RIS323766 Bijlage Haalbaarheidsonderzoek nieuw popfestival Den Haag Geredigeerd
Tekst van het document
Een nieuw popfestival in Den Haag? Haalbaarheidsonderzoek in opdracht van het veld
Rapport | 30 oktober 2025
Partners in verbetering
Een nieuw popfestival in Den Haag? Haalbaarheidsonderzoek in opdracht van het veld
Rapport Stichting Musicon (i.s.m. Popradar, PAARD, PIP Den Haag, Popdistrict en Aight)
Een nieuw popfestival in Den Haag?
Samenvatting Een aantal vooraanstaande Haagse popinstellingen heeft aan BMC gevraagd de haalbaarheid van een ‘doorstart’ van Parkpop Den Haag te onderzoeken, dat wil zeggen: concreet uit te werken waar zo’n festival zou moeten plaatsvinden, hoe het programma er dan globaal uit zou moeten zien, wie belast zouden moeten worden met de organisatie ervan en welk budget er nodig is om het te realiseren. De conclusie die we in het kader van ons onderzoek al snel hebben moeten trekken, is dat een ‘doorstart’ (sec) van Parkpop Den Haag niet haalbaar is. We hebben het dan over een gratis of ‘bijna gratis’ (ticket van maximaal € 25) toegankelijk grootschalig festival met een ‘Haags Veld’, conform de uitvraag van de Haagse popinstellingen. In feite is dit ook een (her)bevestiging van de conclusies die de organisatoren van Parkpop Den Haag eerder zelf hebben getrokken. Na deze conclusie hebben we samen met onze opdrachtgevers de vraag gesteld: maar wat dan wel? Want de inzet van de Haagse popinstellingen is vooral gericht op het borgen van de functie die Parkpop altijd heeft gehad voor de Haagse talentontwikkeling. Daarmee is de focus van het onderzoek verschoven. Het belang dat Parkpop heeft gehad voor de stad Den Haag wordt breed erkend. ‘Parkpop heeft Den Haag 40 jaar lang in de schijnwerpers gezet als de popstad van Nederland’. Maar het festival heeft niet alleen dat bereikt.
Parkpop heeft tevens gefunctioneerd als ‘uithangbord’, ‘aanjager’ en ‘streefdoel’ voor de Haagse popscene. Dankzij de nationale en internationale artiesten die op Parkpop optraden, hebben veel mensen jaar in jaar uit (ook) kennis kunnen maken met de rijke Haagse popcultuur. Voor veel opkomende Haagse artiesten geldt dat Parkpop heeft bijgedragen aan hun ontwikkeling naar een professionele carrière. Haags talent heeft in de eerste plaats behoefte aan meerdere podia en/of momenten om zich bij voorkeur jaarrond te presenteren aan een groot publiek. Grote Haagse festivals, zoals het Bevrijdingsfestival, The life I Live, Kaderock en Sniester, zijn hiervoor de aangewezen evenementen. Deze festivals bieden een breed en aansprekend programma, waarmee zij een groot publiek trekken, ook van buiten Den Haag. Bovendien beschikken deze festivals al over een professionele infrastructuur. Niet dat deze festivals nu geen aandacht besteden aan lokale acts en/of aanstormend Haags talent, maar de betrokken organisatoren onderschrijven dat er meer mogelijkheden zijn om van betekenis te zijn voor opkomend talent uit eigen stad, zowel voor wat betreft het aantal optredens en/of presentaties, als voor een verdere inhoudelijke verdieping en verbreding. Het uitbreiden van speelkansen voor Haagse talenten binnen deze festivals kan het verlies van Parkpop (deels) ‘compenseren’.
Wat is hiervoor nodig? In de eerste plaats moeten de genoemde festivals zelf de mogelijkheden zien (en ontwikkelen) om meer Haags talent te kunnen ondersteunen. Het dient een ‘bottom-up’-ontwikkeling te zijn. Echter, door de economische uitdagingen waarmee festivals
Een nieuw popfestival in Den Haag?
te maken hebben, staan de speelkansen voor (nog) onbekend talent nu al onder druk en dit vormt een bedreiging voor de toekomst van de popstad Den Haag. Met een op te richten ‘Stimuleringsfonds talentontwikkeling Haagse popcultuur’ kan binnen meerdere bestaande festivals een extra impuls worden gegeven aan het popculturele makersklimaat in Den Haag. Dit is echter niet alleen een kwestie van ‘wat extra budget’, waarop festivalorganisatoren een beroep kunnen doen. Het vraagt ook om ‘regie’ en betrokkenheid van lokale popinstellingen en podia, onder andere op het gebied van programmatische afstemming, talentscouting en -coaching, en budgetverdeling. Het gaat dus uitdrukkelijk niet alleen om het creëren van meer ‘speelbeurten’, maar ook om inhoudelijke ondersteuning. Voor het beheren en/of coördineren van een dergelijke regeling is er een logische rol weggelegd voor Popradar als ‘systeeminstelling’, uiteraard in samenwerking met andere partners, om zo het popveld in de volle breedte te betrekken.
Ook kan worden bekeken in hoeverre de (inmiddels) grote Haagse bands en/of aan de popsector gelieerde bedrijven bereid zijn om ‘iets terug te doen’ voor de stad in de vorm van een storting in dit fonds, een vorm van cofinanciering, min of meer vergelijkbaar met de (particuliere) initiatieven die in Engeland zijn ontwikkeld om de kleinschalige poppodia (de ‘kraamkamers’ van de sector) financieel te ondersteunen. Ten slotte biedt het genoemde fonds de mogelijkheid om bij te dragen aan het principe van ‘fair pay’ binnen de Haagse popsector. Popradar zal, in samenspraak met de andere opdrachtgevers van dit onderzoek en de grote Haagse festivals, hiervoor een concreet plan uitwerken. Parallel aan het vergroten van de presentatiemogelijkheden voor en/of ondersteuning van Haags talent op de (bestaande) Haagse festivals en het oprichten van een ‘Stimuleringsfonds talentontwikkeling Haagse popcultuur’ kunnen de Haagse poporganisaties in gesprek gaan met de landelijke partijen. Deze partijen hebben in de door BMC uitgevoerde marktconsultatie aangegeven kansen te zien voor de ontwikkeling van een nieuw festival met een variatie aan grote nationale en internationale namen, en nieuwe ontdekkingen, en met een landelijk bereik.
Dit zou dan een commercieel geëxploiteerd festival zijn met marktconforme entreeprijzen en onder verantwoordelijkheid van een (grote) professionele festivalorganisatie/concertpromotor, die op landelijk niveau opereert. Daarbij is door de potentiële organisatoren wel een belangrijke randvoorwaarde genoemd. Het Malieveld wordt gezien als de enige passende locatie voor een nieuw festival in Den Haag en dient langjarig beschikbaar te zijn om het festival stapsgewijs op te bouwen en/of door te ontwikkelen. De kosten gaan voor de baten uit. Betrokkenheid van de Haagse poporganisaties bij de ontwikkeling van een nieuw grootschalig popfestival is ons inziens belangrijk, omdat deze partijen waarde kunnen toevoegen in de vorm van lokaal bereik en lokale inbedding. Een dergelijk grootschalig festival kan op de langere termijn mogelijk ook een (extra) podium bieden aan talentvolle Haagse artiesten. Paard heeft aangegeven als initiatiefnemer/trekker te willen fungeren voor verdere verkennende gesprekken met tenminste één grote landelijke festivalorganisator.
Een nieuw popfestival in Den Haag?
Tot slot Om recht te doen aan de traditie van Parkpop enerzijds en de veranderende demografie van Den Haag (en Nederland) anderzijds, zou het volgens BMC goed zijn om bij de verdere uitwerking van de scenario’s, zoals hiervoor geschetst, het begrip ‘popstad’ ruimer te gaan interpreteren dan enkel de traditionele pop en rock. Dat wil zeggen een verbreding van genres en de betrokkenheid van meer partijen in de stad dan de huidige initiatiefnemers. In dat opzicht zijn er nog interessante bruggen te slaan en liggen er in het kader van Culturele Hoofdstad 2033 kansen op dit gebied.
Een nieuw popfestival in Den Haag?
