RIS323774 Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing Duinhil - Kijkduin
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Duinhil - Kijkduin
Klant:
Argentum vastgoed B.V.
Referentie: BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Status:
A4/C01
Datum:
10 november 2025
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
George Hintzenweg 85 3068 AX Rotterdam Netherlands Mobility & Infrastructure
+31 88 348 90 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Duinhil - Kijkduin Ondertitel: Referentie: BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Uw kenmerk Status: A4/C01 Datum: 10 november 2025 Projectnaam: Duinhil Projectnummer: BJ4582 Auteur(s): Opgesteld door: Gecontroleerd door: Datum: 10 november 2025 Goedgekeurd door: Datum:
Classificatie Alleen voor intern gebruik
Disclaimer Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1.
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Ligging projectgebied
3
1.3
Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan
4
2.
Beleidskader
6
2.1
Rijksbeleid
6
2.2
Provinciaal beleid
6
2.3
Regionaal beleid
7
2.4
Gemeentelijk beleid
8
3.
Planbeschrijving
12
3.1
Bestaande situatie
12
3.2
Toekomstige situatie
12
4.
Milieuaspecten
16
4.1
M.e.r.-beoordeling
16
4.2
Bedrijven en milieuzonering
17
4.3
Geluidhinder
18
4.4
Luchtkwaliteit
20
4.5
Externe veiligheid
22
4.6
Bodem
23
4.7
Natuur
24
4.8
Windonderzoek
28
4.9
Overige belemmeringen
33
4.10
Duurzaamheid
33
5
Water
34
5.1
Beleidskader
34
5.2
Waterveiligheid
35
5.3
Watertoets
37
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
1
Projectgerelateerd
6
Archeologie en cultuurhistorie
40
7
Opsporing ontplofbare oorlogsresten (OOO)
42
8
Mobiliteit
44
9
Uitvoerbaarheid
46
9.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
46
9.2
Financiële uitvoerbaarheid
46
9.3
Vooroverleg
46
Bijlagen 1. Dienst Stedelijke Ontwikkeling reactie aandeel sociaal, december 2023 2. Duinhil – Presentatie stedenbouw, Van Egmond Architecten, 25 september 2024 3. Ontwerp Duinhil Kijkduin, Deltavormgroep, september 2024 4. Akoestisch onderzoek, Royal HaskoningDHV, 10 december 2024 5. Verkennend bodemonderzoek, SGS Search, 18 december 2024 6. Stikstofdepositie-onderzoek, EcoReest, 9 oktober 2025 7. Flora- en faunaonderzoek, ABO Milieuconsult, 5 december 2023 8. Windklimaatonderzoek, DGMR, 30 september 2024 9. Rapportage Natuurinclusief bouwen, november 2024 10. Duinveiligheidsanalyse en verkenning inpassing zand, Royal HaskoningDHV, 6 maart 2024 11. Bureauonderzoek Archeologie, ADC ArcheoProjecten, 29 februari 2024 12. Verkennend booronderzoek, ADC ArcheoProjecten, 27 juni 2024 13. Besluit vervolgonderzoek, afdeling Archeologie, gem Den Haag, 24 juni 2024 14. Berekening verkeersgeneratie, Royal HaskoningDHV, 19 september 2024 15. Notitie ‘logistieke-U’, Goudappel Coffeng, 18 december 2024 16. Analyse parkeerbehoefte Duinhil, september 2024 17. Passende beoordeling, EcoReest, oktober 2025
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
2
Projectgerelateerd
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Het planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van Duinhil te Kijkduin, ter plaatse van de locatie waar thans het Atlantic Hotel gevestigd is. De nieuwbouw omvat de realisatie van in totaal 160 hotelkamers (logiefunctie), 145 (woon)appartementen en diverse (maatschappelijke) voorzieningen, waaronder een restaurant en wellness. Het bestemmingsplan ‘Kijkduin – Ockenburg’ (vastgesteld 18-12-2014) staat slechts maximaal 80 woningen toe. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt uitgegaan van een toevoeging van 65 extra woningen ten opzichte van wat planologisch is toegestaan (80 woningen) binnen de kaders van het bestemmingsplan ‘Kijkduin – Ockenburg’. Voor de toevoeging van 80 woningen is door het college van B&W op 24 maart 2021 een omgevingsvergunning verleend op basis van artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze omgevingsvergunning was echter gebaseerd op een ander bouwplan (= ‘New Atlantic Hotel’ in deze tekst), waaronder renovatie van het bestaande hotel. Initiatiefnemer wil echter een nieuw plan realiseren om daarmee een meer duurzame en een betere stedenbouwkundige inpassing door de belemmering van het bestaande hotel weg te halen. De realisatie van het beoogde programma is op basis van het geldende bestemmingsplan ’Kijkduin – Ockenburgh’ niet mogelijk.
Binnen de geldende bestemming ‘Gemengd – 1’ is de realisatie van in totaal 145 (woon)appartementen niet toegestaan. Om de ontwikkeling van de locatie in juridisch-planologische zin mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning aangevraagd voor het afwijken van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c juncto artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De aanvraag omvat het ruimtelijk gebruik en de parkeergarage buiten het bouwvlak. De feitelijke bouwaanvraag wordt later ingediend. De omgevingsvergunning dient gepaard te gaan met een goede ruimtelijke onderbouwing, waarin diverse (milieu)aspecten worden afgewogen. In het voorliggende document, de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning, wordt hieraan invulling gegeven.
1.2
Ligging projectgebied
Het gebied waar de ontwikkeling plaats zal vinden is gelegen in Kijkduin in de gemeente Den Haag. Kijkduin is een badplaats met nationale bekendheid. De locatie ligt pal aan de boulevard van Kijkduin aan het Deltaplein. Het hotel is bereikbaar via de Kijkduinsestraat en de Hoek van Hollandlaan en wordt begrensd door het duingebied en het Pieter Pauluspad. Op onderstaande afbeelding is de ligging van het projectgebied globaal weergegeven.
Afbeelding 1.1: globale ligging van het projectgebied
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
3
Projectgerelateerd
1.3
Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan
Ter plaatse van het projectgebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Kijkduin – Ockenburgh’, dat op 18 december 2014 door de gemeenteraad van Den Haag is vastgesteld. In dit bestemmingsplan is het projectgebied voorzien van de bestemming ‘Gemengd – 1’. De gronden met de bestemming ‘Gemengd – 1’ zijn bestemd voor hotel, dienstverlening, maatschappelijk (waaronder gezondheidszorg wordt verstaan) en wonen. De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. hotel; b. dienstverlening; c. maatschappelijk waaronder wordt verstaan gezondheidszorg; d. wonen; een en ander met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen, gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen, bergingen, groen, water en overige voorzieningen.
