CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323774 Bijlage 1-17 Activiteitenplan soortenbescherming Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag

Commissie Ruimte 26 november 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken9.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Activiteitenplan soortenbescherming Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag Toelichting aanvraag Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit in het kader van de Omgevingswet

Opdrachtgever

:

Argentum Vastgoed B.V Minervalaan 25 H 1077 NK Amsterdam

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Curieweg 19 2408 BZ Alphen aan den Rijn tel. +

Projectnummer

:

ANL23-8161

Datum rapportage

:

23 januari 2024

Handtekening:

General Business Unit Manager

Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 1 van 33

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING........................................................................................................................................4 1.1 Aanleiding ..............................................................................................................................4 1.2 Doel activiteitenplan .............................................................................................................4 1.3 Lees- en documentwijzer .....................................................................................................4

2

PROJECTBESCHRIJVING ...............................................................................................................5 2.1 Ligging plangebied ...............................................................................................................5 2.2 Beschrijving voorgenomen werkzaamheden/ activiteiten ................................................5 2.3 Planning en fasering .............................................................................................................6

3

WETTELIJK KADER .........................................................................................................................7

4

EFFECTBEOORDELING ...................................................................................................................9 4.1 Resultaten quickscan en nader onderzoek ........................................................................9 4.2 Beschrijving mogelijke gevolgen vleermuizen ............................................................... 10 4.3 Doden van dieren ............................................................................................................... 10 4.4 Opzettelijk verstoren .......................................................................................................... 10 4.5 Beschadigen en vernielen van voortplantings- of rustplaatsen ................................... 11 4.6 Samenvatting ...................................................................................................................... 11

5

WETTELIJKE BELANG ................................................................................................................. 12 5.1 Alternatieven afweging ...................................................................................................... 12

5.1.1 Locatie en inrichting ............................................................................................12 5.1.2 Renovatie huidige bebouwing .............................................................................13 5.1.3 Werkwijze en planning ........................................................................................13 5.2

Belangen ............................................................................................................................. 14

5.2.1 Algemeen belang ................................................................................................14 5.2.2 Belang van volksgezondheid ..............................................................................14 5.3

Staat van instandhouding ................................................................................................. 14

5.3.1 Verspreidingsgegevens, omvang populatie en leefgebied ..................................15 5.3.2 Trend/toekomstperspectief .................................................................................16 5.3.3 Conclusie gunstige staat van instandhouding .....................................................16 5.4 6

Cumulatieve effecten en/of indirecte gevolgen .............................................................. 17

BESCHRIJVING MAATREGELEN ................................................................................................ 18 6.1 Alternatieve verblijfplaatsen ............................................................................................. 18

6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4 6.1.5 6.1.6 6.1.7 6.2

Mitigatie vereisten ...............................................................................................18 Mitigatie plattegrond ...........................................................................................18 Type vleermuiskasten .........................................................................................19 Locaties vleermuiskasten ....................................................................................20 Plaatsing vleermuiskasten ..................................................................................22 Periode ...............................................................................................................24 Gewenning .........................................................................................................25 Werkwijze ontmoedigen .................................................................................................... 25

6.2.1 Optie 1: ‘Exclusion flaps’ .....................................................................................25 6.2.2 Optie 2: Creëren tochtgaten ................................................................................26 6.3 6.4 6.5

Permanente verblijfplaatsen ............................................................................................. 27 Planning en maatregelen................................................................................................... 27 Ecologisch werkprotocol .................................................................................................. 28

7

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ........................................................................................... 29

8.

LITERATUUR EN BRONVERMELDING ....................................................................................... 31

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 2 van 33

BIJLAGE 1:

QUICKSCAN ............................................................................................................... 32

BIJLAGE 2:

NADER ONDERZOEK................................................................................................. 33

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 3 van 33

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding

De opdrachtgever is voornemens om de huidige bebouwing (Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag) te slopen en nieuwbouw te realiseren. Naast een nieuw hotel worden 145 woningen/appartementen gerealiseerd. Uit de rapportage van de ecologische quickscan (bijlage 1) bleek dat in het te slopen Atlantic Kijkduinhotel verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Om te bepalen of voor de uitvoering van de voorgenomen plannen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit benodigd is, is een nader ecologisch onderzoek naar vleermuizen (bijlage 2) uitgevoerd. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat vijf zomer/paarverblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuizen aanwezig zijn binnen het plangebied (zie hoofdstuk 4). Uit de effectanalyse blijkt dat als gevolg van de sloop alle vijf verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis worden vernield. Vleermuizen zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn, die via §11.2.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingswet zijn geïmplementeerd. Op grond van artikel 5.1 lid 2 Ow is het verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten. De vergunningplicht geldt voor het opzettelijk doden of vangen van vleermuizen, het opzettelijk verstoren, het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (artikel 11.46 lid 1 Bal).

Voor het vernietigen van verblijven van vleermuizen dient daarom een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden. 1.2

Doel activiteitenplan

Het voorliggende rapport dient als onderbouwing van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 onder g Ow vanwege nadelige gevolgen voor de gewone dwergvleermuis. In dit document wordt alle informatie waar nodig samengevat (veel gegevens zijn immers al beschreven in de rapportages van de ecologische quickscan en het nader onderzoek (zie bijlagen 1 en 2). Ook wordt beschreven hoe de werkzaamheden worden uitgevoerd, welke compenserende maatregelen worden genomen, het wettelijk belang dat van toepassing is, en welke alternatieven worden afgewogen. Op basis van deze informatie kan het bevoegd gezag een afweging maken. 1.3

Lees- en documentwijzer

In hoofdstuk 2 wordt het plangebied beknopt beschreven en in hoofdstuk 3 het wettelijk kader van de Omgevingswet. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de quickscan en het nader onderzoek vleermuizen samengevat. Hoofdstuk 5 beschrijft de alternatieve afwegingen, het wettelijk belang en staat van instandhouding van de betreffende soorten. In hoofdstuk 6 worden de maatregelen beschreven die ten behoeve van de vleermuizen worden genomen. In hoofdstuk 7 staan de samenvattingen van dit document, evenals de conclusie. In hoofdstuk 8 is de gebruikte literatuur opgenomen en in de bijlages van dit document de rapportages van de quickscan en het nader onderzoek.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 4 van 33

2

PROJECTBESCHRIJVING

2.1

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in de Provincie Zuid-Holland en bevindt zich ten zuidwesten van Den Haag. De locatie ligt aan de Deltaplein, zie afbeelding 1 voor een overzicht van het plangebied. Het plangebied bestaat uit een hotel met rondom verharding ten behoeve van entree en parkeerplaatsen. Achter het terras aan de zijkant bevindt zich een klein stuk onbebouwd terrein. Dit stuk bestaat voornamelijk uit gras met hier en daar een enkele struik. Het hotel bestaat uit meerdere verdiepingen en bestaat voornamelijk uit baksteen. Het gebouw is aan de bovenkant afgewerkt met een houten gevelbekleding. Ten westen van het plangebied bevindt zich de kustlijn met diverse biotopen waaronder duindoornstruwelen en witte duinen. In het zuiden en oosten liggen parkeerplaatsen, woningen en diverse horecagelegenheden.