Inhoudsopgave H1 | Inleiding
1
1.1 Aanleiding
1
1.2 Vraagstelling
1
1.3 Verantwoording werkwijze
2
1.4 Leeswijzer
2
H2 | Terugblik op Parkpop 2.1 Festival 2.2 Tijdlijn ontwikkeling Haags Veld 2006-2022 H3 | Kaders en uitgangspunten
3 3 6 8
3.1 Evenementenbeleid gemeente Den Haag
8
3.2 Locatiebeleid gemeente Den Haag
9
3.3 Cultuurvisie gemeente Den Haag
10
3.4 Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028
11
3.5 Financieringsmogelijkheden
11
3.5.1 Gemeentelijke subsidieregelingen
11
3.5.2 Fondsen
12
3.5.3 Culturele hoofdstad van Europa
13
H4 | Omgevingsanalyse
14
4.1 Algemene ontwikkelingen en trends
14
4.2 Demografie van Den Haag
16
4.3 Het Haagse popveld
16
H5 | Consultatie
18
H6 | Scenario’s/ontwikkelingsrichtingen
19
6.1 Scenario 1: Een nieuw grootschalig popfestival in Den Haag
19
6.2 Scenario 2: Versterken van bestaande festivals op het onderdeel ‘talentontwikkeling’ 6.3 Scenario 3: ‘Haagse Veld’ als stand-alone-festival
20 21
6.4 Scenario 4: Een nieuwe festival dat aandacht besteedt aan de Haagse popcultuur in de volle breedte H7 | Conclusies en aanbevelingen
22 23
Bijlage 1 | Bronnen
25
Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.
Een nieuw popfestival in Den Haag?
H1 | Inleiding 1.1 Aanleiding Het organiseren van grootschalige, gratis toegankelijke popfestivals is vanwege enorme kostenstijgingen in de afgelopen jaren steeds moeilijker geworden. Deze situatie heeft ertoe geleid dat ook aan Parkpop Den Haag, ooit het grootste gratis festival van Europa, in 2022 een einde is gekomen. Parkpop was niet alleen een landelijk bekend en toonaangevend festival, het vormde ook een belangrijke schakel in de Haagse popculturele infrastructuur. Het festival bracht alle organisaties en individuen die betrokken zijn bij de popcultuur in Den Haag samen. Parkpop was het moment in het jaar om te laten zien hoe bloeiend het Haagse popklimaat is en waarin Den Haag zich onderscheidt van andere steden in het land: Den Haag, een stad zonder popopleiding, maar met talloze bands die nationaal en internationaal succes boeken. Dit betaalde zich niet alleen uit in enorme bezoekersaantallen op die ene festivaldag in het jaar (>200.000), maar het festival leverde ook een bijdrage aan het verwezenlijken van de ambities en de langetermijndoelen van de Haagse popsector. Een aantal grote Haagse popinstellingen – Musicon, Paard, Popdistrict, Aight, PIP Den Haag en Popradar – wil het ‘vliegwiel’, dat Parkpop altijd voor de samenwerking en de stedelijke talentontwikkeling is geweest, behouden.
Om die reden hebben zij BMC gevraagd om samen met de sector een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheden van een ‘doorstart’ van het festival in een vorm die past binnen reële financiële kaders. Dit rapport is hiervan de uitwerking.
1.2 Vraagstelling De Haagse popsector heeft BMC gevraagd een verkenning uit te voeren naar de mogelijkheden om Parkpop binnen een haalbaar financieringsmodel voort te zetten en/of om een nieuw festival te ontwikkelen dat (ook) voorziet in de ‘vliegwielfunctie’ voor samenwerking en stedelijke talentontwikkeling. Deze verkenning dient tenminste de volgende inzichten op te leveren: a. de gewenste programmering van het festival; b. de gewenste schaalgrootte van het festival (onder andere beoogd publieksbereik); c. de gewenste locatie van het festival; d. de gewenste positionering van het festival (bijvoorbeeld: naam ‘Parkpop’ voortzetten in relatie tot verwachtingen van het publiek?); e. de gewenste toegangsprijs voor het festival; f. het benodigde minimale budget om het festival te kunnen realiseren; g. een haalbaar financieringsmodel; h. het ontwikkelingsmodel voor het festival (bijvoorbeeld: meteen groots uitpakken of groeimodel/fasering?); i. mogelijke samenwerkingspartners om het festival te realiseren en/of om de productie te delen;
| 1 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
j. de inzet die de betrokken partijen kunnen leveren om het festival te realiseren en de mate waarin ze een deel van het financiële risico op zich willen nemen; k. de organisatievorm (onder andere juridisch); l. de rol van de gemeente Den Haag als belangrijkste stakeholder; m. een globaal stappenplan van ‘initiatief’ naar ‘uitvoering’.
1.3 Verantwoording werkwijze We hebben om te beginnen kennisgenomen van alle relevante beleidskaders, waaronder het gemeentelijke evenementen- en locatiebeleid, en het cultuurbeleid. Daarna hebben we een uitgebreide consultatieronde gedaan. We hebben in dat kader een-op-een-gesprekken gevoerd met de initiatiefnemers/opdrachtgevers van dit onderzoek, met de betrokken gemeentelijke beleidsadviseurs en met de portefeuillehouder, met de (voormalige) organisatoren van Parkpop en met een aantal Haagse eventorganisatoren. Ook hebben we de deelnemers aan het Haagse Overleg Poppodia (HOP) gevraagd input te leveren ten behoeve van ons onderzoek. Een volledige lijst van partijen en personen die we hebben gesproken in het kader van ons onderzoek is opgenomen in Bijlage 1 bij dit rapport. Met de opbrengst van de consultatieronde en op basis van een eigen ‘marktanalyse’ hebben we een viertal scenario’s voor een nieuw en/of vernieuwd popfestival en/of voor een toekomstbestendige borging van de Haagse talentontwikkeling uitgewerkt. We hebben deze scenario’s voorgelegd aan onze opdrachtgevers en aan de gemeente, en hun respectievelijke reactie(s) verwerkt in een definitieve rapportage.
1.4 Leeswijzer Omdat het einde van Parkpop een belangrijke aanleiding is voor ons onderzoek, beginnen we met een korte terugblik op dit roemruchte festival (Hoofdstuk 2). Daarna gaan we in op het gemeentelijke beleid dat kaderstellend is voor een mogelijk nieuw en/of vernieuwd festival (Hoofdstuk 3). We vervolgen onze rapportage met een ‘omgevingsanalyse’ (Hoofdstuk 4). In een volgend hoofdstuk hebben we op hoofdlijnen de resultaten van de consultatieronde beschreven (Hoofdstuk 5). De ‘omgevingsanalyse’ en de resultaten van de consultatieronde worden daarna op inhoud, organisatie en businessmodel uitgewerkt in een aantal scenario’s voor een nieuw en/of vernieuwd festival en/of voor een toekomstbestendige borging van de Haagse talentontwikkeling (Hoofdstuk 6). We sluiten de rapportage af met onze bevindingen en een advies aan de opdrachtgever(s) (Hoofdstuk 7).
| 2 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
H2 | Terugblik op Parkpop 2.1 Festival Ontstaansgeschiedenis van het festival Op 5 juli 1981 kreeg Den Haag een nieuw popfestival: Parkpop. Het festival was een samenvoeging van twee bestaande Haagse festivals: Maliepop en Noordzeepop. Beide festivals kenden in 1980 tegenvallende edities. Daarom werd er, toen beide festivals een subsidieaanvraag indienden, vanuit de gemeente Den Haag geopperd om de festivals samen te voegen. De belangrijkste speerpunten voor het nieuwe festival waren gratis toegankelijkheid en promotie voor de stad Den Haag. Voor het nieuwe festival werd gezocht naar een geschikte locatie. Uiteindelijk viel de keuze op de speelweide van het Zuiderpark. Het nieuwe festival Parkpop bleek een groot succes te zijn. Met een line-up die bestond uit onder andere Deutsch Amerikanische Freundschaft (DAF), Barrelhouse en Tygers of Pan Tang wist Parkpop 15.000 muziekliefhebbers naar het Zuiderpark te trekken. Jaarlijks keert Parkpop terug op de laatste zondag van juni. Ten tijde van de oprichting van het festival was het aantal popfestivals in Nederland nog zeer beperkt. In het oprichtingsjaar 1981 was Newpop in Rotterdam het enige festival met een vergelijkbare opzet. In 1982 hield Newpop op te bestaan. Parkpop had daarmee geen concurrentie meer en groeide in korte tijd uit tot het grootste gratis popfestival van Europa.