Afbeelding 1.2: uitsnede van het geldende bestemmingsplan, contour gebouw Duinhil (bovengronds) in rood
Het voorliggende nieuwbouw initiatief voorziet in het volgende programma: - 25.150 m2 BVO (woon)appartementen (145 eenheden; woonfunctie); - 8.298 m2 BVO hotelkamers (160 eenheden; logiefunctie); - 993 m2 BVO restaurant (hotelfunctie); - 1.389 m2 BVO wellness (hotelfunctie); - 725 m2 BVO plaza (hotelfunctie); - 12.157 m2 BVO parkeergarage; Deze initiatieven omvatten gezamenlijk een oppervlakte van circa 50.000 m 2 BVO. Toetsing planvoornemen aan het vigerende bestemmingsplan - Het voorliggende plan bestaat uit een groter aantal woningen (145) dan volgens het bestemmingsplan (80) toegestaan is (art. 6.4 lid d). Het voornemen is op gebruik strijdig met het vigerende bestemmingsplan; - Het voorliggende plan bestaat uit 3.107 m2 BVO aan hotelfuncties (restaurant, wellness, plaza);
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
4
Projectgerelateerd
-
Het voorliggende plan bestaat uit 8.298 m2 BVO aan logiefuncties. De logiefunctie, met uitzondering van parkeervoorzieningen, mag een maximale oppervlakte van 24.255 m 2 bvo bedragen; Maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan volgens de gebruiksregels; De overschrijding van de bouwvlakgrenzen bedraagt 3 meter; De maximale toegestane bouwhoogte wordt in beperkte mate overschreden vanwege de voorzieningen op het dak.
De overschrijdingen van de bouwvlakgrenzen en bouwhoogte kunnen worden mogelijk gemaakt middels de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid op grond van artikel 36.1, onder b van de planregels. Het bouwplan van Duinhil is in zijn geheel gemotiveerd in deze ruimtelijke onderbouwing. Dit geldt dus ook voor de voornoemde overschrijdingen. In het kader van de effectbeoordeling in deze ruimtelijke onderbouwing is uitgegaan van het verkrijgen van planologische toestemming voor 65 extra woningen.
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
5
Projectgerelateerd
2. Beleidskader 2.1
Rijksbeleid
Het Rijk heeft haar ruimtelijk beleid vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De leidende gedachte van het Rijksbeleid is ruimte maken voor groei en beweging, waarbij het Rijk zich vooral concentreert op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Dit betekent dat het benoemen van ruimtelijke opgaven van nationaal belang beperkt is. In het Rijksbeleid (SVIR) wordt dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende projectgebied. Het plangebied ligt binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’, omdat het onderdeel uitmaakt van de zeewering. In het Barro zijn regels opgenomen voor gebieden die binnen een waterstaatswerk liggen. De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van vergroting van de parkeerkelder. Hiervoor is een (gewijzigde) watervergunning aangevraagd waarover overleg plaatsvindt met het Hoogheemraadschap van Delfland. Na verlening van de watervergunning wordt voldaan aan de regels, zoals gesteld in het Barro.
2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Aan de Omgevingsvisie zijn verschillende uitvoeringsprogramma’s en plannen gekoppeld, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit, waarin beschreven wordt welke doelstellingen de provincie nastreeft. De regels die voortkomen uit de Omgevingsvisie en de uitvoeringsprogramma’s- en plannen, zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening. Deze regels hebben een directe doorwerking in bestemmingsplannen. Een belangrijke opgave in het kader van ruimte en verstedelijking is het zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De voorgenomen ontwikkeling van een hotel en woningen op deze locatie past bij de visie van de provincie om de bestaande ruimte beter te benutten. De locatie ligt in het ‘’bestaand stads- en dorpsgebied’’, hierna BSD.
Dit is het bestaand stedenbouwkundig stelsel van bebouwing, met inbegrip van daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van onder andere bedrijvigheid. Volgens de hierna genoemde ladder voor duurzame verstedelijking moet een nieuwe stedelijke ontwikkeling primair plaatsvinden binnen het BSD.
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
6
Projectgerelateerd
Afbeelding 2.1: Ligging in bestaand stedelijk gebied (Omgevingsvisie Zuid-Holland 2018, kaart 53)
Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De ontwikkeling van woningen wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets dient alleen te worden uitgevoerd op het moment dat de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’ is of als het een ontwikkeling mogelijk maakt buiten bestaand stedelijk gebied.
Uit jurisprudentie volgt dat wanneer het een functiewijziging betreft moet worden beoordeeld of er wat betreft aard en omvang, gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval kan echter worden uitgegaan van een toename van het aantal eenheden binnen een functie die in de specifieke gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan al werd toegestaan. Omdat het in het voorliggende initiatief slechts gaat om een verhoging van het initieel geplande aantal woningen en er sprake is van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, is toetsing aan de Ladder voor duurzame verstelijking niet benodigd.
2.3
Regionaal beleid
Regionaal Structuurplan Haaglanden Op 16 april 2008 heeft het algemeen bestuur van het Stadsgewest Haaglanden het Regionaal Structuurplan Haaglanden (RSP) vastgesteld. Het RSP is een integraal plan voor: • De ruimtelijke ontwikkeling van Haaglanden; • Het kader voor het regionale beleid op gebied van milieu, groen, mobiliteit, wonen en economie; • Lokale plannen, zoals bestemmingsplannen. 10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
7
Projectgerelateerd
Het RSP heeft een doorkijk tot 2030 en omvat de grote lijnen voor de ambities en ontwikkelingen op verschillende terreinen. Voor de verschillende beleidssectoren worden de gemeentelijke programma's gemonitord en periodiek binnen Haaglanden op elkaar afgestemd. Dit geldt met name voor kantoren, bedrijventerreinen, leisurevoorzieningen en detailhandel. De voorgenomen ontwikkeling van een hotel en woningen sluit aan bij de ambities uit het Regionaal Structuurplan Haaglanden om binnen de Internationale Zone het (internationale) woonmilieu te versterken met de daarbij horende voorzieningen. Voorzieningen zijn gericht op recreatie, horeca en bijzondere winkelvoorzieningen. De voorliggende ontwikkeling past binnen het Regionaal Structuurplan Haaglanden.
