RIS323676 Bijlage Evaluatie cameratoezicht Den Haag 2025
Tekst van het document
27
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
cameratoezicht hoofdzakelijk wordt ingezet voor handhaving van de openbare orde, zoals de bedoeling is. Als we deze cijfers echter opsplitsen per cameragebied, blijken er forse verschillen te zijn in het aandeel ‘openbare orde’ incidenten. In het cameragebied Plein/Lange Poten is driekwart van alle incidenten een openbare orde incident (77%). Op de boulevard van Scheveningen is dat veel minder: daar is de helft van de incidenten een openbare orde incident (54%), dus hier zijn ook de meeste incidenten in de categorie overig (46%). In de andere cameragebieden ligt het aandeel openbare orde tussen deze twee uitersten in.
Tabel 3.6
Type incidenten per cameragebied (2021-2024) Gebied
Incident #1
Incident #2
Incident #3
Plein/Lange Poten
Perc. openbare orde 77%
Overlast
Geweld
Drank/drugs
Vlamingstraat/De Laan/Spuistr.
74%
Overlast
Geweld
Verdacht
Geleenstr./Hunsestr./Doubletstr.
71%
Overlast
Verdacht
Verkeer
Grote Marktstraat
69%
Overlast
Geweld
Diefstal
Station Den Haag CS
66%
Overlast
Gezondheid
Geweld
Stationsweg/Wagenstraat
60%
Overlast
Verkeer
Verdacht
Herengracht/Korte Poten
60%
Overlast
Geweld
Verkeer
Station Den Haag HS
60%
Overlast
Verkeer
Geweld
Scheveningen boulevard
54%
Gezondheid
Overlast
Geweld
Totaal
68%
Overlast
Geweld
Verkeer
In de tabel staan ook de drie incidententypen die het meest zijn geregistreerd per cameragebied. Bijna overal staan overlast en geweld in de top drie, met daarnaast nog een ander specifiek incidenttype voor dat gebied, zoals bijvoorbeeld ‘drank/drugs’ in het gebied Plein/Lange Poten of ‘gezondheid’ op de boulevard van Scheveningen. Er zijn twee cameragebieden waar geweld niet in de top drie staat: Geleenstraat/Hunsestraat/Doubletstraat en Stationsweg/Wagenstraat.
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
4
Opsporing
4.1
Beschrijving
28
Dit hoofdstuk gaat over het vierde tussendoel van cameratoezicht: repressie door opsporing. De opgenomen camerabeelden mogen door de politie worden gebruikt voor opsporingsonderzoeken en als bewijsmateriaal.
Figuur 4.1
Beleidslogica tussendoel 4: Opsporing
Opsporing mag niet het enige doel van gemeentelijk cameratoezicht zijn. Het is namelijk niet de burgemeester, maar de officier van justitie die over de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde gaat. Maar camerabeelden van gemeentelijke camera’s mogen wel degelijk voor opsporing worden gebruikt. Dat is expliciet geregeld in artikel 151c van de Gemeentewet: de vastgelegde beelden kunnen worden gebruikt voor opsporing indien er concrete aanleiding bestaat te vermoeden dat de beelden noodzakelijk zijn voor de opsporing van een strafbaar feit. Werkwijze Er zijn twee manieren waarop deze camerabeelden een rol kunnen spelen bij opsporingsonderzoeken. De eerste route is via het rechtstreekse cameratoezicht. Als een observant in de cameratoezichtruimte een strafbaar feit ziet op de beelden, zoals een drugsdeal of een beroving, dan geeft de observant dit door voor een reactie op straat. Als de beelden worden aangevraagd worden de relevante beelden ook klaargezet voor het opsporingsonderzoek. Een collega van de regionale recherche of van een wijkbureau kan de beelden dan op een later moment downloaden en gebruiken in het onderzoek. De tweede route is achteraf, dus zonder dat het incident live is gezien.
Als aangifte wordt gedaan van een strafbaar feit kan de rechercheur die het opsporingsonderzoek doet contact opnemen met de cameratoezichtruimte en vragen of er van die plaats en op dat tijdstip bruikbare beelden zijn. Dit gebeurt uiteraard alleen binnen de wettelijke kaders, dus alleen als er concrete aanleiding bestaat te vermoeden dat de beelden noodzakelijk zijn voor de opsporing van het strafbare feit. De observanten bekijken dan
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
29
de opnames van de camera’s in de buurt van het incident en als er interessante beelden zijn krijgt de rechercheur een link naar de beelden.
4.2
Opbrengsten Aantal aanvragen Bruikbare beelden moeten worden aangevraagd via een formulier op intranet van de politie. De opnames worden dan door Team Technisch Toezicht in een afgeschermd videodistributiesysteem klaargezet zodat de rechercheur de beelden kan bekijken en indien gewenst kan downloaden voor het opsporingsonderzoek. Elk bureau in de eenheid Den Haag heeft een speciale werkplek voor het verwerken van dit type camerabeelden. Het Team Technisch Toezicht is na het beschikbaar stellen van de opnames niet meer betrokken bij de verdere verwerking van de beelden. Dat betekent ook dat dit team dus niet weet of de beelden uiteindelijk relevant waren voor de opsporing, vervolging en eventuele veroordeling. Als in een cameragebied een incident is gebeurd waar een opsporingsonderzoek op volgt, worden er vrijwel standaard camerabeelden aan toegevoegd. De enige uitzondering zijn zaken waar een politiefunctionaris op straat het feit met eigen ogen en op heterdaad heeft gezien. Dan voegen camerabeelden niets toe. Maar in de andere gevallen, zoals aanhoudingen na het plegen van een strafbaar feit, worden de camerabeelden opgevraagd en indien nodig toegevoegd aan het dossier. Ook als er tijdens het incident geen observant meekeek die kon inzoomen op personen of handelingen, zijn de beelden vaak bruikbaar.
