CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323792 Bijlage 3 Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen 2025-2026

Commissie Samenleving 27 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Rekenkamerrapport inzake Armoede20.303 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aanpak geldzorgen & geldproblemen

2025-2026

Inhoudsopgave

Pagina

Voorwoord

3

Inleiding

4

Onderzoeken

7

Bestaanszekerheid

14

Maatwerk

21

Perspectief

26

Samen met de stad

31

Dienstverlening en communicatie

35

Financiën

41 2

Casus

1 2

3 4 5

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

Deze Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen is alweer de laatste van deze raadsperiode. Eén op de vijf Haagse inwoners leeft van een laag inkomen, er zijn grote gezondheidsverschillen zijn tussen inwoners met een oorzaak in geldzorgen en geldproblemen, en armoede wordt vaak van generatie op generatie doorgegeven. Ik zie ook dat het inkomen soms onvoldoende is om aan het bestaansminimum te voldoen. Ik ben als wethouder trots op wat we de afgelopen periode hebben neergezet. Het beleidsplan schuldhulpverlening is vorig jaar unaniem aangenomen in de raad voor een periode tot en met 2027, en bij de Ooievaarsregelingen zijn aanpassingen gedaan die de bestaanszekerheid van onze Haagse inwoners beter borgen.

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

te hebben met tocht en schimmel, maar daar wel een hoge huur voor te moeten betalen. Hoe het is om 18 te worden en via Sociale Media de verleidingen in blokken van 15 seconden voorbij te zien komen terwijl je Klarna schuld alleen maar oploopt omdat je er eigenlijk geen geld voor hebt. En tegelijkertijd kan iedereen te maken krijgen met geldzorgen en geldproblemen, ongeacht je inkomen. Naast de vele verhalen, de ontroerende gesprekken met inwoners en maatschappelijke partners, de aanvragen van onze Ooievaarsregelingen en andere signalen die ik dagelijks oppik, wordt er ook landelijk en lokaal onderzoek gedaan naar de problematiek rondom geldzorgen en geldproblemen. Het is een probleem dat veel Haagse inwoners dagelijks ervaren en die je niet kunt achterhalen door naar alleen de cijfers te kijken. Of je nu een hardwerkende ondernemer bent die met financiële tegenslagen te maken krijgt, een alleenstaande ouder die door het overlijden van een partner ineens én het gezin draaiende moet houden én ook voor voldoende inkomen moet zorgen, of een jongere die na een traject in de jeugdhulp ineens voor tal van keuzes komt te staan en de financiële consequenties niet kan overzien. En specifiek bij kinderen maak ik mij zorgen om hun ontwikkeling en de sociale ongelijkheid die armoede met zich meebrengt. Iets dat de Kinderombudsman in haar recente rapport ook onderschrijft.

Bij de start van deze raadsperiode heeft het college de ambitie uitgesproken om het bereik van de Ooievaarsregelingen te vergroten. Hier zijn de afgelopen jaren flinke stappen in gezet. Om de groep werkende armen beter te ondersteunen, is de inkomensgrens voor de Ooievaarpas verruimd van 130% naar 150% van het wettelijk sociaal minimum. Maar ook om tegemoet te komen aan de stijgende kosten waar verenigingen, die we zo hard nodig hebben, mee te maken hebben gekregen, is de maximale vergoeding bij contributies van €330 naar €450 verhoogd. Om het voor onze inwoners makkelijker te maken om in aanmerking te komen voor regelingen als de Tegemoetkoming Chronisch Zieken en Gehandicapten (TCZG) zijn de beleidsregels aangepast en de hele campagne ‘Niemand verdient geldzorgen’ is om inwoners en professionals te wijzen op de regelingen en dienstverlening die beschikbaar is. Van een tram die rondrijdt met de campagne tot een tv-serie op OmroepWest. Ik ben heel blij dat het is gelukt om de zichtbaarheid van ons aanbod rondom geldzorgen en geldproblemen te vergroten, zodat inwoners ons beter weten te vinden. Het vraagt wel dat er voldoende middelen beschikbaar worden gesteld om het voorzieningenniveau de komende jaren op hetzelfde niveau te houden.

Het maken van keuzes om iets wel of niet te kopen is menselijk, ongeacht je inkomen. Voor een deel van de Haagse inwoners zijn het vaak financieel onmogelijke keuzes. Ik vind het dan ook menselijk dat inwoners soms een keuze maken met financieel nadelige gevolgen. Bijvoorbeeld omdat tijdens een verjaardag een cadeau voor een kind gekocht moet worden. Waarom zou je bij iemand met een goed salaris iemand complimenteren met mooie nieuwe schoenen, maar aan iemand in de bijstand de vraag stellen of het nou wel zo verstandig was? Ik zie het als onze gezamenlijke taak om deze mensen te helpen en van geldzorgen geen geldproblemen te maken. Dit doen we als gemeente niet alleen. De afgelopen jaren heb ik met veel organisaties gesproken die zich met volledige toewijding inzetten om deze groep inwoners te helpen. Via deze weg wil ik al die vrijwilligers en professionals die zich dag en nacht inzetten om inwoners met geldzorgen en geldproblemen te helpen vanuit de grond van mijn hart bedanken voor hun inzet. We hebben elkaar nodig. Dit sterkt mij in de gedachte dat er ook de komende periode aandacht blijft voor deze groep die onze steun zo hard nodig heeft.

Het ontbreken van voldoende inkomen vangt het college op met de verschillende Ooievaarsregelingen en financiële hulpverlening. Het verhogen van het sociaal minimum is een fundamenteel probleem en ligt bij het Rijk. Om die reden heeft het college de ambitie omgezet in het programma Vergroten Gebruik om meer inwoners te bereiken met de regelingen en financiële hulpverlening. De Rekenkamer heeft in opdracht van de gemeenteraad ook gekeken naar ons beleid rondom armoede. Ik dank de Rekenkamer voor het beschrijvende rapport dat zij heeft opgesteld. De Rekenkamer bevestigd in haar onderzoek dat het daadwerkelijk aanpakken van armoede binnen het inkomensbeleid van het Rijk ligt, en dat we er als gemeente alles aan doen om die negatieve effecten te dempen, maar dat dit tegelijkertijd een complex probleem is. Dit sterkt mij in de gedachte dat wij het juiste doen voor de Haagse inwoners.

Mariëlle Vavier

Als wethouder ben ik de afgelopen jaren vaak de stad in gegaan om direct van inwoners te horen waar zij tegenaan lopen. Het is niet altijd voor iedereen voor te stellen hoe het is portemonnee zit. Hoe het is om dagelijks op zoek te moeten naar een slaapplek en het feit dat je een maaltijd over moet slaan omdat er geen geld is of de mogelijkheid om te koken. Hoe het is om met een slechte gezondheid thuis te wonen en tegelijkertijd een woning

Wethouder Armoede, Inclusie, Zorg en Internationale Zaken

3

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

INLEIDING

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

Met de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen informeert het college de raad jaarlijks over de ontwikkelingen op het gebied van de Ooievaarsregelingen en Financiële Hulpverlening. Deze collegeperiode is er veel gebeurd. Er is een grote stap gezet richting onze inwoners. Regelingen zijn uitgebreid, dienstverlening is makkelijker en toegankelijker gemaakt en met de grootse campagne ‘Niemand verdient geldzorgen’ zijn we de stad in gegaan. Het Rekenkamerrapport bevestigd dat je als inwoner met een laag inkomen toegang hebt tot een ruimhartig armoedebeleid1. Niet alleen is het college trots op het ruimhartige minima- en schuldenbeleid, met de verschillende regelingen en dienstverlening, het blijft ook hard nodig. Dit is de laatste aanpak van dit college. Waar normaal een jaar terug en een jaar vooruit wordt gekeken, kijkt het college in deze aanpak de hele collegeperiode terug, en vooruit naar de komende periode.

