CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323902 Bijlage Monitor Staat van de Haagse Economie 2024 - 11 nov 2025

Commissie Bestuur 4 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief: Staat van de Haagse Economie 202429.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.5 Arbeidsproductiviteit Opvallend is de verhouding tussen toename van de werkgelegenheid en het bruto regionaal product (zie hoofdstuk 2, tabel 2.1). Doorgaans groeit het brp sneller dan de werkgelegenheid: er wordt per werknemer meer geproduceerd door de inzet van kapitaal en technologie. Op lange termijn is dit het geval in de Regio Den Haag, maar er zijn perioden dat dit niet het geval is. Dat is uitzonderlijk en wijst in de richting van inefficiënte arbeidsinzet. Omdat arbeid door vergrijzing structureel schaars is geworden, is efficiëntere inzet van de beschikbare arbeid noodzakelijk voor een toekomstbestendige, gezonde economie. De arbeidsmarkt in Nederland is echter vanaf de vroege jaren tachtig afgestemd op het creëren van extra banen vanwege de hoge werkloosheid en lage participatie destijds. Deeltijdarbeid, flexibele contracten, uitzendwerk en beperkte loongroei droegen daar in sterke mate aan bij. Kleinknecht (2024) wijst op de diepere oorzaken van het productiviteitsprobleem van de Nederlandse economie: aanbodcondities op de arbeidsmarkt, namelijk loonmatiging en de groei van flexibel werk (overigens wees Kleinknecht daar al in de jaren negentig van de vorige eeuw op). Deze aanbodcondities zijn in vorige jaren tachtig gevormd en worden al decennia volgehouden. Dit beleid werkt echter al enige tijd niet meer en verklaart mede de huidige arbeidsschaarste.

Mogelijk speelt dit in Den Haag sterker dan in andere steden een rol. We vinden hiervoor aanwijzingen als we in plaats van naar fulltime banen (fte) (zoals in tabel 2.1), te kijken naar het arbeidsvolume: het aantal gewerkte uren. Dit vergt echter nader specifiek onderzoek. Van de vier grootstedelijke regio’s vertoont alleen Regio Groot Amsterdam een gezonder beeld, namelijk dat het brp voortdurend sneller toeneemt dan de werkgelegenheid. Een groot nadeel is dat werkgevers dan eerder kiezen voor extra inzet van arbeid in plaats van innovatie en scholing. In het huidige tijdsbestek en in de toekomst is meer innovatie en kennis nodig om de ontwikkeling van welvaart te behouden. Van groot belang hierbij is het verschil tussen industrie en diensten voor ogen te houden. Juist grote steden herbergen meer diensten dan industrie, zodat dat de arbeidsproductiviteit drukt. De industrie kan door de kapitaalintensiteit de groei van de arbeidsproductiviteit veel beter waarborgen dan de dienstensector 17. In de (industriële) dienstensector zijn van nature meer mensen nodig, zoals de bouw en bouwinstallatie, loodgieters, monteurs, kappers, de horeca etc. Dit geldt ook voor diensten als juristen, accountants, ingenieurs, designers etc. De economie van Den Haag bestaat nagenoeg geheel uit diensten.

Bovendien is de meting van arbeidsproductiviteit van de overheid, van groot belang in Den Haag, een ingewikkeld vraagstuk. Dat is uiteindelijk een benadering in plaats van een marktprijs. Nu zijn zzp-ers een vorm van kostenreductie (geen kantoor en overhead) leidend tot extra productiviteit, maar dergelijke constructies zijn qua potentie eindig. Op den duur moet het komen van de inzet van meer technologie (kapitaal) en kennis (arbeid). Dat verschilt per sector, zodat ook de overheid apart kan worden beschouwd. 17 Dit staat bekend als de Wet van Baumol (zie Baumol, 1967).

73

De gemiddelde arbeidsproductiviteit is van de vier grote stadsregio’s het laagst in de Regio Den Haag met 98 duizend euro per arbeidsjaar in 2022 (figuren 4.1 en 4.2). Dat is praktisch gelijk aan het Nederlands gemiddelde (102 duizend in 2022). Qua groei van de arbeidsproductiviteit is het beeld pregnanter; de gemiddelde productiviteit van Den Haag krimpt enigszins, hetgeen economisch uitzonderlijk is in Nederland. Het is ook opmerkelijk omdat we in steden juist vaak een hogere productiviteit waarnemen, omdat de omvang en hoge concentratie in de stad voordelen met zich meebrengt (zogenaamde agglomeratievoordelen). Denk aan gedeelde voorzieningen, een gespecialiseerde arbeidsmarkt en (face-to-face) kennisdeling. Dat dit in Den Haag voor de hele economie niet het geval is, heeft deels te maken met het grote aandeel van de (persoonlijke) dienstensector, omdat de kosten vooral bestaan uit loonkosten en minder uit kapitaal en technologie. En relatief weinig kapitaalintensieve, hoog innovatieve exporterende clusters. We zien wel positieve uitschieters: specialistische zakelijke diensten, informatie en telecommunicatie (alleen Amsterdam hogere productiviteit) en cultuur (in Den Haag de hoogste). De conclusie is dat de economie van de regio Den Haag niet zeer veerkrachtig is. De economie is zeer afhankelijk van de overheid en afgeleide functies.

Bezuinigingen in 2012 en daarna hebben langdurig doorgewerkt in de economie van de Regio Den Haag zonder dat een andere bedrijfstak daar compensatie voor bracht. De economie is kwetsbaar, maar zal op basis van bestaande sterktes moeten diversifiëren De arbeidsproductiviteit naar sector laat zien dat de eerder genoemde sectoren naar specialisatie ook nu opvallen. Dan gaat het vooral om de arbeidsproductiviteit van de sector ten opzichte van dezelfde sector in de andere drie grootstedelijke regio’s (tabel 4.7). Dan valt cultuur, recreatie en overige diensten op: deze zijn in Den Haag het meest productief. Dat wijst op concurrentievoordeel van deze sector ten opzichte van de andere drie grootstedelijke regio’s. Iets soortgelijks geldt voor Specialistische zakelijke diensten, informatie & communicatie en financiële diensten: deze is na Groot Amsterdam in Regio Den Haag het hoogst. Opvallend is dat de industrie in de Regio Den Haag met Chemie en Transportmiddelen een tweetal hoogwaardige industriële bedrijfstakken heeft – althans zo laten deze cijfers zien.

Sectorstructuur: het grote belang van de overheid Uit Figuur 4.3 (het bollendiagram dat groei, omvang toegevoegde waarde en specialisatie van bedrijfstakken in samenhang toont) blijkt dat er in de Regio Den Haag geen sectoren zijn die zowel omvangrijk zijn én een hoge groei laten zien én waar de regio in gespecialiseerd is. Wel zijn er bedrijfstakken die op één of twee van deze dimensies sterk blijken. Het patroon van krachtige sectoren in de Regio Den Haag is als volgt te beschrijven: • • • •

een absoluut grote omvang: overheid en zorg; kleiner, met een qua specialisatie groot concurrentievoordeel: cultuur, recreatie en overige diensten; groter, en na Regio Groot Amsterdam een secundaire concurrentiekracht: specialistische zakelijke diensten, informatie & communicatie; klein, hoge groei, geen specialisatie maar wel concurrentiekracht: chemie, transportmiddelen, metaal-elektro.