Volgens de politie zijn de presets – de standaardinstellingen – in negen van de tien keer goed. Desgevraagd geven de medewerkers van Team Technisch Toezicht aan dat de beelden “regelmatig” worden gebruikt als bewijsmateriaal of om het verloop van een voorval mee te reconstrueren. Het aantal verzoeken aan Team Technisch Toezicht om de opgenomen beelden te doorzoeken om te zien of er relevante beelden zijn, wordt niet geregistreerd. Alleen de ingediende formulieren voor het daadwerkelijk opvragen van beelden worden geregistreerd. Dat gaat dus alleen over de opnames waarvan al duidelijk is dat ze relevante informatie bevatten. In 2024 heeft het Team Technisch Toezicht in totaal 1.105 van die formulieren ontvangen. Dat zijn er gemiddeld drie per dag. Het is voor het eerst dat hierover wordt gerapporteerd in de evaluatie van het cameratoezicht: een vergelijking met eerdere jaren is daardoor helaas niet mogelijk. Soort zaken De politie registreert niet centraal over welk type incident een opgevraagde opname gaat. We weten dus niet voor welke zaken de opnames worden gebruikt. Ook is niet bekend bij Team Technisch Toezicht of een bepaalde opname uiteindelijk waardevol was voor het onderzoek, voor de vervolging en wellicht de veroordeling. Die informatie kan alleen handmatig en per opsporingsonderzoek worden achterhaald en daar is in deze evaluatie niet voor gekozen.
Het gaat volgens de politie vooral om ‘klassieke’ strafbare feiten, zoals diefstallen, berovingen en mishandelingen. Op verzoek zijn voor deze evaluatie enkele voorbeelden aangeleverd door de politie die laten zien hoe de camera’s een rol kunnen spelen bij opsporing. De informatie is geanonimiseerd dat deze niet kan worden herleid tot specifieke incidenten of individuen. Dit zijn allemaal voorbeelden van zaken waarbij uitsluitend achteraf gebruik is gemaakt van de camera’s: er was geen rechtstreeks toezicht op het moment dat het incident gebeurde. Het zijn ook voorbeelden van ernstige strafbare feiten: dit is dus niet representatief voor alle opsporingsonderzoeken. •
Na een verkrachting in het Centrum werd aangifte gedaan. Rechercheurs konden dankzij de opgenomen camerabeelden achterhalen welke personen erbij betrokken waren. Dat heeft ertoe geleid dat een verdachte kon worden opgespoord en aangehouden.
•
Een persoon werd ontvoerd en gekneveld in een hotelkamer vastgehouden. De ontvoerders probeerden het slachtoffer geld afhandig te maken door hem te bedreigen. Door grondig speurwerk
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
30
door het Team Technisch Toezicht konden achteraf relevante beelden van het moment van de ontvoering worden verstrekt aan het onderzoeksteam dat met de zaak bezig was. Op grond daarvan zijn de verdachten opgespoord. •
Een slachtoffer van een openlijke geweldpleging overleed aan zijn verwondingen. Het onderzoeksteam werd ondersteund door Team Technisch Toezicht. Zij vonden in de camerabeelden het kenteken van een betrokken auto. Dat kenteken werd op andere beelden bij een hotel gesignaleerd en dat leidde tot aanhouding van de verdachten.
Het is zoals gezegd helaas onbekend wat er verder is gebeurd met de bovenstaande dossiers: het Openbaar Ministerie geeft geen terugkoppeling aan het Team Technisch Toezicht. Het is dus ook onbekend of het uiteindelijk tot vervolging of een veroordeling in de rechtbank is gekomen. Dat is een bekend fenomeen in evaluaties van cameratoezicht: het is vaak moeilijk of zelfs onmogelijk om een directe link te leggen tussen opnames van camera’s en het uiteindelijke resultaat van opsporingsonderzoeken. Dat komt doordat de meeste opsporingsonderzoeken bestaan uit een serie handelingen die nodig zijn om een zaak rond te maken. Als camerabeelden een rol spelen is dat meestal in het begin van dat traject, bijvoorbeeld door een signalement van een persoon te leveren of een kenteken. Daarna wordt de zaak verder onderzocht en komen er andere informatiebronnen bij die nodig zijn om een zaak op te lossen en een persoon aan te houden. Maar ook die onderzoeken leunen dus vaak op camerabeelden waar het mee is begonnen. Zoals een politiemedewerker zei over een specifiek onderzoek naar een geweldsincident: “Zonder camerabeelden was het ons nooit gelukt. Het was de start van ons recherchewerk”. Waarde van de gemeentelijke camera’s voor opsporing De gemeentelijke camera’s zijn niet de enige soort camera’s die de politie kan gebruiken voor opsporing.
Er zijn immers heel veel andere camera’s: van ov-bedrijven, of van winkeliers of particulieren. Het is moeilijk een onderbouwde uitspraak te doen, maar een educated guess van de politie is dat de camera’s van bedrijven en particulieren vaker worden gebruikt dan de gemeentelijke camera’s. Vooral het grote aantal deurbelcamera’s en camera’s in winkels en appartementencomplexen is de laatste tijd steeds vaker behulpzaam bij onderzoeken. Daar staat tegenover dat de gemeentelijke camera’s die speciaal voor de handhaving van de openbare orde zijn geplaatst, een aantal voordelen hebben boven andere camera’s. Ze brengen namelijk de hele straat in beeld en bieden daardoor meer overzicht dan bijvoorbeeld deurbelcamera’s of winkelcamera’s die maar een klein stukje van de stoep en de deur in beeld brengen. De gemeentelijke camera’s zijn belangrijk om te achterhalen waar daders vandaan kwamen en waar ze naartoe gingen. De looproutes kunnen in kaart worden gebracht en ook worden vaak kentekens geregistreerd – soms op een camera die ver verwijderd was van de plaats van het incident zelf. Daarmee kan de politie het verhaal vaak compleet maken, terwijl dat niet lukt met beelden van bewakingscamera’s of deurbelcamera’s. Daar komt bij dat er ook plekken in de stad zijn waar nauwelijks particuliere camera’s te vinden zijn. Daar zijn de gemeentelijke camera’s nog belangrijker.
Naar schatting spelen de gemeentelijke camera’s een rol in ongeveer een derde van alle opsporingsonderzoeken waar de politie camerabeelden gebruikt. Maar nogmaals: het is heel moeilijk hier kwantitatieve uitspraken over te doen omdat dit niet stelselmatig wordt geregistreerd.