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

compenseren. Dit vertaalde zich door in hoge inflatiecijfers waardoor alle kosten van bestaan hoger werden. Deze raadsperiode begon met een opgave om te zorgen dat Haagse huishoudens geen geldproblemen kregen. De daaropvolgende jaren stonden in het teken van koopkrachtmaatregelen vanuit het Rijk en voor het college om de ambitie om meer inwoners te bereiken met de Ooievaarsregelingen en financiële hulpverlening in uitvoering te brengen. Sinds de verkiezingen van 16 maart 2022 zijn de kosten van bestaan ongeveer 21% gestegen (bron: Statline CBS). Het college heeft, net zoals de Rekenkamer heeft geconstateerd, op meer dan 100 acties ingezet om deze Haagse inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen. Tijdens de meest recente Prinsjesdag zijn ook nieuwe koopkrachtberekeningen bekend geworden. Nederlanders gaan er gemiddeld 1,3% op vooruit zoals beschreven staat in de Miljoenennota. Het CBS stelt dat de koopkracht in Nederland in 2024 gemiddeld is gestegen met 3,6%. Ontwikkelingen die het college nauwgezet volgt, maar nog niet maakt dat alle zorgen zijn weggenomen. Het gaat hier om gemiddelden. Over alle Nederlanders, of over specifieke groepen. Bijvoorbeeld bijstandsgerechtigden. Het NIBUD heeft de koopkrachtplaatjes voor 117 type huishoudens doorgerekend.

Hierbij zie je dat huishoudens in de bijstand er tussen de 1,1% en 1,9% op vooruitgaan, mensen met alleen AOW 1,6% en huishoudens met inkomen uit arbeid tussen de 1% en 2%. Deze gemiddelden maken dat veel Haagse inwoners met een andere werkelijkheid te maken kunnen hebben. Net als met de Minima Effectrapportage die met deze aanpak is meegestuurd gaat het om een papieren werkelijkheid. Om die reden zijn in deze aanpak casussen van echte Haagse inwoners toegevoegd om te vertellen in welke positie mensen zitten. Koopkrachtplaatjes helpen in het landelijke politieke debat, maar met die plaatjes kunnen (te) veel Haagse inwoners niet hun rekeningen betalen.

Bij de start van deze collegeperiode zaten we nog midden in de COVID periode. Dit had ook grote gevolgen voor inwoners met geldzorgen en geldproblemen. De fase waarin massaal getest moest worden en mondkapjes gedragen moesten worden had grote gevolgen voor die inwoners die geen geld hadden om dit zelf te kopen. In eerste instantie werd binnen de gemeente massaal geholpen, met speciale dank aan het Vadercentrum in Laak die toen zelf mondkapjes heeft gemaakt, tot later een stroom van 500.000 testen en mondkapjes die via het Rijk beschikbaar zijn gesteld en binnen Den Haag zijn verspreid onder alle huishoudens met een Ooievaarspas.

Deze aanpak dient niet alleen als voortgangsbrief met daarin opgenomen wat de belangrijkste ontwikkelingen zijn. Het is opgebouwd aan de hand van vijf pijlers en deze vormen daarmee ook de bouwstenen van het beleid op geldzorgen en geldproblemen. Aan het begin van deze collegeperiode waren dat er nog vier. De afgelopen jaren is gebouwd aan een intensieve samenwerking met organisaties in de stad. Op basis van intensieve gesprekken met partners in de stad is daar een vijfde pijler aan toegevoegd. Simpele en toegankelijke dienstverlening en communicatie werd door partners in de stad als zeer belangrijk ervaren. Iets dat het college onderschrijft met de ambitie om meer inwoners te bereiken met de Ooievaarsregelingen en de toegang tot financiële hulpverlening.

Toen die periode achter de rug was werden ook de effecten van de oorlog tussen Rusland en de Oekraïne zichtbaar in Den Haag. De wereldwijde prijs van gas steeg waardoor Haagse huishoudens te maken kregen met hogere energierekeningen. Die stijging was zo extreem dat de Energietoeslag nodig was om huishoudens te

5

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

De vijf pijlers: <<< vorige casus

volgende casus >>>

Bestaanszekerheid bieden Oog voor individuele behoeften en mogelijkheden (maatwerk) Bijdragen aan perspectief van Haagse inwoners

Mevrouw Da Silva wordt pensioengerechtigd en heeft veel in het buitenland gewoond in verband met werk van ex-partners. Hierdoor heeft zij een onvolledige AOW opgebouwd. Zij heeft recht op aanvulling vanuit de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen (AIO) van de SVB. Echter is de voorwaarde dat zij buitenlandse pensioenen aanspreekt. Zij heeft weinig tot geen documenten of informatie over deze pensioenen.

Geldzorgen en geldproblemen pak je samen aan Dienstverlening en communicatie is simpel en toegankelijk

Dit bemoeilijkt de totstandkoming van de AIO. Mevrouw doet hiernaast vrijwilligerswerk dat onduidelijke betalingen verricht voor de AIO waardoor deze onterecht (deels) wordt teruggevorderd. In verband met de buitenlandse pensioenen krijgt zij een naheffing van de inkomstenbelasting. Ze heeft in het verleden haar zoon verloren, heeft een meerderjarige dochter met verslavingsproblematiek die naar een kliniek moet in het buitenland. Haar dochter logeert bij haar, maar staat ingeschreven bij een tante.

In het voorjaar van dit jaar is de Verbindingsdag georganiseerd om breder het thema rondom geldzorgen en geldproblemen te bespreken. Deze dag was voor de vele vrijwilligers en professionals in de stad georganiseerd omdat we elkaar zo hard nodig hebben om de Haagse inwoner zo goed mogelijk te helpen. Aan de hand van drie thema’s, schulden bij jongeren, de link tussen bestaanszekerheid en gezondheid, en intergenerationele armoede, zijn de gesprekken gevoerd. Het college heeft op basis van deze gesprekken de bevestiging gekregen om beleid op basis van deze 5 pijlers voort te zetten en zal de komende periode het intensieve contact met de stad voortzetten.

De Helpdesk Geldzaken heeft geholpen bij het verzilveren van zoveel mogelijk buitenlandse pensioenen, het aanvragen van de AIO en het herstellen van de terugvordering i.v.m. vrijwilligerswerk dat onregelmatige betalingen uitkeerde. Mevrouw heeft de ticket van dochter naar het buitenland vergoed met het geld dat zij terugkreeg middels een belastingaangifte. Voor rouwverwerking is mevrouw in contact gebracht met een maatschappelijk werker van Wijkz. Tevens is mevrouw geadviseerd omtrent de woonsituatie van haar dochter dat dit van invloed kan zijn op de AIO.

De aanpak is zo opgebouwd dat in het volgende hoofdstuk een toelichting wordt gegeven over de belangrijkste uitkomsten van de twee onderzoeken die het college voor deze aanpak laat uitvoeren, de Armoedemonitor van het CBS en de Minima-effectrapportage van het NIBUD. Daarna wordt per pijler een toelichting gegeven over de belangrijkste ontwikkelingen aan de hand van een terugblik op deze collegeperiode en een vooruitblik naar de komende periode. Deze aanpak wordt afgesloten met een hoofdstuk over financiën.

Casus 1 6

is gebruik gemaakt van fictieve namen

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

ONDERZOEKEN

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

Geldzorgen en geldproblemen zijn brede maatschappelijke problemen. Zorgen over of een tekort aan financiële middelen heeft een veel bredere impact dan alleen een financiële. Verschillende onderzoeken worden dan ook uitgevoerd op dit onderwerp. Zowel landelijk, als lokaal. Twee onderzoeken krijgt uw raad standaard bij de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen: de Armoedemonitor van het CBS en de Minimaeffectrapportage van het NIBUD. Verder is de afgelopen jaren zowel lokaal als landelijk veel onderzoek gedaan, van groot tot klein. Zo heeft de Commissie Sociaal Minimum twee rapporten gepubliceerd over het ontoereikend bestaansminimum en de noodzaak om dit op te hogen, wordt er gekeken naar de koopkracht van inwoners maar kijken we lokaal met de Gezondheidsmonitor ook in hoeverre inwoners stress ervaren in het dagelijks rondkomen.

