CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

RIS323676 Bijlage Evaluatie cameratoezicht Den Haag 2025

Commissie Bestuur 11 februari 2026, gemeente Den HaagBij agendapunt: Commissiebrief inzake Evaluatie langdurig cameratoezicht 2022-202517.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie cameratoezicht Gemeente Den Haag 2025 Onderzoek naar de effecten van gemeentelijk cameratoezicht

Sander Flight

Onderzoek & Advies

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

Evaluatie cameratoezicht Gemeente Den Haag 2025

Uitgevoerd door Sander Flight Onderzoek & Advies

In opdracht van Gemeente Den Haag

Datum 11 september 2025

2

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

3

Inhoud

Management samenvatting

4

1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Evaluatie gemeentelijk cameratoezicht Over welke camera’s gaat deze evaluatie? Onderzoeksopzet

7 7 8 9

2 2.1 2.2

Veiligheidsgevoel en preventie Veiligheidsgevoel Preventie

12 12 13

3 3.1 3.2 3.3

Live cameratoezicht Werkwijze Aantal geregistreerde incidenten Type incidenten

19 19 21 24

4 4.1 4.2

Opsporing Beschrijving Opbrengsten

28 28 29

5 5.1 5.2

Draagvlak en privacy Draagvlak bewoners en bezoekers Inbreuk op de privacy?

31 31 31

6 6.1 6.2

Conclusies en aanbevelingen Conclusies Aanbevelingen

34 34 35

Bijlagen

38

Bijlage 1: Enquêtes

39

Bijlage 2: Wetgeving

42

Bijlage 3: Veiligheidsmonitor

45

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

4

Management samenvatting Dit rapport bevat de resultaten van de evaluatie van gemeentelijk cameratoezicht in Den Haag. Deze camera’s zijn volgens de burgemeester noodzakelijk voor de handhaving van de openbare orde. Er staan ruim honderd vaste camera’s verspreid over negen gebieden in het Centrum en Scheveningen. Artikel 151c van de Gemeentewet bevat de bepaling dat de burgemeester deze camera’s moet verwijderen zodra ze niet meer noodzakelijk zijn. Om te beoordelen of camera’s nog noodzakelijk zijn, heeft de gemeente opdracht gegeven voor deze evaluatie. Het onderzoek gaat over de jaren 2021 tot en met 2024 en is uitgevoerd van januari tot en met augustus 2025. Er zijn diverse informatiebronnen geraadpleegd: enquêtes op straat, cijfers van de politie en het registratiesysteem in de cameratoezichtruimte. De politie heeft ook uitgezocht hoe vaak opgenomen beelden zijn verstrekt voor opsporingsonderzoeken. Die kwantitatieve informatie is aangevuld met kwalitatieve informatie uit gesprekken met medewerkers van de gemeente, politie en het Openbaar Ministerie. Aanvullend zijn observaties op straat gehouden om te zien hoe zichtbaar de camera’s en informatieborden zijn. In hoofdstuk 1 wordt uitgelegd waar de camera’s staan en hoe deze evaluatie is uitgevoerd. De beleidslogica van cameratoezicht wordt beschreven.

Er zijn vier manieren waarop cameratoezicht de veiligheid zou kunnen vergroten: veiligheidsgevoel, preventie, reactie of opsporing. Die vier doelen zijn onderzocht en de indeling in hoofdstukken in het rapport is erop gebaseerd. In hoofdstuk 2 gaat het over de eerste twee doelen die met cameratoezicht kunnen worden bereikt: veiligheidsgevoel en preventie. Het blijkt dat de helft van de ondervraagde bewoners en bezoekers van de cameragebieden zich veiliger voelt dankzij de camera’s. Een op de vijf voelt zich er niet veiliger door. De rest (27%) is neutraal of heeft geen mening hierover. De volgende vraag is of criminaliteit wordt verminderd door de camera’s. Van de ondervraagde bewoners en bezoekers van de cameragebieden is bijna de helft van mening dat de camera’s preventief hebben gewerkt. Een aanzienlijk deel van de ondervraagden in het centrum (35%) kan dit niet beoordelen. Voor een preventief effect is het noodzakelijk dat voorbijgangers weten dat er cameratoezicht is: anders zullen zij hun gedrag er immers niet door laten bijsturen. De aanwezigheid van de camera’s is bekend bij tachtig procent van de ondervraagde bewoners. Maar onder de bezoekers van de cameragebieden is dat slechts iets meer dan de helft (57%). Daar is dus nog veel ruimte voor verbetering. De gemeente Den Haag onderneemt pogingen de bekendheid van het cameratoezicht te vergroten.

Online is al veel informatie te vinden, zoals een plattegrond met alle cameraposities. De fysieke informatievoorziening op straat in de vorm van informatieborden is echter belangrijker en die voldoet nog niet aan de Europese richtlijnen die hiervoor gelden. Maar ook die informatievoorziening krijgt een impuls: de gemeente heeft meegedaan aan een experiment om de communicatie over camera’s en andere sensoren te verbeteren. De komende tijd zorgt de gemeente ervoor dat bij elke gemeentelijke camera een informatiebord of –sticker wordt geplaatst. De politie zorgt ervoor dat alle camera’s herkenbaar worden gemaakt door de rood-blauwe politiestriping aan te brengen. In hoofdstuk 3 gaat het over het live cameratoezicht. Politiemedewerkers van Team Technisch Toezicht van de Eenheid Den Haag houden 24 uur per dag toezicht op de camera’s en luisteren continu mee met de mobilofoon. De observanten kunnen zelf incidenten spotten en collega’s informeren. Ook kan het gebeuren dat ze horen van een incident, waarna ze gaan meekijken. Meekijken vergroot de veiligheid van de politiemensen op straat en verbetert de bruikbaarheid van de opgenomen beelden. In 2024 werden in totaal met alle camera’s bijna vierduizend incidenten geregistreerd: dat is gemiddeld tien incidenten per dag. Er zijn grote verschillen tussen de cameragebieden.

In Scheveningen zijn in heel 2024 minder dan honderd incidenten gezien. In het cameragebied rond de Grote Marktstraat werden bijna tien keer zoveel

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

5

incidenten gezien. Dat komt niet doordat daar meer camera’s staan: ook per camera worden daar meer incidenten waargenomen en geregistreerd. Meer dan de helft van alle geregistreerde incidenten heeft betrekking op overlast (25%), geweld (15%) of verkeer (11%). Als alle incidenten worden ingedeeld in ‘openbare orde’ versus ‘overig’, blijkt dat twee op de drie incidenten in de categorie openbare orde vallen. Maar er zijn op dit punt grote verschillen tussen de cameragebieden. In het cameragebied Plein/Lange Poten is meer dan driekwart openbare orde, terwijl dit in Scheveningen ongeveer de helft van alle incidenten betreft. Er volgt vaak een reactie op waargenomen incidenten: in het jaar 2024 werden bijna duizend aanhoudingen verricht tijdens incidenten die door cameratoezicht zijn geregistreerd. Dat komt gemiddeld neer op twee á drie per dag. Zoals gezegd zijn er verschillen in het aantal incidenten dat met elke camera wordt gezien. Er zijn camera’s waarmee de afgelopen vier jaar honderden incidenten zijn geregistreerd en er zijn camera’s waarmee in vier jaar tijd nauwelijks incidenten zijn geregistreerd. De ene helft van de camera’s is goed voor 93 procent van alle geregistreerde incidenten: daarmee zijn de afgelopen vier jaar ruim elfduizend incidenten gezien.