31
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
5
Draagvlak en privacy
5.1
Draagvlak bewoners en bezoekers De hoofdstukken hiervoor gingen over de vier doelen die cameratoezicht kunnen worden bereikt: veiligheidsgevoel, preventie, live reactie en opsporing. Maar voor de evaluatie van het cameratoezicht is het ook interessant te weten hoe mensen over de camera’s denken. In de enquêtes op straat zijn daarom ook vragen gesteld over het draagvlak voor de camera’s en de opvattingen over de privacy. Het blijkt dat een zeer groot deel van de ondervraagden (89%) cameratoezicht een goede aanvulling vindt op het werk van politie en handhavers. Er is een kleine groep van vijf procent die cameratoezicht geen goede aanvulling vindt. De rest is neutraal (5%) of weet het niet (1%).
Tabel 5.1
“Vindt u cameratoezicht een goede aanvulling op de inzet van politie en handhavers?” Antwoord Ja Neutraal Nee Weet niet/geen mening Totaal
Centrum 89% 8% 2% 1% 100%
Scheveningen 89% 2% 9% 0% 100%
Totaal 89% 5% 5% 1% 100%
Bron: Enquêtes op straat.
De geïnterviewden kregen daarna ook nog de vraag of ze liever meer cameratoezicht of meer politie willen. Daaruit blijkt dat meer politie de voorkeur krijgt boven meer camera’s: bijna twee op de drie ondervraagden (62%) zien liever meer politie op straat dan meer cameratoezicht. Een kleine groep van één op de vijf ondervraagden (20%) wil juist liever meer camera’s dan meer politie. Eén op de zeven ondervraagden (14%) wil graag meer politie én meer cameratoezicht. De rest wil minder politie en minder cameratoezicht (1%) of heeft geen mening (3%). Jongeren tot 20 jaar hebben relatief vaak een voorkeur voor meer cameratoezicht boven meer politie. Onder 60-plussers is dat andersom: zij zouden juist liever meer politie op straat zien dan meer camera’s. Er is ook een verschil tussen de ondervraagde bewoners van de cameragebieden en de bezoekers: bewoners hebben in vergelijking met bezoekers een grotere voorkeur voor meer politie boven meer cameratoezicht. Kortom: er is veel draagvlak voor cameratoezicht, maar het draagvlak voor fysiek toezicht door de politie is nog groter.
5.2
Inbreuk op de privacy? De Partij voor de Dieren heeft in 2022 een motie ingediend in de gemeenteraad over cameratoezicht. De motie is aangenomen: de raad verzocht het college bij de volgende evaluatie van vast cameratoezicht ook privacy te evalueren volgens de Haagse privacy normen voor cameratoezicht16 en daarbij ook aandacht te hebben voor het kenbaarheidsvereiste.
Noot 16
De privacy normen zijn in 2005 door de burgemeester vastgesteld: alleen in het publieke domein, zoveel mogelijk respect voor de persoonlijke levenssfeer, wettelijke grondslag, doelbinding, noodzakelijkheid, slotstuk in samenhangend pakket maatregelen, subsidiair, proportioneel, operationele regie politie, goede beveiliging informatie, kenbaarheidsvereiste, zo kort mogelijk bewaren en aandacht voor rechten van betrokkenen. Bron: BSD/2005.3980 - RIS134256 (29 december 2005).
32
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
Het college heeft de motie in 2022 afgedaan.17 Het college onderschreef de oproep van de raad en liet weten de privacy en kenbaarheid belangrijke voorwaarden te vinden bij de toepassing van cameratoezicht in Den Haag. De burgemeester weegt de inzet van cameratoezicht altijd zorgvuldig af. Voordat een aanwijzingsbesluit wordt genomen of verlengd, wordt afgewogen of sprake is van proportionaliteit, subsidiariteit en noodzakelijkheid. De burgemeester is daarbij gebonden aan wet- en regelgeving en privacyfunctionarissen van gemeente en politie kijken in dit proces altijd mee. Vervolgens wees het college op de wijze waarop wordt voldaan aan de eis van kenbaarheid. In deze evaluatie is nogmaals – en in meer detail – onderzocht in hoeverre de kenbaarheid van het cameratoezicht voldoet aan de wet- en regelgeving en aan de gemeentelijke privacy normen. In hoofdstuk 2 is op basis van observaties op straat en online onderzoek al geconstateerd dat de gemeente Den Haag veel informatie aanbiedt over het cameratoezicht. De informatievoorziening kan nog verder worden verbeterd door meer informatie op de borden te plaatsen en door de camera’s zelf herkenbaarder te maken. De gemeente heeft in 2024 een experiment gedaan met betere communicatie over sensoren, zoals camera’s.
Dat experiment was een succes en Den Haag gaat de komende jaren zorgen dat er herkenbare politiestriping op de camera’s komt en dat er nieuwe borden rondom en in de cameragebieden komen. Ten tweede is in de enquêtes op straat aandacht besteed aan het onderwerp privacy. Zo is aan alle respondenten gevraagd of zij het cameratoezicht een te grote inbreuk op hun privacy vinden. Daar is één op de acht respondenten het mee eens (12%). Daartegenover staat een ruime meerderheid die vindt dat cameratoezicht géén bovenmatige inbreuk op hun privacy oplevert (67%). De rest is neutraal (19%) of weet het niet (2%).
Tabel 5.2
“Vindt u dat het cameratoezicht een te grote inbreuk op de privacy oplevert voor bewoners en bezoekers?” Antwoord Ja Neutraal Nee Weet niet/geen mening Totaal
Centrum 15% 22% 60% 2% 100%
Scheveningen 9% 16% 74% 2% 100%
Totaal 12% 19% 67% 2% 100%
Bron: Enquêtes op straat.
Vergeleken met de ondervraagden in Scheveningen, maken de ondervraagden in het Centrum zich significant vaker zorgen over de inbreuk van het cameratoezicht op de privacy. In het Centrum vindt vijftien procent dat de camera’s een te grote inbreuk op de privacy opleveren; in Scheveningen is dat de mening van negen procent. Er blijkt ook een verschil te zijn tussen mannen en vrouwen. Van de ondervraagde mannen vindt zestien procent dat camera’s een te grote inbreuk op de privacy opleveren. Van de ondervraagde vrouwen vindt slechts zeven procent dat. Op de andere achtergrondvariabelen (bewoners/bezoekers en leeftijdsgroepen) zijn geen verschillen aangetroffen in de opinies over privacy schending door camera’s. Degenen die daar behoefte aan hadden, konden na het invullen van de vragenlijst ook een afsluitende opmerking meegeven aan de enquêteur. Ruim twintig mensen maakten een opmerking over privacy en het is interessant om te zien hoe zij hierover denken. Een deel maakt zich zorgen over de privacy schending. Zo was er iemand die liet weten pertinent tegen camera’s te zijn: “Ik wil niet met mijn hoofd in beeld”. Een ander vroeg zich af of iemand wel toezicht houdt op “Big Brother”.
