe Zuidwest Onze ambities om de wijk te verbeteren hebben grote gevolgen. We zullen jarenlang aan de slag moeten om de wijken er bovenop te krijgen. Er zijn ook zorgen en vragen. ‘Wat brengt de toekomst?’ ‘Kan ik in mijn vertrouwde omgeving blijven wonen en kan ik de nieuwe woning betalen?’, vragen sommige bewoners zich af. Voor de ander gaat het niet snel genoeg. Die wil liever vandaag dan morgen naar een nieuwe woning verhuizen. Anderen hebben weer zorgen over voorzieningen en stellen de vraag: wordt aan alles gedacht om te zorgen voor een fijne woonomgeving? We vernieuwen stap voor stap, want alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat iedereen die wil kan blijven. De eerste nieuwbouwprojecten zijn al gestart. Zo maken steeds meer slechte woningen plaats voor duurzame, fijne en betaalbare woningen. En ontwikkelen we samen wijken, waar je kansen krijgt en oud wilt worden.
Bouwenvelop De LEY | december 2025
61
Bijlage D
Omgevingsvisie: Thuis in een groene metropool aan zee https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/15787081/1?connection_type=16&connection_id=1052043 RIS-nummer: 316672
Den Haag is een stad met vele kwaliteiten en een rijke historie. Het is ook een plek waar veel verandert en gaat veranderen. Zo is de afgelopen jaren het aantal inwoners sterk gegroeid. En deze groei zet de komende jaren door. Daarnaast zijn er ook andere ontwikkelingen die vragen om aanpassingen. Denk aan de vergrijzing van de bevolking, de verandering van het klimaat en de overgang naar duurzame energie. Door al deze ontwikkelingen neemt de druk op de stad toe. Daarom zijn heldere keuzes en creatieve oplossingen nodig. Om voor de toekomst van Den Haag goede keuzes te maken, is een omgevingsvisie opgesteld. Daarin staat de koers die we willen varen voor de ontwikkeling van Den Haag, als onderdeel van de Haagse regio, richting 2050. De omgevingsvisie is een uitnodiging om samen te werken aan een groene metropool aan zee, waar mensen zich thuis voelen. De vijf bewegingen in de omgevingsvisie: Den Haag groeit uit tot een groene metropool aan zee waar mensen zich thuis voelen. Vijf bewegingen geven hier richting aan. - Thuis in een divers Den Haag - Ruimte voor groen en water - Verstedelijking en bereikbaarheid in samenhang - Ruimte voor kennis en kunde - Basissystemen op orde Deze bewegingen geven richting aan de uitwerking per onderwerp en per gebied. Daarmee kan de stad groeien in balans, in een tempo dat past bij de stad.
Startpunt voor de toekomst van de stad De omgevingsvisie is geen eindpunt, maar een startpunt en uitnodiging voor een verder gesprek met elkaar over de toekomst van de stad. De keuzes en beleidslijnen in deze visie worden verder uitgewerkt in gebiedsvisies per stadsdeel en in programma’s. Deze worden vervolgens vertaald in een omgevingsplan – met juridisch bindende regels voor de inrichting van de fysieke leefomgeving – en in concrete projecten.
HAAGSE RICHTINGGEVENDE NORMEN VOOR MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN EN GROEN 2024 RIS-nummer: 317835
Nota Haagse Hoogbouw RIS-nummer: 298448
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/13778243/1/RIS317835_Bijlage_1_Nota_Haagse_richtinggevende_normen_MV_en_groen_2024
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/15816775/1?connection_type=16&connection_id=1060600 https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/5946855/1/RIS298448_bijlage_Haagse_hoogbouw%2C_Eyeline_en_Skyline
De bevolking van Den Haag groeit, en de vraag naar maatschappelijke voorzieningen groeit mee. Naast het toevoegen van woningen is het nodig om ook het voorzieningenniveau in deze gebieden mee te laten groeien. Zo zorgen we voor een evenwichtige en verantwoorde ontwikkeling van de stad: leefbaar, gezond, veerkrachtig en aantrekkelijk.
Er is een aantal redenen waarom de hoogbouwnota Eyeline & Skyline moest worden geactualiseerd. Een brede evaluatie in 2023 (RIS314363) bevat aanbevelingen die in deze nieuwe hoogbouwnota zijn verwerkt. Het ging daarbij in belangrijke mate om de afwegingen en de impact op het publieke domein (ruimte, diensten, beheer) in een gebied waarin hoogbouw zou komen en de bredere context daarvan.
Om te sturen op voldoende voorzieningen in de stad gebruikt de gemeente verschillende instrumenten, elk met een ander doel: • Normeren: Het college heeft in 2021 de nota ‘Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen’ vastgesteld (RIS307513). Deze richtinggevende normen geven aan hoeveel vierkante meter moet worden gereserveerd voor maatschappelijke voorzieningen en groen bij het opstellen van structuurvisies en voorzieningennota’s voor ontwikkelgebieden.
We spreken van hoogbouw in dit beleid bij hoogtes hoger dan 30 meter (gebouwen met circa 10 lagen zijn substantieel hoger dan de gemiddelde omgeving). De reden is dat 30 meter hoogte in grote delen van onze 3-4-laagse stad “hoogbouw’ is, en er geen apart kader is voor gebouwen tussen 30-50 meter hoogte terwijl daarbij dezelfde opgaven spelen. Dit hoogbouwbeleid maakt inzichtelijk onder welke voorwaarden hoogbouw mogelijk wordt gemaakt. Bovendien geeft het beleid handvatten voor de borging van de kwaliteit van hoogbouwinitiatieven op gebouwniveau.