Met de andere helft van de camera’s werden in dezelfde vier jaar tijd aanmerkelijk minder incidenten waargenomen, namelijk circa achthonderd. Het aantal incidenten dat met elke camera wordt gezien is echter niet doorslaggevend voor de waarde van die camera. Ook een camera die weinig incidenten waarneemt kan belangrijk zijn, bijvoorbeeld als daar relatief veel ernstige incidenten mee worden gezien. Daar komt bij dat camera’s ook waarde kunnen hebben voor een van de drie andere doelen: veiligheidsgevoel, preventie of opsporing. Het beoordelen van de noodzakelijkheid van elke camera is dan ook geen puur cijfermatige kwestie. Het verdient aanbeveling dat de gemeente in overleg met de politie op basis van kwantitatieve en kwalitatieve informatie kritisch kijkt naar de noodzaak van elke camera. Deze evaluatie biedt daarvoor alle benodigde kwantitatieve informatie. In hoofdstuk 4 gaat het over het vierde, en laatste, doel van cameratoezicht: opsporing. Hier is relatief weinig informatie over beschikbaar omdat de waarde van de camera’s voor opsporing niet wordt bijgehouden door de politie. Alleen de rechercheurs die het onderzoek hebben gedaan weten of de beelden waardevol waren of niet. Het is ook niet bekend of de beelden door het Openbaar Ministerie of de rechtbank zijn gebruikt.

Wel is bekend dat in 2024 in totaal ruim duizend keer beelden zijn opgevraagd door rechercheurs, dus gemiddeld drie keer per dag. De politie laat weten dat de gemeentelijke camera’s een nuttige aanvulling zijn op camerabeelden van bedrijven en particulieren. Die andere camera’s worden wel vaker gebruikt dan de gemeentelijke camera’s, maar ze brengen vaak maar een klein deel van de openbare ruimte in beeld. De gemeentelijke camera’s zijn belangrijk op plekken waar geen andere camera’s staan en om te achterhalen waar daders vandaan kwamen of naartoe gingen. Naar schatting spelen de gemeentelijke camera’s een rol in een derde van de opsporingsonderzoeken met camerabeelden. In hoofdstuk 5 blijkt dat er veel draagvlak is voor de camera’s: een zeer groot deel van de ondervraagde bewoners en bezoekers van de cameragebieden (89%) vindt cameratoezicht een goede aanvulling op de fysieke aanwezigheid van politie en handhavers. Wel zien veel mensen liever meer politie op straat dan meer cameratoezicht. In de enquêtes op straat is ook gevraagd of mensen de camera’s een te grote inbreuk op de privacy vinden. Daar is slechts een relatief klein deel van de ondervraagden het mee eens: een op de acht bewoners en bezoekers (12%). Wel blijkt uit de opmerkingen die na het invullen van de vragenlijst konden worden gemaakt, dat er mensen zijn die meer wilden weten over de camera’s.

Zij hadden bijvoorbeeld vragen of de beelden rechtstreeks worden bekeken en hoe lang ze worden bewaard. De meeste mensen maken zich echter geen zorgen over de privacy risico’s. De conclusies en aanbevelingen staan in hoofdstuk 6. De overkoepelende conclusie is positief, maar wel met een paar kritische kanttekeningen. Alles overziend levert het cameratoezicht in Den Haag een aantoonbare en grote bijdrage aan de veiligheid in de stad. De eerste aanbeveling is dan ook om het goede te behouden. De andere aanbevelingen zijn: • • • • •

Breng in het live toezicht meer focus aan op openbare orde Bekijk de noodzaak van alle camera’s kritisch, zowel op basis van cijfers als kwalitatieve informatie Vervang de term ‘vast’ door langdurig, en ‘flexibel’ door kortdurend Sluit beter aan op de cyclus van de gemeenteraad door aanwijsbesluiten van vier jaar te nemen Zorg voor meer en betere informatievoorziening over de camera’s op straat

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

6

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

1

Inleiding

1.1

Evaluatie gemeentelijk cameratoezicht

7

Dit rapport bevat de resultaten van de evaluatie van het gemeentelijke cameratoezicht in Den Haag. Het gaat over de camera’s die volgens de burgemeester noodzakelijk zijn voor handhaving van de openbare orde. De juridische basis hiervoor is artikel 151c van de Gemeentewet. In dat wetsartikel staat onder andere dat de burgemeester de camera’s moet verwijderen zodra ze niet langer noodzakelijk zijn. Dat betekent dat regelmatig moet worden beoordeeld of de camera’s nog noodzakelijk zijn. Daartoe voert de gemeente evaluaties uit. Den Haag maakt onderscheid tussen ‘vast’ en ‘flexibel’ cameratoezicht. Vaste camera’s worden voor periodes van vijf jaar per keer geplaatst, omdat ze in gebieden staan waar de veiligheid en leefbaarheid naar verwachting structureel onder druk staan. Flexibele camera’s worden voor een kortere periode geplaatst op plekken waar de verwachting is dat de problemen redelijk snel zullen verdwijnen, waarna de camera’s kunnen worden verwijderd. Deze evaluatie gaat over de vaste camera’s en niet over de flexibele camera’s: die worden jaarlijks apart geëvalueerd. De vorige evaluatie van de ‘vaste’ camera’s is gepubliceerd in 2021 en ging over de jaren 2016 tot en met 2020.1 Daarna is besloten het cameratoezicht vijf jaar te verlengen tot eind 2025.2 Het rapport dat u nu leest gaat over de effecten van het cameratoezicht in de jaren 2021 tot en met 2024.

Deze evaluatie stelt de burgemeester in staat te beoordelen of de camera’s moeten worden verlengd. De evaluatie is uitgevoerd in de eerste helft van 2025. In Den Haag zijn negen gebieden waar gemeentelijke camera’s staan voor de handhaving van de openbare orde. De gebieden zijn verschillend van karakter: rondom treinstations, in winkelgebieden, in prostitutiestraten en langs de kust. De eerste camera’s werden geplaatst in het jaar 2000 en sindsdien is het aantal cameragebieden uitgebreid. Acht cameratoezichtgebieden liggen in het centrum van de stad, het negende cameragebied is de kuststrook van Scheveningen. Binnen de aangewezen gebieden kan de burgemeester zoveel camera’s laten plaatsen als nodig. Bij de start van deze evaluatie waren het 110 camera’s. Onderstaande plattegronden laten zien waar de cameragebieden liggen.

Noot 1 Noot 2

Evaluatie vast cameratoezicht 2016-2020 (19 juli 2021), BSD/10133555, RIS309446. Gebiedsaanwijzing (vast) cameratoezicht in verschillende gebieden in Den Haag 2021-2025 (28-12-2021): https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-479135.html.

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

Figuur 1.1

1.2

8

Cameragebieden in Den Haag met langdurig cameratoezicht (aantal camera’s)

Over welke camera’s gaat deze evaluatie? Deze evaluatie gaat zoals gezegd over camera’s die zijn geplaatst door de burgemeester van Den Haag voor de handhaving van de openbare orde. Voor deze camera’s is in 2006 een specifieke wettelijke grondslag gemaakt, namelijk artikel 151c van de Gemeentewet. Den Haag maakt zoals gezegd onderscheid tussen ‘vast’ en ‘flexibel’ cameratoezicht, waarbij de vaste camera’s worden geplaatst voor een periode van vijf jaar. Over die vaste camera’s gaat deze evaluatie. De burgemeester kan ook camera’s plaatsen voor een kortere periode: de flexibele camera’s. Dan gaat het bijvoorbeeld om een camera die wordt geplaatst na een brandstichting of aanslag. Deze flexibele camera’s worden voor een korte periode van maximaal een jaar geplaatst en daarna in principe weer verwijderd. Als blijkt dat een flexibele camera langer nodig is dan verwacht, kan het aanwijsbesluit worden verlengd. Als dat een aantal keren is gebeurd, kan een flexibele camera worden toegevoegd aan het contingent vaste camera’s. In mei 2025 is dat gebeurd met een camera in het winkelcentrum de Leyweg en een camera in de Boekhorststraat. De flexibele camera’s worden in aparte evaluaties onderzocht: de meest recente evaluatie vond plaats in het voorjaar van 2025. Deze flexibele camera’s maken geen deel uit van de evaluatie die u nu leest.

