RIS323766 Bijlage Haalbaarheidsonderzoek nieuw popfestival Den Haag Geredigeerd
Tekst van het document
Niettemin ziet tenminste één (landelijk opererende) partij kansen, maar daar worden uitdrukkelijk wel een aantal voorwaarden aan verbonden (die overigens ook door de andere partijen worden genoemd): a. het is een betaald festival met marktconforme toegangsprijzen; b. de ontwikkeling van een mogelijk nieuw festival vraagt tijd (step by step) en een aanzienlijke investering aan de voorkant (kosten gaan voor de baten uit); c. samenhangend met b.: om uiteindelijk tot een economisch verantwoord ‘businessmodel’ te komen is een meerjarig commitment van de grond-/locatie-eigenaar (in het geval van het Malieveld is dat Staatsbosbeheer) en/of de gemeente met betrekking tot het gebruik van een vaste locatie een belangrijke randvoorwaarde; meer concreet betekent dit dat de beschikbaarheid van de locatie meerjarig gegarandeerd is (één van de partijen sprak over een periode van ‘tien jaar’); de marktpartijen die we hebben geconsulteerd wijzen allemaal het Malieveld aan als de enige echt geschikte locatie (zie ook hierna: d.); d. de productie van een eventueel nieuw festival wordt gekoppeld aan een extra dag (‘los concert’), zoals dat ook in 2022 het geval was bij Parkpop, of aan een reeds bestaand festival in hetzelfde weekend en op dezelfde locatie; hiermee kunnen de productiekosten worden uitgesmeerd over meerdere dagen en/of evenementen.
| 19 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
Een inhoudelijk concept dat bij de marktconsultatie is genoemd, is om te starten met een optreden van één of twee nationaal (en internationaal) grote bekende Haagse acts, en om dit evenement daarna stapsgewijs uit te bouwen naar een breder een- of meerdaags festival. Presentatiemogelijkheden voor beginnende en/of minder bekende Haagse bands, zoals het ‘Haagse veld’ dat ten tijde van Parkpop bood, zijn hiermee niet gegarandeerd. Het is immers de (nieuwe) initiator/organisator (en ‘risicodragende partij’) die het inhoudelijk concept bepaalt. Gelet op onder andere de maximale bijdrage die vanuit de ‘regeling Publieksevenementen’ voor een nieuw grootschalig evenement kan worden aangevraagd (zie paragraaf 3.1), zal het naar verwachting niet mogelijk zijn om de toegangsprijs van een nieuw festival ‘kunstmatig’ laag te houden, nog los van de vraag of het in deze tijd een taak van de gemeente is om een ‘commercieel’ festival financieel te ondersteunen. Wel is het denkbaar dat bepaalde onderdelen van een nieuw festival, bijvoorbeeld een ‘talentstage’, door de gemeente worden gesubsidieerd, bijvoorbeeld vanuit de regeling ‘Haagse kunst- en cultuurprojecten’ (budget ‘Cultuur’). Maar zoals gezegd: dit zou dan het initiatief moeten zijn van de (nieuwe) organisator van het festival, bij voorkeur in samenwerking met de Haagse popinstellingen.
Daarbij tekenen we nog wel uitdrukkelijk aan dat publieke gelden en/of fondsbijdragen altijd maar een zeer beperkt deel van de totale begroting zullen kunnen dekken, terwijl het werven daarvan veel tijd (en dus ook geld) kost. Ook staat het vaak ‘incidentele’ karakter van dergelijke externe gelden op gespannen voet met de behoefte aan een langjarige, structurele bekostiging. Gelijk met de voornoemde marktconsultatie hebben we gesproken met twee grote potentiële sponsoren. Zij geven (ook) aan ruimte te zien voor een nieuw grootschalig festival in Den Haag en hebben zich bereid verklaard om met een eventuele (nieuwe) initiator/trekker in gesprek te gaan over de mogelijkheden voor structurele samenwerking. Het is binnen het kader van dit onderzoek niet mogelijk om voor dit scenario een globale begroting te presenteren. Maar het is ook niet relevant. Een dergelijke begroting is namelijk de verantwoordelijkheid (en expertise) van een (private) partij, die bereid is om een nieuw festival te ontwikkelen en daarin te investeren. Wel durven we een voorzichtige aanname te doen dat een nieuw grootschalig festival op termijn minstens 50.000 betalende bezoekers (bij marktconforme toegangsprijzen) moet trekken om economisch voldoende toekomstbestendig te zijn.