74

Uit de beschrijving blijkt dat de omvang van de overheid en de zorg, en zeker als het indirecte effect hiervan zou worden meegeteld, zodanig groot is dat er in de productiestructuur niet veel ruimte is voor grote, krachtige marktgedreven bedrijfstakken. Weliswaar heeft het regeringscentrum een grote aantrekkingskracht op sommige hoofdkantoren, maar veel spillover heeft de overheid (en daaraan gelieerde functies) niet. De invloed van het openbaar bestuur op de regionale economie van Regio Den Haag is groter dan de 8,9 miljard toegevoegde waarde (21,4% van de Regio Den Haag). De overheid (openbaar bestuur, te weten Rijk, provincie en gemeente) doen allerlei inkopen in de Regio Den Haag zelf, waardoor de invloed van de overheid groter is dan deze 21,4 procent van de regionale economie. Dit extra effect in de Regio Den Haag is aan de hand van een eerste afzonderlijke analyse 18 bepaald op afgerond 20%. Dat betekent dat het aandeel van 21,4 procent 20 procent groter is, namelijk 0,2*21,4 = 25,7 procent. Dit indirecte economische effect is echter ‘bruto’. Namelijk elke sector heeft zo’n indirect effect, en als we die allemaal tellen is de economie ‘optisch’ groter dan zij in werkelijkheid is. Echter, als een sector of bedrijf groeit of verdwijnt, groeien of verdwijnen andere bedrijven mee, maar minder sterk, omdat zij aanpassen en andere markten zoeken.

Onderzoek leert wat dan het overblijvende, netto effect is. Ervaring leert dat zulke effecten in de loop van de tijd wegsmelten – maar niet altijd. Hoe minder veerkrachtig een economie is, hoe minder de effecten van economische schokken zullen verdwijnen, zoals bijvoorbeeld na het sluiten van de kolenmijnen in Zuid-Limburg. Ofwel, eenzijdige economieën herstellen slecht als juist die ene dominante sector verdwijnt en er weinig alternatieven zijn bij andere bedrijfstakken, qua arbeidsmarkt, samenstelling beroepsbevolking, grondmarkt en ondernemerschap etc. Het is om die reden dat diversificatie van de economische structuur van Den Haag van belang is. Echter, de overheid in de Regio Den Haag is in de gemeente Den Haag geconcentreerd. Daarom is de concentratie van het openbaar bestuur in de gemeente Den Haag hoger dan de genoemde 21,4 procent en is diversificatie van de economie van belang. Het verdringingseffect op de arbeidsmarkt en grondmarkt dat van de grote overheid uitgaat ligt vast in de Regio Den Haag. In een andere context staat dit bekend als de ‘resource curse’. Landen die rijke bodemschatten bezitten, kunnen van het exploiteren daarvan leven. Dit heeft effect op de wisselkoers, omdat zulke landen één schaars product exporteren waar het buitenland veel voor betaalt. Hun munt wordt daardoor veel waard.

Ten tijde van de rijke gasvoorraad van Nederland was de gulden dan ook ‘keihard’. Echter, de concurrentiepositie van andere sectoren in Nederland werd daardoor verzwakt. Een variant hierop is de ‘public sector curse’ van hoofdsteden. Door de dominante positie van de overheid is het beslag op grond en arbeid door die overheid in Den Haag groot, zodat er minder overblijft voor andere, marktgedreven bedrijfstakken. In economisch-maatschappelijke zin is de kernwaarde van de Regio Den Haag de publieke waarde, ofwel de stad van het publieke goed als kernwaarde, of breder, de ‘common good’. Vrede en Recht zijn slechts onderdelen daarvan. Kunst en cultuur zijn daar ook deel van, net als onderwijs etc. Het delen van zulke waarden met de gehele bevolking is dan een belangrijk beleidsdoel.

4.6 Randvoorwaarden voor innovatie, start- en scaleups Volgens de ‘Entrepreneurial ecosysteem index 2025’ (UU/Birch, 2025) heeft Regio Delft en Westland de meest gunstige randvoorwaarden voor nieuwe, innovatieve bedrijvigheid (Figuur 4.4). De mate van 18 Deze analyse is door NEO Observatory uitgevoerd aan de hand van een multi-regionale input-output tabel, die alle

toeleveringen en uitbestedingen van Nederlandse bedrijven en instellingen in 40 Nederlandse regio’s met elkaar (en met het buitenland) beschrijft. Deze tabel bevat dus ook de onderlinge leveringen van alle sectoren in de Regio Den Haag zelf.

75

gunstige voorwaarden is bijna twee maal zo hoog dan de volgende regio daarachter, namelijk een totaalscore van 24,6. De regio Groot-Amsterdam volgt daarachter met een score van 13,5. Het verschil met de volgende regio’s in de rangorde is klein. Het leidt ertoe dat jaarlijkse veranderingen, die het resultaat kunnen zijn van niet-significante verschillen, tot grote sprongen van regio’s in de rangorde geven. Regio Den Haag staat in de editie van de EE-index 2025 op de 10e plaats, terwijl dat in de voorgaande editie nog de zevende plaats was. De vergelijking met de andere vier grote steden (tabel 4.9) laat niet duidelijk zien op welk element Regio Den Haag duidelijker sterker of zwakker scoort dan de andere grootstedelijke regio’s. Bij kennis gaat het om investeringen in bedrijven. Het lijkt hierbij concreet te gaan on uitgaven aan R&D (voetnoot p.9 UU/Birch 2025). De rapportage maakt duidelijk dat 2020 het laatste jaar is dat kon worden gebruikt voor de indicator kennis, zoals blijkt uit het CBS en Eurostat. De kwalificatie van de elementen geeft meer informatie, daar deze in de loop van de tijd betrekkelijk robuust is. Regio Den Haag scoort dan relatief zwak op leiderschap, vraag en kennis. De vraag wordt geïndiceerd met het bruto regionaal product per hoofd van de bevolking en is geen sturingsinstrument. Leiderschap is daar beter geschikt voor.

Deze indicator daarvoor is deelname aan grote nationale en internationale projecten. Het geografische patroon van regio’s met een gunstige voedingsbodem voor ondernemerschap (figuur 4.5) is van belang. Nabijheid is een voorwaarde van het ontstaan van innovatief ondernemerschap. Dit wijst in de richting van ruimtelijke clustering. Het is echter duidelijk dat er op een hoger schaalniveau er een innovatie-as aanwezig is in de Randstad, namelijk Groot Amsterdam, Leiden en Bollenstreek, Regio Den Haag en Delft & Westland. Daarbuiten is er een as vanuit Groot Amsterdam naar het oosten. Overig Groningen en Zuidoost-Noord-Brabant vormen zelfstandige ruimtelijke clusters, waarbij de laatste een vooraanstaande internationale uitstraling heeft. Voor Regio Den Haag is de inbedding in de genoemde as van belang. In Den Haag werden in 2024 122 innovatieve start- en scaleups opgericht (figuren 4.7, 4.8 en 4.9). Dat is praktisch evenveel als in Rotterdam, maar minder dan in Amsterdam (315). Het aandeel van alle starten scaleups is in Den Haag het hoogst van de vier grote steden met 11 procent. De relatieve sterkte van de start- en scaleups van Den Haag ligt in ‘security’ en ‘legal’. Dat betreft de overige zakelijke en specialistische zakelijke diensten.

Deze hebben in Den Haag een relatief sterke positie, naast de al genoemde bedrijfstakken informatie & communicatie, financiële diensten, en de kleine hoogwaardige industriële bedrijfstakken chemie, metaal-elektro en transportmiddelen. Uit onderzoek blijkt dat het veiligheidscluster in Den Haag een sterke groei vertoont. De werkgelegenheid in het veiligheidscluster is in 2024 met ongeveer 8 procent toegenomen ten opzichte van voorgaande jaar en kwam op 21 duizend werkzame personen; de toegevoegde waarde kwam op 2,2 miljard euro (Policy Research Corporation 2024). Een kwart van het Nederlandse veiligheidsclusters is in de regio Den Haag gevestigd.