Er zijn daarnaast ook mensen met een meer genuanceerde mening: “Of het privacygevoelig is, is afhankelijk van waar ze hangen.” Of: “De privacy hangt af van hoe ze ermee omgaan.” En tot slot waren er ook mensen die juist
Noot 17
De motie en de afdoening door het college zijn hier te vinden: https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/11846692/1.
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
33
wilden laten weten dat ze geen enkel probleem hebben met cameratoezicht, zolang het maar beperkt blijft tot de openbare ruimte en alleen wordt ingezet waar een concrete aanleiding is. Een ander gaf aan dat het in orde is om cameratoezicht in te zetten als het niet wordt “misbruikt” voor andere doeleinden van handhaving. Kortom: er zijn mensen die zorgen of vragen hebben over privacy, maar groot is die groep niet. Ook waren er mensen die meer wilden weten over het cameratoezicht. Enkele ondervraagden vroegen de enquêteur bijvoorbeeld of de beelden rechtstreeks worden bekeken en zo ja, door wie. Anderen vroegen of de beelden worden gewist na verloop van tijd en wanneer dan. Bijna twintig ondervraagden stelden hier een vraag over. Dat laat zien dat er in elk geval bij een deel van de voorbijgangers behoefte bestaat aan meer informatievoorziening. De initiatieven die de gemeente de afgelopen jaren heeft genomen om de informatievoorziening over de camera’s te verbeteren, zullen door deze mensen worden gewaardeerd. De groep die hier interesse in heeft is echter niet zeer groot: de meeste mensen maken zich geen zorgen over de privacy risico’s die deze gemeentelijke camera’s kunnen opleveren en hebben ook geen behoefte aan meer informatie.
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
6
Conclusies en aanbevelingen
6.1
Conclusies
34
Alles overziend is de conclusie van deze evaluatie positief. De gebruikte informatiebronnen wijzen allemaal in dezelfde richting: het cameratoezicht in Den Haag levert een belangrijke bijdrage aan de veiligheid op straat. De kwaliteit van de camerabeelden is hoog, het live cameratoezicht door observanten is professioneel en productief, de lijnen tussen de observanten in de cameratoezichtruimte en de politie op straat zijn kort en de beelden worden daarnaast zeer regelmatig voor opsporing gebruikt. De taakverdeling tussen gemeente en politie is duidelijk en werkt op operationeel en bestuurlijk niveau uitstekend. De cameratoezichtruimte en de opgenomen camerabeelden zijn eenvoudig opvraagbaar en bruikbaar te maken voor opsporingsonderzoeken door een soepel werkend distributieplatform voor camerabeelden. Deze evaluatie laat voorts zien dat de burgemeester, gevoed door informatie van de politie en de veiligheidsregisseurs van de gemeente, erin slaagt ‘blinde vlekken’ zoveel mogelijk te voorkomen. Als ergens een (mogelijk) veiligheidsprobleem de kop opsteekt, komen er via de lijn van de politie en de veiligheidsregisseurs tijdig signalen. Dan wordt een veiligheidsanalyse uitgevoerd en kan worden gekozen voor cameratoezicht als onderdeel van de integrale veiligheidsaanpak in dat gebied – als dat noodzakelijk is.
Een goed voorbeeld is de nieuwe boulevard in Kijkduin: in het kader van de herinrichting is de infrastructuur die nodig is als er eventueel camera’s moeten komen al aangelegd. Cameratoezicht is in deze evaluatie beoordeeld aan de hand van een beleidslogica met daarin vier doelen die met cameratoezicht kunnen worden bereikt. Die worden hier besproken. Veiligheidsgevoel en preventie Het blijkt dat de helft van de ondervraagde bewoners en bezoekers van de cameragebieden zich veiliger voelt dankzij de camera’s. Een op de vijf voelt zich er niet veiliger door. De rest (27%) is neutraal of heeft geen mening hierover. De volgende vraag is of criminaliteit wordt verminderd door de camera’s. Van de ondervraagde bewoners en bezoekers van de cameragebieden is bijna de helft van mening dat de camera’s preventief hebben gewerkt. Een aanzienlijk deel van de ondervraagden in het centrum (35%) kan dit niet beoordelen. Voor een preventief effect is het noodzakelijk dat voorbijgangers weten dat er cameratoezicht is: anders zullen zij hun gedrag er immers niet door laten bijsturen. De aanwezigheid van de camera’s is bekend bij tachtig procent van de ondervraagde bewoners. Maar onder de bezoekers van de cameragebieden is dat slechts iets meer dan de helft (57%). Daar is dus nog veel ruimte voor verbetering.
Live toezicht In 2024 werden in totaal met alle camera’s bijna vierduizend incidenten geregistreerd: dat is gemiddeld tien incidenten per dag. Er zijn grote verschillen tussen de cameragebieden. In Scheveningen zijn in heel 2024 minder dan honderd incidenten gezien. In het cameragebied rond de Grote Marktstraat werden bijna tien keer zoveel incidenten gezien. Meer dan de helft van de incidenten heeft betrekking op overlast (25%), geweld (15%) of verkeer (11%). Als alle incidenten worden ingedeeld in ‘openbare orde’ versus ‘overig’ blijkt dat twee op de drie incidenten in de categorie openbare orde vallen. Maar er zijn grote verschillen tussen de cameragebieden en ook tussen camera’s. De ene helft van de camera’s is goed voor 93 procent van alle geregistreerde incidenten: daar zijn de afgelopen vier jaar ruim elfduizend incidenten mee gezien. Met de andere helft van de camera’s werden in dezelfde vier jaar tijd circa achthonderd incidenten gezien, dus aanzienlijk minder. Het live toezicht leidt met grote regelmaat tot inzet van politie
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
35
op straat. In het jaar 2024 werden bijna duizend aanhoudingen verricht tijdens incidenten die (ook) door cameratoezicht zijn geregistreerd. Dat komt gemiddeld dus neer op twee tot drie aanhoudingen per dag. Opsporing Over de waarde van de camera’s voor de opsporing is relatief weinig informatie beschikbaar. Alleen de rechercheurs die het onderzoek hebben gedaan weten of de beelden waardevol waren of niet. Het is ook niet bekend of de beelden door het Openbaar Ministerie of de rechtbank zijn gebruikt. Wel is bekend dat in 2024 in totaal ruim duizend keer beelden zijn opgevraagd door rechercheurs, dus gemiddeld drie keer per dag. De gemeentelijke camera’s zijn vooral belangrijk op plekken waar geen andere camera’s staan en om te achterhalen waar daders vandaan kwamen of naartoe gingen. Naar schatting spelen de gemeentelijke camera’s een rol in ongeveer een derde van de opsporingsonderzoeken waarin camerabeelden worden gebruikt. Een laatste uitkomst van deze evaluatie komt uit de enquêtes die speciaal voor dit onderzoek zijn gehouden. Het blijkt dat er veel draagvlak is voor de camera’s: een zeer groot deel van de ondervraagde bewoners en bezoekers van de cameragebieden (89%) vindt cameratoezicht een goede aanvulling op de fysieke aanwezigheid van politie en handhavers. Wel zien veel mensen liever meer politie op straat dan meer cameratoezicht.
