CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323902 Bijlage Monitor Staat van de Haagse Economie 2024 - 11 nov 2025

Commissie Bestuur 4 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief: Staat van de Haagse Economie 202429.018 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Monitor Staat van de Haagse economie 2024 Achtergrondrapport

Dr. Walter J.J. Manshanden (NEO Observatory) Prof. Dr. Frank van Oort (Erasmus Universiteit Rotterdam) Prof. Dr. Henri L.F. de Groot (Vrije Universiteit Amsterdam) Mr. Drs. Gerlof Rienstra (Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies)

Illustraties Rob Krijgsman (Wat Ontwerpers)

Monitor Staat van de Haagse economie 2024

Onderzoek in opdracht van de gemeente Den Haag

Begeleiding: Martijn van den Berge Ingrid den Heeten

November 2025

NEO Observatory, Rotterdam Erasmus Universiteit Rotterdam Vrije Universiteit Amsterdam Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies, Rijswijk

© NEO Observatory Gebruik van informatie uit deze publicatie is op voorwaarde van bronvermelding toegestaan.

2

Inhoud 1 Inleiding en samenvatting ....................................................................................................... 5 1.1 Inleiding ............................................................................................................................ 5 1.2 Samenvatting .................................................................................................................. 11 2 Brede economische bloei ...................................................................................................... 13 2.1 Inleiding .......................................................................................................................... 13 2.2 Bevindingen .................................................................................................................... 15 2.3 Bruto regionaal product, bevolking en werkgelegenheid .............................................. 17 2.4 Arbeidsmarkt: bevolking, participatie, werkloosheid en pendel ................................... 19 2.5 Inkomen en brede welvaart ........................................................................................... 21 2.6 Figuren en tabellen......................................................................................................... 23 2.6.2 Werkzame personen (grootstedelijke regio’s, gemeenten) ....................................

30 2.6.3 Gemeente Den Haag: bevolking, participatie, werkloosheid.................................. 32 2.6.4 Arbeid: bruto participatie en werkloosheid (gemeente) ........................................ 34 2.6.5 Arbeidsmarkt: WW, vacatures en spanning op de arbeidsmarkt............................ 37 2.6.6 Woon-werkverkeer en arbeidsmarktbalans............................................................ 42 2.6.7 Lage inkomens ......................................................................................................... 48 3 Attractieve stad...................................................................................................................... 51 3.1 Inleiding .......................................................................................................................... 51 3.2 Bevindingen .................................................................................................................... 53 3.3 Woon- en leefklimaat ..................................................................................................... 55 3.4 Bereikbaarheid ............................................................................................................... 56 3.5 Levendigheid en toeristische aantrekkingskracht ..........................................................

57 3.6 Imago .............................................................................................................................. 58 3.7 Figuren en tabellen......................................................................................................... 59 4 Veerkrachtige economie ........................................................................................................ 67 4.1 Inleiding .......................................................................................................................... 67 4.2 Bevindingen .................................................................................................................... 69 4.3 Werkgelegenheid............................................................................................................ 71 4.4 Specialisaties in de Regio Den Haag ............................................................................... 72 3

4.5 Arbeidsproductiviteit...................................................................................................... 73 4.6 Randvoorwaarden voor innovatie, start- en scaleups.................................................... 75 4.7 Figuren en tabellen......................................................................................................... 77 4.7.1 Banen en vestigingen naar sectoren en grootteklasse............................................ 77 4.7.2 Toegevoegde waarde, productiviteit en specialisatie naar sector .......................... 80 4.7.3 Ecosysteem voor innovatie en nieuwe bedrijven .................................................... 88 5 Excellent ondernemersklimaat .............................................................................................. 92 5.1 Inleiding .......................................................................................................................... 92 5.2 Bevindingen .................................................................................................................... 94 5.3 Bedrijvendynamiek ......................................................................................................... 96 5.4 Ondernemersvertrouwen...............................................................................................

97 5.5 Verduurzaming ............................................................................................................... 98 5.6 Internationalisering ...................................................................................................... 100 5.7 Talentontwikkeling en arbeidsmarktvooruitzichten..................................................... 100 5.8 Figuren en tabellen....................................................................................................... 103 6 Ruimte voor bedrijvigheid ................................................................................................... 110 6.1 Inleiding ........................................................................................................................ 110 6.2 Bevindingen .................................................................................................................. 112 6.3 Kantoren ....................................................................................................................... 113 6.4 Bedrijfsruimte ............................................................................................................... 116 6.5 Winkels .........................................................................................................................

116 6.6 Figuren en tabellen....................................................................................................... 119 Begrippen en afkortingen ....................................................................................................... 125 Literatuur ................................................................................................................................ 126 Bijlage Achtergrond informatie brede welvaart ..................................................................... 129

4

1 Inleiding en samenvatting 1.1 Inleiding De Monitor Staat van de Haagse economie 2024 wordt sinds 2020 jaarlijks uitgebracht. De monitor is naar aanleiding van de Economische visie Den Haag+ 2030 ontwikkeld. De algemene doelstelling van deze visie, in 2019 in de Haagse gemeenteraad vastgesteld, is brede economische bloei. Daarmee is uitvoering gegeven aan de eerdere aanbeveling van de Haagse rekenkamer om een duidelijke structuur aan te brengen tussen strategische doelen om tot brede economische bloei te komen, de beleidsinstrumenten en benodigde middelen. De gemeente Den Haag constateerde eerder dat de stad weliswaar vele kwaliteiten heeft, maar dat de economische motor minder goed functioneert dan die van andere grootstedelijke regio’s. ‘We willen dat iedereen mee kan doen’, is dan ook een belangrijke sociaal-economische doelstelling van de gemeente in de Economische visie. Den Haag is van oudsher een regerings- en bestuurdersstad, met een internationaal concentratie van intergouvernementele organisaties en ambassades. Dit is tegelijkertijd economisch betrekkelijk eenzijdig; het streven is om daarnaast de stad te ontwikkelen als een innovatieve kennisstad. Dit trekt nieuwe toonaangevende organisaties en bedrijven aan die de economische basis van de stad verbreden.

De Economische Visie Den Haag+ 2030 heeft aandacht voor brede maatschappelijke opgaven, niet alleen in het hier en nu, maar ook met oog op toekomstige generaties en rekening houdend met de bredere ruimtelijke context waarin Den Haag zich bevindt. De brede opgaven zijn: • • • •

iedereen doet mee; het verder ontwikkelen van het woon- en leefklimaat; de economie moet kunnen inspelen op wereldwijde opgaven en een sterkere economie; Den Haag weerbaar maken tegen economische schommelingen, nu en in de voorzienbare toekomst.

Deze maatschappelijke opgaven zijn in de economische visie vertaald in vier verschillende doelen: (1) Attractieve stad, (2) Veerkrachtige structuur, (3) Excellent ondernemersklimaat en (4) Ruimte voor bedrijvigheid. Een noodzakelijk onderdeel van de Economische Visie Den Haag+ 2030 is een jaarlijkse monitor Staat van de Haagse economie, waarvan er sinds 2020 jaarlijks edities zijn uitgebracht. Daarin worden trends en ontwikkelingen in de Haagse economie op basis van een groot aantal indicatoren in kaart gebracht. Zo wordt zichtbaar of de Haagse economie op koers ligt van de doelstellingen en of er knelpunten zijn. Voor het jaar 2025 heeft de gemeente Den Haag besloten om deze monitor te vernieuwen. De wensen van de gemeente Den Haag ten opzichte van eerdere edities betreffen het inbrengen van meer wetenschappelijke expertise over en reflectie op de staat van de Haagse economie, de betekenis van (wereldwijde) trends en ontwikkelingen voor de stad en een duidelijker beeld van hoe de Haagse economie ervoor staat in relatie tot de voornoemde doelen van de economische visie. Deze wensen zijn vertaald in twee afzonderlijke publicaties, namelijk een wetenschappelijke beschouwing en ten tweede een achtergrondrapport. In de beschouwing richten we ons op

5

onafhankelijke reflectie op de staat van de Haagse economie. Daarnaast brengen we een achtergrondrapport uit, waarin we de uitkomsten van de data analytisch en duidend laten zien, maar zonder waardeoordeel over de mate waarin Den Haag de gestelde doelen bereikt. Hiervoor vergelijken we de cijfers voor Den Haag zoveel mogelijk met de G4 en Nederland en worden de uitkomsten geduid aan de hand van wetenschappelijke en theoretische inzichten over het functioneren van grote steden. Het uitgangspunt van ons consortium is: • • •

Feiten presenteren en duiden vanuit relevante en (recente) wetenschappelijke inzichten; trends en ontwikkelingen in kaart brengen; beschouwend reflecteren en afruilen laten zien.