76

4.7 Figuren en tabellen 4.7.1 Banen en vestigingen naar sectoren en grootteklasse Tabel 4.1A Werkgelegenheid per sector in de gemeente Den Haag

Aantal banen, aandeel in de gehele economie, gemiddelde jaarlijkse groei naar periode, sectorindeling CBS 2024 2024 2015-'24 2015-'19 2020-'24

Landbouw, bosbouw en visserij Winning van delfstoffen Industrie Energievoorziening Water, afval, recycling Bouwnijverheid Handel Vervoer en opslag Horeca Informatie en communicatie Financiële instellingen Onroerend goed Special. zakelijke dienstverlening Overige zakel. dienstverl. Overheid Onderwijs Zorg Cultuur, sport en recreatie Overige dienstverlening Extraterritoriale sector Totaal

Bron: WGRH

aantal x1.000 4,5 1,5 7,2 0,3 1,0 23,7 33,6 12,3 14,4 15,1 8,8 3,6 34,9 16,5 61,3 22,6 49,7 9,2 11,1 4,6 336,0

aandeel % 1,4 0,4 2,1 0,1 0,3 7,1 10,0 3,7 4,3 4,5 2,6 1,1 10,4 4,9 18,2 6,7 14,8 2,7 3,3 1,4 100

77

groei p.j. % 7,1 -0,5 -0,3 8,3 0,9 7,3 0,3 2,4 2,6 0,1 0,0 0,7 2,6 4,8 2,7 3,0 2,5 1,8 1,6 -1,2 2,3

groei p.j. % 5,8 -3,4 0,4 12,0 4,8 7,2 0,1 1,8 3,5 -2,3 -2,2 0,4 3,5 0,8 1,6 2,9 1,3 3,0 2,2 -3,6 1,6

groei p.j. % 8,2 1,8 -0,9 5,5 -2,1 7,3 0,5 2,9 1,8 2,1 1,8 1,0 1,8 8,0 3,6 3,1 3,4 0,8 1,0 0,8 2,9

Tabel 4.1B Werkgelegenheid per sector in de gemeente Den Haag

Aantal banen, aandeel in de gehele economie, gemiddelde jaarlijkse groei naar periode, sectorindeling gemeente Den Haag 2024 2024 2015-'24 2015-'24 2020-'24

1 Agrifood en tuinbouw 2 Bouw 3 Detailhandel en horeca 4 Energie 5 Financiën 6 ICT en creatief 7 Kennis 8 Logistiek 9 Maakindustrie 10 Onderwijs (excl. WO/HBO) 11 Overheid en belangenorganisaties 12 Toerisme en vrije tijd 13 Zakelijke (en juridische) diensten 14 Zorg

Aantal x1000 5,8 29,2 44,4 2,8 8,8 19,7 7,6 18,9 6,5 18,7 72,3 12,0 39,4 49,9

Aandeel % 1,7 8,7 13,2 0,8 2,6 5,9 2,3 5,6 1,9 5,6 21,5 3,6 11,7 14,8

Groei p.j. % 5,9 6,2 1,2 0,4 0,0 0,9 3,3 1,1 -0,9 3,3 2,3 1,9 2,8 2,5

Groei p.j. % 4,4 7,2 1,5 0,4 -2,2 -0,9 1,6 0,6 -0,3 3,4 1,2 2,6 1,6 1,4

Groei p.j. % 7,2 5,5 1,0 0,3 1,8 2,3 4,6 1,5 -1,3 3,2 3,2 1,4 3,8 3,4

Totaal

336,1

100

2,3

1,6%

2,9

Bron: WGRH

78

Tabel 4.2 Vestigingen naar grootteklasse, gemeente Den Haag, ontwikkeling 2015-2024

Aantal 2024, aandeel grootteklasse in totaal, gemiddelde groei per jaar 2015-’24 en deelperiode. 2024 2024 2015-'24 2015-'19

Eenmans 2-4 wp 5-9 wp 10-19 wp 20-49 wp 50-99 wp 100-249 wp >249 wp totaal

Bron: WGRH

aantal x1000 68.397 9.119 2.931 1.438 1.045 344 247 143 83.664

aandeel % 82 11 3,5 1,7 1,2 0,4 0,3 0,2 100

groei p.j. % 7,8 1,5 0,8 0,0 1,1 1,5 0,1 1,2 6,3

groei p.j. % 7,6 1,5 -0,4 -0,9 1,3 2,7 0,7 0,8 5,8

2020-'24 groei p.j. % 8,0 1,5 1,7 0,7 0,9 0,6 -0,4 1,6 6,6

Tabel 4.3 Banen in vestigingen naar grootteklasse, Den Haag, ontwikkeling 2015-2024

Aantal 2024, aandeel grootteklasse in totaal, gemiddelde groei per jaar 2015-’24 en deelperiode. 2024 2024 2015-'24 2015-'24 2015-'19 aandeel toe/afname groei p.j. groei p.j.

2020-'24 groei p.j.

Eenmanszaak 2-4 wp 5-9 wp 10-19 wp 20-49 wp 50-99 wp 100-249 wp >249 wp totaal

aantal 68.397 22.648 18.493 18.900 31.174 23.666 36.265 116.551 336.094

% 20 7 6 6 9 7 11 35 100

aantal 33.728 1.992 1.095 134 3.074 2.955 -1.488 21.193 62.683

% 7,8 1,0 0,7 0,1 1,2 1,5 -0,4 2,3 2,3

% 7,6 1,0 0,0 -0,5 1,1 2,3 0,2 0,6 1,6

% 8,0 1,0 1,2 0,5 1,2 0,9 -1,0 3,6 2,9

Eenmanszaken (1) Middenbedrijf (2-249)

68.397 151.146

20 45

33.728 7.762

7,8 0,6

7,6 0,7

8,0 0,5

MKB (1-249) Grootbedrijf >249 wp)

219.543 116.551

65 35

41.490 21.193

2,4 2,3

2,2 0,6

2,5 3,6

Totaal

336.094

100

62.683

2,3

1,6

2,9

Bron: WGRH

79

4.7.2 Toegevoegde waarde, productiviteit en specialisatie naar sector Tabel 4.4 Sectorstructuur Regio Den Haag naar toegevoegde waarde

Toegevoegde waarde, aandeel sector in de gehele economie, gemiddelde jaarlijkse groei naar periode, specialisatiegraad ten opzichte van Nederland 2022 2022 2010-22 2019-22 Toegevoegde waarde mln. Euro Landbouw, bosbouw, visserij 327 Food 240 Bouwmaterialen 12 Aardolie 3 Chemie 249 Basismetaal 49 Metaalelektro 194 Transportmiddelen 54 Overige industrie 172 Energie, water, afval 242 Bouw 1.208 Detailhandel 1.710 Groothandel 1.956 Vervoer en opslag 784 Horeca 766 Informatie en communicatie 2.839 Financiële diensten 3.147 Onroerend goed 2.831 Specialistische zakelijke diensten 5.295 Overige zakelijke diensten 2.772 Overheid 8.880 Onderwijs 2.128 Zorg 3.573 Cultuur, recreatie, overige diensten 2.027 Totale economie (A-U) 41.458

Bron: CBS

80

aandeel % 0,8 0,6 0,0 0,0 0,6 0,1 0,5 0,1 0,4 0,6 2,9 4,1 4,7 1,9 1,8 6,8 7,6 6,8 12,8 6,7 21,4 5,1 8,6 4,9 100

groei p.j. % -1,5 0,2 2,4 -22,0 7,2 -1,9 6,0 5,6 -9,4 1,0 -0,4 1,5 2,7 -1,6 0,9 -0,1 0,0 1,6 2,5 2,4 0,7 1,7 0,8 1,0 1,0

% 1,5 0,1 2,9 -45,5 20,9 1,4 -5,0 41,6 -14,0 3,1 2,0 2,1 3,3 3,8 -1,4 5,8 -0,4 2,5 6,0 1,8 3,6 1,3 3,2 3,4 3,0

2022

Specialisatie gem. = 100 45 31 6 7 23 9 13 22 20 34 55 79 54 40 98 129 124 109 134 92 299 106 96 199 100