2.4
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Den Haag 2020 Op 17 november 2005 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Den Haag 2020 vastgesteld. In deze toekomstvisie wordt de ruimtelijke ontwikkeling van Den Haag tot het jaar 2020 uiteengezet. Het is de ambitie om van Den Haag een ‘Wereldstad aan Zee’ te maken door de sterke punten van de stad te benutten. Een internationale stad, een stad aan zee, een multiculturele stad en een monumentale residentie. De visie gaat uit van een lichte groei van het aantal inwoners en een groei van het aantal arbeidsplaatsen in 2020. Hiervoor moeten er middels verdichting ca 40.000 woningen worden toegevoegd in de bestaande stad. De visie geeft de ontwikkeling tot Wereldstad aan Zee vorm door het aanwijzen van vijf kansenzones (het Centrum, de Lijn 11-zone, de Internationale Kustzone, de Vliet/A4-zone en de Schakelzone Lozerlaan). De voorgenomen ontwikkeling past binnen de visie van de gemeente Den Haag om de internationale kustzone verder te versterken. De ontwikkeling Duinhil draagt kwalitatief bij aan de ontwikkeling van Kijkduin, de realisatie van appartementen draagt bij aan de woningbouwopgave binnen de Internationale kustzone. Agenda voor de Haagse verdichting De 'Agenda voor de Haagse Verdichting' is op 28 mei 2009 door de gemeenteraad vastgesteld.
De agenda is een thematische uitwerking van de Structuurvisie en dient als leidraad voor de binnenstedelijke verdichting in Den Haag tot 2020. Door middel van verdichting kan de bevolkingsgroei binnen het bestaand stedelijke gebied opgevangen worden. Daarnaast kan verdichting worden aangegrepen om de stedelijke kwaliteit van Den Haag te versterken. De Haagse Verdichting houdt voor Kijkduin – als onderdeel van de internationale kustzone – in dat de locatie bij uitstek geschikt is voor een bijzonder leisuremilieu. Daarnaast is door de nabijheid van internationale instellingen het kustgebied een uitgelezen plek voor het creëren van woonmilieus voor werknemers. De voorliggende ontwikkeling past hierdoor binnen de kaders als gesteld in de Agenda voor de Haagse verdichting. Agenda Ruimte voor de Stad De gemeenteraad van Den Haag heeft op 15 december 2016 de Agenda Ruimte voor de Stad vastgesteld. Agenda Ruimte voor de Stad is de nieuwe onderlegger voor het ruimtelijk beleid van de gemeente. Hierin wordt ingegaan op de recente ontwikkelingen binnen de stad. De agenda geeft inzicht hoe er wordt omgegaan met het groeiende inwonertal, de hoge eisen die de hedendaagse burger stelt aan de leefomgeving en de rol die duurzaamheid speelt in het hedendaags stedelijk leven.
De Agenda Ruimte voor de Stad vormt de basis voor beleidsvernieuwing in ruimtelijke beleidsvelden en geeft de ruimtelijke kaders voor sectorale beleidsvelden. Tevens zal de Agenda fungeren als onderlegger voor een omgevingsvisie en voor het ontwikkelen en beoordelen van nieuwe ruimtelijke plannen. De ontwikkeling Duinhil op de geplande locatie past binnen het vastgestelde beleid uit Agenda Ruimte voor de Stad. In de Agenda geldt voor Kijkduin (als onderdeel van de Zuidwestflank) een verdichtingsopgave.
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
8
Projectgerelateerd
Deze verdichting moet zich vooral concentreren rond voorzieningen. De voorliggende ontwikkeling past binnen deze opgave, door de ontwikkeling van woningen, in een gebied met een veelheid aan voorzieningen, zoals de boulevard van Kijkduin. Masterplan Kijkduin Het Masterplan Kijkduin (2009) is onderdeel van de gebiedsgerichte uitwerkingen van de Structuurvisie Den Haag 2020. Dit masterplan is gericht op de ontwikkeling van het plangebied in de periode tot 2020. Het plan biedt een stedenbouwkundige visie met een hoge mate van flexibiliteit voor de toekomstige uitwerking van de verschillende onderdelen binnen het plan. Het plan is opgebouwd aan de hand van een aantal kaders, het landschappelijk raamwerk, het raamwerk infrastructuur en het toekomstig programma. De ambities in de Nota van Uitgangspunten in de Structuurvisie Den Haag 2020 zijn in het Masterplan Kijkduin uitgewerkt tot meer concrete en gedetailleerde ambities en uitgangspunten. Hierin wordt ingezet op de versterking van de landschappelijke, ecologische en recreatieve waarde van het gebied, evenals het versterken van de woonfunctie. Het gebied rondom het plangebied, het Deltaplein, verandert in een aantrekkelijk ontmoetingsplein: het ‘balkon aan zee’. Het balkon is de beëindiging van de lange lijn naar zee. De ontwikkeling Duinhil dient als markering van het einde van deze lange lijn.
In het masterplan is opgenomen dat het huidige Atlantic hotel een landmark is langs de boulevard, enerzijds door de plek waarop het zich bevindt en anderzijds door een bijzondere architectuur. In het masterplan wordt gesteld dat het nieuwe hotel, een hotel van topklasse moet zijn en zich moet profileren als hotel met het uitzicht over zee met hoogwaardige hedendaagse architectuur. Daarbij zorgt het commerciële programma in de plint voor een publiekstrekkende werking passend bij het karakter van een badplaats. Het Masterplan diende als basis voor de hiernavolgende uitwerking in het Planuitwerkingskader en het Beeldkwaliteitplan. Het huidige ontwerp van Duinhil biedt ruimte aan 145 (woon)appartementen, 160 hotelkamers (logiefunctie). Het complex zal verder plaats gaan bieden aan een restaurant, wellnesscentrum, plaza, maatschappelijke voorzieningen en een ondergrondse parkeergarage. Het architectonisch ontwerp is hoogstaand en onderscheidend. De ontwikkeling is zodoende passend binnen het masterplan. Planuitwerkingskader Het Planuitwerkingskader (2023) is een nadere uitwerking van het Masterplan en het eerdere Planuitwerkingskader uit 2014 en aangevuld door de gemeente in september 2023. Deze kaders blijven gehandhaafd en zijn in het Planuitwerkingskader (PUK) nader uitgewerkt.