• Reserveren: de raad legt in gebiedsvisies (tot 2024 structuurvisies) voor ontwikkelgebieden vast hoeveel voorzieningen nodig zijn, en waar. Hiermee is voor langere tijd (10-20 jaar) ruimte gereserveerd voor de voorzieningen en het groen. • Investeren: het college stelt Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s) vast. Hierin staat een concreet investeringsplan voor tien jaar voor de hele stad, gebaseerd op de meest actuele bevolkingsdata. Hierin worden rekening gehouden zowel met nieuwbouw als met de bestaande situatie. • Realiseren: op basis van de IHP’s realiseert het college realiseert voorzieningen in ontwikkelgebieden. Deze nota ‘Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024’ vervangt de nota ‘Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen’ uit 2021, Hiermee zet de raad het beleid over maatschappelijke voorzieningen en groen voort, dat eerst door het college is uitgestippeld. De nieuwe nota is op onderdelen aangepast, naar aanleiding van een evaluatie en van moties van de afgelopen drie jaar: de tabel met richtinggevende normen is aangevuld met normen voor cultuur en met normen voor het hoogstedelijk gebied dat ontwikkeld wordt in het CID. En deze nota geeft meer duidelijkheid over hoe we omgaan met groen in de ontwikkelgebieden.
In dit beleid wordt meer expliciet aangegeven hoe we in de stad met hoogbouw omgaan. Deze uitwerking is nodig om aan de voorkant van het planproces, in de startfase van een stedenbouwkundig plan of hoogbouwproject, helder te zijn over wanneer hoogbouwinitiatieven kansrijk zijn. Er wordt in dit beleid uitgebreid aandacht gegeven aan kwaliteits- en duurzaamheidseisen op het niveau van het gebouw en zijn directe omgeving. Deze zijn cruciaal om goede hoge gebouwen te kunnen ontwikkelen, om beter op kwaliteit te kunnen sturen en te kunnen bijdragen aan innovatieve oplossingen. In het laatste hoofdstuk wordt ingegaan op de verplichting dat elk hoogbouwproject wordt vergezeld van een goed Hoogbouweffectrapport (HER) dat de inpassing van het project beschouwt op alle onderwerpen die met leefmilieu en effect op de stad te maken hebben. De nota is geen stelsel van regels waarop een hoogbouwinitiatief wordt getoetst. De nota is opgezet als onderlegger voor de integrale benadering van alle aspecten die bij de ontwikkeling van hoogbouw aan de orde zijn. Met de nota wordt de basis gelegd voor kwalitatieve hoogbouw die past in de stad, de wijk of de gebiedsontwikkeling. De hoogbouwnota toetst niet het uiterlijk van gebouwen. Bewaking van de architectonische kwaliteit is en blijft de verantwoordelijkheid van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed.
Bij de gebiedsontwikkelingen zijn beeldkwaliteitsplannen de documenten waarmee ook hoogbouwprojecten worden getoetst.
Bouwenvelop De LEY | december 2025
62
Bijlage D
Stimuleringsplan Innovatieve Woonvormen 2023-2027 RIS-nummer: 316966
Cultuurhistorische Verkenning - herijking cultuurhistorische waarden Den Haag Zuidwest RIS-nummer: 311095
Woonvisie 2040: Wonen in een Stad in Balans RIS-nummer: 318960
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/13439659/1?connection_type=16&connection_id=889437
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10975076/1#search=%22crimson%22
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/14240975/1?connection_type=16&connection_id=945615
Een groeiende groep inwoners van Den Haag zoekt naar mogelijkheden voor andere vormen van samenwonen. Gemotiveerd door de schaarse ruimte in de stad, door klimaatverandering, een zorgvraag of de individualiserende samenleving ontstaan ideeën voor innovatieve, vernieuwende woonconcepten en woonvormen. Woonvormen die uitgaan van gemeenschapszin, van het delen van voorzieningen en van waarden over duurzaamheid, gezondheid en samen leven. De slagingskans van deze groepen is in de huidige krappe woningmarkt helaas nog minimaal.
Crimson Historians & Urbanists is door de dienst Stadsontwikkeling van de Gemeente Den Haag gevraagd een Cultuurhistorische Verkenning - herijking cultuurhistorische waarden Den Haag Zuidwest op te stellen naar het Haagse stadsdeel Zuidwest. Den Haag Zuidwest wordt gevormd door de wijken Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust/Berestein en Vrederust, die deels voorafgaand maar vooral na de Tweede Wereldoorlog gefaseerd tot stand kwamen als grootschalig gepland antwoord op de toenmalige woningnood en de grote ambities voor de toekomst van de stad Den Haag. De wijken zijn grotendeels ontworpen volgens de ruimtelijke en programmatische principes van de wijkgedachte en waren bestemd voor de Haagse midden- en arbeidersklasse.
In de Woonvisie 2040 staan maatregelen en acties om de woningnood verder aan te pakken en bestaande huizen te verbeteren. Doel: bouwen aan een stad in balans. Zodat iedereen een fijne en betaalbare plek heeft om te wonen.
Innovatieve woonvormen dragen bij aan een diverse, leefbare en inclusieve stad. Een verscheidenheid aan woonvormen stimuleert ontmoeting, eigenaarschap en verbinding en geeft kleur aan onze stad. Nieuwe collectieve woonconcepten kunnen zo ‘een onsje welzijn’ bieden waarmee ‘een kilo aan zorg’ kan worden voorkomen. Innovatieve woonvormen zijn nodig om het langer zelfstandig thuiswonen door senioren te bevorderen en vereenzaming te voorkomen. Woonvormen waarin ‘vragers’ en ‘dragers’ samenwonen en elkaar helpen zorgen voor een sterkere sociale basis en grotere zelfredzaamheid. Het is daarom belangrijk dat de stad meer ruimte biedt aan innovatieve woonvormen. Dat vraagt om een actieve houding. Aan de hand van dit plan wil de gemeente de komende jaren nieuwe innovatieve woonconcepten in Den Haag stimuleren. Dit doen we natuurlijk niet alleen, maar samen met al onze partners in de stad! We gaan vooral energie steken in het vinden van locaties en vastgoedobjecten voor innovatieve woonconcepten. Geen eenvoudige opgave want de druk op de beschikbare ruimte is hoog in Den Haag. Specifiek onderzoeken, ondersteunen en stimuleren we wooncoöperaties, CPO’s en andere collaboratieve groepswoonvormen binnen het betaalbare segment.
Waar mogelijk binnen een ‘urban mix’ concept bedoeld voor- of in combinaties met senioren, zorgbehoevenden, cultuursensitieve groepen, meer generaties, jongeren, statushouders of azielzoekers.