Met zijn ondertussen legendarische status weet het festival zowel nieuw talent een podium te bieden als vooraanstaande artiesten aan te trekken. Zo traden in 1984 de Dolly Dots op, stond in 1986 Madness op het podium, en hebben ook Curtis Mayfield (1987), De Dijk (1995), Golden Earring (1995), Anouk (1998 en 2022), Robbie Williams (1998), De La Soul (2003) en Amy Macdonald (2012) in het Zuiderpark gespeeld. Opzet van het festival Parkpop startte met één hoofdpodium en 15.000 bezoekers. In de loop der jaren groeit het festival en bereikt het op zijn hoogtepunt een (geschat) bezoekersaantal van 500.000 (1992). Het evenemententerrein van Parkpop in het Zuiderpark is onderverdeeld in drie area’s. Er zijn twee hoofdpodia, publieksruimtes met eetgelegenheden en een popmarkt, en aan de andere kant van het terrein ligt het Haags Veld. Wanneer het festival van het Zuiderpark naar het Malieveld verhuist, verandert ook de indeling. Omdat de netto beschikbare plot op de locatie Malieveld kleiner is dan in het Zuiderpark, worden op deze locatie de podia dichter bij elkaar geplaatst. Gedurende de bestaansgeschiedenis van het festival is de layout van het terrein regelmatig veranderd. In 2013 komt er, naast de hoofdpodia, nog een nieuw podium op het festival: het eerder genoemde Haags Podium. Zie hierna: Tijdlijn ontwikkeling Haags Veld 2006-2022.
Locatie(s) van het festival Van 1981 tot 2019 vindt Parkpop plaats in het Zuiderpark. De locatie is geschikt voor grote bezoekersaantallen tot 500.000. Het Zuiderpark is een volkspark uit de jaren 20, gelegen in het stadsdeel Escamp. Het park is geliefd bij veel inwoners van Den Haag voor picknicken, barbecueën en evenementen. De relaxte en ongedwongen sfeer die het park met zich
| 3 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
meebrengt, vormt in deze tijd een groot deel van de identiteit en aantrekkingskracht van Parkpop. In 2014 werd besloten dat het festival toe is aan een nieuwe opzet. Het organiseren van een gratis festival als ‘stand alone’-versie wordt zowel inhoudelijk als financieel niet langer als haalbaar gezien. Om die reden werd een betaald programma op zaterdag toegevoegd. Later wordt in kader van deze ontwikkeling gekeken naar de mogelijkheden om het festival naar het Malieveld te verhuizen. De organisatie kwam namelijk tot de conclusie dat het Zuiderpark qua ligging, bereikbaarheid en infrastructuur ongeschikt was voor de betaalde onderdelen van het festival. In tegenstelling tot het Zuiderpark is de locatie Malieveld landelijk bekend en goed bereikbaar, waardoor er een nieuw en breed publiek kan worden aangetrokken. Daarnaast beargumenteert de organisatie ook dat het Malieveld qua infrastructuur optimaler is ten opzichte van het Zuiderpark. De beoogde verhuizing wordt in 2022 ook daadwerkelijk gerealiseerd. De aankondiging van de verhuizing van Parkpop doet vanuit verschillende hoeken stof opwaaien. Een deel van de Parkpopliefhebbers wil het festival op de oorspronkelijke locatie in het Zuiderpark behouden en hopen met een petitie dat de beslissing teruggedraaid kan worden1. Ook buurtbewoners van de Nassaubuurt, die aan het Malieveld grenst, zijn niet blij met de beslissing.
Zij vrezen voor de grote geluidsoverlast dat het festival met zich meebrengt2. Tot slot levert de beslissing om Parkpop te verhuizen ook binnen de gemeente Den Haag discussie op. Op 22 april 2022 wordt de motie ‘Hou Parkpop aan meerjarige afspraken Zuiderpark’ ingediend door vier raadsleden. Zij stellen vraagtekens bij de verhuizing op basis van het sponsorcontract met Parkpop BV. Hier blijken echter geen juridische verplichtingen te liggen. Organisatiemodel van het festival Parkpop is ontstaan uit de samenvoeging van twee Haagse festivals: Maliepop en Noordzeepop. De samenvoeging is tot stand gekomen nadat de gemeente Den Haag het idee bij de organisatoren oppert voor één nieuw festival. Rock in Waterland wordt door D’JOB, een van de initiërende partijen, gevraagd om het nieuwe festival mede vorm te geven. Vanaf 2004 is DUCOS, (deels) voortgekomen uit D’JOB, integraal verantwoordelijk voor de programmering en productie van Parkpop. Zoals hiervoor al is opgemerkt, slaat de organisatie in 2014 een nieuwe weg in. Na 34 jaar verandert het festival van een eendaags festival naar een meerdaags evenement. Naast de gratis toegankelijke zondag, komt er nu een betaald onderdeel van het festival op de zaterdag. Later wordt hier nog Parkpop Downtown aan toegevoegd met zowel betaalde als gratis toegankelijke onderdelen.
Een van de doelen van de betaalde onderdelen is om de gratis dag te kunnen financieren en deze dus zo veel mogelijk te behouden. MOJO Concerts ziet potentie in dit nieuwe financieringsmodel. In 2018 stapt deze concertorganisator in bij de organisatie van Parkpop. De intentie van MOJO Concerts was om het festival verder uit te bouwen tot een toonaangevend nationaal popfestival. 1 2
Parkpop hoort echt in het Zuiderpark - Petities.nl. Voorburgs Dagblad | Nassaubuurt ook boos over verhuizing Parkpop naar Malieveld.
| 4 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
De samenwerking met MOJO Concerts zorgt ervoor dat er in de daaropvolgende jaren investeringen worden gedaan in de programmering. Hoewel Parkpop Den Haag in 2022 op het Malieveld met volgens opgave van de organisatoren 250.000 bezoekers een van de succesvolste edities was, besloot MOJO om haar directe betrokkenheid bij Parkpop te beëindigen. Dit besluit werd met name ingegeven door de exorbitant gestegen kosten en het gebrek aan personeel. MOJO blijft DUCOS vanaf dat moment nog wel ondersteunen waar mogelijk, maar is niet langer onderdeel van de organisatie. In juni 2023 wordt ook door DUCOS de toekomst van Parkpop niet langer haalbaar geacht. De coronapandemie, stijgende personeelskosten, artiestenfees en energieprijzen zorgen ervoor dat een gratis festival op de schaal van Parkpop niet langer te realiseren is. Parkpop stopt definitief in 2023. Daarmee vond in 2022 de laatste editie plaats. Financiering van het festival In de beginjaren van Parkpop kon de organisatie gemakkelijk bekende artiesten boeken. Dit kwam doordat in die tijd de inkomsten van artiesten voor het overgrote deel uit platenverkoop bestonden. Optredens op festivals werden gebruikt als promotiemiddel om de verkoop van platen te stimuleren. Als grootste gratis festival van Europa stond Parkpop al snel bekend als ‘the gateway to Europe’.
Het festival kon met deze positionering gemakkelijk grote namen programmeren met een beperkt budget. Dit verdienmodel is in de loop der jaren veranderd. Met de komst van streamingdiensten daalden de inkomsten uit platen- en cd-verkoop van artiesten. Inkomsten uit optredens werden, in tegenstelling tot eerdere jaren, de belangrijkste bron van inkomsten. Als gevolg hiervan stegen de kosten voor de gages. Parkpop, dat altijd met een gering programmabudget grote namen kon programmeren, kon hierdoor veel van de acts niet meer betalen. Ook het festivallandschap heeft gedurende de bestaansgeschiedenis van Parkpop fundamentele veranderingen doorgemaakt. Ten tijde van de oprichting van Parkpop kende het festival nauwelijks concurrentie. In de loop der jaren heeft er een explosieve toename van evenementen plaatsgevonden. De concurrentie voor Parkpop is hierdoor toegenomen. Betaalde festivals kunnen beter voldoen aan de gages van de artiesten, waarmee er een ‘oneigenlijke’ concurrentie plaatsvindt op het gebied van programmabudgetten. Tevens kende Parkpop een toenemende druk op kosten, zoals de productie-, personeels- en veiligheidskosten. Dit samengenomen heeft ertoe geleid dat DUCOS Productions naar eigen zeggen op de edities van 2018 en 2019 totaal € 900.000 verlies heeft geleden. De inkomsten van Parkpop kwamen vanuit verschillende bronnen.