Op een lager schaalniveau wordt invulling gegeven aan de toekomstige openbare ruimte, ontsluitingen, het programma en overige aspecten als de waterkering, duurzaamheid, beschermingsgebieden, bezonning en windhinder. In het PUK wordt de ontwikkeling van Duinhil genoemd als een onderdeel van de nieuwe toekomst van de badplaats. Omdat de uitgangspositie van ontwikkeling wijzigt, is besloten om beknopt de essentie van de ontwikkeling te vatten in het PUK door de uitgangspunten die gericht waren op uitbreiding te vertalen naar de voorgestelde situatie waarin er sprake is van sloop van het bestaande hotel. Vergroting van het woonprogramma ten opzichte van de huidige situatie is denkbaar in het kader van verdichting van de badplaats. Hierbij zijn stedenbouwkundige en planologische randvoorwaarden gesteld die toezien op het type woningen, passend binnen het totale woningaanbod van Kijkduin Bad. Het voorgestelde woonprogramma is in lijn met het toegestane (en met binnenplanse afwijking te verkijgen) maximaal bouwvolume. Het aantal (woon)appartementen (145) overschrijdt echter het maximaal toegestane aantal woningen (80) conform het vigerende bestemmingsplan. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing onderbouwt in het kader van een goede ruimtelijke ordening een functionele afwijking van het woonprogramma ten opzichte van het bestemmingsplan.
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
9
Projectgerelateerd
Beeldkwaliteitsplan Kijkduin Bad Dit beeldkwaliteitsplan (2014) is opgesteld voor het zeefront van Kijkduin Bad. Het beeldkwaliteitsplan bestaat uit een reeks kaarten en beeldkwaliteitsregels. Op basis van een uitgewerkte architectonische visie op de locatie zijn uitwerkingen omtrent massa, kleurgebruik, inpassing in het landschap en situering van plintfuncties en entrees bepaald. Het Beeldkwaliteitplan is de leidraad voor het definitief ontwerp van de ontwikkeling Duinhil. Buitenruimteplan Kijkduin Bad Door West8 is een ontwerp voor de buitenruimte in Kijkduin Bad gemaakt. Hierin is onder andere een nieuw ontwerp gemaakt voor de openbare ruimte rondom Duinhil. In het plan wordt de inrichting nader verklaard en worden ontwerpen aangaande straatmeubilair, verlichting, verhardingen en openbaar groen aangedragen. Bij de ontwikkeling van Duinhil zal hiermee rekening worden gehouden. Onlangs is in Kijkduin Bad de nieuwe Entree en Fietsenstalling (EeF) onder het Deltaplein geopend. De EeF biedt toegang tot de parkeergarage onder het nieuwe winkelcentrum. In de toekomst vormt de EeF ook toegang tot de ondergrondse parkeergarage van Duinhil. In de ondergrondse fietsenstalling is plaats voor ongeveer 450 fietsen. De parkeergarage van Duinhil sluit aan op de EeF.
Woonvisie Den Haag 2040 en Woonagenda 2021 In de Woonvisie 2040 staat hoe de stad Den Haag de woningnood wil aanpakken en de woningmarkt weer in beweging wil krijgen door volkshuisvestingsbeleid vast te stellen voor een periode van 5 jaar. Met de Woonvisie vervolgt de gemeente Den Haag de ingeslagen weg van de afgelopen jaren met de woonagenda uit 2021 (RIS 313365). Den Haag groeit met ongeveer 5.000 inwoners per jaar en de omstandigheden om te bouwen zijn uitdagend. Huidige problematiek op het gebied van volkshuisvesting kenmerkt zich door een grote woningnood, de slechte onderhoudsstaat van veel woningen en een stevige tweedeling in de stad. Met de ambitie ‘bouwen aan een stad in balans’ draagt de stad Den Haag uit wat voor stad het wil zijn in 2040 en schetst de kaders hoe de uitdagingen het hoofd te bieden. De Woonvisie vertaalt deze ambitie in een uitvoeringsagenda en is uitgewerkt aan de hand van vier speerpunten en bijbehorende actielijnen: - Betaalbaar (ver)bouwen in alle delen van de stad De gemeente Den Haag legt het accent op het toevoegen van sociale huur en betaalbare koop creëert de stad kansen voor starters en doorstromers in het stadsdeel. Er wordt aangestuurd op het toevoegen van sociale huur bij nieuwe plannen. In Kuikduin ligt het percentage sociale huur (5%) ver onder het stedelijke gemiddelde (28%).
De projectlocatie bevindt zich in het stadsdeel Loosduinen in de wijk KijkduinOckenburgh. In Loosduinen staan relatief veel eengezinswoningen en koopwoningen. 45% van de woningen is gebouwd in de periode 1971 tot 1990. Nieuwbouwwoningen staan vooral in KijkduinOckenburgh. Hier zijn vooral koopwoningen gebouwd. Het aandeel koop ligt hierdoor in het stadsdeel met 51% veel hoger dan het Haags gemiddelde (43%). Het voornemen bestaat uit 105 (woon)appartementen die in het luxe koopsegment vallen en 40 (woon)appartementen in het particuliere huursegment. Het Masterplan Kijkduin stelt dat 30% van de nieuwe woningen in Kijkduin Binnen sociale huurwoningen moeten zijn. In de eerdere besluitvorming (RIS175344) is vastgelegd dat Kijkduin Bad buiten deze norm valt. Volgens de Woonagenda 2020-2023 (RIS305711) moet elk nieuwbouwproject 30% sociale woningen bevatten, hoewel dit niet altijd haalbaar is en compensatie mogelijk is. Initiatiefnemers kunnen het aandeel huurwoningen over meerdere projecten verdelen, mits er harde garanties zijn. Voor eengezinswoningen geldt deze verplichting vanaf 30 woningen en voor meergezinswoningen vanaf 80 woningen. Om aan de Woonagenda te voldoen, worden 44 sociale woningen ondergebracht in een nabijgelegen project.
Deze woningen, nodig voor de herontwikkeling van het Atlantic Hotel, worden gerealiseerd als onderdeel van de herontwikkeling van het Tuincentrum Hanenburg (RIS317054) aan de Groen van Prinstererlaan. Hiermee
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
10
Projectgerelateerd
voldoet het voornemen aan het gemeentelijke woonbeleid. Deze conclusie is getrokken door de Dienst Stedelijke Ontwikkeling Den Haag (RIS317463). Een schriftelijke reactie is opgenomen als bijlage 1 van deze ruimtelijke onderbouwing. - Passende huisvesting voor aandachtsgroepen Er is aandacht voor behoefte aan de huisvesting van aandachtsgroepen. Het gaat om uitstromers uit zorginstellingen, statushouders, vluchtelingen, dak- en thuisloze mensen. Het plan voorziet wel tijdelijk de opvang van vluchtelingen in het huidige Atlantic Hotel tot het moment dat dit complex gesloopt wordt en er nieuwbouw voor in de plaats komt. Hiermee voorziet het planvoornemen in een passende tijdelijke huisvestiging voor aandachtsgroepen. Horecabeleid Rode draad van de Horecavisie is ‘ruimte voor ondernemers’. De gemeente Den Haag wilt met de visie horecaondernemers de ruimte geven om in te spelen op kansen die nieuwe ontwikkelingen hen bieden en op de veranderende wensen van de consument. Uitgangspunten van de Horecavisie zijn: - Ontwikkeling van de Haagse economie en groei van de werkgelegenheid; - Ruimte voor vernieuwing en innovatieve concepten; - Een gelijk speelveld voor ondernemers; - Een toegankelijk en veilig horecaklimaat; - Meewegen van bewonersbelangen in beleidskeuze.