In de enquêtes op straat is ook gevraagd of mensen de camera’s een te grote inbreuk op de privacy vinden. Daar is slechts een relatief klein deel van de ondervraagden het mee eens: een op de acht bewoners en bezoekers (12%). Wel blijkt uit de opmerkingen die na het invullen van de vragenlijst konden worden gemaakt, dat er mensen zijn die meer wilden weten over de camera’s. De meeste mensen maken zich echter geen zorgen over de privacy risico’s.
6.2
Aanbevelingen Behoud het goede De overkoepelende conclusie van deze evaluatie is positief. Alles overziend levert het cameratoezicht in Den Haag een aantoonbare en grote bijdrage aan de veiligheid in de stad. De techniek werkt goed, het live toezicht is professioneel en waardevol en de beelden worden daarnaast zeer regelmatig gebruikt voor opsporing. Er zijn volgens de gesprekspartners bij de gemeente en de politie geen blinde vlekken in de stad waar eigenlijk cameratoezicht nodig is, maar waar het nog niet is. De gekozen gebieden kloppen bij de veiligheidsproblematiek en er is een goed signaleringssysteem vanuit politie en gemeentelijke veiligheidsregisseurs om de burgemeester te informeren over opkomende problemen. De samenwerking tussen gemeente en politie is goed omdat de politie van de eenheid Den Haag intensief betrokken is bij het cameratoezicht. Voordat een nieuwe camera wordt geplaatst, maakt de politie op basis van alle interne informatie over die plek een probleemanalyse. Het live toezicht is effectief omdat de politiefunctionaris achter het beeldscherm direct kan communiceren met een collega op straat. Daar zit dus geen schakel tussen zoals in veel andere gemeenten.
Tot slot is vermeldenswaard dat de politie extra surveilleert op plekken waar een nieuwe camera is geplaatst om te laten zien dat er een connectie is tussen de camera en politie De eerste aanbeveling is dan ook om het goede te behouden. Maar er is natuurlijk altijd ruimte voor verbetering – ook in een gemeente waar het cameratoezicht al zo goed op orde is als in Den Haag. Daarom staan in dit rapport ook enkele concrete aanbevelingen. Meer focus op openbare orde De camera’s waar deze evaluatie over gaat zijn geplaatst met als doel handhaving van de openbare orde. Uit deze evaluatie blijkt dat een derde van de rechtstreeks geregistreerde incidenten niet over openbare orde gaat, maar over andere incidenttypen. In de lijst met meest geregistreerde incidenttypen staat ‘verkeer’ op nummer drie met ruim een tiende van alle incidenten. Daar zijn deze camera’s niet voor bedoeld, dus het verdient aanbeveling het cameratoezicht nog meer te richten op handhaving van de openbare orde. Een mogelijkheid is om specifiekere uitkijkopdrachten aan de observanten te geven gericht op openbare orde. Een tweede optie is om het live cameratoezicht te beperken tot de hot times en hot places waar de meeste openbare orde problemen plaatsvinden. In dat geval kan het aantal uren dat live cameratoezicht nodig is wellicht ook worden teruggeschroefd wat capaciteit vrijspeelt en kosten bespaart.
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
36
Bekijk alle camera’s kritisch De aantallen camera’s per gebied zijn vijftien jaar of langer geleden bepaald op basis van de gedachte dat je een persoon door het gehele gebied moet kunnen volgen. Daarna is nooit meer kritisch bekeken of dat uitgangspunt ook juist was. Zijn alle camera’s nog noodzakelijk? Ondertussen zijn de technische mogelijkheden van de camera’s verbeterd en zijn enkele camera’s geplaatst die 360 graden rondom filmen. De situatie is nu dus anders dan vijftien jaar geleden. Uit deze evaluatie blijkt dat er camera’s zijn waarmee nauwelijks incidenten worden gezien. Ook zijn er camera’s waarmee bijna dagelijks incidenten worden gezien. De meest productieve helft van de camera’s is goed voor meer dan negentig procent van alle waarnemingen. Dat betekent dat qua live toezicht bijna hetzelfde resultaat kan worden bereikt met aanzienlijk minder camera’s. Live toezicht is niet het enige doel van cameratoezicht. Daarom is de aanbeveling aan de gemeente om in overleg met de politie op basis van deze evaluatie een kritische toets uit te voeren om te zien of elke camera nog noodzakelijk is.
Voordat een camera daadwerkelijk wordt verwijderd, moet dan wel kwalitatieve informatie worden opgehaald bij politiemedewerkers en eventueel anderen, zoals de veiligheidsregisseurs van de gemeente, om te voorkomen dat een camera wordt verwijderd die op een andere manier een waardevolle bijdrage levert. Maar het is zonder twijfel mogelijk een aantal camera’s te verwijderen zonder grote negatieve gevolgen voor de openbare orde en veiligheid. Vast wordt lang; flexibel wordt kort De gemeente Den Haag maakt onderscheid tussen ‘vaste’ en ‘flexibele’ camera’s. Het zou beter zijn om het te hebben over het verschil tussen ‘lang’ en ‘kort’ cameratoezicht. Het verschil tussen vast en flexibel zegt namelijk meer over de wijze van bevestiging, dan over de plaatsingsduur. Een vaste camera is een aard- en nagelvast gemonteerde camera, dus aan een pand of op een paal. Een flexibele camera is een eenvoudig verplaatsbare camera, soms met eigen stroomvoorziening en een draadloze signaaloverdracht. Als het niet de bedoeling is om onderscheid te maken in de wijze van bevestiging, maar in de lengte van de aanwijzingstermijn, is het dus beter om vanaf nu over kort en lang cameratoezicht te spreken dan over vast en flexibel.