Ten eerste werden inkomsten gegenereerd door drank- en voedselverkoop op het festival. Dit was een relatief kleine inkomstenbron, omdat het publiek van gratis toegankelijke evenementen significant minder uitgeeft dan bezoekers van betaalde evenementen. Daarnaast was er ook een afname in het aantal landelijke bezoekers en was er sprake van een veroudering van het publiek, waardoor de inkomsten op locatie gedurende de jaren nog verder afnamen. Ten tweede verwierf Parkpop Den Haag inkomsten uit sponsordeals. Een van de belangrijkste sponsoren van het festival was de gemeente Den Haag.3 Door middel van een sponsorbijdrage, die was vastgelegd in een meerjarige sponsorovereenkomst, verwierf het festival een significante 3
https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/11432893/1/RIS311188+Beantwoording+SV+Toekomst+Parkpop
| 5 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
inkomstenbron. Op basis van het sponsorcontract was er voor het festival jaarlijks € 250.000 beschikbaar. Later, in 2017, is dit bedrag verhoogd naar € 350.000. De reden voor de ophoging van het sponsorbedrag werd door de gemeente als volgt beargumenteerd: ‘In 2016 waren er reeds gesprekken met de organisatie over de toekomst van Parkpop. De kosten namen toe en de artiesten werden significant duurder, waardoor een gratis festival met aansprekende namen niet meer kostendekkend was te organiseren. De organisatie zou entree moeten gaan heffen of een grotere financiële bijdrage nodig moeten hebben. Om Parkpop kwalitatief te versterken maar ook gratis toegankelijk te houden, is voor de laatste optie gekozen en is de jaarlijkse bijdrage verhoogd. Daarnaast is als tegenprestatie de voorwaarde gesteld dat Parkpop uitbreidt met kleinschalige programmering op een nieuw onderdeel (Parkpop Downtown) om op deze manier Parkpop en de binnenstad te verbinden en pop/rock programmering in de binnenstad te versterken.’
Naast de bijdrage van de gemeente Den Haag haalde Parkpop ook inkomsten uit sponsorovereenkomsten met onder andere Bud (AB InBev), NightWatch en Coca-Cola. Tot slot ontving Parkpop nog inkomsten uit Fonds1818. In 2018 ontving de organisatie € 30.000 aan donaties van Fonds1818.4 In 2019 was dit bedrag € 37.500, waarvan € 30.000 voor het Haagse culturele veld en € 7.500 voor ‘Groen Parkpop’5. Na corona, in 2021, moet ook Fonds1818 bezuinigen en worden eerdere keuzes opnieuw overwogen. Het fonds besluit liever in te willen zetten op langdurige projecten.6 Hierdoor valt Parkpop voor de volgende edities buiten de regeling.
2.2 Tijdlijn ontwikkeling Haags Veld 2006-2022 2006 - Initiële fase: New Horizons Area Musicon wordt door woningbouwvereniging Vestia benaderd voor het verzorgen van de New Horizons Area binnen Parkpop met Stichting Aight als partner. Dit resulteert in een danspodium met breakdance-wedstrijden en optredens van jonge Haagse hiphopartiesten. Hiermee wordt de basis gelegd voor talentontwikkeling binnen het festival Parkpop. 2007-2012: Vestia Jong Stage Er is sprake van een uitbreiding naar een groter podium met focus op danscultuur. Het programma omvat nationale breakdance-wedstrijden, optredens van alle Haagse dansscholen, professionele dansvoorstellingen en een Graffiti Area. Optredens van lokale hiphopacts en bekende artiesten, waaronder Kraantje Pappie, worden toegevoegd. 2013 - Introductie Haags Podium Het Haags Podium wordt formeel gelanceerd als samenwerking tussen het Haags Popcentrum, Musicon en Parkpop. Het podium richt zich op de jaarlijkse presentatie van nieuw Haags poptalent, Stichting Aight zet de hiphoparea zelfstandig voort. 4
https://www.fonds1818.nl/sites/www.fonds1818.nl/files/documenten/fonds1818_-_toegekende_donaties_2018.pdf
5
https://www.fonds1818.nl/sites/www.fonds1818.nl/files/documenten/fonds_1818_-_jaarbericht_2019_-_toegekende _donaties.pdf 6
https://www.ad.nl/den-haag/fonds-1818-moet-bezuinigen-en-kiest-liever-voor-de-eenzame-oudere-dan-de-parkpopbezoeker~a4e5b9ad/?cb=b220ec19-66a9-4769-9382-1449a2723285&%3Bauth_rd=1&auth_rd=1
| 6 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
2014-2017: Groei en diversificatie CultuurSchakel en de Haagse cultuurankers worden toegevoegd aan het samenwerkingsverband om de wijkcultuur van Den Haag te vertegenwoordigen. Dit wordt gerealiseerd via de People Stage met optredens variërend van koren tot talent uit ggz-instellingen en ouderen. 2018-2019: Introductie Haags Veld met vijf area’s De samenwerking breidt zich verder uit met de ontwikkeling van vijf verschillende area’s: ● Haags Podium (Musicon en Popradar) - aanstormend talent; ● Urban Area (Aight) - breakdance en street-art; ● PIP Area (PIP) - ondergrondse elektronische muziek; ● Your Stage - talent van Haagse middelbare scholen; ● People Stage - amateurkunst uit Haagse stadsdelen met CultuurSchakel. 2020-2021: geen festival wegens corona 2022 - Nieuwe locatie en succesvolle samenwerking Parkpop verhuist naar het Malieveld en het Haags Veld groeit uit tot een samenwerkingsverband met tientallen organisaties. De area’s in 2022 zijn: ● Haags Podium (Musicon, Popradar en Popdistrict) - pop; ● I Love HipHop Area + Street Art Area (Stichting Aight) - urban talent en live graffiti; ● Your Stage tent (Haagse middelbare scholen) - talentstage; ● Cultuurmarkt (diverse culturele instellingen) - muziek, dans, toneel en kunsteducatie; ● PIP Area (PIP) - elektronische muziek en skateboarden.
| 7 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
H3 | Kaders en uitgangspunten Bij het beantwoorden van de vraag of er kansen en/of mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling van een nieuw festival op een schaalgrootte vergelijkbaar met die van Parkpop, en zo ja, hoe een dergelijk festival er dan uit zou moeten zien, is het belangrijk om allereerst te kijken naar de belangrijkste geldende kaders en uitgangspunten.
3.1 Evenementenbeleid gemeente Den Haag Het gemeentelijk evenementenbeleid is uitgewerkt in het ‘Geamendeerd voorstel inzake Vaststelling Evenementenbeleid Den Haag 2024-2026’ (raadsbesluit 7 september 2023). De algemene uitgangspunten voor het gemeentelijk evenementenbeleid zijn als volgt verwoord: a. een gevarieerd evenementenaanbod van groot tot klein; b. spreiding over het jaar en door de stad; c. kwaliteit boven kwantiteit; d. inzet op behoud van (traditionele) beeldbepalende Haagse evenementen. Er worden drie categorieën evenementen onderscheiden: 1. Beeldbepalende evenementen: dit zijn grootschalige evenementen die passen bij de stad en Den Haag (inter)nationaal stevig op de kaart zetten als aantrekkelijke stad. Een beeldbepalend evenement voldoet aan de volgende voorwaarden: ● Er is sprake van een (jaarlijks) terugkerend evenement met een lange traditie, dat in essentie hetzelfde is gebleven en door dezelfde organisatie wordt georganiseerd. ● Er is een wederzijds vertrouwen op basis van een jaarlijks substantiële bijdrage gedurende acht jaar (twee collegeperiodes) vanuit het budget ‘Grootschalige Publieksevenementen’. ● Het evenement is typisch Haags en onlosmakelijk verbonden met Den Haag. ● Het evenement zet Den Haag (inter)nationaal stevig op de kaart als aantrekkelijke stad.