In het huidige coalitieakkoord ‘Den Haag, stad van kansen en ambities’ is Zuidwest aangewezen als één van de gebiedsontwikkelingen waar Den Haag de groei van de stad wil inzetten om de wijken leefbaarder en aantrekkelijker te maken, onder meer middels een omvangrijke verdichtingsoperatie. Bij het opstellen van de structuurvisie voor het gebied is het van belang om een geactualiseerd inzicht te hebben in de bestaande cultuurhistorische waarden van het gebied, met de kenmerkende naoorlogse stedenbouwkundige structuur, bebouwingsensembles en de waardevolle groenstructuren. Aanvullend is behoefte aan een actuele cultuurhistorische waardenkaart van de wijken waarin de monumentale, beeldbepalende en -ondersteunende objecten en ensembles in Zuidwest anno 2021 inzichtelijk worden gemaakt. Ten slotte wordt gevraagd om een transformatiekader voor de toekomstige omgang met de wijken en bebouwing, met respect voor de vastgestelde waarden en kwaliteiten. De resultaten van het onderzoek zullen één van de inhoudelijke onderliggers vormen voor het in voorbereiding zijnde kwaliteitsplan met verdichtingsstrategie voor Zuidwest.
Het voor u liggende onderzoeksrapport vormt een actualisatie van de cultuurhistorische verkenning uit 2000 en is in inhoudelijke samenhang met deze studie opgesteld Deel I: Ruimtelijke en cultuurhistorische ontwikkelingsgeschiedenis Deel II: Ruimtelijke en architectonische analyse Deel III: Waardenstellende inventarisatie Conclusies en aanbevelingen
Stad in balans Den Haag groeit. Steeds meer mensen wonen én werken in de stad. Maar voor veel inwoners is een huur- of koopwoning te duur. Denk hierbij aan mensen met een gemiddeld of laag inkomen, studenten, starters, gezinnen en senioren. Er is een groot tekort aan woningen. 4 Speerpunten De Woonvisie 2040 heeft 4 belangrijke onderwerpen. - Betaalbaar (ver)bouwen in alle delen van de stad - Huisvesting voor mensen die zorg nodig hebben - Woningen verbeteren en energiezuinig maken - Voorzieningen en veiligheid in de wijk 7 Uitdagingen In de Woonvisie 2040 staan de 7 uitdagingen op de woningmarkt: - Den Haag groeit met zo’n 5.000 inwoners per jaar. Er is bijna geen ruimte om woningen bij te bouwen. Kan het wel, dan is het vaak lastig en ingewikkeld. - Woningen zijn vaak te duur. Mensen wonen hierdoor in slechte woningen waar het bijvoorbeeld tocht, vochtig is of schimmel op de muur zit. - Vraag en aanbod sluiten niet op elkaar aan. Mensen die willen kunnen daardoor niet of heel moeilijk verhuizen naar een passende woning. - Mensen met hoge en lage inkomens wonen in verschillende wijken. Want betaalbare en dure woningen zijn nu niet goed verspreid over de stad. Deze scheiding is in Den Haag groter dan in andere Nederlandse steden. Hierdoor komen wijken waar mensen het minder goed hebben, onder druk te staan. - De groep kwetsbare mensen groeit.
Denk aan eenzame ouderen, mensen die zorg nodig hebben, en dakloze mensen. - Veel huizen zijn slecht onderhouden en slecht geïsoleerd waardoor veel bewoners een hoge energierekening hebben. - Steeds meer inwoners verliezen werk en inkomen als de economische groei tegenzit. Bijvoorbeeld mensen met tijdelijke contracten. De gemeente wil de gevolgen hiervan beperken.
Bouwenvelop De LEY | december 2025
63
Bijlage D
PARKEREN IN EEN LEEFBARE EN BEREIKBARE STAD RIS-nummer: 308711
RUIM BAAN VOOR DE FIETS RIS-nummer: 302960
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10165482/1/RIS308711_Bijlage_Parkeerstrategie_Den_Haag_2021-2030
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7767782/1#search=%22RIS302960%22
De komende jaren groeit Den Haag groeit fors, zowel in aantal inwoners als in arbeidsplaatsen. Dit leidt tot extra druk op de openbare ruimte. Deze nieuwe bewoners willen allemaal prettig wonen, werken, recreëren. Ook moet er ruimte beschikbaar zijn voor de auto’s die deze mensen bezitten. De Agenda ruimte voor de stad en de hoofdlijnenbrief Mobiliteitstransitie 2040 beschrijven hoe Den Haag dit gaat bereiken. Het is nodig om extra woningen en voorzieningen te bouwen, maar ook om de openbare ruimte beter te benutten voor bijvoorbeeld meer groen en recreatie. De openbare ruimte kan op veel plekken geen extra auto’s meer bergen. De ruimte die er is, moet zo goed mogelijk worden verdeeld. Wij willen dat de Haagse straten niet overvol raken met geparkeerde auto’s. Tegelijkertijd willen we dat mensen die een auto bezitten een reële kans hebbenop het vinden van een parkeerplaats.
In 2040 is de fiets het belangrijkste vervoermiddel voor verplaatsingen in de stad. Een keuze voor de fiets is comfortabel, veilig en vanzelfsprekend. De (elektrische) fiets neemt ook in de regio steeds meer verplaatsingen voor zijn rekening. En de (deel-)fiets vormt, samen met trein en RandstadRail, één samenhangend systeem om je snel binnen de Randstad te verplaatsen. Dat betekent wel dat de infrastructuur moet meegroeien met het fietsgebruik. Dat betekent letterlijk meer ruimte maken voor de groei van het fietsgebruik. Met investeringen in voldoende capaciteit voor de rijdende en de parkerende fiets die ook bijdragen aan een aantrekkelijke inrichting van de openbare ruimte. Met infrastructuur alleen zijn we er niet. In sommige delen van de stad en regio wordt veel meer gefietst dan in andere delen. Het is noodzakelijk om nieuwe groepen te verleiden om (vaker) voor de fiets te kiezen. Dat draagt bij aan een goede gezondheid en een goede bereikbaarheid van werk, school, winkels en vrienden. Dat kan door gerichte maatregelen die de fiets voor méér mensen een vanzelfsprekende keuze maken. In financiële zin is ook meer ruimte nodig voor de fiets. Bij steeds meer verplaatsingen op de fiets hoort een bij de ambities passend investeringsniveau.