Een extra argument om niet meer over ‘vast’ cameratoezicht te praten is dat het bij dit type cameratoezicht in principe altijd om een tijdelijke maatregel moet gaan: dat is in de Gemeentewet duidelijk vastgelegd. Vier jaar per aanwijzingsbesluit Verder verdient het aanbeveling de aanwijstermijn van ‘lang’ cameratoezicht te verkorten van vijf naar vier jaar. Dat is een termijn die recent ook is voorgesteld door een werkgroep van gemeenten, politie en VNG. Het voordeel is dat deze termijn samenvalt met de zittingsduur van de gemeenteraad, zodat eens per raadsperiode een evaluatie wordt uitgevoerd en kan worden besproken. De raad gaat weliswaar niet over deze vorm van cameratoezicht, maar gaat wel over de invulling van het lokale integrale veiligheidsbeleid waar cameratoezicht een van de instrumenten in is. Daarnaast heeft de raad wel degelijk indirect invloed op dit type cameratoezicht via de gemeentelijke begroting en bij het opstellen van college-akkoorden. De raad kan zelfs het besluit nemen de aan de burgemeester toegekende bevoegdheid om camera’s te plaatsen weer af te nemen en ook op die manier speelt de raad dus een rol. Door voor een termijn van telkens vier jaar te kiezen, ontstaat een logischer cyclus met ruimte voor invloed door de raad en dus een vergroting van de democratische legitimiteit van de gemaakte keuzes.
Meer en betere informatie op straat Er zijn vooral onder de bezoekers van de cameragebieden veel mensen die niet weten dat er cameratoezicht is. Dat is niet alleen onwenselijk omdat mensen recht hebben op informatie als ze worden gefilmd. Het is ook van belang voor het maximaliseren van het mogelijke preventieve effect op daders en voor het positieve effect dat camera’s kunnen hebben op het veiligheidsgevoel. Als mensen niet weten dat er camera’s zijn kunnen ze zich er ook niet veiliger door voelen. De informatievoorziening op straat voldoet momenteel wel aan de letter van de wet: de camera’s zijn zichtbaar. Maar het voldoet niet aan de geest van de wet en aan Europese richtlijnen: er is geen actieve en complete informatievoorziening op straat. Het verdient aanbeveling de reeds gemaakte verbeterplannen voortvarend uit te voeren. Beheer van de informatieborden en -stickers dient daarbij ook te worden geborgd door samenwerkingsafspraken te maken met de afdelingen van de gemeente die actief zijn in de openbare ruimte. De informatievoorziening online is wel zeer goed op orde.
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
37
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
Bijlagen
38
39
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
Bijlage 1: Enquêtes Verspreid over de cameragebieden in het centrum en Scheveningen zijn van 20 maart tot 3 april 2025 in totaal 433 mensen op straat ondervraagd over het cameratoezicht. De dataverzameling is uitgevoerd door Ipsos I&O. De gesprekken werden gehouden op verschillende dagen van de week en verschillende tijdstippen om een representatief beeld te krijgen.
Kenmerken
Tabel 1
Ondervraagd in Centrum Ondervraagd in Scheveningen
223 210
Bewoners Bezoekers
206 227
Man Vrouw
232 201
Jonger dan 20 jaar 20 tot 40 jaar 40 tot 60 jaar Ouder dan 60 jaar
40 196 128 69
Was u al op de hoogte van het cameratoezicht? Ja Nee Weet niet/geen antwoord Totaal
Tabel 2
Centrum 73% 27% 0% 100%
Scheveningen 62% 38% 1% 100%
Totaal 67% 32% 1% 100%
Voelt u zich veiliger door het cameratoezicht? Ja Neutraal Nee Weet niet/geen antwoord Totaal
Tabel 3
Aantal
Centrum 50% 26% 15% 10% 100%
Scheveningen 49% 22% 23% 5% 100%
Totaal 49% 24% 19% 8% 100%
Zijn de overlast en criminaliteit volgens u verminderd door het cameratoezicht? Ja Neutraal Nee Weet niet/geen antwoord Totaal
Centrum 38% 13% 15% 35% 100%
Scheveningen 48% 14% 22% 17% 100%
Totaal 43% 13% 19% 26% 100%
40
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
Tabel 4
Vindt u cameratoezicht een goede aanvulling op de inzet van politie en handhavers? Ja Neutraal Nee Weet niet/geen antwoord Totaal
Tabel 5
Scheveningen 89% 2% 9% 0% 100%
Totaal 89% 5% 5% 1% 100%
Als u zou kunnen kiezen tussen meer politie op straat of meer cameratoezicht: waar geeft u dan de voorkeur aan? Meer politie op straat Meer cameratoezicht Allebei meer Allebei minder Weet niet/geen antwoord Totaal
Tabel 6
Centrum 89% 8% 2% 1% 100%
Centrum 57% 14% 25% 0% 5% 100%
Scheveningen 58% 21% 19% 1% 1% 100%
Totaal 57% 17% 22% 1% 3% 100%
Vindt u dat het cameratoezicht een te grote inbreuk op de privacy oplevert voor bewoners en bezoekers? Ja Neutraal Nee Weet niet/geen antwoord Totaal
Centrum 15% 22% 60% 2% 100%
Scheveningen 9% 16% 74% 2% 100%
Totaal 12% 19% 67% 2% 100%
Verschillen Alle tabellen zijn geanalyseerd voor verschillende groepen respondenten om te zien of er significante verschillen zijn. Centrum versus Scheveningen De ondervraagden in Scheveningen zijn significant positiever over het preventieve effect van de camera’s dan de ondervraagden in het Centrum (Scheveningen: 48%; Centrum: 38%). De ondervraagden in het Centrum maken zich juist significant vaker zorgen over de inbreuk van het cameratoezicht op de privacy (Centrum: 15%; Scheveningen: 9%). Op de andere vragen zijn geen verschillen gevonden tussen de opinies in het Centrum en in Scheveningen. Bewoners versus bezoekers Bewoners zijn beter op de hoogte van het cameratoezicht dan de bezoekers van de cameragebieden (bewoners: 79%, bezoekers: 57%). Bezoekers hebben relatief vaker dan bewoners een voorkeur voor meer camera’s op straat dan voor meer politie (bewoners: 11%, bezoekers 22%). Bij de andere vragen zijn geen verschillen gevonden tussen bewoners en bezoekers. Mannen versus vrouwen Vrouwen voelen zich significant vaker dan mannen veilig door het cameratoezicht (vrouwen: 58%, mannen: 42%). Mannen vinden significant vaker dan vrouwen dat het cameratoezicht een te grote inbreuk op de privacy oplevert (mannen: 16%, vrouwen: 7%). Bij de andere vragen zijn geen statistisch significante verschillen gevonden tussen mannen en vrouwen.