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

Tijdens deze collegeperiode ziet het college dat het aantal huishoudens met een laag inkomen en weinig vermogen daalde. Tijdens de COVID periode waren er zorgen dat het aantal huishoudens in armoede zou stijgen. In onderstaande tabel is te zien dat dit niet juist is. In 2023 kwam er echter een einde aan de daling van de jaren ervoor. Let op: het gaat hier puur om het inkomen, niet om het besteedbaar inkomen. De Armoedemonitor houdt dus geen rekening met de gestegen kosten van bestaan. Hiervoor is het inzicht van de Minima-effectrapportage nodig. Tabel 1: aantal en percentage huishoudens met een inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum en weinig vermogen in 2023

Armoedemonitor (CBS) Het CBS stelt jaarlijks de Haagse Armoedemonitor op en beschrijft hierin de omvang en kenmerken van Haagse particuliere huishoudens met een laag inkomen en weinig vermogen. Het CBS stelt het inkomen en vermogen vast aan de hand van gegevens van de Belastingdienst. De meest recente gegevens beschikbaar gaan over het kalenderjaar 2023 en zijn voorlopig. Als gemeente is er geen zicht op het inkomen van alle Haagse huishoudens. Het college vindt het wel belangrijk om inzicht te hebben in de groep Haagse huishoudens die leven rond het bestaansminimum en laat het CBS daarom jaarlijks de Armoedemonitor opstellen. Deze raadsperiode heeft er in de commissie samenleving ook een werkbespreking plaatsgevonden om een toelichting te geven op dit onderzoek (en de Minima-effectrapportage van het NIBUD).

Jaar

Aantal

Percentage

2019 2020 2021 2022 2023

44.100 44.100 42.400 41.000 42.300

18,6 18,3 17,4 16,7 16,8

(Bron: CBS 2025)

Het CBS stelt het bereik van de Ooievaarsregelingen vast door het gebruik ervan af te zetten tegen het totaal aantal rechthebbende huishoudens binnen de onderzoekspopulatie. Hiertoe levert de gemeente gebruiksgegevens van de verschillende regelingen aan het CBS. Bij het vaststellen van het bereik is zoveel mogelijk rekening gehouden met de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Zo is uitgegaan van de geldende inkomens- en vermogensgrenzen en andere instroomcriteria zoals leeftijd van kinderen en de duur van armoede|1 Het verzamelbereik geeft zicht op het aantal huishoudens met minimaal één van de meegenomen regelingen. 1 | Om na te kunnen gaan welke percentage huishoudens leeft van een laag huishoudinkomen wordt gebruik gemaakt van inkomensgegevens van de belastingdienst over een geheel jaar, van particuliere huishoudens met een volledig jaarinkomen die in 1 januari staan ingeschreven in het BRP. De meest recente gegevens over inkomen en vermogen gaan over 2023. Sommige huishoudens vallen buiten de onderzoekspopulatie. Het gaat dan om studentenhuishoudens, institutionele huishoudens en huishoudens zonder volledig jaarinkomen. In 2023 behoren 252.000 huishoudens tot de onderzoekspopulatie. Dat is 93 procent van alle particuliere huishoudens en 89 procent - alle Haagse huishoudens. De minimapopulatie is afgezet tegen deze onderzoekspopulatie.

Als er percentages worden genoemd, zeggen die iets over de verhoudingen binnen de onderzoekspopulatie. Bij het vaststellen van van het bereik van regelingen is zoveel mogelijk rekening gehouden met de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Desondanks zijn er enkele beperkingen. Zo kunnen zich onder de huishoudens die buiten de onderzoekspopulatie vallen

8

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

Ook bij deze aanpak geldzorgen en geldproblemen zijn de meeste recente armoedecijfers toegevoegd. Bijgevoegde factsheet bevat de belangrijkste informatie (zie bijlage) . Op de website van het CBS staat alle informatie: Armoedescan.

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

Het armoederisico van werkenden in loondienst is met 4-6 procent veel kleiner; onder ondernemers is dat wel hoger met 12-14 procent. Hoewel het armoederisico van werkenden relatief laag is, gaat het in omvang wel om een aanzienlijke groep van 2.400 tot 5.100 Haagse huishoudens (130-150% wsm en weinig vermogen).

De belangrijkste uitkomsten zijn: Ook bij deze aanpak geldzorgen en geldproblemen zijn de meeste recente armoedecijfers toegevoegd (zie bijlage) . Op de website van het CBS staat alle informatie: Armoedescan. De belangrijkste uitkomsten zijn:

- In 2023 maakte 77 procent van de huishoudens met een inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum en weinig vermogen gebruik van één of meer regelingen. Met de energietoeslag meegerekend gaat het om 82 procent. Het verzamelbereik (met en zonder energietoeslag) is hiermee vergelijkbaar met 2022.

- Den Haag telt in 2023 42.300 huishoudens met een inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum en weinig vermogen, oplopend tot 50.100 huishoudens uitgaande van 150 procent van het sociaal minimum (en weinig vermogen). Dit komt neer op 16.8 tot 19.9 procent van alle (particuliere) Haagse huishoudens. Tot 2022 daalde zowel het aantal als het percentage minimahuishoudens. Aan deze daling kwam in 2023 een einde. Omdat de bevolking als geheel ook groeide, is de procentuele toename marginaal.

Minima-effectrapportage, de MER (NIBUD) Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) is het instituut dat het besteedbaar inkomen fictief kan doorrekenen. Het college heeft het NIBUD gevraagd om voor 10 fictieve huishoudens een doorrekening te maken. Hierbij wordt gekeken in hoeverre alle noodzakelijke kosten voldaan kunnen worden als je een laag inkomen hebt. Het gaat niet alleen om het kunnen betalen van de huur, maar ook het kunnen reserveren voor onverwachte uitgaven of het betalen van sociale participatie. Het liefst wil het college van alle Haagse huishoudens weten hoe en of zij rondkomen. Daarom wordt in de gemeentelijke communicatie altijd verwezen naar Helpdesk Geldzaken om dit op individueel niveau te bespreken. Het is niet mogelijk om dit voor alle huishoudens te laten doorrekenen.

- In totaal 16.000 kinderen van 0 tot 18 jaar - 1 op de 6 kinderen - groeien op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent van het sociaal minimum en weinig vermogen. Uitgaande van een grens van 150 procent van het sociaal minimum gaat het om 19.800 kinderen. Het merendeel van hen groeit op in een langdurig arm gezin. - Van alle minima leeft een derde van bijstand en een vijfde van een andere uitkering. Eveneens een vijfde ontvangt inkomsten uit werk; één op de tien minimahuishoudens verkrijgt dit inkomen vanuit een eigen onderneming. Tot slot is voor ruim een kwart een pensioen de belangrijkste inkomstenbron. Huishoudens met bijstand hebben verreweg het hoogste armoederisico, gevolgd door huishoudens met een andere uitkering. Van alle Haagse huishoudens met een pensioen behoort 21-25 procent tot de minima (130-150% wsm en weinig vermogen).

In de Minima-effectrapportage maakt het NIBUD het voor deze 10 huishoudens inzichtelijk in hoeverre dit lukt. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in het besteedbaar inkomen zonder en met gemeentelijke regelingen. In vergelijking met het begin van deze collegeperiode ziet het college een verbetering van het besteedbaar inkomen van huishoudens. Dit college heeft hier samen met andere gemeenten hard voor gepleit bij de Tweede Kamer en het Kabinet. Toch is er geen reden om de vlag uit te hangen.

| rechthebbende huishoudens bevinden (die al dan niet gebruik maken van een minimaregeling). Ook zijn er enkele afwijkingen in de berekeningen van het inkomen en het vermogen door het CBS en wordt in de uitvoeringspraktijk niet altijd uitgegaan van het inkomen per kalenderjaar waar het CBS wel van uit gaat, maar van het actuele inkomen. Kort gezegd is waar mogelijk rekening gehouden met geldende criteria voor toekenning van minimaregelingen maar kan het voorkomen dat rechthebbende huishoudens, al dan niet gebruikmakend van een minimaregelingen, buiten beschouwing blijven in deze Armoedemonitor.