De schrijvers van beide rapportages laten het vervolgens aan de politiek om doelen te stellen, te beoordelen, te wegen en te kiezen. We beoordelen de mate waarin aan doelstellingen wordt voldaan niet op een normatieve wijze, maar alleen via de drie uitgangspunten, met een duidelijke boodschap die de basis kan vormen voor het vervolggesprek in de politiek van de gemeente met velerlei organisaties die gezamenlijk Den Haag zijn.

Leeswijzer Het rapport begint met een geïllustreerde samenvatting. Dat wordt vervolgd met het hoofdstuk brede economische bloei en per hoofdstuk de vier pijlers van het beleid: aantrekkelijke stad, veerkrachtige economie, excellent ondernemersklimaat en ruimte voor bedrijvigheid. Per hoofdstuk worden de conclusies beknopt aangestipt, geïllustreerd met een samenvattende beeldpagina, waarna de conclusies worden toegelicht. Deze toelichting wordt gevolgd door de figuren en tabellen die bij elk beleidsthema behoren.

6

Factsheet

De staat van de Haagse economie

2024

De economie van Den Haag groeit na corona snel. De economie van de regio Den Haag groeide na corona snel. Ten opzichte van de G4 en het verleden. Het bruto regionaal product laat in de regio Den Haag over de jaren 20222024 een relatief gunstig beeld zien ten opzichte van de jaren daarvoor.

Figuur 1: Bruto regionaal product, vier grote stadsregio’s (COROP’s), 1995-2024 naar deelperiodes. Verticale as: gemiddelde jaarlijkse procentuele groei van het brp 6,0 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 -1,0 1995-2024

Den Haag

De participatie op de arbeidsmarkt van de gemeente Den Haag is laag.

2014-2024

Rotterdam

2014-2019

Amsterdam

Utrecht

2020-2021

Nederland

2022-2024 Bron: CBS

Figuur 2: Bruto participatie, (werkende + werkloze beroepsbevolking als percentage van de bevolking 15-74 jaar), G4 en Nederland, 2003-2024

De participatie blijft in Den Haag achter. De relatief hoge economische groei na 2021

85,0

leidde wel tot een hogere participatie, maar

80,0

niet tot een structurele verbetering van de participatie. In 2003 was de participatie van

75,0

Den Haag nog dichtbij het landelijke cijfer,

70,0

maar is daar onder komen te liggen. De bruto

65,0

participatie in Den Haag is inmiddels het laagst onder de G4 geworden.

60,0 2003

2008

Den Haag

Den Haag

Rotterdam

Rotterdam

Amsterdam

2013

2018

Amsterdam

Utrecht

Utrecht

Nederland

2023 Nederland Bron: CBS

Groei kernindicatoren economie regio Den Haag (2022-2024) BRP

Bevolking

BRP / hoofd van de bevolking

Arbeidsproductiviteit

+3,3%

+1,0%

+2,2%

-0,1%

Kwaliteit voorzieningen 2e van de 50 grootste gemeenten

Factsheet De staat van de Haagse economie 2024 V13-11-2025

1

Figuur 3: Sectoren in de regio Den Haag naar Omvang toegevoegde waarde (grootte bollen, 2022), Groei toegevoegde waarde (verticale as 2010-2022) en Specialisatie (horizontale as, 2022) Rood: marktgedreven sectoren met een bovengemiddelde vertegenwoordiging in de regio Den Haag

Gemiddelde jaarlijkse groei toegevoegde waarde per sector, 2010-2022

8

7

Chemie

6

Metaalelektro

5

Onroerend goed

4 Groothandel

3 2

Bouw

Food

0

Onderwijs Specialistische zakelijke dienstverlening

Detailhandel

Openbaar nut

1

Overige zakelijke dienstverlening

Cultuur & overige diensten

Horeca

Gemiddelde groei agglomeratie Den Haag

Zorg

-1

Financiële diensten

Landbouw

Overheid

Informatie & communicatie

Vervoer & opslag

-2 -3 -4 0

20

Specialisatie-index

40

60

80

100

Beneden gemiddelde specialisatie

120

Lichte specialisatie

140

160

180

200

220

240

260

280

300 Bron: CBS

Sterke specialisatie

Drie van de vier grote sectoren in de regio Den Haag naast de overheid groeien niet snel. De horizontale as geeft aan of een sector boven- of ondervertegenwoordigd is in de regio Den Haag ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde. De verticale as geeft aan of de groei van de toegevoegde waarde van een sector boven of onder de gemiddelde groei van de regio Den Haag ligt. De omvang van de bol geeft de omvang van de toegevoegde waarde van de sector aan. Rechtsboven betekent dus dat de sectoren snel groeien en dat ze bovengemiddeld vertegenwoordigd zijn in de regio Den Haag. Buiten de overheid zijn er vier sectoren met een bovengemiddelde oververtegenwoordiging in de regio Den Haag: specialistische zakelijke diensten, financiële diensten, informatie & communicatie en cultuur & overige diensten. De groei van de toegevoegde waarde van specialistische zakelijke diensten is hoger dan het gemiddelde van de regio Den Haag, maar de groei van de andere drie sectoren met een oververtegenwoordiging in de regio Den Haag ligt daaronder.

Factsheet De staat van de Haagse economie 2024 V13-11-2025

2

De arbeidsproductiviteit van de vier grote sectoren naast de overheid in de regio Den Haag is ten opzichte van Nederland hoger, maar groeit overwegend trager. De arbeidsproductiviteit van specialistische zakelijke diensten, financiële diensten, informatica & communicatie en cultuur & overige diensten is hoog ten opzichte van diezelfde sectoren in Nederland, maar de groei ervan niet. Vooral bij specialistische zakelijke diensten en informatica & communicatie loopt de groei achter bij die van Nederland. Dat geldt niet voor

Figuur 4, Linker verticale as: Verschil arbeidsproductiviteit in de regio Den Haag met Nederland, in 1000 euro per voltijdsjaar, 2022 Rechter verticale as: Verschil groei arbeidsproductiviteit in de regio Den Haag met Nederland, 2010-2022 30,0

1,5

20,0

1,0

10,0

0,5

0,0

0,0

-10,0

-0,5

-20,0

-1,0

-30,0

financiële diensten.

Den Haag heeft absoluut en relatief veel Impactstartups. Met het vestigingsmilieu voor nieuwe, hoogwaardige ondernemingen onder andere in ímpact’

Informatie & communicatie

Totale economie

12%

73

122

10%

centraal stellen in het bedrijfsmodel), ‘legal’ en ‘security’,

-1,5

Bron: CBS

14%

6%

vestigingsmilieu voor impactstartups in Nederland is.

Cultuur & overige diensten

Figuur 5: Aandeel van alle nieuwe bedrijven Impactstartups als percentage van alle startende bedrijven 16%

8%

naastgelegen Delft & Westland, waar het gunstigste

Specialistische zakelijke diensten

Arbeidsproductiviteit 2022, x 1000 Groei arbeidsproductiviteit 2010-2022 in %

(ondernemingen met winstoogmerk én die SDG’s is de positie van Den Haag gunstig, zeker met het

Financiële diensten

315

123

50

47 13

4% 2% 0% Den Haag Rotterdam Amsterdam Utrecht

Eindhoven

Delft

Leiden

Bron: Dealroom,peildatum 1 juli 2025

De voorraad kantoor- en bedrijfsruimte neemt af in Den Haag. De afname van vooral kantoor- en bedrijfsruimte leidt in combinatie met het lage leegstandspercentage ertoe dat er in Den Haag weinig mogelijkheden zijn voor bedrijven die willen uitbreiden of grote bedrijven die zich in Den Haag willen vestigen.

