CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323677 Bijlage 1 Nota van beantwoording zienswijzen concept NRD.docx

Commissie Leefomgeving 5 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Debat over Energietransitie12.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van beantwoording Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) warmteprogramma

1. Inleiding In juni 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het warmteprogramma vastgesteld. De NRD vormt de eerste stap in de procedure voor het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) voor het warmteprogramma van Den Haag. In dit geval spreken we van een plan-MER, omdat het onderzoek betrekking heeft op een programma. De NRD beschrijft welke milieueffecten onderzocht worden, op welke schaal en met welke diepgang. Het doel is om inzicht te krijgen in de impact van verschillende warmteoplossingen op de fysieke leefomgeving, zodat het warmteprogramma op een zorgvuldige en transparante manier kan worden uitgewerkt. Van 9 juni tot en met 20 juli 2025 lag de NRD ter inzage. Gedurende deze periode konden belanghebbenden hun zienswijze indienen. In totaal zijn er 11 zienswijzen en 3 adviezen ontvangen, afkomstig van bewoners, woningcorporaties, energiebedrijven en maatschappelijke organisaties. Deze zienswijzen en adviezen zijn zorgvuldig geanalyseerd en beantwoord in deze nota van beantwoording. Waar relevant is aangegeven dat suggesties en opmerkingen zullen worden meegenomen in de verdere uitwerking van de plan-MER of het warmteprogramma.

2. NRD in context van warmteprogramma De NRD is een vrijwillig en vormvrij instrument dat de reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectonderzoek vastlegt. In het kader van het warmteprogramma is gekozen om via een NRD transparant vast te leggen welke milieueffecten onderzocht worden en op welke manier. De NRD vormt daarmee een belangrijke bouwsteen voor de plan-MER en biedt een kader voor het beoordelen van alternatieven op thema’s zoals geluid, bodem, water, luchtkwaliteit, natuur, ruimtegebruik, klimaatadaptatie en verkeer. Hoewel de NRD zich primair richt op milieueffecten, sluit deze aan op bredere beleidsdoelstellingen van de gemeente Den Haag, zoals vastgelegd in de Transitievisie Warmte (TVW), het coalitieakkoord en de Bronnenstrategie. Randvoorwaarden zoals netcongestie,

betaalbaarheid en uitvoerbaarheid vallen buiten het toetsingskader van de plan-MER, maar worden meegenomen in het warmteprogramma en de uitvoeringsplannen per buurt.

3. Werkwijze bij behandeling van zienswijzen en adviezen Elke zienswijze en elk advies is afzonderlijk beoordeeld en beantwoord. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen opmerkingen die direct betrekking hebben op het toetsingskader van de NRD en opmerkingen die meer in algemene zin het warmteprogramma raken. Zienswijzen en adviezen die buiten het toetsingskader van de NRD vallen, zijn niet meegenomen in de besluitvorming over de NRD, maar worden waar mogelijk wel betrokken bij de verdere uitwerking van de plan-MER. De beantwoording is gebaseerd op de volledige ingediende zienswijzen en adviezen, inclusief eventuele bijlagen. In hoofdstuk 4 van de nota van beantwoording is per indiener inzichtelijk gemaakt welke punten zijn ingebracht en hoe daarop is gereageerd. De NRD zelf is niet aangepast. Alleen zienswijzen die leiden tot een inhoudelijke verbetering van de reikwijdte of het detailniveau van het milieueffectonderzoek zouden aanleiding kunnen geven tot wijziging. In dit geval bleken de aangedragen punten óf al voldoende geborgd in de NRD óf buiten het toetsingskader van de NRD te vallen. Zaken die bijvoorbeeld over het warmteprogramma zelf gaan, vallen daarbuiten. In gevallen waarin de zienswijzen en adviezen reden gaven om de suggesties mee te nemen in de plan-MER procedure staat dat aangegeven in de beantwoording.

Daarom vormen de voorliggende ongewijzigde NRD en de toelichtingen in de nota van beantwoording samen het uitgangspunt voor de op te stellen plan-MER. Zoals gebruikelijk is de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) om advies gevraagd over de concept NRD. Omdat de Commissie mer door een groot aantal gelijktijdige adviesaanvragen i.v.m. de verplichte warmteprogramma's van meerdere gemeentes tijdelijk kampt met een gebrek aan capaciteit, was dit advies ten tijde van dit besluit nog niet ontvangen. Met het oog op de verplichte vaststelling van het warmteprogramma in 2026 is afgesproken om de procedure voort te zetten en de definitieve NRD vast te stellen. De Commissie mer is hiervan op de hoogte en heeft aangegeven dat zij hiermee rekening zullen houden als zij hun advies in oktober uitbrengen. Indien het advies aanleiding geeft tot aanpassing, wordt dit in een later stadium verwerkt in de uiteindelijke plan-MER. Verdere proces: De inhoud van het (concept) ontwerp warmteprogramma zal het college voor het eind van 2025 vaststellen en de raad doen toekomen. De definitieve plan-MER is klaar begin 2026. Het ontwerp warmteprogramma samen met de plan-MER zullen gelijktijdig

ter inzage moeten worden gelegd voor zienswijzen in 2026. Voor het einde van 2026 zal conform de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) het definitieve warmteprogramma moeten zijn vastgesteld, met de nota van beantwoording op de zienswijzen en het milieueffectrapport.

4. Hoofdzaken uit de zienswijzen en adviezen De zienswijzen en adviezen hebben een breed scala aan onderwerpen aangestipt. Op hoofdlijnen zijn de volgende thema’s naar voren gekomen. De punten die binnen het toetsingskader van de NRD vallen: Technische en ruimtelijke inpasbaarheid Energiebedrijven en netbeheerders wijzen op de complexiteit van de ondergrond en benadrukken het belang van goede afstemming bij de aanleg van infrastructuur. Ook wordt gewezen op de ruimtelijke impact van warmtesystemen, waaronder warmtepompen, met betrekking tot geluid, ruimtegebruik en visuele kwaliteit. Geluid en ruimtelijke inpasbaarheid zijn al opgenomen als aandachtspunten in de plan-MER. Milieueffecten en beoordelingskader Diverse partijen vragen om een bredere beoordeling van milieueffecten, waaronder cumulatie van effecten (onder andere van geluid),

impact op bodemleven en behoud van bestaand groen. Cumulatie van effecten waaronder geluid is onderdeel van de plan-MER. De punten die buiten het toetsingskader van de NRD vallen:

Betaalbaarheid en investeringszekerheid Meerdere indieners, waaronder woningcorporaties en bewonersgroepen, benadrukken het belang van betaalbare warmteoplossingen en duidelijke informatie over kosten. Dit soort zienswijzen vallen buiten het toetsingskader van de NRD, maar worden waar mogelijk wel meegenomen in het warmteprogramma. Samenwerking en regie Corporaties vragen om een actieve regierol van de gemeente en een gebiedsgerichte aanpak die aansluit op hun investeringssnelheid.

Hoewel dit buiten het toetsingskader valt, onderschrijft de gemeente dit en werkt aan een gezamenlijke planning binnen het warmteprogramma. Participatie en communicatie Bewonersgroepen vragen om duidelijke communicatie, meertalige informatie en tijdige betrokkenheid bij besluitvorming. De gemeente zet hierop in via wijkgerichte participatie en samenwerking met lokale partners. Netcongestie en infrastructuur Stedin, Eneco, Duurzaam Duinoord en Haag Wonen wijzen op de impact van netcongestie en benadrukken de noodzaak van afstemming met netbeheerders. De gemeente geeft aan dat netcongestie niet als milieueffect is meegenomen in de plan-MER, maar dat het wel invloed heeft op keuzes in het warmteprogramma. Voor het warmteprogramma wordt er afgestemd met de netbeheerder. Warmtebronnen en alternatieven Er is aandacht gevraagd voor het realistisch inschatten van de beschikbaarheid van bronnen zoals geothermie en aquathermie. Ook wordt gepleit voor het openhouden van opties zoals waterstof en groen gas op de lange termijn. Deze twee opties vallen buiten de NRD omdat ze ook niet zijn meegenomen in het warmteprogramma, noch in de onderliggende startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving.