Het NIBUD gaat namelijk uit van een aantal normbedragen (bijvoorbeeld voor huur en boodschappen) en gaat ervan uit dat: 1. Inwoners zeer goed kunnen omgaan met

9

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

geld, 2. Inwoners gebruik maken van alle landelijke en gemeentelijke regelingen, en 3. Inwoners geen grote persoonlijke onvermijdbare uitgaven hebben. Uitgangspunten die op papier waar zijn, maar in de praktijk niet van toepassing. Bij Helpdesk Geldzaken zien we dat het er financieel altijd anders uitziet. Het college vindt de MER wel interessant om trendontwikkelingen in de gaten te houden, en te zien hoe huishoudens zich tot elkaar verhouden. Ook geeft het inzicht voor welke huishoudens eventueel aangepast beleid nodig is.

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

landelijke en gemeentelijke regelingen stoppen. Toch lijkt het er positief uit te zien maar met een aantal zaken moet rekening worden gehouden. Aan de inkomenskant gaat het NIBUD uit van het gebruik van alle regelingen. Regelingen als een huurtoeslag met een maximum van €682 per maand, een zorgtoeslag tot €131 per maand, en kinderbijslag tot maximaal €409 per kwartaal per kind zorgen onder andere voor een stijging van de bedragen in bovenstaande tabel. Aan de uitgavenkant gaat het NIBUD uit van normbedragen. Bijvoorbeeld voor huishoudtype 1 wordt rekening gehouden met een huur van €543 en een huurtoeslag van €321. Als iemand niet in aanmerking komt, of op de wachtlijst staat voor een sociale huurwoning en hierdoor gedwongen een particuliere huurwoning heeft van €900 per maand, dan zorgt dit voor hogere huurkosten van €678 (€357 aan hogere huur, en €321 voor het wegvallen van de huurtoeslag). Hieruit blijkt welk effect dit heeft. Zelfs als deze persoon gebruikt maakt van alle andere landelijke en gemeentelijke regelingen is zichtbaar dat deze persoon tot en met 150% niet rond kan komen.

Onderstaande tabel is de situatie in juli 2025 van de 10 type huishoudens inzichtelijk gemaakt. Zie voor meer duiding en informatie de MER in de bijlage. Tabel 3: Vrije bestedingsruimte per maand in euro’s zonder en met gemeentelijke voorzieningen

Op papier lijkt dan ook een hoop goed te gaan terwijl de daadwerkelijk situatie veel ingewikkelder en kwetsbaarder is. Dat is ook de reden dat het college met het programma Vergroten Gebruik inzet om zoveel mogelijk inwoners te bereiken met de Ooievaarsregelingen en de dienstverlening van de financiële hulpverlening, en de lobby richting het Rijk blijft voeren dat het sociaal minimum ontoereikend is. Toch is er ook goed nieuws. Daar waar een paar jaar geleden huishoudens met kinderen in de middelbare schoolleeftijd structureel te kort kwamen zien we nu dat deze huishoudens, wederom op papier, het beter hebben gekregen.

Rekenkamerrapport “Een helpende hand” In opdracht van de raad heeft de Rekenkamer een onderzoek gedaan naar de armoedecijfers in Den Haag, en in hoeverre de regelingen toegankelijk, makkelijk vindbaar en niet bureaucratisch zijn. Het college dankt de Rekenkamer voor het beschrijvende rapport dat is opgesteld. Het college heeft de afgelopen periode ingezet om regelingen te verbeteren. Met het programma Vergroten Gebruik (zie hoofdstuk “dienstverlening en communicatie”) is ingezet om meer inwoners gebruik te laten maken van de verschillende regelingen. Dit is niet alleen gedaan door breed te communiceren. Hierbij is ook gekeken naar het aanpassen van de beleidsregels, het versimpelen van aanvraagformulieren en digitaliseren waar mogelijk. De Rekenkamer stelt dat het

Deze tabel laat zien dat alle huishoudens, behalve huishoudens met kinderen, zelfs zonder gemeentelijke regelingen rond kunnen komen. De in oranje opgenomen bedragen hebben ondanks een hoger inkomen toch een lager besteedbaar inkomen. Dit omdat de kosten van de overgang naar werk (bijvoorbeeld door kinderopvang) hoger zijn dan de stijging van het inkomen. Voor deze groepen is geen specifiek beleid beschikbaar maar onderschrijft wel de noodzaak dat zij van alle regelingen gebruik maken waar zij recht op hebben. Ook naar 160% is een lichte doorstroomval omdat de

10

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

college veel doet om de toegankelijkheid en bereikbaarheid te vergroten. Terecht onderschrijft de Rekenkamer dat armoede een complex vraagstuk is en veel raakvlakken heeft met andere beleidsterreinen. De Rekenkamer heeft de regelingen vergeleken met de zeven categorieën van basisbehoeften die het NIBUD onderscheidt en stelt dat het college op al deze basisbehoefte ondersteuning biedt. Het college doet meer dan voorzien in ondersteuning op deze basisbehoefte, bijvoorbeeld met de vergoeding voor dierenartskosten voor inwoners met een Ooievaarspas.

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

om te blijven inzetten op het vergroten van het gebruik. De Rekenkamer stelt dat armoede een complex vraagstuk is en het lastig is om concrete doelen vast te stellen. Ook andere gemeenten worstelen met het formuleren van concrete doelen.Op dit moment rapporteert het college via de Armoedemonitor op het gebied van de omvang van de doelgroep en bereikcijfers van de regelingen, en heeft een concreet doel om het verzamelbereik (het gebruik van minimaal 1 regelingen) te vergroten naar 85%. Het college stelt nu dat deze bereikdoelen lastig zijn te realiseren. Het maakt namelijk dat het college wel invloed heeft op het aantal verstrekkingen, maar zoals de Rekenkamer ook stelt, geen invloed heeft op de omvang van de doelgroep. Hierdoor kan het aantal inwoners met een Ooievaarspas stijgen maar doordat de doelgroep groter wordt het bereikcijfers alsnog dalen. Andersom geldt dat logischerwijs ook.

Veel Haagse inwoners hebben moeite met rondkomen en de regelingen dempen de effecten van het hebben van een laag inkomen en bevorderen de participatie. Dit college heeft de inkomensgrens voor de Ooievaarspas verhoogd naar 150% omdat zij zag dat werkende armen steeds moeilijker rond konden komen. Het feit dat Den Haag een ruimhartig armoedebeleid kent maakt niet dat er geen geldzorgen en geldproblemen zijn in de stad. De Rekenkamer heeft de regelingen ook vergeleken met andere gemeenten en stelt dat Den Haag een ruimhartig armoedebeleid heeft. De gemeente heeft geen invloed op de armoedecijfers. Armoedecijfers worden in kaart gebracht aan de hand van de hoogte van het inkomen. Om armoedecijfers te laten dalen is het daarom noodzakelijk om het inkomen te verhogen. Dit is echter geen beleid waar de gemeente invloed op heeft, maar dit is aan de Rijksoverheid. Het college pleit al langer, gesteund door de rapporten van de commissie Sociaal Minimum, dat het bestaansminimum omhoog moet. Op die manier zijn minder landelijke toeslagen en lokale regelingen nodig en ervaren inwoners meer zelfstandigheid en financiële onafhankelijkheid. De Rekenkamer stelt in haar rapport dat het inkomensbeleid aan het Rijk is en dat de gemeente geen directe invloed heeft op het verminderen van het aantal mensen in armoede. Tot die tijd blijft het college inwoners met een laag inkomen ondersteunen.