Figuur 6: Ontwikkeling kantoor- en bedrijfsruimte in Den Haag, 2016-2024, index 2016 = 100 105 100 95 90 85 80 2016

2017

2018

Kantoorruimte

Op de vastgoedmarkt is de leegstand in Den Haag laag. Bedrijven kunnen niet uitbreiden of er zich vestigen. In het bredere ondernemersklimaat is ruimte voor

4%

houding bij gebruikers van kantoren.

2022

2023

2024

2025

8%

of nieuwe vestigingen is schaars. De leegstand is

beschikbaarheid van kantoorruimte en een afwachtende

2021

10%

6%

van Nederland is. Dit zorgt voor een beperkte

2020

Figuur 7: Leegstand kantoorvloeroppervlak en bedrijfsruimte als percentage 12% van totaal 2016-2024

verbetering. Ruimte voor uitbreiding van bedrijven laag, waarmee Den Haag een van de krapste markten

2019

Bedrijfsruimte

2% 0%

2016

2017

Kantoorruimte

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Bedrijfsruimte

Bron: Cushman & Wakefield 2025 Factsheet De staat van de Haagse economie 2024 V13-11-2025

3

Figuur 8: Brede welvaart in de gemeente Den Haag (rode lijn) ten opzichte van Nederland (=1) Hoger dan 1: Den Haag is gunstig ten opzichte van Nederland Lager dan 1: Den Haag is ongunstig ten opzichte van Nederland (hoge scores op negatieve factoren (zoals werkloosheid) zijn met -1 vermenigvuldigd) Milieu Economie Sociaal

Broeikasgasemissies per inwoner (4,64) Afstand tot ov Tevredenheid met woonomgeving

Vaak onveilig voelen in de buurt Geregistreerde problematische schulden

Tevredenheid met woning

Aantal ondervonden delicten

Kwaliteit van zwemwater binnenwateren

Geregistreerde misdrijven

1,5 Sociale cohesie

1,0

Kwaliteit van zwemwater buitenwateren

Emissies van fijnstof naar lucht

Vrijwilligerswerk

0,5

Vertrouwen in anderen

Particuliere zonne-energie

Personen met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen

Gemiddelde schuld per huishouden

Bruto regionaal product (groei, 3 jrs gemd.)

Tevredenheid met vrije tijd

Nettoarbeidsparticipatie

Levensverwachting bevolking

Bevolking met hbo/wo opleiding

Tevredenheid met het leven

Contact met familie, vrienden of buren

Ervaren gezondheid Mediaan besteedbaar inkomen

Overgewicht Vertrouwen in instituties Afstand tot basisschool

Afstand tot café e.d.

Werkloosheid Mediaan vermogen van huishoudens

Bron: CBS

Hoewel de groei van het brp relatief hoog is, ligt de brede welvaart onder het Nederlands gemiddelde. De brede welvaartsindicatoren laten over het algemeen in Den Haag een waarde zien onder het Nederlandse gemiddelde (=1). Met name de milieufactoren scoren lager dan nationaal. Afstand tot diverse voorzieningen zijn positief (=kleiner) in Den Haag door de hoge dichtheid. Tevredenheid over het leven is in Den Haag nauwelijks lager dan het gemiddelde van Nederland. De groei van het brp is er relatief hoog, hetgeen geen invloed heeft op andere factoren van brede welvaart. Het vertrouwen in instituties is er licht hoger dan in geheel Nederland.

Factsheet De staat van de Haagse economie 2024 V13-11-2025

4

1.2 Samenvatting De economie van de regio Den Haag ontwikkelde zich na corona relatief snel. Het bruto regionaal product (brp), de bevolking, de werkgelegenheid en het brp per hoofd van de bevolking laten over de jaren na corona in Den Haag een relatief hoge groei zien ten opzichte van de jaren voor 2020, de G4 en Nederland. Dat geldt vooral voor de groei van de economie. Hoewel dit sociaal-economisch en ruimtelijk een positief beeld is, vooral omdat het over meer jaren gaat, is gebleken dat de groei begrensd is. Dat zien we terug in de lagere participatie dan landelijk, een hoog percentage huishoudens met lage inkomens, bepaalde aspecten van de aantrekkelijkheid van de stad, de ontwikkeling van de belangrijke sectoren buiten de overheid, het ondernemersklimaat en de beschikbare ruimte. De participatie blijft in regio Den Haag achter bij een gespannen arbeidsmarkt. Meer dan Amsterdam en Rotterdam combineert Den Haag een lage participatie met een relatief hoge spanning op de arbeidsmarkt. In G4 verband is de economische groei van de regio Den Haag betrekkelijk hoog, maar de participatie is ondanks de absolute toename vooralsnog lager dan Nederland, waarbij die van Rotterdam sneller steeg. Anders dan in 2003 – het begin van de beschouwde periode – blijft de bruto participatie van Den Haag het laagst in vergelijking met de G4.

Er is een aanzienlijke groep in de bevolking 15-74 jaar die ondanks de groei van de economie niet participeert op de arbeidsmarkt, geen beroep doet op collectieve voorzieningen en ook geen werk zoekt. Niet iedereen doet mee in een betaalde baan in Den Haag. De relativering die hier past, is dat deze groep mensen mogelijk wel degelijk op andere wijze zinvol participeert, alleen niet in een betaalde baan: door middel van gezinstaken, vrijwilligerswerk, verenigingswerk, idealen en goede doelen, kortom: bijdragen aan brede welvaart. Juist over deze onbetaalde waardevolle bijdragen aan de maatschappij is weinig informatie beschikbaar. Een belangrijke vraag is of deze bijdragen meer of minder zijn dan in de andere grote steden. Echter, vanuit de klassieke benadering van de economie is een lage participatie en/of hoge werkloosheid sociaal-economisch van belang. Deze groep inwoners van Den Haag mist financiële welvaart en de economie van Den Haag mist productiecapaciteit. Volledige werkgelegenheid dient brede welvaart. Het is terug te zien in de inkomensverdeling met een grote groep lage inkomens. De economische groei wordt niet breed gedeeld, ofwel, er ontstaat gedeelde armoede. Dit verschijnsel van ongedeelde groei doet zich ook voor in Amsterdam en Rotterdam, maar in Amsterdam groeit de formele economie gemiddeld sneller en in Rotterdam nam de participatie juist snel toe.

De betrekkelijk grote tweedeling is specifiek voor Den Haag. De aantrekkelijkheid van Den Haag voor bezoekers is positief, deels gedragen door culturele voorzieningen, maar staat onder druk. Qua culturele voorzieningen heeft Den Haag na Amsterdam een belangrijke positie in Nederland met internationale uitstraling. De positieve sociaal-economische ontwikkeling, gedreven door onderlinge nabijheid van allerlei functies in de beperkte stedelijke ruimte (agglomeratievoordelen) van Den Haag wat bijdraagt aan economische groei, wordt enerzijds weerspiegeld in de aantrekkelijkheid van de stad, maar legt meer druk op diezelfde ruimte anderzijds. Daardoor ontstaat er meer druk op diezelfde aantrekkelijkheid – ook wel agglomeratienadeel genoemd. Dan gaat het om de verminderde bereikbaarheid door files, waar Den Haag van de G4 het gevoeligst voor is. Het imago van Den Haag is positief bij bezoekers, maar bereikbaarheid en veiligheid (zie indicatoren brede welvaart) worden als minder beoordeeld. Den Haag is de minst bereikbare stad van de G4, maar de waardering voor het cultureel aanbod is verbeterd.