Deze Parkeerstrategie biedt de beleidskaders voor instrumenten om een leefbaar evenwicht te bereiken. Hiermee neemt de druk van de geparkeerde auto in de schaarse openbare ruimte niet verder toe en waar dat noodzakelijk is, wordt de druk verlaagd. Zo ontstaat ruimte voor andere door bewoners gewenste functies zoals groen, spelen, stallingsplaatsen voor fietsen en recreatie. Als onderdeel van de Parkeerstrategie is in oktober 2021 de Nota Parkeernormen Den Haag vastgesteld (RIS 309940) vastgesteld. In deze Nota Parkeernormen is o.a. vastgelegd welke parkeernormen voor een ontwikkeling van toepassen zijn en welke mogelijkheden aanwezig zijn met betrekking tot dubbelgebruik, salderen en deelmobiliteit.
BELEIDSREGELS FIETSPARKEERNORMEN DEN HAAG RIS-nummer: 294386
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/5178279/1/170323-RIS294386_bijlage_1_Beleidsregels_Fietsparkeernormen_Den_Haag_mrt1___
Fietsparkeernormen zijn nodig om een prognose te kunnen maken van de te verwachten behoefte aan fietsparkeerplaatsen bij bouwontwikkelingen. Met de fietsparkeernormen, inclusief het toepassingskader, wordt een belangrijke stap gezet op weg naar een transparante en eenvoudige werkwijze bij het opstellen van de fietsparkeereis. Bij het opstellen van de normen wordt rekening gehouden met een groei van het fietsgebruik. In deze beleidsregels worden normen gesteld aan de aanwezigheid van voldoende fietsparkeerplaatsen bij nieuw- en verbouwontwikkelingen van kantoren, bedrijven en voorzieningen. Hierbij is dezelfde functionele indeling gehanteerd als bij de autoparkeernormen. Voor de aanwezigheid van voldoende fietsparkeerplaatsen bij woningen worden de eisen van het bouwbesluit overgenomen.
In Ruim baan voor de Fiets staat de visie op de fiets in Den Haag in 2040. Er is gekozen voor het jaar 2040, omdat investeringen in de fiets vooral effectief zijn als ze over een langere periode worden volgehouden. Wij willen fors investeren in een comfortabel en veilig fietsnetwerk en goede fietsparkeervoorzieningen. Dat is de basis voor een aantrekkelijke fietsstad. Daarnaast zetten wij in op vernieuwend beleid, om nieuwe groepen te bereiken om (vaker) voor de fiets te kiezen. En wij hechten veel waarde aan een proactieve aanpak van de verkeersveiligheid waarmee het aantal slachtoffers omlaag gaat.
Bouwenvelop De LEY | december 2025
64
Bijlage D
Agenda Groen voor de Stad RIS-nummer: 294705
Nota Stadsnatuur RIS-nummer: 305824
Stedelijke Groene Hoofdstructuur RIS-nummer: 300506
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/3716164/1#search=%22RIS294705%22
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9045102/1/RIS305824_Bijlage_1
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/6827741/3#search=%22RIS300506%22
In de Agenda Groen voor de Stad wordt geconstateerd dat door de toenemende bevolking en het bijbehorende ruimtebeslag de leef kwaliteit in het algemeen en het groen in het bijzonder soms onder druk komen te staan. Omdat Den Haag een aantrekkelijke stad wil blijven voor bewoners, bezoekers en bedrijven, moeten er strategische keuzes worden gemaakt op het gebied van verdichting, vergroening en verduurzaming. De ambitie is een verdere kwalitatieve ontwikkeling van het Haagse groen, waarbij ruimte bestaat voor verandering en initiatief en bij ontwikkelingen groen toekomstbestendig wordt vormgegeven: groen kapitaal als basis voor een goede leef kwaliteit. Het doel is het Haagse groen kwalitatief te ontwikkelen. De stedelijke leef kwaliteit is afhankelijk van gebiedskenmerken als bebouwingsgraad, aanwezigheid van infrastructuur en het gebruik van de ruimte(wonen, werken, recreatie, natuur). Het Haagse Groen moet gezien worden als een vorm van kapitaal met de ecologische, de maatschappelijke en de economische waarde. Mede op basis van de stadsgesprekken en het online platform zijn deze waarden uitgewerkt in zes thema’s: klimaat, biodiversiteit, gezondheid, ontspanning imago en ontwikkeling. Voor Hagenaars voelt het vaak of groen voor nieuwe ontwikkeling moet wijken.
Het is de uitdaging om intensivering te combineren met een waardevolle, betekenisvolle, gezonde en goed functionerende groenstructuur. Intensivering van de stad vraagt om intensivering van groen en groenkwaliteit. Naarmate de stad verdicht, neemt de waarde van het groen toe. Omgekeerd zorgt groen ook voor toename van vastgoedwaarde. Deze twee waarden zouden elkaar moeten vinden en versterken. Elke (vastgoed)ontwikkeling draagt bij aan de groene kwaliteit van Den Haag. Dit gebeurt op verschillende wijze: op de klassieke wijze door ontwikkeling van parken en straatgroen, door het ontwikkelen en openstellen van groene binnen gebieden en daktuinen, als ook het realiseren van geveltuintjes of groene gevels. Ook kunnen investeringen in kwaliteit of gebruikswaarde uitkomst bieden.
In Den Haag zien we de natuur als belangrijk onderdeel van onze stad. Een stad met een vitale stadsnatuur is een gezonde stad. We hebben al een goede basis. Om dit zo te houden, en waar mogelijk te versterken, is de Nota Stadsnatuur opgesteld. Hierin gaan wij aan de slag voor een gezond stadsecosysteem met meer biodiversiteit.
De Stedelijke Groene Hoofdstructuur van Den Haag bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de stad. De Stedelijke Groene Hoofdstructuur dient duurzaam in stand gehouden te worden en waar mogelijk versterkt. Het groen heeft vele functies, één daarvan is de functie als stedelijk natuurnetwerk, dat wil zeggen de drager van de stedelijke natuur- en verbindingsstructuur voor de omliggende natuur. Deze structuur sluit aan op het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De Stedelijke Groene Hoofdstructuur bestaat uit kerngebieden (de groen gebieden)met daar tussen de ecologische verbindingszones.