Afbeelding 1: Plangebied binnen de rode lijnen met de bebouwing die wordt gesloopt waar de vijf gewone dwergvleermuis verblijfplaatsen zijn waargenomen (Bron: ABO-Milieuconsult B.V.).

2.2

Beschrijving voorgenomen werkzaamheden/ activiteiten

Om het plangebied geschikt te maken voor nieuwbouw dient de huidige bebouwing te worden gesloopt en zal het terrein worden heringericht. Het aanwezige groen, waaronder gazon en enkele struiken worden mogelijk verwijderd. Dit hangt af van de herinrichting van het deltaplein waar extra groen wordt gerealiseerd. Vervolgens wordt het plangebied bouwrijp gemaakt. In afbeelding 2 wordt het voorlopige voorgenomen plan weergegeven. Een overzicht van foto’s van de huidige staat van het gebouw is weergegeven in de rapportages van de uitgevoerde quickscan en het nader onderzoek (zie bijlagen 1 en 2).

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 5 van 33

Afbeelding 2: Nieuwbouwplan voor het Atlantic Kijkduin hotel. (Bron: Opdrachtgever).

Voorwaarde voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden en het nemen van vleermuis werende maatregelen is dat de Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 onder g Ow is verleend. Na het verkrijgen van de omgevingsvergunning kunnen deze werkzaamheden doorgang vinden, na het natuurvrij maken van de gebouwen. 2.3

Planning en fasering

Allereerst wordt naar verwachting in Q4 (vanaf oktober) van 2025 begonnen met de sloop van het bestaande pand. Daarna wordt het grondwerk gedaan waarna de nieuwbouw begint. De planning wanneer de nieuwbouw is afgerond is tijdens het schrijven van dit rapport nog niet bekend. In het nieuwbouwplan, het hotel en 145 woningen/appartementen, worden voor de vijf verdwenen vleermuisverblijfplaatsen in totaal 20 permanente voorzieningen voor vleermuizen gerealiseerd (zie hoofdstuk 6).

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 6 van 33

3

WETTELIJK KADER

Artikel 5.1 (omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet) Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: (lid 2 onderdeel g) een flora- en faunaactiviteit. De flora- en fauna-activiteit is in bijlage 1 Ow gedefinieerd als: ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. Artikel 11.46. Vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. 2.

Het verbod geldt niet als: a. het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan artikel 16, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of b. de activiteit uitvoering geeft aan: 1°. een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°. een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3. Onder de soorten, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden niet begrepen de soorten, bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. De (specifieke) zorgplicht van de Omgevingswet is altijd van toepassing. Hieronder wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven. De (specifieke) zorgplicht zoals opgenomen in artikel 11.27 Bal 1. Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: a. Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b.

Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. Zodra een niet in de Omgevingswet beschermd in het wild levende dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. Vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen en dergelijke) moet gefaseerd worden verwijderd, waardoor aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren gelegenheid wordt gegeven te vluchten. Bij kap van de vegetatie in de winter dient men rekening te houden met zoogdieren in winterslaap, zoals de egel. Inachtneming van de zorgplicht betekent dat men het struikgewas handmatig en gefaseerd kapt, in plaats van met een bulldozer of graafmachine.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 7 van 33

Artikel 8.74k Besluit kwaliteit leefomgeving Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.46 lid 1, artikel 11.47 lid 1 of artikel 11.48 Bal wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. Er geen andere bevredigende oplossing voor het verrichten van de activiteit bestaat; b. De activiteit nodig is: 1) in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2) voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3) in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met in begrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten; 4) voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5) om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning

vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; en c. De activiteit geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 8 van 33

4

EFFECTBEOORDELING

4.1

Resultaten quickscan en nader onderzoek

In het kader van de Wet natuurbescherming heeft ABO-Milieuconsult B.V. op 5 december 2023 een quickscan (Kenmerk: ANL23-8161, d.d. 5 december 2023, zie bijlage 1) uitgevoerd op de locatie Atlantic Kijkduinhotel aan het Deltaplein 200 te Den Haag. Uit de quickscan bleek dat verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen niet konden worden uitgesloten. Op basis van de resultaten van de quickscan heeft ABO-Milieuconsult B.V. in 2024 een nader ecologisch onderzoek (kenmerk: ANL238161, d.d. 4 december 2024, zie bijlage 2) uitgevoerd naar de functie van het plangebied en de directe omgeving hiervan voor vleermuizen. Voor een gedetailleerde beschrijving van het uitgevoerde onderzoek en de onderzoeksresultaten per ronde wordt verwezen naar de rapportage van het nader onderzoek (bijlage 2). Hieronder volgt een korte samenvatting van de resultaten. Uit het nader onderzoek is gebleken dat in de bebouwing binnen het plangebied de volgende beschermde waarden aanwezig zijn: - Vijf zomer/paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. De vijf zomer/paarverblijfplaatsen zijn in alle zijdes van het Atlantic Kijkduinhotel in de open stootvoegen aangetroffen (zie afbeeldingen 3-7).

Afbeelding 3: De locaties van de vijf verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen weergegeven met gele huisjes. Het foerageergebied, dat gebruikt werd direct na uitvliegen, is weergegeven met een paarse arcering. Het plangebied is zwart omlijnd (Bron: ABO-Milieuconsult B.V.).

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 9 van 33

Afbeeldingen 4 en 5: Locatie zomer- en paarverblijfplaatsen gewone dwergvleermuis aan de oost- en noordzijde van het plangebied.

Afbeelding 6 en 7: Locaties zomer- en paarverblijfplaats gewone dwergvleermuis aan de zuidzijde in verspringende gevel en aan de westzijde (Bron: ABO-Milieuconsult B.V.).