11

Grote marktgerichte sectoren hebben een achterblijvende groei van de arbeidsproductiviteit. De groei van het brp is hoog, maar de werkgelegenheid groeit sneller. Dat ontstaat vooral door deeltijd- en flexibele banen, maar in gewerkte uren is de groei ook sneller. De arbeidsproductiviteit krimpt hierdoor op de lange termijn licht. Twee factoren spelen hierin een rol. De eerste factor is de omvangrijke overheid. De arbeidsproductiviteit van de overheid groeit niet snel. Door de omvang ervan (ruim 21 procent van de economie, inclusief bestedingseffecten 25,7 procent van de economie van de regio Den Haag) worden andere bedrijfstakken op arbeids- en grondmarkt verdrongen. De tweede factor is de positie van vier grote bedrijfstakken naast de overheid. Deze is nog sterk, maar staat onder druk. De arbeidsproductiviteit van informatie & communicatie, financiële diensten, specialistische zakelijke diensten en cultuur & overige diensten is relatief hoog, maar de groei ervan blijft achter bij het landelijke gemiddelde. Dat wijst erop dat de vernieuwing van deze dienstverlenende bedrijfstakken in de regio Den Haag vertraagd is; deze vindt waarschijnlijk buiten Den Haag plaats. Den Haag mist bedrijfstakken die groot zijn, snel groeien, én waar de stad gespecialiseerd in is.

De positie van de sector cultuur & overige diensten is in vergelijking met de G4 opvallend; dat betreft culturele voorzieningen, non-profit, internationale organisaties en recreatie. De trefwoorden vrede en recht zijn maatschappelijk en economisch zichtbaar in die sector; cultuur past daar bij. Voor nieuwe ondernemingen heeft de regio Den Haag een aantrekkelijk vestigingsmilieu. Er is vernieuwing in vooralsnog kleine bedrijfstakken: metaal-elektrotechnische industrie, chemie, juridische diensten (‘legal’), diensten die op veiligheid zijn gericht (‘security’) en impactstartups (bedrijven met een commercieel bedrijfsmodel die tevens op SDG’s sturen). Met het vestigingsmilieu voor nieuwe, hoogwaardige ondernemingen is de positie van Den Haag als derde stad van Nederland relatief goed, zeker met het naastgelegen regio Delft, waar het hoogst scorende vestigingsmilieu voor zulke bedrijven in Nederland is. Het matige ondernemersklimaat en beperkte fysieke ruimte leiden tot een afwachtende markt. In het bredere ondernemersklimaat 1 is ruimte voor verbetering. Van de directe investeringen uit het buitenland in de G5 wordt 6 procent in Den Haag besteed. Ruimte voor uitbreiding is schaars. De vastgoedmarkt in Den Haag heeft bovendien een bijzondere karakteristiek. De leegstand is laag (4,5% in 2024), wat Den Haag tot een van de krapste markten van Nederland maakt.

Dit zorgt voor een beperkte beschikbaarheid van kantoorruimte. Het leidt echter niet tot hogere prijzen. De kantorenmarkt in Den Haag wijkt in twee opzichten af: er is geen topsegment (dat is in Amsterdam), of zicht op meer ruimte, zoals de Amsterdamse Zuidas. Dit maakt potentiële gebruikers van kantoren afwachtend. De brede, sociaal-economische ontwikkeling van Den Haag is bekneld. De ontwikkeling van grote sectoren naast de overheid is beperkt, gezien de achterblijvende ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van juist die sectoren. Een andere verdeling van arbeid, integratie en scholing van niet-participerende inwoners en een ander ruimtegebruik kan verbreding van de economische structuur ruimte en meer welvaart en welzijn bieden. Het bij dit achtergrondrapport behorende essay ‘Den Haag: een beknelde wereldstad aan zee’ gaat hier nader op in.

Het ondernemersklimaat betreft alle omstandigheden waar bedrijven mee te maken hebben, variërend van belastingen, de kosten van arbeid, huisvestingskosten, zekerheid van regelgeving, bereikbaarheid en toegang tot de afzetmarkt en leveranciers.

1

12

2 Brede economische bloei 2.1 Inleiding Het overkoepelende doel van de economische visie 2 van de gemeente Den Haag is brede economische bloei. Er zijn vier strategische doelen gekozen: • • • •

een onderscheidend woon- en leefklimaat; toekomstgericht en missiegedreven; een stad waar iedereen mee kan doen; weerbaar in mindere tijden.

De brede economische bloei is de basis van bredere opgaven van de stad. De gemeente Den Haag streeft daarbij naar een betere verdeling van die groei. Daarnaast streeft de gemeente Den Haag naar een mooie, duurzame en leefbare stad. Hierbij hoort ook onze ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. De bloei is toekomstgericht en missie-gedreven. Dit betekent dat de Haagse economie inspeelt op de wereldwijde maatschappelijke opgaven zoals digitalisering, technologische vernieuwing, internationalisering en de zorg om het milieu en leefklimaat. De stad wordt weerbaarder en berust op een bredere economische basis, waardoor Den Haag beter bestand is tegen een economische neergang.

Dit is onderzocht aan de hand van de volgende indicatoren: Overzicht indicatoren voor Brede economische bloei BBP volumemutatie BBP per inwoner Banengroei per gemeenten Banen per 1.000 personen van 15-74 jarigen Werkloosheidspercentage Werkloosheidspercentage naar achtergrond Uitstroom uit WW naar werk Doorstroom WW naar bijstand Bruto arbeidsparticipatie Bruto arbeidsparticipatie naar achtergrond Arbeidsmarktbalans Uitstroom arbeidsmarkt door vergrijzing Benutting arbeidspotentieel Pendel van en naar Den Haag Percentage huishoudens met langdurig laag inkomen Langdurig laag inkomen naar achtergrond Omvang bijstand Brede welvaart Ontwikkeling openstaande vacatures Spanningsindicator arbeidsmarkt Haaglanden Lopende WW-uitkeringen

Bron: Gemeente Den Haag

CBS CBS WGRH WGRH CBS CBS UWV UWV CBS CBS WGRH UWV UWV CBS CBS CBS CBS CBS UWV UWV UWV

2 Uit: Gemeente Den Haag (2019), Economische visie Den Haag+ 2030. Brede economische bloei in een stad zonder grenzen.

Kadernota economisch beleid.

13

Brede economische bloei Economische groei De regio Den Haag maakt na corona een hogere economische groei door dan daarvoor en hoger dan landelijk het geval is. Het is nog te vroeg om te spreken van een trendbreuk.

Groei bevolking De bevolking van de regio Den Haag groeit voortdurend sneller dan landelijk het geval is. Dit wijst erop dat Den Haag een aantrekkelijk woonmilieu heeft (zie ook Attractieve stad).

Groei werkgelegenheid Evenals bij het bruto regionaal product, blijkt in de regio Den Haag de groei van de werkgelegenheid na de coronajaren te versnellen, zowel ten opzichte van het verleden als ten opzichte van Nederland en de drie andere grootstedelijke COROP-regio’s.

Vacatures De vacaturegraad (het aantal openstaande vacatures ten opzichte van de bestaande werkgelegenheid) is in de regio Den Haag op de lange termijn gestegen van 2,1 in 2016 naar 4 in 2024. Dat is evenwel het laagst van de arbeidsmarktregio’s van de G4, hoewel de verschillen niet groot zijn.

De bruto participatiegraad De bruto participatiegraad is in 2024 in de gemeente Den Haag met 72,2 procent de laagste van de G4 en 3,8 procent lager dan Nederland.

Werkloosheid De werkloosheid is in de gemeente Den Haag in 2024 5,1 procent van de beroepsbevolking. Dat is hoger dan in de regio Den Haag (4,5 procent – inclusief gemeente Den Haag) en hoger dan in Nederland (3,7 procent).

Huishoudens met een laag inkomen Het percentage huishoudens in Den Haag met een langdurig laag inkomen is met 3,9 procent hoog.

2.2 Bevindingen In het kort: Bruto regionaal product, bevolking en werkgelegenheid regio Den Haag: • • •

•

De Regio 3 Den Haag maakt na corona een hogere economische groei door dan voor corona en hoger dan landelijk het geval is. Momenteel kan de oorzaak daarvan nog niet aangeduid worden en is het te vroeg om aan te geven of er sprake is van een trendbreuk. 4 De bevolking van de Regio Den Haag groeit voortdurend sneller dan landelijk het geval is. Dit is in lijn met de voortdurende (ook landelijke) trend van verstedelijking en wijst er op dat Den Haag een aantrekkelijke stad is om in te wonen (zie ook hoofdstuk 4). Door de na corona snellere groei van het bruto regionaal product (brp) ten opzichte van de bevolking neemt de groei van het brp per hoofd van de bevolking van Agglomeratie Den Haag snel toe. Evenals bij het brp, blijkt in de Regio Den Haag de groei van de werkgelegenheid na de coronajaren te versnellen. Per saldo wordt een deel van de werkgelegenheid ingevuld door werknemers die van buiten de Regio Den Haag komen.