Om in Den Haag de natuur zoveel mogelijk de ruimte te geven, kiezen we voor een ecologische inrichting en een ecologisch beheer van parken, plantsoenen en groenstroken. Met het ecologisch beheer van de stad richten we ons vooral op insecten. Om ervoor te zorgen dat er ook bij kleine herinrichtingsprojecten aandacht voor de natuur blijft, gaan we werken met een natuurkansenscan. Deze scan richt zich op natuurwaarden die snel over het hoofd worden gezien, zoals de aanwezigheid van schuilplaatsen voor een egel of broedgelegenheden voor vogels die broeden in struiken. Zo maken we van Den Haag steeds meer een natuur inclusieve stad. Daarnaast gaat de gemeente groen en water waar mogelijk natuurlijker inrichten. We houden nadrukkelijk rekening met de leefomstandigheden van planten en dieren, werken aan een plantenrijk, helder stadswater met voldoende schuilplekken voor waterdieren en willen proberen overlast veroorzakende planten en dieren beheersbaar houden. We volgen onze stadsnatuur op de voet, zodat we tijdig kunnen signaleren of bijsturen. Want onze stadsnatuur is al bijzonder en dat willen we graag zo houden.
Bouwenvelop De LEY | december 2025
65
Bijlage D
Nota stadsbomen RIS-nummer: 307827
Kadernota openbare ruimte RIS-nummer: 310884
Nota Duurzaamheid RIS-nummer: 301829
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/9801295/1/RIS307827_Bijlage_1
V https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/12769883/2
https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/natuur-en-milieu/duurzaamheid/haags-plan-voor-een-duurzame-toekomst.htm
Stadsbomen zorgen met hun ecosysteemdiensten voor leef kwaliteit in de stad. Stadsbomen spelen ook een belangrijke rol bij en zijn een oplossing voor grootstedelijke uitdagingen zoals klimaatadaptatie en verdichting. De inzet van groen vraagt om maatwerk en het bepalen van de gewenste functies. Het vooraf bepalen van de ambitie voor de ecosysteemdiensten is een basisopgave voor elke herinrichting in het gebied. Stadsbomen zijn dragers van het groen. Voor het realiseren van de twee hoofddoelen, een toekomstbestendig Haags bomennetwerk en 5% meer kroonoppervlak in 2030, hebben we concrete maatregelen benoemd. Voor het realiseren van een toekomstbestendig Haags Stadsbomennetwerk bestaan verschillende opgaven:
De kadernota openbare ruimte bouwt voort op de bestaande beleidskaders voor de openbare ruimte zoals in de eerdere kadernota's uit 2004 en 2012 is vastgelegd. Het beleid is geüpdatet met het vastgestelde beleid uit onder andere de Agenda Ruimte voor de Stad, de Mobiliteitstransitie (en de nieuwe parkeerstrategie) en de Kadernota Duurzaamheid 2019. De laatste kadernota gaat verder in op de diverse functies die in de openbare ruimte moeten worden gefaciliteerd. In het algemeen gaat het om: verblijf en ontmoeting stimuleren, de gezondheid bevorderen, de veiligheid en weerbaarheid bevorderen, de bereikbaarheid garanderen en economische functies faciliteren. Omdat de stad sterk aan het groeien is wat betreft het aantal inwoners, maar niet wat betreft oppervlakte en openbare ruimte, moet steeds vaker worden gekozen. De prioriteiten voor de periode tot 2030 zijn: een inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren; een openbare ruimte die uitnodigt om te wandelen en uitdaagt tot bewegen en spelen; klimaatadaptief maken van de openbare ruimte; veilige en comfortabele ruimte voor voetgangers en fietsers.
Den Haag wil in 2040 een klimaat-neutrale stad zijn. Deze ambitie is opnieuw vastgesteld in de Kadernota Duurzaamheid 2019 door het college van Burgemeester en wethouders. De kadernota bundelt het onderwerp ‘duurzaamheid’ rond de thema’s Energie, Stedenbouw, Mobiliteit, Openbare Ruimte, Internationale Stad en Duurzame gemeentelijke organisatie. De ambities op het gebied van klimaat en energie zijn verwoord in het Ontwerp Stedelijk Energieplan (RIS305064). In 2016 en 2017 zijn door de raad moties aangenomen die het belang van klimaatneutraal bouwen (RIS295453 en 296798) onderstrepen en is bij de behandeling van de Agenda Ruimte voor de Stad een amendement ‘gasloze nieuwbouw’ aangenomen (RIS295016). Het verduurzamen van de Haagse energiehuishouding met als speerpunten ‘distributie van duurzame warmte’, ‘opwekking van duurzame energie’ en energiebesparing’ dragen bij aan het realiseren van deze ambitie. Er zijn in Den Haag goede mogelijkheden door het uitgebreide collectieve warmtenet (stadsverwarming), de aanwezige bodempotentie (geothermie en warmte- en koude opslag) en de ligging aan zee (zon, wind, energie uit zee), zo mogelijk in combinatie met groene daken. Als stad aan zee houdt Den Haag rekening met klimaatverandering en kustveiligheid.
Klimaateffecten waar Den Haag mee te maken krijgt zijn zeespiegelstijging, stijging van de gemiddelde temperatuur, langere droge periodes en als het regent zijn de buien heviger. Klimaatadaptatie is nodig om in de toekomst ook een veilige, leefbare en aantrekkelijke stad te zijn. Hiervoor zijn fysieke maatregelen nodig die bijdragen aan klimaatadaptatie en een impuls geven aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad.