De projectlocatie kent geen plaatsgebonden of lokaal horecabeleid omdat de locatie niet in een aangewezen horecagebied ligt. Het voorliggende plan bestaat uit 3.107 m2 BVO aan hotelfuncties (restaurant, wellness, plaza). Deze toevoeging van hotelfuncties zijn in lijn met de gestelde uitgangspunten van de Horecavisie.
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
11
Projectgerelateerd
3. Planbeschrijving 3.1
Bestaande situatie
In de bestaande situatie is sprake van het bestaande Atlantic Hotel uit 1976 aan het Deltaplein te Kijkduin. Het hotel is verhuurd aan de NH Hotel Group en beschikt over 152 kamers met voorzieningen zoals een restaurant aan de zeezijde. Het terrein bestaat uit een parkeerterrein en verhoogd parkeerdek, buitenterras en keerlus. Het hotel is direct gelegen aan het strand, de duinen en de boulevard van Kijkduin.
Afbeelding 3.1: bestaande situatie Bron: Google Maps
3.2
Toekomstige situatie
Programma De voorliggende ontwikkeling omvat de sloop van het Atlantic Hotel en nieuwbouw van het Duinhil complex met een programma bestaande uit 145 (woon)appartementen en 160 hotelkamers. Het complex zal verder plaats gaan bieden aan een restaurant, wellness, plaza, maatschappelijke voorzieningen en een ondergrondse parkeergarage. In bijlage 2 is een presentatie met gedetailleerde beschrijving van het ontwerp opgenomen. In onderstaande situatietekening zijn de contouren van de nieuwbouw Duinhil weergegeven. De rode lijn geeft de contour van de parkeergarage weer. De paarse lijn geeft de contour van de EeF weer. 105 (woon)appartementen vallen in het luxe koopsegment en 40 (woon)appartementen vallen in het huursegment. Woningen worden aangesloten op een collectieve WKO-installatie. Het ontwerp en de materiaalkeuze passen binnen de criteria van "Duurzaam bouwen". De appartementen zijn zodanig ingedeeld dat de verblijfsgebieden niet grenzen aan algemene voorzieningen/ruimten.
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
12
Projectgerelateerd
Afbeelding 3.2 Duinhil impressie
Afbeelding 3.3: situatietekening Duinhil. Bron: Van Egmond, Architecten
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
13
Projectgerelateerd
Afbeelding 3.4: impressie Duinhil verdeeld in blokken. Bron: Van Egmond Architecten
Afbeelding 3.5 Duinhil impressie
Openbare ruimte en parkeren Onder het gebouw komt een parkeerkelder van twee ondergrondse lagen met in totaal 341 parkeerplaatsen, waarvan 148 parkeerplaatsen op niveau -1 en 193 parkeerplaatsen en 20 garageboxen op niveau – 2 (zie afbeelding 3.5). Er is daarnaast plaats voor 22 motorparkeerplaatsen. Daarnaast wordt voorzien in een 10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
14
Projectgerelateerd
parkeerverdieping op het maaiveld. In de parkeergarage is ook ruimte voor fietsparkeren gereserveerd. De huidige verkeersinrichting aan het Deltaplein zal in de nieuwe situatie veranderen, waarbij er aan de voorzijde duinen tussen de infrastructuur worden aangelegd. Mogelijk worden in deze duinen op termijn een aantal kiosken gerealiseerd. Vanaf de Kijkduinsestraat is reeds een (ondergrondse) toegangsweg tot de parkeergarage van Duinhil gerealiseerd (via de EeF). De niet bebouwde en bestrate (algemene) terreingedeelten worden voorzien van een royale wintergroene groenvoorziening met volwassen beplanting. Zichtlocaties van daken worden voorzien van (mos)sedum beplanting. In het als bijlage 3 bijgevoegde document is aangegeven hoe de aansluiting op het Deltaplein en het Natura 2000-gebied landschappelijk wordt vormgegeven.
Afbeelding 3.6: Parkeergarage -1 en -2 Duinhil
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
15
Projectgerelateerd
4. Milieuaspecten 4.1
M.e.r.-beoordeling
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage oftewel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De voorgenomen ontwikkeling is opgenomen in eerste kolom van de zogenaamde D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. De bouw van een hotel en woningen kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D11.2), maar de activiteit blijft onder de drempelwaarde van 75 hectare of meer. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: • Kenmerken van het project; • Plaats van het project; • Kenmerken van het potentiële effect. In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn verderop in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten bedrijven en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, ecologie, water, archeologie, cultuurhistorie, verkeer en parkeren.
Uit de afweging is gebleken dat de effecten niet van dien aard zijn dat een m.e.r.‐beoordeling aan de orde is. Op grond van het voorgaande zijn belangrijke nadelige milieueffecten uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een m.e.r.‐beoordeling of MER niet zinvol is. Paragraaf
Effectstudie
Effect?
Conclusie
§4.2
Bedrijven en milieuzonering
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling. Een goed woon- en leefklimaat wordt aan de hand van richtafstanden voor ‘gemengd gebied’ voldoende gewaarborgd.
Geen nadelige milieugevolgen
§4.3
Geluidhinder
Geluidbelasting vanwege de Kijkduinsestraat en de Machiel Vrijenhoeklaan is lager dan de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB. Geluidbelasting t.g.v. de 30 km/uur-wegen is lager dan de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB. Er is ook geen sprake van relevante uitstralingseffecten van het plan.
Geen nadelige milieugevolgen
§4.4
Luchtkwaliteit
De realisatie van Duinhil is aan te merken als een ontwikkeling die Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Geen nadelige milieugevolgen
§4.5
Externe veiligheid
De voorliggende ontwikkeling ligt niet binnen de invloedsgebieden van de inrichtingen en bovengenoemde transportroute van LPG in de omgeving van het plangebied. Eveneens worden geen functies toegevoegd die leiden toe een toename van verminderd zelfredzame personen.