5. Indieners adviezen en zienswijzen Nr. A1 A2 A3

Naam GGD Haaglanden Veiligheidsregio Haaglanden Hoogheemraadschap van Delfland

d.d. binnengekomen 13 augustus 2025 1 augustus 2025 7 augustus 2025

type Digitaal advies Digitaal advies Digitaal advies

Nr. Z1 Z2 Z3 Z4 Z5 Z6 Z7 Z8 Z9 Z10 Z11

Naam Arcade wonen belanghebbende 2 belanghebbende 3 belanghebbende 4 belanghebbende 5 Hof wonen, belanghebbende 6 Stedin, belanghebbende 7 Duurzaam Duinoord, belanghebbende 8 Eneco, belanghebbende 9 Haag Wonen, belanghebbende 10 Bewoners Statenkwartier, belanghebbende 11

d.d. binnengekomen 10 juni 2025 17 juni 2025 19 juni 2025 19 juni 2025 19 juni 2025 11 juli 2025 11 juli 2025 16 juli 2025 17 juli 2025 18 juli 2025 20 juli 2025

type Digitale zienswijze Digitale zienswijze Digitale zienswijze Digitale zienswijze Digitale zienswijze Digitale zienswijze Digitale zienswijze Digitale zienswijze Digitale zienswijze Digitale zienswijze Digitale zienswijze

6. Beantwoording adviezen Advies

Beantwoording advies

Hoewel geluid en trillingen als milieuthema’s zijn opgenomen in de NRD, adviseren wij om Dank voor uw advies. Advies 1 – de gezondheidseffecten hiervan explicieter te betrekken in de beoordeling. Geluidshinder GGD Haaglanden kan leiden tot slaapverstoring, stress en verminderde concentratie. Ook wanneer mensen In de NRD zijn geluid en trillingen

zich niet bewust zijn van de hinder, kunnen er gezondheidsrisico’s ontstaan. Langdurige opgenomen als milieuthema’s. Uw blootstelling aan geluid, ook onder de bewustzijnsdrempel, verhoogt aantoonbaar het risico advies om de cumulatieve effecten op hart- en vaatziekten. en de impact op gezondheid explicieter te betrekken, wordt Voor geluid geldt dat iedereen kwetsbaar is; er zijn geen specifieke doelgroepen die meer of meegenomen in de plan-MER. minder gevoelig zijn. Wel adviseren wij om extra aandacht te besteden aan hoog belaste Daarbij wordt ook voor zover locaties, zoals langs drukke wegen of in stadscentra. In deze gebieden kan het geluid en de mogelijk aandacht besteed aan trillingen van warmtesystemen zich cumuleren met bestaande bronnen, waardoor de totale hoog belaste locaties en rustige belasting op de leefomgeving en gezondheid aanzienlijk toeneemt. woonomgevingen, waar de kans op hinder groter is. Tegelijkertijd is het belangrijk om ook rekening te houden met stiltegebieden of rustige woonomgevingen. In deze gebieden kan de plaatsing van warmtesystemen die geluid en trillingen veroorzaken leiden tot een plotselinge en ingrijpende verandering in de beleving van de leefomgeving. De kans op hinder is daar relatief groter, juist vanwege het contrast met de huidige situatie.

In het bijzonder vinden wij het belangrijk dat individueel geïnstalleerde warmtepompen of vergelijkbare installaties op geen enkele wijze hinder of verstoring veroorzaken voor omwonenden of directe buren. In de afweging van varianten en technieken dient geborgd te worden dat deze systemen niet bijdragen aan geluidshinder, trillingen of een aantasting van de leefkwaliteit in de directe woonomgeving. Tot slot wijzen wij erop dat de huidige normen voor geluid en trillingen geen rekening houden met cumulatie van meerdere bronnen. Hierdoor kan het voorkomen dat individuele

systemen voldoen aan de norm, terwijl de gecumuleerde belasting in een gebied aanzienlijk hoger is dan de normen doen vermoeden. Dit kan leiden tot een onderschatting van de werkelijke gezondheidsimpact. Wij adviseren daarom om in de NRD ook de cumulatieve effecten van meerdere warmtesystemen in één gebied mee te nemen in de beoordeling.

Advies 2 – Veiligheidsregio Haaglanden

3.1 Klimaatadaptatie De opgaven in het kader van klimaatadaptatie zijn sterk verbonden met het realiseren van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Klimaatverandering leidt ertoe dat weersomstandigheden extremer worden en vaker zullen voorkomen. Hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen hebben gevolgen voor de veiligheid binnen de fysieke leefomgeving. Aandachtspunten hierbij zijn bijvoorbeeld de bereikbaarheid voor de hulpdiensten bij wateroverlast, natuurbranden, vitale infrastructuur, kwetsbare objecten, voorkomen van opslag van warmte in de omgeving (verstenen) en drainage van neerslag. Vanuit gezondheidsperspectief valt hier, als het om wonen gaat, winst te halen door bij inrichting van woongebieden rekening te houden met hogere buitentemperaturen en neerslaghoeveelheden. De opvang en berging van regenwater bij extreme regenval biedt de kans om tegelijkertijd te dienen als bron voor bluswatervoorzieningen voor de brandweer. 3.2 Omgevingsveiligheid De bekende methodiek van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet veranderd in aangewezen aandachtsgebieden en voorschriftengebieden. Deze nieuwe methodiek heeft verschillende effecten. De VRH denkt graag mee over de uitwerking van de indicator omgevingsveiligheid. Ook wat dit betekent in relatie tot de incidentbestrijding van de brandweer.

Dank voor uw advies. In de plan-MER wordt aandacht besteed aan autonome ontwikkelingen, waaronder klimaatverandering, voor zover deze relevant zijn voor de beoordeling van de milieueffecten van de warmtetransitie. De plan-MER richt zich echter niet op de effecten van klimaatverandering op de fysieke leefomgeving zelf, maar op de effecten van de warmtetransitie daarop. Uw advies om bij de indicator omgevingsveiligheid aan te sluiten bij de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de plan-MER en het warmteprogramma.

Advies 3 – Hoogheemraadschap van Delfland

Kaderrichtlijn Water (KRW) Bij vergunningverlening voor thermische lozingen in oppervlaktewater (warmte en koude; TEO) zijn diverse aspecten van waterkwaliteit van belang. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is voor Delfland een belangrijk kader hiervoor. Wij verzoeken u deze richtlijn onder het beleidskader – internationaal op te nemen. De boezemwateren in Den Haag zijn bijna allemaal aangewezen waterlichamen voor de KRW. Dat houdt in, dat vanaf 2027 de waterkwaliteit “goed” moet zijn. Hier wordt nog niet aan voldaan. Daarom is het belangrijk te benoemen, dat door de ontwikkelingen, die door het Warmteprogramma mogelijk gemaakt worden, de waterkwaliteit niet mag verslechteren. De KRW is ook van toepassing op het “overige water” binnen Delfland. De KRW heeft ook indirect belang. Deze richtlijn gaat namelijk over het ecologisch op orde zijn van water. Er is een relatie tussen CO2-uitstoot en de ecologische kwaliteit van onze leefomgeving. Wij adviseren u deze mee te nemen in de NRD (onder andere tabel 2). Weging van het waterbelang Hetzelfde geldt voor andere aspecten, waaraan Delfland toetst. Het is voorstelbaar, dat bij de aanleg van warmtesystemen waterkeringen, watergangen en/of persleidingen doorkruist worden. Daarnaast kan het zo zijn, dat er extra verharding ten behoeve van objecten, behorende bij aan te leggen voorzieningen, toegevoegd wordt.

Hiervoor moet de watersleutel ingevuld worden. Voorgenoemde aspecten en de manier, waarop Delfland hiermee omgaat, zijn opgenomen in de Handreiking weging van het waterbelang (Weging waterbelang in plannen fysieke leefomgeving - Delfland). Wij verzoeken u de handreiking in het beleidskader – regionaal op te nemen. Daarnaast vragen wij u alle thema’s, die in de handreiking benoemd zijn, te beschrijven in de NRD voor het Warmteprogramma en de mogelijke gevolgen op de thema’s te benoemen in de MER. Netwerk natte ecologische zone(s) Delfland heeft een NEZ-netwerk (Natte Ecologische Zone). Vanwege ruimtegebrek is er in Den Haag een ernstig tekort aan natuurvriendelijke oevers en andere vormen van “natte ecologische zones”. Wij adviseren u deze zones onder het thema Natuur en biodiversiteit, beschermde gebieden mee te nemen. Werken in NEZ’en zijn vergunningplichtig en dienen te voldoen aan de Beleidsregel Natte Ecologische Zone (Beleidsregels - Delfland).