uitbreiden en versterken van de Hoofdboomstructuur. Een Hoofdboomstructuur verbindt direct of indirect belangrijke groengebieden met elkaar, begeleidt over het algemeen hoofd- en ontsluitingswegen en bestaat vooral uit lanen (met of zonder middenberm) en voldoet aan gestelde voorwaarden. - Versterken en uitbreiden van Haagse groene middenbermen. - Grootschalige uitval voorkomen door te kiezen voor diversiteit in geslacht, soort en cultivar i.p.v. monoculturen. Kiezen voor biodiversiteit en te ontwerpen met het ecologisch passend principe. Het stedelijke doel is dat in 2030 75% van de bomen ecologisch passend is - Werken aan goede microklimaten in de stad met behulp van bomen. Houdt hierbij wel rekening dat bomen een slecht windklimaat niet kunnen oplossen. Voor het realiseren van meer kroonoppervlak in de stad bestaan de volgende opgaven: - Actief verbeteren van bestaande groeiplaatsen door te ontstenen, zoveel mogelijk ‘open groeiplaatsen’ te realiseren en groeiplaatsverbeteringen toe te passen. - Aanplant van extra bomen (let op! In beperkte mate in ecologische verbindingszones). - Nieuwe aanplant met toekomstbestendige groeiplaatsen (zoveel mogelijk in ‘open’ groeiplaatsen). - Bij kabels en leidingen maatwerk toepassen, o.a. door vooraf een ondergronds ontwerp te maken. - Zorgvuldig omgaan met bestaande bomen.
- Stadsbreed denken over meer kroonoppervlak: stimuleren meer bomen en struiken op privaat terrein.
Bij (her-)inrichting van de openbare ruimte dient minimaal van het bestaande aandeel groen en water in de openbare ruimte te worden gehandhaafd, waarbij er wordt gestreefd naar een vergroting van het oppervlak groen van 5% in de periode tot 2030. Als niet alles past, wordt een afweging gemaakt tussen de verschillende ruimtevragers door de volgende afwegingsprincipes te volgen: combineren van functies boven enkelvoudige toepassingen – centraal stellen van de gebiedskenmerken – afwentelen voorkomen (in tijd of gebied). We kiezen er voor om zoveel mogelijk functies te combineren, maar waar dat niet meer past te kiezen. Dat betekent dat er geen bomen worden geplant als de ondergrondse ruimte niet voldoet en bijvoorbeeld de snelheid van de weg wordt verlaagd als er onvoldoende ruimte voor fietspaden is. Voor ontwerpen geldt dat eerst wordt ontworpen vanuit het langzaam verkeer (omgekeerd ontwerpen) en wordt gewerkt volgens het principe: groen, tenzij. Er wordt nu nog te vaak bestrating aangelegd op plaatsen waar dit niet nodig is voor de bereikbaarheid.
Bouwenvelop De LEY | december 2025
66
Bijlage D
Stedelijk Energie Plan RIS-nummer: 306869
Transitievisie Warmte RIS-nummer: 310442
Uitvoeringsprogramma Bodem en Ondergrond RIS-nummer: 299493
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/8651510/1/RIS305064_bijlage
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10731340/1/RIS310442_Bijlage_Transitievisie_Warmte
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/6387194/1/RIS299493_bijlage_1
Den Haag zet betekenisvolle en concrete stappen naar het doel van een klimaatneutrale stad in 2030. Hiermee sluit de gemeente aan op de besluiten van de rijksoverheid die op energieterrein zijn genomen. Dit betekent onder andere dat elk nieuw gebouw klimaatneutraal en dus zonder aardgas wordt opgeleverd. Bij grootschalige renovaties is aardgasvrij het uitgangspunt. Daarnaast is de ambitie om in de periode 2018-2022 25.000 tot 30.000 bestaande woningen van duurzame energie te voorzien of ze hierop voor te bereiden, zodat ze klaar zijn om aangesloten te worden op schone energie. Per wijk worden wijkenergieplannen opgesteld. In deze plannen zal worden beschreven welke toekomstige energievoorziening in de wijk beschikbaar is en hoe de overstap wordt gemaakt. Verder is de ambitie dat ieder geschikt dak in Den Haag zonnepanelen, zonneboilers heeft, groen is of anders wit.
In deze visie staan de plannen waarmee Den Haag de komende periode meer en meer overstapt naar een schone energievoorziening. Dat betekent dat we straks schone energie gebruiken voor zaken als verwarmen, koken en douchen. Daarvoor zal een groot deel van onze huizen en gebouwen tussen nu en 2030 aangepast worden voor de overstap van fossiele energie naar schone energie. De gemeente ziet het als haar plicht om zorg te dragen voor een duurzame, sociale en toekomstbestendige stad. Al die huizen en gebouwen zijn echter niet in eigendom van de gemeente; we kunnen en willen niemand dwingen, maar mensen wel ondersteunen. Daarom geven we in de transitievisie warmte richting aan de plannen die we samen met inwoners, ondernemers en betrokken partners maken. Voor iedere buurt kiezen we een warmteoptie, die concreet uitgewerkt wordt en ook dat doen we samen met bewoners en bedrijven. In een flink aantal buurten kunnen we nu al aangeven of er voor een collectief warmtenet kan worden gekozen of dat een individuele warmtetechniek een betere oplossing zal zijn. In andere wijken kun je dat nu nog niet vaststellen. Daar wordt later beslist welk energiesysteem er komt. Gelukkig hoeft niemand daarop te wachten. We kunnen overal al starten met energie besparen, isoleren en de overstap op inductie koken. Ook is een hybride warmtepomp in bijna alle gevallen een goed idee.
Zo zorgen we er samen voor dat de overstap op schone energie straks vlot verloopt.
Ondergrond (ondergrondse infrastructuur RIS299493 en boomwortels, kabels en leidingen en riolering RIS268741) De bodem en ondergrond zijn belangrijk voor het realiseren van de maatschappelijke opgaven voor klimaatverandering, energietransitie en verstedelijking. De bodem en ondergrond vormen de basis voor onze gebouwen en nutsinfrastructuur, het reservoir voor ons drinkwater en energie. De bodem is ook ons archief met waardevolle archeologische en geologische informatie.