4.2

Beschrijving mogelijke gevolgen vleermuizen

Vleermuizen zijn beschermd op grond van de Europese Habitatrichtlijn (HR). Deze richtlijn is geïmplementeerd in de Omgevingswet (Ow), waarbij artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) de verbodsbepalingen ten aanzien van HR-soorten bevat (zie paragraaf 3.5). Het is conform dit artikel verboden om: vleermuizen te doden of te vangen; vleermuizen opzettelijk te verstoren; de voortplantings- of rustplaatsen van vleermuizen te beschadigen of vernielen. 4.3

Doden van dieren

Om te voorkomen dat de voorgenomen sloopwerkzaamheden kunnen leiden tot het doden van gewone dwergvleermuizen dient zorgvuldig te worden gewerkt. Het is middels voorzorgsmaatregelen goed mogelijk om het doden van dwergvleermuizen geheel te voorkomen. In hoofdstuk 6 worden de gehanteerde werkwijze beschreven. 4.4

Opzettelijk verstoren

Opzettelijke verstoring van verblijfplaatsen kan zoveel mogelijk worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen, die ervoor zorgen dat er geen vleermuizen in de panden aanwezig zijn als de

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 10 van 33

werkzaamheden starten. Deze maatregelen leiden er wel toe dat vleermuizen gedwongen worden tijdelijk een andere verblijfplaats te zoeken. Deze verstoring is niet te voorkomen. Het verstoren van vleermuizen is in artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit Activiteiten Leefomgeving, aangewezen als flora- fauna-activiteit waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 Ow vereist is. Opzettelijke verstoring van verblijfplaatsen als gevolg van lichtverstoring kan voorkomen worden door het nemen van maatregelen. In hoofdstuk 6 wordt de gehanteerde werkwijze beschreven. 4.5

Beschadigen en vernielen van voortplantings- of rustplaatsen

Aangezien de verblijf- en voortplantingsplaatsen zich in de bebouwing bevinden, zullen als gevolg van de sloopwerkzaamheden voortplantings- en/of rustplaatsen worden beschadigd of vernield. Het is niet mogelijk om deze gevolgen te voorkomen door verblijfplaatsen te ontzien. Het beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van vleermuizen is in artikel 11.46 lid 1 onder d Bal aangemerkt als activiteit waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 5.1 Ow. Mitigeren en compenseren Tijdens de werkzaamheden zullen de originele verblijfplaatsen tijdelijk niet beschikbaar zijn voor vleermuizen. Om deze effecten te verzachten en zoveel mogelijk op te heffen, zullen voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden nieuwe (alternatieve) voortplantings- en rustplaatsen worden aangeboden in de directe omgeving van de planlocatie (zie hoofdstuk 6). Rondom het plangebied zijn voldoende uitwijkmogelijkheden voor gewone dwergvleermuizen. Tijdens de werkzaamheden worden nieuwe (alternatieve) voorzieningen voor vleermuizen aan gebouwen rondom de planlocatie aangeboden. Ook worden permanente voorzieningen aangebracht in de nieuwbouw. Door alle bovengenoemde maatregelen blijft de functionaliteit van het leefgebied van de betreffende populatie van gewone dwergvleermuis behouden. Permanent negatieve effecten zijn als gevolg van deze maatregelen niet aan de orde. 4.6

Samenvatting

Door de geplande werkzaamheden, te weten de sloop van het gebouw, gaan de aanwezige zomer- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis verloren. Omdat de in het gebouw aanwezige gewone dwergvleermuizen worden gedwongen op zoek te gaan naar alternatieve verblijfplaatsen worden deze opzettelijk verstoord en na sloop zijn de verblijfplaatsen vernield. Beide gevolgen worden aangemerkt als een activiteit met gevolgen voor van nature in het wild levende dieren (vleermuizen), zodat hiervoor op grond van artikel 11.46, eerste lid, van het Bal (zie tabel 1) een omgevingsvergunning is vereist als bedoeld in artikel 5.1 Ow. Derhalve wordt een omgevingsvergunning van de Omgevingswet aangevraagd voor: - het opzettelijk verstoren van vijf zomer- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis; - het opzettelijk vernielen van vijf zomer- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Tabel 1: Samenvatting overtreden verbodsbepalingen uit de Omgevingswet bij de voorgenomen ingreep. Overtreding Omgevingswet Artikel 11.46, lid 1b Artikel 11.46, lid 1d Opzettelijk verstoren van Opzettelijk vernielen van vleermuizen verblijfplaatsen Vijf zomer- en paarverblijven gewone Ja Ja dwergvleermuis

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 11 van 33

5

WETTELIJKE BELANG

De Omgevingsvergunning flora en fauna activiteit wordt verleend indien: - er geen alternatieven zijn; - het in het algemeen belang is; - er geen negatieve effecten zijn voor de staat van instandhouding van de beschermde soorten. 5.1

Alternatieven afweging

Bij het afwegen van alternatieven is gekeken naar de volgende punten: 1. Er geen andere locatie beschikbaar is; 2. Overweging van renovatie; 3. Geen andere periode of werkmethode mogelijk is. 5.1.1

Locatie en inrichting

Een andere geschikte locatie voor de realisatie van een nieuw hotel en nieuw te realiseren woningen in de directe omgeving is niet beschikbaar. In de planvorming is altijd uitgegaan van de huidige locatie, waarbij het initieel de bedoeling was om het huidige hotel te renoveren en fors te moderniseren (zie paragraaf 5.1.2). Al in oktober 2014 is met ontwikkelaar Boha een anterieure overeenkomst gesloten over de (her)ontwikkeling van het Atlantic Hotel in Kijkduin (Planuitwerkingskader (PUK), gemeente Den Haag, d.d. 19 december 2023). Begin 2023 kwam de initiatiefnemer echter met een nieuwbouwplan voor het Atlantic Hotel, omdat er dan meer kansen zijn om het pand te verduurzamen. Verder zou het nieuwe plan beter passen bij de overige bebouwing in de stad (betere stedenbouwkundige inpassing). De huidige locatie is voor een hotel uitermate geschikt vanwege de landschappelijke setting in de duinen, de ligging direct aan zee en het hotel heeft zijn functie in de afgelopen jaren meer dan vervuld. Naast het hotel worden er op de locatie ook 145 woningen in de vrije sector gerealiseerd. De locatie heeft een overzichtelijke situatie met veel groen. In de directe omgeving ervan Tevens zorgt de ligging, net aan de westzijde van de gemeente Den Haag aan de kust, voor een goede bereikbaarheid van voorzieningen en een goede infrastructuur.

Ook komen er zeventig extra parkeerplaatsen die gebruikt worden om de parkeerdruk op de Kijkduinsestraat te verlagen. In afbeelding 8 is in een essentiekaart een weergave te zien van enkele belangrijke uitgangspunten met betrekking op de aansluiting van de nieuwbouw op de bestaande context (onder anderen vergroening, aansluiting op duingebied, enz.). Dit overzicht geeft een beeld hoe de inpassing en uitwerking van het gebouw er uit komt te zien.

Afbeelding 8: Essentiekaart met een weergave van belangrijke uitgangspunten met betrekking op aansluiting nieuwbouw op de bestaande context (Bron: Planuitwerkingskader gemeente Den Haag, d.d. 19 december 2023.).