Dank voor uw advies. In de plan-MER wordt aandacht besteed aan de effecten van warmtesystemen op waterkwaliteit, ecologie en bodem. De KRW en de Handreiking Weging Waterbelang worden betrokken bij de plan-MER. Uw suggestie om TEA expliciet te benoemen als bron met beperkte milieu-impact wordt onderzocht in de plan-MER. Uw overige opmerkingen, waaronder het lopende onderzoek naar fijnfilters en natte ecologische zones, worden voor kennisgeving aangenomen en waar mogelijk betrokken bij de verdere uitwerking van de plan-MER.

Thermische energie uit afvalwater (TEA) In tabel 1 maakt u onderscheid in thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater en drinkwater (TEO, TEA en TED). Echter, in hoofdstuk 5 blijkt, dat het milieuonderzoek beperkt blijft tot TEO en TED. Wij onderschrijven deze keuze. Thermische energie uit afvalwater kan potentieel een belangrijke aquathermiebron worden voor Den Haag. Er is weinig milieuimpact te verwachten door toepassing van deze bron, omdat het restwarmte is. Dit kunt u wellicht expliciet melden in de NRD in paragraaf 2.2.1, zodat duidelijk is, waarom deze specifieke aquathermiebron niet in de MER meegenomen wordt. Onderzoek naar effecten fijnfilters Tot slot informeren wij u over het feit, dat wij momenteel onderzoek doen naar fijnfilters bij TEO-installaties. Fijnfilters kunnen mogelijk invloed hebben op plankton (zowel dierlijk als plantaardig). Een deel van het aquatische leven, dat de grof- en fijnfilters passeert en in de installatie terechtkomt, overleeft dit niet. STOWA onderzoekt samen met een aantal partners, waaronder Delfland, in hoeverre deze effecten leiden tot een negatieve ecologische impact en hoe groot die impact is. Totdat meer informatie beschikbaar over de effecten van fijnfilters is, hanteren wij een minimale maaswijdte, die vrij grof is (500µm).

7. Beantwoording zienswijzen Zienswijze

Beantwoording zienswijze

Belanghebbende 1 Punt van aandacht voor mij is dat er goed onderzoek wordt gedaan naar het Dank voor uw zienswijze. bijbehorende isolatieniveau/ warmtevraag per warmteoplossing. Ik zie best wel een – Arcade wonen grove benadering staan in het document. Ga hier niet te kort door de bocht en onderzoek verschillende woningtypes. Je wilt alle financiële de consequenties qua investeringen helder krijgen. De benodigde investeringen in isolatie worden vaak door corporaties ook gekoppeld aan een onderhoudsbehoefte. Dit zorgt vaak dat er meer kapitaal gereserveerd moet worden om de projecten te realiseren en het langer duurt. Houdt in het warmteprogramma hier dalijk rekening moet houden in welke gebieden de corporaties de grootste slagkracht hebben. Onderzoek hoe je ook daadwerkelijk samen vooruit kunt komen. De grootste kosten liggen namelijk verborgen in het isoleren van de woningen + aanpassen van de installatie. Er wordt een voorbeeld meegestuurd om het bovenstaande te benadrukken.

Uw punt over het belang van een zorgvuldig onderbouwd isolatieniveau per warmteoplossing herkennen wij. In de NRD is dit op hoofdlijnen geschetst; de tabel met gebouwaanpassingen dient als eerste indicatie. Verdere uitwerking vindt plaats in het warmteprogramma, dat buiten het toetsingskader van de NRD valt.

Daarbij maken we gebruik van de Als laatste neem de visie en plannen van de woningcorporaties mee in de afweging gemeentelijke isolatiemonitor. In van een route/programma. het warmteprogramma koppelen we het benodigde isolatieniveau aan de isolatiescore per woning. Bewoners kunnen via een adreschecker de (gemiddelde) score raadplegen en krijgen handelingsperspectief indien verbetering nodig is. Ook uw oproep om de plannen van woningcorporaties mee te nemen wordt voor zover mogelijk meegenomen in het

Belanghebbende 2 1) Mijn zienswijze op NRD warmteprogramma Den Haag: Ik mis onderzoeksthema's met betrekking tot de betaalbaarheid voor gewone huizenbezitters en meer financiële ondersteuning door de overheid. Ik ben sceptisch want het is de bedoeling dat plannen "per gebied samen met betrokken inwoners en andere belanghebbenden verder uitgewerkt" worden, maar de kaderstelling ligt al vast, dus we moeten van het gas af, terwijl onze VVE net vorig jaar een peperdure CV-ketel van bijna een ton heeft aangeschaft!

warmteprogramma. Hun renovatieplanning en isolatiescores worden betrokken bij de gebiedsplanning. Dank voor uw zienswijze. Uw zorgen over betaalbaarheid zijn begrijpelijk. In de NRD wordt dit onderwerp niet uitgewerkt; betaalbaarheid wordt meegenomen in het vervolgtraject van het warmteprogramma.

Wel wijzen we erop dat in de zomer van 2025 een uitgebreid onderzoek In het rapport Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) van Haskoning staat op is uitgevoerd onder ruim 2.600 pagina 6: "De methode om tot de laagste kosten voor de gebruiker te komen is nog inwoners over betaalbaarheid van niet vastgesteld." Dus dat geeft sowieso financiële onzekerheid. duurzame warmteoplossingen. De Ook moeten er gebouwen geïsoleerd gaan worden tot een bepaalde isolatiewaarde. resultaten zijn in september Dat en het feit dat hier vleermuizen in de buurt voorkomen waardoor er eerst gepubliceerd en vormen input voor onderzoek moet plaatsvinden voordat je überhaupt kunt isoleren gaat de gemiddelde het warmteprogramma en latere uitvoeringsplannen. huizenbezitter flink op kosten jagen. 2) Mijns inziens zou in het planMER ook onderzocht moeten worden of méér zonneenergie of windturbines bepaalde voordelen/nadelen hebben. Het is een gemiste kans dat openbare gebouwen zoals scholen geen gebruik maken van zonne-energie/windenergie. Ik snap dat dat tot meer netcongestie zou kunnen leiden, maar misschien zijn er toch mogelijkheden. Dat zou onderzocht moeten worden. Andere voorgestelde opties kunnen namelijk ook tot meer netcongestie leiden.

Uw suggestie om zonne- en windenergie mee te nemen in de plan-MER begrijpen wij. Deze technieken vallen echter buiten het toetsingskader van de NRD. Ook het warmteprogramma richt zich op warmtevoorziening en niet op elektriciteitsopwekking.

Belanghebbende 3

Belanghebbende 4

Wel wijzen we erop dat duurzame elektriciteitsopwekking onderdeel is van andere beleidsprogramma’s, zoals de Haagse Daken Aanpak en de Regionale Energiestrategie (RES). Uw opmerkingen worden doorgegeven aan de collega’s die deze trajecten coördineren. Naar aanleiding van de concept notitie Reikwijdte en Detailniveau heb ik een paar Dank voor uw zienswijze. opmerkingen. Uw vraag over het referentiejaar en In hoofdstuk 5.4. is het onduidelijk welk jaar als referentie wordt gebruikt. Hoe en daar de verwerking van reeds genomen wordt gesuggereerd dat het 2012 is maar als dit plan nu nog niet concreet is is dat erg maatregelen herkennen we. In de lang geleden. In die tijd hebben veel huishoudens al maatregelen getroffen bv isolatie, NRD hanteren we de huidige zonnepanelen, elektrische verwarming en warmtepompen. Die hebben allemaal een situatie als uitgangspunt. bijdrage cq impact op het meten van de effecten. Mijns inziens zou het passender zijn Maatregelen zoals isolatie of om een referentiejaar wat minder ver afligt van het heden te nemen bv 2024. Er moet zonnepanelen worden echter een jaar worden vastgelegd in dit document met bij de tabel behorende meegenomen in de nulmeting. nulmeting-waarden om discussie in de toekomst te vermijden en verantwoording af Individuele maatregelen van te kunnen leggen.