Er staan dertig camera’s rondom het stadion van ADO die onder hetzelfde juridische regime vallen: artikel 151c van de Gemeentewet. Die camera’s zijn niet meegenomen in deze evaluatie, omdat ze standaard ‘uit’ staan: ze worden alleen gebruikt tijdens thuiswedstrijden en evenementen en dergelijke. Ook zijn er na de jaarlijkse evaluatie van het flexibele cameratoezicht enkele flexibele camera’s toegevoegd aan het arsenaal vaste camera’s. Die zijn in deze evaluatie nog niet meegenomen. Gemeentelijke camera’s voor andere doelen Naast de camera’s voor handhaving van de openbare orde heeft de gemeente Den Haag nog meer soorten camera’s. Denk bijvoorbeeld aan de camera’s voor verkeersveiligheid op straat en in tunnels. Er staan ook camera’s op straat voor digitale handhaving van geslotenverklaringen, de zero-emissiezone of de

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

9

milieuzones. Ook zet de gemeente bewakingscamera’s in, bijvoorbeeld om gemeentelijke gebouwen en sportaccommodaties te beveiligen. Al deze andere camera’s hebben een ander doel dan handhaving van de openbare orde en ze hebben een eigen juridisch regime. Overigens kan een deel van de camera’s rechtstreeks worden bekeken door de politie in noodgevallen. Deze andere camera’s vallen buiten deze evaluatie. Camera’s van andere overheden, bedrijven en particulieren Ook andere overheden, bedrijven en particulieren kunnen camera’s gebruiken. Zo heeft de politie een eigenstandige bevoegdheid om op grond van artikel 3 van de Politiewet camera’s in te zetten. De politie doet dat als het noodzakelijk is voor handhaving van de rechtsorde of voor hulpverlening. Voorbeelden van politiecamera’s die op grond van de Politiewet worden ingezet zijn helikopters, drones, videowagens en bodycams. In de regionale eenheid Den Haag zijn ook veel camera’s die worden ingezet voor bewaken en beveiligen van overheidsgebouwen, ambassades en internationale organisaties. Ook bedrijven en particulieren hebben allerlei soorten camera’s. Denk bijvoorbeeld aan de bewakingscamera’s van ov-bedrijven, maar ook aan de bewakingscamera’s aan de gevels van winkels zoals juweliers of horecagelegenheden en op bedrijventerreinen.

Ook particulieren hebben camera’s, zoals bijvoorbeeld een slimme deurbel met camera’s of een smartphone. Al deze andere camera’s vallen buiten deze evaluatie.

1.3

Onderzoeksopzet Artikel 151c van de Gemeentewet stelt dat de burgemeester een camera moet verwijderen zodra deze niet langer noodzakelijk is voor handhaving van de openbare orde. Deze evaluatie is gehouden om antwoord te geven op de vraag in hoeverre het gemeentelijke cameratoezicht voldoet aan die eis van noodzakelijkheid. Het is niet eenvoudig te bepalen of een camera noodzakelijk is. Uit onderzoek in opdracht van het Ministerie van Justitie onder gemeenten met camera’s is gebleken dat veel gemeenten moeite hebben met de evaluatie van cameratoezicht. De meeste gemeenten voeren zelfs überhaupt geen evaluaties uit. De gemeentelijke evaluaties die wel zijn uitgevoerd, bleken vaak van slechte kwaliteit.3 Deels kwam dit doordat er geen geschikte informatiebronnen beschikbaar waren om de effecten van de camera’s te meten. Deels kwam het echter ook door een fundamenteel probleem: het is vrijwel onmogelijk de effecten van camera’s te isoleren van andere gemeentelijke maatregelen en externe factoren. Een goed voorbeeld is de coronapandemie in de jaren 2020 en 2021. In die jaren was de horeca maandenlang gesloten en dus was er ook weinig uitgaansgeweld. Het zou niet terecht zijn te concluderen dat de camera’s in die jaren veel uitgaansgeweld hebben voorkomen: dat kwam immers door de sluiting van de horeca.

Maar welk deel van de daling kwam door de coronamaatregelen en welk deel kwam door de camera’s? Die vraag is achteraf onmogelijk te beantwoorden. Zo zijn er nog veel meer ‘verstorende’ factoren en maatschappelijke ontwikkelingen die naast de camera’s invloed hebben op de veiligheid. Ook de andere maatregelen die de gemeente en anderen treffen spelen mee. Denk aan fysieke surveillance door politie en handhavers, maar ook aan straatverlichting, afspraken met horeca en dergelijke. Daarom moet een methode worden gebruikt die wel in staat is de effecten van cameratoezicht te onderscheiden van die andere instrumenten en externe factoren. Beleidslogica Tot op heden werd de noodzaak van cameratoezicht in Den Haag beoordeeld aan de hand van politiecijfers. In 2006 heeft de gemeenteraad een werkinstructie vastgesteld waarin werd bepaald dat een periode van vijf aaneensluitende jaren een positieve trend aanwezig moet zijn in de misdaadcijfers, voordat de noodzaak van vast cameratoezicht op een locatie wordt heroverwogen.4 In aanvulling op de politiecijfers moest ook de Veiligheidsmonitor worden benut omdat die informatie bevat over veiligheidsgevoelens. Het probleem is dat het onduidelijk is of de camera’s hebben gezorgd voor de

Noot 3 Noot 4

S. Flight, L. Klein Kranenburg & G. van Straaten (2022), Cameratoezicht door gemeenten: evaluatie wetswijziging artikel 151c Gemeentewet, in opdracht van Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum/Ministerie van Justitie en Veiligheid. Verordening cameratoezicht plus toelichting (12 juni 2006), BSD/2006.1555, RIS 138423.

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

10

eventuele positieve trend of iets anders. De coronapandemie is zoals gezegd een goed voorbeeld: de misdaadcijfers lieten in die jaren een zeer positieve trend zien, maar dat kwam niet door de camera’s. Daarom staat in deze evaluatie een andere beleidslogica centraal. Het gaat niet om de vraag of de veiligheid in de cameragebieden is verbeterd, maar om de vraag of de veiligheid is verbeterd dankzij de camera’s. De beleidslogica laat zien op welke manieren camera’s kunnen werken. In deze evaluatie wordt onderzocht of de camera’s ook daadwerkelijk zo hebben gewerkt.

Figuur 1.2

Beleidslogica cameratoezicht Den Haag: vier manieren waarop cameratoezicht kan werken

Door te kijken naar de mate waarin deze vier tussendoelen worden bereikt, nemen we als het ware een kijkje ‘onder de motorkap’ van het cameratoezicht. Als de tussendoelen worden bereikt, is het cameratoezicht effectief en kan worden besloten de camera’s te verlengen. Als geen van deze tussendoelen wordt bereikt, is het cameratoezicht niet effectief en ligt verplaatsing of verwijdering van de camera’s meer voor de hand. De uiteindelijk weging tussen de vier verschillende doelen is overigens geen exacte wetenschap. Het antwoord op de vraag of een camera noodzakelijk is kan niet puur op basis van objectieve maatstaven worden gegeven. Degenen die veiligheidsgevoel doorslaggevend vinden kunnen ervoor kiezen een camera te laten staan die dit doel bereikt, zonder dat een van de drie andere doelen wordt bereikt. Er kunnen ook mensen zijn die vinden dat het niet proportioneel is een camera te laten staan die uitsluitend bijdraagt aan veiligheidsgevoelens, maar verder geen opbrengsten heeft. De enige uitzondering is opsporing: als dat het enige doel is dat wordt bereikt, mag de camera niet blijven staan. Opsporing mag hooguit bijvangst van gemeentelijk cameratoezicht zijn: het Openbaar Ministerie gaat immers over de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en niet de burgemeester.