Tabel 4.5 Kenmerken sectoren Regio Den Haag

Toegevoegde waarde, arbeidsjaren, aandeel in totale economie, arbeidsproductiviteit en groei arbeidsproductiviteit naar sector 2010-2022 2022 2022 2022 2022 Toeg.waarde Arb.jaren Aandeel Arb. prod. toeg. waarde 1.000 mln. euro x 1.000 % euro/fte Landbouw, bosbouw, visserij 327 5,4 1,3 61 Food 240 2,4 0,6 100 Bouwmaterialen 12 0,2 0,0 60 Aardolie 3 0 0,0 Chemie 249 0,7 0,2 356 Basismetaal 49 0,8 0,2 61 Metaalelektro 194 1,3 0,3 149 Transportmiddelen 54 0,4 0,1 135 Overige industrie 172 2,8 0,7 61 Energie, water, afval 242 1,6 0,4 151 Bouw 1.208 29,1 6,9 42 Detailhandel 1.710 26,9 6,4 64 Groothandel 1.956 12,1 2,9 162 Vervoer en opslag 784 11,1 2,6 71 Horeca 766 14,3 3,4 54 Informatie en communicatie 2.839 18,3 4,3 155 Financiële diensten 3.147 11,3 2,7 278 Onroerend goed 2.831 3,8 0,9 745 Specialistische zakelijke diensten 5.295 41,8 9,9 127 Overige zakelijke diensten 2.772 47,1 11,2 59 Overheid 8.880 78,9 18,7 113 Onderwijs 2.128 25,7 6,1 83 Zorg 3.573 57,4 13,6 62 Cultuur, recreatie, overige diensten 2.027 27,4 6,5 74 Totale economie (A-U) 41.458 421 100 98 Bron: CBS

81

2010-22 Groei p.j. % -4,4 -0,5 2,4 9,5 -1,9 3,7 -0,3 -6,9 -1,4 -3,7 1,0 2,7 -1,6 -1,4 0,3 1,4 1,6 0,7 -0,1 0,5 -0,3 -0,5 0,1 -0,1

Tabel 4.6 Specialisatiegraad op basis van toegevoegde waarde van bedrijfstakken in Regio Den Haag, Groot Rijnmond, Groot Amsterdam en Utrecht, 1922

Specialisatiegraad: de mate waarin het aandeel van een bedrijfstak in een stedelijke regio groter of kleiner is dan het aandeel van die bedrijfstak in geheel Nederland. Als het aandeel in de regio gelijk is aan het aandeel van de bedrijfstak in Nederland, dan is de specialisatiegraad 100 Den Haag Rotterdam Amsterdam Utrecht

Landbouw, visserij Food Bouwmaterialen Aardolie Chemie Basismetaal Metaalelektro Transportmiddelen Overige industrie Energie, water, afval Bouw Detailhandel Groothandel Vervoer en opslag Horeca Informatie en communicatie Financiële diensten Onroerend goed Special. zakelijke diensten Ov. zakelijke diensten Overheid Onderwijs Zorg Cultuur, recr., ov. diensten Totale economie (A-U)

Bron: CBS

45 31 6 0 23 9 13 22 20 34 55 79 54 40 98 129 124 109 134 92 299 106 96 199 100

82

78 74 27 883 113 52 38 49 74 151 99 92 114 233 87 80 75 92 102 106 93 95 95 87 100

14 38 13 35 37 14 16 17 39 57 44 68 107 121 126 198 241 92 164 139 58 63 59 112 100

27 105 83 0 43 54 37 22 43 39 98 97 92 65 84 173 189 94 109 90 121 113 93 129 100

Figuur 4.1 Arbeidsproductiviteit Regio Den Haag, Groot Rijnmond, Groot Amsterdam en Utrecht Toegevoegde waarde per arbeidsjaar, gehele economie (fte), 2022 160 136

140 120 100

109

108 98

102

80 60 40 20 0

Aggl. Den Haag

Groot Rijnmond

Groot Amsterdam

Utrecht (COROP)

Nederland

Bron: CBS

Figuur 4.2 Ontwikkeling arbeidsproductiviteit Regio Den Haag, Groot Rijnmond, Groot Amsterdam en Utrecht Gemiddelde jaarlijkse groei toegevoegde waarde per arbeidsjaar (fte), 2022 2,0 1,62 1,5

1,0

0,81 0,54

0,65

0,5

0,0 -0,12 -0,5

-1,0

Aggl. Den Haag

Groot Rijnmond

Groot Amsterdam

Bron: CBS

83

Utrecht (COROP)

Nederland

Figuur 4.3. Ontwikkeling economie Regio Den Haag naar sectoren, 2010-2022

200 20 0

84

-4

-3

-2

-1

0

1

2

3

4

5

8

Gemiddelde jaarlijkse groei toegevoegde waarde per sector, 2010-2022

Bron: CBS

Beneden gemiddelde specialisatie

Lichte specialisatie

Sterke specialisatie

180 40

60

80

Vervoer en opslag Landbouw

Food

Detailhandel

Bouw

Zorg

100

120

Financiële diensten

Horeca

Onderwijs Ov. zakelijke dvl.

Openbaar nut

Metaalelektro 6

Groothandel

Chemie 7

Onroerend goed

140

160

Informatie en comm.

Spec. zakelijke dvl.

Cultuur, recr., overig

220

240

260

Gem. groei Aggl. Den Haag 2010-2022: 1,0%

280

300

Overheid

Specialisatie-index

320

Toegevoegde waarde in prijzen 2021, horizontaal specialisatie ten opzichte van Nederland (100 = gemiddeld aandeel in de gehele economie), verticaal gemiddelde jaarlijkse groei toegevoegde waarde 2010-2022, omvang bol: absolute grootte van de sector Rood = de vier marktgedreven sectoren met een oververtegenwoordiging in de regio Den Haag ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde.

Tabel 4.7 Arbeidsproductiviteit naar bedrijfstak, regio Agglomeratie Den Haag, Groot Rijnmond, Groot Amsterdam, Utrecht en Nederland Toegevoegde waarde per arbeidsjaar (fte), 2022

Den Haag Rotterdam Amsterdam

Utrecht

Nederland

Den HaagNederland

Euro/fte, x1.000

Verschil

Landbouw, visserij

61

110

77

55

82

-21,5

Food

100

131

135

152

125

-24,6

Bouwmaterialen

60

103

99

114

104

-43,7

Aardolie

203

170

185

-185,0

Chemie

356

351

272

258

231

124,8

Basismetaal

61

88

100

100

99

-37,3

Metaalelektro

149

182

167

170

212

-62,7

Transportmiddelen

135

119

111

134

128

7,4

Overige industrie

61

108

105

88

122

-60,6

Energie, water, afval

151

271

180

191

222

-70,7

Bouw

42

81

86

92

81

-39,1

Detailhandel

64

67

76

73

65

-1,8

Groothandel

162

171

202

158

150

11,4

Vervoer en opslag

71

151

122

91

106

-35,2

Horeca

54

54

65

55

53

0,5

Informatie en communicatie

155

124

160

132

130

24,7

Financiële diensten

278

222

338

269

263

15,7

Onroerend goed

745

714

673

770

770

-25,4

Special. zakelijke diensten

127

112

151

111

111

16,1

Ov. zakelijke diensten

59

72

117

78

70

-10,7

Overheid

113

106

107

110

104

8,2

Onderwijs

83

81

81

86

79

3,4

Zorg

62

65

69

66

63

-1,0

Cultuur, recr., ov. diensten

74

55

71

64

55

18,7

Totale economie (A-U) Bron: CBS

98

108

136

109

102

-4,0

85

Tabel 4.8 Ontwikkeling arbeidsproductiviteit naar sector, vier grote steden, Nederland Gemiddelde jaarlijkse groei sector in procenten, 2010-2022