§4.6
Bodem
Uit de analyseresultaten blijkt dat de boven- en ondergrond niet verontreinigd zijn. Hieruit volgt dat de bodem wel geschikt kan worden geacht voor het huidig en/of toekomstig gebruik.
Geen nadelige milieugevolgen
§4.7
Natuur (soortenbescherming)
Uit de quickscan volgt dat geen nader onderzoek benodigd is, behalve naar vleermuizen. Als tijdens dit onderzoek vleermuizen worden aangetroffen zullen passende maatregelen worden getroffen.
Geen nadelige milieugevolgen
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
Geen nadelige milieugevolgen
16
Projectgerelateerd
4.2
§4.7
Natuur (gebiedsbescherming)
Emissie die als gevolg van dit project vrijkomt in zowel de bouw- als gebruiksfase is gemotiveerd in een passende beoordeling. Nadelige gevolgen op Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten.
Geen nadelige milieugevolgen
§4.8
Windonderzoek
In de geplande bouwsituatie is het windklimaat langs het Deltaplein niet gunstig. Er is sprake van windgevaar en windhinder. Dit is in de huidige situatie ook zo.
Geen nadelige milieugevolgen
H5
Water
Activiteiten en maatregelen in het kader van de voorgenomen ontwikkeling hebben geen negatieve invloed op het waterstaatkundig systeem.
Geen nadelige milieugevolgen
H6
Archeologie en Cultuurhistorie
Het plangebied is onvoldoende onderzocht op het aantreffen van archeologische relevante resten van agrarische nederzetting (Bronstijd-Vroege Middeleeuwen), resten van het Wilhelmina-hotel en halte van de stroomtram en van bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. Een verkennend booronderzoek en een proefsleuvenonderzoek variant archeologische begeleiding tijdens de (ondergrondse) sloop van het hotel wordt geadviseerd om uit te voeren, waarmee de mate van intactheid en de diepteligging van eventuele mogelijke archeologische lagen in het duinzand kan worden vastgesteld.
Geen nadelige milieugevolgen
H7
Ontplofbare Oorlogsresten (OOO)
Ontplofbare oorlogsresten in de vorm van infanteriemunitie kunnen worden aangetroffen. Voorafgaande aan bodemroerende werkzaamheden dient detectie te worden uitgevoerd.
Geen nadelige milieugevolgen
H8
Mobiliteit
Het programma zal voor een kleine toename van verkeer zorgen ten opzichte van de huidige situatie, maar niet leiden tot problemen met de verkeersafwikkeling.
Geen nadelige milieugevolgen
Bedrijven en milieuzonering
Wettelijk kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. Doorgaans wordt daarvoor de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) gehanteerd. In de VNG-brochure wordt onderscheid gemaakt tussen de omgevingstypen ‘rustige woonwijk/rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Het voorliggende projectgebied aan te merken als het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging of een gebied dat gelegen is nabij hoofdinfrastructuur. Het projectgebied is gelegen in een gebied in de nabijheid van hoofdinfrastructuur en er is sprake van functiemenging. Kenmerkend voor het omgevingstype ‘gemengd gebied’ is dat sprake is van een zekere verstoring en dus van een andere omgevingskwaliteit dan in een rustig woongebied. Onderzoek Restaurant Een restaurant valt op grond van de VNG-brochure in milieucategorie 1, waarvoor een richtafstand van 10 meter geldt. Omdat het gebied aangemerkt is als ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand terug worden gebracht met een afstandsstap naar 0 meter.
Een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende hindergevoelige functies (appartementen) ten opzichte van het restaurant is daarmee voldoende gewaarborgd.
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
17
Projectgerelateerd
Omliggende functies Er is daarnaast onderzocht of functies in de omgeving een belemmering vormen voor de voorliggende ontwikkeling van de functie wonen. Hieruit blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen bedrijvigheid aanwezig is die een belemmering vormt voor de ontwikkeling van woningen. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
4.3
Geluidhinder
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Wegverkeerslawaai Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) hebben alle wegen een geluidzone. Uitzondering hierop zijn woonerven en straten met een maximumsnelheid van 30 km/u. De zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of een weg binnen of buitenstedelijk is gelegen.
Voor de bepaling van de maximale vast te stellen geluidbelasting houdt de Wet geluidhinder rekening met de ligging van de geluidgevoelige bestemmingen en wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied gelden over het algemeen minder strenge normen. In het kort komt het erop neer dat het gebied binnen de bebouwde kom behoort tot het stedelijke gebied, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, dat gelegen is binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. In het laatste geval en voor de situatie buiten de bebouwde kom gelden de normen die van toepassing zijn op het buitenstedelijke gebied. Een hoofdweg is, conform deze definitiebepaling van de Wet geluidhinder, altijd gelegen in buitenstedelijk gebied. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en maatregelen gericht op reductie van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn of als deze overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten, zijn burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de geluidbelasting. De gevels van geluidgevoelige bestemmingen kunnen ook worden uitgevoerd als een blinde of dove gevel (conform artikel 1b lid 5 van de Wgh).
Hiermee vervalt de verplichting om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde, waarbij een kanttekening wordt geplaatst dat de geluidwering van deze gevels ten minste gelijk dient te zijn aan de hoogte van de geluidbelasting minus de maximale binnenwaarde.
Ter anticipatie op het steeds stiller worden van motorvoertuigen mag alvorens te toetsen aan de geldende grenswaarden een aftrek worden toegepast op de berekende geluidbelasting. Deze aftrek bedraagt:
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
18
Projectgerelateerd
• •
2 dB voor wegen waar de maximumsnelheid gelijk is aan of hoger is dan 70 km/uur; dB voor overige wegen.
Onderzoek Royal HaskoningDHV heeft ten behoeve van het planvoornemen een akoestisch onderzoek uitgevoerd (2024). Het plan bevindt zich binnen de in de Wet geluidhinder (Wgh) vastgelegde geluidzones van de Kijkduinsestraat en de Machiel Vrijenhoeklaan. Dit betekent dat op grond van de Wgh akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd en moet worden getoetst aan de normen uit deze wet. De geluidberekeningen zijn uitgevoerd voor het toekomstige maatgevende jaar. Wettelijk moet worden uitgegaan van de verkeersintensiteiten in het ‘toekomstige maatgevende jaar’. Doorgaans wordt daarvoor 10 jaar na realisatie van het plan aangehouden. Ervan uitgaande dat de ontwikkeling uiterlijk in 2030 wordt gerealiseerd, zijn de verkeersintensiteiten voor het jaar 2040 bruikbaar voor dit onderzoek. Er is gebruik gemaakt van het rekenprogramma GeoMilieu, versie 2023.2. Dit rekenprogramma voldoet aan Standaardrekenmethode 2 van het RMG2012. Geluidbelastingen zoneplichtige wegen Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Kijkduinsestraat en de Machiel Vrijenhoeklaan lager is dan de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB. Op grond van de Wet geluidhinder zijn er geen bezwaren tegen de realisatie van dit plan. Een hogere waarden procedure en daarmee een toetsing aan het gemeentelijk geluidbeleid is niet aan de orde. De rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 4.