bewoners of gebouweigenaren beïnvloeden de warmtevraag en Ook wordt niet ingegaan op hoe er omgegaan wordt met de individuele maatregelen daarmee de milieueffecten. De die ook impact hebben op het milieu. plan-MER gebruikt actuele gegevens en prognoses, zodat de Ik hoop hiermee een waardevolle aanvulling te hebben kunnen leveren. analyse zo realistisch mogelijk is. Is het niet triest dat er nu 19.06.2025 begonnen wordt aan een voorstel voor een Dank voor uw zienswijze. warmtenet op onderdeel milieu-gevolgen. Uw reflectie op het tempo van Over 5 jaar zou het dan besloten zijn? Ik help het u hopen. besluitvorming is begrijpelijk maar valt buiten het toetsingskader van Ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik 2 jaar geleden overgestapt ben op de NRD. De energietransitie is een elektrisch verwarmen; perfect complexe opgave die vraagt om

Zal het rapport nog wel lezen ...

zorgvuldigheid, wat leidt tot langere doorlooptijden. Belanghebbende 5 Svp heet water uit de grond. Den Haag heeft alles daarvoor in huis o.a. een centrale Dank voor uw zienswijze. aan de Leyweg. En de warmte uit Rotterdam is ook welkom. Den Haag heeft inderdaad het geluk dat de diepe ondergrond potentie heeft om enkele geothermiebronnen te kunnen ontwikkelen. Daarnaast maken we gebruik van restwarmte uit het havengebied van Rotterdam via WarmtelinQ, als onderdeel van het regionale warmtesysteem. Belanghebbende 6 – Dank voor het delen van deze informatie, ondanks de complexe materie heb ik het Dank voor uw zienswijze. Hof Wonen stuk als goed leesbaar ervaren. Er wordt een grondige risicoanalyse gemaakt, dat stelt ons gerust. Opmerkingen. 1. Zoek contact met de SMP groep, vanuit de gemeente is Esther Vogelaar hierbij betrokken. Hier is een uitgebreid onderzoek gedaan naar de beschermde soorten in Den Haag. Hier hebben de Haagse corporaties aan bijgedragen. Deze input is (vermoed ik) alles wat nodig is voor het stuk beschermde soorten. 2. De combinatie met klimaatadaptieve maatregelen zijn voor de corporaties erg interessant. Hierbij heb ik het specifiek over de waterretentie maatregelen. Het grondwater in Den Haag staat relatief hoog en in vele gebieden hebben de corporaties hier last van.

Het aanleggen van het warmtenet en hiermee het voorkomen van natte kelders kan voor de bewoners ook een reden zijn om overstag te gaan (dit kan ik niet doormiddel van ervaring of onderzoek onderbouwen, dit is een aanname). 3. Ik heb geen directe connectie teruggelezen tussen grondwater en effect op gebouw funderingen. Tot op heden is er van verzakking tot zover ik weet nog weinig aan de hand in Den Haag. Wanneer werkzaamheden effect hebben op

De verzamelde informatie voor het SMP zullen we meenemen in de uitvoering van het onderzoek. Effecten op het grondwater, zoals overlast en risico op verzakking, worden meegenomen in het onderzoek.

De aardgasaansluiting van de woning of het gebouw moet verplicht worden verwijderd. De

grondwaterstand kan dit effect hebben of funderingen. Houd hier gelieve rekening mee. 4. Ik geloof dat ik heb gelezen dat alle oude infra achterblijft. Wat is de reden dat de gasleidingen niet worden verwijderd? Kan dit effect hebben op het vastrecht? Belanghebbende 7 – Paragraaf 1.3.3 benoemt samenwerking met andere gemeenten. Stedin Als toevoeging wil Stedin benadrukken dat ook afstemming met netbeheerders essentieel is voor uitvoerbaarheid en tijdige realisatie. Paragraaf 2.1.1 benoemt netcongestie als randvoorwaarde • Toevoegen dat naast inzet van fossiel materieel ook de inzet van fossiele bronnen tijdelijk noodzakelijk kunnen zijn • Collectieve oplossingen kunnen bijdragen aan een kleinere impact op het elektriciteitsnet wanneer deze slim worden ingezet. Het gaat niet automatisch op dat collectieve oplossingen altijd een lagere netimpact hebben dan individuele oplossingen. Tabel 1: Voor alle oplossingen dient het elektriciteitsnet verzwaard te worden, omdat er naast warmte ook voor andere toepassingen zoals bijvoorbeeld koken en elektrisch rijden het elektriciteitsnet extra wordt belast. Wel is het zodat bij het slim inzetten van een MT/HT warmtenet dat de impact op het elektriciteitsnet lager is dan bij een all electric oplossingen, waardoor er minder verzwaard hoeft te worden.

Tabel 3: Bij de rij “Ruimtegebruik en visuele kwaliteit van de ruimte – Bovengronds en ondergronds ruimtegebruik en inpasbaarheid openbare ruimte” – benoemen dat de oplossing impact heeft op het net. Een lagere netimpact zorgt voor minder benodigde ruimte voor elektra in de openbare ruimte (boven/ondergronds). Voor een hogere netimpact geldt dat hiervoor meer ruimte benodigd is voor elektra in openbare ruimte (boven/ondergronds). Paragraaf 5.2 effecten aanlegfase (verkeer, geluid, ruimtegebruik)

gebouweigenaar/eindgebruiker betaalt daarna geen vastrecht voor een gasnetaansluiting. De beheerder van het gasnet is echter niet verplicht om de gasleidingen in de openbare ruimte te verwijderen. Dank voor uw zienswijze. U wijst op het verschil in netimpact tussen collectieve warmtenetten en volledig elektrische oplossingen. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij het beoordelen van de effecten op het elektriciteitsnet. Alle oplossingen vragen om een zekere verzwaring van het elektriciteitsnet, waarbij een slim ingezet middentemperatuurwarmtenet doorgaans een lagere piekbelasting veroorzaakt dan een volledig elektrische oplossing. Dit betekent minder benodigde netverzwaring en daarmee minder ruimtebeslag in de openbare ruimte. Uw suggestie om dit explicieter op te nemen, nemen we mee in de plan-MER, zodat het onderscheid tussen de verschillende oplossingen duidelijker wordt.

Elektra is rand voorwaardelijk voor het succesvol uitrollen van het warmteprogramma. Kan dit ook worden mee genomen in de NDR? Of is dit meer van toepassing op het warmteprogramma? Paragraaf 5.4 wordt aangenomen dat netverzwaringen volgens de huidige plannen van netbeheerders worden uitgevoerd (2024–2036). Vooral belangrijk om te benadrukken dat een goede afstemming tussen Stedin, gemeente en overige partijen moet zorgen voor een succesvolle uitrol van het warmteprogramma.

Uw suggestie om de impact van de elektriciteitsinfrastructuur mee te nemen in de beoordeling van de aanlegfase is begrijpelijk. De NRD richt zich echter op de reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectonderzoek voor warmtevoorziening. Wel wordt in het warmteprogramma aandacht besteed aan de relatie met de elektriciteitsinfrastructuur, waaronder netimpact en ruimtegebruik.

Belanghebbende 8 – Duurzaam Duinoord

Uw opmerking over het belang van afstemming met Stedin herkennen wij en die is gaande. De uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur is essentieel voor een succesvolle uitrol van het warmteprogramma. Hieronder benoemen wij enkele belangrijke punten voor de MER en het Dank voor uw zienswijze. warmteprogramma, maar allereerst noemen wij enkele ontbrekende thema’s, waarvan wij menen dat opname daarvan het planMER en het uiteindelijke Uw opmerkingen over participatie, warmteprogramma kan versterken: sociale factoren, klimaatverandering en 1. Het planMER is één van de bouwstenen voor het warmteprogramma. Andere netcongestie herkennen we. De bouwstenen zijn uiteraard de kosten, haalbaarheid etc. Op welke wijze worden NRD richt zich op milieueffecten. bewoners bij deze andere bouwstenen betrokken? Daarbij zal de gemeente best Brede maatschappelijke en ingewikkelde afwegingen moeten maken. Als bijvoorbeeld uit de MER zou blijken dat sociale impact wordt een maatregel weliswaar de minste negatieve milieueffecten heeft, maar dat deze meegenomen in het