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 12 van 33

In de Omgevingsvisie van de gemeente Den Haag is aangegeven dat de gemeente zich inzet om ervoor te zorgen dat er in 2050 voldoende huizen zijn voor iedereen die in Den Haag wil wonen(https://omgevingsvisie.denhaag.nl/). Dit wordt gerealiseerd door herontwikkeling, transformatie en herbestemming in bestaand bebouwde gebieden en in buitengebieden, zoals Kijkduin. De plannen voor de realisatie van 145 woningen in de vrije sector op deltaplein 200, naast nieuwbouw van het hotel, passen goed in dit beleid. Het huidige Atlantic hotel is begin jaren ’60 van de vorige eeuw gebouwd en daarmee sterk verouderd. Tevens zorgt de slechte staat van het gebouw ervoor dat, ongeacht of gekozen wordt voor een andere locatie voor de nieuwbouw, sloop of grondige renovatie altijd noodzakelijk is. Het verplaatsen van het hotel (en de te realiseren nieuwe woningen) naar een nieuwe locatie leidt hierdoor niet tot minder negatieve effecten op de aanwezige vleermuizen omdat in dat geval ook sprake zou zijn van algehele sloop of renovatie van het huidige pand en nieuwbouw op een andere locatie. 5.1.2

Renovatie huidige bebouwing

Doordat het huidige hotel al een lange tijd mee gaat is de bouwtechnische staat sterk verouderd. Bovendien voldoet het huidige gebouw niet meer aan de huidige moderne eisen (qua bijvoorbeeld duurzaamheid, klimaatadaptatie, brandveiligheidsvoorzieningen, energie- en comfort). Het oorspronkelijke plan was gebaseerd op renovatie van het bestaande hotel. Het voornemen was om het hotel volledig te moderniseren en uit te breiden binnen de hotelfunctie van 24.255 m². Hiernaast zouden er 145 vrijesectorwoningen worden gerealiseerd. Tenslotte zou een oppervlakte van 2.200 vierkante meter benut worden voor voorzieningen (congresruimte en wellness). De vergunning voor het renoveren werd in maart 2022 verleend. In het PUK is rekening gehouden met het toekomstige (bezoekers)verkeer. Begin 2023 heeft de initiatiefnemer echter aangegeven te komen met een nieuwbouwplan voor het Atlantic Hotel vanwege de sterk verouderde bouwtechnische staat van het gebouw, de verduurzamingskansen en de betere stedenbouwkundige inpassing. Bovendien wordt de beoogde locatie met het nieuwbouwplan gasloos gerealiseerd en krijgt daarmee een label A. Voor een goed toekomstperspectief is een ingrijpende verandering nodig.

Ingrijpende renovaties, waaronder ook verduurzaming, hebben net als sloop en nieuwbouw negatieve effecten op vleermuizen door verstoringen van werkzaamheden en het mogelijk verdwijnen van verblijfplaatsen, zodat de effecten van renovatie vergelijkbaar zijn met de effecten van algehele sloop. Met het inbouwen van nieuwe permanente vleermuisvoorzieningen in de nieuwbouw (hotel en woningen), verbetering van de huidige situatie door de vergroening van het plangebied, een zorgvuldige aansluiting ervan op duingebied niveau en aanlanding in het duingebied verbetert het leef- en foerageergebied van de aanwezige vleermuizen in het plangebied en de directe omgeving ervan. Gezien bovengenoemde punten is vernieuwing van het pand noodzakelijk door de strengere eisen aan bebouwing, verduurzaming, vergroening en stedenbouwkundige inpassing. Renovatie brengt echter vele obstakels met zich mee en is door de omvang en de noodzakelijke ingrijpende wijzigingen kostbaar. Ook kunnen hierbij nadelige effecten op de aanwezige vleermuizen niet worden uitgesloten. 5.1.3

Werkwijze en planning

Werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden buiten de meest kwetsbare periode voor gewone dwergvleermuizen. In het plangebied zijn zomer- en paarverblijven gevonden van de gewone dwergvleermuis in de open stootvoegen van het gebouw. Het is echter niet uitgesloten dat deze verblijfplaatsen in de winter gebruikt worden door individuen. Tijdens het nader onderzoek zijn geen massaverblijven van gewone dwergvleermuis aangetroffen. Gewone dwergvleermuizen overwinteren solitair of in groepen en verblijven daarbij in gebouwen zoals in spouwmuren, in dit specifieke geval. Dit betekent daarom dat er mogelijk toch overwinterende vleermuizen in het gebouw aanwezig kunnen zijn ((massa) winterverblijfplaatsen). De periodes waarin werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, is weergegeven in tabel 2.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 13 van 33

Tabel 2: Kwetsbare periodes voor gewone dwergvleermuis. Kwetsbare periodes jan feb mrt apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

Winterverblijfplaatsen Zomerverblijfplaatsen Paarverblijfplaatsen

Samenvatting verblijfplaatsen

Werkzaamheden toegestaan Werkzaamheden mogelijk onder voorwaarden Werkzaamheden niet toegestaan

Uit de tabel blijkt dat er geen mogelijkheden zijn om de werkzaamheden te verplaatsen naar een minder kwetsbare periode. Door het gebouw ongeschikt te maken voor vleermuizen in april of oktober (ontmoedigen, zie paragraaf 6.2) wordt gewerkt op de manier waarbij de minst negatieve effecten op vleermuizen optreden. Een betere planning of meer zorgvuldige werkwijze is niet mogelijk vanwege de grootschaligheid van de werkzaamheden. 5.2

Belangen

5.2.1

Algemeen belang

De gewone dwergvleermuis valt onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. De Omgevingsvergunning wordt aangevraagd op basis van de belangen benoemd in artikel 8.74k Bkl, namelijk: - In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. 5.2.2

Belang van volksgezondheid

Het Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag dateert uit de begin jaren ’60 van de vorige eeuw. Door het intensieve gebruik en leeftijd van het huidige hotel is de bouwtechnische staat sterk verouderd en voldoet het meer aan de huidige moderne eisen (qua bijvoorbeeld duurzaamheid, klimaatadaptatie, brandveiligheidsvoorzieningen, energie- en comfort). Om weer aan de huidige eisen te kunnen voldoen is vernieuwing van het hotel noodzakelijk en wordt tevens voorzien in noodzakelijke nieuwbouw van vrijesectorwoningen. Daarnaast heeft totaalsloop een groot openbaar belang met inbegrip van het milieu. Sloop/nieuwbouw heeft een gunstig effect op het milieu doordat nieuwbouw leidt tot minder CO 2 en NO2 uitstoot vanwege het toepassen van duurzame innovaties, zoals het isoleren van de bebouwing en gasloos bouwen (verkrijgen label A). Het verduurzamen van de bebouwing kan zo bijdragen aan het behalen van milieudoelstellingen. 5.3

Staat van instandhouding

Voor de beschermde soorten die vallen onder het regime van de Habitatrichtlijn, geldt als vereiste dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. In onderstaande paragrafen wordt onderbouwd dat aan deze voorwaarde wordt voldaan in relatie tot de gewone dwergvleermuis. Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 14 van 33

De volgende criteria zijn van belang bij het onderbouwen dat de staat van instandhouding niet in het geding is: de omvang van de populatie; de verspreiding van de populatie; het leefgebied; toekomstperspectief. Bij het bepalen van de staat van instandhouding bepaalt de zeldzaamheid van de soort het schaalniveau. Voor de gewone dwergvleermuis wordt zowel op landelijk als lokaal niveau een beschrijving gegeven. 5.3.1

Verspreidingsgegevens, omvang populatie en leefgebied

Binnen Nederland is de gewone dwergvleermuis (gebouwbewonend) algemeen voorkomend. Uit de verspreidingsgegevens van NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) wordt de verspreiding van de soort over Nederland weergegeven (zie afbeelding 9).