Geluidbelastingen 30km/uur-wegen Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting t.g.v. de 30 km/uur-wegen lager is dan de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB. Maatregelen om het geluid van 30 km/uur-wegen te onderzoeken zijn daarom niet onderzocht. De rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 4. Verkeersgeneratie van het plan (uitstralingseffecten) In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het geluidseffect van de verkeersgeneratie van de beoogde nieuwbouw over de naastgelegen wegen in beeld gebracht. Voor de verkeersgeneratie is uitgegaan van 1.568,8 extra lichte voertuigen per dag van en naar het plangebied. Dit verkeer is toegekend aan de wegvakken Kijkduinsestraat (Duinhil – Machiel Vrijenhoeklaan) en Machiel Vrijenhoeklaan (De Savornin Lohmanlaan - Duinlaan – Kijkduinsestraat). Voor de Machiel Vrijenhoeklaan is dit een ‘worst-case’benadering, omdat in de praktijk ook een belangrijk deel van het verkeer zal worden afgewikkeld via de Kijkduinsestraat richting het zuiden (Ockenburghstraat). Uit resultaten blijkt dat de toename, omgerekend naar decibellen, maximaal 0,8 dB bedraagt. Wijzigingen in geluid zijn voor het menselijk oor hoorbaar vanaf circa 2 dB. Geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van relevante uitstralingseffecten van het plan.
Conclusie Uit het onderzoek is gebleken dat de geluidbelasting vanwege de Kijkduinsestraat en de Machiel Vrijenhoeklaan lager is dan de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting t.g.v. de 30 km/uur-wegen lager is dan de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB. Maatregelen om het geluid van 30 km/uur-wegen te onderzoeken zijn daarom niet onderzocht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het geluidseffect van de verkeersgeneratie van de beoogde nieuwbouw over de naastgelegen wegen in beeld gebracht. Daaruit blijkt dat het geluid van nabijgelegen wegen met maximaal 0,8 dB toeneemt als gevolg van het extra verkeer. Wijzigingen in geluid zijn voor het menselijk oor hoorbaar vanaf circa 2 dB. Geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van relevante uitstralingseffecten van het plan. Geluid is geen belemmering voor het plan.
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
19
Projectgerelateerd
4.4
Luchtkwaliteit
Wettelijk kader Op grond van de Wet milieubeheer dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen getoetst te worden aan de Wet luchtkwaliteit. Een ruimtelijke ontwikkeling mag volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als ten minste aan een van de volgende voorwaarden is voldaan: • de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; • de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; • de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; • projectsaldering kan worden toegepast. Een project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan een ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de jaargemiddelde concentraties NO2 (stikstof), PM10 (fijn stof) en PM2,5 (zeer fijn stof) bepaald ter plaatse van het projectgebied. In de NSLmonitoringstool zijn langs de belangrijkste wegen de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10, en PM2,5 bepaald.
Onderzoek Voor kleine ontwikkelingen is een specifieke rekentool ontwikkeld waarmee op een eenvoudige en snelle manier kan worden bepaald of er sprake is van een NIBM bijdrage. In deze tool wordt de toename van de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 aan de hand van de verkeerstoename als gevolg van de realisatie van de woningen. Om een inschatting te maken van de extra verkeersgeneratie, wordt uitgegaan van de kengetallen uit de CROW-publicatie 381 ‘Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018), waarbij wordt uitgegaan van zeer sterk stedelijk gebied in de stedelijke schil van het centrum. Uitgaande van de realisatie van het maximale programma van 145 appartementen en 160 hotelkamers geldt een maximale verkeersgeneratie van 6,2 bewegingen per etmaal. De verkeersgeneratie voor de totale verkeersaantrekkende werking van de realisatie van de woningen bedraagt 1.280 motorvoertuigen voor een gemiddelde weekdag. Op de volgende afbeelding is de ingevulde NIBM-tool (versie 2022) weergegeven.
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
20
Projectgerelateerd
Afbeelding 4.1: Resultaten NIBM-tool 2022, rekenjaar 2025.
Uit de berekeningen met de NIBM-rekentool blijkt, dat de jaargemiddelde concentratie NO2 maximaal 0,73 µg/m3 toeneemt en de jaargemiddelde concentratie PM10 maximaal 0,19 µg/m3. De beide toenamen zijn ruim lager dan de toegestane NIBM-norm van 1,2 µg/m3. Er is hierbij uitgegaan van het totaal aantal woningen en niet alleen de toevoeging van woningen aan het toegestane aantal van 80. Daardoor draagt de toename van het verkeer door de realisatie van het voorgenomen bouwplan NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Toetsing aan de grenswaarden is niet aan de orde. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. Deze concentraties zijn afkomstig uit de NSLmonitoringstool 2022. In de volgende afbeelding zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 weergegeven voor het peiljaar 2021.
Afbeelding 4.2: Resultaten NSL-monitoringstool, peiljaar 2021. Bron: www.cimlk.nl/kaart
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
21
Projectgerelateerd
Langs de Kijkduinsestraat bedraagt de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 14,3 µg/m3, 15,6 µg/m3 en 7,6 µg/m3 1 . Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 6 langs de Kijkduinsestraat, waardoor langs deze weg het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden. De gestelde normen uit de Wet luchtkwaliteit worden niet overschreden. Daarnaast is het de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. Conclusie De realisatie van Duinhil is aan te merken als een ontwikkeling die Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Om die reden is toetsing aan de normen uit de Wet luchtkwaliteit niet aan de orde. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 inzichtelijk gemaakt. Deze waarden zijn lager dan de gestelde normen uit bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit. Vanwege de trend dat de emissies en achtergrondconcentraties zullen dalen worden er ook in de toekomst geen overschrijding verwacht.
4.5
Externe veiligheid
Wettelijk kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, waaronder de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen. In het kader van de voorliggende ontwikkeling is op basis van de risicokaart onderzocht of er relevante risicobronnen in de directe nabijheid van het projectgebied aanwezig zijn. Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour. Groepsrisico Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit).