Juist omdat inwoners niet gebruik maken van alle regelingen is het nodig

Dit maakt dat het college de constatering van de Rekenkamer erkent en na wil denken over doelen die wel concreet zijn. Juist ook omdat het niet eenvoudig is concrete doelen te bedenken zal dit grotendeels aan een nieuwe gemeenteraad en college zijn. Het vraagt meer tijd om dit zorgvuldig te doen, ook in relatie tot het aanpalend beleid. Wel is nagedacht op welke onderdelen van het beleid doelen geformuleerd kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan klanttevredenheidscijfers, cijfers in hoeverre regelingen bekend zijn bij inwoners, de doorlooptijden van aanvragen of gebruikscijfers van de Ooievaarspas. Hoewel bij die laatste ook de omvang van de doelgroep weer een rol speelt. Ook kan de Minima Effectrapportage gebruikt worden om doelen vast te stellen, bijvoorbeeld door te stellen dat elk huishouden minimaal €200 onderaan de streep moet overhouden. Hier zit echter weer de beperking in dat de gemeente geen invloed heeft op de hoogte van het inkomen, en alleen met gemeentelijke regelingen bedragen kan verhogen of verlagen. Kortom, dit maakt dat het nog niet eenvoudig is om concrete doelen te formuleren. Het is aan een nieuw college om dit verder uit te werken en al dan niet in de volgende casussen zijn geanonimiseerd Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen op te nemen. Bij een uitwerking worden ook

11

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

gesprekken gevoerd met partners in de stad. Want ondanks dat de Rekenkamer het gemeentelijke beleid heeft onderzocht is het college dankbaar dat veel organisaties en professionals zich, vaak vrijwillig, inzetten om met de gemeente de Haagse inwoners te ondersteunen die te maken hebben met geldzorgen en geldproblemen.

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

eenoudergezinnen, vluchtelingen en werkende gezinnen met lage inkomens. Deze organisaties signaleren dat armoede zich vaak uit in kleine tekorten: mensen die nét geen buffer hebben, of moeten kiezen tussen eten en de energierekening. Ook de Divosa Monitor Vroegsignalering Schulden (2025) laat zien dat er veel inzet is om mensen met betalingsachterstanden in beeld te krijgen. In 2024 kregen bijna 800.000 adressen een hulpaanbod na een signaal. Dat zijn er meer dan in 2023, mede doordat gemeenten actiever signaleren. Toch blijft het lastig om daadwerkelijk contact te leggen: landelijk lukt het bij één op de vijf signalen om iemand te bereiken. Opvallend is dat meerdere contactpogingen, en vooral telefonisch of persoonlijk contact, de kans op succes flink verhogen. Dit vraagt om vasthoudendheid en een aanpak die vertrouwen wekt. Hoe de vroegsignalering ervoor staat in Den Haag, wordt toegelicht in hoofdstuk 2.

Overige landelijke onderzoeken Een overzicht van de belangrijkste onderzoeken van de afgelopen periode is hieronder te vinden. In de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen zal een referentie naar een onderzoek en de resultaten worden gemaakt waar nodig. Voor de Aanpak Geldzorgen en Geldproblemen 2025 is opnieuw gebruikgemaakt van inzichten uit landelijke onderzoeken. Daarmee bouwen we voort op de aanpak van vorig jaar. Er is gebruikgemaakt van een aantal recente studies op het gebied van armoede, schulden en financiële dienstverlening. Deze onderzoeken gaan in op de effectiviteit van financiële hulp, schuldenaanpak en bestaanszekerheid. Hieronder lichten we de belangrijkste bevindingen uit. Geldproblemen zijn vaak complex, het is niet vanzelfsprekend dat mensen met geldproblemen de juiste hulp weten te vinden. Tegelijkertijd zien we in onderzoek dat er stappen worden gezet in het verbeteren van ondersteuning en het bereiken van kwetsbare groepen.

Het Nibud (2024) laat in de landelijke peiling ‘Geldzaken in de praktijk’ zien dat 32% van de huishoudens moeite heeft om inkomsten en uitgaven in balans te houden. Vooral jongeren, huurders en mensen met een laag of wisselend inkomen hebben moeite om rond te komen. Tegelijkertijd voelt ruim 80% van de Nederlanders zich wél in controle over de eigen geldzaken. Dat betekent dat financiële problemen niet altijd direct zichtbaar zijn en mensen niet altijd snel om hulp vragen.

De Kinderombudsman heeft in haar rapport “Opgroeien in onzekerheid. Wat kinderen in armoede ons in de afgelopen 10 jaar hebben verteld over hun leven en welzijn” gesteld dat het voor gemeenten belangrijk is om in gesprek te blijven met kinderen om te horen wat zij nodig hebben. Daarnaast onderschrijft de Kinderombudsman dat het sociaal minimum van de ouders omhoog moet. Zie voor een verdere reactie de beantwoording van de schriftelijke vragen “Kinderarmoede gaat over meer dan geld (RIS323355)”.

De Nationale Ombudsman (2024) onderzocht de uitvoering van vroegsignalering in gemeenten. Het rapport bevestigt dat het instrument waardevol is, maar dat de aanpak sterk verschilt per gemeente. Signalen geven vaak beperkte informatie, waardoor de ernst van de situatie moeilijk in te schatten is. Daarnaast ervaren inwoners drempels om op hulp in te gaan, zoals schaamte of wantrouwen. De Ombudsman pleit voor landelijke normen voor vroegsignalering, meer samenwerking met vaste lastenpartners, en een benadering die inwoners centraal stelt.

Uit een enquête van het Armoedefonds (2024) onder ruim 1.100 lokale hulporganisaties blijkt dat ruim de helft een stijging ziet in het aantal hulpvragen. Vooral informele initiatieven zoals Voedselbanken, Stichting Leergeld en buurtinitiatieven worden vaker benaderd, onder andere door

Ook het SCP (2024) leverde waardevolle inzichten, met een onderzoek naar de toenemende afstand tussen de leefwerelden van arm en rijk. In tien jaar tijd is de scheiding toegenomen:

12

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

mensen komen vooral nog mensen tegen uit hun eigen inkomensgroep. In de Randstad is die ontwikkeling het sterkst. Dit heeft gevolgen voor kansen, wederzijds begrip en vertrouwen. Het SCP wijst op de rol van onderwijs, wonen en werk om deze kloof te verkleinen. Het kennisdossier van Movisie (2025) laat zien dat een effectieve armoedeaanpak vraagt om een brede blik. Armoede is meer dan geldgebrek; het is een samenhang van economische, mentale, sociale en culturele tekorten. Maatwerk, autonomie en stress-sensitief werken zijn essentieel. Movisie waarschuwt ook voor nieuwe risicogroepen, zoals jongeren en werkenden met lage inkomens.

<<< vorige casus

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

volgende casus >>>

Noa is een alleenstaande moeder met inkomen uit arbeid en heeft drie kinderen waarvan één meerderjarig. Zij zat in het verleden onder beschermingsbewind in verband met schulden en kreeg een vergoeding in verband met kinderopvangtoeslag schandaal. Hiermee zijn de schulden afbetaald en was het schuldenbewind niet meer nodig. Langzaam zijn er toch weer schulden opgebouwd en mevrouw trof haar minderjarige zoon dood in bed.

Uit het langlopende onderzoeksproject van het Kenniscentrum Schulden & Incasso en Hogeschool Utrecht (2024) blijkt dat veel mensen pas laat om hulp vragen. Oorzaken zijn o.a. schaamte, lage risicoperceptie en negatieve beeldvorming rond schuldhulp. De onderzoekers concluderen dat persoonlijke communicatie, inzet van ervaringsdeskundigen en aansluiting op de leefwereld van mensen het verschil kunnen maken.

Er was geen geld/verzekering voor een uitvaart en ze vond het belangrijk dat haar kind in land van herkomst werd begraven. Ze heeft hiervoor via een stichting een voorschot gekregen maar moet dit wel terugbetalen. Kosten € 10.000. Dit komt bovenop de al ontstane schuldenlast. Meerderjarig inwonend kind heeft geen inkomen.