6.2 Scenario 2: Versterken van bestaande festivals op het onderdeel ‘talentontwikkeling’ In dit scenario worden de presentatiemogelijkheden voor Haags talent op een aantal bestaande festivals uitgebreid. Dit kan worden gerealiseerd door het programma langer te laten doorlopen, een extra (fysiek) podium te creëren of een extra festivaldag toe te voegen. Er zijn op dit ogenblik in Den Haag al festivals of concertseries die structureel aandacht besteden aan lokaal talent. Denk aan Bevrijdingsfestival Den Haag, The Life I Live, Kaderock en Sniester. Op basis hiervan zijn er twee sporen denkbaar: verdere versterking van de presentatiemogelijkheden op de festivals die nu al structureel aandacht besteden aan Haags
| 20 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
talent (zie hiervoor) of meer verbreding naar bestaande evenementen die nog weinig of geen mogelijkheden bieden aan talentontwikkeling. Het voordeel van dit scenario is dat er in absolute zin meer mogelijkheden komen voor Haags talent om zich binnen het gehele festivalseizoen in eigen stad te presenteren, dat er een betere spreiding van activiteiten komt over het jaar en dat de verantwoordelijkheid voor het ondersteunen en zichtbaar maken van lokaal talent breder wordt getrokken. Het nadeel van dit scenario is dat niet meer alles op één dag samenkomt in een ‘big bang’ voor een groot (nationaal of zelfs internationaal) publiek. Tegelijkertijd moeten we vaststellen dat, nu Parkpop er niet meer is, het creëren van een nieuw ‘Haags Veld’ als ‘uithangbord’ en ‘aanjager’ op een nieuw te ontwikkelen festival een complexe, wellicht omslachtige en uiterst onzekere exercitie is (zie scenario 1). In dat opzicht is scenario 2 een pragmatische oplossing voor het wegvallen van Parkpop. Uitvoering van dit scenario vraagt uitdrukkelijk wel om ‘eigenaarschap’ en ‘regie’ in de zin van programmatische en agendatechnische afstemming, bandscouting en -coaching, het beheren van geoormerkt geld voor talentontwikkeling en het (mogelijk) aanvragen van extra fondsen. Of zoals een festivalorganisator treffend zei: ‘met alleen wat extra geld geven, gaat het zeker niet werken’.
Een en ander kan worden bewerkstelligd door: a. coördinatie door een collectief van poporganisaties. Dat kunnen de huidige opdrachtgevers van dit onderzoek zijn en/of een vertegenwoordiging daaruit, die bijvoorbeeld opereren als ‘programmacommissie’; b. coördinatie door een Haagse ‘systeeminstelling’. Het ligt dan voor de hand dat Popradar hierin een rol gaat spelen; c. een ‘makelaar’ en/of ‘stadsprogrammeur’ die zich expliciet richt op talentontwikkeling. Met een op te richten ‘Stimuleringsfonds talentontwikkeling Haagse popcultuur’ kan dan binnen meerdere festivals een extra impuls worden gegeven aan het popculturele makersklimaat in Den Haag. Omdat de bestaande festivals al beschikken over een professionele infrastructuur, kunnen dan met een relatief bescheiden budget – er is indicatief gesproken over een bedrag van € 200K per jaar structureel – de presentatiemogelijkheden voor Haags talent aanzienlijk worden uitgebreid. De vraag is of een dergelijk fonds uitsluitend uit ‘publiek geld’ zou moeten bestaan.
Er kan worden onderzocht in hoeverre de (inmiddels) grote Haagse bands en/of aan de popsector gelieerde bedrijven bereid zijn om ‘iets terug te doen’ voor de stad in de vorm van een storting in dit fonds, min of meer vergelijkbaar met de (particuliere) initiatieven die in Engeland zijn ontwikkeld om de kleinschalige poppodia (de ‘kraamkamers’ van de sector) financieel te ondersteunen. Ten slotte biedt het genoemde fonds de mogelijkheid om bij te dragen aan het principe van ‘fair pay’ binnen de Haagse popsector.