onvoldoende bijdraagt aan de energietransitie, welke keuze maakt de gemeente dan? warmteprogramma en Wij pleiten ervoor dat de inwoners van Duinoord vooraf bij deze afwegingen worden bijbehorende uitvoeringsplannen. betrokken. In de plan-MER worden bodem en 2. In de notitie ontbreekt aandacht voor sociale en demografische factoren, evenals ondergrond onderzocht, inclusief de interactie hiervan met de milieueffecten van het warmteprogramma. mogelijke effecten van Ontwikkelingen in bevolkingssamenstelling, leeftijdsopbouw, warmtenetten en autonome eigendomsverhoudingen (huurders versus eigenaren), tijdelijke versus permanente ontwikkelingen zoals bewoners (zoals expats), en inkomensgroepen beïnvloeden de leefomgeving en klimaatverandering. Netcongestie daarmee ook het milieu en het draagvlak voor warmteoplossingen. Het verdient wordt niet als afzonderlijk aanbeveling het toetsingskader van de studie te verbreden en tevens de sociale milieuthema meegenomen, maar impact mee te nemen, dan wel parallel een aparte impactstudie uit te voeren zonder is wel een randvoorwaarde in het warmteprogramma. Afstemming het proces te vertragen. met de netbeheerder vindt plaats 3. Ook wordt er geen aandacht besteed aan de verwachte zeespiegelstijging als gevolg en er wordt gestuurd op van klimaatverandering en de mogelijke gevolgen hiervan voor de bodemgesteldheid netbewuste oplossingen.

in Den Haag, zoals aantasting van leidingen en funderingen. Dit aspect zou ten minste Uw wens voor duidelijkheid over benoemd moeten worden als relevante autonome ontwikkeling, aangezien dit op de kosten en maatregelen per buurt is begrijpelijk. Tarieven voor warmte lange termijn invloed kan hebben op keuzes binnen het warmteprogramma. en energie vallen grotendeels 4. Enkele aspecten van een succesvolle transitie worden niet meegenomen in het onder landelijke regelgeving. planMER zoals netcongestie, de toekomstige koudevraag en tegengaan van hittestress. Wij pleiten ervoor om warmte, koude en stroom vanuit een integrale visie Bij de keuze van op te nemen in de planvorming. Juist in hun onderlinge samenhang geven deze warmteoplossingen hanteren we aspecten de complexiteit van de energietransitie waar, maar bieden ze ook kansen het uitgangspunt van laagste nationale kosten (PBL). In om de juiste keuzes te maken. uitvoeringsplannen per wijk Het warmteprogramma en de planMER worden vooral opgesteld vanuit de worden kosten en maatregelen doelstelling “aardgasvrij”. Wij missen in deze notitie vooralsnog het perspectief van verder uitgewerkt, zodat bewoners de bewoners. Zij vragen vooral om duidelijkheid. Een helder tijdspad en inzicht in de weten wat zij kunnen verwachten. kosten en maatregelen die op enig moment genomen moeten worden.

Het is van Uw suggestie om bredere belang dat duidelijk is hoe de kosten van verschillende alternatieven, zoals een inzichten, zoals randvoorwaarden warmtenet, een warmtepomp of combinatie-oplossingen, worden berekend en hoe voor elektra, mee te nemen in de

deze per wijk kunnen verschillen. Wij pleiten ervoor dat de gemeente per wijk/buurt plan-MER is begrijpelijk. De NRD een rekensom laat zien hoe de kostenafweging tussen de alternatieven uitpakt. richt zich echter uitsluitend op milieueffecten van Warmtenetten in bestaande stedelijke gebieden aanleggen is heel kostbaar: de warmtevoorziening. aanleg van leidingen in een ondergrond waar al heel veel leidingen in liggen is complex; maar daarnaast zijn ook de kosten van het geschikt maken van de woningen Onderwerpen zoals netcapaciteit voor een verwarming op een lagere temperatuur dan de CV en van de inpandige en systeemkeuzes worden aansluitsets in het heel diverse en vaak oude woningbestand zeer kostbaar. Die behandeld binnen het kosten moeten worden afgewogen tegen de kosten van het alternatief van warmteprogramma. bijvoorbeeld inzet van warmtepompen en de daarmee gepaard gaande extra verzwaring van het stroomnet (extra t.o.v. de verzwaring die sowieso nodig is). Uw opmerkingen over eigendomsverhoudingen, De overstap naar aardgasvrije warmte duurt tot 2050 en elke optie heeft tot die tijd ondergrondse ruimte en het eigen uitdagingen. Warmtenetten zijn geschikt voor een groot deel van de gebouwen, combineren van werkzaamheden maar onzekerheden kunnen het aantal aansluitingen beperken. Elektrische herkennen we.

In het warmtepompen zorgen soms voor netproblemen en de gevolgen op lange termijn zijn warmteprogramma wordt nog onduidelijk. Pas later wordt duidelijk hoeveel klimaatneutraal gas beschikbaar is gestuurd op een integrale aanpak, voor Nederland en de gebouwde omgeving. waarbij werkzaamheden zoveel mogelijk worden gecombineerd Het warmteprogramma moet daarom ook ingaan op mogelijke gedragsreacties als er om overlast te beperken. geen snelle keuze wordt gemaakt voor de warmtevoorziening. Zonder heldere richting zullen steeds meer bewoners zelf een warmtepomp laten installeren. Dit kan de Het verwijderen van oude haalbaarheid van een collectieve oplossing ondermijnen en het elektriciteitsnet extra gasleidingen gebeurt alleen bij belasten. Ook is het onzeker of mensen na een individuele investering nog willen technische of ruimtelijke noodzaak. Deze keuzes worden overstappen naar een collectief systeem. verder uitgewerkt in In het MER willen we graag inzicht in de risico’s van trage besluitvorming binnen dit uitvoeringsplannen per wijk, in traject. Er zijn geen duidelijke scenario’s of tijdlijnen; informatie is versnipperd. Ook afstemming met Stedin (beheerder ontbreekt helderheid over het migratiepad: hoeveel tijd krijgen bewoners om van het van het gasnet), bewoners en gas af te stappen? Hoe verloopt de overstap als velen tegelijk gaan (denk aan overige betrokken partijen.

capaciteit bij aannemers en materialen)? Deze duidelijkheid moet minimaal acht jaar vooraf worden gegeven; snelle besluitvorming is dus noodzakelijk. U wijst op het belang van een brede beoordeling van

Complexiteit en Overgangsproblematiek Voor het warmteprogramma zijn niet alleen de uitkomsten van de planMER bepalend, maar zeker ook maatschappelijke kosten, demografische, ecologische, sociale en politieke factoren en niet te vergeten de kosten voor de gebruikers. Daarbij moeten ook technische en andere obstakels op buurtniveau en zelfs straatniveau nog overwonnen worden. In een wijk als Duinoord is de ondergrond al tamelijk dicht bebouwd. De eigendomsverhoudingen zijn zeer versnipperd; 45% van de woonruimten is eigendom van particuliere verhuurders. De transitiefase zal bestaan uit het aanleggen van een nieuwe warmte-infrastructuur waarna de gasleidingen – zo nodig – worden verwijderd. Betekent dat dat de straten tweemaal open gaan? Warmtebronnen Op de webpagina Schone energiebronnen in Den Haag 1 worden zes verschillende warmtebronnen genoemd: Geothermie; Bodemenergie; Zonne-energie; Lucht; Aquathermie en Restwarmte. Wij verzoeken de onderzoeksthema’s in ieder van deze zes bronnen herkenbaar, het liefst per buurt, in de planMER terug te laten komen Enkele alternatieve warmtebronnen worden niet meegenomen omdat die niet (tijdig of voldoende) beschikbaar zijn, zoals (groene) waterstof en groen gas.