Daarnaast onderzocht Regioplan (2024) de afsluiting van energie en drinkwater bij gezinnen met kinderen. Hoewel het aantal afsluitingen laag is, gaat het om kwetsbare situaties. Gemeenten kunnen deze gezinnen eerder in beeld brengen door signalen met voorrang op te volgen. Regioplan wijst ook op het belang van noodfondsen en goede samenwerking tussen overheden en leveranciers.

De Helpdesk Geldzaken heeft mevrouw geholpen met het aanvragen van Bijzondere Bijstand en advies gegeven rondom haar inkomen & uitgaven. Verder is gekeken welke regelingen en toeslagen mevrouw nog niet had aangevraagd en mevrouw is aangemeld voor schuldhulpverlening, omdat zij de schulden niet zelf kan oplossen. Mevrouw is ook door de klantbegeleider vanuit Financiële Hulpverlening gewezen op de mogelijkheid om (weer) beschermingsbewind te krijgen.

De inzichten uit deze onderzoeken laten zien dat de uitdagingen groot blijven. Maar ze geven ook richting: investeren in vertrouwen, maatwerk, samenwerking en nabijheid is nodig om mensen eerder te bereiken en duurzaam te ondersteunen. In het hoofdstuk over simpele en toegankelijke dienstverlening kan gelezen worden wat het college allemaal doet om meer inwoners te bereiken.

Casus 2 13

is gebruik gemaakt van fictieve namen

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

BESTAANSZEKERHEID “het bieden van bestaanszekerheid”

FINANCIËN

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

ben ervaren en slechts 42% ervaart de eigen mentale gezondheid als goed. Het college zet in op het preventief bereiken van deze groep. Dit doet het niet alleen in uitvoering van de wettelijke taak om via vroegsignalering contact te zoeken met inwoners die een betalingsachterstand hebben bij een vaste lastenleverancier. Met de Haagse Preventieaanpak zet het college ook in om juist in verbinding binnen het sociaal domein en met het medisch domein te kijken op welke manier de verbinding te maken tussen mentale en fysieke gezondheid en bestaanszekerheid.

Te pas en te onpas wordt het begrip bestaanszekerheid de afgelopen jaren gebruikt in maatschappelijke discussies en in verkiezingscampagnes. Het gevaar van uitholling van het begrip dreigt terwijl het daadwerkelijk gaat over een grote impact op Haagse inwoners. De verplichting vanuit de overheid om zorg te dragen voor de bestaanszekerheid van haar inwoners is om die reden niet voor niks opgenomen in artikel 20 van de Grondwet. Het gaat hierbij niet alleen om het bestaansminimum, het hebben van voldoende inkomen om de basisuitgaven te betalen, maar ook om te kunnen werken aan perspectief en meedoen in de samenleving. Het college heeft het begrip bestaanszekerheid in deze, maar ook zeker in de vorige aanpakken over geldzorgen en geldproblemen, toegelicht om het belang van het borgen van bestaanszekerheid te benadrukken.

Zoals in de Grondwet is opgenomen ziet het college dan ook een taak om, daar waar dit mogelijk is voor de gemeente, bestaanszekerheid goed te borgen. Dit gaat aan de ene kant over simpele en toegankelijke dienstverlening, maar ook over de juiste ondersteuningsregelingen. De Ooievaarsregelingen zijn hier een direct voorbeeld van maar dit college zet breder in op het waarborgen van de bestaanszekerheid. Bestaanszekerheid betekent voor dit college ook dat inwoners ongeacht hun financiële positie of de plek waar ze wonen toegankelijke rechtsbescherming kunnen vinden.

In de afgelopen Aanpakken Geldzorgen en Geldproblemen is het begrip bestaanszekerheid uitgelegd vanuit armoede- en schuldenperspectief. Het college vindt dat inmiddels een te nauwe definitie. Het begint bij het hebben van voldoende inkomen en het kunnen meedoen aan de maatschappij. Het hebben van voldoende inkomen ligt bij het Rijk, het kunnen meedoen aan de maatschappij is aan dit college. Ondanks dat het Rijk verantwoordelijk is voor het voeren van inkomensbeleid en het borgen van bestaanszekerheid, onderschrijft het college de uitkomsten van de Commissie Sociaal Minimum. De commissie pleit voor een verhoging van het inkomen en voor het minder complex maken van de inkomensregelingen. Het hebben van onvoldoende inkomen kan namelijk leiden tot geldzorgen en geldproblemen. Het college heeft de afgelopen periode gepleit voor een hoger bestaansminimum. Een mooi voorbeeld hiervan is de mogelijkheid om de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) ambtshalve toe te kennen. Dit geeft de gemeente ruimte om pro-actiever aan bestaanszekerheid te werken. In deze aanpak wordt dan ook het inkomensvraagstuk in die context meegenomen. Met name de ontwikkelingen rondom de Participatiewet krijgen een plekje in deze aanpak.

Onverkort blijft overeind dat het hebben van geldzorgen en geldproblemen, en daarmee het leven in bestaansonzekerheid, niet alleen een grote impact heeft op het wel of niet kunnen betalen van de rekeningen of het kunnen meedoen in de stad. Geldzorgen en geldproblemen zorgt ook direct voor gezondheidsklachten, en andersom. Uit de Gezondheidsmonitor blijkt dat 33% van de jongeren (16 t/m 25 jaar) moeite heeft met rondkomen, en 19,7% van de volwassenen (18+). Daarnaast geeft 85% van de jongvolwassenen aan de afgelopen vier weken angst of depressiegevoelens te heb-

15

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

Participatiewet in Balans, dat bestaat uit drie sporen: - Maatregelen op korte termijn (huidige wetsvoorstel); - Fundamentele herziening van de Participatiewet; - Versterken van de uitvoeringscultuur en -vakkundigheid, met nadruk op de menselijke maat. Als gemeente onderschrijven wij de uitgangspunten van het wetsvoorstel en hebben wij er bewust voor gekozen om niet te wachten op landelijke invoering. In de geest van de nieuwe wet hebben wij reeds de volgende maatregelen genomen om het inkomen van onze inwoners in een kwetsbare positie te verhogen: - We passen de zoektermijn voor jongeren onder de 27 jaar niet meer toe; - Jongeren onder de 27 jaar tellen we niet mee voor de kostendelersnorm; - We hebben de jongerennorm verruimd; - We hebben de giftennorm verruimd en de giften van de voedselbank al uitgezonderd; - We zijn gestart met het automatisch verrekenen van inkomsten om terugvorderingen te beperken en administratieve lasten te verlagen. Participatiewet in balans Op 22 april jongstleden heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans, het eerste onderdeel van een bredere herziening van de Participatiewet. De behandeling in de Eerste Kamer wordt in september ingepland.

De gemeente Den Haag pleit al geruime tijd voor een fundamentele herziening van de Participatiewet en ziet dat de Tweede Kamer met het aannemen van deze wet een eerste stap daarin zet. De wet bevat ruim twintig maatregelen die bedoeld zijn om op korte termijn knelpunten in de huidige wet te verlichten, waardoor we als gemeente het inkomen van onze inwoners beter kunnen borgen.

We zien deze aanpassingen echter als een eerste stap in de goede richting, maar blijven ook de noodzaak benadrukken van een grondige herziening van het gehele stelsel van de sociale zekerheid. Het eenvoudiger en toegankelijker maken van dit stelsel is noodzakelijk om mensen echt inkomenszekerheid te bieden. Daarnaast is volgens de Commissie Sociaal Minimum ook een verhoging van het sociaal minimum en de hoogte van de bijstandsuitkering nodig, zodat mensen beter kunnen rondkomen en minder afhankelijk zijn van aanvullende regelingen en toeslagen. Ooievaarsregeling 1 - Individuele Inkomenstoeslag (IIT) Het feit dat de wet voorziet in een toeslag voor inwoners die langere tijd met een laag inkomen rondkomen geeft maar aan dat het inkomensbeleid van het Rijk tekort schiet. Met de IIT voorziet de gemeente in een vergoeding aan huishoudens waarvan niet verwacht kan worden dat zij in voldoende mate een buffer kunnen opbouwen om te voorzien in onverwachte uitgaven.