Den Haag Rotterdam

Amsterdam

Utrecht Nederland Den HaagNederland

%

%

% 1,5

% 1,2

Verschil

-0,3

% 1,1

Landbouw, bosbouw, visserij

-4,4

Food Bouwmaterialen

-0,5

-0,2

2,0

3,3

0,9

-1,5

2,4

0,8

2,3

2,1

1,4

1,0

3,6

-3,6

Aardolie

3,9

-5,5

Chemie

9,5

-1,0

5,7

5,9

3,2

6,3

Basismetaal

-1,9

-0,7

1,3

1,0

1,2

-3,1

Metaalelektro

3,7

3,2

-4,4

2,7

4,1

-0,3

Transportmiddelen

-0,3

-0,4

0,5

0,7

0,6

-0,9

Overige industrie

-6,9

-2,3

13,5

3,2

-5,4

-1,5

Energie, water, afval

-1,4

2,5

3,9

-1,0

0,7

-2,1

Bouw

-3,7

0,4

2,0

1,4

1,5

-5,1

Detailhandel

1,0

1,1

1,9

1,3

1,2

-0,2

Groothandel

2,7

2,6

3,6

2,1

2,4

0,3

Vervoer en opslag

-1,6

0,8

-0,3

0,3

0,3

-1,9

Horeca

-1,4

-1,0

-1,2

-1,4

-0,8

-0,6

Informatie en communicatie

0,3

2,4

1,8

1,5

1,4

-1,1

Financiële diensten

1,4

-0,2

1,4

1,4

1,0

0,5

Onroerend goed

1,5

1,0

0,6

1,6

1,9

1,6

Specialistische zakelijke diensten

0,7

0,8

2,5

1,1

1,5

-0,8

Overige zakelijke diensten

-0,1

1,1

3,9

-0,1

0,9

-1,0

Overheid

0,5

1,0

1,0

0,9

0,9

-0,4

Onderwijs

-0,3

-0,2

-0,5

-0,5

-0,4

0,1

Zorg

-0,5

-0,1

-0,1

-0,2

0,1

-0,6

Cultuur, recreatie, overige diensten

0,1

-0,5

0,5

1,0

0,0

0,0

Totale economie (A-U)

-0,1

0,5

1,6

0,8

0,7

-0,8

Bron: CBS

86

Figuur 4.4 Verschil arbeidsproductiviteit en -groei naar sector Agglomeratie Den Haag met Nederland

1.000 EUR/fte per jaar, 2022, en gemiddelde jaarlijkse groei 2010-2022, vier grote dienstverlenende sectoren in oranje

7

6

4 150

5

3 100

2

1

0

-1

-2

-3

-4

-5

-6

-7

Verschil groei arb.productiviteit regio Den Haag - Nederland, %

Totale economie (A-U) Chemie Informatie en communicatie Cultuur, recreatie, overige diensten Specialistische zakelijke diensten Financiële diensten Groothandel

Groei arbeidsproductiviteit 2010-'22, %

Overheid Transportmiddelen Onderwijs Horeca Zorg Detailhandel

Arbeidsproductiviteit 2022, x1000 Euro

Overige zakelijke diensten Landbouw, bosbouw, visserij Food Onroerend goed Vervoer en opslag Basismetaal Bouw Bouwmaterialen Overige industrie Metaalelektro Energie, water, afval

Verschil arb.productiviteit regio Den Haag-Nederland, x1000 euro

Bron: CBS/bewerking NEO Observatory

87

250

200

50

0

-50

-100

-150

-200

-250

Aardolie

4.7.3 Ecosysteem voor innovatie en nieuwe bedrijven Figuur 4.5 Ecosysteemindex per COROP-gebied

Eindscore van de 15 COROP-gebied met de hoogste totaalscore Delft en Westland

24,6

Groot-Amsterdam

13,5

Aggl. Leiden en Bollenstreek

13,4

Zuidoost-Noord-Brabant

13,4

Overig Groningen

12,5

Veluwe

11,3

Utrecht

11,0

Twente

10,9

Arnhem/Nijmegen

10,7

Agglomeratie 's-Gravenhage

10,6

Zuid-Limburg

9,8

Agglomeratie Haarlem

9,2

Het Gooi en Vechtstreek

9,1

Groot-Rijnmond

9,1

Alkmaar en omgeving

8,3 0

5

10

15

Bron: Universiteit Utrecht School of Economics, Birch/bewerking NEO Observatory

88

20

25

30

Tabel 4.9 Ecosysteemindex naar element voor de vier grootstedelijke COROP-gebieden, met Delft en Westland en Leiden en Bollenstreek

Groot Rijnmond

Groot Amsterdam

Utrecht

Delft en Westland

regio Leiden en Bollenstreek

Leiderschap Netwerken Cultuur Instituties Diensten Infrastructuur Vraag Talent Financiering Kennis Totaal score

regio Den Haag

Score per element en totaalscore

Score 0,9 1,4 1,3 1,0 1,0 1,1 1,0 1,1 1,1 0,8 10,6

0,6 0,7 1,2 1,0 1,0 0,9 1,0 1,0 1,1 0,7 9,1

1,4 1,5 1,7 1,0 1,2 1,1 1,9 1,3 1,3 1,1 13,5

1,2 1,4 1,1 1,0 1,2 1,1 1,2 1,3 0,8 0,9 11,0

7,9 6,9 1,0 1,0 1,0 1,2 1,1 1,0 1,1 2,4 24,6

3,1 1,8 0,9 1,0 1,1 1,2 0,8 1,1 1,1 1,3 13,4

Bron: Universiteit Utrecht School of Economics, Birch/bewerking NEO Observatory

Figuur 4.6 Entrepreneurial ecosysteemindex per COROP-regio

Bron: Universiteit Utrecht School of economics, Birch/bewerking NEO Observatory

89

Figuur 4.7 Impactstartups als percentage van alle nieuwe oprichtingen per gemeente Getal boven de kolom: absoluut aantal 16% 73

14% 12%

122

10% 315 8%

50

123

47

6% 13

4% 2% 0%

Rotterdam

Den Haag

Amsterdam

Utrecht

Eindhoven

Delft

Leiden

Bron: Dealroom/bewerking NEO Observatory

Figuur 4.8 Start- en scaleups naar markt in Den Haag, 2025

Specialisatiegraad (x-as) start- en scaleups Den Haag ten opzichte van Nederland (Nederland = 1). Getal boven de kolom: absoluut aantal. Specialisatiegraad >1 is relatief gespecialiseerd (n = 1.044) 2,5

66

2,0 1,5 1,0

27 46

105

67

82

43

66

78

75

31

0,5 -

The Hague

Bron: Dealroom/bewerking NEO Observatory

90

NL

151

59

50

67

12

7

12

Figuur 4.9 Start- en scaleups naar markt in zes steden

Specialisatie ten opzichte van Nederland (Nederland = 1). Getal boven de kolom: absoluut aantal Den Haag Rotterdam Amsterdam Utrecht Eindhoven Delft

Security Legal Education Leisure Fintech Fashion and Lifestyle Real Estate Media Marketing Energy Matching IT Food Mobility Health Semiconductors Engineering Robotics

Score 2,1 1,4 1,1 1,0 1,0 1,0 0,9 0,9 0,9 0,9 0,8 0,8 0,8 0,7 0,6 0,6 0,6 0,5

Bron: Dealroom/bewerking NEO Observatory

0,7 0,8 1,0 0,9 0,9 1,1 1,0 1,2 1,1 1,0 1,1 0,9 0,9 0,8 0,5 0,4 0,6 0,8

0,7 1,3 1,4 1,2 1,7 0,9 1,0 1,5 1,3 0,8 1,5 1,2 0,9 0,8 0,9 0,3 0,5 0,4

91

1,2 1,5 1,6 1,0 1,0 0,6 0,9 1,2 1,1 0,9 1,5 1,3 0,9 1,0 1,6 0,4 0,6 0,6

1,3 0,7 0,7 0,9 0,6 0,6 1,0 0,8 0,8 1,3 0,4 1,2 0,7 1,0 1,5 4,2 4,0 1,8

1,0 0,5 0,8 0,6 0,3 0,6 1,3 0,6 0,3 2,0 0,4 0,9 1,0 1,4 1,2 3,6 4,7 3,8

Leiden

0,4 0,5 1,1 0,9 0,3 0,4 0,5 0,9 0,5 0,4 0,2 0,7 0,9 0,6 3,1 0,9 0,8 0,7

5 Excellent ondernemersklimaat 5.1 Inleiding Naast een attractieve stad, een veerkrachtige economische structuur is een excellent ondernemersklimaat een derde element om brede economische bloei van Den Haag te realiseren. Het tactische doel is voluit een excellent ondernemersklimaat waarin ondernemers kunnen groeien. Daartoe zijn vier tactische doelen gekozen: • • • •

Goede en snelle dienstverlening bieden aan ondernemers, Het MKB voorbereiden op uitdagingen van de toekomst, Bestaande (internationale) bedrijven en instellingen versterken en nieuwe aantrekken en Talentontwikkeling: werken aan een vaardige en talentvolle stad.