Om een vertraging in de energietransitie te voorkomen, is volgens de ING daarentegen naast netverzwaring ook meer focus nodig op duurzame moleculen zoals biogas, waterstof en CO2-opslag2. Een gefaseerde aanpak met eerst biogas, blauwe waterstof en bijmenging van groene waterstof maakt de volgens ING transitie haalbaar en betaalbaar. Grootschalige groene waterstof is nu nog te kostbaar. Wij vragen ons daarom af of het verstandig is om deze alternatieven bij voorbaat uit te sluiten voor een programma dat een doorlooptijd zal hebben tot 2050 wanneer alle gebouwen aardgasvrij moeten zijn. Het is daarnaast essentieel dat bij de beoordeling alle alternatieven in samenhang worden beschouwd. Denk hierbij aan de betrouwbaarheid van de warmtevoorziening, het toekomstbestendig maken van infrastructuur, de betaalbaarheid op lange termijn

warmtebronnen en het zorgvuldig omgaan met het uitsluiten van alternatieven. In de plan-MER worden de milieueffecten van de belangrijkste warmtebronnen voor Den Haag onderzocht, conform de Bronnenstrategie. Waterstof en groen gas worden op dit moment niet meegenomen als oplossing voor de korte termijn vanwege onzekerheid over beschikbaarheid en betaalbaarheid. De integrale afweging van bronnen vindt plaats binnen het warmteprogramma, waarbij ook betrouwbaarheid, betaalbaarheid en flexibiliteit worden meegenomen. Financiële aspecten, zoals gebruikerskosten en businesscases, worden uitgewerkt in het warmteprogramma en de uitvoeringsplannen. Voor de keuze van warmteoplossingen hanteren we het principe van laagste nationale kosten (PBL-methodiek), aangevuld met technische, ruimtelijke en sociale criteria. De gemeente zet zich in voor transparantie en zal bewoners tijdig informeren over

voor bewoners en bedrijven, en de flexibiliteit om in te spelen op technologische kostenramingen en innovaties. Door deze aspecten expliciet mee te nemen in het planMER, kan de ondersteuningsmogelijkheden. gemeente Den Haag beter anticiperen op toekomstige ontwikkelingen en risico’s minimaliseren. Kosten Of er in een buurt een warmtenet wordt aangelegd, hangt af van de nationale kosten en de kosten voor de gebruiker. De manier waarop de gebruikerskosten worden berekend, is nog niet vastgesteld. Wij vragen ons af hoe en wanneer over dit laatste aspect meer duidelijkheid ontstaat. Daarnaast is een haalbare businesscase vereist, gebaseerd op de bestaande financiële instrumenten van het Rijk. Hoe zeker, en hoe cruciaal zijn deze rijksbijdragen en garanties op de langere termijn? Het rijksbeleid van de laatste jaren is op zijn minst grillig te noemen. https://www.denhaag.nl/nl/natuur-en-milieu/duurzaamheid/schoneenergiebronnen-in-den-haag/#geothermie 2 ING 23 juni 2025 persbericht 1

Een ander aandachtspunt betreft de transparantie en het inzichtelijk maken van de kosten voor verschillende alternatieven. Het is van belang dat zowel de investeringskosten als de structurele lasten voor huishoudens en bedrijven goed worden onderzocht en in kaart gebracht. Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar de initiële aanleg van infrastructuur, maar ook naar onderhoud, toekomstige aanpassingen en eventuele restwaardes bij technologische ontwikkelingen. Daarnaast is het raadzaam om te evalueren hoe kosten en baten op een eerlijke en sociale manier verdeeld kunnen worden onder de betrokken partijen. Dit voorkomt dat specifieke groepen onevenredig worden belast of dat er ongelijkheid ontstaat in de toegang tot duurzame warmte. Het betrekken van bewoners en lokale ondernemers bij het opstellen van financiële scenario’s en het creëren van transparante communicatie hierover, draagt bij aan draagvlak en vertrouwen in de energietransitie.

Uw opmerkingen over geluid, bodem, natuur en cumulatie van effecten herkennen we. Deze thema’s worden meegenomen in de plan-MER. Daarbij wordt gekeken naar risico’s zoals geluidsoverlast, bodemveranderingen, effecten op biodiversiteit en cumulatie van ingrepen. Ook autonome

Te onderzoeken thema’s ontwikkelingen, zoals Op blz. 13 van de NRD worden 11 milieuthema’s genoemd die onderzocht worden. Op zeespiegelstijging, worden enkele hiervan maken wij een opmerking. benoemd. Geluid en trillingen: Het in par. 2.2.2 genoemde voorkeursalternatief voor sommige buurten, de volledig elektrische warmtepomp, kent specifieke voorwaarden voor toepasbaarheid. Gezien aspecten zoals isolatie-eisen, mogelijke geluidsoverlast en netcongestie, is het relevant om te weten of deze techniek geschikt is voor onze wijk. Zeker op de binnenterreinen van de gesloten bouwblokken die kenmerkend zijn voor Duinoord, vrezen wij voor geluidsoverlast door resonantie als daar veel warmtepompen gelijktijdig werkzaam zijn.

De MER-resultaten helpen bij latere planvorming om passende maatregelen te treffen, afgestemd op buurtkenmerken zoals bebouwingsdichtheid en ligging.

Bodem: Ook goed geïsoleerde leidingen zullen de temperatuur van de bodem enigszins laten stijgen. Wat zal daarvan het effect zijn op het bodemleven, Conform de wettelijke procedure boomwortels e.d.? Wat zal het mogelijke effect zijn van de stijging van de zeespiegel? worden het ontwerpwarmteprogramma en de Natuur en Biodiversiteit: Dit thema gaat vooral over beschermde soorten en gebieden, plan-MER gelijktijdig ter inzage maar dit is te beperkt. Wij vinden het behoud en versterken van het groen in onze wijk gelegd. Beide documenten zijn belangrijk. Duinoord is niet voor niets een beschermd stadsgezicht. Kijk bij de dan beschikbaar voor zienswijzen, beoordeling daarom ook naar het bestaande groen zoals bomen en plantsoenen, en die kunnen leiden tot onderzoek of meer groen mogelijk is bij herinrichting van de openbare ruimte. Meer aanpassingen vóór definitieve groen bevordert zowel de leefbaarheid als klimaatadaptatie. De aanleg van een vaststelling. nieuwe warmteinfrastructuur mag niet ten koste gaan van bestaand groen. De plan-MER is een technisch document gericht op Het studiegebied is het gebied waar milieueffecten van de voorgenomen activiteiten milieueffecten. De aanbevelingen plaatsvinden. Wordt daarbij ook aandacht besteed aan mogelijke cumulatie van zullen door de gemeente worden effecten per buurt? meegenomen in het ontwerp warmteprogramma.

Bewoners kunnen via de Het vervolg We vragen de gemeente om in het warmteprogramma de belangrijkste obstakels en zienswijzeprocedure hun inbreng kansen in Duinoord te inventariseren en zo per buurt een gerichte strategie te bepalen. leveren op zowel de plan-MER als De Werkgroep Warmte Duinoord wil hier graag concreet aan bijdragen en ziet dit als het warmteprogramma. Voor het gezamenlijke verantwoordelijkheid. Verder pleiten we voor brede betrokkenheid van warmteprogramma vinden

bewoners, met communicatie die meertalig is en afgestemd op verschillende aanvullende doelgroepen. participatiemomenten plaats, waarbij ook bewoners van Het planMER en het concept-warmteprogramma worden gelijktijdig ter inzage gelegd. Duinoord actief kunnen Dat laat weinig ruimte om een zelfstandige zienswijze te bieden op het planMER en meedenken. Hierbij wordt ingezet op toegankelijke communicatie. deze te laten doorwerken op het warmteprogramma. Worden bewoners en andere betrokkenen nog betrokken bij het opstellen van de planMER zelf of wordt dit een technische exercitie uitsluitend door de deskundigen van HaskoningDHV?