Centraal in dit wetsvoorstel staan het vergroten van vertrouwen in inwoners en het versterken van uitvoeringsruimte voor professionals. Dit pakket maakt deel uit van het bredere programma

16

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

Terugblik afgelopen periode Met de ambitie van het college om meer inwoners te bereiken met de Ooievaarsregelingen is ook gekeken welke belemmeringen de wet oplegt in het verstrekken van deze regelingen. In de Participatiewet staat dat er een “aanvraag” gedaan moet worden voor de IIT. Om die reden moeten alle inwoners, ondanks dat wij als gemeente weten dat ze recht hebben, een formulier opsturen als formele aanvraag. Dit formulier heeft de gemeente al volledig ingevuld waardoor het alleen hoeft te worden gecontroleerd en teruggestuurd door de inwoner. Het college vindt dit een onnodige handeling en heeft daarom richting de Tweede Kamer gepleit voor een aanpassing van de wet. En met succes. Bij de behandeling van de Participatiewet in balans is in de Tweede Kamer een amendement aangenomen waarbij het ambtshalve verstrekken van de IIT mogelijk wordt gemaakt. Voor een groep van bijna 13.000 inwoners wordt het straks mogelijk om de IIT ambtshalve te verstrekken.

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

Het ambtshalve toekennen kent wel een beperking. Het is niet mogelijk om ambtshalve een regeling te verstrekken voor inwoners waarbij het recht niet is vastgesteld. Om die reden is het ambtshalve verstrekken van de IIT alleen mogelijk bij de groep inwoners die drie jaar of langer een bijstandsuitkering ontvangt. Dit is veruit de grootste groep inwoners. Voor inwoners zonder bijstandsuitkering is nog wel een aanvraag nodig. Het college kijkt wel hoe hier zoveel mogelijk gebruik kan worden gemaakt van beschikbare data. Het Wetsvoorstel Proactieve Dienstverlening biedt hier ook een uitkomst. Het college heeft hierbij gepleit voor verbreding van de bronbestanden. In het oorspronkelijke wetsvoorstel stonden alleen het UWV en het SVB genoemd. Het college pleit om hier ook de Belastingdienst aan toe te voegen zodat actuele inkomens- en vermogensgegevens gebruikt kunnen worden en de gemeente voor een bredere groep kan vaststellen wie recht heeft op een Ooievaarsregeling. Ooievaarsregeling 2 - Haagse Zorgverzekering Inwoners met geldzorgen en geldproblemen hebben een slechtere gezondheid dan inwoners met een hoog inkomen. Tegelijkertijd stijgen de zorgkosten de laatste jaren flink wat voor een hogere zorgverzekering zorgt. Goede toegang tot zorg is letterlijk van levensbelang.

De hoogte van de premie moet dan ook geen aanleiding zijn om geen goed dekkende zorgverzekering te nemen of zorgmijding omdat kosten te hoog zijn. Om die reden biedt het college een Haagse Zorgverzekering aan bij VGZ. Tijdens de bespreking van de voortgangsrapportage dakloosheid 2024 is besproken of inwoners kunnen overstappen op het moment dat zij betalingsachterstand hebben. Hierbij is aangegeven dat afspraken zijn gemaakt met VGZ dat inwoners wel kunnen overstappen als er sprake is van een betalingsregeling. Toegezegd is de website hierop aan te passen. Navraag bij VGZ, die uiteindelijk over het toelaten van verzekerden gaat, leert dat er een verschil is welke betalingsachterstanden het betreft. Betalingsachterstanden op openstaande rekeningen zoals het eigen risico vormen geen belemmering om over te stappen, en ook mensen met een betalingsachterstand op de premie van minder dan 6 maanden mogen niet door een zorgverzekeraar geweigerd worden. Dit valt binnen de wettelijke mogelijkheden en is bij de Haagse Zorgverzekering geregeld. Echter als iemand met een betalingsachterstand van meer dan 6 maanden aangemeld is bij het CAK, dan is overstappen wettelijk gezien niet mogelijk. De afspraak met VGZ is hierover gemaakt dat met het project ‘bronheffing op 0’ wordt gekeken naar passend aanbod om iemand uit de bronheffing te halen zodat iemand wel weer kan overstappen.

Zie verder de inzet rondom het project ‘bronheffing op 0’ hieronder.

Vooruitblik komende periode In de Eerste en Tweede Kamer is de Participatiewet in balans aangenomen. In deze nieuwe wet staan een aantal wijzigingen die gefaseerd van kracht worden. In eerste instantie leek het zo te zijn dat het ambtshalve verstrekken van de IIT vanaf januari 2026 mogelijk was. Ter voorbereiding hierop was het college begonnen met het schrijven van een nieuwe verordening IIT. Echter heeft het Rijk laten weten dat het ambtshalve verstrekken van de IIT is verplaatst naar een ingangsdatum per januari 2027. Het college vindt dit onbegrijpelijk omdat, zie ook het amendement, zij heeft gepleit voor invoering van het ambtshalve verstrekken. Samen met de andere G4 gemeenten en de VNG wordt bij het Rijk gepleit om invoering per januari 2026 alsnog toe te staan. Mocht dit lukken dan ontvangt uw raad een raadsvoorstel van de nieuwe verordening. Tot die tijd zal het college blijven werken met vooraf ingevulde formulieren zodat een inwoner deze alleen hoeft te ondertekenen en terug te sturen en hoopt zij dat het ambtshalve toekennen mogelijk wordt zodat een inwoner deze stap niet meer hoeft te doen.

17

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

Terugblik afgelopen periode Deze collegeperiode is met verschillende campagnes ingezet om inwoners te informeren over de vele voordelen van de Haagse Zorgverzekering. Niet voor alle Haagse inwoners met geldzorgen en geldproblemen is deze verzekering interessant. Het is een relatief dure verzekering. Dit komt aan de ene kant omdat de vergoedingen hoog zijn, maar ook omdat het eigen risico is meeverzekerd zodat inwoners geen aanvullende (vaak onverwachte) rekeningen ontvangen. Om deze hoge premie te compenseren stelt het college een maandelijkse gemeentelijke bijdrage ter beschikking, en wordt ook een goedkoper compact pakket aangeboden.

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

Vooruitblik aankomende periode In samenwerking met VGZ worden ontwikkelingen goed in de gaten gehouden en besproken wat de impact is voor Haagse inwoners. Het huidige contract loopt tot en met 2027. Het demissionair kabinet had het plan om het eigen risico te halveren. Op papier lijkt dit voordelig voor inwoners met een laag inkomen. Deze derving voor zorgverzekeraars wordt echter gecompenseerd door een hogere premie. Het CPB heeft doorberekend dat de verlaging van het eigen risico met €220 een premiestijging van €199 per jaar oplevert. Het is niet duidelijk wat hier de komende periode mee gaat gebeuren. Met de verkiezingen achter de rug en een nieuw kabinet dat gevormd zal worden blijft het college in de gaten houden wat dit gaat betekenen voor inwoners met een laag inkomen.

De laatste anderhalf jaar is zichtbaar dat steeds meer jongeren betalingsachterstanden krijgen bij de zorgverzekeraar. Om die reden is eind 2024 tijdens de overstapperiode een campagne gelanceerd om jongeren te informeren over het hebben van een zorgverzekering, en de noodzaak om deze te betalen. Met VGZ is een goede samenwerking en wordt continu gekeken naar mogelijkheden om zowel de dekking van zorgkosten, als de betaalbaarheid van de premie voor deze doelgroep acceptabel te houden. Hierbij speelt wel het landelijke probleem mee dat zorgkosten zo stijgen dat premies bijna onhoudbaar worden. Het college maakt zich hier grote zorgen over.