Maar als camera’s bijdragen aan opsporing en aan een of meer van de andere doelen, kan het belang voor opsporing wel degelijk worden meegewogen in de beoordeling of een camera moet worden verlengd of niet. In deze evaluatie kan hooguit inzicht worden gegeven in de mate waarin de vier tussendoelen worden bereikt, maar het is uiteindelijk een politiek-bestuurlijke afweging die bepaalt of cameratoezicht nog noodzakelijk is. Deze beleidslogica staat centraal in de rest van dit rapport. In hoofdstuk 2 gaat het over de eerste twee tussendoelen: veiligheidsgevoel en preventie. Hoofdstuk 3 gaat over de opbrengsten van het rechtstreekse toezicht en hoofdstuk 4 gaat over opsporing achteraf. Informatiebronnen Kwantitatief Deze evaluatie is gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve informatiebronnen. Om te meten of mensen weten dat er cameratoezicht is en of ze zich er veiliger door voelen zijn enquêtes gehouden. In de enquêtes zijn ook vragen gesteld over het draagvlak voor cameratoezicht en of mensen zich zorgen maken over schending van hun privacy. In totaal zijn bijna vierhonderdvijftig enquêtes op straat gehouden. In de twee cameragebieden, Centrum en Scheveningen, zijn elk ruim tweehonderd mensen

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

11

ondervraagd. Daarbij is gezorgd voor een representatieve samenstelling qua leeftijd en sekse. Ook zijn zowel gesprekken gevoerd met bewoners van de cameragebieden als met bezoekers, bijvoorbeeld van de horeca of winkels. De enquêtes zijn op verschillende dagen van de week en op verschillende tijdstippen overdag, ’s avonds en ’s nachts gehouden om een goed beeld te krijgen. In de bijlage staat meer informatie over de samenstelling van de steekproef en worden de antwoorden op de vragen in tabellen gepresenteerd. Om inzicht te krijgen in de opbrengsten van het rechtstreekse cameratoezicht heeft de politie data aangeleverd vanuit interne registratiesystemen. Die registraties laten zien hoeveel incidenten zijn geregistreerd in de cameratoezichtruime en wat de reactie van de politie was. Ook laten ze zien hoe vaak opgenomen camerabeelden zijn opgevraagd in het kader van opsporing achteraf. De gemeente heeft ook informatie uit de Veiligheidsmonitor aangeleverd over het veiligheidsgevoel in de cameragebieden vergeleken met de hele gemeente. Kwalitatief Daarnaast is kwalitatieve informatie verzameld om de ‘verhalen achter de cijfers’ te kunnen horen. Er zijn gesprekken gevoerd met tien vertegenwoordigers van de gemeente, de politie en het Openbaar Ministerie die de afgelopen jaren actief bij het cameratoezicht betrokken waren.

Tevens zijn observaties uitgevoerd op straat om te zien of de camera’s en informatieborden zichtbaar zijn voor voorbijgangers. Alle informatiebronnen samen geven een goed beeld van de werking en waarde van cameratoezicht in Den Haag.

12

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

2

Veiligheidsgevoel en preventie

2.1

Veiligheidsgevoel Het eerste doel dat met cameratoezicht kan worden bereikt is een vergroting van het veiligheidsgevoel van bewoners en bezoekers van de cameragebieden. Het idee is dat mensen die een camera of een informatiebord zien zich daardoor veiliger voelen. Hier wordt besproken of dat ook inderdaad gebeurt.

Figuur 2.1

Beleidslogica tussendoel 1: Verbetering veiligheidsgevoel

In de enquêtes op straat is aan bewoners en bezoekers van de cameragebieden gevraagd in hoeverre zij zich veiliger voelen door cameratoezicht.5 In totaal zegt de helft van de ondervraagden dat ze zich veiliger voelen dankzij de camera’s (49%). Een op de vijf zegt dat ze zich niet veiliger voelen door cameratoezicht (19%) – wat overigens niet hoeft te betekenen dat ze zich er onveiliger door voelen: het kan ook dat de camera’s geen effect hebben op hun veiligheidsgevoel. De rest is neutraal (24%) of weet het niet (8%).

Tabel 2.2

“Voelt u zich veiliger door het cameratoezicht?” Ja Neutraal Nee Weet niet/geen antwoord Totaal Aantal ondervraagden

Centrum 50% 26% 15% 10% 100% 223

Scheveningen 49% 22% 23% 5% 100% 210

Totaal 49% 24% 19% 8% 100% 433

Bron: Enquêtes op straat.

Noot 5

De gemeente laat elke twee jaar in de Veiligheidsmonitor onderzoeken hoe het veiligheidsgevoel in de verschillende delen van de stad zich ontwikkelt. Daaruit blijkt dat mensen in het Centrum zich iets onveiliger voelen dan gemiddeld in de stad. In Scheveningen zijn de veiligheidsgevoelens juist iets beter dan gemiddeld in de stad. Tussen de twee laatste peilingen (2021 en 2023) is niet veel veranderd in het veiligheidsgevoel. De cijfers staan in Bijlage 3 van dit rapport. Voor deze evaluatie is de Veiligheidsmonitor niet zeer relevant, aangezien niet direct is gevraagd naar het effect van de camera’s op het veiligheidsgevoel.

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

13

Er zijn geen statistisch significante verschillen tussen de ondervraagden in het Centrum en in Scheveningen.6 Ook is er geen significant verschil tussen bewoners en bezoekers of groepen van verschillende leeftijden. Er is wel een significant verschil tussen mannelijke en vrouwelijke respondenten. Vrouwen geven significant vaker dan mannen aan dat ze zich veiliger voelen dankzij het cameratoezicht. Van de ondervraagde mannen zegt 42 procent zich veiliger te voelen dankzij cameratoezicht. Onder de vrouwelijke respondenten is dat aanzienlijk hoger, namelijk 58 procent. Alles overziend kan worden geconstateerd dat de helft van de mensen zegt dat ze zich veiliger voelen dankzij het cameratoezicht. De rest – dus de andere helft – voelt zich er niet veiliger door, is neutraal of weet het niet. Voor een effect op het veiligheidsgevoel is het uiteraard nodig dat mensen de camera’s bewust waarnemen. In de paragraaf over de bekendheid van het cameratoezicht later in dit hoofdstuk, zal blijken dat in elk geval een deel van de ondervraagden de camera’s niet ziet.

2.2

Preventie Het tweede tussendoel waar cameratoezicht toe zou kunnen leiden is een preventief effect op overlast en criminaliteit. Het idee van preventie is dat daders een rationele keuze maken en rekening houden met de risico’s van hun daden. Zij zullen afzien van het plegen van criminaliteit als ze bang zijn dat de camera’s de pakkans vergroten.

Figuur 2.3

Beleidslogica tussendoel 2: Preventie van incidenten

Om een preventief effect te kunnen hebben, moet aan twee voorwaarden zijn voldaan. Voorwaarde 1: Mogelijke daders moeten weten dat er cameratoezicht is Ten eerste moeten potentiële daders zich bewust zijn van de camera’s. Als zij niet weten dat er cameratoezicht is, zullen ze hun gedrag immers niet bijsturen. Dat betekent dat de camera’s en de informatieborden op straat goed zichtbaar moeten zijn. Andere informatie over het cameratoezicht kan ook invloed hebben. Als in de (sociale) media bijvoorbeeld vaak informatie wordt gepubliceerd over daders die zijn aangehouden dankzij het cameratoezicht, zal dat het preventieve effect van camera’s vergroten. Als mensen nooit iets horen over het cameratoezicht zal dat effect kleiner zijn.

Noot 6

De groepen respondenten zijn consequent met elkaar vergeleken en de verschillen zijn getoetst op statistische significantie (p < .05). Als in dit rapport staat dat er geen verschil is tussen groepen, wordt daarmee bedoeld dat er geen statistisch significante verschillen zijn.

14

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

Voorwaarde 2: Mogelijke daders moeten zich laten beïnvloeden door cameratoezicht Ten tweede moeten de daders die weten dat er camera’s staan besluiten geen criminaliteit te plegen of overlast te veroorzaken. Dat is wel mogelijk bij rationele daders die vooraf een inschatting maken van de risico’s van hun daden. Maar dit effect is er niet bij impulsieve daders die geen rekening houden met de mogelijke gevolgen van hun gedrag. Zij zullen zich meestal niet laten weerhouden door cameratoezicht. Dat geldt bijvoorbeeld voor uitgaansgebieden waar mensen vaak onder invloed van drank, drugs of hevige emoties zijn. Camera’s werken vaak wel preventief in parkeergarages, treinstations, winkels en andere plekken waar de daders rationeler zijn. Maar in cameragebieden waar het vooral gaat om impulsieve criminaliteit en overlast, is het preventieve effect van camera’s meestal minder groot. Overigens kunnen camera’s in een uitgaansgebied wel degelijk preventief werken. Daar zijn immers ook rationele daders actief, zoals drugsdealers en zakkenrollers.7 Kortom: of een camera preventief werkt hangt af van de zichtbaarheid en de bekendheid van de camera’s, van het type dader en van het soort gebied en het type criminaliteit en overlast. Hieronder wordt uitgezocht hoe dat in Den Haag zit. Eerst wordt gekeken naar het antwoord op de enquêtevraag over preventie.