Spanning op de arbeidsmarkt en woon-werkverkeer: •

•

•

De vraag naar werknemers is in Nederland en in Regio Den Haag na 2014 in hoog tempo toegenomen (tabel 2.12). Het aanbod is daarentegen trager toegenomen, zodat de spanning op de arbeidsmarkt is gestegen. De vacaturegraad (het aantal openstaande vacatures ten opzichte van de bestaande werkgelegenheid) is in de Regio Den Haag op de lange termijn gestegen van 2,1 in 2016 naar 4,0 in 2024. Dat is evenwel het laagst van de arbeidsmarktregio’s van de G4, hoewel de verschillen niet groot zijn. Cijfers over het woon- werkverkeer (pendel) maken duidelijk dat de stad qua werken én wonen compacter is geworden (tabel 2.13).

Participatie en werkloosheid: •

De bruto participatiegraad (beroepsbevolking 15-74 jaar als percentage van de bevolking 1574 jaar) is in 2024 in Den Haag met 72,2 procent de laagste van de G4 en 3,8% lager dan Nederland (76 procent) (tabel 2.8). Op zich betekent dit dat het onbenutte arbeidsaanbod in Den Haag groter is dan Nederland en de andere drie grote steden. Hoe hoog de groei van de economie en de werkgelegenheid ook is, blijft er juist in de grote steden een groep mensen over die niet participeert op de arbeidsmarkt (tabel 2.10).

3 In dit rapport worden drie geografische eenheden (bron CBS) gebruikt: (1) Regio Den Haag (COROP-gebied 26, bestaande

uit de zes gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker, Rijswijk, Wassenaar, Zoetermeer); (2) Arbeidsmarktregio Haaglanden, bestaande uit de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Delft, Midden-Delfland en Westland; (3) de gemeente Den Haag. 4 Daarvoor zijn CBS-data over toegevoegde waarde per sector nodig, die met een vertraging van twee jaar uitkomen.

15

•

•

De werkloosheid is in de gemeente Den Haag in 2024 5,1 procent van de beroepsbevolking (tabel 2.9). Dat is hoger dan in de Regio Den Haag (4,5 procent – inclusief gemeente Den Haag) en hoger dan in Nederland (3,7 procent). Dit is op zich een normaal beeld: werkloosheid is ruimtelijk in de ‘kern’-stad van grootstedelijke regio’s geconcentreerd en daarbinnen in bepaalde wijken. De werkloosheid is in Den Haag geconcentreerd bij basis geschoolden en jongeren in de leeftijd 15-25 jaar. Het aantal uitkeringen WW (bron: UWV) in Den Haag als percentage van de beroepsbevolking is in 2024 met 1,8% relatief laag (tabel 2.11), ook ten opzichte van de Amsterdam (2,1%) en Rotterdam (2,1%). Toch is er een relatief grote groep mensen in Den Haag die niet formeel werkt, niet formeel werkloos is en niet in de bijstand zit. De conclusie is dat ondanks de grote krapte op de arbeidsmarkt er in Den Haag een substantiële groep is die structureel niet participeert. Dat is vooral bij jongeren en basis opgeleiden het geval.

Inkomen en brede welvaart: •

Het percentage huishoudens met een langdurig laag inkomen in Den Haag is met 3,9 procent hoog (figuur 2.21). De langdurig lage inkomens zijn in Den Haag met name bij de jeugd en bij zzp-ers geconcentreerd.

16

2.3 Bruto regionaal product, bevolking en werkgelegenheid Bruto Regionaal Product (BRP) recent op hoger niveau De Regio Den Haag vertoonde vóór de coronajaren een achterblijvende ontwikkeling van het brp. Gemiddeld lag de jaarlijkse groei van het bruto regionaal product van de regio Den Haag van 2014 tot en met 2019 op 1,5%, terwijl die van Nederland (2,4%), Groot-Amsterdam 5 (4,6 procent) en de regio Utrecht (3,2 procent) hoger lagen (tabel 2.2). Deze stagnerende ontwikkeling van de Regio Den Haag werd ingezet in 2012, toen de Nederlandse overheid na de kredietcrisis van 2008 en de daarop volgende eurocrisis in 2012 een tweede maal fors bezuinigde (zie onder andere Regioverkenning 2019 en Randstad Monitor 2016 6) en een stevige decentralisatieoperatie inzette die tot forse extra taken voor gemeenten leidde. Hoewel juist deze tweede bezuinigingsronde sporen naliet in de Nederlandse economie, onder andere in de bouwsector, trof deze bezuinigingsronde Regio Den Haag in het bijzonder. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat de aanwezigheid van de landelijke overheid in Den Haag hier in belangrijke mate toe heeft geleid. Bezuinigingen op en door departementen, teruglopende overheidsbestedingen en de baanzekerheid van ambtenaren liepen terug, hetgeen tevens werd gevoeld door van de overheid afhankelijke bedrijfstakken in de regio Den Haag.

Daarbij komt dat met name tussen 2010 en 2018 Den Haag te maken kreeg met de reorganisatie dan wel het vertrek van bedrijven als KPN, T-Mobile, Shell en Siemens. Het valt op dat na de coronajaren de groei van het bruto regionaal product van de Regio Den Haag versnelt (tabel 2.1). Gedurende de drie jaar na 2020-2021 ontwikkelt het bruto regionaal product van de Regio Den Haag (gemiddeld 3,3%) sneller dan dat van Nederland (2%) én dat van Regio GrootRijnmond (1,6%) en Regio Utrecht (2,2%). De relatief hoge groei treedt in alle drie de jaren op. De feitelijke oorzaak van deze groeiversnelling kennen we niet. Sectorale analyse zou daar nader licht op werpen, maar de zichtperiode van sectorale cijfers over toegevoegde waarde is vooralsnog ontoereikend. De ontwikkeling van het bruto regionaal product in de regio Den Haag na 2021 plaatst een gebruikelijke interpretatie van de economische ontwikkeling van Den Haag in een ander perspectief. Veelal werd gewezen op het ontbreken van agglomeratievoordelen enerzijds en het optreden van agglomeratienadelen, in het bijzonder de mindere bereikbaarheid per auto en ruimtegebrek, anderzijds. De recente relatief hoge groei van het brp werpt een nieuw licht op de economie van Den Haag.

Bevolking De bevolking van de Regio Den Haag vertoont een voortdurend hogere groei (0,8% per jaar) dan landelijk (0,5%) (tabel 2.3). De groei van de bevolking is er ook relatief hoog ten opzichte van de andere drie grote stadsgewesten. Na corona loopt de relatief hogere groei van de bevolking enigszins terug. De andere drie grootstedelijke regio’s betreft de respectievelijke COROP-gebieden Groot Amsterdam (COROPgebied 23), Utrecht (COROP-gebied 17) en Groot Rijnmond (COROP-gebied 29).

5

17

Over het algemeen doet deze groei zich zowel voor in de gemeente Den Haag als in de randgemeenten. Deze cijfers wijzen er op dat de Regio Den Haag een aantrekkelijk woonmilieu biedt.

Bruto regionaal product per hoofd van de bevolking Door de na de coronajaren naar verhouding snellere groei van het bruto regionaal product ten opzichte van de bevolking neemt de groei van het bruto regionaal product per capita van Regio Den Haag snel toe (tabel 2.4). Voor de coronajaren was er sprake van een voortdurend achterblijvende ontwikkeling van het bruto regionaal product per hoofd van de bevolking. Dat is na de coronajaren omgeslagen in een juist relatief hoge groei van het brp per capita. Het is zelfs twee keer hoger dan landelijk. Het is weliswaar nog lager dan dat van Regio Groot Amsterdam, maar (fors) hoger dan van Regio Groot Rijnmond en Regio Utrecht. De conclusie is dat de Regio Den Haag na de coronajaren een versnelling van de ontwikkeling van de (financiële) welvaart heeft laten zien.