De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Verantwoording groepsrisico Binnen het invloedsgebied geldt dat voor ieder ruimtelijk plan groepsrisicoverantwoording verplicht is. Een verantwoording is een kwalitatieve beschrijving over de waarde van het groepsrisico, maatregelen, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Het advies van de regionale brandweer speelt hierbij een belangrijke rol. Bij complexe projecten ligt doorgaans een proces van overleg met veiligheidsdeskundigen ten grondslag.
1
Gemeten vanaf het dichtsbijzijnde meetpunt langs de Kijkduinsestraat ten opzichte van het plangebied (Bron: Kaart | CIMLK)
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
22
Projectgerelateerd
Onderzoek Uit afbeelding 4.3 blijkt dat er zich in de nabijheid van het plangebied een LPG-inrichting (Machiel Vrijenhoeklaan) en een gasdrukregel- en meetstation (Rockanjelaan) bevinden. Deze inrichtingen bevinden zich echter op respectievelijk circa 450 en 630 meter van het plangebied. Over de Machiel Vrijenhoeklaan vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats (LPG), ten behoeve van de bevoorrading van het aangrenzende LPG-tankstation. Het plangebied ligt echter buiten het invloedsgebied (355 m) van deze transportroute.
Afbeelding 4.3: Uitsnede inrichtingen in de nabijheid van het plangebied (Risicokaart.nl).
Conclusie De voorliggende ontwikkeling ligt niet binnen de invloedsgebieden van de inrichtingen en bovengenoemde transportroute van LPG in de omgeving van het plangebied. Ook in het vigerende bestemmingsplan werden eerder geen belemmeringen geconstateerd. Eveneens worden geen functies toegevoegd die leiden toe een toename van verminderd zelfredzame personen. Er is daarom geen nader onderzoek naar externe veiligheid benodigd.
4.6
Bodem
Wettelijk kader Wanneer het voornemen bestaat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te realiseren dient het aspect bodem te worden meegenomen in de planvorming. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Het bouwen is alleen toelaatbaar als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
23
Projectgerelateerd
het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. Onderzoek In opdracht van Argentum Vastgoed B.V. heeft SGS Search Ingenieursbureau B.V. in juni 2019 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Deltaplein 200 te Den Haag (bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing). Het doel van het onderzoek was vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is. De boorpunten van het uitgevoerde verkennende bodemonderzoek komen overeen met de bodemingrepen ten behoeve van de ontwikkeling Duinhil. Om die reden wordt het onderzoek geschikt geacht voor de bodemkwaliteit ter plaatse. Aan de hand van de beschikbare historische gegevens is het onderzoek uitgevoerd op basis van de Nederlandse Norm, NEN 5740, met als uitgangspunt een onverdachte locatie. Verdeeld over het terrein zijn 19 verkennende handboringen verricht, waarvan 14 boringen tot 0,5 á 1,0 mmv en 5 boringen tot 2,0 mmv. Er zijn 3 grondmengmonsters van de bovengrond en 2 grondmengmonsters van de ondergrond onderzocht op het NEN-grondpakket. Uit de analyseresultaten blijkt dat de boven- en ondergrond niet verontreinigd zijn. Tijdens de visuele inspectie van het toegankelijke gedeelte van het maaiveld en de vrijgekomen grond uit de boorgaten zijn geen asbestverdachte materialen of (bijmengingen met) puin aangetroffen.
Er zijn derhalve geen aanwijzingen aangetroffen om de locatie als asbestverdacht aan te merken. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese “niet verdachte locatie” juist is. Derhalve is er, mede gezien de huidige c.q. toekomstige bestemming van de locatie, geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek met een aangepaste hypothese. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien geen beperkingen te worden gesteld aan het huidig c.q. toekomstig gebruik van de locatie. Uit de resultaten van de toetsing aan de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de bodem op de locatie voldoet aan de achtergrondwaarde. Conclusie De bodem is geschikt voor het huidig en toekomstig gebruik.
4.7
Natuur
Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Voorheen was de soortenbescherming in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming. De Wnb heeft tot doel in het wild voorkomende planten- en diersoorten in stand te houden en te beschermen en bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en Natura 2000gebieden (belangrijke natuurgebieden). Naast een algemeen geldende zorgplicht voor alle voorkomende soorten gelden verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe; alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Met een door het bevoegd gezag te verlenen ontheffing kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen. Daarnaast bevat de wet nog andere bepalingen, waaronder over houtopstanden.
10 november 2025
DUINHIL
BJ4582-RHD-XX-XX-RP-X-0001
24
Projectgerelateerd
In het kader van de gebiedsbescherming, is ook 'externe werking' een relevante opgave. Niet alleen directe ingrepen in Natura 2000-gebieden kunnen schadelijk zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen, ook kan sprake zijn van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van geluid, licht, abiotiek (verdroging, verontreiniging) en andere verstorende factoren. Een heel actueel onderwerp is de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dient bij nieuwe activiteiten getoetst te worden of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. De nieuwe Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), die op 1 juli 2021 in werking is getreden, vereist het doen van onderzoek naar eventuele stikstofdepositie voor de definitieve fase van het planvoornemen Sinds de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 dienen ook effecten van tijdelijke bouw- en sloopactiviteiten (aanlegfase) onderzocht te worden. Uit een (AERIUS-)berekening moet blijken of de waarde van 0,00 mol N/ha/jaar wordt overschreden, en indien dat het geval is, of sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
Natura 2000 (Omgevingswet) Een stikstofberekening in AERIUS voor een toets voor vergunningverlening met betrekking tot stikstof is verplicht en vastgelegd in de Omgevingswet in artikel 4.15 (methode berekenen stikstofdepositie Natura 2000-activiteit). Emissie van stikstofoxiden ontstaat onder andere door verbranding van fossiele brandstoffen bij stook van cv-installaties, in het verkeer of door inzet van (mobiele) werktuigen. De stikstof slaat in de (ruime) omgeving neer (stikstofdepositie) en kan effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor de te beschermen soorten en habitats. Natura 2000-gebieden zijn onder de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen en de bescherming ervan is vastgelegd in de Omgevingswet (Ow. art 2.44). De Omgevingswet (art. 4.15 Ow en 6.15 Or) verplicht vooraf te beoordelen of plannen/projecten/activiteiten (significant) negatieve effecten kunnen hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Voor het stikstofaspect wordt het rekenmiddel AERIUS Calculator (versie 20253) gebruikt om de te verwachten stikstofdepositie (NOx en NH3) te berekenen. Voor ontwikkelingen waarbij géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is geen vergunning nodig met betrekking tot het stikstofaspect.