● Het evenement heeft minimaal 50.000 bezoekers en is toegankelijk voor een breed publiek. Van de bestaande grootschalige evenementen zijn de NN CPC Loop Den Haag, The Life I Live, het Bevrijdingsfestival Den Haag, Vlaggetjesdag en de Royal Christmas Fair aangemerkt als beeldbepalende elementen. Met deze evenementen worden via overeenkomsten meerjarige afspraken gemaakt. Het jaarbudget voor beeldbepalende elementen bedraagt € 1.130.000 met een jaarlijkse indexatie. 2. Nationale vieringen: dit zijn maatschappelijke publieksevenementen die zijn gekoppeld aan nationale feestdagen en die idealiter elk jaar plaatsvinden. Toetsing aan de subsidiecriteria voor publieksevenementen past niet bij de aard van deze activiteiten. Voorbeelden zijn de Vuurwerkshow en de vreugdevuren tijdens Oud & Nieuw. Vanaf
| 8 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
2024 behoort ook de Intocht Sinterklaas tot deze categorie, waarvoor jaarlijks een budget van € 50.000 met een jaarlijkse indexatie is gereserveerd. Voor alle evenementen binnen deze categorie worden eigen criteria, budgetten en afspraken gemaakt. 3. Overige evenementen: het betreft hier grootschalige (minimaal 25.000 bezoekers) en kleinschalige (2.500 tot en met 24.999 bezoekers) evenementen, waarvoor een subsidieregeling is opgesteld. De evenementen worden incidenteel gesubsidieerd. Op basis van een puntensysteem worden subsidies toegewezen op volgorde van kwalitatieve rangschikking. De aanvragen worden beoordeeld door een interne commissie, die bestaat uit ambtenaren uit de verschillende betrokken beleidsterreinen. Voor grote evenementen mag de gevraagde bijdrage maximaal 30% van de begroting bedragen met een maximum van € 150.000 voor gratis evenementen en € 50.000 voor betaalde evenementen. Voor kleine evenementen mag de gevraagde bijdrage maximaal 30% van de begroting bedragen met een maximum van € 20.000 voor gratis evenementen en € 10.000 voor betaalde evenementen. Voor de overige publieksevenementen is een budget van € 1.200.000 gereserveerd, als volgt verdeeld: € 840.000 voor grootschalige evenementen en € 360.000 voor kleinschalige evenementen. Ten slotte is er een budget voor ‘onvoorziene ontwikkelingen’ opgenomen van € 70.000.
Bij de beoordeling wordt gekeken naar de volgende criteria: ● economische spin-off voor de stad; ● professionaliteit en kwaliteit; ● toegankelijkheid voor een breed publiek (fysiek, sociaal, digitaal); ● duurzaamheid; ● bijdrage aan imago van Den Haag als aantrekkelijke stad (gekoppeld aan Stad aan Zee en Popstad) en het verwachte mediabereik; ● samenwerking met de stad; ● vernieuwing en onderscheidend vermogen; ● aangewezen gebieden (alleen bij kleinschalige evenementen). Het gemeentelijk evenementenbeleid wordt dit jaar geëvalueerd. De uitkomsten van deze evaluatie worden meegenomen als input voor nieuw beleid.
3.2 Locatiebeleid gemeente Den Haag Voor evenementen in de openbare ruimte heeft de gemeente Den Haag locatiebeleid geformuleerd (15 februari 2022 - RIS311559). Evenementenbeleid en locatiebeleid zijn complementair aan elkaar. Er zijn in Den Haag circa vijfentwintig locaties waar regelmatig evenementen plaatsvinden. Voor een zevental locaties zijn profielen uitgewerkt met locatiespecifieke randvoorwaarden. Zes van deze locaties betreffen locaties waar de meeste vergunningsplichtige evenementen met gemiddelde tot zware impact plaatsvinden. Dit zijn: Malieveld, Zuiderpark, Lange
| 9 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
Voorhout, Grote Markt, Strand-Noord en Scheveningen Haven. De zevende locatie met een eigen profiel is het Westbroekpark. Voor deze locaties wordt vanaf 2025 gewerkt met een reserveringskalender. In de locatieprofielen zijn richtlijnen en spelregels opgenomen met betrekking tot: ● het aantal evenementen (gerelateerd aan de impactcategorieën ‘zwaar’, ‘middel’ en ‘licht’); ● herstel- en rustperiodes groen; ● geluid; ● bescherming flora en fauna; ● bereikbaarheid/parkeren; ● op- en afbouw van een evenement; ● omgevingscommunicatie; ● plattegronden. Voor het locatiebeleid is de regelgeving uit het Activiteitenbesluit Milieubeheer en de relevante artikelen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van toepassing. We gaan hier in het kader van ons onderzoek niet verder op in. In dit verband is het nog van belang om erop te wijzen dat het Malieveld (als evenementenlocatie) eigendom is van Staatsbosbeheer en dat Staatsbosbeheer in die hoedanigheid ook gaat over het beschikbaar stellen van het Malieveld aan eventorganisatoren, vanzelfsprekend binnen de kaders van de gemeentelijke regelgeving.
3.3 Cultuurvisie gemeente Den Haag De kaders en uitgangspunten voor het gemeentelijke cultuurbeleid zijn vastgelegd in de ‘Cultuurvisie 2033’. In dit visiedocument worden vier ambities dan wel opgaven geformuleerd die de basis vormen voor de gemeentelijke cultuurvisie. Deze zijn: a. Onderwijs en Ontwikkeling: Cultuureducatie en -participatie. Een leven lang cultuur! b. Diversiteit en Inclusie: Diversiteit en inclusie in de culturele sector. c. Innovatie en Creativiteit: Makersklimaat. Ruimte en aandacht voor de creatieven. d. Aantrekkingskracht: 365 dagen (en nachten). In de Cultuurvisie wordt gesteld dat de Haagse popsector van grote invloed is op de landelijke popmuziek. DI-RECT, Goldband, Son Mieux, Frenna, Golden Earring, Anouk en Kane worden genoemd als vertegenwoordigers van de stad. Er is sprake van een krachtige infrastructuur met Haagse festivals, Amare, PAARD, kleinere poppodia rond de Grote Markt, Popradar als ‘systeeminstelling’, Musicon en PIP. Het belang van festivals wordt in de Cultuurvisie duidelijk onderschreven: festivals zetten de stad landelijk en soms zelfs wereldwijd in de schijnwerpers (zie relatie met ambitie d.). Ten aanzien van festivals wordt de volgende doelstelling geformuleerd: ‘In 2033 dragen culturele festivals meer dan ooit bij aan de verlevendiging van de stad.
Festivals bieden ruimte voor experiment en (startende) makers, zorgen voor samenwerking tussen verschillende organisaties en disciplines, en maken cultuur op laagdrempelige manier toegankelijk. Festivals creëren ook ‘stadstrots’ en maken het mogelijk om ‘een grote diversiteit aan
| 10 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
inwoners met elkaar te verbinden.’ Kleine en middelgrote festivals vormen hierbij de basis en een goede afstemming tussen Cultuur, Economie, Citybranding, Evenementenbureau en Sport is belangrijk. Ook wordt in de Cultuurvisie het belang van de jongeren- en nachtcultuur onderschreven (mede vanwege demografische ontwikkelingen). De Nachtvisie (2023) draagt bij aan de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van diversiteit en inclusie, aantrekkelijkheid en makersklimaat.
3.4 Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2025-2028 In het meerjarenbeleidsplan ‘Den Haag, stad van de kunst - kunst van de stad’, is het gemeentelijke beleid voor kunst en cultuur voor de periode 2025-2028 geformuleerd. Ten aanzien van de muziekgenres ‘pop’, ‘jazz’, ‘urban’ en ‘elektronisch’ wordt in het beleidsplan het volgende gesteld. Den Haag kent een sterke popketen waarin veel aandacht is voor Haagse bands. Er is sprake van een fijnmazig netwerk van poppodia, een livecircuit van een indrukwekkend niveau. Mede vanwege de aanwezigheid van (nog) betaalbare oefenruimtes, is er voldoende instroom van nieuwe makers. Wat wel wordt gemist is een specifiek aanbod gericht op jongeren, nachtcultuur en programmering op het gebied van niet-westerse popmuziek. Daarmee is er nog te weinig potentieel voor vernieuwing en verbreding in Den Haag. De commissie die het advies heeft uitgebracht wijst op het ontbreken van ‘middenpodium’, gericht op doorstroming van talent. Ook wordt het wegvallen van een aantal festivals (Parkpop, I love hip hop) als ‘zorgwekkend’ omschreven. De hoop wordt uitgesproken dat er naast de Crave nog een nieuw festival wordt ontwikkeld. In dat kader wordt de gemeente geadviseerd om een onderzoek te laten uitvoeren naar de behoefte onder de inwoners van Den Haag aan een groot (nieuw) festival.