Werkgelegenheid De ontwikkeling van het aantal werkzame personen (werknemers en zzp-ers) in de Regio Den Haag houdt op de lange termijn ruwweg gelijke tred met Nederland. Op een tweetal coronajaren na is het verschil in groeitempo gemiddeld ongeveer één-tiende per jaar. De gemiddelde groei van de regio’s Groot Amsterdam en Utrecht ligt er systematisch boven, hoewel die van Utrecht terugvalt in 20222023. De ontwikkeling van de werkgelegenheid van Groot-Rijnmond is vergelijkbaar met die van Regio Den Haag en Nederland. We zien hier het ruimtelijk patroon terug dat sinds de vroege jaren tachtig van de vorige eeuw zichtbaar is, namelijk dat de Noordvleugel van de Randstad meer economische dynamiek laat zien dan de Zuidvleugel van de Randstad. De toename van de werkgelegenheid is in de Regio Den Haag betrekkelijk hoog ten opzichte van de toename van het bruto regionaal product. Dit wijst op een productiviteitsvraagstuk (zie hieronder). Daarnaast merken we op dat hoe hoog de economische en werkgelegenheidsgroei ook is, er evenals in de Regio’s Groot Rijnmond en GrootAmsterdam er structurele werkloosheid is. De werkgelegenheidsvraag is in Nederland na 2014 in hoog tempo toegenomen (tabel 2.12). Het aanbod is daarentegen trager toegenomen, waardoor de spanning op de arbeidsmarkt is gestegen.

De vacaturegraad (het aantal openstaande vacatures ten opzichte van de bestaande werkgelegenheid) is in de Regio Den Haag op de lange termijn gestegen van 2,1 in 2016 naar 4,0 in 2024. Dat is evenwel het laagst van de arbeidsmarktregio’s van de G4, hoewel de verschillen niet groot zijn. De daling van de vacaturegraad vanaf 2020 is toe te schrijven aan corona. In 2021 stijgt deze alweer, om in 2022 verder toe te nemen, maar deze toename is deels een inhaaleffect omdat de NOW afliep. Zonder deze daling, gevolgd door een bijbehorend inhaaleffect, is er een netto toename tussen 2019 en 2025. Kortom, de daling vanaf 2022 zal vermoedelijk tot stilstand komen, en is ceteris paribus (d.w.z. exclusief de onvoorspelbare stappen van de Amerikaanse regering) geen verdere daling als gevolg van conjuncturele schommelingen voorzien. De onvoorspelbaarheid van de Amerikaanse regering is echter zodanig groot, dat elke ontwikkeling mogelijk is. De toepassing van AI kan evenwel een ontspannend effect op de arbeidsmarkt hebben. Er zijn in Den Haag jaren dat de werkgelegenheid sneller groeide dan de toegevoegde waarde (tabel 2.1). Dat is economisch gezien ongebruikelijk. Hoofdstuk 4 gaat daar verder op in. Naast het

18

achterliggende productiviteitsvraagstuk, merken we alvast nog een vraagstuk op. Hoe hoog de groei van de economie en de werkgelegenheid ook is, blijft er juist in de grote steden een groep mensen over die niet participeert op de arbeidsmarkt (tabel 2.10). Hoewel mensen naast formeel werk ook andere verplichtingen hebben, zoals waardevolle gezins- en familietaken en vrijwilligerswerk, is die groep juist in de drie grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag structureel groter dan in geheel Nederland en middelgrote steden, zodat daar sprake is van grootstedelijke werkloosheid en een relatief grote groep mensen die niet werkt, niet officieel werkloos is en niet in de bijstand zit.

2.4 Arbeidsmarkt: bevolking, participatie, werkloosheid en pendel De bevolkingsgroei van de gemeente Den Haag is gemiddeld over de gehele periode 1995-2024 met 0,7% jaarlijks twee-tiende procent hoger dan het landelijk gemiddelde (0,5%). Vooral in de periode 2014-2019 is de bevolkingsgroei in de gemeente Den Haag aanhoudend hoog (1,1% per jaar tegen 0,6% landelijk). In 2024 valt dit echter terug tot 0,2% onder het landelijk gemiddelde. Een later hoofdstuk werpt hier nader licht op. Evenals bij het bruto regionaal product het geval is, groeit de bevolking van de gemeenten Amsterdam en Utrecht structureel sneller dan die van Den Haag en ook Rotterdam. De gemeente Utrecht heeft van de G4 op de lange termijn de snelst groeiende bevolking. De bruto participatiegraad (beroepsbevolking 15-74 jaar als percentage van de bevolking 15-74 jaar) is in 2024 met 72,2 procent de laagste van de G4 en 3,8% lager dan Nederland (76 procent) (tabel 2.8). Op zich betekent dit dat het onbenutte arbeidsaanbod in Den Haag groter is dan Nederland en de andere drie grote steden. Indien de bruto participatie wordt onderscheiden naar deelgroepen (opleiding, vrouw/man en leeftijd), blijkt dat met name basisopgeleiden (8 procent lager) en jongeren ( 9 procent lager) dan landelijk participeren. Alleen hbo/wo-geschoolden participeren iets meer (1 procent hoger) dan landelijk.

Mbo-opgeleiden, vrouwen en 25-45 jarigen participeren significant minder dan landelijk. In de drie andere grote steden zijn dergelijke patronen ook zichtbaar, maar niet zo uitgesproken als in Den Haag. Dit blijkt ook uit de Segregatiemonitor 7 en werk van het PBL over structurele ongelijkheden (De Verdeelde Triomf, PBL 2016). Indien de participatie wordt uitgedrukt als percentage van de bevolking 15-74 jaar naar groep, dan blijkt onder welke groepen de participatie in Den Haag het laagst is van de vier grote steden: jongeren en basis geschoolden. In andere drie grote steden is dat ook zo, maar in Den Haag is dit verschijnsel extra sterk. De werkloosheid is in de gemeente Den Haag in 2024 5,1 procent van de beroepsbevolking (tabel 2.9). Dat is hoger dan in de Regio Den Haag (4,5 procent) en hoger dan in Nederland (3,7 procent). Dit is op zich een normaal beeld: werkloosheid is ruimtelijk in de ‘kern’-stad van grootstedelijke regio’s geconcentreerd en daarbinnen in bepaalde wijken. Volgens de prognose, en conform het landelijke beeld, zal de werkloosheid enigszins toenemen. De werkloosheid is in Den Haag geconcentreerd bij basis geschoolden en jongeren in de leeftijd 15-25 jaar. Daartegenover is de werkloosheid het laagst onder ouderen en hbo/wo-opgeleiden. Het verschil wordt waarschijnlijk (dit vergt nader onderzoek)

7 (https://denhaag.incijfers.nl/mosaic/nl-nl/segregatiemonitor/1--inleiding-segregatiemonitor)

19

veroorzaakt door de mate waarin werkenden al dan niet een vaste baan hebben dan wel aangewezen zijn op tijdelijke en flexibele banen. De werkloosheid in de gemeente Den Haag is evenwel iets lager dan in de gemeenten Rotterdam en Amsterdam. De gemeente Utrecht heeft een significant lage werkloosheid dan de drie grootste gemeenten. De conclusie is dat Den Haag met structurele werkloosheid heeft te maken, maar die is iets lager dan Amsterdam en Rotterdam. Opvallend is dat Amsterdam een iets hogere structurele werkloosheid heeft, maar een hogere participatiegraad dan Den Haag. In Amsterdam is deze 77,4 procent, terwijl deze in Den Haag op 72,2 procent ligt. Dit betekent dat de participatie in de gemeente Den Haag structureel het laagst is van de G4. Dit wijst op ontmoediging op de arbeidsmarkt. Het aantal uitkeringen WW (bron: UWV) in Den Haag als percentage van de beroepsbevolking is in 2024 met 1,8% relatief laag, ook ten opzichte van de Amsterdam (2,1%) en Rotterdam (2,1%) (tabel 2.11). Voor de gehele Regio Den Haag geldt overigens een werkloosheid (definitie CBS) die hoger is dan landelijk, maar ook voor de Regio Den Haag in vergelijking met het verleden uiterst laag is (4,5%) en volgens de prognose enigszins stijgt, hetgeen in het landelijke beeld past. Het beroep op de bijstand neemt evenwel aanhoudend af.