De gemeente Den Haag streeft naar een excellent ondernemersklimaat. Dat geldt voor alle bedrijven: van starters en eenmanszaken tot doorgroeiers en grote bedrijven. De gemeente faciliteert en ondersteunt daarbij het mkb met de uitdagingen van de toekomst, zoals verduurzaming, digitalisering en internationalisering. De gemeente werkt aan talentontwikkeling zodat de banen vervuld kunnen worden met geschikte mensen. Het streven is om een ondernemersvriendelijk stad te zijn, met een uitstekende ondernemersdienstverlening. Deze tactische doelen worden beschouwd aan de hand van de volgende indicatoren: Overzicht indicatoren voor Excellent ondernemersklimaat Banen in het mkb Oprichtingen, opheffingen en faillissementen Ontwikkeling vestigingen en eenmanszaken Dimensies van Nex-T-index Regionale transitie NEx-T-index Transitie Nex_T naar grootteklasse CO2-uitstoot en banen naar bedrijfstak Ontwikkeling energieverbruik en CO2-uitstoot Hoogst behaald opleidingsniveau bevolking van 15-75 jaar Opleidingsniveau van de bevolking in de vier grote steden Ontwikkeling aantal studenten in het hbo en wo Ervaren belemmeringen ondernemers Gediplomeerden Den Haag Buitenlandse Directe Investeringen (nieuw 2024)

Bron: Gemeente Den Haag

92

WGRH KvK WGRH SEO Raboresearch Raboresearch Klimaatmonitor Klimaatmonitor CBS CBS CBS CBS CBS Fin.Times

Excellent ondernemersklimaat Starters Het aantal starters daalt weer.

Faillissementen Het aantal faillissementen blijft ondanks stijging relatief laag, wel veel verloop onder zzp’ers.

Ondernemersvertrouwen Het ondernemersvertrouwen blijft laag en daalt.

Verduurzaming De transitiescore ligt op het landelijk gemiddelde, maar daalt sterker dan landelijk.

CO2-uitstoot

De CO2-uitstoot in Den Haag bij bedrijven neemt sterk af.

Opleidingsniveau Het opleidingsniveau van de bevolking (15-74 jaar) neemt niet meer toe.

Studenten Het aantal studenten in het hoger onderwijs daalt.

Gekwalificeerd personeel Het vinden van genoeg en gekwalificeerd personeel blijft een uitdaging met de veranderende arbeidsmarkt.

5.2 Bevindingen In het kort: Bedrijvendynamiek • • •

• •

Startende bedrijven: Aantal startups in Den Haag daalt van 15.810 (2022) naar 13.744 (2024) na 10 jaar stijging. Groei zzp’ers: Het aantal zzp’ers groeide de afgelopen 10 jaar met 97%, maar deze groei lijkt af te vlakken door wijzigingen in de arbeidswetgeving (vanaf 1 januari 2025). Banen per bedrijfsgrootte: o Bedrijven met >100 werknemers: 15% meer banen in 10 jaar. o Bedrijven met 10-99 werknemers: 9% meer banen in 10 jaar. o Kleine bedrijven (tot 10 werknemers): 8% meer banen in 10 jaar. Stoppers: Het aantal stoppers stijgt (10.794 in 2024), vooral zzp’ers stoppen (lage opstartkosten en eenvoudige uitschrijving). Faillissementen: Aantal faillissementen (143) is laag, maar neemt toe ten opzichte van 2023.

Ondernemersvertrouwen • • •

Negatief ondernemersvertrouwen: Het ondernemersvertrouwen in Nederland is voor het 13e kwartaal op rij negatief (-5,4 in Q1 2025). Sectorverschillen: Het vertrouwen is positief in de zakelijke dienstverlening, maar negatief in landbouw, horeca en andere sectoren. Personeelstekort: In Den Haag ervaren ondernemers meer personeelstekorten dan in andere steden, vooral in zorg, onderwijs, ICT, en techniek.

Verduurzaming • •

•

Nationale verduurzaming: In 2024 is 18,5% van de economie duurzaam volgens de Nieuwe Economie Index (NEx), met de grootste groei op transparante ketens (+3,7%). Regionale verschillen: Den Haag (samen met Delft en Westland) scoort gemiddeld op verduurzaming, met enkele thema’s zoals biodiversiteit en circulaire economie die trager groeien. Gemeentelijke verduurzaming (Den Haag): o Inclusief ondernemen: 39% van bestuurders bij grootste werkgevers is vrouw. o Groene energie: 76% van Haagse utiliteitsgebouwen heeft energielabel C of beter. o CO2-uitstoot: Bedrijven in Den Haag hebben hun CO2-uitstoot met 44% verminderd sinds 2018. o Circulaire economie: 4,1% van de Haagse bedrijfsvestigingen maakt deel uit van de circulaire economie.

94

Internationalisering •

• •

FDI (Foreign Direct Investment): Den Haag ontvangt 6% van het aantal buitenlandse investeringen in de G5-steden, met Amerikaanse, Engelse en Duitse bedrijven als de grootste investeerders. Registratie internationals: Het aantal geregistreerde internationals (inclusief kenniswerkers en studenten) daalt sinds 2022. Internationale bedrijven: Veel buitenlandse investeringen zijn gericht op ICT-diensten, zakelijke dienstverlening en communicatie.

Talentontwikkeling en Arbeidsmarktvooruitzichten • • •

•

•

Opleidingsniveau: Het aandeel hbo/wo-opgeleiden in Den Haag is lager dan in Amsterdam en Utrecht, maar hoger dan in Rotterdam. Afname studenten: Aantal studenten in hbo/wo onderwijs is de afgelopen jaren afgenomen, na eerdere groei. Arbeidsmarktkrapte: De werkgelegenheidsgroei in Haaglanden zal afnemen door lagere economische groei. Er is vooral krapte in technische beroepen, zorg, onderwijs en openbaar bestuur. Toekomstige werkgelegenheid: De werkgelegenheid in Haaglanden groeit tot 2027 met 1,4%, boven het landelijk gemiddelde. Het aantal zzp’ers zal vooral afnemen in de landbouw, groothandel en vervoer. Regionale mismatch: Haaglanden heeft relatief veel jonge werkenden en een grotere mismatch tussen werklozen en beschikbare banen, vooral voor basis opgeleiden. Investeren in opleidings- en begeleidingsprogramma’s is belangrijk.