Afbeelding 9: Verspreidingsgegevens van de gewone dwergvleermuis. (Bron: NDFF verspreidingsatlas.nl).

De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) is de meest algemene vleermuissoort in Nederland (Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, BIJ12, versie 2.0, april 2024) en is een wijdverbreide soort die in heel Nederland wordt waargenomen. De staat van instandhouding van de soort is derhalve gunstig op nationaal niveau. De soort komt vooral in de bebouwde omgeving voor, zowel in het stedelijk gebied als op het platteland. Verblijfplaatsen komen voor in spouwmuren, achter betimmering en daklijsten. De gewone dwergvleermuis leeft in groepen en vormt met verschillende bouwwerken een netwerk aan verblijfplaatsen. Gewone dwergvleermuizen foerageren in gesloten tot halfopen landschap. Hierbij zijn vooral hoog opgaande groene elementen zoals bomenrijen, singels, houtwallen en lanen van belang. Ook waterpartijen en beschutte oevers spelen een belangrijk rol in het jachtgebied van de gewone dwergvleermuis. Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 15 van 33

De lokale staat van instandhouding is naar verwachting gunstig, hoewel er geen gebied dekkende inventarisatie in de gemeente Den Haag heeft plaats gevonden. Dit is ook niet mogelijk omdat vleermuizen hun woonruimte voor een groot deel op privéterrein zoeken en dit is niet altijd toegankelijk. De gemeente Den Haag heeft wel in 2020 het project ‘VleerMUS’ ingezet om de populatiemonitoring voor onder anderen de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in de gemeente Den Haag vorm te geven voor het in voorbereiding zijnde SMP ( et al., 2021). ‘VleerMUS’ sluit aan bij de landelijke monitoringsmethodiek voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger (en rosse vleermuis): NEM-vleermuistransect tellingen. In deze monitoringsmethode worden transecten per fiets afgelegd, waarbij de waarnemingen elk jaar met de jaren daarvoor worden vergeleken om zo een trend te bepalen voor de populatieontwikkeling van vleermuizen in het urbane gebied van Den Haag. Met twee meetjaren van ‘VleerMUS‘ is er nog onvoldoende data om conclusies m.b.t. de populatietrend van de relevante soorten te trekken. Voorwaarde voor een goede lokale staat van instandhouding is dat voldoende geschikte verblijfplaatsen in combinatie met geschikt foerageergebied en geschikte vliegroutes aanwezig zijn. Deze voorwaarden zijn in de basis aanwezig in Den Haag.

In de omgeving van het planvoornemen is voldoende bebouwing aanwezig waar vleermuizen in potentie een verblijfplaats in zouden kunnen hebben. Tevens zijn er geschikte foerageergebieden aanwezig in de vorm van, onder anderen, groenstructuren met open plekken (de N2000-duingebieden met duindoornstruwelen vooral ten noorden, maar ook ten oosten en zuiden van de planlocatie) en bosrijke gebieden (Park Meer en Bos ten oosten van de planlocatie) en oppervlaktewater (direct ten westen van de planlocatie en ten oosten in Park Meer en Bos). De (potentiële) verblijfplaatsen en foerageergebieden in de omgeving staan middels diverse rechtlijnige structuren met elkaar in verbinding. Daarbij wordt in de nieuwe situatie nieuw groen geplant. Als gevolg van de werkzaamheden worden vijf paar- en zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vernietigd. Dit heeft, vanwege de ruimschootse compensatie van alternatieve paar- en zomerverblijven in de directe omgeving en het realiseren van 20 permanente verblijven in de nieuw te realiseren bebouwing, geen negatieve invloed op de lokale en regionale staat van instandhouding. Hierdoor wordt geen afbreuk gedaan aan het streven om de populatie in gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Hiermee wordt voldaan aan de criteria uit artikel 1 sub i van de Europese Richtlijn van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (92/43/EEG; hierna: de Habitatrichtlijn), voor zover thans van belang, waarin is bepaald dat de staat van instandhouding van een soort als gunstig wordt beschouwd wanneer: de betrokken soort blijft nog steeds een levensvatbare component in de natuurlijke habitat waarin hij voorkomt, en dat vermoedelijk op de lange termijn zal blijven; het natuurlijke verspreidingsgebied van die soort niet kleiner wordt of binnen afzienbare tijd lijkt te zullen worden; er een voldoende grote habitat bestaat en waarschijnlijk zal blijven bestaan om de populaties van die soort op lange termijn in stand te houden. 5.3.2

Trend/toekomstperspectief

Er zijn geen uitspraken te doen over landelijke aantalsontwikkelingen van de gewone dwergvleermuis. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen voor een af- of toename, hoewel de steeds snellere voortgang van de (na-)isolatie van woningen mogelijk een negatief heeft op het aantal beschikbare verblijfplaatsen. Dit betreft echter een lang termijneffect. 5.3.3

Conclusie gunstige staat van instandhouding

Het planvoornemen heeft betrekking op een zeer klein deel van de nationale en lokale populaties gewone dwergvleermuis. Er treedt in beperkte mate verstoring op doordat de vleermuizen de nu bekende verblijfplaats moeten verlaten en alternatieven moeten zoeken. Door het ruimschootse aanbod aan bestaande verblijfplaatsen in de omgeving en het plaatsen van 20 alternatieve vleermuiskasten blijven er voldoende verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis beschikbaar. In de nieuw te Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 16 van 33

ontwikkelen bebouwing worden 20 permanente verblijfplaatsen voor vleermuizen gerealiseerd. Zodoende is de gunstige staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis op geen enkel moment in het geding. 5.4

Cumulatieve effecten en/of indirecte gevolgen

Gevoeligheid voor grootschalige ingrepen Activiteiten die aan een enkel gebouw plaatsvinden zullen in het algemeen weinig verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aantasten, beschadigen of vernielen. Vaak zullen de getroffen exemplaren op een gemakkelijke manier een andere plek in de omgeving kunnen vinden, mits deze aanwezig zijn of worden gerealiseerd door middel van alternatieve en permanente verblijfplaatsen. De effecten op de populatie zijn veelal marginaal. Extra aandacht vragen de activiteiten die kraamverblijfplaatsen of massawinterverblijfplaatsen beschadigen of vernielen. Om dit te voorkomen wordt de bebouwing ongeschikt gemaakt voor vleermuizen (ontmoedigen, zie hoofdstuk 6). Bouwprojecten In de wijk Kijkduin en Ockenburgh, waar het te slopen Atlantic Kijkduinhotel gelegen is, zijn momenteel geen lopende bouwprojecten. In de buurt van het plangebied bevinden zich diverse andere bouwprojecten (zie afbeelding 10). Het dichtstbijzijnde bouwproject betreft het ‘Project Steenzicht’ (zwarte cirkel in afbeelding 10) waar bestaande oude woningen worden vervangen door 2 nieuwe gebouwen met in totaal 220 woningen. Dit project bevindt zich op ongeveer 4 kilometer ten zuidoosten van de planlocatie. Een overzichtslijst van alle overige bouwprojecten in de wijken ten oosten van de wijk Kijkduin en Ockenburgh is te vinden op de website: www.projecten.dehaag.nl/lijst.