Daarna wordt onderzocht hoe het zit met de bekendheid en zichtbaarheid van het cameratoezicht. Preventie volgens bewoners en bezoekers In de enquêtes op straat is gevraagd of bewoners en bezoekers van de cameragebieden het idee hebben dat de camera’s hebben geleid tot een vermindering van de hoeveel overlast en criminaliteit.

Tabel 2.4

Zijn de overlast en criminaliteit volgens u verminderd door het cameratoezicht? Ja Neutraal Nee Weet niet/geen antwoord Totaal

Centrum 38% 13% 15% 35% 100%

Scheveningen 48% 14% 22% 17% 100%

Totaal 43% 13% 19% 26% 100%

Bron: Enquêtes op straat.

In totaal is bijna de helft van de ondervraagden van mening dat de camera’s preventief hebben gewerkt (43%). Ongeveer een op de vijf ondervraagden denkt dat de camera’s niet preventief werken (19%). De rest is neutraal (13%) of weet het niet (26%). De ondervraagden in Scheveningen zijn positiever over het preventieve effect van de camera’s dan de ondervraagden in de centrumgebieden van de stad. Er zijn voor wat betreft de antwoorden op deze vraag geen verschillen tussen bewoners/bezoekers, mannen/vrouwen of verschillende leeftijdsgroepen. Bekendheid cameratoezicht volgens bewoners en bezoekers Zonder informatievoorziening over de camera’s is het preventieve effect op mogelijke daders minimaal. En als bewoners en bezoekers niet weten dat er cameratoezicht is, zullen zij zich er ook niet veiliger door voelen. Er zijn dus twee redenen om actief informatie te geven over de camera’s. In de enquêtes op straat is gevraagd of mensen voorafgaand aan het straatinterview al op de hoogte waren van het cameratoezicht. Tabel 2.5

Was u al op de hoogte van het cameratoezicht? Ja Nee Weet niet/geen antwoord Totaal

Centrum 73% 27% 0% 100%

Scheveningen 62% 38% 1% 100%

Totaal 67% 32% 1% 100%

Bron: Enquêtes op straat.

Noot 7

Zie: M. Gill (2003), ‘What do offenders think about CCTV?’ in: Crime Prevention and Community Safety. Voor Nederlands onderzoek, zie: A. van Schijndel et al. (2012), Daders over cameratoezicht, Politie & Wetenschap.

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

15

Twee op de drie ondervraagden wist voorafgaand aan de enquête al dat er cameratoezicht is in het gebied waar zij werden ondervraagd (67%). Een op de drie wist dat niet (32%). Daarbij zien we een significant verschil tussen de bewoners en de bezoekers van de cameragebieden. Onder de bewoners weet 79 procent dat er cameratoezicht is; onder bezoekers is dat 57 procent. Onder de bewoners is de bekendheid van het cameratoezicht dus goed: vier op de vijf bewoners weten dat er cameratoezicht is. Maar bij de bezoekers van de cameragebieden is net iets meer dan de helft op de hoogte. Daar is dus nog veel ruimte voor verbetering. Informatievoorziening door de gemeente en politie Uit de enquêtes blijkt dat een aanzienlijk deel van de bezoekers van de cameragebieden niet weet dat er cameratoezicht is. Dat is onwenselijk omdat mensen zich er dan niet veiliger door kunnen voelen. Het is ook onwenselijk omdat het waarschijnlijk is dat dit ook geldt voor een deel van de mogelijke daders: dat verkleint het preventieve effect van camera’s. Online De gemeente heeft online eenvoudig vindbare informatie over het cameratoezicht in de gemeente Den Haag geplaatst. Zoeken op de gemeentelijke website met de term ‘cameratoezicht’ levert een link op naar een pagina met informatie over het gemeentelijke cameratoezicht.

Op die pagina staat waarom de gemeente deze camera’s inzet en hoe het zit met het live uitkijken van de beelden en de opslag. Ook is een link opgenomen naar een digitale kaart met de cameragebieden: zowel de langdurig geplaatste camera’s (vast) als de kortdurende (flexibel). Door in te zoomen is het mogelijk de exacte plek van elke camera te zien. Klikken op een camera opent een venster met extra informatie, waaronder het doel en een link naar het aanwijsbesluit van de burgemeester. Zo kan iedereen die dat wil dus achterhalen waar de camera’s staan, waarom ze er staan en voor welke periode het aanwijzingsbesluit nog geldig is.

Tabel 2.6

Digitale plattegrond

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

Fysieke informatie Hierboven bleek dat de gemeente online veel informatie over het cameratoezicht aanbiedt. Maar voor een effect op straat is dat niet genoeg. Om te zorgen dat mensen zich veiliger kunnen voelen en om te zorgen dat de camera’s een preventief effect kunnen hebben, moeten de camera’s en informatieborden op straat goed zichtbaar zijn. Tabel 2.7

Camera’s en informatieborden

16

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

17

De gemeente en de politie hebben in een convenant in 2012 afgesproken dat de politie verantwoordelijk is voor het adequaat beborden van de toegangswegen van de cameragebieden.8 Er zijn twee soorten informatieborden. Op een versie staat een plaatje van een camera met daaronder het logo van de politie. Er zijn daarnaast ook borden waar het logo van de gemeente Den Haag aan is toegevoegd. De informatieborden staan op een aantal toegangswegen naar de cameragebieden en ook binnen de cameragebieden zelf staan hier en daar informatieborden. Beoordeling informatievoorziening De Europese organisatie waarin alle nationale Autoriteiten Persoonsgegevens samenwerken, heeft in 2019 richtlijnen opgesteld voor informatievoorziening over camera’s.9 Volgens die richtlijn moet informatie over camera’s op twee niveaus worden aangeboden: de belangrijkste informatie moet fysiek op straat worden aangeboden met daarnaast een website of een folder met meer informatie. De fysieke informatie op straat moet de belangrijkste informatie bevatten: het doel, de verantwoordelijke organisatie en de rechten die betrokkenen hebben. Op elk bordje moet ook staan waar mensen meer informatie kunnen vinden.

De aanvullende informatie moet duidelijk maken wat de exacte locaties van de camera’s zijn, welke bewaartermijn geldt, of gegevens aan derden kunnen worden verstrekt en hoe mensen hun rechten als betrokkene kunnen uitoefenen. De fysieke informatie op straat over het cameratoezicht in Den Haag voldoet momenteel niet aan deze Europese richtlijn. De camera’s zijn allemaal zichtbaar, maar het is voor voorbijgangers onmogelijk te zien welke camera’s van de gemeente zijn en welke camera’s van anderen. De kleuren van de behuizing zijn ook verschillend: sommige camera’s zijn wit, maar er zijn ook behuizingen in het grijs, groen, rood en blauw. Die verschillende kleuren zijn gekozen omdat architecten aangaven dat het van belang was de camera’s goed te laten passen bij de kleuren van het reeds aanwezige straatmeubilair. Die verschillende kleuren bevorderen de herkenbaarheid echter niet. Dat zou kunnen worden verbeterd door op de camera’s rood-blauwe politiestriping aan te brengen, zoals in andere gemeenten (zie het voorbeeld hiernaast). De informatieborden bevatten niet alle informatie die er volgens de Europese richtlijn op zou moeten staan. Zo is niet vermeld wat het doel is van de camera’s en is er geen doorverwijzing naar een website waar mensen extra informatie kunnen vinden.