6.3 Scenario 3: ‘Haagse Veld’ als stand-alone-festival Tijdens onze verkenning werd door onze gesprekspartners regelmatig geopperd om het ‘Haagse Veld’, zoals we dat kennen als onderdeel van (voorheen) Parkpop, door te ontwikkelen naar een ‘stand-alone-festival’. Tegelijkertijd werd dan meestal vastgesteld dat een dergelijk concept naar verwachting te weinig mensen zal trekken om voldoende impact te
| 21 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
genereren. BMC onderschrijft deze gedachte. Impact wordt vooral bereikt door Haags talent de mogelijkheid te bieden om in een professionele setting het podium te delen met gevestigde en/of bekende acts en zich zo te presenteren voor een breed en/of groot publiek (vergelijk met scenario 1 en 2). Dat is in dit scenario niet of nauwelijks te realiseren. Om die reden hebben we het model van het Haags Veld als ‘stand-alone-festival' in het kader van dit onderzoek niet verder uitgewerkt.
6.4 Scenario 4: Een nieuwe festival dat aandacht besteedt aan de Haagse popcultuur in de volle breedte Er ligt wellicht een grotere kans als het begrip ‘popcultuur’ breder en diverser wordt geïnterpreteerd. ‘Popcultuur’ is vanzelfsprekend niet alleen rock, indie, blues, hiphop en dance. ‘Popcultuur’ is ook het Nederlandstalige ‘levenslied’, Turkse populaire muziek, Arabsounds, hindipop en bollywood, kaseko, kawina en tal van andere stijlen. Een groot stadsfestival waar de hele stad samenkomt, al dan niet op verschillende locaties, zou recht doen aan de culturele diversiteit van Den Haag. Dit zou bovendien een verbindend evenement kunnen zijn in de aanloop naar de kandidatuur voor Culturele Hoofdstad. Het initiëren, organiseren en financieren van zo’n evenement is echter een complexe opgave. Het samenbrengen van zoveel verschillende culturele stromingen binnen een festival vraagt om een langdurige gezamenlijke inspanning. Toch biedt het ons inziens een concreet en richtinggevend doel in lijn met de Haagse Cultuurvisie 2033. De ervaring die stadsbreed wordt opgedaan bij het organiseren van zo’n evenement brengt de verwezenlijking van de ambities voor 2033 dichterbij.
| 22 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
H7 | Conclusies en aanbevelingen Een aantal vooraanstaande Haagse popinstellingen heeft aan BMC gevraagd de haalbaarheid van een ‘doorstart’ van Parkpop Den Haag te onderzoeken, dat wil zeggen: concreet uit te werken waar zo’n festival zou moeten plaatsvinden, hoe het programma er dan globaal uit zou moeten zien, wie belast zouden moeten worden met de organisatie ervan en welk budget er nodig is om het te realiseren. De conclusie die we in het kader van ons onderzoek al snel hebben moeten trekken is dat een ‘doorstart’ (sec) van Parkpop Den Haag niet haalbaar is. We hebben het dan over een gratis of ‘bijna gratis’ (ticket van maximaal € 25) toegankelijk grootschalig festival met een ‘Haags Veld’, conform de uitvraag van de Haagse popinstellingen. In feite is dit ook een (her)bevestiging van de conclusies die de organisatoren van Parkpop Den Haag eerder zelf hebben getrokken. Na deze conclusie hebben we samen met onze opdrachtgevers de vraag gesteld: maar wat dan wel? Want de inzet van de Haagse popinstellingen is vooral gericht op het borgen van de functie die Parkpop altijd heeft gehad voor de Haagse talentontwikkeling. Daarmee is de focus van het onderzoek verschoven.
We hebben vervolgens vier mogelijke scenario’s onderzocht: 1. de ontwikkeling van een nieuw popfestival met een schaalgrootte en uitstraling vergelijkbaar met Parkpop, maar dan tegen andere condities dan het voormalige Parkpop; 2. versterken van de bestaande festivals op het onderdeel ‘talentontwikkeling’; 3. het ‘Haagse Veld’ als stand-alone-festival; 4. een nieuw festival dat aandacht besteedt aan Haagse popcultuur in alle verschijningsvormen. BMC is van mening dat het versterken van de bestaande Haagse festivals op het onderdeel ‘talentontwikkeling’ op korte termijn de meeste kansen biedt om ervoor te zorgen dat de prestatiemogelijkheden voor Haags talent in de stad in voldoende mate aanwezig blijven en zelfs kunnen worden uitgebreid. Enkele Haagse festivalorganisatoren hebben al aangegeven daartoe goede mogelijkheden te zien. En omdat de benodigde infrastructuur al aanwezig is, kan met een (relatief) klein (extra) budget een aanzienlijke impuls worden gegeven en kunnen partijen direct sturen op resultaat. Om die reden wijzen we scenario 2 aan als voorkeursscenario. Het is belangrijk dat de voornoemde ‘impuls’ niet alleen maar van 'financiële' aard is. Het gaat ook om een inhoudelijke ontwikkeling en verbreding, programmatische afstemming, en talentscouting en -begeleiding.