De gekozen energievoorziening moet passen bij de oplossingsrichting die in het Stedelijk EnergiePlan (RIS306869) en het ontwerp van de Transitievisie warmte (RIS310442) vastgesteld is voor dit deel van de stad. Omdat nieuwbouw vanwege de goede isolatie met lage temperaturen verwarmd kan worden is het gebruik van hoge temperatuur stadsverwarming onwenselijk. Die warmte is nodig voor de verwarming van bestaande woningen en gebouwen. Platte daken op de locatie dienen optimaal gebruikt te worden voor energievoorziening (elektriciteit, warm water) in combinatie met groene, blauwe en/of witte daken. De gezamenlijke ambitie voor GPR is gemiddeld een 8 voor de thema’s energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Wordt gekozen voor BREEAM dan is de norm minimaal vier sterren. Veel nieuwbouw in Den Haag en Nederland laat zien dat dit gangbaar is. Deze instrumenten helpen om duurzaam te bouwen met een maximale vrijheid voor ontwikkelende partijen.Veel nieuwbouw in Den Haag en Nederland laat ziet dat dit gangbaar is. Deze instrumenten helpen om duurzaam te bouwen met een maximale vrijheid voor ontwikkelende partijen. Bij een hogere prestatie kan korting gegeven worden op legeskosten.
Steeds meer functies (warmtenet, ondergrondse warmte-koudeopslaginstallaties, digitale netwerken, afvalcontainers en gescheiden riolen) vragen ruimte onder de grond. De schaarste in de ondergrond bepaalt daarmee het gebruik van de openbare ruimte. De uitdaging is om vanuit de niet zichtbare beperkingen van de ondergrond de openbare ruimte erboven in een vroege fase al goed te coördineren en laten functioneren en bij grote complexiteit ruimtebesparende maatregelen toe te passen. Een duurzame inrichting van de ondergrondse ruimte gelden de volgende principes: - Start met een inventarisatie van de ondergrondse ordening. - Breng de actuele ligging, en de eigenaar van de bestaande ondergrondse infrastructuur in beeld. - Breng de relaties en knelpunten van toekomstige vastgoedontwikkelingen in beeld en op het ontwerp en gebruik van de openbare ruimte. - Projecteer de wenselijke en mogelijke tracés voor de nieuwe ondergrondse infra; - Maak een aanzet tot keuzes van o.a. energievoorziening, koeling enz. - Kies de gewenste principes omtrent de afvoer van hemelwater en vuilwater; - Breng het beheer en onderhoud in beeld en breng, in samenhang, in beeld welke bovengrondse maatregelen mogelijk zijn op basis van de ondergrond. - Zorg ervoor dat de inrichting van de ondergrond geen of beperkte negatieve effecten heeft op het bodem- en watersysteem en/of op het bovengrondse ruimtegebruik.
- Biedt ruimte voor innovatieve oplossingsrichtingen, maar wel met het perspectief om deze als bewezen oplossing te beschouwen.
Bouwenvelop De LEY | december 2025
67
Bijlage D
WEGWIJZER DEN HAAG KLIMAATBESTENDIG RIS-nummer: 308744
Grondstoffenplan Den Haag https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10656926/1 RIS-nummer: 310285
Het stappenplan uit de Wegwijzer Den Haag Klimaatbestendig) dient gevolgd te worden, waardoor de Haagse eisen en ambities op het gebied van wateroverlast, hittestress en droogte goed in het ontwerp opgenomen en getoetst kunnen worden. Met de inrichting van de buitenruimte met klimaatbestendige maatregelen is deze voorbereid op extreme weersomstandigheden. Onderzocht kan worden of er bij pieken hemelwater direct op het oppervlaktewater kan worden afgewaterd. De buitenruimte wordt zo ingericht dat het optimaal kan blijven functioneren en beheerd kan worden bij veranderende klimaatomstandigheden, zoals hitte, droogte, wateroverlast en teruggang biodiversiteit. De inrichting en het niveau van de buitenruimte en de bebouwing, moet dusdanig worden afgestemd dat de schade door wateroverlast wordt beperkt. Minimale voorwaarde is dat negatieve effecten op de waterhuishouding worden voorkomen of gecompenseerd. Om wateroverlast te voorkomen is de ambitie regenwater vast te houden en vertraagd af te voeren, met als doel piekbelastingen op het rioolsysteem en het oppervlaktewater te voorkomen. De wegwijzer Den Haag klimaatbestendig beschrijft de Haagse eisen en ambities aan een klimaatbestendige inrichting.
Dit Grondstoffenplan zet een stap naar een nieuwe manier van denken over afval, namelijk als iets dat we kunnen hergebruiken als grondstof. Alles wat we nu weggooien, kan de grondstof zijn voor iets nieuws.
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/10195516/1/RIS308744_bijlage
De gemeente wil dat zo min mogelijk spullen bij het afval terechtkomen. En dat inwoners en bedrijven zo veel mogelijk afval scheiden. Zo kunnen grondstoffen opnieuw worden gebruikt. Deze manier om afval in te zetten als grondstof heet grondstoffentransitie. In het Grondstoffenplan staat hoe de gemeente dit wil bereiken. Restafval wordt vaak verbrand. Daardoor komen er schadelijke stoffen in de lucht en kunnen de materialen niet meer opnieuw worden gebruikt. Daarom is het belangrijk dat afval beter wordt gescheiden. In het Grondstoffenplan staan verschillende projecten om meer afval te scheiden en zo meer grondstoffen opnieuw te gebruiken. Van apart ingezameld plastic kunnen bijvoorbeeld nieuwe verpakkingen gemaakt worden. En van groente-, fruit- en tuinafval (gft) kan compost en biogas worden gemaakt.
ACTUALISERING VAN DE NORMEN TEN AANZIEN VAN
https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/overige_bestuurlijke_stukken/81470 BEZONNING EN WINDHINDER RIS-nummer: 170509
In januari 1996 stemde de toenmalige raadscommissies voor Ruimtelijke Ordening, Stadsvernieuwing en Volkshuisvesting en voor Verkeer en Vervoer, Binnenstad en Monumenten, in, met normen voor bezonning en windhinder. In het vervolg zouden bij de toetsing van stedenbouwkundige plannen en bouwplannen, deze normen, als algemeen gemeentelijk kader worden gehanteerd. In de afgelopen jaren hebben de normen hun dienst bewezen. Na ruim tien jaar zijn de normen door een ambtelijke werkgroep, binnen de Dienst Stedelijke Ontwikkeling, geactualiseerd. Gebleken is dat er nog steeds geen wettelijk regels zijn en dat er nog altijd behoefte is aan normen op het gebied van bezonning en windhinder. Aanleiding voor het opstellen van een norm was destijds de bouwontwikkelingen in het centrum (bouw van het stadhuis en het ministerie van VROM). Recente projecten, zoals het Wijnhavenkwartier, en de juridische procedures die hieromtrent hebben gespeeld, alsmede nieuwe ontwikkelingen in het kader van de structuurvisie, geven aanleiding om de bestaande normen bij te stellen. Recent is in de gemeenteraad de Agenda voor de Haagse Verdichting besproken, als thematische uitwerking van de structuurvisie (rv 51; RIS 159469). Bezonning (schaduwwerking) en windhinder zijn bij verdichting van de bestaande stad belangrijke randvoorwaarden waaraan moet worden getoetst.