Het aantal borden is ook te klein: er staan vooral borden aan de randen van de cameragebieden bij de belangrijkste toegangswegen. Maar in de cameragebieden zelf zijn geen informatieborden geplaatst. De online informatievoorziening is wel goed op orde: iedereen die wil weten waar de camera’s staan en hoe het cameratoezicht werkt, kan daar eenvoudig uitgebreide informatie over vinden. Toekomst De gemeente Den Haag heeft in 2024 meegedaan aan een experiment om de communicatie over sensoren zoals camera’s te verbeteren. Dit experiment was onderdeel van een project om te komen tot een landelijke richtlijn voor dit soort informatie. Aan het project werkten de Vereniging Nederlandse Gemeenten en enkele grote gemeenten mee (Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Rotterdam).10 Het experiment was een succes omdat mensen beter wisten welke sensoren actief zijn in hun omgeving.

Noot 8

Noot 9 Noot 10

Zie: Convenant Cameratoezicht Den Haag 2012. In dit convenant is ook vastgelegd dat de politie verantwoordelijk is voor het live uitkijken en opslaan van de camerabeelden. Het convenant is niet openbaar vanwege de informatie over financiën en beveiligingsmaatregelen. Begin 2025 heeft een medewerker van het Team Technisch Toezicht een fysieke inspectie uitgevoerd van de camera’s en informatieborden. Zie: European Data Protection Board: Guidelines 3.2019 on processing of personal data through video devices (https://edpb.europa.eu/sites/default/files/files/file1/edpb_guidelines_201903_video_devices_en_0.pdf – p. 27). Op de website van de VNG is alle informatie te vinden: https://vng.nl/nieuws/communicatierichtlijn-overheidssensoren-openbare-ruimte.

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

Figuur 2.8

18

Nieuwe landelijke richtlijn sensorinformatie

De komende jaren gaat de gemeente Den Haag ervoor zorgen dat aan de Europese richtlijnen wordt voldaan. Alle nieuwe camera’s worden voorzien van de herkenbare rood-blauwe politiestriping. De rest van de camera’s worden in de volgende onderhoudsronde voorzien van striping. Daarnaast zorgt de gemeente ervoor dat bij elke gemeentelijke camera een informatiebord of -sticker aanwezig is. Dit gebeurt in samenwerking tussen de Directie Veiligheid en de Dienst Stadsbeheer. Het Handboek Openbare Ruimte van de gemeente staat centraal en de Haagse Straatorganisatie zal het beheer en onderhoud van de informatievoorziening op zich nemen. Overigens is een waarschuwing hier op zijn plek. Als er meer aandacht aan de camera’s wordt besteed kan dat er bij sommige mensen toe leiden dat ze zich juist meer zorgen gaan maken: “Het zal hier wel onveilig zijn, anders zouden die camera’s niet nodig zijn.” Onderzoek in het buitenland heeft aangetoond dat dit effect zich inderdaad vaak voordoet.11 Of zichtbare en opvallende camera’s een positief of een negatief effect hebben op het veiligheidsgevoel, blijkt af te hangen van allerlei factoren.

Een belangrijke factor is het gebied waar de camera staat: in een woonwijk geeft een camera eerder een ongemakkelijk en onveilig gevoel dan een camera in een uitgaansgebied of bij een treinstation.12 Het is daarom van groot belang goed na te denken over de boodschap en de ‘toon’ van de communicatie en die af te stemmen op de plek waar de camera staat. Er is – kortom – een goed doordachte communicatiestrategie over cameratoezicht nodig om averechtse effecten te voorkomen.

Noot 11 Noot 12

Gill, M., & Spriggs, A. (2005). Assessing the impact of CCTV: Home Office Research, Development and Statistics Directorate London. Mazerolle, L., Hurley, D. & Chamlin, M. (2002), ‘Social Behavior in Public Space’, in: Security Journal 15, pp. 59-75.

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

3

Live cameratoezicht

3.1

Werkwijze

19

De derde manier waarop cameratoezicht kan bijdragen aan de veiligheid is door live cameratoezicht. Live cameratoezicht kan op twee manieren meerwaarde hebben: proactief en reactief. We spreken over proactief cameratoezicht als een observant in de cameratoezichtruimte zelf als eerste ziet dat ergens een incident gebeurt. In dat geval kan hij of zij via de portofoon of telefoon contact opnemen met het Operationeel Centrum van de Politie Eenheid Den Haag of direct communiceren met een politie collega op straat. De observant kan de relevante camerabeelden indien gewenst rechtstreeks doorsturen naar een meekijkscherm in het Operationeel Centrum. Ook reactief kan het cameratoezicht meerwaarde hebben. De observant luistert mee via de portofoon en kijkt mee op een beeldscherm met alle binnenkomende meldingen. Als dan een incident gebeurt op een plek waarvan de observant weet dat daar een camera in de buurt is, schakelt hij of zij die camera op om mee te kijken. Het is ook mogelijk dat een agent op straat of een centralist in het Operationeel Centrum een incident ziet gebeuren en aan een observant in de cameratoezichtruimte vraagt om in te zoomen en mee te kijken. In deze gevallen is het incident dus niet ‘ontdekt’ door cameratoezicht, maar kan de camera wel degelijk waardevol zijn om de inzet van politie en hulpverleners op straat te ondersteunen en hun veiligheid te vergroten.

Ook blijkt dat opnames bruikbaarder zijn als er tijdens incidenten live is meegekeken. Ingezoomde opnames laten zien welke persoon op welk moment wat deed en identificatie van personen is dan ook beter mogelijk. Live toezicht levert dus meer op dan het louter opnemen van camerabeelden op basis van een aantal vooraf gekozen standaardinstellingen (presets). In dit hoofdstuk wordt bezien in hoeverre dit derde mechanisme inderdaad wordt geactiveerd door het cameratoezicht in Den Haag.

Figuur 3.1

Beleidslogica tussendoel 3: Live cameratoezicht

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

20

Live cameratoezicht: de praktijk De beelden van de camera’s in de regionale eenheid Den Haag worden 24 uur per dag rechtstreeks bekeken door politiemedewerkers in de Geïntegreerde Monitor Centrale in het politiebureau aan de Burgemeester Patijnlaan in Den Haag. Elke observant heeft een eigen werktafel met beeldschermen. De eerste tafel is voor de camera’s in de gemeente Den Haag en de andere tafel is voor camera’s in andere gemeenten van de regionale eenheid (Zoetermeer, Leiden, Alphen, Westland, Rijswijk, Leidschendam en Delft). Daarnaast is er nog een derde tafel voor het doorzoeken en terugkijken van opgenomen beelden of specifieke zoekacties, bijvoorbeeld als een collega van een wijkbureau een bepaalde persoon zoekt. Meestal werken de observanten op basis van generieke uitkijkopdrachten. Maar het komt af en toe ook voor dat er een specifiek speerpunt wordt meegegeven. Zo kan een van de politiebureaus aan cameratoezicht vragen om uit te kijken naar een bepaalde persoon. Ook de evenementenkalender geeft richting aan het live cameratoezicht. De medewerkers van het Team Technisch Toezicht van de politie zijn van mening dat het rechtstreeks uitkijken van de camerabeelden waardevol is door de hoge kwaliteit van de observanten. Zij krijgen allemaal een specifieke opleiding.

Het kost ongeveer een half jaar inwerktijd om goed te leren meekijken en te communiceren met het Operationeel Centrum en de politie-eenheden op straat. De observanten leren de camera’s te bedienen, ze leren welke problemen in welke gebieden spelen en welke portofoonkanalen ze voor welke communicatie moeten gebruiken. Volgens de politie zijn de observanten heel goed in hun werk en zien ze zaken die anderen niet opvallen. Veelzeggend is dat het Team Technisch Toezicht geen behoefte heeft aan ad hoc ondersteuning vanuit andere afdelingen als die personeelscapaciteit over hebben: alleen getrainde observanten die het uitkijkwerk al langere tijd doen zijn echt waardevol. Duizend aanhoudingen in 2024 De politie registreert ook of de politie na een geregistreerd incident een aanhouding verricht. In het jaar 2024 zijn bijna duizend aanhoudingen verricht bij de geregistreerde incidenten. Dat is dus in een kwart van de gevallen (24%). Dat is een fors aantal: gemiddeld twee tot drie keer per dag wordt een aanhouding verricht bij een incident dat door cameratoezicht is geregistreerd. Er zijn in de gesprekken met de politie ook een paar concrete voorbeelden gegeven van de werking van het live cameratoezicht. •

Er was een vechtpartij tussen twee mannen waarbij een biker van de politie tussenbeide kwam. De situatie escaleerde snel en de biker besloot een van de mannen aan te houden. Die verzette zich hevig en de biker had daardoor geen tijd de operationeel commandant in de meldkamer te informeren over de stand van zaken. Maar cameratoezicht keek rechtstreeks mee en zag dat de man die werd aangehouden een pistool gooide naar een handlanger die daarmee op de vlucht sloeg. De biker kon die tweede persoon niet achtervolgen omdat hij bij de aangehouden persoon moest blijven. Maar de observant in de cameratoezichtruimte kon de rennende man volgen en andere politie-eenheden in de juiste richting sturen.