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
41
Jong versus oud Jongeren tot twintig jaar hebben een opvallend grote voorkeur voor meer cameratoezicht in plaats van meer politie (20-minners: 35%, 20-plussers 15%). Bij de andere vragen zijn geen verschillen gevonden tussen leeftijdsgroepen.
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
42
Bijlage 2: Wetgeving
Grondwet en EVRM: bescherming van de privacy Cameratoezicht door gemeenten voor handhaving van de openbare orde heeft te maken met verschillende wetten. In de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is het recht op bescherming van de privacy vastgelegd. Artikel 10 lid 1 Grondwet 1 Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. Artikel 8 lid 2 EVRM Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van [het recht op privacy], dan voor zover bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Het recht op privacy is vastgelegd in bovenstaande wetten. Maar het recht op privacy is niet absoluut. De overheid mag zich mengen in de persoonlijke levenssfeer als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Een belangrijke voorwaarde is dat de inperking van de privacy bij wet voorzien moet zijn: er moet een wettelijke grondslag zijn. Voor de gemeentelijke camera’s is dat artikel 151c van de Gemeentewet (zie hieronder). Voor andere camera’s moet een andere wettelijke grondslag aanwezig zijn om deze rechtmatig in te mogen zetten. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vereist daarnaast dat aan het criterium van noodzakelijkheid wordt voldaan. Een inbreuk op de privacy is alleen rechtmatig als dit noodzakelijk is. Noodzakelijkheid hangt af van twee zaken: proportionaliteit en subsidiariteit. Proportionaliteit gaat over de vraag of het probleem dat wordt aangepakt groot genoeg is om een zwaar middel als cameratoezicht te kunnen rechtvaardigen. Subsidiariteit gaat over de vraag of er geen lichter middel bestaat waarmee het probleem kan worden opgelost. Wetboek van Strafrecht Daarnaast is het Wetboek van Strafrecht van belang. Daarin staat namelijk dat het in principe verboden is iemand heimelijk te filmen.
Artikel 139f van het Wetboek van Strafrecht verbiedt heimelijk filmen in woningen en artikel 441b verbiedt heimelijk filmen op openbare plaatsen.18 Dezelfde eis is herhaald in lid 6 van artikel 151c van de Gemeentewet: camera’s voor handhaving van de openbare orde moeten altijd ‘kenbaar’ zijn voor eenieder die het gebied betreedt. Art. 151c Gemeentewet Het grondwettelijk vastgelegde recht op bescherming van privacy mag worden ingeperkt als daar een wettelijke grondslag voor is. Dat is het geval voor de camera’s die de burgemeester inzet voor handhaving van de openbare orde: artikel 151c van de Gemeentewet. 1.
2.
Noot 18
De raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten om voor een bepaalde duur camera’s in te zetten ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor eenieder toegankelijk zijn. De burgemeester besluit met inachtneming van het in de verordening van de raad bepaalde: a. binnen welk gebied, bestaande uit openbare plaatsen of andere voor eenieder toegankelijke plaatsen als bedoeld in het eerste lid, camera’s worden ingezet; b. voor welke duur de gebiedsaanwijzing plaatsvindt.
Overigens mag de politie of een andere opsporingsdienst wel heimelijk filmen, maar dan alleen in opdracht van de officier van justitie.
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
3.
4. 5. 6. 7. 8. 9.
10.
43
De burgemeester stelt, na overleg met de officier van justitie in het overleg, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Politiewet 2012, de periode vast waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt en de met de camera’s gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken. De burgemeester bedient zich bij de uitvoering van het in het eerste lid bedoelde besluit van de onder zijn gezag staande politie. De burgemeester trekt het besluit, bedoeld in het eerste lid, in zodra de inzet van camera’s niet langer noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde. De aanwezigheid van camera’s als bedoeld in het eerste lid is op duidelijke wijze kenbaar voor eenieder die het gebied, bedoeld in het tweede lid, onder a, betreedt. Met de camera’s worden uitsluitend beelden gemaakt van een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor eenieder toegankelijk zijn. Ten behoeve van de handhaving van de openbare orde worden in het kader van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, gegevens verwerkt.
De verwerking van de gegevens, bedoeld in het achtste lid, is een verwerking als bedoeld in de Wet politiegegevens, met dien verstande dat, in afwijking van het bepaalde in artikel 8 van die wet, de vastgelegde beelden na ten hoogste vier weken worden vernietigd en de gegevens, bedoeld in het achtste lid, indien er concrete aanleiding bestaat te vermoeden dat die gegevens noodzakelijk zijn voor de opsporing van een strafbaar feit, ten behoeve van de opsporing van dat strafbare feit kunnen worden verwerkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met het oog op de goede uitvoering van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld omtrent: a. de camera’s en andere technische hulpmiddelen benodigd voor het toezicht, bedoeld in het eerste lid, en de wijze waarop deze hulpmiddelen worden aangebracht; b. de personen belast met of anderszins direct betrokken bij de uitvoering van het toezicht; en c. de ruimten waarin de waarneming of verwerking van door het toezicht vastgelegde beelden plaatsvindt.