Voor de bekostiging hiervan zou een (nieuw) ‘Stimuleringsfonds talentontwikkeling Haagse popcultuur’ in het leven moeten worden geroepen. Private investeerders (nationaal en internationaal succesvolle Haagse acts, branchegerelateerde bedrijven, particuliere weldoeners et cetera) worden gestimuleerd om op te treden als ‘co-financier’ van dit fonds. Op deze wijze kan worden bewerkstelligd dat weer een deel van de verdiende middelen terugvloeit in de Haagse popculturele keten. Een
| 23 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
dergelijke publiek-private stimuleringsregeling op stedelijk niveau is, voor zover onze kennis reikt, uniek in Nederland. De verdere inhoudelijke en financiële uitwerking van dit scenario vragen uitdrukkelijk om een ‘trekker’ dan wel een ‘regisseursfunctie’. Het ligt voor de hand deze functie te beleggen bij Popradar als ‘systeeminstelling’. Wij adviseren Popradar om in samenspraak met de andere opdrachtgevers van dit onderzoek en met een aantal grote Haagse festivalorganisatoren hiervoor een plan op hoofdlijnen uit te werken. Dit plan kan dan gelijktijdig met dit rapport aan de gemeente worden aangeboden. Parallel aan de nadere uitwerking van scenario 2 kunnen de Haagse poporganisaties verdere gesprekken aangaan met de landelijke partijen die bij de marktconsultatie hebben aangegeven kansen en/of mogelijkheden te zien voor een nieuw grootschalig festival. Daarbij dient in de eerste plaats te worden gekeken naar de randvoorwaarden, zoals die zijn geformuleerd in dit rapport. PAARD is in dit kader bereid om het initiatief te nemen voor een aantal vervolggesprekken met ‘de markt’. Gelet op het nationale en internationale netwerk waarover PAARD beschikt, lijkt ons dit een logische stap.
Tot slot Om recht te doen aan de traditie van Parkpop enerzijds en de veranderende demografie van Den Haag (en Nederland) anderzijds, zou het goed zijn om bij de verdere uitwerking van de scenario’s, zoals hiervoor geschetst, het begrip ‘popstad’ ruimer te gaan interpreteren dan enkel de traditionele pop en rock. Dat wil zeggen een verbreding van genres en de betrokkenheid van meer partijen in de stad dan de huidige initiatiefnemers. In dat opzicht zijn er nog interessante bruggen te slaan en liggen er in het kader van Culturele Hoofdstad 2033 kansen op dit gebied.
| 24 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
Bijlage 1 | Bronnen In het kader van ons onderzoek hebben we gesproken met de volgende organisaties en/of personen: ● PIP Den Haag ● Popradar ● Popdistrict ● Stichting Aight ● PAARD ● Musicon ● DUCOS ● MOJO Concerts ● Popagenda Scheveningen ● Cultuurschakel ● Raak Events ● R.G. Ruijs Stichting (Bevrijdingsfestival Den Haag) ● Management Di-rect ● PROOOST Events ● Bibliotheek Den Haag ● Zuiderparktheater ● Haags Overleg Poppodia ● Gemeente Den Haag, afdeling Economie ● Gemeente Den Haag, afdeling Cultuur ● Gemeente Den Haag, Evenementenbureau ● Gemeente Den Haag, portefeuillehouder Financiën, Cultuur en Economische Ontwikkeling ● Staatsbosbeheer ● Heineken Nederland ● In-Bev ● Greenhouse Talent ● Friendly Fire ● Agents After All
| 25 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
Colofon 30 oktober 2025 Classificatie
:
Intern gebruik
Namen adviseurs
:
● ●
Projectnummer
:
PO043876
| 26 | Een nieuw popfestival in Den Haag?