•

Een ander voorbeeld is een incident waarbij het een van de observanten opviel dat een man bij een geldautomaat stond en zich vreemd gedroeg. Hij bleef veel langer dan normaal bij de automaat staan en bemoeide zich met andere mensen die geld wilden opnemen. De cameraobservant zag dat een pinpas werd gestolen waarna de man direct geld probeerde op te nemen. Hij informeerde de politie op straat die de verdachte op heterdaad konden aanhouden. De camerabeelden waren essentieel omdat de diefstal daarop te zien was: de agent op straat kon de man op heterdaad aanhouden, zonder dat hij zelf met eigen ogen de diefstal had gezien.

Deze twee voorbeelden laten goed zien hoe het werkt: de observant kan meekijken met een incident waar al politie aanwezig is en ondersteuning bieden (eerste voorbeeld). Of de observant ziet zelf als eerste een incident gebeuren en stuurt daarna politie ter plaatse (tweede voorbeeld). De situatie in Den Haag is bijzonder omdat cameratoezicht in alle andere regionale eenheden van de politie in Nederland niet door politiemensen, maar door gemeentelijke medewerkers of beveiligers wordt uitgevoerd – vaak wel onder regie van de politie, maar dus niet door de politie zelf. De kracht van het cameratoezicht in Den Haag is dat er een directe communicatielijn is tussen de observant en de politie op straat: daar zit geen

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

21

‘schakel’ tussen waardoor de informatie niet alleen ongefilterd, maar ook sneller kan worden gebruikt voor daadwerkelijke interventies op straat.

3.2

Aantal geregistreerde incidenten Er is zoals gezegd continu rechtstreeks toezicht op de camera’s. Een relevante vraag is hoeveel incidenten er door de medewerkers in de cameratoezichtruimte worden geregistreerd. Het Team Technisch Toezicht van de politie Den Haag heeft informatie aangeleverd voor deze evaluatie.

Tabel 3.2

Aantal geregistreerde incidenten per jaar

Bron: Cameratoezichtruimte Politie Eenheid Den Haag: aantal uniek geregistreerde incidenten.

In 2024 werden in totaal met alle camera’s bijna vierduizend incidenten geregistreerd in de cameratoezichtruimte. Dat komt neer op gemiddeld tien incidenten per dag. We zien dat het aantal incidenten per jaar de afgelopen periode flink varieerde. In 2021 werden ruim vijftienhonderd incidenten geregistreerd (gemiddeld vier per dag) en in 2023 waren dat er bijna drie keer zoveel, namelijk vijfduizend (gemiddeld dertien per dag). Het is verklaarbaar waarom in de jaren 2020 en 2021 relatief weinig incidenten zijn gezien door cameratoezicht: de horeca en de winkels waren toen langdurig gesloten in verband met de coronapandemie. Om die reden zijn in de grafiek hierboven ter vergelijking ook de cijfers voor het jaar 2019 opgenomen. We zien dat het aantal geregistreerde incidenten in 2023 en 2024 fors hoger was dan in 2019. Wat hier de verklaring voor is kan zonder verdiepend onderzoek niet worden achterhaald. Wel kunnen de cijfers worden opgesplitst per cameragebied.

22

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

Tabel 3.3

Aantal geregistreerde incidenten per cameragebied per jaar (2019-2024) Gebied

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Totaal

Grote Marktstraat

632

437

311

691

1.053

895

4.019

Vlamingstraat / De Laan / Spuistraat

488

338

238

614

838

716

3.232

Stationsweg / Wagenstraat

547

386

285

479

698

571

2.966

Plein / Lange Poten

397

223

161

339

490

408

2.018

Station Den Haag HS

260

226

171

305

544

400

1.906

Station Den Haag CS

175

181

145

263

442

411

1.617

Geleenstraat / Hunsestraat / Doubletstraat

243

119

109

194

375

291

1.331

Scheveningen boulevard

95

98

85

153

180

84

695

Herengracht / Korte Poten Totaal

117

91

69

77

129

152

635

2.954

2.099

1.574

3.115

4.749

3.928

18.419

Bron: Cameratoezichtruimte Politie Eenheid Den Haag: aantal uniek geregistreerde incidenten

In het cameragebied rondom de Grote Marktstraat werden de meeste incidenten gezien door cameratoezicht. In het meest recente jaar 2024 zijn in dat gebied bijna negenhonderd incidenten geregistreerd. Dat komt neer op gemiddeld meer dan twee incidenten per dag. Ter vergelijking: dat is zes keer meer dan in het cameragebied Herengracht/Korte Poten en ruim tien keer meer dan op de boulevard van Scheveningen.

23

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

Opbrengsten per camera Zoals gezegd zijn er grote verschillen in opbrengst als we de cameragebieden met elkaar vergelijken. Dat zou kunnen komen doordat het aantal camera’s per gebied verschilt. Rondom station HS staan vijfentwintig camera’s, terwijl in de Geleenstraat/Hunsestraat/Doubletstraat slechts zes camera’s staan. Is dat wellicht de reden dat in het ene gebied meer incidenten worden gezien dan in het andere? Uit een nadere analyse blijkt dat die redenering niet klopt. Als we het aantal geregistreerde incidenten delen door het aantal camera’s per gebied, zien we hoeveel incidenten er gemiddeld per camera zijn geregistreerd.

Tabel 3.4

Gemiddeld aantal incidenten per camera per week in de negen gebieden (2021-2024) Gebied

Incidenten per camera per week

Grote Marktstraat

1,8

Vlamingstraat / De Laan / Spuistr.

1,1

Plein / Lange Poten

1,0

Geleenstr. / Hunsestr. / Doubletstr.

0,9

Stationsweg / Wagenstraat

0,8

Herengracht / Korte Poten

0,4

Station Den Haag CS

0,4

Station Den Haag HS

0,3

Scheveningen boulevard

0,3

Gemiddeld

0,7

ca. twee per week ca. één per week minder dan één per week

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

24

Met elke camera in het cameragebied Grote Marktstraat worden gemiddeld twee incidenten per week gezien. Rondom de treinstations Den Haag HS en CS, in het gebied Herengracht/Korte Poten en op de boulevard van Scheveningen worden met de camera’s aanzienlijk minder incidenten waargenomen en geregistreerd. Met elk van die camera’s wordt gemiddeld eens per twee of drie weken een incident geregistreerd. De andere cameragebieden (Vlamingstraat, Plein, Geleenstraat en Stationsweg/Wagenstraat) zitten tussen deze twee uitersten in met gemiddeld ongeveer een incident per camera per week. Het blijkt dus dat er grote verschillen zijn tussen de ‘productiviteit’ van de verschillende camera’s. Als we naar de afzonderlijke camera’s kijken, zien we bijvoorbeeld één camera in het gebied van de Grote Marktstraat waarmee de afgelopen vier jaar bijna zevenhonderd incidenten zijn geregistreerd. Dat komt neer op gemiddeld eens in de twee dagen een incident. Deze camera is goed voor vijf procent van alle geregistreerde incidenten. Ook in het cameragebied Vlamingstraat staan een paar camera’s waarmee de afgelopen jaren honderden incidenten zijn geregistreerd. Maar er zijn ook camera’s waarmee nauwelijks incidenten zijn geregistreerd.13 Zijn er overbodige camera’s? Cameratoezicht dient meer doelen dan alleen maar live toezicht.