Ook ziet de adviescommissie nog verbeterpunten op het gebied van samenwerking tussen grote en kleine popinstellingen, en tussen de popsector en andere maatschappelijke partners. Ten slotte wijst de adviescommissie er nog op dat, wil de gemeente haar ‘Nachtvisie’ concreet maken, er dan structureel geld zal moeten worden vrijgemaakt om een 24-uurs openstelling op een aantal plekken in de stad mogelijk te maken.
3.5 Financieringsmogelijkheden Naast de budgetten die in het kader van het gemeentelijke evenementenbeleid jaarlijks beschikbaar zijn (zie 3.1), zijn er nog een aantal andere financieringsregelingen, waarop onder specifieke voorwaarden een beroep kan worden gedaan, en/of mogelijke ‘derde geldstromen’. We gaan hier in deze paragraaf kort op in.
3.5.1 Gemeentelijke subsidieregelingen ● Subsidieregeling Meerjarenbeleidsplan (diverse categorieën). ● Subsidieregeling Haagse kunst- en cultuurprojecten.
| 11 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
● Subsidie ‘Verbinding en antidiscriminatie’7: Voor het organiseren van activiteiten om discriminatie te voorkomen of tegen te gaan. De activiteit bevordert de verbinding tussen de inwoners van Den Haag met verschillende achtergronden. Per aanvrager is er ieder kalenderjaar maximaal € 40.000 subsidie beschikbaar. ● Subsidie ‘Sociale initiatieven in de wijk’8: beschikbaar voor het organiseren van activiteiten die de inwoners van een wijk, buurt of stadsdeel dichter bij elkaar brengen. Ook is de subsidie beschikbaar om de kansen voor jongeren te vergroten. In totaal is er € 2,12 miljoen beschikbaar. Het maximum aan te vragen bedrag verschilt per stadsdeel. Voor locatie Zuiderpark (Escamp) is dit € 250.000 en voor locatie Malieveld (centrum) € 120.000. ● Subsidie ‘Regiodeal Cultuur aanvragen’9: De gemeente en het Rijk stellen tijdelijk samen geld beschikbaar voor Zuidwest. Met het programma willen zij meer cultuur stimuleren in Den Haag Zuidwest. De subsidie is bedoeld voor culturele activiteiten en projecten in Zuidwest, vrijwilligers in de culturele sector en het zichtbaar maken van het culturele aanbod in Zuidwest. Voor rechtspersonen is een maximum van € 25.000 beschikbaar. ● Regeling Toegankelijke Stad. Met deze regeling wordt beoogd om evenementen meer toegankelijk te maken.
3.5.2 Fondsen Fondsen die mogelijk ook kunnen bijdragen in de financiering van een nieuw festival zijn: ● Fonds voor Cultuurparticipatie: Het Fonds voor Cultuurparticipatie is een Rijkscultuurfonds in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)10. Het fonds focust zich op het toegankelijk maken van cultuur voor iedereen. De nadruk ligt hierbij op het leveren van een bijdrage aan gelijke kansen voor verschillende cultuurmakers, vormen van cultuur, manieren van maken en samenwerken. Op dit moment kent het Fonds voor Cultuurparticipatie drie verschillende subsidies: Open oproep Cultuur in de Buurt, Open oproep Jongeren maken Cultuur en Open oproep Kinderen en Jongeren Toeslagen Affaire. Met de sluitingsdata van de betreffende subsidies is er de optie om met het toekomstige evenement aan te sluiten bij de laatstgenoemde Open oproep Kinderen en Jongeren Toeslagenaffaire. Het initiatief is bedoeld om kinderen en jongeren, die getroffen zijn door de toeslagenaffaire, actief te betrekken bij cultuurdeelname11. Per projectsubsidie is er een maximum van € 125.000 beschikbaar. De subsidie is bedoeld voor instellingen in het cultureel domein en sociaal domein (zonder commercieel winstoogmerk) en zzp’ers in het domein.
● Fonds1818: Zoals in paragraaf 2.1 (financiering Parkpop) benoemd, heeft Fonds1818 in het verleden subsidie verleend aan de organisatie van het Parkpop festival. Fonds1818 zet in op lokale verbinding, en wil hiermee bijdragen aan het samenkomen van mensen en het vergroten van verdraagzaamheid.12 Maatschappelijke Subsidie verbinding en antidiscriminatie aanvragen - Den Haag. Subsidie sociale initiatieven in de wijk aanvragen - Den Haag. 9 Subsidie Regiodeal Cultuur aanvragen - Den Haag. 10 Onze missie. 11 Samen Cultuurmaken: Open Oproep Kinderen en Jongeren Toeslagenaffaire. 12 Fonds 1818. 7 8
| 12 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
aandachtsgebieden van Fonds1818 zijn: welzijn, maatschappelijke opvang, financiële zelfredzaamheid, armoede, vrijwilligerswerk, zorg, sport, spel en bewegen, educatie, natuur en milieu en amateurkunst. ● Fonds 21: Fonds 21 steunt projecten die een positieve bijdrage willen leveren aan de samenleving van nu. Hierbij richt het fonds zich op drie pijlers: ‘kunst & cultuur’, ‘jongeren & maatschappij’ en ‘kunst & educatie’. Fonds 21 is een landelijk fonds. Om deze reden wordt er bij aanvragen bekeken hoe het project zich verhoudt in de landelijke context. Een duidelijke publieksvisie wordt hierin belangrijk bevonden. Er worden geen subsidies verleend aan eendaagse evenementen. Aanvragen heeft dus enkel nut wanneer het toekomstige evenement meerdaags zal plaatsvinden. ● VSBfonds: VSBfonds ondersteunt initiatieven waarin iedereen actief mee kan doen aan de samenleving, waarin mensen van verschillende achtergronden samenkomen en ontmoeting wordt gestimuleerd13. Het VSBfonds biedt hierbij ook mogelijkheden voor festivals om subsidie aan te vragen. Het evenement moet hierbij aan de volgende criteria voldoen: ○ ontmoeting tussen mensen met verschillende achtergronden moet worden gestimuleerd. ○ Er moet sprake zijn van persoonlijke- en talentontwikkeling, waarbij er verrijking plaatsvindt. ○ Het aanbod moet toegankelijk zijn voor de beoogde doelgroep.
Daarnaast dient de doelgroep zich welkom te voelen op het evenement. ● Nationaal Programma Zuidwest (NPZW): samen met inwoners en maatschappelijke organisaties werkt het NPZW eraan om Den Haag Zuidwest te verbeteren14. De missie is dat in 2040 inwoners van Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vredelust, dezelfde kansen hebben als alle andere inwoners van Den Haag. In tegenstelling tot bovengenoemde is NPZW geen fonds. Wel zijn er voor een toekomstig evenement mogelijkheden om aan te sluiten bij het nationaal programma, indien het plaatsvindt in Zuiderpark. Door aan te sluiten op doelen, zoals wonen en leefomgeving, sociale samenhang en participatie en vitaliteit, kan het toekomstige evenement samen optrekken met NPZW.
3.5.3 Culturele hoofdstad van Europa Tot slot wijzen we nog op het feit dat op dit moment de kandidaatstelling wordt onderzocht voor Den Haag Culturele Hoofdstad van Europa. Deze vindt plaats over tien jaar, maar al vijf jaar van tevoren wordt de Culturele Hoofdstad aangewezen. De ontwikkeling van een nieuw festival kan ook in dit kader worden bezien.