Afbeelding 10: Globaal overzicht bouwprojecten in de directe omgeving van het plangebied (rode cirkel) en de bouwprojecten aangegeven met cijfers in blauwe druppels. Zwarte cirkel: dichtstbijzijnde bouwproject ‘Steenzicht’ (Bron: Projecten.denhaag.nl).

Tevens lopen naast deze projecten nog een aantal herinrichtingen en overige projecten in de gemeente Den Haag. Naast projecten in de gemeente moet ook gelet worden op particulieren projecten, zoals de sloop van woningen en schuren.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 17 van 33

6

BESCHRIJVING MAATREGELEN

In dit hoofdstuk staan de maatregelen beschreven die genomen dienen te worden om (negatieve) gevolgen voor de vastgestelde beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. Hierbij wordt het kennisdocument van gewone dwergvleermuis (BIJ12, Utrecht, versie 2.0, april 2024) gevolgd. 6.1

Alternatieve verblijfplaatsen

Door de sloop van het gebouw zullen vijf zomer- en paarverblijven van de gewone dwergvleermuis door de ontwikkelingen verloren gaan. Deze moeten volgens de richtlijnen gemitigeerd en gecompenseerd worden. 6.1.1

Mitigatie vereisten

De alternatieve verblijfplaatsen dienen voor minimaal eenzelfde aantal vleermuizen en dezelfde functie te vervullen als de oorspronkelijke verblijfplaats. Omdat een vervangende verblijfplaats nooit dezelfde eigenschappen heeft als de oorspronkelijke verblijfplaats, moeten er voor elke aangetaste of verwijderde verblijfplaats minimaal vier alternatieven aangeboden worden. Conform het Kennisdocument gewone dwergvleermuis van BIJ12 geldt dat compensatie in een verhouding 1:4 plaats moet vinden en derhalve dienen 20 alternatieve kasten opgehangen te worden (zie tabel 3). Tabel 3: Aantal alternatieve verblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuis. Soort verblijfplaats Verblijfplaatsen Compensatiefactor Zomer- en paarverblijven

5

4

Alternatieve verblijfplaatsen 20

Om de periode tussen de start van de sloop en nieuwbouw te overbruggen, inclusief een gewenningsperiode, dienen vanaf het moment van het indienen van dit activiteitenplan (aanvraag Omgevingsvergunning Flora en fauna activiteit) in de directe omgeving van het plangebied 20 alternatieve vleermuiskasten opgehangen te worden die aantoonbaar geschikt zijn als zomer- en paarverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis. Met inachtneming van een minimale gewenningsperiode van drie maanden voor aanvang van de sloop van de huidige bebouwing waar de vijf verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen kan dit al vanaf februari 2025 plaatsvinden. De sloop van de huidige bebouwing start naar verwachting in oktober 2025, waardoor de minimale gewenningsperiode van de vleermuizen voor de alternatieve verblijfplaatsen ruimschoots wordt gehaald. 6.1.2

Mitigatie plattegrond

De nieuwe verblijfplaatsen worden bij voorkeur zo dicht mogelijk bij het plangebied geplaatst en maximaal tot 200 meter. In afbeelding 11 is rondom het plangebied van Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag een bufferzone van 200 meter weergegeven in rode omlijning. Het realiseren van alternatieve vleermuisverblijfplaatsen in een bufferzone van 50 meter rondom de planlocatie is niet mogelijk vanwege de te grote afstand tot geschikte gebouwen.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 18 van 33

Afbeelding 11: Mogelijke acht locaties in de omgeving van de planlocatie voor alternatieve vleermuiskasten (gele lijnen). De rode omlijning geeft de bufferzone van 200 meter weer (Bron: ABO-Milieuconsult B.V.).

6.1.3

Type vleermuiskasten

Voor de compensatie van vijf zomer/paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis moeten in de omgeving van het Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag 20 vleermuiskasten worden gerealiseerd. Spreiding van de vleermuiskasten is hierbij van belang om meerdere omstandigheden (zonoriëntatie, schaduw en windrichtingen) aan te bieden. Wanneer het niet mogelijk is om vleermuiskasten allemaal te verdelen over verschillende gevels, kan een diversiteit van verschillende omstandigheden ook gecreëerd worden door verschillende type kasten te gebruiken. Denk hierbij aan verschillen in kleur, materiaal, aantal compartimenten en verschillen in isolatie. Verschillende kasten om dit probleem weg te vangen zijn in tabel 4 weergegeven.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 19 van 33

Tabel 4: Opties vleermuiskasten. Nr. Type Eigenschappen 1. Zomer- en Gemaakt van duurzaam houtbeton zonder paarverblijf chemische toevoegingen. Ruw oppervlak aan (ZWART): VK WS de binnenzijde met één laag. Door de zwarte 02, Vivara pro, VK buitenkant biedt de kast een warmer klimaat WS 02 Vleermuis aan dan de witte vleermuiskast. gevelkast - Vivara Pro 2.

3.

6.1.4

Zomer- en paarverblijf (WIT): VK WS 11, Vivara pro of VMTH1, Unitura: VK WS 11 Vleermuis gevelkast - Vivara Pro of VMTH1 | Tijdelijke vleermuiskast Unitura Zomer- en paarverblijf (MEERLAAGS): VK WS 12, Vivara pro of VMT2, Unitura: VK WS 12 Vleermuis gevelkast - Vivara Pro of VMT2 | Tijdelijke vleermuiskast Unitura

Vleermuiskast

Gemaakt van duurzaam houtbeton zonder chemische toevoegingen. Ruw oppervlak aan de binnenzijde met één laag. De kast heeft een witte kleur en geeft daarmee koelere omstandigheden dan de zwarte kast.

De kast is gemaakt van duurzaam houtbeton en biedt door zijn meerlaagse constructie meerdere klimaateigenschappen aan. Ook in wit beschikbaar. De meerlaagse vleermuiskast van Unitura is gemaakt van Multiplex Grip Mortel en heeft 2 lagen.