Camera’s kunnen immers ook bijdragen aan een veiliger gevoel, aan preventie van incidenten of aan opsporing achteraf. Maar het is interessant om te zien hoeveel incidenten tijdens het live toezicht zouden worden gemist als de minst productieve camera’s zouden worden verwijderd. Als gedachtenexperiment is daarbij gekozen voor de arbitraire grens van minstens één incident per maand. Dan blijkt dat ongeveer de helft van de camera’s dat criterium haalt. Samen waren die camera’s goed voor ruim elfduizend incidenten. De andere helft van de camera’s – waarmee dus minder dan één incident per maand wordt gezien – was in de afgelopen vier jaar goed voor circa achthonderd incidenten. Dat is natuurlijk nog een fors aantal, maar het is slechts zeven procent van het totaal aantal incidenten. Dat wil zeggen dat de helft van de camera’s goed is voor 93 procent van alle geregistreerde incidenten en de andere helft daar relatief weinig aan toevoegt. Maar zoals gezegd is live toezicht niet de enige manier waarop een camera waardevol kan zijn. Ook een camera waarmee nauwelijks incidenten worden geregistreerd kan waardevol zijn, bijvoorbeeld als deze bijdraagt aan veiligheidsgevoel of preventie.

Ook de aard van de incidenten weegt mee: een camera die weinig, maar wel zeer ernstige incidenten waarneemt, kan waardevoller zijn dan een camera die dagelijks tientallen lichte feiten waarneemt waar geen reactie van de politie op volgt. Uiteindelijk is de afweging of een camera noodzakelijk is dus afhankelijk van verschillende factoren en een weging van die factoren. Daarom verdient het aanbeveling als de gemeente in overleg met de politie een verdiepende analyse uitvoert per camera die doorbouwt op deze gedachtegang. De lijst met minst productieve camera’s moet dan kritisch worden bekeken en worden aangevuld met kwalitatieve informatie. In de aanbevelingen komt dit punt terug.

3.3

Type incidenten De waarde van rechtstreeks cameratoezicht hangt niet alleen af van het aantal incidenten dat wordt gezien. Het is ook van belang te weten welk type incidenten wordt geregistreerd. Ernstige incidenten, zoals uitgaansgeweld, wegen zwaarder dan lichte feiten, zoals verkeersovertredingen of baldadigheid. Ook de aard van de incidenten is geregistreerd door de politie in de cameratoezichtruimte. In principe beperkt de politie zich in het live cameratoezicht tot het observeren van (beginnende) criminaliteit: leefbaarheidsproblemen hebben geen prioriteit. Toch gebeurt het regelmatig dat ook dat soort overtredingen worden gezien en geregistreerd, zoals overtreding van een alcoholverbod, zwervers, bedelaars, hangjeugd of een groepje mensen dat staat te blowen. De afgelopen vier jaar zijn incidenten in de categorie overlast het vaakst geregistreerd door cameratoezicht. In totaal is een kwart (25%) van alle geregistreerde incidenten van dat type.

Noot 13

Bij sommige incidenten spelen overigens meerdere camera’s een rol, bijvoorbeeld als een verdachte op de vlucht slaat en met meerdere camera’s wordt gevolgd. Voor de analyse in dit rapport is alleen gekeken naar de camera waarmee het incident als eerste werd gezien.

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

25

Op nummer twee staan geweldsincidenten: deze categorie maakt een zevende van het totaal aantal waarnemingen uit (15%). Gemiddeld wordt een keer per dag een geweldsincident gezien. Geweldsincidenten kunnen grote materiële en immateriële schade opleveren. Daarom is deze categorie incidenten van grote waarde voor het gemeentelijke cameratoezicht. In elk van de negen cameragebieden zijn geweldsincidenten geregistreerd. In het cameragebied rondom de Grote Markt werden gemiddeld twee geweldsincidenten per week gezien met de camera’s. Op de boulevard in Scheveningen werd gemiddeld eens per maand een geweldsincident gezien met de camera’s. In de andere cameragebieden ligt het aantal geregistreerde geweldsincidenten ergens tussen deze twee uitersten. Na geweld volgt de categorie ‘verkeer’. Dat maakt ongeveer een tiende van alle registraties uit (11%). Verkeersincidenten vallen niet onder de handhaving van de openbare orde. Het is dus opvallend dat deze incidenten zo’n groot deel uitmaken van het totaal aantal geregistreerde incidenten. Samen is deze ‘top drie’ van incidenttypen goed voor meer dan de helft van alle incidenten die de afgelopen vier jaar zijn gezien en geregistreerd (51%). Er zijn ook incidenttypen die vrijwel nooit worden gezien door cameratoezicht, zoals belediging, brand of vuurwerk.

De overige incidenttypen zitten tussen deze twee uitersten, zoals in de tabel te zien is.

26

E v a l u a t i e c a m e r a t o e z i c h t | Gemeente Den Haag

Tabel 3.5

Type incidenten gezien met cameratoezicht (2021-2024) Soort incident

Aantal

Percentage

Ca. één keer per

Overlast

3.993

25%

dag

Geweld

2.398

15%

dag

Verkeer

1.700

11%

dag

Verdachte Omstandigheden

1.652

10%

dag

Drank / Drugs

1.419

9%

dag

Diefstal / Heling

1.393

9%

dag

Gezondheid14

1.209

8%

dag

Vernieling

239

1%

week

Inbraak / Overval (alarm)

231

1%

week

Wapens & Munitie

221

1%

week

Diefstal Met Geweld

217

1%

week

Demo / Evenement

214

1%

week

Baldadigheid

201

1%

week

Prostitutie / Zeden

170

1%

week

Vermissing

168

1%

week

Oplichting (Vals ID, Geld)

113

1%

maand

Gesignaleerd

100

1%

maand

Brand / Overige Brandweer

93

1%

maand

Verdacht Object

77

0%

maand

Belediging

71

0%

maand

Brand

49

0%

maand

Vuurwerk

32

0%

maand

Overig15

29

0%

jaar

15.988

100%

Totaal Bron: Cameratoezichtruimte Politie Eenheid Den Haag

Aandeel openbare orde Gemeentelijke camera’s worden geplaatst om de openbare orde te handhaven: dat is het doel. Daarnaast worden met de camera’s ook andere incidenttypen gezien: dat is bijvangst. Om te zien in hoeverre het live cameratoezicht is gericht op handhaving van de openbare orde, zijn alle incidenttypen ingedeeld in twee groepen: openbare orde en overig. Openbare orde

overlast | geweld | verdachte omstandigheden | drank/drugs | vernieling | wapens & munitie | diefstal met geweld | demo/evenement | baldadigheid | prostitutie/zeden | belediging | vuurwerk

Overig

verkeer | diefstal/heling | gezondheid | inbraak/overval | vermissing | oplichting | gesignaleerd | brand | verdacht object | overig

Deze indeling is toegepast op de incidenten die in de negen cameragebieden de afgelopen vier jaar zijn waargenomen en geregistreerd. Dan blijkt dat in totaal twee op de drie (68%) van alle geregistreerde incidenten in de categorie openbare orde vallen, met overlast, geweld en verdachte omstandigheden als meest voorkomende incidenttypen. De rest (32%) van alle incidenten valt in de categorie overig, met verkeer, diefstal en gezondheid als meest voorkomende incidenttypen. Dat betekent dat het Noot 14 Noot 15

De categorie ‘gezondheid’ gaat niet over criminaliteit of overlast, maar over incidenten waar medische hulp nodig is. De categorie ‘overig’ bevat vier soorten incidenten die nauwelijks zijn geregistreerd: eens per kwartaal of zelfs eens per jaar. Het gaat om ‘afpersing/chantage’, ‘natuur- en stormschade’, ‘hulpverlening’ en ‘lokmiddelen’. Omdat deze incidenten zo weinig voorkomen zijn ze niet apart in de tabel opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16239474/1