De camera’s worden geplaatst op basis van een aanwijzingsbesluit van de burgemeester: daarin staat binnen welk gebied camera’s worden ingezet en voor welke duur. In 2016 is het wetsartikel aangepast om gemeenten de mogelijkheid te bieden ook flexibele camera’s te plaatsen. De Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester de camera’s moet verwijderen als deze niet meer noodzakelijk zijn. Dat volgt zoals gezegd al uit het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Uit de jurisprudentie blijkt dat aan dat criterium van noodzakelijkheid wordt voldaan als de camera’s proportioneel en subsidiair zijn. Proportioneel betekent dat het middel in verhouding staat tot het probleem. Camera’s zijn een relatief zwaar middel en daarom moeten de problemen waar ze voor worden ingezet wel ernstig zijn. Subsidiair betekent dat hetzelfde probleem niet met een lichter instrument kan worden opgelost. Te denken valt aan verbetering van de straatverlichting, meer fysiek toezicht door politie en handhavers, activiteiten voor jongeren, afspraken met horecaondernemers, het prettig inrichten van de openbare ruimte en dergelijke. Je mag pas een relatief zwaar middel als cameratoezicht inzetten als de lichtere instrumenten hebben gefaald. Rol van de gemeenteraad De gemeenteraad speelt een belangrijke rol.
Het plaatsen, verplaatsen en verwijderen van gemeentelijke camera’s is de bevoegdheid van de burgemeester, maar de gemeenteraad heeft de burgemeester de bevoegdheid toegekend om camera’s te plaatsen. Dat is in Den Haag gebeurd door een artikel toe te voegen aan de Algemene Plaatselijke Verordening. De raad zou de bevoegdheid kunnen intrekken als de burgemeester deze niet goed toepast volgens de raad. Die invloed van de gemeenteraad is bewust in de Gemeentewet geborgd door de wetgever. Het is de bedoeling dat elke burgemeester een invulling geeft die past bij de lokale situatie. De invloed van de gemeenteraad is nodig voor voldoende democratische legitimiteit voor de inzet van het cameratoezicht. De raad kan daarnaast invloed uitoefenen op het cameratoezicht via het integraal veiligheidsplan (IVP) dat elke vier jaar wordt vastgesteld. Tot slot kan de raad bij de behandeling van de begroting invloed uitoefenen door minder of juist meer budget beschikbaar te stellen voor dit type cameratoezicht. Kortom: de gemeenteraad doet ertoe. Rol van politie en OM De burgemeester moet overleggen met de officier van justitie in ‘de driehoek’ voordat hij de periode vaststelt waarin daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt en wanneer de beelden rechtstreeks worden bekeken.
De politie moet vervolgens het besluit van de burgemeester uitvoeren: “De burgemeester bedient zich bij de uitvoering van het … besluit van de onder zijn gezag staande politie” (lid 4, art. 151c Gemeentewet). In de meeste gemeenten zijn het geen politiemensen die achter de beeldschermen plaatsnemen. Maar de politie is wel verantwoordelijk voor de camerabeelden: “De verwerking van de gegevens … is een verwerking als bedoeld in de Wet politiegegevens” (lid 9, art. 151c Gemeentewet). De beelden zijn dus geen persoonsgegevens, maar politiegegevens. De politie is in
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
44
juridische zin de verwerkingsverantwoordelijke voor de beelden. De politie moet daarom beoordelen of de verwerking voldoet aan de Wet politiegegevens. Een instrument om die beoordeling mee te maken, is een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB).19 De politie moet zo’n beoordeling uitvoeren als de verwerking een hoog privacy risico oplevert, zo blijkt uit de Wet politiegegevens. Wet politiegegevens, artikel 4c. (gegevensbeschermingseffectbeoordeling) Wanneer een soort verwerking, in het bijzonder een verwerking waarbij nieuwe technologieën worden gebruikt, gelet op de aard, de omvang, de context of doelen ervan, waarschijnlijk een hoog risico voor de rechten en vrijheden van personen oplevert, voert de verwerkingsverantwoordelijke voorafgaande aan de verwerking een beoordeling uit van het effect van de voorgenomen verwerkingsactiviteiten op de bescherming van persoonsgegevens.
In een GEB wordt beschreven welke risico’s er aan een verwerking vastzitten en welke technische en organisatorische beheersmaatregelen de politie neemt om deze risico’s weg te nemen of voldoende te verkleinen. Het is aan de politie om te beoordelen of de verwerking van de camerabeelden een hoog risico oplevert voor de privacy van de personen die in beeld komen. Uit Europese richtlijnen20 blijkt dat cameratoezicht op openbare plaatsen in bijna alle gevallen als zodanig moet worden beschouwd.
Noot 19 Noot 20
De Engelse term Data Protection Impact Assessment (DPIA) wordt vaker gebruikt, maar het is hetzelfde als een GEB. Zie: Richtlijn van de European Data Protection Board. Dit is de overkoepelende Europese instantie van de nationale Autoriteit Persoonsgegevens. Het landelijke privacy platform van de Nationale Politie heeft in september 2022 besloten dat er een format komt voor GEB’s van gemeentelijke camerabeelden.
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
45
Bijlage 3: Veiligheidsmonitor De gemeente Den Haag verzamelt informatie over de ontwikkeling van het veiligheidsgevoel en de feitelijke veiligheid in de verschillende delen van de stad: de Veiligheidsmonitor. De informatie hiervoor wordt verzameld door middel van enquêtes (elke twee jaar) en een analyse van politieregistraties (elk jaar). In deze bijlage staan de relevante tabellen. Percentage dat zich wel eens onveilig voelt 2020-2024
Aantal geregistreerde misdrijven per duizend inwoners 2020-2024
Aantal geregistreerde overlastmeldingen per duizend inwoners 2020-2024
E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag
46
Sander Flight Onderzoek & Advies Sander Flight doet sinds 2001 onderzoek naar cameratoezicht. Hij werkt in opdracht van gemeenten, ministeries en de politie. Ook wordt hij ingeschakeld door andere organisaties met camera’s, zoals zorginstellingen, ov-bedrijven en ondernemers op bedrijventerreinen. Sander is gespecialiseerd in de organisatorische en juridische aspecten van cameratoezicht. Daarnaast geeft hij advies over bodycams, drones en de toepassing van AI in camerasystemen.
www.sanderflight.nl
info@sanderflight.nl
06 – 41 31 54 32