Belanghebbende 9 Eneco

Tot slot: wij kunnen ons goed vinden in het ongevraagde advies “Naar een toekomstperspectief voor de hele stad bij verduurzaming van warmte” dat het Haags Klimaatberaad onlangs heeft uitgebracht. 2.1.1. Netcongestie Rekening houden met netcongestie is een randvoorwaarde voor het warmteprogramma, maar wordt niet gezien als een milieu- of leefomgevingseffect dat het gevolg is van het programma zelf. Daarom stuurt het warmteprogramma juist aan op netbewust programmeren en netbewuste systemen. Netcongestie wordt om die reden niet als zelfstandig thema meegenomen in het beoordelingskader van het planMER

Netcongestie is inderdaad geen milieuthema is binnen de planMER. Wel heeft het invloed op keuzes in het warmteprogramma. Er wordt actief afgestemd met de netbeheerder en gestuurd op netbewuste systemen met een Opmerking: Het is onduidelijk hoe de gemeente en het onderzoek hierop zal sturen lagere piek elektriciteitsvraag. als dit niet wordt meegenomen in het beoordelingskader. Netcongestie heeft namelijk wel een grote impact en relatie tot de ontwikkeling van warmtenetten en de In het warmteprogramma wordt energietransitie. nadrukkelijk rekening gehouden 2.1.2. Koude Opmerking algemeen hier mist een onderdeel van ondergrondse met bodemcongestie en efficiënt inpasbaarheid van WKO systemen en leidingen irt. En evt. icm. warmtenet leidingen. ruimtegebruik. Ook bodembalans Met andere woorden hoe gaat de gemeente om met de ruimte beperkingen. 2.2. wordt benoemd in de plan-MER. Voorgenomen technieken De gemeente geeft aan in welke buurten ze de komende Bij het plannen van warmtenetten tien jaar aan de slag gaat met het aardgasvrij maken en op welke manier, met daarbij en WKO-systemen wordt afgestemd met andere partijen om een doorkijk naar warmteoplossingen voor de hele stad. werkzaamheden te combineren. Opmerking

Gaat de gemeente ook concreet aangeven met welke partij(en) conform de WCW actief worden/zijn in de genoemde buurten (kavels volgens de WCW). 2.2. Tabel 1. Warmtetechnieken Aanpassingen aan gebouwen Isolatie gebouwen naar isolatiescore of (theoretische) warmtevraag uit de Haagse Isolatiemonitor met een gemiddelde RC waarde van ongeveer 1,0-1,5 Opmerking 1. Hier wordt ervan uitgegaan dat een MT of HT warmtenet enkel aan slechter geïsoleerde gebouwen levert. Dit sluit niet aan bij de praktijk; op dit moment worden ook goed geïsoleerde woningen aangesloten en is het vanuit gebiedsontwikkeling en opzet van gebouwen ook ongunstig om op specifiek niveau gebouwen of gedeelten daarvan uit te sluiten. 2. HT en MT netten hebben wezenlijk andere karakteristieken, ook icm wat er nodig is in de woning, qua bron en infrastructuur. Warmtebronnen en technieken

Welke partijen actief worden in een buurt volgt uit de uitvoering van de Wcw. In het warmteprogramma wordt per buurt richting gegeven aan de aanpak en randvoorwaarden.

Het isolatieniveau per warmteoplossing is in de NRD op hoofdlijnen geschetst. Uw zienswijze leidt niet tot aanpassing van de NRD. In het warmteprogramma wordt dit verder uitgewerkt, onder meer op basis van de gemeentelijke isolatiemonitor en de Basislast Opmerking Aquathermie is (ook) geschikt voor MT basislast icm warmtepomp isolatiescores per woning. Ook Piek/back-up wordt de koppeling gelegd met de benodigde gebouwaanpassingen Opmerking en het handelingsperspectief voor Impact van peak shaving & loading ook meenemen als techniek Regeneratie: koeling, bewoners. aquathermie en PVT-panelen Uw opmerking over groen gas als Opmerking Koeling is eerder buiten scope geplaatst hier toevoegen is niet consistent mogelijke piekoplossing herkennen we. Binnen de NRD Basislast: wordt groen gas niet meegenomen Opmerking als grootschalige warmtebron, Toevoegen optimaliseren van het bestaande warmtenet en systeem vanwege onzekerheden in 2.2.1. Technieken die niet worden meegenomen Groen gas beschikbaarheid en betaalbaarheid op korte en Opmerking Groen gas kan wel een optie zijn voor de piek oplossing in de toekomst. Eneco e.a. middellange termijn. Wel wordt in de uitvoeringsfase kijken hier wel degelijk naar. 2.2.2. Voorkeursalternatief onderzocht of beperkte inzet van

Methodiek bepalen voorkeursalternatief Opmerking Hier mist in het onderzoek het onderwerp inpasbaarheid en de verbonden betaalbaarheid van een bron. Lees: de ene warmtebron brengt andere kosten met zich mee dan de andere. Tevens de fysieke inpasbaarheid die in een stad als den haag zeer complex is en daarmee kostbaar. Ook moet er zicht zijn op een haalbare business case op basis van de huidige financiële instrumenten van het Rijk.

duurzame moleculen zoals groen gas mogelijk is voor het invullen van de pieklast en in uitzonderingssituaties, bijvoorbeeld bij specifieke gebouwen of locaties waar andere oplossingen niet haalbaar zijn. Dit gebeurt in afstemming met landelijke kaders en marktontwikkelingen.

Opmerking Niet alleen financiële instrumenten van het Rijk, maar ook van de gemeente den haag zelf moet zicht komen om een haalbare business case te genereren. En zelfs dan is de betaalbaarheid voor de bewoner niet gegarandeerd. De aannames voor een haalbare en betaalbare business case moeten goed onderbouwd zijn. 3. Beleidskaders Tabel 2 Nationaal

U wijst op het belang van inpasbaarheid, betaalbaarheid en een goed onderbouwde businesscase bij het bepalen van het voorkeursalternatief. Deze onderwerpen vallen buiten het toetsingskader van de NRD.

Opmerking 1. Ontbreekt de EED (Energy Efficiency Directive; Europese Energie Efficiëntie Richtlijn). de EED gaat o.a. over de waardering van CO2 reductie in een prestatieladder, en een netwerk als efficiënt systeem en daarmee over de toekomstige inzet gas. 2. Hier ontbreekt de CROW 400; Nederlandse richtlijn voor veilig werken in en met verontreinigde bodem. 3. Hier ontbreekt de CROW 500; Praktische richtlijn die aanbevelingen geeft om graafschade aan kabels en leidingen te voorkomen. (Bij de totstandkoming van de WIBON is met de verantwoordelijke minister afgesproken dat de graafketen zelf in de gelegenheid moet worden gesteld het maatschappelijk probleem van graafschades op te lossen. In de wet is daarom ruimte geboden om als graafsector het zorgvuldig graafproces (zorgvuldig opdrachtgeven/zorgvuldig graven) zelf nader in te vullen en te implementeren. De graafsector, vertegenwoordigd door het Kabel en Leiding Overleg

In het warmteprogramma wordt gewerkt met een afwegingskader waarin naast milieueffecten ook technische haalbaarheid, ruimtelijke inpasbaarheid en maatschappelijke kosten worden meegenomen. De financiële uitwerking en businesscase volgen in de uitvoeringsfase, waarbij rekening wordt gehouden met instrumenten van het Rijk en de gemeente. Daarbij wordt ook gekeken naar de impact op bewoners, zodat oplossingen niet

(KLO), heeft in 2016 de richtlijn CROW 500 opgesteld als invulling van het zorgvuldig alleen maatschappelijk graafproces. Deze richtlijn is in werking getreden per 1 januari 2017.) kosteneffectief zijn, maar ook betaalbaar en uitvoerbaar op Bronnenstrategie wijkniveau. Opmerking 1. Wat ontbreekt aan de bronnenstrategie is een realistische planning wanneer deze Uw opmerkingen over aanvullende bronnen worden gerealiseerd. Bijv. diverse geothermie projecten zijn afgeketst, on- beleidskaders en de hold of vertraagd. Een aanscherping van de ontwikkel- en realisatietijd is nodig om ook bronnenstrategie herkennen we. een goed planMER en warmteprogramma te ontwikkelen. Immers kunnen er pas De NRD legt uitsluitend de gebouwen worden aangesloten als ze ook een operationele bron hebben. Tijdelijke reikwijdte en het detailniveau van gasgestookte oplossingen mogen vanuit CO2 uitstoot max 2 jaar staan, anders het milieueffectonderzoek vast. hebben ze een direct effect op de kwaliteitsverklaring. 4.