Locaties vleermuiskasten

Bij het bepalen van de locaties is het kennisdocument gewone dwergvleermuis (BIJ12, april 2024) gevolgd en zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: - de vleermuiskasten worden allen binnen een straal van 200 meter opgehangen; - de gevels zijn licht- en obstakel vrij en zijn daarom goed toegankelijk voor vleermuizen; - voor de vleermuiskasten worden verschillende microklimaten en verschillende zon oriëntaties aangeboden; - alle vleermuiskasten zijn op minimaal 4 meter hoogte gemonteerd; - vleermuiskasten die boven aanbouw worden gerealiseerd zijn op minimaal 2 meter hoogte opgehangen; - de kasten hangen buiten het bereik van predatoren; - aan eenzelfde gevel zijn verschillende typen kasten opgehangen (denkend aan kleur verschil en aantal compartimenten); - vleermuiskasten voldoen aan de afmetingen en zijn gemaakt van duurzaam materiaal. De mogelijke locaties voor de alternatieve vleermuiskasten zijn weergegeven in tabel 5 en afbeeldingen 12-19 (en in afbeelding 11 weergegeven met nummers één tot en met acht). Alle locaties (1-8) vallen binnen de 200 meter bufferzone van de planlocatie. In afbeeldingen 12-19 zijn de locaties toegelicht, waarbij de mogelijke oriëntaties van de locaties (windrichtingen) in de onderschriften zijn benoemd.

Als de kasten op deze locaties gerealiseerd kunnen worden (dit zal de opdrachtgever met de betrokken instanties/partijen moeten overeenkomen), dan worden alle zonrichtingen minimaal één keer benut (zie tabel 5 en afbeeldingen 11-19 voor de oriëntaties ten opzichte van de zon). Er is een keuze uit 26 tot 40 mogelijke locaties, waarvan er minimaal 20 ingevuld dienen te worden.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 20 van 33

Tabel 5: Mogelijke locaties van de vleermuiskasten. De nummers komen overeen met die in afbeelding 15 en afbeeldingen x-y. Nr. Locaties Aantal te realiseren kasten (minWindrichtingen max) 1 Zandvoortselaan - hoek Kijkduinsestraat 2-4 NW (4) 2

Pieter Pauluspad – hoek Kijkduinsestraat

4-6

NW (6)

3

2

NW (2)

4

Zandvoortsestraat, tegenover parkeerplaats Zandvoortselaan Katwijksestraat, hoek Zandvoortsestraat

2-4

NW (2), ZW (2)

5

Kijkduinsestraat

4-6

Z (4), ZO (2)

6

Hoek van Hollandlaan, hoek Kijkduinsestraat

4-6

NW (4), NO (2)

7

Hoek van Hollandlaan

4-6

NW (3), ZW (3)

8

Hoek van Hollandlaan

4-6

NW (4), NO (2)

Totaal

Mogelijkheden: 26-40

NW, Z, ZW, ZO

Afbeeldingen 12 en 13: Locatie 1: Zandvoortselaan - hoek kijkduinsestraat, georiënteerd op het NW; locatie 2: Pieter Pauluspad – hoek Kijkduinsestraat, georiënteerd op het NW (Bron: ABO-Milieuconsult B.V.).

Afbeeldingen 14 en 15: Locatie 3: Zandvoortsestraat, tegenover parkeerplaats Zandvoortselaan, georiënteerd op het NW; Locatie 4: Katwijksestraat, hoek Zandvoortsestraat, georiënteerd op het NW en ZW (Bron: ABO-Milieuconsult B.V.).

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 21 van 33

Afbeelding 16 en 17: Locatie 5: Kijkduinsestraat, georiënteerd Z, ZO; Locatie 6: Hoek van Hollandlaan, hoek Kijkduinsestraat, georiënteerd op het NW en NO (Bron: ABO-Milieuconsult B.V.).

Afbeelding 18 en 19: Locatie 7: Hoek van Hollandlaan, georiënteerd op het NW en ZW; Locatie 8: Hoek van Hollandlaan, georiënteerd op het NW en NO (Bron: ABO-Milieuconsult B.V.).

6.1.5

Plaatsing vleermuiskasten

De alternatieve verblijfplaatsen moeten voldoen aan de richtlijnen opgesteld in het kennisdocument gewone dwergvleermuis (Versie 2.0, april 2024). Richtlijnen Kennisdocument: -

-

Grootte van de alternatieve verblijfplaatsen moet voldoen aan de maatvoering (afbeelding 20); Positie van de alternatieve verblijfplaatsen om differentiatie aan te bieden in temperatuur en locatie (afbeelding 21); Materiaal van de alternatieve verblijfplaatsen moet duurzaam en voldoende buffering geven; Aansluiten op oorspronkelijke situatie, hierbij worden de alternatieve kasten zo dicht mogelijk (binnen 50 meter) en minimaal binnen 200 meter van de originele verblijfplaats geplaatst (zie ook afbeelding 11); Een minimale gewenningsperiode van drie maanden in de actieve periode van vleermuizen; De alternatieve verblijfplaatsen dienen buiten het bereik van predatoren te worden geplaatst; De invliegopeningen zijn niet verlicht en vrij van obstakels; Monitoring effectiviteit van de geplaatste alternatieve verblijfplaatsen.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 22 van 33

Afbeelding 20: Maatvoering van de alternatieve verblijfplaatsen. (bron: Kennisdocument gewone dwergvleermuis).

Bij de mitigatie van vijf zomer/paarverblijven is rekening gehouden met de richtlijnen opgenomen in het Kennisdocument van de gewone dwergvleermuis. De richtlijnen zijn toegepast door te werken met verschillende kleuren (zwart/wit), meerlaagse kasten en verschillende windrichtingen. Bij de 20 alternatieve verblijfplaatsen worden alle zonrichtingen nu minimaal één keer benut (zie tabel 5 en afbeeldingen 11-19). Met deze werkwijze worden zowel warme als koelere verblijfplaatsen aangeboden.

Afbeelding 21: Informatie locatie en hoogte vleermuiskasten (Bron: Kennisdocument ruige dwergvleermuis).

Voor de alternatieve verblijfplaatsen is tevens een minimale hoogte van vier meter van belang en minimaal twee meter boven uitbouw. Bij de realisatie van de alternatieve verblijfplaatsen is het daarnaast ook belangrijk om te kijken waar de originele verblijfplaatsen in het hotel zitten om deze hoogtes aan te houden bij de plaatsing.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 23 van 33

6.1.6

Periode

Voor de vleermuiskasten geldt het volgende: - Om ervoor te zorgen dat de vleermuizen voldoende tijd hebben om de nieuw aangeboden vleermuiskasten te ontdekken, is rekening gehouden met een gewenningsperiode van minimaal drie maanden in het actieve seizoen van april – oktober; - Na de gewenningsperiode kan ontmoedigd worden in april of oktober; - De alternatieve vleermuiskasten moeten blijven hangen gedurende de werkzaamheden van de ingreep en zullen in die tijd ook onderhouden worden; - De kasten mogen pas verwijderd worden, na drie maanden in de actieve periode van april tot oktober en ná oplevering van het nieuwe gebouw. Pas na ontmoediging van de kasten en een controle door een ecoloog, mogen de vleermuizen verwijderd worden; - Het verwijderen van de alternatieve voorzieningen is niet noodzakelijk. Wanneer de vleermuiskasten geen belemmering vormen, komt het de vleermuizen ten goede als deze blijven hangen zolang de kasten functioneel zijn. De in dit rapport genoemde perioden kunnen eerder beginnen of later eindigen, afhankelijk van de lokale meteorologische omstandigheden. In tabel 6 zijn de gevoelige periode voor vleermuizen weergegeven. Tabel 6: Overzicht van de gevoelige periode voor het uitvoeren van werkzaamheden. Gevoelige periode jan feb mrt apr mei jun jul vleermuizen

aug

sep

okt

nov

dec

Verstorende activiteiten* die verblijfplaatsen beïnvloeden, die naar verwachting jaarrond in gebruik zijn (zonder reproductie- en zonder massawinterverblijffunctie). Verstorende activiteiten* die alleen een massawinterverblijfplaats beïnvloeden. Verstorende activiteiten* die een kraamverblijfplaats beïnvloeden.