13 14
https://www.vsbfonds.nl/over-vsbfonds/wie-zijn-wij. https://npzw.nl/overons/.
| 13 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
H4 | Omgevingsanalyse 4.1 Algemene ontwikkelingen en trends Om een adequate ‘omgevingsanalyse’ te kunnen maken, gaan we allereerst kort in op een aantal algemene ontwikkelingen en trends op de markt van popcultuur en evenementen. a. Popcultuur verbreidt zich steeds verder. Popcultuur is meer dan alleen maar popmuziek. Het is een innovatieve cultuur, die (ook) deel uitmaakt van en terug te vinden is in film, theater, beeldende kunst, games, grafische vormgeving, dans, literatuur en e-cultuur. Popmuziek is sterk verbonden met jeugd-, jongeren- en nachtcultuur en vormt de schakel tussen andere cultuur- en kunstuitingen. De maatschappelijke waarde en reikwijdte van popcultuur voor kunst- en cultuur, participatie, talentontwikkeling en economie groeit nog steeds. b. Poppodiumsector is in de afgelopen jaren explosief gegroeid. Er zijn in Nederland op dit ogenblik 68 professionele (geregistreerde) poppodia. In 2019, het meest succesvolle jaar sinds dat de branchevereniging VNPF cijfers publiceert en tevens het laatste pré-coronajaar, realiseerden 48 van deze podia gezamenlijk 16.628 activiteiten (concerten, clubavonden, muziekactiviteiten op locatie, niet-muziekactiviteiten en verhuur) en 5,2 miljoen bezoeken. De totale omzet van de 48 poppodia bedroeg in 2019 € 160,2 miljoen. Dat jaar waren er totaal 7.808 personen werkzaam bij de betreffende poppodia.
c. Populariteit van festivals, maar er zijn tekenen dat groei afvlakt. In 2022 werden er in Nederland ruim 1.200 festivals georganiseerd, die circa 28,5 miljoen bezoekers trokken. De verwachting is dat het aantal festivals in 2024 ten opzichte van 2022 daalt naar 1.150 en dat het aantal bezoeken uitkomt op circa 26 miljoen. Het aantal nieuwe festivals, een belangrijke indicator, lag in 2023 met 32 historisch laag. Dit jaar (2025) werden er al circa 50 festivals afgelast. De explosief gestegen kosten (en daarmee de financiële risico’s) en de moordende concurrentie op de festivalmarkt spelen daarbij een belangrijke rol. d. Toenemende globalisering. De belangstelling voor popmuziek en popcultuur groeit wereldwijd. Steeds meer fans reizen met hun favoriete artiest mee. Afstanden worden minder belangrijk. Dat geldt zeker voor regionaal en landelijk concertbezoek. Alle relevante concertzalen in Nederland zijn goed bereikbaar. e. Min of meer samenhangend met d.: meer grote optredens en/of een serie optredens op één locatie. Steeds minder grotere acts touren langs de Nederlandse poppodia. Eén groot concert in AFAS Live of de Ziggo Dome levert de artiest meer geld op dan een uitgebreide clubtour. En ook: reizen wordt voor acts steeds kostbaarder. Dus is het voordeliger om op één locatie in Nederland meerdere concerten te geven.
Dit past bovendien goed bij het streven naar meer duurzaamheid. f. Explosieve toename van kosten. Met name na de coronacrisis ziet de sector zich geplaatst voor enorme kostenstijgingen. Dit betreffen niet alleen de kosten van de productie (onder andere techniek, logistiek, veiligheid, personeel), maar dit geldt ook voor de gages. Deze ontwikkeling heeft vanzelfsprekend ook repercussies op de toegangsprijzen van concerten en/of festivals. Daarmee zijn ook de financiële risico’s die eventorganisatoren lopen fors toegenomen. Voor festivals geldt grofweg de regel dat voor
| 14 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
elke euro die wordt besteed aan het programma, er drie euro’s moeten worden geïnvesteerd in de infrastructuur, hardware, veiligheid et cetera. g. Voortschrijdende digitalisering van de samenleving. Hiermee wordt het aanbod van kunst en cultuur niet alleen toegankelijker, maar verandert deels ook de wijze waarop het publiek deelneemt aan activiteiten op dit gebied, bijvoorbeeld vanuit (het eigen) huis. Dit heeft ook invloed op het aanbod van interessante acts. Vroeger deden bands uitgebreide tournees om een nieuwe cd te promoten of te verkopen. Nu staat die nieuwe cd nog dezelfde dag op Spotify. Toch zal er bij het publiek altijd een behoefte blijven bestaan om samen een concert, theatervoorstelling en/of evenement te beleven. Er gaat niets boven ‘live’. h. Toenemende concurrentie in de vrijetijdsmarkt. Onder andere vanwege de voortschrijdende digitalisering van de samenleving (zie ook g.) neemt het aanbod van vrijetijdsactiviteiten nog steeds toe. De consument krijgt steeds meer keuzemogelijkheden. Een goed voorbeeld is de concurrentie die de landelijke poppodia hebben ondervonden van de festivals. De grenzen tussen wat vroeger ‘hoge cultuur’ en ‘lage cultuur’ werd genoemd vervagen meer en meer. Een onderscheidend programma-aanbod wordt steeds belangrijker.
In dit kader is het ook belangrijk om te signaleren dat er in de popsector meer (zaal- en/of festival)capaciteit is dan aanbod, waardoor poppodia en festivals vaker met elkaar moeten concurreren om interessante acts binnen te halen (zie onder andere ook b. en d.). i. Kunst en cultuur krijgen steeds meer betekenis voor verschillende groepen mensen. Kinderen en jongeren die er hun talent ontwikkelen, mensen met een verstandelijke beperking die zich erdoor kunnen uiten, eenzame ouderen die anderen kunnen ontmoeten. Daarmee ontstaan ook nieuwe verbindingen, die andere eisen stellen aan de culturele instellingen. Culturele instellingen staan meer dan ooit midden in de samenleving. j. Dertigers en veertigers als nieuwe doelgroep. Deze leeftijdsgroepen hebben vanwege een druk leven (kinderen, carrière) nog maar weinig tijd om uit te gaan. Om die reden worden er voor deze doelgroep(en) steeds vaker specifieke programma’s ontwikkeld. Een goed voorbeeld is het populaire concept ‘Vroegzat’, dat het nachtleven terugbrengt naar de avond. k. Inspelen op demografische ontwikkelingen en nieuw publiek. Met name de gevestigde culturele instellingen en/of initiatieven hebben steeds meer een uitdaging om nieuw publiek aan zich te binden. Het aandeel mensen in de Nederlandse bevolking dat niet is opgegroeid met het traditionele kunst- en cultuuraanbod neemt toe.
Deze ontwikkeling is al langer gaande, maar de impact ervan is door de covidcrisis nog manifester geworden. Culturele instellingen en festivals dienen zich deels opnieuw uit te vinden. De culturele instelling en/of het festival van de toekomst is inclusief en divers, zowel voor als achter de schermen, ontwikkelt nieuwe programmaconcepten, verbindt zich met andere domeinen in de samenleving (zie c.) en geeft (onvoorwaardelijk) ruimte aan nieuwe initiatieven vanuit de gemeenschap.
| 15 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
4.2 Demografie van Den Haag Den Haag telde op 1 januari 2024 565.701 inwoners en is daarmee qua inwonertal de derde stad van Nederland. De leeftijdsopbouw van de inwoners van Den Haag is als volgt: Leeftijdsgroep
Percentage
0-19 jaar
21,5%
20-64 jaar
63,3%
65 jaar en ouder
15,2%
Den Haag is een zeer diverse stad. Ruim 59% van inwoners heeft een westerse of niet-westerse migratieachtergrond.
4.3 Het Haagse popveld Den Haag kent een veelzijdige hoeveelheid organisaties in de popmuzieksector. Elke organisatie heeft hierin min of meer zijn eigen doelgroep en specialisatie, waarmee de organisaties elk op een unieke wijze een bijdrage leveren aan het versterken van het Haagse muziek- en/of makersklimaat. Zo staat PAARD bekend als de grootste pop-instelling van Den Haag. De grote zaal heeft een capaciteit van 1.100 bezoekers, de kleine zaal 300 bezoekers en in het PAARDcafé kunnen 200 bezoekers terecht. Stichting Aight geeft jongeren een stem en platform door middel van hiphop. Musicon, PIP en Popdistrict zijn als gevestigde organisatie belangrijke ontmoetingsplekken voor muzikanten en muziekliefhebbers. Wat de Haagse organisaties gemeenschappelijk dragen, is een sterke verbintenis met elkaar en hun doel om bij te dragen aan een levendige Haagse popmuzieksector. Deze verbinding wordt ondersteund door de hoeveelheid onderlinge samenwerkingen. Voorbeelden hiervan zijn het contact tussen Popdistrict en Popradar op het gebied van programmering. En de bands en artiesten die bij Musicon of PIP beginnen, groeien regelmatig door naar PAARD. Door de vele onderlinge verbindingen en samenwerkingen lukt het de Haagse popmuzieksector een traject aan te bieden aan nieuw talent in de stad.