In de zichtperiode is dat voortdurend gedaald, zowel absoluut als relatief. Door de toename van de bevolking en daarmee de beroepsbevolking in de Regio Den Haag, neemt de bijstand ook in 2025 en 2026 af. De conclusie is dat de af te lezen aan werkloosheid en beroep op de bijstand de arbeidsmarkt uiterst krap is, maar dat gezien de iets stijgende werkloosheid en de op lange termijn toename van de bruto participatiegraad de druk op het arbeidsaanbod groot is. Toch is de participatie laag. Er is een relatief grote groep mensen in Den Haag die niet formeel werkt, niet formeel werkloos is en niet in de bijstand zit. De conclusie is dat ondanks de grote krapte op de arbeidsmarkt er een grote groep is die structureel niet participeert. Dat is vooral bij jongeren en basis opgeleiden het geval.

Woon-werkverkeer totaal en naar opleiding De woon-werkbalans van Den Haag wijst uit dat 45% van de werknemers in Den Haag woont, 17% in Overig MRDH, en 38% woont buiten de MRDH. Van de werkzame beroepsbevolking die in Den Haag woont, werkt 55% in Den Haag, 15% in de overige MRDH en 30% daarbuiten. Het inkomende woonwerkverkeer van Den Haag is weer overwegend afkomstig uit het direct omringende stedelijk gebied van de gemeente Den Haag in de Regio Den Haag (namelijk de gemeenten Pijnacker, LeidschendamVoorburg, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer), namelijk 27 duizend personen die in Den Haag werken en in de omringende gemeenten wonen. Delft en Omstreken (21 duizend) en Rijnmond (28 duizend personen) volgen daarachter. Uit overig Zuid-Holland zijn 32.000 werkenden afkomstig. Daarna volgt Noord-Holland (Haarlem, Hoofddorp, Amsterdam) met 16.000 inkomende werkenden in Den Haag. In totaal herbergt de gemeente Den Haag 293 duizend werknemers waarvan er 131 duizend in Den Haag wonen. Over de periode 2014-2023 zijn er in Den Haag 37 duizend werknemers bijgekomen. Daarvan hebben zich er 22 duizend in Den Haag gevestigd. Tienduizend hebben zich in de randgemeenten van Den Haag gevestigd. De verdeling over de andere regio’s is vergelijkbaar met de totale verdeling als in 2023.

De inkomende pendel vanuit Rijnmond is met vierduizend werknemers twee keer zo hoog als de uitgaande stroom van Den Haag naar Rotterdam (+2000 werknemers) (mogelijk is dit het resultaat van het

20

doortrekken van de E-lijn van Rotterdam naar Den Haag). Het is duidelijk dat de stad qua werken én wonen compacter is geworden (tabel 2.14). Het aantal mensen dat in Den Haag woont en werkt is over de jaren 2014-2013 namelijk sterk gestegen. Het woon-werkverkeer tussen Den Haag en andere regio’s is bepaald met behulp van materiaal van het PBL voor het jaar 2019 naar opleiding bepaald. Van de basis opgeleiden met een baan in Den Haag, woont 51% in Den Haag. Van de werkende middelbaar, hbo en wo opgeleiden wonen in beide categorieën afgerond 40% werknemers in Den Haag. Deze cijfers indiceren dat werkende basisgeschoolden vaker in Den Haag wonen dan de andere groepen werknemers in Den Haag. Dit betekent dat aanbod van banen voor basisgeschoolden in Den Haag zelf voor hen van relatief groot belang is. Mbo en hbo/wo-geschoolde werknemers in Den Haag wonen vaker buiten Den Haag.

2.5 Inkomen en brede welvaart Het percentage huishoudens met een langdurig laag inkomen in Den Haag is met 3,9 procent hoog. In Nederland is het gemiddeld 2,2 procent. Amsterdam heeft met 4,4 procent een twee keer zo hoog percentage dan landelijk. Den Haag volgt dus daarachter. In Rotterdam (3,4 procent) is dat net iets lager en Utrecht heeft met 2,7 procent van de G4 het laagste aandeel huishoudens met een langdurig laag inkomen. De langdurig lage inkomens zijn in Den Haag met name bij de jeugd en bij zzp-ers geconcentreerd (figuur 2.24). Opvallend is dat financieel-economische welvaart van de stad weinig te maken heeft met de omvang van de groep huishoudens met een langdurig laag inkomen. De traditionele structuur van de stad is dat de banen in het centrum zijn geconcentreerd voor mensen die in de randgemeenten wonen, in het bijzonder de middeninkomens. Hoge en lage inkomens zijn daardoor in de kernstad geconcentreerd. De samenstelling van de woningvoorraad naar waarde, de verdeling ervan over het stadsgewest en woon-werkverkeer hebben sterke invloed op het aandeel lage inkomens in de stad. Door het bouwen van duurdere woningen in de meest aantrekkelijke centrale delen (gentrificatie), worden lage inkomens meer naar de randgemeenten verdrongen (Manshanden 2023). In de Metropoolregio Amsterdam is dit proces duidelijk waargenomen. 8

Brede welvaart in het nu Uit onderzoek naar brede welvaart in de gemeenten van de MRDH 9 bleek dat de brede welvaart van gemeenten sterk afhankelijk is van de mate van verstedelijking. Deze afhankelijkheid is negatief: hoe meer verstedelijkt (aantal woningen per hectare), hoe lager de brede welvaart is. In de drie grote steden is de brede welvaart het laagst. Tevens bleek dat dit effect voor alle drie grote steden vergelijkbaar is. Dat past in het beeld dat hoge groei van het bbp geen effect heeft op de brede welvaart in een grote stad; extra groei van het brp bereikt grote groepen niet. We merken hierbij op dat de meting van brede welvaart door het CBS een sterk accent legt op negatieve welvaartseffecten van grootstedelijkheid en juist de positieve welvaartseffecten daarvan onderbelicht zijn. Dit wil niet zeggen 8 Manshanden, W. (2023), Verkenning van wonen, werken en pendel naar opleiding in de Metropoolregio Amsterdam.

Rotterdam: NEO Observatory

9 Manshanden, W., F. van Oort en H.L.F. de Groot (2024), Brede welvaart in de MRDH en haar deelregio’s. Naar een visie en

een handelingsperspectief. Rotterdam: NEO Observatory

21

dat positieve effecten van extra brp alle groepen wel zouden bereiken. Het draait hier om de balans tussen agglomeratievoor- en -nadelen. Daarmee wordt de positieve synergie tussen de onderlinge nabijheid van bedrijven, huishoudens, kennisinstellingen en infrastructuur bedoeld, dan wel de negatieve effecten zoals luchtvervuiling etc. die voortvloeien uit diezelfde dichtheid en massa. De brede welvaartsindicatoren (figuur 2.25) laten over het algemeen in Den Haag een waarde zien onder het Nederlandse gemiddelde (=1). Met name de milieufactoren scoren lager dan nationaal, waaronder particuliere zonne-energie. Dit is het gevolg van hoogbouw en een laag aandeel eigen woningen met eigen dak in de woningvoorraad. Collectieve regelingen of woningverhuurders kunnen hier stappen zetten. Afstand tot diverse voorzieningen zijn positief (=kleiner) in Den Haag door de hoge dichtheid. Tevredenheid over het leven is in Den Haag nauwelijks lager dan het gemiddelde van Nederland. De groei van het brp is er relatief hoog, hetgeen in het al bestaande beeld past dat dit geen gevolgen heeft voor een groot aantal andere factoren van brede welvaart. Verder is de werkloosheid licht hoger, hetgeen is toe te schrijven aan – traditionele – hogere structurele werkloosheid in grote steden.

De gemiddelde schuld ligt juist lager, wat weer het gevolg van het grote aandeel huurders en lagere inkomens, waardoor het eigen woningbezit met hypotheek lager is. Het vertrouwen in instituties is er licht hoger dan in geheel Nederland.