Alternatieven Wel worden deze De gemeente onderzoekt drie verschillende technieken om naar een aardgasvrije stad aandachtspunten meegenomen in de verdere uitwerking van het toe te werken warmteprogramma en de uitvoeringsfase, waar ook Opmerking Is dit volgordelijk? afstemming plaatsvindt met 4.1 Wat zijn alternatieven landelijke kaders en relevante Een alternatief is realistisch als het technisch haalbaar, betaalbaar, en vergunbaar is marktontwikkelingen. Opmerking hier toevoegen dat voor de techniek ook gegarandeerd voldoende afzet / aantal klanten beschikbaar moet zijn. Daarnaast is het gebruikelijk in de markt om alternatieven te toetsen op hun TRL (technology readiness level) niveau en dan te kijken naar minstens level 7 om in scope te komen. Pas vanaf die fase is implementatie zekerheid groot genoeg om risico op te nemen. Graag hier een standpunt van de gemeente. Daarnaast moet ook de duurzaamheid COP, veiligheid, netcongestie en (fysieke) inpasbaarheid worden meegenomen. Het bekijken van alternatieven is zinvol. Maar te beperkte criteria zullen zorgen voor te weinig kritisch kijken en daarmee vergroting van maatschappelijke kosten alsmede wensdenken in de kaart spelen. 4.2 Bepalen alternatieven

In de NRD is geen prioritering of volgorde aangebracht in de drie genoemde warmteoplossingen. De NRD beschrijft de technieken op hoofdlijnen en legt uitsluitend de reikwijdte en het detailniveau van het milieueffectonderzoek vast. Uw suggesties over afzetzekerheid, TRL-niveau, duurzaamheid, veiligheid, netimpact en fysieke inpasbaarheid zijn relevante

Gemeente brede alternatieven Naast dit voorkeursalternatief wordt in het planMER onderzocht of er andere realistische en zinvolle alternatieven denkbaar zijn, die vanuit milieuoogpunt onderscheidend zijn en eventueel voordelen bieden die in de besluitvorming meegewogen moeten worden. Opmerking Zie comment hierboven bij 4.1. aangevuld met dat het niet duidelijk is of tabel 1 hier leidend en limitatief is? de laagste nationale kosten Opmerking 1. Hoe worden deze bepaald? Daarnaast zijn de laagste nationale kosten niet te vergelijken met de laagste kosten voor de bewoner. De laagste nationale kosten is niet automatisch aantrekkelijk genoeg voor bewoners om over te stappen 2. De ambitie voor de laagst mogelijke maatschappelijke kosten druist in tegen hoe de gemeente in de praktijk omgaat met vele aanvullende eisen ((TVM’s, BVCplannen, inzet verkeersregelaars etc.) die juist zorgen dat het geheel alleen maar kostbaarder wordt. Om de laagst mogelijke kosten te behalen zal met name naar deze eisen moeten worden gekeken en hun efficiëntie alsmede doelmatigheid. Alternatieven op buurtniveau

aandachtspunten, maar vallen buiten het toetsingskader van de NRD. Wel worden deze aspecten betrokken bij de verdere uitwerking van het warmteprogramma en de uitvoeringsplannen, waarin een bredere afweging plaatsvindt van haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid van alternatieven. Voor het bepalen van alternatieven wordt gebruik gemaakt van de methodiek van de PBL Startanalyse, die uitgaat van nationale kosten en technische haalbaarheid. Tabel 1 in de NRD is richtinggevend, maar niet limitatief.

De impact van bestaande infrastructuur en aanvullende Opmerking eisen wordt meegenomen in de Hoe wordt de impact en waardering op het al aanwezige warmtenet meegenomen. Dit bredere afweging binnen het staat nu in zijn geheel niet vermeld terwijl dit wel een effect heeft op de thema’s onder warmteprogramma. 5.2. Geluid en trillingen, Circulariteit, ruimtegebruik, verkeer en klimaatadaptatie Milieueffecten van alternatieven 5.2. Milieuthema’s worden in de plan-MER beoordeeld op hoofdlijnen, binnen Geluid en trillingen de kaders zoals vastgelegd in deze NRD. Opmerking De door u genoemde aandachtspunten, zoals

1. Er wordt gekeken naar de totale toename van geluid. Hier mist het decentrale effect op buurt/wijk/straat niveau van warmtepompen (LW-WP) 2. Wat is het toetsingskader voor geluid bij de woningen? Die zijn niet geholpen met een toets op de totale productie.

geluidseffecten van warmtepompen op wijkniveau, aanlegdiepte van infrastructuur, bodembalans, cumulatie van milieueffecten en het gebruik van bestaande assets, zijn relevante Bodem, Water, Luchtkwaliteit observaties. Deze onderwerpen Opmerking 1. De huidige aanlegdiepte voor stadsverwarming is 1.30m dekking op bovenzijde vallen binnen het toetsingskader leidingnet. Wanneer de aanlegdiepte kan worden aangepast naar ca. 80 cm dekking van het milieueffectonderzoek. dan wordt de (vervuilde) diepe ondergrond niet geroeid. Ook geeft dat een enorme kostenbesparing a.g.v. minder graafkosten, pompkosten en minder De beoordeling in de plan-MER transportbewegingen voor aan- en afvoer van grond. Waardoor tevens minder richt zich op generieke geluidoverlast (zie “Geluid en trillingen”) en minder impact op grond- en oppervlakte milieueffecten op hoofdlijnen. water a.g.v. langdurige pompacties voor wateronttrekking (zie “Water”). En ook Specifieke technische keuzes en minder belasting van de luchtkwaliteit a.g.v. gebruik van graafmachines en uitvoeringsdetails, zoals vrachtvervoer (zie “Luchtkwaliteit” blz.15). aanlegdiepte of optimalisatie van 2. Waar wordt getoetst op de bodembalans? De Koelvraag is vaak nog laag, hoe wordt bestaande netten, worden verder dit meegenomen. Overschotten en onbalans hebben nadelige effecten op de bodem. uitgewerkt in het 3.

Er mist een hier in de beschrijving ligging ondergrondse infrastructuur. Hoe en waar warmteprogramma en de liggen alle kabels en leidingen en hoe is de verhouding? Kortom de drukte in de bijbehorende uitvoeringsplannen. ondergrond waarop inpasbaarheid van nieuwe ontwikkeling getoetst kan worden. Advies om dit dan ook in de criteria en referenties terug te laten keren. Uw opmerkingen over bij de inzet van een warmtestation met een back-up op (groen) gas terminologie, bestaande infrastructuur, klimaatadaptatie Opmerking en verkeersimpact herkennen we. Hier toevoegen piek & back-up. Zie eerdere opmerking over groen gas als alternatief De verdere uitwerking van deze voor piek verduurzaming van gas. thema’s vindt plaats in de planMER en het warmteprogramma, Circulariteit en Ruimtegebruik met daarbij een begrippenlijst. Daarbij wordt aangesloten op Opmerking bestaande beleidskaders en zal afstemming plaatsvinden met betrokken partijen, zoals de

1. Hier mist de waardering en impact van bestaande assets (warmtenet, warmtesysteem en bronnen). Het zo goed mogelijk uitnutten van het bestaande net irt. Nieuwe leidingen draagt bij aan het vergrote van de circulariteit. 2. Door zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande warmtenetten en systemen wordt onnodig ruimtegebruik in de ondergrond voorkomen. Hoe gaat deze impact zo goed mogelijk worden meegenomen?

wegbeheerder, om uitvoerbaarheid en ruimtelijke inpassing goed te kunnen beoordelen.

De referentiesituatie in de plan-MER is gebaseerd op de huidige stand van zaken en Klimaatadaptatie autonome ontwikkelingen waarvoor al besluiten zijn Opmerking Hier mist nog het onderwerp hitte eilanden. Het lozen van warmte in de zomer kan dit genomen. De gehanteerde uitgangspunten zijn indicatief en verergeren. bedoeld voor een beoordeling op 5.3 Beoordelingskader Tabel 3 hoofdlijnen. Uw opmerkingen over warmtevraag, Geluidsbelasting temperatuurverdeling, Opmerking Hier staat geluidbelasting. Bij de beschrijving geluid productie (5.2.). Belasting is een bronontwikkeling, CO₂-emissie en warmtepompadaptatie zijn logischer toetsingskader voor de optredende hinder. relevante aandachtspunten. Deze Ruimtegebruik vallen deels buiten het Opmerking toetsingskader van de NRD. Zie opmerkingen onder 5.2. toevoegen waardering bestaande infrastructuur t.o.v. Waar mogelijk worden deze nieuw te ontwikkelen infrastructuur punten betrokken bij de verdere uitwerking van het Klimaatadaptatie warmteprogramma en de Opmerking milieueffectanalyse in de Zie hiervoor onder 5.2. plan-MER. Verkeer Opmerking Er zijn veel factoren van toepassing m.b.t. verkeer. zijn die in beeld? (hoe gaat de wegbeheerder ermee om / huidige ligging infra en het toekomstige. manier van uitvoering etc. Dit stuk lijkt nu te beperkt te zijn omschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16206469/1