Een ander punt waar het college op inzet is het toevoegen van controles bij de tandarts in het basispakket. Kinderen tot 18 jaar kunnen al gratis naar de tandarts, maar voor volwassenen is een aanvullende verzekering nodig. Mondzorgmijding heeft allereerst een groot effect op de gezondheid van inwoners, maar zorgt ook voor hogere zorgkosten later, en heeft impact op sociaal vlak als het gaat om het vinden van een baan of het onderhouden van sociale contacten. In Den Haag zijn er verschillende initiatieven om mondzorg breed onder de aandacht te brengen. Via de Haagse Zorgverzekering zien we dat veel minima daadwerkelijk gebruik maken van mondzorg. Door het toe te voegen aan de basisverzekering is er een lagere drempel om daadwerkelijk naar de tandarts te gaan. Naast de zorgverzekering is het goed als je als inwoner ook verzekerd bent voor je inboedel, aansprakelijkheid of voor je uitvaart. In opdracht van de gemeente en het Verbond van Verzekeraars heeft Purpose het onderzoek ‘onbeschermd in een verhitte omgeving’ gedaan naar onverzekerdheid onder alle Haagse inwoners. Hier komt uit naar voren dat 44% van de Haagse inwoners geen inboedelverzekering heeft, 40% geen aansprakelijkheidsverzekering en 69% geen uitvaartverzekering. Dit overstijgt inwoners met geldzorgen en geldproblemen.

Vanuit de gemeente, het Verbond van Verzekeraars, verzekeraars, woningcorporaties, de brandweer en maatschappelijke organisatie (zoals Stichting Solvage) wordt verder gesproken over mogelijke interventies om meer inwoners te (laten) verzekeren. Dit voorkomt financiële gevolgen op het moment dat er geen verzekering is om opgelopen schade te dekken.

Een ander voorbeeld van de samenwerking met VGZ is het project om de instroom in de bronheffing op 0 te krijgen. Op het moment dat de zorgverzekering zes maanden niet is betaald word je door je zorgverzekeraar aangemeld bij het CAK. Deze legt een bestuursrechtelijke premie op, je wordt geroyeerd uit je aanvullende verzekering, en krijgt een opslag op die bestuursrechtelijke premie. Het college vindt dit onbegrijpelijk en onderzoek toont aan dat deze financiële prikkel niet werkt. Het college pleit dan ook voor afschaffing van de regeling betalingsachterstand zorgpremie. Met VGZ is een traject gestart om te kijken wat nodig is om de instroom te beperken. Er is een project opgezet waarin we experimenteren met de aanpak en samenwerking tussen VGZ, Sociale Fondsen Den Haag en verschillende afdelingen binnen de gemeente (Inkomensondersteuning, vroegsignalering, budgetbegeleiding en GKB). Ook zoeken we de samenwerking op met het Jongerenpunt en sociaal casemanagement. De resultaten van dit onderzoek worden eind van dit jaar verwacht.

Haagse Preventieaanpak (HPA) In het beleids- en uitvoeringsplan van de Haagse Preventieaanpak is de relatie tussen gezondheid en bestaanszekerheid al beschreven. En ook in de aanpak

18

VOORWOORD INLEIDING ONDERZOEKEN

BESTAANSZEKERHEID MAATWERK PERSPECTIEF SAMEN MET DE STAD

geldzorgen en geldproblemen die eerder zijn gedeeld is dit programma genoemd. Het integraal benaderen van een doelgroep in plaats van de focus op een onderdeel van het probleem maakt dat veel beter bestaanszekerheid geborgd kan worden. In het kader van ‘een goede start’ wordt gekeken wat (aanstaande) ouders nodig hebben. Daarnaast worden jongeren geholpen in de voorbereiding op het volwassenen leven met het bijbrengen van financiële vaardigheden die zij wellicht vanuit huis niet meekrijgen.

DIENSTVERLENING & COMMUNICATIE

FINANCIËN

zo vaak als gemiddeld te maken met problematische schulden. Bij ‘bijna-armen’ (die zitten net boven het sociaal minimum) is dit twee keer zo vaak.

De komende periode gaat het college door om de verbinding tussen gezondheid en bestaanszekerheid te versterken. Dit doet zij onder andere door een Theory of Change (verandertheorie) op te stellen, ook voor de focuslijn bestaanszekerheid. Dit zal onder andere gaan over vertrouwen in de overheid, toegang tot dienstverlening (van zorg tot financiële hulpverlening) en de sociale cohesie in de stad (de formele en informele netwerken). Via de voortgangsrapportages van de Haagse Preventieaanpak wordt uw raad hierover geïnformeerd.

Een heel belangrijke schakel hierin is het landelijk bepaalde sociale minimum. Het sociaal minimum moet omhoog zodat onze inwoners genoeg geld overhouden om gezonde financiële keuzes te maken en niet in de schulden terecht te komen. Tot die tijd doen wij als gemeente zoveel mogelijk om onze inwoners te ondersteunen, bijvoorbeeld door het financieren van maatschappelijke organisaties die bij de inwoners thuiskomen om te helpen met administratie of aan de Weggeefwinkel die zorgt voor extra spullen die men zelf niet kan kopen. Daarnaast geven wij gratis financiële trainingen aan al onze inwoners, bieden wij budgetbegeleiding en kan een inwoner altijd langs een Helpdesk Geldzaken met diens (financiële) vraag. Als de schulden problematisch zijn zullen deze zo snel als mogelijk gesaneerd worden middels een saneringskrediet, waarbij er direct wordt gewerkt aan een passend en duurzaam resultaat. Tijdens dit traject wordt ingezet op financiële redzaamheid en het bieden van een toekomstperspectief. Nadat het traject is afgerond wordt er nog nazorg geboden. Dit alles is erop gericht om inwoners zoveel mogelijk mee te laten doen in de samenleving en om mentale stress en zorgen te verminderen, zover binnen ons bereik ligt. Meer over financiële ondersteuning valt te lezen in het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2024-2028 en de voortgangsrapportage hierover.

Preventie, begeleiding en ondersteuning samen met de stad Het financiële hulpverleningsbeleid van de gemeente Den Haag is gericht op preventie. Het zoveel mogelijk ondersteunen van onze inwoners op allerlei leefgebieden en het waarborgen van de bestaanszekerheid, is een belangrijk deel van preventie. Wie structureel geld tekortkomt, zal vroeg of laat een betaalachterstand oplopen. Het CBS heeft hier onlangs nieuw onderzoek gedaan en heeft geconcludeerd dat arme mensen (Bijna 1 op 3 arme mensen heeft problematische schulden | CBS) hebben 3 keer

Een ander belangrijk onderdeel van het waarborgen van bestaanszekerheid en de inzet op preventie is dat inwoners met problemen zich zo vroeg mogelijk bij ons melden. Hoe eerder wij als gemeente in contact komen met een inwoner die gebukt gaan onder financiële problemen, hoe eerder wij ervoor kunnen zorgen dat de financiële problemen behapbaar blijven. Dit heeft te maken met vertrouwen in ons als overheid, door te laten zien dat wij inwoners echt kunnen helpen en ons aan onze afspraken houden.

Daarnaast is Helpdesk Geldzaken een begrip in Den Haag, waar continu wordt gekeken op welke plekken contact is met de inwoner en waar mogelijk een financiële vraag op de achtergrond meespeelt in de hulpvraag die wordt gesteld. Zo is de Helpdesk Geldzaken nu aanwezig op verschillende Centra voor Jeugd en Gezin. De afgelopen drie jaar zijn zowel binnen de gemeente als daarbuiten gesprekken gevoerd over geldzorgen en geldproblemen die zonder de HPA niet (zo snel) hadden plaatsgevonden. Daar waar armoede wel herkend werd door professionals is er nu ook een handelingsperspectief. Door opgebouwde contacten in de wijk weten, met name vanuit het zorgen medisch domein, steeds meer professionals welke regelingen en dienstverlening de gemeente heeft. Met de campagne ‘Niemand verdient geldzorgen’ is niet alleen ingezet om inwoners te bereiken, maar ook de professionals. Via de partnerpagina van de campagne is alle informatie overzichtelijk beschikbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16254731/1