95

5.3 Bedrijvendynamiek Startende bedrijven vormen een belangrijk onderdeel van de bedrijvendynamiek. Zij zorgen voor nieuwe economische impulsen en vernieuwen de bedrijvenpopulatie vanuit het MKB. De afgelopen jaren daalt echter het aantal startende bedrijven na 10 jaar stijging in Den Haag weer (CBS, 2025), van 15.810 in 2022 naar 13.744 in 2024 (tabel 5.1). Wel groeide het aantal zzp’ers sterk, het aantal verdubbelde in de afgelopen tien jaar bijna (+ 97 procent). Door aanpassing van de arbeidswetgeving lijkt aan deze explosieve groei een einde te komen. In de kleine bedrijven tot 10 werknemers neemt het aantal banen ook toe, maar met 8 procent in tien jaar (2015-2024) is de groei bescheiden. Ook bij bedrijven met 10 tot 99 werknemers is er een bescheiden groei, het aantal banen neemt toe met 9 procent in de laatste tien jaar. Het aantal banen in bedrijven met meer dan 100 medewerkers groeide in de afgelopen tien jaar met 15 procent (tabel 5.2). Wat betreft het aantal starters is een duidelijke trendbreuk te zien. Deels kan dit komen door economische factoren, maar voor een ander deel moet de oorzaak gezocht worden in de (anticipatie op) de vanaf 1 januari 2025 aangepaste regels voor zzp’ers. De belangrijkste aanpassing betreft een aanscherping van de handhaving op de aantoonbaarheid van een zelfstandige werkrelatie.

Zzp-schap droeg via de oprichting van eenmanszaken het afgelopen decennium sterk bij aan het aantal starters, omdat er veel vraag naar zzp’ers was en de opstartkosten laag zijn. 19 Tegenover de nieuw ingeschreven bedrijven staan de bedrijven die niet meer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel: het aantal stoppers is nog wel lager dan het aantal starters, al is het positieve saldo de afgelopen jaren duidelijk verminderd. In het afgelopen jaar ligt het aantal stoppers met 10.794 duidelijk hoger dan in de voorafgaande jaren. Het grote aantal zzp’ers onder de starters én stoppers is hiervoor een belangrijke verklaring. Stoppen met zzp-schap is relatief eenvoudig door lage bedrijfskosten en geschiedt via een simpele KvK-uitschrijving. Er zijn verschillende redenen waardoor bedrijven stoppen. Het overgrote deel doet dat vrijwillig en een ander deel verhuist naar een andere regio. Een klein deel van de stoppers gaat echter failliet, ook in 2024 is het aantal met 143 vestigingen nog steeds relatief laag (tabel 5.3). Dit is 1 procent van de vestigingen die zijn opgeheven in de stad. Recente cijfers van de Kamer van Koophandel duiden wel op een duidelijke toename van faillissementen (en ook van het aantal stoppers) ten opzichte van 2023.

Uit het Haagse werkgelegenheidsregister blijkt dat het aantal zzp’ers zeer sterk is gegroeid, De belangrijkste sectoren zijn de bouw en de zakelijke dienstverlening. De dynamiek onder zzp’ers in de stad is groot. Van de Haagse 40.000 eenmanszaken die in 2018 bestaan, is vijf jaar later ruim de helft verdwenen. Iets meer dan veertig procent is nog altijd actief als zzp’er. Een klein deel (3 procent) is na vijf jaar uitgegroeid tot werkgever, dit percentage lijkt vrij stabiel te zijn over een langere periode. Een belangrijke economische en sociale ontmoetingsplaats wordt ingenomen door de Haagse Markt. In een afzonderlijk tekstkader aan het eind van dit hoofdstuk gaan we gedetailleerder in op de functie van deze fysieke ontmoetingsplek voor ondernemerschap en diversiteit.

19 Staat van de Stad - trendrapportage 2025 (juli 2025)

96

De Haagse Markt: economische én sociale ontmoetingsplaats De Haagse Markt, gelegen op het kruispunt van de multiculturele wijken Transvaal en Schilderswijk, is meer dan alleen een plek waar mensen boodschappen doen. Het is een ontmoetingsplek voor ruim 120 verschillende nationaliteiten. Een plek van ondernemerschap, diversiteit en ontmoeting. Met ruim 500 standplaatsen en gemiddeld ruim 16.000 bezoekers per dag, behoort de Haagse Markt tot de grootste van Europa en is het één van de drukste markten van Nederland. De markt speelt een belangrijke rol in het economische én sociale landschap van Den Haag. In 2025 is er een groei in bezoekersaantallen. Zo steeg het aantal passanten in het eerste kwartaal van 2025 met ruim 25% vergeleken met het voorgaande jaar. De markt trekt dagelijks bezoekers uit alle delen van Den Haag en de omliggende gemeenten zoals Rijswijk, Voorburg en Delft. Deze stijgende trend sluit aan bij landelijke ontwikkelingen binnen de marktenhandel, ze zijn steeds meer aantrekkelijk alternatief voor reguliere detailhandel, dankzij een uniek aanbod, persoonlijke service en gunstige prijs-kwaliteitverhoudingen. De marktenhandel vertoont landelijk een stabiele omzetgroei, ondanks uitdagingen als digitalisering en veranderend consumentengedrag.

5.4 Ondernemersvertrouwen De Conjunctuurenquête Nederland (COEN) vraagt elk kwartaal aan ondernemers hoe hun bedrijf ervoor staat en wat ze verwachten voor de toekomst. Deze vragen gaan over onderwerpen zoals omzet, winst, investeringen en personeel. Een belangrijk resultaat van deze enquête is het ondernemersvertrouwen. Dit is een indicatie van de stemming van het Nederlandse bedrijfsleven: het laat zien of ondernemers positief of negatief denken over het economisch klimaat. Het ondernemersvertrouwen is voor het dertiende kwartaal op rij negatief en komt in het eerste kwartaal

97

van 2025 uit op -5,4. Een kwartaal eerder lag het ondernemersvertrouwen op -3,2. Daarmee is het cijfer voor het eerst in ruim een jaar gedaald ten opzichte van een kwartaal eerder. Het ondernemersvertrouwen ligt bovendien aan het begin van het eerste kwartaal van 2025 onder het gemiddelde (-3,6) van de reeks vanaf 2012. Alleen in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening is de stemmingsindicator licht positief. Bij twee bedrijfstakken verbeterde het ondernemersvertrouwen, in de industrie bleef het cijfer nagenoeg gelijk en bij de andere elf was een verslechtering te zien. De stemmingsindicator is het meest negatief in de landbouw, bosbouw en visserij en de horeca. Wij hebben geen reden om te denken dat het ondernemersvertrouwen in Den Haag afwijkt van het landelijke beeld. Wel ervaren de ondernemers in de regio Den Haag meer dan in de andere grote steden een tekort aan passend personeel en dit speelt in vrijwel alle beroepsgroepen en sectoren. Vooral in sectoren met grote maatschappelijke opgaven, zoals in de zorg, onderwijs, ICT en techniek blijft de krapte een probleem. Personeel in deze sectoren is schaars, of het nu wel of niet economisch goed gaat met Nederland. Technici en ICT’ers zijn nodig voor de verduurzaming in diverse sectoren.

Bijvoorbeeld voor de aanleg van laadpalen, uitbreiding van de elektriciteitsnetten of voor het installeren en onderhouden van machines in de industrie. 20

5.5 Verduurzaming De verduurzaming van de economie is een van de grote maatschappelijke uitdagingen waar ons land voor staat. Maatschappelijk verantwoord ondernemen Nederland (MVO) heeft hiertoe de Nieuwe Economie Index (NEx) ontwikkeld. Deze index geeft aan hoe ver bedrijven zijn richting een 100% duurzame economie (figuur 5.3). 21

NEx op nationaal niveau Uit de laatstgehouden, zesde meting blijkt 18,5% van de Nederlandse economie duurzaam. De index stijgt weliswaar met 1,0 procentpunt ten opzichte van 2024, maar over de afgelopen zes jaar vlakt de stijging verder af. De NEx van 18,5 procent geeft het gemiddelde weer van de scores op zeven thema’s die MVO Nederland gebruikt om de voortgang naar een duurzame, nieuwe economie te bepalen. Sinds 2020 – toen de NEx op 12,1 procent stond – neemt de score elk jaar toe, maar met een steeds kleiner percentage. De groei van de NEx stagneert met name door een daling op de thema’s nieuwe rijkdom en biodiversiteit. Die laatste is te wijten aan de aanzienlijke verslechtering van de zoetwaterkwaliteit en een toename van het stikstofoverschot. De circulaire economie blijft voor het zesde jaar op rij rondjes draaien om de 13 en 14 procent. De grootste stijging is te zien op transparante ketens (+3,7 procentpunt). Steeds meer bedrijven rapporteren over hun toeleveringsketen. De NEx 2025 scoort als volgt op de zeven thema’s: nieuwe rijkdom (8,7%), echte prijzen (15,0%), transparante ketens (16,7%), inclusief ondernemen (39,5%), groene energie (13,7%), biodiversiteit (22,2%) en circulaire economie (14,0%).