Uit ervaringen uit het verleden, bij bezwaar- en beroepsprocedures, is gebleken dat de normen met betrekking tot bezonning onduidelijkheden bevatten en dat de begrenzing van het toepassingsgebied niet eenduidig is beschreven. In het vervolg kom ik hierop terug. Voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving is er inmiddels een privaatrechtelijke norm (NEN 8100) uitgebracht. Bijgevoegd Windhinder en bezonning rond nieuwbouw dd. 2 januari 1996 en Nota Den Haag Bezonning rond nieuwbouw van de dienst REO en de dienst Bouwen en Wonen dd. 9 november 1995 en notitie Den Haag Windhinder rond nieuwbouw van 9 november 1995
Bouwenvelop De LEY | december 2025
68
Bijlage D
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/15400005/1?connection_type=16&connection_id=1033285
Toekomstbestendig Bouwen RIS-nummer: 321843
Puntensysteem natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/15575809/1?connection_type=16&connection_id=1033285 RIS-nummer: 321843
Deze Stedelijke Beleidsvisie Toekomstbestendig Bouwen legt de gemeentelijke duurzaamheidsambities vast voor nieuwbouw. De ambities worden vastgesteld voor de volgende thema’s: beperking van CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van materialen, natuurinclusiviteit, klimaatadaptatie en beperking van de NOx- en fijnstofuitstoot tijdens de bouwfase. Voor transformaties en grote renovatieprojecten zullen haalbare maatwerk afspraken worden gemaakt in lijn met deze ambities. Ambities op het gebied van de energiezuinigheid van gebouwen zijn niet pgenomen in deze beleidsvisie omdat het thema Energiezuinigheid al goed is geborgd met de landelijke BENG-normen, de Transitievisie Warmte (RIS313867) en de Woonvisie (RIS319812).
Bij bouwprojecten is het verplicht om natuurinclusief en klimaatadaptief te bouwen en te ontwikkelen. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning dient dit ingevulde plantoetsingskader en puntensysteem te worden bijgevoegd. Hiermee wordt aangetoond dat er aan de doelstellingen voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen wordt voldaan door het nemen van voldoende, klimaat en ecologisch waardevolle maatregelen. Dit plantoetsingskader wordt vervolgens gebruikt voor het beoordelen van bouwprojecten op het gebied van natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en ontwikkelen. De volgende pagina's moeten ingevuld worden en meegestuurd met de vergunningaanvraag en projectvoorstellen.
Het gaat hier om ambities op kavelniveau/bouwveld. Duurzaamheidsambities op het gebied van mobiliteit kunnen het beste worden gerealiseerd op gebiedsniveau en bij de inrichting van de openbare ruimte, en dienen dus te worden uitgewerkt in de verschillende gebiedsvisies en gebiedsprogramma’s. De ambities voor mobiliteit zijn opgenomen in onder andere de Strategie Mobiliteitstransitie (RIS310664) en de Strategie Deelmobiliteit 2030 (RIS319377). Ook ambities op het gebied van een groene wijk kunnen het beste worden gerealiseerd op gebiedsniveau en de bij inrichting van de openbare ruimte. Deze ambities zijn opgenomen in de nota Haagse richtinggevende normen maatschappelijke voorzieningen en groen (RIS317835). Met deze beleidsvisie ontstaat helderheid over de gemeentelijke ambities, zodat initiatiefnemers en bouwers weten waar ze aan toe zijn. Dit is een wens vanuit de sector. Het schept duidelijkheid over duurzaamheidseisen: deze worden in dit stuk bij elkaar gebracht. Een aantal onderwerpen dienen nog verder uitgewerkt te worden, dit staat beschreven in de Uitvoeringsagenda Toekomstbestendig Bouwen 2025-2030.
Ieder project draagt bij aan het realiseren en behouden van een natuurinclusieve en biodiverse leefomgeving. Voor een project is er keuze in maatregelen. Voor habitats is de voorwaarde dat de gekozen maatregelen samen voldoende punten opleveren en bij elkaar passen om gezamenlijk een goed leefgebied te vormen voor doelsoorten. Zo zorgen we dat een plek echt geschikt wordt en dat er voedsel, veiligheid, verblijfplaatsen, verbinding met de omgeving en voldoende variatie is voor verschillende diersoorten. De inrichting van het groen passen aantoonbaar in de bestaande groenstructuren in de omgeving. Waar mogelijk worden bestaande structuren zelfs versterkt. Waardevolle habitat en basiskwaliteit natuur willen we behouden en waar mogelijk versterken of realiseren. Hierbij is het van belang om lokale habitattypen en soortencategorieën in beeld te brengen en doelstellingen af te stemmen op de grootte van de ontwikkeling, gebied specifieke condities en de groen- en waterstructuren in de omgeving. Daarbij werkt het systeem schalend: hoe groter het plangebied van een project, hoe meer oppervlak met natuurinclusieve inrichting er komt en hoe meer klimaatadaptatieve maatregelen moeten worden behaald. Ook dient een groter plot een grotere hoeveel water op te vangen en te bergen.
Altijd in dezelfde verhouding, dus de opgave om samen te zorgen voor natuur en klimaat in onze gemeente is eerlijk verdeeld. Alle maatregelen hebben een puntenaantal. Het puntenaantal past bij de ecologische en klimaatadaptieve waarde en wenselijkheid van de betreffende maatregel. Punten worden toegekend per 100m2 of een deel of veelvoud hiervan. Het inrichten met een maatregel van 6 punten zal dus bij 150m2 van die maatregel 9 punten opleveren en bij 25m2 is dat 1.5 punt.