22

2.6 Figuren en tabellen 2.6.1 Centrale projectie: prognose economie regio Den Haag Tabel 2.1 Centrale projectie economie, arbeidsmarkt en bevolking Regio Den Haag (COROP 26), Realisatie 2018-2024, * = prognose 2025 en 2026 2018

2019

2020

Nederland (CPB) Bbp in mln euro (marktprijzen 2023) Reële bbp groei in %

972,0 2,3

994,4 2,3

955,9 1.015,9 1.066,8 1.067,6 1.077,6 1.093,8 1.103,6 -3,9 6,3 5,0 0,1 1,0 1,5 0,9

Regio Den Haag Brp in mln euro (marktprijzen, 2023) Reële brp groei in %

46,4 0,9

47,3 1,8

46,5 -1,5

47,8 2,7

51,2 7,2

51,6 0,7

52,6 2,0

54,0 2,6

54,8 1,5

Werkzame personen (x 1.000) Groei in %

465 1,9

475 2,2

483 1,6

484 0,3

503 3,9

513 1,8

517 0,8

524 1,4

531 1,4

Bevolking (x 1.000) Groei in %

868 1,06

878 1,13

886 0,89

892 0,72

903 1,26

914 1,17

920 0,69

928 0,81

937 1,02

Bevolking 15-74 jaar (x 1.000) als % van de bevolking

643 74,1

649 73,9

657 74,2

671 75,2

680 75,3

687 75,2

692 75,2

701 75,6

711 75,9

Beroepsbevolking (x 1.000) Participatiegraad

456 70,9

465 71,6

467 71,1

475 70,8

489 71,9

506 73,7

510 73,7

520 74,1

532 74,8

Werkloosheid (x 1.000) als % van de beroepsbevolking

26 5,7

26 5,6

27 5,8

26 5,5

21 4,3

22 4,3

23 4,5

24 4,6

26 4,9

Bijstand (personen, x 1.000) als % van bevolking 15-74 jaar

29,4 4,6

27,8 4,3

27,7 4,2

27,2 4,1

25,7 3,8

25,1 3,7

25,0 3,6

24,8 3,5

24,6 3,5

*prognose Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

23

2021

2022

2023

2024

2025*

2026*

Tabel 2.2 Ontwikkeling bruto binnenlands/regionaal product Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 naar periode Bbp/brp 2024, prijzen 2023, gemiddelde jaarlijkse groei per periode in procenten 2024 1995-'24 2014-24 2014-'19

2020-'21

2022-'24

Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) Groot-Rijnmond (CR) Groot-Amsterdam (CR) Utrecht (CR)

x1.000 52,6 93,3 169,0 100,5

% 1,6 2,0 3,3 2,5

% 1,8 1,6 3,6 2,9

% 1,5 1,9 4,6 3,2

% 0,6 1,1 -0,6 3,0

% 3,3 1,6 4,8 2,2

Nederland

1.078

2,0

2,0

2,4

1,1

2,0

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

Figuur 2.1 Ontwikkeling bruto binnenlands/regionaal product Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 naar periode Bbp/brp 2024, prijzen 2023, gemiddelde jaarlijkse groei per periode in procenten 6

Gemiddelde jaarlijkse groei

5 4 3 2 1 0 -1

1995-'24

2014-24

Agglomeratie 's-Gravenhage (CR)

2014-'19

Groot-Rijnmond (CR)

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

24

2020-'21

Groot-Amsterdam (CR)

Utrecht (CR)

2022-'24 Nederland

Figuur 2.2 Ontwikkeling bruto binnenlands/regionaal product Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 Index, 1995 = 100 280 260 240 220 200 180 160 140 120 100

2000

1995

2005

2010

Agglomeratie 's-Gravenhage (CR)

Groot-Rijnmond (CR)

Utrecht (CR)

Nederland

2015

2020

Groot-Amsterdam (CR)

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

Figuur 2.3 Ontwikkeling bruto binnenlands/regionaal product Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 Groei per jaar in procenten 15 10 5 0 -5 -10 -15

1995

2000

2005

2010

Agglomeratie 's-Gravenhage (CR)

Groot-Rijnmond (CR)

Utrecht (CR)

Nederland

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

25

2015

2020

Groot-Amsterdam (CR)

Tabel 2.3 Ontwikkeling bevolking Nederland en de vier stadsgewesten, 1995-2024 naar periode Gemiddelde jaarlijkse groei per periode in procenten 2024 1995-'24

2014-24

2014-'19

2020-'21

2022-'24

Agglomeratie ’s-Gravenhage (CR) Groot-Rijnmond (CR) Groot-Amsterdam (CR) Utrecht (CR)

x 1.000 920,3 1.506,8 1.477,4 1.391,4

% 0,8 0,5 0,9 0,8

% 1,0 0,7 1,2 0,7

% 1,0 0,7 1,2 0,8

% 0,8 0,6 0,7 0,7

% 1,0 0,9 1,7 0,6

Nederland

17.994

0,5

0,7

0,6

0,5

0,9

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

Figuur 2.4 Ontwikkeling bevolking Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 naar periode Gemiddelde jaarlijkse groei per periode in procenten 2,0 1,8 1,6 1,4 1,2 1,0 0,8 0,6 0,4 0,2 0,0

1995-'24

2014-24 Den Haag

2014-'19 Rotterdam

Amsterdam

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

26

2020-'21 Utrecht

Nederland

2022-'24

Figuur 2.5 Ontwikkeling bevolking Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 Index, 1995 = 100 135 130 125 120 115 110 105 100

1995

2000

2005

2010

Agglomeratie 's-Gravenhage (CR)

Groot-Rijnmond (CR)

Utrecht (CR)

Nederland

2015

2020

Groot-Amsterdam (CR)

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

Figuur 2.6 Ontwikkeling bevolking Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 Groei per jaar in procenten 2,5 2 1,5 1 0,5 0 -0,5

1995

2000

2005

2010

Agglomeratie 's-Gravenhage (CR)

Groot-Rijnmond (CR)

Utrecht (CR)

Nederland

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

27

2015

2020

Groot-Amsterdam (CR)

Tabel 2.4 Ontwikkeling brp per hoofd van de bevolking Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 naar periode

Brp percapita in duizend euro 2024, prijzen 2023, gemiddelde jaarlijkse groei per periode in procenten 2024 1995-'24 2014-24 2014-'19 2020-'21 2022-'24

Agglomeratie ’s-Gravenhage (CR) Groot-Rijnmond (CR) Groot-Amsterdam (CR) Utrecht (CR) Nederland

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

x 1.000 57,2 61,9 114,4 72,3

% 0,7 1,5 2,3 1,7

% 0,8 0,9 2,4 2,1

% 0,4 1,2 3,4 2,3

% -0,2 0,4 -1,2 2,3

% 2,2 0,7 3,0 1,6

60

1,4

1,3

1,8

0,5

1,1

Figuur 2.7 Ontwikkeling brp per hoofd van de bevolking Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 naar periode Prijzen 2023, gemiddelde jaarlijkse groei per periode in procenten 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 -1,0 -2,0

1995-'24

2014-24 Den Haag

Rotterdam

2014-'19 Amsterdam

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

28

2020-'21 Utrecht

Nederland

2022-'24

Figuur 2.8 Ontwikkeling bruto regionaal product per hoofd van de bevolking Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 Index, 1995 = 100 200 190 180 170 160 150 140 130 120 110 100

1995

2000

2005

2010

Agglomeratie 's-Gravenhage (CR)

Groot-Rijnmond (CR)

Utrecht (CR)

Nederland

2015

2020

Groot-Amsterdam (CR)

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

Figuur 2.9 Ontwikkeling bruto regionaal product per hoofd van de bevolking Nederland en de vier grote stadsgewesten, 1995-2024 Groei per jaar in procenten 10 8 6 4 2 0 -2 -4 -6 -8 -10 -12

1995

2000

2005

2010

Agglomeratie 's-Gravenhage (CR)

Groot-Rijnmond (CR)

Utrecht (CR)

Nederland

Bron: CBS (bewerking NEO Observatory)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16263663/1