De organisaties kennen elkaar onderling goed, niet alleen op professioneel vlak maar ook daarbuiten. Dit aspect onderscheidt de Haagse muzieksector van andere steden. Het draagt bij aan het ‘dorpse’ gevoel, zoals dat door velen wordt beschreven. Er is een Haags Overleg Popmuziek (HOP), een breed overlegplatform voor organisaties en ondernemers die actief zijn binnen de Haagse popsector. Bestaande festivals Den Haag Met festivals, zoals Zeehelden Festival, Live on the Beach, Hipfest, Sniester, The Life I Live, Bevrijdingsfestival, The Crave en Kaderock kent Den Haag een breed aanbod aan festivals. Het aanbod is hierin onder te verdelen in verschillende categorieën. Ten eerste zijn er meerdere festivals in Den Haag die zich richten op het bieden van een podium aan (nieuw) talent. Voorbeelden hiervan zijn Sniester festival en Kaderock, die de focus leggen op
| 16 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
nationale en internationale beginnende acts, waarbij kwaliteit en originaliteit centraal staan. Kaderock staat bekend als een kleinschalig festival, dat groot is in wat zij betekenen voor de Haagse muzieksector. Kaderock vindt plaats in het laatste weekend van juni. Daarnaast zijn er in Den Haag meerdere kleinschalige festivals met een specifieke doelgroep die zij aanspreken. Hieronder vallen onder andere de festivals Latin in the Park, The Hague African Festivals, Sun Splash Festival en 7Fest. Festivals die onder deze categorie vallen komen in Den Haag steeds verder onder druk te staan. De Indische Tong Tong Fair ging niet door in 2024 wegens geldproblemen, en ook het latinfestival Pal Mundo gaat in hetzelfde jaar niet door. Tot slot is er nog de categorie festivals met grote (internationale) acts. Het festival Live on the Beach, dat plaatsvindt in Scheveningen, weet met bekende acts een groot en breed publiek te bereiken. De ticketprijzen bij dit festival liggen dan ook hoger dan in eerder genoemde categorieën met prijzen tussen € 60 en € 95. Binnen het aanbod festivals zijn er in Den Haag op dit moment meerdere gratis festivals. We noemen onder andere Bevrijdingsfestival Den Haag, The Life I Live, Jazz in de Gracht, Wild Rooster Festival en Hipfest. Bevrijdingsfestival Den Haag trekt elke editie ongeveer 80.000 bezoekers naar het Malieveld.
Het festival richt zich met haar programmering op een brede doelgroep. Zo kent het festival een hiphopstage, is er een kinderpodium en is er een stand gericht op veteranen. We kunnen stellen dat het Bevrijdingsfestival de positie van Parkpop in het Haagse festivallandschap over een periode van meerdere jaren min of meer heeft overgenomen. Met de kanttekening dat het Bevrijdingsfestival meer is dan alleen een festival, maar ook onderdeel van een nationale feestdag met een maatschappelijke boodschap. The Life I Live is, in tegenstelling tot het Bevrijdingsfestival, verspreid over de binnenstad, waarbij de verschillende podia een intiemer karakter hebben dan de grote podia binnen het Bevrijdingsfestival. Qua programmering richt het festival zich op diverse niches binnen de popmuziek.
| 17 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
H5 | Consultatie Zoveel verschillende mensen, zoveel verschillende meningen en beelden die er leven bij de vraag of er ruimte in Den Haag is voor een nieuw festival in de lijn of geest van Parkpop. Maar over een aantal belangrijke zaken zijn de partijen en/of personen die we hebben gesproken het wel met elkaar eens. De volgende rode draad tekent zich af. ● Den Haag wordt door de eigen professionals gezien als ‘Popstad nummer 1’ van Nederland. ● Het belang dat Parkpop heeft gehad voor de stad Den Haag wordt breed onderschreven. ‘Parkpop heeft de stad in de spotlights gezet.’ ● Parkpop heeft als ‘uithangbord’ en ‘aanjager’ voor het Haags Veld gefunctioneerd. Zonder nationaal en internationaal programma zouden veel minder mensen kennis hebben kunnen maken met de popinstellingen en -initiatieven in Den Haag. Dat is een belangrijk aandachtspunt voor een eventuele ‘doorstart’ van het Haagse Veld zonder Parkpop als bagagedrager. ● Parkpop heeft wel steeds meer aan nationale en internationale betekenis ingeboet. Het werd steeds minder uniek vanwege toenemende concurrentie. ● De presentatie van het Haags Veld moet behouden blijven voor de stad. Wel wordt veelvuldig opgemerkt dat er parallel aan Parkpop ook andere presentatieplekken zijn ontstaan en dat er op allerlei fronten wordt samengewerkt. ● Het ‘Haagse’ wordt als essentieel gezien voor een eventueel nieuw festival.
De inwoners van Den Haag moeten zich als het ware ‘eigenaar’ voelen van een eventueel nieuw festival. ● Ook na het wegvallen van Parkpop kent Den Haag nog een breed aanbod aan pop-culturele activiteiten. Maar er is volgens de betrokkenen te weinig bijgekomen. Nog sterker: er is sprake van een uitval van activiteiten doordat budgetten steeds meer onder druk komen te staan. ● Een eventueel nieuw festival moet iets toevoegen. Overlap en/of ‘kannibalisme’ moet worden voorkomen. ● Een betaald festival met een schaalgrootte vergelijkbaar met Parkpop is niet langer een taboe. Maar de toegankelijkheid en/of inclusiviteit moet wel gewaarborgd blijven. ● Het is niet meer dan logisch dat een nieuw festival logistiek en/of productioneel aansluit bij een bestaand festival (delen van kosten). Gelet op de veelheid van evenementen in het Zuiderpark zijn de mogelijkheden hiervoor ten opzichte van het Malieveld op deze locatie veel groter. ● Er is in Den Haag genoeg expertise aanwezig om een nieuw festival in eigen beheer te produceren (dus geen partijen ‘van buiten’). Maar om tot een aansprekend nationaal en/of internationaal programma te komen is partnership met één van de grote agencies een voorwaarde. ● Een (eventueel) nieuw festival dient oog te hebben voor het multiculturele karakter van Den Haag. Dit wordt gezien als een grote uitdaging.
| 18 | Een nieuw popfestival in Den Haag?
H6 | Scenario’s/ontwikkelingsrichtingen In dit hoofdstuk beschrijven we vier mogelijke scenario’s/ontwikkelingsrichtingen. Dit zijn: ● Scenario 1: de ontwikkeling van een nieuw popfestival met schaalgrootte en uitstraling vergelijkbaar met Parkpop. ● Scenario 2: versterken van de bestaande festivals op het onderdeel ‘talentontwikkeling’. ● Scenario 3: het ‘Haagse Veld’ als stand-alone-festival. ● Scenario 4: een nieuwe festival dat aandacht besteedt aan Haagse popcultuur in de volle breedte.
6.1 Scenario 1: Een nieuw grootschalig popfestival in Den Haag Omdat het einde van Parkpop de directe aanleiding is voor dit onderzoek, hebben we allereerst gekeken naar de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een nieuw popfestival met een min of meer vergelijkbare schaalgrootte als Parkpop en eveneens met een nationale uitstraling. Kijkend naar onder andere de ontwikkeling die Parkpop sinds de start in 1981 heeft doorgemaakt, achten wij een nieuw grootschalig popfestival alleen haalbaar als een landelijk opererend impresariaat en/of concertorganisator met een nationaal en internationaal netwerk zich opwerpt als initiator, organisator en met name ‘risicodrager’ van een dergelijk evenement. Met dat vertrekpunt hebben we een beknopte marktconsultatie uitgevoerd. Het resultaat van deze consultatie is dat alle partijen die we hebben gesproken, aangeven dat het opzetten van een nieuw grootschalig popfestival in deze tijd een forse uitdaging is. Dat is niet verrassend als we kijken naar hoe het Parkpop is vergaan en meer in algemene zin naar de trends en ontwikkelingen die we hebben geschetst in paragraaf 4.1.