Verstorende activiteiten* die vliegroutes en/of foerageergebieden beïnvloeden gerelateerd aan massawinterverblijfplaats(en) Verstorende activiteiten* die vliegroutes en/of foerageergebieden beïnvloeden gerelateerd aan (een) kraamverblijfplaats(en) Activiteiten kunnen in principe niet uitgevoerd worden. Activiteiten kunnen alleen uitgevoerd worden als de weersomstandigheden en het seizoensverloop het toelaten. Specifiek voor kraamverblijfplaatsen geldt dat activiteiten in de periode van april tot half mei alleen uitgevoerd kunnen worden als uit een controle blijkt dat verblijfplaatsen (nog) niet in gebruik zijn. Activiteiten kunnen uitgevoerd worden mits er geen functies (meer) aanwezig zijn en als alle noodzakelijke maatregelen getroffen zijn. *Dit betreffen (permanente of alternatieve) activiteiten die ervoor zorgen dat de verblijfplaats of vlieg-/foerageerroute niet meer als dermate kan functioneren. Voorbeelden zijn handelingen die ervoor zorgen dat een verblijfplaats ongeschikt wordt, het beschijnen van de functie met licht, het plaatsen van een steiger voor een verblijfplaats et cetera. De tabel geeft voor de betreffende functies aan wanneer dergelijke verstorende activiteiten (onder voorwaarden) uitgevoerd mogen worden.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 24 van 33

6.1.7

Gewenning

Alternatieve kasten moeten minimaal drie maanden hangen in de actieve periode van vleermuizen (april tot en met oktober, afhankelijk van het weer). Om tijd te besparen in het proces zijn de alternatieve kasten vooruitlopend op de omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit opgehangen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de sloopwerkzaamheden niet eerder zullen worden uitgevoerd dan nadat de benodigde omgevingsvergunning voor die activiteit(en) is verkregen 6.2

Werkwijze ontmoedigen -

6.2.1

Voorafgaand aan de renovatiewerkzaamheden, dient het gebouwencomplex ongeschikt gemaakt te worden voor verblijvenplaatsen van vleermuizen. Dit wordt ook wel ‘ontmoediging’ genoemd. Hierbij worden aanpassingen aan de gebouwen binnen het onderzoeksgebied gedaan, waardoor eventueel aanwezige vleermuizen wel uit de gebouwen kunnen vliegen, maar er niet terug in. Voor het ontmoedigen zijn er twee opties aanwezig. In volgorde van voorkeur zijn deze (Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12, april 2024); Optie 1: ‘Exclusion flaps’ (paragraaf 6.2.1); of Optie 2: Creëren tochtgaten (paragraaf 6.2.2). Optie 1: ‘Exclusion flaps’

Het toepassen van ‘Exclusion flaps’ heeft de voorkeur, maar is, gezien het formaat van het gebouw en de vele open stootvoegen, een kostbaar en tijdrovende optie. In het gehele complex, dienen open stootvoegen, kieren en dilatatievoegen afgesloten te worden. Dit moet gebeuren met ‘exclusion flaps’. Dit zijn stukken stevig plasticfolie die aan bovenzijde en aan de zijkanten tegen de muur worden bevestigd zodat deze openingen zoals stootvoegen afdekken. Aan de onderzijde zijn deze flappen open, maar hebben een glad oppervlak. Dit biedt vleermuizen wel de mogelijkheid weg te komen maar verhindert terugkeer, zie afbeelding 22.

Afbeelding 22: Voorbeeld van een ‘exclusion flap’.

Activiteitenplan, Atlantic Kijkduinhotel te Den Haag, ANL23-8161

Pagina 25 van 33

Voorwaarden toepassing ‘exclusion flaps’: - de ‘exclusion flaps’ worden op alle openingen en open stootvoegen geplaatst; - nadat het gebouw ongeschikt gemaakt is voor vleermuizen dient men het gebouw minimaal drie dagen met avondtemperaturen van meer dan 10 ºC ongemoeid te laten. Dit is noodzakelijk om vleermuizen die zich nog ergens in het gebouw bevinden ruim de kans te geven het gebouw te verlaten; - na drie dagen met een avondtemperatuur van 10 ºC wordt door twee ecologen een avondronde uitgevoerd om te controleren of er nog uitvliegers zijn. Nadat deze controleronde positief is bevonden, mogen renovatiewerkzaamheden starten; - na de controleronde door de ecologen kunnen de ‘exclusion flaps’ vervangen worden door rondschuim of spouwborstels. Vulschuim of bijenbekjes mogen niet gebruikt worden, omdat vleermuizen hierin kunnen blijven hangen en vervolgens doodgaan. - na ontmoediging mag de sloop van het pand van start gaan; - als tijdens de werkzaamheden toch vleermuizen worden aangetroffen, moeten de werkzaamheden onmiddellijk worden stopgezet en moet een vleermuisdeskundige worden geraadpleegd over de manier waarop de werkzaamheden verder uitgevoerd kunnen worden met zo min mogelijk negatieve effecten voor de aangetroffen vleermuizen. 6.2.2

Optie 2: Creëren tochtgaten

Het creëren van tochtgaten is ook een mogelijkheid maar wordt door het Kennisdocument gewone dwergvleermuis als optie afgeraden. Het aanbrengen van openingen in muren, waardoor tocht in spouwmuren ontstaat, kan na enkele dagen of weken leiden tot gewenning bij de vleermuizen waardoor de dieren andere delen van een spouw in gebruik kunnen nemen. Het aanbrengen van tochtgaten kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld de bakstenen op alle hoeken van het gebouw (‘kopse kanten’) te verwijderen zodat de spouwmuren open komen te liggen. Vervolgens dienen op elke woonlaag dusdanig veel tochtgaten in de spouwmuren zelf te worden gemaakt dat de vleermuizen nergens meer een tochtvrije locatie kunnen vinden waar een voor hen gunstig microklimaat heerst. In figuur 23 is een voorbeeld geschetst hoe ontmoediging in (een deel) van het gebouw kan plaatsvinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16258400/1