20 UWV, Regio in beeld Haaglanden 2024-2025 (2024)

21 MVO Nederland, Nieuwe Economie Index 2025, onderzoeksrapport SEO (5 februari 2025)

98

NEx op regioniveau Een enquêtemeting onder bedrijven op regioniveau van RaboResearch op dezelfde dimensies resulteert in een rapportcijfer (NEx-T index). 22 Binnen Nederland bestaan er grote regionale verschillen in productiviteit(sgroei) en de transitie naar een duurzame economie. Regio’s Groot-Amsterdam en Brainport Eindhoven weten beide te combineren en hebben daardoor een hoog duurzaam verdienvermogen. De meeste regio’s hebben nog een opgave om óf productiever te worden óf juist duurzamer. Niet alleen de landelijke transitiescore is de afgelopen jaren licht gedaald, dit geldt ook voor de meeste regio’s. Tegelijkertijd zijn er regio’s waar de transitiescore juist harder is gedaald dan landelijk, zoals de combinatie van Den Haag en Delft en Westland. De transactiescore van regio Den Haag (samen met Delft en Westland) ligt op het landelijk gemiddelde (figuur 5.5). De verschillen tussen de regio’s kunnen ook per NEx-thema in beeld worden gebracht (figuur 5.4). Ook dan is er voor de regio Den Haag geen sprake van grote uitschieters. De gemiddelde positie van deze regio geldt ook voor het aandeel koplopers (score >= 7.5) en achterblijvers (score <= 5.5). Ook daarvan is het aandeel van de regio niet veranderd t.o.v. een eerdere meting.

NEx op gemeenteniveau Door SEO is in 2025 voor het eerst een NEx-meting op gemeentelijk niveau voor Den Haag uitgevoerd. 23 De belangrijkste resultaten kunnen per thema als volgt worden samengevat: Inclusief ondernemen: Bij de grootste werkgevers in Den Haag is 39% van de bestuurders vrouw. Onder commissarissen en toezichthouders is dat 38%. Echte prijzen: Van de Haagse organisaties overweegt 41% echte prijzen voor (een deel van) hun producten of diensten te rekenen of past dit nu al toe. Transparante ketens: Ruim een op de drie organisaties in Den Haag communiceert over hun leveringsketen, met name via mondeling contact of via hun website of sociale media. Nieuwe Rijkdom: Driekwart van de personen in Den Haag met een indicatie ‘beschut’ werk heeft een passende baan waar rekening wordt gehouden met een beperking. Groene energie: Het aandeel Haagse utiliteitsgebouwen met een energielabel C of beter is sinds 2020 toegenomen van 69% naar 76%. Biodiversiteit: De uitstoot van het Haagse bedrijfsleven is sinds 2018 gedaald met bijna 44%, terwijl de totale uitstoot in de gemeente daalde met ruim 35%. Circulaire economie: 4,1% van de Haagse bedrijfsvestigingen valt binnen de circulaire economie, met name voor repair (3,3%) en recycle (0,6%). Dit is goed voor 3,7% van de banen.

CO2-uitstoot en energiegebruik 22 RaboResearch (2025), Duurzaam verdienvermogen op de kaart; https://www.rabobank.nl/kennis/d011485855-duurzaam-

verdienvermogen-op-de-kaart 23 Konijn et al (2025), Haagse NEx 2024, Resultaten eerste meting. Amsterdam: SEO

99

De verduurzaming van de Haagse economie wordt ook zichtbaar in de cijfers over de CO2-uitstoot en het energiegebruik. Het energieverbruik in Den Haag is in vergelijking met de andere drie grote steden aanzienlijk lager. Dit wordt vooral verklaard door de sectorsamenstelling, waarbij de zware industrie in Den Haag relatief minder vertegenwoordigd is. De sectoren met de meeste CO2-uitstoot in Den Haag zijn handel, overheid, zorg, vervoer en opslag en horeca (tabel 5.4). Enerzijds volgt deze verdeling de Haagse sectorstructuur met veel banen in overheid, zakelijke diensten, zorg en handel. Anderzijds zijn sectoren vervoer en opslag, horeca en handel relatief energie-intensief gegeven het aantal banen: zij vertegenwoordigen 18 procent van het aandeel banen in de Haagse sectorstructuur en zorgen voor 31 procent van de CO2-uitstoot. 24 In de klimaatmonitor wordt onderscheid gemaakt naar het energieverbruik (gas en elektriciteit) en de uitstoot van CO2 tussen bedrijven en instellingen enerzijds en woningen anderzijds. 25 De CO2-uitstoot van bedrijven en instellingen is de afgelopen jaren verminderd met 56%, bij woningen is dit met 38% gedaald. Ook het gasverbruik is bij bedrijven en instellingen met 23% gedaald sinds 2014, bij woningen is het gasverbruik gedaald met 26 procent.

Het elektriciteitsverbruik bij de bedrijven is ook gedaald, met 12 procent, bij woningen is dit vrijwel niet veranderd sinds 2010 (figuur 5.6).

5.6 Internationalisering Buitenlandse investeringen (Foreign Direct Investment (FDI)) vormen een belangrijke bron voor internationalisering van een stedelijke economie. Tussen 2015 en 2024 hadden 1.455 FDI-projecten een van de G5-steden als bestemming. De gemeente Amsterdam scoort met 70,5% het beste, op afstand gevolgd door Rotterdam (13,5%). Den Haag presteert met een score van 6,0% als derde nog net iets beter dan Utrecht (5,3%) en Eindhoven (4,6%). Over een langere periode bekeken (2003-2024) zijn het vooral Amerikaanse, Engelse en Duitse bedrijven die in Den Haag investeren. Het gaat daarbij vooral om software & ICT-diensten, zakelijke dienstverlening en communicatiebedrijven. 26 Het aantal geregistreerde internationals, waaronder kenniswerkers, arbeidsmigranten en studenten loopt na 2022 terug (figuur 5.7). Dit geldt niet alleen voor Den Haag, ook in de andere grote en universiteitssteden is deze ontwikkeling waarneembaar. Rond studenten was er afgelopen jaar een stabilisering van de instroom tegenover jaren van groei.

5.7 Talentontwikkeling en arbeidsmarktvooruitzichten Voor de talentontwikkeling zijn twee trends van belang, namelijk dat het opleidingsniveau in Den Haag stabiliseert na een eerdere stijging en ook dat het aantal studenten in het hbo/wo onderwijs de afgelopen jaren is afgenomen. Zo loopt het aandeel van de bevolking dat op basisniveau is opgeleid procentueel weer iets op ten koste van het aandeel mbo en hbo/wo opgeleiden (figuur 5.8). In vergelijking met de andere grote steden is het aandeel hbo/wo opgeleiden iets hoger dan Rotterdam maar aanzienlijk lager dan in Amsterdam en vooral Utrecht (figuur 5.8). Het aantal Haagse studenten in het hbo/wo onderwijs is tussen 2014 en 2025 met 21 procent gegroeid naar 28.740, in 2021-2023 24 De klimaatmonitor hanteert hiervoor de verbruikersbenadering; daarbij gaat het om de oorzaak van de CO -uitstoot, niet 2

naar de plek waar de uitstoot plaatsvindt voor de opwekking van energie. In de praktijk betekent dit dat energie niet lokaal maar elders is opgewekt in energiecentrales. 25 Bron: Databank klimaatmonitor: https://klimaatmonitor.databank.nl/ 26 © FDI Markets, from the Financial Times Ltd. 2024

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16263663/1